KamerkringInloggen
Kamerbrief

Naar een beter dierenwelzijn in de veehouderij

16 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e9159bfcc312119c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 286DierenwelzijnNr. 1433 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ,VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 april 2026Vanuit de maatschappij is de roep om het welzijn van dieren in deveehouderij goed te borgen de afgelopen jaren toegenomen. De meesteveehouders, transporteurs en andere spelers in de voedselketen gaan opeen fatsoenlijke wijze om met dieren. Maar er zijn ook regelmatigberichten van incidenten. Als deze plaatsvinden wordt er door de NVWAgehandhaafd. De Kamer vraagt op verschillende dossiers om effectiefbeleid om het dierenwelzijn beter te borgen. Ik wil hierin stappen zettenen tegelijk duidelijkheid scheppen voor ondernemers en een realistischtijdpad schetsen zodat zij weten waar zij naartoe moeten werken.In deze brief zet ik uiteen hoe ik de volgende stappen wil zetten op hetgebied van dierenwelzijn. Hiermee kom ik, vooruitlopend op het Commis-siedebat dieren in de veehouderij en de NVWA van 23 april, tegemoet aande wens van de Kamer om te vernemen wat mijn inzet zal zijn op ditbeleidsterrein.Mijn inzet is om te werken aan goed dierenwelzijn in de hele keten, waareen ieder zijn verantwoordelijkheid neemt, van het primaire bedrijf,tijdens transport tot in het slachthuis. Op het primaire bedrijf doe ik ditdoor stappen te zetten naar een dierwaardige veehouderij waarbij onderandere verder wordt gewerkt aan een AMvB, de uitwerking van hetconvenant en de oprichting van een autoriteit. Ook onderzoek ik demogelijkheden om brandveiligere bestaande en nieuwe stallen te creëren.Ik sprak al kort met de Kamer over mijn inzet op het dossier aanpakstalbranden in het kader van de begrotingsbehandeling en informeer deKamer graag uitgebreider over mijn inzet. Ook ga ik in op de resultatenvan de Risicomonitor stalbranden 2025 die 16 april 2026 is gepubliceerddoor het Verbond van Verzekeraars (hierna: VvV).Borging van het dierenwelzijn tijdens transport en in het slachthuis wil ikbereiken door het wetsvoorstel verplicht cameratoezicht verder inprocedure te brengen en door de maximumtemperatuur voor kst-28286-1433ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14331 diertransport te verlagen. Effectief toezicht is hierbij van groot belang. Ikzet daarom in op versterkt toezicht en een herziening van het boetestelsel.Door te werken aan duidelijk, voorzienbaar en uitvoerbaar beleid in devoedselketen in combinatie met goed toezicht, wil ik ervoor zorgen dat hetdierenwelzijn in Nederland naar een hoger niveau wordt getild. Hierna gaik op deze onderwerpen dieper in.Dierwaardige veehouderijIk wil, samen met de sectoren en dierenwelzijnsorganisaties, concrete enhaalbare stappen zetten naar een dierwaardige veehouderij, in lijn met deafspraken die gemaakt zijn in het convenant «Stappen naar eendierwaardige veehouderij» en zoals aangekondigd in het Coalitieakkoord.Belangrijk onderdeel van de ontwikkeling naar dierwaardige veehouderijis om een markt te creëren die het verdienvermogen van de primairesector kan versterken door in te spelen op een toenemende behoefte vanburgers in Noord West Europa naar dierwaardig geproduceerdeproducten. Vooroplopen als Nederland biedt commerciële kansen.Tegelijkertijd pleeg ik in het kader van het gelijke speelveld ook inzet inEuropees verband om andere lidstaten hierin mee te krijgen. Onderdeelvan zowel het convenant als het coalitieakkoord is de oprichting van eenAutoriteit Dierwaardige Veehouderij, die de ontwikkeling zal monitoren.Convenantpartijen hebben een verkenning laten uitvoeren naar deoprichting en inrichting van de Autoriteit; zie bijlage 1.Daarnaast werk ik verder aan een AMvB dierwaardige veehouderij voor devier grote veehouderijsectoren en de vleesveesector, zoals de instructiebe-paling in de Wet Dieren ook van de regering vraagt. De Kamer isgeïnformeerd over het zeer grote aantal reacties dat de internetconsultatievan de AMvB dierwaardige veehouderij vorig jaar heeft opgeleverd. Dezeworden op dit moment verwerkt. Ook de uitkomsten van toetsen wordenmeegenomen die we hebben laten uitvoeren, zoals de regeldruktoets ende uitvoerings- en handhaafbaarheidstoets. Mijn streven is om rond dezomer de aangepaste concept-AMvB aan het parlement voor te hangen.Daarmee sluit ik aan op de kabinetsbrede samenhangende aanpakLandbouw, Natuur en Stikstof1 waarin de AMvB dierwaardige veehouderijin pijler 7 is opgenomen. Het kabinet kiest ervoor om de verschillendeopgaven in onderlinge samenhang en synergie met elkaar te realiseren.Dit is effectiever en doelmatiger en heeft ook als doel het voorkomen dat(agrarische) ondernemers steeds nieuwe investeringen moeten doen voorverschillende deelopgaven.StalbrandenDe impact van stalbranden voor mens en dier is vaak zeer groot. Daaromvind ik het belangrijk om, samen met de veehouders en andere stake-holders, te blijven doorwerken aan het verbeteren van de brandveiligheidop veehouderijen. Op 23 maart jongstleden heb ik de brandveiligheids-campagne «Voorkom Stalbrand» gelanceerd. Dit is een gezamenlijkecampagne met LTO, NAJK, POV, Brandweer Nederland en het Verbondvan Verzekeraars. Het doel is het vergroten van bewustwording en inzichtgeven in laagdrempelige brandveiligheidsmaatregelen voor veehouders.Communicatie en bewustwording alleen is niet genoeg, daarom bestaatde aanpak van stalbranden uit verschillende maatregelen die ik verderuitwerk. Om de preventie van stalbranden te verbeteren werk ik aan deinvoering van een verplichting tot het doen van twee keuringen. Dezekeuringen zijn gericht op het voorkomen van brand en betreft de1Kamerstuk 36 800 XIV, nr. 80Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14332 elektrakeuring (brandveiligheid van technische installaties op het erf enzonnestroominstallaties) en de brandveiligheidskeuring (brandveiligheids-management en bewustwording van brandrisico’s). Ik streef ernaar dezekeuringen zo spoedig mogelijk in te voeren, waarbij ik wel oog heb voorde uitvoerbaarheid, effectiviteit en proportionaliteit van deze nieuwemaatregelen. Om dit in beeld te krijgen loopt er nu een onderzoek naar deimpact, waaronder de financiële impact van de verplichte elektrakeuring.Dit gebeurt door fictieve «proefkeuringen» uit te voeren. Ook voor debrandveiligheidskeuring, die nog in ontwikkeling is, zal dit inzichtelijkgemaakt worden. Ik streef ernaar in het najaar te besluiten over deinvoering van deze keuringen en de consultatie en voorhang van hetontwerpbesluit voor wijziging van het Besluit houders van dieren. Dit iseen essentiële stap voor de implementatie van beide keuringen.In een brief aan uw Kamer van 19 januari jl. zijn ook de resultaten vantwee recent afgeronde onderzoeken gedeeld, namelijk een onderzoek naarde omvang van brandcompartimenten en het ontwikkelde denkraam«Basis voor brandveiligheid voor veestallen». Ik verken momenteel hoe deuitkomsten van deze onderzoeken gebruikt kunnen worden bij deontwikkeling en uitvoering van beleid en regelgeving om integraal endiergericht te sturen op brandveiligere bestaande en nieuwe stallen.Andere opgaven, zoals de bedrijfsspecifieke emissienormen en de AMvBdierwaardige veehouderij, zullen om aanpassingen van of in de stalvragen. Het gaat daarbij ook om zaken die een investeringsbeslissing vande veehouder vragen, daarom is het van belang om ook mogelijkeinvesteringen in het kader van brandveiligheid integraal daarin mee tenemen. Rond de zomer zal ik de Kamer informeren in hoeverre deze tweerapporten aanleiding geven tot aanvullend beleid.Risicomonitor Stalbranden 2025De Risicomonitor Stalbranden wordt jaarlijks gepubliceerd en biedt inzichtin het aantal stalbranden, het aantal dodelijke dierlijke slachtoffers en deoorzaak van een stalbrand, voor zover bekend. Zoals genoemd in devoortgangsbrief van 19 januari jl. heeft mijn voorganger met het VvVbekeken op welke wijze de Risicomonitor verder uitgebreid kan wordenmet verdiepende informatie over bijvoorbeeld de oorzaak van de brand enhet bouwjaar van de stal. De monitor is uitgebreid met aanvullendeinformatie zoals waar de brand is ontstaan, de oorzaak, het bouwjaar, deomvang, welke bouwmaterialen er gebruikt zijn en hoeveel dieren eraanwezig waren en zijn omgekomen. Met deze uitbreiding hoop ik meerinzicht te krijgen in de oorzaken en risicofactoren, om gerichtere oplos-singsrichtingen te kunnen treffen.Uit de Risicomonitor stalbranden blijkt dat er in 2025 41 stalbrandenhebben plaatsgevonden. Bij elf van deze branden kwamen in totaal60.427 dieren om het leven. Het aantal branden ligt dit jaar iets lager danin 2024, toen er 43 branden waren. Het komt wel ongeveer overeen methet gemiddelde sinds 2014, dat op 42 branden per jaar ligt. Ook zijn er in2025 iets minder dieren omgekomen dan in 2024. Het aantal omgekomendieren kan ieder jaar fluctueren, en is sterk afhankelijk van de diersoort. Bijveel stalbranden is de oorzaak helaas onbekend. Dit komt doordat de stalin veel gevallen volledig afbrandt. Voor de branden waarvan de oorzaakwel te achterhalen was, is elektra de meest voorkomende oorzaak. Dezeresultaten bevestigen de noodzaak van een effectieve aanpak vanstalbranden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14333 Beleidsregel maximumtemperatuur voor diertransportDe Kamer heeft door de jaren heen haar zorgen geuit over het transportvan dieren tijdens hitte, en met verschillende moties de regering verzochtom de maximumtemperatuur zo snel mogelijk omlaag te brengen. Ik deeldeze zorgen over de risico’s die dieren lopen op hittestress tijdens dewarme zomerperiodes, en ik heb daarom besloten om de maximumtem-peratuur in de beleidsregel «diertransport bij hoge temperaturen» teverlagen naar 30°C, conform de motie van het lid Vestering.De beleidsregel heeft alle beleidsmatige stappen doorlopen. De notificatiebij de Europese Commissie heeft niet geleid tot opmerkingen op debeleidsregel. Diezelfde Commissie heeft echter wel, separaat van dezenotificatieprocedure, mijn ambtsvoorganger een brief gestuurd waarin zijverzoekt om de wijziging van de maximumtemperatuur in de beleidsregelmet minstens een jaar uit te stellen, of de onderhandelingen voor deherziening van de Transportverordening af te wachten, vanwege zorgenom het gelijke speelveld.Ook de zorgen van de sector heb ik gehoord. Zij geven aan dat het verderverlagen van de maximumtemperatuur mogelijk een negatieve impactheeft voor het dierenwelzijn. De zorg voor dierenwelzijn zit hem vooral inde stallen die overvol kunnen raken, mochten dieren voor langere tijd nietafgevoerd kunnen worden naar het slachthuis. Dit vind ik terechte zorgen,maar ik zie hier ook mogelijkheden voor ondernemers om maatregelen tenemen in het belang van dierenwelzijn. Bijvoorbeeld door hun planningenvoor de fok van nieuwe dieren tijdig aan te passen, zodat er meer ruimteis in de stallen in de zomer en er meer flexibiliteit komt in de keten. Ookblijft het mogelijk om overdag dieren te vervoeren, als er gebruik gemaaktwordt van geconditioneerde wagens die aantoonbaar de temperatuur bijde dieren verlaagt tot onder de 30 graden.Volgens het Nationaal Plan Veetransport bij extreme temperaturen is hetop dit moment mogelijk om bij een lokaal voorspelde temperatuur van33°C twee uur vervroegd slachten aan te vragen. Dit komt neer op toezichtop pluimveeslachthuizen vanaf 02.00 uur en op roodvleesslachthuizenvanaf 04.00 uur. Door de slachttijden tijdens hete dagen met twee uur tevervroegen kunnen dieren in de koelere uren worden getransporteerd. Ophet moment dat de beleidsregel 30 graden van kracht wordt, zullen ookaangepaste temperatuurgrenzen gaan gelden in het Nationaal PlanVeetransport bij extreme temperaturen. Het gevolg is dat in 2027waarschijnlijk meer aanvragen komen voor twee uur eerder toezicht.Binnen de NVWA wordt daarom gewerkt aan de vergroting van devrijwillige inzetbaarheid van medewerkers. De NVWA wil hiermeevoorkomen dat een verzoek van een slachthuis voor vervroegd slachtenbij extreme temperaturen niet ingewilligd kan worden.Omdat de inzet van toezichthouders op vrijwillige basis berust, vanwegede Cao-afspraken, kan het vóórkomen dat een verzoek van een slachthuisvoor vervroegd slachten niet ingewilligd kan worden. Uiteraard spant deNVWA zich in om deze situaties te vermijden, door de inzetbaarheid vanmedewerkers te optimaliseren.Kortom, de praktijk heeft tijd nodig om op de verlaging van de maximum-temperatuur voor transport in te spelen. Tegen deze achtergrond heb ikbesloten om de wijziging van de beleidsregel ter verlaging van demaximumtemperatuur naar 30°C vast te stellen en te publiceren, maarniet eerder in werking te laten treden dan 1 april 2027. Dit geeft de sectorruimte zich hierop voor te bereiden en maatregelen te nemen, en hiermeekom ik ook aan de oproep in de brief van de Europese CommissieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14334 tegemoet. Hiermee beschouw ik de motie-Vestering (Kamerstuk35 830 XIV, nr. 10) de motie Vestering c.s. (Kamerstuk 36 200 XIV, nr. 63)alsmede de motie Ouwehand c.s. (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1716) over demaximumtemperatuurverlaging als afgedaan. Ook kom ik hiermeetegemoet aan de brief van 8 april 2026 van de vaste commissie voorLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Kamerstuk 2026Z06827/2026D16465), die mij verzoekt om een reactie op de brief van 1 april 2026van de Dierenbescherming, Eyes on animals en de Dierencoalitie over de30-gradengrens voor veetransport.Wetsvoorstel verplicht cameratoezichtCameratoezicht op slachthuizen op basis van vrijwillige afspraken met deNVWA wordt al enkele jaren met goed resultaat toegepast. Gezien demaatschappelijke discussie over dierenwelzijn wil ik ervoor zorgen datcameratoezicht geborgd blijft door het wettelijk te verankeren. Hetontwerpwetsvoorstel verplicht cameratoezicht op slachthuizen enverzamelcentra wordt daarom verder in procedure gebracht. Hiermee geefik uitvoering aan de motie Ouwehand.Het ontwerpwetsvoorstel cameratoezicht is in 2024 in internetconsultatiegeweest en getoetst door de NVWA, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP)en het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR).Zowel de AP als het ATR hebben in de beoordeling aangegeven dat in hetontwerpwetsvoorstel de nut en noodzaak van een algemene verplichtingtot cameratoezicht onvoldoende onderbouwd is en minder vergaandeopties niet goed onderzocht zijn. Zo is het volgens de AP denkbaar dat deverplichting tot cameratoezicht ook als tijdelijke maatregel na geblekenmisstanden door de NVWA zou kunnen worden opgelegd.Ik heb verschillende opties afgewogen en wil voor slachthuizen aan eenalgemene verplichting tot permanent cameratoezicht vasthouden, in lijnmet de motie-Graus en Eerdmans (Kamerstuk 28 286, nr. 1257). Hetgebruik van camera’s als tijdelijke maatregel zou namelijk een grote stapterug zijn omdat alle ca. 90 grote en middelgrote slachthuizen al 5 jaarmeedoen aan het vrijwillige permanente cameratoezicht.Ik ben dan ook van mening dat er voor slachthuizen voldoende onder-bouwing is om een permanente verplichting van cameratoezicht terechtvaardigen, zodat het bestaande vrijwillige cameratoezicht verderverstevigd en doorontwikkeld kan worden. Met een wettelijke verplichtingkomt er ook een betere basis om de privacy van personen op slachthuizente borgen. In het wetsvoorstel wil ik namelijk voorschrijven, mede naaraanleiding van het advies van de AP, dat personen op de camerabeeldenonherkenbaar moeten worden gemaakt bijvoorbeeld door middel van hetdigitaal vervagen van gezichten («blurren»). Een permanente verplichtingop slachthuizen is daarnaast nodig om cameratoezicht op afstand enrealtime in te richten, zoals verzocht in motie-Van Campen c.s. en om optermijn de inzet van «slim cameratoezicht», met gebruik van kunstmatigeintelligentie en sensortechnologie, mogelijk te maken voor de NVWA. Deinzet van kunstmatige intelligentie en sensortechnologie kan in detoekomst benut worden om doelmatiger en doeltreffender toezicht tehouden. Op dit moment werken diverse slachthuizen aan de toepassingvan deze «slimme» camerasystemen die afwijkingen met betrekking totdierenwelzijn snel kunnen detecteren.Slachthuizen die de eigen kwaliteitsborging goed op orde hebben, kunneneventueel eerder in aanmerking komen voor systeemtoezicht. Detoezichtintensiteit kan dan op bepaalde risicogebieden tijdens hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14335 reguliere toezicht op de slachthuizen omlaag. Tegelijkertijd schrijftEU-regelgeving een minimale toezichtsfrequentie voor, waar altijd aanvoldaan moet worden. Ik vind het van belang dat slachthuizen die hunverantwoordelijkheid nemen, ook merken dat zij goed presteren. Ik wil mijdaarom in EU-verband inzetten voor meer ruimte voor goed presterendeslachthuizen.Voor verzamelcentra ben ik voornemens om, in lijn met het advies van deAP, cameratoezicht als tijdelijke maatregel in te zetten. Vanuit deze sectoris in het verleden weinig bereidheid geweest om mee te werken aanpilots. De NVWA heeft dan ook geen ervaring met cameratoezicht op dezebedrijven en de noodzaak tot een algehele verplichting tot permanentcameratoezicht is daarom moeilijk juridisch te onderbouwen. Omdat hetom een verplichting gaat, die ook de rechten van werknemers op privacyraakt, is een gedegen onderbouwing noodzakelijk. Tegelijkertijd heeft deNVWA wel veel aanwijzingen dat sommige verzamelcentra de dierenwel-zijnsregels niet goed genoeg naleven. In lijn met het voorstel van de APvind ik daarom het inzetten van cameratoezicht als verplichte bijzonderemaatregel bij gebleken overtredingen voor verzamelcentra een goedeeerste stap.Deze overweging geldt ook voor zeer kleine slachterijen, waaronder veelzelfslachtende slagers die in het wetsvoorstel uitgezonderd worden vande verplichting tot permanent cameratoezicht, zoals gevraagd in de motieVan Campen (Kamerstuk 28 286, nr. 1250). Als tijdelijke maatregel zalcameratoezicht daarmee specifiek worden toegepast op de verzamel-centra en kleine slachterijen waar dierenwelzijnsproblemen geconstateerdzijn en die onder verscherpt toezicht staan van de NVWA. Door middel vancameratoezicht kan het bedrijf bijvoorbeeld aan de NVWA laten zien datde nodige maatregelen zijn genomen om de eerder geconstateerdeproblemen in de toekomst te voorkomen. Bij vijf verzamelcentra wordt nugebruik gemaakt van tijdelijk cameratoezicht.De bedrijven staan naar aanleiding van de beelden die gemaakt zijn doorOngehoord onder verscherpt toezicht van de NVWA. Op dit moment iscameratoezicht op deze verzamelcentra op basis van vrijwilligheid. Dit kanin de toekomst verplicht worden opgelegd. Als blijkt dat de dierenwel-zijnssituatie op verzamelcentra onvoldoende is verbeterd blijft eenwettelijke verplichting tot permanent cameratoezicht ook op verzamel-centra alsnog een reële optie.Het ontwerpwetsvoorstel wordt afgerond en in de zomer weer inprocedure gebracht. De volgende stappen zijn de notificatie aan deEuropese Commissie en de advisering van de Raad van State. Daarna zalhet wetsvoorstel worden aangeboden aan de Kamer.Versterken van het toezicht op dierenwelzijnIedereen moet erop kunnen vertrouwen dat voedsel en producten veiligzijn en dat we in Nederland zorgvuldig omgaan met dieren en de natuur.De NVWA ziet erop toe op hoe bedrijven dit doen, op basis vanvertrouwen, waar dat kan, en met effectief toezicht, waar het risico opovertredingen het grootst is. Het merendeel van de bedrijven heeft oogvoor dierenwelzijn en er zijn en worden goede stappen gezet om hetdierenwelzijn in de keten te verbeteren, zoals vrijwillig cameratoezicht inde slachthuizen. Tegelijkertijd komen regelmatig beelden van misstandennaar buiten, zoals recent de beelden van dierenmishandelingen opverzamelcentra, tijdens transport van dieren en op slachthuizen. Degehele sector – ook degenen die de eisen goed naleven – wordt opdergelijke misstanden aangekeken. De roep van de samenleving en deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14336 Tweede Kamer om goed en rechtvaardig toezicht in de vleesketenonderschrijf ik. Het is belangrijk dat ieder die in Nederland werkt in deveehouderij, het diertransport of in de slachtsector respectvol omgaat metieder dier. Dat is de meest effectieve manier om dierenleed te voorkomen.De wet overtreden mag niet lonen en waar de rechten van het dierworden geschonden, moet het boete-instrumentarium stevig en afschrik-wekkend zijn. Ondernemers die zich aan de wet houden krijgen mindertoezicht en recidivisten worden aangepakt («high trust, high penalty»). Zois hoe het toezicht moet werken. En tegelijkertijd moet het toezicht zichblijven ontwikkelen, zoals ook de sector zich ontwikkelt. Dat betekentcontinu meebewegen, aanpassen van werkwijzen en nadenken overslimmer en effectiever toezicht. Ik weet dat de NVWA daarop inzet. Voorde zomer informeer ik de Kamer over mijn visie op toezicht enhandhaving. Hierin komt onder andere aan de orde hoe ik ervoor wilzorgen dat gewenst gedrag wordt beloond met lichter toezicht, door detoezichtintensiteit op bepaalde risicogebieden te verlagen. Op dezemanier kunnen beperkte middelen zo effectief mogelijk worden ingezet.De Kamer wordt voor de zomer uitgebreider geïnformeerd.Vervoer van dierenDieren die ongeschikt zijn om te vervoeren, mogen niet worden aange-boden voor transport en dus ook niet vervoerd worden. Slachthuizen,transporteurs, handelaren, houders van verzamelcentra en veehouderszijn verplicht om te allen tijde met zorg voor het welzijn om te gaan metlevende dieren. Ook op de momenten wanneer de NVWA geen toezichthoudt. Het is belangrijk dat de sector als keten die verantwoordelijkheidneemt, door bijvoorbeeld ondernemers die elkaar aanspreken, of datslachthuizen geen zaken meer doen met vervoerders die vaak dierenhebben aangeleverd die niet vervoerd mochten worden. Het is dus aan debedrijven in de vleesketen zelf om te voorkomen dat niet transport-waardige dieren nog op transport gaan. Vervoerders moeten alleen diereninladen die geschikt zijn voor transport en veehouders moeten ervoorzorgen dat zij dieren die niet transportwaardig zijn ook niet aanbiedenvoor transport. Dit laatste kan gedaan worden door tijdig te besluiten dateen dier het bedrijf moet verlaten, en als dit niet tijdig is voorzien, het dierop het bedrijf te laten euthanaseren.Het is daarom van belang dat helder is welke dieren wel en welke dierenniet transportwaardig zijn. De ontwikkeling van een uniforme beoordelingvoor geschiktheid van het vervoer van runderen en varkens blijft een puntvan aandacht. Daarom werkt de NVWA aan een uniform beoordelingspro-tocol, een zelfinspectie-hulpmiddel, om de geschiktheid voor het vervoervan melkkoeien voorafgaand aan het transport te beoordelen. Hetprotocol moet bruikbaar zijn voor iedereen, dus ook voor de veehouder ende vervoerder, zodat minder koeien vervoerd worden die niet geschikt zijnvoor het voorgenomen transport. Voor de toezichthouder biedt ditprotocol mogelijkheden om steviger te handhaven. Voldoe je niet aandeze norm, dan wordt handhavend opgetreden. En tegelijkertijd heeft eenconsortium van sectorpartijen zelf een Gids voor goede praktijkenontwikkeld voor het vervoer van melkvee en in februari van dit jaaraangeboden aan mijn voorganger. Deze gids wordt op dit momentbeoordeeld door mijn departement en de NVWA. Ik verwacht dat ook dezeGids bijdraagt aan meer helderheid en handelingsperspectief bij allebetrokkenen die te maken hebben met het transport van melkvee.Sinds 2021 gebruikt de NVWA Europese richtsnoeren voor het bepalenvan de geschiktheid voor het vervoer van varkens en runderen. Ook zijn in2023 de voorwaarden voor transport van varkens en runderen aange-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14337 scherpt. Sindsdien laten de cijfers zien dat bij varkens de nalevingverbeterd is; er kwamen minder meldingen uit het buitenland en ookwerden minder varkens met ernstige afwijkingen op de slachthuizenaangevoerd. Tegelijkertijd worden bij de export van runderen en varkensdoor de NVWA vaker dieren geweigerd voor transport. Ik ga hier verderopin deze brief nader op in.SlachthuizenDe NVWA heeft de afgelopen jaren bij slachthuizen en verzamelcentraverscherpt toezicht (VeTo) toegepast. Bij de constatering van zwareovertredingen en bij een niet-naleving door notoire overtreders wordendirect passende maatregelen opgelegd, zoals bijvoorbeeld het schorsenvan een erkenning. De «one strike out»- en de «three strikes out» aanpakis hier onderdeel van. Bedrijven moeten – voordat sprake kan zijn van hetopheffen van de schorsing – eerst aantonen dat zij de gesignaleerderisico’s beheersen en een verbeterplan indienen, dat door de NVWA alsvoldoende beoordeeld moet worden. Na het intrekken van de erkenningmoet een nieuwe aanvraag ingediend worden, met alle verplichte(erkenning-verlenende) audits tot gevolg. Ook in de vervoerssectorworden notoire overtreders via verscherpt toezicht aangepakt. Binnen dittraject is een escalatiemodel ingericht, waarbij na vier overtredingen, eenzwaardere maatregel wordt opgelegd. Zo is het onder meer mogelijk omeen getuigschrift van vakbekwaamheid te schorsen of in te trekken enkunnen er preventieve lasten worden opgelegd om ander gedrag af tedwingen. Een ultieme maatregel is het intrekken van de vervoersver-gunning. De «three strikes out» aanpak heeft een beperkte toegevoegdewaarde bij het transport van dieren. De Kamer is hier in de Kamerbrief van30 juni 2025 over geïnformeerd.Aanpassing «Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren»In 2023 is bij Kamerbrief een aanpassing van het «Besluit handhaving enoverige zaken Wet dieren» aangekondigd met als doel om de doeltref-fendheid van het instrument bestuurlijke boete Wet dieren te verhogen.Zoals eerder in deze brief aangegeven ben ik van mening dat bewusteovertredingen ten aanzien van dierenwelzijn niet acceptabel zijn en nietmogen lonen. Daarom bereid ik een aanpassing van dit Besluit voor. Ikdenk bijvoorbeeld aan een verhoging van de boetes voor bedrijven, hetbeter toepasbaar maken van de omzetgerelateerde boete en eenaanpassing van de recidivebepaling. Als de aanpassingen nader zijnuitgewerkt en een HUF-toets is uitgevoerd, zal ik het aangepaste Besluitter internetconsultatie voorleggen en de Kamer hierover informeren. Ditzal na de zomer zijn.In de petitie over strengere handhaving en maatregelen tegen hettransport van zieke dieren van Varkens in Nood wordt gevraagd om hetverhogen van de bestuurlijke boetes bij overtredingen waarbij niettransportwaardige dieren toch worden vervoerd. Varkens in Nood geeftdaarbij aan dat dit nodig is om de boetes meer afschrikwekkend te makenen op die manier recidive te voorkomen.Door het aanpassen van het Besluit zullen de boetebedragen hogerworden. Het boete-instrument moet in het geheel van handhaving wordenbezien.De petitie vraagt ook om het toezicht op diertransport uit te breiden naarverzamelcentra en primaire bedrijven en het bestaande «three StrikesOut»-beleid uit te breiden naar de transportsector. Op dit punt ben ikreeds in deze brief ingegaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14338 VerzamelcentraMet de IG van de NVWA stel ik vast dat de naleving van dierenwelzijns-regels op een aantal verzamelcentra beter kan en beter moet. Naaraanleiding van de beelden van Ongehoord heeft de NVWA vijf verzamel-centra onder verscherpt toezicht geplaatst. Deze verzamelcentra hebbenallemaal een verbeterplan moeten opstellen waarmee zij de NVWAovertuigen hoe zij dierenwelzijn zullen borgen. Een concreet onderdeelvan deze plannen is de plaatsing van camera’s door deze bedrijven, zodatverzamelcentra zelf controleren of iedereen op het verzamelcentrum zichaan het verbeterplan houdt. Tweewekelijks worden de beelden doorNVWA-inspecteurs bekeken en gecontroleerd op overtredingen. Alsovertredingen worden vastgesteld wordt handhavend opgetreden. Na3 maanden wordt het verscherpt toezicht op basis van de resultatenbeëindigd of verlengd.De NVWA constateert dat bij exportcertificering van hoog-risicodieren(melkkoeien, biggen en zeugen bestemd voor de slacht) te veel dierenworden aangeboden die niet transportwaardig zijn. Die dieren mogen danniet mee op het geplande transport. Als de NVWA te veel dieren moetuitselecteren en het bedrijf de voorselectie dus niet goed uitvoert, wordtsinds 2019 een tweede toezichthouder ingezet. Vanaf 6 juli 2026 wordende kosten van deze tweede toezichthouder in rekening gebracht bij hetbetreffende bedrijf. Ondernemers kunnen deze extra kosten vermijdendoor zelf een betere voorselectie te doen.In 2025 zijn op verzamelcentra ten aanzien van 1.159 runderen,9.754 varkens, 300 schapen en 272 geiten doodmeldingen gedaan. Eendoodmelding betekent dat een dier op een verzamelcentrum gedood is,dood is aangevoerd of dood is gegaan. Het is niet verboden dieren tedoden op een verzamelcentrum, maar dit moet uiteraard tot eenminimum beperkt blijven. De NVWA doet in 2026 onderzoek naar deachtergrond van deze cijfers, zoals de betrokken vervoerders en deherkomst van (een deel) van deze dieren. Na afronding van dit onderzoekzal ik de Kamer in de eerste helft van 2027 over de resultaten informeren.De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,S.P.A. ErkensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14339

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 69acfaa4f66a6a7b

14 okt 2026 · c3f3059c0e5b80d1

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.