KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie rapport ‘Levensduurverlenging loont’

2 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ec80ddf152ff22f4 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 852GrondstoffenvoorzieningszekerheidNr. 398 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 februari 2026CE Delft heeft in april 2025, in opdracht van Natuur en Milieu, hetonderzoek «Levensduurverlenging loont» gepubliceerd, met daarinaanbevelingen over de levensduurverlenging van consumentenelek-tronica.1 De Kamer heeft gevraagd om een beleidsreactie op het rapport2.Met deze brief wordt die toezegging afgedaan.Natuur en Milieu vindt dat het huidige circulaire economiebeleid zich metname richt op recycling en te weinig inzet op reparatie en refurbishment.Om deze reden heeft Natuur en Milieu CE Delft de opdracht gegeven omde socio-economische effecten te beoordelen van een nationaal beleids-pakket dat bijdraagt aan levensduurverlenging van consumentenelek-tronica. Het rapport stelt dat er door de inwerkingtreding van de EuropeseEcodesign Verordening3 en de Reparatie-richtlijn4 nieuwe kansen ontstaanom levensduurverlenging van consumentenelektronica op te schalen. Inhet rapport worden zes maatregelen behandeld die als kansrijk wordengezien en daarom zijn doorgerekend.In deze brief wordt eerst de bredere context geschetst waarbinnen deaanbevelingen worden gedaan. Daartoe ga ik in op het bestaande beleidvoor elektrische en elektronische apparaten, één van de prioritaireproductgroepen in het kader van het Nationaal Programma CirculaireEconomie (NPCE). Bij de aanpak in dit kader speelt levensduurverlengingnamelijk een belangrijke rol. Daarbij wordt ingezet op het bevorderen vanhogere circulariteitsstrategieën zoals reparatie en refurbishment.Vervolgens verduidelijk ik de Nederlandse garantiewetgeving, omdat het1Rapport «Levensduurverlenging loont», CE Delft, 2025: https://ce.nl/publicaties/levensduurverlenging-loont/22025Z13964 en TZ202509-0743Kaderverordening Ecodesign voor duurzame producten, Verordening (EU) 2024/1781:https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A32024R1781&qid=17554448164434Richtlijn Gemeenschappelijke regels voor het stimuleren van reparatie, Richtlijn (EU)2024/1799: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A32024L1799&qid=1755442462831 kst-32852-398ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3981 rapport op dat vlak enige nuancering behoeft. Tot slot reageer ik op deindividuele aanbevelingen uit het CE Delft rapport voor een beleidspakketom de levensduur van consumentenelektronica te verlengen.Huidige beleidsinzet levensduurverlengingLevensduurverlenging, het langer meegaan van producten en onderdelenen het intensiever gebruik van producten door hergebruik en reparatie, iseen van de vier «knoppen» uit het Nationaal Programma CirculaireEconomie (NPCE) 2023–20305, waaraan gedraaid kan worden om tot eenmeer circulaire economie te komen. Levensduurverlenging is essentieel ineen economie waarin producten en materialen meer circulair wordengebruikt en draagt daarmee in belangrijke mate bij aan de gestelde doelenvoor circulaire economie, zowel nationaal als internationaal.De afgelopen jaren zijn er verschillende brieven met de Kamer gedeeldover de kabinetsinzet op reparatie en refurbishment, waarin de beleidsini-tiatieven zijn opgenomen voor het stimuleren van reparatie en hetverlengen van de levensduur van apparaten. Deze brief gaat in op hetbeleidspakket zoals voorgesteld in het rapport van CE Delft maar zal nietalle lopende en toekomstige initiatieven benoemen die in eerdereKamerbrieven6 zijn beschreven.In algemene zin geldt dat beleid voor levensduurverlenging op EU niveauhet meest efficiënt is: er worden eisen gesteld aan alle producten die opde EU-markt worden verkocht. Dit garandeert een gelijk speelveld enharmoniseert de Europese interne markt. Europese maatregelen hebbennatuurlijk ook in Nederland hun doorwerking. De effecten van deEcodesign wetgeving en de Reparatie-richtlijn zullen naar verwachtingsignificant zijn voor levensduurverlenging van mobiele telefoons, deproductgroep waar het rapport van CE Delft op ingaat (zie hieronder).Ecodesign VerordeningDe Kaderverordening Ecodesign voor Duurzame Producten7 maakt hetmogelijk om voor vrijwel alle fysieke producten circulariteitseisen testellen. De Kaderverordening is in juli 2024 van kracht geworden envervangt de Ecodesign-richtlijn. In de Kaderverordening is bepaald welkeontwerpeisen kunnen worden gesteld. Zo kunnen bijvoorbeeld eisengesteld worden aan de repareerbaarheid, recyclebaarheid of herbruik-baarheid van producten. De Europese Commissie legt per productgroep ineen gedelegeerde handeling vast welke minimale vereisten daadwerkelijkvan toepassing zijn voor een specifieke productgroep. Het verschiltnamelijk per productgroep welke eisen relevant en noodzakelijk zijn om deproductketen effectief te verduurzamen.Voor het verlengen van de levensduur van elektronica zijn eisen opEuropees niveau onder de Ecodesign wetgeving essentieel. DergelijkeEcodesign-eisen zijn nu al van toepassing op bepaalde elektrische enelektronische apparaten, zoals stofzuigers, wasmachines, smartphones entablets. De Ecodesign-eisen voor smartphones en tablets8 die sinds20 juni jl. van kracht zijn, bevatten bijvoorbeeld ook repareerbaar-heidseisen. Daarbij moeten essentiële reserveonderdelen voor eenbepaalde tijd en voor verschillende reparateurs (professioneel of5Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnotas/2023/02/03/nationaal-programma-circulaire-economie-2023-20306Kamerstuk 36 600-XII-48 en Kamerstuk 32 852, nr. 3167Kaderverordening Ecodesign voor duurzame producten, Verordening (EU) 2024/1781:https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A32024R1781&qid=17554448164438Gedegeleerde Verordening (EU) 2023/1670:https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2023/1670/oj/engTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3982 niet-professioneel) beschikbaar zijn. Ook software-updates moeten vooreen bepaalde periode beschikbaar zijn, zodat een apparaat langer mee kangaan. Op het bijbehorende Energielabel moet een repareerbaarheidsscoreworden weergegeven zodat de consument kan kiezen voor (beter)repareerbare producten9. Alle mobiele telefoons die binnen de EU wordenverkocht, moeten aan de gestelde ontwerpeisen voldoen. Het daadwerke-lijke effect van de maatregelen op de levensduur van mobiele telefoonszal in de komende jaren duidelijk worden.Het kabinet blijft zich op Europees niveau sterk inzetten voor vergelijkbareEcodesign-eisen voor andere groepen elektrische en elektronischeapparaten, inclusief repareerbaarheidseisen, zodat een steeds groteraantal apparaten kan worden gerepareerd. Daarnaast is in het Ecodesignwerkplan 2025–203010 opgenomen dat de Commissie gaat werken aaneen horizontale repareerbaarheidseis en repareerbaarheidsindex, die opmeerdere productgroepen tegelijk van toepassing is, bijvoorbeeld opconsumentenelektronica en kleine huishoudelijke apparaten. Het kabinetzet ook in dat traject in op ambitieuze eisen die bijdragen aanlevensduurverlenging.Reparatie-richtlijnDe Europese Reparatie-richtlijn11 vult aan op de Ecodesign- en garantie-wetgeving. De Richtlijn wordt momenteel omgezet in nationale wetgevingen treedt op 31 juli 2026 in werking. De Richtlijn is van toepassing opproductgroepen waarvoor op EU-niveau, zoals onder de Ecodesignwetgeving, repareerbaarheidseisen gelden. Voor deze productgroepengeldt dat consumenten na de garantietermijn de fabrikant kunnenverzoeken het product kosteloos of voor een redelijke prijs12 te repareren.Dit is een aanvulling op de reeds bestaande garantiewetgeving, waarbijverkopers tijdens de garantietermijn moeten zorgen voor een functio-nerend product door het defecte product te repareren of te vervangen.Fabrikanten worden door de nieuwe Richtlijn ook verplicht om consu-menten over de geldende reparatieverplichting en over de beschikbarereparatiediensten te informeren. Wanneer consumenten een non-conformproduct tijdens de garantieperiode laten repareren, wordt de garantie-termijn van dat product met twaalf maanden verlengd.Onder de Richtlijn worden lidstaten verplicht om een nationaal repara-teursregister op te zetten. In opdracht van het Ministerie van Infra-structuur en Waterstaat heeft Techniek Nederland al een Nederlandsnationaal reparateursregister ontwikkeld.13 Het register is al in gebruik enwordt de komende jaren doorontwikkeld. Het register draagt eraan bij datconsumenten gemakkelijk een betrouwbare reparateur van consumenten-elektronica in de buurt kunnen vinden.9Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1669: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:32023R166910Ecodesign werkplan 2025–2030: https://environment.ec.europa.eu/document/5f7ff5e2-ebe9-4bd4-a139-db881bd6398f_en11Richtlijn Gemeenschappelijke regels voor het stimuleren van reparatie, Richtlijn (EU)2024/1799: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A32024L1799&qid=175544246283112Overweging 16 van richtlijn 2024/1799 stelt dat de prijs voor reparatie redelijk moet zijn, watinhoudt dat de prijs zo moet worden vastgesteld dat consumenten niet opzettelijk wordenafgeschrikt om gebruik te maken van de reparatieverplichting van de fabrikanten. Dit is eenaanvulling op de reeds bestaande garantie wetgeving, waarbij verkopers tijdens de garantie-termijn moeten zorgen voor een functionerend product door het defecte product te reparerenof te vervangen.13https://www.nationaalreparateursregister.nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3983 Nederlandse garantiewetgevingIn Nederland hebben consumenten recht op kosteloos herstel ofvervanging van een niet-conform product op basis van de garantiewet-geving. Er geldt geen vaste garantieperiode, maar er is sprake van eenopen norm. In het rapport wordt gesteld dat de wettelijke garantietermijnin Nederland slechts een halfjaar is, met een verlengde garantie die zolang zou moeten gelden als het product redelijkerwijs mee moet gaan. Ditbehoeft nuancering. De open norm betekent dat het artikel zo lang moetmee gaan als de consument dat redelijkerwijs mag verwachten. Als hetartikel eerder kapot gaat, heeft de consument recht op gratis herstel ofvervanging. Het gaat dan om schade die niet komt door verkeerd gebruikof normale slijtage. In het eerste jaar na aankoop hoeft de consument datniet aan te tonen, maar is dat aan de verkoper. Na het eerste jaar draait debewijslast om: als er dan sprake is van een gebrek, zal de consumentrichting de verkoper moeten aantonen dat het gebrek niet door verkeerdgebruik of normale slijtage is ontstaan. Met deze invulling van degarantieregelgeving voldoet Nederland aan de Europese eisen op ditpunt. Deze regelgeving is, zoals het rapport ook vermeldt, niet altijdeenvoudig toe te passen in de praktijk. Het zorgt er wel voor dat consu-menten vaak langer recht hebben op garantie dan bij een garantiestelstelmet een vaststaande garantieperiode.Reactie op aanbevelingen uit het rapport «Levensduurverlengingloont»In het rapport wordt een beleidspakket voorgesteld om de levensduur vanconsumentenelektronica in Nederland te verlengen. Er is gekeken naarsnel circulerende consumentenproducten op basis van de casus mobieletelefoons. Er wordt gesteld dat de voorgestelde maatregelen ook opandere snel circulerende consumentenelektronica toegepast kunnenworden. Het rapport stelt dat er op EU-niveau maatregelen zijn genomenvoor de levensduurverlenging van producten, maar dat nationalemaatregelen ontbreken.Hieronder wordt een reflectie gedeeld op de zes maatregelen van hetvoorgestelde beleidspakket uit het rapport.1) Verplicht aandeel tweedehands of refurbished goederen verkoop doorde retail (omzet)Er is in 2024 een verkenning uitgevoerd naar de juridische mogelijkhedenom het aanbieden van tweedehands producten te verplichten. Hetonderzoek «Verplichting verkoop gebruikte goederen, een verkenning» 14van Copper8, in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat, toont aan dat het juridisch mogelijk is om deze maatregel tenemen. Er is echter verdergaand onderzoek nodig om na te gaan of demaatregel aan alle criteria van het evenredigheidsbeginsel voldoet en ofeen wettelijke verplichting noodzakelijk is om het gestelde doel tebereiken. De onderzoekers geven aan dat het handhaven van een verplichtaandeel tweedehands of refurbished goederen een uitdaging zou vormendoor het gebrek aan data. Ook is een risico van de maatregel datconsumenten juist meer gaan consumeren.In 2024 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsopvolging van het onderzoek van Copper8, een verkenning laten14Rapport «Verplichting verkoop van gebruikte goederen: een verkenning», Copper8, 2024:https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/01/31/verplichting-verkoop-gebruikte-goederen-een-verkenning:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3984 uitvoeren naar de verwachte gedragseffecten bij het verplichten vantweedehands kleding naast nieuwe kleding in winkels.15 Hierin is verkendof een verplichting om tweedehands kleding aan te bieden ook leidt tot deverkoop van zowel meer tweedehands als nieuwe kleding in de winkel.Daarnaast is geïnventariseerd wat goede manieren zijn om tweedehandsaan te bieden, en of een tweedehands kledingstuk in plaats van nieuwekleding zou worden gekocht. De maatregel wordt kansrijk en aantrekkelijkgeacht door winkeliers en consumenten. Tegelijkertijd staat het aanbodvan tweedehands nog in de kinderschoenen, waardoor het nog geenserieus, structureel alternatief is voor de aankoop van nieuwe producten.Er zijn nog weinig winkels waar zowel tweedehands als nieuwe kledingwordt aangeboden, waardoor gedragseffecten bij consumenten niet goedkunnen worden ingeschat.Er is aanvullend onderzoek nodig om te onderzoeken of een maatregel diehet aanbieden van gerepareerde en refurbished producten verplicht,proportioneel, effectief en werkbaar is. Het is aan een volgend kabinet omte bepalen of dit vervolgonderzoek wordt gedaan.2) Hanteer een verlaagd btw-tarief voor gerepareerde of refurbishedgoederen: een verlaagd btw-tarief op gerepareerde producten kan hiergoed ondersteunend zijn aan een verplicht aanbod van tweedehands enrefurbished producten, omdat deze maatregel de prijs van gerepareerdeproducten doet dalen. Hiermee worden tweedehandsproducten relatiefgoedkoper en aantrekkelijker ten opzichte van nieuwe producten.De Europese btw-richtlijn16 bevat een limitatieve lijst waarop de goederenen diensten staan waar een verlaagd btw-tarief op kan worden toegepast.Daaruit volgt dat lidstaten een verlaagd btw-tarief kunnen toepassen opbepaalde reparatiediensten. Het gaat om het verrichten van reparatie-diensten met betrekking tot huishoudapparaten, schoeisel en lederwaren,kleding en huishoudlinnen (ook verstellen en vermaken). 17 Dit zietuitsluitend op reparatiediensten. Van deze mogelijkheid maakt Nederlandal grotendeels gebruik: zo geldt een verlaagd tarief voor de reparatie vanfietsen, schoeisel, lederwaren en kleding. Voor de levering van gerepa-reerde of refurbished goederen biedt de richtlijn geen (algemene)mogelijkheid om een verlaagd tarief te hanteren. Dit zou een wijziging vande Europese richtlijn vragen.In de Kamerbrief «Reparatie in de circulaire economie»18 is het bestaandealgemene beleid ter bevordering van reparatie uiteengezet. Kort gezegdkomt het erop neer dat het kabinet inzet op 1) beter productontwerp doorhet stellen van Europese Ecodesign-eisen; 2) versterking van de reparatie-infrastructuur en vakmanschap en 3) stimuleren dat consumenten hunproducten (laten) repareren. Daarbij is ook toegelicht waarom deuitbreiding van het verlaagde btw-tarief naar de bestaande mogelijkheidvoor huishoudelijke apparaten niet voor de hand ligt. In een Kamerbriefvan de Staatssecretaris Fiscaliteit waarin de uitkomsten van het onderzoeknaar de mogelijkheden voor een verlaagd btw-tarief op reparatiedienstenvan huishoudelijke apparaten worden gepresenteerd19, is aangegeven datuit de evaluatie van het verlaagde btw-tarief door Dialogic & SignificantPublic blijkt dat verlaagde tarieven in algemene zin deels doeltreffend,15Rapport «Tweedehands kleding naast nieuw in fysieke winkels», gedragsbureau Duwtje,2024:https://www.eerstekamer.nl/overig/20250409/_tweedehands_kleding_naast_nieuw/document16Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijkestelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU 2006, L 347).17Richtlijn 2006/112/EG, artikel 98 lid 2 jo. Bijlage III onderdeel 19.18Kamerstuk 32 852 nr. 31619Kamerstuk 32 140 nr. 198Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3985 maar over het algemeen geen doelmatig instrument zijn om het beoogdedoel te bereiken.20 Een van de redenen is dat btw-verlaging in de praktijkniet altijd tot lagere prijzen leidt voor consumenten. Dat maakt zo’nmaatregel ongericht. Die ongerichtheid wordt nog versterkt doordat eenbtw-verlaging breed zou werken, dus ook in situaties die niet gestimuleerdhoeven te worden. Die ongerichtheid maakt een btw-verlaging duur invergelijking met het effect dat het oplevert.De conclusie uit genoemde brieven is onverkort relevant: anderemaatregelen dan een verlaagd btw-tarief zijn passender om reparatie enrefurbishment te stimuleren.Er loopt momenteel wel een ander btw-traject op Europees niveau. Op26 februari jl. publiceerde de Europese Commissie de Clean IndustrialDeal. Daarin is opgenomen dat de Commissie een Green VAT initiative,een Groen btw initiatief, zal uitwerken. Dit zal naar verwachting in hetvierde kwartaal van 2026 worden gepubliceerd. Hierin wil de Commissiede regelgeving voor gebruikte goederen (de zogenaamde margeregeling)herzien in het kader van een vergroening van de btw. In het BNC-ficheover de Clean Industrial Deal 21 is door het kabinet gereageerd op ditvoornemen. Het Commissievoorstel voor een Green VAT initiative zal doorhet volgende kabinet worden beoordeeld.3) Fonds in combinatie met een subsidie of voucher voor reparatie enrefurbishment: deze maatregel richt zich niet zozeer op een verhoogdaandeel tweedehands producten in de winkel, maar stimuleert consu-menten om producten te repareren in plaats van af te danken. Hiermeewordt (grootschalige) reparatie en refurbishment gestimuleerd en kandaarmee bijdragen aan opschaling van de reparatie-sector in Nederland.Deze maatregel is ook al ingevoerd in Oostenrijk en Frankrijk en succesvolgebleken.Een reparatiebonus wordt vaak aangeprezen als instrument om de prijsvan reparatie te drukken. De motie Bamenga (D66) c.s. verzoekt om deinvoering van een nationale reparatiebonus te verkennen.22 Dit onderzoeknaar een reparatiebonus is gaande. In het onderzoek worden verschil-lende bestaande reparatiebonussystemen, o.a. de systemen vanOostenrijk en Frankrijk, met elkaar vergeleken. Er wordt gelet op verschil-lende elementen van de bonussen, zoals de productgroepen die erondervallen, de doelgroep van de bonus en de financiering van de kosten. Ookis er aandacht voor de gedragseffecten bij consumenten en reparateursop zowel korte als lange termijn. De kosten en baten van de verschillendetypen systemen worden in kaart gebracht. Op basis van die vergelijkingvan systemen worden één of meer voorstellen gedaan voor een bonus-systeem dat in Nederland zou kunnen werken. Het onderzoeksrapport zalvoorjaar 2026 met de Kamer worden gedeeld. Op basis van de onderzoek-suitkomsten kan een nieuw kabinet besluiten of en onder welkevoorwaarden een nationale reparatiebonus wordt uitgewerkt.4) Doelstelling voor voorbereiding op hergebruik in UPV: door meerafvalstoffen voor te bereiden op hergebruik komen er meer materialenbeschikbaar voor de circulaire economie. Hierdoor kunnen er meerrefurbished en gerepareerde goederen worden aangeboden op de markt.Dit werkt ondersteunend aan het verplicht aandeel tweedehands en/ofrefurbished voor elektronische apparaten, omdat retailbedrijven hierdooreenvoudiger tweedehands en/of refurbished goederen kunnen aanbieden20Kamerstukken 2023/24, 32 140, nr. 174.21Kamerstukken II, 2024/25, 22 112, nr. 4020.22Kamerstuk 32 852 nr. 305Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3986 aan de consument. Ook beperkt dit de perverse prikkel in de UPV – die nualleen recycling van materialen stimuleert – waardoor nog goed terepareren apparaten worden vernietigd.Momenteel wordt het instrument uitgebreide productenverantwoorde-lijkheid (UPV) doorontwikkeld en verder verbeterd. Een van de doelstellingvan het UPV-doorontwikkeltraject is om het instrument UPV meer opcirculariteit te richten. Onderdeel daarvan is een onderzoek naar demogelijkheden om binnen UPV meer prikkels voor circulariteit in tebouwen, door de huidige focus van het instrument op inzameling enrecycling uit te bereiden naar (het bevorderen) van hergebruik, preventie,reparatie en hoogwaardige verwerking. De Kamer wordt in het voorjaar ineen separate brief geïnformeerd over de stand van zaken in het dooront-wikkeltraject, de uitgevoerde onderzoeken en de vervolgstappen.In de UPV textiel zijn reeds doelstellingen voor voorbereiding ophergebruik opgenomen. Omdat productstromen niet gelijk zijn, is hetbelangrijk om goed te kijken of dit voor elektronica ook een passendeoptie is. Ook de Europese context is bepalend voor hoeveel ruimte er is enhoe wenselijk het is om nationaal een doelstelling voor voorbereidingvoor hergebruik toe te passen voor een productgroep. Het EuropeseUPV-kader voor elektronica wordt bepaald door de Richtlijn afgedankteelektrische en elektronische apparatuur (2012/19/EU). De EuropeseCommissie heeft aangekondigd deze Richtlijn eind 2026 te willen herzien,in het kader van de Circular Economy Act. Het is bij de herziening vanbelang dat er meer aandacht is voor hergebruik, reparatie en refur-bishment in de UPV doelen en verwerkingsvoorschriften23.5) Maximumprijs voor onderdelen: fabrikanten moeten ervoor zorgen datde prijzen van reserveonderdelen onder een bepaald percentage blijven(bijvoorbeeld 20%) van de prijs van het nieuwe product. Voorwaardehierbij is dat de maximumprijs voldoende is om de kostprijs van deonderdelen te dekken. De onderdeelkosten vertegenwoordigen op ditmoment een groot deel van de reparatiekosten (30 tot 40%), waardoor dereparaties niet rendabel uitgevoerd kunnen worden. Door de prijs vanonderdelen te maximeren kan de businesscase van reparatie en refur-bishment sterk verbeterd worden.Reparatie en refurbishment kunnen inderdaad gestimuleerd worden doorde prijs van onderdelen te verlagen. De Europese Reparatie-richtlijn24 ende Ecodesign-eisen voor smartphones en tablets25 spelen hier al op in. Inde reparatiewetgeving is bepaald dat onderdelen slechts mogen wordenaangeboden tegen een «redelijke prijs die reparatie niet ontmoedigt». Hetis op dit moment echter niet mogelijk om «redelijke prijs» te definiëren.Deze is namelijk afhankelijk van het type product en de originele aanschaf-waarde. Uit de praktijk moet blijken of deze wetgeving voldoendehandvatten biedt voor toezichthouders om op een redelijke prijs voorreparatie te handhaven. Onder de Ecodesign wetgeving voor smart-phones en tablets wordt ook vereist dat de prijzen van de reserveonder-delen, die volgens de wettelijke eisen beschikbaar moeten zijn, op eenwebsite te vinden zijn. Dit vergroot de transparantie over prijzen vanonderdelen en maakt het toezicht op redelijke prijzen beter mogelijk.Een maximale prijs voor onderdelen vaststellen is niet opportuun,vanwege de grote verscheidenheid aan onderdeelsoorten, leveranciers enmaterialen, en met name de fluctuerende prijzen. Daarnaast zijn sommige23Kamerstuknummer: 2025D4456824Richtlijn (EU) 2024/1799 Gemeenschappelijke regels voor het stimuleren van reparatie25Gedegeleerde Verordening (EU) 2023/1670:https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2023/1670/oj/engTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3987 onderdelen robuuster, complexer of groter dan andere, wat de prijs kanbeïnvloeden. Het is daarmee slecht mogelijk om een maximale prijsgebaseerd op een percentage van de nieuwprijs vast te leggen.6) Reparatie-index: deze maatregel biedt de consument informatie over derepareerbaarheid én levensduur van producten, waardoor de consumenteenvoudiger haar producten kan repareren door te sturen op het kopenvan te repareren producten. Dit heeft een ondersteunende werking bij hetreparatiefonds in combinatie met subsidies of vouchers. Consumentenkunnen hierdoor beter gebruik maken van de subsidies en de vouchers,waardoor het verwachte effect van deze maatregel met meer zekerheidkan worden vastgesteld.Een reparatie-index geeft inderdaad veel inzicht voor consumenten en kanhelpen om duurzamere keuzes te maken, doordat in één oogopslagduidelijk is of producten goed te repareren zijn. Onder de Ecodesign-wetgeving geldt voor smartphones en tablets sinds 20 juni jl. – naast derepareerbaarheidseisen- een verplichting om een repareerbaarheidsscoreop het energielabel te tonen die aangeeft hoe goed het product terepareren is. Het energielabel bevat ook andere informatie die relevant isvoor levensduur, zoals stoot- en stofbestendigheid. Hoewel er geenverwachte levensduur uitgedrukt in tijd wordt weergegeven, geeft hetlabel de consument wel degelijk relevante informatie.Het is positief dat in het Ecodesign werkplan voor 2025–2030 isopgenomen dat de Europese Commissie gaat toewerken naar eenhorizontale Ecodesign-eis voor repareerbaarheid. Deze eis moet volgenshet werkplan in 2027 worden vastgesteld. Aan de minimale repareerbaar-heidseis wordt ook een repareerbaarheidsscore gekoppeld. Welkeproductgroepen precies onder de maatregel gaan vallen is nog nietbekend. De reikwijdte van de eis wordt bepaald in de voorbereidendestudie en zou producten zoals consumentenelektronica en kleinehuishoudelijke apparaten kunnen omvatten. Vanuit de overheid zijnexperts nauw betrokken bij het uitwerken van deze repareerbaarheidseisen -score. De kabinetsinzet is dat de maatregel op zoveel mogelijkgelijksoortige producten van toepassing gaat zijn. Omdat de reparatie-index voor elektronische apparaten al Europees wordt ontwikkeld enuitgerold, zet het kabinet niet in op een parallel nationaal traject. Hetonderzoek naar juridische mogelijkheden om nationale maatregelen voorhet recht op reparatie te nemen dat in 2024 met de Kamer is gedeeld 26,heeft namelijk aangetoond dat het niet mogelijk is om een reparatie-indexnationaal in te voeren wanneer deze maatregel op Europees niveau al inde maak is. Bovendien is een Europese maatregel effectiever enefficiënter.VervolgstappenHet is belangrijk dat de levensduur van elektronica wordt verlengd.Momenteel worden producten vaak te vroeg vervangen doordat zij nietgoed te hergebruiken, repareren of refurbishen zijn. Dit moet anders. Hetis zonde als producten en materialen, bijvoorbeeld kritieke grondstoffenuit elektronica, verloren gaan door voortijdige afdanking. Het kabinet blijftzich daarom inzetten voor ambitieuze ontwerpeisen voor producten onderde Europese Ecodesign-wetgeving. Hierbij is het belangrijk dat zowel dehorizontale repareerbaarheidseis en reparatie-index, als de product-specifieke repareerbaarheidseisen en -scores er komen. Hierin moet ookeen transparantieverplichting voor prijzen van reserveonderdelen wordenopgenomen. Tevens wordt ingezet op aanscherping van het Europese26Kamerstuk: 2024D21445Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3988 kader voor elektronica, zodat hergebruik, reparatie en refurbishment meergestimuleerd worden via UPV en verwerkingsvoorschriften. Daarnaast ishet aan een volgend kabinet om op basis van de uitkomsten van hetlopende onderzoek naar de nationale reparatiebonus, te besluiten overeventuele invoering van een dergelijke stimuleringsmaatregel.Al met al moeten de in de reactie genoemde maatregelen ertoe leiden datconsumentenelektronica langer wordt gebruikt. Het kabinet verwacht dathet bestaande maatregelenpakket effectief is om dit doel te bereiken envindt het daarom prematuur om aanvullende maatregelen te nemen. Heteffect van bestaande en aangekondigde maatregelen op de levensduurvan elektronica zal worden gemonitord, zodat kan worden ingegrepenwanneer de effecten lager blijken dan wenselijk.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. AartsenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3989

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 91cd00746136f709

14 okt 2026 · 3799773db50c5fb8

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.