Uitvoering van de motie van het lid Dijk c.s. over een uitgebreidere reactie op de aanbeveling van de PEFD voor een recht op persoonlijk contact met de overheid (Kamerstuk 35867-18)
Brontekst
Versie 49f2d10c65aac701 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202535 867Parlementaire enquête fraudebeleid endienstverleningNr. 32 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 september 2025In het debat over de kabinetsreactie op het rapport van de ParlementaireEnquêtecommissie Fraude en Dienstverlening (PEFD) van 15 januari 2025heeft de Tweede Kamer met de motie Dijk c.s. gevraagd om een uitge-breide reactie te geven op de aanbeveling uit dat rapport om een recht teintroduceren op persoonlijk contact met de overheid, hier een inschattingvan benodigde investeringen bij te maken, en dit voor de zomer aan deKamer voor te leggen.1 Deze brief geeft uitvoering aan die motie.Laat ik beginnen met voorop te stellen dat ik de gedachte achter deaanbeveling van harte onderschrijf. De burger moet altijd een bestuurs-orgaan om uitleg of aanvullende informatie kunnen vragen. De overheiddient bereikbaar te zijn als de burger uitleg wil2 en dient zelf contact op tenemen als dat tot een beter resultaat leidt van de uitvoering van eenoverheidstaak. Zo is in het programma Passend contact met de overheidde toegevoegde waarde gebleken van het contact opnemen met deindiener van een bezwaarschrift. Die toegevoegde waarde is gelegen ineen snellere oplossing van geschillen, maar ook in een grotere acceptatievan besluiten waarbij bezwaren ongegrond worden verklaard. Men zoukunnen spreken van een «moreel» recht op contact. Het contact is geendoel op zichzelf maar is een noodzakelijk hulpmiddel voor de burger om tekrijgen waar hij of zij recht op heeft en voor het bestuursorgaan om tebezien op welke wijze een specifieke overheidstaak in een bepaald geval1Kamerstuk 35 867, nr. 18.2Een dergelijk «moreel» recht op contact was vroeger expliciet opgenomen in artikel 3:22, eerstelid, Awb waarin was bepaald dat van ter inzage gelegde stukken in het kader van de uitgebreideopenbare voorbereidingsprocedure (een voorloper van de huidige afdeling 3.4 Awb) opverzoek een kosteloze mondelinge toelichting werd verstrekt. Deze bepaling is geschrapt,omdat «het als vanzelfsprekend (mag) worden beschouwd dat burgers bij het inzien vanstukken desgewenst mondeling te woord worden gestaan door een ambtenaar» (Kamerstuk27 023, nr. 3, p. 18). kst-35867-32ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 867, nr. 321 het best kan worden uitgevoerd. Dat contact is bovendien aanvullend opandere vormen van communicatie. Als andere communicatie, zoalsbrieven of websites, begrijpelijk is, zal er minder behoefte aan directcontact zijn. Maar dan nog dient een bestuursorgaan bereikbaar te zijnvoor uitleg en aanvullende vragen.In de kabinetsreactie op het rapport «Blind voor mens en recht»3 gaf hetkabinet aan deze aanbeveling te implementeren door te investeren in hettot stand brengen van dat contact waar nodig. Dit is in lijn methoofdstuk 7 van het regeerprogramma, waarin direct contact met deoverheid wordt gezien als onderdeel van proactieve, burgergerichte,dienstverlening. Zo heeft mijn ambtsvoorganger in het debat van15 januari aangegeven dat het Ministerie van BZK in samenwerking metpublieke dienstverleners werkt aan de structurele borging van overheids-brede loketten in de praktijk. Bij deze overheidsbrede loketten, ingerichtop bestaande en voor mensen logische plekken, beschikken dienstver-leners over zogenoemde professionallijnen (directe lijnen met andereoverheidsorganisaties). Hierdoor kunnen zij mensen direct helpen die ietsmoeten regelen met de overheid, ook bij complexe vragen waarbijmeerdere uitvoeringsorganisaties betrokken zijn. Het aantal praktijkinitia-tieven waar deze professionallijnen operationeel zijn, is in de eerste helftvan dit jaar uitgebreid naar 25. De begrijpelijkheid van brieven wordtreeds aan de bron aangepakt door het bevorderen van begrijpelijkeoverheidscommunicatie door middel van het Netwerk Direct Duidelijk enhet project Duidelijke Overheidscommunicatie, in samenwerking met deVNG. Hierdoor zijn verschillende hulpmiddelen beschikbaar, zoals zo’n50 voorbeeldbrieven (de Toolkit Taal) en een stappenplan voor hetschrijven van begrijpelijke brieven en teksten. Binnen het netwerk testenoverheidsorganisaties hun brieven met mensen voor wie deze bedoeldzijn. Met het voorstel voor een Wet versterking waarborgfunctie Awb in deAlgemene wet bestuursrecht (Awb), zoals dat in consultatie is gebracht,wordt op een aantal onderdelen contact verplicht gesteld. Daarnaast is inartikel 2:1, eerste lid, Awb aan bestuursorganen al de zorg opgedragenvoor passende ondersteuning bij het tot stand brengen van contact. Ookhet – met het voorstel voor een Wet versterking waarborgfunctie Awb tecodificeren – dienstbaarheidsbeginsel brengt mee dat bestuursorganeninvulling geven aan het morele recht op contact.In de kabinetsreactie op het rapport «Blind voor mens en recht» heeft hetkabinet niet gekozen voor het wettelijk vastleggen van een ongeclausu-leerd recht op contact. Het kabinet is van oordeel dat het bestuursorgaanvooral moet zorgen dat dit contact daadwerkelijk geboden wordt.Bestuursorganen moeten bereikbaar zijn, niet alleen digitaal, maar ooktelefonisch of op een spreekuur of bij een balie. Het is aan ieder bestuurs-orgaan om, gelet op de doelgroep en de taak, op gepaste wijze invullingte geven aan dat moreel recht op contact. Daarbij moet worden bedachtdat het in de wet opnemen van een recht van de burger of eenverplichting voor de overheid, nog niet betekent dat daarmee alleproblemen zijn opgelost. Zo zullen ambtenaren in een aantal gevallenmoeten worden bijgeschoold om die gesprekken te voeren. Ambtenarenmoeten mensen op hun gemak kunnen stellen en kunnen omgaan metemoties.43Kamerstuk 35 867, nr. 13, p. 18.4Ik verwijs in dit verband naar de bijlage bij de kabinetsreactie op het rapport «De gebrokenbelofte van de rechtsstaat» van de Staatscommissie rechtstaat (Kamerstuk 29 279, nr. 981). Indie bijlage (p. 33–34) wordt de instelling van een programma bij het Ministerie van BZKaangekondigd. Dat programma heeft tot doel bestuursorganen en ambtenaren te ondersteunenbij de door de Staatscommissie bepleitte versterking van de rechtstatelijke cultuur. Daar maaktook de toegankelijkheid van het bestuur en het contact met burgers onderdeel van uit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 867, nr. 322 Het kabinet vreest dat het wettelijk vastleggen van een juridisch recht opcontact leidt tot allerlei onnodige juridisering. Aan dat recht zoudenallerlei beperkingen moeten worden gekoppeld het aantal keren per dagof per week dat in een bepaalde zaak contact kan worden opgenomen.Persoonlijk contact is bedoeld als een middel om een doel te bereiken,zoals de uitwisseling van informatie, het beantwoorden van vragen of hetdoornemen van stukken. Die verschillende doelen stellen verschillendeeisen aan het contact. Als een recht op contact wordt gejuridificeerd, kandat ertoe leiden dat het doel waarvoor het contact nodig is, uit beeldverdwijnt. Waar een recht op contact is bedoeld om te zorgen dat burgeren overheid zich ook in elkaar kunnen verplaatsen en de overheid deburgers niet als een nummer mag behandelen, kan juridificering er juisttoe bijdragen dat het omgekeerde wordt bereikt, waardoor reedsbestaande conflicten juist escaleren. Om deze reden is in de kabinetsre-actie afgezien van het vastleggen van een algemeen recht op contact. Hetkabinet zet juist in op de daadwerkelijke totstandkoming van dat contact,onder meer met de hierboven genoemde instrumenten. Daarmee wordtaan de overheid de verplichting opgelegd ervoor te zorgen dat opbelangrijke momenten dit contact op een zinvolle manier tot stand komt.Het dienstbaarheidsbeginsel houdt in dat de overheid uitgaat van deburger en daarom gelegenheid biedt voor contact waar dat nodig is. Datbetreft een houding van de organisatie en van de individuele ambtenaar.Hoe graag ik het ook zou willen, dat valt niet met een wet af te dwingen.Dat moeten we op de eerste plaats organiseren. Een bestuursorgaan kanzijn bereikbaarheid voor vragen organiseren via de contactinformatie dieop correspondentie van het bestuursorgaan is opgenomen of bij eenhiervoor door het bestuursorgaan ingericht loket. Ik ben graag bereid metu te overleggen over manieren waarop het «moreel» recht op contact kanworden versterkt, zonder dat daarbij sprake is van een contraproductievejuridisering.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,F. RijkaartTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 867, nr. 323
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.