KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 26 januari 2026, over OCW-begroting, onderdeel Media

19 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b0cdd8d329c541ae · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (VIII) voor het jaar 2026Nr. 135 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 19 maart 2026 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op26 januari 2026 overleg gevoerd met de heer Moes, Minister vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap, over:–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 14 november 2025 inzake Mediabegroting 2026(Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 16);–het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voorhet jaar 2026 (Kamerstuk 36 800 VIII);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 12 november 2025 inzake verslag houdende eenlijst van vragen en antwoorden inzake het wetsvoorstelVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026(Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 17);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 12 januari 2026 inzake reactie op verzoek commis-sie over de reactie op een burgerbrief inzake NPO Radio 1 enLuister-app (Kamerstuk 32 827, nr. 376);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 12 januari 2026 inzake beleidsreactie zbo-rapportEvaluatie Stimuleringsfonds voor de Journalistiek 2017–2023(Kamerstuk 32 827, nr. 377);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 10 december 2025 inzake de regionale publiekeomroepen op NPO Start (Kamerstuk 32 827, nr. 375);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 21 november 2025 inzake financiering landelijkepublieke omroep en de rol van reclame (Kamerstuk 32 827,nr. 374);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 3 oktober 2025 inzake advies van procesregisseurover clustering omroepen in omroephuizen (Kamerstuk32 827, nr. 373); kst-36800-VIII-135ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1351 –de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 10 juli 2025 inzake stand van zaken moties entoezeggingen mediabeleid (Kamerstuk 32 827, nr. 371);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 4 juli 2025 inzake kabinetsreactie op WRR-rapportAandacht voor media. Naar nieuwe waarborgen voor hundemocratische functies (Kamerstuk 32 827, nr. 370).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,KoorevaarDe griffier van de commissie,VerhoevTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1352 Voorzitter: BrometGriffier: Bosˇnjakovic´Aanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Martin Bosma, Bromet,Ceder, Van Houwelingen, Krul, Markuszower, Martens-America, Mohandis,Nanninga, Oualhadj, Van der Plas en Struijs,en de heer Moes, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.Aanvang 15.00 uur.De voorzitter:Goedemiddag, allemaal. Welkom bij het wetgevingsoverleg Media. Ik heetde Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de heer Moes, en zijnondersteuning van harte welkom. Ook verwelkom ik graag de volgendeKamerleden, die op volgorde van fractiegrootte zijn gaan zitten. Dat is alseerste, voor D66, mevrouw Oualhadj. Dat zijn verder: voor de VVDmevrouw Martens-America, voor GroenLinks-PvdA de heer Mohandis,voor de PVV de heer Bosma, voor het CDA de heer Krul, voor JA21mevrouw Nanninga, voor Forum voor Democratie Pepijn van Houwe-lingen en voor de groep Markuszower de heer Markuszower. MeneerBosma zei dat hij vorige week nog veel dichter bij de voorzitter zat, maarzo snel kan het gaan. Het zijn verder: voor de BBB mevrouw Van der Plas,voor de ChristenUnie de heer Ceder en tot slot, voor 50PLUS, de heerStruijs. Welkom. Tevens heet ik iedereen op de publieke tribune hartelijkwelkom. Ook de mensen die online naar deze vergadering kijken en demensen die in de andere zalen in de Tweede Kamer kijken – die kondenniet meer in deze zaal zitten, maar zijn wel naar Den Haag gekomen – heetik van harte welkom.We hebben tot 22.00 uur vanavond de tijd. Om 22.00 uur wil ik het debatook echt afsluiten. Op de uitnodiging voor het wetgevingsoverleg staande indicatieve spreektijden van de fracties vermeld. Twee derde van detotale spreektijd is voor de eerste termijn en de overige tijd, een derde, isvoor de tweede termijn. De volgorde van de sprekers is, zoals ik net al zei,de volgorde van de fractiegrootte. Ik wilde het eigenlijk net zo doen alsvorige week bij het Cultuurdebat. Niet iedereen was daarbij, maar daarbijwerd het aantal interrupties op vier gesteld. Dat betekent vier lossevragen, maar als die vraag onder de 30 seconden blijft, dan telt die nietmee. Dat is om het debat te verlevendigen. Duurt de interruptie 31seconden, dan telt die meteen voor twee interrupties. Dus pas op, wantals je te lange vragen stelt, ga je heel snel door je interrupties heen en alsje er doorheen bent, kan je ook geen korte vragen meer stellen. Ik hoopdat dat allemaal gaat werken. Vorige week ging dat hartstikke goed.Dan kunnen we nu beginnen met de inbreng van het eerste Kamerlid. Datis mevrouw Oualhadj voor D66. Aan u is het woord.Mevrouw Oualhadj (D66):Dank u wel, voorzitter. Onlangs stopte de iconische presentator Frits Spitsna 52 jaar met radio maken. In zijn programma De Taalstaat bracht hijongelofelijk veel verschillende onderwerpen samen: van het taalgebruikop sociale media tot de taal van de Dichter der Nederlanden. Ik was nietalleen liefhebber van het programma, maar genoot ook van de manierwaarop hij het presenteerde. Zelf ben ik in mijn studententijd namelijk ookradiomaker geweest bij FunX. Daar ontdekte ik het verschil tussen wat deluisteraar hoort en wat erachter zit. Een uitzending lijkt vanzelf te gaan,maar achter elke minuut zit voorbereiding, zoals in de redactie en dekeuzes. Welke feiten kloppen? Wie moet je vooraf spreken? Die nieuwsgie-righeid naar journalistiek bracht me later naar de redactie van PowNews.Ook daar was het de kunst om met een groot team elke dag een verhaalrond te krijgen. Het zijn drie programma’s met elk een heel ander geluidTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1353 en een andere doelgroep, maar er is ook een grote overkomst: betrokkenen gepassioneerde makers die op eigen, onafhankelijke wijze verhalenvertellen die er voor Nederland toe doen.We kunnen er trots op zijn dat we in Nederland publieke en commerciëleomroepen hebben die zo’n rijk media-aanbod creëren, maar dat is geenvanzelfsprekendheid. Daar gaat dit debat wat mij betreft vandaag over. Ikwil graag twee onderwerpen uitlichten. Aan de ene kant wil ik het hebbenover hoe we ervoor zorgen dat journalisten vrij en veilig hun werk kunnendoen. Aan de andere kant wil ik het hebben over hoe we bouwen aan eenmediastelsel dat heel Nederland bedient met betrouwbaar nieuws, cultuuren educatie.Ik begin bij onafhankelijkheid. Journalisten krijgen steeds vaker te makenmet intimidatie, doxing, bedreiging en haatcampagnes, soms op straat ensoms zelfs aan de voordeur. Bovendien zien we dat online bedreigingenen druk ook uit het buitenland kunnen komen. Dat is niet alleen eenenorme dreiging voor de journalistiek; het is ook een probleem van ons.Wie zich bedreigd voelt, gaat namelijk risico’s mijden en wie risico’s mijdt,publiceert minder. En wie minder publiceert, laat misstanden langerbestaan. Zo wordt onze democratie verzwakt.Dat wordt ook uitgedrukt in cijfers. Afgelopen jaar kwamen er 262meldingen binnen bij PersVeilig, 262 meldingen! Daarom vraag ik deMinister daar drie dingen over. Vindt deze Minister dat de meldingen diebij PersVeilig binnenkomen incidenten zijn of ziet hij een trend, en hoeduidt hij die dan? Erkent de Minister dat deze gemelde zaken de journalis-tieke onafhankelijkheid onder druk zetten en daarmee onze democratieschaden? Deelt de Minister de stelling dat intimidatie en doxing vanjournalisten schadelijk zijn voor de persvrijheid, en wat doet de Ministerhier dan aan?Voorzitter. Persveiligheid gaat ook over het klimaat waarin journalistenwerken. Wij willen dat journalisten de vrijheid voelen om schurendeverhalen te kunnen maken, om de macht te bekritiseren en om belangrijkethema’s aan te raken waarvan anderen misschien liever hebben dat zeonberoerd blijven. Dat brengt ons bij een simpele vraag: wat is de rol vandit kabinet in het beschermen van een klimaat waarin kritische journa-listiek kan floreren? Begrijp me niet verkeerd: zoals ik eerder heb gezegden ik hier nog een keer herhaal, zijn journalisten niet gevrijwaard vankritiek en moet je de publieke omroep natuurlijk kritisch kunnen bevragen.Er is echter een groot verschil tussen kritiek en verdachtmaking. Kritiekgaat over feiten, aanwijsbaar en controleerbaar. Ongefundeerde verdacht-makingen, zelfs subtiel gebracht, suggereren kwade trouw. Dat heeft eenheel concreet gevolg: het maakt het vertrouwen in onze journalistiek endaarmee in onze instituties fragieler.Een vicepremier heeft een verantwoordelijkheid in het beschermen van defundamenten van de rechtsstaat. Daar hoort persvrijheid ook bij. Juistvanwege de machtspositie van een vicepremier moet deze te allen tijdevoorkomen dat ook maar de schijn van politieke druk ontstaat. Onafhanke-lijke journalistiek betekent dat er geen enkele journalist, van hoofdre-dacteur tot stagiair, ook maar hoeft te denken: als ik deze bewindspersoontegen het hoofd stoot, kost dat me straks ruimte, geld of toegang, dus laatik het maar niet doen. Daarom stelde ik samen met collega ...De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Ik heb gelijk even een vraag. Wat vindt mevrouw Oualhadj – ik ben uwnaam kwijt – van het feit dat dus, zoals in de rapporten staat, journalistenook kunnen worden ingezet door onze geheime diensten? Is dat dan nietheel zorgelijk?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1354 Mevrouw Oualhadj (D66):Sorry, uw vraag is ...?De heer Van Houwelingen (FVD):Excuses. U bent ongetwijfeld bekend met rapporten van de CTIVD datonze journalisten kunnen worden ingezet als geheim agent. Maakt dat hetniet moeilijk om je eigen journalisten te vertrouwen en maakt dat ze nietminder onafhankelijk? Dat is eigenlijk mijn vraag.Mevrouw Oualhadj (D66):Ik denk dat we er van journalisten te allen tijde van uit moeten kunnengaan dat ze onafhankelijk opereren. Als we daar geen vertrouwen meer inhebben, hebben we in Nederland instituties die dat kunnen controleren.De heer Van Houwelingen (FVD):Dat laatste is maar heel beperkt het geval. We weten bijvoorbeeld ook niethoeveel journalisten het betreft. Zou het wat D66 betreft misschien weleen goeie zaak zijn als deze Minister gaat onderzoeken hoeveel journa-listen er banden hebben met de geheime diensten?Mevrouw Oualhadj (D66):Nogmaals, ik heb geen reden om dat aan te nemen, maar ik denk dat wete allen tijde moeten uitgaan van betrouwbare journalistiek. Als we aandie betrouwbaarheid twijfelen, zijn er verschillende instituties die daaropkunnen toetsen. Laten we vooral de instituties gebruiken om dat te doen.Punt.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Oualhadj (D66):Ik kom nu terug op de onafhankelijke journalistiek. Ik stelde samen metcollega Mohandis eerder vragen over het X-bericht van vicepremierKeijzer. Ik was negatief verrast door de beantwoording van de Minister opmijn vragen over de uitspraken van die vicepremier.Voorzitter. De Minister schetst het wettelijk kader en de noodzaak totafstand tussen media en politiek, maar mijn vragen gingen over dezespecifieke casus en de gevolgen dáárvan. Hier ontbrak namelijk juist deafstand tussen media en politiek. Ik wil van de Minister weten: is hij hetmet me eens dat een vicepremier geen twijfel zou moeten zaaien over debetrouwbaarheid van de NOS? Hoe duidt hij dit X-bericht dan zelf? Daarkreeg ik namelijk geen antwoord op. Kan hij mijn belangrijkste vragen danalsnog beantwoorden? Ik herhaal ze nog even. Hoe beoordeelt de Ministerdeze uitlatingen van de vicepremier in het licht van de wettelijke waarborgdat de publieke omroep onafhankelijk dient te zijn van politiekebeïnvloeding? Is er binnen het kabinet gesproken over de mogelijkeimpact van dit soort uitspraken op het vertrouwen in journalistiek enpublieke instituties?Voorzitter. Voor onafhankelijke journalistiek is het ook belangrijk dat erfinanciële zekerheid is. We willen juist dat makers een nieuw onderzoek offormat kunnen verkennen, maar kiezen ze daar nog voor wanneer er eenforse bezuiniging boven de markt hangt? D66 heeft eerder al uitgesprokendat we kritisch zijn op grote bezuinigingen die direct de kerntaak raken.We hebben het niet over kleine bedragen. Er ligt een structurele bezui-niging van meer dan 15% voor. Mede daarom heeft D66 bij de vorigeOCW-begroting tegengestemd. In een tijd van nepnieuws en toenemendedruk op de journalistiek kun je namelijk niet tegelijkertijd zeggen datjournalistiek cruciaal is en de bodem onder haar voeten vandaan trekken.De publieke en commerciële omroepen zorgen elke dag voor Nederlandsnieuws, cultuur en educatie. Daar komt Nederlands talent tot bloei enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1355 wordt onze cultuur ook zichtbaar. Juist daarom vind ik het zo opmerkelijkdat degenen die zeggen onze culturele waarden te willen versterken, dezeinstituties willen afbreken. Wil je de Nederlandse cultuur versterken, zorgdan voor sterke omroepen. Is de Minister dat met mij eens?Dan de stelselherziening. Helaas moeten we constateren dat het zeergoede rapport van Van Geel er inmiddels al sinds 2023 ligt. Inmiddelsliggen er ook de verkenning van de heer Landsmeer over de omroep-huizen en een WRR-rapport. Ook zijn er vaker analyses gedaan en is ereen grote hoeveelheid opinies gedeeld. Ik heb de afgelopen tijd metvrijwel alle relevante organisaties proberen te spreken, van omroepen totmakers en producenten. Overal hoor ik hetzelfde: dit kan zo niet doorgaan.Het piept en het kraakt. We praten al veel te lang over een herziening inplaats van dat er wordt gebouwd aan mooie producties en innovatie voorde toekomst. Toenmalig demissionair Staatssecretaris Fleur Gräper-vanKoolwijk heeft een jaar extra tijd gekocht om het kabinet-Schoof de ruimtete geven voor aanpassingen richting nieuwe concessies, maar daar isdoor deze Minister en de vorige Minister niets mee gedaan. Dat vind ikecht een treurige conclusie. Dit kabinet heeft alleen maar voor meervertraging gezorgd.Dan de inhoud. De publieke omroep moet slagvaardiger. Ook dat zegtinmiddels iedereen. Ik kan me goed voorstellen dat het met dertienomroephuizen lastig sturen is en soms kan voelen als een Poolse landdag.De tijd en energie moeten natuurlijk gaan naar makers en journalistiek.Hervormingen zijn dus nodig, zoals ook in die rapporten te lezen is. Depublieke omroep moet Nederland vertegenwoordigen en daarmeepluriformiteit waarborgen. Diversiteit in ons media-aanbod is en blijft eenenorme verrijking. Onze makers zijn als geen ander in staat om juistbinnen die diversiteit verschillen te overbruggen. Zij creëren programma’sdie hele verschillende doelgroepen in Nederland bereiken en onstegelijkertijd samenbrengen. Hoewel mijn vader niet uit Rotterdam komten ook geen buschauffeur is, voelde hij zich namelijk enorm bediend methet iconische televisieprogramma Toen was geluk heel gewoon.Gelukkig, zeg ik met een knipoog, herkennen we ons niet meer in deverzuiling uit de vorige eeuw. De legitimering van ons omroepsysteem,dat nog stamt uit die periode, moet dus ook echt anders. D66 wil datomroepen worden beoordeeld op kernwaarden en kerntaken, niet op hoegoed ze campagne kunnen voeren om leden te werven. Wij willen datomroepen samenwerken in omroephuizen, zoals in de vele rapporten isvoorgesteld.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik dank collega Oualhadj voor haar betoog. Ik heb een simpele vraag. Erzijn al heel veel programma’s bekend die gaan sneuvelen omdat debezuinigingen keihard inslaan in 2027. Er is inderdaad nog geen begin vande gewenste hervorming. Die gaat, als die al lukt, in 2029 in. Wat vindt uvan die volgorde en wat vindt u van de omvang van de bezuinigingen?Mevrouw Oualhadj (D66):Simpele vraag, simpel antwoord. D66 is nooit voorstander van diebezuinigingen geweest. Ik vind het dan ook verdrietig dat er programma’ssneuvelen. Tegelijkertijd is dat wat er nu voorligt. Dat is dus het simpeleantwoord, denk ik.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Dat begrijp ik. Ik begrijp ook dat er nog geen akkoord is gepresenteerd, alsdaarin al iets komt te staan wat hierover gaat. We kunnen nog heel langsteggelen over de omvang van het bedrag, maar laten we gewoon eenskijken naar alle programma’s waarvan is aangekondigd dat ze gaansneuvelen. Dat is best een lijst. Die hervorming komt pas in 2029. Zullenwe die twee zaken niet gewoon gelijk laten lopen, bijvoorbeeld?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1356 Mevrouw Oualhadj (D66):Ik wil de heer Mohandis erop wijzen dat ik daar niet over ga. Ik betreur dievolgorde wel, maar ik ga er niet over of omroepen wel of niet aankon-digen dat ze hun programma’s willen schrappen. Misschien is dat eenoproep aan de omroepen zelf, maar ik ben inderdaad niet helemaal blijmet die volgorde.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Oualhadj (D66):Ik was gebleven bij de omroepen die over de grenzen en verschillen heensamenwerken in omroephuizen, zoals in de vele rapporten ook isvoorgesteld. Daarbij is het belangrijk dat het bestuurbaarder en efficiënterwordt. Voor D66 is het belangrijk dat allerlei diverse geluiden vooriedereen in Nederland daar een plek in kunnen vinden. Op die manier is erruimte voor verschillende redactionele profielen en doelgroepen, zonderdat je alles in een of twee dominante smaken perst.Tot slot, voorzitter. Wij vinden het belangrijk dat de commerciëleomroepen en de landelijke, regionale en lokale omroepen samenwerken.Om collega Mohandis nog te quoten: «De tijd van navelstaren is voorbij.»We moeten keuzes maken om vooruit te komen. Daarom stellen wij,samen met de VVD en het CDA, voor om te kiezen voor een model metvier omroephuizen plus een taakomroep van NOS en NTR. Dit voorstel isgebaseerd op de uitgangspunten en waarden die we graag terug willenzien in het nieuwe omroepbestel en op de hiervoor genoemdeargumenten.Voorzitter. Een publieke omroep die zich richt op de toekomst moet ookeen duidelijke opdracht hebben voor innovatie en digitalisering. Datgebeurt niet vanzelf, maar het is wel noodzakelijk. Het mooie programmaPointer laat zien dat het kan. Dankzij tijd en ruimte voor innovatie is hetgelukt om nieuwe, jongere doelgroepen aan te spreken. Daar moeten wedus ook meer op gaan inzetten.Voorzitter. De publieke omroep is van ons allemaal. Na jaren stilstandkunnen we wat ons betreft nu eindelijk stappen gaan zetten. Laten we palstaan voor de onafhankelijkheid van onze journalistiek, laten we zorgenvoor voorspelbaarheid in beleid en financiering en laten we het stelsel nuecht vernieuwen. Nederland heeft alles in zich voor een rijk, pluriformmedialandschap, maar dan moeten we er wel voor kiezen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Martens-America van deVVD.Mevrouw Martens-America (VVD):Dank, voorzitter. Ik start dit debat met een uitspraak van iemand die depublieke omroep een warm hart toedraagt: «Wie van de publieke omroephoudt, is tegen dit systeem.» Ik kan niet anders dan dit beamen. Depublieke omroep is belangrijk en van grote toegevoegde waarde voor eenpluriform media-aanbod in een democratie. Juist daarom ben ik zovasthoudend als het gaat over de modernisatie van ons bestel.We bespreken vandaag de begroting Media. Wat mijn fractie betreft looptde hervorming en modernisering van de publieke omroep daar dwarsdoorheen. Het uitblijven van perspectief voor de publieke omroep zelf enhet totale gebrek aan besluitvorming maken dat we vandaag de dag nogsteeds debatteren in onduidelijkheid. Ik geef eerlijk toe: na de Minister vanNieuw Sociaal Contracthuize, die er absoluut alles aan heeft gedaan omweg te rennen voor de grote en lastige besluitvorming, had ik van dezeMinister meer verwacht, namelijk daadkracht. Zeker wanneer je meeweegtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1357 dat er een grote meerderheid in dit huis bestaat om door te gaan met ditwerk, en ook dat er deadlines op de planning staan. Dat had ik ook nogeens verwacht omdat deze Minister is aangesloten bij een partij dievolgens mij staat te popelen om wat te doen aan de publieke omroep. Watlet hem, zou ik hem willen vragen. Mijn eerste vraag aan deze Minister isdan ook: welke knopen zijn er nog niet doorgehakt? Waar zijn de reactiesop de aangenomen moties tijdens het vorige debat? Dat zijn er volgensmij meer dan 30. Is deze Minister zich bewust van de krappe planningwaar we voor staan om te zorgen dat we niet tot aan 2034 door moeten?Wanneer kunnen wij voortgang verwachten? Kan de Minister in zijn eerstetermijn een tijdlijn schetsen?Voorzitter. Dan de begroting. Dat er een bezuiniging op staat, is geengeheim. Daar loopt mijn fractie ook niet voor weg.De voorzitter:Voordat u daaraan begint, heeft mevrouw Nanninga een vraag.Mevrouw Nanninga (JA21):Wat mevrouw Martens zegt, klinkt op zich als muziek in mijn oren. Watmogen we hieromtrent verwachten uit de formatie?Mevrouw Martens-America (VVD):Een hele logische vraag. Als het aan mij ligt ontzettend veel. Maar ik hoopdat mevrouw Nanninga, zeg ik via de voorzitter, begrijpt dat ik daarvandaag de dag niet op vooruit kan lopen. Volgens mij is de inbreng vande drie partijen die aan het onderhandelen zijn heel erg duidelijk. Wehebben vandaag ook al aangekondigd dat we met een eerste voorstelgaan komen om die besluiten te nemen. Dat is het eerste, en over de restwordt nog gesproken.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Martens-America (VVD):Dat er een bezuiniging is, is geen geheim. Mijn fractie loopt daar ook zekerniet voor weg. We worden dagelijks, wekelijks, maandelijks getrakteerd optranentrekkende persberichten waarin groots wordt aangekondigd datprogramma’s moeten stoppen. Het grote samenhangende plaatje vansamenwerking, focus op kerntaken en minder management heb ik vanuitHilversum zelf helaas nog steeds niet mogen zien. Blijkbaar ligt de balopnieuw in Den Haag. Het is wat de VVD betreft dan ook tijd om dezeknopen door te hakken. Dat is niet leuk, maar wel belangrijk. In Hilversumkomt men er helaas samen niet uit. Deze Minister gaat het, zo vrees ik,ook niet meer doen in de komende dagen.Voorzitter. Het doorhakken van knopen en het moderniseren van depublieke omroep zijn niet alleen van belang voor de NPO, maar ook voorde commerciële partijen. Wat de VVD betreft is het een belangrijkonderdeel in het invullen van het pluriforme media-aanbod. Het zijn vaakpartijen die vandaag de dag de strijd tegen big tech moeten aangaan. Hetverruimen van Ster-opties kan en heeft impact op het verdienmodel vandit pluriforme aanbod. Waar de publieke omroep nog veel blijft hangen inlineaire tv, zetten deze commerciële partijen in op online. Er ligt eenrapport over het verruimen van de Ster. Ik hoop dat de Minister ditmeeneemt in zijn plannen. Tot die tijd wil ik graag duidelijkheid en rustcreëren voor de commerciële spelers. Ik zal een voorstel indienen om depodcast uit te zonderen van de Ster-inkomsten.Voorzitter. Dan de publieke omroep zelf. Ik begon mijn bijdrage er al mee:wie de publieke omroep een warm hart toedraagt, is faliekant tegen ditsysteem. Inmiddels alweer anderhalf jaar geleden heb ik zelf een plangeschreven, gebaseerd op omroephuizen, over focus, samenwerken enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1358 transparantie. Toen werd dit plan in de pers, die hier volop aanwezig is,aangeduid als «radicaal». Inmiddels spreken we allemaal over omroep-huizen. We kunnen over veel van mening verschillen. Dat lijkt mij zeerlegitiem als je kijkt naar de kleur die alle partijen hier hebben. Ik voerde alsnieuwe woordvoerder Media zo ontzettend veel gesprekken en kwam totde conclusie dat de overgrote meerderheid in Hilversum vooruit wil.Alleen, we zijn gegijzeld door de machtige minderheid.Voorzitter. Mijn fractie wil op dit dossier niet alleen weg van de lossequotes, de moties en de relletjes aan de interruptiemicrofoon, maar ookvan een systeem dat niet meer van deze tijd is. Laten we eerlijk zijn: desamenleving is veranderd, is digitaal, en neemt nieuws op een anderemanier tot zich. Het systeem van de NPO dat we vandaag de dag kennen,is gebaseerd op de verzuiling: gesloten, besloten en vol met heren die altientallen jaren op hun plek zitten, freelancers die geen freelancers blijkente zijn, managers met een dubbele baan, dubbele functies binnen eenoproep, almachtige bestuurders, verdienmodellen, bv’s en onbeperktebestuurstermijnen. Het is nu klaar. De publieke omroep verdient beter.Ik zie een interruptie.De voorzitter:Ja, van de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Sorry, maar hier moet ik toch even inbreken. Wat hier beschreven wordt,is natuurlijk de baantjescarrousel, waar de VVD volop aan meedoet. Heelveel VVD-Kamerleden, zoals Eric van der Burg, zijn ooit begonnen alsKamerlid, zijn naar de publieke omroep gegaan en zijn weer terugge-komen. Kees Berghuis, een oud-VVD-persvoorlichter, die nota bene eenjournalist van Left Laser belaagd heeft, is nu hoofdredacteur van WNL, zobegreep ik. Die baantjescarrousel is de VVD. Hoe kijkt u daar dan tegenaan? Dan moet u ook een beetje kritisch naar uzelf kijken.Mevrouw Martens-America (VVD):Dat is een verhelderende vraag. Ik heb het niet gehad over de baantjescar-rousel. Ik heb het gehad over de totaal afwezige governance binnen hetpublieke omroepenbestel, onder de paraplu en de bescherming van hetzijn van een omroepvereniging. Daardoor worden wij geconfronteerd metschandalen en situaties op de werkvloer, waarbij de politiek niets anderskan dan toekijken. Dat is waarover ik het heb. Ik ben daar heel ergduidelijk in. Ik denk dat we met de tijd mee moeten, naar een systeem vanuniversiteiten en ziekenhuizen, maximale termijnen en een gezondegovernance. Ik heb zelf een plan geschreven – daar wil ik de heer VanHouwelingen aan herinneren – omdat ik mij hier ook aan erger. Ik denk datdit eindig moet zijn. Als je het vertrouwen in de journalistiek en depublieke omroep hoog wil houden, moeten we hier wat aan gaan doenmet z’n allen. Volgens mij kunnen we elkaar daarin vinden.De heer Van Houwelingen (FVD):We kunnen heel kort afconcluderen dat de VVD er een voorstander van isom de baantjescarrousel met termijnen te stoppen. Ik bedoel dat je, als jeKamerlid af bent, vier of vijf jaar lang niet bij de publieke omroep magwerken. Bedoelt u zoiets?Mevrouw Martens-America (VVD):Ik zie uw voorstel graag tegemoet en dan ga ik ernaar kijken, zeker.Voorzitter. Ik ben hoopvol. Ik was een beetje pessimistisch, maar ik benhoopvol. Hilversum staat bol van talent, mooie verhalen en goedejournalistiek. De oproep is duidelijk: hak een knoop door. In voorgaandedebatten heeft de Kamer moties van mijn partij aangenomen over hetmaximeren van bestuurstermijnen voor bestuurders die nu hun gangTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1359 kunnen gaan onder bescherming van het verenigingsrecht. Er ligt eenaangenomen voorstel om het ledencriterium niet langer leidend te latenzijn. En er ligt een voorstel over fatsoenlijke governance en hetverschaffen van transparantie over de uitgaves op programmaniveau.We hebben reeds historische stappen gezet, maar het is nu blijkbaarwachten op een bewindspersoon die deze knopen doorhakt. Tot die tijd isde Kamer aan zet. Ik ben blij dat wij vandaag tegemoet durven te komenaan die oproep vanuit Hilversum om duidelijkheid te geven. Anderhalfjaar geleden was het idee om over te gaan tot die omroephuizeninderdaad superradicaal en vandaag doen we een eerste zet. Zoals netaangekondigd, kom ik vandaag samen met D66 en het CDA met eenvoorstel om over te gaan tot het vier-plus-eenmodel. Wij roepen deMinister dan ook op dit mee te nemen in zijn voorbereiding richting deherziening van de Mediawet.Tot slot de digitalisering. Ik kies ervoor om het inmiddels separaat tebenoemen, juist omdat het zo essentieel is voor de publieke omroep.Omroepen als PowNed en BNNVARA spreken jongerendoelgroepen aan,een groep die veelal on demand kijkt en geen lid is van verenigingen.Daarom ben ik ook zo ontzettend blij dat we stoppen met het leidendmaken van de ledencriteria. Een motie over dit onderwerp is verder vanlinks tot rechts aangenomen. Ik ben dan ook optimistisch en hoop dat wevandaag opnieuw een signaal kunnen afgeven aan de NPO zelf, namelijkdat het niet vrijblijvend is.Commerciële spelers als Netflix lopen technisch voorop en ver vooruit.Ondertussen blijft de NPO het aantal fte’s opplussen om NPO Start tereanimeren.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Volgens mij is dit nieuws, tenminste ... Het is natuurlijk wel een feit datook een minderheidskabinet of een minderheidscoalitie geen meerderheidheeft, maar dat terzijde. Ik hoor opeens vier-plus-een en de VVD wasvolgens mij in haar plannen voor een drie-plus-eenmodel. Op zich is hetprima dat er een voorstel ligt van drie partijen, maar kan ik dat zien alseen compromis tussen die drie?Mevrouw Martens-America (VVD):De heer Mohandis vertelde mij net dat hij mijn plan voor zich heeft endaarin staat vier-plus-een. Dus laten we het daar dan ook maar bij houden.Daarnaast geef ik maar gelijk toe dat ik goede gesprekken heb gevoerdmet mijn collega’s. Ik was uiteindelijk wel degelijk te porren voordrie-plus-een, maar als je met z’n allen een goed inhoudelijk gesprek moetvoeren over waar je naartoe gaat, vind je elkaar ergens in het midden. Endat is voor ons vier-plus-een geworden.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Om een semantische discussie te voorkomen, heb ik dat schemaatje maarvoor me genomen. Tenzij de NPO als een omroep wordt aangeduid, zie ikhier mediahuis A, B en C. Dat zijn drie letters plus een. Dat isdrie-plus-een. En die een is dan de NOS en de NTR. Wij vinden elkaar opdat punt, want dit is wat onze motie ook vraagt. Die motie is ook aange-nomen. Maar ik lees dus echt drie-plus-een in het plan. Ik wil nietmuggenziften, maar mijn belangrijke vraag is: ligt hier een compromistussen de drie, ja of nee?Mevrouw Martens-America (VVD):De heer Mohandis mag het omschrijven zoals hij wil. Ik denk dat hetontzettend belangrijk is dat meerdere partijen hebben besloten deze stapvooruit te zetten. Ik hoop overigens dat ook de heer Mohandis ons gaatsteunen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13510 De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Vier-plus-een staat in ons verkiezingsprogramma, maar ik leg hier ookmaar gelijk op tafel dat het ons erom gaat dat die hervorming ... Kijk, diehervorming staat pas voor ’29 gepland. Op het punt van de snelheidvinden we elkaar, maar wat ik lastig vind, is dat er nog geen begin van eenhervorming is. Er is in Hilversum, zoals u zelf ook zegt, draagvlak om dieomslag te maken, maar dan gaan er wel heel veel programma’sverdwijnen. Er verdwijnt zo veel dat ik me afvraag wat er nog tehervormen valt als er nu al zo veel verdwijnt. Dat is een vraagtekenrichting de VVD.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik heb het al genoemd in het eerdere deel van mijn bijdrage: als je elkeweek een persbericht naar buiten brengt met de boodschap dat er eenprogramma stopt, lijkt het inderdaad alsof er helemaal niets meer teprogrammeren valt. Dat zou ontzettend verdrietig zijn. Daar is mijn partijin ieder geval geen voorstander van, maar het is ook geen geheim datmijn partij vindt dat de publieke omroep het met een stuk minder zoukunnen doen en zou moeten doen. De heer Mohandis is me voor, maar jadus, ik heb niet zo veel persberichten gezien over het schrappen van eenmanagementlaag. Nee! Tot mijn schrik is gisteren zelfs ergens eenpersbericht naar buiten gebracht met de mededeling dat de management-lagen met een extra laag en extra bestuurders worden opgeplust. Volgensmij is dat wat we vandaag niet meer zouden moeten willen.Tot slot. Het is te makkelijk om te zeggen «je lost de hele bezuiniging opmet enkel het schrappen van managers», want dat gaat natuurlijk nietgebeuren. Maar mijn partij vindt wel dat de publieke omroep het metminder zou moeten doen. Daar kan ik heel erg eerlijk, duidelijk entransparant over zijn, iets wat ik de publieke omroep overigens ooktoewens.De voorzitter:Voordat u verdergaat, is er een interruptie van de heer Markuszower.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Mijn fractie steunt die bezuinigingen en het liefst zouden we nog veelverder gaan met bezuinigen. Maar de vraag is of dat nieuwe idee van dieomroephuizen leidt tot die gewenste pluriformiteit, iets wat er ookvolgens mevrouw Martens moet komen. Hoe wordt in het plan vanmevrouw Martens of in het plan over die omroephuizen dus geborgd datdie kleinere omroepen ook nog steeds een eigen geluid kunnen hebben?Kan mevrouw Martens daar wat over uitweiden?Mevrouw Martens-America (VVD):Ik vind dat een hele mooie en logische vraag. Die is ook welkom hier, wantdit is een debat dat we de afgelopen jaren natuurlijk meermaals hebbengevoerd. Ik denk dat het een hele legitieme vraag is. Ik denk dat de grotezorg van de VVD is dat wanneer het een open bestel blijft, het aantalomroepen dat blijft toetreden uiteindelijk weer zorgt voor die onbestuur-baarheid door een grote hoeveelheid bestuurders. Op dit moment moetenze er volgens mij met meer dan tien verschillende omroepen voor zorgendat er besluiten worden genomen over in hoeveel huizen ze samengaan.Dat besluit is logischerwijs gewoon nog niet genomen, omdat iedereenanders naar de toekomst kijkt. Ik wil dus dat er randvoorwaarden enkaders gaan komen. Ik maakte net een grap met de heer Mohandis – wemaken ook nog weleens grappen – over de meer dan 30 moties die ik hadgeprint en meegenomen, waarin allang wordt gevraagd om kaders etcetera op basis waarvan de omroepen samen in een huis gaan. Ik heb nogniets gezien. Ik weet het niet. Ik wil die vraag dus ook wel doorgeleidenaan de Minister, die hier volgens mij vrij uitgesproken over was. WaaromTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13511 hebben we dat nog niet gezien? Ten faveure van Hilversum moet ik ookzeggen dat wij nu om zaken vragen, zonder dat wij de kaders hebbengeschetst. Op dit moment lijkt het hier wel een Poolse landdag, waarvanik hoop dat we er snel uit gaan komen. Dit is dus een hele logische vraag.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ik heb een vervolgvraag. Is het idee van die huizen voor mevrouwMartens een noodzakelijkheid om te bezuinigen, of ziet mevrouw Martensdat als twee aparte trajecten? Zijn dus zowel de huizen als de bezuini-gingen nodig, of hoort dat bij elkaar?Mevrouw Martens-America (VVD):Ik denk beide, maar ik denk dat het een op dit moment niet zonder hetander zou kunnen. Ik denk dat je samen in een omroephuis moet als je dieschaalvoordelen en die efficiëntie zou willen creëren. Ik denk dat vooral deachterkant van die huizen, zoals de productie en de faciliterende teams,heel goed en veel zouden kunnen samenwerken. Ik denk alleen niet dat jedaar de voltallige bezuiniging mee opvangt. Ik loop daar ook niet voorweg. Wat de VVD betreft gaat de publieke omroep het gewoon metminder doen. Het is daarnaast ook een ideologisch punt. Het is nunamelijk gebaseerd op een systeem van lang geleden. Ik denk dat er veelbeter kan worden samengewerkt als je naar omroephuizen gaat. Dat waseigenlijk de reden waarom ik dat plan toentertijd schreef.De heer Ceder (ChristenUnie):Fijn dat de VVD aangeeft dat de minderheidscoalitie er al uit is wat betreftde vier-plus-een. Dat dit plan ook in het verkiezingsprogramma vanGroenLinks-PvdA stond, zegt al wat over waar dit in het politiekespectrum landt. Ik heb even een vraag. Ik neem aan dat die «plus een»over de NOS plus de NTR gaat. Welke rol ziet u voor die specifieke «pluseen»?Mevrouw Martens-America (VVD):Dat is een goede vraag. Na jaren in onze loopgraven te hebben gestaan indit huis, kwamen we er toch niet uit en hebben we Hilversum op padgestuurd met een opdracht, terwijl we zelf niet eens op één lijn lagen. Ikben dus ontzettend blij dat we allemaal hebben ingezien dat er gewooneen besluit moet worden genomen wat betreft die vier-plus-een. Ik hadgehoopt dat dat vanuit de Minister zou zijn gekomen, maar dat is nietgebeurd. Volgens mij hebben deze partijen een stap vooruit gezet. Er zijnmeerdere varianten langsgekomen in dit huis. Ik denk dat je uiteindelijkeen besluit moet nemen. Dit is denk ik een mooi aantal, waar de meestenmee kunnen leven. Ik ben daar dus ontzettend blij mee.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik ben blij dat de VVD blij is, maar mijn vraag is of het klopt dat die «pluseen» de NOS en NTR behelst en dat die andere vier dan goed met elkaarin gesprek moeten gaan. Ik weet dat een aantal partijen al vergaandeafspraken, of tenminste vergaande opties, verkend hebben. Welke rol zietu voor die «plus een»? Dat is mijn vraag. Is het plan van de VVD en deminderheidscoalitie om de NOS en de NTR samen te voegen? En wat isdan de rol van die «plus een»?Mevrouw Martens-America (VVD):Het schrappen van de NTR was het rookgordijn dat de vorige Minister vanMedia heeft opgetrokken, om maar geen besluit te hoeven te nemen overhet aantal mediahuizen. Dat kwam voor iedereen toen uit de hoge hoed.De heer Mohandis is daar ook nog voor op de barricade geklommen. Wehebben daar samen nog een voorstel over ingediend, dat volgens mijbreed gesteund werd in dit huis. Voor de VVD zelf zijn die taakomroepenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13512 de kern van wat de publieke omroep zou moeten zijn. Wat ons betreftgaan zij dus heel goed samenwerken en zorgen ze dat dat aspect blijftbestaan. Dat is in mijn ogen dus de vier-plus-een. De drie partijen die dathebben ingediend, delen dat volgens mij ook op die manier. Als u dieandere partijen nog vragen wil stellen, dan zou ik de heer Ceder daarzeker tot aanmoedigen. Dit is hoe ik het zie.De voorzitter:Tot slot, meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Tot slot. Ik vraag dit gewoon om het standpunt te begrijpen, ook inverhouding tot het eerdere voorstel. Als ik het goed begrijp, zijn er vijfomroephuizen, de vier-plus-een, die op gelijkwaardige wijze functioneren,maar wel allemaal een andere rol hebben. Die vier krijgen de tijd om dekomende periode zelf uit te vogelen welke samenstellingen er mogelijkzijn. Ik weet dat een aantal daarvan al een paar stappen vooruit gezetheeft. De VVD ziet nu al dat de «plus een» de NOS en de NTR moeten zijnen dat dat dus de gelijkwaardige basis is waarop wij de komende jarenmet elkaar aan de slag gaan. Begrijp ik dat goed?Mevrouw Martens-America (VVD):De verdere kaders waarbinnen de omroepverenigingen met elkaar gaansamenwerken, moeten nog worden geschetst. Ik had gehoopt dat dezeMinister die inmiddels aan de Kamer had doen toekomen. Daar wordt ookover gesproken aan de onderhandelingstafel. Ik kan de heer Cedermeegeven dat er ook mensen aan tafel zitten die de omroepverenigingeneen warm hart toedragen. Ik zeg het maar even zo. Volgens mij zitten wehier niet om dingen stuk te maken, maar omdat er besluiten moetenworden genomen. Wij willen ook ruimte laten voor de volgende bewinds-persoon en het regeerakkoord om hier verdere invulling aan te geven. Dehele publieke tribune zit vol met mensen die hopen dat we knopendoorhakken. Daarom hebben deze drie partijen gezegd: laten we eenknoop doorhakken, waardoor we deze Minister ook op pad zoudenkunnen sturen met een richting voor het verder uitwerken van deMediawet. Die richting was mij namelijk nog steeds volledig onbekend.De voorzitter:Nog eentje? Ja, goed.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, voorzitter, want het wordt nu wel wat onduidelijker. De VVD geeft eerstaan dat we duidelijkheid moeten geven, omdat het chaotisch was. Nuhoor ik dat er ruimte gegeven moet worden aan de Minister. De VVD komtechter wel zelf met een voorstel voor een richting. Betekent dit dat wij dannu ook zelf richtinggevende voorstellen moeten doen en gaat de Ministerdaar een keuze uit maken? Of geldt alleen het voorstel van de drie partijenen moeten alle andere partijen met moties wachten tot er een regeerak-koord is? Ik probeer even te kijken wat mevrouw America vandaag wildichttimmeren, want als het vier-plus-een is, zou ik graag verdere kadersmeegeven. Is daar ruimte voor bij de VVD?De voorzitter:Dit waren twee interrupties.Mevrouw Martens-America (VVD):Dit is natuurlijk wel een beetje een gekke interruptie. Dat kan ik, via u,voorzitter, toch wel even concluderen, want het staat eenieder in dit huisvrij om met voorstellen te komen. Dit is het WGO in verband met debegroting. De heer Ceder doet nu ook alsof dit voorstel uit de hoge hoedTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13513 komt. Dat is natuurlijk niet zo, want we zijn hierover al twee jaar metelkaar in debat. Wij hebben gezegd: laten we een knoop doorhakken overhet aantal om te voorkomen dat dit een onderwerp van gesprek blijft enwij de omroepbestuurders naar een Poolse landdag blijven sturen. Ik kanme heel goed voorstellen dat de heer Ceder en ook de heer Krul op eenheel andere manier naar de invulling van de criteria kijken. Daar moetenwe hierover met elkaar in debat. Het staat eenieder vrij om hier metvoorstellen te komen. Daar is een WGO voor. Dit is niet het bespreken vaneen regeerakkoord. Wij bespreken hier vandaag de mediabegroting. Wehopen ook dat iedereen meedoet en dat de volgende debatten gaan overhet invullen van de kaders. Stiekem hoop ik nog steeds dat deze Ministereen brief uit de hoge hoed tovert met kaders waar we dan weer opkunnen schieten. De heer Ceder vraagt of hij een motie mag indienen. Ja,ik hoop het! Ik heb hier nog wel een stapel liggen van de vorige keerwaarop we nog steeds geen antwoord hebben gekregen van dezeMinister. Ik weet niet of het helpt, maar we gaan het wel proberen. En ikhoop dat we op dit vlak ook kunnen samenwerken. Dat hebben de heerKrul, mijn collega van D66 en ik ook wel laten zien, volgens mij.De voorzitter:Een uitnodiging aan de heer Ceder. De heer Markuszower heeft een vraag.De heer Markuszower (Groep Markuszower):De vraagt ligt een beetje in het verlengde van wat ik net vroeg. Het is eenbeetje een technische vraag: wat als een omroep nou niet wordtopgenomen in zo’n omroephuis? Wat gebeurt er dan met zo’n omroep?Mevrouw Martens-America (VVD):Dat is oprecht een heel goede vraag. Hier heb ik ook een voorstel opingediend, want bepaalde omroepverenigingen sorteerden voor door nietmee te doen en uiteindelijk alleen over te blijven in een omroephuis. Erligt een aangenomen voorstel dat niemand alleen kan overblijven in eenomroephuis. Daarvoor zijn die kaders ook zo ontzettend belangrijk. Opbasis waarvan ga je samenwerken? Doe je dat op basis van je politiekekleur? Ik weet dat er in Hilversum op dit moment een strategie bestaat ommet een totaal tegenovergestelde omroep in een huis te gaan. Dan mag jenamelijk je eigen redactie houden, omdat je niet kunt samenwerken.Daarom zijn die kaders zo ontzettend belangrijk. Die kan ik bedenken,maar volgens mij kunnen we de Minister beter daarop controleren.De heer Van Houwelingen (FVD):Aanvullend hierop. Laat wat mevrouw Martens net zegt, dan niet zien datde omroepen zelf het gevoel hebben dat ze redactionele vrijheid gaanverliezen? Daarom hebben ze die strategie. Zegt dat niet wat over die helehervorming?Mevrouw Martens-America (VVD):Ja, absoluut, maar de heer Van Houwelingen en ik kijken wat dat betreftnet iets anders naar de publieke omroep, denk ik.De voorzitter:Volgens mij was uw verhaal nog niet helemaal af. Bijna? Maakt u het af.Mevrouw Martens-America (VVD):Ja, ik ga jullie nog even belasten met mijn verhaal.Dan over de commerciële omroepen, want waarom blijven we met zoveelfte NPO Start reanimeren? Waarom toch die angst om samen te werkenmet commerciële partijen? Waarom geen plek op YouTube, waarom geensamenwerking met Videoland? Neem een serie van PowNed: Hoodfights.Die had op NPO Start 8.643 views in één week tijd. Maar let op, diezelfdeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13514 serie had op YouTube 244.000 views in één week tijd. Dat is een toenamevan 2.700%. Dan is de vraag legitiem: in wiens belang houden wij diesamenwerking met de commerciële partijen tegen? Niet in het belang vande omroepverenigingen zelf, maar wel in het belang van de NPO, want dieis bezig met het opzetten van NPO Start. En nogmaals, dit is geen kritiekop NPO Start. Het is alleen niet goed genoeg. Hoe reflecteert dezeMinister daarop, en wat gaan we doen om de digitale boot niet weer temissen? Waarom dit prestigeproject binnen de NPO zelf, terwijl we wetendat we het niet gaan winnen van die grote platforms? Zonde, zonde.Tot slot, voorzitter. Welke plannen liggen er op dit moment? Kan deMinister alvast inzicht geven in de brieven die wij de komende tijd, ofwellicht in de komende dagen, zouden kunnen verwachten? En is deMinister het met mij eens dat de tijd dringt?Ik kijk uit naar de antwoorden.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Mohandis van GroenLinks-PvdA.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Yes, dank u wel, voorzitter. Hoe houden we Nederlandse omroepen enkranten relevant in een sterk veranderend medialandschap? Dat is deinbreng die ik in april leverde, nog met een vorige Minister. In deafgelopen periode hebben we best wat mediaministers gehad. Er is veelgezegd, maar er is weinig gebeurd. In een tijd waarin big tech, zoals Metaen Google, aan terrein winnen in het Nederlandse medialandschap, is erwel echt noodzaak om iets te veranderen. Denk bijvoorbeeld aan hoe zijde Nederlandse advertentiemarkt leegzuigen. Als we kijken naar debestedingen op de digitale advertentiemarkt, zien we dat in de afgelopentien jaar internationale platforms 80% van de Nederlandse advertentie-markt hebben leeggezogen, en daarmee bijvoorbeeld het verdienmodelvan kranten helemaal kapotmaken. In 2025 ging het om 80%, in tien jaartijd. Ze verdienen vooral geld, maar investeren in Nederlandse media enin een sterk Nederlands medialandschap, ho maar! Ik zou eens willenweten wat nou echt de visie van het kabinet is op dit punt. Hoe gaan weervoor zorgen dat de Nederlandse media, ons cultureel erfgoed, depublieke omroep, de commerciële omroepen en kranten, verstevigdworden? Zo kunnen ze relevant zijn in een tijd waarin ook de democratieonder druk staat, waarin ze hun controlefunctie overeind moeten houdenen waarin de media elkaar en ons en de regering, dus de macht, moetencontroleren.Volgens mij is er genoeg urgentie en is er genoeg geschreven. Maar wehebben vooral een kabinet gehad dat heeft stilgezeten. Het kabinet hadgrote woorden en heeft een bezuinigingspakket voorgesteld oplopend tot156 miljoen, zonder plan voor hervormingen, dat maar lekker in 2027 zoumoeten ingaan. Men dacht: we zien wel of we het aantal bestuurders entoezichthouders in Hilversum halveren. Dat had allang kunnen gebeuren.Nu verdwijnen daardoor programma’s als Kassa, Proefkonijnen en AndereTijden – ik kan een hele waslijst aan programma’s noemen – die helemaalniet worden overgenomen door de commerciële omroepen. Totalegekkigheid.Ik maak een bruggetje naar reclame. De Minister komt met eenwetsvoorstel om de reclame uit te breiden naar 10%, om de bezuinigingvan het ondoordachte amendement-Bontenbal, waardoor er 50 miljoen bijkwam, een beetje op te vangen. We gaan nu kijken of die via reclame kanterugkomen. Dat is totale marktverstoring, voor de kleine commerciëlemarkt in Nederland; denk bijvoorbeeld aan kranten en podcasts van BNR.Ik kan zo nog een aantal voorbeelden noemen. Waar zit dan die visie? Iserover nagedacht? Is het gewoon bedacht met de gedachte «we zienwel»? Wat is er dan werkelijk gebeurd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13515 Voorzitter. Laat ik dan even de bezuinigingen bij de kop pakken. Ik noemdeal enkele programma’s. We zien nu dat die waslijst nog niet eens klaar is.Ik begreep dat het bedrag van 80 miljoen tot 90 miljoen nog niet eens detotale bezuiniging dekt, terwijl het in 2027 moet ingaan. Er komt dus nogmeer bij. Dan denk ik: waarom laten we dat landen zonder dat er een goedplan tegenover staat? Ik zou heel graag van de Minister willen weten wathij daadwerkelijk heeft gedaan. Welke actie is er ook echt ondernomen?Neem ook de oproep vandaag van bijvoorbeeld de FNV en NVJ, dieduidelijk aangeven dat er met alle internationale en nationale ontwikke-lingen een sterke, pluriforme publieke omroep nodig is die een breedpubliek bereikt. De waardering voor de publieke omroep is groot, zoalsook bleek uit een poll van De Telegraaf dit weekend. Je kunt die interpre-teren zoals je wilt, maar er staat heel duidelijk dat de Telegraaflezer enveel andere lezers vinden dat de publieke omroep er voor iedereen moetzijn, dat die breed moet zijn en dat consumentenprogramma’s zoals Kassagewoon moeten blijven. Of neem de kinderprogramma’s die nuverdwijnen. Er is gewoon brede waardering voor de omroep, van links totrechts. Wat ons betreft stoppen we met het afbraakbeleid van deafgelopen jaren en gaan we weer bouwen aan een breed publiek bestel.De heer Martin Bosma (PVV):Ik wist niet dat ze bij GroenLinks-Partij van de Arbeid De Telegraaf lezen.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Zeker, zeker! Heel pluriform.De heer Martin Bosma (PVV):Ik heb die enquête ook bekeken. 85% van de Nederlanders zegt dat diebezuinigingen prima zijn of dat het hun niks uitmaakt.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Het is altijd leuk om in een enquête datgene te lezen wat voor eenpolitieke partij interessant is. Mij viel het volgende op, en ik doe het zoobjectief mogelijk. Ik denk dat ik De Telegraaf net zo lang lees als de heerBosma mediawoordvoerder is, namelijk al sinds 2006. Hij is overigensonze langstzittende mediawoordvoerder, de nestor. Ik heb een heel simpelantwoord. Ik lees ook dat 28% vindt dat de publieke omroep niet metbelastinggeld moet worden gefinancierd. Met andere woorden, 70% zegtheel duidelijk dat er gewoon een publieke omroep moet zijn metconsumentenprogramma’s en een brede opvatting. Natuurlijk zullenkijkers er individueel opvattingen over hebben of het ene programma welof niet past. U kunt er niet aan voorbijgaan, ook niet in het onderzoek vanDe Telegraaf, dat dat haaks staat op de opvattingen van de PVV. De PVVheeft maar één boodschap: sloop die boel in Hilversum, zonder plan. Datvind ik een slecht verhaal. Het is overigens een heel saai verhaal, want uheeft dat verhaal al heel lang. Dat kennen we al heel lang van u. Het isalleen maar: weg met Hilversum! Dan denk ik bij mezelf: u bent volgensmij een beetje het contact met uw kiezer kwijt. Dat is wat ik zie als ik naardeze enquête kijk. U moet u, denk ik, veel bewuster zijn van het feit dat erook PVV-kijkers zijn die publieke programma’s waarderen. U hoeft hetsysteem niet leuk te vinden en u hoeft de politieke kleur van eenbestuurder niet leuk te vinden, maar de programma’s moet u gewoonwaarderen. Dat staat ook in het onderzoek van De Telegraaf.De voorzitter:Meneer Mohandis, spreekt u via voorzitter? Ik voel me niet aangesproken.Meneer Bosma nog? Nee? Oké. We zijn benieuwd naar het verhaal dat zometeen volgt, maar eerst is meneer Mohandis nog even.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13516 De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Dat was het artikel van De Telegraaf. Overigens mag kritiek op de publiekeomroep altijd. Dat hoort er allemaal bij, maar laat de media dat doen enniet de politiek. Dat lijkt me heel gezond. Dat terzijde.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik ben een beetje zoekende naar wat de heer Mohandis met die opmerkingbedoelt. «Kritiek op de publieke omroep mag, maar laat dat aan demedia.» Volgens mij hebben wij hier meerdere rapporten liggen over decultuur op de werkvloer bij de publieke omroep, waardoor het aan ons isom middels kritiek op de publieke omroep het systeem te hervormen. Watbedoelt de heer Mohandis dan als hij zegt dat we geen enkele kritiekmogen hebben op de publieke omroep?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik ben blij met die vraag. Uiteindelijk gaan wij altijd over het wat, maarniet over het hoe. Volgens mij gaan we over de kaders, over wat we willenmeegeven, over de richting. Natuurlijk hebben wij daar een politiekeopdracht. Wat betreft «kritiek» gaat het mij er veel meer om of wij gaanover de vraag welk programma je wel of niet moet schrappen. Dat isuiteindelijk een redactionele of inhoudelijke keuze. Volgens mij vindenonze partijen elkaar daar heel goed in. Kritiek hebben kan dus, maaruiteindelijk gaan wij over de kaders en niet over hoe die kaders exactworden ingevuld, in de zin van met welk programma of welke presentator.Volgens mij gaan wij daar gewoon niet over. Dat is mijn punt. Volgens mijzei ik dat nog een beetje in reactie op wat de heer Bosma zei en nietrichting u. Zegt u het maar, mevrouw Martens-America; als u daar nogeen vraag over heeft, graag.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik snap dat niet helemaal. Ik probeer onder de 30 seconden te blijven,voorzitter. Volgens mij hebben wij het hier juist fundamenteel over devraag hoe we gaan hervormen en is het aan ons om die kaders teschetsen. Is de heer Mohandis het met mij eens dat bijvoorbeeld de stapnaar voren met die vier-plus-een hier vandaag de dag exact onze taak is?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Dat was ook mijn antwoord. Dat is hoe je de Mediawet inricht. Dat is hetwat. Je geeft kaders mee. Volgens mij geef ik een andere betekenis aanhet hoe. Het hoe is hoe je die kaders exact invult, hoe je bijvoorbeeld heelsimpel de kerntaak van de publieke omroep, Mediawet artikel 2.1, invult.Wat betekent cultuur, wat voor soort programma’s rollen daaruit en watbetekent informatie? Volgens mij is dat het verschil dat ik heb willenuitvergroten, niet meer en niet minder. Ik kan mij niet voorstellen dat wijelkaar niet vinden op dat principiële punt, dat ik heb willen maken.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ja. We komen aan bij de Ster. Laat ik maar heel simpel zeggen: hetvoorstel van het kabinet om dat plafond te verruimen naar 10% wijzen wijaf. Wij willen geen commerciëlere publieke omroep. Wij willen eenmaximering van 5%. Dat is enerzijds vanwege principiële redenen. Ermoet wel verschil zitten tussen de publieke omroep en de commerciëlenals het gaat om hoeveel reclame de kijker ziet. Dat is één. Twee: waaromzou je dat speelveld tussen commercieel en publiek zo klein maken? Het iseen heel kwetsbare advertentiemarkt. Ik liet net al de poster zien. Volgensmij willen we die richting niet op. Tot slot: het is een bezuiniging diebedacht is door meerdere partijen. Dan gaat het om het amendement-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13517 Bontenbal van 50 miljoen. Dat zou ook terug kunnen worden verdiend viareclame, is toen gezegd. Wij vinden het geen goede vorm om eenbezuiniging waar niet goed over nagedacht is, te dekken met meerreclame, wat ook heel ingewikkeld blijkt. Dat is een vorm van eencashcow, waar ik gewoon niet in mee wil gaan. Die richting wijzen wij af.Wij zullen dat type voorstel niet steunen.Dan kom ik bij het punt van de hervorming. Er is al veel over gezegd, ookin mijn interrupties. Wat ik daar nu vooral over wil vragen, is heelconcreet: wanneer kunnen wij het wetsvoorstel verwachten? Komen dekaders dit jaar nog? Ik heb zitten rekenen. Als het, met het oog op deEerste Kamer, niet voor september lukt in de Tweede Kamer ... Nou,succes.NOS en NTR zijn onderdeel van die hervorming. De motie is aangenomen.Ik ga er gewoon van uit dat dat onderdeel wordt van het nieuwewetsvoorstel. Ik denk graag mee over hoe dat dan moet. Wij zijn ook altijdbereid om dat te amenderen, maar het is belangrijk dat op dievier-plus-een – dat cijfer een staat dan voor de NOS en de NTR – ook eengoede governance zit, zodat de positie van de NOS als onafhankelijknieuwsmedium in dat bestel gewaarborgd blijft.Dan ga ik verder, voorzitter. Dit heeft te maken met publiek-privatesamenwerking. Dit heeft te maken met wat ik eerder zei over het verdien-model van kranten. Het gaat om het prominentiebeleid. Bij het verdien-model van kranten moet u denken aan de AI-modus van Google. Diegebruikt data van kranten zonder dat daar iets tegenover staat, waardoorhet verdienmodel van private media enorm onder druk staat. Mijn simpelevraag is: wordt dit type voorstel, dat te maken heeft met het prominentie-beleid en het WRR-rapport, meegenomen in de wetsherziening of gaat hetsec over de publieke omroep? Wij doen een oproep om breder te kijken.Hervorm de Mediawet. Maak een wet die veel meer gaat over hetNederlandse medialandschap, waarin ook private media een positiekunnen verwerven. Er zijn eerder moties aangenomen; mevrouw Martenszei het terecht. Als het bijvoorbeeld gaat om de publiek-private samen-werking is er een motie van D66 en ondergetekende die destijds verzochtom de samenwerking tussen commerciële en publieke omroepen teversterken. Die ging over een gelijk speelveld met private media en bigtech. Is de Minister bereid om bijvoorbeeld met private media te kijken ofzij, vanuit het perspectief van de commerciële omroepen, nog wel eengelijk speelveld hebben met de nieuwe partijen, die toch allerlei regelsaan hun laars lappen? Er is geen moderatie op X. Dat is inmiddels eentotaal nepnieuwsmedium. Ik hoop dat we daar wat breder naar kijken dande achterhaalde achterhoedediscussie die ik al tien jaar hoor over: vind jede publieke omroep leuk of vind je de publieke omroep niet leuk?De heer Markuszower (Groep Markuszower):Hoorde ik nou goed dat de heer Mohandis zei dat X nepnieuwsverspreidt? Wat voor andere kwalificatie gaf je aan X? Het ging heel snel.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Het gaat om moderatie. Ik zal u belonen met een artikel uit Denemarkenwaarin staat dat de Deense publieke omroep bijvoorbeeld heeft beslotenvan X af te gaan. Daar refereerde ik aan. Maar dat geldt voor steeds meermedia, ook voor private media. Als er geen moderatie is op X ... Dan moetje denken aan allerlei filmpjes die door het algoritme worden gepusht. Alsje vraagt aan Grok «is het waar of is het niet waar?», dan is het antwoordvaak: het is niet waar. X doet daar heel weinig aan. Er is nu pas een beetjebeweging. Lees het nieuws van CNN vandaag. Daarin staat dat Europa nueen vuist heeft gemaakt als het gaat om al die naaktbeelden die je kuntopvragen via de AI-module van X. Bij dat medium kun je als ietslangskomt gewoon niet weten of dat op waarheid is gebaseerd, omdat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13518 bedrijf dat ook helemaal niet erg vindt. Dat is wat ik bedoel. De Deensepublieke omroep heeft besloten om ervanaf te gaan. Heel interessant.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Erkent de heer Mohandis ook dat heel veel vooraanstaande journalistenveel gebruikmaken van X en heel veel van hun bevindingen op X posten?Erkent hij ook dat bijvoorbeeld de demonstranten in landen als Iran en zoheel blij zijn met een medium als X, omdat via dat medium nieuws wordtverspreid? Dat is echt nieuws, reëel nieuws, geen nepnieuws, dat weanders niet zo snel te zien zouden krijgen.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik ben heel blij dat de heer Markuszower dit punt maakt. Dat is namelijkprecies ook mijn punt. Ik vind het jammer dat achter een medium dat heelfunctioneel kan zijn om dingen te agenderen en om dingen voor hetvoetlicht te brengen, een bedrijf zit dat er niet voor zorgt dat dit op eenzuivere manier gebeurt. Echt nieuws, dat we moeten zien en dat heelagenderend kan werken, zoals we ook bij andere socialmediabedrijvenzien, verwatert hierdoor omdat het wordt vermengd met het nietmodereren door Silicon Valley, om het maar even zo te zeggen. Dat isgewoon een constatering. Ik vind dat. Ik hoop dat X en Musk, voor zoverhij dit Mediadebat hier in Den Haag interessant vindt, daar toch een keerover gaan nadenken. Europa heeft nu ook een vuist gemaakt en heeftgezegd dat het niet zo kan zijn dat er niks gebeurt tegen het verspreidenvan bijvoorbeeld naaktbeelden en dat soort zaken. Ik ben het helemaalmet de heer Markuszower eens dat het ook juist een goed doel kandienen.De voorzitter:Het gaat hartstikke goed met de interrupties, alleen worden deantwoorden wel steeds langer. Die moeten korter.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Vanzelfsprekend is niet alles wat via social media of X wordt verspreidaltijd goed of zuiver. Kan de heer Mohandis ook toegeven dat niet alleswat op de NPO verschijnt zuiver nieuws is en dat daar soms misschienook wel foute boodschappen tussen zitten of boodschappen die nietstroken met de waarheid of nepnieuws? Kan de heer Mohandis aangevenof dat op het NPO-platform ook weleens voorkomt, of zelfs bij de NOS forthat matter?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Als dat gebeurt, dan moet er gefaciliteerd zijn dat er toezichthouders zijndie hun werk kunnen doen. Ik denk aan de NPO-ombudsman, hetcommissariaat et cetera. We hebben allerlei instituten die dat moetendoen. Volgens mij moeten we dat zo borgen. Maar ik kan u verzekeren dater geen reactie komt als u X aanschrijft om te zeggen dat er iets niet klopt.Het gaat er ook om of er een systeem is dat toezicht uitoefent. Dat is hoeik ernaar kijk.De heer Van Houwelingen (FVD):Nu komen we wel bij de kern, want wat klopt? Wat is waarheid? Dat zeiPilatus al. Dit is een heel serieuze vraag. Hoe gaat de heer Mohandisbepalen wat wel en niet klopt?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Kijk, als het harde feiten zijn ... Ik ga dat niet bepalen. Het is een risico alswij gaan bepalen of iets wel of niet klopt. Het is onze rol als Kamer omerop toe te zien dat er systemen of organen zijn, voor zover die wel of nietwerken, die dat op een onafhankelijke manier kunnen doen en dat ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13519 doen als er iets misgaat. Ik vind het heel sterk. Mevrouw Martensrefereerde terecht aan misstanden rondom grensoverschrijdend gedrag.Dan is het sterk als journalisten elkaar controleren of dat een journalisteen omroep controleert. Uiteindelijk gaat het over een mechanismewaarin je elkaar controleert. Er is zo veel nepnieuws dat het heel moeilijkis om echt van nep te onderscheiden; dat ben ik met de heer VanHouwelingen eens. Maar het daarom maar laten gaan en het oké vinden,is niet mijn soort van politiek. Ik wil ook streng zijn als het moet.De voorzitter:Tot slot, meneer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Maar het moet toch ergens op gebaseerd zijn? Hoe komt dan die waarheidtot stand? Gaat het om wetenschappelijke consensus? Is dat wat wemoeten volgen wat de heer Mohandis betreft?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp deze interruptie niet helemaal. Kijk, uiteindelijk is mijn punt dater niet wordt gemodereerd of dat er niemand achter een bedrijf zit. Als erecht nepnieuws of vrouwenbeledigingen in stand worden gelaten zonderdat daar enige moderatie op zit ... Meta doet dat ook, hè. Dat gaat nietperfect, maar er gebeurt in ieder geval nog iets op dat vlak. Ik vind dat wewel een punt mogen maken van wat nep is. Ik vind dat de aarde rond is.Als iemand zegt dat de aarde plat is, dan lijkt mij dat toch niet waar, wanter is wetenschappelijk bewezen dat de aarde rond is. Sommige dingenzijn volgens mij heel helder, maar je hebt ook altijd een grijs gebied waarje scherp op moet zijn. Maar dat is niet iets wat wij moeten doen. Ermoeten systemen zijn die nepnieuws kunnen herkennen en filteren, zodatmen weet wat echt en nep is.De voorzitter:Ik hoor veel herhaling.De heer Van Houwelingen (FVD):Maar we komen nu wel tot de kern. Ik denk ook dat de aarde rond is, maarhet punt is dat iemand ook moet kunnen zeggen dat de aarde plat is. Wedachten 500 jaar geleden dat de zon om de aarde draaide in plaats vanandersom. Dat is het punt. Dat wordt nu onmogelijk gemaakt. Dat is besteen serieus probleem, maar dat ziet de heer Mohandis blijkbaar niet.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):We zijn het erover eens dat de aarde rond is; laten we het daarop houden.Mevrouw Nanninga (JA21):Nou de maanlanding nog; dan komen we ergens. Is de heer Mohandisbekend met het rapport van José Hak en Maaike van Charante met de titelWat leren we onze kinderen? Het is een vuistdik, met feiten en filmpjesonderbouwd rapport over berichtgeving van de NOS.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik moest even refreshen bij het horen van de titel, maar: ja. Sterker nog, ikwas bij de petitieaanbieding. Ik was een van de Kamerleden die het heeftontvangen. Dat waardeerden de petitieaanbieders. Je krijgt zoietsaangeboden. Ik ben het niet met heel veel eens, maar dat mag ook. Ik benhet er niet mee eens dat er geen controle is in het mediasysteem. Wehebben als Kamer ooit, in 2015, besloten tot de invoering van eenNPO-ombudsman en we besluiten ook over meer geld voor een commis-sariaat of andere systemen. Ik weet dat het rapport ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13520 De voorzitter:Meneer Mohandis, u weidt heel erg lang uit. Het moet iets korter.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Het is een serieus debat. Er worden hele serieuze vragen gesteld.De voorzitter:Ja, maar ik had beloofd dat we om 22.00 uur zouden stoppen.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Wat was de vraag? O ja. Ja, ik heb er kennis van genomen, maar ik benhet niet met alles eens. Next question.Mevrouw Nanninga (JA21):Dan is de vervolgvraag: waarom gaat meneer Mohandis nu ineens wélbepalen waar hij het wel en niet mee eens is? Hebben die toezichthoudersen ombudsmannen adequaat gereageerd op dit rapport volgens meneerMohandis? Er is namelijk bitter weinig met de feitelijk onderbouwdeconclusies gedaan. Is dat niet zo?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Even graven. Volgens mij is er ook een rechtsgang geweest. Ik weet nietof die met het rapport te maken had en of het vanuit het CIDI kwam ofvanuit een ander orgaan; dat weet ik nu niet precies. Volgens mij is daarook een uitspraak over gekomen. Uiteindelijk is het ook aan de rechter. Ikvind het zo lastig. Ik vind het gewoon ingewikkeld om als Kamerlid tezeggen dat er in het rapport allerlei verwijten staan, of constateringen– laat ik het geen «verwijten» noemen, maar «constateringen» – die ik zelfniet kan verifiëren. Daar hebben we instituten voor. Ik heb echter ookdingen gezien waarvan ik denk: het is maar vanuit welk perspectief jeredeneert. Wanneer is het nepnieuws? Wanneer is het echt nieuws? Laatdat alsjeblieft over aan degenen die daarvoor zijn.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Nanninga.Mevrouw Nanninga (JA21):De laatste. Kan meneer Mohandis dan alstublieft duidelijkheid geven? Ishet nou zijn mening? Is hij het er wel of niet mee eens? Hij heeft net zittenverkondigen dat het aan onafhankelijke commissies en ombudsmannenis. Kunnen we dan vaststellen dat het aan ombudsmannen is en aan watvoor checks-and-balances dan ook?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Het is altijd aan de checks-and-balances, maar ik ben ook een politicus vaneen bepaalde kleur. Ik kijk door die bril, maar dat doen we allemaal.Uiteindelijk moeten we ook koesteren dat wij er nooit echt over gaan ofeen medium wel of niet iets goed heeft bericht in het nieuws. Daar gaanwij niet over. Daar moeten we ook niet over willen gaan. Het kan wel zijndat we een opvatting hebben, maar is het is niet zo relevant of ik eenbepaald bericht wel of niet goed vind. In the end moeten systemen hunwerk doen.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik ben het ermee eens dat er soms enorm veel bagger voorbijkomt, zoalsop X. Aan de andere kant is het ook een waardevol medium om op dehoogte te blijven van nieuws. Mijn vraag aan de heer Mohandis is:wanneer gaat hij weg van X?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13521 De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik wist dat die vraag zou komen. Ik ben minder actief op X. Ik zal eerlijkzijn, en dat is precies het punt van de heer Markuszower: je wilt ook eengroep bereiken die je niet bereikt. Daar ben ik gewoon heel open over. Erkomt misschien wel een tijd dat andere platforms effectiever zijn. Ik benook steeds meer actief op andere platforms. Die werken ook goed. Ik kandus niet zeggen, mevrouw Van der Plas, dat het morgen gaat gebeuren,maar je sluit niet uit dat het een keer gaat gebeuren; dat klopt. Dat is het.Ik moet heel eerlijk zeggen: ik ben er veel minder actief op dan vijf jaargeleden, bijvoorbeeld.Mevrouw Van der Plas (BBB):Vandaag was u erg actief, want ik heb de eerste tweet zes uur geledengezien en heb u eigenlijk tot kort voor dit debat zien twitteren, maar datmaakt niet uit. Al zet u er 100.000 tweets per dag op: dat is helemaal aanu. Dank voor het antwoord.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik wilde mijn interview in de Volkskrant en mijn inzet voor dit debat delen.Ik was inderdaad actief, maar niet meer zo actief als ik was; dat kan ik uverzekeren. Maar goed, wat niet is, kan nog komen. Misschien heeft u mewel aan het denken gezet, mevrouw Van der Plas. Wie weet?Ja, voorzitter? Ik ga door.De voorzitter:Ja, graag.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik kom op het voorstel dat ik ook vandaag heb gedaan om echt te kijkennaar, als we het hebben over publiek-private samenwerking, de samen-werking tussen bijvoorbeeld omroepen en streamers. We zien dat inandere landen om ons heen. België is een heel goed voorbeeld. Zijhebben daar echt stappen in gezet. Denk aan topseries zoals Knokke Off,Undercover en Rough Diamonds. Je ziet echt dat coproducties ertoeleiden dat kijkers van bijvoorbeeld Netflix of HBO ook weer wordengegidst naar de publieke programmering van de VRT. Ik vind dat een helemooie wisselwerking. Het voorstel is vandaag ook gesteund doorStreamingdiensten Nederland, BNNVARA en AVROTROS. We zullen in detweede termijn ook met een motie komen. We denken echt dat, inaanvulling op eerdere moties, deze omslag moet worden gemaakt. Wijgeloven in het versterken van het Nederlandse product, de Nederlandsecultuur en Nederlandse content. Uiteindelijk is dat waarmee wij onzemedia echt in positie kunnen brengen om relevant te blijven. Dat voorstelzullen wij dus straks doen.Voorzitter. Tot slot, niet onbelangrijk, kom ik bij de hervorming van destreekomroepen. Ik weet dat de heer Ceder, kondig ik een beetje aan, daarook belangrijke dingen over gaat zeggen, maar wij maken ons wel zorgennu er een advies ligt van de Raad van State met een negatief dictum,dictum c. Ik ga dat niet allemaal voorlezen, gelet op de tijd, maar het komterop neer dat de middelen niet afdoende lijken om die omslag te makenen dat er een risico is dat gemeenten denken: als u het centraliseert,betaalt u het maar zelf; waarom zouden wij dan meer doen dan wededen? Daar zit een punt van zorg voor mijn fractie. Ik hoor graag van deMinister hoe hij kijkt naar de kritiek van in dit geval NLPO en VNG op ditpunt.Ook de regionale omroepen moeten echt betrokken worden bij dietransitie. Zij vervullen een belangrijke taak in regionale programma’s. Ikhoop ook dat wij hen niet vergeten in die transitie naar een modernbestel. Het voorstel dat ik vandaag met het CDA doe, of eigenlijk al deedvoor het kerstreces – het debat was verplaatst – is om in ieder geval teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13522 kijken hoe de dertien regionale zenders in positieve zin totaal ontslotenkunnen worden. We willen dat ze ook zichtbaar worden op NPO Start, alledertien, wat mij betreft live, naast de NPO-kanalen. We zien dat er eenveranderend kijkgedrag is, van lineair naar platforms. Het zou zonde zijnals regionale omroepen achterblijven. Ik kan u vertellen, Minister, via devoorzitter, dat dit al vijf jaar wordt geroepen. Ik hoop dus dat het een keergeregeld gaat worden en dat als er wettelijke belemmeringen zijn, die ookecht uit de weg worden geruimd. Ik hoor graag van de Minister hoe hijhiernaar kijkt.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Bosma van de PVV.De heer Martin Bosma (PVV):Voorzitter. Inderdaad, ik ben eerder mediawoordvoerder. Dat gaat al langterug. De heer Mohandis memoreerde dat net al eventjes. Dan ga jebepaalde patronen herkennen. Recentelijk werd ik weer mediawoord-voerder. Ik had nog niet eens in mijn agenda gekeken, of ik zei al tegenmijn beleidsmedewerker, die ik ook wel mijn re-integratiemedewerkernoem: «Er komt een mediadebat aan.» Hij vroeg: «Hoezo? Hoe weet je datnou?» Dat is natuurlijk vrij simpel. Hoe weet je nou dat er een mediadebataankomt? Als de publieke omroep allemaal programma’s gaat cancelen,de een na de ander. Er waren tranentrekkende persberichten. Op dinsdagwas het dit programma, de week erna dat programma; er werd echt naareen soort climax toegewerkt. De rijdende rechter ging er ook aan. Toenbleek dat dat allemaal verzonnen was, want De rijdende rechter reedgewoon door naar SBS. De rijdende rechter gaat helemaal niet stoppen,maar wordt gewoon verkocht. Als klap op de vuurpijl – dit moest voor hetgrote, dramatische moment zorgen – werd Zomergasten opgeheven. Daarkijken geloof ik nog 150 of 200 mensen naar of zo, ik weet het niet. Datmoest voor een enorme schok zorgen. Toen zou dat Kamerdebat komen,in december. Maar ja, de Minister zegde af en het Kamerdebat ging nietdoor. Het onvermijdelijke amendement, dat ongetwijfeld van GroenLinksof D66 had moeten komen, om al die bezuinigingen in te slikken, kwamvervolgens niet. Het is een doorzichtig stukje demagogie dat daargepleegd is, maar het had geen enkele zin.Voorzitter. 85% van de Nederlandse bevolking vindt die bezuinigingengewoon prima, of zegt: het maakt ons niks uit. Dat wil nogal wat zeggen.Het vreemde van al die bezuinigingsvoornemens, dat ze met al dieprogramma’s komen aanstrompelen, is dat het gaat om programmatitelswaarvan wij allemaal moeten denken «o, wat erg». Maar vreemd genoegkomen ze niet met serieuze plannen om eens te hakken in al die manage-mentlagen, in al die gekke omroepjes anno 1925, in die salarissen van€ 28.000 per maand die de mevrouw van de NOS bijvoorbeeld verdient,of in de NPO, die alleen maar een doorgeefluik is, een verdeelmecha-nisme dat 160 miljoen kost. Daar gaat men dus niet in hakken.Wat krijgen we dan wel? We gaan, en ik ruik hier een nieuw format,omroepbobo’s in omroephuizen opsluiten, begrijp ik – een soort BigBrother – en die moeten dan allemaal vergaderen. Je gunt het je ergstevijanden niet, je gunt het je ergste vijanden niet. Ik begrijp dat tegenover-gestelde omroepen met elkaar in een omroephuis moeten. Dat heleHilversum doet niks anders dan vergaderen omdat het allemaal niet meerkan, omdat het niet klopt, omdat die zuilen niet meer bestaan. Daar is alshet ware een neutronenbom op gevallen, maar die huizen, die omroepenstaan er nog en wij doen alsof de Katholieke Radio Omroep nog steedskatholiek is, maar dat is niet zo. We werken met begrippen anno 1925, 101jaar geleden. Dat is totaal irrelevant geworden.Jongere mensen onder de 30 of 40 hebben niks met televisiekijken. Diezitten met devices op schoot en kijken naar drie schermpjes tegelijkertijd.Ze snappen niks van de gedachte dat je op een bepaald moment naar eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13523 televisieprogramma moet kijken. Radio vinden ze Spotify waar iemanddoorheen zit te praten. En wij zitten hier te vergaderen alsof het heelrelevant is! In Amerika noemen ze dat cord-cutters: mensen die gewoonstoppen, die het koordje, het draadje doorknippen en geen televisie meerkijken.Waarom hebben we überhaupt nog een staatsomroep? Mag ik dat eenshoren van de Minister? Waarom moet de overheid zich hiermee bezig-houden? We hebben geen papieren Staatscourant meer. De schaarsteanno 1925 is er ook niet meer. Waarom moeten we dit soort dingen nogdoen? En waarom al die gekke omroepjes, waarom worden die toch instand gehouden? Echt niemand onder de 40 kan uitleggen wat de NCRVwas of zo, niemand weet dat nog. Waarom moeten we een omroepfinancieren die zich niet aan de wet houdt, in het bijzonder artikel 2.1.2van de Mediawet? Waartoe zijn wij als Tweede Kamer op aarde? Om tekijken of de wet wordt nageleefd. Want als wetten niet worden nageleefd,kun je de Tweede Kamer wel opheffen.Die Mediawet heeft het over een relevant bereik onder «zowel een breeden algemeen publiek» en «voldoet aan hoge journalistieke en professi-onele kwaliteitseisen». In dat licht moeten we dus de programmering vande NPO bezien en dan kunnen we niets anders vaststellen dan dat ze zichniet aan de wet houden. Het meest pregnante voorbeeld hebben wegezien rondom de berichtgeving inzake de jihadistische aanval op Gaza.De NPO heeft er alles aan gedaan om waar maar mogelijk Israël in eennegatief daglicht te stellen. Alles wat ze konden vinden, de meest raregeruchten ... «Er is een ziekenhuis gebombardeerd, 500 doden» wordtmeteen in de publiciteit gebracht, maar daar blijkt niets van te kloppen; deene leugen na de andere. Alles wat een beetje leidt tot verzachtendeomstandigheden voor Israël wordt stelselmatig verzwegen. Daarover is dituitstekende rapport verschenen, Wat leren we onze kinderen? Iedereenkan dat lezen op «watlerenweonzekinderen.nl». Alles wat de NOS heeftbericht, speciaal richting kinderen – het gaat over het Jeugdjournaal –wordt ontkracht; het blijken allemaal leugens te zijn geweest. Het is eenschande.Over Iran hebben we niks gehoord. De hemel zij geprezen dat we Twitter,dat we X hebben. Al weken geleden konden we zien wat er in Irangebeurde, maar de NPO zweeg.Mevrouw Nanninga (JA21):De NPO is natuurlijk, zoals de heer Bosma weet, boven inhoudelijke kritiekvanuit de politiek verheven, zo vinden veel mensen. Heeft de heer Bosmaeen goede inhoudelijke weerlegging door de NPO gezien van het rapportWat leren we onze kinderen?De heer Martin Bosma (PVV):Dat vind ik zo mysterieus. Er is heel veel kritiek geweest de afgelopenjaren. Ronald Plasterk en Nausicaa Marbe hebben helemaal gefileerd hoemen de afgelopen jaren heeft bericht. Dit rapport pakt het nieuwsfeit voornieuwsfeit aan en er is nooit enig antwoord op gekomen. Je zou juistverwachten, zeker van een omroep die zichzelf publiek noemt, dat dit eenprachtige gelegenheid is om eens in contact te treden met hun afnemers.Maar dat doen ze niet. Ze zitten maar in hun bunkertje propaganda teverspreiden.De heer Markuszower (Groep Markuszower):De heer Bosma is niet alleen langdurig woordvoerder, maar ook eengezaghebbend woordvoerder. Ik zou eigenlijk willen vragen ...De heer Martin Bosma (PVV):Maar ik ga niet overstappen, hoor.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13524 De heer Markuszower (Groep Markuszower):Nou, wat niet is, kan nog komen. Maar ik wil de heer Bosma vragen of hijde Minister, die wat korter op deze portefeuille zit dan de heer Bosma, kanvertellen wat je als Kamer of als Minister kunt doen als je constateert dathet Jeugdjournaal, de NOS of de NPO desinformatie ofanti-Israëlinformatie de ether in slingert. Wat kunnen we hieraan doen,behalve een beetje klagen?De voorzitter:Dit waren twee interrupties.De heer Martin Bosma (PVV):Nou, volgens mij wel drie, voorzitter! We moeten gewoon naar de wetkijken. Het is heel simpel: de wet moet worden uitgevoerd. Als de wet nietwordt uitgevoerd, dan moet er gewoon gehakt worden in de subsidie. Eenspeeltuinvereniging die andere dingen gaat doen dan het kopen vanschommels en wippen, moet gewoon aangepakt worden in de subsidie.Dat moet je doen met de staatsomroep. Ze willen niet anders. Ze kunnenniet anders. Het verval in de NPO is zo diep; je kunt dat niet van buitenafnog rechttrekken. Het enige dat je kan doen is gewoon de geldkraandichtdraaien.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Martin Bosma (PVV):Voorzitter. Het is vrij simpel: elke linkse mode wordt gepromoot door deNPO. Vliegschaamte, dat was ook zoiets. Het is inmiddels alweervergeten, maar laten we eens oog hebben voor dat soort dingen. Ik noemhet feit dat ze hun hele vocabulaire hebben aangepast. Het woord «blank»is vervangen door «wit». Het woord «illegalen» is tegenwoordig «ongedo-cumenteerden». Als links zijn vocabulaire verandert, verandert ook hetvocabulaire van de NPO. Alles inzake de multiculturele samenleving wordtóf goedgepraat óf, als het verkeerd is, verzwegen. Ik noem het promotenvan Black Lives Matter. 3FM was een totale Black Lives Matterzendergeworden. De crimineel George Floyd werd vereerd als een held. Devernietiging van Zwarte Piet en de marginalisering van ons sinterklaas-feest is in belangrijke mate te wijten aan de NPO. Die heeft maar één typemens aan het woord gelaten, namelijk tegenstanders van Zwarte Piet. Letwel: twee derde van de Nederlanders zegt gewoon dat Zwarte Piet zwartis. Ik noem de genderideologie die gepromoot is door de NPO. Ik noemhet feit dat je als je een beetje afwijkt, door de NPO wordt aangeduid alsradicaal- of extreemrechts. Je hoort nooit eens een radicaal-links iemand.Waarom is dat?Nu heeft links eigenlijk niet zo veel meer. Over het klimaat hoor je heelweinig mensen meer. Black Lives Matter is vergeten. De genderideologieis ook vergeten. Het enige wat links eigenlijk nog heeft, is de blinde,obsessieve haat tegen de president van de Verenigde Staten. Dus gaat deNPO daarin mee. Bij WNL zagen we iemand zeggen dat Trump een fascistis. Bij Buitenhof zat een PSP’er, meneer Mak, die zei dat Trump een fascistis. Bij Nieuwsuur hadden ze een onderwerp rondom de vraag of Trumpeen fascist is. Het hele Media Park is een grote TDS-inrichting geworden.TDS staat voor «Trump derangement syndrome». Het is gewoon een vande vele voorbeelden van hoe men tekeergaat.Vergeet niet dat het linkse idealisme van de NPO enorme gevolgen heeftvoor Nederland. Ik noemde er al een paar: Zwarte Piet et cetera. Maar hetfeit dat we hier in Nederland al die Syriërs hebben, is rechtstreeks tewijten aan het feit dat de NPO met «barmhartigheid», zoals Shula Rijxmandat noemde, allemaal programma’s ging verzorgen waaruit moest blijkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13525 dat die Syriërs heel zielig waren en naar Nederland moesten komen. Wezien de gevolgen van hun idealisme.Voorzitter. Het gekke is dat terwijl de NOS zelf zegt dat ...De voorzitter:De heer Van Houwelingen heeft een vraag.De heer Van Houwelingen (FVD):Een korte vraag. Het is een prachtige opsomming. Als ik dit zo hoor, zou ikaan de heer Bosma willen vragen of we inmiddels, als er zo veel desinfor-matie en propaganda wordt verspreid – dat ben ik met u eens – nietkunnen concluderen dat de NPO zelf onze democratie ondermijnt. De NPOis eigenlijk een gevaar geworden voor onze nationale veiligheid, zou ikbijna zeggen.De heer Martin Bosma (PVV):Nou ja, de hemel zij geprezen hebben we nog sociale media. De hemel zijgeprezen hebben we Twitter oftewel X. Ik noem bijvoorbeeld Iran. Dat wasal wekenlang aan de gang. Dat werd verzwegen door de NPO, omdat hetniet in hun wereldbeeld past. Het was namelijk een opstand tegen deIslamitische Republiek Iran. Dat vinden ze niet prettig, want ze zijn van dediversiteit. Gelukkig hebben we sociale media. Laten we gewoon proberenom de NPO wat kleiner te maken.Mevrouw Nanninga (JA21):Meneer Bosma en ik zijn allebei oud-journalisten. We maken ons, denk ik,ook zorgen over de persveiligheid. Er wordt nog weleens gezegd datkritiek op de NPO de veiligheid van journalisten verlaagt. Hoe beoordeeltde heer Bosma de actie van Akwasi waarbij hij een EO-journalist de laptopafpakte? Daarna werd de rode loper nog steeds voor hem uitgerold bij depublieke omroep.De heer Martin Bosma (PVV):De publieke omroep heeft een agenda. Dat is bijvoorbeeld de agenda vandiversiteit. Ze vinden de massa-immigratie geweldig. Ze doen er alles aanom alles wat van buiten komt, zo mooi mogelijk in beeld te brengen en erop geen enkele manier kritisch over te zijn. Rik van de Rakt – niemand kentdie naam – is een jongen die vermoord is door een asielzoeker. Dat wordtniet gebracht door de NPO. Waarom niet? Omdat het niet past in hunwereldbeeld. Wel gaat het over George Floyd, want dan heb je de zieligezwarte en de hele slechte blanke. Daar kicken ze op. Dat willen ze weten.Dus wordt de programmering omgegooid en moeten we maandenlangkijken naar propaganda voor Black Lives Matter.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Martin Bosma (PVV):Voorzitter. Het is toch wel heel gek dat de NOS zelf onder het kopje «Taken& Missie» schrijft, ik citeer: «De NOS streeft ernaar deze informatietoegankelijk te maken via alle beschikbare media en voor alle maatschap-pelijke geledingen.» In de Mediawet 2008 staat ook dat het media-aanbodvan de publieke omroep, ik citeer, «voor iedereen toegankelijk is». Het isdan toch heel gek dat de NOS van Twitter gaat? Wat is dat voor een raariets? Ze hebben honderdduizenden volgers via Twitter, maar daar gaan zedan van weg. Waarschijnlijk zijn ze bang voor alle kritiek die ze hebbengekregen op hun linkse idealisme. Wat doen ze wel? Ze verschuilen zich inhet extreemlinkse gettootje Bluesky. Daar zitten linkse mensen de heledag elkaars gelijk te bevestigen en te schelden: «Trump is een fascist.Trump is een fascist. Trump is een fascist.» Waarom? Vindt de MinisterTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13526 ook niet gewoon dat, als we dan toch een publieke omroep hebben, dieook gewoon moet terugkeren op Twitter/X?Voorzitter. Er wordt ons altijd maar verteld: «Gaat u allen rustig slapen. Eris niks aan de hand. Er zijn checks-and-balances en er is onafhankelijkecontrole.» Wat betekent dat in de praktijk? Nou, de voorzitter van de NOSis mevrouw De Ranitz. Zij is een voormalig gemeenteraadskandidaat voorde Partij van de Arbeid. Zij wordt gecontroleerd door de voorzitter van hetCommissariaat voor de Media, mevrouw Asante, een voormalig Kamerlidvan: de Partij van de Arbeid! Nou, die controle kan ook gewoon plaats-vinden op de partijcongressen van de PvdA, of misschien op de gezellig-heidsavondjes van Extinction Rebellion.Voorzitter. Het kan nog erger. We leven namelijk in een land waarin er defacto een beroepsverbod bestaat tegen PVV’ers. Hoewel wij regelmatig degrootste of een na grootste partij zijn, zijn we nergens vertegenwoordigdin de instituten en worden PVV’ers heel vaak niet aangenomen. De heerKamphues, recentelijk nog van de NPO, heeft zich daar vorige week nogvrolijk over gemaakt. We leven in een land waar mensen wordenaangenomen op basis van diversiteit, oftewel: blanke mannen dienen teworden uitgesloten. In dat verband is het goed om te kijken naar wie erwél door de ballotage komen. Mevrouw Asante, voorzitter van hetCommissariaat voor de Media, is namelijk een fan van het racistische,corrupte en gewelddadige Black Lives Matter, met als belangrijkste slogan«defund the police». Daarnaast is zij een lid van BIJ1, of dat was ze inieder geval toen ze werd aangenomen. Dat is een pro-geweldsorganisatiedie bij de recente verkiezingen heeft opgeroepen tot geweld tegen Israël.Dat is ook een organisatie die rondom de zogenaamde Jodenjacht inAmsterdam blij was met de rol van de taxichauffeurs en dat beant-woordde met «taxichauffeurs van Amsterdam, bedankt». Ze is ook eenaanhanger van Akwasi. Die heeft ze ook verdedigd. Akwasi is eengeweldsprediker die Zwarte Piet in het gezicht wil schoppen. Wat vindt deMinister daarvan? We kunnen heel veel praten over vrijheid van menings-uiting, maar oproepen tot geweld kan niet. Dat vindt iedereen. Daarover iseen brede consensus. Wat vindt de Minister ervan dat de voorzitter vanhet Commissariaat voor de Media lid is van een organisatie die pleit voorgeweld?De voorzitter:Kunt u gaan afronden, tenzij u geen voorstellen wil indienen in de tweedetermijn? U heeft nog 1 minuut en 45 seconden.De heer Martin Bosma (PVV):Ik heb één hele simpele vraag aan de Minister. Dat is de vraag der vragen,en ik hoop dat ik er antwoord op krijg. Waar kan ik mijn abonnement opde NPO opzeggen? Wie moet ik bellen? Heeft hij een 06-nummer? Of kanhet ergens op een site? Ik wil van dat abonnement af. Ik wil er niet meervoor betalen. Hoe kan ik dat regelen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Krul van het CDA.De heer Krul (CDA):Nou, dan zijn we nog niet op de helft.Goed, voorzitter. In een sterke rechtsstaat is een gezond medialandschapessentieel. Een gezond medialandschap is de spiegel van onze samen-leving, maar ook het cement tussen regio’s, generaties en overtuigingen.Daarom is het goed om vandaag de mediabegroting te behandelen. Dezebegroting raakt alle vormen van media. Toch valt op dat het mediabeleidsteeds meer versnipperd raakt. Het gaat te vaak over of commerciëleaanbieders, of het publieke bestel, of regionale verankering, maar mediaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13527 vragen om samenhang. Het CDA pleit voor een integraal mediabeleid datpubliek, commercieel en lokaal verbindt. Niet vanuit belangen, maarvanuit publieke waarden. Onderzoek onderschrijft die noodzaak. Neem alsvoorbeeld nieuwsvergaring. In een tijd waarin feit, mening en fictiemeermaals door elkaar lopen, zo ook vandaag, is het belang vanobjectieve en onafhankelijke waarheidsvinding essentieel. Of het nou hetNOS Journaal, RTL Nieuws of Hart van Nederland is: programma’s zijngehouden aan journalistieke codes. En wat blijkt? RTL Nieuws bereiktkijkers die door de andere twee niet bereikt worden. Hetzelfde geldt voorHart van Nederland en het NOS-journaal. Willen we een vuist makentegen de invloeden van onlinenepnieuws en -desinformatie? Is het nieteen kwestie van en-en in plaats van of-of? We hebben zowel commercieelals publiek nodig; daar kom ik later verder op terug.Voor nu zal ik deze begroting langs verschillende thema’s behandelen.Allereerst behandel ik het publieke bestel; we ontkomen er eigenlijk nietaan. Dan behandel ik de commerciële aanbieders en als derde lokalemedia en streekomroepen. Als we tijd over hebben, kom ik misschien nogmet een kleine verrassing op het eind. Ik hoor hier «begin daar dan mee»zeggen, maar dat ga ik zeker niet doen.Voorzitter. Allereerst de hervorming van het publieke bestel. Wat als eenhervorming begon, is inmiddels een bestuurlijke soap; ik moet het tocheerlijk zeggen. De clustering van omroepen tot huizen moest leiden tothelderheid en samenwerking, maar wat rest, is een impasse: meer danhonderd gesprekken en geen gedragen model. Voor het CDA is hetpublieke bestel wel een groot goed. Omroepen zijn geworteld in desamenleving, verenigd en pluriform en staan op afstand van de staat. Datis geen zwaktebod maar, integendeel, een kracht. Deze externe borgingzorgt ervoor dat er geen sprake is van een staatsomroep, maar van eenpublieke omroep, waar plaats is voor verscheidenheid, tegengeluid enminderheden. Ons mediamodel is uniek in Europa en dat moet gekoesterdworden. We kunnen er lacherig over doen, maar een blik op de geopoli-tieke situatie waarin de wereld zich nu bevindt, leert dat we blij mogen zijndat we geen staatsomroep hebben waarbij de politiek besluit watonafhankelijk is.Toch is dat bestel aan hervorming toe. Er is inderdaad een beetjeachterstallig onderhoud. We herkennen de roep om duidelijkheid vanuithet medialandschap. Bewindspersoon na bewindspersoon heeftnagelaten om die ook te geven. De bal ligt bij Hilversum. Er mag van depolitiek verwacht worden dat zij kaders schetst en niet alle lastigebesluiten over de schutting kiepert.Voorzitter. Een eerste stap daartoe wordt vandaag hopelijk gezet. Het isgeen geheim dat het CDA eigenlijk voorstander is van een bestel met vijfomroephuizen. Tegelijkertijd sluiten wij onze ogen niet voor een roep omrichting. Daarom zetten wij vandaag samen met de VVD en D66 de stapom te pleiten voor vier omroephuizen en een taakomroep. Het mogeduidelijk zijn dat die maatschappelijke verankering voor het CDA welcruciaal is, want dan kunnen alle geluiden vanuit de samenleving gezienen gehoord worden en kunnen verenigingen wortel schieten in desamenleving; dat is voor ons cruciaal.Hilversum is meer dan alleen de publieke omroep. Sterker nog, depublieke omroep is meer dan Hilversum. In Groningen, Limburg, Zeelanden Noord-Holland werken regionale omroepen elke dag aan programma’sdie geworteld zijn in hun gemeenschap. Ze brengen verhalen die dicht ophet leven van mensen zitten, maar wie die verhalen wil terugkijken, moette vaak zoeken in uithoeken van apps of achterin zenderpakketten. De heerMohandis refereerde er al even aan: wij komen vandaag met een initiatiefdat we al meermaals naar voren hebben gebracht en dat eigenlijk al in2019 is beloofd, namelijk het voorstel tot het volledig online ontsluitenvan regionale omroepen. Daarvoor moet de Mediawet worden aangepast,artikel 2.73 en 2.74. Laten we dat gewoon doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13528 Dan toch die commerciële aanbieders. De commerciëlemediasector isonmisbaar in een pluriform landschap, maar het speelveld is scheef.Techreuzen nemen 61% van de advertentiemarkt en bijna 100% online in.Buitenlandse eigenaren domineren onze FM-frequenties. Nederlandsemedia worden kleiner, afhankelijker en kwetsbaarder. Tegelijkertijd is deNPO bezig met een uitbreiding van de reclamemogelijkheden. De Kamernam vorig jaar meerdere moties aan; daarbij stond het CDA, toegegeven,niet altijd te springen, bijvoorbeeld als het ging om het bieden optv-rechten van sportevenementen. Wij willen graag van de Minister horen– volgens mij heeft mevrouw Martens al een heel stapeltje moties latenzien – hoe het nou echt met de uitwerking van al die moties gaat. Watheeft de Minister bijvoorbeeld gedaan met de motie van mijn hand om decommerciële aanbieders bij de mediahervorming te betrekken? Komt erook een modernisering van het eigendomsrecht in de Mediawet? Hoewordt AI straks meegenomen? Wie bewaakt publieke waarden alstechnologie bepalend wordt?Voorzitter. Dan de regionale media. Het advies over het voorstel om deuitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau te versterken,is door de Raad van State gepubliceerd met een dictum c. Dat is jammer.De regering wil de positie van de lokale publieke omroepen verstevigen;zij voorzien burgers immers van lokaal nieuws en zorgen voor lokaleverbinding. Volgens de regering staat het werk van de lokale publiekeomroepen onder druk en kunnen zij deze functie niet altijd meer professi-oneel uitvoeren. Nu is het voor het CDA bij deze hervorming eenbelangrijk uitgangspunt dat de nieuw te vormen streekomroepen eenlokale verbinding hebben en houden, en geworteld zijn in plaats en regio.Denkt de Minister dat hier straks voldoende sprake van is? 80 streekom-roepen is het devies, maar grotere streekomroepen staan verder af vanlokale gemeenschappen, waardoor het moeilijker kan zijn om dieverbondenheid te garanderen.We hebben hier al heel lang over gesproken, maar de Raad van State zegthet nu ook. Die waarschuwt voor die 80 en stelt het wettelijk maximum terdiscussie. Het maakt het lastig om het gebied van een omroep te knippenals blijkt dat het gebied te groot is of onvoldoende een eigen geogra-fische, economische en sociaal-culturele identiteit heeft. Maar defusietrein rijdt maar door. Er zijn er inmiddels al bijna 60. Kan de Ministerduidelijkheid geven over hoe hij de komende twintig gaat bereiken? Moeter misschien nagedacht worden over een hoger maximum?Voorzitter. Ik heb het volgens mij gered, dus ik heb wat tijd over. Tot slotwil ik het hebben over kindermarketing in de mediasector. Kinderengroeien op in een digitale omgeving waarin zij via televisie, streaming-diensten en onlineplatforms structureel worden blootgesteld aan reclamevoor ongezonde troep. Het is een beetje mode in deze commissie, dus ikga het ook doen. Ik heb er een rapport over meegenomen – dat moet jedan zo omhooghouden en laten zien – namelijk de Monitor Kindermar-keting voor voedingsproducten. Er was wel interessant nieuws, want wehebben vorige week gezien dat het Verenigd Koninkrijk daar een helegrote stap in zet. Dat verbiedt namelijk per 1 januari 2026 reclame voorongezonde voedingsmiddelen, niet alleen op televisie, maar ook opstreamingdiensten en onlineplatforms, met als doel de blootstelling vankinderen aan dit soort reclames substantieel te verminderen. Deze aanpaklaat zien hoe duidelijke wettelijke normen binnen het mediabeleidmogelijk zijn, maar dan moet wel de Mediawet aangepast worden. HetCDA heeft daar een paar vragen over aan de Minister. Is hij bereid ombinnen de herziening van de Mediawet ook te bezien hoe de Britse aanpakvan reclamebeperkingen voor ongezonde producten vormgegeven kanworden? Hoe ziet de Minister de verantwoordelijkheid van publieke encommerciële media om kinderen te beschermen tegen overmatigecommerciële beïnvloeding?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13529 De heer Markuszower (Groep Markuszower):Eerder in dit debat is door meerdere sprekers al gerefereerd aan hetrapport over de met name ongezonde troep die bijvoorbeeld hetJeugdjournaal uitzendt. Kan de woordvoerder van het CDA daaropreflecteren?De heer Krul (CDA):Niet veel verder dan de heer Mohandis al gedaan heeft. Heel specifiekstaat in het rapport ook een reactie van de NOS, die weer verwijst naareen uitspraak van de Ombudsman, die specifiek ging over berichtgevingrondom het Israël-Gazaconflict. Ik vind het een beetje gek als ik hier nuvanuit mijn positie een taxatie moet gaan geven van de uitspraak van deOmbudsman. Daar wil ik het eigenlijk bij laten. In het rapport kon ik inieder geval lezen dat die reactie er wel was, maar dat die wel onbevre-digend kan zijn.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Wat vindt de heer Krul eigenlijk van de toezichthouders? Dus van depolitieke kleur van die toezichthouders of van die Ombudsman? Kan hijdaar een beetje over uitweiden? Zijn die in zijn mening altijd objectief, ofzijn dat oud-politici en hebben die een bepaalde politieke kleur? De heerBosma refereerde volgens mij al aan een van hen. Hoe ziet de heer Kruldat?De heer Krul (CDA):Ik denk dat er voor de verschillende instituten binnen het publieke besteleen heel duidelijke taak- en verantwoordelijkheidsverdeling is. Als je hetbijvoorbeeld hebt over de rol van de Ombudsman of van het Commissa-riaat voor de Media, dan is het, denk ik, heel mooi dat wij een publiekbestel hebben waarin mensen zich ook te houden hebben aan governancecodes, aan gedragscodes et cetera, en dat wij er nota bene invloed opkunnen uitoefenen hoe die eruitzien. Ik vind dat juist heel mooi. Ik ga ookniet mee in het beeld dat hier geschetst wordt, alsof op de rummikub-avonden van Extinction Rebellion ons mediabeleid bepaald zou worden.In dat beeld ga ik niet mee. Ik vind het juist mooi – ik heb het in mijnbijdrage ook gezegd – dat binnen ons publieke bestel juist die verschei-denheid en onafhankelijkheid geborgd zijn.De voorzitter:Tot slot, meneer Markuszower. Wilt u niet meer? Nee? Oké. Dan mevrouwNanninga.Mevrouw Nanninga (JA21):In het beschermen van het welzijn van kinderen vindt het CDA JA21natuurlijk aan zijn zijde. Ik ben gewoon even nieuwsgierig: wat vindt hetCDA van die familievlogkanalen waarop kinderen herkenbaar in beeldcommercieel worden ingezet? Heeft het daar een mening over? Ik bendaar even niet zo goed van op de hoogte uit mijn hoofd.De heer Krul (CDA):Zeker: verschrikkelijk. Dat is verschrikkelijk. Het CDA is op niet heel veelonderwerpen radicaal te noemen, maar laat dit er nou eentje zijn. Wat hetCDA betreft, verbied je dat gewoon. Datzelfde geldt trouwens überhauptvoor kinderreclame. Waarom moet altijd de ongezonde troep voorzienworden van PAW Patrol of wat dan ook? We moeten er gewoon meestoppen. Het kinderbrein is kwetsbaar. Kinderen hebben er vaak ook geenzeggenschap over of ze wel of niet aan zoiets willen meewerken. Daarmoeten we mee kappen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13530 De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Krul (CDA):Wat zonde van mijn slot. Dat was dus één vraag, maar die valt nuhelemaal dood. Ik wil mijn abonnement niet opzeggen; laten we het daarmaar even bij houden.Nee, ik heb nog één vraag. Die gaat over de kindermarketing. Kan deMinister toelichten welke mogelijkheden hij ziet om de Mediawettoekomstbestendig te maken, zodat we ook juist bij nieuwe digitale enonline vormen van reclame effectief kunnen handhaven op debescherming van minderjarigen en op alles wat we daar zien? Je kuntnamelijk wel lineair een verbod invoeren, maar dan weten we allebei water gaat gebeuren: dan verplaatst de advertentiemarkt zich naar online.Daar wil ik het bij laten, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Niet dan nadat de heer Mohandis nog een vraag gesteldheeft.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik dank de heer Krul. Ik dacht: nu komt het. Het amendement-Bontenbal,nog steeds van uw partij, zou terug worden verdiend via Ster; daarmeezou het wegvallen. Nou blijkt uit dat rapport dat het maar rond de11 miljoen oplevert; er is dus een gat van 40 miljoen. Nog los van wat wijvinden van meer reclame: wat vindt u nou eigenlijk van deze ontstanesituatie en wordt dat vrijdag of volgende week anders?De heer Krul (CDA):Het antwoord op de eerste vraag is dat we daar niet per se gelukkig vanworden. We komen ervandaan dat voor miljarden aan onderwijsbezuini-gingen op tafel lagen en dat dit destijds een oplossing was om binnen debegroting iets van die bezuinigingen te verzachten, met inderdaad – deheer Mohandis refereerde er al aan – de kanttekening dat het danvervolgens terugverdiend zou mogen worden. Als dan blijkt dat dat nietlukt, of als blijkt dat dat een verstorend effect heeft voor de advertentie-markt, in relatie tot wat de commerciële aanbieders doen, word je daarniet gelukkig van. Het antwoord op de tweede vraag is: de heer Mohandisloopt misschien net niet zo lang mee als de heer Bosma in dezecommissie, maar lang genoeg om te weten dat de uitkomst daarvan nietper se beter wordt op het moment dat ik daar iets over ga zeggen. Daarzullen we dus echt op moeten wachten tot vrijdag. Dat zal hij, denk ik, welbegrijpen.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Dat heb ik dan te respecteren. Dan gaat doorvragen op dat laatste, denk ik,geen ander antwoord opleveren. Maar ik hoor in het eerste antwoord weliets interessants, namelijk dat ook het CDA eigenlijk gehoopt had dat hetwellicht wel met weinig verstoring kon worden terugverdiend. Daarmeezou je kunnen zeggen: 10% tot 12% meer reclame. Dat zouden wijoverigens geen goede ontwikkeling vinden, maar daarmee was in iedergeval de bezuiniging wel gedekt. Ik hoor een beetje in uw verhaal dat hetnog steeds een soort graat in de keel is. Klopt dat?De heer Krul (CDA):Op het moment dat wij hier vrijelijk zouden gaan filosoferen over hoe wehet in de toekomst gaan doen rondom reclames op de publieke omroep,zouden wij zelf niet met zo’n voorstel komen. De context was natuurlijkdat er voor miljarden bezuinigd werd aan de andere kant van deOCW-begroting. We zijn op zoek gegaan naar creatieve manieren om dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13531 bezuiniging op onderwijs te verzachten. Deze was er eentje waarvan weop dat moment hadden gehoopt dat hij in de impact niet per se vervelendzou zijn, omdat je het met inkomstenverhoging weer kon oplossen. Alsblijkt dat dat niet zo is, dan is dat een graat in de keel. Ja, natuurlijk, daarga ik niet moeilijk over doen. Hoe dat zich uiteindelijk ontwikkelt, zullenwe vrijdag hopelijk zien.De voorzitter:Vol verwachting klopt ons hart. Mevrouw Nanninga van JA21.Mevrouw Nanninga (JA21):Dank u wel, voorzitter. Ik ben nieuw in deze commissie, maar er is inzakede hervormingen en bezuinigingen al veel zegenrijk werk verricht. Ik konme goed vinden in de bijdragen van mevrouw Martens en meneer Bosma.Ik ga toch een steen in de vijver gooien. Ik wil het in dit overleg hebbenover de fundamentele noodzaak van een publieke omroep. In de visie vanJA21 bestaat de samenleving uit drie pijlers: de overheid, de markt en degemeenschap. De overheid vervult naar onze overtuiging geen taken diede markt en/of de gemeenschap kunnen oppakken. De overheid is dusterughoudend en voorzichtig, en laat de gemeenschap en de marktfloreren. Zo kijken wij naar de samenleving; zo kijken wij naar de NPO.De begroting voor de gehele NPO ligt rond een miljard euro per jaar. Datvinden wij gewoon veel te veel. Dat is ongeveer evenveel als onzeKoninklijke Marine, om het maar even in perspectief te zetten. Dat isbuiten alle proportie, zeker als we kijken naar wat er gebeurt voor dit geld.Veel van wat de NPO doet, kan namelijk prima door commerciële partijenworden gedaan. Sport is het klassieke voorbeeld. De NOS overbiedt metmiljoenen om bijvoorbeeld een WK te mogen uitzenden. Dat kan net zogoed bij een commerciële zender. Die gaat echt niet ineens wedstrijdenachter een betaalmuur knallen, want dat mag ook helemaal niet; zie deevenementenlijst van het Mediabesluit.De omvang van de NPO-organisatie is wel een probleem. Al die zendersen omroepen hebben veel te veel fte’s, managementlagen en noem hetmaar op. De overhead is gigantisch. Er wordt veel te weinig samenge-werkt. Commerciële partijen worden logischerwijs door de marktgedwongen om zo lean-and-mean mogelijk te werken, maar bij de NPO isdat niet het geval, want het belastinggeld stroomt toch wel binnen. Elkekeer als ze dan eindelijk eens willen bezuinigen, luidt iedereen denoodklok. De voorgestelde bezuinigingen van het kabinet-Schoof zijn alboterzacht. Elke maand, elke week verschijnt er weer een paniekerigpersbericht op tv dat demonstratief vertelt dat er wéér een programmamoet verdwijnen: publieke opinie bespelen door geliefde programma’s tegijzelen. Het is weinig fraai. Dat terwijl die bezuinigingen volgens mij ookheel anders opgevangen kunnen worden. Feit is dat er gewoon onnodigveel publiek geld naar de publieke omroep gaat en dat de markt hetgrotendeels kan overnemen. Twee, en uiteindelijk één, publieke zenders isprima. Dat moet kunnen. Je kunt heus een goede publieke zenderneerzetten met een beperkt budget. Maar meer fte staat niet gelijk aanmeer kwaliteit.Dan de regelgeving, voorzitter, want ook daar is het scheef. Commerciëleomroepen zitten vast aan een enorme hoeveelheid regels, over sluikre-clames, over uitzendtijden en over inhoud. Maar op aanbieders als Netflixof Prime kan iedereen gewoon content met het label 16-plus op iedermoment van de dag aanzetten wanneer men dat wil. Op lineaire tv geldendaar allemaal eisen voor. Op YouTube kun je alles bekijken wat je wil.Reclames zijn vrijwel free-for-all. En op tv mag dat allemaal niet. Dat isgeen gelijk speelveld. Ook of zelfs juist voor commerciële aanbiedersgeldt: marktwerking is marktwerking. Als de lineaire tv uiteindelijkonherroepelijk uitsterft omdat de vraag afneemt, is dat prima, maar danmoet het speelveld nu wel gelijk zijn. En dat is het niet. Dat past ook weerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13532 precies in onze bredere visie als JA21: minder overheid, minder regels,meer ruimte voor de markt en meer eigen verantwoordelijkheid voormensen om zelf te bepalen wat en wanneer ze willen kijken en wat zewillen maken. De enorme toename van onafhankelijke contentmakers inelke denkbare niche bewijst dat dit kan: pluriforme en zeer specifiekedoelgroepenmedia maken, zonder subsidie.Voorzitter. Dan wil ik het nog even hebben over iets anders wat hier niet inde haak is. De publieke omroep is al maanden bezig met een grotecampagne tegen het bezuinigingsbesluit. Het is een campagne, ironischgenoeg gefinancierd door de Minister, die zich richt tegen een besluit vandeze Minister. Het is ons geld waarmee ze dat doen, met als boodschapdat de NPO nodig is omdat hij onafhankelijk en verbindend zou zijn. Maarde NPO is geen politieke partij. De NPO is een uitvoeringsinstelling, dieeen taakstelling en een budget heeft voor die taakstelling. Als jevervolgens dit budget en deze unieke positie, deze toegang tot hetpubliek, gebruikt om «Wij van WC-Eend»-achtige campagnes op testarten, ben je deze positie gewoon gigantisch aan het misbruiken. Hetwordt dan helemaal wrang, want tegelijkertijd wordt er gezegd dat depublieke omroep zo belangrijk is voor de democratie en voor hetvertrouwen en voor de verbinding, maar juist door dit gedrag politiseertde NPO zichzelf. Je kunt niet én zeggen dat je boven de partijen staat énactief campagnevoeren tegen het beleid waar dit parlement en hetministerie over gaan. Overigens is de ironie dat deze acties precies latenzien waarom bezuinigingen zo hard nodig zijn.Onderzoek door De Telegraaf wijst uit dat een meerderheid van deNederlanders ...De voorzitter:Er is eerst een interruptie van de heer Bosma.Mevrouw Nanninga (JA21):O. Dan ga ik even inhouden.De heer Martin Bosma (PVV):De campagne wordt ook gevoerd in de kranten. Daar stonden vandaagallemaal advertenties in. Dat is neem ik aan ook allemaal belastinggeld. Ikzag ook de VandenEnde Foundation. Vorige week heeft meneer Van denEnde, die miljardair is geworden dankzij allerlei televisieprogramma’s diehij heeft kunnen verkopen aan de publieke omroep, Geert Wildersaangeduid als een gezwel en heeft hij gezegd dat Geert Wilders het ergsteis wat Nederland ooit is overkomen. Wat vindt mevrouw Nanninga van decampagne zoals die nu gevoerd wordt, onder andere met al dieadvertenties?Mevrouw Nanninga (JA21):Ik ga meneer Bosma op zijn wenken bedienen als ik mijn betoog magvervolgen, want daar kwam ik net op.De voorzitter:Het waren overigens twee interrupties, meneer Bosma.Mevrouw Nanninga (JA21):En als hij dan niet bediend is, dan hoor ik het graag wanneer hij nog eenaanvullende vraag heeft, maar daar kwam ik op. Onderzoek door DeTelegraaf wijst uit dat de meerderheid van de Nederlanders eenvoorstander is van bezuinigen, hervormen en versoberen. De NPO, vanons allemaal, zou daar dan ook gehoor aan moeten geven in plaats vanhet belastinggeld, van ons allemaal, te verbranden aan spotjes enadvertenties. Kijk, ik toon u hier een paginagroot ding van de makers. Ikheb ’m al bij me. Meneer Bosma wordt bediend. Daarom zou ik tegenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13533 deze makers willen zeggen: ga dan dingen maken. Wij kopen zelf weleenseen advertentiepagina in De Telegraaf als het campagnetijd is en ik kan uverzekeren: van het bedrag dat deze NPO-makers spendeerden, uit welkpotje dan ook, kun je minimaal drie boeren een vrouw helpen zoeken opprimetime of vier moeilijke praatfilms produceren. Tegen hen zou ik willenzeggen: ga intern lobbyen. De NPO alleen al als verdeelorganisatie – danis er nog geen minuut zendtijd gevuld, hè – kost 172 miljoen euro per jaar.Ga het daar dan halen!Voorts houden wij ons hart vast voor de uitkomst van de coalitieonder-handelingen. Als we deze hoognodige minimale ingrepen en bezuini-gingen nu niet doorvoeren, dan is de kans tot 2034 verkeken en blijven wevastzitten aan de verspilling en marktverstoring door de NPO. Wij dringenbij de Minister dan ook aan op spoed. Hij kan dit niet doorschuiven naareen volgend kabinet. Wij vragen hem terstond een plan van aanpak vande omroepen te eisen, de moties uit te voeren en toe te zien op onmiddel-lijke uitvoering. Verder wil ik ook graag weten waar we het abonnementkunnen opzeggen. Als de heer Bosma daarachter kan komen, dan doe ikmet hem mee.Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Van Houwelingen. O, er isnog een interruptie van de heer Krul. Neem me niet kwalijk.De heer Krul (CDA):Ja, ik heb nog één vraag over die drie pijlers die mevrouw Nanningaschetst. Zou het ook zo kunnen zijn dat die derde pijler, namelijk degemeenschap, zich bijvoorbeeld tegen bezuinigingen keert of een meningheeft, van zich laat horen of via verenigingen campagne voert? Zou hetkunnen dat het niet allemaal per se belastinggeld is, maar dat het ook heelmooi is dat er verenigingen zijn, actief, met leden, geworteld in desamenleving, die via hun omroepvereniging van zich laten horen? Of ismevrouw Nanninga er echt van overtuigd dat het allemaal belastinggeldis en vanuit een soort conglomeraat wordt aangestuurd?Mevrouw Nanninga (JA21):Ongeacht het spaarpotje waar dat geld uit komt, pretendeert een publiekeomroep er voor ons allemaal te zijn, te willen verbinden, boven de partijente staan en wat er verder allemaal in de ronkende teksten op websites enin missionstatements staat. Dan is er ook nog een soort oekaze dat jevanuit de politiek geen enkele inhoudelijke kritiek mag hebben op wat erbij die omroepen gebeurt, anders ben je een soort Orbán. Het is vantweeën één. Het kan niet allebei waar zijn. Het staat iedereen vrij omcampagne te voeren, maar het is natuurlijk een beetje merkwaardig omdan een soort verheven rol boven de samenleving te hebben. Jepolitiseert jezelf. Je maakt jezelf onderdeel van het politieke debat, dusdan mag ik er ook wat van zeggen.De heer Krul (CDA):Voorzitter, een korte vervolgvraag. Hoe de publieke omroep zich in detoekomst ook zal presenteren of hoe de hervorming ook gaat lopen, ben ikgewoon benieuwd hoe JA21 kijkt naar de rol van de maatschappelijkeverankering via verenigingen. Als je het hebt over checks-and-balances enwe willen voorkomen dat – ik parafraseer even – een klein clubje ergensaan een theetafel bedenkt wat wel en niet goed is, zou het dan niet heelbelangrijk zijn dat die verenigingen in de toekomst een heel belangrijke rolkrijgen in de publieke omroep, juist omdat daar toch ook een soortdemocratische borging zit?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13534 De voorzitter:Dat waren twee interrupties.Mevrouw Nanninga (JA21):Ja, het voelt ... Nee, want wij zijn überhaupt geen voorstander van deomroepverenigingen. Uiteindelijk, als wij vanaf nul het systeem mochtenontwerpen ... Wij snappen dat we nu moeten werken in een bepaalderealiteit en dat je die niet met één pennenstreek kunt afschaffen. Maar alswij bij JA21 het systeem mochten ontwerpen, dan kwam er gewoon ééndaadwerkelijk neutrale zender met wat nieuwsvoorziening en wateducatie. Dan hadden we dit hele probleem niet. Verder staat het mensennatuurlijk vrij om zich te verenigen. Daar zijn wij niet op tegen.De voorzitter:Dan is het woord nu aan de heer Van Houwelingen van Forum voorDemocratie.De heer Van Houwelingen (FVD):Dank u, voorzitter. Heel veel Nederlanders kunnen de NPO – het is helaaszo – niet meer aanzien of aanhoren. Dat komt doordat je steeds dezelfdeverhalen hoort van steeds dezelfde personen en steeds vanuit hetzelfdeperspectief, het perspectief van de macht. Ik heb een paar voorbeelden.Corona is natuurlijk een heel berucht voorbeeld, met alle experts die toenal zeiden «dat coronabeleid klopt niet». Internationale experts zoals MikeYeadon, van Pfizer nota bene, of Robert Melone, mRNA-expert, of PeterMcCullough, een cardioloog, zijn nergens gehoord in de Nederlandsemedia. Ook Nederlandse experts, bijvoorbeeld professor Schetters, diezijn hele leven vaccins heeft ontwikkeld, professor Capel en Jan Bontinck:ik kan hier allerlei namen noemen, maar die mensen kwamen niet aan hetwoord. Dat is al schandalig, vind ik, maar ze werden zelfs weggedrukt,belachelijk gemaakt en gecensureerd ook, bijvoorbeeld op YouTube. Daaris de NPO dan niet verantwoordelijk voor.Dan heb je bijvoorbeeld een journalist van de Volkskrant, Peter Klok, diedaarover zegt – ik citeer hem toch even, voorzitter – «ik denk dat hetverstandig is als land één lijn te trekken», het is een citaat en gaat over hetcoronabeleid, «en om die lijn als journalisten dus te steunen». Ja, zodenken ze er in Noord-Korea ook over.Een ander voorbeeld is Trump. De heer Bosma heeft het net al gezegd:alleen maar negatieve berichten over Trump. Hoe kan dat nou? De helftvan de Amerikaanse bevolking heeft hem gekozen. Je ziet alleen maarnegatieve berichten over hem in de Nederlandse media verschijnen, ookheel veel nepnieuws. Dat moet ook benadrukt worden: de NPO is eengroot verspreider van nepnieuws. Bijvoorbeeld de Russia hoax, dat erRussische inmenging zou zijn. Hoe vaak ik dat wel niet gezien heb, maarer is niets van waar. Er wordt ook niet gerectificeerd door de NPO. Of deCharlottesville hoax, dat Trump gezegd zou hebben «ook aan derechterkant, bij de nazi’s, zitten er goede personen». Dat is niet waar! Alsje die beelden ziet ... En dat wordt door de NPO maar verspreid. Danhebben we een Amerikadeskundige die regelmatig langskomt bij de NPOen dat is de schoonzoon van Pelosi. Moet je je voorstellen dat bijvoor-beeld Jared Kushner Amerikadeskundige zou zijn; dan zou het land teklein zijn hier bij de NPO. Maar dat gebeurt dus allemaal.Of neem bijvoorbeeld Oekraïne. Dat gaat mij aan het hart. Alleen maar hetEU- en NAVO-perspectief. Ik zie nooit een ander perspectief. Alsof de EUen de NAVO per definitie de waarheid verkondigen. Alsof daar geenpropaganda zou zijn. Waar is Jeffrey Sachs? Waar is bijvoorbeeld DouglasMacgregor of John Mercer? Waarom zie ik dat soort experts nooit in deNederlandse media verschijnen? Als het al een keer gebeurt, zoalsonlangs Ad Verbrugge, dan wordt die weggehoond en weggeketterd. Enja, het is wel pure propaganda. Ik kan het niet anders zeggen. BijvoorbeeldTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13535 na die aanslag op de Nord Stream wist natuurlijk iedereen: dat hebben deAmerikanen gedaan, wellicht met hulp van de Oekraïners. Maar dan hebje Rob de Wijk en Beatrice de Graaf, die bij de NPO zeggen dat Rusland z’neigen pijplijn heeft opgeblazen. En die «deskundigen» blijven wordenuitgenodigd! Het is zo hilarisch. Het is ook niet meer geloofwaardig, diepropaganda. Dan ga je je afvragen: hoe kan dat in hemelsnaam?De mensen die een ander geluid vertegenwoordigen en dat daartegeninbrengen, worden wel aangepakt door de NPO, want dat zijn natuurlijk«de populisten», dat zijn «de complotdenkers». Daar wordt ook desinfor-matie over verspreid. Dat vind ik heel kwalijk. Neem bijvoorbeeld deZembla-uitzending Online hufters. Daarin heeft de NPO dus tweetsbedacht van zogenaamde populisten. Gewoon bedacht door de NPO! Diezijn uitgezonden en vervolgens hebben sommigen van die mensen hunbaan verloren, door de NPO, door desinformatie die door de NPO isverspreid.Of neem bijvoorbeeld de NOS. Toen Charlie Kirk vermoord werd, heeltragisch, heeft de NOS gezegd dat hij gezegd zou hebben – wat pertinentonwaar is – dat alle zwarte vrouwen dom zouden zijn. Dat wordt gewoonuitgezonden! Ik kan u voorbeeld na voorbeeld geven; dan zitten we hiervanavond nog. Maar de waarschijnlijk grootste desinformatiemachine inNederland is toch wel de NPO. Dan ga je je toch afvragen: hoe kan dat?Een ander geluid is niet welkom en dat is dus heel zorgelijk. Dat is hetcentrale punt dat ik hier wil maken, voorzitter.De NPO zou namens de burgers de macht moeten controleren. Dat geldtvoor de massamedia in het algemeen, de traditionele media: de journa-listiek zou natuurlijk een controleur van de macht moeten zijn. Maar het isprecies andersom. De journalistiek in Nederland is helaas verworden totiets wat namens de macht achter kritische burgers aanzit. Dat is wat ergebeurt. Hoe is dat mogelijk? Ik zou graag, en dat is mijn eerste vraag aande Minister, horen hoe de Minister daartegen aankijkt. Erkent hij dat? Ofvindt hij dat de NPO wel degelijk goed werk doet? Het gevolg is natuurlijkdat er een gat ontstaat, en daar springen de sociale media in, dusbijvoorbeeld ...De voorzitter:Er is een vraag van mevrouw Martens-America.Mevrouw Martens-America (VVD):Een heel betoog van de heer Van Houwelingen, maar ik wil graag toe naarde oplossingen, want dit betoog kennen we van de heer Van Houwe-lingen. Bij een paar politieke partijen hier is men in de pen gekropen enheeft men zelf een poging gedaan, of ze het nu met u eens zijn of niet, omhet bestel te verbeteren. Ik heb zoiets van Forum voor Democratie nogniet voorbij zien komen. De discrepantie zit ’m natuurlijk ook in het feit datdit het gevolg is van het feit dat dit de omroepverenigingen zijn, die zichdaarna verenigen onder het verenigingsrecht en dus de vrijheid hebbenom te zeggen wat ze willen zeggen. Wat zou dan het alternatief zijn voorde heer Van Houwelingen om te zorgen dat je daar in de ogen van de heerVan Houwelingen grip op hebt?De voorzitter:Dat waren twee interrupties.De heer Van Houwelingen (FVD):Ik begrijp niet goed wat de omroepverenigingen hiermee te makenhebben, maar ik zal de vraag proberen te beantwoorden. Kijk, hetprobleem met de NPO is – dat probleem zien wij ook bij de EuropeseUnie – dat die onhervormbaar is. Ze kunnen zichzelf pas hervormen, denkik, als hun problemen worden erkend. Maar ik heb net dit foldertje te lezengekregen van de NPO, en ze zien zichzelf – dat is het tweede punt – alsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13536 «feitelijk en betrouwbaar». Punt drie: macht controleren. Ik heb nog nooitmeegemaakt van de NPO dat dat gebeurd is. «Gedeelde waarheid» lees ikin die folder. «Bij oorlogsrampen of grote crises is het cruciaal dat nietiedereen z’n eigen verhaal roept», zegt de NPO hier, «maar dat er eengezamenlijke werkelijkheid bestaat.» Ja, dat hebben we gezien met decoronacrisis! Het is juist in tijden van crisis belangrijk dat informatie vrijkan vloeien.Dit is dus de NPO. Dit foldertje hebben ze net aan ons allemaal gegeven.Er is geen probleembewustzijn. Dit is onhervormbaar, ben ik bang, endaarom willen wij in principe ervan af, hoewel je op zich natuurlijk eengoede NPO zou kunnen hebben. Het idee van een publiek gefinancierdeomroep hoeft niet per se verkeerd te zijn, alleen is in dit geval het enigegoede, de vlag op de modderschuit, Ongehoord Nederland, en die wordtnatuurlijk aan alle kanten aangepakt en aangevallen. Dat is veelzeggend.Wat de NPO nu met die nieuwe hervormingen gaat doen en waar de VVDook voorstander van is, is het lijntje ophalen: er mag nooit meer eennieuwe omroep toetreden, want we moeten natuurlijk niet nog eenOngehoord Nederland krijgen! Dat is de situatie. Ik denk dat de NPOhelaas niet hervormbaar is.Mevrouw Martens-America (VVD):Is de heer Van Houwelingen ervan op de hoogte dat de NPO geen omroepof omroepvereniging is, en dat daarom dus het hele pleidooi van de heerVan Houwelingen niet opgaat, omdat wij het bestel niet op die manierhebben ingericht?De heer Van Houwelingen (FVD):Kijk, je hebt de NPO-organisatie, de overkoepelende organisatie, en jehebt de omroepen, maar ik heb het nu gewoon over het hele bestel en datnoem ik voor het gemak maar even NPO. Dat doen anderen hier aan tafelook. Maar ik bedoel het hele publieke mediabestel; dat is de NPO alsoverkoepelende organisatie en dat zijn inderdaad de omroephuizen diedaaronder hangen. Ja, voorzitter, daar ben ik mij dus van bewust, maar ikzeg af en toe dan even het woordje «NPO».De voorzitter:Tot slot mevrouw Martens-America.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik snap dat het lastig is. Het is ook het makkelijkst om hier een heelpleidooi te houden met enkel quotes, dat u overal tegen bent. Het ismoeilijker om daadwerkelijk een systeem te willen hervormen. De VVDvindt überhaupt dat omroepverenigingen wellicht geen plek meer zoudenmoeten hebben in het bestel. Ik ben altijd zeer verbaasd dat Forum voorDemocratie wel voor zo’n plek is, omdat die toch gebaseerd is op eensysteem uit de vorige eeuw. Ik begrijp het, want Ongehoord Nederland ziterin, maar is de heer Van Houwelingen het dan niet met mij eens dat ookOngehoord Nederland de ruimte krijgt om te zeggen wat ze willen zeggen,omdat er redactionele vrijheid bestaat?De voorzitter:Uw interrupties zijn nu op.De heer Van Houwelingen (FVD):Inderdaad, dat heb ik net ook al een paar keer gezegd. We willen zeker nietnaar het BBC-model toe, waar het nu naartoe lijkt te gaan, met straks ...Uiteindelijk heb je nog één omroephuis over, laten we eerlijk zijn, enwordt het een soort BBC-model. Een motie die we hebben ingediend omdat te voorkomen, werd ook niet aangenomen. Dus daar gaat het nunaartoe. Daar zijn wij tegen, want dan wordt het nog erger. Met het eersteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13537 heeft u dus gelijk, mevrouw Martens: er is enige variëteit. De vlag op demodderschuit is inderdaad Ongehoord Nederland. Daar ben ik heel blijmee. Ik vind het ook heel bijzonder. Laat ik iets positiefs zeggen: ik haddestijds niet verwacht dat Uslu het besluit zou nemen om OngehoordNederland de aspirant-omroepstatus toe te kennen. Dat had ik nietverwacht. Dat laat zien dat er toch enig zelfreinigend vermogen is. Daarwas ik positief over. Alleen wordt nu met de hervorming waar de VVD zo’ngroot voorstander van is, ook dat laatste laddertje opgehaald waardoorON! destijds dat systeem kon binnenkomen. Nu zie ik dat het straks eenclosed shop is. Ik heb er dus geen vertrouwen in dat dat wat kan worden.Dat is onhervormbaar. Daarom zei ik: hoe moet je iets hervormen wat niethervormd kan worden?Mevrouw Nanninga (JA21):Meneer Van Houwelingen noemt ON! als voorbeeld, OngehoordNederland. 75% van de mensen wil dat NPO-omroepen bezuinigen oppersoneel en organisatie. Uitgerekend bij omroep ON! is 14% van hetbelastinggeld uitgegeven aan salarissen en vertrekpremies vanbestuurders. Dat gaat dus aardig in tegen hoe veel mensen willen dat deNPO zou moeten zijn. Ze keren zichzelf ook wel erg veel geld uit.De heer Van Houwelingen (FVD):Dank voor de vraag. Ik kan dat niet beoordelen. Ik kan die omroep nietvergelijken met andere omroepen. Ik moet maar geloven dat wat u zegtwaar is en dat is dan niet goed, nee. Je moet natuurlijk zo min mogelijkoverheadkosten hebben. Het is natuurlijk een beginnende omroep – datweet ik wel, mevrouw Nanninga – die heel veel geld kwijt is aan rechts-zaken die tegen de omroep worden aangespannen, door de NPO. Ze zittenelkaar met ons belastinggeld te bevechten. Dat heeft tonnen gekost, weetik toevallig. En ja, daar gaat dus ook veel geld naartoe, want de NPO wilnatuurlijk als overkoepelende organisatie Ongehoord Nederland, wat eensoort fremdkörper is, het liefst eruit werken. En ja, dat kost ook veel tijd engeld helaas. Dat is waar.Mevrouw Nanninga (JA21):Is het een idee dat je, als je je aansluit bij een organisatie en je tekentervoor dat je je gaat houden aan de voorwaarden van die organisatie, watje dan ook van die organisatie vindt, dat je dat dan ook doet en dat datdan ook een heleboel rechtszaken zou schelen? We kunnen van allesvinden van de NPO, maar als je daar zelf onder wilt hangen en er geld vanwilt krijgen, zou je je ook gewoon aan de afspraken moeten houden. Of jemoet commercieel gaan.De heer Van Houwelingen (FVD):Ja, ook dat ben ik met u eens, maar ik ben geen woordvoerder vanOngehoord Nederland. Als u er problemen mee heeft dat de omroep zicher niet aan zou houden, dan moet u echt even bij Ongehoord Nederlandzijn en niet bij mij. Ze zitten hier en staan u graag te woord, daar twijfel ikniet aan.De voorzitter:Was u al klaar met uw betoog?De heer Van Houwelingen (FVD):Nee, nee, ik zou graag verdergaan.De voorzitter:Vervolgt u.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13538 De heer Van Houwelingen (FVD):Dank. Ik heb mijn eerste vraag aan de Minister gesteld. Je ziet nu dat desociale media, daar was ik, in opkomst zijn. Ik heb ze vaker genoemd:podcasts, Café Weltschmerz, Blckbx, De Nieuwe Wereld en ookOngehoord Nederland dus. Dat is dan positief.De tweede vraag die ik aan de Minister zou willen stellen, gaat over deongezonde band – de heer Bosma refereerde er net ook al aan – tussen depolitiek en de media, vooral de NPO en het publieke bestel. Je ziet datoud-omroeppresentatoren, bijvoorbeeld Pia Dijkstra of recenter Tijs vanden Brink, in de politiek aan de slag gaan. De Tweede Kamer andersom,dat vind ik nog zorgwekkender. We hebben natuurlijk heel veelvoorbeelden: Ed Nijpels bijvoorbeeld zat bij de AVROTROS. Eric van derBurg was voorzitter van de NTS en is nu weer Kamerlid. Martijn van Damwas PvdA-Staatssecretaris en verantwoordelijk voor de verdeling van desubsidies aan de NPO; vervolgens werd hij lid van de raad van bestuurvan de NPO.De voorzitter:Interruptie van de heer Krul. U heeft er nog twee.De heer Krul (CDA):Ik doe ’m onder de 30 seconden, voorzitter. Wat vindt de heer VanHouwelingen van mensen met een politieke kleur die zich bezighoudenmet het controleren, die een rol hebben binnen het bestuur? Wat vindt deheer Van Houwelingen daarvan?De heer Van Houwelingen (FVD):Wat bedoelt u? Kunt u een voorbeeld noemen?De heer Krul (CDA):Bijvoorbeeld leden van een politieke partij die in een raad van toezichtzitten binnen het publiek bestel. Wat vindt de heer Van Houwelingendaarvan?De heer Van Houwelingen (FVD):Mijn betoog is ... Er zou misschien een afkoelingsperiode ... Maar ik vindhet in principe onwenselijk, omdat je het liefst neutrale vertegenwoor-digers zou willen hebben. Maar het hangt er ook vanaf. Als mensen hetkunnen scheiden, is het goed, maar dat is dus – daar wil ik met mijnbetoog naartoe – helaas, denk ik, niet het geval. En ja, dat is eenprobleem.De heer Krul (CDA):De heer Van Houwelingen vindt het dus niet goed dat Simone Kerseboomen Paul Cliteur de raad van toezicht van Ongehoord Nederland vormen?Twee mensen van allebei dezelfde politieke kleur, dat is toch onvoor-stelbaar! Ik hoor de heer Van Houwelingen zeggen: daar moeten we vanaf.De heer Van Houwelingen (FVD):In principe is het inderdaad beter als je dat scheidt, als er een afkoelings-periode is. Daar pleiten wij voor. Het is ook in andere landen heelgebruikelijk dat je een paar jaar ... Dat ben ik dus met u eens. Dat ben ikmet u eens. Maar je moet maar roeien met de riemen die je hebt. VoorOngehoord Nederland is het natuurlijk ook niet makkelijk om überhauptmensen te vinden, omdat die omroep zo verketterd wordt, denk ik. Maardaarover moet u bij Ongehoord Nederland wezen.De voorzitter:Tot slot, meneer Krul.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13539 De heer Krul (CDA):Pleit de heer Van Houwelingen dan voor een afkoelingsperiode of zegt hijdat het überhaupt niet mogelijk moet zijn? Wat is het nou? Als we eenafkoelingsperiode hebben, lijkt het mij ook logisch dat we geen meningmeer hebben over mensen met een politieke kleur die op andere plekkenin het publieke bestel een zetel hebben. Of willen we dat überhaupt niet?Wat is het? Een van de twee.De heer Van Houwelingen (FVD):Ik denk dat een afkoelingsperiode het meest wenselijk is, als u mij datvraagt. Die bestaat ook bij Ministers en lobbyisten. Dat is helemaal nietongebruikelijk. Je ziet het in andere landen ook. Maar oké, daar kun jeover debatteren. Het punt dat ik wil maken, is dus – ik vervolg mijnbetoog, voorzitter – dat je een draaideur ziet ...De voorzitter:Nou nee, want de heer Mohandis heeft ook een vraag.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Wat ik een beetje lastig vind aan dit hele betoog met verwijten aanpersonen die actief waren bij een politieke partij, is dat dat verwijtomgekeerd ook te maken is. Was de heer Van Houwelingen niet ookbetrokken bij de oprichting van Ongehoord Nederland? Klopt dat?De heer Van Houwelingen (FVD):Ja, maar toen was ik in ieder geval geen Kamerlid. Dat maakt uit. Hetprobleem is het rouleren. Kijk, het zou nog kunnen werken – laat ik evenmet u meedenken – als het zo zou zijn dat ook PVV’ers en FVD’ers bij depublieke omroep zitten. Dan had je nog een soort balans. Die is er nutotaal niet en het gevolg daarvan is dus dat die hele publieke omroep– dat is het grote probleem dat we hebben – niet meer divers is. Je hebtsteeds maar één gezichtspunt, en dat wordt versterkt door dat baantjes-carrousel. Als ooit ook een PVV’er of een FVD’er welkom zou zijn, wat iknog dubieuzer vind, dan wordt het in ieder geval minder problematisch,zou ik zeggen.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Nou, de directeur – of de voormalig directeur, ik weet niet of ze het nogis – van Ongehoord Nederland is een oud-PVV-Kamerlid. Als we nu echtnaar die verwevenheid gaan kijken, dan kan ik nog de hele avond door;dat zal ik niet doen. Maar ik vind uw betoog gewoon niet helemaallogisch. Als u toch zo opkomt voor Ongehoord Nederland, komt u dan ookop voor die andere aspirant-omroep? Ook zij, Omroep ZWART, zullenimmers door de review moeten om te mogen blijven, of niet. Strijdt u ookvoor hen of krijgen we een halve motie aan het einde van uw betoog?De heer Van Houwelingen (FVD):Welke motie bedoelt u?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Of een voorstel. Ik weet niet of u een voorstel gaat doen, maar u heeft hetvooral over Ongehoord Nederland, dat dat belangrijk is. Dan ben ikbenieuwd of u ook opkomt voor die andere aspirant-omroep waarvan nogniet zeker is wat zijn toekomst is, want dat zal afhangen van de review enhoe je die omroephuizen gaat inrichten. Komt u ook op voor die andereaspirant-omroep, Omroep ZWART, of komt u alleen op voor aspirant-omroep Ongehoord Nederland? Dat is de vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13540 De heer Van Houwelingen (FVD):Ik ben niet van plan, zeg ik via de voorzitter, om moties in te dienen of watdan ook voor Ongehoord Nederland of voor welke omroep dan ook. Ikdraag alle omroepen ... Ongehoord Nederland vind ik natuurlijk inprincipe de beste omroep binnen het bestel, omdat die ten minste nogeen ander geluid vertegenwoordigt. Maar als Omroep ZWART een andereomroep is die ook weer een ander geluid uitdraagt: het is het idee van hetbestel dat het zo divers mogelijk moet zijn. Dat zou dan mijn antwoordzijn, voorzitter.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Van Houwelingen (FVD):Ja, ik ga door. Het probleem met dat baantjescarrousel is dus dat nu desituatie is ontstaan dat de publieke omroep vaak partij kiest. Dat zeg ik ookrichting de heer Mohandis. Dat hebben we bijvoorbeeld in de verkie-zingstijd gezien met die Kaag-documentaire. Dan wordt er een documen-taire gemaakt in overleg met een ministerie. Dat zal natuurlijk nooit meteen PVV-politicus gebeuren – dat begrijpt u wel – of met een van ons.Maar bij D66 gebeurt dat dan wel. Of neem de documentaire Jesse. Die isweliswaar niet uitgezonden, maar u zult ’m kennen, van BNNVARA. Het isnatuurlijk te gek voor woorden dat de publieke omroep dat doet, inverkiezingstijd nota bene, en dat men die in het geval van dieKaag-documentaire nog uitzendt ook. Dan heb je dus een verwevenheid.Die verwevenheid is er trouwens ook elders, als ik nog heel kort mag, endaar wil ik ook nog een vraag over stellen aan de Minister. Uit dit rapportvan de CTIVD maak ik op dat die verwevenheid er ook is tussen deinlichtingendiensten en journalisten. De Minister weet dat ongetwijfeld. Ikheb hier het toezichtsrapport van de CTIVD over de inzet van journalistenals geheim agent. Dat gebeurt door de AIVD en ook door de MIVD. Wehebben dus journalisten in Nederland rondlopen die betrokken zijn bij deinlichtingendiensten. We hebben geen idee hoeveel het er zijn. We wetenniet wat ze doen en welke instructies ze wellicht krijgen. Ik vind datzorgelijk en heb het natuurlijk ook al aan de Minister van Defensie en deMinister van Binnenlandse Zaken gevraagd. Die geven daar geenantwoord op.Misschien zou de Minister – hij zit daar – het een goed idee vinden om aanjournalisten of aan de NPO te vragen om eens via een enquête na te gaanhoeveel journalisten in Nederland banden hebben met inlichtingen-diensten, want daar ben ik dus heel bezorgd over. Nogmaals, journalistenhoren de macht te controleren. Ze horen dus geen verlengstuk van diemacht te zijn. Ik ga naar een afronding toe.De voorzitter:Kunt u afronden?De heer Van Houwelingen (FVD):Ja, ik zag u al kijken, voorzitter. Mijn laatste vraag, die ik ook nog evengesteld wil hebben, gaat over het Commissariaat voor de Media. Wijkrijgen daar heel veel zorgwekkende berichten over. Niet alleen de NPO,maar ook alle hoofdredacteuren en alle omroepen hebben brievengestuurd naar het commissariaat over dat het niet goed functioneert endat het zich heel activistisch opstelt. Hoe kijkt de Minister daartegenaan?Is hij misschien bereid om daar met het commissariaat over te gaanpraten?Nu rond ik mijn betoog helemaal af, voorzitter. Mijn betoog is kortsamengevat dat de journalistiek – het geldt vooral voor de NPO – eens eenkeer haar werk moet gaan doen en de macht moet gaan controleren inplaats van dat ze namens de macht elke keer weer een dominant verhaal,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13541 dat de macht goed aanstaat, in markt zet. Zo is het nu. Dat is toch wat ikzie gebeuren. Zo bewaakt ze het «Overtonvenster», zoals dat dan heet, enhandhaaft ze een opiniehegemonie. Dat is heel zorgwekkend. Dat zou dejournalistiek in Nederland, en dan vooral de NPO, zich aan moetentrekken.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. U heeft nog één minuut voor de tweede termijn straks. Dan ishet woord aan de heer Markuszower van de Groep Markuszower.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over het gedeelte Media vande begroting OCW. Onafhankelijke media zijn natuurlijk een groot goed inde democratie. Sterke onafhankelijke media die de machthebbers van eenland kritisch volgen, fungeren als de waakhond van de democratie.Sommige media worden gefinancierd van belastingcenten. Een miljardeuro per jaar gaat naar de NPO, de publieke omroep, en dus is het niet zoraar dat wij hier in de Tweede Kamer zo nu en dan eens kritisch bekijkenof dat geld nou goed besteed wordt. Onze fractie wil dat miljard het liefstaan de mensen thuis teruggeven. Dan houden ze meer geld in hunportemonnee over en met dat geld kunnen ze bijvoorbeeld wat makke-lijker boodschappen doen of een Netflixabonnementje nemen. Degemiddelde Nederlander kijkt anno 2026 namelijk heel anders tv dandertig of zelfs tien jaar geleden. Een piepkleine bezuiniging wordtvoorgesteld en heel Hilversum is in paniek. De drogredenen vliegen onsom de oren. Zo zou de publieke omroep ons, de Nederlander, beschermentegen zogenaamde desinformatie die verspreid zou worden via socialeme-diaplatforms of grote techbedrijven. Laat mij niet lachen. Eenieder die eenbeetje heeft gevolgd hoe de NPO verslag heeft gedaan van – de heerBosma refereerde er ook al aan – bijvoorbeeld de barbaarse slachtingdoor monsterlijke Hamasterroristen in Israël op 7 oktober 2023 en deverdedigingsmaatregelen die Israël daaropvolgend heeft moeten nemen,weet dat juist de NPO desinformatie heeft verspreid. Als u mij had gezegddat die P voor Palestijnse propaganda staat in plaats van voor publiekeomroep, had ik dat veel eerder geloofd.De NPO-beleidsmakers lijken bevangen door een woke, links, globalistischperspectief en staan dus mijlenver af van wat de gewone Nederlanderverwacht van de publieke omroep, namelijk geen indoctrinatie, maarobjectieve en waarheidsgetrouwe berichtgeving. De voorbeelden zijn ookal door andere sprekers voor mij genoemd, dus die sla ik even over. Er zijnveel voorbeelden te noemen – die zijn dus net genoemd – van verspillingvan belastinggeld door de NPO. We hebben het dan nog niet eens gehadover de gang van zaken rondom het Songfestival. Daarbij trekt de linksedirecteur van AVROTROS, die ooit Omroep Groen wilde oprichten,eigenhandig de Nederlandse deelname in vanwege blinde haat naarIsraël. We hebben het ook nog niet gehad over de talloze optredens vanD66-leider Rob Jetten in NPO-producties als De slimste mens en aan deNPO-talkshowtafels in aanloop naar de verkiezingen. Uiteraard mag ookde NOS niet ontbreken in dit rijtje, met haar compleet vooringenomenverslaggeving: altijd pro-Extinction Rebellion, pro-Hamas en anti-Trump.Het is al gezegd. Een mooi voorbeeld is de zogenaamde objectieveverslaggeving over Charlie Kirk. De vorige spreker refereerde hieraan.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Krul.De heer Krul (CDA):Nee, voorzitter, ik heb een punt van orde. Het voelt een beetje als mosterdna de maaltijd, als ik heel eerlijk ben. Maar we gaan nu op individuele titelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13542 mensen Israëlhaat toeschrijven en ik vind dat echt te ver gaan. Je kan eenmening hebben over de publieke omroep en alles; dat snap ik helemaal.Maar iemand wordt nu bijna op individuele basis zoiets verweten. Datvind ik eigenlijk niet kunnen.De voorzitter:Ik vind over het algemeen dat er heel veel namen vallen van mensen diezich niet kunnen verdedigen. Daar zou ik dus sowieso iets van willenzeggen. Misschien kan meneer Markuszower daar even rekening meehouden.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ik heb geen naam genoemd, maar heb gerefereerd aan waarom datSongfestival nou geschrapt moest worden. In mijn taxatie was de haattegen Israël van die omroep, van die omroep, groter dan de liefde voorhet Songfestival. Dat is een zeer geliefd programma. Vele mensen kijkendaar altijd met veel plezier naar. Maar blijkbaar was de haat tegen Israëlgroter bij die omroep.Ik sla wat over, omdat vorige sprekers daar ook wat over hebben gezegd.De kern van de zaak is duidelijk: in werkelijkheid wil de huidige publiekeomroep de democratie niet per se beschermen, maar vooral de eigenpolitiek correcte kijk op de zaak in stand houden en natuurlijk, niet tevergeten, de luxe baantjes met de royale salarissen die daarbij horen,behouden. Het is al eerder gezegd: 85% van de Nederlanders is het eensmet de aangekondigde bezuinigingen. De bezuiniging van150 miljoen euro die nu voorligt, is een mooie start, maar wat ons betreftslechts het begin. Er kan veel meer bezuinigd worden. Want waaromwerken er eigenlijk zo’n 500 mensen bij de linkse activistische omroepBNN-VARA? Waarom werken er 700 mensen bij de politiek vooringe-nomen NOS? Wat te denken van de honderden mensen bij deNPO-organisatie zelf, die geen minuut aan zendtijd vullen, maar enkel enalleen toezicht houden en toezien op het «coördinatieproces»? Het isallemaal te gek voor woorden en niet eens pluriform, want het zijnallemaal hetzelfde soort mensen. De publieke omroep vormt op geenenkele manier een afspiegeling van de opvattingen en wensen van deNederlandse bevolking en onderneemt ook op geen enkele manier eenpoging om dat wel te zijn. Want wat gebeurt er als een omroep met eenécht ander geluid komt, zoals Ongehoord Nederland? Zo’n omroep wordtop allerlei manieren tegengewerkt, niet geaccepteerd en buitengesloten.Het kwam in 2023 zelfs bijna tot een verbod. Vanwege het eenzijdigegeluid dat de publieke omroep uitdraagt, is deze eerder een ondermijningvan de democratie dan een garantie ervan.Lokale en regionale omroepen willen wij op dit moment juist ontzien vanbezuinigingen. Die omroepen staan veel dichter bij de mensen en brengenlokaal nieuws, cultuur en sport. Zij doen er echt toe voor de gewoneNederlanders, in hun eigen gemeente of provincie. Zij zijn vaak veelminder ideologisch belast en veel meer gericht op wat er echt leeft in eensamenleving.Mevrouw Oualhadj (D66):Ik zou de heer Markuszower graag willen vragen wat hij precies bedoeltals hij zegt dat de omroep Ongehoord Nederland is tegengewerkt. Inwelke zin bedoelt hij dat?De heer Markuszower (Groep Markuszower):De heer Van Houwelingen refereerde er ook aan. Er zijn processengeweest. Ze zijn tegengewerkt. Kijk naar waar zij van werden beschuldigd.Vergelijk dat dan met wat andere omroepen tegelijkertijd doen. Dan is devraag waarom zij zo’n harde tik kregen, maar de andere omroepen niet,terwijl die precies hetzelfde deden, namelijk nepnieuws produceren enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13543 uitzenden of steeds heel eenzijdig naar een zaak kijken en daar heeleenzijdig over berichten. Ongehoord Nederland kreeg daarvoor op zijnfalie, maar die andere omroepen werden met rust gelaten. Dat noem ik«tegenwerking».Mevrouw Oualhadj (D66):Dank voor dit antwoord. Is de heer Markuszower ook bekend met dejournalistieke code? Hoe verhoudt het zogenaamde tegenwerken vanOngehoord Nederland zich tot die journalistieke code, waar die zich nietaan heeft gehouden?De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ik wil best met u meegaan in het idee dat er dingen misschien niet pluiswaren bij sommige omroepen. Mijn punt is: waarom krijgt OngehoordNederland zo’n harde aanpak, maar die andere omroepen niet? Ik noemdenet in dit debat het Jeugdjournaal al. Dat wordt ook door een omroepuitgezonden. Dat verspreidt gewoon gif, pro-Hamas-gif. Onze kinderenworden daarmee vergiftigd. De woordvoerder van het CDA heeft het danover een snoepreclame of iets dergelijks tijdens zo’n uitzending. Dat zoudan heel erg zijn. Maar tegen het echte gif dat er tijdens zo’n uitzendingwordt uitgezonden, pro-Hamas- en pro-terreurgif, wordt niks gedaan.Maar als Ongehoord Nederland een verkeerde opmerking maakt of ietszegt dat niet zo goed valt, huppakee, dan wordt er gelijk met alle middelenen voor honderdduizenden euro’s aan advocatenkosten, gekeken hoe dieomroep kapot kan worden gemaakt. Doe hetzelfde bij die andereomroepen, of doe het bij helemaal niemand.De voorzitter:Tot slot.Mevrouw Oualhadj (D66):Tot slot. Mijn vraag was een andere, namelijk hoe dat zich verhoudt tot diejournalistieke code waar alle omroepen zich aan dienen te houden. Daargaat mijn vraag over.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ik ben niet de toezichthouder; dat moet u echt met de toezichthouderbespreken. Ik ga ervan uit dat er vrijwel geen journalisten zijn die zichdaaraan houden. Als ik naar NPO-programma’s kijk, vooral naar dietalkshows, dan lijkt het erop dat niemand zich echt aan die journalistiekecode houdt. Ik zie namelijk heel veel nepnieuws mijn ether binnenkomen.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Markuszower (Groep Markuszower):De bezuinigingen zijn dan ook geen bedreiging voor de democratie, maareen terechte besparing waar de belastingbetaler recht op heeft, zodat dezaken die werkelijk van belang zijn, een dak boven het hoofd of een goedemedische behandeling, weer wat goedkoper kunnen worden.De aangekondigde hervormingen van het publieke bestel door deinregeling van de omroephuizen wordt gepresenteerd als een garantievoor pluriformiteit, maar naar onze mening zorgt die eerder voor nogmeer eenzijdigheid van het geluid van de publieke omroep. De voorge-stelde omroephuizen zijn niets anders dan een machtsgreep van de groteomroepen. Dit blijkt uit diverse documenten die ze zelf hebben opgesteld.De grote omroepen willen naar een nieuw systeem van – drie; ik hoor netvier-plus-een, allemaal ingewikkeld – een aantal huizen. Het gaat om deeerdergenoemde AVROTROS ... Ik zal dat laten gaan vanwege de tijd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13544 Ze willen dus naar die omroephuizen. Nogmaals, die omroephuizen zijnniets meer dan een vorm van verkapte censuur die zorgt voor uitsluitingvan de echt andere geluiden, die binnen dit nieuwe bestel vermorzeldzullen worden. Naar aanleiding van mijn vraag aan mevrouw Martens: hetis mij ook niet duidelijk. Ik stel de vraag graag aan de Minister. Hoe ziet deMinister het voor zich, als sommige omroepen geen dak, geen thuiskunnen vinden in die omroephuizen? Wat gebeurt er met die omroepen,welke zijn dat en wat zijn de consequenties? Hoe ziet hij dat?Het Nederlandse volk verdient beter dan deze nieuwe machtsgreep: eentotaal eenzijdige publieke omroep met haar waardeloze – vaak, niet altijd –en politiek gekleurde producties die bakken met belastinggeld kosten. Ikzal in tweede termijn een motie indienen die oproept de bezuinigingen temaximaliseren, maar de plannen voor de censuurhuizen naar deprullenbak te verwijzen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van der Plas van de BBB.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel, voorzitter. De publieke omroep speelt voor heel veel menseneen belangrijke rol bij het duiden van gebeurtenissen in Nederland endaarbuiten, maar het mediagedrag verandert snel. Jongere generatieskijken minder gewone televisie, digitale platforms winnen terrein en hetvertrouwen in traditionele media staat onder druk. Juist daarom is hetbelangrijk dat de publieke omroep, inclusief de NOS als zelfstandigetaakomroep binnen het NPO-bestel, aantoonbaar voldoet aan dewettelijke normen. De afgelopen jaren zien we in rectificaties en publiekediscussies signalen dat naleving van die normen niet altijd consequentverloopt. Het gaat daarbij niet om intenties of individuele fouten, maar omvragen rondom structuur en borging. In het publieke debat staat nu vaakeen handvol mediavoorbeelden centraal, maar dat leidt af van dehoofdvraag, die wel aan deze Kamer is: is het toezicht op die wettelijkenormen voldoende ingericht? Die vraag raakt niet alleen de NPO, maarook ons als parlement. Publieke media worden met belastinggeldgefinancierd – we hoorden het bedrag hier al: 1 miljard euro – en publieketaken vragen ook om publieke verantwoording.Voorzitter. Andere landen hebben laten zien dat een scherp toezichtsamengaat met redactionele onafhankelijkheid. Het Spaanse model,waarin een parlementaire commissie niet inhoudelijk stuurt maar toezietop naleving van processen en normen, biedt een interessante vergelijking.Daar wordt gecontroleerd op structuur: hoe werkt hoor en wederhoor, hoeworden de bronnen gewogen, hoe wordt openheid geborgd? Dat gaat nietover uitzendingen, maar over governance oftewel bestuur, beheersing entoezicht. Is de Minister bereid om te verkennen hoe een Nederlandsevariant van de Spaanse parlementaire controlecommissie kan bijdragenaan transparantie, vertrouwen en borging van onafhankelijkheid zonderaan redactionele vrijheden te tornen? Kan de Minister de Kamer eenoverzicht sturen van mogelijke modellen voor versterkte democratischeverantwoording van de publieke omroep, inclusief het Spaanse model eneventuele alternatieven? En is de Minister bereid om de voordelen en denadelen daarvan per model overzichtelijk in beeld te brengen?Mevrouw Oualhadj (D66):Ik zou mevrouw Van der Plas willen vragen hoe het voorstel dat ze zojuistpresenteerde, verschilt van de instituties die wij hebben, dus van hetCommissariaat voor de Media, de Ombudsman et cetera.Mevrouw Van der Plas (BBB):Het verschil is een parlementaire commissie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13545 Mevrouw Oualhadj (D66):Ja, dat snap ik. Maar wat is dan inhoudelijk het verschil?Mevrouw Van der Plas (BBB):Wat ik net al zei; ik ga even terug naar mijn tekst. Het Spaanse model ziettoe op de naleving van de processen en normen. Ik vind dat een interes-sante vergelijking, omdat er wordt gecontroleerd op de structuur. Wijvoeren hier wel debatten, maar een aparte parlementaire commissie dietoetst aan wat het Commissariaat voor de Media doet, lijkt mij eeninteressante vorm. Ik zeg niet dat wij het hier moeten invoeren omdat hetallemaal niet klopt wat hier gebeurt. Maar ik vraag wel aan de Minister omdaar een verkenning naar te doen en te kijken of dat hier ook zou passen.De voorzitter:Tot slot.Mevrouw Oualhadj (D66):Ik vraag dat omdat het, als we het parlementair maken, lijkt op politiekeinhoudssturing. Volgens mij hebben we het in Nederland juist zogeorganiseerd dat het op afstand is georganiseerd, dus via onafhankelijketoetsing en niet via politieke druk. Is dat dan wat mevrouw Van der Plasbedoelt?Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik heb erbij gezegd dat het niet gaat over de inhoud van de programma’s.De voorzitter:Maar meneer Mohandis heeft ook een vraag.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik probeer uw voorstel goed te volgen. Naar aanleiding van uw opiniestukheb ik geprobeerd me te verdiepen in het Spaanse systeem, ook al is hetSpaans van mijn ouders wel oké maar van mij niet. Toch heb ik metTranslate geprobeerd het te begrijpen. Dat was wel zoeken naar waarin ditnou werkelijk verschilt van de rol die wij de afgelopen jaren hebbenvervuld. Dat is mijn vraag aan mevrouw Van der Plas. De heer Bosma isnestor in deze commissie en ik loop ook al wat langer mee. We proberennatuurlijk ook vanuit de mediacommissie te sturen op structuren omdingen, kaders, mee te geven. De heer Elias heeft de ombudsman in hetleven geroepen via een motie; dan heb ik het over de NPO-ombudsman.Het is zoeken naar wat zo’n parlementaire commissie meer kan dan onzecontrolerende rol via het kabinet, ook op het punt van de financiering, hetbestel en de structuren. Het is voor mij dus zoeken naar wat dit werkelijkméér gaat doen.De voorzitter:Twee interrupties.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank voor deze vraag. Ik dacht overigens dat de heer Mohandis al doorzijn interrupties heen was, maar hij is natuurlijk hartstikke welkom omdeze uitgebreide vraag te stellen.De voorzitter:De heer Mohandis geeft lange antwoorden, maar hij had nog niet zoveellange vragen gesteld.Mevrouw Van der Plas (BBB):O, hij had geen interruptie. Hij had geen antwoorden meer; daar ging heteigenlijk om.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13546 De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Van der Plas (BBB):Oké, dank u wel. Dat is juist waarom ik de Minister vraag om eenverkenning, namelijk om te kijken hoe dit beter kan worden ingericht enhoe dit beter kan worden geborgd. Het Verenigd Koninkrijk heeft ook eenmodel en heeft recent de BBC gewoon opgedragen om primetime iets terectificeren. Ik ben daar dus gewoon zoekende naar. Ik ben zelf 35 jaarjournalist geweest. Wat ik graag wil, is dat het vertrouwen in de media inhet algemeen, dus in alle omroepen, met welke politieke kleur dan ook,wordt hersteld. Alles wat wij daaraan kunnen doen, moeten we doen,want het werkt op dit moment niet. We zien in de samenleving dat hetvertrouwen in de traditionele media gewoon echt fors minder isgeworden. Ik hoor dat ook overal om mij heen, niet alleen in mijn eigenbubbel, maar overal waar ik kom. Mensen die ik spreek op straat hebbenhet daar heel vaak over. Dat is toch niet wenselijk? Dat is eigenlijk devraag. Vandaar dat ik naar die verkenning vraag.De heer Van Houwelingen (FVD):Heel kort. Dit is ontzettend interessant. Kunt u misschien wat voorbeeldendaarvan geven? Wat zeggen mensen dan tegen u? Waarom vertrouwen zede media niet meer?Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik kan daar zeker voorbeelden van geven. Mensen zeggen bijvoorbeeldtegen mij: hoe kan het toch dat er bijvoorbeeld bij de NOS of bijprogramma’s die bij de NPO worden uitgezonden, helemaal niets wordtgezegd over de rol van Hamas in alles wat er in de afgelopen jaren isgebeurd? Mensen zeggen tegen mij: ik hoor op het nieuws zeggen «Datverklaart het Ministerie van Gezondheid in Gaza», zonder dat daarbijverteld wordt dat dat Ministerie van Gezondheid Hamas is. Mensenhebben niet het gevoel dat zij goed genoeg worden geïnformeerd.Daarmee worden heel veel kijkers in Nederland ook op het verkeerde beengezet, want als ik vervolgens aan mensen om mij heen vraag of zij ervanop de hoogte zijn dat het Ministerie van Gezondheid Hamas is, eenterroristenclub, kijkt de helft van de mensen mij wezenloos aan. Diehebben echt geen idee. Het laatste voorbeeld dat ik kan noemen – ik hebheel veel voorbeelden, want ik heb hier een hele stapel – is heel sprekend:na de moord op Charlie Kirk werd gewoon gezegd dat hij alle vrouwen«dom» had genoemd en dat zo’n aanslag wel te verwachten was, terwijlhij dat volstrekt niet heeft gezegd.Mensen worden dus gewoon op het verkeerde been gezet. Mensenworden daar boos over. Mensen voelen zich eigenlijk ook een beetje alsdom neergezet, alsof zij zelf niet naar die informatie kunnen zoeken enalsof wat hun op televisie wordt verteld de waarheid is. Maar mensenzoeken wél zelf en zien dan ook dat het allemaal eigenlijk veel genuan-ceerder ligt en dat de context helemaal ontbreekt. Dat is gewoon waaromhet vertrouwen in de traditionele media fors is afgenomen. Ik zeg niet«alle»; ik zeg ook niet «alle programma’s» en ik zeg ook niet «allenieuwsuitzendingen», maar het komt wel heel vaak voor. Ik vind dat wijdat signaal serieus moeten nemen. Wij zijn hier de Tweede Kamer en wijgeven hier ook kaders aan. Wij moeten dit onwenselijk vinden en wijmoeten ook proberen daar iets aan te doen, zodat het vertrouwen wélhersteld wordt.De voorzitter:Er komen nog een paar interrupties aan voor u, mevrouw Van der Plas,dus graag iets korter antwoorden. Eerst de heer Krul.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13547 De heer Krul (CDA):Het is niet wenselijk dat mensen het vertrouwen in de media verliezen. Wezoeken naar een oorzaak. Zou een oorzaak ook kunnen zijn dat politici eralles aan doen om dat wantrouwen te voeden, vraag ik aan mevrouw Vander Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Kijk, daar gaan we weer. Dit is precies wat ik ook in mijn opiniestukafgelopen week in De Telegraaf schreef. Zodra je kritisch bent op de mediaof op wat er ergens in een programma is gezegd, gaat het meteen over dekritiek die je levert, maar we hebben geen debat over de argumenten dieje daarvoor hebt. Ik vind het zó plat om steeds te zeggen «dat komt omdatjij dit of dat hebt gezegd» of «dat komt omdat jij dat en dat hebt gezegd».Ik heb net allerlei voorbeelden genoemd. We moeten die signalen uit desamenleving ook serieus nemen. Ik wil daar een goed, inhoudelijk debatover. Mensen mogen het totaal met mij oneens zijn en ik mag het totaalmet anderen oneens zijn, maar dan hebben we in ieder geval een debat.Hiermee sla je het publieke debat zo plat ... Daar ga ik gewoon niet aanbeginnen.Mevrouw Oualhadj (D66):Ik zou mevrouw Van der Plas toch mee willen geven dat er een verschil istussen kritiek hebben en verdacht maken op grond van ongefundeerdemeningen en suggesties. Dat is volgens mij een belangrijk verschil. Ik benwel blij te horen dat mevrouw Van der Plas graag wil dat het vertrouwenin de media weer wordt hersteld. Maar dat vertrouwen in traditionelemedia neemt natuurlijk ook af – die geluiden hoor ik ook – wanneer eenvicepremier veel twijfel zaait over diezelfde media. Dat is weer wat ik hoorqua geluiden.De voorzitter:Twee interrupties.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik ben het daar niet mee eens. Ik denk dat daarover ook al heel veelgezegd en geschreven is. U doelt op Mona Keijzer en haar tweet,overigens niet op haar Ministersaccount maar op haar persoonlijkeaccount, met een tongue in cheek, zoals dat heet. Echt, hoeveel geld hetwel niet heeft gekost qua talkshows om het te hebben over de tweet vanMona Keijzer ... Letterlijk elke talkshow, elk nieuwsprogramma ging er eenweek lang over: disproportioneel. Ik vind dat we er een goed debat overmoeten hebben. Nogmaals, ik ben 35 jaar journalist geweest. Weet u hoedat vroeger ging op een redactie? De deur stond open en als een burgerhet niet met je eens was, kwam die gewoon binnenlopen, roepend enschreeuwend dat hij het niet eens was met wat je had opgeschreven. Jenodigde meneer of mevrouw uit voor een bakje koffie. Dan ging je zittenen dan was het «we zijn het erover eens dat we het niet eens zijn» of je zei«schrijf maar een brief of dien een klacht in». Dat is van alle tijden, kritiekop de media, ook toen ik bij de kranten werkte. Daarom zei ik in hetopinieartikel ook dat persvrijheid ook een kwestie is van kunnen omgaanmet kritiek en daarover een publiek debat of een discussie voeren.De voorzitter:Een vervolgvraag.Mevrouw Oualhadj (D66):Begrijp ik nou goed van mevrouw Van der Plas dat mevrouw Keijzer duseen kopje koffie had kunnen gaan drinken op de redactie? Ik begrijp dandat het vroeger anders ging. Ik begrijp ook niet helemaal wat mevrouwVan der Plas bedoelt met «het persoonlijke account». Is het dan niet deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13548 vicepremier die spreekt? Hoe moet een burger nou precies weten of eenvicepremier al dan niet op persoonlijke titel communiceert? We hebben inhet verleden ook voorbeelden gezien. Oud-politicus Nawijn zei ooit dat hijals mens weliswaar voor de doodstraf was, maar als Minister tegen. Overwie hebben we het nou precies? Hij kreeg het daar ook niet per se heelmakkelijk mee.De voorzitter:Uw interrupties zijn nu op.Mevrouw Van der Plas (BBB):We gaan de discussie weer helemaal opnieuw doen. Nogmaals, een weeklang is het in elke talkshow urenlang hierover gegaan. Tel daar even devoorbereiding van de redacteuren bij op, de voorbespreking, hetuitnodigen van gasten en alle kosten die daarmee zijn gemoeid. De NPOwordt gewoon gefinancierd met belastinggeld. Dat is 1 miljard euro. Danben je niet gevrijwaard van kritiek. Daar wordt hier zo ongelofelijkkrampachtig mee omgegaan. Wij vertellen niet wat Pauw en De Wit al danniet in het programma mogen hebben of welke gasten ze wel mogenuitnodigen en welke niet. Wij bemoeien ons niet met de inhoud.Maar of ze een kopje koffie had moeten drinken? Dat moet u aanmevrouw Keijzer vragen; daar ga ik niet over. Ik leg alleen uit datjournalisten vroeger niet zo krampachtig waren over kritiek. Dat hoordegewoon bij je vak. Dat was niet altijd leuk, maar het hoorde erbij. Weet je,dan beginnen we weer hierover en ik wil het hier wel de hele avond overhebben, maar mij gaat het om de hoofdlijn hierbij, namelijk of je wel ofniet iets van kritiek mag hebben op een organisatie die – mind you – perjaar 1 miljard euro belastinggeld krijgt en of we wel of niet willen helpenom het vertrouwen in die publieke media te herstellen. Dat gaan we nietbereiken door constant dingetjes plat te slaan, zo van: die zei toen dit endie zei dat en dat mag niet. We moeten het hierover hebben. Dat blijktgewoon te leven in de hele samenleving, dat blijkt ook uit de enquête vanDe Telegraaf. Laten we dat gewoon doen en laten we niet zo krampachtigen hysterisch doen.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Mevrouw Van der Plas gaf precies het antwoord op de vraag die ik had.Een geweldig antwoord; daar ben ik het helemaal mee eens.De voorzitter:Goed zo! Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Van der Plas (BBB):Voorzitter. Behalve bij de journalistieke norm willen we ook stilstaan bij depluriformiteit, oftewel de veelzijdigheid binnen het bestel zelf. Metuitzondering van enkele uitgesproken omroepen is het voor het publiekvaak moeilijk te herkennen waarin organisaties werkelijk verschillen.Pluriformiteit, oftewel veelzijdigheid, is een kerntaak van het bestel, maardan moet die veelzijdigheid wel zichtbaar zijn.Daar komt bij dat de NPO-begroting voor 2026 een tweede zorgpuntblootlegt: de bezuinigingen worden vrijwel volledig neergelegd bij hetprogrammabudget, terwijl de bestuurslaag en de managementstructurengrotendeels ongemoeid blijven. Dat betekent dat redacties, programma’sen makers als eerste geraakt worden, terwijl de overhead niet meebe-weegt. Dat is moeilijk uit te leggen en staat haaks op sober organiseren.Als een publieke taak onder druk staat, moet een organisatie bij zichzelfbeginnen en niet bij de inhoud. Vindt de Minister het verdedigbaar dat detop van een raad van bestuur, raad van toezicht en directie- en manage-mentlagen nagenoeg volledig worden ontzien, terwijl programma’s enmakers al wel fors worden geraakt? Kan de Minister uitleggen op basisTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13549 waarvan de NPO stelt dat men zich voorbereidt op bezuinigingen? Is hetbeeld juist uit de begroting en de jaarverslagen van de NPO dat er geenconcrete plannen zijn om de bestuurscultuur te verkleinen? Zo niet,waarom is er onlangs een tweede bestuurder bij de EO gekomen? Is deMinister bereid de NPO op te dragen een transparant bezuinigingsplanaan te leveren waarin duidelijk is welke interne lagen wordenafgeschaald?Voorzitter. Ik wil heel kort ingaan op de regio. De heer Ceder gaat dat ookdoen. Regionale omroepen zijn essentieel voor de lokale democratie, voorde controle op gemeentebesturen en voor de herkenbaarheid voorinwoners. Juist de regionale journalistiek staat onder druk. Hoe voorkomtde Minister dat regionale redacties worden opgeslokt door landelijkeformats en zo hun eigen identiteit en controlefunctie kwijtraken?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Ceder van de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Het is goed dat we vandaag spreken over demedia. Er is al veel gezegd. Voor de ChristenUnie zijn een sterke publiekeomroep, pluriforme media en onafhankelijke journalistiek van grootbelang. Logischerwijs gaat er veel aandacht uit naar de publieke omroep.Over veel programma’s hebben we al de aankondiging gehad dat zemoeten stoppen. De EO liet bijvoorbeeld weten te stoppen met hetontwikkelen van dramaseries en documentaires, terwijl een serie als DeJoodse Raad veel lof ontving en de omroep ook veel unieke documen-taires heeft gemaakt.Voorzitter. Het valt me op dat dergelijke keuzes door de NPO wordengemaakt, terwijl zij slechts beperkt snoeien in de flinke groei vanbijvoorbeeld het aantal medewerkers de afgelopen jaren. Zoudenomroepen daar zelf niet meer over te zeggen moeten hebben? Ik zoudaarop graag een reflectie willen.In de kaderbrief werd gesteld dat er vier of vijf omroephuizen zoudenmoeten komen en dat het aan de omroepverenigingen is om tot eenverdeling te komen. Houdt die belofte stand? Ik heb net kennisgenomenvan het voorstel van de drie formerende partijen; ik zal naar de tekstkijken. Klopt het dat het nog steeds aan de omroepverenigingen is om toteen verdeling van de omroephuizen te komen? Zo kan er gesnoeidworden in de overheadkosten, maar blijft er wel ruimte voor plurifor-miteit. Is dat het uitgangspunt van de Minister?Wordt in de nieuwe wet ook het ledencriterium verankerd als manier ommaatschappelijke verankering aan te tonen? Ik hoor graag een concretetoezegging van de Minister.Daarnaast zie ik een wonderlijke gang van zaken rondom hetamendement-Bontenbal – het ging er al over – waarin de verlaging van derijksbijdrage duidelijk is gekoppeld aan het ophalen van meeronlinereclame-inkomsten voor de Ster. Mijn fractie is er duidelijk over enik weet dat het CDA dat ook is geweest, bijvoorbeeld in het debat over degewijzigde begroting eind 2024. Kan de Minister nogmaals reflecteren opde manier waarop hij met huidige besluit recht doet aan het amendement,dat vervolgens ook de begroting aan een meerderheid heeft geholpen?Voorzitter. Dan een paar andere onderwerpen. Vorig jaar werd mijn motieaangenomen die verzocht om te onderzoeken hoe de schermtijd voorkinderen onder de 2 jaar kan worden beperkt. Experts waarschuwenimmers voor de gevolgen van schermgebruik voor bijvoorbeeld dehersenontwikkeling. Het is goed dat in de vorig jaar opgestelde richtlijnschermgebruik wordt afgeraden voor kinderen onder de 2 jaar. Terechtwordt gezegd dat het belangrijk is dat de richtlijn landt in de samenleving.Is de Minister bereid om hier met partners een concreet plan voor op teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13550 stellen om zo veel mogelijk ouders te bereiken? Eind dit jaar kanNederland voorstellen indienen voor herziening van de richtlijn overaudiovisuele mediadiensten. Het lijkt me goed om te pleiten voor hetverbieden van televisieprogramma’s specifiek voor baby’s en peuters. InFrankrijk geldt een dergelijk verbod al. Is de Minister bereid om hier ook inEuropees verband voor te pleiten?Voorzitter. Dan de lokale media. De lokale media zijn cruciaal voor delokale nieuwsvoorziening en democratie. Met de nieuwe wet die deMinister voorbereidt, komt er voor de lokale omroepen een stelselher-ziening per 1 januari 2028, zo is de planning. Gemeenten zijn dan nietmeer verantwoordelijk voor de financiering van deze omroepen. De vreesbij de lokale omroepen is dat de vrijwillige bijdrage van gemeenten – ditjaar is dat circa 9,5 miljoen euro – per 2028 gaat verdwijnen. Herkent deMinister deze zorgen? Is hij het met mij eens dat lokale omroepen vanaf2028 per saldo niet minder budget mogen krijgen dan nu het geval is? Isde Minister bereid om via een inventarisatie onder gemeenten in kaart tebrengen hoe groot het risico is op het grotendeels wegvallen van devrijwillige bijdrage en duidelijkheid te geven over hoe wordt geborgd datde lokale omroepen over voldoende budget blijven beschikken? Ik wilhierover ook een motie indienen om te garanderen dat de budgetten nietkleiner worden. Die kan ook rekenen op steun van een meerderheid vande Kamer. Ik weet dat een aantal partijen deze motie ook mee willentekenen. Ik hoop dat we dit kunnen borgen en dat we vandaag ook eentoezegging van de Minister krijgen, zodat we duidelijkheid krijgen.Voorzitter. Tot slot wil ik aandacht vragen voor omroepen die uitzenden opplaatsen waar helemaal geen vrije pers en media zijn. Zo staat Venezuela,een buurland van ons Koninkrijk, zeer laag op de ranglijst van de PressFreedom Index van RSF. Vanaf Bonaire kan er bijvoorbeeld via RadioAyaca 800 uitgezonden worden. Zo zijn er meerdere omroepen inNederland. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor Radio Dabanga, die vanuitAmsterdam-Zuidoost miljoenen Sudanezen bereikt, en zo zijn er nogandere zenders die internationaal van waarde zijn. Ziet de Minister hoe delokale media een rol kunnen spelen om deze omroepen te versterken? Isde Minister of zijn collega van BZ of van BZK bereid om via gesprekkenmet initiatiefnemers te bezien hoe dergelijke initiatieven steun kunnenverdienen van Nederland en ons Koninkrijk, en de Kamer hierover op eenlater moment te informeren?Voorzitter. Ik hoop dat de Minister dit ter harte neemt. Verder sluit ik meaan bij de vragen die al gesteld zijn. Voor nu laat ik het hierbij.De voorzitter:Dank u wel. Er is een vraag van de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Net als de ChristenUnie vinden wij onafhankelijke media ook heelbelangrijk. De collega van de heer Ceder, Eerste Kamerlid Eric Holterhues,is voorzitter van de raad van toezicht van KRO-NCRV. Hoe kijkt de heerCeder daartegen aan?De heer Ceder (ChristenUnie):Volgens mij hebben we met elkaar besloten dat er in de Eerste Kamer eenaantal rollen wel verenigbaar zijn en een aantal niet. Deze zijnverenigbaar. Anders word je ook niet geïnstalleerd. Gezien de aard van departtimerol van Eerste Kamerleden zou dat prima te combineren moetenzijn, mits je op de portefeuilleverdeling let.De voorzitter:Dank u wel. Dan tot slot de heer Struijs van 50PLUS.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13551 De heer Struijs (50PLUS):Dank u. Wij zijn voor het eerst in deze commissie, dus misschien zal ik hieren daar wat open deuren intrappen, maar ik vind het toch belangrijk omhet standpunt van 50PLUS voor de toekomst kenbaar te maken.Laat ik duidelijk zijn: 50PLUS strijdt voor het behoud van omroepver-enigingen binnen het publieke omroepbestel. Omroepverenigingen zijn démanier waarop de publieke omroep verbonden blijft met de samenleving.Ze zijn met gemeenschapsgeld opgebouwd, diepgeworteld in demaatschappij en ze vertegenwoordigen groepen Nederlanders. Gooi diekrachtige verenigingen dus niet te snel overboord, maar versterk ze in huneigentijdse tijdgeest.Daarbij is structurele interactie met de achterban en met regionaleomroepen cruciaal voor 50PLUS. Onze visie is helder: pluriformeomroepen met een eigen, herkenbare achterban. Net zoals in de politiekhoort ook de publieke omroep zo te zijn samengesteld dat het geheel eengoede afspiegeling vormt van de samenleving, zodat iedere Nederlanderzich gehoord, gezien, geïnformeerd, vermaakt en geïnspireerd voelt opeen manier die bij zijn of haar leefwereld of overtuiging past, nietgestuurd door winst, maar door publieke waarden en onafhankelijkejournalistiek. Dit is voor ons heel belangrijk.50PLUS is daarom een uitgesproken voorstander van het externepluriforme bestel met omroepverenigingen als blijvende en dragendepijlers. Thema’s moeten vanuit verschillende invalshoeken belichtworden, maar dat lukt alleen als de huidige omroepverenigingenbehouden blijven en uiteraard mee veranderen. Zonder hen verschraalthet aanbod en dreigt er een eenheidsworst. Dat betekent niet dat allesmoet blijven zoals het is. 50PLUS staat zeker open voor hervormingen,mits ze slim en doelmatig zijn. Een nauwe samenwerking in de zogehetenomroephuizen kan daarbij helpen. We staan zeker open voor eenhervorming naar vijf omroephuizen. Dat kan leiden tot meer doelma-tigheid en een reductie van het aantal bestuurders. Efficiënt aan deachterkant en pluriform aan de voorkant.De vermeende onbeheersbaarheid van het bestel zit echter niet perdefinitie in het aantal omroepverenigingen of bestuurders, maar vooral inde te grote rol van de NPO en in de bureaucratische en arbeidsintensieveprocessen, met name rond de intekening van programmering. Ikverwonder mij daar echt over. Wat nodig is, is een duidelijke taakverdelingtussen omroepen en NPO. Omroepen moeten meer zeggenschap krijgenover hun media-aanbod. Daarbij hoort ook dat het volledige programma-budget rechtstreeks over de omroepen wordt verdeeld. Het huidigeversterkingsbudget dat door de NPO naar believen gedurende het jaarwordt toegekend, is ondoelmatig en leidt tot onderlinge concurrentietussen omroepen. Dat helpt niemand. De NPO zou zich moeten ontwik-kelen tot een ondersteunende organisatie met focus op kwaliteit,distributieplatforms, vindbaarheid en duidelijkheid. Dat betekent ookminder overleg, minder bureaucratie en meer ruimte voor de inhoud,bijvoorbeeld de podcasts. Zo kunnen zowel de NPO als de afzonderlijkeomroepen helder worden beoordeeld op hun bijdrage aan de publiekeopdracht.Feitelijk is voor een efficiëntere samenwerking misschien niet eens eeningrijpende stelselhervorming nodig. De vorming van de omroephuizenkost bovendien, zeker de eerste jaren, heel veel geld. De aanpak die50PLUS voorstaat, is effectiever en goedkoper. Ga aan de slag! Het totalebudget van de publieke omroep kan eigenlijk niet omlaag, maar het zij zo.Het moet wel anders worden ingezet: meer middelen naar de omroepenvoor media-aanbod, innovatie en digitale transitie en binnen de NPO naaruitstekende, laagdrempelige distributieplatforms die alle Nederlandersbereiken. Mocht er toch worden bezuinigd, dan kan dat alleen verant-woord als dat gefaseerd en synchroon met de vorming van de omroep-huizen gebeurt. Alleen zo voorkomen we dat bezuinigingen ten koste gaanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13552 van programma’s en journalistieke kwaliteit. Intensieve samenwerking bijde omroepen is daarbij van essentieel belang. Ik zie hier een heleboeldingen voorbijkomen. Hoe kijkt de Minister hiernaar?Voorzitter. De publieke omroep is van en voor iedereen en is daarmee destem van het volk. Bereik om het bereik is niet het doel, maar impact enpublieke waarden. De kern is: betrouwbare informatie, een veelzijdigaanbod en hoogwaardige journalistiek. Samen vertegenwoordigen deomroepverenigingen meer dan 1,8 miljoen leden. Zij vormen bovendieneen belangrijke pijler van de creatieve industrie en werkgelegenheid in dehele productieketen. Bezuinigingen raken dus niet alleen programma’s,maar een complete sector. 50PLUS staat ook open voor een meer openbestel, waarbij publieke en private samenwerking veel meer mogelijk is,maar we waken wel voor de publieke waarden erachter.Voorzitter. Kortom, 50PLUS is tegen onnodige bezuinigingen, maar voorverstandige veranderingen. Publieke omroepen zijn onmisbaar vooronafhankelijke journalistiek, maatschappelijke verbondenheid en onzecultuur. In mijn verwonderfase die ik heb als fractievoorzitter ...De voorzitter:Wilt u afronden?De heer Struijs (50PLUS):... van 50PLUS wil ik de Minister vragen wat hij met de stapel moties gaatdoen die ondertussen zijn rondgegaan en geaccordeerd. Dat is wel eenvraag in mijn verwonderfase: hoe gaan we verder met alle veranderingendie vanuit de Kamer zijn gevraagd?De voorzitter:Dank u wel. Uw tijd is ook bijna op, maar mevrouw Nanninga heeft eenvraag.Mevrouw Nanninga (JA21):Of omroepen de stem van het volk zijn, weet ik zo net nog niet. Maargoed, die opmerking is voor uw rekening, meneer Struijs. Ongeveer 75%van die Nederlanders, het volk dus, vindt dat ook de salarissen vanomroepbestuurders een heel goede bezuinigingspost voor dit kabinet zijn.Hoe ziet 50PLUS dat?De heer Struijs (50PLUS):Zoals ik al zei, zijn we zeer kritisch op de bestuurders, niet alleen op hetaantal maar mogelijk ook hun salariëring. Daar gaan we zeker kritisch naarkijken, want wij zijn echt gericht op het maken van programma’s, zopluriform mogelijk.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Van der Plas heeft ook nog een vraag.Mevrouw Van der Plas (BBB):Hoe kijkt de heer Struijs van 50PLUS naar de discussie die we hier nethebben gevoerd? De achterban van 50PLUS bestaat uit 50-plussers, onderwie ook veel echt oudere mensen, die misschien niet de mogelijkheidhebben om zelf iets te onderzoeken. Hoe wil 50PLUS waarborgen dat dezemensen feitelijk onafhankelijke berichtgeving krijgen?De heer Struijs (50PLUS):Ik verwerp deze beeldvorming, want ik zie hele verstandige 50-plussersdie juist onderzoeken en ons helpen te valideren. Dat is één. Twee. Zehebben wel degelijk een mening op basis van hun ondervindingen. Zijkijken ook naar platforms. Het zal u verbazen: ik ben verbaasd over hetaantal grootouders met kleinkinderen dat op TikTok zit. Dat is massaal. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13553 verbinden van generaties is voor ons cruciaal. Ze hebben wel degelijk eenmening. Ik vertegenwoordig mijn achterban zo goed mogelijk. Natuurlijkleven er ook bij ons discussies, maar ik verwerp het beeld dat ze geenmening hebben, want die hebben ze wel degelijk en die heb ik zojuistproberen te verwoorden.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik heb niet gezegd dat 50-plussers geen mening hebben. Ik ben zelf een50-plusser en ik heb een hele sterke mening, kan ik u vertellen. Kijk, mijnmoeder is 87. Daar doel ik een beetje op. Die is niet zo heel handig. Ze kanmij een whatsappje sturen. Dat doet ze heel vaak. Dan bemoeit ze zichheel veel met mij en dat is helemaal prima. Maar deze mensen hebbengeen computer, ze googelen niet, ze zoeken niet verder; dat soort dingen.Ik heb het over die groep mensen binnen de 50-plussers die niet wetenhoe ze dat moeten doen en dat ook helemaal niet willen doen. Ze willengewoon televisiekijken, naar de NOS, naar Pauw & De Wit en naarwhatever. Ze willen gewoon objectieve berichtgeving, maar constaterenvaak dat ze die kennelijk niet krijgen. Dat was de kern van mijn vraag. Hoegaat de heer Struijs, hoe gaat 50PLUS om met deze mensen die dat nietkunnen, dus niet alle 50-plussers, en ...De voorzitter:Duidelijk, duidelijk.Mevrouw Van der Plas (BBB):... hoe gaat 50PLUS binnen wat we nu allemaal bespreken borgen dat datwél gebeurt?De heer Struijs (50PLUS):Wij zijn te allen tijde voor het zo pluriform mogelijk toegankelijk makenvan deze informatie voor eenieder, of dat nu gebeurt door studenten dieaan huis komen om uit te leggen hoe die platformen werken of door debibliotheken te stimuleren om dat te doen. Wij hebben zelf veel oploopjesgeorganiseerd om in de mondelinge discussies te valideren wat er enormleeft en vele kanten te laten belichten, niet alleen door onze mensen, maarook door deskundigen. En ja, ook ik ken 80-plussers die zeggen: is het nuallemaal waar wat ik hier voor mijn kiezen krijg? Wij proberen dan tochhandreikingen te doen, op de manier die ik beschreef, om toch diepluriforme meningen ... Maar ik herhaal nogmaals: ik ken ook heel veel80-plussers die mij zelfs bij dit beleid helpen en die uitermate goed op dehoogte zijn van hoe je tot onafhankelijke waarheidsvinding komt.De voorzitter:Dank u wel. Deze 50-plusser gaat de vergadering schorsen en wel tot18.30 uur, zodat de Minister de antwoorden kan voorbereiden en wij ookgelijk even kunnen eten.De vergadering wordt van 17.44 uur tot 18.30 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, het is 18.30 uur. De Minister is stipt op tijd en deKamerleden die er nog niet zijn, zullen zo binnendruppelen. We gaanbeginnen met de beantwoording van de vragen van de Kamerleden. DeMinister heeft zes blokjes voorbereid en ik stel voor dat hij begint met dieop te noemen.De Minister.Minister Moes:Dank, voorzitter, en dank aan de fracties en de Kamerleden voor hunmooie inhoudelijke uitwisseling van visies en gedachten. Ik heb deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13554 beantwoording inderdaad in zes blokjes verdeeld, te weten: dehervorming van het landelijke stelsel, de bezuiniging, lokaal en regionaal,journalistieke vrijheid en onafhankelijkheid, persveiligheid, en overigevragen over de mediasector. Ik begin maar gelijk met de hervorming vanhet landelijke stelsel.Voorzitter. Er waren een aantal vragen over wat ik ga doen met de stapelmoties die in het verleden zijn behandeld en aangenomen en met deplanning. Die planning zou krap zijn en daarom zijn er ook vragen over hettempo van de hele stelselwijziging. Het punt is dat de stelselwijziging echtgezien moet worden als een pakket aan wijzigingen. Het is dus niet zo datje er allemaal zaken uit kunt plukken: dit willen we en dat willen we. Jemoet het echt zien als één grote stelselwijziging. Het kan dus niet instapjes en vandaar ook dat die moties er nog als een stapel liggen. Datwordt allemaal integraal opgepakt. Dat nemen we allemaal mee in hetwetsvoorstel en ik verwacht dat dat voor de zomer in consultatie gaat. DeKamer zal er dan ook een brief over krijgen.Ik zeg daarbij «ik verwacht», want dat zal ik waarschijnlijk zelf niet meerals bewindspersoon meemaken. Ik moet dus echt even een slag om dearm houden. We weten dat zoiets nooit helemaal zeker is, maar als hetaan mij en mijn ambtenarenapparaat ligt, dan is het zeer zeker mogelijk.Dat tempo vinden we dus heel erg belangrijk, want anders krijg je dezestelselwijziging er niet voor de deadline van 2029 door. We zijn ons daarheel goed van bewust en daar stuur ik ook op. Het tempo is hoog en wedenken daarom dat het kan, maar hoogstwaarschijnlijk zal mijn opvolgerdat moeten gaan doen. Maar daarin komen al die moties terug, net zoalseen aantal van de richtingen, verkenningen en kaders die ik vanavond hebgehoord. Die kunnen daar ook nog in meegenomen worden.Maar ik geef wel alvast een winstwaarschuwing: alles wat nu voorgesteldwordt als concrete uitwerking van dat stelsel als geheel, zal ik ontijdigverklaren, omdat het gezien moet worden als een totaalpakket, eentotaalpakket aan wijzigingen. Ik kan het hooguit meenemen als verkenningof als kader, want ik hecht eraan dat de Kamer het integraal en politiekafweegt.Dat even, zeg maar, als een blokje aan antwoorden, zodat ik niet alle lossevragen staccato op hoef te pakken.De voorzitter:Ik heb verzuimd de Kamerleden te melden dat we net als zojuist vierinterrupties doen die langer zijn dan 30 seconden, maar dan tellen we zewel meteen als twee. Maar korte interrupties, dus korter dan 30 seconden,zijn gratis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik kan me vinden in deze benadering, maar dan hoop ik wel dat deMinister er de komende twee, drie, vier weken dat hij nog Minister is, echtalles aan zal doen dat er nu ook echt tempo gemaakt gaat worden. Wehebben geen week meer te verliezen, willen we ’29 halen.Minister Moes:Tot mijn laatste snik, voorzitter.Mevrouw Oualhadj (D66):Dank aan de Minister voor de beantwoording. Heel fijn dat dat gebeurt,maar waarom heeft de Minister hierover dan niet zelf iets naar de Kamergestuurd?Minister Moes:Precies wat ik net uit probeerde te leggen: je moet dit echt integraalregelen. Ik ga dus niet hapsnap elke keer stapjes naar de Kamer sturen. Ikheb wel een belangrijke tussenstap gezet, omdat ik zag dat het deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13555 omroepen zelf niet lukte. Die stap betreft het aantal omroephuizen. Mijnvoorganger heeft geprobeerd om dat via een gespreksleider aan deomroepen zelf te laten. Die zijn daar gewoon niet goed uit gekomen,moeten we helaas constateren. Daarom heb ik toen wel gezegd in eenKamerbrief dat hier meer politieke regie nodig is. Ik zie overigens dat diepolitieke regie opgepakt wordt, maar daar zijn straks natuurlijk de nieuwekabinetspartijen ook deelgenoot van.Mevrouw Oualhadj (D66):De regie is opgepakt, omdat die bleef liggen. Ik begrijp niet helemaal watu let, zeg ik via de voorzitter, om een integraal pakket naar de Kamer testuren.Minister Moes:Wij hebben die tijd gewoon nodig om het wetsvoorstel goed uit tewerken. En ik zei net al dat dat wetsvoorstel wat mij betreft voor dezomervakantie in consulatie gaat. Er komt dan een brief met een concreetvoorstel naar de Kamer en in die brief wordt dan alles uitgewerkt. Dat ishet hoogst haalbare tempo van mijn kant.Mevrouw Oualhadj (D66):Het kabinet-Schoof heeft een jaar extra gekregen. Dat zei ik ook in mijnbijdrage. Was een jaar extra dan niet genoeg?Minister Moes:Het is heel moeilijk om als een bewindspersoon die nog niet zo lang lid isvan wat wel een «dubbeldemissionair kabinet» wordt genoemd, terug tereizen in de tijd om dingen sneller te hebben gedaan. Ik kan alleen eeninschatting maken van de situatie zoals die nu is.Ik heb oog voor dat tempo en ik erken dat er echt tempo gemaakt moetworden, want anders halen we de deadline niet. Het stelsel moet herzienworden, maar tegelijkertijd moet je dat wel integraal wegen enaanpakken.Ik constateer dat de omroepen er zelf niet uit zijn gekomen. Daarom heb iknog niet zo heel lang geleden een brief naar de Kamer gestuurd waarin ikaangeef dat de politiek meer regie moet pakken. Als de Kamer datvanavond niet had gedaan, dan had het zomaar gekund dat ik daar zelfeen voorzetje voor had gegeven. Maar de Kamer was dat ook dan nieteerder te weten gekomen dan wanneer die brief met dat totaalpakket naarde Kamer was gegaan. Achter de schermen zijn we echt heel hard aan hetwerk om dit wetsvoorstel concreet en volledig te maken, zodat het inconsulatie kan gaan en zodat het naar de Kamer kan worden gestuurd.De voorzitter:Voor de laatkomers: we zitten in het blokje stelselwijziging. De Ministergaat door met de beantwoording van de vragen.Minister Moes:Mevrouw Van der Plas vroeg om de toezegging dat ik een verkenning zaldoen naar de mogelijkheid van een soort van Nederlandse vertaling vanhet Spaanse model en dat ik de voor- en nadelen daarvan in kaart zalbrengen. Ik wil dat iets breder pakken, want een dergelijke verkenningkunnen we nog heel goed meenemen in die brede afweging. Ik zegdaarom toe dat ik hier wat breder naar zal gaan kijken. Je kunt bijvoor-beeld het model van toezicht van het Verenigd Koninkrijk hierbijbetrekken.Hoe werkt nou het toezicht binnen het stelsel en hoe doen andere landendat? Daar kunnen we van leren, zeker in Europees verband, want ookbinnen Europa worden het belang dat er vertrouwen in de journalistiek isen het belang van toezicht en handhaving binnen het stelsel zeer hoogTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13556 gewaardeerd. Dat geldt zeker ook voor Nederland en daarom zeg ik toedat we dat goed gaan verkennen. Ik zal daarna ook met een soort vanvoor- en nadelenlijstje komen, zodat de Kamer ook zelf kan kijken wat welof niet passend is voor ons. Ik zeg er tegelijkertijd wel bij dat een van deonderdelen van het pakket aan maatregelen en de stelselwijzing deversterking van de toezichthouders binnen dat stelsel is. Dus dat is eenspoor waar we nu al flink op inzetten.Een vraag van de heer Markuszower: wat als een omroep geen plek kanvinden in een omroephuis? De kaders waaraan die omroephuizen moetenvoldoen, zijn al eerder gedeeld, maar het uitgangspunt is dus dat alleomroepen die dat willen, een plek kunnen vinden binnen een van deomroephuizen. Ik bekijk op dit moment welke wettelijke opties er zijn omte verzekeren dat alle omroepen die dat willen, een plek krijgen in hetnieuwe bestel.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Heel veel dank voor uw antwoord, Minister, maar wat als omroepen datnou niet willen? Wat wordt er voor die categorie geregeld?Minister Moes:Dan gaan ze niet mee in het nieuwe stelsel als dat uiteindelijk inderdaadeen stelsel met omroephuizen wordt. Het stelsel gaat dan door binnen dekaders die er nu liggen. Dat moet allemaal nog definitief worden endaarom zeg ik nogmaals: het wetsvoorstel komt voor de zomer naar deKamer. Het uitgangspunt zijn de omroephuizen, maar als omroepen nietmee willen doen in dat nieuwe bestel, dan doen ze niet mee. Dat wiloverigens niet zeggen dat het geluid dat die omroepen vertegenwoor-digen, niet mee kan doen in het nieuwe bestel. Het hele idee achter diestelselwijziging is immers nou juist dat we zo veel mogelijk geluiden uitde samenleving makkelijker toegang willen laten krijgen tot dat nieuwebestel.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Twee vervolgvragen. Ik probeer het heel kort in één. Wat als omroepenwel willen, maar ze er gewoon samen niet uitkomen? Hoe ziet de Ministerdat? En twee. Wat als een omroep uiteindelijk niet meegaat? Hoe borgt deMinister dan die pluriformiteit in dat overgebleven huis, zeg maar?Minister Moes:Ik kan niet vooruitlopen op hoe die huizen precies samengesteld gaanworden. Het uitgangspunt daarbij is, vooruitlopend op een vraag diedaarover is gesteld, dat de partijen daar onderling goed uitkomen. Het lijktme niet wenselijk dat we dan één huis voor alle overgeblevenen hebben,dat we die allemaal bij elkaar in een omroephuis vegen. Ik zei net al dathet uitgangspunt is dat iedere omroep die dat wil bij zo’n huis kan. Ik benaan het kijken naar welke wettelijke opties er zijn om dat echt kracht bij tekunnen zetten. Tegelijkertijd denk ik dat als dat problemen mochtopleveren en partijen er zelf niet uitkomen ... Het is van groot belang datze er wel zelf uitkomen, maar mocht dan niet het geval zijn, zou ik zeggendat daar meer politieke regie op nodig is, net als op het aantal omroep-huizen. Iedereen onderschrijft, ook de omroepen, dat we een nieuw stelselnodig hebben, dat het oude stelsel echt te oud is en niet functioneert alszodanig.De heer Van Houwelingen (FVD):De Minister vindt het ook belangrijk dat nieuwe geluiden toegang hebbentot het bestel, maar met die hervorming wordt de ladder opgehaald. Erkunnen geen nieuwe omroepen meer toetreden. Hoe kijkt de Ministerdaartegenaan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13557 Minister Moes:Volgens mij is dit een hele goede vraag, want dit is precies de essentievan waarom we die stelselwijziging willen: dat je niet meer met het oudestelsel van de toetreding van omroepen werkt. Dat is namelijk heel ergsterk op één manier georganiseerd, namelijk via verenigingen en metleden, en dan moet je allerlei stappen zetten. We willen de toegang tot diepublieke omroep van nieuwe geluiden uit de samenleving vergemakke-lijken. Wat mij betreft is het niet zo dat het uitgesloten wordt dat deledenaantallen en de verenigingsstructuur criteria zijn, maar er komenmeerdere criteria. Het gaat er dus eigenlijk om dat als je een nieuw geluidvertegenwoordigt of een ander geluid, als je zegt een groep uit desamenleving te vertegenwoordigen en je toegang wilt tot het publiekebestel, het heel erg om de manier gaat waarop je kunt aantonen dat je eennieuw geluid bent en dat je dus ook een groep vertegenwoordigt. Dat kunje dus bij wijze van spreken doen door te zeggen «kijk, ik heb zoveelleden», maar het is gewoon niet meer zo dat elke groep uit de samen-leving zich organiseert via een vereniging en via leden. Sommige wel,andere niet. We willen dus ook de manieren waarop je die toegangorganiseert pluriformer maken, veelzijdiger, met dus meerdere manierenvan toegang.De heer Van Houwelingen (FVD):Een korte vervolgvraag. De beoordeling van de toegang van nieuwegeluiden ligt in die hervorming toch, als ik het goed begrijp, bij het bestelzelf? Zou bijvoorbeeld een omroep als Ongehoord Nederland er dan ookmakkelijk inkomen?Minister Moes:De bedoeling is natuurlijk dat daar heldere, navolgbare en controleerbarekaders voor komen, zodat je een heel helder en transparant procesafloopt, zo van: hé, dit is echt een nieuw geluid en dit vertegenwoordigtook een belangrijke doelgroep in de samenleving.Mevrouw Martens-America (VVD):Dank aan de Minister. Jammer dat hij na al die maanden niet al iets meerkan delen met ons over de hervorming. We voeren dit debat al twee jaaren volgens mij liggen de aangenomen moties die ik voor me heb al enigetijd op de stapel. De Minister noemt een aantal zaken als «ter overweging»en «zouden we mee kunnen nemen». Ik heb hier de stapel moties voor mijen een daarvan is: verzoekt de regering te verduidelijken dat eenomroephuis uit ten minste twee omroepen moet bestaan en neemt ditmee in de criteria. Aangenomen voorstel. Een andere: overwegende datvooraf afgesproken omroephuizen, et cetera, et cetera, ledenaantallen nietals enige criterium en ons een overige lijst hier te doen toekomen. Ik hoorde Minister filosoferen over wat er mogelijk is, maar we zijn nu op hetmoment aangekomen dat we het moeten hebben over de volgende stap.De hele tribune zit vol met mensen die graag willen weten wat de Ministergaat doen en dan is mijn zorg dat ik de Minister na al die maanden hoorzeggen: het is aan de volgende bewindspersoon. Dat is natuurlijk bestzorgwekkend. Kan de Minister reflecteren op wat er dan wel al gedaan isen ons iets van handvatten meegeven?De voorzitter:Dit waren twee interrupties. We hebben er weer vier, net als de vorigekeer, en onder de 30 seconden is gratis.Minister Moes:De criteria zijn eerder met de Kamer gedeeld, in mei heb ik begrepen. Ikgaf net ook al aan dat het heel belangrijk is om dit als een totaalpakket aanmaatregelen te zien en als een volledige stelselwijziging en niet als eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13558 optelsom van onderdelen daarvan door de tijd heen. De moties diegenoemd zijn, worden daarin meegenomen. Die worden ook meege-nomen in dat wetsvoorstel dat naar de Kamer komt. Ik bestrijd overigensten zeerste dat we een halfjaar stil hebben gezeten. Dat is helemaal niethet geval. Er wordt heel hard hieraan gewerkt. We willen hier ook tempoop zetten, zoals ik net ook al heb aangegeven, omdat we heel goedbeseffen – ik besef dat ook heel goed – dat dat nodig is om de deadline tegaan halen.De voorzitter:Vervolgvraag.Mevrouw Martens-America (VVD):Ja, heel kort. De Minister heeft ervoor gekozen om de voortgang niet metons te delen. Het debat is ook twee maanden opgeschoven sinds devorige keer. In de tussentijd had er een brief naar de Kamer kunnenkomen. Wat is de reden dat de Minister heeft besloten om de voortgangniet al te delen met de Kamer?Minister Moes:Volgens mij liggen er inderdaad een heleboel kaders en moties en is ookeerder met de Kamer gedeeld wat de uitgangspunten zijn. Daar is dus nietheel veel nieuws over te melden, anders dan dat het in zijn volledigheidbekeken moet worden. Dit is overigens wat mij betreft niet hét debat – alkan natuurlijk alles besproken worden – over die stelselwijziging, want wehebben het nu voornamelijk over de begroting. Zoals ik net al zei, neem ikde uitgangspunten en ook de kaders mee, maar ik vind het echt ontijdigom nu knopen te gaan lopen doorhakken over onderdelen van diestelselwijziging. Ik vind het belangrijk dat dat in zijn volledigheid bezienwordt.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Minister Moes:Een vraag van de ChristenUnie was of het klopt dat omroepen zelf gaanover wie met wie een omroephuis vormt. Binnen de kaders gaan deomroepen daar inderdaad zelf over. Dat is het uitgangspunt, maar ookdaarbij is het natuurlijk van belang dat men daar goed uitkomt samen.Dus ja, ook dat is een verantwoordelijkheid die we graag primair bij deomroepen zelf neerleggen, maar een voorwaarde is wel dat men daargoed uitkomt natuurlijk. Ik heb het net volgens mij al gehad over datledencriterium. Wat ik hierbij wel wil benadrukken, is dat daarmee geenextra bestuurslaag gecreëerd moet worden. Het is prima als dat eencriterium is om te laten zien «wij zijn relevant, wij zijn een grote groep metelkaar en wij willen ook toegang tot het bestel», maar dat moet dus nietweer een soort mini-omroepje worden. Dat is nou juist niet de bedoelingvan die omroephuizen.De heer Ceder (ChristenUnie):Helemaal mee eens. Kan ik als een concrete toezegging noteren dat hetledencriterium wel degelijk een rol krijgt in het nieuwe bestel? Uiteraardervan uitgaande dat er geen nieuwe bestuurslaag komt, want dat vindenwij ook niet wenselijk.Minister Moes:Ik zei net al dat ik zo’n ledenaantal, vanuit het maatschappelijk veld, juistlaat zien dat je een hele groep mensen hebt die een bepaald geluid willenhoren en zien op televisie. Dat vind ik een ontzettend legitieme manier omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13559 aan te tonen dat je een legitiem geluid bent bij de publieke omroep, duswat mij betreft kan dat staan als toezegging.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik ben blij met deze toezegging. Ik denk dat dat veel onrust weghaalt. Eentoezegging veronderstelt wel dat er op een gegeven moment wat wordtteruggekoppeld aan de Kamer. Wanneer zouden we de uitwerkingdaarvan dan mee kunnen nemen? Is dat als de kaders verder bekendworden gemaakt waarin dat expliciet wordt verwerkt?Minister Moes:Dit is een van de essentiële uitgangspunten van de stelselwijziging watmij betreft. Binnen het stelsel van omroephuizen gaat het heel erg om hoedie toegang van die geluiden nou geregeld is. Dat is een van de essentiëleonderdelen. In het oude stelsel is dat bekend. Dat is best een uitdaging alsje als nieuwe omroep wilt gaan starten. Inmiddels kan dat niet meer, wantwe gaan het sluiten met het nieuwe stelsel. Dus de manier waarop isontzettend belangrijk en daarom wil ik het juist als integraal onderdeelzien. Ik hoop dat ik de Kamer daar voor de zomer over kan informeren. Ikzei net al dat ik een slag om de arm houd, omdat het hoogstwaarschijnlijkaan mijn opvolger is, maar qua planning gaat het zeker lukken om deKamer daar voor de zomer over te informeren.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Martens-America.Mevrouw Martens-America (VVD):Dat is een beetje gek, want de Minister zegt net heel duidelijk overaantallen omroephuizen et cetera dat hij daar niet op vooruit wil lopen ennu gaat er wel een toezegging naar de ChristenUnie over hoe detoetreding of ledenaantallen worden bepaald. Dus misschien kan deMinister toelichten waarom hier met twee maten wordt gemeten.Minister Moes:Dit stond ook al in de eerdere brief, dus dit is geen nieuwe informatie.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):We hebben met de vorige Minister een debat gehad over de gewensterichting, maar er zaten nog veel open eindjes in de hervormingsbrief.Wordt die nu het vertrekpunt? Is dat gewoon die brief? Begrijp ik goed datwij gewoon moeten wachten op een voorstel om vervolgens te kijken hoewe dat precies gaan invullen? Is dat nu het vertrekpunt? Wat is dan hetkader waar u mee aan de slag gaat?Minister Moes:Het kader is die stapel met eerder aangenomen moties en de eerdergegeven richting van de Kamer. Dat zijn gewoon de uitgangspunten.Inmiddels ligt er ook een heel concreet getal op tafel van de formerendepartijen, en ik kan me zo voorstellen dat dat ook meegenomen wordt, al ikwil daar niet al te vast op vooruitlopen. Dat zou helemaal niet raar zijn,ook als de Kamer daar een oordeel over velt. Uiteindelijk moet dit echtgezien worden als een totaalpakket aan wijzigingen en maatregelen enmoet dat in zijn totaliteit worden bezien. Er zijn zeker al over wat kleineonderdelen in het verleden moties aangenomen en daar is een richting opmeegegeven. Dat moet zich gaandeweg uitkristalliseren. Wij zijn daar heelhard mee aan het werk en er komt wat mij betreft gewoon voor de zomer– qua planning is dat haalbaar – een concreet wetsvoorstel.De voorzitter:Gaat u verder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13560 Minister Moes:Dan een vraag over de relatie tussen cultuur en sterke omroepen. Cultuuris gewoon opgenomen in de publieke mediaopdracht waar ook delandelijke publieke omroep uitvoering aan geeft.De heer Bosma vroeg waarom we een staatsomroep hebben. Nou, wehebben geen staatsomroep; we hebben een publieke omroep.De voorzitter:Daar wil de heer Bosma iets over vragen.De heer Martin Bosma (PVV):Waarom hebben we een publieke omroep?Minister Moes:Omdat we dat nog altijd met elkaar in meerderheid belangrijk vinden.Dan de vraag van 50PLUS, over hoe ik aankijk tegen de bezuinigingen ende hervormingen van de NPO. Dat is een vrij brede vraag. Ik zal beginnenmet zeggen dat ik vind dat het in de huidige tijd met een demissionairkabinet niet aan het huidige kabinet is om verregaand te bepalen hoe dater exact uit gaat zien. Dat heb ik net ook al even benoemd. Tegelijkertijdmoeten die bezuinigingen echt als een apart traject gezien worden, apartvan de stelselwijziging als zodanig. Dat kan je niet op één hoop gooien.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Mevrouw Martens refereerde al aan aangenomen moties. Er zijn ookmoties heel breed aangenomen in april. Er is bijvoorbeeld consensus inde Kamer dat NTR en NOS één omroephuis moeten vormen. Ik ga er tochvan uit dat het niet weer een discussie wordt bij een wetsbehandeling ofdat gaat gebeuren. Ik leg het maar even uit. Ik verwacht eigenlijk gewooneen heel mooi wetsartikel.Minister Moes:Dat verwacht ik ook.De heer Ceder (ChristenUnie):De ChristenUnie vindt het altijd belangrijk dat er qua hiërarchie sprake isvan een gelijk speelveld, dus dat als er inderdaad een meerderheid is voordie vier-plus-een, NOS/NTR daar geen aparte status of een soort hiërar-chische positie in inneemt en onderdeel is van dat bestel. Mijn vraag is ofde Minister het nog steeds op die manier ziet en het ook op die maniergaat uitwerken.Minister Moes:Hier kan ik niet helemaal op vooruitlopen. Dat detailniveau heb ik nou nietzo paraat. Het is wel zo dat in de keuze voor het aantal omroephuizen de«plus een» altijd apart zo werd vermeld. Dus of het nou drie-plus-een,vier-plus-een of vijf-plus-een was: het was altijd «plus een» en het is ookwel zo dat de NOS en de NTR toch een iets andere rol hebben binnen dieomroephuizen. De significantie daarvan zou ook heel best kunnen zijn dater daar bijvoorbeeld niet nog andere omroepen bij ingeschoven worden,maar dat wil niet per se zeggen dat het dan een andere hiërarchischestatus zou hebben. Ik kan daar echter op dit moment niet op vooruitlopen.De heer Ceder (ChristenUnie):Die «plus een» veronderstelt inderdaad een status aparte en daar ben ikniet op tegen. Ik denk dat dat goed kan werken, maar ik denk dat je nietautomatisch zou moeten veronderstellen dat in het organogram of in deverdeling dan opeens een soort hiërarchische rolverdeling gaat ontstaantussen de een en de vier. Ik zou er in ieder geval voor willen waken dat datde uitkomst is van die status aparte. Het lijkt me ook goed om mogelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13561 onrust daarover weg te nemen. Als de Minister nu nog geen antwoordkan geven over hoe hij dat voor zich ziet, kan dat misschien in de tweedetermijn. Het is voor ons in elk geval een belangrijk punt dat we in iedergeval die duidelijkheid hebben met elkaar.De voorzitter:Dat was een lange interruptie, dus die telt voor twee.Minister Moes:Ik zal proberen het antwoord het waard te laten zijn. Het gaat hier niet omeen status aparte als zodanig en ook niet om een hiërarchische verdeling.Het gaat er binnen die omroephuizen vooral om dat ze allemaal eentaakomroep zijn met een specifieke ingekaderde taak, maar dat moet welop een gelijkwaardig niveau. Op basis daarvan willen we die verdelingmaken. Nogmaals, ik wil daar niet al te vergaand op vooruitlopen, ookomdat ik vanavond heb geleerd dat er al ideeën over zijn in het kabinetdat nu gevormd wordt. Daar kan ik nu al van alles over gaan zeggen, maardan zou ik er te ver op vooruitlopen en dat ga ik niet doen.De heer Krul (CDA):Als ik pompoensoep ga maken, dan kan ik wel zeggen dat ik alle ingredi-ënten integraal ga afwegen en dat ik niet vooruit wil lopen op wat ik diesoep stop, maar ik kan wel beetje raden wat in ieder geval één ingrediëntzal zijn: pompoen. Ik ben een beetje zoekende naar waarom de Ministerhet nou zo verrekte moeilijk vindt en helemaal niks wil zeggen over wat erin die soep terechtkomt. Hij is toch bezig met een wetsvoorstel? Hij kantoch even schetsen waar zijn afwegingen zitten, wat af of b is en dat devoor- en nadelen daarvan zijn? Volgens mij is daar niks mis mee.Minister Moes:Er zijn doorlopend in het proces telkens brieven naar de Kamer gegaanom haar over die tussenstappen te informeren. Er zijn ook een aantalmoties aangenomen. Die liggen er ook. Dat is allemaal onderdeel van hetproces. Als de Kamer heel veel behoefte heeft aan een brief met een soorttussenstand vooruitlopend op het wetsvoorstel rond de zomer, een soortstand-van-zakenbrief, wil ik die best toezeggen, maar ook daarin zullennog geen definitieve keuzes gemaakt zijn. Die zal dan gaan over de statusvan de uitwerking zoals we die nu hebben.De voorzitter:Wanneer kan de Kamer die brief tegemoet zien?Minister Moes:Binnen afzienbare tijd. Een paar weken.Mevrouw Martens-America (VVD):Natuurlijk wil de Kamer graag een brief, want wij smeken al twee jaar omvoortgang. De Minister had dus zelf ook kunnen aanvoelen dat de Kamergraag een brief wil, zeker na de 35 aangenomen voorstellen. En dan heelconcreet: ik heb in mijn eerste termijn, in mijn eerste bijdrage, gevraagdof de Minister in zijn eerste termijn een tijdlijn kan schetsen voor ons. Datvraagt de heer Krul eigenlijk ook. Betekent dit dat die niet gaat komenomdat er nu een toezegging komt?Minister Moes:Volgens mij heb ik genoemd wat de tijdlijn is, dat het wetsvoorstel voorde zomer naar de Kamer gaat en dat de bedoeling is dat we de deadlinevan 2029 gewoon gaan halen. Dat zijn gewoon de uitgangspunten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13562 Mevrouw Martens-America (VVD):Een verhelderende vraag. Volgens mij moet het voor de zomer inconsultatie. Als dat na de zomer gebeurt, zijn we te laat. Betekent dit datwe er ervan uit kunnen gaan dat we de wet eerder kunnen verwachten endat ervoor gezorgd wordt dat die voor de zomer in consultatie gaat? Ikhoor de Minister die twee dingen namelijk door elkaar halen.Minister Moes:Het is de bedoeling dat die voor de zomer in internetconsultatie gaat.De heer Struijs (50PLUS):Staat u mij toe om in deze fase even een basale vraag te stellen, want ikraak hier een beetje de weg van kwijt. Zijn we nu bezig om een goedfunctionerend publiek omroepstelsel te maken of zijn we hier bezig metbezuinigingen? Dat is echt even een vraag die ik heb.Minister Moes:Ik zei net al dat dat echt gezien moet worden als twee verschillendetrajecten. De bezuinigingen zijn ingezet door het huidige kabinet en dewijziging van het omroepstelsel is echt een apart traject.Dan ben ik inmiddels – dit was een mooi bruggetje – aangekomen bij hetblokje bezuinigingen. Er was een vraag over het rapport over hetverruimen van de Ster-reclame, of dat meegenomen kan worden in debesluitvorming. Toekomstige besluitvorming over ruimte voor reclame opde landelijke publieke omroep is echt aan een volgend kabinet of uwKamer. Natuurlijk kan dat rapport daar goed bij gebruikt worden.Dan de vraag van de heer Mohandis over dat er bezuinigingen zouden zijnzonder plan. Juist binnen het huidige stelsel gaan de omroepen daar zelfover. Er is bepaald hoeveel er bezuinigd wordt, maar hoe er precies wordtbezuinigd, is echt aan de omroepen zelf. Ik word wel regelmatig geïnfor-meerd door de NPO en de omroepen over de voortgang van die bezuini-gingen. Verschillende Kamerleden hebben zelf ook al geconstateerd dat erook in de media best veel aandacht is voor waar precies bezuinigd wordten waar niet.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Uiteraard gaan de omroepen zelf over de vraag op welke programma’s erbezuinigd gaat worden. Het punt is alleen dat we niet weten of we dehervorming die beloofd was om een deel van die bezuinigingen op tevangen gaan halen, maar dat we wel een waslijst aan programma’s zienwaarvan is aangekondigd dat die zullen verdwijnen. En het einde lijkt nogniet eens in zicht. Ik weet wel hoe het werkt, maar de vraag is of u het metmij eens bent dat die volgorde een beetje gek is en dat we altijd ookhervormen om gewenste besparingen te realiseren. Ik was wel benieuwdhoe u daarnaar kijkt.Minister Moes:Ik snap dat, maar het is niet hoe ik het zie. Het zijn echt twee trajecten. Jehebt de bezuinigingen. Die staan in principe los van de stelselwijziging.Natuurlijk is wel de hoop en de verwachting dat er met die stelselwijzigingflink bespaard kan worden op bijvoorbeeld de bestuurslagen, dat het eenstuk efficiënter kan. Dat is wel de verwachting in de hoop, maar deson-danks moest er gewoon bezuinigd worden. Dat is een apart traject en datis ook gewoon doorgevoerd.De heer Bosma vroeg waarom we een omroep zouden financieren die zichniet aan de wet houdt. Iedere omroep dient zich gewoon aan de wet tehouden. We hebben toezichthouders die daarop toezien en bij overtredingkan een toezichthouder ook sancties opleggen.De ChristenUnie vroeg of ik erop kan reflecteren hoe ik met het huidigebesluit recht doe aan het amendement-Bontenbal, dat toch ook dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13563 begroting aan een meerderheid heeft geholpen. Het amendement-Bontenbal pakte 50 miljoen extra bezuiniging bij de NPO weg, die gingnaar het onderwijs. Daar werd bij gezegd: kijk of dat met uitbreiding vande reclame opgevangen kan worden. Daar heb ik zorgvuldig naargekeken. Er is ook onderzocht wat de impact daarvan zou zijn. Ik hebgeprobeerd om daar een zorgvuldige afweging in te maken en gezegd datik die 50 miljoen daarmee niet kan opvangen. Dat werd echt te gek. Datzou disproportioneel zijn, ook voor de commerciële omroepen. Dit is echtde maximale ruimte die ik kon vinden hierin. Zo heb ik geprobeerd omrecht te doen aan dat amendement.De heer Ceder (ChristenUnie):Het probleem is natuurlijk wel dat omdat er minder geld voor wordtuitgetrokken, het geld op een andere plek wordt weggehaald. Als deondertekenende partijen dat geweten hadden, hadden ze nooit datamendement ingediend, hadden ze nooit met de begroting ingestemd enhad er nu geen begroting gelegen. Dus eigenlijk zijn we ... Ik zoek eveneen parlementair correct woord, ook als Kamerlid van de ChristenUnie. Eris ons onrecht aangedaan en ik vraag me even af of de Minister dat erkenten hoe hij dat vindt tegenover de Kamerleden.Minister Moes:Volgens mij is er nooit op voorhand een belofte gedaan dat er 50 miljoengevonden kon worden in de verruiming van de reclames. Daar ben ik mijalthans niet van bewust. Het is natuurlijk ook politiek verstandig om eengoede dekking te vinden bij voorstellen, zodat je niet achteraf verrastwordt. Dat zou helemaal niet onverstandig zijn.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik zie dat er weinig steun overblijft voor het verruimen van reclames. Diesteun brokkelt af. Dat is ook goed trouwens, maar dat terzijde. Decollega’s van dat amendement-Bontenbal voelen zich nu wel een soortvan genaaid, zeg ik maar even onparlementair. Het levert immers niet opwat beloofd was. Dan vraag ik aan de Minister: waarom dan toch eenverruiming van 8% naar 10% reclame? Voor wie is dat goed?Minister Moes:Dat vind ik een hele lastige, omdat er aan de ene kant wordt gezegd «gaverder, er is niet genoeg opgehoogd», en tegelijkertijd de vraag wordtgesteld «waarom dan toch die ophoging?» Ik heb echt geprobeerd ommaximaal recht te doen aan dit amendement. Ik heb echt geprobeerd tedoen wat de Kamer daarmee vroeg. Ik denk dat dit de maximaal haalbarebalans is. Als de Kamer daar echt fundamenteel anders over denkt, danword ik daarin natuurlijk graag bijgestuurd door de Kamer.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik heb niets tegen de inspanning van de Minister. Waar het om gaat is hetvolgende. Er is gezegd: 50 miljoen extra bezuinigen op de publiekeomroep. Het beeld is geschapen dat we dat kunnen terugverdienen viareclame, via de Ster. De uitkomst is: 20% van wat er in het amendementstond, rond de 10 miljoen. Dan zeg ik tegen de Minister: volgens mij wasdat niet het gewenste doel. En dan zou ik zeggen: begin er niet aan!Waarom dat wetsvoorstel? 10% lijkt mij slecht, maar misschien kan ik dievragen beter via de Minister aan de partijen stellen die met ditamendement kwamen. Wellicht gaan zij daar in hun tweede termijn op in.Ik vind dat dit op een heel rare manier gegaan is, en volgens mij moetenwij daar heel snel een einde aan maken.De voorzitter:Dat waren twee interrupties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13564 Minister Moes:Het kabinet heeft niet toegezegd dat er 50 miljoen gevonden kon wordenin reclameruimte. Dat is gewoon nooit zo beloofd. Dan kan ik het helaasook niet mooier maken dan het is. Daarmee heb ik volgens mij ook alweereen vraag beantwoord.Dan de vraag van BBB of het verdedigbaar is dat de top van de bestuurs-lagen nagenoeg volledig wordt ontzien. Ik gaf net al aan dat de keuzes inde bezuinigingen binnen het huidige stelsel echt aan de omroepen zelf enaan de NPO zelf is. Daarbij wil ik ook even zeggen dat het heel ingewikkeldwordt om het politiek te gaan hebben over de hoogte van de lonen van detopbestuurders, want dat is eigenlijk al bij wet geregeld in de Wetnormering topinkomens. Ik verwacht dat het heel ingewikkeld wordt als erapart voor de publieke omroep nog weer andere regels gaan gelden. Hetis natuurlijk wel zo dat het met die stelselwijziging ook de bedoeling is omjuist in die bestuurderslaag een en ander te besparen. Dan gaat het nietover de hoogte van de lonen, maar over het aantal bestuurders dat nodigis om zo’n omroephuis te runnen.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik denk dat de Minister wel degelijk de mogelijkheid heeft om naar desalarissen te kijken. We hebben namelijk een casus gehad van een van detopbestuurders bij de NOS, die middels een freelanceovereenkomst diedrie jaar duurde, meer verdiende dan zo ongeveer iedereen in deze zaalbij elkaar. Dat is volgens mij een van de punten die een gat bleken te zijnin de Mediawet. Een ander punt is dubbele functies: dat je én bestuurderkunt worden én een aantal programma’s kunt maken én wellicht nog eenbv hebt. Zijn dat dan ook constructies die de Minister meeneemt in dewet, om te kijken hoe we kunnen voorkomen dat mensen zo veel meerverdienen?Minister Moes:Daar is al eerder naar gekeken en er is geen ruimte om dat in de wet teregelen.De voorzitter:Nu gaan er een heleboel vingers omhoog. Eerst nog even mevrouwMartens-America.Mevrouw Martens-America (VVD):Dat is dan een beetje gek, want ik ben toevallig ook woordvoerder zzp enwij zijn bezig met een herziening van de wet. Er is dus wel degelijk heelerg veel mogelijk. Ik doe toch een dringende oproep aan de Minister omdit, aangezien de verontwaardiging hier van links tot rechts groot was,mee te nemen in de herziening van de Mediawet. En als je het hebt overdubbele functies: er is ook een voorstel aangenomen dat we gezondegovernance nastreven. Volgens mij is het zeer ongezond dat eenleidinggevende ook bestuurder is. Zegt de Minister nu al «dit kunt u nietterugverwachten in de nieuwe wet straks»?Minister Moes:Dat punt over dubbele petten gaan we zeker meenemen. Dat kan namelijkin de Mediawet. Maar de Mediawet is niet de juiste plek om iets te regelenvoor het hebben van meerdere banen tegelijkertijd; dat hoort echt in eenander wetstraject thuis.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ik wil me toch een beetje aansluiten bij het pleidooi van mevrouwMartens. Het is natuurlijk een grote fop als we die graaiers bij de publiekeomroep niet keihard gaan aanpakken; anders zitten we hier voor niks. Zeverdienen veel te veel geld. Dat zie je op hun salarisstrookje. Ze graaienTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13565 links en rechts via allerlei ingewikkelde constructies, die ik niet kanoverzien maar die de Minister wel moet gaan zien, en vullen hun zakkenover de ruggen van de gewone Nederlanders. We moeten af van diemiljard euro. Maar er kan veel meer van af als de Minister wel dieconstructies aanpakt. Ik weet dus niet hoe de Minister dat moet doen, zegik erbij, maar de Minister moet dat wel gaan weten en ik hoop dat hij aande Kamer kan toezeggen dat hij hier zijn speerpunt van maakt. Dat kan perbrief in een ander debat. Als we die graaiers niet gaan inpakken, heeft dithele debat, en ook het volgende Mediadebat, namelijk geen zin.De voorzitter:Twee interrupties.Minister Moes:Ik vind het echt heel ingewikkeld om dan bij wet te gaan bepalen hoeveelbanen iemand tegelijkertijd mag gaan hebben. Dat is gewoon ook welecht andere materie dan de Mediawet, denk ik. Nogmaals, naar diedubbele petten en dat soort dubbele functies gaan we zeker kijken. Ik wilook gerust kijken naar welke mogelijkheden er zijn om binnen deredelijkheid van de wetgeving iets te doen aan de excessen en de situatiesdie geschetst worden. Maar ik zeg daar ook gelijk bij dat dat niet via deMediawet geregeld zal worden. Dat hoort in een andere wet thuis, maar ikwil daar best ook wat breder naar kijken en dat dan ook interdeparte-mentaal oppakken.De voorzitter:Een vervolgvraag.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Voor de goede orde: het gaat niet alleen maar om dubbele banen. Daargaat het ook om, maar dat is volgens mij heel simpel op te lossen doordat gewoon te verbieden in een wetje of in een arbeidscontractje. Dat lijktme nou niet het meest ingewikkelde, maar dat moet de Minister ookaanpakken. Als dat met collega’s samen moet, is dat natuurlijk goed.Maar het gaat dus ook om die schimmige, graaierige, bijna diefstallerigeconstructies. Er moet naar die constructies worden gekeken. De een heefteen productiemaatschappij en verkoopt zijn productiemaatschappij aanhet eigen programma dat hij ook nog presenteert. Dus dan toucheert hijde balkenendenorm met de presentatie en vijf keer de balkenendenormmet zijn productiemaatschappij. De constructies. Als de Minister nietsamen met zijn collega’s naar die schimmige, diefstallerige, graaierigeconstructies kijkt, dan heeft dit debat geen zin.De voorzitter:Uw interrupties zijn op.Minister Moes:Er is eerder ook gekeken naar eventuele «schimmige constructies», zoalsde heer Markuszower die noemt. Daarbij zijn geen grote uitwassengevonden. Nogmaals, ik heb al toegezegd dat we goed gaan kijken naarbepaalde constructies die niet zouden moeten kunnen bestaan. Dan gaathet bijvoorbeeld over combinaties van bestuursfuncties met andereverdienende functies. Ik heb ook al toegezegd dat we nog iets breder gaankijken, maar dan kom je echt op het terrein van de Wet normeringtopinkomens en van de sociale wetgeving, dus daar moeten we ookbreder en integraler naar kijken. Dat kan ik niet via de Mediawet regelen.De voorzitter:Mevrouw Van der Plas heeft ook een vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13566 Mevrouw Van der Plas (BBB):De raad van bestuur, de raad van toezicht, de directie van de NPO, deOmbudsman en de centrale ondernemingsraad verdienen samen ruim12 miljoen euro per jaar. Dan praten we over ongeveer twintig mensen.Dat is echt heel veel geld. Wat vindt de Minister daarvan en waarom kanhet niet anders?Minister Moes:Ik denk dat dat wel anders kan. Daarom zijn we met een stelselwijzigingbezig. We richten ons erop dat we minder bestuur nodig gaan hebben,maar dat zegt niets over de maximale hoogte van het inkomen zelf perbestuurder. Dat regelt echt de Wet normering topinkomens. Maar wewillen juist toe naar een bestel waarbij je minder management nodig hebten minder bestuurslagen, waarmee het publieke bestel ook efficiënter isgeorganiseerd, ook qua overhead.Mevrouw Van der Plas (BBB):Als iemand 12,2 miljoen per jaar verdient, dan praat je echt over heel veelgeld. Maar de Minister zei zonet: we hebben dat al eens bekeken en hetkon niet. Ik zou daar graag een informatiebrief over krijgen. Wat is erprecies bekeken en waarom kon het niet? Ik vraag u om dat gedetailleerdaan de Kamer te doen toekomen, want dit wordt hier zo even gezegd en ikkan dat niet beoordelen. Graag dus een brief daarover.Minister Moes:Ja, die zeg ik toe. Ik denk dat dat binnen enkele weken kan, want datrapport ligt er in principe gewoon.De voorzitter:Vervolgt u de beantwoording. We komen nu bij het blokje lokaal. O, ikdenk dat er nog een vergeten vraag is.Mevrouw Oualhadj (D66):Ja. Mijn vraag is in elk geval niet beantwoord. Die ging over de culturelewaarden die we graag met elkaar willen versterken in dit land, terwijl wehier naar een Minister kijken die deze waarden juist wil afbreken. Ik hebgevraagd hoe de Minister daarnaar kijkt.Minister Moes:Die vraag heb ik volgens mij wel beantwoord. Ik heb namelijk aangegevendat dit onderdeel is van de opdracht. Cultuur is onderdeel van de opdrachtvoor het publieke bestel. Daar is dus zeker aandacht voor.Mevrouw Oualhadj (D66):Ja, maar dat is natuurlijk geen antwoord op mijn vraag. Is het danonderdeel van de opdracht om onze culturele waarden af te breken?Minister Moes:Kan de vraag iets specifieker gesteld worden? Dit vind ik namelijk eenhele ...Mevrouw Oualhadj (D66):Ja, tuurlijk. Wij hebben met z’n allen culturele waarden die we metmekaar willen beschermen. Dat doen we deels via de publieke omroep,maar als we op de publieke omroep gaan bezuinigen, kan dat niet meer.Dat is dus mijn vraag.Minister Moes:Ik denk niet dat de hoogte van de financiering een-op-een te vertalen isnaar de mate waarin culturele waarden al dan niet worden beschermd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13567 De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik heb een vraag omdat het blokje is afgelopen. Komt publiek-privatesamenwerking nog apart aan de orde? Even een check of dat niet in blokéén zat, bij de hervormingen.De voorzitter:We hebben ook een blokje overig, dus ...De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Helder, oké. Dan wacht ik nog even af.De voorzitter:Dit was het blokje bezuinigingen. We hebben ook het blokje hervorminglandelijk al gehad. We komen nu aan bij het blokje lokaal en regionaal.Minister Moes:Voorzitter. Eerst over de regio op NPO Start. Daarover heb ik de Kamereen aantal weken terug, ik geloof op 10 december, in een brief geïnfor-meerd. Eigenlijk is het korte antwoord dat de livestreams van de lokalepublieke omroepen binnen afzienbare tijd op NPO Start staan. Dat is dusgoed nieuws.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ja, nee, dat hoop ik. Dat is niet tegen de Minister gericht, want ik geloofecht dat hij dit onderwerp belangrijk vindt, maar we horen het al vijf jaar.Waar moet ik nu dus de zekerheid aan ontlenen dat dit over drie maandenopeens wél gaat gebeuren?Minister Moes:Ik heb begrepen dat dit inmiddels ook echt gewoon in de planning van deNPO zit. Er was een brief mijnerzijds voor nodig om dat ook expliciet toete staan, omdat het nu her en der nog wat ambigu is, maar ik heb gezegddat het kon. Er wordt nu dus ook gewoon doorgezet. Het komt er gewoonaan.De voorzitter:Een vervolgvraag.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):En worden mogelijke wettelijke belemmeringen, als ze er zijn, wat ik nietdenk, dan meegenomen in de wettelijke herziening die we dan nog gaankrijgen?Minister Moes:Zeker.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Nou, ik wacht het af.Minister Moes:Ik dank de heer Mohandis voor het gestelde vertrouwen!Dan de vraag van het CDA over het realiseren van de twintig streekom-roepen. Zou het maximum opgehoogd kunnen worden? Ik heb geenredenen om dat maximum te verhogen. Dat komt namelijk van deStichting Nederlandse Lokale Omroepen zelf en van de VNG. Er zijngesprekken geweest en daar kwam dat getal van 80 uit naar voren. Dat isook vorig jaar nog weer geactualiseerd, onder andere op basis van sessiesmet betrokkenen in het land. Op dit moment wordt er in 79 strekengewerkt aan een professionalisering van zo’n lokale omroep.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13568 De voorzitter:Meneer Mohandis, we zijn nog niet klaar met het blokje.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Hervormingen lokale omroep en streekomroepvorming? Is dat klaar? Ofben ik te snel?De voorzitter:Daar zijn we nog niet mee klaar.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Excuus.De voorzitter:Als u even uw vragen opspaart totdat alle vragen beantwoord zijn, is datheel fijn.Minister Moes:BBB vraagt hoe wordt voorkomen dat regionale redacties wordenopgeslokt door landelijke formats en dan hun eigen identiteit en zo en huncontrolefunctie kwijt zouden raken. In het bestel hebben gewoon alle driede lagen een bij wet geregelde eigen heldere taak. Het is dus in principewettelijk geregeld dat dat apart blijft.Er zijn meerdere vragen en ik geloof ook zorgen over de hoogte van debekostiging van de lokale omroepen, mede door het advies van de Raadvan State. Er zijn ook zorgen of de gemeentelijke bijdragen weg zoudengaan vallen als de financiering meer vanuit het Rijk zou komen. Ik ga dieinventarisatie doen. Ik neem dat sowieso mee. Dat zeg ik alvast toe. Ik benook voornemens om die extra middelen te zoeken bij de Voorjaarsnota.Op dat moment wil ik erop ingaan en ernaar kijken. Het staat hoog opmijn lijstje om te vinden. Daar is ongeveer 15 miljoen extra voorbenodigd, maar ik vind het wel belangrijk en ik wil ook echt kijken of ikdaar ruimte voor kan vinden.De voorzitter:Komt dat in een brief voor de Voorjaarsnota? Want dan is het een echtetoezegging.Minister Moes:Ik kan niet toezeggen dat ik 15 miljoen ga vinden. Het enige wat ik zeg, isdat ik daarnaar op zoek ga bij de Voorjaarsnota. Op dit moment heb ik diemiddelen gewoon niet.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik snap echt dat dit de positie is van de Minister. Het punt is alleen dat heteen dictum c is en dat is best spannend als wij dat als Kamer moeten gaanbehandelen. Dat is niet niks. Ik denk dat er dus echt iets zal moetengebeuren aan dat dictum willen wij dit wetsvoorstel ... Ik bedoel, andersblijft het een beetje hangen. Ik snap het antwoord, maar er zal toch meermoeten gebeuren. En als het aan een opvolger is, is dat ook prima, maarer moet toch iets van een toezegging komen dat er een brief komt in april.Dan kan ik ermee leven. Dus dat is de vraag.Minister Moes:Ik kan gewoon niet toezeggen dat ik die middelen ga vinden of dat mijnopvolger ze gaat vinden. Wellicht kunt u deze en gene hier in de zaalaanwezig vandaag lief aankijken. Ik span mij wel maximaal hiervoor in. Ikvind het gewoon een heel belangrijk onderwerp, maar op dit moment hebik die middelen gewoon niet beschikbaar. Natuurlijk wordt bij deVoorjaarsnota bekend of het al dan niet gevonden is. Even voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13569 helderheid – er was nog een vraag van de heer Ceder, maar die is evenweg – zeg ik toe dat ik die informatie over de gemeentelijke financieringopvraag bij de gemeenten en kijk of ik de eventuele risico’s in kanschatten.Er was ook nog een vraag van de ChristenUnie over steun vanuit lokaleomroepen aan internationale media. Dat valt echt buiten mijn beleids-terrein. Dat gaat over buitenlandse mediapartijen en daar ga ik niet over.Dat is aan de Minister van Buitenlandse Zaken.De voorzitter:Dank u wel. Het gaat hartstikke goed. We zijn nu bij het blokje journalis-tieke vrijheid.Minister Moes:Dat klopt helemaal, voorzitter. Er was een vraag over een X-bericht van devicepremier. Die heb ik eerder al schriftelijk beantwoord. Het kabinetonderschrijft natuurlijk ten volle het belang van een sterke en onafhanke-lijke publieke omroep en de noodzaak van afstand tussen media enpolitiek. Dat is ongewijzigd.Hoe beoordeelt de Minister de wettelijke waarborgen dat de publiekeomroep onafhankelijk dient te zijn van politieke inmenging? Zoals ik netook al zei, vindt het kabinet die onafhankelijkheid fundamenteel voor dedemocratie en de samenleving. Deze wettelijke waarborgen en hetbehouden hiervan, versterken ook het vertrouwen in de journalistiek.De heer Krul (CDA):Vindt de Minister dat er een verschil is tussen wat hij op zijn Ministersac-count deelt en wat op zijn privéaccount? Maakt dat dan uit voor deMinister?Minister Moes:Ik begrijp die vraag niet goed.De heer Krul (CDA):De Minister geeft aan dat het kabinet het belang van een sterke publiekeomroep onderschrijft en hecht aan de afstand tussen de politiek of, zoalshij zelf zei, tussen het kabinet en de mening over de publieke omroep.Zoiets hoorde ik hem net zeggen. Ik vraag hem of hij dan ook een verschilziet tussen of een kabinetslid iets privé zou doen of middels officiëlekanalen.Minister Moes:Volgens mij ben je als bewindspersoon in principe altijd in functie.De heer Van Houwelingen (FVD):Gaat de Minister in de hervorming die eraan komt wellicht ook nog ietsdoen aan de baantjescarrousels? We hadden het bijvoorbeeld overtermijnen van twee jaar. Met lobbyen is het al zo: je mag niet zomaar ineen industrie werken waar je ook regelgeving voor hebt ingevoerd.Minister Moes:We zijn aan het kijken naar een afkoelingstermijn.De heer Bosma vroeg of de publieke omroep zou moeten terugkeren opTwitter, of X. Daar gaat de publieke omroep binnen de kaders van de wetgewoon zelf over. Daar heb ik vanuit mijn functie niks over te vinden.De heer Martin Bosma (PVV):Oké, maar hoe verhoudt het feit dat de NOS is verdwenen van Twitter/Xzich volgens de Minister tot hetgeen de NOS zelf zegt? De NOS zegtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13570 namelijk: de NOS streeft ernaar deze informatie toegankelijk te maken viaalle beschikbare media.Minister Moes:Dat valt op. Ik kan me voorstellen dat die vragen ook gesteld kunnenworden aan de NOS en dat zij daar zelf een afweging in maakt. Ik vermoedzomaar dat zij zelf ook heeft toegelicht waarom zij tot dat besluit isgekomen, maar daar ga ik dus niet over als Minister.De heer Martin Bosma (PVV):Maar vindt de Minister dat dit bijdraagt aan de geloofwaardigheid van deNOS?Minister Moes:Nogmaals, ik ga hier niet over als Minister. Ik denk dat het belangrijk is datzo veel mogelijk mensen bereikt worden door goede onafhankelijkeberichtgeving. Ik denk dat het vertrouwen in die berichtgeving ontzettendbelangrijk is en dat dat onmisbaar is voor de samenleving, maar binnenhet huidige stelsel heb ik mij als Minister ook gewoon aan de wetten enregels te houden zoals we die kennen. Ik ga daar niet over.De voorzitter:Tot slot.De heer Martin Bosma (PVV):Zeker, maar velen van zijn voorgangers, vanaf Ronald Plasterk, hebbenjuist ingezet op digitalisering en nieuwe media. Nu slaat de NOS een heleandere kant op, wat haaks staat op het beleid van velen van zijnvoorgangers.Minister Moes:Nogmaals, ik heb die afwegingen niet gemaakt. Die maak ik ook niet; datis aan de NOS zelf. Ik weet wél dat de NOS helemaal openstaat voorvragen over hoe zij tot die afweging zijn gekomen en hoe zij tot hunjournalistiek komen. Ik zou die vragen graag daarnaar doorverwijzen.Mevrouw Van der Plas (BBB):Mag de Minister ook vragen stellen wanneer hij in gesprek is metbijvoorbeeld de hoofdredactie van de NOS?Minister Moes:Ik ben weleens op bezoek geweest bij de NOS. Daar heb ik een heleboelvragen gesteld.Mevrouw Van der Plas (BBB):In dat geval zou de Minister in een gesprek nog kunnen vragen: «Waarombent u van X weggegaan? Vindt u dat u aan uw eigen journalistiekeonafhankelijkheid voldoet?» Dat kan toch gewoon gevraagd worden?Minister Moes:Ik vind dat een uitstekende vraag. De laatste keer dat ik bij de NOS opbezoek was, speelde die vraag nog niet. Toen zat de NOS nog gewoon opX. Ik kan me herinneren dat die daar nog best een serieus bereik had. Datis ook gewoon publiek bekend. De NOS had best veel volgers, dus hetwas een grote doelgroep. Nogmaals, de afweging die de NOS gemaaktheeft om dat niet meer te doen en niet meer op X te zitten, is niet aan mij.Maar natuurlijk, mocht het mij gegeven zijn om nog een keer bij de NOSop bezoek te komen, dan neem ik deze vraag zeker mee.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13571 Mevrouw Van der Plas (BBB):Nou, volgens mij zijn de telefoonnummers wel bekend, dus de Ministerkan morgen gewoon de hoofdredactie van de NOS opbellen en vragenwaarom ze die overweging heeft gemaakt. Hij kan ook vragen: wilt uoverwegen om terug te keren op X? Mij lijkt: als u vragen mag stellen,mag u deze vraag gewoon stellen.Minister Moes:De details ontschieten mij, maar ik meen mij te herinneren dat hetbehoorlijk besproken is toen de NOS het besluit nam om van X te gaan,op z’n minst ook op X zelf. Dat wist de NOS dan wellicht niet meer, wantdie was er niet meer, maar dit is zeker uitvoerig besproken. Volgens mijheeft de NOS destijds zelf ook een verklaring gegeven over de reden datze tot dit besluit is gekomen. Dat antwoord is dus beschikbaar. Natuurlijkis het een volstrekt legitieme vraag onder welke voorwaarden ze terugzouden willen keren. Maar nogmaals, daar ga ik uiteindelijk niet over; datis aan de NOS zelf.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Klopt het dat de NOS nog op acht andere socialmediakanalen actief is?Minister Moes:Ik weet niet uit mijn hoofd of het er exact acht zijn, maar volgens mij heeftde NOS een heleboel verschillende kanalen beschikbaar en gooien ze watdat betreft hun net breed uit. Ze zitten helaas alleen niet meer op X.De voorzitter:We zitten nog steeds in het blokje journalistieke vrijheid. Vervolgt u uwbeantwoording.Minister Moes:Een vraag over wat ik vind van het partijlidmaatschap van de voorzittervan het Commissariaat voor de Media. Nou, ik heb niks te vinden vanpartijlidmaatschappen van mensen, maar ik snap de vraag van de heerBosma over het partijlidmaatschap natuurlijk heel goed.De heer Martin Bosma (PVV):Dat snap ik, hoor. Partijlidmaatschappen zijn niet relevant, maar als devoorzitter van het Commissariaat voor de Media lid is of was, in iedergeval bij haar benoeming, van een organisatie die pro geweld is, dan denkik toch dat elk lid van dit kabinet daar een streep zou moeten trekken.Minister Moes:Het is niet aan mij om te bepalen of een politieke partij al dan niet progeweld is.De voorzitter:Tot slot.De heer Martin Bosma (PVV):Nee, daarom heb ik de Minister ook geholpen en heb ik dit voor hemmeegenomen. Ik heb ook de uitspraken van Tofik Dibi bij me. Tijdens delaatste verkiezingscampagne riep hij op tot geweld. BIJ1 roept op totgeweld en we hebben nu iemand op een cruciale positie in de Neder-landse maatschappij die lid is van een organisatie die pro geweld is.Minister Moes:Ik ga daar niet over oordelen, het is niet aan de Minister van OCW om tebepalen of een politieke partij al dan niet een geweldsverheerlijkendeorganisatie is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13572 De voorzitter:Dat was het blokje journalistieke vrijheid en persvrijheid. Dan gaan we ...O, het volgende blokje is persvrijheid. Klopt dat? Persveiligheid, sorry.Minister Moes:Over de zorgwekkende meldingen bij PersVeilig: is dat een incident of eentrend? Ik zie deze meldingen niet als een incident. Het aantal meldingen isin 2025 gestegen ten opzichte van 2024, toen het er 249 waren. Ik vind datzorgelijk. Elke melding is er een te veel, maar die toenemende trend iszeker zorgelijk. Daarom steun ik PersVeilig ook structureel. Ik denk dat hetheel belangrijk is dat we dit blijven monitoren en daar flink op inzetten.Vind ik dat bedreigingen van journalisten de journalistieke onafhanke-lijkheid en democratie onder druk zetten? Natuurlijk, wie journalistenbedreigt, raakt ook aan de kern van onze democratie. Journalisten moetengewoon altijd veilig hun werk kunnen doen. Ik vind het afschuwelijk datsteeds meer journalisten slachtoffer worden van bedreigingen en vangeweld. Dat accepteren we gewoon niet. Het kabinet kiest ondubbelzinnigvoor de bescherming van de vrije pers met structurele investeringen inPersVeilig, zoals ik al zei, en een stevige aanpak van intimidatie en geweld,samen met de politie en het Openbaar Ministerie.De voorzitter:Ik zag niet wie er eerder was. De heer Bosma.De heer Martin Bosma (PVV):Nu ik zie dat het de heer Markuszower was, ben ik zeker eerder.Mooie woorden over persvrijheid. Wat vindt de Minister ervan datExtinction Rebellion, zeg maar de sterke arm van GroenLinks-Partij van deArbeid, bezettingsacties uitvoert op het Media Park, vernielingen aanricht,met Palestijnse sjaals rondloopt, rookbommen afsteekt en een anderredactioneel beleid eist van de NPO?Minister Moes:Natuurlijk is demonstratierecht een groot goed, maar journalisten moetente allen tijde veilig en vrij hun werk kunnen doen. Dat staat in dit speci-fieke voorbeeld op gespannen voet met elkaar. Ik vind het niet kunnen datéén organisatie probeert te bepalen wat de journalistiek al dan niet zoumoeten publiceren en hoe. Dat gaat echt in tegen het fundament vanvrijheid voor het journaille om daarin zelf een afweging te maken.De voorzitter:Meneer Markuszower, dezelfde vraag?De heer Markuszower (Groep Markuszower):Nee, ik kan de heer Bosma nooit overtoepen. Ik heb een andere vraag aande Minister. Geweld tegen journalisten of dreiging daarmee is inderdaadverschrikkelijk. Ik wil vragen of de Minister dit pleidooi wil ondersteunenen met zijn collega van Justitie kan bespreken of we de strafmaat kunnenverhogen, want hij is nu heel laag. Als mensen journalisten bedreigen ofnog verder gaan, is de gemiddelde strafmaat heel laag.De voorzitter:Ik zit niet op te letten. Uw interrupties waren op. Maar dan geef ikiedereen een extra interruptie, dus maak de vraag maar even af.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Mijn nieuwe vrienden van het CDA zijn vandaag niet zo vriendelijk. Ik wilvragen of de Minister die oproep kan steunen en daar iets mee kan doenom ervoor te zorgen dat mensen die journalisten bedreigen keihardworden gestraft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13573 Minister Moes:Ik ga natuurlijk niet op het terrein van mijn collega zitten, maar we vindenhet wel een hele zorgelijke trend. Dat zei ik net ook al. PersVeilig onder-steunen we daarom ook structureel. Ik wil best een gesprek voeren metmijn collega over wat de mogelijkheden daarvoor zijn, maar ik ga niettoezeggen dat we daar ... Ik kan gewoon niet vooruitlopen op wat hetstandpunt van het kabinet daarop is, want het gaat echt over een anderbeleidsterrein dan dat van mij.Ik kom bij de laatste vraag in dit blokje, namelijk of ik de stelling deel datintimidatie en doxing van journalisten schadelijk is voor de persvrijheid.Natuurlijk zijn intimidatie en doxing zeer schadelijk. Ik noemde PersVeiligal. Doxing is sinds kort ook strafbaar. Ik denk dat het een goede zaak is datdat strafbaar is geworden, want intimidatie op die manier kan gewoonniet. Zoals ik net al zei, is onderdeel van de journalistieke vrijheid dat jegewoon veilig en vrij je werk moet kunnen doen als journalist. Ik zie diestrafbaarstelling als een goede stap vooruit om journalisten beter tebeschermen.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we bij het laatste blokje. Dat is het blokje overig.Minister Moes:Voorzitter. Er was een vraag over samenwerking met commerciëlepartijen. Zoals u vast al weet, is het kabinet voorstander van meerpubliek-private samenwerking. Dat is primair aan de partijen zelf, maar ikvind het wel ontzettend belangrijk. Ik vind het ook belangrijk dat diepartijen naar elkaar toe komen en dat ze die stappen zetten. Wat ik weldoe, is het faciliteren daarvan, die gesprekken aanjagen. Natuurlijk kan ikde partijen niet dwingen om met elkaar samen te werken, maar ik vind hetwel ontzettend belangrijk dat partijen die stap vooruit zetten. Ik lasvandaag in het nieuws hoopvolle berichten daarover. Er zijn op zich ookwel voorbeelden van succesvolle publiek-private samenwerkingen tevinden. Ik denk dus dat dat een goede ontwikkeling is.Dan kom ik bij de vraag over het gelijke speelveld. Ik ben natuurlijkdoorlopend in gesprek met onder andere ook private media. Ik benbekend met deze klacht en met deze oproep om op z’n minst voor eengelijk speelveld te zorgen. Daar zetten we ons ook echt voor in. Er isergens ook een balans tussen publieke financiering en een volledig gelijkspeelveld. Dat krijg je nooit honderd procent uitgevlakt, maar we voerendie gesprekken wel en hebben er zeker oog voor. In het kader van diepubliek-private samenwerking moet dat ook, want anders kom je daaruiteindelijk geen stap verder mee. We willen zeker doen wat we kunnendoen.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik had het bij het gelijke speelveld inderdaad over publiek-privatesamenwerking, maar mijn specifieke vraag ging ook over de samen-werking tussen bijvoorbeeld commerciële omroepen en streamers ofandere internationale mediaplatforms en over hoe we dat speelveldkunnen gelijktrekken. Misschien kunt u binnen drie maanden in iedergeval een inventarisatie doen van hoe dat zou kunnen en wat er dan op teschrijven is.Minister Moes:Dit is inherent ingewikkeld vanwege het internationale karakter van veelvan die streamingdiensten en andere diensten zoals social media, envanwege het feit dat daar in de praktijk andere regels lijken te gelden danbijvoorbeeld op televisie. Het soort medium, het soort dienst, lijkt haast tebepalen wat wel en niet kan. Ik herken ook dat dat nu ongelijk is tussen deplatforms. In gesprekken met bijvoorbeeld de streamingdiensten zelf ofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13574 social media zie je dat het precieze verschil daartussen en de kadersdaarvoor steeds meer verwateren. Dus ik zie echt het belang van hetgelijke speelveld, meer uniforme regels en de handhaving van die regels,maar het is in de praktijk heel ingewikkeld om daar heldere wetgevingover te maken. Daarbij speelt ook Europese samenwerking een belang-rijke rol, omdat het echt ook landsgrenzen overstijgt. Maar dit belangwordt zeker gezien.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik snap dat, maar mijn simpele vraag is: bent u bijvoorbeeld bereid ommet in ieder geval de commerciële media in Nederland en streamers echtgezamenlijk te kijken waar nou dat ongelijke speelveld zit? Die informatiehebben zij wel deels, denk ik. Dat is eigenlijk de simpele vraag. Ik begrijpdat wetgeving overall moeilijk te maken is. Dat snap ik. Maar er is wel veelbekend.Minister Moes:We gaan hierover in gesprek met de partijen. Volgens mij voorziet datoverigens ook in een behoefte. Daarover zal de Kamer geïnformeerdworden met de mediabegrotingsbrief.De voorzitter:En wanneer komt die?Minister Moes:Vierde kwartaal.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik zou het gewoon meenemen in de herziening van de wet. Dan kunnenwe er nog wat mee. Maar goed, ik doe maar een suggestie.Minister Moes:We moeten eerst echt goed verkennen wat kan en wat niet kan, voordat iktoezeg dat we dat meenemen in een wetsherziening.De voorzitter:Er ligt in ieder geval een toezegging voor de mediabrief. Die ga ik zoherhalen.Minister Moes:Nog een vraag van de heer Mohandis: hoe houden we Nederlandseomroepen en kranten relevant in een veranderend medialandschap en tentijde van big tech? We zien als kabinet het belang van het Nederlandsemedialandschap. Er is eerder een rapport geweest, Aandacht voor media,waarin vier aanbevelingen worden gedaan. Die bestudeert het kabinet opdit moment samen met de sector. Die vier aanbevelingen zijn: gebruik-maken van EU-regelgeving, voor de democratie belangrijke infoprominent zichtbaar en vindbaar maken, lokale en regionale journalistiekversterken en mediaverantwoordelijkheid stimuleren. Deze zomer komt ereen brief naar de Kamer over hoe dit kabinet opvolging geeft aan datrapport.Dan waren er vragen over kindermarketing. De heer Krul vroeg of ikeventueel bereid ben een verbod op kindermarketing mee te nemen in hetwetsvoorstel voor de hervorming van de landelijke publieke omroep. Ikben in overleg met de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport over hetonderwerp kindermarketing. Dit is een portefeuilleoverstijgendonderwerp. Reclame rondom kinderprogramma’s op de publieke omroepis al verboden. Dat is in principe al een effectieve maatregel, maar ik wilmet mijn collega bespreken in hoeverre dat effectief is. Dit thema neem ikzeker mee. Ik kan niet gelijk toezeggen dat we bepaalde regels, maatre-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13575 gelen of verboden gelijk opnemen, want ik moet echt even die besprekingafwachten over wat haalbaar en billijk is in wetgeving. Maar dit is zekereen belangrijk onderwerp.Mevrouw Van der Plas (BBB):Er werd in het debat al even gesproken over de vlogjes van hippemoeders die hun kinderen eigenlijk gebruiken om allerlei producten aan tebieden. Wil de Minister dat ook meenemen en kijken wat de mogelijk-heden zijn om daar iets aan te doen?Minister Moes:Ik herken heel erg de zorgen hierover. Dat kinderen op die manier ingezetworden door ouders en dat dat ook commercieel gemaakt wordt, riekttoch behoorlijk naar kinderarbeid. Ik wil hier zeker wat mee doen. Ik moetecht eerst even kijken in welke wet dat dan thuishoort en wie van mijncollega’s ik daarbij nodig heb. Daar ben ik even naar op zoek. Dat vind ikhier nog wel een ingewikkelde. Ik begrijp dat dat ook samen met SZWopgepakt moet worden, dus dat ga ik ook in gang zetten.Mevrouw Van der Plas (BBB):We hebben natuurlijk te maken met fabrikanten van merken die dat aandie moeders geven en zeggen: nou, als je dat leuk met je kinderen doet,dan komt mijn merk mooi in beeld. Misschien kan er dus iets gebeuren viade weg van de fabrikanten. Ik weet ook niet hoe het moet, hoor. Elke keerdat ik het zie, heb ik medelijden met die kindjes omdat ze zo wordeningezet. Ik vraag me echt af of die kinderen beseffen wat er gebeurt als zezo geëxpoosd worden op X en dat straks ook de rest van hun levenmoeten terugzien.Minister Moes:Ja, helemaal eens dat dit aandacht verdient en dat we hier paal en perkaan moeten stellen. Het is echt een kwestie van kijken hoe je dit goed eneffectief kunt inperken en in een wet kunt gieten, want in de praktijk kanhet nog best wel een uitdaging zijn hoe je dat goed en handhaafbaarneerzet. Ik weet dat het Commissariaat voor de Media nu extra takenoppakt als het bijvoorbeeld gaat over youtubers en influencers, en dat wedaarom het commissariaat extra ondersteunen, omdat de commerciëlebelangen van influencers en vloggers ook gewoon een heel nieuw terreinis. De rol van kinderen verdient hierbij zeker bijzondere aandacht.Dan nog een vraag van de heer Krul over het toekomstbestendig makenvan de Mediawet, zodat je niet elke keer een verplaatsing krijgt, zoals wenu inderdaad zien. We hebben bijvoorbeeld heel veel regels voor reclameop televisie en radio, zowel voor publieke als commerciële zenders. Opinternet mag schijnbaar alles. Nou, dat is niet helemaal waar, maar daarzit wel verschil tussen; daar hebben we het net ook over gehad. Een vande bedoelingen van de wijziging van de Mediawet is juist dat we dieuniformer gaan maken. Ik heb net ook al een en ander gezegd over het feitdat dat nog wel een uitdaging is, zeker ook gezien het internationalekarakter van veel van die onlinediensten. Maar dit punt nemen we daarbijzeker mee.Forum uitte zorgen over het Commissariaat voor de Media. Je mag watmij betreft altijd overal vragen bij stellen, maar ik denk wel dat de rol vanhet Commissariaat voor de Media belangrijk is als het gaat om dehandhaving van de Mediawet. Nou kun je best vragen stellen bij hoeeffectief zij zijn en of ze genoeg middelen en instrumenten hebben omeffectief hun werk te doen en eventueel sancties uit te delen. Ik verwachtnog een advies ten aanzien van de evaluatie daarvan, waarbij we kijkennaar de rol van handhaver en toezichthouder binnen het bestel. Dat looptnog. Maar ik denk dat dat flink versterkt moet worden; dat heb ik eerdervanavond ook al aangegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13576 Zoals ik ook eerder al aangaf naar aanleiding van vragen van mevrouwVan der Plas, ga ik dit breder vergelijken: «Hoe werkt nou zo’n toezicht-houdende functie in andere landen die een publiek bestel kennen? Hoehebben ze dat georganiseerd? Welke instrumenten zijn nodig om effectiefsancties op te leggen en te kunnen handhaven?» Je wil natuurlijk geentandeloze tijger als toezichthouder hebben. Dat werkt niet.De heer Van Houwelingen (FVD):Dat begrijp ik wel, maar met het Commissariaat voor de Media is wel ietsunieks aan de hand. Ze hebben heel Hilversum tegen zich in het harnasgejaagd, begrijp ik. Omroepen hebben zich ertegen uitgesproken en datgeldt ook voor de hoofdredacteur. Moet de Minister dan niet op z’n minsteen keer in gesprek gaan?Minister Moes:Ik ben natuurlijk doorlopend in gesprek met het Commissariaat voor deMedia.De heer Van Houwelingen (FVD):Zouden we dan de toezegging kunnen krijgen dat de Minister hierover ingesprek gaat en daarover aan de Kamer rapporteert, zodat we ietsconcreets hebben?Minister Moes:Waar moet ik specifiek over in gesprek gaan?De heer Van Houwelingen (FVD):De brieven die er liggen van de omroepen en de NPO waarin wordtgesteld dat het Commissariaat voor de Media zich eigenlijk activistischopstelt en zich bemoeit met de programmering. Misschien kunnen dezorgen van de heer Bosma over de voorzitter ook worden meegenomen.Het is nogal wat.Minister Moes:Oké, ik ben best bereid om het gesprek aan te gaan met het commissa-riaat, ook als er zorg en leven vanuit de Kamer. Maar ik wil wel heelduidelijk benadrukken dat de onafhankelijkheid van het commissariaatontzettend belangrijk is en dat ik me niet inhoudelijk ga bemoeien methun werk. Ik wil best een gesprek aangaan over hun rol binnen het stelselen hoe dat functioneert. Ik denk dat zij daar wellicht zelf ook nog wel eenen ander over te zeggen hebben. Nou ja, goed, daar gaan we zeker naarkijken, ook bij de hervorming van die Mediawet. Maar nogmaals, ik ga nietinhoudelijk op de stoel zitten van het commissariaat; dat is niet aan mij.De voorzitter:Tot slot.De heer Van Houwelingen (FVD):Kunnen we als Kamer dan ook een brief of een rapportage verwachten?Krijgen we als Kamer iets over dat gesprek te lezen?Minister Moes:Ik ga niet elke keer dat ik met deze of gene een gesprek heb, een gespreks-verslag sturen. Dat was ik niet van plan.De heer Krul (CDA):Ik heb nog een vraag over kindermarketing en het Commissariaat voor deMedia. Het Commissariaat voor de Media handhaaft nu op personen diereclame maken op YouTube, Instagram, TikTok et cetera op het momentdat zij 500.000 volgers hebben of meer en 24 video’s in het afgelopen jaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13577 hebben gemaakt. Ons bereiken signalen dat bepaalde partners duseigenlijk ook liever niet in zee gaan met influencers die meer dan 500.000volgers hebben, want die vallen onder additionele reclamebeperkingen.Kan de Minister dat ook meenemen? Dat aantal kan namelijk gewoonomlaag. We kunnen ook zeggen: nou, dat geldt ook als je 10.000 volgershebt. Is dat iets wat de Minister ook wil meenemen? 500.000 is echt heelveel. Ik weet niet hoeveel de NOS er op X had, maar het is echt heel veel.Minister Moes:Persoonlijk heb ik nog geen 500.000 volgers op X; iedereen kan zichgewoon melden. Het commissariaat is al bezig om te kijken naar wat eenredelijk aantal is; dat moet natuurlijk in balans zijn. Enerzijds wil jevoorkomen dat je onnodig aan allerlei regeltjes moet gaan voldoen als jeeen beetje leuk doet op YouTube of TikTok of iets dergelijks. Je wil mensenook niet al te veel in de weg zitten. Tegelijkertijd wil je voorkomen datzonder toezicht op het naleven van regels zomaar op allerlei gekkemanieren geld verdiend wordt; dat snap ik ook. Maar het commissariaat isdaar ook al naar aan het kijken. Naar alle waarschijnlijkheid zal dat getalook wat lager gaan worden in de toekomst.De heer Krul (CDA):Heel kort. Het gaat dus niet om mensen die leuke filmpjes maken. Het gaatheel specifiek om mensen die reclame maken via videosharing. Voor diegroep gelden additionele beperkingen als ze meer dan 500.000 volgershebben. Ik vraag eigenlijk: kan de Minister in gesprek gaan om te kijken ofdat getal omlaag kan?Minister Moes:Ik heb zelfs begrepen dat dat hele getal losgelaten wordt, dus dat ervooral ook naar andere criteria wordt gekeken.Dan een vraag over schermtijd van kinderen: is er bereidheid om eenconcreet plan op te stellen? De Staatssecretaris van VWS is inderdaadbezig met de implementatie van de richtlijn. Dat gebeurt dus. DeStaatssecretaris werkt hierbij samen met de wetenschap en onder anderehet Netwerk Mediawijsheid en het Trimbos-instituut. Dat loopt dus.Forum voor Democratie vraagt of ik vind dat de NPO moet vragen hoeveeljournalisten door de AIVD zijn gerekruteerd. Hierover is in 2024 een briefaan de Kamer gestuurd, ook naar aanleiding van vragen van Forum voorDemocratie. We maken niet openbaar hoeveel journalisten al dan nietdoor welke dienst dan ook zijn gerekruteerd.De heer Van Houwelingen (FVD):Dat is toch opmerkelijk, want er is geen twijfel over dat er journalistenworden ingezet door de geheime diensten. Mijn vraag aan de Minister isof hij het als Minister van Onderwijs en van Media zorgelijk vindt dat datgebeurt?Minister Moes:Ik ga niet verder in op de handelwijze van de geheime diensten.De heer Van Houwelingen (FVD):We hebben het de hele tijd over de onafhankelijkheid van de media endan wordt er contact gezocht met journalisten – het staat in de rapportenvan de Kamer zelf – door onze geheime diensten. De Minister zegt dan:nou ja, is dat is prima; dat moet kunnen. Dat is toch heel problematisch?Daar zou de Minister zich toch zorgen over moeten maken?Minister Moes:Ik heb hier verder geen informatie over te geven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13578 De voorzitter:De Minister heeft geantwoord.De heer Van Houwelingen (FVD):Ja, dank u, voorzitter, maar dat is dus het probleem. Wij hebben dieinformatie ook niet. Niemand heeft die informatie. Daarom vraag ik aan deMinister of hij bereid is de NPO te vragen – dat is toch een heel redelijkverzoek – of ze misschien een NPO-enquête kunnen verspreiden. De NPOzou daar zelf ook in geïnteresseerd moeten zijn. Want inderdaad, wekrijgen van niemand wat te horen. In dit land is dus totaal onbekend inhoeverre de inlichtingendiensten en de media vervlochten zijn. Daarweten we niets over. We weten alleen dat het gebeurt.Minister Moes:Ik begrijp dat het antwoord dat ik geef heel teleurstellend is, maar ik kanhier verder geen informatie over geven.De heer Van Houwelingen (FVD):Helemaal tot slot. Daarom is er dus wellicht weinig vertrouwen in demedia, omdat we daar niets over te horen krijgen. Daar kan de heer Krulwel over lachen, maar het is best ernstig.De voorzitter:Uw interrupties zijn nu echt meer dan op, dus dit was het.Minister Moes:Voorzitter. Tot slot een vraag van de heer Bosma over het abonnementvan de NPO opzeggen. Wat dus kan, is dat u eerst lid wordt van NPO Plus;dan kunt u het daarna opzeggen.De voorzitter:Dat was een tip van de Minister en ook de laatste vraag. Zijn er nogonbeantwoorde vragen? Ik zie een vinger van mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Volgens mij heb ik nog de volgende vraag gesteld. Is het beeld uit debegroting en de jaarverslagen van de NPO juist dat er geen concreteplannen zijn om de bestuursstructuur te verkleinen, en zo niet, waarom iser dan onlangs een tweede bestuurder bij de EO gekomen? Dat antwoordwil ik graag hebben. Wat vindt de Minister daarvan?Minister Moes:Wat ik eerder ook al aangaf hierop: ik ga niet over de exacte invulling vandie bezuinigingen. De hoogte van die bezuiniging is vastgesteld, maarwaar dan precies in gesneden wordt, is niet aan mij. Binnen het huidigestelsel ga ik daar gewoon niet over. Met de stelselwijziging willen we welgraag invloed krijgen op die tussenlaag. Het doel is ook om die efficiënteren effectiever te maken, zodat er ook minder bestuurders nodig zijn. Maarverder ga ik niet over de hoeveelheid bestuurders die bij de omroepen indienst zijn. Dat is binnen het huidige stelsel gewoon niet aan mij.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Dit is geen interruptie, maar gaat over een onbeantwoorde vraag. Ik vroegover pps heel concreet naar een eerder aangenomen motie met Pater-notte en wat daar nou concreet van is gekomen, behalve het nieuwsbe-richt. Ik kan nog niet helemaal zien wat voor agenda daar uit gaat rollen. Ikkom in tweede termijn met een motie, weer met D66, als het gaat om ppstussen omroep en streamers. Maar ik ben wel benieuwd wat nu de standvan zaken is en wanneer we daarover iets kunnen verwachten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13579 De voorzitter:Hoor ik pps? Publiek-private samenwerking.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Excuus, excuus. Publiek-private samenwerking tussen publieke media enprivate media.Minister Moes:Ja, over die publiek-private samenwerking zei ik eerder al dat wij daargeen definitieve sturingskracht op hebben als overheid. Dat is ook primairaan de partijen zelf. Wat wij doen, is die gesprekken maximaal faciliteren.Ik stuur er ook op aan dat die gesprekken gevoerd worden. Maaruiteindelijk moeten de partijen er zelf samen uitkomen en met voorstellenkomen. Wij kunnen niet van overheidswege opleggen op welke manier zijprecies zouden moeten gaan samenwerken.De voorzitter:Tot slot.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Dan is een wettelijke basis in de toekomst voor publiek-private samen-werking in de Mediawet nog best te overwegen, zeg ik via de Minister ookeen beetje tegen mezelf, in het kader van hardop denken. Excuus,voorzitter.Minister Moes:Die publiek-private samenwerking is in elk geval nu ook al niet verboden.Ik wil dus ook de oproep doen om maximaal samen te werken. Ik denk datdat uiteindelijk goed is voor de consument, voor de kijker en de luisteraar.Maar goed, voor de rest is het natuurlijk ook aan de heer Mohandis zelfom een politiek voorstel te doen.Mevrouw Martens-America (VVD):Voortbordurend op die vraag: ik heb in mijn bijdrage geschetst wat hetverschil in views is tussen NPO Start en YouTube. Ik weet niet of deMinister van plan was om daar nog op terug te komen, maar de publiek-private samenwerking moet natuurlijk wel een plekje krijgen in deMediawet, net zoals de heer Mohandis schetst. Pps is nu namelijkvrijblijvend, maar het is wel een levensbelang van de publieke omroep.Ziet de Minister niet toch een optie om dit toe te voegen aan de Mediawet,in plaats van nu te zeggen: het staat er nog niet in, dus we kunnen het nietaanpassen?Minister Moes:Er zit op dit moment gewoon geen belemmering in die wet. Er kan dusgewoon maximaal samengewerkt worden. Of het bij wet afdwingbaar zoumoeten zijn bij de publieke omroep, is echt een politieke vraag, waar ikniet op vooruit wil lopen.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik ben een beetje zoekende naar waar wij wel en niet over gaan. De NPO isop dit moment bijvoorbeeld met bijna 100 fte bezig om NPO Start tothetzelfde niveau te krijgen als de andere streamers. Hoewel iedereen daarmet de beste intenties aan werkt, voelt dit natuurlijk als water naar de zeedragen. In hoeverre gaan wij er dus echt niet over om een opdracht neerte leggen in de zin van: zorg dat dit live komt, in de lucht gaat en werkt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13580 Minister Moes:Dit is binnen het huidige stelsel gewoon echt aan de NPO. Daar kan ik kortof lang over praten, maar dit is gewoon het feitelijke antwoord. Deoverheid gaat er niet over of de NPO NPO Start al dan niet doorontwikkelt.Mevrouw Nanninga (JA21):De Minister had het over facilitaire samenwerking van de NPO met decommerciëlen. Hij zei daarover hoopvolle berichten in de krant te hebbengelezen. Ik neem aan dat hij doelt op het stukje in het AD, waarin staat datze samen tegen de techreuzen willen optrekken. Dat gebeurt alleen niet.De NPO belijdt met de mond dat ze wil samenwerken, maar ze verzuimt,vertraagt en zet het proces niet in gang. Wil de Minister mij toezeggen dathij de NPO dwingend gaat vragen om op korte termijn aan te gaankloppen bij die commerciële partijen, bij Talpa, SBS, RTL en noem maarop en om dit ook in gang te gaan zetten, zodat we niet vier verschillendecontrolekamers en honderd verschillende studio’s nodig hebben? Het kangewoon gebeuren, maar ik zou graag de toezegging willen dat de Ministerde NPO gaat vragen om nu echt concreet aan te gaan kloppen bij diecommerciële partijen om dit mogelijk te maken en zo weer een bezuini-gingsslag te kunnen maken.Minister Moes:Ik wil ze maximaal aanmoedigen, maar ik ga ze niet dwingend vragen,want die rol en die positie heb ik niet.Mevrouw Nanninga (JA21):In de term «dwingend vragen» zit ook nog altijd de term «vragen». Ik denkdus dat het wél kan en ik denk ook dat het moet, want we hebben het hiergewoon over belastinggeld en over een bezuinigingsoperatie. Er wordenons allemaal programma’s voor de neus gehouden in de zin: kijk, als wedit moeten bezuinigen, gaat dit programma dood. Dat is niet nodig, wanter kan gewoon facilitair worden samengewerkt. Ik wil dus graag detoezegging dat de omroepen echt met klem wordt gevraagd om daarvoorcontact te zoeken met de commerciëlen.Minister Moes:«Met klem vragen» vind ik nog net binnen de lijntjes kleuren, maar ik zegdaar heel eerlijk bij dat daar uiteindelijk geen dwang achter zit, want datkan ik gewoon niet doen.De voorzitter:Dan zijn we bijna toe aan de tweede termijn van de Kamer, maar er is eenverzoek gekomen om vijf minuten te schorsen om de moties af testemmen. Ik schors dus tot 20.05 uur.De vergadering wordt van 20.00 uur tot 20.05 uur geschorst.De voorzitter:We gaan verder met de tweede termijn van de Kamer, waarin onderandere moties ingediend kunnen worden. Als eerste geef ik het woord aanD66.Mevrouw Oualhadj (D66):Voorzitter. Dank aan de Minister voor de antwoorden en ook dank aan decollega’s voor het debat in de eerste termijn. Ik zie ernaar uit om detoekomstige debatten over dit onderwerp met elkaar te voeren. Dit wasnamelijk mijn eerste, een heerlijke vuurdoop.In de eerste termijn heb ik het gehad over de onafhankelijke journalistieken over hoe we kijken naar de stelselhervorming. Het debat hieroverbewijst ook hoe noodzakelijk het is dat we ervoor zorgen dat journalistenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13581 onafhankelijk hun werk kunnen doen. Ik heb net naar de antwoorden vande Minister geluisterd over de herziening. Het is toch bijzonder hoe weinigdeze Minister voor elkaar heeft gekregen op dat vlak, zelfs met een jaarextra tijd. Ik maak me dus wel een klein beetje zorgen over de planning enof we het voor de zomer gaan halen. Ik heb de Minister horen zeggen dathij er alles aan doet om dat in werking te stellen, dus daar moeten wehem maar op vertrouwen.Het is eerlijk gezegd wel een sombere conclusie die we hier trekken, maaromdat de omroepen ook naar ons kijken om een knoop door te hakken,ben ik blij met de samenwerking met het CDA en de VVD. Ik ben blij datwe samen deze stap naar voren hebben genomen, want het is ontzettendbelangrijk dat we dat doen, gegeven ook de planning. Ik hoop daarbij ookop steun van mijn collega’s. Dank.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de VVD, mevrouw Martens-America.Mevrouw Martens-America (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik zal voorkomen dat ik mijn woorden herhaal. Depositie van de VVD met betrekking tot de hervorming van de publiekeomroep moge duidelijk zijn. Ik beperk mij vandaag tot twee moties, gezienhet feit dat er nog ongeveer vijftien aangenomen moties op de plankliggen. Daarom wacht ik vol vertrouwen op de brief voor het zomerreces.Mevrouw Nanninga zal zo ook namens mij een motie indienen over devoortgang en de timing.Ik ga over op de moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de hervorming van de Mediawet loopt, naar een bestelwaarbinnen zal worden ingezet op samenwerking;constaterende dat hierover sinds het notaoverleg van april nog geendefinitieve beslissing is genomen;constaterende dat duidelijkheid gewenst is voor alle betrokken partijen;verzoekt de regering het aantal te vormen omroephuizen te concretiserentot vier en daarnaast omroephuis NOS/NTR, de zogenaamdevier-plus-een, en dit te verwerken in de nog naar de Kamer te sturennieuwe Mediawet,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Martens-America, Oualhadj enKrul.Zij krijgt nr. 52 (36 800 VIII).Mevrouw Martens-America (VVD):En dan een oldskool handgeschreven motie. Dat schijnt hier de maandag-vloek te zijn. Niemand kon me helpen met de printer. Excuus voor mijnhandschrift, want ik denk dat ik niet meer heb geschreven sinds groep 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13582 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat een pluriform media-aanbod bestaat uit een combinatievan commerciële en publieke media;overwegende dat het wenselijk is om de balans tussen publieke encommerciële media te bewaken;overwegende dat het uitbreiden van de reclamemogelijkheden van depublieke omroep naar de podcast die balans kan verstoren;overwegende dat hierover in de Mediawet en/of Ster geen duidelijkheidbestaat;verzoekt de regering expliciet in de nieuwe Mediawet op te nemen dat deSter haar reclameruimte niet uitbreidt naar podcasts,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Martens-America.Zij krijgt nr. 53 (36 800 VIII).Mevrouw Martens-America (VVD):Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Mohandis van GroenLinks-PvdA.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, dank u wel. Ik dank de Minister voor de beantwoording. Ik gagelijk met de moties van start. Ik begin met een motie over debezuinigingen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de regering heeft besloten tot een bezuiniging van106 miljoen op de publieke omroep en het amendement-Bontenbal dezebezuiniging heeft verhoogd met nog eens 50 miljoen;overwegende dat de publieke omroep zich nu gedwongen ziet om tal vanprogramma’s te schrappen die juist de culturele kerntaak van de publiekeomroep raken;van oordeel dat het totale bezuinigingsbedrag des te harder op hetprogramma-aanbod inhakt doordat:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13583 –de gesuggereerde extra reclamezendtijd niet de beoogde extrainkomsten gaat opleveren en meer reclame bij de publieke omroepniet gewenst is;–hervormingen die besparingen kunnen opleveren pas kunnen ingaanin 2029 waardoor het aantal bestuurders en toezichthouders tot 2029 instand blijft;verzoekt de regering om de besparingen voor het jaar 2027 gelijk te latenoplopen met de noodzakelijke hervorming met ingang van 2029,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Mohandis.Zij krijgt nr. 54 (36 800 VIII).Hoeveel moties heeft u? Want u heeft nog 2 minuten en 15 seconden.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik ga heel snel.De voorzitter:Maar niet zo snel dat niemand het meer kan verstaan.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Zeker, maar het is ook wetgeving, voorzitter. Ik doe mijn best.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de publieke omroep in diverse Europese landensuccesvol samenwerkt met streamingsdiensten, onder meer via copro-ducties zoals Knokke Off, De Club en Undercover, en nog meer films;constaterende dat streamingsdiensten ook een belangrijke rol spelen inhet Nederlandse medialandschap en in de versterking van kwaliteit enbereik van Nederlandse producties;overwegende dat samenwerking tussen streamingsdiensten en publiekeomroepen een groter bereik oplevert voor publieke content, demaatschappelijke relevantie versterkt, ertoe leidt dat publieke contentnieuwe doelgroepen zoals jongeren beter bereikt en de positie vanmakers, productiehuizen en onafhankelijke producenten versterkt;verzoekt de regering om samen met de NPO, publieke omroepen enstreamingsdiensten een publiek-private samenwerking te bewerkstelligenmet coproducties en samenwerking zoals in andere landen gebeurt alsdoel, en voor het zomerreces een voorstel te doen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Mohandis en Oualhadj.Zij krijgt nr. 55 (36 800 VIII).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13584 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat regionale publieke omroepen van groot belang zijn inde publieke informatievoorziening, maar dat de vindbaarheid van hunprogramma’s zeer te wensen overlaat;van mening dat de programma’s van regionale publieke omroepen, inaanvulling op het analoge aanbod, ook digitaal in livestream en ondemand moeten kunnen worden aangeboden, bijvoorbeeld via apps zoalsNPO Start;verzoekt de regering om wettelijk te regelen dat alle regionale zenders inlivestream en on demand worden aangeboden via NPO Start en regionaleprogramma’s desgewenst kunnen worden uitgelicht, en nog dit jaar eenvoorstel naar de Kamer te sturen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Mohandis en Krul.Zij krijgt nr. 56 (36 800 VIII).De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Tot slot.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,van oordeel dat de publieke omroep zijn publieke karakter dient tebehouden;constaterende dat het demissionaire kabinet ervoor kiest om de commer-ciële reclamezendtijd op de lineaire televisiekanalen per 2027 te verhogennaar 10% en het verbod van het plaatsen van reclame bij kinderprogram-mering en het verbod op commerciële reclameboodschappen bij onlinevideo-aanbod terug te draaien;spreekt uit dat deze verdere commercialisering van de publieke omroepafbreuk doet aan het publieke karakter en men deze keuzes daarom moetafwijzen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Mohandis.Zij krijgt nr. 57 (36 800 VIII).De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13585 De voorzitter:Dank u wel. Dan de heer Bosma van de PVV.De heer Martin Bosma (PVV):Dank u wel, voorzitter. Het leek een beetje een dertien-in-een-dozijndebatte worden vandaag, maar er is toch groot nieuws, want er is eenbelangrijke doorbraak gerealiseerd. We zien nu namelijk de contouren vanhet nieuwe kabinet. Het nieuwe kabinet noemt zichzelf een minderheids-kabinet, maar ik heb daar natuurlijk geen seconde in geloofd, want eenminderheidskabinet heeft geen meerderheid. Dus hoe kan dat nou? Velenverwachtten dat er op een of andere manier een deal, een soort deal, een«Kees van der Staaij op de achterbank»-constructie, of een «Partij vanZeeland»-constructie zou zijn. Daar zien we nu het eerste bewijs van. Driefracties, de formerende fracties, komen met een oplossing met betrekkingtot het mediahuis, namelijk vier-plus-een. Hoe komen ze daarbij? Nou, datkomt precies uit het verkiezingsprogramma van GroenLinks-Partij van deArbeid. Blijkbaar zijn er contacten, of gevoelen, of wat dan ook, diezichtbaar maken wat er nu aan de hand is.Mevrouw Martens-America (VVD):Dank voor dit grote compliment. Ik zou de heer Bosma erop wil wijzen datik exact deze motie eerder heb ingediend. Toen was de heer Mohandistegen en uw partij was ervoor. Dus volgens mij laat dit alleen maar ziendat dit in dit huis een breed gedragen en geniaal voorstel is, dat ervoorzorgt dat er volgende stappen worden gezet binnen de publieke omroep.De heer Martin Bosma (PVV):Wat het nu dus gaat halen met de vier partijen die blijkbaar dit nieuwekabinet schragen, om het prachtige werkwoord dat Mark Rutte altijdgebruikt nog maar eens van stal te halen. Dus we zien nu de nieuwecoalitie.Ten tweede: volg het twitteraccount «Een blik op de NOS», dat heel veelinformatie geeft over de, laat ik zeggen, vergissinkjes van de NOS. Het isheel nuttig om dat te volgen. Realtime wordt gewoon de waarheid aan deorde gebracht, die door de NOS wat speels wordt ingevuld.Voorzitter. Ik heb twee moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de NOS is gestopt met het delen van nieuwsberichtenop X/Twitter;overwegende dat dit in strijd is met artikel 2.1 van de Mediawet 2008, datstelt dat er een publieke mediaopdracht is die bestaat uit het benutten vande mogelijkheden om media-aanbod aan het publiek aan te bieden via denieuwe media- en verspreidingstechnieken;overwegende dat dit in strijd is met de eigen missie van de NOS, die steltdat de NOS ernaar streeft informatie toegankelijk te maken via allebeschikbare media;verzoekt de regering ervoor te zorgen dat de NOS haar nieuwsberichtenweer deelt via X/Twitter,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13586 en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Martin Bosma.Zij krijgt nr. 58 (36 800 VIII).De heer Martin Bosma (PVV):Ten slotte, voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Nederland niet van plan is om deel te nemen aan hetEurovisie Songfestival 2026 omdat Israël deelneemt;van mening dat dit laakbaar is;verzoekt de regering ervoor te zorgen dat Nederland meedoet aan hetEurovisie Songfestival 2026 en een einde te maken aan de beschamendeanti-Israëlhouding van de omroep AVROTROS,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Martin Bosma.Zij krijgt nr. 59 (36 800 VIII).De heer Martin Bosma (PVV):Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Krul van het CDA.De heer Krul (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik dank de Minister voor de beantwoording in zijntermijn. We hebben een aantal punten naar voren gebracht, onder andereover de lokale omroepen, regionale omroepen en streekomroepen. Op diepunten dient het CDA moties mede in.We dienen uiteraard de motie mede in die mijn collega’s van D66 en deVVD eerder hebben genoemd, over de inrichting van het nieuwe bestel.Voor ons is het heel belangrijk dat de politiek vandaag richting geeft. Ikvind het belangrijk dat er op meerdere fronten richting komt, als het omde herziening gaat. Ik ben er niet helemaal gerust op als ik de Ministerhoor over een heel integraal pakket, over afwegen, over «moeilijk,moeilijk, moeilijk» en over dat we het wel moeten halen. Ik houd mijn hartvast.We hebben onszelf vandaag meermaals hardop de vraag gesteld hoe hettoch kan dat steeds meer mensen het vertrouwen verliezen in de media, inde publieke omroep. Ik vraag me een beetje af of we zelf het idee hebbendat we daar vandaag aan bijgedragen hebben of dat we het een tikkeltjeerger hebben gemaakt. Maar goed, dat laat ik maar aan de mensen thuis.Voorzitter. Ik dank de Minister voor zijn inzet op dit dossier. Mocht het tochde laatste keer zijn – we weten het niet; het kan gek lopen in Den Haag –dan wil ik hem daar in ieder geval voor danken. Daar laat ik het bij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13587 De voorzitter:De heer Van Houwelingen heeft een vraag.De heer Van Houwelingen (FVD):Een heel korte vraag. Het verbaast me, want er moeten toch redenen zijnom een instituut te vertrouwen? Als ik de heer Krul hoor, dan lijkt het eropdat we vertrouwen móéten hebben in de media. Misschien zijn er welgoede redenen om de media niet te vertrouwen. Het lijkt wel een soortaxioma.De heer Krul (CDA):Die redenen laat ik geheel bij de heer Van Houwelingen. De kernvraag ismeer: in hoeverre draag je bij aan het wantrouwen? Hier wordt bijvoor-beeld de suggestie gewekt, flinterdun, dat er spionnen zouden rondlopenbinnen de publieke omroep. Dat draagt bij aan het wantrouwen, omdatmensen thuis denken: «Nou, wat ik nou toch op de televisie zie. Kan ik hetwel vertrouwen, want waarde vriend Van Houwelingen zegt op televisiedat er ook spionnen tussen lopen?» Ik bedoel daarmee dat je wantrouwenop een bepaalde manier kunt aanwakkeren, door dingen in twijfel tetrekken en door suggestieve vragen te stellen. Dat is wat ik bedoel metmijn vraag: hebben wij bijgedragen aan het herstellen van het vertrouwenof hebben wij het wantrouwen een tikkeltje erger gemaakt? Het oordeeldaarover heb ik aan de mensen thuis gelaten. Wat de heer Van Houwe-lingen daarvan vindt, moet hij lekker zelf weten.De voorzitter:Heel kort.De heer Van Houwelingen (FVD):Maar hoe leest u dan zo’n kop over de inzet van journalisten als agentdoor de AIVD? Hoe leest u dat rapport van de CTIVD? Verzin ik dat?Bestaat dat rapport niet?De heer Krul (CDA):Ik lees dat op dezelfde manier als de heer Van Houwelingen. Maarvervolgens wekt hij de suggestie dat het heel ernstig is en dat we eenoverzicht willen. Ik denk dat dit niet bijdraagt aan de kwaliteit van ditdebat.De voorzitter:Dan is het woord aan mevrouw Nanninga, voor 2 minuten en48 seconden.Mevrouw Nanninga (JA21):Voorzitter. De Minister zit er nu vier maanden. Hij gaat ook al bijnaafzwaaien, dus is zijn antwoord op alles nu: het is ontijdig, het moet insamenhang behandeld worden en het is niet meer aan mij. Ik herhaal watik een week geleden tegen dezelfde Minister zei in het debat over Cultuur:dit is echt te makkelijk. Er ligt een stapel aangenomen moties en er zijntwee jaar lang voorstellen voorbereid. De plannen en besluiten lagen voorhet inkoppen. Het Mediaministerschap van Moes had een zegetocht volhomeruns kunnen zijn, voor zichzelf en zijn partij. Een partijgenoot alsMona Keijzer toonde zich uiterst kritisch op de NPO. En terecht, voeg ikdaaraan toe. Het gaat om plannen eisen van omroepen, kaders stellen,knopen doorhakken en beslissingen nemen over reclame-inkomsten. WatJA21 betreft gaan die bij de NPO fors omlaag, want ze verstoren de markt.Er moet gewoon uitgevoerd worden wat de Kamer per motie heeft gezegdte willen, maar het gebeurt niet. Ik hoor: uitstel, vooruitschuiven enonzekerheid. Het hoeft ook weer geen overkordate opschepperij te zijn inhet kader van «ik ben beleid», zoals sommige Ministers zeiden. MaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13588 dingen zeggen als «het is de bedoeling dat», «we gaan kijken naar», «hetis aan de partijen zelf» blinkt niet uit in daadkracht.En de tijd dringt. We willen een kleinere, slankere NPO. We willen forsbezuinigen en de omroepen geleidelijk uitfaseren via omroephuizen. VeelNederlanders willen dit blijkens onderzoek ook. Nu de Minister nog. Ik hebeen motie, mede namens mevrouw Martens van de VVD.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het huidige publieke omroepbestel nodig hervormdmoet worden;overwegende dat de Minister heeft aangegeven dat hervorming per 2029alleen haalbaar is indien het wetsvoorstel uiterlijk in de zomer van 2027door het parlement is behandeld;overwegende dat verder uitstel ertoe kan leiden dat hervorming pas per1 januari 2034 kan plaatsvinden;verzoekt de regering om het wetsvoorstel tot hervorming van het publiekeomroepbestel uiterlijk vóór 1 juni in internetconsultatie te brengen, en deKamer uiterlijk voor het zomerreces te informeren over het verdere tijdpadrichting parlementaire behandeling,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Nanninga en Martens-America.Zij krijgt nr. 60 (36 800 VIII).Mevrouw Nanninga (JA21):Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Dan de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Dank u, voorzitter. We maken ons dus wel zorgen over de banden tussende inlichtingendiensten en de journalistiek, vandaar deze motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat journalisten worden ingezet als agent door zowel deAIVD als de MIVD en dat dat onomstreden is, want het staat in derapporten;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13589 constaterende dat de Tweede Kamer geen enkel idee heeft hoeveeljournalisten door de geheime dienst worden ingezet als agent en dat ookdat onomstreden is;overwegende dat dit alles zorgelijk is in een democratie aangezienjournalisten de macht behoren te bekritiseren in plaats van terepresenteren;verzoekt de Minister de NPO te vragen, bijvoorbeeld door middel van een(anonieme) enquête onder hun medewerkers, om te onderzoeken hoeveeljournalisten er banden hebben (gehad) met de inlichtingendiensten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.Zij krijgt nr. 61 (36 800 VIII).De heer Van Houwelingen (FVD):Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Markuszower.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Mijn dank is groot aan de Minister voor de beantwoording in zijn termijn.Ik heb één motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het optuigen van nieuwe omroephuizen een ramp isvoor kleinere omroepen, zoals Ongehoord Nederland;verzoekt de regering maximaal te bezuinigen op de publieke omroep maarhet plan voor het optuigen van nieuwe omroephuizen te schrappen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Markuszower en Claassen.Zij krijgt nr. 62 (36 800 VIII).De heer Markuszower (Groep Markuszower):Dank.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Van der Plas, u heeft 2 minuten en 52 seconden.Mevrouw Van der Plas (BBB):Voorzitter. Dank aan de Minister voor de antwoorden en uiteraard ookdank aan de staf die de Minister heeft bijgestaan. Ik heb twee moties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13590 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de NPO-begroting 2026 laat zien dat de totale kostenvoor bestuur, directies, toezicht en organisatie aanzienlijk zijn;overwegende dat het publiek belang gediend is met een publieke omroepdie zuinig omgaat met belastinggeld;verzoekt de regering een duidelijke overheadnorm op te stellen voor dehele publieke omroep, waarbij de raad van bestuur, de raad van toezichten de directie van de NPO bij bezuinigingen minstens hetzelfdepercentage besparen als het mediabudget;verzoekt de regering deze norm en mogelijke alternatieven vóór devolgende begrotingsbehandeling aan de Kamer te sturen, inclusief eenfinancieel, juridisch en organisatorisch overzicht,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.Zij krijgt nr. 63 (36 800 VIII).Mevrouw Van der Plas (BBB):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Mediawet 2008 voorschrijft dat de NPO pluriform,dus veelzijdig, onafhankelijk en kwalitatief hoogstaand media-aanbodverzorgt;overwegende dat transparantie en publieke verantwoording essentieelzijn voor het vertrouwen in de publieke omroep;verzoekt de regering de Mediawet te wijzigen zodat naar Spaansvoorbeeld een commissie voor parlementaire controle van de NPO kanworden ingesteld, die controle uitoefent op zodanige wijze dat de werkingen onafhankelijkheid van de media niet worden belemmerd,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.Zij krijgt nr. 64 (36 800 VIII).Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13591 De voorzitter:Dank u wel. Dan de heer Ceder, ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Ik heb een paar moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de omroephuizen de opdracht hebben om de in desamenleving levende geluiden, behoeften en perspectieven in het aanbodte vertalen;verzoekt de regering de externe pluriformiteit van het omroepbestel teborgen en deze binnen de gestelde kaders maximale inrichtingsvrijheid tegeven, waaronder een belangrijke rol voor de omroepverenigingen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Stoffer.Zij krijgt nr. 65 (36 800 VIII).De heer Ceder (ChristenUnie):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de vorig jaar opgestelde richtlijn schermgebruikwordt afgeraden voor kinderen tot 2 jaar;constaterende dat in Frankrijk een verbod geldt voor tv-programma’sgericht op baby’s en peuters;verzoekt de regering om in samenwerking met partners zoals de lokaleGGD’s en het NICAM voortvarend aan de slag te gaan met het onder deaandacht brengen van de richtlijn onder ouders, en de Kamer hierperiodiek over te informeren;verzoekt de regering tevens om in EU-verband te pleiten voor een verbodvoor tv-programma’s gericht op kinderen tot 2 jaar bij de herziening vande Richtlijn audiovisuele mediadiensten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 66 (36 800 VIII).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13592 De heer Ceder (ChristenUnie):Tot slot, voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het kabinet voornemens is om per 1 januari 2028 eenstelselherziening van de lokale publieke omroepen door te voeren, maardat de NLPO en de Raad van State erop wijzen dat er nog onvoldoendeinzicht is in het totale beschikbare budget en het risico bestaat datstructurele gemeentelijke bijdragen wegvallen als gemeenten hier straksgeen taak meer in hebben;overwegende dat de aanvullende bijdrage van gemeenten in 2026 circa9,5 miljoen euro is en het risico dus groot is dat deze grotendeels weggaat vallen;spreekt uit dat, om een toekomstbestendig stelsel te garanderen,voorkomen moet worden dat lokale omroepen vanaf 2028 per saldominder ontvangen dan nu;verzoekt de regering nog voor het meireces via inventarisaties bijgemeenten in kaart te brengen hoe groot bovenstaand risico is enduidelijkheid te geven over hoe geborgd wordt dat lokale omroepen overvoldoende budget blijven beschikken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Mohandis, Krul en Van derPlas.Zij krijgt nr. 67 (36 800 VIII).De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Als laatste de heer Struijs.De heer Struijs (50PLUS):40 seconden? Nou, daar gaat-ie. Ik heb één motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende het belang van het bestaan van een goed functionerendpubliek omroepstelsel naast commerciële omroepen;overwegende dat de wettelijke taak van de NPO is te zorgen voor eengevarieerd media-aanbod;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13593 constaterende dat dit met de ingezette bezuinigingen niet gebeurt;overwegende het belang van een veelzijdig en divers aanbod, ook voorkleinere doelgroepen, zoals programma’s over kunst, onderzoeksjourna-listiek of klassieke muziek;overwegende dat de rol van de NPO meer ondersteunend en minderbepalend zou moeten zijn;verzoekt de regering het budget voor de publieke omroep niet verder teverlagen en het initiatief te nemen tot het ontwikkelen van een toekomst-bestendig publiek omroepbestel, met een aantal sterke omroepen diewaarde toevoegen aan het medialandschap en met een ondersteunenderol voor de NPO,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Struijs.Zij krijgt nr. 68 (36 800 VIII).De heer Struijs (50PLUS):Zo!Mevrouw Van der Plas (BBB):Even een verduidelijkende vraag aan de heer Struijs. Stelt de heer Struijsnu voor om helemaal niet te bezuinigen op de NPO, of om niet verder tebezuinigen dan het kabinet al heeft aangekondigd?De heer Struijs (50PLUS):Het is het laatste, maar de volgordelijkheid moet zijn: eerst de verbete-ringen en dan de begroting. Dat zie ik hier te weinig.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaat de Minister zich even buigen over zijn oordeel overde moties. Daar heeft hij tien minuten voor nodig, dus we komen hierterug om 20.35 uur.De vergadering wordt van 20.26 uur tot 20.35 uur geschorst.De voorzitter:We gaan weer beginnen. De Minister gaat een oordeel geven over demoties.Minister Moes:Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 52 is ontijdig. Ik had eigenlijkal aangekondigd dat ik soortgelijke moties ontijdig zou verklaren.De voorzitter:Bij de appreciatie «ontijdig» moet ik de indiener eigenlijk vragen of demotie aangehouden wordt. Alleen is mevrouw Martens-America er nogniet. Gelukkig is het wel 20.35 uur. Dat ga ik zo meteen dus nog evenvragen. Die motie houden we nog even in de lucht. De motie op stuknr. 53.Minister Moes:Oké, dan houden we de motie op stuk nr. 52 in de lucht.De motie op stuk nr. 53 moet ik ontraden, omdat dat op dit moment al kan.Anders hebben we een probleem in de dekking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13594 De voorzitter:De motie op stuk nr. 53: ontraden.Minister Moes:De motie op stuk nr. 54 moet ik ook ontraden. Die gaat over het gelijklaten lopen van de bezuiniging met de hervorming. Die heeft ook geendekking.De voorzitter:De motie op stuk nr. 54: ontraden.Minister Moes:De motie op stuk nr. 55: oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 55: oordeel Kamer.Minister Moes:De motie op stuk nr. 56, over de regionale omroepen bij NPO Start, isoverbodig, want dit doen we al en de wet wordt aangepast.De voorzitter:De motie op stuk nr. 56: overbodig.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik wil deze Minister oprecht geloven dat dat zo is, maar u moet ook deKamer begrijpen. Ik wil een Kameruitspraak. Deze discussie loopt al sindsMinister Slob. Dat is dus best een lange discussie. Ik heb geen garantiedat het straks met een wisseling wél gebeurt. Dus ja, ik begrijp het dictum«overbodig», maar het is echt belangrijk dat de Kamer zich hieroveruitspreekt. Het moet namelijk echt geregeld worden, wat mij betreftbinnen zes maanden. Maar ja, dat is waarom ik er toch een motie van hebgemaakt. Ik begrijp uw toezegging heel goed en die waardeer ik ook.Minister Moes:Ik begrijp de behoefte van de Kamer om dan een motie in te dienen, maardit staat al in een brief die ik naar de Kamer heb gestuurd. Er ligt nu ookeen harde toezegging. Ik heb hierbij ook gezegd: dit gaan we doen; ditgebeurt al. Net hadden we het ook over de vertrouwensvraag bij demedia. Goed, daar laat ik het verder maar bij.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Kunt u de motie overnemen? Dan zijn we klaar.Minister Moes:Ik kan ’m ook overnemen.De voorzitter:De motie op stuk nr. 56 wordt overgenomen. Er wordt gezegd dat dit geenappreciatie is, maar de motie wordt ook niet ingediend als die overge-nomen wordt. De motie wordt dus ingetrokken.De motie-Mohandis/Krul (36 800 VIII, nr. 56) is overgenomen.Ik ga even terug naar de motie op stuk nr. 52 van mevrouw Martens-America, want zij is nu binnen. Die kreeg het oordeel «ontijdig». Ik wil aanmevrouw Martens-America vragen of ze de motie wil aanhouden ofgewoon in stemming wil brengen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13595 Mevrouw Martens-America (VVD):Excuus dat ik er wat later was. Het is bijzonder dat die ontijdig is.Misschien zou de Minister één zin willen toevoegen waarom, want we zijnhier toch om richting mee te geven, net als bij die andere stapel moties.Waarom is deze dan ontijdig?Minister Moes:Omdat deze motie aangeeft dat die vier-plus-een een hard uitgangspuntis, en dus een definitieve keuze. In principe wil ik die definitieve keuze alstotaalpakket naar de Kamer sturen, zoals ik eerder vandaag al heb gezegd.Ik heb eerder vandaag aangekondigd dat ik de moties die toezien op hetmaken van harde keuzes over het bestel terwijl dat nog integraal moetworden bekeken, ontijdig ga verklaren.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik laat de motie voor nu even staan. Als dat verandert, hoort u dat via dein de Kamer gangbare weg, voorzitter.De heer Krul (CDA):Ik ben wel benieuwd hoe de Minister dat ziet. Hij geeft zelf aan: er ispolitieke regie nodig; zonder politieke regie lukt het niet. Vervolgens zegthij: ik wil een totaalpakket naar de Kamer sturen waar dit onderdeel van is.Hoe ziet hij in zijn eigen proces voor zich dat er tot een aantal gekomenwordt?Minister Moes:Dit is heel simpel. Over een paar weken zit er een nieuwe Minister. Diegaat, hoop ik, uiteindelijk die brief naar de Kamer sturen. Ik heb twee keereerder gezegd dat ik een slag om de arm houd met betrekking tot de briefdie in de zomer naar de Kamer gaat en de wet die in internetconsultatiegaat. Ik wil dat heel graag. Ik zet daar ook maximaal tempo op. Dat luktwat mij betreft ook. Maar over een paar weken gaat iemand anders daargewoon over. Dan kan ik nu wel zeggen dat we deze en deze keuze gaanmaken, maar dan loop ik vooruit op die definitieve keuzes. Als mijnopvolger dan zegt dat het allemaal anders moet ... Nou ja, dit is gewoonwat het is in een demissionaire status, dus ik ga niet overal opvooruitlopen.De heer Van Houwelingen (FVD):Ik ben het helemaal eens met mijn collega’s hier. De Kamer is gewoonmissionair. We zijn missionair. Via de voorzitter zeg ik tegen de Minister: uzou toch blij moeten zijn als u via moties richtlijnen en kaders meekrijgt?Dat is toch alleen maar mooi meegenomen? Ik begrijp er niks van.De voorzitter:We krijgen een oordeel van de Minister, maar de Kamer mag zelf besluitenom dat oordeel naast zich neer te leggen. Dus die motie kan gewoon instemming gebracht worden en dan kan je voor of tegen stemmen.Mevrouw Martens-America (VVD):Dan toch een vraag. Ik hoor de Minister in de toelichting zeggen: het moetintegraal worden afgewogen. Dat voelt een beetje als ambtenarentaalvoor: het hele pakket is nog niet duidelijk. Tegelijkertijd zegt de Ministerdat het aan de volgende bewindspersoon is. Betekent dit nu eigenlijk datin alle maanden dat deze Minister er heeft gezeten, deze specifieke knoopniet is doorgehakt, dat de Kamer opnieuw moet wachten en dat wemoeten wachten op een volgende bewindspersoon, met het risico dat weniet op tijd klaar zijn? Nogmaals, de Kamer is missionair. Deze Ministerkan ook zeggen: als jullie dit in meerderheid willen, dan geef ik het doorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13596 aan mijn opvolger. Maar hij houdt het af. Misschien kan de Minister daarnog op reflecteren.Minister Moes:Ik ga ervan uit dat mijn opvolger al deze signalen uiterst serieus neemt,zeker als ze komen van partijen die nu aan de formatietafel zitten. Maar ikga niet nu al allemaal keuzes maken en zorgen dat het ambtelijk alhelemaal wordt doorgewerkt. Daarmee zou ik alle ruimte wegnemen ende definitieve beslissing nemen over hoe het wetsvoorstel naar de Kamergaat en er precies uitziet. Dat ga ik niet meer doen. Ik vind dat echt aanmijn opvolger. Ik wil die definitieve keuze niet maken. Ik leg wel alle ballengewoon voor het doel, zodat het tempo en de deadline niet in gevaarkomen. Dat heb ik al een aantal keer aangegeven. Dat is gewoon hoe heter nu uitziet. Er wordt niks vertraagd. Die deadline kan nog steeds gehaaldworden. Ík vertraag ook niks. Ambtelijk zijn we hier ook volle bak mee aande slag. Het wordt ook allemaal verder uitgewerkt. Maar ik ga dit nu nietoordeel Kamer geven. Ik vind dat de definitieve keuze echt aan mijnopvolger is.De voorzitter:Mevrouw Martens-America houdt ’m niet aan, dus de motie blijftvooralsnog gewoon op de stemmingslijst staan. Dan gaan we even terugnaar de motie op stuk nr. 57, want daar waren we gebleven volgens mij.Minister Moes:Dat is een spreekt-uitmotie. Daar hoef ik geen oordeel over te vellen. Datga ik ook niet doen.De motie op stuk nr. 58 ontraad ik; ik ga daar niet over.De voorzitter:De motie op stuk nr. 58 wordt ontraden.Minister Moes:Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 59.De voorzitter:De motie op stuk nr. 59 wordt ontraden.Minister Moes:Die ontraad ik om dezelfde reden. De motie op stuk nr. 60 ontraad ik ook.Ik gaf net ook al aan dat ik zeker die urgentie voel. Het is belangrijk omsnel te zijn. Maar dit is gewoon echt aan mijn opvolger. Dat heb ik ook aleen aantal keer eerder aangegeven.De voorzitter:De motie op stuk nr. 60 wordt ontraden. Mevrouw Nanninga heeft eenvraag.Mevrouw Nanninga (JA21):Maar de Kamer kan ook willen dat de opvolger van deze Minister dit doet.Deze motie verzoekt om dit wetsvoorstel tijdig in internetconsultatie tebrengen. Of dat nou onder deze Minister is, onder de volgende Minister ofpas drie Ministers later: dat blijft het verzoek. Daar kan de Kamer meeinstemmen. Ik hoop ook dat ze dat doen. Ik word toch wat bezorgd als ditontraden wordt. Dat zou suggereren dat het allemaal niet gaat lukken. Hetenige dat de Minister hoeft te doen is dit toezeggen en dan moet zijnopvolger zich eraan houden. Dat is nou precies het hele punt van demotie, namelijk dat de Kamer iets vraagt aan het kabinet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13597 Minister Moes:Ik heb in het debat al toegezegd dat het voor de zomer in internetconsul-tatie gaat.De voorzitter:Ook voor deze motie geldt dat zij gewoon in stemming gebracht kanworden en dat de Kamer dan het oordeel kan uitspreken.Mevrouw Nanninga (JA21):Dank u, voorzitter. Dat zal ik ook zeker doen, maar dan is de motie hooguitoverbodig dus, als de Minister zegt dat al is toegezegd dat hij dit gaatdoen.Minister Moes:Voor de duidelijkheid: ik heb toegezegd dat dit kan qua planning. Het isuiteindelijk aan mijn opvolger om dit definitief te gaan doen. Ik ga nu nietiets beloven dat ik zelf niet waar kan maken.Mevrouw Nanninga (JA21):Impliceert de Minister nou dat hij dit tijdpad niet waar kan maken? Danbegin ik namelijk heel ongerust te worden.Minister Moes:Dit tijdpad ís waar te maken, maar ik ga hoogstwaarschijnlijk zelf nietmeer meemaken dat dat gebeurt. Ik vind het aan mijn opvolger om hetbesluit daadwerkelijk naar de Kamer te sturen.Mevrouw Martens-America (VVD):Wij debatteren met de Minister van OCW, niet met de heer Moes. Ik ga erdus van uit dat als er voorstellen over tijdlijnen worden gedaan, deMinister inderdaad gewoon kan zeggen: ik heb inderdaad aangegeven datwe dit moeten halen en het is aan de Kamer om dat een keer te verzil-veren. Maar ik begin me er nu heel erg veel zorgen over te maken dat ergeen besluit is genomen over het aantal omroephuizen, dat deze Ministerniet voornemens is om een besluit te nemen en dat hij nu ook nog eenkeer geen enkele toezegging wil doen over de timing van de planning. Iksnap nu eigenlijk niet meer waar we hier een debat over aan het voerenzijn. De heer Moes zegt: ik ben over twee weken weg, dus over alles watlanger dan twee weken duurt, heb ik geen mening meer.Minister Moes:Volgens mij heb ik hier al een heel aantal keren aangegeven dat hetbesluit gewoon voor de zomer naar de Kamer kan.De voorzitter:De motie op stuk nr. 60 is ontraden. We gaan verder met de volgendemotie, de motie op stuk nr. 61.Minister Moes:De motie op stuk nr. 61 ontraad ik. Ik ga niet over het werk van deinlichtingendiensten.De voorzitter:De motie op stuk nr. 61 is ontraden.Minister Moes:De motie op stuk nr. 62 ontraad ik. Ik ga namelijk geen verdere bezuini-gingen opleggen aan de publieke omroep.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13598 De voorzitter:De motie op stuk nr. 62 is ontraden.Minister Moes:De motie op stuk nr. 63 ontraad ik ook. Tijdens het debat heb ik namelijkgezegd dat ik niet kan gaan over de hoogte van de bezoldiging vanmedewerkers zoals leden van raden van bestuur en dergelijke. Ik heb hetook al gehad over het nieuwe bestel; ik heb gezegd dat het daarbij wel debedoeling is dat er minder directie- en managementlagen nodig zijn. Ik wilook wel het idee meenemen van benchmarks voor het percentage datvoor de overhead wordt gebruikt; dat kan ik wel doen.De voorzitter:De motie op stuk nr. 63 is ontraden.Minister Moes:Ja.Mevrouw Van der Plas (BBB):Is wat de heer Moes zegt over mijn laatste punt, over de benchmarks, eentoezegging?De voorzitter:Het is pas een toezegging als er een brief naar de Kamer komt en weweten wanneer die brief dan komt.Minister Moes:Ik neem dit dan mee in de mediabegrotingsbrief.De voorzitter:Dan zijn we bij de motie op stuk nr. 64.Minister Moes:De motie op stuk nr. 64 vind ik ontijdig, maar ik heb al de toezegginggedaan dat ik op dat punt een verkenning ga doen en dat het resultaatdaarvan dus onderdeel is van het wetsvoorstel dat voor de zomer naar deKamer gaat.De voorzitter:De motie op stuk nr. 64 krijgt het oordeel ontijdig. Mevrouw Van der Plas,wilt u ’m aanhouden?Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik ga ’m niet aanhouden. Eigenlijk is het dictum dat de regering wordtverzocht om een commissie voor de parlementaire controle in te stellen.Ik denk dat het eigenlijk eerder aan de Kamer is om zich daarover uit tespreken. Ik dien hem dus wel gewijzigd in, in de vorm van een spreekt-uitmotie, zodat de Kamer hierover gaat. Dat overweeg ik, maar ik ga datook nog allemaal overleggen. Puntje bij paaltje: ik hou ’m niet aan.Minister Moes:Die verkenning loopt, zoals ik al zei. Die heb ik toegezegd. Als het eenspreekt-uitmotie is, dan ga ik daar verder geen ...De voorzitter:Dan gaan we door naar de motie op stuk nr. 65. Mevrouw Nanninga,neem me niet kwalijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 13599 Mevrouw Nanninga (JA21):Ik probeer echt niet dwars te doen, maar ik probeer hier dingen tebegrijpen. Naar aanleiding van de motie op stuk nr. 64 wordt nu detoezegging gedaan dat er voor de zomer een onderzoek wordt gedaan.Dat is een hele fijne toezegging en die is leuk voor mevrouw Van der Plas,maar waarom kan er bij deze motie wel iets voor de zomer wordentoegezegd en kan dat volgens de Minister weer niet bij een andere motieen een andere toezegging die al gedaan was? Ik begrijp er echt geen houtmeer van.Minister Moes:Volgens mij heb ik toegezegd een verkenning te doen van de opties, deverhouding tussen de voors en tegens en de andere internationalevoorbeelden. Die afweging wordt dan meegenomen en die wordtinderdaad uiteindelijk door mijn opvolger gemaakt. Datzelfde geldt watmij betreft ook voor het aantal omroephuizen, of het nou drie-plus-een,vier-plus-een of vijf-plus-een is. Het is prima als de Kamer zich daaroveruitspreekt, maar die verkenning is geweest. Dat is u allen ook al bekend.Daar is ook al een brief over naar de Kamer gegaan. Dat is ook nog nietdefinitief. Die komt voor de zomer, zoals ik al een aantal keren hebaangegeven.De voorzitter:De motie op stuk nr. 65.Minister Moes:Oordeel Kamer, als we de eerder gestelde kaders die ik vanavond algeschetst heb als uitgangspunt blijven houden, want anders moet ik ’montraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 65: oordeel Kamer. Mevrouw Martens-America.Mevrouw Martens-America (VVD):Dit is natuurlijk een beetje gek. Ik merk al dat er gelachen wordt hier, dusik ben niet de enige die dit een beetje gek vindt. Er is natuurlijk wel eendubbele maatstaf tussen wat wel voor de zomer kan en wat niet, wat al inhet onderzoek zit, waar nog een besluit over moet worden genomen etcetera. Evenals het aantal omroephuizen, kan ik me voorstellen dat ook ditnog niet verder is uitgewerkt. Dus nogmaals, hoe komt de Minister tot dathet een wel is uitgewerkt en het ander niet, dat over het een nog beslotenmoet worden en over het ander niet? Ik ben oprecht de weg kwijt.Minister Moes:Ik heb tijdens het debat al hetzelfde antwoord gegeven. Dit was gewoon aleerder vastgesteld en dit zijn dezelfde kaders als al eerder naar de Kamerzijn gegaan en al eerder zijn gedeeld. Dus dit is gewoon staand beleid.De voorzitter:Ja, echt? Oké, mevrouw Martens-America.Mevrouw Martens-America (VVD):Ja, echt. Excuus, voorzitter. Het is inderdaad wetgeving, zoals de heerMohandis, die naast mij zit, ook net al zei. Er ligt een hele stapel aange-nomen moties waarvan de Minister zegt: dat moet ik nog meenemen, datmoet ik nog ... Ik merk dat de Minister geïrriteerd begint te raken, maar deKamer probeert gewoon te begrijpen waarom de ene motie oordeelKamer krijgt en de andere niet. Er ligt een stapel met moties waarvan weniet weten wat ermee gaat gebeuren, die integraal moeten wordenafgewogen en meegenomen, en deze moties zijn aangenomen en dusTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 135100 staand beleid. Dus waarom moet de ene motie nog integraal wordenafgewogen en is de andere dan in één keer staand beleid?Minister Moes:Mevrouw Martens heeft hier trouwens een punt, want deze had ik«overbodig» moeten geven omdat het gewoon staand beleid is. Dit isgewoon overbodig. Dat is een terecht punt, dus dat trek ik me aan.De voorzitter:Dus de motie op stuk nr. 65 wordt bij nazien «overbodig». De heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Dan zou ik het waarderen als die wordt overgenomen, want dan kan ik ’mintrekken.Minister Moes:Volgens mij heb ik dat bij een eerdere motie ook gedaan, dus prima.De voorzitter:Dus de motie op stuk nr. 65 wordt overgenomen?De motie-Ceder/Stoffer (36 800 VIII, nr. 65) is overgenomen.Het helpt wel om vragen te stellen. De motie op stuk nr. 66.Minister Moes:De motie op stuk nr. 66: oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 66: oordeel Kamer.Minister Moes:De motie op stuk nr. 67 is overbodig, want dat heb ik toegezegd. Die zou ikdan ook kunnen overnemen, inderdaad.De voorzitter:De motie op stuk nr. 67 wordt ook overgenomen. De heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):In deze motie zit ook nog een spreekt-uitelement in en ik wil wel dat deKamer uitspreekt dat we dit gaan fiksen. Dus fijn dat er een toezeggingaan zit, maar zou ’m wel in stemming willen laten brengen. Ik neem aandat de Minister geen bezwaar heeft tegen de motie, maar ook hetspreekt-uitonderdeel is voor onze fractie belangrijk, dus dat de Kamer zichhier ook aan committeert.De voorzitter:Daar gaat de Kamer over. De motie op stuk nr. 68.Minister Moes:De motie op stuk nr. 68 moet ik ontraden.De voorzitter:De motie op nr. 68 is ontraden.We zijn bijna aan het einde gekomen het wetgevingsoverleg, maar ik ganog even de toezeggingen voorlezen die de Minister gedaan heeft.–De Kamer ontvangt voor de zomer van 2026 een brief over dehervorming van de landelijke publieke omroep. In deze brief gaat deMinister in ieder geval in op de volgende onderwerpen: een reactie opreeds bestaande verkenningen en onderzoeken omtrent de hervor-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 135101 ming, de stand van zaken van de aangenomen moties omtrent dehervorming, een bredere verkenning naar het toezichtmodel van depublieke omroep, waaronder het Spaanse toezichtmodel, eentoelichting op hoe het ledencriterium voor omroepen een plek vindt inde hervorming van het wetsvoorstel, constructies rondom dubbelefuncties in het mediabestel en een afkoeltermijn voor bestuurders.–De Kamer ontvangt over een paar weken een brief over de stand vanzaken van de inhoud van het wetsvoorstel over de hervorming van delandelijke publieke omroep.–De Kamer ontvangt over enkele weken een brief over wat er al isonderzocht rondom de normering van topinkomens bij de landelijkepublieke omroep.–De Kamer ontvangt in het vierde kwartaal van 2026 in de mediabegro-tingsbrief een toelichting op de publiek-private samenwerking metstreamingdiensten. In deze brief wordt ook ingegaan op eventuelebenchmarks voor overhead bij de landelijke publieke omroep.–De Kamer ontvangt na de zomer een toelichting op de stand van zakenbetreffende de opvolging van de adviezen uit het WRR-rapportAandacht voor media.Mevrouw Nanninga (JA21):Ik mis een toezegging, namelijk dat de Minister de NPO zou gaan vragenof zij met spoed contract gaat opnemen om een plan op te zetten met decommerciële partijen voor het delen van faciliteiten. Ik meen dietoezegging in de beantwoording te hebben gekregen.De voorzitter:Iets is een toezegging als er een brief volgt. Volgens mij hoorde ik deMinister zeggen dat hij geen brief gaat sturen, maar dat kan hij alsnogtoezeggen.Minister Moes:Nou, ik ga niet toezeggen dat ik een brief ga sturen waarin staat dat ik deomroepen vraag om die publiek-private samenwerking in te zetten. Ik gaook geen gespreksverslag sturen van elk werkbezoek dat ik doe bij deNPO of bij onderdelen daarvan. Dat was ik niet van plan.Mevrouw Nanninga (JA21):Dan zal ik het woord «toezegging» niet gebruiken, maar gaat de Ministerdie vraag wel met klem overbrengen? Want ik wil op z’n minst dat datgebeurt.Minister Moes:Ja, natuurlijk sta ik voor mijn woord. Als daar eventueel dingen uit komen,dus als daar concrete afspraken uit volgen, wil ik die ook wel delen met deKamer. Dan deel ik dat ten tijde van die mediabegrotingsbrief.De heer Krul (CDA):Misschien heb ik het niet goed gehoord, maar volgens mij heeft deMinister ook iets toegezegd over kindermarketing, wat al dan niet in deMediawet zou kunnen, de gevolgen daarvan et cetera. Volgens mij heb ikhem dat horen zeggen. Dat ging toen even over de reclamecode. Dietoezegging heb ik nu niet gehoord.Minister Moes:Dit is iets wat we interdepartementaal oppakken. Daarom is dit evenlastig. Ik verwacht dat ik de Kamer ook hierover bij die mediabegrotings-brief even een update kan geven. Ik denk dat dat tijd genoeg geeft om datproces af te ronden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 135102 De voorzitter:Daarmee is dit ook een toezegging geworden. Dank u wel.Dan wil ik de Minister hartelijk danken voor de beantwoording van devragen tijdens dit wetgevingsoverleg. Ook dank aan de aanwezigeKamerleden, ook voor hun goede en korte vragen, aan alle geïnteres-seerden op de publieke tribune en aan de mensen die thuis meegeluisterdhebben. Over de moties wordt dinsdag 3 februari gestemd. Ik sluit hierbijhet debat en ik wens u allen nog een fijne avond.Sluiting 20.57 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 135103

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · df5e3965071ab071

14 okt 2026 · 75108b3ac794247b

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingOCW-begroting, onderdeel Media
    Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 26 januari 2026, over OCW-begroting, onderdeel Media

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.