KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over Voorhang ontwerpbesluit tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in verband met de mogelijkheid van het aanbieden van het praktijkgerichte vak in het havo (Kamerstuk 31289-605)

10 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 202b74b0ecdad60d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 289Voortgezet OnderwijsNr. 606 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 10 december 2025 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap over de brief van 3 november 2025over Voorhang ontwerpbesluit tot wijziging van het UitvoeringsbesluitWVO 2020 in verband met de mogelijkheid van het aanbieden van hetpraktijkgerichte vak in het havo (Kamerstuk 31 289, nr. 605).De vragen en opmerkingen zijn op 1 december 2025 aan de Staatssecre-taris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voorgelegd. Bij brief van10 december 2025 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,BrometAdjunct-griffier van de commissie,Easton kst-31289-606ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 6061 InhoudIVragen en opmerkingen uit de fracties2•Inbreng van de leden van de D66-fractie2•Inbreng van de leden van de PVV-fractie2•Inbreng van de leden van de VVD-fractie5•Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie5•Inbreng van de leden van de CDA-fractie5•Inbreng van de leden van de JA21-fractie6•Inbreng van de leden van de BBB-fractie8•Inbreng van de leden van de ChristenUnie-fractie8IIReactie van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap9 I Vragen en opmerkingen uit de fracties Inbreng van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van hetontwerpbesluit in verband met de mogelijkheid van het aanbieden van hetpraktijkgerichte vak in het havo. Deze leden hebben op het moment geenvragen hierover.Inbreng van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbe-sluit tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in verband met demogelijkheid van het aanbieden van het praktijkgerichte vak in het havo.Deze leden hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen.De leden van de PVV-fractie constateren dat het praktijkgerichte vak (in degrote variant) een profielkeuzevak (gedeeltelijk of geheel) kan vervangenen volledig via een schoolexamen wordt afgesloten. Deze leden makenzich zorgen dat hiermee een centraal getoetst theoretisch examenvakverloren gaat en dat diploma-inflatie zal optreden. Kan de Staatssecretarisbevestigen dat een centraal examenvak daadwerkelijk kan wordenvervangen door dit praktijkgerichte vak zonder centraal examen? Welkegevolgen heeft dit voor het totale aantal centraal-examenvakken dathavoleerlingen afleggen? Welke effecten verwacht de Staatssecretarisvoor de landelijke vergelijkbaarheid van het havodiploma wanneer eendeel van het profiel niet meer centraal wordt getoetst?De leden van de PVV-fractie signaleren dat deze wijziging neerkomt opeen fundamentele verschuiving binnen het havo waarbij algemeenvormende onderdelen worden vervangen door lokaal vormgegevenpraktijkgerichte opdrachten. Deze leden vrezen dat dit feitelijk eensluipende stelselwijziging is. Hoe beoordeelt de Staatssecretaris degevolgen van dit voorstel voor het karakter van het havo als algemeenvormende en op hoger onderwijs voorbereidende richting? Erkent deStaatssecretaris dat dit voorstel een structurele verandering van hetstelsel impliceert?De leden van de PVV-fractie hebben zorgen dat de invulling van hetpraktijkgerichte vak sterk uiteen kan lopen tussen scholen. Deze ledenvrezen pseudovakken, intern verzonnen flutopdrachten en niveauver-schillen die niet verenigbaar zijn met een landelijk diploma. Welkelandelijke kwaliteitskaders worden gehanteerd voor dit praktijkgerichtevak? Hoe wordt de diepgang, complexiteit en betrouwbaarheid van debeoordeling geborgd? Hoe voorkomt de Staatssecretaris dat het vakTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 6062 oneigenlijk wordt gebruikt als relatief eenvoudig alternatief voor theore-tische profielvakken? Hoe wordt voorkomen dat scholen willekeurige oflaagdrempelige opdrachten inzetten die de waarde van het profielaantasten?De leden van de PVV-fractie merken op dat veel scholen nu al moeitehebben om stage- en opdrachtplekken te vinden voor vmbo- en mbo-leerlingen. Deze leden betwijfelen of er voldoende partners zijn voorhavo-opdrachten. Is onderzocht of scholen regionaal voldoende externeopdrachtgevers kunnen vinden? Wat gebeurt er wanneer scholen geenpassende opdrachten kunnen organiseren? Hoe voorkomt de Staatssecre-taris dat dit leidt tot grote kwaliteitsverschillen tussen scholen, afhankelijkvan regionale mogelijkheden?De leden van de PVV-fractie constateren dat LOB1 al verplicht is op hethavo. Deze leden willen begrijpen hoe dit nieuwe vak zich verhoudt tot debestaande loopbaanoriëntatie. Is er sprake van overlap tussen hetpraktijkgerichte vak en LOB-doelen? Verandert de rol van decanen ofmentoren door dit voorstel? Hoe voorkomt de Staatssecretaris datleerlingen te maken krijgen met versnipperde LOB-structuren? Ligt hetniet meer voor de hand een praktijkopdracht bij LOB onder te brengen,bijvoorbeeld als onderdeel van een loopbaandossier?De leden van de PVV-fractie constateren dat er in de stukken weinig staatover de daadwerkelijke aansluiting op het hbo. Deze leden vinden hetonduidelijk of hbo-opleidingen hierbij gebaat zijn. Is grondig onderzochtof hbo-instellingen dit praktijkgerichte vak geschikt achten als vervangingvan een theoretisch profielvak? Zo ja, hoe, en wat zijn de uitkomsten?Wat betekent het vervallen van een centraal examenvak voor de voorbe-reiding op hbo-studies die sterke theoretische basiskennis vereisen? Hoewordt geborgd dat de aansluiting op het hbo niet wordt verslechterd?De leden van de PVV-fractie wijzen erop dat basisvaardigheden onderdruk staan. Deze leden vragen hoe dit praktijkgerichte vak zich verhoudttot de noodzaak om taal, rekenen en andere kernvaardigheden teversterken. Hoe wordt geborgd dat dit vak niet ten koste gaat vanaandacht voor basisvaardigheden? Op welke wijze monitort de Staatsse-cretaris de invloed van dit vak op taal- en rekenontwikkeling van havoleer-lingen en op het algemene niveau van kennis, kunde en leerprestaties?De leden van de PVV-fractie hebben zorgen over toezicht, juist omdat deinhoud en kwaliteit van dit vak tussen scholen sterk kan verschillen. Hoebeoordeelt de Inspectie van het Onderwijs de kwaliteit van dit praktijkvakbinnen het bestaande inspectiekader? Worden opdrachten, beoordelingenen eindproducten steekproefsgewijs gecontroleerd? Hoe voorkomt deStaatssecretaris dat dit vak wordt ingezet om slagingspercentages teverhogen zonder daadwerkelijke kwaliteitsverbetering?De leden van de PVV-fractie constateren dat het ontwerpbesluit weinigduidelijkheid biedt over wie deze praktijkgerichte vakken gaat geven enbegeleiden. Deze leden maken zich zorgen dat dit vak kan worden ingezetals schijnoplossing voor het lerarentekort, bijvoorbeeld door minderbevoegde docenten in te zetten of door onderwijsinhoud te vervangendoor opdrachtbegeleiding. Deze leden vragen zich af of dit vak daardoorde facto een sluiproute kan vormen om onderwijs te blijven aanbiedenmet minder leraren en minder vakinhoud. Kan de Staatssecretaristoelichten welke bevoegdheden of kwalificaties nodig zijn om dit1LOB: loopbaanoriëntatie en -begeleiding.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 6063 praktijkgerichte vak te geven en te begeleiden? Op welke wijze wordtgeborgd dat alleen voldoende gekwalificeerde docenten dit vakverzorgen? Hoe wordt voorkomen dat scholen dit vak gebruiken om hetlerarentekort op te vangen door minder vakinhoudelijke lessen te gevenen meer begeleidingsuren in te zetten? Kan de Staatssecretaris uitsluitendat dit vak uitmondt in een vorm van onderwijs die qua instructie enbegeleiding onder de norm ligt die in het havo wordt verwacht? Hoewordt de werkbelasting van docenten meegenomen, gezien de intensievebegeleiding die praktijkopdrachten kunnen vereisen?De leden van de PVV-fractie constateren dat scholen sterk verschillen inpopulatie, docentencapaciteit en onderwijskwaliteit. Deze leden vrezen dathet praktijkgerichte vak een perverse prikkel kan bieden voor scholen diemoeite hebben om leerlingen op niveau te houden en daardoor kanbijdragen aan het verder nivelleren van het havodiploma. Met namescholen waar leerlingen al problemen hebben met leerprestaties zoudendit vak kunnen inzetten om leerlingen eenvoudiger door het eindexamente loodsen. Hoe beoordeelt de Staatssecretaris het risico dat dit praktijkge-richte vak leidt tot verschillen in diplomawaarde tussen scholen enregio’s? Is onderzocht of scholen met een kwetsbaardere leerlingenpopu-latie dit vak vaker zullen inzetten als vervanging van theoretische vakken?Hoe voorkomt de Staatssecretaris dat dit vak wordt gebruikt om havodi-ploma’s gemakkelijker te behalen, zonder dat leerlingen daadwerkelijk hetvereiste niveau behalen? Op welke wijze wordt gemonitord of dit vakbijdraagt aan of juist afbreuk doet aan kansengelijkheid binnen hetfunderend onderwijs? Wat zijn de uitkomsten en vooruitzichten?De leden van de PVV-fractie constateren dat het in de huidige praktijk almogelijk is een havodiploma te behalen zonder wiskunde en/of zondereen tweede vreemde taal. De leden merken op dat door de introductie vanpraktijkgerichte vakken daar nu aan wordt toegevoegd dat een verdiependtheoretisch vak in het profiel eveneens kan worden vervangen door eenpraktijkgericht vak. De leden zien het risico dat hierdoor een verderuitgekleed havodiploma ontstaat waarin zowel wiskunde als een tweedevreemde taal ontbreken én waarin een praktijkvak in de plaats komt vaneen theoretisch profielvak. De leden wijzen erop dat dit grote gevolgenkan hebben voor de doorstroom naar het vwo2 en voor opleidingen in hethoger onderwijs die een stevige theoretische basis vragen. Kan deStaatssecretaris bevestigen dat het op dit moment al mogelijk is om eenhavodiploma te behalen zonder wiskunde en zonder een tweede vreemdetaal, en dat het voorliggende voorstel het havodiploma verder kanuitkleden door vervanging van een theoretisch profielvak door eenpraktijkgericht vak? Kan de Staatssecretaris toelichten welke gevolgen eendergelijke verdere profieluitkleding heeft voor de doorstroom naar hetvwo? Hoe is de aansluiting van havoleerlingen met een praktijkgericht vakop het vwo onderzocht en wat zijn de uitkomsten daarvan? Kan deStaatssecretaris bevestigen dat de mogelijkheid tot stapelen van havonaar vwo een bijdrage levert aan kansengelijkheid? Kan de Staatssecre-taris uiteenzetten hoe het creëren van een verder uitgekleed havoprofiel,met minder theoretische diepgang, de kansengelijkheid kan beïnvloeden?De leden van de PVV-fractie constateren dat de praktijkgerichte havo zichinmiddels al in een vergevorderd stadium bevindt doordat SLO3 groot-schalige pilots heeft uitgezet op tientallen scholen, terwijl het parlementpas in een laat stadium volledig betrokken raakt via een voorhangpro-cedure. Deze leden hebben zorgen dat hierdoor feitelijke stelselwijzi-gingen plaatsvinden zonder dat de Kamer in ieder stadium kan bijsturen.2Vwo: voortgezet wetenschappelijk onderwijs.3SLO: Stichting Leerplan Ontwikkeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 6064 Zij merken op dat dit leidt tot een situatie waarin scholen al massaal meteen nieuwe vorm van onderwijs zijn begonnen, waardoor terugdraaien ofbijsturen praktisch onmogelijk lijkt. Kan de Staatssecretaris toelichten hoehet mogelijk is dat zo’n omvangrijke wijziging in het havoprogramma inde praktijk al is ingevoerd via pilots terwijl de Kamer pas in een voorhang-procedure inhoudelijk wordt betrokken? Hoe beoordeelt de Staatssecre-taris het risico dat de Kamer hiermee de facto wordt geconfronteerd meteen voldongen feit omdat scholen al grootschalig met deze vorm vanonderwijs werken? Op welke wijze wordt de democratische controlegewaarborgd wanneer stelselwijzigingen in de praktijk al plaatsvindenvoordat de Kamer zich hierover in ieder stadium heeft kunnen uitspreken?Kan de Staatssecretaris aangeven welke maatregelen hij bereid is tenemen om te voorkomen dat in de toekomst vergelijkbare grote onder-wijsveranderingen via langdurige pilotconstructies tot stand komenzonder parlementaire betrokkenheid in ieder stadium? Hoe wordt intoekomstige trajecten geborgd dat «checks and balances» behoudenblijven en dat de Kamer reeds in een vroeg stadium inzicht heeft in devolledige scope, impact, risico’s en richting van dergelijke beleidsverande-ringen?De leden van de PVV-fractie zien de beantwoording van de Staatssecre-taris met belangstelling tegemoet.Inbreng van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de voorhang ontwerpbesluit tot wijziging van het UitvoeringsbesluitWVO 2020 in verband met de mogelijkheid van het aanbieden van hetpraktijkgerichte vak in het havo en hebben geen verdere vragen hierover.Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van het ontwerpbesluit dat regelt dat er praktijkgerichte vakkenkunnen worden gegeven. Deze leden moedigen deze ontwikkeling aan enhebben hierover verder geen vragen.Inbreng van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie maken graag gebruik van de mogelijkheidom enkele vragen te stellen over de voorhang ontwerpbesluit tot wijzigingvan het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in verband met de mogelijkheid vanhet aanbieden van het praktijkgerichte vak in het havo.De leden van de CDA-fractie lezen dat er met praktijkgerichte vakkenvakoverstijgend gewerkt kan worden. Dat lijkt deze leden een positieveontwikkeling. Worden de «best-practices» hiervan tussen scholengedeeld?Er zijn bij de internetconsultatie vragen gesteld over de kwaliteit. Isbekend of er verschillen zijn in kwaliteit tussen middelbare scholen waarnu techniekonderwijs op het havo wordt gegeven? Zo ja, wat zijn dieverschillen? Zijn er nog externe partners te vinden die mee willen doen ofis dit in bepaalde regio’s in Nederland lastiger?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 6065 Inbreng van leden van de JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie hebben met veel interesse kennisgenomenvan het voornemen om het havo de mogelijkheid te geven om eenpraktijkgericht vak aan te bieden en hebben hierover nog de volgendevragen en enkele punten van zorg.De leden van de JA21-fractie begrijpen dat scholen de praktijkgerichtevakken kunnen toevoegen aan het onderwijsprogramma, ze zijn dat nietverplicht. Een leerling kan ervoor kiezen het vak te volgen binnen een vande vier havoprofielen. Klopt het dat het praktijkvak in dat geval ten kostegaat van een bestaand theoretisch vak? Sommige «pilot-scholen»besteden nu vier dagen aan theorie en één dag aan praktijkgerichtonderwijs. Maar we weten dat de leerprestaties in het algemeen vormendonderwijs (lezen, schrijven en rekenen) dalen. Op welke manier is minderalgemeen vormend onderwijs en meer praktijkonderwijs een antwoord ophet probleem van de dalende prestaties?De leden van de JA21-fractie constateren dat één op de zes scholieren inde tweede klas van het voortgezet onderwijs geen eenvoudige, begrijpe-lijke teksten kan schrijven, en een derde van onze vijftienjarigen niet instaat is om de krant of een brief van de gemeente te begrijpen. Vandaardat in de wet wordt vastgelegd dat het funderend onderwijs meeraandacht moet hebben voor de basisvaardigheden lezen, schrijven enrekenen. Hoe verhoudt deze wettelijke focus op basisvaardigheden zichtot het voornemen om de praktijkgerichte programma’s als volwaardigeschoolexamenvakken te verankeren binnen het reguliere havo? Op welkemanieren wordt ervoor gezorgd dat deze praktijkopdrachten bij zoudendragen aan het ontwikkelen van deze vaardigheden?De leden van de JA21-fractie lezen in de concept-memorie van toelichtingdat de «wens en verwachting» is dat veel scholen hiervoor zullen kiezen;acht de regering het wenselijk dat alle scholen dit overnemen? Zijn erscholen waarvan bekend is dat ze hier geen behoefte aan hebben?Hoe wordt de kwaliteit gewaarborgd van het praktijkgerichte vak, geziende vele vormen en invullingen die het kan krijgen? In hoeverre wordt dekwaliteit van de praktijkgerichte vakken afhankelijk van de inbreng van deexterne partners? Hoe wordt de kwaliteit gemonitord?Is het voorzien dat leerlingen aan deze praktijkgerichte vakken vooralzelfstandig zullen moeten werken? In hoeverre worden zij daarin begeleiddoor de docent? In welke mate neemt door de introductie van depraktijkgerichte vakken het directe contact en het aantal contacturentussen de docenten en de leerlingen af? Moeten de docenten voor ditsoort begeleiding beschikken over een bevoegdheid?Kan de regering voorbeelden geven van de invulling van praktijkgerichtevakken voor elk van de diverse werkvelden van zowel het praktijkgerichtevak Technologie (van culturele omgeving t/m leefomgeving) als hetpraktijkgerichte vak Maatschappij (van economie tot onderwijs)?Hoe verhoudt dit besluit tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit zich totde bestaande mogelijkheden in het havo om vakken aan te bieden endaarbij samenwerking te zoeken met externe partners, bijvoorbeeld viahet vak NLT4, waar dergelijke opdrachten al een rol spelen?4NLT: natuur, leven en techniek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 6066 De leden van de JA21-fractie horen veel kritische geluiden van leraren inhet voortgezet onderwijs over de flexroosters. Hierbij bepalen leerlingenzelf een deel van hun rooster. Vraagt de dalende lijn in prestaties die dezeleden waarnemen niet juist om de garantie dat elke leerling genoeg tijdheeft om te worden onderwezen in de basisvaardigheden en voldoende teoefenen om die onder de knie te krijgen? Is het havo met andere woordenniet eerder gebaat bij rust, regelmaat en een uniform lesrooster?De leden van de JA21-fractie zien dat het praktijkvak wordt afgesloten meteen schoolonderzoek en niet centraal wordt geëxamineerd. In hoeverrezijn de prestaties bij deze schoolonderzoeken te vergelijken en hoe wordtdaar toezicht op gehouden? Bestaat hier een risico dat praktijkonderwijsminder of niet serieus wordt genomen? En wat is het risico dat het wordtgebruikt om leerlingen op een makkelijkere manier te laten slagen?De leden van de JA21-fractie zien in de beslisnota bij de Kamerbrief dat depraktijkgerichte vakken Maatschappij en Technologie wordt omschrevenals vakken waarbij havoleerlingen «verschillende levensechte enrealistische opdrachten bij of voor externe opdrachtgevers (bedrijven,instellingen of overheden) uitvoeren.» Is bekend in hoeverre bedrijven,instellingen of overheden hieraan mee willen werken? Welke tijdsbe-lasting vraagt dit van deze instellingen?Op welke manier beïnvloeden deze praktijkgerichte vakken de mogelijk-heden om eventueel door te stromen naar het vwo? Hoe wordenleerlingen geïnformeerd over de gevolgen?De leden van de JA21-fractie zijn benieuwd naar de onderwijskundigeonderbouwing van het plan.De leden van de JA21-fractie weten dat bij het vinden van stageplaatsenvoor zogenoemde «snuffelstages» de netwerken van de ouders een groterol spelen. Hoe zwaar wegen de contacten en de maatschappelijke positievan ouders straks bij dit praktijkonderwijs?De leden van de JA21-fractie vernamen dat onder begeleiding van SLO nu240 scholen met praktijkvakken op het havo werken. De bedoeling is omvanaf schooljaar 2026/2027 de praktijkgerichte vakken Maatschappij enTechnologie te verankeren in wet- en regelgeving zodat havo-scholen deexamenvakken dan vanaf 2026/2027 vrijwillig aanbieden aan leerlingen.Heeft u een idee over de animo om dit te doen bij de scholen die noggeen praktijkonderwijs aanbieden?De leden van de JA21-fractie zien dat voor praktijkonderwijs vanaf 2027€ 41 miljoen is gereserveerd op de OCW-begroting. In de berekening isuitgegaan van aanvullende bekostiging voor alle leerlingen in de havobovenbouw, ter hoogte van het bedrag per leerling (€ 358,61) per leerlingvan de gemengde leerweg. Waar is dit geld precies voor bestemd?De leden van de JA21-fractie vragen zich af in hoeverre een «verankeringvan het praktijkgerichte vak» een taakverzwaring betekent voor hetpersoneel van scholen die besluiten hieraan mee te doen.De leden van de JA21-fractie zien de beantwoording van de Staatssecre-taris met belangstelling tegemoet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 6067 Inbreng van leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbe-sluit tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in verband met demogelijkheid van het aanbieden van het praktijkgerichte vak in het havo.Deze leden hebben hierover de volgende opmerkingen en vragen aan deStaatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.De leden van de BBB-fractie zien dit ontwerpbesluit als een belangrijkestap om het havo aantrekkelijker en toekomstbestendiger te maken. Hettoevoegen van praktijkgerichte vakken sluit aan bij de behoefte vanleerlingen aan meer praktisch en levensecht leren en draagt bij aan eenbetere aansluiting op het hbo. Dit is in lijn met de inzet van de leden vooronderwijs dat aansluit bij de arbeidsmarkt en regionale kansen.Het besluit maakt het aanbieden van praktijkgerichte vakken vrijwillig. Hoewordt geborgd dat deze vakken niet alleen op grote stedelijke scholenworden ingevoerd, maar ook op kleinere scholen in dorpen en regio’s?Wordt er een stimuleringsregeling voorzien om regionale spreiding tebevorderen?Daarnaast blijkt uit de internetconsultatie dat er brede steun is voorpraktijkgerichte vakken binnen het havo en dat meerdere respondentenzelfs pleiten voor een verplicht schoolexamenvak. Is het niet beter omdeze praktijkgerichte vakken verplicht te maken, juist om te voorkomendat leerlingen in bepaalde regio’s achterblijven, zo vragen de leden van deBBB-fractie. Hoe weegt de Staatssecretaris deze oproep uit de consultatie,waarin ook wordt benadrukt dat het vak leerlingen beter voorbereidt opvervolgonderwijs, studiekeuze en het voorkomen van uitval, en dat hetvak vakoverstijgend werken stimuleert?Ook bevat het ontwerpbesluit een inspanningsverplichting tot samen-werking met regionale arbeidsmarktpartijen en hbo-instellingen. Hoewordt deze samenwerking concreet ondersteund? Komt er eenhandreiking of structurele ondersteuning voor scholen om dezenetwerken op te bouwen?Verder is er € 41 miljoen structureel gereserveerd. Hoe wordt voorkomendat deze middelen vooral bij grote onderwijsinstellingen terechtkomen?Wordt er een verdeelsleutel toegepast die kleinschalige initiatieven in deregio’s ondersteunt?Tot slot benadrukken de leden van de BBB-fractie dat deze koerswijzigingniet mag verzanden in verkenningen zonder concrete resultaten. Het isvan groot belang dat scholen in alle regio’s daadwerkelijk kunnen startenmet praktijkgerichte vakken zodat leerlingen beter voorbereid zijn op hunvervolgopleiding en de arbeidsmarkt.Inbreng van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie hebben met instemming kennisge-nomen van het ontwerpbesluit van de Staatssecretaris zodat het praktijk-gerichte vak in het havo kan worden aangeboden. Deze leden zien dat erveel behoefte is bij scholen en leerlingen voor dit vak en juichen dezemogelijkheid dan ook toe. Zij hebben nog enkele vragen.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de Staatssecretaris met ditontwerpbesluit volledig voldoet aan de wensen van scholen die een vormvan techniekhavo aanbieden. Deze leden kennen bijvoorbeeld ook scholendie al in de onderbouw uitgebreid techniekonderwijs aanbieden. Kan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 6068 Staatssecretaris uiteenzetten welke verdere wensen in relatie tot depraktijkhavo en techniekhavo er bij scholen leven? Kan hij vervolgenstoelichten of, en zo ja, op welke manier hij bereid is om deze wensenjuridisch en financieel mogelijk te maken? Mocht de Staatssecretaris nietop de hoogte zijn van andere wensen, is hij dan bereid dit te inventari-seren bij deze voorlopers van de techniekhavo?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen naar de uitwerking van de€ 3 miljoen structureel die beschikbaar is voor de techniekhavo dankzijamendement-Bontenbal c.s.5 Is de verwachting dat dit bedrag volledigkan worden ingezet, zowel dit jaar als volgend jaar? Is tevens al uitgewerkthoe deze middelen vanaf 2027 kunnen worden ingezet? Kan de Staatsse-cretaris delen welke opties hiertoe worden uitgedacht?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Staatssecretaris uiteen tezetten wat hij verwacht van het animo van leerlingen voor keuzevakkenals NLT, O&O6 en BSM7. Denkt hij dat die vakken minder leerlingen zullentrekken en dat er daarmee ook minder leerlingen een studie of lerarenop-leiding in die richting zullen gaan doen? Verwacht hij daarnaast dat er eenfinanciële prikkel voor scholen kan zijn om de genoemde vakken teschrappen ten gunste van een praktijkgericht vak havo, omdat scholenvoor de laatste extra subsidie krijgen maar voor de eerste niet? Zo ja, opwelke manier wil de Staatssecretaris dit voorkomen? Zo nee, waaromverwacht hij dit niet?II Reactie van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap De regering dankt de leden van de fracties van D66, PVV, VVD,GroenLinks-PvdA, CDA, JA21, BBB en CU voor de getoonde belangstellingin het voorliggend ontwerpbesluit. Hierna zal de regering fractiegewijsingaan op de gestelde vragen. De vragen van de leden zijn hierondergeparafraseerd, cursief, weergeven.PVVDe leden van de PVV-fractie constateren dat het praktijkgerichte vak (in degrote variant) een profielkeuzevak (gedeeltelijk of geheel) kan vervangenen volledig via een schoolexamen wordt afgesloten. Deze leden makenzich zorgen dat hiermee een centraal getoetst theoretisch examenvakverloren gaat en dat diploma-inflatie zal optreden.Het praktijkgerichte vak kan inderdaad een vak binnen het keuzedeel vanhet profiel vervangen. Dat kan zowel een vak zijn dat met een school- eneen centraal examen wordt afgesloten, als een vak dat alleen met eenschoolexamen wordt afgesloten. Dit sluit aan bij de bestaande syste-matiek, waarbij sommige vakken alleen met een schoolexamen wordenafgesloten. Er kunnen geen verplichte profielvakken worden vervangendoor het praktijkgerichte vak. Het verschilt per havo-leerling hoeveelvakken met een centraal examen worden getoetst. De meeste vakkenworden geëxamineerd met zowel een school- als een centraal examen,maar er zijn ook vakken die vanwege de inhoud of de bedoeling van hetvak met enkel een schoolexamen worden afgesloten. Het totaal aantalvakken dat een havo-leerling afsluit met een centraal examen hangtdaarom af van het profiel en de keuzes die een leerling daarbinnen maakt.5Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 141.6O&O: onderzoek en ontwerpen.7BSM: bewegen, sport en maatschappij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 6069 De leden van de PVV-fractie vragen voorts welke effecten verwachtworden voor de landelijke vergelijkbaarheid van het havodiplomawanneer een deel van het profiel niet meer centraal wordt getoetst?Er worden geen merkbare effecten op de vergelijkbaarheid van hethavo-diploma verwacht. De wijze van afsluiting van de praktijkgerichtevakken sluit aan bij de bestaande systematiek dat sommige vakken binnenhet eindexamenprogramma met alleen een schoolexamen wordenafgesloten, zoals de examenvakken informatica, wiskunde D en natuur,leven en technologie (NLT).De leden van de PVV-fractie signaleren dat deze wijziging neerkomt opeen fundamentele verschuiving binnen het havo waarbij algemeenvormende onderdelen worden vervangen door lokaal vormgegevenpraktijkgerichte opdrachten. Deze leden vrezen dat dit feitelijk eensluipende stelselwijziging is. Hoe beoordeelt de Staatssecretaris degevolgen van dit voorstel voor het karakter van het havo als algemeenvormende en op hoger onderwijs voorbereidende richting?Dit voorstel past goed bij het algemeen vormende karakter van het havoen de voorbereiding op het hbo. De voorbereiding op het hbo vraagt vanhavoleerlingen dat zij beschikken over een kennisbasis die ontleend is aanzowel toegepaste als theoretische contexten en dat zij in staat zijn diekennisbasis en vaardigheden toe te passen in verschillende praktijken. Ervalt in die voorbereiding juist winst te behalen. Met deze nieuwe vakkenworden leerlingen kennis, vaardigheden en competenties aangeleerd diede aansluiting op het hbo bevorderd. Dat is ook de reden dat deVereniging van Hogescholen (hierna: VH) vanaf de start betrokken is bij deontwikkeling van het praktijkgerichte vak en hbo-instellingen graag willensamenwerken met scholen bij het inrichten en het uitvoeren van hetpraktijkgerichte havo. De hbo-sector is een stevige aanjager van dezeontwikkeling.De leden van de PVV-fractie vragen voorts of de Staatssecretaris erkentdat dit voorstel een structurele verandering van het stelsel impliceert?Het voorstel impliceert geen structurele verandering van het onderwijs-stelsel. Er verandert niets aan de profielen en bijbehorende vakkenpak-ketten van het havo. Er worden enkel twee schoolexamenvakken, hetpraktijkgerichte vak Maatschappij (pgp-M) en praktijkgerichte vakTechnologie (pgp-T), in twee varianten (een grote variant van 360 studie-lasturen (hierna: SLU) en een kleine variant van 120 SLU) geïntroduceerd.De leden van de PVV-fractie hebben zorgen dat de invulling van hetpraktijkgerichte vak sterk uiteen kan lopen tussen scholen. Deze ledenvrezen pseudovakken, intern verzonnen flutopdrachten en niveauver-schillen die niet verenigbaar zijn met een landelijk diploma. welkelandelijke kwaliteitskaders worden gehanteerd voor dit praktijkgerichtevak? Hoe wordt de diepgang, complexiteit en betrouwbaarheid van debeoordeling geborgd? Stichting Leerplanontwikkeling (hierna: SLO) heeftsamen met een groeiende groep van inmiddels 240 havo-scholenexamenprogramma’s met eindtermen opgesteld en in de praktijkbeproefd.8 Deze examenprogramma’s worden dit voorjaar vastgelegd inde Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs, net zoals nu ookhet geval is voor de overige examenvakken. Daarmee is het vak hetzelfdegeborgd als ieder ander vak in het onderwijsaanbod. De examenpro-8SLO heeft op basis van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Wet subsidiëring landelijkeonderwijsondersteunende activiteiten 2013 een wettelijke taak op het gebied van het ontwik-kelen en onderhouden van de landelijke leerplankaders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60610 gramma’s zijn het uitgangspunt voor iedere school, Een school zet hetexamenprogramma, een landelijk vastgesteld document met daarin deeindtermen van het vak, om in een programma van toetsing en afsluiting(PTA). In het PTA geeft de school aan hoe alle eindtermen worden gedektdoor de toetsing. Het bijbehorende onderwijs- en toetsprogramma dientdaar vervolgens op aan te sluiten. Scholen moeten immers alleeindtermen van het examenprogramma van het praktijkgerichte vak aande orde laten komen en deze ook toetsen. Hier zijn zij ook bij ondersteundvia uitwisseling met andere scholen tijdens bijeenkomsten en scholings-modules. Het is de intentie deze scholing en uitwisseling voort te zettenna de pilot. Tot slot maakt het onderdeel uit van het inspectietoezicht of detoetsing op orde is.De diepgang, complexiteit van het vak is geborgd door het landelijk vastte stellen examenprogramma en de betrouwbaarheid van de beoordelingis geborgd, doordat scholen inzichtelijk moeten maken hoe alleeindtermen behandeld en getoetst worden.Daarnaast vragen de leden van de PVV-fractie hoe voorkomen wordt dathet vak oneigenlijk wordt gebruikt als relatief eenvoudig alternatief voortheoretische profielvakken? hoe wordt voorkomen dat scholen wille-keurige of laagdrempelige opdrachten inzetten die de waarde van hetprofiel aantasten?Er kunnen geen verplichte profielvakken worden vervangen door hetpraktijkgerichte vak. De kleine variant is geschreven voor 120 SLU en zalonderdeel uitmaken van het combinatiecijfer. Het vervangt geen ander vaken komt bovenop de verplichte en al gekozen vakken in het profiel. Devakken in de grote variant zijn geschreven voor 360 SLU en kunnen alsprofielkeuzevak worden aangeboden (pgp-T bij de profielen Natuur &Techniek en Natuur & Gezondheid, pgp-M bij Cultuur & Maatschappij enEconomie & Maatschappij) of desgewenst in het vrije deel van alleprofielen in het havo. Deze vakken vervangen geen verplichte profiel-vakken. Bovendien is er in praktijk sprake van veel cross-overs tussen demeer theoretische profielvakken en praktijkgerichte vakken. Dit zorgt voorverdieping en verbreding van de theorie, waardoor leerlingen de in andervakken opgedane kennis verrijken en beter onthouden. Het wordtdaardoor in de praktijk in de meeste gevallen juist ervaren als eenversteviging van het havo.Er is geen reden om aan te nemen dat er willekeurige of laagdrempeligeopdrachten ingezet worden die de waarde van het profiel aantasten. Netals bij alle vakken met een schoolexamen wordt de inhoud en kwaliteitgeborgd door de landelijk vastgestelde eindtermen. Scholen zijnverantwoordelijk voor de kwaliteit van het schoolexamen. Scholenhebben bewezen dat ze met die verantwoordelijkheid heel goed kunnenomgaan in de andere vakken waar alleen een schoolexamen aanverbonden is. Er is geen enkele aanleiding om aan te nemen dat dit voorhet praktijkgerichte vak anders zal zijn. Daarnaast worden ze voor ditspecifieke vak ondersteund via de toegang tot een scholingstraject, datonder andere gericht is op het vormgeven van een goede praktijkop-dracht. Bovendien houdt de Inspectie van het Onderwijs (hierna:Inspectie) toezicht op de kwaliteit van het onderwijs op scholen.De leden van de PVV-fractie merken op dat veel scholen nu al moeitehebben om stage- en opdrachtplekken te vinden voor vmbo- enmbo-leerlingen. Deze leden betwijfelen of er voldoende partners zijn voorhavo-opdrachten. is onderzocht of scholen regionaal voldoende externeopdrachtgevers kunnen vinden? Wat gebeurt er wanneer scholen geenpassende opdrachten kunnen organiseren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60611 Tijdens de pilot is door SLO gemonitord op de bruikbaarheid, consistentieen relevantie van de examenprogramma’s. SLO heeft vragen over externeopdrachtgevers meegenomen in de halfjaarlijkse vragenlijsten aanscholen in het kader van de monitoring. Scholen geven aan veel samen tewerken met externe opdrachtgevers en lijken dus voldoende opdracht-gevers te kunnen vinden, zeker wanneer scholen in de regio onderlingsamenwerken. Ook kan worden samengewerkt met het vervolgonderwijsin de regio. Ik zie dat hbo-instellingen steeds vaker met havo-scholensamenwerken en hun netwerk ter beschikking stellen. Scholen diepraktijkgerichte vakken aanbieden wordt geadviseerd vroeg te starten methet opbouwen van een netwerk en/of aansluiting te zoeken bij bestaandenetwerken in de regio. Het kan echter voorkomen dat, als een school in deopstartfase van het vak geen opdrachtgever kan vinden, de school(leiding)of betrokken hbo-instelling als opdrachtgever fungeert. In die gevallen kaneen school toch een passende opdracht organiseren.De leden vragen daarnaast mij hoe voorkomen wordt dat dit leidt totkwaliteitsverschillen tussen scholen, afhankelijk van regionale mogelijk-heden.Een school heeft veel vrijheid om de opdrachten met lokale en regionalesamenwerkingspartners vorm te geven. Opdrachten van het praktijkge-richte vak kunnen door scholen op verschillende manieren wordeningevuld, passend bij de regio en zijn gericht op het niveau en demogelijkheden van havoleerlingen. De regionale mogelijkheden zijn juistde kracht van dergelijke schoolexamenvakken. Evenwel leidt dit in debasis niet tot kwaliteitsverschillen ten aanzien van het gegeven vak. Voorhet vak gelden landelijk vastgestelde eindtermen. Dat houdt in dat scholenmoeten zorgen dat in het onderwijs en de toetsing alle eindtermen aan deorde komen. Daarmee wordt de kwaliteit geborgd. De inhoud van deopdrachten kan natuurlijk verschillen, maar de inhoud van de kennis,inzichten en vaardigheden die een leerling op moet doen is hetzelfde.De leden van de PVV-fractie constateren dat LOB al verplicht is op hethavo. Deze leden willen begrijpen hoe dit nieuwe vak zich verhoudt tot debestaande loopbaanoriëntatie. Is er sprake van overlap tussen hetpraktijkgerichte vak en LOB-doelen?Het praktijkgerichte vak en loopbaanoriëntatie- en begeleiding (hierna:LOB) versterken elkaar. LOB is een onderdeel van het praktijkgerichte vak.De schoolbrede bestaande LOB-doelen worden daarmee gekoppeld aanbetekenisvolle, contextrijke situaties, zoals die van het praktijkgerichtevak. Zo worden er minder losse LOB-onderdelen naast het onderwijspro-gramma aangeboden en leren leerlingen veel meer over zichzelf en depraktijk via levensechte opdrachten in een schoolexamenvak.De leden van de PVV-fractie vragen verder of de rol van decanen ofmentoren door dit voorstel verandert.De rol van decanen en mentoren verandert niet door de introductie van ditvak. Het vak levert concrete ervaringen op die decanen en mentorenkunnen gebruiken in hun loopbaangesprekken met de leerlingen. Door depraktijkgerichte vakken kunnen meer momenten ontstaan om metleerlingen in gesprek te gaan over wie ze zijn, wat ze kunnen en welkvervolg op gebied van studie en werk bij ze past. Op veel scholen zijndecanen daarnaast ook betrokken bij de ontwikkeling van praktijkgerichtevakken, om het LOB onderdeel goed neer te zetten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60612 De fractieleden van de PVV vragen hoe voorkomen wordt dat leerlingen temaken krijgen met versnipperde LOB-structuren? Ligt het niet meer voorde hand een praktijkopdracht bij LOB onder te brengen, bijvoorbeeld alsonderdeel van een loopbaandossier?Versnippering wordt voorkomen doordat leerlingen praktijkervaringenopdoen binnen de al bestaande LOB-structuren. Het praktijkgerichte vakbiedt een concrete ervaringsplek en de LOB-schoolstructuren zorgen alsbasis voor reflectie (wie ben ik), verdieping (wat kan ik), en verbinding(vervolgonderwijs/arbeidsmarkt) over de opgedane ervaringen. Dat kandus bij uitstek in een praktijkgericht vak. Bovendien richt iedere schoolLOB op een verschillende manier in, omdat daar geen landelijke kadersvoor zijn ontwikkeld. Het praktijkgerichte vak en het schoolbrede LOBkunnen elkaar op deze manier versterken. De ervaringen uit het praktijkge-richte havo-vak zijn een verrijking voor de loopbaanervaring van deleerling, die dit vervolgens kan opnemen in zijn loopbaandossier. Hetbiedt leerlingen en begeleiders een moment van reflectie en afronding,doordat ervaringen en keuzes van leerlingen overzichtelijk samenkomenin een dossier.De leden van de PVV-fractie constateren dat er in de stukken weinig staatover de daadwerkelijke aansluiting op het hbo. Deze leden vinden hetonduidelijk of hbo-opleidingen hierbij gebaat zijn. Is grondig onderzochtof hbo-instellingen dit praktijkgerichte vak geschikt achten als vervangingvan een theoretisch profielvak? zo ja, hoe, en wat zijn de uitkomsten?De VH is vanaf de start betrokken bij de ontwikkeling van het vak en datgeldt inmiddels ook voor alle hbo-instellingen. Hbo-instellingen willengraag samenwerken met scholen bij het inrichten en het uitvoeren van hetpraktijkgerichte vak.Voorbereiding op het hbo vraagt om een kennisbasis die ontleend is aanzowel toegepaste als wetenschappelijke contexten en om het kunnentoepassen van die kennisbasis en vaardigheden in verschillendepraktijken. Er valt in die voorbereiding juist winst te behalen. Met dezenieuwe vakken worden leerlingen kennis, vaardigheden en competentiesaangeleerd die de aansluiting op het hbo bevorderd. De VH en dehbo-instellingen staan positief ten opzichte van deze ontwikkeling.De fractieleden van de PVV vragen verder wat het vervallen van eencentraal examenvak betekent voor de voorbereiding op hbo-studies diesterke theoretische basiskennis vereisen? hoe wordt geborgd dat deaansluiting op het hbo niet wordt verslechterd?De vorm van de examinering zegt iets over op welke wijze de kennis envaardigheden van een leerling in beeld worden gebracht, niet over dekennis die een leerling heeft opgedaan en hoe goed een leerling isvoorbereid op het vervolgonderwijs.Hbo-opleidingen kunnen, wanneer relevant, nadere vooropleidingseisenstellen aan aspirant-studenten om toegelaten te worden tot de opleiding.Zo kunnen bijvoorbeeld opleidingen waarvoor bepaalde wiskundigekennis nodig is het vak wiskunde B verplicht stellen. Dit besluit veranderthier niets aan. Het staat hbo-opleidingen vrij om na te gaan of er naderevooropleidingseisen aan de toelating gesteld moeten worden. Deverwachting is dat het praktijkgerichte vak de aansluiting op hbo-opleidingen zal verbeteren. Leerlingen doen bij de praktijkgerichte vakkennamelijk al meer ervaring op met de manier van werken in het hbo enmaken kennis met diverse hbo-opleidingen, waardoor de verwachting isdat ze beter voorbereid zullen starten aan een vervolgopleiding.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60613 De leden van de PVV-fractie wijzen erop dat basisvaardigheden onderdruk staan. Deze leden vragen hoe dit praktijkgerichte vak zich verhoudttot de noodzaak om taal, rekenen en andere kernvaardigheden teversterken. Hoe wordt geborgd dat dit vak niet ten koste gaat vanaandacht voor basisvaardigheden?Ook in het praktijkgerichte vak wordt gewerkt aan de basisvaardigheden.Zo zullen er eindtermen in de examenprogramma’s gewijd worden aanbasisvaardigheden. Voor het succesvol afronden van een opdracht vooreen externe opdrachtgever is glasheldere communicatie nodig (taal) envaak ook bepaalde rekenkundige bewerkingen als verhoudingen voor eenproduct of het maken van een begroting (rekenen). Ook wordt er praktijkregelmatig de koppeling gelegd met het profielwerkstuk en het praktijkge-richte vak, waarbij dus ook echt een beroep wordt gedaan op de ontwik-keling van de basisvaardigheden.Ik blijf daarnaast op landelijk niveau onverminderd de volle aandachthouden voor het verbeteren van de basisvaardigheden. Dat doe ik onderandere via het Masterplan basisvaardigheden, het GroeifondsprogrammaOntwikkelkracht, het doorontwikkelen van NRO tot een NationaalKennisinstituut Onderwijs en het beschikbaar stellen van Expertisepuntenvoor de basisvaardigheden.De leden van de PVV-fractie vragen vervolgens op welke wijze de invloedvan dit vak op taal- en rekenontwikkeling van havoleerlingen en op hetalgemene niveau van kennis, kunde en leerprestaties wordt gemonitord.Net zoals nu blijven de taal- en rekenontwikkeling van havoleerlingengrondig gemonitord, zowel in nationale als internationale peilingsonder-zoeken. Daarnaast worden de cijfers van het praktijkgerichte vak geregis-treerd en gemonitord.De leden van de PVV-fractie hebben zorgen over toezicht, juist omdat deinhoud en kwaliteit van dit vak tussen scholen sterk kan verschillen. Hoebeoordeelt de Inspectie van het Onderwijs de kwaliteit van dit praktijkvakbinnen het bestaande inspectiekader? Worden opdrachten, beoordelingenen eindproducten steekproefsgewijs gecontroleerd?De Inspectie ziet toe op de kwaliteit van het onderwijs, inclusief hetonderwijsaanbod, de kwaliteit van de lessen en de wijze van examinering.Het toezicht op het praktijkgerichte vak wordt in die zin niet andersbekeken dan het toezicht op de andere examenvakken. Als er aanleidingtoe is, kan de school bevraagd worden op de kwaliteit van het onderwijs-aanbod of de wijze van examinering. Ook in themaonderzoeken kan eenschool bevraagd worden op deze kwaliteit. Dit geldt dus ook voorpraktijkgerichte vakken.De fractieleden van de PVV vragen verder hoe voorkomen wordt dat ditvak door scholen wordt ingezet om slagingspercentages te verhogenzonder daadwerkelijke kwaliteitsverbetering.De kwaliteit van het praktijkgerichte vak is kwalitatief en kwantitatiefgeborgd. Er ligt een grondig en uitdagend examenprogramma aan tengrondslag dat inmiddels is beproefd op meer dan tweehonderd scholen.Dat biedt de kwalitatieve verplichte basis voor scholen die met dit vakwillen werken. Dit examenprogramma is in de grote variant daarbijontworpen op basis van 360 SLU, wat vergelijkbaar is met andere vakken.Hierdoor is het examenprogramma zowel kwalitatief als kwantitatief opniveau en zijn er geen signalen dat dit vak wordt ingezet om slagingsper-centages te verbeteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60614 De leden van de PVV-fractie vragen om toe te lichten welke bevoegdhedenof kwalificaties nodig zijn om dit praktijkgerichte vak te geven en tebegeleiden? Op welke wijze wordt geborgd dat alleen voldoendegekwalificeerde docenten dit vak verzorgen?Door middel van een aanpassing van de Regeling conversietabelgetuigschriften en vakken VO wordt mogelijk gemaakt dat het praktijkge-richte vak gegeven kan worden door een docent die bevoegd is voor debovenbouw van het havo (oftewel eerstegraads docenten). Deverwachting is dat de schoolleiding docenten zal stimuleren extrascholing te volgen. Het bestuur van een school is eindverantwoordelijkvoor het inzetten van bekwaam en bevoegd personeel en kan hierop doorde Inspectie aangesproken worden.Tevens vragen de leden hoe wordt voorkomen dat scholen dit vakgebruiken om het lerarentekort op te vangen door minder vakinhoudelijkelessen te geven en meer begeleidingsuren in te zetten.Er zijn geen signalen dat scholen dit vak gebruiken om het lerarentekortop te vangen. Tijdens het doorontwikkeltraject bleek dat scholen juist heelbewuste keuzes hebben gemaakt over welke docenten zij op dit vakzetten. Het zijn over het algemeen stevige en bevlogen docenten, diebereid zijn om veel tijd in de ontwikkeling en het aanbieden van het vak testeken en bovendien bereid zijn om zichzelf te scholen om zich nader tebekwamen. Lesgeven in een praktijkgericht vak vraagt andere vaardig-heden, zoals coachvaardigheden, het vormgeven en begeleiden vanopdrachten en het opbouwen en onderhouden van een netwerk. Deontwikkelde scholing sluit daarop aan en blijft ook na de pilot beschikbaar(en wordt nader uitgebouwd).De leden van de PVV-fractie vragen voorts of uitgesloten kan worden datdit vak uitmondt in een vorm van onderwijs die qua instructie enbegeleiding onder de norm ligt die in het havo wordt verwacht.De regering ziet geen enkele aanleiding om aan te nemen dat ten aanzienvan dit vak een dergelijke ontwikkeling zich zal voordoen. Bovendien is deregering van mening dat er voldoende borgen in het systeem zitten om ditte voorkomen.Tevens vragen de leden van de PVV-fractie zich af hoe de werkbelastingvan docenten wordt meegenomen, gezien de intensieve begeleiding diepraktijkopdrachten kunnen vereisen.Het is de intentie dat scholen met een praktijkgerichte havo structureeleen hogere bekostiging krijgen vanaf kalenderjaar 2027. Daarmee wordtonder andere rekening gehouden met de intensievere manier vanlesgeven. De bekostiging zal worden uitgewerkt per ministeriële regeling.Met deze extra middelen kan ook de mogelijke extra werkbelastingworden ondervangen.De leden van de PVV-fractie constateren dat scholen sterk verschillen inpopulatie, docentencapaciteit en onderwijskwaliteit. Deze leden vrezen dathet praktijkgerichte vak een perverse prikkel kan bieden voor scholen diemoeite hebben om leerlingen op niveau te houden en daardoor kanbijdragen aan het verder nivelleren van het havodiploma. Met namescholen waar leerlingen al problemen hebben met leerprestaties zoudendit vak kunnen inzetten om leerlingen eenvoudiger door het eindexamente loodsen. Hoe beoordeelt de Staatssecretaris het risico dat dit praktijkge-richte vak leidt tot verschillen in diplomawaarde tussen scholen enregio’s?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60615 Zoals eerder gezegd is het praktijkgerichte vak van een vergelijkbareomvang (kwantitatief) en zwaarte (kwalitatief) als andere vakken op hethavo. Dat zijn zowel vakken die door een centraal examen wordenafgesloten als vakken die met een schoolexamen worden afgesloten zoalsbijvoorbeeld natuur, leven en technologie (NLT), onderzoek & ontwerpen(O&O), informatica en bewegen, sport en maatschappij (BSM). Er ontstaatdus geen verschil in diplomawaarde tussen scholen en regio’s.De leden van de PVV-fractie vragen zich af of is onderzocht of scholen meteen kwetsbaardere leerlingenpopulatie dit vak vaker zullen inzetten alsvervanging van theoretische vakken.In de 240 scholen die meedoen aan de pilot praktijkgerichte havo is sprakevan een behoorlijk representatieve groep scholen met betrekking totregionale spreiding en scholen met een kwetsbare of minder kwetsbarepopulatie. Er is dus veel interesse, en zeker niet alleen van scholen meteen kwetsbaardere leerlingenpopulatie.De leden vragen verder hoe voorkomen wordt dat dit vak wordt gebruiktom havodiploma’s gemakkelijker te behalen, zonder dat leerlingendaadwerkelijk het vereiste niveau behalen?Zoals aangegeven in antwoord op een eerdere vraag van de leden van dePVV-fractie is het praktijkgerichte vak van een vergelijkbare omvang(kwantitatief) en zwaarte (kwalitatief) als andere vakken op het havo.Daardoor wordt bij het halen van dit vak ook het juiste (havo)niveaubehaald.De leden van de PVV-fractie vragen op welke wijze wordt gemonitord ofdit vak bijdraagt aan of juist afbreuk doet aan kansengelijkheid binnen hetfunderend onderwijs. Wat zijn de uitkomsten en vooruitzichten?Kansengelijkheid hangt van veel zaken af. Of alle leerlingen voldoende debasisvaardigheden meekrijgen, of er voldoende ondersteuning is voorleerlingen die dat niet van huis uit meekrijgen, of alle leerlingenvoldoende studiesucces hebben (lage uitval en switchgedrag) en nog veelmeer zaken. Al deze zaken worden gemonitord, onder andere via hetMasterplan basisvaardigheden. Ook de invoering van het vak wordt dekomende jaren gemonitord. De monitoring zal zich vooral richten op demanier waarop scholen het vak implementeren en de doorstroom van deleerlingen naar het vervolgonderwijs.De verwachting is dat de praktijkgerichte vakken een positief effecthebben op de voorbereiding voor en de overstap naar het hbo en op demotivatie van havisten. Daarnaast bieden de praktijkgerichte vakken voorveel leerlingen een kans om juist meer te doen met praktijkgerichtevaardigheden, die bij andere reguliere vakken niet altijd aan bod komen.De verwachting is dat het creëren van een breder aanbod uiteindelijkmeer recht doet aan de capaciteiten en talenten van alle leerlingen.De leden van de PVV-fractie vragen of de Staatssecretaris kan bevestigendat het op dit moment al mogelijk is om een havodiploma te behalenzonder wiskunde en zonder een tweede vreemde taal en dat het voorlig-gende voorstel het havodiploma verder kan uitkleden door vervangingvan een theoretisch profielvak door een praktijkgericht vak?Leerlingen met de profielen N&G, N&T en E&M zijn verplicht omwiskunde te volgen, en zijn niet verplicht om een tweede vreemde taal tevolgen. Leerlingen met het profiel C&M zijn verplicht om een tweedeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60616 vreemde taal te volgen. Momenteel zijn zij niet verplicht om het vakwiskunde te kiezen.Het is dus niet mogelijk om op het havo een profiel te volgen zonderwiskunde of een tweede moderne vreemde taal. Het introduceren van hetpraktijkgerichte vak zie ik dan ook niet als een uitkleding, maar als eenverrijking van het havo.De leden van de PVV-fractie vragen om toe te lichten welke gevolgen eendergelijke verdere profieluitkleding – door het vervangen van eentheoretisch profielvak door een praktijkgericht vak – heeft voor dedoorstroom naar het vwo? Hoe is de aansluiting van havoleerlingen meteen praktijkgericht vak op het vwo onderzocht en wat zijn de uitkomstendaarvan?In de pilot is niet specifiek onderzocht of er verschillen zijn in deaansluiting van havo naar vwo tussen scholen met een praktijkgericht vaken zonder praktijkgericht vak. Algemeen geldt dat van de leerlingen dieslagen voor het havo ongeveer 80% naar het hbo gaat en ongeveer 5%naar het vwo gaat. Het praktijkgerichte vak is een profielkeuzevak datleerlingen beter voorbereid op het hbo en diens aanliggende arbeids-markt. Echter, de vaardigheden die daar worden geleerd – zoals samen-werken, organiseren, plannen, presenteren, productontwerp, communi-catie – worden ook gevraagd bij veel vakken op het vwo. Daarbij is het zodat het praktijkgerichte vak een profielkeuzevak is. Leerlingen worden nietverplicht om het praktijkgerichte vak te volgen, maar kunnen ook eenander profielkeuzevak kiezen.Vervolgens vragen de fractieleden van de PVV om te bevestigen dat demogelijkheid tot stapelen van havo naar vwo een bijdrage levert aankansengelijkheid. Zij vragen daarbij om uiteen te zetten hoe het creërenvan een verder uitgekleed havoprofiel, met minder theoretische diepgang,de kansengelijkheid kan beïnvloeden.Het klopt dat een soepele aansluiting tussen schoolsoorten de kansenge-lijkheid bevordert. Dat zien we met name in de mogelijkheid tot stapelentussen vmbo en havo. Grofweg 15% van de vmbo’ers stroomt door naarhet havo, in vergelijking met 5% van de havisten naar het vwo. Hetintroduceren van een praktijkgericht vak op het havo vergroot destapelmogelijkheden van vmbo-leerlingen significant doordat er eenvergelijkbaar vak op het havo is. De theoretische leerweg in het vmbo kentimmers al praktijkgerichte vakken die veelvuldig door leerlingen wordengevolgd, ook door stapelaars. Doordat het praktijkgerichte vak eenprofielkeuzevak is, worden ook de stapelmogelijkheden niet noodzakelijkgeschaad voor de havisten die willen overstappen van havo naar vwo.Zoals in het antwoord hiervoor aangegeven zullen de vaardigheden diegeleerd worden in het praktijkgerichte vak ook van waarde zijn voordoorstromers naar het vwo. Evenwel kunnen zij, wanneer zij dat wensen,ook een ander keuzevak kiezen. Het havoprofiel wordt dus niet uitgekleed,maar verrijkt met de introductie van dit praktijkgerichte vak.De leden van de PVV-fractie vragen om toe te lichten hoe het mogelijk isdat een dergelijke omvangrijke wijziging in het havo programma al isingevoerd via grootschalige pilots, terwijl de Kamer pas in een voorhang-procedure inhoudelijk wordt betrokken.Uw kamer is vanaf de start van de ontwikkeling van de praktijkgerichtevakken in het havo regelmatig geïnformeerd. Dat begon al in de brief aanuw Kamer over de afronding experiment Regelluwe scholen uit decemberTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60617 20209, waarin toenmalige Staatssecretaris Slob aan heeft gekondigd dat in2021 gesprekken zouden worden gevoerd met SLO, het Havoplatform, deVO-raad en andere relevante partijen om toe te gaan werken naar dezeexamenprogramma’s. Onder meer in verschillende debatten en diverseKamerstukken is de Kamer in de tussentijd op de hoogte gehouden vandeze ontwikkeling.10 Ook dit voorjaar heeft uw Kamer nog een briefontvangen met de stand van zaken in het doorontwikkeltraject praktijkge-richte havo.11Dat deze vakken nu structureel worden gemaakt is de wens van deafgelopen kabinetten, inclusief het huidige demissionair kabinet. In hetregeerprogramma staat «We versterken en herwaarderen het praktijkge-richt onderwijs, bijvoorbeeld met de structurele verankering van depraktijkgerichte havo, die zich onder andere op techniek en technologiericht.» Overigens wordt hiermee ook de breed aangenomen motie van deleden Ceder (CU), De Kort (VVD) en Van Zanten (BBB) uitgevoerd, conformde toelichting bij de vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar2024.12Voorts vragen de leden om een beoordeling van het risico dat de Kamerhiermee de facto wordt geconfronteerd met een voldongen feit, omdatscholen al grootschalig met deze vorm van onderwijs werken.Dat is, zoals blijkt uit het vorige antwoord, niet aan de orde. Zoals ook almeermaals met uw Kamer is gedeeld, groeit de groep scholen die metéén of meerdere praktijkgerichte vakken aan de slag gaat. Zo waren er inde subsidieronde in 2024 81 plekken beschikbaar en ontving OCW139 aanvragen. Ook in 2025 zijn er weer 80 scholen begonnen, waardoorer nu zo’n 240 scholen aan het praktijkgerichte havo werken. Ook is deverwachting dat in de aanvraagronde van januari 2026 weer zo’n80 scholen zullen starten. Op die manier hebben al de helft van dehavo-vestigingen met praktijkgerichte vakken aan de slag kunnen gaan,voordat ze structureel zijn verankerd.Daarbij vragen de leden van de PVV-fractie op welke wijze de democra-tische controle gewaarborgd wordt wanneer stelselwijzigingen in depraktijk al plaatsvinden voordat de Kamer zich hierover zich in iederstadium heeft kunnen uitspreken.Zoals aangegeven in antwoord op een eerdere vraag van de leden van dePVV-fractie, heeft uw Kamer zich meerdere keren, sinds eind 2020, voordeze ontwikkeling uitgesproken. Daarmee beoordeel ik de democratischecontrole van dit beleid als zeer positief. Ik ben tevreden met het stevigemandaat en het politiek en maatschappelijk draagvlak dat deze praktijkge-richte havo vanaf de start van de ontwikkeling geniet.Deze leden vragen ook welke maatregelen ik bereid ben te nemen om tevoorkomen dat in de toekomst vergelijkbare grote onderwijsverande-ringen via langdurige pilotconstructies tot stand komen zonder parlemen-taire betrokkenheid in ieder stadium.9Kamerstukken II, 2020–2021, 29 546, nr. 33.10Zie Kamerstukken II 2020–2021, 31 524, nr. 491, de Kamerstukken II 2021–2022, 31 293 en31 289, nr. 598, en Kamerstukken II 2022–2023, 31 289, nr. 548.11Kamerstukken II, 2024–2025, 31 289, nr. 600.12Kamerstukken II, 2023–2024, 36 410 VIII, nr. 85.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60618 Zoals aangegeven in antwoord op een eerdere vraag van de leden van dePVV-fractie, is uw Kamer vanaf de start van de ontwikkeling van depraktijkgerichte vakken in het havo regelmatig geïnformeerd. Op basis vanartikel 9.3, eerste lid van de Wet voortgezet onderwijs 2020 ben ikbovendien bevoegd ontheffingen te verlenen voor de bijzondere inrichtingvan het onderwijs, waarbij onder andere kan worden afgeweken van debepalingen betreffende de inrichting van de havo-profielen. Ik zie geenreden om dit een volgende keer anders te doen. Dit is voor mij eenschoolvoorbeeld van het ontwikkelen van beleid met betrokkenheid vanalle relevante actoren, zeker op het gebied van curriculum.Tot slot vragen de leden van de PVV-fractie hoe in toekomstige trajectenkan worden geborgd dat «checks and balances» behouden blijven en datde Kamer reeds in een vroeg stadium inzicht heeft in de volledige scope,impact, risico’s en de richting van een dergelijke beleidsverandering.Mocht een dergelijk vraagstuk zich in de toekomst nog eens aandienen,dan is een vergelijkbare zorgvuldige aanpak, met een regelmatigevoortgangsrapportage aan de Kamer, zeer wenselijk.CDADe leden van de CDA-fractie lezen dat er met praktijkgerichte vakkenvakoverstijgend gewerkt kan worden. Dat lijkt deze leden een positieveontwikkeling. Worden de «best-practices» hiervan tussen scholengedeeld?Zowel voor het havo als voor het vmbo bestaat een community waarinscholen die het praktijkgerichte vak ontwikkelen en aanbieden «bestpractices», praktijkgerichte opdrachten en kennis kunnen uitwisselen. Hierwordt actief gebruik van gemaakt. Ook ontmoeten scholen elkaar opfysieke landelijke en regionale bijeenkomsten waar kennis en ervaringenworden uitgewisseld. Deze uitwisseling zal ook na de pilot wordenvoortgezet. De «best practices» worden daarnaast ook gedeeld viacommunicatiekanalen van alle landelijke betrokken partijen.De leden van de CDA-fractie merken op dat tijdens de internetconsultatievragen zijn gesteld over de kwaliteit. Deze leden vragen of bekend is of erverschillen zijn in kwaliteit tussen middelbare scholen waar nu techniek-onderwijs op het havo wordt gegeven? Zo ja, wat zijn die verschillen?De kwaliteit van het vak is geborgd door de onderliggende examenpro-gramma’s, die voor alle scholen hetzelfde zijn en waarvan het PTA, datdoor iedere school wordt opgesteld, alle eindtermen uit de examenpro-gramma’s moet dekken. Het bijbehorende onderwijs- en toetsprogrammadient daar vervolgens op aan te sluiten. Dat onderwijs kan door scholenop verschillende manieren worden ingevuld, passend bij de regio en isgericht op het niveau en de mogelijkheden van havoleerlingen. Deregionale mogelijkheden zijn juist de kracht van dergelijke schoolexamen-vakken,. Dit geldt dus zowel voor scholen die het praktijkgerichte vakMaatschappij bieden als voor scholen die het praktijkgerichte vakTechnologie aanbieden, en die er soms voor kiezen om techniekonderwijsop het havo te verzorgen. Die regionale verschillen in invulling leidenechter niet tot een andere onderwijsinhoud. De leerlingen moeten,conform de examenprogramma’s voldoen aan dezelfde eindtermen. Dat iswat scholen borgen en waar de Inspectie toezicht op houdt.Tevens vragen de leden van de CDA-fractie of er nog externe partners tevinden zijn die mee willen doen of is dit in bepaalde regio’s in Nederlandlastiger?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60619 Er zijn zeker externe partners te vinden voor alle scholen. Regionalesamenwerking en gebruik maken van het netwerk van de regionalehbo-instelling kan daarin helpend zijn.JA21De leden van de JA21-fractie vragen of het klopt dat het praktijkvak tenkoste gaat van een bestaand theoretisch vak indien een leerling ervoorkiest het praktijkvak te volgen.Kiezen voor een praktijkgericht vak hoeft niet noodzakelijk te betekenendat een leerling níet voor een meer theoretisch vak kiest. Een leerling kannu ook al kiezen voor vakken als onderzoek & ontwerpen (O&O), natuur,leven en techniek (NLT), informatica of bewegen, sport en maatschappij(BSM). Deze vakken zijn niet puur «theoretisch» te noemen. Overigens isjuist de koppeling tussen theorie en praktijk ook een belangrijkuitgangspunt bij het praktijkgerichte vak.De leden van de JA21-fractie merken op dat sommige «pilot-scholen»momenteel vier dagen per week besteden aan theoretisch onderwijs enéén dag aan praktijkgericht onderwijs. Deze leden constateren dat deleerprestaties in het algemeen vormend onderwijs, zoals lezen, schrijvenen rekenen, dalen en vragen op welke manier minder algemeen vormendonderwijs en meer praktijkonderwijs een antwoord vormt op op hetprobleem van de dalende prestaties.Ook in het praktijkgerichte vak wordt gewerkt aan het verbeteren van debasisvaardigheden. Zo zullen er eindtermen in de examenprogramma’sgewijd worden aan basisvaardigheden. Voor het succesvol afronden vaneen opdracht moet er sprake zijn van glasheldere communicatie (taal) enkloppende berekeningen. Ook hier worden dus basisvaardighedensteviger geïntegreerd in andere vakken. Daarmee ontstaan er stevigecross-overs, tussen bijvoorbeeld een vak als biologie en pgp-T ofbedrijfseconomie en pgp-M. Ook wordt er praktijk regelmatig dekoppeling gelegd met het profielwerkstuk en het praktijkgerichte vak,waarbij dus ook echt een beroep wordt gedaan op de ontwikkeling van debasisvaardigheden.De leden van de JA21-fractie constateren dat één op de zes scholieren inde tweede klas van het voortgezet onderwijs geen eenvoudige, begrijpe-lijke teksten kan schrijven, en een derde van onze vijftienjarigen niet instaat is om de krant of een brief van de gemeente te begrijpen. Vandaardat in de wet wordt vastgelegd dat het funderend onderwijs meeraandacht moet hebben voor de basisvaardigheden lezen, schrijven enrekenen. Hoe verhoudt deze wettelijke focus op basisvaardigheden zichtot het voornemen om de praktijkgerichte programma’s als volwaardigeschoolexamenvakken te verankeren binnen het reguliere havo? op welkemanieren wordt ervoor gezorgd dat deze praktijkopdrachten bij zoudendragen aan het ontwikkelen van deze vaardigheden?Ik ga onverminderd door met mijn aanpak op de basisvaardigheden. Datdoe ik onder andere via het Masterplan basisvaardigheden, het Groei-fondsprogramma Ontwikkelkracht, het doorontwikkelen van NRO tot eenNationaal Kennisinstituut Onderwijs en het beschikbaar stellen vanExpertisepunten voor de basisvaardigheden. Tegelijkertijd is er ook eensignificant probleem in de aansluiting tussen het havo en het hbo. Datheeft te maken met te hoge cijfers in switch en uitval, maar ook in dekennis en vaardigheden die in het hbo worden gevraagd, en onvoldoendeworden geleerd op het havo. Op het hbo wordt veel meer gewerkt metstages, levensechte opdrachten, externe opdrachtgevers en praktijkge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60620 richte vraagstukken. Leerlingen moeten ook op die manier van werkenbeter worden voorbereid, om uitval in het hbo te verminderen. Daar is ditpraktijkgerichte vak op het havo een antwoord op. Dit gaat dus niet tenkoste van de inzet op de basisvaardigheden.De leden van de JA21-fractie lezen in de concept-memorie van toelichtingdat het de «wens en verwachting» is dat veel scholen zullen kiezen voorhet aanbieden van praktijkgerichte vakken. Deze leden vragen of deregering het wenselijk acht dat alle scholen dit overnemen. Zijn er scholenwaarvan bekend is dat ze hier geen behoefte aan hebben?Het praktijkgerichte vak zou zeker voor veel leerlingen van toegevoegdewaarde kunnen zijn. Ik laat de keuze aan de scholen om een besluit tenemen of dit vak ook goed past binnen de onderwijsvisie van de schoolen de behoeften van hun leerlingen. Er zijn geen scholen bekend die geenbehoefte hebben aan de invoering van het praktijkgerichte vak.De leden van de JA21-fractie vragen hoe de kwaliteit van het praktijkge-richte vak wordt gewaarborgd, gezien de vele vormen en invullingen diehet kan krijgen.De kwaliteit van het vak is geborgd door de door SLO ontwikkeldeonderliggende examenprogramma’s, die voor alle scholen hetzelfde zijn.Het PTA dat door iedere school wordt opgesteld, moet alle eindtermen uithet examenprogramma dekken. Het bijbehorende onderwijs- en toetspro-gramma dient daar vervolgens op aan te sluiten. Scholen moeten immersalle eindtermen van het examenprogramma van het praktijkgerichte vakaan de orde laten komen en deze ook toetsen. Bovendien ziet de Inspectieziet toe op de kwaliteit van het onderwijs.Deze leden vragen in hoeverre de kwaliteit afhankelijk is van de inbrengvan externe partners. Hoe wordt de kwaliteit gemonitord?Het uitgangspunt blijft, dus net als bij andere examenvakken op het havo,dat bij het praktijkgerichte vak centraal vastgestelde eindtermen horen,die worden getoetst middels een schoolexamen. Dit schoolexamenbestaat onder andere uit een aantal door de school vastgestelde praktijk-gerichte opdrachten. Deze opdrachten bieden de school ruimte voor eenschooleigen en regionale invulling, onder andere door inbreng vanexterne partners, maar worden ingekaderd door de centraal vastgesteldeeindtermen voor dat vak (en het bijbehorende uitgewerkte PTA). Door hetPTA wordt op iedere school de kwaliteit van die schoolexamens geborgd.De mate waarin scholen de inbreng van externe partners in de opdrachtenvan het praktijkgerichte vak laten terugkomen, is aan de scholen zelf en zalwellicht tussen opdrachten verschillen. Scholen hebben de kennis en dekunde om passende opdrachten te maken die voldoen aan de eindtermenen die te toetsen zijn. Tijdens de pilot zijn er scholingsmodules ontwikkelddie docenten hierbij ondersteunen. Deze scholing wordt ook na de pilotvoortgezet en nader uitgebouwd.De leden van de JA21-fractie vragen of is voorzien dat leerlingen bij depraktijkgerichte vakken vooral zelfstandig zullen moeten werken? inhoeverre worden zij daarin begeleid door de docent?De praktijkgerichte vakken zijn zeker niet ontworpen om zelfstandig aan tewerken. De meeste scholen laten leerlingen in groepen van twee totvier personen samenwerken aan opdrachten. Leerlingen zijn daarnaastnog steeds afhankelijk van instructie van de docent en de toelichting vanhet bedrijf of de instelling. Een leerling ontvangt een opdracht ofvraagstuk van een bedrijf of instelling in de regio. Voor een uitwerking vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60621 dit vraagstuk heeft de leerling kennis nodig. De docent verstrekt dezekennis of ondersteund de leerling bij het verkrijgen ervan. Daarbijbegeleidt de docent de leerling bij het proces om te komen tot eenoplossing van het vraagstuk of de uitwerking van de opdracht.Tevens vragen deze leden in welke mate door de introductie van depraktijkgerichte vakken het directe contact en het aantal contacturentussen docenten en leerlingen afneemt.Hiervan is geen sprake. Het directe contact en het aantal contactmo-menten neemt door de introductie van het praktijkgerichte vak juist toe,door de intensieve begeleiding die hoort bij het praktijkgerichte vak.De leden van de JA21-fractie vragen voorts of docenten voor debegeleiding van een praktijkgericht vak over een bevoegdheid moetenbeschikken.Het praktijkgerichte vak wordt gegeven door een docent die bevoegd isvoor de bovenbouw van het havo (oftewel eerstegraads docenten).De leden van de JA21-fractie vragen of de regering voorbeelden kangeven van de invulling van praktijkgerichte vakken voor de diversewerkvelden van zowel het praktijkgerichte vak Technologie (van cultureleomgeving tot leefomgeving) als het praktijkgerichte vak Maatschappij(van economie tot onderwijs).De invulling van de praktijkgerichte vakken verschilt van school tot school.Over het algemeen zoeken scholen contact met lokale en regionalebedrijven en organisaties om gezamenlijk opdrachten voor de leerlingenontwerpen. Het onderwijs daaromheen is een combinatie van theorie enpraktijk. Daarbij worden in de meeste gevallen ook relevante kennis envaardigheden toegepast uit andere zaakvakken en de koppeling gelegdmet lezen, schrijven en rekenen. Sommige scholen laten leerlingen ookeen periode stages lopen bij een organisatie of een bedrijf als onderdeelvan het vak. Scholen ontwikkelen vaak goede contacten met hbo’s enorganiseren daar gastlessen of een bezoek aan een opleiding. In deTweede Kamerbrief van 17 februari 2025 hebben drie scholen hunervaringen toegelicht.13 Het Lyceum Oudehoven uit Gorinchem lichttebijvoorbeeld toe in schooljaar 2023–2024 te zijn gestart met een«zorghavo» als uitwerking van het praktijkgerichte vak Maatschappij. Hetonderwijs wordt samen met diverse zorginstellingen in de regio, degemeente en twee hbo-instellingen vormgegeven. Het Zwijsen College uitVeghel biedt zowel Maatschappij als Technologie aan. Op het gebied vantechnologie worden daar bedrijfsopdrachten binnen de werkveldenvoeding, techniek & technologie, industrie, woon & leefomgeving en ICTaan leerlingen aangeboden. Tijdens de pilot delen scholen voorbeeldop-drachten met elkaar in de community. Hiervan zijn door SLO een aantalvoorbeelden uitgewerkt in inspiratieartikelen. Deze voorbeelden zijn tevinden op de website van SLO14.De leden van de JA21-fractie vragen hoe dit besluit tot wijziging van hetUitvoeringsbesluit zich verhoudt tot de bestaande mogelijkheden binnenhet havo om vakken aan te bieden en samen te werken met externepartners, bijvoorbeeld via het vak NLT, waar dergelijke opdrachten al eenrol spelen.13Kamerstukken II, 2024–2025, 31 289, nr. 600.14https://magazines.slo.nl/pgp/artikelenhavo/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60622 Deze vakken blijven bestaan, daar verandert dit besluit niets aan.Sommige scholen zoeken nadrukkelijk de samenwerking met vakken alsNLT en combineren de vakken op een manier die goed past bij hetonderwijs op school.De leden van de JA21-fractie geven aan veel kritische geluiden te horenvan leraren in het voortgezet onderwijs over flexroosters, waarbijleerlingen zelf een deel van hun rooster bepalen. Deze leden vragen of dedalende lijn in prestaties die zij waarnemen niet juist vraagt om degarantie dat iedere leerling voldoende tijd krijgt voor onderwijs in debasisvaardigheden en voldoende oefening om deze onder de knie tekrijgen. Deze leden vragen met andere woorden of het havo niet eerdergebaat is bij rust, regelmaat en een uniform lesrooster.Voor iedereen geldt dat leerlingen voldoende tijd moeten krijgen om debasisvaardigheden onder de knie te krijgen. Scholen gaan zelf over hetonderwijsaanbod en het type rooster. Ook scholen die een flexroosterhanteren moeten zicht houden op de ontwikkeling van de leerlingen enbijsturen als dat in het gevaar komt. Er is daarbij geen relatie tussen«flexroosters» en de introductie van een praktijkgericht vak door scholen.De leden van de JA21-fractie constateren dat het praktijkvak wordtafgesloten met een schoolonderzoek en niet met een centraal examen.Deze leden vragen in hoeverre de prestaties bij deze schoolonderzoekenvergelijkbaar zijn en hoe daarop toezicht wordt gehouden. Tevens vragendeze leden of er een risico bestaat dat het praktijkonderwijs minder of nietserieus wordt genomen. Deze leden vragen voorts wat het risico is dat hetvak wordt gebruikt om leerlingen op een makkelijkere manier te latenslagen.De Inspectie kan toezien op de kwaliteit van het onderwijs op scholen endus ook op de kwaliteit en de examinering van vakken als het praktijkge-richte vak als daar aanleiding toe is. Met de aanwezigheid van eenlandelijk vastgesteld examenprogramma wordt de kwaliteit geborgd.Daardoor zie ik geen risico dat het praktijkgerichte vak (door leerlingen)minder serieus wordt genomen dan een theoretisch vak. Sterker nog,leerlingen zien door dergelijke vakken in waar zij bepaalde kennis envaardigheden voor in kunnen zetten. Zij nemen dergelijke levensechteopdrachten daardoor zeer serieus. Het vak heeft eenzelfde kwantitatieveomvang en een kwalitatief niveau als andere profielkeuzevakken, daarmeeis het niet eenvoudiger om dit vak af te ronden dan een ander profielkeu-zevak, waardoor de regering geen risico ziet dat het vak zal wordengebruikt om «gemakkelijker» te slagen.De leden van de JA21-fractie vragen of bekend is in hoeverre bedrijven,instellingen en overheden bereid zijn hieraan mee te werken en welketijdsbelasting dit van deze instellingen vraagt.Ja. De bereidheid vanuit het netwerk en hbo-instelling om hieraan mee tewerken is groot. Ook gemeenten zijn vaak betrokken bij het vak. Dit blijktuit de pilot. Ik ga er vanuit dat bedrijven of instellingen ongeveer 40 uurper opdracht nodig hebben.De leden van de JA21-fractie vragen op welke manier de praktijkgerichtevakken de mogelijkheden beïnvloeden om door te stromen naar het vwoen hoe leerlingen worden geïnformeerd over de gevolgen hiervan.Doordat het praktijkgerichte vak een profielkeuzevak is, worden destapelmogelijkheden niet noodzakelijk geschaad voor de havisten diewillen overstappen van havo naar vwo. De vaardigheden die geleerdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60623 worden in het praktijkgerichte vak kunnen ook van waarde zijn voordoorstromers naar het vwo. Leerlingen die door willen stromen naar vwomogen het vak kiezen, maar hoeven het vak niet te kiezen. Leerlingenworden tijdens de profielkeuze (medio/eind derde leerjaar op het havo) opelke school grondig geïnformeerd over de verschillende profielen enuitstroomgevolgen.De leden van de JA21-fractie geven aan benieuwd te zijn naar deonderwijskundige onderbouwing van het plan.De onderwijskundige toelichting op de praktijkgerichte vakkenMaatschappij en Technologie is te vinden in de startnotitie en deexamenprogramma’s die zijn opgesteld door SLO.15 Op basis van destartnotitie uit 2021 zijn samen met een groep ontwikkelscholen concept-examenprogramma’s voor de verschillende varianten opgesteld. Dezeexamenprogramma’s zijn vervolgens getoetst aan de praktijk en bijgesteldwaar nodig. De examenprogramma’s worden in 2026 vastgelegd in deRegeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs.De introductie van de praktijkgerichte vakken in het havo sluit ook aan opde bredere ontwikkeling rondom waardering voor praktijkgerichtonderwijs, zoals onder andere benoemd in de Kamerbrief van 7 juni2024.16 Praktijkgericht onderwijs, dat plaatsvindt in een leeromgevingwaarin interactie tussen de leerling en de buitenschoolse context centraalstaat, in combinatie met leren in een schoolse context, zorgt ervoor datleerlingen goed voorbereid worden op het vervolg van hun leerloopbaan.De leden van de JA21-fractie merken op dat bij het vinden van stage-plaatsen voor zogenaamde snuffelstages de netwerken van ouders eengrote rol spelen. Deze leden vragen hoe zwaar straks de contacten enmaatschappelijke positie van ouders wegen binnen het praktijkonderwijs.Die spelen geen rol. De scholen zijn verantwoordelijk voor de opdrachtendie worden gebruikt in het praktijkgerichte vak. Daarmee is het voor alleleerlingen mogelijk om hieraan deel te nemen.De leden van de JA21-fractie geven aan te hebben vernomen dat onderbegeleiding van SLO momenteel 240 scholen werken met praktijkvakkenop het havo en dat het de bedoeling is deze vakken vanaf schooljaar2026/2027 te verankeren in wet- en regelgeving. Deze leden vragen of ereen beeld is van de animo onder scholen die nu nog geen praktijkon-derwijs aanbieden.Het grote animo voor de subsidieregeling laat zien dat er veel enthou-siasme is bij scholen om met de praktijkgerichte vakken aan de slag tegaan. Er komen sinds 2023 ieder jaar meer aanvragen binnen dan kunnenworden toegekend. Zo waren er in de subsidieronde in 2024 81 plekkenbeschikbaar en ontving OCW 139 aanvragen. Ook in 2025 zijn er weer 80scholen begonnen, waardoor er nu zo’n 240 scholen aan het praktijkge-richte havo werken. Ook is de verwachting dat in de aanvraagronde vanjanuari 2026 weer zo’n 80 scholen zullen starten. Hieruit maak ik op dat erook bij scholen die nog geen praktijkgericht onderwijs bieden veel animois.15https://www.slo.nl/thema/vakspecifieke-thema/havo-praktijkgericht/ontwikkelingen-havo/praktijkgerichte-programma-havo/examenprogramma/16Kamerstukken II, 2023–2024, 30 079, 122.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60624 De leden van de JA21-fractie merken op dat vanaf 2027 € 41 miljoen isgereserveerd op de OCW-begroting voor praktijkonderwijs en dat in deberekening is uitgegaan van aanvullende bekostiging voor alle leerlingenin de havo bovenbouw ter hoogte van het bedrag per leerling in degemengde leerweg. Deze leden vragen waar dit geld precies voor isbestemd.De extra middelen voor scholen komen tegemoet aan het verschil inkosten tussen praktijkgerichte vakken en theoretisch onderwijs (verge-lijkbaar met de aanvullende bekostiging die ten behoeve van eengl-leerling in het vmbo wordt verstrekt). Praktijkgericht onderwijs vindtnamelijk plaats in een leeromgeving waarin interactie tussen leerling ende buitenschoolse context plaatsvindt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld omhet ontwikkelen van levensechte opdrachten, aanschaf van lesmateriaalen de begeleiding van leerlingen. Ook moeten scholen regionalenetwerken met vervolgonderwijs opbouwen of onderhouden om samenonderwijs vorm te geven (zoals betrokkenheid van partijen bij hetonderwijsprogramma en de afsluiting).De leden van de JA21-fractie vragen in hoeverre de verankering van hetpraktijkgerichte vak een taakverzwaring betekent voor het personeel vanscholen die besluiten hieraan mee te doen.Ja, het gaat om een (deels tijdelijke) taakverzwaring voor het betrokkenpersoneel.Elke school dient zelf de vertaalslag te maken van een examenprogrammanaar een onderwijsprogramma. De onderwijsprogramma’s en leermid-delen moeten op schoolniveau worden uitgewerkt, een vaksectie wordtsamengesteld, de onderwijsorganisatie wordt aangepast, PTA’s wordenuitgewerkt, schoolexamens worden ontwikkeld en docenten wordenbijgeschoold etc. Op diverse scholen vraagt de invoering van de praktijk-gerichte havo om aanpassingen in de inrichting en inventaris van deschool. Deze vertaling kent niet alleen schoolinterne aspecten, maarvraagt ook om afstemming met andere scholen in de regio, vervolgon-derwijs en arbeidsmarkt. Ook als het praktijkgerichte vak eenmaal staat,blijft het duurder dan een theoretisch ingestoken vak. Als tegemoet-koming in de extra kosten voor scholen met een praktijkgerichte havo, isom die reden structureel een hogere bekostiging beoogd vanaf kalen-derjaar 2027. Deze aanvullende bekostiging wordt bij ministeriële regelinguitgewerkt.BBBDe leden van de BBB-fractie vragen hoe wordt geborgd dat deze praktijk-gerichte vakken niet alleen op grote stedelijke scholen worden ingevoerd,maar ook op kleinere scholen in dorpen en regio’s.In de huidige pilot ontwikkelen op dit moment 240 scholen het praktijkge-richte vak, verspreid over het hele land en niet gecentreerd in stedelijkegebieden maar ook op kleinere scholen in dorpen en regio’s, zo is te zienop de scholenkaart.17 Middels bijeenkomsten wordt actief kennis eninformatie gedeeld in regio’s overal in Nederland, om zoveel mogelijkverschillende scholen te kunnen bereiken.Ook vragen deze leden of een stimuleringsregeling wordt voorzien omregionale spreiding te bevorderen.17https://www.slo.nl/thema/vakspecifieke-thema/havo-praktijkgericht/ontwikkelingen-havo/praktijkgerichte-programma-havo/scholenkaart/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60625 Nee, op dit moment is de regionale spreiding voldoende. Er is geen redenom aan te nemen dat dit na de pilot anders zal zijn.De leden van de BBB-fractie merken op dat uit de internetconsultatiebrede steun is gebleken voor de praktijkgerichte vakken en vragen of hetniet beter is om de praktijkgerichte vakken verplicht te maken, juist om tevoorkomen dat leerlingen in bepaalde regio’s achterblijven, Vervolgensvragen de leden hoe de Staatssecretaris de oproep uit de consultatieweegt om het praktijkgerichte vak verplicht te maken, waarin ook wordtbenadrukt dat het vak leerlingen beter voorbereidt op vervolgonderwijs,studiekeuze en het voorkomen van uitval, en dat het vak vakoverstijgendwerken stimuleert.Het aanbieden van een praktijkgericht vak is geen verplichting, omdat eenschool zelf het best de afweging kan maken of het aanbieden van één ofbeide praktijkgerichte vakken past bij de onderwijsvisie van de school ende behoeften van de leerlingen. Ik deel de constatering dat het praktijkge-richte vak leerlingen beter voorbereidt op vervolgonderwijs, studiekeuzeen het voorkomen van uitval, en dat het vak vakoverstijgend werkenstimuleert en zie dat het vak van meerwaarde kan zijn voor iedere havist.Dit besluit gaat echter niet over tot verplichting van het vak, vanwege dehierboven genoemde redenen.De leden van de BBB-fractie vragen zich ook af hoe een inspanningsver-plichting tot samenwerking met regionale arbeidsmarktpartijen enhbo-instellingen concreet wordt ondersteund?In de pilotperiode wisselen scholen ervaringen uit met andere scholen inhun regio onder begeleiding van SLO. Samenwerking met arbeidsmarkt-partijen en hbo-instellingen komt daarbij vaak aan bod. Daarnaast kunnendocenten en schoolleiders scholing volgen op diverse thema’s, waaronderhet opbouwen van een netwerk. Deze scholing wordt ook na de pilotvoortgezet en uitgebouwd.Voorts vragen deze leden of er een handreiking of structurele onder-steuning komt voor scholen om deze netwerken op te bouwen.Ja. SLO maakt bij ieder examenprogramma dat wordt afgesloten met eenschoolexamen een digitale handreiking, waarbij in dit geval onder andereaandacht wordt besteed aan het opbouwen van een netwerk. Het isdaarnaast de intentie de ondersteuning op het gebied van scholing enuitwisseling voort te zetten na de pilotperiode.Deze leden vragen ook hoe wordt voorkomen dat de gereserveerdemiddelen (€ 41 miljoen structureel) vooral bij grote onderwijsinstellingenterechtkomen. Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie of er eenverdeelsleutel wordt toegepast die kleinschalige initiatieven in de regio’sondersteunt.De beoogde aanvullende bekostiging zal worden uitgewerkt per minis-teriële regeling. Uitgangspunt is om bekostiging te verstrekken middelseen bedrag per leerling (gelijk aan het bedrag in de GL) in de havo-bovenbouw die daadwerkelijk een praktijkgericht vak volgt. Zo wordtbekostigd voor de leerlingen voor wie scholen daadwerkelijk extra kostenmaken en wordt voorkomen dat middelen alleen bij grote onderwijs-instellingen terechtkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60626 ChristenUnieDe leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de Staatssecretaris met ditontwerpbesluit volledig voldoet aan de wensen van scholen die een vormvan techniekhavo aanbieden.Er is met diverse scholen die een vorm van techniekhavo aanbiedenregelmatig contact geweest. Deze scholen hebben aangegeven dat deuitwerking van praktijkgerichte havo voor hen passend is. Er wordtvoldaan aan de wensen van de betreffende scholen met dit besluit. Zekernu er ook sprake is van de meerjarige subsidieregeling Techkwadraat, diebedoeld is om in regioverband het technologieonderwijs in het primair envoortgezet onderwijs (behalve het beroepsgerichte vmbo) te versterken,en waar veel «techniekhavo’s» aan meedoen.Deze leden vragen of uiteengezet kan worden welke verdere wensen inrelatie tot de praktijkhavo en techniekhavo er bij scholen leven? En opwelke manier de Staatssecretaris bereid is om deze wensen juridisch enfinancieel mogelijk te maken.Bij de totstandkoming van dit besluit zijn de randvoorwaarden voor deexamenprogramma’s van de praktijkgerichte vakken en ervaringen vanbetrokken partijen met de vakken meegenomen.In 2025 bieden ongeveer 170 scholen het praktijkgerichte vak Technologieaan in het havo en er nemen nu in totaal ongeveer 240 scholen deel aande pilot praktijkgerichte havo. Scholen kiezen voor verschillende invul-lingen van het onderwijsprogramma in het praktijkgerichte havo. Zokiezen ze er in sommige gevallen voor het vak meer uren aan te biedendan waar het examenprogramma op ontwikkeld is. Zo zijn er havo-scholen die ervoor kiezen om het praktijkgerichte vak neer te zettenvolgens het concept 2080learning. Dat wil zeggen dat ze leerlingen eendag in de week praktijkgericht onderwijs en in de andere vier dagen detheoretische vakken laten volgen. Er zijn ook andere uitwerkingen waarbijscholen meer uren praktijkgericht onderwijs volgen, waarbij leerlingen inde onderbouw beginnen met (de voorbereiding van leerlingen op) hetpraktijkgerichte vak. Ook bij die invulling zijn tussen scholen veelverschillen te zien.Voor het verankeren van de praktijkgerichte vakken in wet- en regelgevingwordt aangesloten bij de vereisten uit de examenprogramma’s. De impactvan het aanbieden van één of meerdere praktijkgerichte vakken isvergelijkbaar met die van het beroepsgerichte programma in de gl van hetvmbo. Daar zal in de beoogde aanvullende bekostiging dan ook bijworden aangesloten. Zolang andere wensen van scholen binnen hetonderwijsprogramma van het havo passen, kunnen scholen een bredereinvulling aan de praktijkgerichte vakken geven. Dit is echter geen vereiste.De leden van de ChristenUnie fractie vragen of, indien de Staatssecretarisniet op de hoogte is van andere wensen, hij bereid is dit te inventariserenbij deze voorlopers van de techniekhavo?Ik ben hiervan goed op de hoogte. Zoals ook aangegeven in antwoord opde vragen van de PVV-fractie in dit kader verandert er met dit besluit nietsaan de profielen en bijbehorende vakkenpakketten van het havo. Er wordtwel een brede verkenning uitgevoerd, die veel knelpunten en wensenmeeneemt. Daar zal een integrale afweging worden gemaakt of en welkeaanpassingen nodig zijn in de bovenbouw van het havo/vwo. De regeringintroduceert met de onderhavige aanpassing van het UitvoeringsbesluitWVO 2020 enkel twee schoolexamenvakken van circa 360 SLU (enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60627 twee vakken van 120 SLU in de kleine variant). Scholen hebben genoegruimte om hier een eigen invulling aan te geven, ook als zij daarbij graagin willen zetten op een stevig techniekcomponent.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen voorts naar de uitwerkingvan de € 3 miljoen die structureel beschikbaar is voor de techniekhavodankzij amendement-Bontenbal c.s.18 Is de verwachting dat dit bedragvolledig kan worden ingezet, zowel dit jaar als volgend jaar?De leden vragen verder of al is uitgewerkt hoe deze middelen vanaf 2027kunnen worden ingezet? Kan de Staatssecretaris delen welke optieshiertoe worden uitgedacht?Ja. De subsidieregeling praktijkgerichte havo is hiertoe gewijzigd. Allescholen die subsidie hebben ontvangen in de eerste en tweede subsi-dieronde en de grote variant van één of meerdere praktijkgerichte vakkenaanbieden krijgen in 2025, 2026 en 2027 een aanvullende subsidie. Overde structurele inzet van deze middelen moet nog nadere besluitvormingplaatsvindenDe leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Staatssecretaris uiteen tezetten wat hij verwacht van het animo van leerlingen voor keuzevakkenals NLT19, O&O20 en BSM21.Omdat er een extra keuzevak aan het curriculum wordt toegevoegd, zullenleerlingen tussen meer vakken een keuze kunnen maken, maar dat isafhankelijk van het aanbod van de school. Dit zou kunnen betekenen datscholen en/of leerlingen niet voor keuzevakken als NLT, O&O en BSM,maar ook Frans of Aardrijskunde, kiezen.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen verder of de Staatssecretarisdenkt dat keuzevakken als NLT, O&O en BSM minder leerlingen zullentrekken en dat er daarmee ook minder leerlingen een studie of lerarenop-leiding in die richting zullen gaan doen?Het zou kunnen dat er minder leerlingen kiezen voor één van de andereprofielkeuzevakken. Ik verwacht niet dat er ook een effect zal zijn op dekeuze voor vervolgstudies. Er bestaan namelijk geen specifiekehbo-opleidingen of lerarenopleidingen die opleiden tot O&O, NLT of BSMdocent. Praktijkgerichte vakken bedienen alle profielen en stellenleerlingen in staat beter kennis te maken met de praktijk en vervolgoplei-dingen. De verwachting is dan ook niet dat minder leerlingen voorspecifieke studies kiezen.Tot slot vragen deze leden de Staatssecretaris of hij daarnaast verwachtdat er een financiële prikkel voor scholen kan zijn om de genoemdevakken te schrappen ten gunste van een praktijkgericht vak havo, omdatscholen voor de laatste extra subsidie krijgen maar voor de eerste niet? zoja, op welke manier wilt de Staatssecretaris dit voorkomen? Zo nee,waarom verwacht hij dit niet?Het is niet de verwachting dat er een financiële prikkel uitgaat van dezeaanvullende bekostiging, want de scholen maken ook extra kosten voorpraktijkgerichte vakken. De aanvullende bekostiging is een tegemoet-koming hiervoor.18Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 141.19NLT: natuur, leven en techniek.20O&O: onderzoek en ontwerpen.21BSM: bewegen, sport en maatschappij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 60628

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · df2ea9cd38499e0c

14 okt 2026 · 772a2f809f69cd1d

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.