Beleidsreactie op Invoeringstoets Wet kwaliteit incassodienstverlening
Brontekst
Versie 4e5f9bf36ea7dfc1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 733Regels met betrekking tot de privatebuitengerechtelijke incassodienstverlening enwijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboekin verband met de aanpassing van decumulatieregeling voor buitengerechtelijkeincassokosten (Wet kwaliteitincassodienstverlening)Nr. 19 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 juni 2026Op 1 april 2024 is de Wet kwaliteit incassodienstverlening (hierna: Wki) inwerking getreden. Het doel van de wet is om de kwaliteit van de incasso-dienstverlening te verbeteren en daarmee ook de geconstateerdemisstanden weg te nemen.1 De Wki doet dit door kwaliteitseisen te stellenaan incassodienstverleners, een registratieplicht te introduceren entoezicht te organiseren.Tijdens de wetsbehandeling van de Wki is aan uw Kamer toegezegd dateen jaar na inwerkingtreding van de wet een invoeringstoets wordtuitgevoerd.2 Een invoeringstoets heeft tot doel om in een vroeg stadiumte bezien hoe een wet in de praktijk uitwerkt en welke signalen uit deuitvoering aanleiding geven tot nadere beschouwing. De invoeringstoetsvan de Wki is eind 2025 afgerond.De uitkomsten van de invoeringstoets zijn door het Ministerie van Justitieen Veiligheid gevalideerd bij de geïnterviewde partijen. Hierbij is met dezepartijen besproken welke oplossingsrichtingen zij zien voor de gesigna-leerde knelpunten. In een derde bijeenkomst zijn de beoogde beleids-keuzes met de partijen besproken. In deze beleidsreactie wordt ingegaanop de belangrijkste bevindingen uit de invoeringstoets en hoe hiermeeom te gaan. Achtereenvolgens komen aan bod: de registratieplicht en dereikwijdte van de wet, de kwaliteitseisen, het toezicht en de handhaving,en de positie van schuldeisers.Allereerst wil ik mijn waardering uitspreken naar alle betrokken partijen.Zowel voor de (vertegenwoordigers van de) incassobranche als detoezichthouders is dit een nieuw te reguleren markt, en dat brengtcomplicaties mee. Ondanks deze complicaties heb ik gezien dat alle1Kamerstukken II, 2020/21, 35 733, nr. 3, p. 2.2Kamerstukken II, 2021/22, 35 733, nr. 6, p. 7. kst-35733-19ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 733, nr. 191 partijen zeer gemotiveerd zijn om de uitvoering van de wet tot een succeste brengen en constructief mee te denken over oplossingen voor deknelpunten die zich voordoen.Reikwijdte en registratieplichtDe reikwijdte is bij de totstandkoming van de wet bewust breed geformu-leerd om de kwaliteit van incassodienstverlening te verhogen.3 Zoalsuiteengezet in de beantwoording van Kamervragen over de Wki4, valt elkeprivate partij die buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht ofaanbiedt namens een ander of na overdracht van een vordering(waaronder opkopers) onder de wet – ongeacht of daarbij kosten bij deschuldenaren in rekening worden gebracht. Elke vorm van contact met deschuldenaar door één van deze partijen valt in principe onder dezewerkzaamheden. Zelfincassanten zijn uitgezonderd. Op 11 juni 2026 zijn269 partijen geregistreerd in het register incassodienstverlening.Uit eerder onderzoek van mijn ministerie bleek dat er 550 registratie-plichtige incassodienstverleners en organisaties te herleiden waren. Depotentiële groep is echter veel groter. Dit door de brede definitie vanbuitengerechtelijke incassowerkzaamheden, die toegelicht is in dememorie van toelichting.5 Ook ondernemingen waarvoor incasso slechtseen beperkt onderdeel van de bedrijfsactiviteiten vormt (zoalsVvE-beheerders, vastgoedbeheerders en brancheorganisaties) vallenonder de reikwijdte, zodra zij in opdracht van een derde of na overdrachtvan een vordering incassowerkzaamheden verrichten.De invoeringstoets beschouwt de reikwijdte als een bewuste beleidskeuzedie vooralsnog geen inhoudelijke aanpassing behoeft. Uit de validatie-sessies zijn echter twee knelpunten naar voren gekomen die mijaanleiding geven om nader te verkennen op welke wijze meer duide-lijkheid kan worden geboden over de toepassing van de reikwijdte in depraktijk, zonder de beschermingsdoelstelling van de wet aan te tasten.Deze knelpunten licht ik hieronder toe.Het eerste knelpunt is dat de bekendheid met de Wki beperkt is. Veelpartijen die onder de reikwijdte van de Wki vallen, herkennen zichzelf nietals incassodienstverlener, met name ondernemingen voor wie incassoslechts een beperkt onderdeel van hun activiteiten is. Daardoor onder-kennen zij hun registratieplicht niet altijd en blijft de registratiegraadachter bij de verwachting. Dit baart mij zorgen. Daarnaast is in deuitvoering nadrukkelijk als signaal meegegeven dat bij een deel van departijen de bereidheid om zich te registreren ontbreekt, mede vanwege dedaarmee gepaard gaande kosten en omdat zij al branchespecifiekekwaliteitseisen hanteren die primair op hun kernactiviteiten zijn gericht.Veel partijen registreren zich desondanks wel, wat ik waardeer. Tegelij-kertijd draagt de groep die dat niet doet bij aan de achterblijvenderegistratiegraad.Voor dit knelpunt zal de komende periode worden ingezet op gerichtecommunicatie over de werking en reikwijdte van de Wki. Daarbij wordt decommunicatie niet alleen gericht op partijen die onder de wet vallen, maarjuist ook expliciet op schuldeisers. Het is van belang dat schuldeisers hunincassowerkzaamheden uitsluitend laten uitvoeren door een geregis-treerde partij. De Inspectie JenV en het veld worden hierbij betrokken. Op1 oktober 2026 treedt artikel 18 van de Wki en daarmee de gehele wet in3Zie artikel 2 Wki.4Aanhangsel van de Handelingen II, 2025/26, nr. 1017.5Kamerstukken II, 2020/21, 35 733, nr. 3, p. 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 733, nr. 192 werking, waardoor civielrechtelijke gevolgen aan het niet-registreren zijnverbonden. Artikel 18 van de Wki houdt in dat een schuldenaar nietgehouden is om tot betaling over te gaan wanneer de incassopartij nietgeregistreerd is – al blijft de onderliggende schuld wel verschuldigd.Daarnaast zijn vanaf 1 oktober 2026 de incassokosten niet verschuldigdwanneer er een niet-geregistreerde incassopartij incasseert of heeftgeïncasseerd.6 Het is van belang dat zowel schuldenaren als schuldeisersbekend raken met dit onderdeel van de wet – hier zal dan ook extraaandacht aan worden besteed in de communicatie. Voor schuldenaren ishet van belang te weten dat incassopartijen in verschillende registersgeregistreerd kunnen staan, namelijk in het register van Justis maar ookin het gerechtsdeurwaarders- en advocatenregister. Gerechtsdeur-waarders en advocaten hoeven zich niet in het in register incassodienst-verlening in te schrijven omdat zij vallen onder eigen gereguleerdeberoepsregisters. Ik ga in overleg met de betrokken partijen over demogelijkheid om de registers naar elkaar te laten verwijzen. De inwerking-treding van artikel 18 van de Wki zal daarmee naar verwachting ook eenpositief effect hebben op het aantal registraties. Om deze verwachting testaven, zal kort na 1 oktober 2026 een peilmoment worden ingesteld omte beoordelen of het aantal registraties ten opzichte van de huidige standis gestegen.Een tweede knelpunt is dat sommige partijen – zoals VvE-beheerders,brancheorganisaties en andere administratieve dienstverleners die inopdracht van een derde incassowerkzaamheden verrichten – zich door debrede reikwijdte genoodzaakt voelen om deze activiteiten niet meer zelfuit te voeren, maar in zijn geheel over te dragen aan een geregistreerdeincassodienstverlener. Dit terwijl het juist wenselijk is dat deze partijeneerst als service een kosteloze betalingsherinnering sturen en/of op eenlaagdrempelige manier contact hebben met de schuldenaar. Het betreftmet name partijen die slechts in een vroege administratieve fasebetalingsherinneringen sturen en daarbij nog geen buitengerechtelijkeincassokosten in rekening brengen. Dit vroeg uitbesteden leidt er toe datbuitengerechtelijke incassokosten eerder in rekening worden gebracht bijde schuldenaar, wat botst met een belangrijk uitgangspunt in aanpaktegen de schuldenproblematiek: het voorkomen van onnodigekostenoploop.In dit verband speelt ook een ander punt. Verschillende partijen hebbenaangegeven een ongelijk speelveld te ervaren ten opzichte van zelfincas-santen. Er zijn grote verschillen tussen de zelfincassanten. In dit kaderwordt met zelfincassant bedoeld: een bedrijf met een (grote) eigenincasso-afdeling die op professionele wijze incasseert. Ik zie dat er nuverschillen zijn omdat geen specifieke eisen zijn verbonden aan buitenge-rechtelijke incassowerkzaamheden door zelfincassanten. Hierbij geldt dathet belangrijk is dat schuldenaren die geconfronteerd worden metbuitengerechtelijke incassokosten vanuit een zelfincassant ook opadequate wijze worden beschermd. Deze knelpunten zullen door mijnministerie nader worden verkend, zonder afbreuk te doen aan debeschermingsdoelstelling van de wet.Tegelijkertijd ontslaat dit niemand van de plicht om te voldoen aan dehuidige wetgeving. Voor partijen die incassowerkzaamheden verrichtenvoor derden of na overdracht van een vordering, geldt de registratieplichtonverkort. Incassodienstverlening zonder registratie is op grond van deWet op de economische delicten (hierna: WED) reeds strafbaar gesteld.Daarnaast kan de Inspectie JenV in dat kader handhavend optreden tegenniet-naleving van de registratieplicht.6Artikel 18 WkiTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 733, nr. 193 KwaliteitseisenUit de invoeringstoets is gebleken dat de toepassing van de kwaliteits-eisen in de praktijk op onderdelen tot knelpunten leidt. Dit is eerder ookerkend in het schrijven van de Staatssecretaris Rechtsbescherming.7 Metname de uitwerking van de vakbekwaamheidseis in artikel 2.2. van hetBesluit kwaliteit incassodienstverlening (hierna: Bki) leidt in de praktijk totknelpunten. De vakbekwaamheidseis wordt uitgewerkt als een formeelopleidingsvereiste. Dit heeft als gevolg dat medewerkers met aantoonbarekennis en jarenlange werkervaring niet inzetbaar zijn als incassomede-werker wanneer zij niet voldoen aan de opleidingsvereiste. Ook kunnenstagiairs op dit moment geen incassowerkzaamheden verrichten, terwijlzij in de praktijk wel degelijk de benodigde kwalificaties kunnen ontwik-kelen om goede incassodienstverlening te verlenen wanneer zij meerervaring opdoen. Daarnaast is het voor de toekomst ook belangrijk dat zijde werkzaamheden in ieder geval (onder begeleiding) kunnen leren. Ditheeft onder andere gevolgen voor hun inzetbaarheid binnen deincassodienstverlening.Mijn voorganger heeft naar aanleiding van deze signalen reeds tijdelijkeen ruimer beleid gehanteerd ten aanzien van de opleidingseis. Dittijdelijke beleid houdt in dat incassodienstverleners bij de registratieaan-vraag per medewerker die niet aan het vereiste opleidingsniveau voldoet,gemotiveerd moeten onderbouwen waarom toch aan de vereistevakbekwaamheid wordt voldaan, bijvoorbeeld door het aantonen vanrelevante werkervaring, cursussen of interne inwerkprogramma’s. DeInspectie JenV heeft aangegeven gedurende deze periode coulanter tetoetsen op de opleidingseis en de nadruk te leggen op de door deincassodienstverlener opgenomen motivering. Dit tijdelijke beleid geldtvoor medewerkers die vóór 1 april 2024 al actief waren als incassomede-werker; voor nieuwe medewerkers geldt de opleidingseis onverkort. Dittijdelijk beleid biedt dan ook geen oplossing voor de inzet van stagiairs dienog niet aan de formele opleidingsvereisten voldoen. Gelet op dezesignalen verken ik of, en zo ja onder welke voorwaarden, een aanpassingvan de huidige diploma-eisen mogelijk en wenselijk is. Uw Kamer zalhierover op een later moment worden geïnformeerd.Toezicht en handhavingDe toezichts- en screeningsfunctie met betrekking tot de Wki is verdeeldover vier partijen, die ieder een eigen rol hebben. Deze taakverdeling komtvoort uit de brede reikwijdte: de Wki reguleert de incassodienstverleners,maar is ook van toepassing op gerechtsdeurwaarders en incasso-advocaten, voor zover zij buitengerechtelijke incassowerkzaamhedenverrichten. Justis is verantwoordelijk voor de screening van registratie-aanvragen en het beheer van het register incassodienstverlening. HetBureau Financieel Toezicht (hierna: BFT) en de dekens houden toezicht oprespectievelijk de gerechtsdeurwaarders en de advocaten en de incasso-kantoren die aan deze beroepsgroepen zijn verbonden. Deze partijenhoeven zich niet te registreren in het incassoregister, omdat zij reedsingeschreven zijn in hun eigen registers. De Inspectie JenV houdt toezichtop de naleving van de registratieplicht door alle andere partijen die onderde reikwijdte van de Wki vallen, ongeacht of ze geregistreerd zijn.Daarnaast beheert de Inspectie JenV het Meldpunt Wki, waar burgers enbedrijven melding kunnen maken van incassodienstverleners die mogelijkniet voldoen aan de wettelijke vereisten. De meldingen die via ditmeldpunt binnenkomen geven de Inspectie JenV zicht op waar in de7Kamerstukken II, 2024/25, 35 733, nr. 18.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 733, nr. 194 markt de grootste risico’s zich voordoen en stellen haar in staat hettoezicht daarop te richten.Uit de invoeringstoets blijkt dat zowel het BFT als de dekens de uitwerkingvan de Wki over het algemeen positief waarderen. De Inspectie JenV heeftaangegeven dat een uitbreiding van instrumentarium en middelen nodigis om effectiever toezicht te houden op partijen die onder de reikwijdtevan de Wki vallen – met name door de toevoeging van publicatie- enopenbaarmakingsbevoegdheden in combinatie met een boetebe-voegdheid voor wat betreft overtredingen van de registratieplicht.Daarnaast geeft zij aan dat de beschikbare capaciteit en middelen beperktzijn, waardoor de toezichtstaken niet ten volle kunnen worden uitge-oefend. Ik neem deze signalen serieus.Mijn ministerie heeft de afgelopen jaren extra middelen beschikbaargesteld voor de Inspectie JenV ter ondersteuning van haar toezichtstaak,onder meer ten behoeve van de inrichting van het Meldpunt Wki. Ditbedrag is groter dan de opbrengsten die op dit moment uit de doorbe-lasting aan de markt worden gegenereerd, doordat het aantal registratiesachterblijft bij de verwachting.Het verhogen van de registratiegraad is een belangrijke stap om detoezichtkosten beter te kunnen dekken vanuit de sector. De komendeperiode wordt daarom ingezet op maatregelen die de registratiegraadverhogen, zodat de Wki door meer partijen wordt nageleefd en deincassomarkt beter kan worden gemonitord. Een hogere registratiegraadzal er daarnaast toe leiden dat de totale opbrengsten uit doorbelastingtoenemen, waardoor het principe van integrale doorbelasting vantoezichtkosten aan de sector kan worden bereikt.De Inspectie JenV kan handhavend optreden tegen niet-naleving van deregistratieplicht door middel van een last onder dwangsom. Wat in dehuidige systematiek ontbreekt, is de mogelijkheid om een bestuurlijkeboete op te leggen voor de periode dat een partij ten onrechte nietgeregistreerd stond. Door mijn ministerie zal worden verkend of hetopleggen van een bestuurlijke boete voor het ten onrechte niet registerenmogelijk, noodzakelijk en wenselijk is en zo, ja, hoe dat zich verhoudt methet feit dat dit al strafbaar is gesteld.Een deel van de partijen ervaart de registratie- en verleningskosten alshoog en vindt dat de huidige tariefstructuur onvoldoende rekening houdtmet verschillen tussen grote en kleine incassodienstverleners omdathetzelfde tarief wordt gehanteerd, ongeacht de omvang van de organi-satie. Als gevolg van de achterblijvende registraties worden de meestekosten op dit moment echter nog gedragen door het ministerie en nietdoorbelast aan de sector. De huidige tariefstructuur vloeit voort uit eeneerdere keuze waarbij een meer gedifferentieerde omzet gebaseerdesystematiek op uitvoeringsproblemen stuitte. Aan de hand van dewetsevaluatie wordt bezien of de tariefstructuur alsnog kan wordenverfijnd en of een alternatief systeem nodig is.Daarnaast heeft de incassobranche de behoefte geuit aan meer transpa-rantie over zowel de afwegingen achter handhavingsbesluiten als deverschillende typen handhavingsbesluiten, zodat de sector hiervan kanleren. In overleg met de toezichthouders wordt bezien of het mogelijk enwenselijk is om informatie over overtredingen en handhavingspatronen tedelen met de sector, zonder dat dit te herleiden is tot individuele gevallen.Positie schuldeisersEen aantal incassodienstverleners en de Inspectie JenV hebben aange-geven dat de positie van de schuldeiser onvoldoende zichtbaar is in deuitwerking van de Wki – zowel wat betreft grote commerciële organisatiesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 733, nr. 195 als kwetsbare partijen zoals particuliere schuldeisers en mkb’ers. Dekwaliteitseisen in artikel 13 Wki gelden weliswaar al voor zowel schulde-naren als schuldeisers, maar zijn in het Bki niet nader uitgewerkt voorschuldeisers. Hoewel de wet geen belemmering bevat voor schuldeisersom een klacht in te dienen, bestaat in de praktijk onduidelijkheid over hoezij dit kunnen doen, doordat de klachtenregeling niet expliciet op hen isingericht.Dit onderdeel zal worden meegenomen in de wetsevaluatie, waarbij wordtverkend of nadere uitwerking van de positie van de schuldeiser in het Bkinodig en wenselijk is. In de tussentijd zal de Inspectie JenV de positie vanschuldeisers meenemen in haar reguliere toezicht. Het reguliere verbinte-nissenrecht blijft van toepassing op overeenkomsten tussen schuldeiseren incassodienstverlener.SlotIk erken dat de Wki in de praktijk tot knelpunten leidt. Deze knelpuntenraken zowel de organisaties die de wet moeten uitvoeren, als de mensenvoor wie de wet is bedoeld: schuldenaren en schuldeisers die rechthebben op een eerlijke en transparante incassodienstverlening.De in deze brief beschreven maatregelen zijn erop gericht de meesturgente knelpunten aan te pakken. Voor de korte termijn wordt ingezet opgerichte communicatie over de werking en reikwijdte van de Wki en ophet monitoren van de effecten van de inwerkingtreding van artikel 18 na1 oktober 2026. Daarnaast worden verkenningen opgestart naar deafbakening van de reikwijdte, de vakbekwaamheidseisen in het Besluit enaanvullende sanctioneringsmogelijkheden. De uitkomsten worden op eenlater moment met uw Kamer gedeeld.Gelet op de sterke signalen uit de invoeringstoets en de validatiege-sprekken haal ik de wetsevaluatie een jaar naar voren, naar 2028, zodathet volledige functioneren van de wet integraal kan worden beoordeeld.Een herhaling van de invoeringstoets over anderhalf jaar, zoals aanbe-volen in de invoeringstoets, is daarmee niet nodig.De wetsevaluatie in 2028 biedt de gelegenheid om de effecten van de weten de in deze brief beschreven maatregelen te beoordelen. Tot die tijdworden de ontwikkelingen in de uitvoering nauwgezet gevolgd en zal,waar nodig, tijdig bijgestuurd worden. Ik heb er vertrouwen in dat we,samen met alle betrokken partijen, in staat zijn de gesignaleerdeknelpunten aan te pakken.Het uiteindelijke doel blijft onveranderd: de kwaliteit van de buitengerech-telijke incassodienstverlening vergroten ten behoeve van de schuldenaar,de schuldeiser en de incassodienstverleners zelf. Daar blijf ik mij voorinzetten.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van BruggenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 733, nr. 196
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.