KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag van de JBZ-Raad van 5 en 6 maart 2026

18 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3bfd048f17cbd030 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 317JBZ-RaadNr. 998 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN VANASIEL EN MIGRATIE EN VAN DE STAATSSECRETARIS VANJUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 maart 2026Hierbij bieden wij, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties, uw Kamer het verslag aan van de Raad Justitie enBinnenlandse Zaken (JBZ-Raad) van 5 en 6 maart 2026 in Brussel.Ook informeren wij uw Kamer over de volgende onderwerpen:Kopgroep contraterrorismeVoorafgaand aan de JBZ-Raad op 5 maart 2026 organiseerde Nederlandeen ontbijtbijeenkomst van de kopgroep terrorismebestrijding. Tijdensdeze bijeenkomst onder leiding van de Minister van Justitie en Veiligheidspraken België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Nederland,Oostenrijk, Spanje, Zweden en de EU Contraterrorismecoördinator overde impact van de ontwikkelingen in Syrië op de interne veiligheid van deEU en over het tegengaan van online radicalisering. Uitkomst van hetontbijt was dat Nederland in de JBZ-Raad mede namens kopgroeplandende Europese Commissie (hierna: Commissie) in een interventie opriep omconcrete stappen te zetten in het tegengaan van online radicalisering.1Daarnaast gaf Nederland een politiek signaal van steun af aan deCommissie, mede in het licht van kritiek op EU-wetgeving voor hetdigitale domein.Kopgroep operationaliseren terugkeerhubsEn marge van deze JBZ-Raad kwam ook een kopgroep, bestaande uitDuitsland, Griekenland, Nederland en Oostenrijk, Denenmarken en deCommissie, voor een tweede keer bijeen om concrete afspraken te makenover de verkenning naar het ontwikkelen van een gezamenlijke terug-1Conform eerder Nederlands, Duits en Frans non-paper hierover, zie Kamerstukken II, 2025–26,29 754, nr. 773. kst-32317-998ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9981 keerhub.2 In dit kader benadrukte de Minister van Asiel en Migratienamens Nederland en de andere aanwezige lidstaten het belang van eensnel resultaat ten aanzien van de onderhandelingen over het voorstel vooreen terugkeerverordening. Ten aanzien van de verkenning om eengezamenlijke terugkeerhub op te zetten spraken de lidstaten af omgecoördineerd in dialoog te gaan met mogelijke partnerlanden. Ookspraken de aanwezigen lidstaten af dat zij het van belang achten ominternationale organisaties waaronder UNHCR en IOM vroeg te betrekkenin de verkenning. Denemarken nam, gelet op de aanstaande verkiezingen,geen positie in.Werkwijze besluit- en vertrekmoratorium voor vreemdelingenIn het commissiedebat JBZ-Raad van 3 maart jl. zegde de Minister vanAsiel en Migratie het lid Kröger toe om schriftelijk terug te komen op dewerkwijze bij besluit- en vertrekmoratoria, meer specifiek binnen deIraanse context en welke opties daarbij op tafel liggen. Via deze briefwordt aan deze toezegging tegemoet gekomen.Zoals de Minister van Asiel en Migratie reeds in het debat aangaf is deIND en DTenV verzocht om tijdelijk pas op de plaats te maken en geenonomkeerbare stappen te nemen in Iraanse zaken, maar was ten tijde vanhet debat nog geen formeel besluit- of vertrekmoratorium ingesteld. Dit iseen vrij gebruikelijke eerste stap in situaties waarin er een plotse wijzigingvan de context voordoet waardoor niet meer zorgvuldig kan wordenvastgesteld welke personen om welke reden bij terugkeer een risicolopen. Het lid Kröger stelde in relatie tot Iran voor om onmiddellijk eenvertrekmoratorium af te kondigen voor Iraanse vreemdelingen, maargelijktijdig wel door te gaan met beslissen. Om tot besluitvorming inindividuele zaken over te gaan is het noodzakelijk dat de IND over actueleen accurate landeninformatie beschikt. Gelet op de recente ontwikke-lingen is er echter nog veel onduidelijk en onzeker.Het instellen van een besluit- en vertrekmoratorium is een besluit datgemeld dient te worden bij de Commissie en gepubliceerd dient teworden in de Staatscourant. Niet enkel is het rechtsgevolg dat debeslistermijn in individuele zaken wordt verlengd, ook brengt dit voor deIND een registratie- en informatielast met zich mee. Om die reden kan hetverstandig zijn om bij een ontstane onduidelijke of onoverzichtelijkesituatie eerst een informele pas op de plaats te maken om beter te kunneninschatten of deze situatie langer zal aanhouden, om zo een knipperlichtsi-tuatie te vermijden. Wanneer het beeld ontstaat dat de situatie langeraanhoudt, ligt formele instelling van moratoria voor de hand.Inmiddels zien we dat in Iran de onoverzichtelijke situatie langer aanhoudten lijkt dit zich niet snel te stabiliseren. Dat maakt het noodzakelijk datzowel een besluit- als vertrekmoratorium op dit moment wordtvoorbereid. Het kabinet verwacht dat dit op korte termijn gereed is. Bij hetinstellen van een besluit- en vertrekmoratorium zal over het algemeen deIND zeer terughoudend zijn in het oppakken van asielaanvragen. Zowelvoor afwijzende beslissingen als voor inwilligende beslissingen geldt datdeze zorgvuldig moeten worden genomen. Onduidelijkheid over desituatie in een herkomstland maakt beide in de regel onmogelijk. Hetkabinet verwacht uw Kamer op korte termijn nader te informeren over hetinstellen van een besluit- en vertrekmoratorium.Toepassing EU-lijst veilige landen van herkomstIn het commissiedebat JBZ-Raad van 3 maart jl. zegde de Minister vanAsiel en Migratie toe om schriftelijk terug te komen op de toepassing vande EU-lijst veilige landen van herkomst. Uw Kamer vroeg onder meer2Kamerstukken II, 2025–26, 32 317, nr. 994.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9982 waarom de landen op deze lijst als geheel als veilig bestempeld zijn enhoe de waarborgen voor individuele asielverzoeken gegarandeerd kunnenworden.De Commissie heeft in het voorstel voor deze specifieke lijst landen geenaanleiding gezien daarbinnen groepen of gebieden uit te zonderen van deaanwijzing. De lidstaten en het Europees Parlement hebben met ditvoorstel ingestemd. Belangrijke reden voor Nederland om in te stemmenwas dat de lijst bijdraagt aan de verdere harmonisering van het asiel-beleid van de verschillende lidstaten, specifiek de snelle afhandeling van(in de regel) kansarme asielverzoeken. Op die wijze kan de lijst ookbijdragen aan minder secundaire migratie tussen lidstaten. De Europeselijst is verplicht; lidstaten kunnen wel aanvullende nationale lijstenhanteren, maar hebben niet de ruimte om binnen de EU-lijst zelf wijzi-gingen te doen. Dat neemt niet weg dat elke asielaanvraag, ook vanpersonen uit landen op deze lijst, op de eigen merites beoordeeld wordt.Wanneer daar aanleiding toe is, kan de IND op individuele gronden debehandeling van een asielaanvraag niet volgens de versnelde procedure,maar de «gewone» asielprocedure behandelen. Anders dan in het huidigespoor 2, waar aanvragen van personen uit veilige landen in werdenafgedaan, kent de versnelde procedure straks alle stappen die deniet-versnelde procedure ook kent. Het enige verschil is dat de proceduresneller doorlopen wordt.Voor zover het beeld zou bestaan dat de bewijslast bij vreemdelingen uitveilige landen van herkomst bij de vreemdeling ligt en in andere situatiesniet, dan is dat onjuist. In alle asielzaken ligt de bewijslast als vertrekpuntbij de asielzoeker zelf. Als een vreemdeling afkomstig is uit een veilig landvan herkomst, bestaat een algemeen, maar door de vreemdelingweerlegbaar, rechtsvermoeden dat voor hem daar bij terugkeer geenvervolging dreigt of risico op ernstige schade bestaat. Het begrip veiligland van herkomst mag alleen worden toegepast indien de verzoeker inhet kader van een individuele beoordeling geen elementen kanverstrekken die rechtvaardigen dat het begrip veilig land van herkomstniet op hem of haar van toepassing is. In die zin is er inhoudelijk dus enkeleen beperkt en relatief verschil met de algemene asielbeoordeling waarbijeveneens de bewijslast als vertrekpunt bij de asielzoeker ligt. Het primairedoel dat de nieuwe EU-procedureverordening aan het veilig land vanherkomst verbindt, is de versnelde behandeling in een periode vanmaximaal drie maanden.Stand van zaken terugkeersamenwerking met derde landenIn het commissiedebat JBZ-Raad van 3 maart jl. zegde de Minister vanAsiel en Migratie toe om schriftelijk terug te komen op de stand van zakenten aanzien van de terugkeersamenwerking met derde landen. Verschil-lende factoren dragen bij aan het realiseren van vertrek, waaronder demedewerking van derde landen. In de praktijk werken derde landenvrijwel altijd mee aan vrijwillig vertrek. Er zijn daarentegen landen die nietof onvoldoende meewerken aan gedwongen terugkeer – ondanks deinternationaal breed gedeelde consensus dat landen hun eigen onder-danen dienen terug te nemen. De mate van medewerking door derdelanden kan veranderen over de tijd. Het delen van specifieke informatieover landen kan een negatief effect hebben op de lopende trajectenwaarmee het kabinet de terugkeersamenwerking probeert te verbeteren.Het kabinet heeft verschillende instrumenten tot haar beschikking, de inzetervan wordt georganiseerd door de taskforce Internationale migratie.denk bijvoorbeeld aan brede partnerschappen, artikel 25bis van hetvisuminstrument en terugkeer-en overname-overeenkomsten. Hetverschilt per land of ingezet wordt op Europees of bilateraal niveau, of eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9983 combinatie. De Kamer wordt jaarlijks geïnformeerd over de resultaten vande terugkeersamenwerking met landen van herkomst in de Staat vanMigratie. De nieuwste Staat van Migratie zal voor de zomer gepubliceerdworden. Daarnaast kan de kamer door middel van vertrouwelijketechnische briefings worden geïnformeerd over de stand van zaken perland. Laatstelijk is dit gebeurd op 11 september 2025.Stand van zaken onderhandelingen over het voorstel voor eenterugkeerverordeningIn het commissiedebat JBZ-Raad van 3 maart jl. zegde de Minister vanAsiel en Migratie toe om schriftelijk terug te komen op de algemeneoriëntatie van de Raad inzake het voorstel voor een terugkeerverordening,in het bijzonder de bepaling over onderzoeksbevoegdheden (artikel 23a inde algemene oriëntatie van de Raad). Met de desbetreffende bepalingwordt een rechtsgrondslag op Europees niveau gecreëerd voor bevoegd-heden die nationale autoriteiten kunnen inzetten om – in geval datnoodzakelijk en gerechtvaardigd is – de terugkeer van een vreemdeling teeffectueren. Iedere maatregel die opgelegd wordt moet in lijn zijn metfundamentele rechten en ook gelden de waarborgen en rechtsmiddelendie daarvoor beschikbaar zijn volgens het Unierecht en het nationalerecht. Momenteel voorziet de Vreemdelingenwet in een rechtsbasis voorde inzet van soortgelijke maatregelen, zoals het onderzoeken van dekleding of het lichaam van de vreemdeling, alsmede zaken van dezepersoon te doorzoeken. Eveneens voorziet het nationale recht erin dat deinzet van deze bevoegdheden door autoriteiten in lijn moet zijn met debeginselen van noodzakelijkheid en proportionaliteit. De Raad beoogt methet bepaalde in artikel 23a in het voorstel voor een terugkeerverordeningdeze reeds bestaande bevoegdheden op Europees niveau te regelen. Ditsluit aan bij de inzet van het kabinet, zoals uiteengezet in het BNC-fiche,om meer instrumenten ter beschikking te hebben voor nationaleautoriteiten om de vreemdeling te motiveren – bij voorkeur zelfstandig –te vertrekken en anderzijds vreemdelingen beschikbaar te houden voorhet gedwongen vertrekproces.3Het kabinet informeert uw Kamer tevens over de recente ontwikkelingenin het Europees Parlement en daarmee de huidige stand van zaken van deonderhandelingen. Recent is in de Commissie Burgerlijke vrijheden,justitie en binnenlandse zaken van het Europees Parlement eenvoorlopige onderhandelingspositie vastgesteld. Dit moet plenair nogworden goedgekeurd. Het is de verwachting dat dit op korte termijn zalgebeuren, waarna de onderhandelingen tussen Raad en het Parlementkunnen aanvangen. Het kabinet zet in op een snel onderhandelings-akkoord, want het Europese terugkeerbeleid moet efficiënter en doeltref-fender worden om meer terugkeer te bewerkstelligen.Dublinoverdrachten naar BelgiëNaar aanleiding van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraakvan de Raad van State (de Afdeling) van 23 juli 2025, is het op grond vande Dublinverordening terugsturen van alleenstaande mannen naar Belgiëtijdelijk stopgezet. De Afdeling oordeelde in deze uitspraak dat eenniet-kwetsbare alleenstaande mannelijke asielzoeker bij overdracht aanBelgië, wegens structurele tekortkomingen in de opvangvoorzieningenvoor deze doelgroep, een reëel risico loopt om terecht te komen in eensituatie die in strijd is met artikel 4 van het EU Handvest en artikel 3 vanhet EVRM.3Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 22 112, nr. 4031.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9984 Naar aanleiding van deze uitspraak is contact gelegd met de Belgischeautoriteiten met het verzoek om (nadere) informatie over de actueleopvangsituatie voor deze groep. Bij brief van 5 februari jl. hebben deBelgische autoriteiten over deze situatie bericht. Deze informatie van deBelgische autoriteiten is voor het kabinet aanleiding om Dublinover-drachten van alleenstaande mannen aan België per direct weer tehervatten, omdat deze informatie voldoende verzekert dat de asielzoekerna terugkeer in België kan worden voorzien in zijn meest elementairebehoeften. Hiermee voert het kabinet de motie Rajkowski en Van Zantenuit over alles op alles zetten om Dublinclaimanten naar andere Europeselanden terug te sturen, met hierbij extra aandacht voor België.4De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelDe Minister van Asiel en Migratie,G. van den BrinkDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van Bruggen4Kamerstukken II, vergaderjaar 2025–2026. 22 112, nr. 4131.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9985 Verslag van de bijeenkomst van de Raad Justitie en BinnenlandseZaken, 5 en 6 maart 2026 I. Binnenlandse Zaken Belangrijkste resultaten•In de Schengenraad verwelkomde een groot aantal lidstaten de dalingvan het aantal irreguliere overschrijdingen van de buitengrens ensecundaire bewegingen binnen het Schengengebied ten opzichte vandezelfde periode vorig jaar. Wel sprak een aantal lidstaten zorgen uitover de afgifte van toeristenvisa aan Russische staatsburgers. Er wasverder brede steun voor het vergroten van de effectiviteit ten aanzienvan vrijwillige terugkeer waarbij het belang van een snel onderhande-lingsresultaat over de voorstel voor een terugkeerverordening werdbenadrukt.•Tijdens de bespreking over de externe dimensie van migratie inLibanon en Libië was er brede consensus onder lidstaten dat dehuidige inzet in de landen voortgezet moet worden. Door een grootaantal lidstaten werd aandacht gevraagd voor de precaire situatie inLibië en de waarborging van mensenrechten. Ook was er in relatie totLibanon aandacht voor de ontwikkelingen in het Midden-Oosten.•De Raadsconclusies over het EU Drugs Strategic Framework werdenaangenomen waarmee de lidstaten in navolging van de EuropeseCommissie (hierna: Commissie) blijvende prioriteit en integraliteit bijde aanpak van drugscriminaliteit benadrukten.•In een brede ronde tafel sessie over de toekomst van Europol sprakenlidstaten steun uit voor een verdere versterking van Europol binnenhet huidige mandaat, met speciale aandacht voor verbeterdeinformatie-uitwisseling en digitale opsporingscapaciteiten.•Bij de presentatie van de nieuwe contraterrorisme-agenda spoordeNederland mede namens een aantal andere lidstaten de Commissieaan om concrete stappen te zetten bij het tegengaan van onlineradicalisering op basis van de voorstellen in het eerdere Nederlandse,Duitse en Franse non-paper.5 Daarnaast gaf Nederland een politieksignaal van steun af aan de Commissie, mede in het licht van kritiek opEU-wetgeving voor het digitale domein.1. Algemene staat van het Schengengebied a. Schengen barometer b. Uitvoering van de prioriteiten van de Schengenraadcyclus:stimuleren van vrijwillige terugkeer De Schengenraad stond in het teken van een algemene discussie over destaat van het Schengengebied en in het bijzonder het stimuleren vanvrijwillige terugkeer. De Commissie presenteerde de nieuwste Schengen-barometer en was daarbij positief over de algemene trend en benadruktehet belang van Schengen, onder andere als aanjager van de Europeseeconomie. Het aantal irreguliere overschrijdingen van de buitengrens ensecundaire bewegingen binnen het Schengengebied is voor het tweedejaar verder afgenomen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.Tegelijkertijd wees de Commissie erop dat, ondanks deze ontwikkeling,sprake blijft van risico’s, onder meer vanwege conflicten in de landen omons heen, waardoor doorlopende inspanningen noodzakelijk blijven. DeCommissie ging verder in op de 29 januari jl. gepresenteerdeEU-visumstrategie en benadrukte het belang van een strategische inzetvan het visumbeleid om onder meer derde landen te stimuleren eigen5Kamerstukken II, 2025–26, 29 754, nr. 773.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9986 onderdanen over te nemen en zo terugkeer van vreemdelingen tebewerkstelligen. Ten slotte stond de Commissie stil bij terugkeer. Hetafgelopen jaar zijn de aantallen geëffectueerde terugkeer gestegen met8%, met name vrijwillige terugkeer. Ondersteuning aan vreemdelingen isdaarvoor essentieel. De Commissie verwees verder naar de noodzaakvoor stevig juridisch kader voor gedwongen terugkeer en verwees hierbijnaar het belang van de Terugkeerverordening en een snel onderhan-delingsakkoord tussen de Raad en het Europees Parlement.Verschillende lidstaten, waaronder Nederland, spraken van een positieveontwikkeling dat de aantallen irreguliere overschrijdingen van debuitengrens en secundaire bewegingen zijn gedaald. Nederlandbenadrukte in dat kader ook het belang van voldoende capaciteit enmiddelen voor grensbeheer. Daarnaast verzocht een aantal lidstaten om inde Schengenbarometer meer aandacht te besteden aan de afgifte vantoeristenvisa aan staatsburgers van de Russische Federatie, met hetverzoek deze afgifte te beperken. Enkele lidstaten drongen zoals gebrui-kelijk aan op de afschaffing van binnengrenscontroles. Op terugkeerbenadrukten vrijwel alle lidstaten het belang van het vergroten van deeffectiviteit van ondersteuning voor vrijwillige terugkeer en dat dit hand inhand moet gaan met effectieve bevoegdheden in het kader vangedwongen terugkeer. Nederland benadrukte, net als diverse anderelidstaten, het belang van een snel onderhandelingsakkoord over hetvoorstel voor een terugkeerverordening en de inzet van innovatieveoplossingen, zoals de terugkeerhub. Ook ging een aantal lidstaten in ophet belang van een grotere rol van Frontex bij de ondersteuning vanlidstaten bij terugkeeroperaties en samenwerking met derde landen.2. Implementatie van interoperabiliteit: herziene routekaart voorna 2026 Tijdens de JBZ-Raad stond de Commissie uitgebreid stil bij ervaringen ende eerste resultaten van de gefaseerde ingebruikname van het Entry/ExitSystem (EES) en andere grootschalige IT-systemen. De Commissie sprakhierbij zorgen uit over achterstanden in een aantal lidstaten bij de uitrolvan het systeem. De Commissie heeft de betreffende lidstaten een briefgestuurd en is in nauw contact over de implementatie van EES. Nederlandis één van deze landen. Zoals eerder met de Tweede Kamer gedeeld, ligtde implementatie op Schiphol door technische uitdagingen met deontwikkeling van nationale ICT-systemen achter op schema. Nederlandstaat hierover in nauw contact met de Commissie en andere lidstaten. Metde Koninklijke Marechaussee, Ministerie van Defensie, Ministerie vanIenW en Schiphol wordt nauw samengewerkt om ervoor te zorgen dat deimplementatie van EES op een verantwoorde manier plaatsvindt. In deafgelopen periode heeft Nederland belangrijke stappen gezet en is hetEES op alle grensdoorlaatposten in gebruik. Een aanzienlijk deel vanniet-EU passagiers wordt inmiddels in het EES geregistreerd.Momenteel worden alle zeilen bijgezet om de techniek volledig op orde tekrijgen. In nauwe samenspraak met alle betrokkenen koersen we opbiografische registratie (middels gegevens op het reisdocument) van alleniet-EU reizigers per 9 april 2026. Hiervoor is een aantal (IT-) randvoor-waarden nodig. De komende periode moet blijken of aan deze randvoor-waarden daadwerkelijk kan worden voldaan. De EES Verordening biedt demogelijkheid om de verplichting tot biometrische registratie tijdelijk op teschorten na 9 april. Het tempo waarmee kan worden toegewerkt naarvolledige biometrische registraties (met vingerafdrukken en gezichts-opname) is nog onderwerp van gesprek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9987 Verder zijn de voorgelegde resterende onderdelen van de InteroperabliteitRoadmap ten aanzien van revised VIS en EU-VAP aangenomen.6 Tot slotziet de Raad het vernieuwde Eurodac, dat in juni 2026 in werking zaltreden, als de volgende stap in het implementatieproces.3. Externe dimensie van migratie De JBZ-Raad sprak over de migratiesamenwerking met Libië en Libanon,waarbij breed steun werd uitgesproken voor de continuering ervan. Bijbespreking van de EU-migratierelaties met Libanon was er eveneens veelaandacht voor de gevolgen van het conflict in Iran en de ontwikkelingen inhet Midden-Oosten voor de veiligheid en stabiliteit in Libanon. DeCommissie gaf aan dat de inzet op de externe dimensie van migratievergroot moet worden de komende tijd. Ze verwelkomde de concretediscussie in de JBZ-Raad over Libië en Libanon, maar gaf aan dat naar allerelevante regio’s moet worden gekeken. Het zijn volgens de Commissieuiteindelijk communicerende vaten. Ze noemde in dat verband landen alsNigeria, Senegal en Mauritanië als belangrijke transit- en herkomstlanden.Verschillende lidstaten verwelkomden de discussie over de externedimensie van migratie en riepen op om de huidige positief opgebouwdemigratiesamenwerking met Libanon en Libië voort te zetten. Ten aanzienvan Libië werd door een groot aantal lidstaten benadrukt dat de politiekesituatie in het land complex is en er zorgen zijn over de mensenrechtensi-tuatie voor migranten. Ten aanzien van Libanon werd de grote betrok-kenheid en inzet van het land bij de opvang van ontheemden in de regioonderstreept. Samenwerking met de autoriteiten is dan ook van grootbelang volgens lidstaten, in het bijzonder vanwege de grote groep Syriërsdie er verblijft.4. Implementatie van het Asiel- en Migratiepact Onder dit agendapunt werd de JBZ-Raad door de Commissie en hetEU-agentschap voor het operationeel beheer van grootschaligeIT-systemen (eu-LISA) geïnformeerd over de stand van zaken van deimplementatie van het Asiel- en Migratiepact in de lidstaten. DeCommissie gaf aan alles zorgvuldig te monitoren met nog drie maandentot de implementatiedeadline van 12 juni en stelde dat er veel vooruitgangis geboekt de afgelopen tijd. Vervolgens was er in het bijzonder aandachtvoor de implementatie van het vernieuwde Europese IT-systeem en decentrale gegevensbank met vingerafdrukken voor asielzoekers (Eurodac).De Commissie benadrukte het belang van vroegtijdig testen van desystemen om gereed te zijn op 12 juni. Een klein aantal lidstaten blijft nogachter. De Commissie bood daarop lidstaten aan om samen met onder-steuning van eu-LISA te kijken hoe ervoor gezorgd kan worden dat allelidstaten op 12 juni gereed zijn om aangesloten te zijn op het nieuweEurodac.5. Conclusies over het strategisch kader van de EU inzake drugs De JBZ-Raad nam de Raadsconclusies over het EU Drugs StrategicFramework aan. Daarbij werd onderstreept dat de strategie voor deaanpak van drugshandel een richtinggevend instrument vormt, terwijl hetdrugsbeleid een nationale competentie blijft. De Commissie gaf aan datde integrale strategie meerdere pijlers omvat, waaronder gezondheid enveiligheid, en legde daarnaast een verband met de recent gepubliceerdehavenstrategie en de toegang tot data voor de opsporing. Nederlandbenadrukte het belang van de strategie en van nauwe samenwerking6De herziene VIS-verordening en het nieuwe EU Visa Application Platform (EU-VAP).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9988 tussen lidstaten bij de bestrijding van drugscriminaliteit. Een van delidstaten onderschreef dit en riep op om in de implementatiefaseaandacht te houden voor alle pijlers, inclusief preventie en de bestuurs-rechtelijke aanpak.6. Toekomst van Europol De Commissie lichtte toe dat in het nieuwe EU Meerjarig Financieel Kader(MFK) een bedrag van 3 miljard euro is voorgesteld om Europol in staat testellen de lidstaten in de komende jaren beter te ondersteunen. Daarbijgaf de Commissie aan dat het van belang is richting te bepalen voor deinzet van dit budget. In dat verband ziet de Commissie mogelijkheden ombestaande informatie-hiaten te verkleinen, onder meer door informatie-deling te vergemakkelijken, en om de analytische en technische onder-steuning van lidstaten verder te versterken. Daarnaast wees deCommissie op het belang van innovatie en van de ontwikkeling vandigitale opsporings- en data-analyse-instrumenten, evenals op denoodzaak te investeren in internationale samenwerking.In een brede ronde tafel sessie, spraken alle lidstaten steun uit voor eenverdere versterking van Europol, zolang deze gericht blijft op de onder-steuning van de lidstaten. Er werd geen aanleiding gezien om hetmandaat van Europol uit te breiden, en evenmin bestond brede steunvoor het toevoegen van hybride dreigingen aan de taken van Europol. Tenaanzien van de governance benadrukten lidstaten dat het niet wenselijk isnieuwe structuren op te richten.Nederland onderstreepte het belang van Europol als een zeer waardevolleorganisatie en benadrukte dat Europol in de toekomst een grotere rol zoukunnen vervullen als centrale hub voor data en informatie en een sterkerepositie kan innemen op het terrein van hybride dreigingen, mits ditplaatsvindt binnen de juiste, met name strafrechtelijke, context en nietleidt tot een uitbreiding van het mandaat.7. Werklunch: Impact van de huidige geopolitieke situatie op deinterne veiligheid van de EU: situatie in Syrië Tijdens de werklunch bespraken lidstaten de recente ontwikkelingen metbetrekking tot de oorlog in het Midden-Oosten en de situatie in Syrië, inhet bijzonder met het oog op de terroristische dreiging. Lidstaten,Commissie en de EU Counter Terrorism Coordinator (CTC) uitten zorgenover de huidige situatie en mogelijke gevolgen van de ontwikkelingen inhet Midden-Oosten voor de EU.De zorgen hadden betrekking op een aantal interne zaken. Daarbij werdgewezen op risico’s voor de energietoevoer, demonstraties binnenlidstaten, de dreiging van cyberaanvallen en repatriëringsvraagstukken.Daarnaast waren er externe zorgen, onder meer over de grensbewakingen mogelijke migratiestromen die op gang kunnen komen. Goedeinformatiedeling tussen lidstaten werd als essentieel beschouwd om desituatie nauwlettend te kunnen monitoren.De Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) gaf aan dat deontwikkelingen in het Midden-Oosten ook gevolgen kunnen hebben voorOekraïne, onder meer door schaarste op de wapen- en dronemarkt.Tegelijkertijd werd opgemerkt dat in Oekraïne waardevolle kennisbeschikbaar is over drones van Iraanse makelij, waar partners in hetMidden-Oosten mee geholpen zouden kunnen worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9989 Ten aanzien van Syrië werd benadrukt dat lidstaten waakzaam moetenblijven en ondersteuning moeten blijven bieden aan zowel Syrië als Irakom de situatie zo stabiel mogelijk te houden. Daarbij werd het belang vanadequate informatiedeling met beide landen onderstreept, inclusiefbiometrische informatie.8. Any other business a. Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne De Commissie en de speciaal gezant voor Oekraïense ontheemden in deEU benadrukten onder dit agendapunt het belang van een tijdigediscussie in de JBZ-Raad over de transitie na het aflopen van detoepassing van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming voor Oekraïenseontheemden. Oekraïense ontheemden hebben tot en met 4 maart 2027recht op verblijf in de EU op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.De oorlog duurt echter onverminderd voort en het is hoogst onzeker of erop termijn uitzicht is op een vredesakkoord. Tegelijkertijd is de situatievoor Oekraïense ontheemden na vier jaren oorlog volgens de speciaalgezant wezenlijk veranderd. Veel ontheemden zijn volgens de speciaalgezant inmiddels geïntegreerd in de samenleving, hebben een baan enkinderen gaan naar school. Ook wordt er door verschillende lidstatenreeds onderzocht welke scenario’s denkbaar en uitvoerbaar zijn als deRichtlijn Tijdelijke Bescherming niet langer geldt voor deze groepvreemdelingen. Hier kan gebruik van worden gemaakt om te komen toteen gecoördineerde aanpak in de EU.Een aantal lidstaten ging in op de nationale scenario’s die momenteelworden uitgewerkt. Tegelijkertijd werd benadrukt dat door de moeilijkevoorspelbaarheid van het verloop van de oorlog de toepassing van deRichtlijn Tijdelijke Bescherming op 4 maart 2027 niet definitief ten eindezou moeten lopen. De speciaal gezant benoemde in deze context ook demogelijkheid om de RTB voor slechts een deel van de Oekraïenseontheemden te laten voortduren, bijvoorbeeld uitsluitend voorontheemden uit als onveilig aangemerkte regio’s in Oekraïne. Lidstatenverwelkomden vanwege het voortduren van de oorlog in Oekraïne eentijdige discussie op Europees niveau over de toekomst van de RichtlijnTijdelijke Bescherming. De komende tijd zal deze discussie geregeldterugkomen in de daarvoor bestemde EU-gremia.b. Contraterrorisme-agenda (CT-agenda) De Commissie gaf toelichting over de op 26 februari jl. gepubliceerdeCT-agenda. Daarbij schetste de Commissie dat de Europese Unie nogsteeds tot de veiligste regio’s ter wereld behoort, maar dat sprake blijftvan een blijvende dreiging. Daarbij werd onderstreept dat daders steedsjonger worden. De situatie in het Midden-Oosten stelt de Unie bovendienbloot aan nieuwe risico’s en leidt tot een gevaar voor de Joodse gemeen-schap en voor plaatsen en symbolen die verband houden met Israël.Binnen de Interne Veiligheidsstrategie is contraterrorisme daarom één vande prioriteiten. In de eerste plaats moet worden ingezet op preventie. Indat kader is het de bedoeling dat een EU-kenniscentrum wordt opgericht.Daarnaast is 5 miljoen euro geoormerkt voor kennisprojecten die specifiekop jongeren zijn gericht. Tevens blijft het noodzakelijk online aspecten vanterrorisme tegen te gaan; samenwerking met online aanbieders ishiervoor essentieel.Verder lichtte de Commissie toe dat de CT-agenda, naast preventie, ook isgericht op het bestrijden van terroristen. De agenda omvat daarnaastvoornemens voor maatregelen om het gebruik van drones door terro-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 99810 risten en de beschikbaarheid van wapens voor terroristen tegen te gaanen om financiële stromen te volgen via een EU-breed systeem. Tot slotwordt ingezet op versterking van internationale samenwerking, ondermeer door het sluiten van aanvullende samenwerkingsakkoorden.Nederland verwelkomde in een interventie namens een groot aantallanden uit de kopgroep contraterrorisme het voorstel van de Commissie.Het veiligheidslandschap wordt in toenemende mate bepaald door onlineradicalisering, waarbij online platformen een belangrijke rol spelen in debescherming van jongeren. Nederland verwees naar het eerderenon-paper van Nederland, Duitsland en Frankrijk en onderstreepte hetbelang van het aanpakken van online radicalisering.7 Daarnaast gafNederland een politiek signaal af van steun aan de Commissie, mede inhet licht van recente kritiek op EU-wetgeving voor het digitale domein.II. Justitie Belangrijkste resultaten•De JBZ-Raad bereikte een algemene oriëntatie over de Verordeningbescherming kwetsbare volwassenen. Hiermee is een stap gezet in hetwaarborgen van rechten van volwassenen die bescherming ofondersteuning nodig hebben in grensoverschrijdende situaties, zoalsverkoop van eigendom, medische zorg in het buitenland of verhuizingnaar een ander land.•Lidstaten bevestigden hun sterke inzet voor de aanpak van straffeloos-heid in Oekraïne en onderstreepten het belang van het SpeciaalAgressietribunaal en verdere praktische samenwerking.•De JBZ-Raad sprak brede steun uit voor snelle ratificatie van hetAdvocatenverdrag en benadrukte het belang van onafhankelijke enveilige beroepsuitoefening door advocaten in het kader van derechtsstaat.•In aanwezigheid van twee rechters van het Internationaal Strafhof,spraken Ministers in de JBZ-Raad hun onvoorwaardelijke steun uitvoor de onafhankelijkheid van de rechters van het Strafhof.1. Verordening over de bescherming van volwassenen Het Voorzitterschap benadrukte dat kwetsbare volwassenen in grensover-schrijdende situaties adequaat moeten kunnen worden beschermd. Eenbelangrijk punt in de meest recente tekst van de verordening betrof debepaling dat plaatsing van een kwetsbare volwassene in een verzorgings-instelling in een andere lidstaat niet langer verplicht is, maar dat eenlidstaat zich hiertegen kan verzetten. Daarnaast is de reikwijdte van hetvertegenwoordigerscertificaat uitgebreid, zodat het niet alleen kan wordenafgegeven voor vertegenwoordiging maar ook voor ondersteuning. Hethoofdstuk over onderling verbonden registratieregisters is geschrapt,omdat dit in deze fase te complex en te kostbaar werd geacht. Hierbijwerd opgemerkt dat dit onderwerp op een later moment opnieuw kanworden bezien. Volgens het Voorzitterschap komt de compromistekst opevenwichtige wijze tegemoet aan de belangrijkste bezwaren van lidstaten.De Commissie verwelkomde de algemene oriëntatie en wees erop dat,ondanks bestaande verbintenissen, sprake blijft van een lappendeken vanregelingen met lacunes die afbreuk doen aan de rechtszekerheid vankwetsbare volwassenen. Zij betreurde het schrappen van het hoofdstukover registratieregisters, dat volgens haar had kunnen bijdragen aan meeruniformiteit. Daarnaast sprak de Commissie zorgen uit over het feit dathet vertegenwoordigerscertificaat alleen rechtsgevolgen heeft wanneer de7Kamerstukken II, 2025–26, 29 754, nr. 773.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 99811 ontvangende lidstaat het erkent, terwijl burgers idealiter moeten kunnenvertrouwen op één certificaat dat in alle lidstaten rechtskracht heeft.Desondanks sprak de Commissie waardering uit voor de geboektevoortgang en de constructieve inzet van Voorzitterschappen en delidstaten.Het Voorzitterschap concludeerde dat de algemene oriëntatie is aange-nomen. Nu het Europees Parlement zijn standpunt eveneens heeftvastgesteld, kunnen de trilogen op korte termijn van start gaan.2. De Russische agressieoorlog tegen Oekraïne: strijd tegenstraffeloosheid Het Voorzitterschap herinnerde aan het belang van de aanpak vanstraffeloosheid in het kader van de Russische agressieoorlog tegenOekraïne.De Commissie gaf aan dat de oprichting van het Agressietribunaal eenduidelijke prioriteit blijft. Op 21 januari rondde het Comité van Ministersvan de Raad van Europa het oprichtingsverdrag af. De Commissie riepzowel de Europese Unie als alle lidstaten op tot toetreding en drongtevens aan op verdere voortgang bij de Claimscommissie. Op 24 januari jl.werd een voorstel gepubliceerd voor een Raadsbesluit tot goedkeuringvan het verdrag. Daarnaast wees de Commissie op het in januariaangenomen support loan, waarmee herstelbetalingen kunnen wordenuitgevoerd, en meldde zij dat inbreukprocedures zijn gestart tegenachttien lidstaten die geen melding hadden gemaakt van de omzettingvan de richtlijn niet-naleving sancties.Nederland benadrukte opnieuw het grote belang dat wordt gehecht aande bestrijding van straffeloosheid voor internationale misdrijven inOekraïne en legde de nadruk op het belang van nauwe samenwerkingtussen alle betrokken partijen. Tevens verwelkomde Nederland devrijwillige bijdrage van de Europese Unie van 10 miljoen euro voor deeerste fase van het Speciaal Agressietribunaal. Het Voorzitterschapconcludeerde dat de Raad nota heeft genomen van de stand van zaken inde strijd tegen straffeloosheid in het kader van de Russische agressie-oorlog tegen Oekraïne.3. Werklunch: voortgezet crimineel handelen in detentie Tijdens de besloten werklunch bespraken lidstaten voortgezet crimineelhandelen in detentie. Het detentiewezen is geen EU-competentie, maar deEU heeft wel een rol bij de uitwisseling van goede praktijken en hetstimuleren van onderlinge informatie-uitwisseling. Onder de lidstatenwerden bredere zorgen gedeeld over onder andere toegang tot digitalecommunicatie, corruptie onder gevangenispersoneel, benutten vannieuwe technologieën en misbruik van kwetsbare personen.Daarop werden nationale praktijken uitgewisseld om deze uitdagingen hethoofd te bieden. Terugkerende thema’s waren: betere uitwisseling nodigtussen rechtshandhaving en gevangenisautoriteiten (die vaak stopt na hetstrafproces, maar dus ook tijdens detentie door moet gaan). HetEU-project Europris werd door de Commissie en verschillende lidstatenals goed vehikel benoemd voor uitwisseling tussen lidstaten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 99812 In de interventie bevestigde Nederland in lijn met ons eerdere non-paperdat de bestrijding van voortgezet crimineel handelen in detentie een hogeprioriteit heeft.8 Voorts werden goede praktijken uit eigen ervaringengedeeld.4. De onafhankelijkheid van advocaten in Europa: de rol van deEU en het Verdrag van de Raad van Europa Het Voorzitterschap benadrukte dat juristen een belangrijke rol spelen bijhet in stand houden van de rechtsstaat en dat advocaten daarom vrij enonafhankelijk moeten kunnen werken. In een aantal lidstaten zijnzorgwekkende incidenten geconstateerd. De Commissie herhaaldeeveneens dat advocaten een cruciale rol spelen en erkenning enbescherming verdienen. De Commissie toonde zich verheugd over degoedkeuring van het verdrag van de Raad van Europa over debescherming van de advocatuur. Aangezien het verdrag een gemengdeovereenkomst betreft, delen zowel de lidstaten als de Commissiebevoegdheden. Lidstaten mogen bij uitzondering tekenen en nationaleratificatie doorvoeren voordat de Raad het verdrag heeft bekrachtigd. Demeeste lidstaten hebben inmiddels ondertekend. De Commissie gaf aande interne goedkeuringsprocedure te willen opstarten.Nederland onderstreepte dat toegang tot het recht een prioriteit is en datadvocaten hierbij een cruciale rol spelen. Agressie tegen advocaten komtin Nederland bijna dagelijks voor en treft bijna de helft van de beroeps-groep. Het beroep moet worden beschermd om de rechtsstaat tewaarborgen, zowel nationaal als Europees. De Nederlandse Orde vanAdvocaten heeft al maatregelen genomen. Nederland is voornemens hetverdrag van de Raad van Europa zo snel mogelijk te ratificeren en riep deCommissie daarom op spoedig met een voorstel voor een Raadsbesluit tekomen. Nederland gaf verder aan bereid te zijn om samen met deCommissie te bekijken hoe de Europese rechtsstaat verder kan wordenversterkt en wees daarbij op de mogelijkheid tot aanvullingen in hetjaarlijks door de Commissie gepubliceerde Rechtsstaatrapport.Het Voorzitterschap merkte op dat uit de interventies van verschillendelidstaten duidelijk naar voren kwam dat de veiligheid van advocaten onderdruk staat. Vertrouwelijkheid vormt daarbij een aanvullende uitdaging.Vertrouwensbreuken moeten worden voorkomen, waarbij met nameaandacht nodig is voor de communicatie tussen advocaten en cliënten.Het Advocatenverdrag moet er tevens voor zorgen dat beter kan wordensamengewerkt op dit belangrijke thema. Alle lidstaten spraken steun uitvoor een snelle ratificatie van het verdrag, en de Commissie werkt ermomenteel hard aan om dit te realiseren via het voorstel voor eenRaadsbesluit.5. Conclusies over de toepassing van het Handvest van degrondrechten van de Europese Unie 2026 Het Voorzitterschap gaf aan dat begin januari de Raadsconclusies over detoepassing van het Handvest van de grondrechten van de Europese Uniezijn opgesteld. Daarbij werd benadrukt dat de lidstaten een cruciale rolvervullen, dat nauwe samenwerking met alle relevante publieke en privatepraktijken van groot belang is en dat moet worden gezorgd voor een goedkader waar men mee uit de voeten kan, inclusief passende financiering.8Non-paper uit 2024 A comprehensive approach to tackling organised crime Kamerbrief bijgeannoteerde Agenda JBZ Raad 4 en 5 maart 2024 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 99813 De Commissie gaf aan de Raadsconclusies te onderschrijven, maarmerkte op dat de samenwerking tussen de Europese instellingen en delidstaten verder kan worden versterkt. Volgens de Commissie is het vancruciaal belang dat lidstaten samen met de Commissie goede trainingenen opleidingen kunnen organiseren. Lidstaten die dit nog niet hebbengedaan, dienen hun rapport alsnog in te leveren. De toepassing enuitvoering van het Handvest is een gedeelde verantwoordelijkheid.Daarnaast benadrukte de Commissie dat bewustmaking van groot belangis en dat alle betrokkenen hieraan bijdragen. Zij zal trainingsmateriaalover het Handvest blijven ontwikkelen en contactpunten blijven aanbiedenvoor de uitwisseling van best practices. Verder gaf de Commissie aan dathet respecteren van de grondrechten van burgers bij wetsvoorstellen vangroot belang is, zoals ook tot uiting komt in de Digitale Omnibus. Daarbijmerkte de Commissie op dat het voorstel sterk is gebaseerd op arrestenvan het Hof en op adviezen van de European Data Protection Board, enverzekert zij dat de grondrechten van burgers te allen tijde wordengerespecteerd.Het Voorzitterschap concludeerde dat de Raadsconclusies metinstemming van alle lidstaten zijn aangenomen. Een rode draad in deopmerkingen van de lidstaten was het belang van de rol van hetmaatschappelijk middenveld en van lokale organisaties.6. Any other business a. Onafhankelijkheid Internationaal Strafhof (Slovenië/Frankrijk) Op uitnodiging van Slovenië en Frankrijk, vertelden twee rechters van hetInternationaal Strafhof (ICC) uit deze lidstaten over de impact van deAmerikaanse sancties op hen en hun familieleden.Nederland sprak dank uit aan de rechters en gaf aan zich krachtig tegenelke vorm van sancties tegen de rechters en andere functionarissen vanhet ICC te verzetten. Ook benadrukte Nederland dat het ICC een onafhan-kelijk hof is dat zijn mandaat zonder enige vorm van inmenging moetkunnen uitoefenen. Nederland staat pal achter het ICC en zijn functiona-rissen, zowel als State Party, als in zijn rol van gastland. In dat verbandwerkt Nederland nauw samen met het hof en met de dienstverleners dieessentieel zijn om de werkzaamheden van het ICC zo ongestoord mogelijkte laten plaatsvinden. Nederland verwelkomde bovendien de stappen diedoor de EDEO en de Commissie zijn gezet ter ondersteuning van het ICC,onder meer door het diversifiëren van bancaire dienstverlening.De Commissie en een groot aantal andere lidstaten onderstreepten hunsolidariteit met deze rechters en hun collega’s. Een van de lidstatenbenadrukte dat sancties die worden opgelegd aan rechters en aanklagersvan het ICC raken aan het hart van de Europese rechtsorde en aan degrondrechten van de Europese Unie. Tevens werd uitgesproken dat dedruk die wordt uitgeoefend op het hof en op organisaties die het ICCondersteunen wordt veroordeeld, omdat deze in bredere zin het multila-terale systeem onder druk zet. Het werd van groot belang geacht dat hetICC volledig onafhankelijk blijft van derde landen. Door het tweetallidstaten die dit AOB-punt hadden ingediend werd benadrukt dat dediscussie over het Blocking Statute moet worden voortgezet.De Commissie wees erop dat dergelijke sancties een ernstige onder-mijning vormen van de internationale rechtsorde. Zij verzekerde dat deEuropese Unie het ICC van blijvende en standvastige steun zal voorzien endat gebruik zal worden gemaakt van beschikbare instrumenten om ervoorte zorgen dat het hof zijn werkzaamheden onverminderd kan voortzetten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 99814 Tevens meldde de Commissie dat zij nauw contact onderhoudt metNederland als gastland van het ICC, evenals met het ICC zelf, om te bezienop welke manieren het hof verder kan worden beschermd.b. Herziening Eurojust verordening De Commissie lichtte toe dat het voorstel voor de herziening van deEurojust-verordening eind juni 2026 wordt verwacht. Dit voorstel bouwtvoort op de evaluatie van 2025, waarin het belang en de toegevoegdewaarde van Eurojust duidelijk zijn bevestigd. Tegelijkertijd liet de evaluatiezien dat er ruimte bestaat om de governance en de operationele efficiëntievan het Agentschap verder te versterken. In het verlengde daarvan beoogtde Commissie de taken van Eurojust aan te passen, zodat het Agentschapbeter is toegerust op een crimineel landschap dat voortdurend verandert.Voor de uitwerking van een robuust en toekomstbestendig voorstel isinput vanuit de Lidstaten van groot belang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 99815

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 053834b2e961390f

14 okt 2026 · d2289cb8303204e7

12 okt 2026 · f4c51f65b3c4ffec

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.