Voortgangsrapportage aanpak foutieve tenaamstelling in vonnissen
Brontekst
Versie f6103a75beedbc09 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 1065 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juli 20261. Inleiding Conform de toezegging van mijn ambtsvoorganger in de brief van10 november 20251, ontvangt uw Kamer met deze brief de tweedevoortgangsrapportage aanpak foutieve tenaamstellingen in vonnissen.Het gaat om zaken waarin na het onherroepelijk worden van eenstrafvonnis signalen bestaan dat de identiteit zoals die in de ketenregis-traties beschikbaar is, afwijkt van de tenaamstelling in het vonnis.Een juiste vaststelling en verwerking van de identiteit van personen in destrafrechtketen is van groot belang. Fouten kunnen gevolgen hebben voorburgers, voor de tenuitvoerlegging van straffen, en voor het vertrouwenin de strafrechtspleging. De aanpak van deze problematiek is daarom meturgentie opgepakt.Het betreft een complex vraagstuk. Identiteitsgegevens worden in destrafrechtketen op verschillende momenten vastgesteld, verwerkt,gecontroleerd en aangevuld. Zo kan het voorkomen dat bij een eerstecontact met de verdachte alleen een opgegeven naam beschikbaar is, endat betrouwbaardere gegevens pas later in het strafproces beschikbaarkomen. Bij dit proces zijn meerdere organisaties betrokken, waaronder deNationale Politie, de Koninklijke Marechaussee, het Openbaar Ministerie,de Rechtspraak, het Centraal Justitieel Incassobureau, de Dienst Justis,partners in de migratieketen en Justid; steeds vanuit een eigen taak enverantwoordelijkheid. Hierdoor kan de problematiek doorwerken inverschillende processen, zoals tenuitvoerlegging, signaleringen, beoor-deling van een Verklaring Omtrent het Gedrag en gegevensuitwisselingmet andere ketens. Hoewel de Matching Autoriteit van Justid hierin eencentrale rol heeft, omdat zij signalen over afwijkende identiteitsgegevensin de registers kan zien en de gevolgen daarvan in de keten zichtbaar kan1Kamerstukken II 2025/26, 29 279, nr. 1001. kst-29279-1065ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10651 maken, kan zij niet in alle gevallen zelfstandig tot herstel overgaan.Wanneer herstel verder gaat dan een administratieve correctie en raaktaan de inhoud of rechtsgevolgen van een onherroepelijk rechterlijkoordeel, dan is rechterlijke tussenkomst nodig.De inzet hierbij is tweeledig: de risico’s voor burgers en ketenprocessen zosnel mogelijk beperken en, waar nodig, met ketenpartners en de rechter-lijke macht spoedig rechtsstatelijk en zorgvuldig herstel organiseren.Ik waardeer dat de Algemene Rekenkamer in haar Verantwoordingson-derzoek 2025 2 heeft vastgesteld dat in de afgelopen tijd belangrijkestappen zijn gezet en dat de betrokken organisaties voortvarend aan deslag zijn gegaan. Dat komt tot uiting in het gegeven dat de AlgemeneRekenkamer de «ernstige onvolkomenheid» heeft afgeschaald naar een«onvolkomenheid». Dat betekent niet dat de problematiek is opgelost. DeAlgemene Rekenkamer vraagt in het bijzonder aandacht voor automa-tische wijzigingen, het verder in beeld brengen van de totale omvang, hetmaken van ketenafspraken en het belang van de burger.De rapportage is als volgt opgebouwd. In paragraaf 2 ga ik in op devoortgang binnen de vier onderdelen van het plan van aanpak: hetontwikkelen van een toetsings- en handelingskader; het met prioriteittoetsen en behandelen van de bekende zaken; het voorkomen van nieuweonjuiste tenaamstellingen en het verbeteren van de correctiemogelijk-heden. In paragraaf 3 bespreek ik de opvolging van de aanvullendebevindingen en aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer. Inparagraaf 4 geef ik de stand van zaken van de genomen maatregelen naaraanleiding van het onderzoek van de Auditdienst Rijk. Tot slot komt hetvervolg van de aanpak aan de orde in paragraaf 5.2. Uitvoering plan van aanpak 2.1 Ontwikkeling toetsings- en handelingskader Er is een toetsings- en handelingskader voor de Matching Autoriteitontwikkeld voor het toetsen en behandelen van signalen over onjuistetenaamstellingen in onherroepelijke strafvonnissen.Dit toetsings- en handelingskader onderscheidt vier gevalstypen:1.zaken waarbij de naam in het vonnis een omissie/onjuistheid bevat,maar er geen vraagtekens zijn over de persoon;2.zaken waarbij de naam in het vonnis niet meer klopt omdat sprake isgeweest van een officiële naamswijziging;3.zaken waarbij significante afwijkingen tussen de geregistreerdeidentiteitsgegevens en de in vonnissen opgenomen identiteit zijngeconstateerd, waarbij er geen signalen zijn van nadelige gevolgenvoor een derde (zoals het gebruik van een alias door de verdachte);4.zaken waarbij dergelijke afwijkingen in de persoonsgegevens zijngeconstateerd, waarbij er wel signalen zijn van nadelige gevolgen vooreen derde (zoals identiteitsfraude).Het onderscheid tussen gevalstypen is belangrijk, omdat de stappen dienodig zijn voor de afhandeling van een zaak per gevalstype verschillendzijn.Bij gevalstypen 1 en 2 gaat het om zaken waarin de onjuistheid adminis-tratief buiten twijfel staat, en kan de Matching Autoriteit dit zelf adminis-tratief in de systemen verwerken.2Kamerstukken II 2025/26, 36 945 VI, nr. 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10652 Bij gevalstypen 3 en 4 ligt dat anders. Daarin raakt herstel aan de inhoudof rechtsgevolgen van een onherroepelijk rechterlijk oordeel. Om diereden kan de Matching Autoriteit dat niet zelf corrigeren zonder betrok-kenheid van de organisaties in de strafrechtketen. Als een correctieinvloed heeft op de inhoud of de juridische gevolgen van een definitieverechterlijke uitspraak, dan is een rechter nodig om hierover te beslissen.De afgelopen periode is de juridische grondslag voor het toetsings- enhandelingskader uitgewerkt en extern gevalideerd. Zowel het toetsings-en handelingskader als de juridische grondslag zijn conform toezegging inhet eerste kwartaal van 2026 vastgesteld. Op grond van de ervaringen inde uitvoering kan het toetsings- en handelingskader periodiek wordenverfijnd. Voor een uiteenzetting van het toetsings- en handelingskaderverwijs ik u naar de eerste voortgangsrapportage van 10 november 2025.2.2 Toetsing en afhandeling van bekende zaken De afgelopen maanden is er voortgang geboekt met de aanpak van de lijstvan 867 zaken waarin signalen waren van onjuiste tenaamstellingen inonherroepelijke strafvonnissen. Kort samengevat geldt dat in alle zakenwaarin is gebleken dat onschuldige derden nadelige gevolgen kondenondervinden, mitigerende maatregelen zijn getroffen in afwachting vaneen rechterlijke uitspraak.In alle bekende zaken, met uitzondering van enkele gevallen die in debijlage worden toegelicht, zijn er geen aanwijzingen dat het vonnis op deverkeerde persoon ten uitvoer is gelegd of nog kan worden. Dit geldt ookin situaties waarin er onduidelijkheid bestond over de identiteit van deveroordeelde.In de voortgangsrapportage van 10 november 2025 is gemeld dat er 867zaken zijn geregistreerd waarin een signaal bestaat dat de tenaamstellingvan een onherroepelijk vonnis mogelijk niet juist is. Hierbij zijn de in deeerste voortgangsrapportage genoemde 65 zaken, waarvan was geconsta-teerd dat daarover geen informatie meer beschikbaar was, voor dezekerheid alsnog opnieuw meegenomen in de toetsing en waar mogelijkin de afhandeling.Van deze 867 zaken zijn tot dusver:–147 zaken ingedeeld onder gevalstypen 1 en 2;–607 zaken ingedeeld onder gevalstype 3;–87 zaken ingedeeld onder gevalstype 4 en–26 zaken vastgesteld waarin het vonnis niet onherroepelijk was ofsprake was van een dubbele registratie.Tot 1 mei 2026 is 61% van deze 867 zaken getoetst en waar mogelijkafgehandeld.Nieuwe zakenBuiten de oorspronkelijke lijst van 867 zaken zijn vanaf 2025 tot 1 mei 2026in totaal 99 nieuwe zaken geïdentificeerd met een mogelijke onjuistetenaamstelling in een onherroepelijk vonnis. Deze nieuwe zaken wordenbeoordeeld aan de hand van het toetsings- en handelingskader. Hiermeehebben de medewerkers van Justid het nodige handelingsperspectief ommet nieuwe zaken om te gaan. Zaken waarin mogelijk een onschuldigederde is betrokken, hebben daarbij vanzelfsprekend prioriteit.Ik licht de aantallen nader toe in bijlage 1 van deze brief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10653 Schrijfwijze namenTijdens het Wetgevingsoverleg van 23 juni 2026 is gevraagd of debekende zaken verband houden met de omzetting van namen uit hetArabisch of andere niet-Latijnse schriften naar het Latijnse schrift, en of erin de strafrechtketen een tool bestaat om dit in goede banen te leiden.In bijlage 2 bij deze brief ga ik hier nader op in.Markering en signaleringBij de toetsing en afhandeling wordt aandacht besteed aan markering vanmogelijke tenaamstellingsproblematiek in de systemen en aan signa-lering. De markering houdt in dat de ketenpartners die de Strafrechtketen-databank of het Justitieel Documentatiesysteem raadplegen, kunnen ziendat er in een zaak mogelijk sprake is van tenaamstellingsproblematiek.Hierdoor worden zij erop gewezen dat de gegevens niet zonder meerkunnen worden gebruikt, maar dat zij zelf moeten beoordelen welkebetekenis de gegevens hebben voor hun eigen taak en verantwoorde-lijkheid. Dit helpt te voorkomen dat mogelijk onjuiste gegevens tijdens hetonderzoek onbedoeld blijven doorwerken. Signalering houdt in dat actiefwordt bezien of bepaalde gegevens relevant zijn voor lopende processenbij de ketenpartners. Als dat het geval is, ontvangen de ketenpartnersrechtstreeks een signalering via een informatiebericht.Nadelige gevolgen beperkenIn zaken waarin is gebleken dat onschuldige derden nadelige gevolgenkonden ondervinden worden maatregelen getroffen om nadeligegevolgen te beperken en/of op te schorten. Die maatregelen, bestaanonder meer uit het hiervoor genoemde markeren van zaken, het infor-meren van betrokken ketenpartners, het opschorten van signaleringen ofandere maatregelen wanneer gegevens onjuist kunnen doorwerken, en –waar nodig en mogelijk – het contact zoeken met betrokkenen in indivi-duele gevallen waarin duidelijk is dat sprake is van een onschuldigederde. Daarmee wordt niet vooruitgelopen op eventueel rechterlijkherstel, maar wordt wel voorkomen dat mogelijk onjuiste gegevenszonder meer blijven doorwerken in de keten.2.3 Zoveel mogelijk voorkomen van nieuwe gevallen van onjuistetenaamstellingen Het vraagstuk van onjuiste tenaamstellingen in onherroepelijke vonnissenis een uitvloeisel van het complexe proces van identiteitsvaststelling in destrafrechtketen. Binnen het Programma Modernisering Identiteitsbehan-deling en Vindbaarheid, waarover u in de eerste brief van 28 mei 2025bent geïnformeerd, wordt hieraan door departement en ketenpartnerssamen gewerkt. Het gaat dan bijvoorbeeld om protocollen over identiteits-behandeling die gehanteerd moeten worden door de partijen in destrafrechtketen, maar ook om het verder ontwikkelen van mobieleidentiteitsvoorzieningen. Beleid en uitvoering werken hierin nauw samen.Identiteitsgegevens worden op verschillende momenten in het strafprocesvastgesteld, verwerkt en aangevuld. Betere of meer betrouwbaregegevens komen soms pas later in het strafproces beschikbaar. Daarnaastkunnen menselijke invoerfouten of onvolledige gegevens niet volledigworden uitgesloten, en kan het voorkomen dat een verdachte belang heeftbij het achterhouden of bemoeilijken van de identiteit. De inzet is dan ookfouten zoveel mogelijk te voorkomen, signalen sneller te herkennen enwaar nodig binnen de juiste kaders zorgvuldig te corrigeren of mitigeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10654 De aanpak van het tenaamstellingsvraagstuk heeft tot concrete verbete-ringen geleid. Dat constateert ook de Algemene Rekenkamer. Zoalsaangegeven onder paragraaf 2.2 zijn markeringsfunctionaliteitengerealiseerd in de Strafrechtketendatabank en het Justitieel Documenta-tiesysteem. Deze markeringen kunnen ook preventief worden aangebrachtals aliassen of gestolen identiteiten in andere zaken naar voren komen.Voor slachtoffers van identiteitsfraude is een extra functionaliteit, eenSOS-signaal, geïntroduceerd. Dit signaal stelt de Matching Autoriteitdirect in kennis wanneer een persoon die eerder betrokken was bijidentiteitsfraude, opnieuw gebruik maakt van een valse identiteit.Daardoor kan sneller worden beoordeeld of maatregelen nodig zijn omhernieuwde nadelige gevolgen voor een onschuldige derde tevoorkomen. Deze markeringen en signaleringen kunnen bijdragen aan hetvoorkomen en het vroegtijdig ondervangen van nieuwe gevallen. Eenandere verbetering in dit verband is de inrichting van een periodiekketenoverleg met vertegenwoordigers van de straf- en migratieketen. Indit ketenoverleg worden casussen besproken, risico’s in beeld gebracht,maatregelen getroffen en afspraken gemaakt over de wijze van samen-werking op uitvoerend niveau in zaken waar tenaamstellingsproblematiekspeelt.Aanvullend heeft EY-onderzoek verricht naar mogelijke verbeteringen inhet huidige proces van identiteitsvaststelling in de strafrechtketen.3 Zijconcluderen dat er geen snelle maatregelen of «quick wins» zijn geïdenti-ficeerd waarmee deze problematiek op korte termijn structureel kanworden verbeterd. Het onderzoek bevestigt het belang van de voortzettingvan het eerder genoemde programma. Daarnaast wordt geadviseerd hetbeleid en de wetgeving met betrekking tot identiteitsvaststelling in destrafrechtketen te evalueren. In het rapport staan ook enkele observatiesover sturing en governance ten aanzien van identiteitsbehandeling in destrafrechtketen.Ik deel deze conclusies. De adviezen worden betrokken bij de activiteitenvan het Programma Modernisering Identiteitsbehandeling enVindbaarheid. Die activiteiten worden de komende drie jaar voortgezet innauwe samenwerking met de ketenpartners. De observaties van EY oversturing en governance worden betrokken in de bredere versterkings-plannen voor de strafrechtketen. Over de voortgang in dit verband wordtuw Kamer geïnformeerd in de voortgangsrapportage over de strafrecht-keten, die in het najaar van 2026 wordt verwacht.2.4 Verbetering van correctiemogelijkheden Voor een deel van de zaken kan Justid een administratieve correctiebinnen de ketenregistraties toepassen. Waar correctie van identiteitsge-gevens raakt aan de inhoud of rechtsgevolgen van een onherroepelijkrechterlijk vonnis, is rechterlijke betrokkenheid nodig. Bestaandeprocedures, zoals de herzieningsprocedure bij de Hoge Raad, biedenhiervoor niet altijd een passende route, onder meer omdat zij langdurigzijn en niet (altijd) een rechtsingang voor de overheid bieden om eencorrectie proactief in gang te zetten.Daarom wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een aanvullenderechterlijke procedure waarmee onjuiste tenaamstellingen in daarvoorgeschikte gevallen sneller kunnen worden gecorrigeerd. Uitgangspuntdaarbij is dat het initiatief tot correctie van identiteitsgegevens nietuitsluitend bij de burger wordt gelegd, omdat betrokkenen niet altijdweten dat sprake is van een onjuiste tenaamstelling, maar ook bij de3Open overheid / https://open.overheid.nl/details/8c73de1c-ed9d-410d-8675-9d1bc335c706.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10655 overheid. Zo wordt het mogelijk proactief registratiecorrecties door tevoeren.Er wordt gewerkt aan een startnotitie waarin de contouren van eenaanvullende rechterlijke procedure nader worden uitgewerkt. Hierover zalik uw Kamer op de hoogte houden.3. Opvolging bevindingen en aanbevelingen Algemene Reken-kamer Ik waardeer dat de Algemene Rekenkamer in haar Verantwoordingson-derzoek 2025 oog heeft gehad voor de grote stappen die het afgelopenjaar zijn gezet in de aanpak van foutieve tenaamstellingen. Kern van mijnaanpak was te komen tot een afgestemd herstelproces in de keten. Datproces loopt voorspoedig en zorgvuldig. Zoals ik hiervoor heb vermeld, isdaarmee niet gezegd dat de problematiek is opgelost. Hieronder ga ik inop de aanvullende acties die inmiddels lopen of nog genomen zullenworden ter opvolging van de bevindingen en aanbevelingen van deAlgemene Rekenkamer.3.1 Automatische wijzigingen De Algemene Rekenkamer heeft aandacht gevraagd voor de verwerkingvan automatische wijzigingen uit onder meer de BasisregistratiePersonen, inclusief de Registratie Niet-Ingezetenen, en uit de Basisvoor-ziening Vreemdelingen. De Algemene Rekenkamer stelt dat dezewerkwijze niet volledig aansluit op het toetsings- en handelingskader,omdat wijzigingen zonder voorafgaande beoordeling kunnen wordenverwerkt. Dit terwijl zij gevolgen kunnen hebben voor onherroepelijkevonnissen en ketenprocessen.Naar aanleiding hiervan heeft Justid een risicoanalyse uitgevoerd naarmogelijke gevolgen voor burgers en overige maatschappelijke effecten.Uit de analyse blijkt dat het automatisch overnemen en achteraf beoor-delen van wijzigingen uit de (basis-)administraties in de Strafrechtketen-databank, risico’s kan opleveren in het geval die wijzigingen betrekkinghebben op een onherroepelijk vonnis. Bijvoorbeeld als door een automa-tische wijziging een naam in het register afwijkt van de naam in hetonherroepelijke vonnis. Daarmee kan bij de tenuitvoerlegging mogelijkeen verkeerde persoon worden betrokken. Ook kan de verkeerde persoondit op het strafblad krijgen en daardoor geen Verklaring Omtrent hetGedrag krijgen, of omgekeerd dat de schuldige deze ten onrechte wel kankrijgen.Tegelijk blijkt uit de praktijkervaring met het toetsings- en handelingskadertot nu toe dat het risico op maatschappelijke schade als gevolg van dezeautomatische wijzigingen beperkt is.Om volledig volgens het toetsings- en handelingskader te kunnen werken,dienen identiteitsgegevens afkomstig uit de hiervoor genoemde registersdoor de Matching Autoriteit te worden beoordeeld voordat die gegevensin de Strafrechtketendatabank worden verwerkt. Dit geldt voor zover diegegevens gevolgen kunnen hebben voor een onherroepelijk vonnis. Dat isniet onmiddellijk te realiseren zonder mogelijke nadelige gevolgen voorandere strafvorderlijke processen, waar het tijdig kunnen beschikken overwijzigingen van groot belang is. Daarom wordt gewerkt aan maatregelenvoor de korte en de langere termijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10656 Voor de korte termijn is een technische aanpassing gerealiseerd om deMatching Autoriteit in staat te stellen automatische wijzigingen achterafgericht te kunnen beoordelen en indien nodig terug te kunnen draaien.Daarmee blijft actuele informatie uit de genoemde registers beschikbaarvoor de strafrechtketen, terwijl mogelijke nadelige gevolgen voor burgersen ketenprocessen sneller kunnen worden gesignaleerd en gemitigeerd.Voor de langere termijn wordt gewerkt aan een structurele aanpassingwaarmee relevante automatische wijzigingen niet meer zonder vooraf-gaande beoordeling worden overgenomen door de Matching Autoriteit.Dat zou betekenen dat vooraf wordt beoordeeld of een wijziging uit deBasisregistratie Personen, de Registratie Niet-Ingezetenen of de Basis-voorziening Vreemdelingen gevolgen kan hebben voor de tenaamstellingvan een onherroepelijk vonnis en of opname in de strafrechtregistratieverantwoord is. De hiervoor vereiste systeem- en procesaanpassingenworden met prioriteit uitgewerkt.Verder wordt, gelet op de verwerking van gevoelige strafrechtelijkepersoonsgegevens, een Data Protection Impact Assessment (DPIA)uitgevoerd op de werkwijze rond onjuiste tenaamstellingen in onherroe-pelijke vonnissen. Daarbij worden de Functionarissen Gegevensbe-scherming van JenV en de betrokken ketenpartners geconsulteerd. DeAutoriteit Persoonsgegevens is hierover geïnformeerd.3.2 In beeld krijgen van de totale omvang De Rekenkamer heeft aangegeven dat de geconstateerde 867 zaken alsondergrens zijn te beschouwen. In het plan van aanpak is daarom eenhaalbaarheidsonderzoek opgenomen naar de vraag of in de periode2011–2025 meer zaken met een onherroepelijk vonnis met een mogelijkeonjuiste tenaamstelling kunnen worden achterhaald. Dat onderzoek iscomplex. Organisaties in de strafrechtketen gebruiken ieder eigensystemen, registreren gegevens op verschillende manieren en werkenbinnen verschillende wettelijke kaders. Daardoor beschikt de strafrecht-keten niet over één volledig gekoppeld historisch overzicht waaruit zondermeer kan worden afgeleid of er sprake kan zijn van een mogelijk onjuistetenaamstelling in een onherroepelijk strafvonnis.Het haalbaarheidsonderzoek is toegespitst op de bestandsvergelijkingtussen de belangrijkste registraties van identiteitsgegevens. Het richt zichop de vergelijking van de Strafrechtketendatabank en het JustitieelDocumentatiesysteem met de Basisvoorziening identiteitsvaststelling(BVID) bij de politie en met de Basisregistratie Personen (inclusief hetRegister Niet-Ingezetenen) en de Basisvoorziening Vreemdelingen.De vergelijking met het BVID leverde op dat er 1.319 zaken met eenonherroepelijk vonnis zijn gevonden, waarbij op enig moment in hetstrafproces geregistreerde identiteitsgegevens zijn gewijzigd. Daarvan isop grond van eerdere werkinstructies van de Matching Autoriteit in 292zaken bepaald dat er mogelijk sprake is van een onjuiste tenaamstellingvan een onherroepelijk vonnis. Deze 292 zaken maken deel uit van debekende 867 zaken. Om te achterhalen of in het zoekgebied van 1.027zaken zich toch zaken bevinden waarin op grond van het toetsings- enhandelingskader een tenaamstellingsvraagstuk speelt, moeten deze zakenindividueel worden beoordeeld. Deze zaken zijn in de Strafrechtketenda-tabank vanaf 2010 geregistreerd, waardoor wijzigingen waarschijnlijk nogte achterhalen zijn. Bovendien is in die zaken ook (veelal) biometrieaanwezig. Om deze redenen zou een herbeoordeling van het helezoekgebied van 1.027 zaken arbeidsintensief maar uitvoerbaar zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10657 Het verdere onderzoek zal zich dan ook concentreren op de analyse van dezaken in het zoekgebied van de 1.027 zaken uit signalen van de BVID.Hierbij wordt prioriteit gegeven aan signalen met de grootste mogelijkemaatschappelijke impact, zoals signalen waarbij niet duidelijk is of dejuiste persoon is gestraft, waarbij tenuitvoerlegging aan de orde isgeweest of waarbij aanwijzingen bestaan dat een onschuldige derdebetrokken kan zijn geraakt. Op basis van de uitkomsten wordt bepaald ofverdere analyse nodig en proportioneel is.De bestandsvergelijking met de Basisregistratie Personen (inclusief hetRegister Niet-Ingezetenen) en de Basisvoorziening Vreemdelingen leverdeeen zoekgebied op van 4.529 zaken met een onherroepelijk vonnis waarinop enig moment in het strafproces geregistreerde identiteitsgegevenssignificant zijn gewijzigd. Het is niet met zekerheid uit te sluiten dat in ditzoekgebied zaken zitten waarin sprake kan zijn van een onjuiste tenaam-stelling. Ook hier geldt dat een individuele zaakbeoordeling nodig is omdat te kunnen bepalen. Omdat voor deze 4.529 zaken geen historiebeschikbaar is, is vrijwel niet te achterhalen of in dit zoekgebied nogrelevante zaken zijn terug te vinden. Nader onderzoek legt een aanzienlijkbeslag op de schaarse capaciteit van de ketenpartners terwijl de slaagkansvrijwel nihil is.Over de voortgang en uitkomsten van de gefaseerde vervolgaanpak zal ikuw Kamer in de volgende voortgangsrapportage informeren.3.3 Ketenafspraken De oplossing van onjuiste tenaamstellingen is een ketenopgave. DeMatching Autoriteit van Justid heeft een centrale rol, maar de verdereafhandeling van zaken die zij niet zelfstandig administratief kan corri-geren, kan afhankelijk zijn van onder meer het Openbaar Ministerie, deRechtspraak, het Centraal Justitieel Incassobureau, de Nationale Politie,de Koninklijke Marechaussee, de Dienst Justis en partners in de migratie-keten.Er is door Justid een operationeel ketenoverleg ingericht met vertegen-woordigers van de straf- en migratieketen. Daarin worden casussenbesproken, risico’s in beeld gebracht en maatregelen afgestemd.Daarnaast is een Tenaamstellingsoverleg ingericht waarin de betrokkenketenpartners zijn vertegenwoordigd. Dit overleg richt zich op het makenvan verdere afspraken over de afhandeling van onjuiste tenaamstellingenvan de zaken onder gevalstypen 3 en 4, de versterking van het casus-overleg en de verdere voorbereiding van de aanvullende rechterlijkeprocedure. Daarmee wordt de operationele behandeling van individuelezaken verbonden met de benodigde structurele ketenafspraken. Deervaringen uit dit overleg kunnen eveneens worden benut om detoepassing van het toetsings- en handelingskader in de praktijk teverduidelijken en waar nodig te verfijnen.3.4 Het belang van de burger De Algemene Rekenkamer heeft terecht aandacht gevraagd voor hetbelang van de burger. Dit belang staat centraal bij de aanpak en demaatregelen die ik hiervoor uiteen heb gezet. Onschuldige burgersmoeten zoveel mogelijk worden beschermd tegen de gevolgen vanonjuiste strafregistraties. Daarbij is van belang dat burgers niet altijd zelfdirect merken dat sprake kan zijn van een onjuiste tenaamstelling of eenonjuiste registratie. Soms blijkt dat pas bij een controle, bij de tenuitvoer-legging van een straf of bij een aanvraag voor een Verklaring Omtrent hetGedrag. Als zich toch een situatie voordoet waarin een onschuldigeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10658 burger negatieve gevolgen ervaart van identiteitsfraude of onjuisteregistraties, moet zo snel mogelijk worden ingegrepen om die gevolgen tebeperken of te herstellen.Daarom wordt bij de toetsing en behandeling van zaken steeds gekeken ofeen onschuldige derde betrokken kan zijn geraakt en of onmiddellijkemitigerende maatregelen nodig zijn. In individuele gevallen waarinduidelijke aanwijzingen bestaan dat een onschuldige derde is betrokken,wordt contact gezocht met de betrokkene. Daarnaast wordt in het vervolgvan de aanpak nadrukkelijker bezien hoe burgers beter kunnen wordengeïnformeerd en ondersteund, en hoe voorkomen kan worden dat zijtussen instanties in de knel komen. Ook bij de verdere uitwerking van deaanvullende rechterlijke procedure wordt het burgerperspectief en debelangen van burgers nadrukkelijk meegewogen.Ter uitvoering van de motie van het lid Faber4 en in overeenstemmingmet wat daarover is besproken tijdens het Wetgevingsoverleg van 23 juni2026, start ik een verkenning naar de wenselijkheid en mogelijkheid omburgers op een verantwoorde en uitvoerbare manier te informeren bijwijzigingen met betrekking tot hun strafblad.4. Onderzoek Auditdienst Rijk In de brief van 19 december 2025 is uw Kamer geïnformeerd over hetonderzoek van de Auditdienst Rijk (ADR) naar, kort gezegd, de oorzakenwaardoor het vraagstuk van onjuiste tenaamstellingen in eerdere jarenonopgelost is gebleven. Daarbij is aangegeven dat de aanbevelingen vande ADR zijn overgenomen.5Een deel van de aanbevelingen die volgens de ADR acuut opgepaktdienen te worden, is onderdeel van het hierboven omschreven plan vanaanpak/verbeterplan, zoals het in kaart brengen van de volledigeproblematiek van de correcties en het opgestelde en gevalideerdetoetsings- en handelingskader. In het kader van de zorg voormedewerkers, zijn de integriteitsprocedure en de positie van vertrouwens-personen versterkt.Ook op de andere terreinen is opvolging gegeven aan de aanbevelingen.Deze zien op het versterken van het ambtelijk vakmanschap binnen Justiden de beleidsverantwoordelijke afdeling bij het ministerie, de verdereprofessionalisering binnen Justid en de onderlinge samenwerking tussenhet ministerie en Justid. Zo is binnen het leiderschapsprogramma voorleidinggevenden binnen Justid specifiek gevraagd de belangrijkste leringuit het ADR-rapport om te zetten in cultuurelementen voor de gewenstecultuur van Justid, in lijn met de missie en visie van de organisatie. Hetgesprek daarover wordt doorlopend binnen de organisatie gevoerd.Belangrijk hierbij is dat signalen worden gemeld via de reguliere kanalen,dan kan een proces van hoor en wederhoor plaatsvinden om de aard tebepalen en de juiste maatregelen te treffen. De psychosociale veiligheidheeft in dit verband hoge prioriteit. Dit draagt bij aan bewustwording vanhet belang van goede arbeidsomstandigheden: het zo veilig, gezond enplezierig mogelijk kunnen werken. Binnen de betreffende beleidsafdelingvan het ministerie is tevens een (cultuur)verandertraject ingezet, waar dedoor de ADR gedane aanbevelingen in worden meegenomen.Al deze activiteiten zien voornamelijk op het veranderen van de cultuur enhet gedrag in de organisaties, maar ook van de onderlinge samenwerking.Dat vergt tijd. Om te zorgen dat deze inspanningen recht blijven doen aan4Kamerstukken II 2025/26, 36945-VI-13.5Kamerstukken II 2025/26, 29 279, nr. 1007.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10659 de door de ADR gedane aanbevelingen, wordt hier in het reguliereoverleg tussen Justid en het ministerie nadrukkelijk bij stil gestaan entoegezien op de voortgang.5. Vervolg De aanpak van onjuiste tenaamstellingen heeft aantoonbaar voortganggeboekt, maar is nog niet afgerond. De juiste tenaamstelling van eenvonnis in de strafrechtketen heeft de blijvende aandacht van allebetrokken ketenpartners en vergt een lange adem. In de komende periodeligt de nadruk op de volgende trajecten: verdere toetsing en behandelingvan bekende en nieuw geïdentificeerde zaken, uitvoering van degefaseerde vervolgaanpak om het beschikbare beeld van de omvang vanhet tenaamstellingsvraagstuk te verdiepen en eventuele nadeligegevolgen te mitigeren, structurele aanpassing van de werkwijze voorautomatische wijzigingen, nadere ketenafspraken over toetsing, afhan-deling en mitigatie, en verdere voorbereiding van een aanvullenderechterlijke procedure.Ik informeer uw Kamer uiterlijk voor de zomer van 2027 over devoortgang op deze trajecten.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van BruggenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106510 NADERE TOELICHTING VAN DE STAND VAN ZAKEN OVER DETOETSING EN AFHANDELING VAN BEKENDE ZAKEN(PEILDATUM: 1 MEI 2026)Deze bijlage bevat een nadere toelichting op de cijfers en stand van zakendie in paragraaf 2.2 van de tweede voortgangsrapportage op hoofdlijnenzijn weergegeven. De bijlage heeft betrekking op de oorspronkelijke lijstvan 867 bekende zaken, de indeling in gevalstypen, de zaken die buiten degevalstypen vallen, de nieuwe zaken die na de oorspronkelijke lijst zijngeïdentificeerd en de eerder gemelde zware zaken.Van de 867 bekende zaken vallen 147 zaken onder gevalstypen 1 en 2(17%). Deze zaken zijn inmiddels getoetst en afgehandeld. Dit betekent datde registraties zijn aangepast in de Strafrechtketendatabank en hetJustitieel Documentatiesysteem. Het werkproces voor deze gevalstypen isnu geïntegreerd in de reguliere werkwijze van de Matching Autoriteit.Gevalstype 3 betreft 607 zaken, 70% van de oorspronkelijke lijst. In dezezaken is sprake van significante afwijkingen tussen geregistreerdeidentiteitsgegevens en de tenaamstelling in het vonnis, zonder signalendat een derde daardoor nadeel heeft ondervonden. Op basis vanbeschikbare biometrische gegevens is in hoge mate aannemelijk dat hetom dezelfde natuurlijke persoon gaat. De bekende zaken onder gevalstype3 zijn gemarkeerd in de Strafrechtketendatabank en daarover is metketenpartners gecommuniceerd. Ook in het Justitieel Documentatie-systeem, onder meer gebruikt voor de screening voor de afgifte van eenVerklaring Omtrent het Gedrag, is deze markering op de zaak aangebracht.Bij raadpleging van deze zaak is het voor de ketenpartners zichtbaar dat ereen onderzoek naar de identiteit loopt, zodat zij binnen hun eigen taak,verantwoordelijkheid en rechtsstatelijke grenzen passende maatregelenkunnen nemen. De betrokken organisaties zijn doordrongen van denoodzaak om dit met urgentie te doen. Voor de tot 1 mei 2026 beoor-deelde zaken, in totaal 273, is geconstateerd dat – ondanks meerderebekende identiteiten – er geen aanwijzingen zijn dat de verkeerdenatuurlijke persoon is gestraft. Binnen de Strafrechtketendatabank is desamenhang tussen deze identiteiten inzichtelijk en opvraagbaar gemaaktvoor ketenpartners. De resterende zaken worden voor de zomer inhou-delijk behandeld.Gevalstype 4 betreft 87 zaken, 10% van de oorspronkelijke lijst. In dezezaken is net als bij gevalstype 3 sprake van significante afwijkingen tussengeregistreerde identiteitsgegevens en de tenaamstelling in het vonnis,maar zijn er wel signalen dat een derde daardoor nadeel heeft onder-vonden, bijvoorbeeld als gevolg van identiteitsfraude. Mede gelet op datlaatste zijn deze zaken als eerste in onderzoek genomen. In samenwerkingmet ketenpartners zijn door Justid mogelijk negatieve gevolgen voorderden in beeld gebracht en gemitigeerd. Ten opzichte van de in de vorigevoortgangsrapportage genoemde zaken zijn geen nieuwe zaken naarvoren gekomen waarbij een onschuldige derde op grond van een onjuistetenaamstelling van een onherroepelijk vonnis onterecht in detentie heeftgezeten. In alle 87 getoetste zaken zijn er geen aanwijzingen dat deverkeerde natuurlijke persoon de opgelegde straf heeft ondergaan. In 8zaken stond een signalering op een verkeerde naam en in 1 zaak eeninreisverbod. De signaleringen en het inreisverbod zijn opgeschort inafwachting van verdere beoordeling en, waar nodig, rechterlijk herstel.Voor de hiervoor genoemde zaken onder gevalstype 4 zijn markeringenaangebracht in de Strafrechtketendatabank en is met ketenpartnersgecommuniceerd dat sprake is van mogelijke tenaamstellingsproble-matiek. Daardoor is bij raadpleging van de gegevens zichtbaar dat deBIJLAGE 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106511 desbetreffende gegevens niet zonder meer mogen doorwerken in deketenprocessen. Ketenpartners kunnen dan vanuit hun eigen wettelijketaken en verantwoordelijkheden passende maatregelen nemen, bijvoor-beeld bij signaleringen, tenuitvoerlegging of screening. Daarmee wordtniet vooruitgelopen op rechterlijk herstel, maar wordt wel voorkomen datmogelijk onjuiste gegevens zonder waarschuwing blijven doorwerken inde keten.Tot slot kon van 26 zaken worden vastgesteld dat het vonnis nietonherroepelijk was of dat sprake was van een dubbele registratie.Buiten het totaal van de oorspronkelijke 867 bekende zaken zijn vanafbegin 2025 tot 1 mei 2026 in totaal 99 nieuwe zaken geïdentificeerd meteen mogelijke onjuiste tenaamstelling in een onherroepelijk vonnis.Daarin begrepen zijn ook de 33 nieuwe zaken die mijn voorganger heeftgemeld in de vorige voortgangsrapportage. De nieuwe zaken wordenparallel aan de reeds bekende zaken behandeld aan de hand van hettoetsings- en handelingskader. Zaken waarin mogelijk een onschuldigederde is betrokken, hebben vanzelfsprekend prioriteit.In haar verantwoordingsonderzoek 2025 ging de Algemene Rekenkamerspecifiek in op de stand van 19 zware zaken. In de voortgangsrapportagevan 10 november 2025 is uw Kamer geïnformeerd over de uitkomsten vaneen initiële analyse van de oorspronkelijke lijst van 867 zaken. Daarbij zijn19 zware zaken benoemd. Daarover kan ik nu een nadere preciseringgeven. In 17 zaken zijn er geen aanwijzingen dat de straf aan de verkeerdenatuurlijke persoon ten uitvoer is gelegd. In alle gevallen waarin de straften uitvoer is gelegd, bestaan geen indicaties dat onschuldige personenzijn vastgezet. In 1 zaak gaat het om gegevens uit 1995 die niet meerbeschikbaar zijn omdat deze uit de registers zijn verwijderd. In deresterende zaak is nog geen tenuitvoerlegging gestart; er is geen sprakevan een onherroepelijk strafvonnis.Een overzicht van alle genoemde aantallen en een korte duiding daarvanzijn te vinden in de hieronder opgenomen tabel (peildatum: 1 mei 2026).AantallenDuidingTotaal aantal reeds bekende zaken867Oorspronkelijke lijst bekende zaken t/m 2024.99Nieuwe zaken buiten de 867 reeds bekende zaken, geïdentificeerdvanaf 2025 tot 1 mei 2026. Worden beoordeeld aan de hand vanhet toetsings- en handelingskader.966Totaal aantal zaken tot 1 mei 2026 (867 + 99).Uitsplitsing van de 867 reeds bekende zaken147Zaken onder gevalstypen 1 en 2. Betreft zaken waarin sprake isvan een schrijf- of invoerfout respectievelijk een officiëlenaamswijziging. Alle zaken zijn getoetst en afgehandeld viaaanpassingen in de registers.607Zaken onder gevalstype 3. In deze zaken is sprake van significanteafwijkingen tussen geregistreerde identiteitsgegevens en detenaamstelling in het vonnis, zonder signalen dat een derdedaardoor nadeel heeft ondervonden.87Zaken onder gevalstype 4. Deze zijn met prioriteit beoordeeld. Erzijn geen aanwijzingen dat de verkeerde natuurlijke persoon deopgelegde straf heeft ondergaan.26Zaken waarin is vastgesteld dat het vonnis niet onherroepelijkwas of dat sprake was van een dubbele registratie.Nadere precisering van de 867 bekende zakenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106512 AantallenDuiding273Zaken onder gevalstype 3 die reeds zijn beoordeeld en waaringeen aanwijzingen zijn dat de verkeerde natuurlijke persoon isgestraft.8 + 1Precisering van de 87 zaken onder gevalstype 4. In 8 gevallen eensignalering op een verkeerde naam, in 1 geval een inreisverbod.19Zware zaken uit eerdere analyse. In 17 zaken geen aanwijzingenverkeerde persoon; in 1 zaak zijn gegevens niet beschikbaar; in 1zaak geen onherroepelijk vonnis.Haalbaarheidsonderzoek naar de omvang2011–2025Onderzoeksperiode zoekgebied.4.529Totaal zoekgebied na bestandsvergelijking met de BRP, RNI enBVV. Betreft zaken met een onherroepelijk vonnis waarin op enigmoment in het strafproces geregistreerde identiteitsgegevenssignificant zijn gewijzigd.1.319Zoekgebied na bestandsvergelijking met de BVID. Betreft zakenwaarin een onherroepelijk vonnis is gevonden en geregistreerdeidentiteitsgegevens ooit zijn gewijzigd.292Deel van de 1.319 zaken die al deel uitmaken van de 867 reedsbekende zaken. NB: dit betreffen geen nieuwe zaken.1.027Deel van de 1.319 zaken die niet al deel uitmaken van de 867reeds bekende zaken. Hier zal het verdiepende onderzoek zich oprichten. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106513 NADERE TOELICHTING OVER DE OMZETTING VAN NAMEN UITHET ARABISCH OF ANDERE NIET-LATIJNSE SCHRIFTEN NAARHET LATIJNSE SCHRIFT, EN DE WERKWIJZE IN DE STRAFRECHT-KETEN OM DIT IN GOEDE BANEN TE LEIDENTijdens het Wetgevingsoverleg van 23 juni 2026 is gevraagd of debekende zaken verband houden met de omzetting van namen uit hetArabisch of andere niet-Latijnse schriften naar het Latijnse schrift, en of erin de strafrechtketen een tool bestaat om dit in goede banen te leiden.Afwijkingen in identiteitsgegevens kunnen diverse oorzaken hebben. Ookverschillen in schrijfwijzen kunnen daarin een rol spelen. Er is echter nietvast te stellen dat verschillen in schrijfwijze of omzetting de oorzaak zijngeweest van onjuiste tenaamstelling. Dat komt omdat de oorzaak van eenafwijkende tenaamstelling niet steeds op dat detailniveau is geregistreerd.Voor de afhandeling van de 867 bekende zaken verwijs ik u naar derelevante passages in de brief waar deze bijlage bij hoort.Bij de vastlegging van identiteitsgegevens in identiteitsdocumentengelden internationale standaarden. Deze schrijven voor dat op identiteits-documenten zowel het Latijnse als het niet-Latijnse schrift wordtweergegeven. De geautomatiseerde systemen binnen de Nederlandseoverheid zijn ingericht op registratie in het Latijnse schrift. Met behulp vaneen internationaal gestandaardiseerde strook onderaan het identiteitsdo-cument worden de identiteitsgegevens uitgelezen en geregistreerd inonder meer de Basisregistratie Personen, de Basisvoorziening Vreemde-lingen en de Basisvoorziening Identiteitsvaststelling. Indien geenidentiteitsdocument beschikbaar is, worden de identiteitsgegevenshandmatig ingevoerd.De Matching Autoriteit ontvangt deze registraties in de Strafrechtketenda-tabank en beoordeelt afwijkingen ten opzichte van reeds bekendeidentiteitsgegevens. Daarbij wordt gekeken naar mogelijke invoer- ofschrijffouten, verschillen in schrijfwijzen (transliteratie), naamswijzigingenof het gebruik van aliassen.In de strafrechtketen wordt vervolgens niet uitsluitend naar de schrijfwijzevan een naam gekeken, maar ook naar andere identificerende gegevens.Als bij de toetsing blijkt dat een verschil in schrijfwijze of omzetting heeftgeleid tot een afwijking in de tenaamstelling, wordt dit binnen hettoetsings- en handelingskader behandeld. Als buiten twijfel staat dat hetgaat om een administratieve onjuistheid zonder twijfel over de persoon,kan dit administratief worden gecorrigeerd. Op deze wijze zijn desystemen en werkprocessen erop gericht om onzekerheid over identi-teiten zo veel mogelijk te beperken en te voorkomen dat verschillendeschrijfwijzen en aliassen leiden tot onjuiste of dubbele registraties.BIJLAGE 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106514
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.