KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgangsbrief Routekaart Hervormingsagenda inkomensondersteuning 2026

9 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 958956455ab45deb · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202626 448Structuur van de uitvoering werk en inkomen(SUWI)Nr. 904 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN WERK EN PARTICIPATIE EN VANSOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 juli 2026Met de Hervormingagenda Inkomensondersteuning werken we aan eenzekerder en begrijpelijker stelsel van inkomensondersteuning waarin(meer) werken loont. De Hervormingsagenda is vorig jaar gestart. In dezebrief schetsen we de voortgang op de Hervormingsagenda en geven weinvulling aan de eerdere toezegging om uw Kamer, mede namens deStaatssecretaris van Financiën, voor de zomer te informeren over deHervormingsagenda.Vereenvoudiging van beleid en regelgeving in de sociale zekerheid isnodig om inkomenszekerheid en participatie van mensen te kunnenblijven garanderen. Het is daarnaast ook nodig om de uitvoering ervantoekomstbestendig te houden. Het huidige stelsel is dringend aanhervorming toe: het grote aantal regelingen, ingewikkelde berekeningenen toekenning van bedragen achteraf leiden tot grote onzekerheid,problematische terugvorderingen en niet-gebruik. Daarbij leiden detoeslagen tot een hoge marginale druk. Deze effecten weerhoudenmensen ervan om (meer) te gaan werken, terwijl op de arbeidsmarktiedereen nodig is. Dit blijkt ook uit verschillende rapporten en (parlemen-taire) commissies van afgelopen jaren: de Commissie sociaal minimum,de Staatscommissie Rechtsstaat, de OCTAS, de PEFD en het IBO Vereen-voudiging sociale zekerheid. Daarnaast is duidelijk dat de publiekedienstverleners als UWV, SVB en ook de gemeenten tegen de grenzen aanlopen van uitvoerbaarheid van het stelsel: meermaals wijzen zij daarop inhun knelpuntenbrieven.Hervormingsagenda: scope, doelen en aanpakDe hervorming van inkomensondersteuning beslaat een groot deel van desociale zekerheid, de toeslagen en aspecten van de fiscaliteit. DeHervormingsagenda richt zich op trajecten die bijdragen aan een zekerder kst-26448-904ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 9041 en begrijpelijker stelsel voor mensen waarin (meer) werken loont. In dezebrief ligt de focus op de sociale zekerheid en een aantal domeinoverstij-gende onderwerpen. Complexiteit ontstaat namelijk ook deels doorsamenloop met toeslagen en belastingen. Veel mensen met een socialeuitkering zijn ook afhankelijk van een of meerdere toeslagen om rond tekomen.De vormgeving van de toeslagen beïnvloedt daarmee direct de effecti-viteit van het beleid in de sociale zekerheid: zowel de inkomenszekerheidals de stap naar werk door uitkeringsgerechtigden. Daarnaast hebbenmensen met meerdere regelingen tegelijkertijd te maken, waar verschil-lende begrippen, regels en betaalmomenten voor gelden en die onderlingop elkaar inwerken bij nabetalingen en terugvorderingen. Een aantalonderwerpen in deze Hervormingsagenda zijn daarom domeinover-stijgend en daaraan werken de Minister van SZW, de Minister van Werken Participatie en de Staatssecretaris van Financiën met elkaar samen. Hetgaat om het vereenvoudigen van begrippen, een nieuwe kindregeling, denieuwe financiering van kinderopvang, het verminderen van ketenef-fecten, het harmoniseren van betaalmomenten en het verminderen van dedrempel tot arbeidsparticipatie als gevolg van terugvorderingen vantoeslagen.Daarnaast werkt de Staatssecretaris van Financiën ook voor het belasting-en toeslagenstelsel met een hervormingsagenda. Uw Kamer ontvangtdeze Hervormingsagenda Fiscaliteit en Toeslagen voor het einde van ditjaar. In de Strategische agenda1 van de Staatssecretaris van Financiën zijnambities geformuleerd voor het fiscale stelsel en toeslagen. Bijvoorbeeldom het toeslagensysteem eenvoudiger, duidelijker en rechtvaardiger temaken. Er loopt in dat kader een verkenning naar een zeker en actueeltoeslagenstelsel, waarbij toeslagen kunnen worden toegekend op basisvan actuele informatie. Hierover zal de Staatssecretaris van Financiën uwKamer apart informeren.Doelstellingen: begrijpelijk, zeker en (meer) werken loontMet de Hervormingsagenda wordt ingezet op het realiseren van meerzekerheid, meer begrijpelijkheid van rechten en plichten en (meer) werkenloont. Daarbij is het ook essentieel om de uitvoering houdbaarder entoekomstbestendiger te maken. Voor de toekomstbestendigheid van desociale zekerheid is het daarom van groot belang dat regelingenvoldoende activerend werken en geen armoedeval veroorzaken. Tegelijk ishet van belang dat we mensen voldoende inkomenszekerheid envoorspelbaarheid bieden, en ondersteunen in de toeleiding naar werk.Want onzekerheid staat vaak in de weg van participatie of meer uren werk.Voor dit samenspel hebben we binnen de hervorming van de socialezekerheid constant aandacht.Meerjarige Routekaart met jaarlijks voorstellen ter besluitvormingDe Routekaart biedt een werkagenda voor de sociale zekerheid richting2035 aan de hand van zeven inhoudelijke sporen, met een jaarlijks procesrichting de budgettaire besluitvorming in het voorjaar. Deze brief geefteen actualisatie van de prioritering op de verschillende trajecten aan dehand van het Coalitieakkoord 2026–2030 en schetst de voortgang binnende verschillende trajecten. De concrete uitwerking op de sporen volgtstapsgewijs: beleidsopties die binnen de trajecten worden uitgewerkt,worden steeds getoetst op wenselijkheid en uitvoerbaarheid. De optiesmoeten vervolgens gewogen worden in het kabinet en uw Kamer,inclusief de budgettaire randvoorwaarden. Hervorming en vereenvou-1Kamerstukken II, 2025/26, 32 140, nr. 309Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 9042 diging gaan altijd gepaard met politieke keuzes. De Hervormingsagendabiedt een divers palet aan onderwerpen en beleidsopties waar de politiekeweging elke keer anders kan uitvallen. Het is vaak niet gratis, vereenvou-diging betekent in veel gevallen dat regelingen minder gericht worden enafhankelijk van de uitwerking gaan daar budgettaire effecten of negatieveinkomenseffecten mee gepaard. Als vereenvoudiging leidt tot hogerekosten, zullen daar ook middelen voor moeten worden gevonden. Somszijn maatregelen budgetneutraal. Ten slotte kunnen vereenvoudigingenook een besparing opleveren.FinancieringOmdat er forse budgettaire uitdagingen zijn op de SZW-begroting en hetkabinet wel de intentie heeft te vereenvoudigen, willen we jaarlijksuitdrukkelijk bekijken welke maatregelen binnen de budgettaire kadersmogelijk zijn. In dat kader wil het kabinet graag in gesprek met uw Kamerover het financieren van vereenvoudigingen en verbeteringen voor zowelmensen als de uitvoering door bijvoorbeeld een deel van de indexatie vande betreffende uitkeringsregeling in te zetten als dekking. Zo zoudenhardheden en knelpunten die mensen raken, opgelost kunnen wordendoor voor een groep als geheel hetzelfde budget ter beschikking te stellen.Een (beperkt) negatief inkomenseffect voor een (beperkte) groep is somsde pijn die genomen moet worden om voor mensen een betere endoenbare regeling te krijgen. Vereenvoudiging draagt bij aan meerzekerheid en voorkomt een anders vastlopende uitvoering van socialeuitkeringen en toeslagen, waar door complexiteit anders keer op keerherstelacties nodig blijven. Die afweging willen we per traject samen metuw Kamer maken.Samen werken aan de maatschappelijke opgaveIn het verbeteren van de sociale zekerheid is de samenwerking met depublieke dienstverleners, sociale partners, lokale overheden, maatschap-pelijke organisaties en de mensen om wie het gaat cruciaal. UWV, SVB,gemeenten en de Landelijke Cliëntenraad melden jaarlijks hun signalenover waar mensen en de uitvoering in de knel komen. Daarnaast werkenwe samen op de ontwikkeling van beleidsopties en de voortgang van deagenda. Zodat er breed draagvlak ontstaat waar dit kabinet en volgendekabinetten op kunnen voortbouwen.Voortgang Routekaart 7 sporen van de Hervormingsagendarichting 2035Per spoor gaan we in op de opgave, ambitie en de stappen die het kabinetkomende jaren zet. De voorstellen die onder de sporen worden uitge-werkt, moeten bijdragen aan een beter functionerend stelsel voor mensenen de publieke dienstverlening in 2035. Per spoor worden gerelateerdetrajecten in samenhang opgepakt. Daarin staat het perspectief vanmensen centraal:1.Borgen van een toereikend en toegankelijk sociaal minimum2.Zekere en begrijpelijke regelingen als vangnet en bij werkloosheid3.Vereenvoudiging gegevensdeling, begrippen en overgangsrecht4.Een zekere en begrijpelijke regeling voor arbeidsongeschiktheid5.Zekere en begrijpelijke financiële ondersteuning voor ouders6.Een voorspelbaar inkomen, door het voorkomen en verminderen vannegatieve effecten van fouten, nabetalingen en terugvorderingen7.Betere toeleiding naar werk: via werk in inkomen voorzienTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 9043 Borgen van een toereikend en toegankelijk sociaal minimum(spoor 1)Het sociaal minimum vormt de ondergrens in het stelsel van socialezekerheid. Om mensen in hun bestaanszekerheid te voorzien, streven wenaar een toereikend en toegankelijk stelsel voor het sociaal minimum datnaadloos aansluit op alle andere regelingen in de sociale zekerheid.Dit kabinet geeft in dit spoor prioriteit aan vereenvoudiging vanarmoederegelingen en proactieve dienstverlening in de socialezekerheid. Daarnaast houdt het kabinet oog voor de toereikendheidvan het inkomen, ook bij de uitwerking van het Coalitieakkoord. Het stelsel moet in de eerste plaats eenvoudiger: het aantal armoederege-lingen moet omlaag, regelingen moeten begrijpelijker en toegankelijkerworden gemaakt en beter op elkaar aansluiten. Op dit moment moetenmensen soms te veel landelijke en gemeentelijke regelingen stapelen omrond te komen, en bovendien zijn veel regelingen te ingewikkeld voormensen. Zoals in het Coalitieakkoord opgenomen werken we samen metgemeenten aan vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullendegemeentelijke regelingen, zodat je kan rondkomen ongeacht je postcode.Dit maakt voor mensen het aanbod en de aanvraag van regelingenoverzichtelijker. Armoede-, schulden- en re-integratiebeleid vangemeenten wordt hierbij ook meer geüniformeerd.Niet alleen kunnen de regelingen en de interactie ertussen eenvoudiger,ook de dienstverlening hiertoe kan beter: de overheid moet meer moeitedoen om te zorgen dat mensen daadwerkelijk ontvangen waar zij recht ophebben via proactieve dienstverlening. Automatisch waar dat kan, metpersoonlijk contact waar nodig. Daarnaast is het cruciaal dat de overheidwerkt aan vertrouwen. Dat betekent onder meer dat de overheid levertwat ze belooft. Want zolang er mensen zijn die geen vertrouwen hebbenin de overheid en als gevolg daarvan een regeling niet aanvragen, lukt hetniet om mensen daadwerkelijk te geven waar zij recht op hebben.Verbetering en vereenvoudiging van het armoedebeleid en inkomensrege-lingenIn het Coalitieakkoord is afgesproken om in overleg met gemeenten tewerken aan vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullendegemeentelijke regelingen, zodat mensen kunnen rondkomen ongeacht depostcode. Dit maakt voor mensen het aanbod en de aanvraag vanregelingen overzichtelijker. In de eerste voortgangsrapportage van hetNationaal Programma Armoede en Schulden, die op 10 maart jl. aan uwKamer is aanboden, is beschreven welke stappen in de afgelopen periodezijn gezet om te komen tot beter en eenvoudiger armoedebeleid. Zo heeftDivosa op verzoek van de VNG een verkenning gedaan om te komen tottoegankelijker en effectiever gemeentelijk armoedebeleid, heeft SZWverkend welke regelingen beter landelijk kunnen worden uitgevoerd ofworden geharmoniseerd en hebben Nibud en KWIZ een analyse gemaaktvan de effectiviteit van het gemeentelijk armoedebeleid. Deze verken-ningen worden betrokken bij de uitwerking van de ambitie uit hetCoalitieakkoord.Proactieve dienstverleningProactieve dienstverlening draagt bij aan het tegengaan van hetniet-gebruik van uitkeringen en andere sociale voorzieningen, zodatmensen gerichter worden benaderd en ondersteund bij het vinden vanwerk, inkomen, opleiding en meedoen in de samenleving. Op korteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 9044 termijn werken UWV, SVB en gemeenten samen in fysieke en digitaleadviesloketten aan het faciliteren van (vooringevulde) aanvragen voorinkomensondersteuning. Op korte termijn is ook de inzet gegevensdelingmogelijk te maken voor proactieve dienstverlening bij regelingen met eenhoog niet-gebruik, zoals de AIO, algemene bijstand en schuldhulpver-lening. Over de financiering van proactieve dienstverlening bij bijzonderebijstand en de studietoeslag gaan wij nader met uw Kamer in gesprek.Daarnaast komen er op korte termijn experimenten met gegevensdelingvoor betere (proactieve) dienstverlening in gemeenten die koploper willenzijn en bij UWV en de SVB, passend binnen hun capaciteit.Op middellange termijn streven we ernaar de goede mogelijkheden voorgegevensuitwisseling voor proactieve dienstverlening te vergroten metandere publieke dienstverleners, zoals de Belastingdienst, DienstToeslagen, DUO en waterschappen. Op middellange termijn verkennenwe ook waar automatische toekenning mogelijk en wenselijk is, tebeginnen met gemeentelijke minimaregelingen, de Toeslagenwet en dekwijtschelding van de lokale belastingen. Specifiek voor de kwijtscheldingvan lokale belastingen voor mensen met een Wajong- of WIA-uitkering isaan lokale overheden gevraagd de eerder gecommuniceerde, tijdelijkeoplossing te continueren. Over een eventuele structurele oplossing vindtoverleg plaats tussen alle betrokken departementen (SZW, BZK, IenW enFIN) en de medeoverheden (VNG, Unie van Waterschappen).Op lange termijn blijven we werken aan betere datakwaliteit en meerdatadeling, met het oog op dataminimalisatie. We verkennen welkestappen mogelijk zijn in de richting van persoonsgerichte proactievedienstverlening en automatische toekenning als eindbeeld. Minderregelingen en minder voorwaarden in het stelsel dragen daaraan bij.Essentieel is ook dat bij het (her)ontwerp van regelingen gekeken wordtnaar de benodigde gegevens en de beschikbaarheid daarvan. En dat deburger zo mogelijk slechts eenmaal gevraagd wordt om zijn gegevens endie vervolgens hergebruikt worden voor meerdere processen als datnodig is. De andere sporen van deze Hervormingsagenda moeten daardan ook aan gaan bijdragen.Toereikendheid van het inkomen op sociaal minimumDe vorige brief over de Hervormingsagenda bevatte een analyse van detoereikendheid van het sociaal minimum2. Deze analyse liet zien dathuishoudens met een inkomen op het sociaal minimum in principevoldoende inkomen hebben voor minimaal noodzakelijke uitgaven, als zijde uren werken waar zij toe in staat zijn, alle landelijke regelingenaanvragen waar zij recht op hebben, goed met geld kunnen omgaan engeen onvermijdbare hoge uitgaven hebben. Een aantal huishoudtypenheeft ook enige ruimte om tegenvallers op te vangen, al is deze ruimtebeperkt. Wel zijn veel huishoudens sterk afhankelijk van toeslagen omrond te komen. Bovendien kunnen zich in de praktijk situaties voordoenwaarin het niet lukt om rond te komen, bijvoorbeeld doordat mensen nietalle regelingen waar zij recht op hebben aanvragen (niet-gebruik) of temaken hebben met hoge onvermijdbare kosten (zoals een hoge energiere-kening) of schulden. Dat onderstreept dat het belangrijk is om te blijvenwerken aan vereenvoudiging en het beter bereiken van kwetsbaregroepen. Op dit moment zijn er geen nieuwe inzichten die de conclusiesvan die analyse wezenlijk veranderen. Daarom beschouwt het kabinet ditonderdeel in het kader van de Hervormingsagenda als afgerond. Uiteraardhoudt het kabinet in de toekomst oog voor de toereikendheid van hetinkomen, ook bij de uitwerking van het Coalitieakkoord.2Kamerstukken II 2024–2025, 26 448 nr. 849, bijlage 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 9045 Sluitend vangnetIn 2024 is de motie Welzijn aangenomen over groepen onder het sociaalminimum3. In 2022 hebben Panteia, Muzus, VU Amsterdam enHogeschool Utrecht in opdracht van het Ministerie van SZW eenonderzoek uitgevoerd naar hardvochtige effecten op mensen in de socialezekerheid. Daarnaast heeft de Commissie Sociaal Minimum in 2023onderzocht op welke manieren het socialezekerheidsstelsel tekort kanschieten. Hieruit kwamen geen nieuwe groepen in beeld die onder hetsociaal minimum zitten. Deze onderzoeken hebben een aantal aankno-pingspunten opgeleverd, die worden terugvertaald in de aanpak van dezeHervormingsagenda.Zekere en begrijpelijke regelingen als vangnet en bijwerkloosheid (spoor 2)In Nederland bestaat er een solide stelsel van regelingen voor het vangneten werkloosheid. De regelingen moeten bestaanszekerheid bieden.Daarbij moeten mensen erop kunnen vertrouwen dat het daadwerkelijkloont, wanneer zij (meer) gaan werken. Waar nodig bieden we passendeondersteuning om mensen uiteindelijk de stap naar werk te laten zetten.Hierbij streven we naar meer eenduidigheid en een meer toegankelijkedienstverlening in de ondersteuning aan werkgevers, werkzoekenden enwerkenden.Het vangnet bestaat uit verschillende regelingen op het niveau van hetsociaal minimum, zoals de Participatiewet, de Toeslagenwet en deaanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). Er is sprake van eenhoog niet-gebruik van de Participatiewet en potentieel ook voor deToeslagenwet, blijkt uit onderzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie.Zo zou potentieel 68% van de Wajongers de aanvulling uit de Toesla-genwet niet aanvragen. Een deel van de mensen moet bovendien zowelberoep doen op drie regelingen: de Participatiewet, Toeslagenwet als eenUWV-uitkering om rond te komen. Naast de vangnetregelingen kennen wein Nederland een werkloosheidsverzekering (WW) en een nabestaanden-verzekering (Anw), waarna een deel van beide groepen uitstroomt in deParticipatiewet. Ook hebben deze sociale uitkeringen, hoewel oorspron-kelijk voortkomend uit eigen vormgeving (voorziening, werknemersverze-kering en volksverzekering) met vergelijkbare begrippen, voorwaarden envraagstukken te maken. In spoor 2 wordt daarom de vormgeving van dezelandelijke sociale uitkeringen bezien: de vangnet- en werkloosheidsrege-lingen op zichzelf en in samenhang.3Kamerstukken II 2024–2025, 36 600 XV, nr. 65.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 9046 Dit kabinet geeft in dit spoor prioriteit aan hervorming van de WWen wil daarbij de kansen voor vereenvoudiging van de WWbetrekken, mede naar aanleiding van de uitgebreide knelpunten-analyse uit 2023. Daarnaast geeft het kabinet prioriteit aanhervorming van de Participatiewet en wil in dat kader mogelijkekansen voor vereenvoudiging van de Toeslagenwet bezien.ParticipatiewetHet vorige kabinet heeft al flinke stappen gezet in de hervorming van deParticipatiewet. De wet Participatiewet in balans is in werking getreden enook zijn er stappen gezet in de fundamentele herziening. Zo is er eenbundel beleidsopties aan uw Kamer aangeboden, die verdere uitwerkinggeven aan hoe een verdere herziening van de Participatiewet eruit kanzien4. Het kabinet is voornemens om in te zetten op een verderehervorming van de Participatiewet. Hierbij wordt meer uitgaan vanvertrouwen het vertrekpunt, met eenvoudiger regels, maar als hetvertrouwen wordt beschaamd, handhaven we streng. Daarnaast willen wedat meer mensen de weg naar werk en participatie vinden vanuit deParticipatiewet. Hiervoor kan intensieve begeleiding een rol spelen, hetinvesteren in gemeenschappen en een goede samenwerking met (sociale)werkgevers. Mensen die door een chronische ziekte of beperkingstructureel niet kunnen werken, worden in de Participatiewet niet goedondersteund. Voor hen verkent het kabinet een andere oplossing. Wijzullen uw Kamer nader informeren over de voorgenomen hervormingenvan de Participatiewet in een separate brief. Hierin komen wij ook terugop de manier waarop wij uitvoering willen geven aan de motie van deleden Ceder en Flach die verzoekt tot het ontwerpen van een apartwettelijk regime voor chronisch zieken in de bijstand, passend bij hunsituatie5.Toeslagenwet (TW)De Toeslagenwet biedt aanvullende inkomensondersteuning als eenloondervingsuitkering (zoals WW of WIA) of een Wajonguitkering minderis dan het sociaal minimum. Hiermee wordt voor veel mensen eeninkomen ter hoogte van het sociaal minimum geborgd. Echter, deToeslagenwet is een moeilijke wet voor mensen om te begrijpen en voorUWV om uit te voeren. Er is sprake van een potentieel hoog niet-gebruikwaardoor mensen mogelijk niet de aanvulling krijgen waar zij recht ophebben en zij potentieel onnodig onder het sociaal minimum leven. Hetkabinet heeft een verkenning uitgevoerd naar mogelijke vereenvoudi-gingen van de Toeslagenwet. Deze verkenning is op 9 juli jl. aan uwKamer aangeboden. Sommige vereenvoudigingsopties uit dezeverkenning vereisen een heroverweging van de principiële uitgangs-punten van de werknemersverzekeringen, de Toeslagenwet en debijstand. Ook zijn de budgettaire consequenties van deze opties substan-tieel. In het kader van de Hervormingsagenda zullen deze opties verderworden verkend.Werkloosheidswet (WW)De WW biedt een vangnet bij tijdelijk inkomensverlies vanwege onvrij-willige werkloosheid. Hoewel de wet voor de meerderheid van deuitkeringsgerechtigden doenlijk is en doet wat ze beoogt, ervaart een deel4Kamerstukken II 2024/25, 34 352, nr. 3445Kamerstukken II 2025/26, 34 352, nr. 355Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 9047 van de WW-gerechtigden knelpunten6. Deze knelpunten gaan overinformatievoorziening en persoonlijke dienstverlening, maar ook over dewet- en regelgeving en uitvoeringsvraagstukken. Deze inzichten biedeneen goede basis om gericht verder te werken aan vereenvoudiging van deWW, zodat de wet zekerder en begrijpelijker wordt. De focus binnen deWW ligt eerst op de hervorming van de WW, voortkomend uit hetCoalitieakkoord. Deze hervormingen op de WW bieden ook kansen omenkele knelpunten op te lossen en zo de WW te vereenvoudigen. Samenmet UWV wordt op dit moment verkend welke vereenvoudigingen samenmet de hervormingen uit het Coalitieakkoord kunnen worden uitgewerkt.In het najaar van 2026 informeren wij uw Kamer hier nader over.Algemene nabestaandenwet (Anw)De Anw biedt inkomensondersteuning aan nabestaanden. Nabestaandenmet minderjarige kinderen die aan de voorwaarden voldoen, hebben rechtop een Anw-uitkering totdat het jongste kind 18 jaar is. Er zijn in 2026twee onderzoeken opgeleverd. Het eerste onderzoek naar de interna-tionale juridische ruimte voor veranderingen aan de Anw is op 31 maart2026 gepubliceerd7. Omdat de Anw momenteel al grotendeels is beperkttot de minimumeisen van de IAO-verdragen, concludeert emeritus-professor mr. Pennings in het rapport dat verdere aanpassingen die inovereenstemming blijven met de IAO-verdragen (121 en 128)waarschijnlijk zullen leiden tot uitzonderingsposities en aparte regelingenbinnen het bestaande stelsel. Dit doorkruist de algemene beleidswensvoor harmonisatie en vereenvoudiging van het stelsel en bemoeilijkt decoördinatie tussen verschillende uitvoerders en gemeenten. Gezien derelatief kleine doelgroep van circa 7.100 Anw-ontvangers met minder-jarige kinderen staat de benodigde capaciteit voor implementatie enuitvoering van de genoemde wijzigingsopties uit het rapport niet inverhouding tot de mogelijke effecten8. Om deze reden wordt vereenvou-diging van de Anw in spoor 2 gedeprioriteerd.Vereenvoudiging gegevensdeling, begrippen en overgangsrecht(spoor 3)De sociale zekerheid heeft zich afgelopen decennia ontwikkeld tot een fijnvertakt stelsel met vele regelingen. Deze regelingen hebben zich vaak losvan elkaar in hun eigen context ontwikkeld. Hierdoor zijn voorwaardenvan regelingen niet altijd eenduidig. Een voorbeeld hiervan is het verschilin definities rond de veelvoorkomende begrippen partner, vermogen en6Dit blijkt uit het onderzoeksrapport «Waar knelt de WW». Zie Bijlage bij Kamerstukken II,2023/24, 26 448, nr. 7367Wijzigingsmogelijkheden van de Anw in het licht van internationaal en Europees recht |Rapport | Rijksoverheid.nl8Het rapport is vooral een juridische basis voor discussies over de Anw. Er is niet uitgebreidonderzocht wat de gevolgen voor de uitvoering zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 9048 inkomen. Hierdoor ontstaat verwarring bij mensen en moeten zij vaakextra informatie aanleveren, waardoor automatisering in de uitvoeringmoeilijker is. Mensen en publieke dienstverleners zijn gebaat bij eenstelsel van eenduidige begrippen, ondersteund door goede gegevenswaardoor mensen zo min mogelijk zelf hoeven aan te leveren en er snelduidelijkheid is over het recht op- en de hoogte van inkomensondersteu-nende regelingen. Daarnaast wordt bij wijziging van regelingen bestaandrecht vaak ongemoeid gelaten. Hierdoor neemt de complexiteit toe,omdat er dan veel verschillende regels voor feitelijk vergelijkbareomstandigheden ontstaan. Tot slot zijn de grondslagen rond gegevens-deling per uitvoeringsorganisatie en regeling apart geregeld. Dit kangevolgen hebben voor rechtszekerheid rond gegevensbescherming. Het isdus van belang om zoveel mogelijk (onderdelen) van regelingen teharmoniseren en standaardiseren. Daarom wordt er aan een voorstel vooreenvoudiger gegevensdeling gewerkt en worden mogelijkheden verkendtot vereenvoudiging van begrippen en een andere omgang met hetovergangsrecht.Dit kabinet geeft in dit spoor prioriteit aan vereenvoudiging vangegevensdeling en harmonisatie van de begrippen inkomen, partneren vermogen inbegrepen het partnerbegrip AOW. Omdat er noggeen financiële dekking voor harmonisatie van deze begrippen is, wilhet kabinet hierover graag in gesprek met uw Kamer. Daarnaast zalhet kabinet bij voorkomende grote hervormingen eenvoudigeoplossingen voor overgangsrecht serieus overwegen en uitwerken.Vereenvoudiging en versterking gegevensbeschermingZoals ook aangegeven in de Voortgangsbrief over de Werkagenda SUWI9werken we aan een wetsvoorstel om de grondslagen voor het verwerkenvan gegevens specifieker te maken en een inzichtelijke en eenduidigeopbouw te geven.Dit is het wetsvoorstel vereenvoudiging en versterking gegevensbe-scherming sociale zekerheid (WVVG). Daarmee bieden we meer duide-lijkheid aan mensen en professionals welke organisaties in het domeinvan werk en inkomen persoonsgegevens verwerken en waarom. Dit geeftmensen meer inzicht in hoe besluiten tot stand komen en draagt bij aanvereenvoudiging van wetgeving. Bij het moderniseren van de grond-slagen houden we rekening met de wendbaarheid van de dienstverlening.De ervaring leert dat het ontbreken van grondslagen voor gegevensver-werking soms een belemmering vormt voor UWV, SVB en gemeenten omnieuwe vormen van publieke dienstverlening voor mensen te ontwikkelenof snel te acteren op onvoorziene maatschappelijke situaties. Om goed inte spelen op nieuwe beleidswensen voor de praktijk is het wenselijk dat ersneller aanpassingen aan de grondslagen kunnen worden gedaan. Daarmoet de nieuwe opbouw aan bijdragen. De voorbereiding van ditwetsvoorstel vergt zeker nog heel 2026.Vereenvoudiging van de begrippen inkomen, vermogen en partnerIn het Coalitieakkoord is opgenomen dat we begrippen en voorwaardenwillen harmoniseren. De begrippen partner, vermogen en inkomen zijnbelangrijke parameters in het stelsel van inkomensondersteuning. Rechten hoogte van veel inkomensondersteunende regelingen zijn afhankelijkvan deze begrippen. De afgelopen periode is verkend op welke manierharmonisatie en standaardisatie van deze begrippen een deel van dehuidige complexiteit kan verminderen. Op basis van de uitkomsten vandeze analyses zijn betrokken departementen en publieke dienstverleners9Kamerstukken II 2025/26, nr. 26 448, 859Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 9049 tot gezamenlijke adviezen gekomen ten aanzien van deze drie begrippen.Onderzocht wordt of de geharmoniseerde begrippen via wetgeving in deverschillende inkomensondersteunende regelingen kunnen wordenverankerd. Dit zijn meerjarige trajecten die voor iedere regeling een eigentijdpad volgen. Voor een aantal regelingen zijn potentiële opties uitge-werkt en aan uw Kamer aangeboden, zoals het AOW-partnerbegrip envoorstellen voor vereenvoudigde begrippen inkomen, partner envermogen in Participatiewet in balans spoor 2. Of worden de adviezenover de te harmoniseren begrippen betrokken bij trajecten om wetgevingbinnen afzienbare termijn aan te passen, zoals het traject van een nieuwekindregeling. Voor andere begrippen wordt aangesloten bij moment vanwijzigingen van wetten. Afhankelijk van de uitwerking gaan daarinkomenseffecten en budgettaire effecten mee gepaard. De budgettairegevolgen moeten ook van financiële dekking worden voorzien, die op ditmoment nog ontbreekt.Vereenvoudiging partnerbegrip AOWHet kabinet heeft in dit kader al vereenvoudiging en harmonisatie van hetpartnerbegrip in de AOW verkend. Het huidige begrip sluit niet goed meeraan bij de veranderde samenleving, kan onduidelijk en onvoorspelbaarzijn en door mensen als inbreuk op de persoonlijke levenssfeer wordenervaren. Met een objectief partnerbegrip wordt de AOW eenvoudiger enwordt het begrip zoveel mogelijk geharmoniseerd met het Awir-partner-begrip voor de toeslagen. In de uitwerking wordt ook het oplossen van hetknelpunt «duurzaam gescheiden leven in verpleeghuissituaties» meege-nomen. Daarnaast blijkt uit de maatschappelijke kosten-baten analyse(MKBA) – in oktober 2025 met uw Kamer gedeeld – dat het objectiefpartnerbegrip er ook voor zorgt dat er meer ouderen gaan samenwonenen mantelzorgen, wat positieve effecten heeft op de doorstroming opwoningmarkt en de druk op de informele zorg. Tijdens de Begrotingsbe-handeling SZW in maart jl. hebben de leden Van Ark (CDA) en Neijenhuis(D66) het kabinet per motie opgeroepen om aan de slag te gaan met hetharmoniseren van het partnerbegrip en hiervoor een voorstel inclusiefdekking te doen (Kamerstuk 36 800 XV, nr. 71). Uw Kamer heeft dezemotie aangenomen en het kabinet is hiermee bezig. Uw Kamer wordt hierbij Prinsjesdag nader over geïnformeerd.Ook wordt onderzocht wat de impact is op AIO-gerechtigden die metverschillende begrippen te maken kunnen krijgen als de AOW hetobjectief partnerbegrip gaat hanteren en de AIO niet. Er wordt in deuitwerking bezien of het mogelijk is om gelijktijdig met de AOW ook in deAIO het objectief partnerbegrip toe te gaan passen om complexiteit tevoorkomen.Vereenvoudiging kostendelersnormDe kostendelersnorm is opgenomen in de Participatiewet, AIO, Anw en deToeslagenwet. Vereenvoudiging van de kostendelersnorm is eerder in deHervormingsagenda opgenomen omdat vereenvoudiging ervan eenpositief effect kan hebben op de inkomenszekerheid van kostendelers enop de uitvoerbaarheid voor UWV, gemeenten en de SVB, en de aannamedat aanpassing of afschaffing zou kunnen leiden tot het bevorderen vanwoningdelen. Een dergelijke maatregel is echter kostbaar en heeft ooknadelige effecten. Zo kan het bijvoorbeeld leiden tot een verminderdeprikkel tot werken en toename van het aantal mensen in de bijstand. Ookontstaat een niet uit te leggen voordeel voor kostendelers ten opzichtevan gehuwden. Op 6 februari jl. heeft de Minister van VRO het rapport«Verkenning varianten kostendelersnorm en het effect op woningdelen»met uw Kamer gedeeld. Dit rapport laat zien dat het aanpassen van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 90410 kostendelersnorm geen doelmatige manier om woningdelen te bevor-deren en dat de kostendelersnorm voor veel mensen niet een doorslagge-vende reden blijkt om niet te gaan woningdelen. Er zijn ook geenmiddelen gereserveerd om de kostendelersnorm aan te passen of af teschaffen. Op dit moment geeft het kabinet dan ook prioriteit aan andere inde Hervormingsagenda opgenomen maatregelen voor vereenvoudiging.Vereenvoudiging van overgangsrechtOvergangsrecht maakt het stelsel complex. De sociale zekerheid kent eenopeenvolging van regelingen die in verschillende perioden zijn ingevoerd,gewijzigd en vervangen. Daardoor kunnen verschillende regels geldenvoor soortgelijke situaties, afhankelijk van het moment van instroom ineen regeling of leeftijd van de gerechtigde. Overgangsrecht is bedoeld omburgers te beschermen tegen ingrijpende gevolgen van wijzigingen inbeleid of regelgeving en is vanwege deze grote gevolgen in veel gevallenaangewezen. Daarnaast kan overgangsrecht het resultaat zijn van politiekekeuzes voor een zachte landing bij beleidswijzigingen en de omgang metbestaande rechten bij stelselwijzigingen. Overgangsrecht is bedoeld omde burger te behoeden voor grote veranderingen, maar burgers kunnengelijktijdig te maken krijgen met meerdere verschillende regelingen, iedermet eigen voorwaarden, regels en verrekeningen.Langdurig overgangsrecht is voor uitvoerders niet houdbaar. Zij moetennog jarenlang systemen, processen en specialistische kennis over oudereregelgeving langdurig in stand moeten houden voor soms een kleinegroep rechthebbenden. Dit is complex. Een voorbeeld is de regelingBijstand Buitenland die wordt uitgevoerd door de Sociale Verzeke-ringsbank (SVB) en een ander voorbeeld is de WAO (Wet arbeidsonge-schiktheidsverzekering), uitgevoerd door UWV. In het geval van BijstandBuitenland ontvangt een klein aantal Nederlanders die in het buitenlandleven financiële hulp, omdat zij geen beroep kunnen doen op voorzie-ningen in het land waar ze wonen. Vanaf 1 januari 1996 is de regelingafgesloten voor nieuwe instroom. In januari 2026 bedroeg de regeling nog73 gerechtigden. Veel van deze gerechtigden verkeren in een kwetsbarepositie en hebben beperkt doenvermogen, onder meer vanwege hunleeftijd, langdurige afhankelijkheid van de regeling en beperkte mogelijk-heden om hun inkomen aan te vullen. In geval van de WAO gaat het omcirca 137.100 (in 2025) uitkeringsgerechtigden. Het UWV blijft de WAOvoor bestaande gevallen uitvoeren, ook al neemt het aantal ontvangersgestaag af. Hiervoor moet het UWV nog lang specifieke kennis, systemenen beoordelingsprocessen in stand houden.Naarmate de doelgroep van een regeling kleiner wordt, lopen deuitvoeringslasten per gerechtigde op. Budgettair speelt de afwegingtussen structurele kosten voor de uitvoering bij de instandhouding vanovergangsrechten en de hoge incidentele kosten bij een eventuele afkoopvan overgangsrecht. In sommige gevallen kunnen de nog lopende rechtenvan een regeling worden afgekocht om de afbouw van de regeling teversnellen. Afschaffing van de Bijstand Buitenland bespaart bijvoorbeeldjaarlijks ca. € 250.000 aan variabele uitvoeringskosten. Een eventueleafkoop loopt echter al snel in de tientallen miljoenen aan incidentelekosten. Het kabinet vindt het belangrijk om expliciete keuzes te makenover bestaand overgangsrecht en mogelijk toekomstig overgangsrecht bijregelingen die worden afgeschaft of hervormd.Het kabinet zal daarom bij voorkomende grote hervormingen eenvoudigeoplossingen voor overgangsrecht uitwerken. Hierbij zullen de langjarigeuitvoeringskosten inzichtelijk worden gemaakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 90411 Een zekere en begrijpelijke regeling voor arbeidsongeschiktheid(spoor 4)Wanneer mensen langdurig ziek of arbeidsongeschikt raken is datbijzonder ingrijpend. Het is een gebeurtenis die iedereen kan overkomen,maar die bijna niemand alleen kan dragen. Daarom is het van grootbelang dat mensen weten dat zij in zo’n geval kunnen terugvallen opinkomensondersteuning. We hebben in Nederland een stelsel dat hierinvoorziet. De regelingen verschillen echter voor verschillende groepenmensen, bijvoorbeeld omdat iemand wel of geen werkgever heeft ofomdat iemand duurzaam arbeidsongeschikt is. En ook binnen regelingenzijn er regels die maken dat de specifieke situatie waarin iemand zich opeen bepaald moment bevindt, veel impact kan hebben op waar iemandprecies recht op heeft. Dit alles maakt het geheel aan regelingen bij ziekteen arbeidsongeschiktheid complex en soms moeilijk uitlegbaar. Het ismoeilijk voor mensen die ervan afhankelijk zijn om de regels goed tedoorgronden en dit kan leiden tot onzekerheid, bijvoorbeeld over huninkomen in de toekomst. Dat kan ook participatie, waar dat nog welmogelijk is, in de weg staan. Daarnaast heeft de complexiteit negatieveimpact op de uitvoerbaarheid van de regelingen. Dit signaal geeft UWVals dienstverlener af en dit is ook zichtbaar in de ontstane achterstandenbij sociaal-medische beoordelingen en speelt ook mee bij de problemenmet de kwaliteit van de beoordelingen.We willen toewerken naar een eindbeeld waarin mensen die langdurigziek of arbeidsongeschiktheid zijn, in een goed passende regeling terechtkomen. Een regeling die hen ondersteuning biedt wanneer dat nodig is,begeleiding terug naar werk biedt wanneer dat kan, en waarin (meer)gaan werken vanuit de uitkeringssituatie loont.In dit spoor geeft het kabinet prioriteit aan verbetering en vereenvou-diging van het arbeidsongeschiktheidsstelsel, en zet hiervoor in opoplossingen voor de korte én lange termijn. Voor de lange termijnbetrekt het kabinet de kansen voor doelgroepen binnen de huidigeParticipatiewet en Anw. Voor de doelgroep zonder arbeidsvermogenin de Participatiewet onderzoekt het kabinet daarnaast demogelijkheid van een aparte regeling. Tot slot ziet het kabinet hetbelang in van vereenvoudiging van de dagloonvaststelling,aangezien dit nu te complex is en tot fouten leidt. Over de vereen-voudigingsopties hiertoe gaat het kabinet later dit jaar graag met uwKamer in gesprek.Verbetering en vereenvoudiging van de WIAWerkenden in loondienst die tijdelijk of voor altijd arbeidsongeschikt zijn,kunnen na twee jaar ziekte aanspraak maken op de Wet werk en inkomenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 90412 naar arbeidsvermogen (WIA). De WIA is een verzekering waar iedereendie in loondienst werkt aan deelneemt en waarvoor werkgevers premiesafdragen. Het vorige kabinet heeft een onafhankelijke commissie (OCTAS)gevraagd oplossingsrichtingen voor te stellen voor een toekomstigarbeidsongeschiktheids-stelsel waarin minder hardheden worden ervarenen dat beter uitvoerbaar is. In de Kamerbrief van januari 2025 heeft deMinister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangegeven hoe hijopvolging zou willen geven aan de adviezen van OCTAS, waarbij werdaangegeven dat het terugbrengen van het aantal regelingen in de WIAeen goede manier zou zijn om een noodzakelijke vereenvoudigingsslag terealiseren. In het IBO WIA is daarnaast onderzocht welke verklaringen erzijn voor de stijgende instroom in de arbeidsongeschiktheids-regelingenen werden aanbevelingen gedaan voor de korte termijn om de WIA weeruitvoerbaar te maken.In het Coalitieakkoord zijn concrete korte en middellange termijnmaatregelen opgenomen die in lijn zijn met de aanbevelingen uit OCTASen het IBO. Maatregelen zijn nodig omdat de uitvoering van de WIA nuvastloopt, met lange wachtlijsten voor beoordelingen en veelvoorschotten. Het kabinet is voornemens te investeren in taakher-schikking. Dit houdt in dat taken die nu uitsluitend door verzekerings-artsen worden gedaan door andere professionals worden opgepakt. Ookwil het kabinet de samenwerking tussen verzekerings- en bedrijfsartsenversterken en voorwaarden stellen aan WIA-herbeoordelingen10.Daarnaast gaat het kabinet graag in gesprek met vakbeweging enwerkgevers om te komen tot een goed werkende en uitvoerbare arbeids-ongeschiktheidsregeling. In dat gesprek zal ook worden gesproken overhet voornemen uit het coalitieakkoord om de IVA en het daarmeesamenhangende duurzaamheidscriterium in de WIA af te schaffen. Uitverschillende onderzoeken komt namelijk dat dit criterium een goedeuitvoering belemmert.Totdat er effecten zichtbaar gaan zijn van bovenstaande maatregelen, blijftUWV werken aan het effectief sturen op de prioritering van de belang-rijkste dienstverlening en het efficiënter inrichten van processen. Ookneemt de Minister van SZW maatregelen om op korte termijn een eerstestap te zetten in het verlichten van de huidige druk op UWV11. Daar zijn bijde financiële besluitvorming in het voorjaar van 2025 middelen voorgereserveerd. Daarmee worden het structureel invoeren van praktischbeoordelen en het voorstel om het advies van de bedrijfsarts leidend temaken van de toets op de re-integratie inspanningen (RIV-toets) gefinan-cierd. Dit helpt om de druk op de uitvoering te verlichten, maar ook metdeze maatregelen zullen de achterstanden op sociaal-medische beoorde-lingen de komende jaren naar verwachting nog fors gaan toenemen.Ook onderzoekt het kabinet een knelpunt rondom de verhoogde uitkeringbij hulpbehoevendheid die bestaat voor de WIA, Wajong, WAO en WAZ.12Er zijn nu uitkeringsgerechtigden die nauwelijks iets van deze verhogingoverhouden omdat andere toeslagen omlaag gaan. Het kabinet verkent ofdeze tegemoetkoming voor hulpbehoevendheidskosten een anderevormgeving vraagt, en hoe dit dan vormgegeven kan worden.Lange termijnvisie op arbeidsongeschiktheidsstelselUiteindelijk zijn meer fundamentele maatregelen nodig om te zorgen datde WIA eenvoudiger en beter uitvoerbaar wordt en blijft voor de10IBO WIA: Werk aan de WIA – naar een stelsel dat weer werkt (2025)11Zie Kamerstukken II 2024–2025, 26 448, nr. 846.12Zie Bijlage I bij Kamerstukken II 2024–2025, 26 448, nr. 849.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 90413 toekomst. Het komen tot een eenvoudiger en begrijpelijk arbeidsonge-schiktheidsstelsel is een complexe opgave maar heeft absoluut prioriteit.Waarbij er ook nadrukkelijk wordt gekeken naar het preventieve aspect,namelijk het voorkomen van ziekte en arbeidsongeschiktheid en waarbijbreder wordt gekeken naar de betekenis van werk in de huidige samen-leving en de ziekmakende aspecten daarvan, zoals werkdruk, gebrek aanzingeving en administratieve lastendruk. We zullen bij de uitwerking vanlange termijn opties breder kijken dan de ideeën uit OCTAS en het IBO. Enbreder dan alleen de WIA, omdat sociale zekerheidsregelingen waarmeemensen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid te maken kunnen krijgen,onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Als eerste stap wordt op ditmoment gewerkt aan een visie op hoe een toekomstig arbeidsongeschikt-heidsstelsel eruit zou kunnen zien. De ambtelijke uitwerking van deze visiewordt naar verwachting in de zomer van 2026 afgerond.Herziening dagloonsystematiekMomenteel vindt een verkenning plaats van mogelijkheden om dedagloonsystematiek te herzien. Hierbij verkennen SZW en UWV samenwelke aanpassingen kunnen helpen om complexiteit te verkleinen en defoutgevoeligheid van de dagloonvaststelling van de werknemers-verzekeringen (WIA, WW, ZW en WAZO) te verminderen. Veranderingen inde regelgeving rondom de dagloonvaststelling kunnen leiden tot grotegevolgen voor uitkeringsgerechtigden, werkgevers en de uitvoering doorUWV. Het is dus belangrijk om de gevolgen van deze oplossingsrichtingenzorgvuldig en samen met alle belanghebbenden in kaart te brengen. Hetstreven is om in de tweede helft van 2026 nadere informatie over devoortgang van dit traject te delen met uw Kamer.Geen arbeidsvermogen zonder arbeidsongeschiktheidsverzekeringOok in andere regelingen, zoals in de Participatiewet, is er een groepmensen die niet kan werken door ziekte of handicap. Deze doelgroepbinnen de Participatiewet groeit. Eén van de vraagstukken binnen deherziening van de Participatiewet is hoe mensen die structureel geenarbeidsvermogen hebben, beter kunnen worden ondersteund. Deknelpunten die mensen ervaren is dat het inkomen niet toereikend is,onvoldoende zekerheid biedt en de verplichtingen gericht op werk enontwikkeling naar werk niet naleefbaar zijn. Deze kenmerken passen bijhet vangnetkarakter en de aanname dat mensen tijdelijk afhankelijk zijnvan dit vangnet. In de Kamer wordt breed gedragen dat de Participatiewetniet passend is voor mensen bij wie arbeidsvermogen ontbreekt. In hetCoalitieakkoord is opgenomen dat mensen in de bijstand die niet kunnenwerken, niet steeds worden gevraagd dit wel te doen. De Minister vanWerk en Participatie heeft naar aanleiding van de moties Ceder c.s.13,Rikkers-Oosterkamp14 en Ceder-Flach15 aan de Kamer toegezegdbeleidsopties te onderzoeken om voor chronisch zieken een apart wettelijkregime te ontwerpen.We onderzoeken opties binnen de Participatiewet: gericht op de werk- enre-integratieverplichtingen, werk aantrekkelijker maken voor mensen diedoor ziekte of gebrek niet meer uren kunnen werken en dus afhankelijkblijven van de bijstand en de dienstverlening gericht op meedoen.Daarnaast onderzoeken we of een apart wettelijk regime mogelijk is voormensen die langdurig geen arbeidsvermogen hebben. Afhankelijk van dekeuzes die gemaakt moeten worden, zal het verbeteren van de Participa-tiewet gepaard gaan met aanzienlijke financiële effecten. Het is daarbij13Kamerstukken II 2024–2025, 36 600 XV, nr. 8614Kamerstukken II 2024–2025, 36 600 XV, nr. 6915Kamerstukken II 2025–2026, 34 352, nr. 355Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 90414 goed om te vermelden dat er op dit moment geen financiële middelenbeschikbaar zijn. Daarnaast zijn ook zaken zoals de afbakening van dedoelgroep en de uitvoerbaarheid belangrijke dilemma’s om tot oplos-singen te komen.Daarnaast werkt het kabinet aan het wetsvoorstel Wet BasisverzekeringArbeidsongeschiktheid Zelfstandigen, dat een verplichte arbeidsonge-schiktheidsverzekering voor zelfstandig ondernemers introduceert. Ditdraagt bij aan een gelijker speelveld tussen werknemers en zelfstandigenen meer bescherming tegen inkomensterugval door arbeidsonge-schiktheid voor mensen die hiertegen nu niet (verplicht) zijn verzekerd.Algemene nabestaandenwet (Anw)Via de Anw wordt aan nabestaanden die arbeidsongeschikt zijn tot aan depensioenleeftijd een uitkering verstrekt, omdat deze mensen nietzelfstandig in hun inkomen kunnen voorzien. De voorwaarden verschillenvoor de Anw en de andere AO-regelingen. Er zijn circa 11.000Anw-ontvangers die arbeidsongeschikt zijn. Gezien de relatief kleinedoelgroep staat de benodigde capaciteit voor implementatie en uitvoeringvan wijzigingsopties niet in verhouding tot de mogelijke effecten, zoalsook in spoor 2 staat beschreven. Om deze reden wordt vereenvoudigingvan de Anw als zodanig gedeprioriteerd, maar blijft de toekomstigeondersteuning aan de doelgroep arbeidsongeschikten in de Anw welbetrokken worden bij de uitwerking van lange termijn beleidsopties voorverbetering van het arbeidsongeschiktheidsstelsel.Zekere en begrijpelijke financiële ondersteuning voor ouders(spoor 5)De financiële ondersteuning van ouders met minderjarige kinderen komtvoort uit de maatschappelijke wens om ouders in staat te stellen goedvoor hun kinderen te zorgen en dit beiden met werk te kunnen combi-neren. In de kern zijn er drie grote regelingen: de kinderbijslag, hetkindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag.Voor een deel van de ouders is het kindgebonden budget en de kinderop-vangtoeslag ingewikkeld.De toeslagen, waaronder het kindgebonden budget en de kinderopvang-toeslag zijn voor een deel van de ouders complex en leiden tot (hoge)terugvorderingen, niet-gebruik en een hoge marginale druk. Het is vanbelang dat ouders tijdig wijzigingen doorgeven. Als dat niet (tijdig) lukt,kunnen zij te veel toeslag ontvangen en moeten zij dit terugbetalen. Ookdragen beide regelingen voor sommige ouders bij aan een hogeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 90415 marginale druk, waardoor werken minder loont. Meer werken leidt tot eenbeperkte stijging van het inkomen naast onzekerheid over mogelijketerugvorderingen, omdat ouders (deels) het recht op deze toeslagenverliezen en soms ook meer uren opvang moeten afnemen. Angst voorterugvorderingen of voor de overheid is voor sommige mensen eenaanleiding om geen aanvraag te doen, terwijl zij wel recht hebben op dekindregelingen. Het niet-gebruik van het kindgebonden budget ligt opcirca 8,5%16. Ook zijn er nog andere groepen ouders voor wie dekindregelingen ingewikkeld kunnen zijn, zoals ouders die gaan scheidenen ouders met kinderen die intensieve zorg krijgen of die hogere kostenmaken om onderwijsredenen.Daarnaast is de internationale uitvoering van de twee kindregelingencomplex, onder andere vanwege twee verschillende wettelijke kaders entwee regelingen (Awir en Suwi). Dit leidt tot ingewikkelde berekeningenen betalingen voor zowel de uitvoerders als de ouders.In dit spoor geeft het kabinet daarom prioriteit aan een nieuwekindregeling: meer zekerheid en eenvoud voor gezinnen door dekinderbijslag en het kindgebonden budget samen te voegen tot éénnieuwe regeling met één wettelijk kader binnen het sociale zeker-heidsstelsel. Ook zet het kabinet de plannen voor een nieuwfinancieringsstelsel voor kinderopvang door. Tot slot zet het kabinetzich in voor vergroting van de bestaanszekerheid voor kinderen ingezinnen in Caribisch Nederland.Aan de slag met een nieuwe kindregelingDit kabinet wil meer zekerheid en eenvoud bieden door gezinnen metkinderen nog beter te ondersteunen. Een eerste stap is om de kinder-bijslag en het kindgebonden budget samen te voegen tot één nieuweregeling met één wettelijk kader binnen het sociale zekerheidsstelsel. Zesprincipes en uitgangspunten zijn hierbij leidend. Voor elk van dezeprincipes en uitgangspunten geldt dat er verschillende keuzes enmogelijke afruilen zijn, waarover uw Kamer onlangs per brief isgeïnformeerd.Het voornaamste principe in de vormgeving van een nieuwe kindregelingis dat de ontwikkeling en ontplooiing van het kind centraal moet staan. Dithoudt in dat kinderen gelijke kansen krijgen, zich kunnen ontwikkelen envolwaardig kunnen meedoen. Daarnaast is zekerheid en voorspelbaarheidvan het inkomen van ouders van belang. Daarom wordt, naast de huidigeaanpak van actuele inkomensgegevens, verkend of het gebruik vanhistorische inkomensgegevens voor meer rust in de huishoudporte-monnee kan zorgen. Ook is het belangrijk dat ouders vertrouwen hebbenin de overheid. De inzet is daarom om ouders zoveel mogelijk te ontlastenin het doen van een aanvraag of het wijzigen van gegevens. Eenouder-kind portaal kan de toegankelijkheid van de dienstverlening voorouders en de gegevensuitwisseling tussen de betrokken uitvoeringsorga-nisaties verbeteren. Daarom is het portaal ook onderdeel van de verdereuitwerking. Verder moet werken meer gaan lonen voor ouders en is hetdaarom belangrijk dat de drempel om de arbeidsmarkt te betreden bij denieuwe kindregeling zo laag mogelijk blijft. Speciale aandacht gaat onderandere uit naar het eenvoudiger maken van regelingen voor specifiekedoelgroepen, waaronder alleenstaande ouders en ouders met kinderendie een intensieve zorgbehoefte hebben.16Centraal Planbureau: Onbenut recht: het niet-gebruik van huur- en zorgtoeslag en hetkindgebonden budget (2025). Dit zijn vooral huishoudens met een hoger inkomen. Lagereinkomensgroepen met recht op een hoog bedrag aan het kindgebonden budget worden goedbereikt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 90416 Deze uitgangspunten worden voor zover mogelijk ook meegenomen bijde vormgeving van een structurele inkomensafhankelijke kindregelingvoor Caribisch Nederland.Herziening financieringsstelsel kinderopvangVoor de kinderopvangtoeslag heeft het kabinet al richting bepaald. In 2029wordt een nieuwe financieringssystematiek ingevoerd die eenvoudiger enzekerder is voor ouders. In plaats van een inkomensafhankelijke toeslagkomt er voor werkende ouders een inkomensonafhankelijke vergoedingvoor kinderopvang die rechtstreeks naar kinderopvangorganisaties gaat.Dit betekent dat het inkomen niet meer bepaalt hoe hoog de tegemoet-koming is, waardoor (meer) werken voor minder onzekerheid zorgt. Alsgevolg van de vereenvoudigingen en het verschuiven van de geldstroomvan ouders naar kinderopvangorganisaties wordt er in de nieuwefinancieringssystematiek niet meer teruggevorderd bij ouders. Uw Kameris in april geïnformeerd over de stand van zaken17.Inkomensondersteuning ouders en kinderopvang Caribisch NederlandVoor Caribisch Nederland is onze ambitie om ouders gelijkwaardig aanouders in Europees Nederland financieel te ondersteunen. De vormgevingkan verschillen, maar verschillen moeten uitlegbaar zijn (comply orexplain). Zo kan de andere uitgangssituatie bij het huidige stelsel vaninkomensondersteuning in Caribisch Nederland leiden tot andere keuzesin de vormgeving. Zo werken we samen met de Openbare Lichamen enbetrokken ministeries aan het financieel toegankelijk maken van dekinderopvang in Caribisch Nederland voor alle ouders. Kinderopvangor-ganisaties kunnen sinds juli 2020 via de tijdelijke subsidieregelingfinanciering kinderopvang BES subsidie ontvangen voor het uitvoeren vankinderopvang. Ouders betalen een beperkte inkomensonafhankelijkeeigen bijdrage, waardoor kinderopvang financieel toegankelijk wordt vooralle ouders,. Op 1 januari 2026 is de Wet Kinderopvang BES in werkinggetreden die deze vorm van financiering structureel maakt en daarnaastzorgt voor eisen aan de kwaliteit en veiligheid en het toezicht daarop. VoorCaribisch Nederland ligt er daarnaast een opgave om de bestaansze-kerheid te vergroten voor gezinnen met kinderen via een inkomensafhan-kelijke kindregeling.17Kamerstukken II, 2025–2026, 31 322, nr. 584Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 90417 Een voorspelbaar inkomen, via voorkomen en verminderen vannegatieve effecten van fouten, nabetalingen en terugvorderingen(spoor 6)De complexiteit van regelingen leidt tot fouten van zowel mensen alspublieke dienstverleners, met mogelijke terugvorderingen en nabeta-lingen als gevolg. De onzekerheid of mensen uitgekeerde bedragen welmogen houden kan een drempel vormen om (meer) te werken of eenuitkering aan te vragen. Dit is onwenselijk. Het kabinet werkt daarom aaneen voorspelbaarder stelsel met meer inkomenszekerheid. We werkendaarnaast via de inzet op preventie aan het voorkomen van fouten vanmensen. En als toch een fout gemaakt wordt, wil het kabinet deze via hetwetsvoorstel Wet handhaving sociale zekerheid niet meteen bestraffen,maar waar nodig passend handhaven. Als terugvorderingen en nabeta-lingen toch plaatsvinden, zou dit begrijpelijk en evenredig moetengebeuren. Het kabinet verbetert hiertoe het vorderingenbeleid.In dit spoor geeft het kabinet prioriteit aan hervorming van het beleidgericht op handhaving, terugvordering en nabetalingen aan mensen.Daarnaast streven we naar meer samenhang in betaalmomenten vaninkomensregelingen als een ontwikkelrichting voor de langeretermijn. De verbeteringen binnen het huidige stelsel van toeslagenten aanzien van terugvorderingen moeten er daarnaast toe leidendat, zolang er nog toeslagen bestaan, de drempel tot arbeidspartici-patie wordt verlaagd.Herijking handhavingSpeerpunt bij een betrouwbare sociale zekerheid is een meer passendehandhaving waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheden enmet de mogelijke impact op mensen. Het wetsvoorstel Handhavingsociale zekerheid biedt voldoende handhavingsinstrumenten en geeftUWV, SVB en gemeenten meer ruimte om rekening te houden met depersoonlijke situatie van mensen. Het wetsvoorstel is aan uw Kameraangeboden voor behandeling, en bij behandeling voor de zomer zalingezet worden op implementatie per 1 januari 2027.Aanpak preventie van fouten en overtredingenOm de noodzaak tot handhaving te voorkomen, werken we aan duidelijkerechten en plichten. We onderzoeken veelvoorkomende fouten en doenvoorstellen voor aanpassing in wet- en regelgeving of dienstverlening.Om risico’s op fouten in te schatten wordt geleerd van ervaringen vanmensen. Het continu meewegen van hun ervaringen moet leiden totbegrijpelijkere regels en dus minder fouten en terugvorderingen. De regeldie bij UWV het vaakst wordt overtreden is de verplichting om vakantie enverblijf in het buitenland te melden. Momenteel wordt gekeken welkeopties er zijn om het aantal overtredingen te verkleinen.Modernisering vorderingenbeleid en keteneffecten van nabetalingenNaar aanleiding van de kinderopvangtoeslagaffaire zijn de politieke enmaatschappelijke visies op vorderingen binnen de sociale zekerheidveranderd. Naast gerichte uitkeringen die efficiënt worden uitgevoerd,hecht men nu ook een groter belang aan de burger bij wie de diverseterugvorderingen terecht komen. Met het wetsvoorstel moderniseringvorderingenbeleid wordt gewerkt aan meer balans in het wettelijk kaderrond vorderingen. Zo wordt een recht op nabetalingen geïntroduceerd bijfouten van de overheid. Ook wordt voorgesteld om nabetalingen alsgevolg van een fout door de overheid of een bezwaar- of beroepspro-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 90418 cedure niet meer in alle inkomensafhankelijke regelingen door te latenwerken. Voor het voorkomen van deze zogenoemde keteneffecten zijnmiddelen vrijgemaakt en lopen vergaande gesprekken met de publiekedienstverleners. Over de voortgang van het totale wetsvoorstel wordt ubinnenkort geïnformeerd in een aparte brief.Bruto terugvorderenMensen krijgen een uitkering netto uitgekeerd, na afdracht vanloonheffing. Als sprake is van een terugvordering die de jaargrensoverschrijdt, moeten zij deze bruto betalen. Het verschil, de loonheffing,hebben zij niet op hun rekening ontvangen, maar is door UWV namenshen afgedragen aan de Belastingdienst. Bij een terugvordering moetenmensen dit deel wel terugbetalen. Het gaat jaarlijks om zo’n 50.000vorderingen.Meestal krijgen zij een vergelijkbaar bedrag terug nadat zij de terugbe-taling opgeven als negatief inkomen bij de aangifte inkomstenbelasting.Dit vinden mensen complex, zij moeten soms lang wachten tot teruggaveen zij krijgen niet altijd een even hoog bedrag terug. In 2025 was eenoplossing uitgewerkt. Inzet was het in bepaalde gevallen kwijtscheldenvan de afgedragen loonheffing. Nadeel van deze oplossing was dat er eenfinancieel voordeel kan ontstaan voor mensen. De verminderde vorderingkan ook in mindering worden gebracht op zijn belastbaar inkomen. Hetvorige kabinet had incidentele middelen gereserveerd om op korte termijneen pilot te kunnen starten, zodat vervolgens een structurele oplossingzonder dit financiële voordeel uitgewerkt zou kunnen worden18. Bij devoorjaarsbesluitvorming 2026 zijn deze incidentele middelen vanwegenoodzakelijke budgettaire afwegingen anders bestemd. Dit noopt totherprioritering van de inzet op dit onderwerp voor de komende jaren.Drempels arbeidsparticipatie door terugvorderingen van toeslagenMensen gaan er doorgaans op vooruit als ze vanuit een uitkeringssituatiegaan werken. Toch ervaren sommige mensen een drempel om (meer) tegaan werken vanwege onzekerheid over de gevolgen voor hun uitkeringen toeslagen. Dit kabinet wil deze onzekerheid temperen. In dit kaderwerkt Dienst Toeslagen aan het beter inschatten van voorschotten, met alsdoel het aantal en de hoogte van terugvorderingen te verminderen.Daarnaast werkt het Ministerie van Financiën aan een wetstrajectproactieve dienstverlening voor toeslagen. Dit moet mensen met énzonder aangevraagde toeslag helpen zicht te krijgen op hun financiëlesituatie en zo terugvorderingen verminderen. Tot slot loopt er eenverkenning naar het automatisch toekennen van toeslagen in de actualiteitwaar een Kamerbrief voor de zomer over volgt. De volledige verkenningwordt begin 2027 opgeleverd.Harmoniseren betaaldataIn het Coalitieakkoord is opgenomen dat het kabinet streeft naar hetharmoniseren van betaalmomenten. Het is van belang dat mensenduidelijkheid en inzicht hebben in wanneer en over hoeveel middelen zijkunnen beschikken. Dit kan bijdragen aan een voorspelbaar besteedbaarinkomen en geeft mensen grip op hun uitgaven. Het kabinet heeft in 2025onderzoek gedaan naar de mogelijkheden. Het onderzoek en de kabinets-reactie worden na de zomer aan uw Kamer aangeboden. In de kabinetsre-actie op dit onderzoek gaan we in op de uitkomsten en schetsen we welkevervolgstappen kansrijk en haalbaar zijn, evenals op welke onderdelennadere uitwerking nodig is of waar uniformeren niet wenselijk is. Het18Kamerstukken II, 2025–2026, 17 050, nr. 612Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 90419 bevorderen van meer samenhang in betaalmomenten zien we als eenontwikkelrichting voor de langere termijn, waarbij eventuele aanpas-singen stapsgewijs en op logische momenten kunnen worden overwogen.Aandachtspunten hierbij zijn dat het harmoniseren van betaalmomentenslechts een deeloplossing is en er momenteel geen budget voor dezemaatregel is gereserveerd.Betere toeleiding naar werk: via werk in inkomen voorzien(spoor 7)In Nederland hebben we iedereen nodig. Toch staan nog te veel mensenongewild langs de kant. Dat is zonde – voor henzelf én voor onzesamenleving. Want iedereen heeft talenten en kan op zijn of haar eigenmanier bijdragen. Bovendien hebben we iedereen hard nodig op dezekrappe en veranderende arbeidsmarkt. Voor opgaven zoals de energie-transitie, woningbouw en de zorg zijn de komende jaren ontzettend veelmensen nodig. Kansen genoeg dus.Werk betekent meer dan alleen een inkomen. Het geeft structuur,eigenwaarde, sociale contacten en vertrouwen in de toekomst. Daaromzou meedoen in de samenleving – via werk of als dat (nog) niet lukt opeen andere manier – voor iedereen het uitgangspunt moeten zijn. Van de13,4 miljoen Nederlanders tussen de 15 en 75 jaar hebben 9,8 miljoenmensen werk. Dat betekent dat ongeveer 3,6 miljoen mensen niet werken.Voor een groot deel van hen is daar een duidelijke reden voor: zij volgenonderwijs, zijn met pensioen of kunnen door ziekte of beperkingen nietwerken. Maar er is ook een grote groep mensen die wél wil en kanbijdragen, maar onvoldoende kansen of ondersteuning krijgt.Actieprogramma Nederland WerktNederland heeft behoefte aan een nieuwe blik op werk. Een arbeidsmarktwaarin we voorkomen dat mensen hun baan verliezen en waarinwerknemers duurzaam inzetbaar zijn en zich blijven ontwikkelen. Eenarbeidsmarkt waarin niet beperkingen, maar mogelijkheden centraalstaan. En een sociale zekerheidsstelsel waarin mensen die onverhooptwerkloos raken of met gezondheidsproblemen te maken krijgen, doorpassende ondersteuning sneller perspectief krijgen op werk of deelnameaan de samenleving op andere wijze. Met dienstverlening die dichtbijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 90420 mensen is, bijvoorbeeld via de 35 Regionale Werkcentra waar werkenden,werkzoekenden en werkgevers terecht kunnen voor hulp bij scholing enwerk.Met het Actieprogramma Nederland Werkt bouwen we aan die veran-dering. Het kabinet wil samen met sociale partners, werkgevers, UWV,gemeenten, Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven(SBB), opleiders en andere organisaties werken aan een brede bewegingwaarin we samenwerken vanuit één overtuiging: iedereen die wil en kanbijdragen, moet daar ook de kans voor krijgen. Want Nederland werkt pasecht als iedereen mee kan doen. De komende periode werkt het kabinetdit programma verder uit in samenwerking met de relevante partners. Inhet najaar informeert de Minister van Werk en Participatie uw Kamerverder over de contouren van het actieprogramma.De maatregelen die eerder in dit spoor al waren opgenomen, wil hetkabinet verder brengen via het actieprogramma Nederland Werkt.Het kabinet geeft prioriteit aan de realisatie van één Werkcentrum iniedere arbeidsmarktregio en het stimuleren van het gebruik vanOntwikkelpaden als standaard instrument om mensen te onder-steunen in het vinden en behouden van werk. Ook wil het kabinetsociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk versterken en toekomst-bestendig maken. Tot slot streeft het kabinet naar een nieuwebanenafspraak voor mensen met een arbeidsbeperking, waarin deondersteuningsbehoefte van mensen leidend is. Over oplossings-richtingen gaan we later dit jaar graag met uw Kamer in gesprek.Een Werkcentrum in iedere arbeidsmarktregioHet kabinet neemt met de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuurmaatregelen om arbeidsmarktdienstverlening toegankelijker te maken ensamenwerking in de arbeidsmarktregio’s te versterken. In iedere arbeids-marktregio vormt het Werkcentrum het gezamenlijke regionale loketwaarin eerdere loketten zijn samengevoegd. Werkzoekenden, werkendenen werkgevers kunnen hier terecht met vragen over werk, scholing enpersoneelsvraagstukken. Om uitvoering te geven aan de diverse maatre-gelen ter versterking van de arbeidsmarktinfrastructuur is wijziging vanwet- en regelgeving nodig. Een voorgenomen wetswijziging van wetSUWI creëert grondslagen en taken waarmee de (regionale) publiek-private samenwerking wordt versterkt en belemmeringen voor passendedienstverlening worden weggenomen. Het conceptwetsvoorstel zal naarverwachting rond de zomer van 2026 aan uw Kamer worden aangeboden.In de Kamerbrief van 23 maart 2026 is een nadere toelichting op devoortgang van de hervorming gegeven19.Ontwikkelpaden: via scholing aan het werkHet afgelopen jaar hebben veel sectoren in samenwerking met SZW,OCW, werkgevers en onderwijspartners sectorale Ontwikkelpadengemaakt en gelanceerd20. Per 22 mei 2026 zijn 47 Ontwikkelpaden erkenddoor de Minister van SZW, binnen sectoren als techniek, zorg, onderwijs,groen, schoonmaak, transport & logistiek en detailhandel. Komend jaarvolgen nog meer Ontwikkelpaden. Tot en met 2027 kunnen werkgevers de19Kamerstukken II 2025–2026, 33 566/26 544, nr. 11020Ontwikkelpaden zijn landelijke overzichten van functies met bijbehorende opleidingen. Zemaken inzichtelijk hoe werkzoekenden en werkenden kunnen in- en doorstromen in sectorenof kunnen overstappen tussen sectoren met behulp van praktijkgerichte scholing. Sectorenzijn eigenaar van hun eigen Ontwikkelpad. De Minister van SZW erkent Ontwikkelpaden opbasis van de SLIM-regeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 90421 SLIM-scholingssubsidie aanvragen voor bekostiging van opleidingen uitde Ontwikkelpaden van maatschappelijk cruciale sectoren (kinderopvang,onderwijs, zorg, techniek, bouw en energie, ICT en groen). Hiermeestimuleren we de instroom van werkzoekenden en doorstroom ofoverstappen van werkenden in cruciale sectoren. Sectoren en werkgeversnemen hun Ontwikkelpaden in gebruik. SZW ondersteunt samen metlandelijke partners21 de publiek-private ingebruikname van Ontwikkel-paden door de samenwerkende partners in de arbeidsmarktregio’s voorde matching van werkzoekenden. Ambitie is dat Ontwikkelpaden eenstandaard instrument zijn in de dienstverlening van de regionaleWerkcentra, gemeenten, UWV, SBB en sociale partners. Veel arbeids-marktregio’s hebben Ontwikkelpaden al opgenomen in hun regionalemeerjarenagenda’s.Komend jaar werken we aan de professionalisering van de ketensamen-werking rondom Ontwikkelpaden, zodat sectoren gebruiksvriendelijker ensneller Ontwikkelpaden kunnen beheren en onderhouden.Samen met landelijke partners werken we toe naar de situatie datOntwikkelpaden gebruikt worden voor verschillende doelgroepen zoalsjongeren, nieuwkomers en mensen met een beperking. De eersteervaringen met Ontwikkelpaden laten zien dat voor instroom vanwerkzoekenden het vaak nodig is dat gestart wordt met een voorschakel-traject. Ten behoeve van opschaling van en publiek-private samenwerkingop voorschakeltrajecten ter voorbereiding op instroom op een functie uiteen Ontwikkelpad via praktijkgerichte scholing, willen we de inzet ervanverankeren in wet- en regelgeving.Versterking sociale infrastructuurVoor mensen die niet of niet direct kunnen werken bij een regulierewerkgever zijn er sociaal ontwikkelbedrijven. Zij bieden mensen de kansom mee te doen via werk. Als opstap naar werk bij een regulierewerkgever, als beschutte werkplek of als vangnet wanneer werken bij eenreguliere werkgever (tijdelijk) niet lukt. Het kabinet vindt het belangrijk datsociaal ontwikkelbedrijven deze rol ook in de toekomst kunnen blijvenvervullen. Daarom neemt het kabinet verschillende maatregelen om desociale infrastructuur te versterken en toekomstbestendig te maken. Voorhet zomerreces ontvangt uw Kamer een voortgangsbrief over sociaalontwikkelbedrijven en beschut werk. In die brief wordt een beeldgeschetst van de staat van de sociale infrastructuur in Nederland en demanier waarop gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven werken aan eentoekomstbestendige infrastructuur. Daarnaast wordt uitgebreid ingegaanop de stand van zaken rond beschut werk en de stappen die het kabinetzet om beschut werk verder te versterken en te bevorderen.Verbeteringen banenafspraakJuist voor mensen met een arbeidsbeperking is aan het werk gaan enblijven nog niet altijd vanzelfsprekend. En ook voor werkgevers ligt hetlang niet altijd voor de hand om mensen met een arbeidsbeperking indienst te hebben. Dat moet veranderen. We moeten als maatschappijblijven kijken naar wat mensen wél kunnen. We streven daarom naar eennieuwe banenafspraak voor mensen met een arbeidsbeperking, waarin deondersteuningsbehoefte leidend is. In de brief van 19 juni 2025 is deStaatssecretaris van Participatie en Integratie uitgebreid ingegaan op delangetermijnvisie op de banenafspraak. In samenspraak met sociale21Het Landelijk Ondersteuningsteam Regionale Arbeidsmarkt, de stichting NL onderneemtmaatschappelijk! (gelieerd aan VNO-NCW), de Landelijke Werkgeversservicepuntengemeenten en UWV, SBB, MBO-raad, VH en NRTO zijn betrokken bij deze aanpak.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 90422 partners, (vertegenwoordigers van) ervaringsdeskundigen, gemeenten enUWV zijn we tot een aantal uitgangspunten gekomen. Belangrijksteknelpunt op dit moment is dat er te veel mensen met een beperking nietonder de doelgroep banenafspraak vallen. Hier willen we in de nieuwebanenafspraak anders mee omgaan. Uw Kamer wordt rond de zomer2026 verder geïnformeerd over de uitwerking van oplossingsrichtingen.De ontwikkeling van een langetermijnvisie betekent niet dat we stoppenmet het verbeteren van de huidige banenafspraak. Afgelopen periode zijner verschillende stappen gezet om de doelgroep te verbreden. Het gaatom een beperkte verbreding, waarbij groepen mensen worden toege-voegd die dezelfde kenmerken en ondersteuningsbehoefte hebben alsmensen die al tot de doelgroep banenafspraak behoren. Per 1 januari 2026zijn de volgende groepen toegevoegd aan het doelgroepregister:•Mensen met een Wajong-uitkering die duurzaam geen arbeidsvermo-gen hebben en die werken bij een reguliere werkgever;•Mensen met een IVA-uitkering die werken met loondispensatieDaarnaast wordt gewerkt aan een wetsvoorstel waarmee mensen in deWIA en de WW die niet zelfstandig het WML kunnen verdienen,opgenomen kunnen worden in het doelgroepregister banenafspraak. Ookis de bedoeling met datzelfde wetsvoorstel loonkostensubsidiebeschikbaar te maken in de WIA en de WW, zodat UWV dit instrument ookin kan zetten. Het kabinet zal de uitgangspunten van dit wetsvoorstel aanuw Kamer aanbieden in een brief voor de zomer.Naast de verbreding bevat het wetsvoorstel het voornemen om ook in deWajong het instrument loondispensatie te vervangen door loonkostensub-sidie. Tot slot zetten we op korte termijn in op het verder stimuleren vaninclusief werkgeverschap door bijvoorbeeld het Sociale Innovatie Fonds(SIF) op bredere schaal voort te zetten en verdere uitvoering van desubsidieregeling inclusieve technologie.Hervormingsagenda vraagt om keuzes van kabinet en KamerZoals aangegeven in de inleiding van deze brief zal deze Hervormings-agenda met politieke keuzes gepaard gaan, die aan het kabinet en uwKamer zijn. Hervorming en vereenvoudiging is urgent en nodig, maar nietgratis, omdat vereenvoudiging in veel gevallen ook zal betekenen datregelingen minder gericht worden. Afhankelijk van de uitwerking gaandaar inkomenseffecten of budgettaire effecten mee gepaard. Budgettairegevolgen zullen van financiële dekking moeten worden voorzien. Maar hetlevert ook iets op. Een stelsel wat meer zekerheid een voorspelbaarheidbiedt, geeft mensen ook grip terug op hun leven. En het maakt de stapTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 90423 naar werk en meer uren werk eenvoudiger. Voor het draagvlak voor en dehoudbaarheid van onze sociale zekerheid is daarbij essentieel dat werkenvoldoende loont. Dit blijven belangrijke uitgangspunten in deHervormingsagenda.In de concrete uitwerking van beleidsopties voor verschillende wetten zalde haalbaarheid en uitvoerbaarheid worden getoetst en zullen de keuzeszorgvuldig in kaart worden gebracht en aan uw Kamer voorgelegd.Daaruit zal duidelijk worden dat er mogelijkheden zijn, maar voorhervorming ook keuzes dienen te worden gemaakt. Met het jaarlijkseproces van de Hervormingsagenda richting budgettaire besluitvormingworden deze keuzes gefaciliteerd. De Hervormingsagenda is eenwerkagenda voor de sociale zekerheid met ambitie, waarvan concreteuitwerking op de sporen stapsgewijs komt en vervolgens politiekgewogen moet worden, inclusief de budgettaire randvoorwaarden. Metde organisatie van een jaarlijks proces streven wij naar realisatie vanvoorstellen die bijdragen aan een betere bestaanszekerheid voor mensenen een toekomstbestendige, houdbare uitvoering van de socialezekerheid.De Minister van Werk en Participatie,A.A. AartsenDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.A. VijlbriefTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 90424

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 8981be2f64c69b6a

14 okt 2026 · 86f456595d0b0aed

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.