KamerkringInloggen
Kamerstuk

Gewijzigd subamendement van de leden Erkens en Alkaya ter vervanging van nr. 59 over het wijzigen van het gewijzigd amendement Grinwis c.s. (stuk nr. 61)

25 okt 2023 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 05b848fcc1c796f2 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–2024 36 418Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2024) Nr. 100 GEWIJZIGD SUBAMENDEMENT VAN DE LEDEN ERKENS EN ALKAYA TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 59 Ontvangen 25 oktober 2023 De ondergetekenden stellen het volgende subamendement voor: Het gewijzigd amendement van het lid Grinwis c.s. (stuk nr. 61) wordt als volgt gewijzigd: IIn het met onderdeel II, onder 4, voorgestelde onderdeel B wordt «€ 320» vervangen door «€ 169». IIIn het met onderdeel III, onder 4, voorgestelde onderdeel B wordt «€ 320» vervangen door «€ 211». IIIOnderdeel IV wordt als volgt gewijzigd: 1. In artikel VIA wordt «€ 320» vervangen door «€ 260». 2. Na artikel VIE worden twee artikelen ingevoegd, luidende: ARTIKEL VIEa In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2035 het in artikel 8.14a, tweede lid, als tweede vermelde bedrag verlaagd met € 378. kst-36418-100ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 418, nr. 1001 ARTIKEL VIEb In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2036 het in artikel 8.14a, tweede lid, als tweede vermelde bedrag verlaagd met € 378. 3. In artikel VIF, aanhef, wordt «2035» vervangen door «2036». IVHet met onderdeel VII voorgestelde artikel XXXV wordt als volgt gewijzigd: 1. In de aanhef wordt «2034» vervangen door «2036». 2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel k door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:l. bij het begin van het kalenderjaar 2035: het in artikel VIEa vermelde bedrag. VOnderdeel VIII, onderdeel 2, wordt als volgt gewijzigd: 1. In de aanhef wordt «zeven» vervangen door «negen». 2. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:bh. artikel VIEa eerst toepassing vindt nadat artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel XXXV, onderdeel l, bij het begin van het kalenderjaar 2035 zijn toegepast; Toelichting Bij de voorjaarsnota 2023 is besloten om de invoering van het nieuwe financieringsstelsel in de kinderopvang uit te stellen van 2025 naar 2027. De stapsgewijze afbouw van de IACK die in het Belastingplan 2023 was opgenomen, is echter niet mee opgeschoven. Als gevolg hiervan valt een groep werkende ouders tussen wal en schip: zij hebben in de jaren 2025 en 2026 géén recht op IACK en kunnen evenmin profiteren van bijna gratis kinderopvang. Bij het uitstellen van de bijna gratis kinderopvang werd € 1,6 miljard als compensatie voor de jaren 2025 en 2026 (als gevolg van de loon-prijsbijstelling inmiddels € 1,7 miljard) gereserveerd. Dit bedrag is echter onvoldoende om het nadeel van het wegvallen van de IACK, circa € 3.000 netto, volledig weg te nemen. Middels het amendement van Grinwis c.s. op stuk nr. 59 wordt een gedeeltelijke oplossing voor de werkende ouders die buiten de boot vallen geboden, door de afschaffing van de IACK met twee jaar uit te stellen. De gereserveerde compensatie wordt hierbij echter volledig buiten beschouwing gelaten en het uitstel wordt gedekt door de IACK voor alle ouders in 9 jaar af te bouwen. Dit leidt vooral in het begin tot een afbouw in een aantal forse stappen. Dit leidt in het netto-inkomen van een grote groep ouders tot een fors nadeel ten opzichte van de oorspronkelijke afbouw van de IACK. Het voorgestelde amendement Grinwis c.s. biedt enerzijds een oplossing voor de jaren 2025 en 2026, maar legt met de voorgestelde forse afbouwstappen de rekening daarvoor bij werkende ouders. Met dit Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 418, nr. 1002 subamendement wordt de door voorgenoemd amendement voorgestelde overbrugging tot 2027 in stand gelaten en wordt het afbouwpad daarna door inzet van de bij voorjaarsnota gereserveerde compensatiemiddelen verzacht. De indieners zien dit amendement daarbij als tijdelijke noodop-lossing om ouders de komende jaren zekerheid te geven en meent dat in een volgende formatie voor de afbouw vanaf 2027 een beter pad gewenst is met het oog op de netto inkomenspositie van werkende ouders. De indieners menen dat het verstandig is de compensatie van € 1,6 miljard in te zetten om het afbouwpad in de IACK te verzachten, in plaats van de voorgenomen inzet in de vergoeding voor kinderopvang. Indieners vrezen namelijk dat in de huidige krapte aan opvangplekken, de verhoogde vergoeding de prijzen die ouders betalen opstuwt waardoor het voordeel voor werkende ouders sterk afneemt. Met dit subamen-dement stellen de indieners deze wijziging dan ook voor. Het afbouwpad in de IACK wordt met dit subamendement als volgt (prijzen 2023): 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 134 169 211 260 320 320 320 320 320 320 Dit leidt tot de volgende budgettaire derving: 2025 – 66 2026 – 181 2027 – 239 2028 – 278 2029 – 281 2030 – 255 2031 – 197 2032 – 148 2033 – 82 2034 – 4 2035 62 2036 117 Totaal – 1.553 De voorgestelde aanpassingen leiden tot een budgettaire derving van afgerond € 1,553 miljoen. De dekking voor dit bedrag wordt gevonden door het hiervoor benodigde deel van de middelen die voor 2025 (€ 400 miljoen) en 2026 (€ 1,2 miljard) op artikel 7 van de SZW-begroting gereserveerd staan voor de «ingroei» naar het nieuwe stelsel hiervoor aan te wenden. Erkens AlkayaTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 418, nr. 1003

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 8a5b5af7bd2271be

14 okt 2026 · 874c83bbaec29dbb

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.