Uitvoering moties en toezegging bij het debat over het bericht dat het OM strafbare feiten waarop maximaal zes jaar cel staat voortaan zelf gaat afhandelen via strafbeschikkingen op 8 april 2025
Brontekst
Versie 0c6ee6c4c5eb0f4b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 1008 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIEEN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 december 2025Op 8 april jongstleden vond een debat met uw Kamer plaats over hetbericht dat het OM strafbare feiten waarop maximaal zes jaar cel staatvaker zelf gaat afhandelen via strafbeschikkingen. In het kader van hetdebat heeft u een aantal moties aangenomen en heeft de vorige Ministervan JenV een toezegging gedaan. Hieronder lichten wij toe hoe de nogniet afgehandelde moties en de toezegging zijn of worden uitgevoerd.Motie van de leden Six Dijkstra (NSC) en Van Nispen (SP):1De motie Six Dijkstra/Van Nispen verzoekt een voorstel uit te werken voormeer openbaarheid omtrent definitieve strafbeschikkingen, waarbijgeanonimiseerde openbare publicatie de standaard wordt.De vorige Minister van JenV heeft de motie tijdens het debat «oordeelKamer» gegeven, mits de motie zo mag worden uitgelegd dat er overlegplaatsvindt met het Openbaar Ministerie om te bespreken hoe er meerinzicht kan worden gegeven in het soort en het aantal strafbeschikkingendat jaarlijks wordt uitgevaardigd. Het OM zal voortaan in het Jaarberichtnader inzicht geven in het soort en het aantal strafbeschikking dat wordtuitgevaardigd. Het Jaarbericht wordt op de website van het OM gepubli-ceerd en zendt de Minister van JenV uw Kamer ieder jaar toe. Hiermeebeschouw ik de motie als afgedaan.Motie van het lid Lahlah (GroenLinks-PvdA)2 en motie van het lidEl Abassi:3De motie Lahlah verzoekt om geen verdere uitbreiding van de huidigetoepassing van strafbeschikkingen mogelijk te maken voordat de1Kamerstuk 29 279, nr. 993.2Kamerstuk 29 279, nr. 935.3Kamerstuk 29 279, nr. 946. kst-29279-1008ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10081 uitkomsten van deze onderzoeken (van het WODC en de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad) zijn gepubliceerd en met de Kamer zijnbesproken. De motie van het lid El Abassi verzoekt in dezelfde lijn geenverdere uitbreiding van de OM-strafbeschikking toe te staan voordat dezelopende onderzoeken zijn afgerond en aan de Kamer zijn overgelegd.Zoals de toenmalige Staatssecretaris van JenV en de vorige Minister vanJenV hebben toegelicht in een brief 3 april jongstleden4 heeft het Collegevan procureurs-generaal reeds eerder besloten dat het de resultaten vande eigen reflectie op de Tijdelijke instructie intensivering strafbeschikkingbij veelvoorkomende vermogensdelicten, het onderzoek van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad en een onderzoek van het WODC afwacht enzijn besproken met de Tweede Kamer. De uitkomsten van de onderzoekenworden dus met uw Kamer gedeeld. Hiermee wordt de motie uitgevoerd.Motie van de leden Lahlah (GroenLinks-PvdA) c.s.:5De motie verzoekt om de procedurele rechtswaarborgen bij strafbeschik-kingen, zoals recht op rechtsbijstand, inzage in het dossier en actieveinformatievoorziening, wettelijk te verankeren.Aan deze motie wordt in de eerste plaats uitvoering gegeven door hetwetsvoorstel versterking rechtsbijstand in het strafproces. In ditwetsvoorstel wordt de in de praktijk al doorgevoerde uitbreiding van hetrecht van verdachten op rechtsbijstand bij strafbeschikkingen wettelijkvastgelegd. Daarmee is gewaarborgd dat de verdachte adequaat door eenraadsman wordt geïnformeerd over de straf, de gevolgen daarvan en demogelijkheid om verzet tegen de strafbeschikking in te stellen. DeAfdeling advisering van de Raad van State heeft inmiddels over ditwetsvoorstel geadviseerd. Op dit moment wordt het advies verwerkt methet oog op indiening bij de Tweede Kamer. In de tweede plaats geldt hetrecht op kennisneming van de processtukken op grond van de huidigewet al onverkort als de zaak met een strafbeschikking wordt afgedaan.Zodra de strafbeschikking is uitgevaardigd, kan de verdachte van alleprocesstukken kennisnemen. In de derde plaats wordt in de eersteaanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering voorzien in hetwettelijk vastleggen van een aantal in de praktijk al geldende waarborgenrondom het instellen van verzet en het doen van afstand daarvan. In datverband wordt onder meer wettelijk vastgelegd dat de verdachte er actiefen expliciet over moet worden geïnformeerd dat na vrijwillige voldoeningaan de strafbeschikking geen verzet meer kan worden ingesteld en dateen gedane afstand niet kan worden herroepen. Ook wordt in de wetverduidelijkt dat de verdachte in de strafbeschikking moet wordengeïnformeerd over de termijn waarbinnen en het parket waarbij verzet kanworden ingesteld. Ook over dit wetsvoorstel heeft de Afdeling adviseringvan de Raad van State recent geadviseerd en ook dat advies wordt nuverwerkt met het oog op indiening bij de Tweede Kamer.Motie van de leden Wijen-Nass (BBB) en Michon Derkzen (VVD):6De motie Wijen-Nass/Michon verzoekt de regering om met het OpenbaarMinisterie en de rechtspraak in gesprek te gaan om het planningsprocesefficiënter in te richten, zodat verdachten die terechtstaan voor meerderestrafbare feiten in één zitting terecht kunnen staan.4Kamerstuk 29 279, nr. 930.5Kamerstuk 29 279, nr. 9376Kamerstuk 29 279, nr. 938.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10082 Het planningsproces en een optimalere benutting van de bestaandezittingsruimte zijn zowel op landelijk als lokaal niveau onderwerp vangesprek en maken binnen het OM onderdeel uit van de veranderopgavedie de organisatie heeft ingezet om voorraden te verminderen endoorlooptijden te verkorten. Nu al wordt geprobeerd om zaken vandezelfde verdachte in een keer af te doen indien dat mogelijk is.Gesprekken over verdere optimalisatie en het vergroten van zittingsruimtein tijden van schaarste, zullen worden gevoerd tussen het OM en deRechtspraak. In dit kader worden momenteel voorbereidingen getroffenom een werkgroep met ervaren mensen uit beide organisaties te vormen,die zich gezamenlijk zullen buigen over dit vraagstuk.Motie van de leden Van Nispen (SP) c.s.:7De motie Van Nispen c.s. verzoekt de regering in overleg met het OM tetreden om te bezien hoe de tijdige beschikbaarheid van informatie enprocesstukken aan de verdediging om goede bijstand te kunnen leverenverbeterd kan worden en hoe daarnaast, zolang de Wet versterkingrechtsbijstand in het strafproces nog niet in werking is getreden, ook deafdoeningsbijstand in de praktijk aangeboden wordt.Het OM onderschrijft het belang van tijdige beschikbaarheid vaninformatie en processtukken. Het OM is in gesprek met de NederlandseOrde van Advocaten over mogelijke knelpunten. De afdoeningsbijstandwordt in de praktijk al aangeboden, maar nog niet in 100% van de inaanmerking komende zaken. De planning is dat dit stapsgewijs wordtuitgebreid zodat dit bij de inwerkingtreding van de wet (naar verwachtingper 1-7-2026) wel in alle zaken gebeurt.Motie van Van Nispen (SP) en Sneller (D66):8De motie Van Nispen/Sneller verzoekt de regering in overleg met het OMte bezien hoe meer maatwerk mogelijk gemaakt kan worden bij deOM-strafbeschikking, door de mogelijkheden te verruimen, voorwaarde-lijke sancties op te leggen of te combineren en het tevens mogelijk temaken een gedragsmaatregel op te leggen die langer duurt dan twintigbehandelmomenten.Aan deze motie zal uitvoering worden gegeven doordat in de eersteaanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordtvoorgesteld om het opleggen van voorwaardelijke straffen in de strafbe-schikking mogelijk te maken.In de Aanwijzing OM-strafbeschikking is opgenomen dat een opgelegdeambulante behandeling mogelijk is, als de (maximum)duur vooraf bekendis en niet meer bedraagt dan twintig behandelbijeenkomsten, zodat deduur beperkt kan worden en er een proportionaliteitsafweging kanworden gemaakt. Verder is bepaald dat een dergelijke strafbeschikkingenkel kan worden opgelegd na instemming van de reclasseringsofficier(of bij diens afwezigheid een senior officier van justitie) en indien er eennoodzaak bestaat tot een snellere strafrechtelijke interventie dan met eendagvaardingsprocedure bij de strafrechter kan worden gerealiseerd. Ditalles draagt bij aan een zorgvuldige en proportionele afdoening waarbijde gekozen afdoening passend is. De inhoud van de Aanwijzing isvoortdurend onderwerp van kritische beschouwing. Als er aanleidingbestaat om hierin te wijzigen, wordt dat opgepakt.7Kamerstuk 29 279, nr. 939.8Kamerstuk 29 279, nr. 940.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10083 Motie van Michon-Derkzen (VVD):9De motie Michon verzoekt de regering in overleg te treden met het WODCom te bevorderen dat het WODC-onderzoek naar de inzet van strafbe-schikkingen zo snel als mogelijk wordt afgerond, zodat de resultaten in2026 kunnen worden meegenomen bij het vergroten van de effectiviteiten het terugdringen van de doorlooptijden in de strafrechtketen. Hetonderzoek loopt en het WODC is op de hoogte van het belang om dit zotijdig mogelijk af te ronden.Motie van Lahlah (GroenLinks-PvdA):10De motie Lahlah verzoekt de regering om te onderzoeken hoe de positievan slachtoffers – inclusief spreekrecht, informatievoorziening enerkenning – beter kan worden geborgd bij strafbeschikkingen en de Kamerhier over te informeren.Slachtofferrechten moeten worden geborgd, ook als een zaak wordtafgedaan met een OM strafbeschikking. Het OM heeft aangegeven insamenspraak met Slachtofferhulp Nederland (SHN) de positie van hetslachtoffer bij de OM-strafbeschikking te gaan versterken. Hierbij wordtdeze motie betrokken. Uw Kamer wordt in januari 2026 over de uitvoeringvan de motie geïnformeerd.Toezegging over schikkingenTot slot heeft de vorige Minister van JenV tijdens het debat aan het lid VanNispen (SP) toegezegd met het OM te zullen spreken over de aanpak vangrote fraudezaken en witteboordencriminaliteit. Het lid Van Nispen heeftzijn zorgen geuit over het treffen van schikkingen met witteboordencrimi-nelen, omdat hierbij volgens hem sprake is van een risico op klassenjus-titie. De Minister van JenV heeft dit signaal besproken met het Collegevan procureurs-generaal. Ook heeft het lid Van Nispen in de tussentijdKamervragen over dit onderwerp gesteld. In de antwoorden op deKamervragen is de met het OM afgestemde reactie opgenomen.11 Dezehoudt in dat, hoewel er volgens de Minister en het OM bij het aanbiedenvan transacties geen sprake is van klassenjustitie, het OM zich goedbewust is van de negatieve aspecten van het aanbieden van transacties.Zo is er bij transacties geen sprake van strafvervolging en schuldvast-stelling. Bij de beoordeling van strafzaken wordt hier nadrukkelijkrekening mee gehouden. Indien de zaak zich hiervoor leent heeft eenstrafbeschikking of dagvaarden de voorkeur boven een transactie. Dit jaarheeft het OM ook al diverse grote ondernemingen en banken gedagvaarddan wel een strafbeschikking opgelegd. Deze zaken heeft het OM met eenpersbericht bekend gemaakt op zijn website.De Minister van Justitie en Veiligheid,F. van OostenDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,A.C.L. Rutte9Kamerstuk 29 279, nr. 942.10Kamerstuk 29 279, nr. 950.112025Z13342.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10084
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.