Reactie op verzoek commissie over actualisatie op (van) de eerdere kabinetsreactie op de initiatiefnota ‘Ons land is beperkt’
Brontekst
Versie f0ff62625bf9cc2a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202624 170Gehandicaptenbeleid36 282Initiatiefnota van het lid Westerveld: ons land isbeperktNr. 404 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 juni 2026Op 20 december 2022 heeft het lid Westerveld de initiatiefnota «Ons landis beperkt» aangeboden aan uw Kamer, waarna er op uw verzoek op11 juli 20251 een kabinetsreactie is gegeven. In de procedurevergaderingvan 8 april jl. heeft de commissie besloten om een nota-overleg teplannen over de initiatiefnota van lid Westerveld. Daarbij heeft decommissie ook gevraagd om een actualisatie op de eerdere kabinetsre-actie.Met deze brief bied ik u deze actualisatie aan, waarin alleen de punten zijnopgenomen waar daadwerkelijk een actualisatie op te vermelden is. Voorde niet gewijzigde punten verwijs ik u naar de kabinetsreactie van 11 juli2025.Algemene beslispunten1. Het «facultatief protocol» van het VN-verdrag wordtgeratificeerdOp 27 januari 2026 heeft de voormalig Staatssecretaris Langdurige enMaatschappelijke Zorg bij de Verenigde Naties het Facultatief Protocol bijhet VN-Verdrag Handicap ondertekend. Op 1 april 2026 heeft het kabinethet advies van de Raad van State van het Koninkrijk ontvangen. Hetkabinet werkt nu aan het opstellen van het Nader rapport waarin ingegaanwordt op de opmerkingen die de Raad van State van het Koninkrijk heeftgemaakt.1Kamerstuknummer II 2025/26 24 170, nr. 362 kst-24170-404ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4041 3.Het CBS gaat gegevens bijhouden over de positie van mensenmet een beperkingHet RIVM gevraagd om vanuit de Nationale Strategie een monitor in terichten die bestaat uit twee kwantitatieve dataverzamelingen uitbestaande databronnen en één kwalitatieve dataverzameling. De monitorloopt van 2026 tot en met 2029, waarbij er jaarlijks door het RIVM eenrapportage wordt gemaakt. De eerste monitorrapportage ontvangt uwKamer eind 2026 bij de voortgangsbrief over de werkagenda VN-verdragHandicap. Daarnaast zet het Ministerie van VWS zich in om de beschik-baarheid van data over mensen met een beperking te vergroten.Artikel 31 van het VN-verdrag Handicap geeft de overheid een belangrijketaak bij het monitoren van de positie van mensen met een beperking,onder meer via dataverzameling. Een knelpunt in de huidige dataverza-meling is dat gegevens vaak niet kunnen worden uitgesplitst naar mensenmet en zonder beperking. Daarom worden er gesprekken gevoerd met hetCBS, het RIVM en andere onderzoeksinstellingen over het verbeteren vande beschikbaarheid van deze data. Het doel van deze gesprekken is omvoor verschillende onderzoeken en enquêtes afspraken te maken over hetopnemen van een vraag naar ervaren beperkingen.Inkomen en werk2. Pas de zorgverzekeringswet (Zvw) aan. Houd zorgkosten vooreen chronische aandoening of beperking na één jaar buiten heteigen risico. Zodat iedereen maar één keer eigen risico betaaltvoor elke aandoening.Het kabinet heeft een andere keuze gemaakt. Onze zorg is gebouwd opsolidariteit en gezonde mensen betalen mee aan de zorgkosten vanmensen die ziek zijn of langdurig afhankelijk zijn van zorg en onder-steuning. We betalen veel samen, en als je daadwerkelijk zorg ofondersteuning gebruikt hoort daar ook een eigen bijdrage bij. Zo verhoogthet kabinet onder andere het eigen risico, wat voor iedereen tot lagerezorgpremies leidt. Daarnaast wil het kabinet vanaf 2028 het verplicht eigenrisico maximeren op € 150 per behandelprestatie in de medisch-specialistische zorg. Het kabinet acht een gerichtere inzet van het eigenrisico voor chronisch zieken, niet goed uitvoerbaar, mede omdat er geeneenduidige definitie van chronisch zieken en mensen met een beperkingbestaat. Om chronisch zieken tegemoet te komen in hun zorgkosten wordteen envelop van 350 miljoen euro structureel gereserveerd. Dezemiddelen worden beschikbaar gesteld aan gemeenten. In augustus zal deintegrale weging worden gemaakt hoe deze enveloppe het beste ingezetkan worden.4. We kijken of meer mensen met een beperking in aanmerkingkunnen komen voor de banenafspraak. We maken een afspraakvoor een vast aantal mensen dat zo een baan zouden moetenkrijgen.Dit punt is onderdeel van de werkagenda. Voor de banenafspraak geldtdat dit wordt gedaan met een beperkte verbreding van de doelgroep.Vanaf 1 januari 2026 zijn mensen die met loondispensatie werken vanuitde IVA en de Wajong toegevoegd aan het doelgroepregister.Daarnaast wordt momenteel gewerkt aan een wetsvoorstel waarmee dedoelgroep banenafspraak wordt verbreed met mensen in de WIA en WWdie niet zelfstandig het wettelijk minimumloon per uur kunnen verdienen.De Kamer wordt hierover geïnformeerd voor de zomer van 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4042 Tegelijkertijd is er een meer fundamentele herziening nodig omdat nogsteeds teveel mensen met een beperking niet onder de doelgroepbanenafspraak vallen.5. Toegankelijke banen en begeleiding naar werkEr zijn de afgelopen tijd veel maatregelen getroffen om de arbeidsmarkttoegankelijker te maken voor mensen met een arbeidsbeperking.2De komende tijd zet het kabinet verder in op het harmoniseren van hetre-integratiebeleid, waaronder de inzet van werkvoorzieningen, zodat deverschillen tussen UWV en gemeenten en tussen gemeenten onderlingafnemen en werkzoekenden en werkgevers sneller krijgen wat nodig is.De werkagenda omschrijft meer maatregelen voor de komende vijf jaar.Zo wordt er verder gewerkt aan:–Verbeteringen binnen de banenafspraak zoals bij punt 4 gemeld.–Een Sociaal Innovatiefonds om inclusief werkgeverschap aan temoedigen.–Het structureel maken van het instrument Individuele Plaatsing enSteun waar budget voor is.–De financiering per beschutte werkplek is vanaf 2024 verhoogd (eenstructurele investering van 65 miljoen per jaar).–Daarnaast heeft het kabinet in 2025, in het kader van de Voorjaarsnota,besloten om structureel € 90 miljoen extra per jaar beschikbaar testellen voor beschut werk. Hiermee wordt de loonkostensubsidieverbeterd en vereenvoudigd. Daartoe gaat dit voorjaar een wetsvoor-stel voor een forfaitaire loonkostensubsidie in consultatie.–Een subsidieregeling inclusieve technologie. Werkgevers kunnensubsidie aanvragen voor inclusieve technologie om mensen met eenbeperking aan het werk te helpen en te houden. In 2026 is hiervoor € 1miljoen beschikbaar.–Tot stand komen van sectorale Ontwikkelpaden in bijvoorbeeld detechniek-, bouw-, zorg- of kinderopvang-sector die laten zien hoemensen zich in een sector kunnen ontwikkelen of starten met eennieuwe functie.–De implementatie van de wet «van school naar duurzaam werk» diebegin 2026 in werking is getreden.–Getroffen maatregelen in de Participatiewet3 ter bevordering vanuitstroom naar werk. In het verlengde hiervan werkt het kabinet nu aaneen meer fundamentele hervorming van de Participatiewet.Met de komst van Werkcentra, waarop bij punt 6 nader wordt ingegaan, iser één loket in arbeidsmarktregio’s waar werknemers, werkzoekenden enwerkgevers terecht kunnen met vragen over betaald werk. Daarnaastwerkt het kabinet aan een agenda over inclusief werkgeverschap, die zalingaan op hoe de informatievoorziening verder kan worden vergroot.Ook op het gebied van jobcoaching worden stappen gezet. Per 1 januari2025 kan jobcoaching worden ingezet bij kleinere arbeidscontracten enkan de jobcoach bij een naderend baaneinde begeleiden naar ander werk.Tevens is een deel van de formulierenstroom vereenvoudigd, evenals hettaalgebruik in de formulieren.Tot slot kunnen werkzoekenden per 1 maart 2026 ook gebruikmaken vaneen vereenvoudigde manier om de externe jobcoach via de UWV-websiteaan te vragen.2Zie ook (de bijlage bij) de nationale strategie VN-Verdrag Handicap van februari 2024 (Kamer-stukken II, 2023/24, 24 170, nr. 309) en de Werkagenda van 11 juli 2025 (Kamerstukken II,2024/25, 24 170, nr. 362)3Wet van 1 oktober 2025 (Stb 2025, nr. 312).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4043 6. Er komt één werkloket waar iedereen terecht kan met vragenover werk, loopbaan, scholing en begeleiding naar werk en hetontwikkelingsbudget. De loketten worden georganiseerd doorgemeenten en het UWV.Per arbeidsmarktregio komt er één gezamenlijk regionaal loket: hetWerkcentrum. Vooruitlopend op de herziene wetgeving zijn de Werkcentrain vrijwel alle arbeidsmarktregio’s al van start. De lancering is onder-steund door landelijke- en regionale publiciteitscampagnes.8. Het wordt gewoon dat werkgevers inclusief denken en doen.We vervangen loondispensatie door de loonkostensubsidiere-geling. Zodat alle werkenden met een beperking op zijn minst hetminimumloon verdienen. Werkgevers worden ondersteund metregelingen als de no-riskpolis en jobcoaching.Uit een eerste verkenning is naar voren gekomen dat het invoeren vaneen loonkostensubsidie in de Wajong zowel voor- als nadelen met zichmeebrengt voor de doelgroep. Met name het omzetten van het instrumentloondispensatie in loonkostensubsidie voor de mensen in de Wajong dienu al werken met loondispensatie brengt de nodige complexiteit met zichmee. Na de verkenning zijn vervolgens gesprekken gevoerd over hetvervangen van loondispensatie door loonkostensubsidie met ervarings-deskundigen, werkgevers en de uitvoering. Op basis van die gesprekken isgeconcludeerd dat het wenselijk is om loondispensatie in de Wajong tevervangen door loonkostensubsidie. De Kamer wordt voor de zomer van2026 geïnformeerd over het wetsvoorstel verdere verbreding doelgroepbanenafspraak, waar dit traject onderdeel van is.Mobiliteit2. Maak actuele informatie over toegankelijkheid verplicht inreisplanners (zoals kapotte liften en instaphoogtes).Sinds begin 2025 heeft ProRail real-time informatie beschikbaar over dewerking van liften op stations doordat er sensoren zijn geïnstalleerd diestoringen melden. Daarmee zijn nu ook kortdurende storingen in beeld.Deze informatie wordt ontsloten door de halteviewer van DOVA, hetsamenwerkingsverband van decentrale OV-autoriteiten. Door dezeinformatievoorzieningen kunnen reizigers hun reis beter plannen. Ookvoor vervoerders en andere organisaties die deze actuele beschikbaar-heidsdata willen tonen in hun reisinformatievoorzieningen is dezeinformatie via DOVA beschikbaar. Per 1 april 2026 is actuele beschikbaar-heidsdata van liften van ProRail voor álle reizigers beschikbaar op ns.nl enin de NS-app.Een terugkerend deelthema zijn liftstoringen. Het aantal langdurig defecteliften (een week of langer) is substantieel afgenomen van circa 15 à 20liften per maand voor de zomer van 2022 naar gemiddeld 5 à 7 liften permaand eind 2025. In deze cijfers zijn de liften die niet beschikbaar zijnvanwege geplande liftvervanging en gepland onderhoud nietmeegerekend.6. Reisassistentie moet bij alle vervoerders en op alle stationsbinnen één uur worden geregeld.Op de noordelijke lijnen in Friesland en Groningen is al langere tijdreisassistentie beschikbaar en wordt voldaan aan de afspraken uit hetBestuursakkoord. Sinds de zomer van 2024 wordt ook op de lijn Alphenaan den Rijn-Gouda (R-net, NS) reisassistentie conform het Bestuursak-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4044 koord aangeboden. Hetzelfde geldt voor de Valleilijn, waar Keolis rijdt. Opde MerwedeLingelijn (Qbuzz) is reisassistentie eveneens beschikbaar, almoeten hier nog enkele laatste stappen worden gezet om volledig aan deafspraken te voldoen, zoals het omlaag brengen van de vooraanmeldtijd.In 2025 zijn verdere stappen gezet. Zo is inmiddels ook in AchterhoekRivierenland (Arriva), op de Vechtdallijnen (Arriva) en op de regionalestations in Limburg (Arriva) reisassistentie beschikbaar, volgens deafspraken uit het Bestuursakkoord. Tot slot staat Keolis op het punt omreisassistentie volgens het Bestuursakkoord aan te bieden op de lijnenZwolle-Enschede en Zwolle-Kampen.Via artikel 18, lid 5, van de Concessie voor het Hoofdrailnet (2025–2033)voert NS regie over het boeken van reisassistentie wanneer een anderespoorvervoerder hierom verzoekt. De betreffende spoorvervoerder blijftdaarbij verantwoordelijk voor de daadwerkelijke uitvoering en eventuelebijsturing van de reisassistentie, conform de afspraken uit het Bestuursak-koord. Op het merendeel van de trajecten wordt door regionalevervoerders van deze service gebruik gemaakt.7. Hef de kilometergrens bij Valys-vervoer op en hef vervolgenshet Wmo-vervoer op.Ten aanzien van Valys-vervoer vragen zowel gebruikers van Valys als deTweede Kamer aandacht voor het aantal kilometers dat niet altijdtoereikend is voor iedereen.Recent is onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid van het uitvoerenvan de motie Agema4 die vraagt om het afschaffen van zowel dekilometerregistratie als de kilometergrens. Op basis van deze onderzoeks-resultaten is besloten de kilometergrens bij Valys-vervoer niet af teschaffen5. Hoewel het afschaffen van de kilometergrens op korte termijnverbetering voor de individuele reiziger kan opleveren, creëert hetafschaffen op langere termijn meerdere nieuwe knelpunten in hetdoelgroepenvervoer. Deze nadelige gevolgen voor alle reizigers in hetdoelgroepenvervoer wegen niet op tegen de individuele verbetering voorValys-reizigers. Daarbij sluit het niet aan bij het oorspronkelijke doel vanValys. Valys is altijd bedoeld als tijdelijke maatregel zolang het openbaarvervoer niet toegankelijk is. Naarmate het openbaar steeds toegankelijkerwordt (Bestuursakkoord Toegankelijkheid OV 2032), zal het gebruik vanValys afnemen. Zodoende kunnen we het aangepast vervoer blijvengaranderen voor mensen die dit nodig hebben omdat zij, ook zonderbegeleiding, met het OV kunnen reizen.Belangrijk voor de toekomst is de verkenning naar publieke mobiliteit.Eind vorig jaar is deze verkenning naar de Tweede Kamer gestuurd.6Publieke mobiliteit is een integraal publiek vervoerssysteem dat vooriedereen toegankelijk en passend is. Alleen in uitzonderingsgevallen isdan nog aanvullend passend vervoer nodig.Het richt zich op de integratie van openbaar vervoer, doelgroepenvervoer(waaronder Valys en Wmo-vervoer) en aanvullende vervoersvormen(zoals deelmobiliteit en vrijwilligersvervoer). Het doel is om de bereik-baarheid en sociale participatie te verbeteren binnen beschikbaremiddelen en omstandigheden. Rekening wordt gehouden met trends alsvergrijzing, personeelstekorten, afnemende bereikbaarheid in bepaalde4Kamerstukken II 2023/2024 24 170, nr. 3155Zie Kamerbrief inzake Onderzoeksrapport «Keuzes rond Valys», d.d. 16 juni 2026, Kamerstuk24 170, nr. 4036Kamerstukken II 2025/2026 23 645, nr. 877Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4045 regio’s en stijgende (uitvoerings)kosten. De aanbevelingen uit deverkenning, ten aanzien van reizigersbehoeften, regionale aanpak,geldstromen, (gedecentraliseerde) wettelijke taken, instituties enaansturing, worden op dit moment nader uitgewerkt. De resultatenworden opgenomen in het Kabinetsstandpunt Publieke Mobiliteit waaraanmomenteel in gezamenlijkheid met de Ministeries van Financiën, BZK,OCW en IenW wordt gewerkt.8. Start een proef waarin regionaal Wmo-vervoer wordt overge-nomen door Valys.Juridisch is het niet mogelijk om zonder meer een gedecentraliseerde taakbij een overheidsorgaan weg te halen. Daarbij is Valys geen wettelijketaak, maar buitengewoon begunstigend beleid. Het is altijd bedoeld alstijdelijke regeling, waarbij het de intentie is om mensen gebruik te latenmaken van OV-voorzieningen zodra deze toegankelijk zijn. Het is vanuitValys bezien (contractueel, beleidsmatig, financieel en uitvoeringstech-nisch) niet mogelijk danwel wenselijk om het Wmo-vervoer over tenemen. Zoals bekend zijn er grote knelpunten in het doelgroepenvervoer.De focus is daarom op een meer fundamentelere invulling van socialeinclusieve mobiliteit.Eind vorig jaar is daarom de verkenning naar publieke mobiliteit naar deTweede Kamer gestuurd.7 Publieke mobiliteit is een integraal publiekvervoerssysteem dat voor iedereen toegankelijk en passend is. Alleen inuitzonderingsgevallen is dan nog aanvullend passend vervoer nodig. Hetricht zich op de integratie van openbaar vervoer, doelgroepenvervoer(waaronder Valys en Wmo-vervoer) en aanvullende vervoersvormen(zoals deelmobiliteit en vrijwilligersvervoer). Het doel is om de bereik-baarheid en sociale participatie te verbeteren binnen beschikbaremiddelen en omstandigheden. Er zal rekening worden gehouden mettrends als vergrijzing, personeelstekorten, afnemende bereikbaarheid inbepaalde regio’s en stijgende (uitvoerings)kosten. De aanbevelingen uitde verkenning, ten aanzien van reizigersbehoeften, regionale aanpak,geldstromen, instituties en aansturing, worden op dit moment naderuitgewerkt. De resultaten worden opgenomen in het KabinetsstandpuntPublieke Mobiliteit waaraan momenteel in gezamenlijkheid met deMinisteries van Financiën, BZK, OCW en IenW wordt gewerkt.9. Schaf de 700 kilometergrens af.Recent is onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid van het uitvoerenvan de motie Agema8 die vraagt om het afschaffen van zowel dekilometerregistratie als de kilometergrens. Op basis van deze onderzoeks-resultaten is besloten de kilometergrens bij Valys-vervoer niet af teschaffen9. Hoewel het afschaffen van de kilometergrens op korte termijnverbetering voor de individuele reiziger kan opleveren, creëert hetafschaffen op langere termijn meerdere nieuwe knelpunten in hetdoelgroepenvervoer. Deze nadelige gevolgen voor alle reizigers in hetdoelgroepenvervoer wegen niet op tegen de individuele verbetering voorValys-reizigers. Daarbij sluit het niet aan bij het oorspronkelijke doel vanValys. Valys is altijd bedoeld als tijdelijke maatregel zolang het openbaarvervoer niet toegankelijk is. Naarmate het openbaar steeds toegankelijkerwordt (Bestuursakkoord Toegankelijkheid OV 2032), zal het gebruik vanValys afnemen. Zodoende kunnen we het aangepast vervoer blijven7Kamerstukken II 2025/2026 23 645, nr. 8778Kamerstukken II 2023/2024 24 170, nr. 3159Zie Kamerbrief inzake Onderzoeksrapport «Keuzes rond Valys», d.d. 16 juni 2026, Kamerstuk24 170, nr. 403Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4046 garanderen voor mensen die dit nodig hebben omdat zij, ook zonderbegeleiding, met het OV kunnen reizen.Belangrijk voor de toekomst is de verkenning naar publieke mobiliteitzoals bij punt 7 is toegelicht.Funderend onderwijs5. Hou bij nieuwbouw of opknappen van schoolgebouwen bij debouw al rekening met leerlingen met een beperking. Alle onder-wijsgebouwen moeten toegankelijk zijn voor alle kinderen.In de bouwregelgeving is vastgelegd dat nieuwe gebouwen toegankelijkmoeten zijn voor mensen met een functiebeperking. Hierbij gaat hetbijvoorbeeld op de afmetingen van deuren en doorgangen, de aanwe-zigheid van liften, en het ontbreken van obstakels zoals drempels. Ook zijnonderwijsinstellingen verplicht om in individuele situaties ervoor tezorgen dat een leerling onderwijs kan volgen. Hiervoor moeten zijdoeltreffende aanpassingen doen. In 2025 is de NEN-norm 9120 gepubli-ceerd, waarin op een eenduidige manier is vastgelegd wat toegankelijkegebouwen zijn.7. Luister meer naar ouders en kinderen. Leg dit ook vast inbesluitvorming.Met inwerkingtreding van de wet «Versterking positie ouders enleerlingen in het passend onderwijs», zijn vanaf 1 januari 2025 de ouder-en jeugdsteunpunten wettelijk verplicht. Per 1 augustus 2025 hebben alleleerlingen met een ontwikkelperspectief hoorrecht over het ontwikkelper-spectief. Leerlingen moeten worden gehoord in alle fasen van hetontwikkelingsperspectief: opstellen, bijstellen, vaststellen en evalueren.De school beschrijft in het ontwikkelingsperspectief de inbreng van deleerling en hoe deze van invloed is geweest op de vast- of bijstelling vanhet ontwikkelingsperspectief. De school koppelt terug aan de leerling hoediens mening van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van hetontwikkelingsperspectief. De wet vereist sinds 1 augustus 2025 vanscholen dat zij alle leerlingen vragen naar hun mening over de onder-steuning op school voordat zij de schoolgids vaststellen. In de schoolgidsneemt de school de inbreng van de leerlingen op hoe met die mening isrekening gehouden bij de vaststelling van de basisondersteuningsvoorzie-ningen.Middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs enwetenschappelijk onderwijs1. Breid het mbo-studentenfonds uit.Op 20 april 2026 is de rapportage over evaluaties van de Wetten«Versterken positie mbo-studenten» en de «Wet verbetering rechtsbe-scherming mbo-studenten» naar de Tweede Kamer gestuurd. In deevaluatie wordt geconstateerd dat de set aan maatregelen over hetalgemeen goed lijken te helpen voor studenten die er gebruik van mogenmaken. Het mbo-studentenfonds is echter niet bij alle studenten bekend.Van alle bevraagde studenten geeft 36% aan het studentenfonds tekennen, meestal via de studieloopbaanbegeleider, mentor of coach. Hettoegankelijk en begrijpelijk maken van de informatie, zodanig dat deinformatie de student ook echt bereikt en beklijft is uitdagend. Er is gestartmet een verkenning en gesprekken met JOB-mbo, MBO Raad en SBB omte kijken welke concrete afspraken over informatievoorziening gemaaktkunnen worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4047 Ook blijkt uit de evaluatie dat de 50 instellingen waarvan gegevensbeschikbaar waren, in het studiejaar 2023/2024 in totaal bijna € 8,3miljoen is uitgegeven aan het fonds. De helft van de instellingen heeft hetfonds met eigen middelen uitgebreid. Twee derde van dembo-instellingen vindt het budget voor het mbo-studentenfondstoereikend. Uit de evaluatie blijkt ook dat voor het mbo de meestetoekenningen uit het fonds gingen naar studenten met onvoldoendefinanciële middelen voor de aanschaf van onderwijsbenodigdheden.2. Maak de aanvragen makkelijker voor het mbo-studentenfondsen het studentenondersteuningsfonds.Uit de evaluatie van de wetten «Versterken positie mbo-studenten» en«Wet verbetering rechtsbescherming mbo-studenten», blijkt dat studentendie bekend zijn met het fonds, meestal via hun mentor/slb’er over demogelijkheden zijn geïnformeerd. Bij 80 procent van de instellingenkunnen studenten een schriftelijke aanvraag doen voor hetmbo-studentenfonds, bij 53 procent kan dit (ook) via de mentor/slb’er. Bijenkele instellingen wordt aangegeven dat studenten zich via verschillendekanalen (personen of digitaal) kunnen melden en dat ze daarna verderworden geholpen bij de aanvraag.Voor het hbo en wo geldt dat het Ministerie van OCW een onderzoek laatuitvoeren naar de maatwerk- en financiële voorzieningen op hogescholenen universiteiten met als doel het in kaart brengen van de bestaandeknelpunten. Dit onderzoek en de bijbehorende beleidsreactie10 is onlangsnaar de Kamer verstuurd. In het onderzoek wordt ook het studentenonder-steuningsfonds meegenomen.4. Er moeten landelijke richtlijnen komen voor alle onderwijs-instellingen over het aanbieden van andere (digitale) mogelijk-heden voor studenten met een functiebeperking.In de werkagenda heeft de Minister van OCW de verbetering van digitaletoegankelijkheid in het vervolgonderwijs opgenomen als maatregel.Momenteel wordt er gewerkt aan de uitvoering van deze maatregel. LidCeder (CU) heeft hiertoe ook twee moties ingediend. De moties vroegenom de Europese Toegankelijkheidsrichtlijn, die verplicht om bepaaldeproducten en diensten digitaal toegankelijk te maken, te verwerken in wet-en regelgeving in de zorg en het onderwijs en om de normen van de WebContent Accessibility Guidelines (WCAG) en inclusief digitaal ontwerpenop te laten nemen in de inkoopvoorwaarden voor digitale middelen,leerlingvolgsystemen en leeromgevingen, websites en apps. De Ministervan OCW heeft uw Kamer onlangs geïnformeerd over de uitvoering vandeze moties in een Kamerbrief.11 Tot slot ondersteunt het Expertise-centrum Inclusief Onderwijs (ECIO) mbo-, hbo- en wo-instellingen op hetgebied van toegankelijk onderwijs voor studenten met een ondersteu-ningsvraag.5. Leg digitale toegankelijkheid vast in de Wet educatie beroeps-onderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijkonderzoek.In de werkagenda heeft de Minister van OCW de verbetering van digitaletoegankelijkheid in het vervolgonderwijs opgenomen als maatregel.Momenteel wordt er gewerkt aan de uitvoering van deze maatregel. LidCeder (CU) (Kamerstuk 36 600 VII, nr. 62; Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 120)heeft hiertoe ook twee moties ingediend. De moties vroegen om de10Kamerstukken II 2025/26, 31 288, nr. 125911Kamerstukken II 2025/26, 31 288, nr. 1259Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4048 Europese Toegankelijkheidsrichtlijn, die verplicht om bepaalde productenen diensten digitaal toegankelijk te maken, te verwerken in wet- enregelgeving in de zorg en het onderwijs en om de normen van de WebContent Accessibility Guidelines (WCAG) en inclusief digitaal ontwerpenop te laten nemen in de inkoopvoorwaarden voor digitale middelen,leerlingvolgsystemen en leeromgevingen, websites en apps. De Ministervan OCW heeft uw Kamer onlangs geïnformeerd over de uitvoering vandeze moties in een Kamerbrief.12 Tot slot ondersteunt het Expertise-centrum Inclusief Onderwijs (ECIO) mbo-, hbo- en wo-instellingen op hetgebied van toegankelijk onderwijs voor studenten met een ondersteu-ningsvraag.6. Verplicht dat er een vast aanspreekpunt is op alle onderwijs-instellingen voor studenten met een beperking.Op mbo-instellingen is dit vaak al geregeld, in de vorm van de studieloop-baanbegeleider of ondersteuningspunt. De mbo-instellingen organiserendit ieder op hun eigen manier.De Minister van OCW laat een onderzoek uitvoeren naar maatwerk- enfinanciële voorzieningen in het hbo en wo, dat voor de zomer van 2026naar de Kamer wordt gestuurd (zie ook het antwoord bij punt 2). In hetonderzoek worden aanbevelingen gedaan op instellingsniveau enlandelijk niveau. Het instellen van een vast aanspreekpunt is eenmaatregel die op instellingsniveau kan worden ingezet.7. Verbeter digitale middelen en pas deze aan op de behoefte vanstudenten met een beperking.In de werkagenda heeft de Minister van OCW de verbetering van digitaletoegankelijkheid in het vervolgonderwijs opgenomen als maatregel.Momenteel wordt er gewerkt aan de uitvoering van deze maatregel. LidCeder (CU) heeft hiertoe ook twee moties ingediend. De moties vroegenom de Europese Toegankelijkheidsrichtlijn, die verplicht om bepaaldeproducten en diensten digitaal toegankelijk te maken, te verwerken in wet-en regelgeving in de zorg en het onderwijs en om de normen van de WebContent Accessibility Guidelines (WCAG) en inclusief digitaal ontwerpenop te laten nemen in de inkoopvoorwaarden voor digitale middelen,leerlingvolgsystemen en leeromgevingen, websites en apps. De Ministervan OCW heeft uw Kamer onlangs geïnformeerd over de uitvoering vandeze moties in een Kamerbrief.13 Tot slot ondersteunt het Expertise-centrum Inclusief Onderwijs (ECIO) mbo-, hbo- en wo-instellingen op hetgebied van toegankelijk onderwijs voor studenten met een ondersteu-ningsvraag.8. Geef studenten met een beperking een positie in demedezeggenschapsraden.Studentenmedezeggenschap in het mbo is onderdeel van de brederewetsevaluatie over de positie van mbo-studenten en rechtsbeschermingdie in de werkagenda wordt genoemd. Voor het mbo, hbo en wo geldt dathet niet voor de hand ligt om een zetel in de medezeggenschap tegaranderen voor studenten met een beperking. Dit komt mede doordathet een uitdaging is om voldoende kandidaten voor de medezeggen-schapsraad te vinden. Medezeggenschappers zijn vertegenwoordigersvoor de gehele studentenpopulatie van hun instelling, faculteit ofopleiding. De medezeggenschap heeft als nadrukkelijke wettelijke taak inhet bijzonder de inschakeling van personen met een handicap of12Kamerstukken II 2025/26, 31 288, nr. 125913Kamerstukken II 2025/26, 31 288, nr. 1259Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4049 chronische ziekte te bevorderen.14 Daarbij ligt het voor de hand dat demedezeggenschap contacten legt met organisaties en netwerken op huninstelling die zich breed inzetten met en voor studenten met een functie-beperking en met studenten in hun achterban.Voor deelname aan de raad is het wel van belang dat de raad vooriedereen toegankelijk is. Hierover is in 2023 door koepels en studentenor-ganisaties afgesproken: «...in overleg met leden van de medezeggenschapmet een functiebeperking besproken hoe zij zo effectief mogelijk hun rol inde medezeggenschap kunnen vervullen.»15In de meest recente editie van de Medezeggenschapsmonitor van hetInterstedelijk Studenten Overleg (ISO) is voor het eerst de toeganke-lijkheid van de medezeggenschap voor hbo- en wo-studenten met eenfunctiebeperking meegenomen. Slechts een beperkt deel geeft aan dathun raden niet of slechts gedeeltelijk toegankelijk zijn voor mensen meteen taal gerelateerde of fysieke ondersteuningsbehoefte.16 Kanttekeninghierbij is wel dat de uitvraag is gedaan onder alle medezeggenschappers(ook die zonder functiebeperking).Opleidingscommissies worden als het meest toegankelijk ervaren.Hybride vergaderen kan het animo voor deelname in het algemeenvergroten blijkt uit de monitor. Dit biedt ook kansen in de toegankelijkheidvan studenten met een beperking.9. Ontwikkel een platform waar studenten en stageplekken aanelkaar kunnen worden gekoppeld.In het hoger onderwijs wordt op verschillende manieren beleid, onderwijs(stagedocenten/studenten) en het werkveld aan elkaar verbonden via eenaantal co-creatieve programma’s. Daardoor is er een actief netwerkontstaan waardoor specifieke vragen over behoeften van studenten meteen functiebeperking snel kunnen worden opgepakt.In de leerlijn van het werkprogramma Stagediscriminatie in het hogeronderwijs wordt nadrukkelijk aandacht gegeven aan studenten met eenfunctiebeperking en hun stage. Op deze manier worden stagebegeleidersen stagecoördinatoren geprofessionaliseerd.Daarnaast is er door ECIO in 2024, in opdracht van directie mbo endirectie hoger onderwijs, een onderzoek uitgevoerd waarin concreteaanbevelingen aan het mbo en hoger onderwijs worden gedaan in relatietot stage(discriminatie) van studenten met een functiebeperking. Ook zijnin 2026 door hen de Inclusieve Stagecriteria opgesteld. Bij de totstand-koming hiervan zijn een aantal sessies georganiseerd waarbij zowel hetwerkveld als actoren uit het hoger onderwijs bij aanwezig waren.Ten slotte vindt periodiek afstemming plaats met de Landelijke werkgroeptegen stagediscriminatie in het hoger onderwijs waarin alle onderteke-naars van het manifest tegen stagediscriminatie in het hoger onderwijszitting hebben. Dit is een community waarin kennis, ervaring enonderzoek worden gedeeld en de voortgang van het Werkprogrammawordt besproken. Ook in dit overleg is aandacht voor studenten met eenfunctiebeperking en hun stagewensen.14Art. 9:32 lid 4 WHW en art. 10:19 lid 4 WHW15Versterking Medezeggenschap Hoger Onderwijs, Tweede Kamer, 2023, 31 288, nr. 1100,bijlage: Afspraken scholing, ondersteuning en communicatie16Oberon, Monitor Medezeggenschap Hogescholen en Universiteiten, zevende peiling, 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 40410 Naast het werkprogramma loopt het programma De Haagse Aanpak en deLandelijke Aanpak stagediscriminatie waarmee het Ministerie van OCWook is verbonden. Aan deze programma’s is een landelijke communityverbonden waarbij ook organisaties die zich richten op studenten met eenfunctiebeperking verbonden. Zij worden actief betrokken bij hetprogramma en kunnen op deze wijze hun expertise naar het onderwijsvertalen.Democratie1. Alle nieuwsprogramma’s moeten worden ondertiteld enaudiodescriptie krijgen.Met de NPO zijn in 2025 afspraken gemaakt over een onder- en boven-grens voor aanbod voorzien van audiodescriptie. Onder voorbehoud vanaanvullende middelen streeft de NPO ernaar jaarlijks 85 titels (ofseizoenen van titels) te voorzien van audiodescriptie. Als ondergrens gaatde NPO uit van 60 titels of seizoenen van titels. Hierover is de Kamergeïnformeerd in een brief.17 Deze afspraken zijn een aanvulling op dereeds geldende afspraken over audiodescriptie in de prestatieovereen-komst tussen OCW en de NPO. In deze prestatieovereenkomst staan ookafspraken over nieuwsuitzendingen die voorzien moeten zijn van NGT.3. Websites van de rijksoverheid moeten toegankelijk zijn en inbegrijpelijke taal geschreven worden.Overheidsorganisaties zijn verplicht om aan de wettelijke toegankelijk-heidseisen te voldoen vanuit het Tijdelijk Besluit Digitale ToegankelijkheidOverheid. Op dit moment voldoet 62% van alle overheidswebsites enapps aan de wettelijke eisen en 9% voldoet aan alle toegankelijk-heidseisen.5. Politieke partijen worden verplicht om te zorgen voor online-informatie over hun politieke partij. Informatie zoals kandidaten-lijsten en standpunten, moet toegankelijk zijn en in begrijpelijketaal zijn geschreven voor mensen met een beperking.In opdracht van het Ministerie van BZK voert Ieder(in) samen met eenpanel van ervaringsdeskundigen acties uit die politieke partijen moetenhelpen om hun partijprogramma’s toegankelijker te maken voor mensenmet een beperking en mensen met lage basisvaardigheden. Zo is er eenhandreiking over toegankelijke informatie aan politieke partijen gestuurd,zijn er webinars voor politieke partijen over toegankelijke verkiezingspro-gramma’s georganiseerd en is er een website over toegankelijkeinformatie voor politieke partijen gemaakt. Ook konden politieke partijenbij de Tweede Kamerverkiezing in 2025 advies krijgen over de toeganke-lijkheid en begrijpelijkheid van hun partijprogramma’s. Zeven politiekepartijen hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.6. Iedereen die behoefte heeft aan hulp bij het stemmen moet eenbegeleider mee kunnen nemen.Er is er een wetsvoorstel voorbereid en aan de Tweede Kamer verstuurd,om hulp in het stemhokje voor meer mensen mogelijk te maken. Hetstreven is dat het wetsvoorstel bij de provinciale staten en waterschaps-verkiezingen in 2027 van kracht is.17Kamerstukken II, 2024–2025, 32 827, nr. 371.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 40411 7. Alle stemhokjes moeten voor iedereen toegankelijk zijn.In het actieplan «Toegankelijk stemmen» staan acties om stemlokalentoegankelijker te maken. Zo brengt de Kiesraad bestaande handreikingenvoor het toegankelijk maken van stemlokalen bij gemeenten onder deaandacht (zoals die van de Vereniging Nederlandse gemeente (VNG), deOogvereniging en Alzheimer Nederland). Ook gaat de Kiesraad onder-zoeken hoe de Criteria Integrale Toegankelijkheid Stembureaus moetenworden aangepast, zodat ze meer rekening houden met mensen metverschillende fysieke beperkingen en aansluiten bij de nieuwe NEN-norm9120 voor toegankelijke gebouwen. Verder zal de Kiesraad in overleg metgemeenten onderzoeken hoe de toegankelijkheid van stemlokalen inbrede zin kan worden bevorderd en dit omzetten in concrete suggestiesen ondersteuning. Het Ministerie van BZK heeft in 2025 een workshopover toegankelijke stemlokalen gegeven aan projectleiders verkiezingenvan gemeenten. Het Ministerie van BZK geeft subsidie aan de Open StateFoundation voor de website www.waarismijnstemlokaal.nl. Hieropkunnen kiezers zien welke voorzieningen er in de stemlokalen zijn, zodatzij weten waar zij terecht kunnen om zo zelfstandig mogelijk hun stem uitte brengen. Het Ministerie van BZK geeft ook subsidie aan de StichtingProkkel om mensen met een licht verstandelijke beperking te latenmeedraaien op stemlokalen. De VNG heeft een lijst gemaakt met tips voorsimpele hulpmiddelen die de toegankelijkheid van het stemlokaal kunnenvergroten en deze bij gemeenten onder de aandacht gebracht. De VNGstimuleert gemeenten om lokale gehandicaptenplatforms en ervarings-deskundigen te betrekken bij de schouw van stemlokalen.9. Toets nieuwe wetgeving en nieuw beleid aan de hand van hetVN-verdrag Handicap.In de werkagenda VN-verdrag Handicap is een maatregel opgenomen datde Ministeries van VWS en BZK kennis over het VN-verdrag Handicapverder verspreiden bij beleidsmakers en wetgevingsjuristen. In november2025 is hiermee een eerste start gemaakt, door het organiseren van eenlezing voor wetgevingsjuristen over het VN-Verdrag Handicap, insamenwerking met de Academie voor wetgevingsjuristen en het Collegevoor de Rechten van de Mens. Er wordt bekeken om hier in 2026 eenvervolg aan te geven. Daarnaast zijn er gesprekken gestart om te komentot trainingen en e-learnings voor trainees, beleidsmedewerkers,wetgevingsjuristen en (top)managers. Tevens worden er gesprekkengevoerd met diverse departementen en externe partijen om de kennisbe-hoefte te peilen en te inventariseren hoe de kennisdeling opgezet kanworden. Daarnaast zijn departementen in gesprek om het VN-verdragHandicap onderdeel te laten zijn van het beleidskompas.Zorg en ondersteuning1. Organiseer één loket voor hulpmiddelen.In de werkagenda VN-verdrag Handicap wordt gewerkt aan het verbeterenvan de toegang tot hulpmiddelen door middel van het verbeteren enactualiseren van de convenanten «Maatwerkprocedure toegang hulpmid-delen» en «Meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen enroerende woonvoorzieningen bij een verhuizing». De VNG stimuleertmeer gemeenten deze convenanten te ondertekenen. Daarnaast wordt erin 2026 en in 2028 een monitor hulpmiddelen uitgevoerd. Hierin wordende ervaringen van hulpmiddelengebruikers in beeld gebracht en gekekenwat er verbeterd kan worden aan het aanvraagproces.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 40412 Voor sporthulpmiddelen wordt er gewerkt aan een loket Uniek Sporten(onderdeel van Fonds Gehandicaptensport). Dit wordt gedaan om tezorgen voor een toegankelijker, kostenefficiënter, duurzamer en eenvou-diger proces voor sporters met een beperking. Op dit moment wordt eenpilot uitgevoerd met het kosteloos ondersteunen van gemeenten metdeskundig advies, beoordeling en ontlasting van de administratieve last.Bovendien wordt bij dit loket de gebruiker geadviseerd welke sportbeoefend kan worden met de beperking die iemand heeft. Ook wordt in depilot onderzocht of sporthulpmiddelen in bruikleen verleend kunnenworden.Tenslotte blijft bij het centrale loket een financieel vangnet voor duresporthulpmiddelen die niet volledig vanuit de Wmo vergoed worden. Inoktober 2025 is Uniek Sporten gestart met een pilot voor het centraleloket. Met deze pilot wordt getoetst of de voorgestelde invulling van ditcentrale loket daadwerkelijk bijdraagt aan een toegankelijker, kosteneffici-ënter, duurzamer en eenvoudiger proces voor sporters met een beperking.Inmiddels zijn 25 gemeenten aangehaakt bij de pilot.2. Bij beoordeling voor hulpmiddelen moet meedoen op allelevensgebieden (sport/wonen/onderwijs/mobiliteit/werk/vrije tijd)een norm zijn.Bij de verstrekking en beoordeling van hulpmiddelen zijn veel partijen (decliënten zelf en hun naasten, leveranciers, gemeenten, zorgverzekeraars,zorgkantoren, UWV en zorgverleners) betrokken. Al deze partijen zijn zichervan bewust dat passende hulpmiddelen voor mensen met eenbeperking voorwaardelijk zijn om optimaal te functioneren in demaatschappij, op alle levensgebieden. In het Landelijk normenkaderhulpmiddelen is daarom het gehele proces van aanvraag tot levering,onderhoud en reparatie van hulpmiddelen beschreven, waarbij ook allelevensdomeinen betrokken worden. Samenwerking tussen partijen in detoegang, levering en het gebruik (en onderhoud) van hulpmiddelen iscruciaal om dit waar te kunnen maken. In de monitor hulpmiddelen, diena de zomer naar de Tweede Kamer wordt gestuurd, wordt dit procesgeëvalueerd en zal er gekeken worden naar wat er verder verbeterd kanworden.Daarnaast is in de werkagenda VN-verdrag Handicap opgenomen dat ereen modelbeleid voor de verstrekking van sporthulpmiddelen is engemeenten worden gestimuleerd dit te gaan hanteren. Hierin wordtvastgesteld dat Sporten en bewegen ook tot participatie en meedoenbehoren. Inmiddels is de werkgroep van gemeenten «Sporthulpmiddelenbinnen de Wmo» tot aanvullend modelbeleid gekomen voor eenconsistente en heldere afbakening van de verantwoordelijkheden vangemeenten ten aanzien van de verstrekking van sporthulpmiddelenbinnen de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. De notitie «AanvullendWmo-modelbeleid voor sporthulpmiddelen» is op 16 april 2025 overge-nomen in de commissie ZJO (zorg, jeugd en onderwijs) van de VNG.Daarnaast is in de werkagenda opgenomen dat het Ministerie van VWS inieder geval met de VNG, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en belangen-organisaties in gesprek gaat over hoe de toegang tot hulpmiddelen meerkan aansluiten op het VN-verdrag Handicap.4. Vanuit de intramurale Wlz moet iemand ook aanspraak kunnenmaken op hulpmiddelen thuis.De toenmalige Minister voor Langdurige Zorg en Sport heeft op21 augustus 2023 met Ieder(in), VNG, Firevaned en de VerenigingGehandicaptenzorg Nederland (VGN) landelijke afspraken gemaakt overTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 40413 het behoud van hulpmiddelen thuis voor cliënten die verhuizen naar eenWlz-instelling en aangeven thuis te willen logeren. Deze afspraken gaanonder meer over de cliënten en de Wmo-hulpmiddelen die hiervoor inaanmerking komen, de processtappen, de financiering, de communicatieover de afspraken (o.a. via Regelhulp) en de evaluatie van de afspraken in2025.Eind 2025 heeft deze evaluatie plaatsgevonden, waarbij aan vertegen-woordigers van Ieder(in), VNG, VGN en Firevaned is gevraagd om hunervaringen bij hun achterban op te halen en met elkaar te delen. Ook isvanuit het Ministerie van VWS met een aantal ergotherapeuten vangehandicaptenzorginstellingen gebeld om naar hun ervaringen te vragen.Uit deze evaluatie is naar voren gekomen dat de landelijke afspraken in depraktijk over het algemeen redelijk tot goed worden nageleefd, maar datde landelijke afspraken nog niet bij iedereen bekend zijn. Hierom isafgesproken om de afspraken opnieuw bij gemeenten, cliënten energotherapeuten van zorginstellingen onder de aandacht te brengen. Ditvindt gelijktijdig plaats met de communicatie over de convenanten die inhet kader van de Verbeteragenda zijn opgesteld en momenteel alsonderdeel van de werkagenda worden geëvalueerd, zoals hetmeeverhuisconvenant.6. Bepaal met tolkgebruikers wanneer een tolkvoorziening echtnodig is.Het Ministerie van VWS kijkt samen met tolkgebruikers, tolken, belangen-organisaties van tolkgebruikers en tolken en UWV (als uitvoerder van devoorziening) naar een nieuwe inrichting van de tolkvoorziening in hetleefdomein, die (nog) beter aansluit bij de behoefte van de gebruikers. Hetgaat dan onder andere over de inzet van tolkuren in het buitenland, hetaanvraagproces van maatwerkuren en de inzet van tolken in grensge-bieden.Tot 1 april 2025 was er een 24-uurs achterwacht om belangrijkeopdrachten uit te voeren wanneer er geen reguliere tolk gevonden konworden. Het gaat hierbij om opdrachten waarvan de intentie is dat diealtijd vervuld moeten worden, zoals een uitvaart, medische situatie enhuwelijk (zgn. calamiteiten). Deze regeling werkte niet naar tevredenheidvan gebruikers, ministeries en UWV, omdat er regelmatig geen tolk werdgevonden voor deze calamiteiten. Om dit te verbeteren is op 1 april 2025gestart met de eenjarige pilot Achterwacht 2.0. Deze is per 1 april 2026structureel ingevoerd. Er is nu structureel een pool van tolken beschikbaarvoor inzet bij calamiteiten. Hiermee is het aantal calamiteiten waarbij geentolk gevonden kon worden afgenomen. Bij de oude achterwachtsyste-matiek kon in ongeveer 30% van de calamiteiten geen tolk wordengevonden. Dat aantal is afgenomen naar ongeveer 3% van de situaties.7. Maak een aparte status binnen de Zvw, Wmo en Wlz voor zorgen ondersteuning bij mensen met een levensbrede en levenslangebeperking.Het Ministerie van VWS herkent dat het zorgstelsel ingewikkeld kan zijnvoor mensen met een levensbrede en levenslange beperking. Daarom zethet kabinet in op een meer eenvoudige en laagdrempelige toegang totzorg en ondersteuning. Dit is onderdeel van de werkagenda van deNationale Strategie VN-verdrag Handicap. Eén van de maatregelen betrefthet ontwikkelen van één digitaal informatiepunt en het stimuleren vanvroegtijdig en integraal samenwerken. Dit betekent dat op elke plek in degemeente mensen aankloppen met hun hulpvraag, zij altijd goed wordengeholpen of doorverwezen. Dit gebeurt op basis van de werkwijze enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 40414 uitgangspunten van het programma Inrichten overheidsbrede lokettenvan het Ministerie van BZK. Ook de maatregelen vanuit hulpmiddelendragen bij aan het verbeteren van de toegankelijkheid van zorg enondersteuning.Verder wordt via de Toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensenmet een beperking gewerkt aan verbeteringen in de toegang door o.a. debekendheid en kwaliteit van cliëntondersteuning te vergroten, zodatmensen geholpen en ondersteund worden bij het vinden en regelen vanzorg en ondersteuning.Het kabinet zet zich daarnaast in om de zorgwetten beter op elkaar af testemmen, zoals op verschillende plekken in het coalitieakkoord isafgesproken. Ook in het HLO zijn hier afspraken over gemaakt voor deouderenzorg. Hiertoe doet het kabinet een verkenning naar oplossings-richtingen voor knelpunten op de grensvlakken van de Wmo2015, Zvw,Wlz en Jeugdwet. De verwachting is dat deze verkenning gereed is eind2026.10. Reële tarieven in het PGB.Om gemeenten te ondersteunen bij het vaststellen van reële tarieven, enom verschillen in de gehanteerde tarieven te beperken, is een handreikingvoor toereikende pgb-tarieven ontwikkeld die eind 2024 gereed isgekomen. De handreiking is vooral gericht op formele tarieven. Ten tijdevan de handreiking kwamen er verschillende uitspraken over pgb-tarievenvan de Centrale Raad van Beroep (CRvB). In 2023 oordeelde de CRvB datvoor hulp uit het sociaal netwerk minimaal het tarief uit de cao Verpleeg-,Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) moet worden vergoed. In 2025kwam de CRvB op dat oordeel terug. De CRvB oordeelde dat gemeentenzorg uit het sociaal netwerk wel met het minimumloon mogen vergoeden.De uitspraken gaan niet over het tarief voor beroepsmatige zorgverlenersmet een mbo-zorgopleiding of langjarige vergelijkbare praktijkervaring.De uitspraken staan een hoger tarief voor deze groep niet in de weg. Eenhoger tarief voor de zorgverleners uit deze groep is wenselijk. VWS zalgemeenten vragen hier gevolg aan te geven.Deze recente wijzigingen worden via de VNG gecommuniceerd naargemeenten. Alle wijzigingen moeten komende periode in gemeentelijkbeleid worden opgenomen. Het Ministerie van VWS wil eerst bezien hoedeze wijzigingen worden ingevoerd, want de invoering van alle nieuwetarieven vraagt tijd en inzet van gemeenten. Die tijd moeten gemeentenook krijgen.Een vergelijkbare handreiking voor de Wlz en Zvw is niet nodig omdat inde Wlz recentelijk het pgb op maat is ingevoerd. Dit verplicht zorgkan-toren bij vaststelling van de zorgovereenkomst samen met de budget-houder te bezien welk budget nodig is voor de in te kopen zorg. Hetpgb-tarief in de Zvw maakt deel uit van een private overeenkomst tussenbudgethouder en verzekeraar.11. Organiseer het PGB vanuit vertrouwen, dus weg met deadministratieve lasten.Het eenvoudiger maken van de uitvoering van het pgb is niet makkelijkomdat, de complexiteit van het stelsel een effectieve aanpak bemoeilijkt.Zo kan vermindering van administratieve lasten bij budgethoudersbijvoorbeeld weer leiden tot vergroting van lasten bij de uitvoerders.Samen met ketenpartijen is er gezocht naar maatregelen met draagvlak,bijvoorbeeld het uniformeren van formulieren en zorgen voor een«warme overdracht». Het is echter nog niet gelukt om de gesignaleerdeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 40415 verbeterpunten om te zetten in actie. Wel bieden het PGB portaal en deSociale Verzekeringsbank (SVB) budgethouders een goede ondersteuningwat ook de ervaren regeldruk beperkt.Eén van de belangrijkste onderwerpen bij het vergroten of terugwinnenvan het vertrouwen, is om, waar mogelijk, verlengde indicaties te stellen.Dit is voor vrijwel het hele pgb (met uitzondering van de medischekindzorg) opgepakt. Het onderwerp beperking van de administratieve lastin het pgb is continu onder de aandacht bij het Ministerie van VWS.12. Geef langdurige indicaties af in alle zorgwetten.De afgelopen maanden is samen met partijen een plan opgesteld en in deKamerbrief over de voortgang van het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorgbegin 2026 is een update gegeven.18 Voor het vereenvoudigen vanherindicaties heeft het CIZ een uitvoeringstoets uitgevoerd. Omdat het CIZhaar zaaksysteem nu aanpast, zal de uitvoering van start gaan zodra deaanpassingen in het zaaksysteem zijn doorgevoerd. De planning is medio2026. Vervolgens wordt onderzocht of de aanpassingen van het herindica-tieproces ook voor andere Wlz-sectoren, voor mensen die zorg thuisontvangen en voor eerste indicaties kunnen gelden.Momenteel wordt er een onderzoek uitgevoerd door Significant ominzichtelijk te maken hoe gemeenten al werken met een langere beschik-kingsduur. De resultaten hiervan worden naar verwachting juli 2026opgeleverd.13. Stap over op één loket voor het PGB.Dit onderwerp heeft een digitale en fysieke component. In de digitale lijnworden overheidsbrede loketten ingericht. Ook de toegang tot zorg wordtin het programma «Inrichten overheidsbrede loketten» meegenomen. Inde fysieke lijn wordt in enkele gemeente beproefd hoe overheidsin-stanties, gemeenten en zorgpartijen aan de hand van het «altijd de juistedeur» principe samen kunnen werken. Daarnaast loopt in Eindhoven eenpilot waarin gemeenten en een zorgverzekeraar samenwerken in eenactieonderzoek om personen met een levenslange levensbrede beperkingte koppelen aan vaste contactpersonen. Deze gecoördineerde activiteitenmaken het organiseren van een apart loket voor het pgb vooralsnog nietnodig en zelfs strijdig met het principe van «altijd de juiste deur».14. Stap over op een allesomvattend PGB.Het huidige kabinet legt de prioriteit bij het specifieker inzetten van hetpgb voor mensen die in staat zijn eigen regie op hun zorg te voeren enhier een bewuste keuze voor maken. Daarnaast wordt het werkgeverschapbinnen het pgb interdepartementaal aangepakt.Gebouwen3. Vertaal de integrale toegankelijkheidsstandaard in NederlandseNormen.In februari 2025 is de NEN-norm 9120 voor toegankelijkheid vangebouwen gepubliceerd. De eerste twee jaar na het publiceren van deNEN-norm 9120 wordt gemonitord hoe de bouwsector de (delen van) denieuwe NEN-norm 9120 vrijwillig oppakt. Verder zal gemonitord worden18Kamerbrief over voortgang Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg «Samen voor kwaliteit vanbestaan» | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 40416 wat de drijfveren van de opdrachtgevers zijn om (onderdelen van) deNEN-norm 9120 wel/niet toe te passen. Daarna zal bezien worden ofbepaalde delen van de NEN-norm 9120 in het Besluit bouwwerken enleefomgeving (Bbl) opgenomen kunnen worden.6. Er wordt advies gevraagd over toegankelijkheid van alleoverheidsgebouwen.Tijdens het wetgevingsoverleg, begrotingsonderdeel gehandicaptenbeleidvan het Ministerie van VWS op 9 maart is door het lid Westerveld eenmotie ingediend over toegankelijkheid van overheidsgebouwen.19 Naaraanleiding van deze motie vinden er op dit moment gesprekken plaatstussen het Ministerie van VWS, VNG, IPO, Unie van Waterschappen enRVB.Verder zijn door het Ministerie van BZK stappen gezet om advies in tewinnen bij deskundigen, ten aanzien van prioritering van onderdelen entype gebouwen.7. Onderzoek de mogelijkheden van subsidie voor ondernemersom hen te helpen met het toegankelijker maken van hun gebouw(private gebouwen).MKB-Nederland ontvangt op dit moment subsidie om bewustwordingover toegankelijkheid te creëren bij ondernemers, waarbij er tevenshandelingsperspectief wordt geboden en aandacht is voor sectoralesamenwerking.Tot slotDe actualisatie van de initiatiefnota laat zien dat er op verschillendeterreinen vorderingen zijn gemaakt samen met diverse ministeries,vertegenwoordigende organisaties en met de mensen met een beperking.Gezamenlijk zijn we verantwoordelijk zorg te dragen voor een verdereuitvoering van de werkagenda VN-verdrag Handicap om zo een veran-dering in de positie van mensen met een beperking te realiseren.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. Sterk19Kamerstuk 36 800 XVI, nr. 162 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 40417
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.