De maandenlange vertraging van woningbouwproject Beekweide II in Renswoude
Brontekst
Versie 92c9b648-66bd-48 · officiële bron2026Z21189 (ingezonden 6 oktober 2026) Vragen van de leden Steen (CDA) en Nobel (VVD) aan de ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de maandenlange vertraging van woningbouwproject Beekweide II in Renswoude. Bent u bekend met het bericht ‘Konijnen en hazen dwarsbomen nieuwbouwwijk Renswoude: “Dit is tenenkrommend en bureaucratie ten top” over woningbouwproject Beekweide II in Renswoude, waar sinds 1 oktober de werkzaamheden weer mogen worden hervat, nadat de bouw van circa 40 woningen bijna een half jaar vertraging had opgelopen? 1) Deelt u de mening dat vermijdbare vertraging van woningbouwprojecten moet worden voorkomen, omdat woningzoekenden daardoor langer op een woning wachten, kopers langer in onzekerheid verkeren en de haalbaarheid van woningbouwprojecten onder druk kan komen te staan? Zo nee, waarom niet? Welke lessen trekt u uit Beekweide II voor de voorspelbaarheid van ecologisch onderzoek, werkprotocollen en de beoordeling daarvan, nu uiteindelijk binnen de geldende soortenbescherming een werkwijze is gevonden waarmee de werkzaamheden konden worden hervat? Wat vindt u ervan dat Utrecht de vrijstelling voor de haas bij ruimtelijke ontwikkelingen heeft geschrapt, terwijl in 2022 ook in Limburg een dalende provinciale trend van de hazenpopulatie was vastgesteld en Limburg deze vrijstelling wel heeft behouden? Wat vindt u ervan dat Utrecht en Zeeland als enige twee provincies de vrijstelling voor het konijn bij ruimtelijke ontwikkelingen niet kennen, terwijl de populatie van het konijn landelijk sterk is afgenomen en de andere tien provincies bij datzelfde landelijke beeld de vrijstelling wel hebben behouden? Klopt het dat een ongunstige staat van instandhouding op zichzelf niet automatisch betekent dat een vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen juridisch onmogelijk is, maar dat zo’n vrijstelling onder meer geen afbreuk mag doen aan het streven de populaties in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan? Zo nee, hoe luidt de juridische toets dan wel precies? Deelt u de mening dat provincies een vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig moeten schrappen wanneer juridisch en ecologisch kan worden onderbouwd dat deze geen afbreuk doet aan het streven de populaties in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, juist omdat het schrappen van zo’n vrijstelling woningbouw met extra onderzoek en vergunningprocedures kan belasten? Zo nee, waarom niet? Hoe gaat u werk maken van de afspraak in het regeerakkoord om provinciale natuurregels te uniformeren zodat ze de bouw niet bemoeilijken? Welke verschillen tussen provincies in vrijstellingen, beoordelingscriteria en eisen aan mitigatie en compensatie wilt u bij deze uniformering concreet wegnemen? Welke knelpunten in flora- en faunaregels neemt u mee bij de uitvoering van de aangenomen motie-Mooiman c.s. (Kamerstuk 28325, nr. 325), die vraagt om bestaande knelpunten en de samenhang tussen bouwregels mee te nemen in de jaarlijkse Vereenvoudigingswet en tegenstrijdigheden en stapelingen van eisen voor de bouw te voorkomen? Hoe staat het met de uitvoering van de aangenomen motie-Nobel (Kamerstuk 28325, nr. 322) om alle gemeenten die nog niet met een soortenmanagementplan zijn begonnen ertoe te bewegen daar in 2026 mee te starten en bij gemeenten die al zijn gestart aan te dringen op versnelling? Welke aanvullende actie neemt u om deze motie nog dit jaar uit te voeren? Hoe gaat u uitvoering geven aan het advies van STOER om een landelijke standaard voor beoordelingsprocessen met uniforme criteria te ontwikkelen, zodat verschillen in de beoordeling van flora- en fauna-activiteiten tussen provincies en omgevingsdiensten worden verminderd? Hoe gaat u uitvoering geven aan de aanbeveling in dat rapport om mitigatie- en compensatiemaatregelen landelijk verder te standaardiseren, zodat vooraf duidelijker is welke maatregelen in beginsel toereikend zijn, met ruimte voor noodzakelijk ecologisch maatwerk? Gaat u de in dat rapport voorgestelde landelijke compensatiecatalogus uitwerken, zodat vooraf duidelijker is welke compenserende maatregelen kunnen worden geaccepteerd en hierover niet per woningbouwproject opnieuw langdurige discussie ontstaat? Hoe gaat u uitvoering geven aan de aanbeveling uit dat rapport om mogelijk te maken dat een groter gebied van lagere ecologische kwaliteit wordt gecompenseerd door een kleiner gebied van aantoonbaar hogere ecologische kwaliteit? Hoe gaat u uitvoering geven aan de in dat rapport voorgestelde worst-casebenadering, waarbij voor geschikte soorten en werkzaamheden wordt uitgegaan van mogelijke aanwezigheid en direct passende mitigerende maatregelen worden getroffen, zodat soortgericht onderzoek waar dat ecologisch verantwoord is kan worden beperkt? Hoe gaat u uitvoering geven aan de aanbeveling uit dat rapport om het maatschappelijke belang van woningbouw in het Besluit kwaliteit leefomgeving explicieter als dwingende reden van groot openbaar belang vast te leggen voor Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten Welke maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat de gevolgen van reeds bekende beschermde soorten, zoals de kerkuil en steenuil die bij Beekweide II al in ecologische onderzoeken uit 2024 en 2025 waren aangetroffen, tijdig worden beoordeeld en benodigde maatregelen en vergunningen vóór de start van werkzaamheden duidelijk zijn, zodat woningbouwprojecten niet tijdens de uitvoering alsnog vertraging oplopen? Klopt het dat een dwingende reden van groot openbaar belang bij vogelrichtlijnsoorten, zoals de kerkuil en steenuil, geen zelfstandige afwijkingsgrond is en dat het maatschappelijke belang van woningbouw daardoor niet via deze route kan worden meegewogen? Gaat u in het verdere verloop van de lopende Europese stresstest van de Vogel- en Habitatrichtlijn actief bepleiten dat een dwingende reden van groot openbaar belang ook voor Vogelrichtlijnsoorten als afwijkingsgrond mogelijk wordt, zodat het maatschappelijke belang van woningbouw in deze afweging kan worden betrokken? Hoe gaat u deze inzet concreet vormgeven? 1) De Telegraaf, 24 september 2026 (https://www.telegraaf.nl/binnenland/konijnen-en-hazen-dwarsbomen-nieuwbouwwijk-renswoude-dit-is-tenenkrommend-en-bureaucratie-ten-top/161859135.html)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.