document · 13 okt 2026 · Tweede Kamer
Inbreng verslag schriftelijk overleg over het ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot de goede werking van het chartale betalingsverkeer (Besluit chartaal betalingsverkeer)(Kamerstuk 36711-37)
Brontekst
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2026-2027 36711 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en enige andere wetten in verband met de goede werking van het chartale betalingsverkeer (Wet chartaal betalingsverkeer) Nr. VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld … 2026 De vaste commissie voor Financiën heeft op 13 oktober 2026 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de minister van Financiën over het door de minister op 23 september 2026 toegezonden Ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot de goede werking van het chartale betalingsverkeer (Besluit chartaal betalingsverkeer) (Kamerstuk 36 711, nr. 37). De minister van Financiën heeft deze vragen beantwoord bij brief van …... Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt. De voorzitter van de commissie, Jansen De adjunct-griffier van de commissie, Van der Steur I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het ontwerpbesluit chartaal betalingsverkeer. De internationale spanningen nemen toe en digitale systemen blijken kwetsbaar. Daarom vinden deze leden het van groot belang dat contant geld een betrouwbare terugvaloptie blijft, voor iedereen en in het hele land. Zij hebben nog enkele vragen. De leden van de D66-fractie vinden het belangrijk dat het besluit ruimte laat voor innovatie in de manier waarop contant geld beschikbaar wordt gesteld. Zij waarderen de techniekneutrale opzet en de mogelijkheid voor De Nederlandsche Bank (DNB) om ontheffing te verlenen voor innovatieve voorzieningen, zoals kleinere, flexibel inzetbare geldautomaten. Wel lezen zij dat het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) adviseert DNB ook uit eigen beweging ontheffing te laten verlenen. Welke ruimte ziet de minister om via een ontheffing ook nieuwe vormen van voorzieningen onderdeel te maken van de chartale basisinfrastructuur, zoals een mobiele geldautomaat die op vaste tijden verschillende locaties bedient? Tellen voorzieningen met een ontheffing mee voor de bereikbaarheids- en beschikbaarheidsnormen? Is de minister bereid DNB vooraf duidelijke criteria voor een ontheffing te laten publiceren, zodat aanbieders weten welke ruimte er is? De leden van de D66-fractie hechten eraan dat ook middelgrote banken en nieuwe toetreders tegen redelijke voorwaarden gebruik kunnen maken van de chartale basisinfrastructuur. De regering schreef eerder dat de tarieven en voorwaarden voor aansluitende banken ‘eerlijk, redelijk en niet-discriminerend’ moeten zijn en dat DNB hier nadere invulling aan kan geven. Hoe toetst DNB of aan deze norm wordt voldaan? Komt er een beleidsregel, en zo ja, wanneer? Wat is de stand van zaken van de afspraken tussen de aanbieders van de chartale basisinfrastructuur en de aansluitende banken? De leden van de D66-fractie vinden dat juist voor een crisis goed moet zijn nagedacht over hoe contant geld bij mensen blijft komen. Zij maken zich zorgen over de afhankelijkheid van één geldtransporteur, die volgens eerdere schattingen 90 tot 95 procent van de markt bedient. Welke risico’s ziet de minister hierbij en welke daarvan worden met dit besluit niet afgedekt? De regering noemde het voorgestelde regime eerder ‘voor nu voldoende’, terwijl het onderzoek van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) naar de overname van Ziemann Nederland door Brink’s nog liep. Is dat onderzoek inmiddels afgerond en wat is de uitkomst? Is er nu aanleiding voor aanvullende maatregelen? Zo nee, bij welke ontwikkeling wel? Deze leden lezen in de eerdere beantwoording dat een grote geldtransporteur ingrijpende wijzigingen vooraf aan DNB moet melden en dat DNB daarna een wachttermijn van maximaal 26 weken kan opleggen om een alternatief te organiseren. In haar uitvoeringstoets stelt DNB echter dat zij geen derde partij kan verplichten geldtransportdiensten uit te voeren als de dominante marktpartij wegvalt. Wie organiseert in dat geval het alternatief en is 26 weken daarvoor voldoende in een markt met één dominante partij? Wat gebeurt er bij plotselinge uitval, waarbij een wachttermijn geen uitkomst biedt? De leden van de D66-fractie begrijpen dat het chartale crisisplan om redenen van nationale veiligheid niet openbaar is. Is de minister bereid de Kamer hierover vertrouwelijk te informeren? Tot slot constateren de leden van de D66-fractie dat het ATR als eindoordeel gaf het besluit niet vast te stellen tenzij met de adviespunten rekening wordt gehouden en dat de minister meerdere adviespunten niet heeft overgenomen. Het ATR verzocht de gewijzigde versie opnieuw te mogen beoordelen. Is het besluit opnieuw aan het ATR voorgelegd? Zo nee, waarom niet? Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD- fractie De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbesluit chartaal betalingsverkeer en de bijbehorende nota van toelichting. Zij onderschrijven het belang van een goed functionerende chartale basisinfrastructuur, zodat contant geld beschikbaar blijft voor burgers en ondernemers die daarvan gebruik willen of moeten maken. Tegelijkertijd achten de leden het van belang dat de voorgestelde normen en verplichtingen uitvoerbaar, proportioneel en kostenefficiënt zijn en dat de continuïteit van het chartale betalingsverkeer ook op langere termijn is gewaarborgd. Zij hebben daarom nog enkele vragen over de bereikbaarheid en beschikbaarheid van contant geld, de betaalbaarheid van chartale dienstverlening, de continuïteit van het geldtransport en de monitoring en evaluatie van het besluit. De leden van de VVD-fractie constateren dat het ontwerpbesluit zowel landelijke dekkingsnormen als aanvullende normen voor de honderd grootste bevolkingskernen bevat. Zij onderschrijven het belang van een goede spreiding van voorzieningen voor het opnemen en storten van contant geld. Zij vinden het daarbij van belang dat de normen aansluiten bij de behoefte van burgers en ondernemers en dat de verplichtingen voor banken in verhouding staan tot het publieke belang. Kan de minister nader toelichten op basis van welke gegevens en berekeningen de landelijke dekkingsnormen en de aanvullende normen voor de honderd grootste bevolkingskernen zijn vastgesteld? In hoeverre zijn de gekozen percentages en afstandsnormen gebaseerd op de feitelijke behoefte aan contant geld en de reisafstanden die gebruikers afleggen? Hoe beoordeelt de minister of de meetmethode voldoende recht doet aan de feitelijke bereikbaarheid van voorzieningen? Kan de minister toelichten hoe wordt voorkomen dat de dekkingsnormen formeel worden gehaald, terwijl bepaalde wijken, dorpen of groepen in de praktijk onvoldoende toegang hebben tot voorzieningen voor het opnemen of storten van contant geld? De leden van de VVD-fractie hebben daarnaast vragen over de beschikbaarheidsnormen. Zij constateren dat het ontwerpbesluit verschillende minimumniveaus vaststelt voor de beschikbaarheid van voorzieningen en dat daarbij rekening wordt gehouden met omstandigheden die buiten de invloedssfeer van banken kunnen liggen. Op welke wijze wordt de feitelijke beschikbaarheid van de verschillende soorten voorzieningen gemonitord? Is de minister bereid om, indien uit de rapportages van DNB blijkt dat bepaalde voorzieningen structureel onvoldoende beschikbaar zijn, te beoordelen of aanvullende maatregelen nodig zijn? De leden van de VVD-fractie vinden het van belang dat contant geld betaalbaar blijft voor burgers en ondernemers. Zij constateren dat het ontwerpbesluit maximumtarieven vaststelt voor verschillende chartale diensten. Tegelijkertijd kunnen de kosten van de chartale infrastructuur op verschillende manieren doorwerken in de bedrijfsvoering van banken en de kosten die klanten uiteindelijk betalen. De leden willen daarom inzicht krijgen in de verwachte effecten van de tariefregulering. Kan de minister nader toelichten hoe de gekozen maximumtarieven zijn onderbouwd en in hoeverre daarbij rekening is gehouden met de kosten van het aanbieden van de verschillende chartale diensten? Hoe is beoordeeld of de tarieven voldoende ruimte laten voor een kostenefficiënte dienstverlening, zonder dat de betaalbaarheid voor gebruikers in het gedrang komt? Hoe houdt de minister zicht op de uiteindelijke kosten die burgers en ondernemers dragen voor het gebruik van de chartale infrastructuur? Op welke wijze wordt gemonitord of de maximumtarieven leiden tot een verschuiving van kosten naar betaalpakketten of andere bankdiensten, waardoor de totale kosten voor rekeninghouders alsnog kunnen stijgen? Kan de minister specifiek ingaan op de gevolgen van de maximumtarieven voor kleine ondernemers die regelmatig contant geld ontvangen en afstorten? In hoeverre is bij de tariefstelling rekening gehouden met verschillen tussen typen ondernemers en de kosten die samenhangen met verschillende vormen van chartale dienstverlening? De leden van de VVD-fractie lezen dat het ontwerpbesluit voorziet in jaarlijkse indexatie van de maximumtarieven. Kan de minister toelichten hoe wordt beoordeeld of deze indexatie voldoende aansluit bij de ontwikkeling van de kosten van chartale dienstverlening? Op welke wijze wordt voorkomen dat de maximumtarieven op termijn niet meer passend zijn, of juist sneller stijgen dan vanuit het oogpunt van betaalbaarheid wenselijk is? De leden van de VVD-fractie achten de continuïteit van het geldtransport van groot belang voor de werking van de chartale basisinfrastructuur. Zij constateren dat het ontwerpbesluit aanvullende verplichtingen bevat voor geldtransportondernemingen die een aanzienlijk deel van deze infrastructuur bedienen. Deze leden willen weten in hoeverre deze verplichtingen voldoende waarborgen bieden bij financiële problemen of uitval van een grote aanbieder en hoe wordt voorkomen dat de regelgeving onnodige belemmeringen opwerpt voor de markt. Welke concrete mogelijkheden heeft DNB om de continuïteit van het geldtransport te waarborgen wanneer een grote of dominante geldtransportonderneming onverwacht uitvalt of haar dienstverlening sterk moet terugschroeven? Hoe beoordeelt de minister het risico dat alternatieve aanbieders onvoldoende capaciteit hebben om de dienstverlening op korte termijn over te nemen? Welke gevolgen hebben de aanvullende rapportageverplichtingen voor de administratieve lasten en operationele kosten van geldtransportondernemingen? De leden van de VVD-fractie vragen of de minister kan toelichten hoe bij de uitwerking van deze verplichtingen rekening is gehouden met het advies van het ATR en hoe wordt voorkomen dat de regelgeving onnodige belemmeringen opwerpt voor concurrentie en toetreding tot de markt. De leden van de VVD-fractie achten het van belang dat de werking van het besluit na inwerkingtreding nauwgezet wordt gevolgd. Een evaluatie na drie jaar biedt inzicht in de doeltreffendheid en de praktijkeffecten, maar eventuele knelpunten bij de bereikbaarheid, beschikbaarheid, betaalbaarheid of continuïteit kunnen zich al eerder voordoen. Kan de minister toelichten welke indicatoren worden gebruikt om de werking van het besluit te monitoren en op welke wijze wordt de Kamer tussentijds geïnformeerd over de naleving van de bereikbaarheids- en beschikbaarheidsnormen, de ontwikkeling van de kosten van chartale dienstverlening en eventuele risico's voor de continuïteit van het geldtransport? Is de minister bereid om de Kamer periodiek te informeren over de uitkomsten van de monitoring, met waar mogelijk inzicht in regionale verschillen en de gevolgen voor specifieke groepen gebruikers? Kan daarbij ook worden aangegeven welke ontwikkelingen aanleiding kunnen geven tot tussentijdse bijsturing, zonder de evaluatie van het besluit af te wachten? De leden van de VVD-fractie vragen tot slot op welke wijze de minister naar aanleiding van de evaluatie kan bijsturen wanneer blijkt dat de normen onvoldoende bescherming bieden of dat de regelgeving onbedoelde gevolgen heeft voor de beschikbaarheid, betaalbaarheid of toegankelijkheid van contant geld. Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie De leden van de PRO-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het ontwerpbesluit chartaal betalingsverkeer. Ze hebben nog enkele vragen en opmerkingen. De leden van de PRO-fractie lezen: “DNB stelt ten eerste voor om deze norm op te hogen naar 4.000 automaten, vanwege een gestegen inwoneraantal, inflatie (waardoor hetzelfde aantal biljetten minder waarde vertegenwoordigt) en het gegroeide belang van contant geld als terugvaloptie.” Deze leden gaan mee in de redernatie van DNB. Toch heeft de minister besloten dat Geldmaat slechts 3.850 geldautomaten hoeft aan te bieden. Hoe is de minister tot dit besluit gekomen? Is de minister van mening dat het aantal geldautomaten niet hoeft mee te stijgen met het inwonersaantal, inflatie en noodzaak tot contant geld? Kan de minister heel expliciet aangeven wat hij aan de redernering van het advies van de DNB verwerpt? Verder vragen deze leden waarom de bereikbaarheidsnorm daalt van 99.76% naar 99%? De leden van de PRO-fractie vragen daarnaast waarom het MKB wordt uitgesloten van het onverpakt storten van biljetten en munten tegen nultarief. De leden van de PRO-fractie lezen: “Ten aanzien van de in de motie genoemde bescherming tegen ongewenste overnames geldt dat bij de evaluatie van de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet vifo) expliciet wordt bezien op welke wijze essentiële diensten binnen de chartale infrastructuur, waaronder dienstverlening zoals uitgevoerd door Brink’s, onder vergelijkbare beschermingsvoorwaarden kunnen worden gebracht.” Wanneer kan de Kamer deze evaluatie verwachten? Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbesluit chartaal betalingsverkeer en de bijbehorende nota van toelichting. Naar aanleiding hiervan hebben zij nog enkele vragen. De leden van de PVV-fractie constateren dat de meeste filialen van banken zijn gesloten en duizenden geldautomaten uit het straatbeeld zijn verdwenen. Zij vragen in kaart te brengen hoeveel filialen en geldautomaten er in de afgelopen tien jaar zijn gesloten. Hoe beoordeelt de minister deze ontwikkeling en welke eventuele maatregelen is deze bereid te treffen? Tevens vragen de leden van de PVV-fractie om een beoordeling van de trend waarbij steeds meer winkels en openbare voorzieningen 'pin only' worden ingeregeld. Kan de minister concreet aangeven welke maatregelen worden genomen om klanten alsnog de mogelijkheid te geven om met cash te betalen? Deze leden willen ook weten hoe de minister de maatschappelijke gevolgen evalueert van de grootschalige bankfiliaalsluitingen in plattelandsgemeenten en krimpgebieden, en welke specifieke waarborgen dit besluit biedt tegen het verder verdwijnen van menselijk contact en fysieke bankvoorzieningen voor burgers die niet digitaal vaardig zijn of bewust voor contant geld kiezen. De leden van de PVV-fractie willen weten waarom is gekozen voor een norm van 99% en niet voor een volledige wettelijke dekking van 100% voor álle inwoners van Nederland. Op welke wijze wordt gegarandeerd dat bewoners van het platteland geen slachtoffer worden van deze marge? Tevens vragen deze leden exact uiteen te zetten op welke objectieve en strikte wijze DNB verzoeken op basis van 'overmacht' zal beoordelen, teneinde te voorkomen dat dit een makkelijke vluchtroute wordt voor banken om noodzakelijke investeringen te ontduiken. Ook wensen zij een inhoudelijke verklaring voor het feit dat de beschikbaarheidsnorm voor het onverpakt storten van biljetten in het besluit is verlaagd naar 94,5% respectievelijk 96% ten opzichte van het eerdere Convenant Contant Geld. Kan de minister verduidelijken hoeveel solitaire automaten er momenteel exact in Nederland staan opgesteld en op welke wijze DNB specifiek toeziet op de naleving van de verhoogde beschikbaarheidsnorm van 98% op deze cruciale locaties. De leden van de PVV-fractie vragen naar een analyse van het verwachte effect van de zakelijke tarieven op de bereidheid van MKB-ondernemers om contant geld aan de kassa te blijven accepteren. Deze leden vragen tevens te onderbouwen waarom er niet voor gekozen is om ook voor kleine ondernemers en verenigingen een kosteloze basisfrequentie voor opnames en stortingen wettelijk vast te leggen. Voorts wensen zij te vernemen hoe streng er wordt toegezien op de naleving van het omzeilingsverbod voor banken om zo te voorkomen dat deze kosten niet via verhoogde pakkettarieven of ontmoedigingsprikkels alsnog worden doorberekend. Deze leden verzoeken de minister om een inhoudelijke reactie op de kritiek van het ATR inzake de zware maandelijkse rapportageverplichtingen. Zij vragen welke concrete stappen worden ondernomen om de administratieve lasten voor het bedrijfsleven en de instellingen te beperken. De leden van de PVV-fractie vragen welke concrete stappen de minister op korte termijn zal zetten om een algehele wettelijke acceptatieplicht voor contant geld in te voeren voor alle essentiële maatschappelijke voorzieningen en vitale sectoren. De leden van de PVV-fractie vragen om een risicoanalyse ten aanzien van de extreme afhankelijkheid van één enkele commerciële marktpartij voor het gehele Nederlandse geldtransport. Zij vragen de minister voorts toe te lichten waarom het wetgevingskader toezichthouder DNB geen directe wettelijke aanwijzingsbevoegdheid geeft om in te grijpen indien de dominante geldtransporteur stilvalt. Welke concrete noodscenario’s liggen klaar om te garanderen dat winkels en geldautomaten onder alle omstandigheden bevoorraad blijven? Ten slotte wensen de leden van de minister een heldere statusupdate te ontvangen over de opname van de chartale infrastructuur onder de beschermingsvoorwaarden van de Wet vifo, teneinde te voorkomen dat vitale onderdelen van de Nederlandse geldketen in handen vallen van ongewenste buitenlandse of kwaadwillende entiteiten. De leden van de PVV-fractie merken op dat voorzieningen ook het 500-eurobiljet moeten accepteren, ook al wordt dit biljet niet langer door het Eurosysteem uitgegeven. Muntstortvoorzieningen moeten ook 1- en 2-centmunten accepteren. Deze leden willen weten welke negatieve gevolgen en extra kosten dit met zich meebrengt. Hoeveel 500 eurobiljetten zijn er nog in omloop? Voorts merken de leden van de PVV-fractie op dat ten aanzien van de stortverplichting de bank meer dan 500.000 in Nederland woonachtige of gevestigde betaalrekeninghouders moet hebben, maar ook een balanstotaal van ten minste 50 miljard euro. Deze leden vragen nader te motiveren waarom er voor deze grenzen is gekozen en welke banken als gevolg hiervan geen stortverplichting hebben en welke juist wel. Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie De leden van de JA21-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende ontwerpbesluit chartaal betalingsverkeer. Deze leden hechten grote waarde aan het behoud en de bescherming van contant geld. Juist in een tijd van oplopende geopolitieke spanningen en toenemende cyberdreigingen is het kwetsbaar om voor het betalingsverkeer uitsluitend te vertrouwen op digitale infrastructuur. Over het voorliggende ontwerpbesluit hebben zij daarom nog enkele vragen. De leden van de JA21-fractie constateren dat de fysieke noodfunctie van geldautomaten in het besluit nog onvoldoende aandacht krijgt. Het besluit stelt wel eisen aan de capaciteit van geldautomaten, waaronder de verplichting dat een automaat ten minste 6.000 biljetten moet kunnen bevatten, maar zegt weinig over de vraag of de automaat tijdens een daadwerkelijke crisis ook fysiek kan blijven functioneren. Juist dat achten deze leden essentieel. Een storing van het elektriciteitsnet, uitval van telecomverbindingen of een grootschalig cyberincident is in de huidige geopolitieke context niet ondenkbaar. Ook vanuit de sector is erop gewezen dat strategische robuustheid en operationele continuïteit bij dergelijke verstoringen explicieter onderdeel zouden moeten zijn van het beleidskader. Kan de minister aangeven hoe momenteel wordt geborgd dat geldautomaten tijdens een stroom- of netwerkstoring daadwerkelijk beschikbaar blijven? Voor hoeveel uur of dagen kunnen de belangrijkste onderdelen van de chartale infrastructuur zelfstandig blijven functioneren? Indien daar momenteel geen concrete norm voor bestaat, is de minister dan bereid te onderzoeken of eisen kunnen worden gesteld aan bijvoorbeeld noodstroomvoorzieningen, offline registratie of andere fysieke fallback-systemen, zodat in ieder geval een basisniveau van contante geldopname gedurende een crisis beschikbaar blijft? De leden van de JA21-fractie hebben tijdens de behandeling van het wetsvoorstel chartaal betalingsverkeer reeds hun zorgen geuit over de introductie van nultarieven en prijsplafonds. Het beschikbaar houden van contant geld brengt reële kosten met zich mee. Die kosten verdwijnen niet doordat de wetgever bepaalt dat zij niet rechtstreeks bij de gebruiker in rekening mogen worden gebracht. Deze leden wijzen erop dat nultarieven en prijsplafonds kunnen leiden tot niet-transparante kosten van andere bancaire diensten. In dit licht vragen deze leden de minister of hij kan garanderen dat banken de kosten voor de chartale infrastructuur niet zullen afwentelen op (MKB-)ondernemers via hogere zakelijke tarieven of door hogere kosten aan particulieren die nauwelijks contant geld gebruiken? Betaalvereniging Nederland waarschuwt voor ongewenste gedragseffecten van het onbeperkt gratis storten van contant geld. Volgens hun kan het ontbreken van limieten ertoe leiden dat particuliere rekeningen oneigenlijk worden ingezet voor zakelijke transacties. De leden van de JA21-fractie vragen waarom er in het besluit niet is voorzien in de mogelijkheid om op basis van 'fair use'-limieten misbruik tegen te gaan. Hoe weegt de minister het structureel storten van een ondernemer op zijn particuliere rekening die vervolgens het bedrag overmaakt naar een zakelijke rekening? Ziet de minister dat als fraude en mag een bank daarop sanctioneren? De leden van de JA21-fractie maken zich grote zorgen over de mate van concentratie in het Nederlandse geldtransport. De markt wordt feitelijk gedomineerd door één aanbieder, met een marktaandeel van circa 95%. Voor een infrastructuur die juist in crisissituaties van essentieel belang kan zijn, achten deze leden een dergelijke afhankelijkheid zeer kwetsbaar. Deze leden plaatsen grote vraagtekens bij de marktordening en de rol van de toezichthouders daarin. DNB wijst in haar uitvoeringstoets expliciet op de risico's van de verdergaande consolidatie en in het bijzonder de recente overname van Ziemann Nederland. Had deze laatste overname eigenlijk wel goedgekeurd mogen worden? Hoe kijkt de minister terug op de overname van Ziemann Nederland en de verdere concentratie die daardoor is ontstaan? Heeft het kabinet voorafgaand aan deze ontwikkeling voldoende oog gehad voor de gevolgen voor de continuïteit van het chartale betalingsverkeer? De ACM heeft in 2025 onderzoek ingesteld naar deze overname. Kan de minister aangeven wat de actuele stand van zaken daarvan is en wanneer de uitkomsten worden verwacht? Voorts vragen deze leden welke mogelijkheden er nog bestaan om verdere concentratie tegen te gaan. Hoe gaat de minister voorkomen dat ook het resterende deel van de markt verdwijnt? Welke instrumenten hebben de ACM, DNB of de minister om verdere overnames of marktconcentratie tegen te houden? Worden verdere overnames in deze sector door de toezichthouder überhaupt nog toegestaan? En welke stappen gaat de minister zetten om te zorgen dat het marktaandeel weer wordt gediversifieerd? Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie De leden van de BBB fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het ontwerpbesluit chartaal betalingsverkeer. De leden hebben voor nu geen vragen aan het kabinet. Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggende ontwerpbesluit. Zij hebben daarover enkele vragen. De leden van de SGP-fractie vragen naar de uitvoering van de motie-Flach (Kamerstuk 36 711, nr. 29). Zij lezen dat bijvoorbeeld de beschikbaarheidsnorm voor onverpakt storten wel is versoepeld ten opzichte van het Convenant Contant Geld. Kan de minister concreet aangeven waar het Besluit afwijkt van het convenant en waar de regels soepeler zijn vormgegeven? Is met deze uitzonderingen wel recht gedaan aan de genoemde motie? De leden van de SGP-fractie zijn verheugd te lezen dat de tarieven voor het opnemen van biljetten en het onverpakt storten van biljetten en munten tegen een nultarief geschieden voor particuliere betaalrekeninghouders, kerkgenootschappen en algemeen nut beogende verenigingen of stichtingen. Dit zorgt ervoor dat veel geld uit bijvoorbeeld collecten aan goede doelen gebruikt kan worden waar het voor bedoeld is en niet gebruikt hoeft te worden voor stortingskosten. Tegelijk begrijpen zij dat een deel van deze entiteiten geen mogelijkheid heeft om onverpakt te storten, maar alleen verpakt kunnen storten. Daarvoor geldt een maximumtarief. Herkent de minister deze signalen? Ziet de minister mogelijkheden om dit probleem op te lossen? De leden van de SGP-fractie hebben vragen over de indexatie van de tarieven. Zij wijzen erop dat de tarieven vaak (terecht) enkele tot tientallen centen betreffen. Een indexatie met de inflatie zal dus vaak, na afronding, geen effect sorteren. Of de indexatie wordt juist naar boven afgerond. Hoe wordt voorkomen dat, door afrondingsverschillen, de indexatie over langere termijn hoger wordt dan de cumulatieve inflatie in de periode? Is het niet beter om de tarieven bijvoorbeeld elke vijf of elke tien jaar te indexeren? De leden van de SGP-fractie vragen aandacht voor het aangenomen amendement van het lid Flach c.s. over een basisbetaalrekening voor ondernemingen, verenigingen en stichtingen (Kamerstuk 36 711, nr. 27). Zij vragen naar de stand van zaken van de inwerkingtreding van dat amendement? Kan de minister bevestigen dat dit recht per 1 januari 2027 ingaat? De leden van de SGP-fractie lezen dat bij de vaststelling van de tarieven rekening is gehouden met het amendement van het lid Flach (Kamerstuk 36 711, nr. 14). Het doel van dat amendement was, onder andere, om te voorkomen dat de tarieven een ontmoedigende werking hebben op het gebruik van contant geld, zeker voor ondernemers. In de toelichting van het amendement wordt daarom ook voorgesteld om hier concrete maatregelen voor te nemen. Zoals het mogelijk maken dat betaalrekeninghouders elke week een keer gratis kunnen afstorten, of wekelijks tot een bepaald bedrag tegen een laag tarief contant geld kunnen afstorten. Klopt het dat die suggesties niet zijn overgenomen? Is het mogelijk om dit alsnog in te voeren? Vragen en opmerkingen van de leden van de Partij voor de Dieren-fractie De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbesluit. Deze leden zijn van mening dat het recht op gemakkelijke toegang tot zowel chartale als girale betalingen essentieel is om te verzekeren dat iedereen kan meedoen in de samenleving. Deze leden hebben de volgende vragen. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat het recht op een basisbetaalrekening onder druk staat door aangekondigde buitenlandse sanctiebesluiten. Is het kabinet bereid, ter verduidelijking van de werking van het recht op een basisbetaalrekening in Nederland, Nederlandse financiële instellingen erop te wijzen dat aan individuele rechters en medewerkers van het Internationaal Strafhof geen basisbetaalrekening mag worden geweigerd of opgezegd uitsluitend vanwege hun vermelding op een Amerikaanse sanctielijst? Is het kabinet bereid daarbij ook te wijzen op de mogelijke gevolgen van het niet naleven van deze regels? Zo nee, waarom niet? Is het kabinet bereid om, in het verlengde van de Nederlandse toezegging om het Internationaal Strafhof te steunen en in de context van de recente breed gesteunde oproep van vele leden van het Europees parlement, juristen en meer dan 120 organisaties[voetnoot 2], zo nodig met een spoedwet, de reikwijdte van het recht op een individuele basisbetaalrekening te verbreden tot in Nederland gevestigde medewerkers van internationale organisaties, zodat dit nog binnen de Amerikaanse overgangstermijn van zes maanden effect heeft? Zo nee, waarom niet? De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren daarnaast dat het besluit wel de boeteregeling bevat rond het recht op basisbetaalrekening voor bedrijven, maar niet de inwerkingtreding van het artikel 4:71k Wft zelf regelt. Dit artikel is via het amendement-Flach c.s. (Kamerstuk 36 711, nr. 27) in de Wet chartaal betalingsverkeer opgenomen en geeft ondernemingen, verenigingen en stichtingen recht op een basisbetaalrekening. Is het kabinet bereid om, gezien de situatie rond het Internationaal Strafhof en de door 37 organisaties gestuurde brandbrief aan de Commissie Digitale Zaken[voetnoot 3] artikel 4:71k Wft met spoed bij afzonderlijk koninklijk besluit in werking te laten treden? Wat is de nu voorziene datum van inwerkingtreding van dit artikel? Kan het kabinet toezeggen dat de inwerkingtreding uiterlijk op 1 januari 2027 plaatsvindt? Zo nee, waarom niet? Vragen en opmerkingen van de ChristenUnie-fractie De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het ontwerpbesluit chartaal betalingsverkeer. Deze leden zien dat contant geld meer dan een betaalmiddel is, maar een manier om ervoor te zorgen dat iedereen bij het betalingsverkeer blijft betrokken en een cruciale rol kan spelen bij het uitvallen van digitaal verkeer. Zij hebben nog wel een aantal vragen. De leden van de ChristenUnie-fractie zijn verheugd dat het amendement-Flach c.s. (Kamerstuk 36 711, nr. 26) wordt uitgevoerd. Dat geldt in het bijzonder voor het ontbreken van een limiet op het nultarief. Ook steunen zij dat het kabinet het voorstel van de Betaalvereniging Nederland afwijst om het nultarief te beperken tot ANBI’s met een CBF-erkenning of lidmaatschap van het Collecteplan. Deze leden zien wel dat het nultarief in de praktijk minder ver reikt dan nodig. Goede Doelen Nederland en het Collecteplan wijzen er namelijk op dat briefgeld meestal in sealbags wordt afgestort. Daarvoor blijft een tarief van 5,80 euro per storting plus 0,055 euro per biljet te gelden. Ook voor het opnemen van muntrollen betalen kerken en verenigingen 0,50 euro per rol. Deze tarieven vormen voor kleinere instanties een uitdaging. Ziet de minister ruimte om voor kerkgenootschappen en ANBI’s een apart, lager maximumtarief voor verpakt storten vast te stellen, bijvoorbeeld zonder vast bedrag per transactie? Volgens de Betaalvereniging Nederland kunnen banken de ANBI-status alleen met de hand controleren. De leden van de ChristenUnie-fractie willen voorkomen dat zulke uitvoeringsproblemen bij de evaluatie een argument worden om het nultarief in te perken. Eveneens achten zij het belangrijk dat er geen onnodige uitvoeringsdruk bij de banken komt te liggen. Is de minister bereid om samen met de Belastingdienst te zorgen dat banken de ANBI-status geautomatiseerd kunnen controleren, bijvoorbeeld via het openbare ANBI-register? Het amendement-Ergin (Kamerstuk 36 711, nr. 34) geeft de gelegenheid om via AMvB regels te stellen rondom contant geld voor kwetsbare groepen. Deze mogelijkheid wordt echter beperkt gebruikt. Het kabinet wacht de Toegankelijkheidsmonitor in het voorjaar van 2027 af. De leden van de ChristenUnie-fractie vinden dat mensen die digitaal niet meekomen niet afhankelijk mogen blijven van de welwillendheid van de sector. Welke maatstaf hanteert de minister bij de beoordeling van de monitor? Wanneer zijn de acties van de sector “onvoldoende toereikend”? DNB wijst er in de uitvoeringstoets op dat zij op grond van de wet en het besluit geen andere partij kan verplichten geldtransport uit te voeren als de dominante marktpartij wegvalt. De markt is na de overname van Ziemann verder geconcentreerd. De minister noemt deze beperking “inherent aan de private inrichting van de markt”. De leden van de ChristenUnie-fractie vinden deze afhankelijkheid voor een voorziening die bij een crisis onmisbaar is zorgelijk. Hoe gaat de minister om met de punten die de Europese Centrale Bank noemt: stroomuitval, afhankelijkheid van software van buiten Europa en de capaciteit om bij een crisis meer biljetten uit te geven? Hoe wordt de Kamer, zonder dat vertrouwelijke crisisplannen openbaar worden, toch in staat gesteld de weerbaarheid van de chartale keten te beoordelen? II Reactie van de minister van Financiën 1 ICJ.org, 12 oktober 2026, https://www.icj.org/joint-statement-states-must-act-now-to-protect-the-international-criminal-court-from-unlawful-us-sanctions/ Publicspaces.net, 17 september 2026, https://publicspaces.net/2026/09/17/brief-aan-de-tweede-kamer-bescherm-europese-organisaties-tegen-buitenlandse-sanctiedruk/
Versie 88153692ecd6707d5674502ca974812ecffcb683e6ace8579a47084ca0bbc5f6 · Officiële bron.
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.