Kamerstuk · 9 okt 2026 · Tweede Kamer
Lijst van vragen over maatregelen in de landbouw vanwege de droogte (Kamerstuk 28625-385)
Brontekst
Lijst van vragen De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de brief van 26 augustus 2026 inzake de Maatregelen in de landbouw vanwege de droogte (Kamerstuk 28625, nr. 385). De voorzitter van de commissie, Steen Adjunct-griffier van de commissie, Bosman Nr Vraag 1 Welke sectororganisaties hebben verzocht om de uitrijdperiode voor dierlijke mest te verlengen? 2 Hebben waterschappen, drinkwaterbedrijven of andere partijen een standpunt ingebracht over de verlenging van de uitrijdperiode? 3 Hoeveel dierlijke mest is naar schatting in de verlengde periode op grasland uitgereden? 4 Hoeveel controles op het uitrijden van mest heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in de verlengde uitrijperiode uitgevoerd? 5 Hoeveel overtredingen zijn bij de controles op het uitrijden van mest in de verlengde uitrijperiode geconstateerd? 6 Op welke datum is de Europese Commissie (EC) geïnformeerd over de verlenging van de uitrijdperiode? 7 Heeft de EC gereageerd op de verlenging van de uitrijdperiode? Zo ja, hoe? 8 Kan uitgebreid worden toegelicht wat wordt bedoeld met: "het risico bestaat wel dat de EC kritisch zal reageren" (beslisnota bij Kamerstuk 28625, nr. 385)? 9 Voor welk deel van het landelijk gebied is het waterpeil afgestemd op landbouwkundig gebruik, zoals de berijdbaarheid van grasland, maïsland of het kunnen weiden van koeien? 10 Is berekend hoeveel grondwater jaarlijks extra beschikbaar blijft wanneer waterpeilen in landbouwgebied worden verhoogd? 11 Welk deel van het Nederlandse grasland en maïsland ligt op droogtegevoelige zandgronden? 12 Welke klimaatadaptatieplannen hebben veehouders momenteel? Welke verplichtingen komen erbij zodra de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Dierwaardige veehouderij in werking treedt? 13 Hoeveel kadavers heeft Rendac afgevoerd in de weken met een hittegolf in 2026, vergeleken met het gemiddelde per week, uitgesplitst naar diersoort? 14 Kan een volledig overzicht worden gegeven van alle regels die momenteel gelden voor veehouders om te voorkomen dat dieren in hete periodes hittestress ervaren of zelfs komen te overlijden en welke regels hieraan toegevoegd worden middels de AMvB Dierwaardige veehouderij? Kan de NVWA deze regels handhaven? 15 Welke ruimte biedt de Europese Nitraatrichtlijn om uitrijdperiodes te laten aansluiten op weersomstandigheden en gewasgroei en welke beperkingen volgen uit nationale regelgeving? 16 Kunt u toelichten waarom ervoor is gekozen de uitrijdperiode voor drijfmest op grasland en vaste mest op zand- en lössgronden tot slechts 15 september 2026 te verlengen, terwijl in het eveneens droge jaar 2018 voor vaste mest een verlenging tot 30 september was en de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) aangeeft dat de grasgroei op veel percelen op 24 augustus 2026 nog niet hersteld was? 17 Kunt u toelichten in hoeverre de vrees voor een kritische reactie van de EC een rol heeft gespeeld bij het besluit om de verlenging te beperken tot 15 september 2026, in plaats van aan te sluiten bij de daadwerkelijke landbouwkundige behoefte van de getroffen agrariërs? 18 Kunt u toelichten hoe het vervallen van de derogatie en de daardoor afgenomen mestgebruiksruimte de financiële en operationele druk op veehouders versterkt, nu zij zowel kampen met lagere ruwvoeropbrengsten, zeer hoge kosten voor mestafvoer als de gevolgen het stikstofbeleid van dit kabinet? 19 Kunt u toelichten waarom er geen mogelijkheid voor regionaal maatwerk is geboden voor gebieden die volgens de Groenmonitor het zwaarst door droogtestress zijn getroffen en waar het herstel van de graszode meer tijd vraagt, zoals Zeeland, West-Brabant, Limburg, Texel en delen van de Achterhoek? 20 Kunt u toelichten of de toegekende overmachtsregeling voor goede landbouw- en milieuconditie 6 (GLMC 6) en specifieke eco-activiteiten voorkomt dat agrariërs kortingen op hun subsidies uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) krijgen wanneer overige eco-activiteiten door de aanhoudende droogte niet het beoogde resultaat behalen? 21 Kunt u toelichten of agrariërs die vanwege de regeling voor een vroeg rooigewas voor 1 oktober 2026 een vanggewas inzaaien, maar bij wie dit gewas door vochttekort in de bodem niet aanslaat, worden geconfronteerd met sancties of kortingen binnen het GLB? 22 Kunt u toelichten in hoeverre de opgetreden droogteproblematiek volgens u bevestigt dat het hanteren van strakke kalenderdatums in regelgeving haaks staat op de weerbarstige praktijk van de landbouw en de verschuiving van de seizoenen? 23 Op welke wijze wordt bij de evaluatie van de doelmatigheid van het mestbeleid rekening gehouden met het effect dat droogte tot vier jaar kan doorwerken in de nitraatconcentratie in het uitspoelingswater zoals door de CDM beschreven? 24 Kunt u toelichten welke concrete ondersteuning u voornemens bent te bieden aan agrarische ondernemers die door de aanhoudende droogte geconfronteerd worden met grote financiële schade door het verlies van één à twee grassneden en lagere maïsoogsten, anders dan het verlenen van enkele administratieve versoepelingen? 25 Wordt de overmacht voor de conditionaliteiten en de eco-regeling toegepast op alle betreffende landbouwers of moeten zij dit zelf melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)? Geldt de overmacht in heel Nederland of alleen in gebieden waar een onttrekkingsverbod gold? 26 Betekent de aanpassing voor de eco-regeling ‘vroeg rooigewas’ dat de uiterste rooidatum in 2026 is verschoven van 1 september naar 1 oktober? 27 Ontvangen deelnemers aan de eco-regeling voor de eco-activiteiten waarvoor overmacht geldt de volledige vergoeding? Wat is het effect hiervan op het budget van de eco-regeling 2026 en op de waarde per punt? 28 Welk deel van de hogere nitraatconcentraties in en na 2018 kan worden verklaard door droogte, indikking en lagere grondwaterstanden en welk deel door bemesting? 29 In hoeverre leidt het vervallen van de derogatie tot een grotere behoefte aan kunstmest om voldoende opbrengst en kwaliteit van de laatste grassnede te behalen? 30 Welke gegevens zijn beschikbaar over de extra kosten voor voeraankoop en mestafvoer voor melkveehouders als gevolg van de droogte in 2026? 31 Welke mogelijkheden bestaan om binnen de geldende gebruiksnormen te werken met weersafhankelijke uitrijdperiodes, zodat boeren kunnen bemesten op het moment dat gewassen de nutriënten het beste benutten? 32 Hoe wordt bij de beoordeling van de effectiviteit van het mestbeleid rekening gehouden met droogte-effecten die meerdere jaren doorwerken in de gemeten waterkwaliteit? 1/1
Versie 9c05433c9645abea5e23d0058330f1ffb83c04bd209a2bf608118c1bdd9e388a · Officiële bron.
Gegevens
- Soort document
- Lijst van vragen
- Datum
- 9 oktober 2026
- Vergaderjaar
- 2026-2027
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.