KamerkringInloggen
Kamerbrief

Eerste voortgangsbrief Meerjarenagenda Slachtofferbeleid

30 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie bfa44de726a2f71d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 552SlachtofferbeleidNr. 155 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 juni 2026In deze eerste voortgangsbrief informeer ik u over de uitvoering vanMeerjarenagenda Slachtofferbeleid 2025–2028: «Meer recht doen»1(hierna Meerjarenagenda).Daarnaast zijn er vanuit het coalitieakkoord2 een aantal speerpuntenbenoemd:–Het verbeteren van het schadeverhaal voor slachtoffers. Voorslachtoffers is het vaak nog te complex om in strafzaken schade teverhalen op daders en er wordt ingezet op een laagdrempeligevoorziening naast het strafproces en de behandeling van schadebinnen het strafproces te verbeteren.–Inzet op maatregelen om zedenzaken met minderjarige slachtofferssneller achter gesloten deuren te laten plaatsvinden en hun namen ingrote zedenzaken vaker te coderen.In het vervolg van deze brief ga ik aan de hand van de vijf beleidsdoelenin op de resultaten die het afgelopen jaar zijn geboekt en de inzet die dekomende jaren zal worden gepleegd. Voor een compleet overzicht van deactiviteiten en de voortgang van de Meerjarenagenda, verwijs ik u naarbijlage I.1. Slachtofferbewustzijn vergroten Beleidsdoel: slachtofferrechten- en voorzieningen zijn stevig en nietvrijblijvend verankerd in het handelen van professionals in de strafrecht-keten (bejegening en slachtoffergericht werken). Kwaliteit en uniformiteitvan dienstverlening aan slachtoffers zijn op orde. Dit beleidsdoel isleidend voor de realisatie van alle andere beleidsdoelen.1Kamerstukken II 2024/25, 33 552, nr. 137.2Coalitieakkoord D66, VVD en CDA, Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland. 30 januari2026. kst-33552-155ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1551 Investeren slachtofferbewustzijn StrafrechtketenSinds 1 april 2026 is de interactieve e-learning «Recht door de keten»beschikbaar vooronder meer medewerkers van politie, rechtspraak, hetopenbaar ministerie en DJI. Inmiddels hebben zich al 300 professionalsaangemeld. Met de e-learning wordt beoogd de mens achter het dossierte blijven zien en het slachtofferbewustzijn onder professionals over derechten, belangen en bejegening van slachtoffers te vergroten, zodatslachtofferrechten beter worden uitgevoerd. De e-learning wordt dekomende vier jaar aangeboden en bekostigd door het Ministerie vanJustitie en Veiligheid.Meerjarig onderzoeksprogramma (2024–2029)Met deze voortgangsbrief stuur ik uw Kamer ook het onderzoeksrapport«De behoeften van slachtoffers van misdrijven – een systematised review(2008–2025) van geuite slachtofferbehoeften» [Bijlage II] dat op 29 juni jl.is gepubliceerd en mijn reactie daarop. Het onderzoek is in opdracht vanhet WODC uitgevoerd door het Centre of expertise Veiligheid & Veerkrachtvan de Avans Hogeschool en is het eerste onderzoek van het meerjarigonderzoeksprogramma Slachtofferbeleid 2024–2029. Het hoofddoel vanhet onderzoek is om systematisch in kaart te brengen op basis van debeschikbare wetenschappelijke literatuur welke behoeften slachtoffers vanmisdrijven sinds 2008 hebben geuit, en om te bezien in hoeverre dezebehoeften worden weerspiegeld in het huidige Nederlandse slachtoffer-beleid.De onderzoekers benoemen zeven centrale categorieën van slachtofferbe-hoeften: ondersteuning, erkenning, informatie, behoeften ten aanzien vanhet strafproces in ruime zin, herstel, financiële compensatie, en preventie.Specifiek bij slachtoffers van gewelds- en zedenmisdrijven wordendaaraan toegevoegd: veiligheid/bescherming en voice, het in eigenwoorden delen van het verhaal en daarover zelf regie houden. Een aantalcentrale behoeften van slachtoffers – zoals ondersteuning, informatie enschadevergoeding – zijn duidelijk herkenbaar in beleid. Tegelijkertijdconstateren de onderzoekers dat het beleid sterk is gericht op het kunnenuitoefenen van slachtofferrechten in het strafproces, terwijl een groot deelvan de slachtoffers niet terechtkomt in een strafprocedure. Dit benadrukthet belang van aanvullende en alternatieve routes zoals herstelrecht,disclosure (het voor het eerst delen wat je is overkomen) en anderevormen van betekenisgeving buiten het strafproces. Andere behoeftenzijn minder expliciet of slechts gedeeltelijk in beleid verankerd. Dit geldtvooral voor behoeften aan erkenning, emotioneel herstel, maatwerk enaandacht voor veranderende behoeften over de tijd. Verder benoemen deonderzoekers enkele onderwerpen waarover vervolgonderzoek op zijnplaats zou zijn.3 De onderzoekers formuleren een aantal aanbevelingenom het Nederlandse slachtofferbeleid beter te laten aansluiten bij debehoeften van slachtoffers. Dat zijn:1)Maatwerk en individuele beoordeling te versterken, met ruimte voorspecifieke noden zonder te vervallen in rigide doelgroepindelingen.3Als «kennislacunes worden door de onderzoekers aangemerkt:1) Intersectionele analyses van slachtofferbehoeften, waarin persoons- en contextuelekenmerken niet los, maar in samenhang worden onderzocht; 2) Longitudinaal onderzoek naarhet verloop van behoeften in de tijd en de invloed van eerste reacties door professionals en desociale omgeving; 3) Onderbelichte groepen en contexten, waaronder jongeren, mannelijkeslachtoffers van seksueel geweld, slachtoffers van psychisch geweld, femicide, institutioneelmisbruik en slachtoffers buiten het strafrecht, en 4) Online en hybride slachtofferschap, metaandacht voor technische hulpbehoeften, digitale veiligheid en de overlap tussen online enoffline geweld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1552 2)Erkenning, voice en agency explicieter te verankeren in beleid enuitvoering, zowel binnen als buiten het strafproces.3)Samenhang en toegankelijkheid van ondersteuning te vergroten,bijvoorbeeld door te werken met één aanspreekpunt en beterebegeleiding door het hulpverleningslandschap.4)Aandacht te blijven houden voor nieuwe en onderbelichte fenome-nen, zoals online criminaliteit en slachtoffers die buiten het strafrechtvallen.5)Preventie en maatschappelijke bewustwording structureel teverankeren als onderdeel van slachtofferbeleid, in samenwerking metandere beleidsdomeinen.Ik ben de onderzoekers erkentelijk voor deze inzichten en aanbevelingen.De eerste vier aanbevelingen passen binnen de inzet in de Meerjare-nagenda Slachtofferbeleid 2025–2028. Voor aanbeveling 5 geldt dat ikdeze in samenhang met de uitkomsten van de onderzoeken uit hetmeerjarig onderzoeksprogramma zal bezien en zal afwegen in hoeverredeze kunnen worden betrokken bij de vormgeving van nieuw beleid. Ikinformeer u kamer daarover in de voortgangsbrief Slachtofferbeleid.2. Duidelijke rechtspositie Beleidsdoel: slachtoffers hebben als procesdeelnemer een duidelijkepositie in het recht. Duidelijk ten opzichte van de andere procespartijen en-deelnemers én duidelijk voor het slachtoffer zelf.In de recente verzamelbrief rechtspositie slachtoffers is de uitvoering vaneen aantal moties en toezeggingen ter verbetering van de positie van hetslachtoffer toegelicht.4 Inmiddels zijn deze verbeteringen in werkinggetreden of zal dat op korte termijn plaatsvinden. Per 1 juli 2026 hanteerthet Openbaar Ministerie (OM), naar aanleiding van de motie Eerdmans,als uitgangspunt dat het slachtoffer desgewenst op het arrondissements-parket inzage kan krijgen in het deel van de deskundigenrapportagewaarin de onderzoeksvragen worden beantwoord.5 Het slachtoffer kan opdie manier de informatie inzien die inzicht geeft in de invloed van eenstoornis op het gedrag van de verdachte, en in het recidiverisico.Daarnaast voert het OM, door aanpassing van de Aanwijzing slachtoffersin het strafproces, uiterlijk in Q4 2026 een aantal concrete verbeteringenvoor slachtoffers door bij afdoening van een zaak met eenOM-strafbeschikking. In de genoemde Aanwijzing wordt vastgelegd datals slachtoffers hebben aangegeven van hun spreekrecht gebruik te willenmaken, dit als contra-indicatie voor afdoening met eenOM-strafbeschikking6 geldt voor alle spreekrechtwaardige feiten. Nu geldtdeze contra-indicatie enkel voor ernstig spreekrechtwaardige feiten. Ookworden slachtoffers beter gefaciliteerd om hun schade te verhalen in hetkader van de OM-strafbeschikking en komt er een handreiking voorofficieren van justitie over de beoordeling van schadevergoedingsver-zoeken.7 Per 1 juli verlengt het OM in dat kader ook de termijn voor hetterugsturen van het wensenformulier van 14 naar 21 dagen. Ik verwachtdat door deze verbeteringen meer verzoeken kunnen worden toegewezen.4Kamerstukken II 2025/26, 33 552, nr. 153.5Kamerstukken II 2024/25, 24 587, nr. 984. De motie Eerdmans verzoekt de regering om demogelijkheden te bezien om slachtoffers en nabestaanden van zware gewelds- en zedenmis-drijven inzage te geven in de rapportages van het Pieter Baan Centrum.6Zie de Aanwijzing Slachtoffers in het strafproces (2024A001).7Kamerstukken II 2025/26, 33 552, nr. 153.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1553 In het verantwoordingsonderzoek 2025 heeft de Algemene Rekenkamerten aanzien van de naleving van de wettelijke informatieplichten door hetOM aan slachtoffers, net als in 2024, een onvolkomenheid geconstateerd.De Algemene Rekenkamer geeft daarbij wel aan dat er het afgelopen jaarvooruitgang is geboekt in het oplossen van de onvolkomenheid. Zo heefthet OM naar aanleiding van het verantwoordingsonderzoek over 2024 eenverbeterplan opgesteld en de uitvoering hiervan in gang gezet. Tegelij-kertijd concludeert de Algemene Rekenkamer dat het OM nog aan hetbegin staat van de implementatie van het volledige verbeterplan. DeAlgemene Rekenkamer geeft het OM in overweging het verbeterplan quainhoud en planning vollediger te maken. Het College van procureurs-generaal onderschrijft de aanbeveling en zal zo snel mogelijk significanteverbeteringen realiseren.Herziening EU-Richtlijn minimumnormen slachtoffersIn december 2025 is, na een onderhandeling van 2,5 jaar, een politiekakkoord bereikt in de onderhandelingen tussen de Europese Commissie,het Europees Parlement en de Europese Raad (de lidstaten) over deherziening van de richtlijn slachtofferrechten8. Naar verwachting wordt deherziene richtlijn voor de zomer gepubliceerd in het Publicatieblad van deEuropese Unie. Twintig dagen na publicatie begint de implementatie-termijn van twee jaar. De herziening voorziet onder meer in de introductievan een telefonische hulplijn voor slachtoffers via een EuropeesUniebreed telefoonnummer 116006, een uitbreiding van de individuelebeoordeling en van de bijstand voor slachtoffers in de rechtbank. Samenmet de betrokken organisaties wordt de komende tijd gewerkt aan devoorbereiding van de implementatie. Daarnaast heeft in mei 2026 in DenHaag de jaarlijkse bijeenkomst van het European Network for VictimsRights plaatsgevonden, waar kennis, ervaringen en best practices metbetrekking tot slachtofferrechten en -beleid alsook de herziening van deEU richtlijn zijn uitgewisseld tussen verschillende Europese lidstaten.Het nieuwe Wetboek van StrafvorderingOp 24 februari jl. heeft de Eerste Kamer de twee vaststellingswetten vanhet nieuwe Wetboek van Strafvordering aangenomen (Stb. 2026, nrs. 56en 57).9 Onderdeel hiervan is onder meer de verankering van het beginseldat strafvordering plaatsheeft op een wijze die recht doet aan de belangenvan het slachtoffer, en de verduidelijking van de regeling en introductievan een rechtsmiddel bij het recht op kennisneming van processtukken.Verdere versterkingen in de positie van het slachtoffer volgen via detweede aanvullingswet. Dit betreft onder meer versterking van denaleving van slachtofferrechten, waarmee ook uitvoering wordt gegevenaan de moties van de leden Ellian (VVD)10 en Mutluer (GL-PvdA)11, hetverstrekken van een kopie van het eindvonnis aan het slachtoffer12,versteviging van de positie van het slachtoffer in de tenuitvoerleg-gingsfase en een wettelijke verankering van het recht van het slachtofferom te worden geraadpleegd over zijn beschermingsbehoefte. De formeleconsultatie van het conceptvoorstel voor de tweede aanvullingswet loopttot 11 september 2026.8Richtlijn 2012/29/EU tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, bescherming enondersteuning van slachtoffers van strafbare feiten.9Zie over de voortgang tot begin februari 2026 Kamerstukken II 2025/26, 29 279, nr. 1011 (Elfdevoortgangsrapportage van het wetgevingsprogramma nieuw Wetboek van Strafvordering).10Kamerstukken II 2024/25, 36 327, nr. 65.11Kamerstukken II 2024/25, 36 327, nr. 70.12Hiermee wordt ook uitvoering gegeven aan de motie van het lid Ellian (VVD). Kamerstukken II2021/22, 33 552, nr. 97.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1554 3. Betere bescherming Beleidsdoel: slachtoffers worden waar nodig beschermdInformeren en raadplegen van slachtoffers in de fase van tenuitvoer-leggingPer 1 januari jl. worden slachtofferbelangen bij beslissingen overre-integratieverlof tijdens de gevangenisstraf meegewogen op basis vanactuele slachtofferinformatie.13, 14. Het CJIB raadpleegt slachtoffers overhun beschermingsbehoefte, bijvoorbeeld een contact- of locatieverbod, engeeft deze informatie door, zodat DJI dit mee kan wegen in de beoor-deling van de aanvraag voor re-integratieverlof. Hiermee wordt ingezet ophet zoveel als mogelijk voorkomen van een onverwachte confrontatietussen dader en slachtoffer.Daarnaast wordt verder gewerkt aan de gefaseerde overdracht van takenvan het OM naar het CJIB voor het informeren en raadplegen vanslachtoffers in de fase van de tenuitvoerlegging. Op dit moment infor-meert het CJIB slachtoffers onder meer over de onherroepelijke uitspraaken het verloop van vrijheidsbenemende sancties. Het CJIB is hiermee hetcentrale aanspreekpunt voor slachtoffers in deze fase. De resterendeonderdelen betreffende onder meer het informeren over de schorsing vanvoorlopige hechtenis, de opgelegde OMSB en de uitkomst van de tbs- enpij- verlengingszitting. In dit traject wordt ook ingezet op de doorontwik-keling van de brieven die het CJIB uitstuurt en van MijnSlachtofferzaak(MSz). Het doel van MSz is dat slachtoffers op ieder moment overzichtelijkvia één digitale ingang informatie kunnen vinden over de voortgang vanhun zaak. Met de doorontwikkeling wordt beoogd dat MSz een grotere rolgaat spelen in het digitaal informeren van, en het interacteren met,slachtoffers over het strafproces, bijvoorbeeld over hun beschermingsbe-hoeften.Zelfstandig gebiedsverbodOp 12 september 2025 is het initiatiefwetsvoorstel «Wet zelfstandiggebiedsverbod ter bescherming van slachtoffers en nabestaanden» doorleden Ellian (VVD) en Eerdmans (JA 21) in consultatie gegeven.15 Eeninhoudelijk standpunt van het kabinet over dit initiatiefwetsvoorstel zal,zoals gebruikelijk, worden ingenomen bij de plenaire behandelingdaarvan in de Kamer. Mijn ambtsvoorganger heeft eerder toegezegd omde mogelijkheden voor een gebiedsverbod nader te verkennen. Ik zal,mede gegeven het initiatiefwetsvoorstel, nu niet met een eigen voorstelvoor verruiming van het gebiedsverbod komen.Privacybescherming tijdens de zittingIn het coalitieakkoord zijn maatregelen aangekondigd om zedenzaken metminderjarige slachtoffers sneller achter gesloten deuren te laten plaats-vinden, en hun namen in grote zedenzaken vaker te coderen. Hier speelteen belangenafweging tussen de externe openbaarheid van strafzittingenen de privacy en veiligheid van minderjarige slachtoffers. Het grondwet-telijk vastgelegde uitgangspunt is dat de terechtzitting in de openbaarheid13Als de slachtofferinformatie meer dan een jaar oud is, wordt het slachtoffer opnieuw benaderdover diens beschermingsbehoefte.14Als de slachtofferinformatie meer dan een jaar oud is, wordt het slachtoffer opnieuw benaderdover diens beschermingsbehoefte.15Overheid.nl | Consultatie Wet zelfstandig gebiedsverbod ter bescherming van slachtoffers ennabestaanden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1555 plaatsvindt, onder meer om publieke controle mogelijk te maken. Derechter kan hierop een uitzondering maken en een zitting (deels) achtergesloten deuren gelasten, onder meer in het belang van minderjarigen ende privacybescherming van het slachtoffer (art. 269 van het Wetboek vanStrafvordering). Er zijn ook andere vormen van bescherming mogelijk,zoals het onvermeld laten van de naam van het slachtoffer tijdens dezitting. Met name bij minderjarige slachtoffers van seksuele misdrijvenrijst de vraag of de bescherming in de praktijk voldoende is. Naaraanleiding van de eerdere motie van het lid Krul (CDA)16 is eenWODC-onderzoek gestart naar voornoemde belangenafweging. In hetonderzoek wordt ook gekeken naar aanknopingspunten om beleid enwetgeving hierover verder te ontwikkelen. De uitkomsten van ditonderzoek worden in het derde kwartaal van 2026 verwacht. In mijnbeleidsreactie zal ik toelichten hoe ik uitvoering ga geven aan ditonderdeel van het coalitieakkoord.Bescherming van de privacy van slachtoffers in films en seriesIn de motie van het lid Eerdmans (JA21)17 wordt aandacht gevraagd voorde rol van slachtoffers en nabestaanden bij documentaires, series en filmsover moordzaken. Ter uitvoering van deze motie heb ik het FondsSlachtofferhulp verzocht om een bewustwordingstraject uit te voeren, inlijn met het eerdere bewustwordingstraject privacy van slachtoffers in demedia.Fonds Slachtofferhulp zal dit traject uit voeren, met als doel:1)het vergroten van het bewustzijn bij makers van films, documentai-res, series en podcasts over de impact van een productie opslachtoffers en nabestaanden;2)het ontwikkelen van een landelijke richtlijn waarmee slachtoffers ennabestaanden een duidelijke positie krijgen bij de totstandkomingvan films, documentaires, series en podcasts;3)het tijdig informeren van slachtoffers en nabestaanden over een uit tebrengen film, serie, documentaire of podcast.Om dit te bereiken worden onder meer een survey verricht, handreikingenontwikkeld en trainingen georganiseerd. Dit traject, dat ik financier, loopttot eind 2028.4. Evenwichtig schadeverhaal Beleidsdoel: slachtoffers krijgen hun schade zoveel als mogelijk vergoeden ontvangen vanuit de overheid een financiële tegemoetkoming.Verbeteringen in resterende onevenwichtigheden compensatiestelselslachtoffers: Contouren voor een oplossingIn het coalitieakkoord is opgenomen dat het voor slachtoffers vaak tecomplex is om in strafzaken schade te verhalen op daders, en is aange-kondigd dat dit makkelijker zal worden gemaakt. Daarbij wordt gekekennaar normering en standaardbedragen voor schadevergoeding, meerruimte voor collectieve vorderingen en een aparte, laagdrempeligeprocedure naast het strafproces.16Kamerstukken II 2024/25, 33 552, nr. 125.17Kamerstukken II 2024/25, 33 552, nr. 144.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1556 De afgelopen periode zijn de nodige stappen gezet om het stelsel vancompensatie voor slachtoffers te verbeteren en uit te breiden, ook teruitvoering van het adviesrapport van de Commissie Donner18. Dat neemtniet weg dat er nog een aantal knelpunten en onevenwichtigheden zijn dienog niet voldoende zijn geadresseerd. In de Meerjarenagenda zijn dezeuitgebreid uiteengezet, alsmede suggesties voor oplossingsrichtingengeschetst.In mijn ambtsperiode zet ik mij in voor verbeteringen waardoor meerslachtoffers van gewelds- en zedenmisdrijven een financiële tegemoet-koming vanuit de overheid kunnen ontvangen. Tegelijkertijd is hetuitgangspunt dat de dader betaalt en is de verantwoordelijkheid vanuit deoverheid niet onbegrensd. De verantwoordelijkheid van de overheid isingegeven door erkenning en solidariteit en houdt in dat de overheid nietde volledige schade van alle slachtoffers van gewelds- en zedenmisdrijvenvergoedt.Mijn inzet zal zijn de verdeling van overheidsgelden voor slachtofferseerlijker (tussen slachtoffers met en zonder stafproces) en evenwichtiger(tussen heel hoge bedragen voor een beperkte groep en relatief beperktebedragen voor andere slachtoffers) te maken, waardoor uiteindelijk meerslachtoffers een financiële tegemoetkoming van de overheid kunnenontvangen. Mogelijkheden om dit te realiseren zijn door enerzijds eenmaximum te stellen aan het bedrag waarvoor de overheid via hetstrafproces garant staat (via het eerder aangekondigde plafond in devoorschotregeling19), en anderzijds een grotere rol voor het Schadefondsmogelijk te maken voor slachtoffers met ernstig letsel. Dit zou, incombinatie met de eerder genoemde uitbreidingen bij affectieschade enernstige geweld en zeden delicten (EGZ+) die onder de voorschotregelingkomen te vallen, ervoor zorgen dat meer slachtoffers een financiëletegemoetkoming van de overheid zouden ontvangen. Ik voel mij in dezeoplossingsrichting gesterkt door wetenschappelijke publicaties diehiervoor pleiten als oplossing voor bestaande willekeur en ongelijkebehandeling.20 In het laatste kwartaal van 2026 kom ik met een voorstelhoe ik deze inzet concreet vorm ga geven.Daarnaast is het van belang het schadeverhaal voor slachtoffers via hetstrafproces te verbeteren en de grenzen te verduidelijken waarbinnen destrafrechter over de vordering benadeelde partij kan oordelen. Met devoornoemde normering door de Rotterdamse schaal zijn daar eerstestappen in gezet. Aanvullend zijn er mogelijkheden om de procedureverder te normeren. De rechtspraak werkt in dat kader aan een leidraad/procesreglement over de behandeling van de vordering benadeelde partij.In aanvulling daarop bekijk ik of en zo ja, welke verdere wettelijkenormering wenselijk is. Hierbij denk ik aan een uiterste termijn voor hetindienen van de vordering (eventueel alleen bij meer complexe zaken),ook om een (schriftelijke) uitwisseling van standpunten tussen partijenvoorafgaand aan de zitting te faciliteren. Ook het realiseren vanwaarborgen voor de kwaliteit van de civiele rechtsbijstand aan deverdachte is belangrijk om de procedure te versterken.18Commissie Donner, Op verhaal komen.19Kamerstukken II, 2023–2024, 36 471, nr. 96 en Kamerstukken II 2024–2025, 3352, nr.137.20Zie onder meer: T. Hartlief, «Doen wat moet in de compensatiemaatschappij», NJB 2025/919;T. Hartlief, Doen wat kan en de Rotterdamse schaal: gaan straffe oplossingen meer brengendan enkel vooruitgang aan het civielrechtelijke front?, NTBR 2026/6; M.R. Hebly & S.D.Lindenbergh, «Doen wat kan. Elf aanbevelingen voor betere behandeling van schadevergoe-dingsvorderingen in het strafproces» NJB 2025/862; J.W. Fokkens, Schadevergoeding aanslachtoffers van misdrijven door de Staat. In J. Altena e.a.(red.), In onderlinge samenhang: Liber Amicorum Tineke Cleiren 2021, p. 205–213.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1557 Naast bovenstaande inzet ben ik in gesprek met verzekeraars om te bezienin hoeverre zij bij de compensatie van schade van slachtoffers een rolzouden kunnen spelen.21Uitbreiding affectieschadeHet wetsvoorstel met betrekking tot affectieschade, waarbij broers enzussen ook recht krijgen op affectieschade, is eind 2025 in consultatiegegeven. Het streven is het wetsvoorstel eind 2026 in te dienen bij deTweede Kamer.Uitbreiding ongemaximeerde voorschotregeling EGZ-delictenHet aantal delicten dat onder de ongemaximeerde voorschotregeling valt,wordt, conform eerdere toezegging, uitgebreid met een aantal ernstigegeweldsmisdrijven. Deze regeling houdt in dat de Staat (via het CJIB) devolledige opgelegde schadevergoeding aan een slachtoffer uitkeert als dedader deze niet binnen 8 maanden na het onherroepelijk worden van hetvonnis heeft betaald.22 Eind 2025 is de concept-AMvB hiervoor inconsultatie gegeven. Het gewijzigde besluit zal naar verwachting in 2027in werking treden. Mede als gevolg van deze uitbreiding nemen definanciële risico’s van de overheid toe.Rotterdamse schaalIn het coalitieakkoord is opgenomen dat wordt gekeken naar normeringom schadeverhaal in strafzaken eenvoudiger te maken voor slachtoffers.Dit in lijn met het eerdere advies van de Commissie Donner23 en kritiekdat de hoogte van smartengeldbedragen in het strafproces onvoor-spelbaar is, in vergelijkbare gevallen uiteenloopt en soms ook verschiltvan oordelen van civiele rechters. Hierdoor weten slachtoffers onvol-doende wat zij mogen verwachten. In opdracht van de Raad voor deRechtspraak en met financiering van JenV heeft de Erasmus UniversiteitRotterdam in dit kader onderzoek gedaan. Dit heeft geresulteerd in «deRotterdamse schaal» die in september 2025 is gepubliceerd.24 De schaalbiedt in één oogopslag een indicatie voor een passend smartengeld-bedrag per gevalstype, geïnspireerd door buitenlandse voorbeelden waareen dergelijke systematiek al lange tijd goed werkt. Per 1 januari 2026hanteert de Rechtspraak de aanbeveling om smartengeld te begroten aande hand van de Rotterdamse schaal, en heeft zij aanvullend een aantalaanbevelingen geformuleerd voor de toepassing daarvan.25 Hiermee iseen belangrijke stap gezet naar meer duidelijkheid, voorspelbaarheid,uniformiteit en inzichtelijker motiveringen bij het vaststellen vansmartengeld. Het biedt in het bijzonder ook de strafrechter een praktischhulpmiddel, en geeft de praktijk en het slachtoffer meer houvast, zo blijktook uit de honderden rechterlijke uitspraken waarin de schaal al istoegepast.21Zo biedt ASR onder de aansprakelijkheidsverzekering particulier al standaard dekking voor«Eigen schade door een misdrijf van een ander», met een maximale vergoeding van € 50.000.Hiervoor gelden enkele voorwaarden, waaronder dat de verzekerde recht heeft op eenuitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor de schade of een deel van de schade.22Kamerstukken II 2024/25, 33 552, nr. 137.23Kamerstukken II 2022/23, 27 279, nr. 111.24Zie www.rotterdamseschaal.nl.25Zoals ten aanzien van het meewegen van de leeftijd van het slachtoffer en de mate vanverwijtbaarheid van de aansprakelijke partij. Zie «Aanbevelingen voor de begroting vansmartengeld op basis van art. 6:106 BW. Aanbevelingen hanteren Rotterdamse schaal»geldend vanaf 1 januari 2026, https://www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-procedures-en-formulieren/strafrecht/aanbevelingen-rotterdamse-schaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1558 Evaluatie Schadefonds GeweldsmisdrijvenIn september 2025 is de beleidsreactie op de 5-jaarlijkse wettelijkeevaluatie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven (het Schadefonds) naarde Tweede Kamer gestuurd.26 Uit de evaluatie blijkt dat het Schadefondsop doeltreffende wijze invulling heeft gegeven aan haar taak. Wel is hetvan belang meer aandacht te besteden aan de continuïteit van debedrijfsvoering en de gezonde financiële situatie van het Schadefonds. Ikdeel het belang van een doelmatige organisatie die financieel gezond is. Ikben daarover in gesprek met het Schadefonds. In dit kader wil ik ookgraag de aandacht vestigen op het 50-jarige jubileum van het Schade-fonds. De afgelopen 50 jaar heeft het Schadefonds een groot aantalslachtoffers kunnen erkennen en steunen met een financiële tegemoet-koming vanuit de overheid. Ik vind het van belang dat het Schadefondsdeze belangrijke erkenning aan slachtoffers kan blijven bieden. In datkader is het wel van belang te melden dat taakstellingen27 zoals genoemdin het coalitieakkoord het Schadefonds raken en als gevolg daarvan effectkunnen hebben op de kwaliteit van de dienstverlening aan slachtoffers.5. Goede ondersteuning Beleidsdoel: Slachtoffers die dat nodig hebben krijgen goede onder-steuning bij het omgaan met van de gevolgen van het strafbare feitSlachtoffers van geweld in afhankelijkheidsrelaties, specifiek seksueelgeweldDe nieuwe werkwijze die door politie, OM, Slachtofferhulp Nederland,Centrum Seksueel Geweld, Veilig Thuis en Perspectief Herstelbemiddelingis ontwikkeld om slachtoffers van seksueel misbruik en geweld beter teondersteunen, is in de afgelopen periode getest in de regio’s Den Haag enOost-Brabant. Om te kunnen beoordelen of de werkwijze leidt tot eenbetere ondersteuning van slachtoffers zijn gelijktijdig een uitvoerbaar-heidstoets en een resultaat- en effectmeting uitgevoerd. De resultatenverwacht ik begin derde kwartaal van 2026. Op basis van de resultaten zaleen besluit worden genomen over landelijke uitrol, waarover ik uw Kamerna de zomer zal informeren. Tegelijkertijd wordt bezien voor welke anderegroepen slachtoffers van geweld in afhankelijkheidsrelaties deze maniervan samenwerken kan worden doorgevoerd, te beginnen met slachtoffersvan (ex-partner) stalking.Overige onderwerpen, moties en toezeggingenGetroffenen schoolgijzeling BovensmildeIn september 2025 is uw Kamer geïnformeerd over de uitkomst van hetWODC-onderzoek «De stilte achteraf – De langetermijngevolgen van deschoolgijzeling in Bovensmilde (1977)» en de kabinetsreactie daarop.28Daarna hebben verschillende bijeenkomsten plaatsgevonden metgetroffenen, met als doel de inzet toe te lichten en op te halen hoedaarmee zo veel als mogelijk kan worden aangesloten bij de behoeftes dieleven binnen de groep getroffenen – en deels ook breder in de lokalegemeenschap. Getroffenen die hulp nodig hebben of vragen hebben,kunnen daarvoor al sinds de start van het onderzoek (zomer 2024) terechtbij het daarvoor ingerichte steunpunt van ARQ Nationaal Psychotrauma-26Kamerstukken II, 2025/26, 33 552, nr. 151.27Een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- enregelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.28Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 VI, nr. 9.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1559 centrum. Samen met de gemeente Midden-Drenthe en de GGD Drenthewordt gekeken op welke plaats en wijze dit duurzaam kan wordengeborgd. Verder wordt er periodiek professioneel begeleid lotgenoten-contact georganiseerd omdat getroffenen hebben aangegeven daarbehoefte aan te hebben. Daarnaast wordt er een handreiking voor(zorg)professionals en getroffenen ontwikkeld. De huidige planning is datdeze in september wordt opgeleverd. Ook kunnen getroffenen zichmelden voor het laten optekenen van hun persoonlijke verhaal. Voor watbetreft «herinneren en herdenken» wordt gezamenlijk met getroffenen inieder geval gekeken naar de realisatie van een nieuw monument, en naareen thema-uitgave van het tijdschrift van de lokale historische vereniging.Tegemoetkoming voor slachtoffers van incestMet betrekking tot de motie van het lid Mutluer (GL-PvdA)29 die deregering verzoekt om kinderen geboren uit incest als slachtoffer teerkennen onder de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven, verken ik op ditmoment samen met het Schadefonds of en op welke wijze dit mogelijk is.Relevant in dit kader is ook dat de mondelinge behandeling van het hogerberoep30 op 9 juni jl. dat door het Schadefonds tegen de uitspraak van derechtbank Gelderland is ingesteld heeft plaatsgevonden. De uitspraak vande Raad van State volgt nog. De uitspraak van de RvS zal ik betrekken bijde motie. Ik zal u later dit jaar nader informeren.Slachtoffers van onveiligheid en dwingende controle in geslotengroeperingenIn de Kamerbrief over onveiligheid en dwingende controle in (gesloten)groeperingen31 is uitgebreid ingegaan op de motie van de leden VanNispen (SP) en Michon-Derkzen (VVD) om te onderzoeken hoe mensenbeter beschermd kunnen worden tegen sektes en of, en zo ja hoe,voorkomen kan worden dat kinderen formeel toetreden tot geslotengemeenschappen.32 Mijn ambtsvoorganger heeft het lid Van Nispentijdens het commissiedebat Slachtofferbeleid van 2 juli 2025 toegezegdnogmaals te bezien wat er mogelijk is met betrekking tot de motie.Hieronder wordt mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid ophet gevraagde ingegaan, waarmee de motie wordt afgedaan.– Zelfstandig verbod op sektesHet lid Van Nispen heeft verzocht specifiek te onderzoeken of eenzelfstandig verbod op «sektes» mogelijk is.33 Dit is niet gerechtvaardigdzolang een «sekte» binnen de kaders van de wet en de grenzen van deopenbare orde blijft. Deze (vaak gesloten) groeperingen zijn immers nietper definitie schadelijk. Daarbij zijn de grondrechten van godsdienst-vrijheid en vrijheid van vereniging in de Nederlandse rechtsorde stevigverankerd, zowel in de Grondwet als in internationale verdragsnormen.De overheid dient gezien deze fundamentele vrijheidsrechten terug-houdend te zijn bij het interveniëren in processen binnen religieuze enlevensbeschouwelijke gemeenschappen en in het bijzonder oog te hebbenvoor de rechten van (religieuze) minderheden. Een algemeen verbod opsektes kan bovendien resulteren in ongeoorloofde discriminatie vanreligieuze minderheden of afwijkende levensovertuigingen, hetgeen in29Kamerstukken II, 2024/25, 33 552, nr. 140.30Het hoger beroep richt zich op de vraag of de uitspraak van de rechtbank Gelderland dat eenpersoon die uit een incestrelatie geboren is vanwege dat feit als (direct) slachtoffer moetworden gezien in de zin van de Wet Schadefonds geweldsmisdrijven wet SGM) een juisteinterpretatie is van deze wet.31Kamerstukken II, 2024/25, 33 552, nr. 138.32Kamerstukken II, 2024/25, 33 552, nr. 124.33Commissiedebat Slachtofferbeleid, 2 juli 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 15510 strijd zou zijn met het fundamentele principe van gelijke behandeling enhet pluralistische karakter van de samenleving. Uit jurisprudentie van hetEuropees Hof voor de Rechten van de Mens in zaken tegen Bulgarije34 enRusland35, blijkt ook dat enkel kan worden opgetreden wanneer religieuzegroeperingen de grenzen van de wet overschrijden, bijvoorbeeld door zichschuldig te maken aan strafbare feiten zoals dwang, misleiding, licha-melijk geweld of financieel misbruik (en in de toekomst psychisch geweld-zie onder). Naast de strafrechtelijke mogelijkheden36 bestaat er eenaanvullend wettelijk instrumentarium om (informele) verenigingen teverbieden en te ontbinden.37, 38 Vanwege de inperking van grondrechtenvoor de betrokken groepen, dient in het algemeen grote terughou-dendheid te worden betracht hierbij.– Strafbaarstelling psychisch geweldOp 10 juli 2025 is, samen met de brief over de voortgang van de priori-teiten uit het plan van aanpak «Stop femicide!», een beschrijving van decontouren van het wetsvoorstel dat strekt tot strafbaarstelling vanpsychisch geweld naar de Tweede Kamer gestuurd.39 Hierin is hetvoornemen aangekondigd om een zelfstandige strafbaarstelling vandwingende controle te introduceren. Dit wetsvoorstel beperkt zich niet totdwingende controle in partnerrelaties en kan ook van toepassing zijn opdwingende controle binnen onder meer gesloten groepen. Hetwetsvoorstel is op 29 juni 2026 in (internet)consultatie gegeven.– Bescherming kinderen in gesloten gemeenschappenHet is niet mogelijk om te voorkomen dat kinderen toetreden tot(gesloten) gemeenschappen, gezien de wettelijke kaders met betrekkingtot ouderlijk gezag, het recht op eerbiediging van het gezins- en familie-leven, en de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging.40 De rechtenen het welzijn van het kind moeten echter ook in overweging wordengenomen.41 Zo is het recht op goed en passend onderwijs een funda-menteel kinderrecht. Voor de bescherming van kinderen in geslotengroeperingen is handhaving van de leerplicht relevant, omdat het risicobestaat dat deze kinderen verder geïsoleerd raken als ze niet naar schoolgaan. De Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie informeert deTweede Kamer voor de zomer over de beleidsopties t.a.v. de vrijstellingvanwege richtingsbezwaren, waarbij het uitgangspunt is dat ieder kindrecht heeft op goed onderwijs, o.a. door de inzet van bevoegde leraren ensamen met leeftijdsgenoten. Deze brief bevat ook een procesupdate overde brede verkenning van de handhaving van de leerplicht. Hierbij wordtook het recente arrest van de Hoge Raad over dit onderwerp betrokken.42Bij vermoedens van onveiligheid en verwaarlozing kunnen burgers en(onderwijs)professionals altijd een melding doen bij Veilig Thuis, hetadvies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling.Concluderend kan worden vastgesteld dat er, naast het bestaandewettelijk instrumentarium, slechts beperkte aanvullende juridischemogelijkheden bestaan om misstanden binnen gesloten groeperingen aan34Tonchev en anderen tegen Bulgarije (56862/15, uitspraak 13 december 2022).35Centre of Societies for Krishna Consciousness in Russia and Frolov tegen Rusland (37477/11,uitspraak 23 november 2021).36Bijvoorbeeld o.g.v. deelneming aan een criminele organisatie (art. 140 Sr)37HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:948 (Vereniging Martijn).38De mogelijkheid om een rechtspersoon te verbieden o.g.v. 2:20 BW is in 2021 verruimd (Stb.2021, nr. 310).39Kamerstukken II, 2024/25, 28 345, nr. 285.40Artikel 1:247 Burgerlijk Wetboek, artikelen 6 en 10 Grondwet, artikelen 8 en 9 EuropeesVerdrag voor de Rechten van de Mens.41Artikelen 3 en 14 Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.42HR 21 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:658 (Vrijstelling Leerplichtwet)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 15511 te pakken. Uitzondering daarop vormt de zelfstandige strafbaarstellingvan dwingende controle. Daarnaast is het niet mogelijk om te voorkomendat kinderen toetreden tot gesloten gemeenschappen gezien wettelijkekaders en het feit dat dergelijke groeperingen niet per definitie schadelijkzijn. De handhaving van de leerplicht is wél een specifiek aankno-pingspunt voor de bescherming van kinderen.Tot slotMet de bovenstaande ontwikkelingen wordt meer recht gedaan aan depositie van slachtoffers van strafbare feiten. Hier ga ik komende periodemee verder. Medio 2027 zal ik u weer informeren over de voortgang.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van BruggenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 15512

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9ef9c424fe1da2aa

14 okt 2026 · 361d5e34ff54c674

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.