KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag

30 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie cefbfddda45551c7 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 881Wijziging van het voorstel van wet tot wijzigingvan de Algemene wet bestuursrecht, deHuisvestingswet 2014, de Omgevingswet, deWet maatschappelijke ondersteuning 2015 en deWoningwet in verband met de versterking vande regie op de volkshuisvesting en met het oogop enkele andere met de volkshuisvestingsamenhangende maatregelen (Wet versterkingregie volkshuisvesting)Nr. 5 VERSLAGVastgesteld 30 januari 2026 De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eerals volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en degemaakte opmerkingen afdoende zal hebben geantwoord, acht decommissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoendevoorbereid.Inhoudsopgave:Blz.I.Algemene toelichting21.Inleiding22.Inhoudelijke toelichting32.1.Vervallen absoluut verbod op urgentie voor allevreemdelingen (onderdeel A, Huisvestingswet2014)42.2.Vervallen regeling voor overgang van bevoegd-heid tot vergunningverlening voor de technischebouwactiviteit na fatale termijn (onderdeel B,onderdeel 1, Omgevingswet)52.3.Aanpassing regeling voorkeursrecht (onderdeel B,onderdelen 2 en 3, Omgevingswet)63.Adviezen en internetconsultatie63.1Ongedaan maken van de regeling voor overgangvan bevoegdheid tot vergunningverlening voor detechnische bouwactiviteit na fatale termijn63.2Amendement schrappen beroepsmogelijkheidtegen woningbouwplannen van een anderegemeente73.3Amendement urgentie aan dakloze gezinnen metkinderen7 kst-36881-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 881, nr. 51 3.4Amendementen inzake procedurele versnellingenen verhoging griffierechten8II.Artikelsgewijze toelichting8Onderdeel A (Vervallen verbod op voorrang in Huisvestings-wet 2014)8Onderdeel C (Overgangsrecht)9 I. Algemene toelichting 1. Inleiding De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de novelle enhebben daarover enkele vragen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de novelle op de Wet versterking regie volkshuisvesting. Dezeleden zijn opgelucht dat het eerder aangenomen amendement datregelrecht indruist tegen artikel 1 van de Grondwet hiermee ongedaanwordt gemaakt maar zien nog enkele verbeterpunten. Zij betreuren het datde regering ervoor kiest een belangrijk advies uit het Schrappen Tegen-strijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving (STOER)-rapport naast zichneer te leggen door de verruiming van het voorkeursrecht te beperken. Deleden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben nog enkele vragen.De leden van de PVV-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deWijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wetbestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wetmaatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband metde versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog openkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wetversterking regie volkshuisvesting) en willen de regering nog een aantalverduidelijkende vragen stellen.De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Wijziging vanhet voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, deHuisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijkeondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking vande regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met devolkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regievolkshuisvesting).Deze leden zijn van mening dat de onvolkomenheden in het wetsvoorstelzo snel mogelijk moeten worden gerepareerd zodat de wet snel in werkingkan treden en hebben nog een beperkt aantal vragen.De leden van de BBB-fractie hebben met interesse de novelle en bijbeho-rende stukken gelezen. Deze leden hebben vooralsnog geen verderevragen.De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van de voorliggendenovelle op de Wet versterking regie volkshuisvesting. Zij hebben daarovernog enkele vragen.De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisge-nomen van de novelle ten aanzien van de Wet versterking regie volkshuis-vesting. Deze leden betreuren dat deze novelle nodig was als gevolg vanhet willens en wetens aannemen door de Tweede Kamer van eendiscriminerend amendement én benadrukken het belang van een snellebehandeling van deze novelle, zodat de Wet versterking regie volkshuis-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 881, nr. 52 vesting per 1 juli 2026 in werking kan treden. Zij vragen wat de uiterstedatum is dat deze wet in de Eerste Kamer moet worden behandeld c.q.aangenomen om dit mogelijk te maken.De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de novelle bij deWet versterking regie volkshuisvesting. Deze leden vinden dat dewooncrisis vraagt om sterke publieke regie: meer sociale huur, meerbetaalbare bouw en een einde aan speculatie en winst.2. Inhoudelijke toelichting De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening dat onderhavigewet, ook na het aannemen van deze novelle, nog niet af is. Deze ledenmerken op dat er nog steeds geen waarborg is opgenomen die ervoorzorgt dat er genoeg betaalbare woningen worden gebouwd. De plichtvoor iedere gemeente om te groeien naar 30% sociale huur is veranderdin een vrijblijvende doelstelling per regio. Op basis waarvan denkt deregering toch te kunnen garanderen dat er genoeg sociale huurwoningenbijgebouwd gaan worden? Hoe reageert zij in dat licht op de oproep dieAedes opnieuw doet om 30% sociaal per gemeente vast te leggen?Waarom denkt de regering dat gemeenten onder deze vrijblijvendheidineens gaan zorgen voor de programmering van meer betaalbarehuurwoningen terwijl de afgelopen jaren het aandeel sociale huur in devoorraad alleen maar is gedaald? Welke andere mogelijkheden ziet deregering om te garanderen dat er de komende jaren genoeg betaalbarewoningen worden geprogrammeerd in harde plannen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat meerderegemeenten recent hebben aangegeven zich zorgen te maken overartikel 2.1.b.2 van de concept-ministeriële regeling van het wetsvoorstelVersterking Regie op de Volkshuisvesting. Deze leden vragen de regeringwaarom er niet voor is gekozen om huisvesting van mensen dieuitstromen uit voorzieningen onder te brengen bij de regio waar dezemensen vandaan komen. Hoe kijkt de regering naar het signaal datgemeenten geven ten aanzien van de druk die met dit beleidsvoornemenwordt gelegd op de toekomstige totstandkomingen van bovenregionalevoorzieningen? Hoe voorkomt de regering dat er een nog grotere drukontstaat op regio’s met veel voorzieningen met betrekking tot deuitstroom en huisvesting van bijzondere doelgroepen? Zij vragen deregering of ze bereid is mogelijkheden te onderzoeken om de gemeentendie zich hierover zorgen maken tegemoet te komen. Is de regering bereidom dit onderdeel van de wet nog te wijzigen zodat er een eerlijkespreiding over regio’s komt?De leden van de ChristenUnie-fractie maken van de gelegenheid gebruikom de regering te vragen naar de uitwerking van de wet in het Besluitversterking regie volkshuisvesting. Gemeenten met grote justitiëleinstellingen vrezen de onevenredige opgave die zij krijgen omex-gedetineerden te huisvesten, in de gemeente waar zij gedetineerdhebben gezeten. Klopt het dat deze verplichting volgt uit het Besluit, zoalsnu geformuleerd? Herkent de regering dat dit voor een grote belastingvan een aantal gemeenten zal zorgen? Daarnaast menen deze leden dathet vanuit het oogpunt van re-integratie in de samenleving niet de meestlogische stap is om ex-gedetineerden te huisvesten in de gemeente waarzij gedetineerd zijn geweest, in plaats van hen voorrang te geven in degemeente waar zij binding mee hebben. Zij erkennen dat er gevallen zijnwaarin het juist niet wenselijk is als de ex-gedetineerde naar hun laatstewoongemeente gaan, vanwege bijvoorbeeld de risico’s op ronselen ofbanden met oude criminele netwerken. Voor deze mensen dient natuurlijkeen uitzondering mogelijk te zijn. Wat is de reactie van de regering opdeze afwegingen? Is het nodig dat het Besluit wordt aangepast als deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 881, nr. 53 Kamer dit zo wenst te regelen dat gemeenten waar de ex-gedetineerdelaatst ingezetene was deze verplichting krijgen? Is de regering daartoebereid?De leden van de ChristenUnie-fractie betreuren het dat de regering degelegenheid van de novelle niet heeft aangegrepen om de doelstellingvan twee derde betaalbaar en 30% sociale huur als doelstelling pergemeente te realiseren. Deze leden blijven ervan overtuigd dat dit debeste manier zal zijn om voldoende betaalbare huizen te realiseren. Zijvragen of de regering bereid is deze doelstelling per gemeente in hetOntwerpbesluit versterking regie volkshuisvesting op te nemen teneindePoolse landdagen te voorkomen. En zo nee, hoe borgt de regering dan desolidariteit tussen gemeenten en dat elke gemeente in de regio haar fairshare op zich neemt?De leden van de SP-fractie vinden het onacceptabel dat in tijden vanwoningnood woningen leegstaan, terwijl mensen jarenlang op eenwachtlijst staan of noodgedwongen in een opvang, auto of vakantieparkbelanden. Deze leden merken op dat in de memorie van toelichting (MvT)wordt gesproken over instrumenten om leegstand tegen te gaan, maardat deze paragraaf niet actueel is en dat de leegstandheffing ontbreekt alsexpliciet instrument. Zij vragen de regering waarom de leegstandheffingniet wordt benoemd als onderdeel van het gemeentelijk instrumentarium.De leden van de SP-fractie vragen de regering of zij bereid is om ditinstrument expliciet op te nemen in de MvT, zodat gemeenten helderheidhebben over de mogelijkheden om leegstand aan te pakken.2.1. Vervallen absoluut verbod op urgentie voor alle vreemdelingen(onderdeel A, Huisvestingswet 2014) De leden van de PVV-fractie lezen op bladzijde 2 van de MvT dat onder-scheid toegestaan kan zijn, indien het een legitiem doel dient en daarvooreen objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Daarna staatopgetekend dat het doel van het benoemde onderscheid in zichzelfdiscriminerend is, omdat het met opzet niet-Nederlanders uitsluit, endaarom niet legitiem. Een discriminerend doel kan volgens de regeringnooit gerechtvaardigd worden. Deze leden willen de regering vragen watontbreekt inzake «legitiem doel» en «redelijke rechtvaardiging» om allesin het werk te stellen om Nederlandse woningzoekenden (die geboren engetogen zijn in Nederland en vaak al vele jaren wachten op een socialehuurwoning) op geen enkele manier mogelijk achter te stellen opstatushouders.Daarnaast willen de leden van de PVV-fractie de regering vragen wat zijheeft ondernomen om in ieder geval te onderzoeken wat in de geest vanhet amendement Mooiman eventueel wel mogelijk zou zijn.De leden van de CDA-fractie hebben eerder inbreng geleverd op deWijziging van de Huisvestingswet 2014 inzake het verbod op voorrangvoor vergunninghouders (Wet nieuwe regels inzake huisvesting vergun-ninghouders). Deze leden hebben daarbij onder andere aangegeven datgemeenten binnen landelijke kaders de ruimte moeten behouden omafgewogen keuzes te maken over de verdeling van schaarse woonruimte.Dat geldt voor mensen met lokale binding, voor mensen die uit zorg ofopvang uitstromen, voor de aanpak van dakloosheid en het bieden vanpassende huisvesting aan daklozen, en ook voor statushouders.Vertrouwen in gemeenten en ruimte voor maatwerk zijn volgens de ledenvan de CDA-fractie onmisbaar voor een rechtvaardig en effectiefwoonbeleid. De vraag aan de regering is op welke manier gemeenteninstrumenten in handen gegeven kan worden om deze groepen snellereen huis te kunnen bieden, naast de urgentieregeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 881, nr. 54 De leden van de ChristenUnie-fractie vinden het terecht dat de regeringhet absoluut verbod op urgentie voor alle vreemdelingen met dezenovelle uit de wet heeft gehaald. Het zou onbestaanbaar zijn dat eendiscriminerend artikel tot wet zou worden verheven. Gemeenten kunnendeze afweging over urgentie bovendien heel goed zelf maken. Tegelijk zijndeze leden er zeer van doordrongen dat er veel meer betaalbarewoonruimte nodig is, zodat ook onze jongeren hun zelfstandigevolwassen leven kunnen ontplooien en belangrijke levensbeslissingen,zoals het krijgen van kinderen, niet nog langer hoeven uit te stellen.De leden van de SP-fractie vragen of de regering kan toelichten hoe zijervoor zorgt dat gemeenten met dit onderdeel weer ruimte hebben voormaatwerk en een uitvoerbaar urgentiebeleid, zonder groepen woningzoe-kenden tegen elkaar uit te spelen.2.2. Vervallen regeling voor overgang van bevoegdheid tot vergunning-verlening voor de technische bouwactiviteit na fatale termijn(onderdeel B, onderdeel 1, Omgevingswet) De leden van de PVV-fractie lezen op bladzijde 3 van de MvT dat minderdan vijf procent van de aanvragen voor een (technische) bouwactiviteitwoningbouwprojecten betreft. Deze leden willen een nadere toelichtingvan de regering inzake dit percentage, alsmede een inschatting of ditpercentage de komende jaren niet kan gaan stijgen.Tevens staat op bladzijde 3 van de MvT dat bij de behandeling vanbetreffende aanvragen zelden sprake is van termijnoverschrijding alsalleen een vergunning voor een (technische) bouwactiviteit voorwoningbouw wordt aangevraagd. De leden van de PVV-fractie willen deregering vragen wat het beeld is als er gelijktijdig andere vergunningenworden aangevraagd.Op dezelfde bladzijde valt ook te lezen dat intensieve samenwerkingtussen marktpartijen en overheden belangrijk is voor versnelling in devoorfase. De regering geeft aan dat wordt ingezet op structureleversterking van de uitvoeringscapaciteit van gemeenten. De leden van dePVV-fractie willen de regering vragen waar nog eventueel extra ruimte isinzake beschikbare middelen, als de inzet onvoldoende blijkt te zijn om tekomen tot structurele versterking van de uitvoeringscapaciteit vangemeenten.De leden van de PVV-fractie vragen of de uitvoeringscapaciteit vanNederlandse gemeenten ook wat verbeterd zou kunnen worden, als voorpersoneel wordt geworven in en/of samengewerkt wordt met Vlaamsegemeenten (Vlaanderen telt immers 285 gemeenten)?Is daar ooit onderzoek naar gedaan?Op bladzijde 3 valt ook te lezen dat het Ministerie van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening geen capaciteit en expertise voorhanden heeft omals bevoegd gezag termijnoverschrijding van meervoudige aanvragen aante pakken en er geen financiële middelen zijn om deze capaciteit enexpertise op te bouwen.De leden van de PVV-fractie zouden de regering willen vragen om eeninschatting te geven van de kosten en tijd die nodig zijn om genoemdecapaciteit op te kunnen bouwen.De leden van de CDA-fractie vinden het van belang dat het Rijk regie kannemen als de vergunningverlening bij decentrale overheden vastloopt. DeCrisis- en herstelwet gaf het Rijk een aantal instrumenten in handen omvastgelopen besluitvorming los te trekken. Het gebruik van fataletermijnen zoals uitgewerkt in het betreffende amendement, is nietuitvoerbaar. Deze leden vragen op welke wijze de verschillende instru-menten uit de Crisis- en herstelwet wel ingezet kunnen worden onder dewet Versterking regie volkshuisvesting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 881, nr. 55 De leden van de SGP-fractie merken op dat de regering het meestingrijpende middel inzet, namelijk het schrappen van het amendement uitde wet. Tegelijk is dit amendement wel met meerderheid aangenomen.Deze leden begrijpen dat ook dit amendement uitvoerbaar moet zijn, ende broodnodige woningbouw niet moet tegenwerken. Welke alternatievenzijn overwogen om het doel van het amendement, namelijk het verkortenvan procedures, te bereiken? Is het volledig schrappen van hetamendement het meest geëigende middel, of zijn er minder ingrijpendeaanpassingen mogelijk?De leden van de SGP-fractie onderschrijven de noodzaak van hetstructureel versterken van de uitvoeringscapaciteit van gemeenten. Hoe isdit structureel geborgd? Zijn hier structureel middelen voor?De Minister schrapt het aangenomen amendement Welzijn. De leden vande ChristenUnie-fractie constateren een blijvend visieverschil tussen deindiener en de regering op de werking van het amendement. Dedoelstelling van het amendement was om gemeenten binnen acht wekengewoon te laten beslissen over een technische bouwactiviteit, zoals vangemeenten mag worden verwacht, en dat er consequenties komen zodragemeenten de voor hen gestelde termijnen overschrijden. Op basis vanwelke argumenten kan de regering niet uit de voeten met de haartoebedeelde doorzettingsmacht in het amendement? Zij hoeft op basisvan dit amendement toch niet zelf de vergunningen te gaan verlenen? Enwaarom stelt de regering er niets voor in de plaats, zo vragen deze leden.De adviesgroep STOER adviseert in haar eindrapport de Lex silenciopositivo (vergunning automatisch verleend bij overschrijding termijn)opnieuw in te voeren voor regulier voorbereide omgevingsvergunningenvoor met name woningbouwprojecten. Deze mogelijkheid is met deintroductie van de Omgevingswet afgeschaft. Waarom omarmt deregering dit advies niet? Daarmee zorgt de regering toch voor onnodigevertraging bij de zo noodzakelijke woningbouw? En meer fundamenteel:acht de regering de balans in de Omgevingswet niet te veel doorgeslagenin het voordeel van het bestuursorgaan en dus in het nadeel van deaanvrager, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie.2.3. Aanpassing regeling voorkeursrecht (onderdeel B, onderdelen 2 en 3,Omgevingswet) De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening dat dat degeamendeerde verruiming van het voorkeursrecht met deze novelleverder wordt ingeperkt dan nodig. De regering stelt dat de geest van hetamendement intact blijft, terwijl de wijzigingen die het strategischverwerven van grond vergemakkelijken worden teruggedraaid. Juist dat isvolgens deze leden cruciaal. Is de verruiming van de termijn van hetvoorkeursrecht van drie naar vijf jaar de maximale ruimte binnen hetgeldende eigendomsrecht? Welke andere opties om tegemoet te komenaan de wensen van de indieners zijn er overwogen? Op welke manierzorgt de regering ervoor dat gemeenten vaker strategisch grond kunnenverwerven?3. Adviezen en internetconsultatie 3.1 Ongedaan maken van de regeling voor overgang van bevoegdheid totvergunningverlening voor de technische bouwactiviteit na fatale termijn De leden van de PVV-fractie lezen op bladzijde 7 van de MvT dat deregelingen (Flexpoolregeling en Expertteam Woningbouw) door 207gemeenten in 2024 en 166 gemeenten in 2023 zijn benut. Deze ledenwillen de regering vragen of zij misschien al cijfers heeft voor dit jaar enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 881, nr. 56 wat zij heeft ondernomen, alsmede gaat ondernemen om deze regelingenzoveel mogelijk aan te prijzen bij alle gemeenten.3.2 Amendement schrappen beroepsmogelijkheid tegen woningbouw-plannen van een andere gemeente De leden van de D66-fractie vragen de regering uiteen te zetten hoe vaakeen gemeente beroep heeft ingesteld tegen een besluit van een anderegemeente over woningbouw in de afgelopen jaren.De leden van de PVV-fractie lezen op bladzijde 8 van de MvT dat degedeputeerde staten kunnen besluiten dat een onderdeel van het besluittot vaststelling of wijziging van het omgevingsplan geen deel blijftuitmaken van dat besluit, als dit nodig is voor een evenwichtige toedelingvan functies aan locaties en als het besluit in strijd is met een provinciaalbelang. Deze leden vragen de regering of dit betekent dat provincieswoningbouwplannen kunnen belemmeren voor bijvoorbeeld activiteitenten bate van natuuropgaven of de energietransitie.3.3 Amendement urgentie aan dakloze gezinnen met kinderen De leden van de D66-fractie verzoeken de regering aan te geven op welketermijn zij voornemens is de regeling Versterking regie volkshuisvesting inconsultatie te brengen.Daarnaast vragen de leden van de D66-fractie de regering uiteen te zettenwelke omvang van de nieuwe urgentiecategorie «dakloze gezinnen metminderjarige kinderen» de regering voorziet. Kan de regering aangevenwaar zij deze inschatting op baseert?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich zorgen over depositie van dakloze gezinnen met minderjarige kinderen. De regering heeftaangegeven deze urgentiecategorie zo veel mogelijk te willen beperkenper ministeriële regeling. Deze leden zijn van mening dat dit indruist tegende doelstellingen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid en hetInternationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Kan de regeringhierop reageren? Heeft de regering de kinderrechtentoets gebruikt bij detotstandkoming van deze novelle? Zo ja, wat kwam daaruit? Zo niet,waarom niet? Hoe draagt deze wet, met uitgeklede urgentie voor dezegezinnen, volgens de regering bij aan het realiseren van de doelstellingenvan het Nationaal Actieplan Dakloosheid? Hoe gaat de regering alsnogzorgen voor een einde aan dakloosheid in 2030? Is zij bereid de inperkingvan de urgentie voor deze gezinnen daartoe te heroverwegen?De leden van de PVV-fractie lezen op bladzijde 8 van de MvT dat deregering van mening is dat nadere afbakening van de groep daklozegezinnen met minderjarige kinderen binnen de gegeven wettelijkebepaling nodig is met het oog op het verbeteren van de uitvoerbaarheidvan het amendement Grinwis. Het voornemen is om deze nadereafbakening op te nemen in de Regeling versterking regie volkshuisvesting.In dat licht zouden deze leden aan de regering willen vragen hoe groot degroep van gescheiden Nederlandse ouders met kinderen is. En alsgescheiden ouders met minderjarige kinderen worden opgenomen in deregeling, wat is dan de kijk van de regering op mogelijke risico’s dat eroneigenlijk gebruik wordt gemaakt van deze urgentiecategorie doorgemeenten? Wat kan worden ondernomen om misbruik tegen te gaan?De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel vande regering om het amendement, dat beoogt urgentie te verlenen aandakloze gezinnen met kinderen, in te kaderen. Deze leden vragen of deregering precies kan aangeven hoe deze inkadering eruit gaat zien? Zij zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 881, nr. 57 voorstander van het verlenen van urgentie aan dakloze gezinnen metkinderen, en geven de regering in overweging om de groep niet onnodigte beperken.Daarnaast vragen de leden van de SGP-fractie of de regering eeninschatting kan geven van het aantal gezinnen dat, na inkadering,aanspraak kan maken op deze urgentie. En om hoeveel gezinnen zou hetnaar verwachting gaan als het amendement niet ingekaderd zou worden?De leden van de ChristenUnie-fractie kijken uit naar de uitwerking van hetamendement Grinwis c.s. (Kamerstuk 36 512, nr. 93) per regeling. Dezeleden rekenen op een uitwerking die recht doet aan de doelstelling vanhet amendement zoals ook is verwoord in de toelichting op hetamendement, die tegelijk ook werkbaar is voor gemeenten. Wanneerverwacht de regering deze naar de Kamer te sturen?De leden van de SP-fractie vinden het onacceptabel dat kinderen inNederland dakloos zijn.De regering heeft har handtekening gezet onder het Lissabon-akkoord enafgesproken dat ze dakloosheid voor 2030 wil uitbannen. Deze ledenvragen de regering hoe ze haar verantwoordelijkheid neemt om dedoelstellingen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid te realiseren. Hoeverhoudt zich dat tot de voorgenomen beperking van het recht opurgentie voor dakloze gezinnen via een ministeriële regeling? De ledenvan de SP-fractie vragen de regering hoe ze wil waarborgen dat dezegroep woningzoekenden daadwerkelijk perspectief op huisvestingbehoudt, indien hun rechten via de beoogde ministeriële regeling wordeningeperkt.3.4 Amendementen inzake procedurele versnellingen en verhoginggriffierechten De leden van de SGP-fractie hebben vragen over de inperking van deberoepsprocedures door gemeenten. In het Wet versterking regievolkshuisvesting is nu geregeld dat gemeenten geen beroep kunneninstellen tegen bijvoorbeeld woningbouwplannen van andere gemeenten.Deze leden zijn hier zeer kritisch op, omdat dit een fundamenteleinperking is van de rechtspositie van gemeenten. Welk probleem lost ditprecies op? Kan de regering duidelijk maken in hoeverre dit voorstelconcreet de woningbouwopgave versneld? Is de regering het met deleden van de SGP-fractie eens dat woningbouwprojecten, zeker aan derand van gemeentegrenzen, grote gevolgen kunnen hebben voornaburige gemeenten? Denk aan gevolgen voor mobiliteit en voorzie-ningen. Kan de regering precies onderbouwen waarom deze funda-mentele inperking nodig is om de woningbouwopgave te versnellen enwaarom het proportioneel is?II. Artikelsgewijze toelichting Onderdeel A (Vervallen verbod op voorrang in Huisvestingswet2014)De leden van de PVV-fractie vragen de regering of zij bekend is dat op veelvlakken in onze maatschappij onderscheid wordt gemaakt tussenNederlandse staatsburgers enerzijds en niet-Nederlanders (zoals toeristenen arbeidsmigranten) anderzijds. Kan de regering in het verlengde hiervanaanvullend toelichten waarom het in onderdeel A van de Huisvestingswet2014 opgenomen absolute verbod inzake urgentie op een socialehuurwoning aan statushouders strijdig is met de Grondwet en hoe danmoet worden gekeken naar de praktijk waarbij op veel vlakken onder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 881, nr. 58 scheid wordt gemaakt tussen Nederlandse staatsburgers enniet-Nederlanders?De leden van de PVV-fractie zouden ook aan de regering willen vragenhoe zij kijkt naar het gegeven dat als het in onderdeel A van de Huisves-tingswet 2014 opgenomen absolute verbod inzake urgentie op een socialehuurwoning aan statushouders op basis van «discriminatie» wordtgeschrapt, dan ook de wetswijziging die de voorrang van statushoudersop sociale huurwoningen schrapt het risico loopt om het niet te haleno.b.v. dezelfde gedachtegang.De leden van de SP-fractie vragen of de regering kan toelichten hoegemeenten voldoende ruimte houden om via de huisvestingsverordeningmaatwerk te leveren bij urgente situaties.Onderdeel C (Overgangsrecht)De leden van de SP-fractie vragen of de regering kan toelichten hoe wordtvoorkomen dat lopende gebiedsontwikkelingen en grondproceduresvertraging oplopen door onduidelijkheden in het overgangsrecht.De fungerend voorzitter van de commissie,BeckermanDe adjunct-griffier van de commissie,BeekmansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 881, nr. 59

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 96f863cc0534d33b

14 okt 2026 · 48c01ad5c7a76993

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.