Voortgang energiebeleid gebouwde omgeving
Brontekst
Versie 14ea07284ea192ea · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 847Integrale visie op de woningmarkt30 196Duurzame ontwikkeling en beleidNr. 1498 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 6 juli 2026Uw Kamer heb ik de afgelopen periode via meerdere brieven geïnfor-meerd over een aantal prioritaire onderwerpen op het gebied van deverduurzaming van de gebouwde omgeving; onder andere de KamerbriefIsolatieoffensief/Energiehuis.1 In deze brief ga ik graag in op een aantaltoezeggingen en moties, en op de voortgang van enkele belangrijkeinstrumenten die voor de verduurzaming van woningen en utiliteitsbouwworden ingezet.Het gaat hierbij om:–de voortgang en evaluatie van de subsidieregeling voor de verduurza-ming van maatschappelijk vastgoed (DUMAVA);–een aantal toezeggingen rondom Nationaal Warmtefonds;–gebouwgebonden financiering;–de evaluatie van de Energie Prestatie Vergoeding (EPV);–een meting van de energielabels in woningen private verhuur;–verduurzaming van Verenigingen van Eigenaren (VvE’s);–de impact voor woningbouw in Utrecht van de pauzeknop vooraansluiting op het stroomnet (Toezegging Z202605–043);–de motie Klos inzake lokale energiehulporganisaties.Subsidie duurzaam maatschappelijk vastgoed steeds belangrijkerSinds 2022 zijn er met de Subsidieregeling Duurzaam MaatschappelijkVastgoed (DUMAVA) tot en met 2025 ruim 6.000 aanvragen gedaan,waarmee vele scholen, ziekenhuizen, buurthuizen, sportclubs engebouwen van gemeenten verduurzaamd worden. Hiermee maken dezeeigenaren hun gebouw energiezuiniger, hebben ze een lagere energiere-kening en wordt Nederland minder afhankelijk van energie uit hetbuitenland. Voor vastgoed met een belangrijke maatschappelijke functie,zoals onderwijs, zorg en overheden is dit van des te groter belang. Ook1Kamerstuk 32 847, nr. 1490: Brief aan Parlement – Isolatieoffensief en Energiehuis kst-32847-1498ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14981 met het oog op de voorbeeldrol van publieke gebouwen en de Europeseverplichtingen voor deze doelgroep is het nodig dat de regeling hen blijftondersteunen.2 Voor de periode 2024 tot en met 2030 is vanuit hetKlimaatfonds € 1,9 miljard beschikbaar gesteld, waarvan inmiddels circa€ 750 miljoen is besteed. Na die tijd zijn geen middelen gereserveerd.In 2025 heb ik uw Kamer toegezegd de DUMAVA te evalueren en u teinformeren over de resultaten. Bijgevoegd vindt u het evaluatierapportvan CE Delft.3 De aanbevelingen uit het rapport heb ik grotendeelsovergenomen en verwerkt in de wijzigingsregeling van de DUMAVA. Denieuwe regeling is onlangs gepubliceerd ter voorbereiding op de nieuweopenstelling per 1 juni.4 In het onderstaande informeer ik u over deresultaten van de evaluatie en hoe ik met de aanbevelingen benomgegaan. Ook wil ik u de actuele financiële situatie schetsen nu een deelvan de Klimaatfondsmiddelen, waarmee de DUMAVA bekostigd wordt,besteed is.DUMAVA heeft een belangrijke bijdrage aan de verduurzamingsdoelenHet evaluatierapport van CE Delft toont aan dat de regeling doeltreffendis. Dat stemt mij positief en is voor mij aanleiding om de kern van deregeling te behouden. Veel gebruikers zijn tevreden over de regeling engeven aan dat de DUMAVA hen stimuleert om verder te verduurzamendan oorspronkelijk de bedoeling was. Dit sluit aan bij het doel van deregeling: eigenaren stimuleren om gebouwen naar een hoog energiepres-tatieniveau te brengen.De projecten die tot en met 2025 met de DUMAVA zijn gefinancierd,zorgen cumulatief voor een bruto CO2-reductie van tot 209 kton per jaar.Dat is een aanzienlijke impact. CE Delft benadrukt wel dat dit eenprognose is, omdat veel projecten nog in uitvoering zijn. Bovendienneemt de reductie toe met elke nieuwe subsidieronde; dit zal ik dan ookblijven monitoren.Naast CO2-reductie draagt de DUMAVA bij aan de renovatieverplichtingdie voortvloeit uit de Europese Energy Efficiency Directive. Het onder-zoeksbureau concludeert dat de DUMAVA in 2024 verantwoordelijk wasvoor 46% van de jaarlijkse renovatiedoelstelling van 3% van het totalevloeroppervlak van gebouwen van overheidsinstanties.Doelmatigheid DUMAVA past bij de hoge doelen en blijvende inzet opontzorgingNaast doeltreffendheid is ook gekeken naar doelmatigheid en hetdoenvermogen van gebruikers van de regeling. Over de doelmatigheidwordt opgemerkt dat deze iets lager is dan bijvoorbeeld bij de ISDE. Ditkomt doordat de regeling inzet op vergaande verduurzaming vancomplexe gebouwen, waar relatief hoge kosten aan verbonden zijn. Juistdie vergaande verduurzaming is belangrijk, omdat het doel van deEuropese richtlijnen is om emissievrije gebouwen (ZEB) te realiseren.Bovendien is het voor een zorginstelling of schoolgebouw meestalefficiënter om het gebouw in één keer goed aan te pakken, in plaats vaniedere tien jaar kleine aanpassingen te doen.De uitvoeringskosten van de DUMAVA zijn relatief laag. CE Delft geeft welaan dat een DUMAVA-aanvraag veel doenvermogen kan vragen vanorganisaties die nog niet bekend zijn met de regeling en die gerundworden door vrijwilligers. De belemmeringen zitten dan niet zozeer in het2Kamerbrief EPBD IV: Brief aan Parlement – Stand van zaken implementatie EPBD IV3Evaluatierapport DUMAVA 2022–20254Stcrt. 2026, nr. 16962Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14982 aanvraagproces zelf, maar vooral in onvoldoende overzicht over welkemaatregelen het meest passend zijn. Ik zal de komende tijd blijveninzetten op het ontzorgen van dergelijke organisaties.Voor de meeste aanvragers zijn de administratieve lasten die bij eenDUMAVA-aanvraag komen kijken acceptabel en vergelijkbaar met die vanandere subsidieregelingen.Aanpassingen van de DUMAVA op basis van de evaluatieDe evaluatie laat zien dat de regeling doeltreffend en doelmatig is. Hoewelde conclusies overwegend positief zijn, laat de evaluatie ook zien dat deregeling op een aantal onderdelen toegankelijker kan. De aanbevelingenvan CE Delft hierover heb ik grotendeels verwerkt in de onlangs gepubli-ceerde wijzigingsregeling. Zo is het minimum subsidiebedrag peraanvraag omlaaggegaan, zodat ook kleinere projecten in aanmerkingkomen voor subsidie. Daarnaast zijn de voorwaarden voor isolerend glasen zonnepanelen eenvoudiger en is de voorwaarde die in bepaaldegevallen van toepassing is om van het gas af te gaan, versoepeld. Ditgeldt wanneer het elektriciteitsnet nog geen ruimte biedt om meerelektriciteit te gaan gebruiken of opwekken. In dat geval kun je subsidieaanvragen voor voorbereidende maatregelen om de gasaansluiting laterte verwijderen. Ik blijf kijken wat binnen de regeling mogelijk is omenerzijds de impact op netcongestie te beperken en anderzijds zoveelmogelijk ruimte te behouden voor verduurzamingsmaatregelen die weluitvoerbaar zijn. Voor een overzicht van alle aanpassingen verwijs ik unaar de toelichting op de wijzigingsregeling 2026.5Nationaal Warmtefonds en gebouwgebonden financieringMogelijkheden Nationaal Warmtefonds voor woningeigenaren inschuldhulpMijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer toegezegd te verkennen welkemogelijkheden er zijn bij Nationaal Warmtefonds voor financiering aanwoningeigenaren in een schuldhulptraject.6 Nagenoeg alle woningeige-naren kunnen lenen bij Nationaal Warmtefonds. Een lening is echter nietmogelijk als een woningeigenaar in het verleden onbereikbaar was voorschuldeisers, een achterstand heeft bij een zakelijke verplichting of eenschuldregeling heeft. Heeft een woningeigenaar een betalingsachterstandop een lening of krediet? Dan moet deze achterstand eerst wordeningehaald. Nationaal Warmtefonds hanteert geen wachttijd, dus na hetinlopen van de achterstand kan de eigenaar direct de energiebespaar-lening aanvragen.Voor woningeigenaren in een schuldtraject geldt als uitgangspunt datmen geen nieuwe schulden aangaat. Aan de andere kant is het ookwenselijk om hen de mogelijkheid te bieden hun woning te verduurzamenen daarmee de energielasten direct te verlagen. Of financiering mogelijkis, hangt af van het type traject. In alle gevallen is toestemming van deverantwoordelijke partij doorslaggevend:•Bij mensen onder bewind is er ruimte, mits de bewindvoerder instemten de investering leidt tot lagere maandlasten.•Voor mensen in een minnelijk schuldhulptraject is dit complexer enalleen soms mogelijk als de gemeente en de betrokken kredietbankakkoord gaan en de afgesproken regeling niet wordt verstoord.•Voor mensen in de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) isde ruimte vrijwel nihil, omdat een nieuwe lening al snel in strijd is met5Stcrt. 2026, nr. 169626Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 32 847, nr. 1014Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14983 de wettelijke verplichtingen en het risico bestaat dat de schuldsaneringmislukt.Onderzoek gebouwgebonden financieringHet idee van een gebouwgebonden financiering voor verduurzaming vaneen koopwoning is op het eerste gezicht interessant. Tegelijk bleek hetmaken van een juridische basis voor gebouwgebonden financiering eneen praktische uitwerking die de mensen echt helpt, in het verleden erglastig. Samengevat is het idee dat de lening «gebouw gebonden» is, dusbij verkoop in principe meegaat naar de volgende eigenaar. Daarnaast ishet idee om kostenneutraal te financieren, waarbij de energierekeninggegarandeerd lager is waarmee de lening afgelost zou moeten worden.Dat zou mogelijk maken dat de kredietverstrekker bij het geven van delening niet hoeft te toetsen op inkomen. Afgelopen periode is dit ideeuitgewerkt en ik heb hierover advies ontvangen van KMPG (zie bijlage 1).Ik zal dit najaar inhoudelijk reageren op dit advies.Modernisering energieprestatievergoeding woningcorporatiesDe energieprestatievergoeding (EPV) is een wettelijke vergoeding die eenwoningcorporatie aan een huurder mag vragen wanneer de woning doorverduurzaming energie opwekt, mits de corporatie een gegarandeerde,zeer energiezuinige prestatie van de woning levert. Bij het Besluitmodernisering Energieprestatievergoeding in 2023 is aangekondigd datde EPV geëvalueerd zou worden. Daarbij is ook aangekondigd dat dewettelijk vastgelegde tarieven zo nodig worden herijkt in verband metwijzigingen in de salderingsregeling.Evaluatie EPV door Sijpheer EnergieUit de kwalitatieve evaluatie van de EPV door Sijpheer Energie blijkt eensterke waardering voor het principe van de EPV.7 Enerzijds bevestigt deevaluatie dat het principe van de EPV werkt: het biedt een oplossing voorde split-incentive8 en stimuleert energiebesparing. Anderzijds achten veelverhuurders de EPV-complex, administratief belastend en financieelonzeker. Daarbij geven woningcorporaties aan dat toekomstbestendigheidvan de EPV vraagt om meer ruimte voor collectieve opwek, gedeeldeinstallaties en toepassing in meergezinscomplexen. Huurders geven aanbehoefte te hebben aan duidelijke en herhaalde instructies over energie-zuinig handelen, een laagdrempelig aanspreekpunt en beter inzicht in deprestaties van de woning via app of rapportage. Ook blijkt uit de evaluatiedat het verwachte, maar versnelde wegvallen van de salderingsregelingde continuïteit onder druk zet: woningcorporaties heroverwegen lopendeprojecten en zetten nieuwe EPV-projecten grotendeels stil. Een deel vande huurders maakt zich zorgen over stijgende woonlasten.Onderzoek EPV door adviesbureau BDH: collectieve opwekOver de door verhuurders genoemde mogelijkheden voor collectieveopwek, gedeelde installaties en toepassing in meergezinscomplexen iseen onderzoek uitgevoerd door BDH.9 Uit dit onderzoek en gesprekkenmet de markt bleek dat een EPV voor collectieve systemen niet doelmatig7https://open.overheid.nl/details/da801242–285a-43e8–8c3d-4fe3cbfb46d78De split-incentive betekent dat de directe voordelen van de investering in verduurzamingworden gedaan door de verhuurder, maar (grotendeels) ten gunste van de huurder komen inde vorm van een lagere energierekening. De verhuurder heeft zo niet altijd een prikkel om teverduurzamen.9https://open.overheid.nl/details/8e1c973c-c6b1–4ba2–9147-be11b5ed6ec0Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14984 is. Dit komt door de hoge technische complexiteit, de grote variatie aancollectieve systemen, onzekerheid over de te realiseren schaal, afhanke-lijkheid van de salderingsregeling bij de EPV en de ervaringen vanverhuurders met de huidige EPV.Onderzoek DGMR: herijking EPV-tarieven vanwege afschaffensalderingsregelingVoor de huidige EPV is bezien hoe sterk de EPV-tarieven moeten wordenherzien met het oog op het belang van zowel verhuurders als huurders,vanwege het afschaffen van de salderingsregeling.10 Bij verhuurdersspeelt het belang dat deze tarieven bijdragen aan de exploitatiemogelijk-heden van de woning. Voor huurders gaat het om de maandelijksewoonlasten. De herijking betekent een aanpassing van de EPV-tarieven,afwijkend van de jaarlijkse indexering op basis van de consumentenprijs-index. DGMR heeft onderzocht hoe ver de EPV-tarieven moeten dalen omwoonlastenneutraliteit voor huurders te behouden na afschaffing van desalderingsregeling. Uit dit onderzoek blijkt dat de tarieven moeten dalen.Een verlaging verlaagt de woonlasten voor huurders, maar leidt wel totlagere inkomsten voor verhuurders. Uit een eerdere raming van Aedes ende Woonbond blijkt dat woonlastenneutrale tarieven een inkomsten-derving van circa € 10 miljoen per jaar zouden betekenen. Dit creëert eenfinancieel verdelingsvraagstuk. Ik zal de huidige EPV-tarieven herzien inhet licht van de afschaffing van de salderingsregeling. Een wijziging vande tarieven vereist een aanpassing van de regelgeving. De internetconsul-tatie hiertoe start deze zomer.Vervolg EPV: instrument behouden, maar beperkt schaalbaarIk stel vast dat de meerwaarde van de EPV voor de verduurzamings-opgave beperkt is geweest. Ook constateert het kabinet dat de moderni-sering naar EPV 2.0, de knelpunten op het gebied van complexiteit enadministratieve lasten niet in voldoende mate heeft weggenomen. Daarbijzet het kabinet in de huursector in op andere instrumenten voor verduur-zaming, zoals binnen het Woningwaarderingsstelsel, de NationalePrestatieafspraken, het uitfaseren van energielabels E, F en G bij huurwo-ningen en financiële regelingen. De EPV in haar huidige vorm is hiermeegeen breed schaalbaar instrument meer voor verduurzaming.Tegelijkertijd zie ik dat er verhuurders zijn die met de EPV goedeervaringen hebben en de regeling ook in de toekomst willen blijventoepassen. Daarom wil ik de EPV als instrument in stand laten.Verhuurders van bestaande EPV-woningen behouden zo de mogelijkheiddeze woningen onder de huidige systematiek te blijven verhuren, en deregeling blijft beschikbaar voor verhuurders die in nieuwe projectenbewust voor toepassing van de EPV kiezen.Op dit moment kies ik er niet voor om de technische eisen en kwalificatiesvan de EPV aan te passen. De verwachting is dat een aanpassing van hetEPV-concept onvoldoende extra toepassing zal opleveren gezien dehierboven beschreven beperkte meerwaarde voor de verduurzamings-opgave. Wel houd ik, samen met het Ministerie van Economische Zakenen Klimaat (EZK) en marktpartijen, oog op mogelijkheden en initiatievendie de gevolgen voor het beëindigen van de salderingsregeling kunnendempen en de EPV rendabeler maken. Gedacht kan worden aan hetmonitoren van de effecten van opslag en het inzetten op slimme sturing.Ook zal ik bezien of behoefte bestaat aan een eenvoudiger en bredertoepasbaar instrument dat een oplossing kan bieden voor de split10https://open.overheid.nl/details/d4ced425-a355-4527-897f-e62438ff8ca4Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14985 incentive, minder afhankelijk is van salderen en beter aansluit bij wensenuit de markt, zoals bij collectieve systemen.Meting energielabels in woningen private verhuurOm inzicht te krijgen in de voortgang van de verduurzaming in de privatehuursector, is een onderzoek uitgevoerd naar de energielabels in diesector. Daarbij is specifiek gekeken naar de resterende opgave voor hetuitfaseren van energielabels E, F en G per 2029, waar regelgeving toe inde maak is11. Het rapport van ABF Research laat zien dat er circa 244.000huurwoningen zijn met energielabel E, F of G (peildatum 01-01-2025).12Exclusief monumenten zijn dat er circa 220.000. Dit zijn de woningen dievanaf 2029 onder de nieuwe normering voor energielabels E, F en Gvallen. Verhuurders moeten hier de komende jaren mee aan de slag. Omhen te helpen, is er subsidie beschikbaar via de SubsidieregelingVerduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH). Tot 2030 is er nogongeveer € 113 miljoen aan subsidie beschikbaar.Verduurzaming door Vereniging van Eigenaren (VvE)Als onderdeel van de VvE-versnellingsagenda13 wordt er in samenwerkingmet het Ministerie van Justitie en Veiligheid gewerkt aan het wetsvoorstelversnelling verduurzaming en onderhoud verenigingen van eigenaars.Met het wetsvoorstel kunnen VvE’s sneller en eenvoudiger overgaan tothet verduurzamen van het VvE-gebouw en het verrichten van noodzakelijkonderhoud. In het wetsvoorstel worden in de kern drie wijzigingenopgenomen:1)besluiten voor verduurzaming en onderhoud van het VvE-gebouw enfinanciering daarvan kunnen worden genomen met een meerderheidvan ten minste vijftig procent van de aanwezige stemmen;2)de looptijd van een meerjarenonderhoudsplan wordt van 10 naar 30jaar verlengd met een verplichte duurzaamheidsparagraaf. Op dezewijze houdt de VvE vroegtijdig rekening met uitgaven, die ingezetkunnen worden voor groot onderhoud in combinatie met verduurza-ming;3)opstalrecht; er wordt voorgesteld om sneller en eenvoudiger eenopstalrecht te kunnen vestigen op VvE-gebouwen.Het wetsvoorstel gaat in de zomer in internetconsultatie.Notificatieregeling voor oplaadpuntenHet wordt voor appartementseigenaren eenvoudiger om een oplaadpuntvoor een elektrische auto op een privé of gezamenlijke parkeerplaatsbinnen het beheer van de VvE te plaatsen. Dit gebeurt met een afzon-derlijk wetsvoorstel tot wijziging van het appartementsrecht, ten behoevevan de implementatie van artikel 14, achtste lid van de Energy Perfor-mance of Buildings Directive IV (EPBD IV). Appartementseigenaren dieeen laadpaal willen plaatsen kunnen zich op basis van dit wetsvoorstelmelden bij het VvE-bestuur met een concreet werkplan dat voldoet aan devoorwaarden die hiervoor worden opgenomen in een algemenemaatregel van bestuur (AMvB). In tegenstelling tot eerdere communicatiedat het wetsvoorstel op 29 mei 2026 geïmplementeerd zou zijn, heeft dithelaas vertraging opgelopen. Het wetsvoorstel zal na de zomer wordenaangeboden aan de Raad van State. De AMvB zal dit najaar geconsulteerdworden.11Kamerbrief januari 202612Rapport nulmeting energielabels private huurwoningen13Versnellingsagenda verduurzaming gebouwen in beheer van Verenigingen van Eigenaars(VvE’s) | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14986 Impact pauzeknop op woningbouw in UtrechtOp 12 maart jongstleden heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd overde gezamenlijke aanpak met TenneT en de regionale netbeheerders enoverheden om een volledige aansluitstop in de Flevopolder, Gelderlanden Utrecht (de «FGU-regio») te voorkomen. Aanleiding daarvoor was hetsignaal van TenneT medio februari dat zonder aanvullende maatregelen indeze regio geen nieuwe of zwaardere kleinverbruikaansluitingen meermogelijk zouden zijn vanaf aankomende zomer. Om dit in het geheleFGU-gebied af te wenden, hebben de netbeheerders en overhedenafspraken gemaakt, maatregelen getroffen en het gebied verdeeld in 5deelgebieden. Daarop kon de aansluitstop beperkt blijven tot één gebied.Het getroffen gebied omvat het grootste deel van de provincie Utrecht.Komende drie jaar voldoende ruimte voor woningbouw UtrechtIk heb toegezegd om de Kamer via de woonmonitor nader te informerenover de concrete gevolgen van de pauzeknop voor woningbouw inUtrecht.14 De afgesproken maatregelen geven voldoende zekerheid aan denetbeheerders dat de geplande woningen in de provincie komende jarentoch aangesloten kunnen worden. Het gaat in totaal om transportcapa-citeit voor 50.000 woningen die bij de netbeheerders bekend zijn als«onder handen werk». Dit zijn projecten die voldoende concreet zijnuitgewerkt en waarvan de bouw de komende drie jaar start (uiterlijk 1 april2029). Stedin heeft de lijst met projecten gecontroleerd en aangepast inoverleg met vertegenwoordigers van de gemeenten Utrecht en Amers-foort, provincie Utrecht en de woondealregio’s MRU West, Amersfoort enFoodvalley. Projecten die bij Stedin nog niet bekend waren maar die zichal wel in vergevorderd stadium van ontwikkeling bevinden, zijn ook aande lijst toegevoegd en kunnen ook komende jaren worden aangesloten.Hierdoor zou er voldoende ruimte op het net moeten zijn omwoningbouw-projecten die bij de netbeheerders bekend zijn en die dekomende drie jaar starten met bouw toch aan te sluiten. In de periode nadeze drie jaar (vanaf 2029) lopen jaarlijks circa 7.250 woningen het risicodat er niet op tijd transportcapaciteit beschikbaar is. Dit aantal is eenschatting op basis van de jaarlijkse woningbouwproductie in de provincie.Samen met de netbeheerders werken we -op basis van de in de FGUgemaakte afspraken- aan oplossingen om meer transportcapaciteit terealiseren en om netbewust en congestieneutraal te bouwen. Daarmeezetten we erop in ook vanaf 2029 de impact op de woningbouw teminimaliseren.Motie Klos over lokale energiehulporganisatiesIn de motie van het lid Klos15 wordt de regering verzocht om met de VNGen het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) in gesprek tegaan, met als doel dat lokale energiehulporganisaties vaker wordengeselecteerd bij de ondersteuning van de verduurzaming vanhuishoudens met een lager inkomen, door het opnemen van voorwaardenin aanbestedingen.Een aantal initiatieven bestaat al. Zo is er door RVO en NPLW eenhandreiking inschakelen energieklusdiensten geschreven waaringemeenten verschillende methoden worden voorgelegd hoe ze lokaalinitiatief kunnen inzetten. Ook is met subsidie vanuit mijn ministerie, hetActienetwerk Energiearmoede opgericht door de Energiebank enFixbrigade dat lokale energiehulporganisaties kan ondersteunen. Een14Toezegging Z202605–04315Kamerstuk II 2025/26, 29 023, nr. 607Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14987 volgend aangrijpingspunt hiervoor is de uitwerkingsfase van hetEnergiehuis.16 Daarin ga ik met NPLW en VNG aan de slag om gemeentente faciliteren in het vormgeven van hun lokale energiehulp. Hier hoop ik uop een later moment nader over te informeren.Maatregelen voor klimaatadaptatie in bestaande financiëleregelingenIn de kamerbrief «Hitte aanpak 2025» van 2 juni 2025 hebben we u berichtover de start van een onderzoek naar de mogelijkheden om bestaandefinanciële regelingen uit te breiden met maatregelen gericht op klimaat-adaptatie. Uit onderzoek blijkt namelijk dat zonwering een effectievemaatregel is om hitteproblematiek tegen te gaan. Adviesbureau Beren-schot heeft daarom voor ons onderzocht of de uitbreiding van bestaandefinanciële regelingen voor isolatie en energietransitie haalbaar is en voorwelke doelgroepen dit het meest geschikt zou zijn.17 Het rapport beveeltaan om zonwering als maatregel toegankelijker te maken voorhuishoudens die het meest te maken hebben met hitteproblematiek. Uithet onderzoek blijkt dat dit vooral geldt voor bewoners van apparte-menten en huurwoningen. De resultaten van dit onderzoek zullen wordenmeegenomen in het lopende traject «IBO Energietransitie Woning-voorraad».Tot slotIn deze brief ben ik ingegaan op een aantal toezeggingen aan en vragenvan Uw Kamer over belangrijke instrumenten die huurders, verhuurders,woningeigenaren, VvE’s en eigenaren van utiliteitsgebouwen helpen bijde verduurzaming van hun gebouwen. Daarnaast heb ik u geïnformeerdover de impact van de pauzeknop op de voortgang van de woningbouw inUtrecht.Nauwe samenwerking met alle stakeholders om de woningproductie teversnellen en het verbeteren van de instrumenten voor verduurzamingvan woningen en utiliteitsgebouwen blijft ook de komende periode hardnodig voor de grote ruimtelijke en volkshuisvestelijke opgaven waar wevoor staan.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,E. Boekholt-O’Sullivan16Kamerstuk 32 847, nr. 1490: Brief aan Parlement – Isolatieoffensief en Energiehuis17Onderzoek Berenschot klimaatadaptatie in bestaande financiële regelingenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14988
Gerelateerde bronnen
- Voor de zomer wordt de Kamer via de woonmonitor geïnformeerd over de concrete gevolgen van de pauzeknop voor woningbouw in Utrecht.
Voor de zomer wordt de Kamer via de woonmonitor geïnformeerd over de concrete gevolgen van de pauzeknop voor woningbouw in Utrecht.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.