Kabinetsreactie op het Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO) Huurbeleid “Thuisgeven”
Brontekst
Versie f6effcf858dd6014 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202627 926Huurbeleid29 453WoningcorporatiesNr. 428 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 juli 2026De huursector beslaat een groot deel van de woningvoorraad en is vangrote maatschappelijke betekenis. Ruim 3 miljoen Nederlandsehuishoudens – 41% van alle huishoudens in Nederland – hebben hunthuis in een huurwoning.1 De Nederlandse huursector staat een geruimetijd onder druk. In de sociale huursector staan mensen erg lang op eenwachtlijst. Vooral jongeren met weinig wachttijd komen nauwelijks aaneen sociale huurwoning. De schaarste heeft de verschillen tussen zittendehuurders (insiders) en woningzoekenden (outsiders) op de woningmarktvergroot. Tegen deze achtergrond is het Interdepartementale Beleidson-derzoek (IBO) Huurbeleid «Thuisgeven» uitgevoerd. Dit IBO is op 4 juli2025 afgerond en aangeboden aan de Tweede Kamer.2 De hoofdvraag vanhet onderzoek was: «Hoe kan het beleid dat invloed heeft op dehuursector beter faciliteren dat mensen betaalbaar en passend bij hunsituatie en levensfase kunnen wonen en doorstromen én dat deleefbaarheid van wijken wordt versterkt?». Het IBO is uitgevoerd door eenambtelijke werkgroep bestaande uit de Ministeries van Volkshuisvestingen Ruimtelijke Ordening, Algemene Zaken, Sociale Zaken en Werkgele-genheid en Financiën, het Centraal Planbureau, het Planbureau voor deLeefomgeving en de Nederlandsche Bank. In deze brief zet ik de kabinets-visie uiteen ten aanzien van het bewerkstelligen van een beter functione-rende huurmarkt.Huisvesting is een basisbehoefte, huishoudens zullen altijd vraag hebbennaar woonruimte, ook wanneer ze dit eigenlijk niet kunnen betalen.Betaalbare woonruimte komt in de vrije markt niet automatisch tot stand.De Grondwet stelt dat bevordering van voldoende woongelegenheidvoorwerp van zorg der overheid is en dat de overheid een bijzondereverantwoordelijkheid heeft in het zorgen voor voldoende en betaalbare1Tussen wensen en wonen – Resultaten van het WoonOnderzoek Nederland 2024. TweedeKamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 1321.2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 926, nr. 398 kst-27926-428ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4281 huisvesting, met name voor mensen met een lager inkomen. De woning-markt is een zogenoemde voorraadmarkt. Dat wil zeggen dat de woning-voorraad in belangrijke mate wordt bepaald door de woningen die in het(verre) verleden zijn gerealiseerd. Daarom is het belangrijk om met beleidte sturen op hoe deze voorraad wordt beheerd en verdeeld.In Nederland wonen mensen met lagere inkomens voornamelijk in dehuursector. In Nederland is 41% van alle woningen een huurwoning.Binnen de huursector is ongeveer twee derde sociale huur. Internationaalgezien wijkt de verdeling tussen koop en huur in Nederland niet sterk afvan het gemiddelde. Nederland is wel uitzonderlijk in de grote omvangvan de sociale huursector. Een goed functionerende huursector biedthuishoudens mogelijkheden om te wonen op een locatie die past bijlevensfase en voorkeur en draagt bij aan stabiliteit op de woningmarkt ende economie.Knelpunten in de huursectorHet IBO Huurbeleid identificeert een aantal structurele knelpunten enpresenteert daarbij een basispakket van maatregelen, aangevuld metopties voor verdere inzet. In het IBO worden de volgende knelpuntengenoemd, ik citeer het IBO:1)Er is een tekort aan huurwoningen en dit wordt soms versterkt doorhet beleid. De investeringscapaciteit van woningcorporaties en deaantrekkelijkheid van private verhuur staan onder druk. Dit wordtverder versterkt door beleid dat zich vaak op de zittende huurderfocust. Zo leidt huurbevriezing, huurverlaging of ander huurbeleiddat de prijzen reguleert ertoe dat de betaalbaarheid voor zittendehuurders toeneemt, terwijl het de investeringscapaciteit vanwoningcorporaties of de rendementen van private verhuurdersvermindert. Woningcorporaties kunnen hierdoor minder investerenin nieuwe woningen voor toekomstige huurders, onderhoud en hettoekomstbestendig maken van woningen. Private verhuurderskunnen ervoor kiezen om hun woning te verkopen aan eigenaar-bewoners.2)De schaarste heeft de verschillen tussen zittende huurders (insiders)en woningzoekenden (outsiders) op de woningmarkt vergroot. In desociale huursector staan mensen erg lang op een wachtlijst. Vooraljongeren met weinig wachttijd komen nauwelijks aan een socialehuurwoning. Daarnaast vallen middeninkomens vaak tussen wal enschip. De stijgende koopprijzen zorgen ervoor dat middeninkomensvaker zijn aangewezen op (het beperkt aantal woningen in) dehuursector. Hierdoor hebben zij geen toegang tot de fiscalesubsidies op de eigen woning.3)De bestaande woningvoorraad wordt onvoldoende benut. Huishou-dens in Nederland wonen relatief ruim, mede doordat het aantalalleenstaande huishoudens is toegenomen. Huishoudens in eenruime woning stromen nu vaak niet door. Betaalbaarheidsbeleidwaarbij het huurniveau meer afhankelijk wordt gemaakt van hetinkomen en minder van de kwaliteit van de woning schaadt dedoorstroom en efficiënte benutting.4)Een stapeling aan kwetsbaarheden zorgt ervoor dat de leefbaarheidin wijken onder druk staat. Een van de belangrijkste knelpunten ophet vlak van leefbaarheid is de concentratie van kwetsbarebewoners in bepaalde wijken. Het instrumentarium om te sturen opleefbaarheid en gemengdere wijken wordt onvoldoende benut.5)Het huurbeleid is ontzettend complex. De huursector is complexvanwege de verschillende doelen, afruilen en belangen die erbestaan. Complexiteit heeft nadelige effecten op de verschillendepartijen in de huursector.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4282 6)De koop- en huursector worden onevenwichtig gestimuleerd.Ongelijke behandeling van de verschillende segmenten op dewoningmarkt creëert onnodige ongelijkheid tussen huurders enkopers en schaadt de ontwikkeling van een gezonde huursector. Inde huursector is er huurtoeslag om bewoners te ondersteunen,maar niet alle huishoudens worden hiermee bereikt.Het IBO beveelt een zestal oplossingsrichtingen aan om de belangrijksteknelpunten aan te pakken. Bij elk knelpunt worden één, twee of driebeleidsmaatregelen gepresenteerd die tezamen een basispakket vormen.Daarnaast bevat het IBO aanvullende beleidsopties.Reactie op de maatregelen uit het IBOHet kabinet heeft met interesse kennisgenomen van de vele opties die inhet rapport worden uitgewerkt en steunt de aanbevelingen van het IBO inalgemene zin. In het vervolg van deze brief ga ik in op de zes in het IBOgeschetste oplossingsrichtingen en geef ik een reactie op de aanbeve-lingen.1. Vergroot de investeringscapaciteit van woningcorporaties enmaak private verhuur aantrekkelijker Ik onderschrijf de beleidsaanbeveling van het IBO om de investeringsca-paciteit van woningcorporaties te verbeteren en om private verhuuraantrekkelijker te maken. Het kabinet ziet het structureel versterken van deinvesteringscapaciteit van woningcorporaties en het herstellen van hetinvesteringsklimaat voor private verhuurders als twee zijden van dezelfdemedaille. Zowel de corporatiesector als de private sector zijn hard nodigom het woningtekort op te lossen. Het kabinet verlaagt de vennootschaps-belasting (Vpb) voor woningcorporaties structureel met € 325 miljoen perjaar. Deze maatregel is bedoeld om de investeringscapaciteit van de265 actieve corporaties te verbeteren voor de bouw van nieuwe woningenen verduurzaming. Het kabinet onderzoekt samen met woningcorporatieswelke extra maatregelen nodig zijn om te zorgen dat corporaties meerkunnen investeren. Dat is belangrijk om ervoor te zorgen dat corporatiesdoor kunnen gaan met nieuwbouw, onderhoud en verduurzaming vansociale huurwoningen. Een doorrekening van de Nationale Prestatieaf-spraken (NPA) laat zien dat corporaties meer te besteden krijgen door demaatregelen uit het coalitieakkoord, maar het blijft een zorg of hetTabel 1: overzicht knelpunten, oplossingsrichtingen en maatregelen IBOTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4283 voldoende is om de gemaakte afspraken te kunnen uitvoeren.3 Ook in deTaskforce Woningbouw en het toezegde ActieplanVersnelling Woningbouw zal het kabinet aandacht besteden aan hetinvesteringsklimaat van de middenhuur en de investeringscapaciteit vanvoor woningcorporaties.Het IBO adviseert om de aftoppingsgrenzen te indexeren en middenhuurte borgen. Aanvullende mogelijkheden genoemd in het IBO zijn ompassend toewijzen aan te passen, langjarige tijdelijke contracten mogelijkte maken en de opkoopbescherming beperken.Aftoppingsgrenzen indexeren met inflatieDe aftoppingsgrenzen, waarop corporaties passend toewijzen, wordenmomenteel geïndexeerd op basis van gerealiseerde huurontwikkeling enzijn de afgelopen tien jaar achtergebleven bij de inflatie en bouwkosten.Dit komt met name omdat de huren in 2021 werden bevroren (en voorlage inkomens verlaagd) en in 2023 opnieuw een huurverlaging werddoorgevoerd. Een manier om te voorkomen dat eenmalige huurmatiginglangjarig de investeringscapaciteit van woningcorporaties drukt, is hetindexeren van de aftoppingsgrenzen met inflatie. In het IBO wordt dezemaatregel genoemd.Het Kabinet is niet voornemens om de aftoppingsgrenzen te indexerenmet inflatie. Er is namelijk in de Nationale prestatieafspraken 2025–2035(NPA) ondertekend door de Minister van VRO, Aedes en de VNG,afgesproken dat de huren vanaf 2026 voortaan maximaal mogen stijgenmet het driejaarsgemiddelde van de inflatie. Daarmee blijven de huurin-komsten voor corporaties beter op peil. Wanneer de aftoppingsgrenzenvervolgens (zoals nu gebruikelijk) de huurontwikkeling volgen stijgen dezeeffectief óók met inflatie.Borging middenhuurOm de investeringscapaciteit voor woningcorporaties in het middens-egment te vergroten, helpt de borging van middenhuur. Door herzieningvan het Europese DAEB Vrijstellingsbesluit per 16 december 2025 zijnmeer mogelijkheden ontstaan om staatsteun te verlenen voor (de bouwvan) middenhuur woningen. Ik ben aan de slag om de Europese regels uitte werken in Nederlandse wetgeving om borging van middenhuurmogelijk te maken voor woningcorporaties. De gevolgen van keuzes – metname – rondom de verplichte administratieve scheiding en de verant-woording over DAEB en niet-DAEB zijn significant en kunnen tot eenstelselwijziging leiden. Hierbij heb ik oog voor een gezond investerings-klimaat voor betaalbare huurwoningen door private investeerders. Ookhoud ik hierbij rekening met de randvoorwaarden die de EuropeseCommissie heeft gesteld.Ik heb op 8 juli uw Kamer geïnformeerd over de uitwerking van hetherziene DAEB-Vrijstellingsbesluit in de Woningwet. Door deze uitwerkingkunnen woningcorporaties een belangrijk aandeel vervullen voor demiddenhuur.Er bestaan in de tussentijd al mogelijkheden voor provincies engemeenten om staatssteun te verlenen voor middenhuur. Zo kunnengemeenten zelf leningen borgen voor de middenhuur, of daarvoorsubsidie verlenen of korting verlenen op de grondprijs. Tegelijk met deKamerbrief heb ik ook een handreiking gepubliceerd. Deze helpt medeo-3Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 583, nr. 583.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4284 verheden bij het benutten van de verruimde mogelijkheden voor hetverlenen van staatssteun voor huisvesting, waaronder middenhuur, diehet nieuwe DAEB-vrijstellingsbesluit biedt.Huurverhogingen in de WoningwetHet IBO stelt dat onvoorspelbaar huurbeleid dat vaak gericht is op dezittende huurder een risico vormt voor de investeringscapaciteit en-zekerheid van woningcorporaties en andere sociale verhuurders. Daaromheeft het kabinet in de NPA met de corporatiesector afgesproken om desystematiek voor de berekening van de maximale huursomstijging en detoegestane huurverhoging wettelijk vast te leggen. Hiermee verdwijntzowel voor huurders als verhuurders de jaarlijkse onzekerheid rondom detoegestane huurverhoging. Daarnaast werken eventuele inflatiepiekenminder sterk door in de jaarlijkse huurverhoging doordat de maximalehuursomstijging wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde inflatievan de voorgaande drie jaar. Het wetsvoorstel waarin dit wordt geregeldverwacht ik dit najaar aan uw Kamer te kunnen sturen.Passend toewijzen aanpassenHet IBO stelt aanvullend voor dat er kan worden ingezet op het vergrotenvan de financiële ruimte van corporaties door de grens van passendtoewijzen te verhogen. Dit heeft effect op de betaalbaarheid van huurwo-ningen.In de NPA zijn onder andere afspraken gemaakt over betaalbaarheid en deinvesteringscapaciteit. Daarin zijn ook afspraken gemaakt over passendtoewijzen. Daarmee geeft het kabinet gericht invulling aan de aanbevelingde grenzen voor passend toewijzen te verhogen, het kabinet doet datspecifiek voor duurzame woningen met een A+-label of hoger.De afgelopen jaren zijn de energieprestaties van (doorgaans nieuwe)sociale huurwoningen van woningcorporaties veelal sterk verbeterd, meteen lager energieverbruik tot gevolg. Deze energiezuinige woningen zijnechter vaak niet beschikbaar voor huishoudens met een lager inkomenomdat woningcorporaties deze woningen, onder andere vanwege dehogere investeringen die worden gedaan, willen verhuren voor eenhuurprijs boven de aftoppingsgrens van passend toewijzen. Voorwoningen met een A+-label en hoger zijn de grenzen van passendtoewijzen met € 26,25 (prijspeil 2025) verhoogd. Daarmee zijn tweenieuwe (extra) huurprijsgrenzen voor passend toewijzen geïntroduceerd:voor éénpersoonshuishoudens voor woningen met een A+-label of hogeren voor meerpersoonshuishouden voor woningen met een A+-label ofhoger. Dit wordt in hetzelfde wetsvoorstel meegenomen waarin dehuurverhogingssystematiek wordt vastgelegd.Langjarige tijdelijke contractenHet IBO rapport stelt dat de invoering van de Wet vaste huurcontractenheeft geleid tot minder flexibiliteit voor verhuurders. Hierdoor kan hetvoor sommige verhuurders minder aantrekkelijk zijn geworden omwoningen te verhuren, wat gevolgen kan hebben voor het aanbod.Tegelijkertijd biedt een vast huurcontract belangrijke zekerheid voorhuurders. Het rapport wijst erop dat langere tijdelijke contracten met eenlooptijd van 5 of 7 jaar, mits zorgvuldig vormgegeven en met oog voor debalans tussen zekerheid voor huurders en de aantrekkelijkheid voorverhuurders, mogelijk van toegevoegde waarde zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4285 In zijn algemeenheid ziet het kabinet dat het huidige stelsel van huurcon-tracten op bepaalde punten knelt. Bijvoorbeeld op het gebied van detoepassing van het van de uitzondering voor korte-duur-verhuur, waarvaner veel signalen zijn dat deze uitzondering op de huurbescherming opsubstantiële schaal en vaak oneigenlijk gebruikt wordt, met als gevolg datgrote groepen kwetsbare huurders in de praktijk geen huurbescherminghebben. In de Kamerbrief4 van november 2025 over huurbeschermingvoor arbeidsmigranten en het tegengaan van oneigenlijk gebruik vankortdurende huurcontracten, heeft het (voorgaande) kabinet daarom al hetvoornemen geuit om de uitzondering op de huurbescherming voor dehuur van woonruimte die «naar zijn aard van korte duur is» (hierna:korte-duur-verhuur) te maximeren op 30 nachten. Ik blijf onverminderdstaan voor de noodzaak van die maatregel en zal het wetsvoorstel hiertoeop korte termijn in internetconsultatie brengen. Op 2 juli jl. heb ikdaarvoor het Wetsvoorstel passende huurcontracten in internetconsultatiegebracht.Daarnaast zie ik ook andere dilemma’s rond tijdelijk huurcontracten,bijvoorbeeld als het gaat om locaties die vanuit het omgevingsrechtgericht zijn op tijdelijke bewoning. Daar ontbreken momenteel tijdelijkecontractvormen die als passend worden ervaren. Ook zie ik dat deuitvoering van het «Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereen-komst» in de praktijk ingewikkeld en complex is en dat (met name)particuliere verhuurders signaleren dat zij terughoudend zijn met hetverhuren van woningen vanwege het ontbreken van generieke tijdelijkecontracten.Om een beter zicht te krijgen op deze knelpunten en mogelijke oplossings-richtingen heb ik uw kamer toegezegd om na de zomer 2026 met eennadere verkenning te komen over tijdelijke contracten. De aanbeveling uithet IBO om langjarige tijdelijke contracten van 5 of 7 jaar te introducerenneem ik daarin mee.Opkoopbescherming beperkenDe opkoopbescherming zorgt ervoor dat in gewilde gebieden huizen nietzomaar kunnen worden opgekocht voor de verhuur. Op die manier blijvenmeer koopwoningen beschikbaar voor mensen die er zelf in gaan wonen.De gemeente bepaalt in welke wijken opkoopbescherming van toepassingis. Het IBO signaleert dat dit ten koste gaat van woningzoekenden in dehuursector. Het IBO stelt voor de opkoopbescherming alleen te latengelden vanwege leefbaarheidsgronden, en niet meer vanwege schaarste,zodat er weer particuliere huurwoningen beschikbaar kunnen komen engemeenten wel het instrument behouden om op leefbaarheid te kunnensturen.Ik herken het signaal dat de opkoopbescherming invloed heeft op hethuuraanbod in de particuliere sector. Ik heb in de eerste helft van 2026 deopkoopbescherming geëvalueerd. De evaluatie, die is uitgevoerd dooronderzoeksbureau RIGO, is bijgevoegd bij deze brief. Een inhoudelijkereactie op het evaluatierapport aan uw Kamer volgt in het najaar. Deaanbeveling uit het IBO tot het beperken van de opkoopbeschermingwordt betrokken in de afweging over het vervolg van het instrument, zoalsook is opgenomen in het coalitieakkoord waarin is afgesproken deopkoopbescherming te gaan aanpassen.4Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 861, nr. 171Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4286 2. Maak aanpassingen in het toewijzen van woningen Uit het IBO blijkt dat door het tekort aan woningen het verschil op dewoningmarkt tussen mensen die een woning hebben (insiders) enmensen die een woning zoeken (outsiders) groot is. Door aanpassingen temaken in de toewijzing van woningen kunnen extra kansen voor outsidersworden gecreëerd.Landelijk woonruimteverdeelsysteemWoningzoekenden moeten zich bij verschillende regionale systemeninschrijven of moeten zich weer opnieuw inschrijven als ze besluiten tochin een andere regio te willen wonen. Onder meer voor jongeren, die nogniet weten waar ze in de toekomst willen wonen of zullen werken, werktdit systeem beperkend. Het IBO doet de aanbeveling om te komen tot eenlandelijk woonruimteverdeelsysteem.Op basis van het IBO rapport en eerdere verkenningen zie ik op hetmoment niet voldoende aanleiding om de wenselijkheid en haalbaarheidvan een landelijk woonruimteverdeelsysteem opnieuw te onderzoeken. Deafgelopen jaren is er een ontwikkeling zichtbaar van lokale naar meerregionale woonruimteverdeel-systemen. Dit is onder andere zichtbaar ininitiatieven waar woonruimteverdeel-systemen worden ondergebracht inéén systeem, met één inschrijving, zonder dat er afbreuk wordt gedaanaan de lokale regels en criteria gericht op woonruimteverdeling. Dezeregionale samenwerking vind ik een wenselijke ontwikkeling en wil iksteunen. Het creëert namelijk meer kansen voor woningzoekenden buitende eigen gemeente, en biedt tegelijkertijd ruimte om te blijven aansluitenop de lokale en regionale sociale huurvoorraad en woonruimteverdeel-regels.Ook met het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting wordtregionale samenwerking gestimuleerd. Gemeenten worden verplicht omeen regionaal afgestemde urgentieregeling op te stellen voor verschil-lende verplichte urgentiecategorieën. Meer uniformiteit in de voorrangs-regels kan bijdragen aan het verlagen van de drempel en zorgen voormeer regionale samenwerking. Het ligt daarom in de rede dat ook vanuitde woonruimteverdeling op regionaal niveau wordt samengewerkt.Recent is er vanuit negen regionale samenwerkingsverbanden in dewoonruimteverdeling Sociale Verhuurders Haaglanden (SVH) een initiatiefgestart om het zicht op het aanbod voor woningzoekenden te vergroten.Hiervoor wordt in het najaar een de website gelanceerd: www.sociale-huurwoning.nl. Op deze website kunnen woningzoekenden eenvoudigzien welke woonruimteverdeel-systemen (inclusief link naar de betref-fende website) actief zijn per regio/gemeente. Hiermee wordt een concretestap gezet om de toegang tot het totale aanbod van sociale huurwoningenvoor woningzoekenden eenvoudiger inzichtelijker te maken. Ik ondersteundit initiatief van harte.ZoekpuntenIn het IBO rapport wordt aanbevolen om actief zoeken meer te belonen,met als doel om de verschillen tussen insiders en outsiders op de(huur)woningmarkt te verkleinen. Op dit moment worden zoekpunten inAmsterdam toegepast. Op basis van deze eerste ervaringen zal ik eind vandit jaar verkennen of het gebruik van zoekpunten in meer regio’s wenselijkis, welke gevolgen dit heeft voor toewijzingsbeleid, en welke rol hierbijvan toepassing is vanuit het Rijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4287 Private huur huisvestingsvergunningHet IBO rapport adviseert om gemeenten die een huisvestingsverordeninghebben te verplichten om ook gereguleerde huurwoningen van privateverhuurders onder de reikwijdte van de vergunningsplicht te laten vallen.Momenteel vallen private verhuurders niet in elke gemeente onder dehuisvestingsvergunningsplicht. Gemeenten zijn daar vrij in en kiezen eroverwegend voor om alleen woonruimte van corporaties aan te wijzen alsvergunningsplichting. De meeste private verhuurders kunnen daardoorzelf bepalen aan wie zij hun woning toewijzen, waardoor sociale- enmiddenhuurwoningen niet altijd terechtkomen bij lage- en middenin-komens. Door gemeenten die sturen op voorrang via de huisvestingsver-ordening te verplichten om ook een huisvestingsvergunning voor deprivate verhuur in te stellen kan hierop worden gestuurd.Het kabinet vindt de voorgestelde maatregel onverstandig. Dat privateverhuurders meestal zelf kunnen bepalen aan wie zij hun woningverhuren, is een groot goed. Inperking van die vrijheid treedt ver in heteigendomsrecht van verhuurders en dient dus goed te worden onder-bouwd. In de ogen van het kabinet is, mede gezien de huidige bewegingvan het verkopen van woningen door particuliere verhuurders, aanne-melijk dat nog veel meer particuliere verhuurders definitief zoudenafhaken als zij verplicht deel moeten nemen aan een toewijzingssysteem.Daarmee zou deze maatregel vooral een symbolische waarde hebbenmaar negatief uitwerken voor de beschikbaarheid van betaalbarehuurwoningen. Daarnaast vergt een verplichting een wetswijziging en legtde uitvoering daarvan een stevig beslag op de capaciteit van gemeenten,zonder dat ik daarmee een positief effect voor de beschikbaarheid vanbetaalbare huurwoningen verwacht. Ik zie daardoor op dit moment geenaanleiding om deze aanbeveling verder uit te werken en laat het eventueelvergunningsplichtig maken van woonruimte van private verhuurders overaan de afweging van de gemeenten.3. Stimuleer woningdelen, splitsen en doorstroom De bestaande woonruimte kan beter worden ingezet door woningdelen,splitsen en doorstroom te stimuleren Bij deze oplossingsrichting doet hetIBO aanbevelingen op het gebied van hospitaverhuur, splitsen,doorstroming en kamerverhuur.HospitaverhuurIn Nederland wonen veel huishoudens relatief ruim. Ook komen er steedsmeer eenpersoonshuishoudens en vergrijst de bevolking, terwijl dewoningvoorraad voor een groot gedeelte bestaat uit relatief groteeengezinswoningen. Dit biedt kansen om de bestaande voorraad beter tebenutten via hospitaverhuur. Ik deel de analyse uit het IBO dat hospita-verhuur verder kan worden gestimuleerd en zet daarom in op hetverlagen van drempels voor deze vorm van verhuur. Het wetsvoorstelhospitaverhuur neemt belemmeringen weg die potentiële hospita’s vaakervaren. Zo wordt het makkelijker om het hospitacontract te beëindigenbij verkoop van de woning of bij overlijden van de hospita. Ditwetsvoorstel heb ik op 7 juli ter behandeling bij uw Kamer aangeboden.Splitsen voor ouderenOuderen willen graag in hun vertrouwde omgeving blijven wonen, maarer is niet altijd geschikte woonruimte in de buurt. Woningcorporatieskunnen grotere woningen splitsen en geschikt maken voor ouderen, zodatzij meer opties krijgen om in de buurt door te stromen. Dit biedt mooieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4288 kansen om bijvoorbeeld ouderen op de benedenverdieping te latenwonen en jongeren op de bovenste verdieping van de gesplitste woning.Ook de zogenaamde hoekwoningaanpak biedt mogelijkheden ombestaande woningen gesplitst voor ouderen in te zetten. Ik ziemeerwaarde van de inzet van splitsen voor ouderen en neem hetstimuleren van een dergelijke aanpak mee in de bredere stimulering vanwoningspliting.Kamerverhuur, splitsen en doorstromingHet IBO signaleert dat het Rijk meer kan afdwingen dat medeoverhedenwoningdelen (o.a. kamergewijze verhuur) en – splitsen vaker toestaan encorporaties dit vaker toepassen. Er worden hiervoor verschillendemaatregelen genoemd.Recent heb ik de Landelijke Aanpak Beter Benutten gelanceerd. Beterbenutten, waaronder woningdelen (o.a. kamergewijze verhuur enhospitaverhuur) en -splitsen, heeft veel potentie, bespaart materiaal enkan snel. De mogelijkheden worden nog niet altijd ten volste benut. Ikstuur op realisatie via: wet- en regelgeving, financieel instrumentarium,kennis en standaardisering én uniformering van werkwijzen. Ik zorg dat derandvoorwaarden worden geschept om het beter benutten ten volste uitte voeren.5Eén van de acties uit deze aanpak is dat er wordt uitgewerkt hoe en onderwelke voorwaarden woningen vergunningvrij kunnen worden gesplitst engedeeld. Waarbij aandacht is voor de leefbaarheid en druk op buurtvoor-zieningen. Op 2 juli heb ik Kamer geïnformeerd over het «beter benuttenvan de bestaande gebouwen».Om doorstroming voor ouderen te stimuleren werkt het kabinet aan eenvereenvoudiging en harmonisatie van de leefvormbeoordeling in de AOWvia een partnerbegrip met objectieve criteria, inclusief een voorstel voordekking. Daarnaast is de doorstroomaanpak ook een onderwerp in hetvolkshuisvestingsprogramma onder het wetsvoorstel Versterking regievolkshuisvesting en is in de nationale prestatieafspraken een inspannings-verplichting voor het maken van een doorstroomaanpak voor ouderenafgesproken.4. Beter benutten bestaande instrumentarium voor leefbaarheid Er zijn veel instrumenten wet- en regelgeving die kunnen worden ingezetdoor gemeenten en woningcorporaties om de leefbaarheid in wijken tevergroten, waaronder de mogelijkheden in toewijzingsbeleid vancorporaties (Woningwet), de Huisvestingswet en de Wet goed verhuurder-schap. Het IBO stelt dat vanwege onbekendheid met de instrumenten ofeen beperkte capaciteit om de instrumenten in te zetten, gemeenten teweinig gebruik maken van bestaand instrumentarium.Gemeenten en corporaties hebben veel mogelijkheden om te sturen opbewonerssamenstelling in kwetsbare wijken. Het kabinet is voornemensgemeenten en woningcorporaties hier meer bij te ondersteunen zodatbeter gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden die er al zijn. Hierbijbehouden gemeenten en corporaties wel de vrijheid om te kiezen welkeinstrumenten zij inzetten, zodat deze goed aansluiten bij de lokale context.5Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 1448Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4289 Bestaand instrumentariumIk benadruk het belang om, in eerste instantie in de wijken uit hetNationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) het instrumen-tarium beter te benutten. Hier benadruk ik ook een actieve rol van het Rijk.Op de dag van de volkshuisvesting van 8 december 2024 heb ik met degebieden uit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV)naast eerdere afspraken over woningbouw, ook een afspraak gemaaktover versterking van een meer lokaal gerichte aanpak binnen hetwoonbeleid. De gebieden willen gaan samenwerken op het gebied vaninstroom en doorstroom van bewoners, het vasthouden van sociaaleco-nomische doorgroeiers en het aanpakken van leefbaarheidsproblemenbinnen het wijkgerichte woonbeleid. Om wederzijds de nauwere samen-werking te bekrachtigen, hebben bestuurlijke vertegenwoordigers van deNPLV-gebieden en ik op de Dag van de Volkshuisvesting op 8 december2025 een afspraak gemaakt over hoe dit verder uit te werken. In de tweedehelft van 2026 verdiep ik samen met de NPLV-gemeenten de sturingsmo-gelijkheden op bewonerssamenstelling. Daarnaast onderzoek ik de(on)mogelijkheden in de samenwerking tussen gemeenten en woningcor-poraties, indien nodig kom ik met een handboek.Simuleren inzet vrije beleidsruimte corporatiesCorporaties gebruiken één van de instrumenten die zij hebben om testuren op bewonerssamenstelling nog minimaal: de vrije toewijzings-ruimte van maximaal 15%. Corporaties kunnen gestimuleerd worden omde vrije toewijzingsruimte vaker te gebruiken, zodat er gemengdere wijkenontstaan.Het toewijzen van woningen aan meer draagkrachtige bewoners in eenbestaande wijk niet altijd tot verbetering van de leefbaarheid. Het kan ookjuist de sociale cohesie verstoren. Er moet daarom gericht wordengekeken wanneer dit instrument het beste kan worden ingezet. Met deNPLV-gemeenten en corporaties ga ik in gesprek over het breder inzettenvan de vrije beleidsruimte.5. Een inzichtelijke woningmarkt: het harmoniseren van beleid In het IBO wordt gesteld dat het huurbeleid complex is. Om hethuurbeleid minder complex te maken, kunnen regelingen gelijk wordengetrokken. Ook is het nodig dat er meer zicht komt op de huursector. Bijdeze oplossingsrichting doet het IBO de volgende aanbevelingen.Jaarlijkse huurverhoging gelijk trekkenEr gelden verschillende regels voor huurverhogingen in de verschillendehuursegmenten. Het IBO doet de aanbeveling om de verschillendemethoden om de jaarlijkse huurverhoging vast te stellen in de socialehuur, middenhuur en vrije sector, gelijk te trekken.Ik onderschrijf dat het verwarrend is dat er in elk segment een andereberekeningsgrondslag wordt gehanteerd. Voor elke berekeningsgrondslagis op zichzelf iets te zeggen. Tegelijkertijd maakt het hanteren vanverschillende grondslagen per segment het systeem als geheel minderuitlegbaar. Er is daarom een (ambtelijke) verkenning gestart waarbij wordtuitgezocht of het mogelijk is om één onderliggende berekeningsmethodete hanteren voor alle drie de segmenten. Deze dient zowel praktisch alsjuridisch gezien gewenst en haalbaar te zijn. Ik streef ernaar om uw Kamerin het najaar over deze verkenning te informeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42810 HuurregisterHet IBO beveelt een huurregister aan, daarmee worden alle huurwo-ningen geregistreerd waardoor het makkelijker wordt om beleid uit tevoeren, te handhaven en te evalueren.Ook het kabinet ziet de meerwaarde die een huurregister kan hebben. Er iseen voorstel voor een huurregister in internetconsultatie gebracht.6 Ikverwacht dit najaar een besluit te kunnen nemen over het vervolg.Harmoniseren van beleid en regelsIn gemeenten gelden verschillende voorrangsregels. Het IBO stelt datdoor voorrangsregels te harmoniseren het voor huurders en verhuurdersduidelijker is waar ze aan toe zijn.Op grond van de Huisvestingswet 2014 kunnen gemeenten een gemeen-telijke huisvestingsverordening maken met daarin lokale voorschriftenover onder meer de toewijzing van huurwoningen en de urgentie-volgorde. Op 1 juli treedt de wet Versterking regie volkshuisvesting inwerking. In de wet zijn landelijk groepen urgent woningzoekendenaangewezen. Alle gemeenten moeten bijdragen aan huisvesting vanurgent woningzoekenden en daar in de regio onderling afspraken overmaken. Gemeenten worden verplicht om een huisvestingsverordening tehebben waarin een urgentieregeling is opgenomen. Hierin leggengemeenten ook de regionale verdeelafspraken vast. Zo maken urgentwoningzoekenden meer kans op een passende woning.6. Verminderen stimulering van koopsector en stimuleren gebruikhuurtoeslag Een van de andere aanbevelingen uit het IBO rapport betreft het gelei-delijk verminderen van fiscale stimulering in de koopsector. Het rapportbeschrijft dat de huidige fiscale voordelen voor eigenaar-bewonersbijdragen aan verschillen tussen huurders en kopers. Ook constateert hetIBO dat een evenwichtiger behandeling van huur en koop kan bijdragenaan een beter functionerende woningmarkt als geheel.Rust en rechtszekerheid voor huizenbezitters zijn een belangrijke afspraakuit het regeerakkoord. Om het eigen huis betaalbaar te houden en rust opde woningmarkt te bewaren, is in het regeerakkoord afgesproken dat defiscale behandeling van de eigen woning ongewijzigd blijft. Het beleidmoet over een langere periode stabiel en voorspelbaar zijn. Hoewel hetkabinet de theoretische en economische argumenten van het IBO omtrentfiscale verstoringen tussen koop en huur begrijpt, kiest het kabinet er inde huidige marktcontext nadrukkelijk niet voor om ingrijpende fiscalestelselwijzigingen in de koopsector door te voeren.Niet-gebruik huurtoeslagTot slot wijst het IBO rapport erop dat een deel van de betaalbaarheids-problemen onder huurders wordt veroorzaakt doordat zij geenhuurtoeslag aanvragen, terwijl zij daar wel recht op hebben.Ik herken dit beeld. Het terugdringen van niet gebruik van de huurtoeslag(en andere toeslagen) is al langere tijd een belangrijk aandachtspunt. Hetis van belang dat huurders die recht hebben op ondersteuning deze ookdaadwerkelijk ontvangen. Dienst Toeslagen werkt structureel aan het6Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 408Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42811 verbeteren van de vindbaarheid en begrijpelijkheid van informatie over dehuurtoeslag. Ook worden gerichte campagnes ingezet om groepen diemoeilijk te bereiken zijn beter te informeren. Daarnaast wordt in samen-werking met gemeenten en maatschappelijke organisaties gekeken hoehuurders die ondersteuning nodig hebben beter kunnen worden bereikt.Conclusie en vervolgHet rapport «Thuisgeven» benadrukt dat de overheid de regie op devolkshuisvesting definitief moet hernemen. Dat zie ik nadrukkelijk als mijnopdracht. Ik dank de ambtelijke werkgroep voor de diepgravende analyseen voor de concrete aanbevelingen. Met veel zaken ben of ga ik vol aan deslag. De komende periode zal het kabinet de concrete wetsvoorstellen enuitwerkingsplannen hiertoe aan uw Kamer doen toekomen.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,E. Boekholt-O’SullivanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42812
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.