KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verduurzaming Industrie

10 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5966e937735b511d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 826Industriebeleid32 813Kabinetsaanpak KlimaatbeleidNr. 307 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI ENVAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN ENKLIMAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 april 2026De energie-intensieve industrie (hierna: EII) heeft op dit moment te makenmet een «perfect storm»: hoge energieprijzen en (oneerlijke) concurrentieuit derde landen verzwakken – in combinatie met koolstofbeprijzing – deinternationale concurrentiepositie met risico op sluitingen en verplaatsingvan productie tot gevolg. Investeringen blijven daarom helaas uit op ditmoment. Het is essentieel in te blijven zetten op de groene transitie, maarook op nieuw verdienvermogen, en meer autonomie. Het kabinet kiestdan ook voor een nieuwe balans in het Europese en Nederlandse klimaat-,energie- en industriebeleid. Hierin gaan concurrentievermogen, verduur-zaming en weerbaarheid hand in hand.Het belang van deze driehoek wordt door het conflict in het Midden-Oosten des te meer benadrukt. De EII ervaart forse gevolgen in detoeleveringsketens, en de maatschappij ervaart de gevolgen van stijgendeenergieprijzen en verstoring van de wereldeconomie, ook in Nederland enEuropa.1 Dat vraagt, naast weerbaarheid, om inzet op de twee anderepijlers uit de driehoek. Door productieprocessen te verduurzamen en meercirculair te maken, zullen afhankelijkheden van derde landen voor energieen grondstoffen verminderen. Door schone productie en consumptie denorm te maken en daarmee de groene business case te verbeteren, zal deindustrie haar duurzame concurrentiepositie op de lange termijnversterken. Dit is echter niet gemakkelijk. Juist daarom is het noodzakelijkom met erkenning van maakbaarheidsvraagstukken de handen ineen teslaan voor een voortvarende realisatie van de transitie, om als Nederlanden Europa onze economische kracht te behouden en weerbaarder teworden.1Zie ook Kamerbrief «Economische impact gewapend conflict Midden-Oosten» (Kamerstukken II2025/2026, 23 432, nr. 631). kst-29826-307ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3071 Europa als vertrekpuntDe schaalgrootte en economische kracht van de Europese interne marktmaken de EU tot het juiste bestuursniveau voor lange termijn klimaat-beleid; een gelijk speelveld; groene marktcreatie; energieprijzen; onafhan-kelijkheid van grondstoffen; en de realisatie van interstatelijke (energie-)infrastructuur voor de EII. Op die manier kan Europees beleid bijdragenaan het versterken van de driehoek verduurzaming, concurrentiever-mogen en weerbaarheid.Een sterk en stabiel emissiehandelssysteem (EU-ETS) is de hoeksteen vanklimaatbeleid en zorgt – samen met de koolstofheffing aan de grens(CBAM) – voor lange termijn zekerheid en de stimulans dat verduur-zaming ook loont. Het kabinet erkent de zorgen van de EII over haarconcurrentiepositie ten opzichte van de rest van de wereld en ziet dat derandvoorwaarden voor de EII verbeterd moeten worden. Om tegemoet tekomen aan deze zorgen zet het kabinet in op aanpassingen binnen hetETS en CBAM ter verbetering en versterking van het systeem, waardooralle sectoren binnen de EII goede marktbescherming genieten. Via deuitwerking van onder andere de Clean Industrial Deal, specifiek deIndustrial Accelerator Act en het Grids Package tracht het kabinetrandvoorwaarden als energiekosten, vergunningprocedures, aansluitingop energie-infrastructuur en mondiale concurrentiepositie te verbeteren.De Industrial Accelerator Act (hierna: IAA) kan van groot belang zijn voorde verduurzaming, de weerbaarheid en het concurrentievermogen van deindustrie. In het bijbehorende BNC fiche heeft het kabinet uiteengezet watde Nederlandse inzet is rond de IAA. Ten eerste wil het kabinet inzetten opversnelling van vergunningverlening voor verduurzamingsprojecten in deindustrie, door op Europees niveau een aanpassing te vragen om soepelerom te gaan met (tijdelijke) stikstofemissies van industriële verduurza-mingsprojecten.2 Ten tweede wil het kabinet meer ambitie op het gebiedvan vraagcreatie zien, bijvoorbeeld door meer Europese productnor-mering en meer verplichtingen rond inzet van labels. Ten derde zet hetkabinet in op sterker beleid rond de versnellingsgebieden die lidstatenmoeten aanwijzen. Deze clusterbenadering van de Commissie heeft veelpotentie, maar dient niet tot meer regeldruk en verplichtingen te leiden. Erdient onderzocht te worden hoe deze benadering meer voordelen kanbieden voor clustering van industriële activiteiten, zodat de transitie in declusters versneld kan worden.Op het gebied van circulaire economie komt de Europese Commissie naarverwachting dit jaar met de Circular Economy Act (CEA). Hierin wordtbeoogd de interne markt voor circulaire materialen te versterken. Ditdraagt bij aan de Nederlandse inzet op concurrentievermogen,weerbaarheid en verduurzaming.Uitwerking CoalitieakkoordVoor een succesvolle transitie is, naast Europese inzet, nationale regienodig. Behoud en opbouw van een duurzame industrie, maakt Nederlandweerbaarder en draagt bij aan een land wat we door willen geven. Datvergt grootschalige investeringen in schonere productietechnologieën.Bedrijven nemen deze investeringsbeslissingen pas als zij voldoendezekerheid hebben dat de investeringen terugverdiend kunnen worden ende verduurzaamde installaties op lange termijn concurrerend blijven.Daarvoor is een (Europees) gelijk speelveld cruciaal. De petitie van de2Kamerstukken II 2026/2027, 36 800 XIV, nr. 80.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3072 industriecoalitie3 schetst treffend wat de hoge elektriciteitskosten vooreffect hebben op het speelveld voor de Nederlandse industrie ten opzichtevan andere EU-lidstaten en de rest van de wereld. Het kabinet zetverschillende maatregelen voor een gelijker speelveld in gang en geeftdaarmee invulling aan de petitie van de industriecoalitie, de motie-Postma4 en de motie Bontenbal c.s.5Allereerst wordt de nationale CO2-heffing afgeschaft. Daarnaast verlaagthet kabinet de elektriciteitskosten van de energie-intensieve industrie omelektrificatie aantrekkelijker te maken en te zorgen voor een gelijkerspeelveld. Hiervoor heeft het kabinet vanaf 2026 tot en met 2035 signifi-cante middelen gereserveerd, oplopend tot 1 miljard per jaar vanaf 2029.Als eerste stap breidt het kabinet de indirecte kostencompensatie voorETS 1 (IKC-ETS) uit met 22 extra (sub)sectoren, in lijn met de door de ECgeboden nieuwe mogelijkheden. Door de uitbreiding van de regelingnemen de uitvoeringslasten toe, waardoor de middelen voor de komendetwee openstellingsrondes enkele maanden later uitbetaald worden.6 Deuitbreiding richt zich specifiek op sectoren die door hoge elektriciteits-kosten in zwaar weer verkeren, zoals de chemie. Vervolgens zijn er nogandere mogelijkheden om de IKC-ETS aan te passen waar het kabinetmomenteel naar kijkt. Verder heeft het kabinet middelen gereserveerd ineen aparte envelop voor elektriciteitskosten waarvoor op dit momentbestedingsopties worden uitgewerkt. Het kabinet informeert de Kamerover de besteding van deze middelen en de uitwerking van de IKC,uiterlijk op Prinsjesdag. In het voorjaar van 2027 treft het kabinet mogelijkaanvullende (nationale) maatregelen ter bevordering van de verduur-zaming en vermindering van afhankelijkheid van fossiele brandstoffen.Daarbij zal het gelijk speelveld ook meegenomen worden.Het kabinet monitort het speelveld ieder jaar via de speelveldtoets. Ditonderzoek maakt inzichtelijk hoe o.a. klimaatbeleid de concurrentiepositievan de Nederlandse industrie beïnvloedt. De speelveldtoets 2026(bijlage 1) laat zien dat het verlagen van de elektriciteitskosten bijdraagtaan een verbetering van het speelveld en dat verduurzamingssubsidiesnodig zijn om projecten rendabel te maken. Tegelijkertijd resteren erknelpunten die verduurzaming in de weg staan zoals ontbrekende ofontoereikende infrastructuur of complexe vergunningstrajecten waardoorkansrijke projecten nog niet van de grond komen. De resultaten laten ziendat de gekozen combinatie van verduurzamingssubsidies, inzet op eengelijk speelveld, en het adresseren van de knelpunten in de realisatie kanleiden tot significante verduurzaming van de industrie, met oog voorconcurrentievermogen en weerbaarheid. In aanvulling op de speelveld-toets monitort het kabinet de komende vier jaar de ontwikkeling van deelektriciteitskosten in Nederland en buurlanden. Ten slotte, zal het kabinetstandaard kijken naar de effecten op het gelijke speelveld bij het invoerenvan nieuw beleid.7 Onderzocht wordt hoe dit vorm gegeven kan worden,en of de jaarlijkse speelveldtoets hier een rol in kan spelen of dat andereopties, zoals een standaardtoets vergelijkbaar met een regeldruktoets,effectiever is.3Petitie «Gelijk speelveld energie-intensieve industrie in Europa»4Kamerstukken II 2024/2025, 36 600 XIII, nr. 70.5Kamerstukken II 2024/2025, 29 826, nr. 249.6De openstelling van 2026 wordt i.p.v. Q4 2026 in Q1 2027 uitbetaald; de openstelling van 2027wordt in Q1 2028 uitbetaald.7Hiermee geeft het kabinet invulling aan de motie van Houwelingen (Kamerstukken II 2023/2024,32 637, nr. 630).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3073 Bestuurlijke afspraken, Maatwerkafspraken en ruimtelijk-economischestrategieDe verduurzaming van de industrie en vereiste aanpassingen in het kadervan weerbaarheid vragen samenwerking en commitment van allebetrokken partijen. Het kabinet is daarom voornemens om bestuurlijkeafspraken te maken met de industrie over verduurzaming. Het kabinetgaat in dit kader ook door met de bestaande maatwerkafspraken. MetTata Steel Nederland, Alco Energy Rotterdam en AnQore is al een JointLetter of Intent (JLoI) getekend. Met Cosun is een JLoI én de eerste vantwee definitieve maakwerkafspraken getekend. Eerder werd al met Nobianeen definitieve maatwerkafspraak gemaakt en aan Yara een maatwerksub-sidie verstrekt.In het Coalitieakkoord is opgenomen dat nieuwe maatwerkafspraken zichrichten op clusters en gebieden. Voor deze nieuwe maatwerkaanpak zijnlouter middelen uit generieke regelingen beschikbaar. Het kabinet wilvoortbouwen op de bestaande samenwerking van en met de clusters. Hetkabinet maakt bij de uitwerking van een vernieuwde aanpak ook gebruikvan de observaties en adviezen over de maatwerkaanpak industrie van deAdviescommissie Maatwerkafspraken Verduurzaming Industrie (AMVI) diezijn opgenomen in bijgaand advies (bijlage 2). De AMVI gaat op basis vande ervaringen van de afgelopen jaren onder meer in op de gewijzigdecontext, herijking van de doelstelling van de maatwerkaanpak en hetbeoordelingskader, aandachtspunten voor een clustergerichtemaatwerkaanpak en de benodigde instrumenten. Het kabinet deelt deobservatie van de AMVI dat een clusterbenadering voordelen kan hebbenzoals het realiseren van schaalvoordelen en het integraal adresseren vanonderlinge afhankelijkheden tussen bedrijven. De AMVI wijst er wel op dateen clustergerichte aanpak nog complexer is dan de bestaandemaatwerkaanpak. De AMVI constateert ook dat specifieke financieringvereist is voor een succesvolle aanpak. Het kabinet gaat met de uitwerkingvan de clustergerichte aanpak aan de slag en onderzoekt wat daarvoornodig is. Momenteel wordt al met een aantal industrieclusters gesprokenover de vormgeving van een clustergerichte aanpak. Het cluster Chemelotwerkt al enige tijd aan een clusterplan in opdracht van de ProvincieLimburg en het Ministerie van EZK. Belangrijk uitgangspunt voor denieuwe aanpak zijn de concrete investerings- en verduurzamingsplannenvan de bedrijven.Voor de vijf geografische industrieclusters loopt een ontwerpendonderzoek als basis voor de ruimtelijk-economische strategie. Deze zijn inde ontwerpnota Ruimte aangewezen als gebieden van nationaal belang.8Maar voor de ontwikkeling en verduurzaming van deze clusters is teweinig (fysieke en milieu)ruimte beschikbaar voor de vestiging vannieuwe duurzame en/of circulaire bedrijven, de groei en transitie vanbestaande bedrijven en de aanleg van energie-infrastructuur voor deenergietransitie. Om op tijd voldoende ruimte te realiseren en de ruimtedie er is toekomstbestendig te benutten, neemt het kabinet meer regie opde clusters met een ruimtelijk-economische strategie per cluster. Dezestrategie zal ook het kader vormen waarbinnen eventueel een nieuwe fasevan de Maatwerkaanpak meer gebiedsgericht kan worden ingezet.De motie-Bontenbal9 verzoekt om naast de Maatwerkafspraken groeneinvesteringen aan te trekken. Met de Versterkte Aanpak Nieuwe Industrierichten het kabinet zich onder andere op het aantrekken van buitenlandsegroene investeringen en geeft invulling aan deze motie. Dit gebeurt door8Kamerstukken II 2025/2026, 29 435, nr. 269.9Kamerstukken II 2024/2025, 32 813, nr. 1496.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3074 actieve begeleiding van potentiële investeringen in samenwerking met deNFIA. De begeleiding gebeurt door actief in contact te staan met depotentiële buitenlandse investeerders, deze maximaal te ontzorgen en teovertuigen om zich in Nederland te vestigen. Grote bedrijven moetennamelijk groener en groene bedrijven moeten groter. Een goed voorbeeldhiervan is Reju, waar later in deze brief nader op in wordt gegaan. In hetCoalitieakkoord wordt het belang van nieuwe investeringen ook onder-schreven. Daarvoor wordt een nieuwe investeringsinstelling opgericht, diemogelijk ook voor nieuwe groene investeringen kan worden ingezet; dit inlijn met het rapport Wennink.Kabinetsreactie WKR-rapportHet kabinet dankt de WKR voor het uitgebreide en richtinggevende advies«Kiezen of verliezen».10 Het rapport bevestigt dat de industrietransitie eencomplexe opgave is waarin onder andere klimaatbeleid, welvaart enmaatschappelijke acceptatie samenkomen. Het kabinet herkent inbelangrijke mate het beeld dat de concurrentiepositie van de energie-intensieve industrie onder druk staat en dat rendabele opties omduurzamer te produceren op het moment veelal ontbreken. Medehierdoor blijft verduurzaming achter en blijft Nederland afhankelijk vanfossiele brand- en grondstoffen. Tegelijkertijd onderstreept het kabinet datNederland, mede dankzij de bestaande industrieclusters, logistieke positieen kennisbasis ook in de toekomst aantrekkelijk blijft voor duurzameindustriële activiteiten. Niet alle industriële activiteiten zullen toekomstbe-stendig blijken. Het maken van objectiveerbare keuzes voor bepaaldeindustrietakken is in de praktijk echter complex. Het kabinet zet in op eenvoorspelbaar verduurzamingspad (ETS) en op het realiseren vanrandvoorwaarden waarin toekomstbestendige activiteiten zich kunnenontwikkelen. Aanvullend is er ruimte voor positief kiezen door eenafweging te maken welke activiteiten het kabinet graag wil behouden ofopbouwen. De industrietransitie is een langdurig proces met groteonzekerheden. Het kabinet ziet het advies van de WKR als een belangrijkebijdrage aan het debat over de toekomst van de Nederlandse industrie enneemt de aanbevelingen ter harte bij de verdere ontwikkeling van hetklimaat- en industriebeleid. In onderstaande bijlage is een uitgebreiderereactie op dit advies opgenomen.Realisatie verduurzaming industrieZoals ook beschreven in het rapport van de WKR is de verduurzaming vande industrie een complexe transitie waar sprake is van weerbarstigeuitvoering en realisatie. Dat vraagt continue sturen en bijsturen, een langeadem en steeds keuzes maken en prioriteren. Dat richt zich op verschil-lende verduurzamingsroutes, zoals elektrificatie en waterstof, maar ook ophet oplossen van knelpunten zoals stikstof en netcongestie.Samen met de betrokken partijen binnen het Nationaal ProgrammaVerduurzaming Industrie (NPVI) wordt gewerkt aan realisatie van eenduurzame industrie. Motie-de Groot verzoekt de regering een structureleoverlegtafel met het bedrijfsleven in te richten om vanuit samenwerking,ondersteuning en wederzijdse verplichtingen te komen tot een succes-volle aanpak van verduurzaming.11 Het NPVI vervult sinds 2023 dezefunctie van overlegtafel en is het centrale vehikel voor publiek-privatesamenwerking tussen overheden, netbeheerders en vertegenwoordigersvan de industrie. Het programma biedt inzicht in de complexiteit vanopgaven en stuurt op het oplossen van knelpunten in de uitvoering, met10Advies Verduurzaming industrie | Wetenschappelijke Klimaatraad11Kamerstukken II 2025/2026, 36 800 XXIII, nr. 25.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3075 als doel de verduurzaming van de industrie te versnellen. In het vervolgzullen wij beiden, de Minister en Staatssecretaris van Klimaat en GroeneGroei, deelnemen aan de stuurgroep van het NPVI. Daarmee wordt zowelde focus op strategie als realisatie geborgd en de industrie betrokken bijbelangrijke beleidswijzigingen. Het NPVI kan zo optimaal benut wordenom te komen tot de succesvolle samenwerking en aanpak voor verduur-zaming zoals beoogd de motie-de Groot. Naast het NPVI is dit voorjaarook de sectortafel chemie en materialen opgericht, waar wij, de Ministeren de Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, in gesprek gaan meteen brede vertegenwoordiging van bedrijven uit de sector.De belangrijkste verduurzamingsroute voor de EII is elektrificatie. Eengroot deel van de industriële processen kan op dit moment technisch algeëlektrificeerd worden. Dit sluit aan bij het Coalitieakkoord, waarin sterkwordt ingezet op elektrificatie van de industrie. Om elektrificatie mogelijken rendabel te maken voor de industrie zet het kabinet in op de uitvoeringvan de Actieagenda Elektrificatie Industrie.12 In dat kader wordt bezien inhoeverre bestaande verduurzamingsregelingen zoals SDE++, NIKI, VEKIen DEI+, optimaal ingezet kunnen worden voor industriële elektrificatie. Insamenhang hiermee wordt de Flex-e regeling doorontwikkeld en wordtverkend of ook deze voor de EII verbeterd kan worden. Voor de voort-zetting van de Flex-e en uitbreiding met een XL-onderdeel (met hogeresteunbedragen voor de EII) is nog geen budget toegekend. Conform demotie-Grinwis13 informeert het kabinet de Kamer bij deze over deinschatting van het benodigde budget. Er is in totaal € 198,9 miljoennodig voor de jaren 2027 tot en met 2030. Hiervoor is een reserveringopgenomen in het Meerjarenprogramma van het Klimaat- en energie-fonds. Aanvullend wordt, in samenwerking met Invest-NL, gewerkt aan deontwikkeling van een cPPA-garantiefonds14 om de toegang tot dePPA-markt te verbeteren. Veel bedrijven – vooral in het mkb en deindustrie – hebben geen of onvoldoende kredietwaardigheid omlangdurige afnamecontracten voor elektriciteit af te sluiten. Financiersaccepteren dat risico vaak niet, waardoor veel projecten niet van de grondte komen. Een cPPA-garantiefonds kan dat doorbreken. Het dekt een deelvan het kredietrisico af, waardoor financiers vaker instappen. Hiermeedraagt het fonds bij aan de realisatie van duurzame energieprojecten,betere toegang tot duurzame elektriciteit voor bedrijven en het mobili-seren van privaat kapitaal. De eerste pilots zijn voorzien in 2027. Hiermeewordt tevens invulling gegeven aan de motie-Kröger.15Vanwege de hoge kostprijs voor hernieuwbare waterstof, heeft het kabineteen onderzoek naar andere waterstofproductietechnieken laten uitvoerendie de industrie kan inzetten om te verduurzamen met als richtjaar 2035.Het eindrapport «MCA waterstofproductietechnieken» is bijgevoegd(bijlage 3). Het kabinet heeft toegezegd om in het najaar met eenKamerbrief te komen over koolstofarme waterstof en zal hierin naastblauwe waterstof (aardgas met CCS) ook de andere vormen van koolsto-farme waterstof meenemen in reactie op het rapport.Een groot deel van de Nederlandse industrie ondervindt de gevolgen vande stikstofcrisis; veel vergunningen kunnen niet worden verleend en ditheeft negatieve consequenties voor investeringen, waaronder verduurza-mingsprojecten. De komende periode zet het kabinet enkele belangrijkestappen op dit vlak. Allereerst werkt het kabinet aan een voorstel vooreffectieve inzet van de middelen voor stikstofbronmaatregelen in de12Actieagenda Elektrificatie Industrie13Kamerstukken II 2025/2026, 36 800 XXIII, nr. 4814Corporate Power Purchase Agreement15Kamerstukken II 2025/2026, 31 239, nr. 433.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3076 sectoren industrie en mobiliteit. Besluitvorming over de hiervoorgereserveerde € 250 miljoen vindt plaats met Prinsjesdag 2026. Daarnaastgaat het kabinet door met de gebiedsgerichte stikstofaanpak in deRotterdamse Haven, een goed voorbeeld waar Rijk, Provincie en hetbedrijfsleven actief samenwerken om de vergunningverlening los tetrekken. Met deze aanpak wordt extra ingezet op natuurherstel in en rondde Natura 2000 gebieden die voor vergunningverlening voor de havenbelangrijk zijn.In 2025 is de NIKI-regeling voor het eerste opengesteld. De NIKI is voor decommerciële opschaling van innovatieve technieken voor verduurzamingvan de industrie. Het is de eerste regeling in Europa die niet alleen inzetop directe emissiereductie in de industrie, maar ook op emissiereductie inde volledige productieketen, de zogeheten scope 1-, 2- en 3-emissies. Voorde eerste openstelling was de belangstelling groot: in totaal is voor€ 364 miljoen subsidie aangevraagd, tegenover een beschikbaar budgetvan € 211 miljoen. Binnen deze eerste ronde is het innovatieve projectvan Reju positief beschikt voor € 135 miljoen. Met dit project wordt opgrote schaal afgedankt textiel verwerkt tot nieuwe circulaire grondstoffenvoor de productie van nieuw polyester, waarmee CO2-uitstoot wordtverminderd en waardevolle materialen behouden blijven. Tegelijkertijdwordt, op basis van de eerste ervaringen, verder gewerkt aan hetverbeteren van de regeling en het verminderen van de regeldruk voor eentweede openstelling in het najaar van 2026.Verduurzaming cluster 6Het kabinet heeft de Kamer eerder geïnformeerd over de verschillendeverduurzamingsroutes voor cluster 6-bedrijven.16 Conclusie hierin is datveel processen voor cluster 6-bedrijven zijn te elektrificeren en waar datniet kan is waterstof of biogas een logische verduurzamingsoptie. Verderheeft het Kabinet met deze brief ook het Actieplan 2.0 Cluster 6 naar deKamer gestuurd. Onderdeel van dit Actieplan is de regioaanpak waarbijgroepen bedrijven die geografisch dicht bij elkaar liggen en gezamenlijkwillen verduurzamen ondersteuning kunnen krijgen van een gebiedsre-gisseur. Daarnaast is er onder meer budget beschikbaar gesteld voorhaalbaarheidsonderzoeken. Afgelopen januari is RVO van start gegaanmet de eerste twee aanpakken. Ten eerste het Gelderse cluster baksteenfa-brieken Brick Valley en ten tweede de samenwerking tussen Nyrstar,Metalot en Trespa.Een ander onderdeel van het Actieplan is de continuering van decasusaanpak. Via deze casusaanpak worden knelpunten bij verduur-zaming geïnventariseerd en geprobeerd op te lossen met de diversestakeholders. Uit eerdere casuïstiek is gebleken dat cluster 6-bedrijvenhoge investeringskosten voor verzwaring van hun aansluiting ervarenomdat ze relatief ver weg liggen van een onderstation. Daarom onder-zoekt InvestNL wat de verschillende financieringsmogelijkheden zijn voordeze kosten. Vanuit het Actieplan wordt breed gekeken wat cluster 6-bedrijven nodig hebben om te verduurzamen. Zo is er in samenwerkingmet de glasbranche een onderzoek gedaan wat de beste verduurzamings-optie is voor deze bedrijven. Cluster 6-bedrijven maken waar mogelijk algoede voortgang in verduurzaming. Zo blijkt uit de monitoring van hetNationaal Programma Verduurzaming Industrie (NPVI) dat cluster 6-bedrijven goed gebruik maken van het verduurzamingsinstrumentariumen zijn ze als cluster één van de grootste afnemers van de SDE++, VEKI enISDE-subsidies.16Kamerstukken II 2025/2026, 29 826, nr. 264.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3077 Tot slotHet conflict in het Midden-Oosten maakt onze afhankelijkheden eens temeer duidelijk. Juist nu is het essentieel om de handen ineen te slaan omafhankelijkheden te verminderen en weerbaar te worden, zodat we in detoekomst niet meer in zulke situaties terechtkomen. Dat vraagt om zo snelmogelijke realisatie van de transitie naar een duurzame en weerbareindustrie. Daarbij zullen we zo creatief mogelijk moeten omgaan metmaakbaarheidsuitdagingen, zoals netcongestie, de beschikbaarheid vantalent en met de ontwikkelingen in de landen om ons heen. Daarvoor isnauwe samenwerking tussen alle overheidslagen en met het bedrijfslevenessentieel. Dat alles doen we met oog voor de lange termijn en heteinddoel dat we voor ogen hebben: een concurrerende en duurzameindustrie voor een weerbaar Nederland en Europa.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S. van Veldhoven-van der MeerDe Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,J. de BatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3078 KABINETSREACTIE WKR RAPPORT «KIEZEN OF VERLIEZEN»Met deze brief reageert het kabinet op het advies Kiezen of verliezen. Naareen industrie die past in een toekomstbestendig Nederland dat deWetenschappelijke Klimaatraad (WKR) op 29 januari heeft uitgebracht.Het advies van de WKRHet advies gaat in op de vraag hoe Nederland kan komen tot eentoekomstbestendige, klimaatneutrale en concurrerende industrie diebijdraagt aan brede welvaart. De WKR concludeert dat de verduurzamingvan de energie-intensieve industrie met het huidige beleid onvoldoendevan de grond komt, en dat zowel het concurrentievermogen als demaatschappelijke acceptatie van de sector onder toenemende druk staat.De WKR stelt vast dat het verduurzamen van de energie-intensieveindustrie in haar huidige vorm en omvang niet past in een klimaatneu-traal, toekomstbestendig en concurrerend Nederland. Om tot hetgewenste eindbeeld te komen, zijn ingrijpende veranderingen nodig in deindustrie en het systeem van infrastructuur, waardeketens en marktstruc-turen om de industrie heen.De WKR adviseert de regering om te kiezen voor het steunen vantoekomstbestendige delen van de industrie waarbij de belangen van desamenleving als geheel moeten worden meegewogen, zoals op gebiedvan gezondheid, werkgelegenheid en strategische autonomie. Daarbijbenadrukt de Raad het belang van: langjarig consistente beleidskeuzesmet brede welvaart als uitgangspunt en gerichte steun; de aanwezigheidvan groene verdienmodellen en adequate energie- en grondstoffeninfra-structuur; en Europese samenwerking als uitgangspunt bij koolstofwegleken strategische autonomie.De Raad doet de volgende acht aanbevelingen voor groen industriebeleid:1.Bepaal zo snel mogelijk de industrietakken die passen in eenklimaatneutraal, klimaatbestendig, veilig en concurrerend Nederlanden voer daarop consistent beleid.2.Beschouw de transformatie naar een duurzame industrie als eenbrede maatschappelijke opgave.3.Geef de industriële transformatie vorm in gebiedsvisies van nieuweén bestaande duurzame industrieclusters en maak deze leidend bijkeuzes over nieuwe infrastructuur.4.Dek de risico’s rond investeringen in energie- en grondstoffeninfra-structuur publiek af.5.Zet in op het handhaven van minimaal het huidige ETS-reductiepadnaar nul nieuwe emissierechten na 2040 en sluis de opbrengsten viaeen duurzame-industriefonds terug naar de verduurzaming van desector.6.Richt de grondslag van de belasting voor de energie-intensieveindustrie zo in dat klimaatkosten worden beprijsd.7.Stimuleer vraagcreatie voor CO2-neutrale materialen via normeringdoor een bijmengverplichting te introduceren en door producteisente stellen.8.Creëer een duurzame-industriefonds dat nieuwe bedrijven entransformatieve ombouw van bestaande bedrijven met subsidies,leningen of participatie helpt.Reactie op het adviesHet kabinet apprecieert de aanbevelingen van de WKR uit het rapport alsvolgt:BIJLAGE:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3079 1.Keuzes voor een toekomstbestendige industrie. Het kabinet onder-schrijft dat schaarse middelen zoals ruimte, netcapaciteit en publiekefinanciering gericht moeten worden ingezet. Daarmee ondersteunt hetkabinet de oproep van de WKR om positief te kiezen voor toekomstbe-stendige sectoren van harte. Het kabinet voert reeds beleid dat detransitie naar toekomstbestendige activiteiten ondersteunt, zoals viainnovatieprogramma’s, infrastructuurontwikkeling en generiekesubsidies. Ook heeft het vorige kabinet in de Kamerbrief Industriebe-leid met focus17 aangegeven zich te richten op zes prioritaire groei-markten, waaronder groene chemie en circulaire materialen. Daarnaastheeft het vorige kabinet in de Kamerbrief Toekomstperspectiefenergie-intensieve industrie18, de kamerbrief Duurzame chemie19 en inde Klimaat- en energienota20 reeds benoemd dat bepaalde industriëleactiviteiten hier minder kansrijk en toekomstbestendig worden geacht.Tegelijkertijd is het maken van objectiveerbare keuzes voor bepaaldeindustrietakken in de praktijk complex. Industriële waardeketens zijninternationaal verweven, technologische ontwikkelingen zijn onzekeren bedrijven nemen uiteindelijk zelf investeringsbeslissingen. Hetbeleid richt zich daarom primair op het creëren van randvoorwaardenwaarin duurzame, toekomstbestendige activiteiten zich kunnenontwikkelen. Rond de zomer van dit jaar publiceert het kabinet deactualisatie van het Nationaal Programma Energiesysteem, met daarineen visie op de ontwikkeling van het energiesysteem in 2040 en verder.Het kabinet gaat daarnaast werken aan de ontwikkeling van sectoraletransitiepaden die worden meegenomen in de klimaatbesluitvormingvan 2027.212.Industrietransformatie als brede maatschappelijke opgave. Het kabinetdeelt het uitgangspunt dat de industrietransitie een brede maatschap-pelijke opgave is waarin allerlei belangen moeten worden afgewogen.De transitie raakt werkgelegenheid, regionale economieën en deleefomgeving. Daarom zet het kabinet in op een rechtvaardige transitiemet aandacht voor burgers (ook als werknemers en omwonenden) enbetrokkenheid van maatschappelijke partijen, wat onder anderegebeurt via het Nationaal Burgerberaad Klimaat, en geeft daarmeeinvulling aan de motie-Kröger.22 Daarbij onderschrijft het kabinet hetbelang van beschikbare uitvoeringskracht.3.Gebiedsvisies voor infrastructuurplanning. Het kabinet onderschrijfthet belang van een gebiedsgerichte aanpak. Nederland werkt in devorm van het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaatreeds met regionale plannen waarin industrie, infrastructuur enruimtelijke ontwikkeling samenkomen. Deze plannen vormen de basisvoor prioritering van investeringen in energie- en grondstoffeninfra-structuur. In de ontwerpNota ruimte worden de vijf grote industrieclus-ters aangemerkt als strategisch van nationaal belang voor hettoekomstige verdienvermogen, de energietransitie en de circulaireeconomie van Nederland23. In het Coalitieakkoord is daarnaast eennationaal ruimtelijk-economische strategie aangekondigd waarmee declustering van zware industriële activiteiten beoogd wordt.4.Dek infrastructuurrisico’s publiek af. Het kabinet erkent dat vollooprisi-co’s de realisatie van infrastructuurprojecten kunnen vertragen en datdit onwenselijk is. De rijksoverheid spant zich in voor een tijdigeversterking van het elektriciteitsnetwerk, zoals middels het verstrekken17Kamerstukken II 2025/26, 29 826, nr. 277.18Kamerstukken II 2024/25, 29 826, nr. 265.19Kamerstukken II 2025/26, 32 813, nr. 1540.20Bijlage bij Kamerstukken II 2024/25, 33 043, nr. 119.21Kamerstukken II 2025/2026, 32 813, nr. 1556.22Kamerstukken II 2024/2025, 36 725 XXIII, nr. 8.23Bijlage bij Kamerstukken II 2025/26, 29 435, nr. 269.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 30710 van garanties aan Tennet en de Landelijke Aanpak Netcongestie metde betrokken partijen. Ook bij de realisatie van het waterstofnetwerk enpijpleidingen voor CO2-transport dekt de rijksoverheid risico’s af.245.Handhaaf het huidige ETS-pad. Het kabinet onderschrijft het centralebelang van het EU-ETS als hoeksteen voor kosteneffectieve emissiere-ductie. Daarbij moet worden voorkomen dat productie en emissies zichverplaatsen naar plekken buiten Europa met minder streng klimaatbe-leid. Daarom zet het kabinet in Europa onder andere in op maatregelentegen koolstofweglek, zoals via versterking van het Carbon BorderAdjustment Mechanism (CBAM).6.Belasten van klimaatkosten. Het kabinet erkent dat prijsprikkelsbelangrijk zijn voor het stimuleren van verduurzaming. Het voorstelvan de WKR om nationale belastingen sterker te baseren op CO2-intensiteit moet worden bezien in samenhang met andere Europeselanden om en ongelijk speelveld binnen Europa te voorkomen.Europese harmonisatie heeft daarom de voorkeur. Deze aanbevelingwordt in EU-verband opgepakt.7.Vraagcreatie door normering. Het kabinet onderschrijft het belang vanvraagcreatie naar groene producten om verduurzaming te stimuleren,en neemt de aanbevelingen van de WKR in verdere voorstellen mee.Nederland pleit binnen de EU voor ambitieuze vraagcreatie ennormering op Europees niveau, zoals via de Industrial Accelerator Acten de Critical Chemical Alliance. Inzet hierbij is om zowel de vraag naarduurzame grondstoffen als CO2-arme productiemethoden te stimule-ren, onder andere via publieke aanbesteding en verplichte productla-bels. Nationale vormen van vraagcreatie zijn effectief als ze niet leidentot een ongelijk speelveld binnen Europa, zoals bij markten die relatieflokaal zijn. Zo heeft het kabinet een wetsvoorstel in voorbereiding omde vraag naar duurzame bouwmaterialen stimuleren door bij aanbe-stedingen in de grond-, weg- en waterbouw minimale milieueisen testellen voor asfalt, beton en staal per 1 januari 2027.8.Duurzaam industriefonds. De WKR stelt voor een nieuw fonds in terichten voor duurzame industrie, gefinancierd uit ETS-opbrengsten.Het kabinet merkt op dat Nederland substantiële middelen inzet viaonder meer de SDE++ en het Klimaat- en energiefonds, en dit deelscontinueert. De opbrengsten uit het ETS worden in Nederland op ditmoment al ingezet voor de energietransitie en klimaatdoelen. DeEuropese Commissie presenteert op korte termijn plannen voor eenIndustrial Decarbonisation Bank met een begroting van € 100 miljard,grotendeels gefinancierd vanuit opbrengsten uit het ETS. HetCoalitieakkoord bevat daarnaast plannen voor een nieuw op te richtenNationale Investeringsinstelling (NII) dat zich onder meer richt opfinanciering voor het overbruggen van de vroege groeifase vantransitie- of innovatieprojecten.24Kamerstukken II 2024/25, 33 043, nr. 115.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 30711

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2f3c59daba09ce66

14 okt 2026 · 79cdb1e1eb8f41de

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.