KamerkringInloggen
Kamerbrief

Afbouwplan interlandelijke adoptie

9 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c954e0350ba7f41c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 265AdoptieNr. 133 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 december 20241. Inleiding Op 16 april 2024 heeft uw Kamer een motie aangenomen die de regeringverzocht om te komen met een nieuw plan waarmee interlandelijkeadoptie op zorgvuldige wijze wordt afgebouwd.1 Zoals aangekondigddoor mijn ambtsvoorganger in de brief van 21 mei 2024,2 is de afgelopenperiode hard gewerkt aan de uitwerking van een afbouwplan. In deze briefdoe ik mijn voorstel voor de uitvoering van deze motie.2. Reflectie op de afbouw Het perspectief op interlandelijke adoptie is al langere tijd en in hetbijzonder sinds de verschijning van het rapport van de Commissie Joustrain februari 2021 in beweging. Het aannemen van de motie door uw Kamerop 16 april 2024 illustreert dit en luidde een omslag in van het verbouwenen aanscherpen van het systeem van interlandelijke adoptie naar hetafbouwen daarvan.De motie sluit aan bij het uitgangspunt sinds de publicatie van het rapportvan de Commissie Joustra, dat interlandelijke adoptie in verband met dekwetsbaarheden in het systeem geen duurzame oplossing meer vormt omde belangen van kinderen te beschermen. De belangen van het kindworden het beste gediend wanneer het kan opgroeien in een veiligeomgeving in het eigen land, de eigen regio of de eigen cultuur. Volgenseen meerderheid van uw Kamer vormt het gegeven dat ook in eenaangescherpt systeem de kans op misstanden niet volledig kan wordenuitgesloten reden om nu actief de afbouw in gang te zetten. Dit betekentdat er niet meer voor wordt gekozen eerst de ontwikkelingen in de landenvan herkomst af te wachten binnen een aangescherpt systeem, zoals1Kamerstukken II, 2023/24, 33 836, nr. 92.2Kamerstukken II, 2023/24, 31 265, nr. 128. kst-31265-133ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1331 eerder de beleidslijn was. Uw Kamer heeft verzocht met een nieuw plan tekomen waarmee interlandelijke adoptie op zorgvuldige wijze wordtafgebouwd, aan welk verzoek ik conform de toezegging van mijnambtsvoorganger in zijn brief aan uw Kamer van 21 mei 2024 gehoorgeef.Dit is een ingrijpend besluit dat volgens sommigen al eerder genomenhad moeten worden, en dat volgens anderen nooit genomen had mogenworden. De afgelopen maanden is mij duidelijk geworden dat adoptie eenbreed pallet van emoties oproept, en dat dit vraagstuk verschillendeinvalshoeken kent. Alleen al binnen de groep geadopteerden die in hetverleden is geadopteerd, wordt de wenselijkheid van adoptie heelverschillend ervaren. Zo zijn er de invalshoeken van geadopteerden diezijn opgegroeid in een andere cultuur en omgeving dan hun oorspronke-lijke en die als gevolg van misstanden kampen met problemen bij hetachterhalen van hun afkomst en hun identiteit. Misstanden en hungevolgen willen we in de toekomst blijven voorkomen. Daarnaast pleitendeze misstanden en de gevolgen daarvan ervoor om, met het oog op deblijvende kwetsbaarheden in het systeem, niet door te gaan met interlan-delijke adoptie. Daar tegenover staan geadopteerden die positief zijn overhun adoptie en tevreden zijn met hun leven in Nederland sindsdien en diepleiten voor een behoud van interlandelijke adoptie. Verder zie ik ook datin sommige landen van herkomst nog steeds beperkte middelen bestaanom kinderen een veilig huis en een goed gezin te bieden, terwijl er binnenNederland aspirant-adoptiefouders zijn die deze kinderen graag zoudenwillen opnemen in hun gezin. Door onder meer de vergunninghouders ende Centrale autoriteit is daarom met veel toewijding gewerkt aan dekwaliteitswaarborgen in de procedures, sinds de totstandkoming van hetHaags Adoptieverdrag in 1993 en na het verschijnen van het rapport vande Commissie Joustra in 2021. De wens van deze partijen en vanaspirant-adoptiefouders dat een vorm van interlandelijke adoptie metextra waarborgen kan worden voortgezet, is daarom goed invoelbaar.Zoals uw Kamer constateert, kan ook met extra waarborgen in hetsysteem geen garantie worden gegeven dat zich in de toekomst geenmisstanden meer zullen voordoen. Het internationale aspect bemoeilijkthet voorkomen van misstanden en maakt dat er nooit volledig zicht zalzijn op hoe in landen van herkomst wordt omgegaan met kwetsbarekinderen.Ik respecteer daarom het verzoek van uw Kamer om interlandelijkeadoptie op zorgvuldige wijze af te bouwen. Daarbij pleit ik voor duide-lijkheid en koersvastheid op dit terrein. Sinds het verschijnen van hetrapport van de Commissie Joustra hebben betrokkenen zoals degeadopteerden zelf, de aspirant-adoptiefouders, de partners in deadoptieketen en ook de landen van herkomst te maken gehad metwisselingen in de uitvoering. Eerst was er de opschorting na de publicatievan het rapport van de Commissie Joustra, waarop een fundamenteleherbezinning op de toekomst en het systeem volgde. Vervolgens is in april2022 besloten interlandelijke adoptie te hervatten en zijn procedures naeen zorgvuldige landenselectie uiteindelijk in 2023 weer opgestart. Ookwerd gewerkt aan oprichting van een nieuwe centrale bemiddelingsorga-nisatie, versterkt toezicht en een nieuwe adoptiewet. Op 16 april 2024heeft een meerderheid van uw Kamer alsnog de regering verzocht ominterlandelijke adoptie af te gaan bouwen. Dat had tot gevolg dat lopendeverbetermaatregelen in het systeem meteen moesten worden herover-wogen en dat enkele zijn stopgezet.3 Na al deze ontwikkelingen is het voor3Idem.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1332 alle betrokkenen belangrijk om nu duidelijkheid te bieden, waardoorhopelijk ook rust zal ontstaan.Mijn voorganger heeft in zijn brief van 21 mei 2024 aangekondigd dat ervanuit het perspectief van afbouw vanaf dat moment geen nieuweinschrijvingen bij Fiom meer in behandeling worden genomen.4 Op21 mei 2024 waren er in totaal 587 aspirant-adoptiefouders bij Fiomaangemeld voor de procedure ter adoptie van een kind uit het buitenland.Het afbouwplan moet, zoals toegezegd, duidelijkheid bieden over deafbouwtermijn en de groep aspirant-adoptiefouders die de procedurekunnen vervolgen. Uw Kamer heeft mij gevraagd dit zorgvuldig te doenen die wens deel ik.De afgelopen periode heeft op ambtelijk niveau overleg plaatsgevondenmet de partners in de adoptieketen (Fiom, de Raad voor de Kinderbe-scherming, de vergunninghouders, de Centrale autoriteit internationalekinderaangelegenheden (hierna: Centrale autoriteit)), vertegenwoordigersvan belangenorganisaties van geadopteerden en aspirant-adoptiefouders,Rijksinspecties en de betrokken organisaties in de landen van herkomst.Dat heeft geleid tot een drietal uitgangspunten en een afbouwplan, die ikin deze brief verder uiteenzet.Ik neem uw Kamer eerst mee in deze uitgangspunten, waarna ik hetvoorstel voor de afbouw toelicht. Vervolgens zal ik nader ingaan op degevolgen en de randvoorwaarden. Ten slotte licht ik het vervolgprocestoe.3. Uitgangspunten De volgende drie uitgangspunten zijn leidend geweest bij de keuzesaangaande de afbouw van interlandelijke adoptie:1.zorgvuldigheid2.duidelijkheid op korte termijn3.uitvoerbaarheidAd 1. ZorgvuldigheidOnder zorgvuldig afbouwen versta ik dat er rekening wordt gehouden metde positie en de belangen van alle betrokkenen. Op de eerste plaats denog te adopteren kinderen, maar ook geadopteerden, aspirant-adoptiefouders, adoptiefouders, partners in de adoptieketen en interna-tionale relaties. Zij ervaren de gevolgen van de keuzes rondom de afbouwen moeten erop kunnen vertrouwen dat de Nederlandse overheid alsbetrouwbare partner hun positie en belangen heeft meegewogen bij degemaakte keuzes.Dit betekent dat er goed gekeken is naar het belang van kinderen, dataltijd de eerste overweging vormt, zoals neergelegd in de artikelen 3 en 21van het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind en dattevens uitgangspunt vormt in het Haags Adoptieverdrag uit 1993. Ik vindhet belangrijk dat procedures waarin al kinderen voor adoptie in beeldzijn, zorgvuldig kunnen worden vervolgd in een periode van afbouw. Voorde kinderen die mogelijk nog geadopteerd zullen worden, geldt dat in hunbelang de adoptieprocedure met zoveel mogelijk waarborgen omkleedmoet worden.Daarnaast is ook rekening gehouden met de positie van de aspirant-adoptiefouders, die veelal een langdurig en emotioneel proces doorlopen.Ik hecht eraan dat aspirant-adoptiefouders die de procedure gedurende deafbouw kunnen vervolgen daarvoor nog een redelijke termijn wordt4Idem.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1333 geboden. Ook moet daarbij de reële kans dat een lopende procedure in deresterende tijd nog succesvol kan worden doorlopen worden meege-wogen. Daarbij geldt uiteraard altijd dat een adoptieprocedure nooit degarantie op een adoptie biedt, aangezien moet worden voldaan aanallerlei voorwaarden en aangezien adoptie in een individueel gevalafhankelijk is van allerlei omstandigheden in Nederland en in het land vanherkomst.Zorgvuldigheid betekent ook kwaliteit. De focus op afbouwen maguiteraard niet ten koste gaan van de kwaliteit van de uitvoering vanprocedures. Het rapport van de Commissie Joustra wees op kwetsbaar-heden in het systeem, waarvoor in de afgelopen jaren maatregelen ingang zijn gezet om het systeem strikter in te richten. Een deel van dezemaatregelen, zoals de oprichting van een nieuwe centrale bemiddelings-organisatie, is nu niet langer opportuun, zoals mijn ambtsvoorganger aanuw Kamer heeft medegedeeld.5 Des te belangrijker is het daarom datkwaliteitswaarborgen gedurende de periode van afbouw, waar nodig enmogelijk, worden versterkt.Tot slot betekent zorgvuldig afbouwen ook dat de landen van herkomsttijd wordt gegund om zich voor te bereiden op de situatie dat Nederlandgeen land van opvang meer zal zijn. En dat er tijd is om de langer lopendeverplichtingen als de periodieke rapportages over het welzijn van het kind,ook wel progress-rapportages genoemd, te borgen. Met de autoriteiten inde landen van herkomst is contact gelegd over de impact van stopzettingvan interlandelijke adoptie in Nederland en de behoeften aldaar.Ad 2. Duidelijkheid op korte termijnSinds het verschijnen van het rapport van de Commissie Joustra infebruari 2021 hebben de betrokkenen bij adoptieprocedures als gevolgvan de verschillende politieke en beleidskeuzes te maken gehad metwisselingen bij de uitvoering van adoptieprocedures. Dit leidt totonzekerheid bij de aspirant-adoptiefouders over hun toekomst, en vraagtveel van de wendbaarheid van de betrokken organisaties en van interna-tionale samenwerkingsrelaties. Ook op degenen die in het verleden zijngeadopteerd hebben deze wisselingen een grote impact gehad. Het isvoor alle betrokkenen daarom van belang dat zij op korte termijnduidelijkheid krijgen over de wijze waarop het systeem van interlandelijkeadoptie wordt afgebouwd. Het is belangrijk dat er nu een periode vanduidelijkheid en koersvastheid aanbreekt.Ad 3. UitvoerbaarheidBij de uitwerking van het afbouwplan heeft de uitvoerbaarheid ook een rolgespeeld. Daarbij gaat het om de impact op de betrokken organisaties(met name de vergunninghouders), het borgen van langer lopendeverplichtingen, de tijd die nodig is voor het beheren en overdragen vanadoptiedossiers en de financiële randvoorwaarden. Dit geldt ook voor dejuridische voorwaarden die vereist zijn en een bepalende rol spelen bij dekeuzes rondom de afbouw.De huidige adoptieprocedure (aan Nederlandse zijde)Fase 1. Aspirant-adoptiefouders melden zich aan bij Fiom. Fiomtoetst of voldaan wordt aan de voorwaarden om toegelaten teworden tot de adoptieprocedure. Bij aanmelding krijgen deaspirant-adoptiefouders een BKA-nummer, wat staat voor Buiten-lands Kind ter Adoptie. Fiom geeft aan de aspirant-adoptiefouders deverplichte informatiebijeenkomst en voorlichtingsbijeenkomsten.5Idem.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1334 Fase 2. Na de informatie- en voorlichtingsbijeenkomsten meldenaspirant-adoptiefouders zich aan bij de Raad voor de Kinderbe-scherming voor een gezinsonderzoek. Op basis van dit gezinson-derzoek geeft de Raad voor de Kinderbescherming advies over degeschiktheid van de aspirant-adoptiefouders om een adoptiekind opte voeden. Op basis van het gezinsrapport besluit de Centraleautoriteit over de afgifte van de beginseltoestemming. Als debeginseltoestemming wordt afgegeven, hebben aspirant-adoptiefouders toestemming om een kind uit het buitenland teadopteren. Dit geeft geen recht of garantie op adoptie.Fase 3. Vervolgens schrijven aspirant-adoptiefouders zich in bij eenvergunninghouder voor bemiddeling. Dat kan bij één van de drievergunninghouders: A New Way, de Nederlandse Adoptiestichtingen Wereldkinderen. De vergunninghouder Meiling neemt al enigetijd geen nieuwe bemiddelingsverzoeken meer aan. Bemiddelinghoudt in: de werkzaamheden van de vergunninghouder die zijngericht op het vinden van een goede match tussen de aspirant-adoptiefouders en een adoptiekind in de landen waar de betreffendevergunninghouder actief is.Fase 4. Wanneer deze match is gevonden, wordt dit voorstelvoorgelegd aan de Centrale autoriteit. De Centrale autoriteit kan, alszij bedenkingen heeft naar aanleiding van het matchingsvoorstel, deRaad voor de Kinderbescherming vragen om aanvullend onderzoekte doen. Indien de Centrale autoriteit geen bedenkingen heeft, geeftde Centrale autoriteit de zogeheten approval af. Hierna kunnenaspirant-adoptiefouders het voorstel al dan niet accepteren. Naacceptatie van het voorstel kan de procedure worden gestart om hetkind te laten afreizen naar Nederland.Fase 5. Na aankomst van het kind in Nederland worden op verzoekvan sommige landen van herkomst progress-rapportages verstuurdaan het land van herkomst. Deze periodieke rapportages over hetwelzijn van het kind zijn bedoeld om het land van herkomst én insommige landen ook de biologische familie op de hoogte te houden.De vergunninghouder verleent voor ten minste een jaar na aankomstvan het kind in Nederland nazorg.4. Voorstel voor de afbouw Mijn voorstel is dat het systeem van interlandelijke adoptie in een periodevan zes jaar wordt afgebouwd. Dit tijdspad heeft twee onderdelen:Ten eerste: vergunninghouders worden in de gelegenheid gesteld om nogeenmaal de huidige vergunning te verlengen met een reguliere periodevan vijf jaar.6 Dat komt met het oog op de huidige vergunningen neer opeen uiterlijke expiratiedatum van 18 december 2030.Ten tweede: om ervoor te kunnen zorgen dat waar mogelijk adopties voordie tijd zijn afgerond, kunnen voorstellen voor bemiddeling tussen kind enaspirant-adoptiefouders (het matchingsvoorstel) tot uiterlijk 1 mei 2030door de vergunninghouder ter goedkeuring worden ingediend bij deCentrale autoriteit.Op deze manier wordt tijd geboden om de laatste stappen van deadoptieprocedure zoveel als mogelijk zorgvuldig af te ronden, zoals hetafreizen van het kind naar Nederland. Waar dat door omstandigheden nietmogelijk blijkt in de periode tussen 1 mei en 18 december 2030, zal de6Artikel 16a Wobka.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1335 Centrale autoriteit na 18 december 2030 de resterende bemiddelendewerkzaamheden overnemen en afronden.Hieronder licht ik de overwegingen die ten grondslag liggen aan ditvoorstel voor de afbouw nader toe.TermijnDe afbouwtermijn van zes jaar vanaf heden, tot eind 2030, sluit goed aanbij de hiervoor in paragraaf 3 genoemde uitgangspunten.Procedures waarin kinderen al in beeld zijn (fase 4) kunnen in dezeperiode zorgvuldig worden afgerond. Ook kan aspirant-adoptiefoudersnog een redelijke periode worden geboden om de procedure te vervolgen.Tegelijkertijd zullen er onvermijdelijk aspirant-adoptiefouders zijn (vooralouders die nu in fase 1 van de procedure zitten) voor wie de bemiddelingniet zal zijn afgerond binnen het voorgestelde tijdspad tot eind 2030.Verder biedt het voorstel tijd voor een zorgvuldige en betrouwbareuitvoering van de afbouw. Zo moet de benodigde wetswijziging in gangworden gezet en zal uiterlijk aan het einde van de afbouwtermijn denieuwe wet in werking moeten treden (zie verderop onder paragraaf 6).Daarnaast moet de nazorg voor geadopteerden, adoptiefouders en landenvan herkomst worden geborgd en dienen adoptiedossiers te wordenovergebracht van de vergunninghouders naar het Nationaal Archief. Ik zalhier later in deze brief op ingaan.Ook de landen van herkomst krijgen hiermee voldoende tijd om lopendeprocedures zorgvuldig af te ronden en om hun systeem aan te passen opde situatie dat zij uiteindelijk geen Nederlandse ouderdossiers meer zullenontvangen.Het voorstel biedt tot slot ook ruimte aan de vergunninghouders. Naast detijd die zij nodig hebben voor de bemiddelingswerkzaamheden (degemiddelde doorlooptijd van bemiddeling vanuit de vergunninghoudersis drie jaar), hebben zij op deze manier ook tijd om hun werkzaamhedenzorgvuldig af te ronden en waar nodig deels over te dragen aan deCentrale autoriteit. Daarnaast is er tijd om de in de afgelopen jarenopgebouwde kennis en ervaring over te dragen, zodat de kennis over hetwerk van vergunninghouders beschikbaar blijft voor toekomstige vragenvan onder andere degenen die in het verleden zijn geadopteerd.Overwegingen ten aanzien van de aspirant-adoptiefouders met eenlopende adoptieprocedureEen belangrijke vraag die voorligt is of het verantwoord is dat de reedslopende procedures gedurende de afbouw nog worden voortgezet, metname procedures die zich bevinden in fase 1. Op 21 mei 2024 betrof hetnog 587 procedures.7 Daarvan bevonden zich 293 aspirant-adoptiefoudersin fase 1 van de adoptieprocedure, namelijk de voorlichting van Fiom. 97aspirant-adoptiefouders waren op dat moment aangemeld bij de Raadvoor de Kinderbescherming voor fase 2, het gezinsonderzoek. De overige197 aspirant-adoptiefouders – dat zijn dus de aspirant-adoptiefouders aanwie reeds beginseltoestemming was verleend door de Centrale autoriteit –bevonden zich op 21 mei 2024 in één van de laatste fasen van deadoptieprocedure, de bemiddeling.7Voor alle cijfers die verder in deze Kamerbrief worden genoemd, is de peildatum 21 mei 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1336 Aan uw Kamer is toegezegd dat met deze brief duidelijkheid wordtverschaft over welke procedures nog worden voortgezet. Hier iszorgvuldig naar gekeken en ik ben tot de conclusie gekomen dat alleaspirant-adoptiefouders die zich op 21 mei 2024 in één van de fases vande adoptieprocedure bevonden, de mogelijkheid moet worden gebodende adoptieprocedure voort te zetten binnen de gestelde termijn tot eind2030.Ik heb hierbij ook de reële kans dat een lopende procedure in de reste-rende tijd nog succesvol kan worden doorlopen meegewogen. Die kans isniet voor alle aspirant-adoptiefouders dezelfde. Dat is het gevolg van deomstandigheid dat de afgelopen decennia sprake is van een dalend aantalkinderen dat in de landen van herkomst voor adoptie in aanmerking komt.Er worden thans ongeveer vijftig kinderen per jaar geadopteerd vanuit hetbuitenland. De verwachting is dat het aantal adopties in de komende tijdverder zal afnemen. Dat betekent dat de adoptieprocedure aan het eindevan de afbouwtermijn voor een aanzienlijke groep aspirant-adoptiefouders niet tot een afgeronde adoptie zal leiden. Dat geldt metname voor de aspirant-adoptiefouders die nu nog aan het begin van deprocedure staan.Voor aspirant-adoptiefouders die nu nog de eerste fase van de adoptie-procedure doorlopen is de kans heel klein dat deze procedure uiteindelijkleidt tot een geslaagde adoptie. Dit terwijl een adoptieprocedure eenbuitengewoon emotioneel proces is voor aspirant-adoptiefouders. Geletop de zeer beperkte kans op een feitelijke adoptie zou ik deze ouderswillen laten adviseren om, hoe moeilijk die beslissing ook moet zijn, deadoptieprocedure niet te continueren. Ik begrijp dat dit een ingewikkeldekeuze is die om uitgebreide afweging vraagt. Toch wil ik hen demogelijkheid ook niet onthouden om de adoptieprocedure voort te zetten,nu niet met zekerheid is te stellen dat niemand van de aspirant-adoptiefouders die zich nu in fase 1 bevinden, binnen de gestelde termijntot eind 2030 tot een geslaagde en afgeronde adoptie kan komen. Hoeonwaarschijnlijk ook, het komt mij voor dat het redelijk en zorgvuldig ishen deze (kleine) kans niet te ontnemen.Ik heb Fiom gevraagd om gedurende de voorlichting aspirant-adoptiefouders uitdrukkelijk te wijzen op de (heel) beperkte kans dat deadoptieprocedure uiteindelijk tot een geslaagde bemiddeling en dus eendaadwerkelijke adoptie zal leiden.Fiom neemt voorts op verzoek van mijn ambtsvoorganger sinds 21 mei2024 geen nieuwe aanvragen meer in behandeling. Het laten instromenvan nieuwe aspirant-adoptiefouders in de wetenschap dat het systeemvan interlandelijke adoptie gaat worden afgebouwd en definitief zalstoppen, is irreëel. Het aantal adopties per jaar is beperkt en tegelijkertijdbevindt zich al een aanzienlijk aantal aspirant-adoptief ouders in eenadoptieprocedure, waarbij zeker niet in alle gevallen aan het eind van deafbouwtermijn een adoptie is gerealiseerd. Personen die zich ondanksbovenstaande willen inschrijven voor een nieuwe adoptieprocedure, watik hen ontraad, zullen door FIOM worden doorgeleid naar de Centraleautoriteit. De Centrale autoriteit zal hen wijzen op het zeer beperkterealiteitsgehalte van een nieuwe inschrijving voor interlandelijke adoptiein combinatie met de (emotionele) belasting van een adoptieprocedure.Met de wetswijziging die in het kader van de afbouw in voorbereiding iszal de mogelijkheid tot het indienen van een aanvraag, hetgeen nu noghet geval is, volledig komen te vervallen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1337 Ik ben mij ervan bewust dat een afbouwtermijn van zes jaar en de groottevan de groep aspirant-adoptiefouders die de procedure daarbinnen nogkan vervolgen, bij een deel van de geadopteerden zwaar zal vallen, metname degenen die hebben moeten constateren dat sprake is geweest vanmisstanden ten tijde van hun adoptie in het verleden. Onvermijdelijk isimmers dat er kwetsbaarheden zitten in het systeem, waaraan kinderendie in deze afbouwperiode nog voor adoptie in aanmerking komen,gedurende de afbouw nog worden blootgesteld. Om die reden blijven deal getroffen verbetermaatregelen die zien op de kwetsbaarheden in hetbuitenland van kracht, zoals de landenselectie, een actiever internationaalbeleid en een striktere toets door de Centrale autoriteit op de matchings-voorstellen. Ook is extra toezicht en controle in het systeem vereist. Daarkom ik bij de randvoorwaarden op terug.Lopende procedures in landen van herkomst waarmee de samenwer-kingsrelatie al wordt afgebouwdDe afbouw heeft geen consequenties voor de procedures van aspirant-adoptiefouders die op 2 november 2022 een dossier hadden liggen in delanden van herkomst waarmee, naar aanleiding van de landenanalyse innovember 2022 al is besloten de adoptierelatie af te bouwen.8 Dezeafbouw loopt tot uiterlijk 18 december 2025.Ik heb de wens van aspirant-adoptiefouders om ook voor deze landen aante sluiten bij de afbouwtermijn tot eind 2030 gehoord. Dit vind ik, gelet opde uitkomsten van de landenanalyse, echter niet wenselijk. Op grondhiervan is namelijk besloten de relatie met deze landen te beëindigen envoor 18 december 2025 tot een afronding te komen. Dit was een belang-rijke stap die destijds is gezet in de transitie naar een systeem met meerwaarborgen. Hierover is toen ook uitgebreid gedebatteerd met uw Kamer.De aspirant-adoptiefouders die op 2 november 2022 een dossier haddenliggen in de landen van herkomst waarmee de adoptierelatie wordtafgebouwd, zijn vorig jaar geïnformeerd over hun handelingsmogelijk-heden. Eén van deze mogelijkheden betrof een gewijzigde keuze voor eenland waarmee de adoptierelatie wel voortgezet zou worden. Dezekeuzemogelijkheid blijft gedurende de afbouw bestaan. Dat betekent datdeze groep aspirant-adoptiefouders ook gedurende een periode vanafbouw nog de mogelijkheid hebben om over te stappen naar één van delanden van herkomst waarmee de adoptierelatie na 18 december 2025nog wordt voortgezet. Dat zijn Bulgarije, de Filipijnen, Hongarije, Lesotho,Portugal, Taiwan, Thailand en Zuid-Afrika. Ik zal de vergunninghoudersverzoeken deze groep aspirant-adoptiefouders hierover nader teinformeren.5. Randvoorwaarden voor de afbouw Kwaliteit: toezicht en controleDe afbouw vraagt veel van de betrokken ketenpartners en kent ookkwetsbaarheden. In het licht van het rapport van de Commissie Joustra ende geconstateerde misstanden, vind ik het belangrijk dat de kwaliteit vande werkzaamheden van deze partners geborgd blijft, terwijl het aantal ende omvang van de werkzaamheden door de afbouw steeds verder zullenafnemen. Dat betekent dat de al getroffen maatregelen die naar aanleidingvan de bevindingen van de Commissie Joustra zijn genomen, intactblijven. Zoals eerder aangegeven, houdt dat ook in dat adoptie gedurendede afbouw alleen nog mogelijk is uit de geselecteerde landen van8De Verenigde Staten, China, Slowakije, Tsjechië, Peru, Colombia en Burkina Faso.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1338 herkomst die voldoen aan de vereisten van zorgvuldigheid. De Centraleautoriteit zal deze samenwerkingsrelaties blijven monitoren en delandenanalyse ook periodiek herhalen. Door middel van werkbezoeken endoor het delen van ervaringen in internationaal verband met ontvangendelanden, blijft er zicht op de ontwikkelingen binnen de geselecteerdelanden van herkomst.Toen de focus nog lag op de transformatie van het adoptiesysteem, zoumet de komst van de centrale bemiddelingsorganisatie met versterktoverheidsgezag meer grip en zicht op de bemiddeling ontstaan. Ook wasmet een wetswijziging voorzien dat de Inspectie Justitie en Veiligheid inde toekomst ketenbreed toezicht zou gaan houden. De afbouw maakteverdere uitvoering hiervan niet meer mogelijk en zinvol, zoals al aan uwKamer is gemeld.9 Dat laat echter onverlet dat ook gedurende de afbouwhet toezicht en de controle op de uitvoering moeten worden vergroot.Daarom blijf ik met verschillende Rijksinspecties in gesprek over deurgentie hiervan en de mogelijkheden daartoe vanuit de huidige wettelijkekaders. In dat verband heb ik de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugdgevraagd en bereid gevonden om gedurende de afbouw een andere vormvan toezicht te houden op de bemiddeling door de vergunninghouders diepast bij de afbouw en toeziet op de risico’s. Dit toezicht houdt in dat deInspectie Gezondheidszorg en Jeugd de afbouwplannen van de vergun-ninghouders zal toetsen en vervolgens in dit proces periodieke monitoringuitvoert. Vanuit deze monitoring wordt bekeken welke toezichtactiviteitennodig zijn. Ook zal vanuit mijn ministerie gedurende de afbouw frequentoverleg plaatsvinden over de uitvoering van de procedures gedurende deafbouw met de vergunninghouders alsook met de ketenpartnersgezamenlijk.Overdracht dossiersBij brief van 26 maart 2024 (Kamerstuk 33 836, nr. 90) is uw Kamergeïnformeerd over het voornemen en de verkenning om adoptiedossiersdie zich nu onder meer bevinden bij de vergunningshouders, over tebrengen naar het Nationaal Archief. Deugdelijk beheer van dossiers is vangroot belang, ook in een periode van afbouw. Overdracht naar hetNationaal Archief zorgt hier voor en vergroot bovendien de vindbaarheidvan dossiers en de eenduidigheid van het inzagebeleid. Dit voornemenricht zich naast de binnenlandse adoptiedossiers ook op de dossiers vaninterlandelijk geadopteerden. Het betreft onder meer circa 26.500adoptiedossiers die thans grotendeels worden bewaard bij de vergun-ninghouders. Momenteel loopt een project dat ernaar streeft om dezeadoptiedossiers onder te brengen bij het Nationaal Archief. Voorzorgvuldige overdracht wordt een plan opgesteld om deze dossiers dekomende jaren gefaseerd over te brengen naar het Nationaal Archief. Inwetgeving zal dit moeten worden verankerd. Het kader voor de toegangtot en inzage in deze dossiers vloeit voort uit de Archiefwet- en regel-geving.Ondersteuning landen van herkomstVia het Permanent Bureau van de Haagse Conferentie voor InternationaalPrivaatrecht worden landen van herkomst gedurende een periode van vijfjaar ondersteund bij de implementatie van de uitgangspunten van hetHaags Adoptieverdrag, zoals het subsidiariteitsbeginsel. Deze inzet pastbij het uitgangspunt dat kinderen primair op een adequate en veilige wijzekunnen worden opgevangen in landen van herkomst zelf. Daarom zet ikdeze ondersteuning voort. Zoals al aan uw Kamer gemeld is ten aanzien9Idem.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1339 van de ondersteuning van landen van herkomst voor de komende vijf jaarruim 750.000 euro gereserveerd.10FinancieelDit afbouwplan heeft ook financiële consequenties. Na het rapport van deCommissie Joustra zijn de adoptieprocedures opgeschort en geleidelijk bijminder landen gecontinueerd. Dat heeft ertoe geleid dat is besloten devergunninghouders deels te subsidiëren teneinde de kwaliteit van dedienstverlening te kunnen blijven garanderen. Dat zal ook in de komendejaren nodig blijven aangezien de inkomsten van de vergunninghoudersmet een afnemend aantal bijdragende aspirant-adoptiefouders zullenaflopen. Ook andere partners in de keten, zoals de Raad voor de Kinderbe-scherming en de Centrale autoriteit, zullen zich moeten voorbereiden opde afbouw. Tot slot brengen de overdracht en het beheer van dossiers ookkosten met zich. Deze kosten zullen worden gedekt vanuit de begrotingvan Justitie en Veiligheid.6. Uitvoeringsconsequenties De afbouw van interlandelijke adoptie heeft voor verschillende organi-saties en de landen van herkomst uitvoeringsconsequenties. Dit licht ikhieronder nader toe.Partners in de keten•Fiom. Aspirant-adoptiefouders die in fase 1 de voorlichting zullenwillen vervolgen, zullen door Fiom nadrukkelijk gewezen worden op debeperkte kans op een daadwerkelijke adoptie. In 2025 zullen de laatstegroepsgewijze voorlichtingstrajecten zijn afgerond.•Raad voor de Kinderbescherming. De Raad voor de Kinderbescher-ming zal naar verwachting in de eerste jaren van de afbouw nognieuwe gezinsonderzoeken voor de eerste afgifte van een beginseltoe-stemming uitvoeren. De Raad voor de Kinderbescherming zal daarnanog onderzoeken verrichten, bijvoorbeeld bij de verlenging van eenbeginseltoestemming of als er nader onderzoek nodig is bij eenspecifieke matching.•Vergunninghouders. Voor de vergunninghouders geldt dat dehuidige vergunning afloopt op uiterlijk 18 december 2025. Omdat eenzorgvuldige afbouw voor die datum niet realiseerbaar is, krijgen devergunninghouders nog eenmalig de gelegenheid de vergunning teverlengen voor de wettelijke termijn van vijf jaar. Daartoe kunnen devergunninghouders een aanvraag doen, mede op basis van eenafbouwplan. De vergunninghouders worden financieel ondersteundvia subsidieverzoeken, zodat zij ook gedurende de afbouw eenfinancieel gezonde organisatie met voldoende gekwalificeerdpersoneel in stand kunnen houden. De voorwaarden voor de subsidievan 2025 tot 2030 worden momenteel uitgewerkt. De vergunninghou-ders kunnen tot 1 mei 2030 matchingsvoorstellen indienen bij deCentrale autoriteit. Daarna vindt een zorgvuldige overdracht van detaken plaats naar de Centrale autoriteit. Daarnaast worden afsprakengemaakt over zorgvuldige overdracht van dossiers naar het NationaalArchief (zie randvoorwaarden).•Centrale autoriteit.a.Met de voorgestelde afbouwtermijn zullen de taken van deCentrale autoriteit onverminderd voort blijven duren. Dat betekentdat zij gedurende de afbouwperiode in ieder geval verantwoorde-lijk blijft voor het toe- of afwijzen van de beginseltoestemming en10Kamerstukken II, 2023/24, 31 265, nr. 128.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 13310 de beoordeling van de matchingsvoorstellen. Daarbij blijft hetintensievere internationale beleid dat door de Centrale autoriteitgevoerd wordt van kracht. Dat houdt in dat de Centrale autoriteitregelmatig werkbezoeken zal afleggen aan de landen vanherkomst en zal monitoren dat het Haags Adoptieverdrag wordtnageleefd zoals bedoeld.b.Ook zal de Centrale autoriteit na de periode van afbouw een rolblijven spelen. In ieder geval zal de Centrale autoriteit vanaf18 december 2030 de resttaken overnemen voor lopendebemiddelingen waarvoor een matchingsvoorstel is ingediend enuiteindelijk een approval kan worden afgegeven, zoals hetbegeleiden van de aspirant-adoptiefouders bij het afreizen naarhet land van herkomst en de overkomst van het kind naarNederland. Bovendien wordt de Centrale autoriteit verantwoorde-lijk voor het verzenden van de progress-rapportages naar delanden van herkomst. Ten slotte zal de Centrale autoriteit eenvraagbaak blijven voor burgers, collega-Centrale autoriteiten enorganisaties.De landen van herkomstZoals mijn voorganger in zijn brief van 21 mei 2024 heeft aangegeven,blijft de selectie van de acht landen waar de adoptierelatie mee wordtvoortgezet, van kracht.11 De landenselectie is namelijk een belangrijkewaarborg in het systeem die eraan bijdraagt dat procedures zorgvuldigverlopen.De Centrale autoriteit heeft de afgelopen periode contacten gehad met delanden van herkomst waarmee een samenwerkingsrelatie bestaat. Hieruitblijkt dat landen van herkomst het besluit om af te bouwen respecteren.Deze landen hebben het belang benadrukt van de kinderen die reeds inbeeld zijn voor een adoptie. Gelet op de voorbereiding en de bereidheidvan de Nederlandse aspirant-adoptiefouder om kinderen met een specialezorgbehoefte op te nemen, konden en kunnen deze kinderen een plekvinden in een gezin in Nederland. Met name is er door enkele landen vanherkomst de zorg uitgesproken over het versturen van progress-rapportages na de afbouw termijn.7. Na de afbouw Haags AdoptieverdragNederland is zoals bekend partij bij het Haags Adoptieverdrag uit 1993(hierna: HAV).12 Aan het HAV ligt het subsidiariteitsbeginsel tengrondslag: een kind moet zoveel als mogelijk worden groot gebracht inhet eigen land, de eigen cultuur en binnen het eigen familieverband, zodatinterlandelijke adoptie wordt beperkt tot uitzonderlijke gevallen waarinniet in het land van herkomst kan worden voorzien in een bevredigendeoplossing. Het HAV voorziet ook in een systeem van samenwerking tussencentrale autoriteiten in alle verdragslanden.13 Voor de afbouw is het nietnodig om het HAV op te zeggen en ik zie daarvoor ook geen aanleiding.Het HAV verplicht de aangesloten staten niet tot het tot stand brengen vaninterlandelijke adopties, maar voorziet er slechts in dat als een interlande-lijke adoptie plaatsvindt, dit gebeurt met inachtneming van de proce-durele waarborgen van het HAV. Ik vind het belangrijk dat Nederland blijftsamenwerken met de andere verdragsstaten in verband met de eventuele11Kamerstukken II, 2023/24, 31 265, nr. 128.12Trb. 1996, nr. 94.13https://www.hcch.net/en/instruments/conventions/specialised-sections/intercountry-adoptionTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 13311 werkzaamheden van de (Nederlandse) Centrale autoriteit na de afbouw(bijvoorbeeld rond de progress-rapportages) en als gesprekspartner op dehoogte blijft van de internationale ontwikkelingen op dit terrein, bijvoor-beeld als het gaat om de ondersteuning van volwassen geadopteerden.Wet- en regelgevingHet besluit om interlandelijke adoptie te beëindigen maakt wijziging vanwet- en regelgeving noodzakelijk. De Wet opneming buitenlandsekinderen ter adoptie (Wobka)14 moet worden ingetrokken. Hiervoor moetnieuwe wetgeving in de plaats komen.Het wetgevingstraject start ikhiertoe op. De nieuwe wet voor de afbouw van interlandelijke adoptie zaleen overgangsregeling bevatten. Daarnaast zal onder meer een regelingworden opgenomen voor de overbrenging van adoptiedossiers naar hetNationaal Archief. Toegang en inzage in de overgebrachte dossiers gaat inovereenstemming met de Archiefwet en de (Uitvoeringswet) AlgemeneVerordening Gegevensbescherming ((U)AVG). In het wetsvoorstel zal eenaantal overige voorzieningen worden opgenomen ter ondersteuning van(volwassen) geadopteerden.De Uitvoeringswet HAV zal worden aangepast aan de nieuwe positie vande Centrale autoriteit, die een aantal taken van de vergunninghouders zalovernemen zoals de werkzaamheden rond de progress-rapportages in hetkader van het HAV.De afbouw van interlandelijke adopties zal niet kunnen voorkomen datsommige aspirant-adoptiefouders vanwege hun blijvende kinderwens opzoek gaan naar andere wegen om een kind uit een ander land in hun gezinop te nemen en als hun eigen kind te verzorgen en op te voeden.Alternatieve routes worden in kaart gebracht en bepalingen worden zonodig opgenomen om onwenselijke routes tegen te gaan of te reguleren.Beheer dossiersNa het aflopen van de vergunningstermijn kunnen geadopteerden en hunadoptiefouders niet vanzelfsprekend meer terecht bij de vergunning-houders om een toelichting te krijgen op het adoptiedossier. Adoptiedos-siers zijn vaak complex en uitleg over adoptieprocessen kan behulpzaamzijn om informatie goed te kunnen duiden. Het is dan ook belangrijk datook deze informatie voor toekomstige generaties beschikbaar blijft. Omervoor te zorgen dat de kennis over de werkzaamheden van vergunning-houders na 2030 niet verloren gaat ben ik in overleg met INEA, hetexpertisecentrum interlandelijke adoptie, om na te gaan wat er nodig isom de komende periode in samenwerking met de huidige vergunning-houders en de belangenorganisaties van geadopteerden kennis over dezewerkzaamheden van vergunninghouders op te bouwen, zodat deze kennisvoor geadopteerden, adoptiefouders en latere generaties beschikbaarblijft.Waarborgen nazorg en progress-rapportagesOp dit moment kan de vergunninghouder, nadat de adoptiefouders methun geadopteerde kind in Nederland zijn aangekomen, nog een bepaaldeperiode nazorg bieden. Deze nazorg houdt onder andere in dat periodiekwordt gepolst hoe het gaat met het gezin na overkomst van het kind naarNederland en dat vragen van adoptiefouders worden beantwoord, zowelpraktisch als pedagogisch van aard. Met het aflopen van de vergunningenis dat voor de groep die na het verlopen van de vergunningstermijn(18 december 2030) nazorg behoeft niet meer vanzelfsprekend. Om ervoor14Stb. 1988, nr. 566.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 13312 te zorgen dat de laatste groep ouders die met het geadopteerde kind inNederland aankomt niet tussen wal en schip valt, is Fiom verzocht eenextra inspanningsverplichting op zich te nemen, zodat deze adoptief-ouders direct ergens terecht kunnen met vragen en problemen.Met de landen van herkomst zijn afspraken gemaakt over het opstellenvan progress-rapportages. Deze taak ligt thans bij de vergunninghoudersom hier met de adoptiefouders gevolg aan te geven. Het betreft rappor-tages op basis waarvan het land van herkomst en de biologische ouders(indien bekend) periodiek op de hoogte worden gehouden van devoortgang. Zoals reeds vermeld, zal na het aflopen van de vergunnings-termijn deze taak worden overgenomen door de Centrale autoriteit.Ondersteuning geadopteerdenIn deze brief ben ik ingegaan op de afbouw van interlandelijke adoptie ende gevolgen daarvan voor alle betrokkenen. De uitvoering ervan raakt ookdegenen die in het verleden zijn geadopteerd, waaronder degenen diemeer willen weten over hun afkomst en de omstandigheden van hunadoptie. Graag benoem ik in deze brief dat ik naast de afbouw ook werkaan een voorstel voor verbeteringen in het ondersteuningsaanbod aangeadopteerden. Uw Kamer heeft op 16 april 2024 ook een motie aange-nomen die de regering verzoekt om aanvullende ondersteunendemaatregelen voor interlandelijk geadopteerden.15 Ik streef ernaar om uwKamer spoedig en uiterlijk in februari 2025 ook nader te informeren overde invulling van deze motie. Daarbij zal ik ook het recent ontwikkeldeondersteuningsaanbod betrekken, zoals het aanbod van het expertise-centrum INEA en de subsidieregeling voor belangenorganisaties voorinterlandelijke geadopteerden.8. Vervolgproces Met dit afbouwplan zetten we een nieuwe koers in, waarmee de afbouwvan het systeem voor interlandelijke adoptie in gang wordt gezet. Eenbeladen keuze, die velen raakt. Ik acht het van groot belang rekening tehouden met de belangen en de gevoelens van de verschillende betrok-kenen, die de gevolgen van dit besluit rechtstreeks ondervinden. Dekinderen in lopende procedures, geadopteerden die zich al in Nederlandbevinden, aspirant-adoptiefouders, partners in de uitvoeringsketen en ookde landen van herkomst. Graag bied ik met dit plan definitief duidelijkheiden kan er koersvast en onomkeerbaar op een zorgvuldige wijze aan deafbouw worden gewerkt.Ik zal de komende periode verder over de afbouw in gesprek gaan met departners in de keten, de Rijksinspecties en vertegenwoordigers vanbelangenorganisaties om samen uitvoering te geven aan het afbouwplan.Ik zal uw Kamer volgend voorjaar informeren over de stappen die zijngezet.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. Struycken15Kamerstukken II, 2023/24, 33 836, nr. 93.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 13313

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 0170f3c8638f9664

14 okt 2026 · 03b1a4b35d960416

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.