Amendement van de leden Faber en Diederik van Dijk over het schrappen van 'oogmerk' als bestanddeel van de delictsomschrijving van mensenhandel
Brontekst
Versie 6c2ce9bb7431179f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2026–202736 835Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 vanhet Europees Parlement en de Raad van 13 juni2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EUinzake de voorkoming en bestrijding vanmensenhandel en de bescherming vanslachtoffers daarvan (Implementatiewetherziene Europese richtlijn mensenhandel)Nr. 12 AMENDEMENT VAN DE LEDEN FABER EN DIEDERIK VAN DIJKOntvangen 22 september 2026 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:Artikel I, onderdeel A, wordt als volgt gewijzigd:1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst en in de tekst wordt«artikel 273f, tweede lid,» vervangen door «het tweede lid».2. Voor onderdeel 1 (nieuw) worden een aanhef en een onderdeelingevoegd, luidende:Artikel 273f wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:a. In subonderdeel 1 wordt na «degene die een ander» ingevoegd«opzettelijk» en wordt «met het oogmerk van uitbuiting van die ander ofde verwijdering van diens organen» vervangen door «om die ander uit tebuiten of diens organen te verwijderen».b. In subonderdeel 2 wordt na «degene die een ander» ingevoegd«opzettelijk» en wordt «met het oogmerk van uitbuiting van die ander ofde verwijdering van diens organen» vervangen door «om die ander uit tebuiten of diens organen te verwijderen».c. In subonderdeel 3 wordt na «degene die een ander» ingevoegd«opzettelijk» en wordt «met het oogmerk» vervangen door «om».Toelichting Geen enkele vorm van criminaliteit druist zo in tegen de lichamelijkeintegriteit en de vrijheid van ieder mens als mensenhandel. Het heeftprioriteit om elke vorm van mensenhandel te voorkomen en/of tebestrijden. Het is volgens indieners onwenselijk dat veroordeling voor een kst-36835-12ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, 36 835, nr. 121 van de verschillende vormen van mensenhandel onnodig wordt gecom-pliceerd door de bestanddelen die volgen uit de wettekst.Voor veroordeling van mensenhandel is in de huidige wettekst dehoogste gradatie van opzet opgenomen, namelijk; het oogmerk vanuitbuiting. Daarvoor is vereist dat het handelen van de verdachte, naar hijmoet hebben beseft, als noodzakelijk en dus door hem gewild gevolgmeebracht dat de ander door hem werd of zou kunnen worden uitgebuit(zie hiervoor o.a. ECLI:NL:PHR:2025:57 r.o. 4.3). Hierdoor kan het risicoontstaan dat een mensenhandelaar zijn straf ontloopt. Daarom kiezen deindieners voor voorwaardelijk opzet, om de drempel tot veroordeling vooreen gruwelijk misdrijf, als mensenhandel, te verlagen.Hiertoe wordt het bestanddeel «oogmerk» in relatie tot (seksuele)uitbuiting en orgaanverkrijging geschrapt. In plaats daarvan wordt in dewettekst opgenomen dat de aldaar genoemde gedragingen opzettelijkmoeten zijn begaan, in welk verband voor het vaststellen van die opzetvoldoende is dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kansheeft aanvaard dat dit zou (kunnen) resulteren in (seksuele) uitbuiting oforgaanverkrijging van het slachtoffer.FaberD. van DijkTweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, 36 835, nr. 122
Gerelateerde bronnen
- Amendement van de leden Faber en Diederik van Dijk over het schrappen van 'oogmerk' als bestanddeel van de delictsomschrijving van mensenhandel
Amendement van de leden Faber en Diederik van Dijk over het schrappen van 'oogmerk' als bestanddeel van de delictsomschrijving van mensenhandel
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.