ADR-rapportage aanpak foutieve tenaamstelling in vonnissen
Brontekst
Versie 75e616545144494f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 1007 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 december 20251. Inleiding Bij brieven van 28 mei en 10 november jongstleden is uw Kamergeïnformeerd over foutieve tenaamstellingen in onherroepelijkevonnissen en de voortgang van de aanpak daarvan.1 Ik gaf daarin onderandere aan dat de Auditdienst Rijk (ADR) is gevraagd om na te gaanwaarom deze problematiek zolang onopgelost is gebleven, en dat ik uwKamer voor het einde van 2025 zou informeren over de bevindingen vandit onderzoek. Hierbij bied ik u de ADR-rapportage van het onderzoek«Opvolging van signalen, meldingen en escalaties bij aanpassingen vanregistraties van tenaamstellingen in onherroepelijke vonnissen» aan. Inverband met de privacy van alle betrokkenen is de tot personenherleidbare informatie hierin onleesbaar gemaakt.Ik heb opdracht voor dit onderzoek gegeven om de oorzaken van deontstane problematiek beter te kunnen begrijpen. Daarbij is van belang teonderkennen dat organisaties als Justid bij herstel van foutieve tenaam-stellingen aanliepen tegen onduidelijke kaders en tegenstrijdigeelementen in wet- en regelgeving.Nu het onderzoek is afgerond, kan ik – in aanvulling op de reeds ingezetteaanpak door middel van het in de genoemde brieven toegelichte plan vanaanpak – de maatregelen treffen om te voorkomen dat dergelijkeproblemen opnieuw ontstaan. Ik ben de ADR erkentelijk voor de aange-reikte constateringen, en kan mij volledig vinden in de met de aanbeve-lingen te bereiken doelen. Wel breng ik op een enkele aanbeveling eennuancering aan op de wijze waarop het desbetreffende doel kan wordenbereikt. Ik licht dat in het onderstaande toe.1Kamerstukken Tweede Kamer, 2024–2025, 29 279, nrs. 972 en 1001. kst-29279-1007ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10071 2. Samenvatting van de bevindingen De ADR geeft aan dat de problemen zijn ontstaan doordat «lange tijdonduidelijk is gebleken wie en in welke mate bevoegd is de correctiesdoor te voeren bij foutieve tenaamstellingen bij onherroepelijkevonnissen. Dit raakt een (fundamenteel) juridisch-rechtsstatelijk vraagstukomdat het feitelijk gaat over de rechtsstatelijke verdeling van bevoegd-heden tussen de Minister en de rechtspraak. Betrokkenen zijn jarenlang –ondanks meerdere signalen, meldingen en escalaties – niet in staatgebleken dit vraagstuk op te lossen.»Hier liggen volgens de ADR vier oorzaken aan ten grondslag:•De maatschappelijke impact en het belang van het vraagstuk zijnsystematisch onderschat;•Op bestuurlijk niveau is beperkt eigenaarschap of verantwoordelijkheidgetoond;•De benodigde mix van vak-, veld-, proces- en uitvoeringsdeskundig-heid was niet toereikend om het vraagstuk op te lossen»;•Culturele factoren hebben een verstorende rol gespeeld om hetfundamentele vraagstuk op te pakken, zoals tegenwerking, buitenslui-ting, angst voor afrekening, wantrouwen, pestgedrag en intimidatie bijde Matching Autoriteit en bij de centrale stafafdelingen van Justid.De ADR adviseert fundamentele versterkingen om signalen sneller op tekunnen pakken en toe te werken naar een betere samenwerking tussenhet bestuursdepartement als eigenaar en opdrachtgever van Justid, enJustid zelf als opdrachtnemer.Om het risico te verkleinen dat in de toekomst signalen te laat wordenopgepakt, geeft de ADR vier richtingen voor verdere versterkingen aan.Per versterkingsrichting doet de ADR een aantal aanbevelingen. In devolgende paragraaf licht ik toe op welke wijze deze aanbevelingen wordenopgevolgd.3. Opvolging van de aanbevelingen Een juiste vaststelling van de identiteit van verdachten in het strafprocesis een vereiste binnen een sterke rechtsstaat. Wanneer hier fouten inworden gemaakt, is dat betreurenswaardig. Mensen kunnen door eenonjuiste tenaamstelling in een onherroepelijk vonnis onterecht gedeti-neerd worden of ander nadeel ondervinden. Daarnaast kunnen dadershun straf ontlopen. Al deze consequenties zijn onaanvaardbaar. Hetrapport geeft terecht aan dat we verder moeten kijken dan technische enjuridische oplossingen. We moeten ook met de cultuur en samenwerkingin de betreffende onderdelen van het ministerie aan de slag. Denk aan hetzoeken van verbinding, kortere lijnen tussen de uitvoering en hetkerndepartement en andersom, en oplossingsgerichtheid. Daarbij is vanbelang te onderkennen dat een mismatch tussen verdachte en diens naamontstaat in de fase van opsporing, vervolging en berechting. Justidsignaleert in de keten dat er een fout in de tenaamstelling zit en zet eenproces in gang om dit te (laten) herstellen. De betrokken organisatiesvoelen, net als ik, de urgentie.A. Aangelegenheden die directe aandacht vereisen op bestuurlijk niveau De ADR beveelt aan:1.na te gaan in hoeverre de volledige problematiek van correcties enmutaties (inclusief geautomatiseerde wijzigingen) onderdeel is vanhet huidige plan van aanpak en intervenieer zo nodig.2.na te gaan in hoeverre de juridisch-rechtsstatelijke vraag onderdeel isvan het huidige plan van aanpak en intervenieer zo nodig.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10072 3.te overwegen in hoeverre herstel voor burgers en maatschappij nu alonderdeel is van het huidige plan van aanpak en intervenieer zonodig.4.te zorgen voor adequate nazorg voor medewerkers die gewetens-nood, intimidatie en/of tegenwerking hebben ervaren. Overweegdaarbij zo veel mogelijk gebruik te maken van bestaande werkwijzenen structuren, zoals vertrouwenspersonen en integriteitscoördinato-ren.De eerste drie aangelegenheden zijn onderdeel van het huidige plan vanaanpak waarvan de contouren zijn aangegeven in de voortgangsbrief van10 november. Voor een toelichting op dit plan verwijs ik naar die brief. Hetplan van aanpak creëert de noodzakelijke voorwaarden om herstel voorgedupeerde burgers mogelijk te maken. In vanuit het plan van aanpakontwikkeling zijnde toetsings- en handelingskader wordt vanuit juridisch-rechtsstatelijk perspectief aangegeven welke instantie bevoegd is omaanpassingen aan te brengen in geregistreerde persoonsgegevens envonnissen. Het plan prioriteert in de toetsing en afhandeling die zakenwaarbij herstel aan de orde kan zijn.Ook in de regelgeving worden aanpassingen doorgevoerd om de kans opfoutieve tenaamstellingen te voorkomen. In het nieuwe Wetboek vanStrafvordering gaan regels met betrekking tot het vaststellen van deidentiteit van verdachten ook gelden bij verhoor door rechterlijkeambtenaren. Naar verwachting treedt het nieuwe Wetboek van Strafvor-dering op 1 april 2029 in werking.De voortgang van het plan van aanpak is doorlopend onderdeel van deagenda van het bestuurlijke overleg van Justid en het bestuursdepar-tement. Periodiek informeer ik uw kamer over de voortgang van deverbetermaatregelen.In het voorjaar wordt geïnventariseerd welke vervolgstappen verder nodigzijn. Daarbij worden de ADR-aanbevelingen betrokken.Ik betreur ten zeerste dat medewerkers gewetensnood, intimidatie en/oftegenwerking hebben ervaren. Daarom zijn inmiddels meerdere acties ingang gezet. Wat betreft de nazorg voor medewerkers van Justid is methen meermaals gesproken over de dilemma’s waar zij tegenaan lopen.Daarbij is aandacht voor het gebrek aan veiligheid dat medewerkershebben ervaren. Het welzijn en de veiligheid van medewerkers binnen debetrokken organisaties liggen mij na aan het hart. Daarom heeft Justid deintegriteitsprocedures versterkt en zijn bij de nazorg ook vertrouwensper-sonen, de integriteitscommissie en de Centrale Coördinator Integriteitbetrokken. Ook is de bekendheid onder medewerkers met de integriteits-procedures vergroot. Hierdoor weten medewerkers met wie zij vertrou-welijk in gesprek kunnen of waar zij een melding kunnen doen of signaalkunnen afgeven, wanneer zij daar behoefte aan hebben. Parallel hieraanwordt gewerkt aan een verandertraject dat gericht is op het bevorderenvan een open cultuur van kritische reflectie, waarin medewerkers zichveilig voelen om vragen te stellen en elkaar aan te spreken.Het welzijn van de medewerkers wordt onder meer gemonitord via deperiodieke Medewerkers-Tevredenheids-Onderzoeken. Niettemin is uitervaring bekend dat het tijd vergt voordat cultuurverandertrajecten alsdeze beklijven.B. Fundamentele versterking ambtelijk vakmanschap is noodzakelijk De ADR doet zes aanbevelingen voor versterking ambtelijk vakmanschap:5.Bespreek de gesignaleerde denkpatronen en signalen van gewe-tensnood, intimidatie en/of tegenwerking;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10073 6.Draag op bestuurlijk niveau actief zorg voor een psychologisch-veilige werkomgeving binnen Justid, zodat meer ruimte voorkritische reflectie en tegenspraak ontstaat;7.Besteed in (juridische) risicoafwegingen expliciet aandacht aanrisico’s voor de burger en maatschappij;8.Maak fundamentele vraagstukken explicieter in memo’s, nota’s enandere belangrijke communicatiemiddelen;9.Overweeg bij grootschalige en complexe verbeter- en verandertra-jecten explicieter aandacht te besteden aan diepere reflectie, en10.Overweeg in hoeverre voldoende juridische deskundigheidaanwezig is.Een andere constatering is de noodzaak voor de versterking in hetambtelijk vakmanschap bij de Matching Autoriteit en het betreffendebeleidsonderdeel van het ministerie. Eén van de doelstellingen van deMeerjarenstrategie 2025–2030 van Justid richt zich op het optimaaltoerusten van medewerkers zodat hun kennis, kunde en vaardigheden incombinatie met een verbeterde organisatiecultuur resulteren in eenhogere graad van volwassenheid. Om dit doel te bereiken worden ondermeer workshops gehouden en passende opleidingen aangeboden.Daarnaast wordt geïnvesteerd in versterking van de politiek bestuurlijkesensitiviteit, het explicieter maken van de maatschappelijke belangen enduidelijkheid over de bevoegdheden bij uitvoeringsvragen.Specifiek voor de beleidsafdeling van het ministerie betekent dit dat weverder investeren in politiek bestuurlijke sensitiviteit en de verhoudingenmet Justid, zodat wij meer oog hebben voor de maatschappelijke opgaveen uitdagingen waar Justid bij de uitvoering van de taak tegenaan loopt.Er is reeds versterking – in personele zin – aangebracht in meer beleids-matige en juridische expertise. Dit is een ontwikkeltraject waarbij wedieper reflecteren rondom de vraag of «we het goede doen» en waarbijwe vooral de relatie tussen beleid en uitvoering op een andere manierverder vormgeven.C. Solide basis voor samenwerking in de bestuurlijke driehoek Om de samenwerking in de bestuurlijke driehoek te versterken doet deADR de volgende aanbevelingen:11.Zorg ervoor dat er beter begrip ontstaat van de werkelijke taakuit-voering en welke systemen, structuren, processen en samenwer-kingsverbanden daarmee gemoeid zijn;12.Zorg ervoor dat Justid als taakuitvoerder tijdig wordt betrokken bijbeleidsontwikkeling en wijzigingen in relevante wet- en regelgeving,zodat consequenties voor de taakuitvoering op tijd kunnen wordengesignaleerd en benoemd;13.Informeer en betrek de eigenaar in een eerder stadium bij zaken diete lang blijven spelen;14.Overweeg een verdere ontwikkeling in te zetten voor samenwerkingbinnen de bestuurlijke driehoek;15.Maak de maatschappelijke opgave, de te realiseren publiekewaarden en de daarvoor benodigde randvoorwaarden meerexpliciet onderdeel van gesprek in de bestuurlijke driehoek. Zorgervoor dat financiële zaken wat minder de boventoon voeren, en16.Overweeg om meer systematisch aandacht te geven aan demonitoring en opvolging van acties en actiepunten uit overleggen,analyses en rapporten. Daarbij is het noodzakelijk om elkaar aan tespreken op elkaars gedeelde verantwoordelijkheid.De bestuurlijke driehoek is het bestuurlijke overleg over Justid-aangelegenheden tussen de plaatsvervangend secretaris-generaal alsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10074 eigenaar van Justid, de beleidsdirectie als opdrachtgever en de directievan Justid als opdrachtnemer.In algemene zin sluiten de aanbevelingen van de ADR aan bij de ambitievan het ministerie om de maatschappelijke opgave in de bestuurlijkedriehoeken meer centraal te stellen. Daarmee willen wij meer oog hebbenvoor de uitdagingen waar taakorganisaties, zoals Justid, tegenaan lopenals gevolg van onduidelijke kaders, of tegenstrijdigheden in wet- enregelgeving. Om dat te bereiken zorgen we er, onder andere dooronderlinge uitwisselingen, voor dat beter begrip ontstaat over vereistenvoor een goede taakuitvoering en welke systemen, structuren, processenen samenwerkingsverbanden daarmee gemoeid zijn. Om verdieping in degesprekken te bevorderen maken we de vertegenwoordiging in dedriehoek afhankelijk van de agenda.Het afgelopen jaar zijn stappen gezet voor de versterking van onderlingvertrouwen, transparantie en gelijkwaardigheid in de relaties en verhou-dingen tussen het kerndepartement en de betrokken organisaties in destrafrechtketen. Deze aanpak wordt voortgezet. Uitvoeringsdeskundigheidwordt tijdig betrokken bij wijzigingen in wet- en regelgeving en bijbeleidsontwikkeling. Het eerder genoemde in ontwikkeling zijndetoetsings- en handelingskader, dat momenteel in de testfase zit, is daareen eerste voorbeeld van. Op deze manier worden eventuele problema-tische situaties in de toekomst eerder, meer voortvarend en met meer oogvoor de menselijke maat aangepakt.D. Professionaliseringsslag De ADR doet tenslotte de volgende aanbevelingen voor verdere professio-nalisering van Justid:17.Investeer in de basishygiëne van een professionele bedrijfsvoering;18.Draag zorg voor een kwaliteitsimpuls voor de medewerkers. Gadaarbij na in hoeverre de vereiste juridische deskundigheid voor hetwerkveld van Justid voldoende aanwezig is, in kwaliteit enkwantiteit, en19.Draag zorg voor de ontwikkeling van betere politiek-bestuurlijkesensitiviteit binnen de tactische en strategische niveau.Er is een professionaliseringsslag nodig bij de door ADR onderzochteonderdelen van de Justid-organisatie. De professionaliseringsslag sluit ingrote mate aan bij de reeds genoemde meerjarenstrategie van Justid. Inde bestuurlijke driehoek wordt onder andere aandacht besteed aanverbetering van de governance, procesoptimalisatie en het zijn van eenlerende organisatie, waarbij de culturele context van de verschillendeorganisatieonderdelen aandacht verdient.4. Tot slot In deze brief heb ik aangegeven welke maatregelen het bestuursdepar-tement en Justid nemen naar aanleiding van de bevindingen uit hetADR-onderzoek. In de bestuurlijke driehoek wordt doorlopend devoortgang op deze verbeterpunten gemonitord om zo de randvoor-waarden te kunnen realiseren waarbinnen Justid samen met anderedirecte partners verder kan professionaliseren. De ambtelijke leiding vanhet ministerie ziet er aldus nadrukkelijk op toe dat opvolging van deaanbevelingen actief op de agenda van de bestuurlijke overleggen blijftstaan en dat afspraken hierover concreet worden vastgelegd.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,A.C.L. RutteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10075
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.