KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op de motie van de leden Teunissen en Postma over de import van houtige biomassa uit het buitenland sterk ontmoedigen en geen nieuwe subsidies hiervoor verstrekken (Kamerstuk 32813-1381)

21 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie fa2f327210895f78 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 813Kabinetsaanpak KlimaatbeleidNr. 1389 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR KLIMAAT EN ENERGIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 mei 2024Tijdens het tweeminutendebat Klimaat en Energie van 14 april jl. hebbende leden Teunissen en Postma een motie1 ingediend waarin de regeringwordt opgeroepen om de import van houtige biomassa uit het buitenlandte ontmoedigen en geen nieuwe subsidies te verstrekken voor houtigebiomassa afkomstig uit het buitenland. Ik heb deze motie tijdens het debatontraden. Tijdens de stemmingen op 23 april jl. is de motie Teunissen-Postma door uw Kamer aangenomen. Lid Teunissen heeft mij verzochtom in de eerste week na het meireces een brief hierover te ontvangen.Met deze brief kom ik, mede namens de Staatssecretaris van Infra-structuur en Waterstaat, tegemoet aan het verzoek van het lid Teunissen.De motie Teunissen-Postma maakt onderscheid tussen biomassa (oftewelbiogrondstoffen) uit Nederland en uit de rest van de wereld. De motieverzoekt de regering om deze laatste categorie te ontmoedigen en er geennieuwe subsidies voor te verstrekken. Dit is onuitvoerbaar vanwege devolgende redenen. Ten eerste, het is binnen de interne markt niettoegestaan is om producten uit EU-landen anders te behandelen danproducten uit Nederland. Ten tweede, handelspolitieke maatregelen zijneen EU-bevoegdheid, dus Nederland kan hier niet zelf over besluiten. Tenderde, het is in strijd met WTO-regels om regels te stellen aan het gebruikvan producten op basis van herkomst.Dit kabinet heeft aan een vergelijkbare wens uit het Coalitieakkoord RutteIV2, om alleen gebruik te maken van biogrondstoffen die geproduceerdzijn in de EU, invulling gegeven door in te zetten op verdere aanscherpingvan het certificeringsproces. Dit is gedaan via implementatie van deduurzaamheidscriteria en het aanscherpen van het toezicht. In hetcertificeringsproces wordt geen onderscheid gemaakt naar herkomst vanbinnen of buiten de EU; ook biogrondstoffen van buiten de EU dienen aan1Kamerstuk 32 813, nr. 13812Bijlage bij Kamerstuk 35 788, nr. 77 kst-32813-1389ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13891 de duurzaamheidseisen te voldoen. Dit heb ik aan uw Kamer medege-deeld op 22 april 2022.3Dit wil niet zeggen dat ik de zorgen die in de Kamer en in de samenlevingleven rondom de duurzame inzet van biogrondstoffen niet begrijp. Via hetduurzaamheidskader biogrondstoffen zet het kabinet dan ook actief in opzo hoogwaardig mogelijke toepassing van biogrondstoffen en op dewaarborging van de duurzaamheid van de herkomst van de biogrond-stoffen die Nederland binnenkomen.Tot slot wil ik benoemen dat houtige biogrondstoffen in algemene zinontmoedigen dan wel niet meer stimuleren onwenselijk zou zijn inverband met onze ambities en doelstellingen voor een klimaatneutrale,fossielvrije en circulaire samenleving. Houtige biogrondstoffen kennennamelijk vele vormen en toepassingen. Dit kan bijvoorbeeld gaan over hetgenereren van industriële stoom, het gebruik van hout in de bouw, deproductie van geavanceerde biobrandstoffen voor lucht- en scheepvaarten toepassingen in de biochemie zoals de productie van bioplastics alsvervanging van fossiele plastics. Een ontmoediging van houtige biogrond-stoffen zou dan ook vergaande gevolgen hebben voor een zohoogwaardig mogelijke toepassing van biogrondstoffen en daarmee hetrealiseren van een klimaatneutrale en circulaire samenleving.Vanwege de bovengenoemde redenen van onuitvoerbaarheid doorhandelsregelgeving en de beleidsmatige onwenselijkheid vanwege hetopbouwen van een biobased economie, zal ik geen uitvoering kunnengeven aan de motie Teunissen-Postma.De Minister voor Klimaat en Energie,R.A.A. Jetten3Kamerstuk 32 813, nr. 1039Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13892

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4b2fad3f3e135e08

14 okt 2026 · eb834a6b9d23a4cf

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.