Commissiedebat Strategische Keuzes Bereikbaarheid
Brontekst
Versie 683e5ae6c3785869 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 AVaststelling van de begrotingsstaat van hetMobiliteitsfonds voor het jaar 2025Nr. 53 BRIEF VAN DE MINISTER EN DE STAATSSECRETARIS VANINFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 maart 2025Op 2 april aanstaande vindt voor de derde keer het commissiedebatstrategische keuzes bereikbaarheid plaats. Dit debat biedt de ruimte ommet elkaar in gesprek te gaan over doelstellingen, dilemma’s, keuzes eninstrumenten ten aanzien van bereikbaarheid. Het commissiedebatstrategische keuzes bereikbaarheid vormt een belangrijke aanvulling opde halfjaarlijkse debatten rondom het Meerjarenprogramma Infra-structuur, Ruimte en Transport (MIRT). Waar de MIRT-debatten zich richtenop de voortgang en besluitvorming met betrekking tot afzonderlijkeprojecten en programma’s in het MIRT, biedt het strategische commissie-debat juist ruimte voor een integrale discussie over de richting enprioriteiten in het bereikbaarheidsbeleid.De commissie voor IenW heeft verzocht om in de brief ter voorbereidingop het commissiedebat strategische keuzes bereikbaarheid in te gaan op:1.De visies, doelen, afwegingscriteria en de voorgenomen inzet voor debestuurlijke overleggen in 2025;2.De budgetspanning tussen de doelen voor aanleg en instandhoudingen de hiervoor beschikbare middelen en beoogde investeringen, medein het licht van de te verwachten gevolgen voor de mobiliteit over20 tot 30 jaar op basis van de meest recente scenario’s van deToekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving (WLO) van hetPlanbureau voor de Leefomgeving.Deze brief start met het belang van bereikbaarheid en de uitdagingen dieer op dit terrein zijn. Vervolgens wordt ingegaan bij de prioriteiten die ditkabinet in deze kabinetsperiode stelt. Zoals in de MIRT-brief van het najaarvan 2024 is toegelicht, staat de uitvoering van plannen met bekostiging kst-36600-A-53ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 531 vanuit het Mobiliteitsfonds in toenemende mate onder druk.1 Het isnoodzakelijk om dit voorjaar scherpe keuzes te maken. Dit gebeurt bij deVoorjaarsbesluitvorming.Belang bereikbaarheidEen goede bereikbaarheid is essentieel voor het functioneren van onzesamenleving. Om actief deel te kunnen nemen aan de maatschappij,moeten mensen bestemmingen zoals werk, zorg, onderwijs, winkels,maar ook familie en vrienden kunnen bereiken. Daarnaast zijn zowelbedrijven als consumenten gebaat bij snel, betrouwbaar en betaalbaarvervoer van grondstoffen, halffabricaten en eindproducten. Een goedebereikbaarheid, ook internationaal, versterkt het verdienvermogen en deconcurrentiepositie van de Nederlandse economie. Het rapport van Draghiover de toekomst van het Europees concurrentievermogen benadrukt hetbelang van een verbeterde connectiviteit en infrastructuur.2 Tot slotonderstreept de geopolitieke situatie het belang van een robuustmobiliteitssysteem voor Nederland als strategisch militair doorvoerland.De verschillende vervoerswijzen, zoals de auto, de trein, de fiets, hetvliegtuig en het zee- en binnenvaartschip, vervullen allen een eigen rol inhet mobiliteitssysteem en vullen elkaar aan.Bereikbaarheid en mobiliteitBereikbaarheid is het aantal bestemmingen, zoals werk en voorzie-ningen, dat vanuit een specifieke locatie kan worden bereikt.Verschillende ministeries en de medeoverheden hebben hierin eenverantwoordelijkheid. Zowel de locatie van deze bestemmingen alshet gemak waarmee personen en goederen zich naar deze bestem-mingen kunnen verplaatsen of verplaatst kunnen worden,beïnvloeden de bereikbaarheid. Werken aan bereikbaarheid vereistdus een combinatie van sturen op mobiliteit (infrastructuur en hetgebruik ervan), het sturen op nabijheid (ruimtelijke ordening envestigingsbeleid) en het sturen op het beleid voor voorzieningen(zorg, onderwijs, werken, wonen, et cetera). De visie voor het werkenmet bereikbaarheid is opgenomen in het kabinetsstandpunt«Bereikbaarheid op Peil» en wordt later in deze Kamerbriefuiteengezet.Nederland beschikt over een efficiënt en goed ontwikkeld infrastructuur-netwerk dat goed aangesloten is op de Europese netwerken, maar dezepositie is niet vanzelfsprekend. Ondanks de investeringen die deafgelopen jaren zijn gedaan om de Nederlandse infrastructuur enbereikbaarheid op peil te houden, doen zich ontwikkelingen voor die deprestaties van het mobiliteitssysteem onder druk zetten. De vraag naarmobiliteit neemt in de toekomst toe door een groeiende bevolking eneconomie.3 Nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen moetenworden ontsloten met infrastructuur, waarbij met name op de langetermijn nog een grote opgave ligt. Verder staat de bereikbaarheid vanvoorzieningen in delen van het land onder druk, bijvoorbeeld door declustering van zorg- en onderwijsinstellingen. Het infrastructuursysteem isde laatste jaren kwetsbaar gebleken, zoals de beperkingen bij deKorporaal van de mariniers Jeroen Houwelingbrug op de A74 en deafsluiting van de brug Uitwellingerga hebben aangetoond. IenW en de1Kamerstuk 36 600 A, nr. 162Mario Draghi (2024). The future of European competitiveness3Kamerstuk 36 410 A, nr. 21. Dit kabinet streeft naar een bevolkingsgroei tot maximaal20 miljoen inwoners in 2050.4Kamerstuk 29 385, nr. 138Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 532 medeoverheden staan voor een enorme instandhoudingsopgave. Ookveranderen de eisen aan de netwerken, bijvoorbeeld als gevolg vanzwaardere voertuigen en op het vlak van cyberveiligheid en klimaatadap-tatie.Naast de prestaties van het mobiliteitssysteem, vragen ook anderemaatschappelijke opgaven om aandacht. Het aantal verkeersslachtoffersis in 2023 gedaald ten opzichte van 2022, maar de langjarige trend blijftzorgwekkend.5 Ook is het belangrijk oog te houden voor de toeganke-lijkheid en betaalbaarheid van onze mobiliteit. Er is sprake van toene-mende verschillen in vervoersmogelijkheden tussen groepen mensen.Hoge kosten voor het vervoer, bijvoorbeeld door stijgende energie- enbrandstofprijzen, zijn voor sommige mensen een drempel om actief aande maatschappij deel te kunnen nemen.6 De stijgende kosten van hetopenbaar vervoer zijn hier een duidelijk voorbeeld van.Prioriteiten van dit kabinetHet bouwen van 100.000 woningen per jaar is een topprioriteit van ditkabinet. Daarom heeft het kabinet € 2,5 mld. beschikbaar gesteld voorinfrastructuur bij nieuwe woningen, bovenop de € 7,5 mld. voor deontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties die het vorige kabinetbeschikbaar heeft gesteld.Het kabinet blijft daarnaast vanzelfsprekend ook prioriteit geven aan deinstandhouding van de infrastructuur en aan de projecten enprogramma’s in het MIRT die geen uitvoeringsbeperkingen ondervinden.Dit in de wetenschap van de grote opgaven in het regeerakkoord, zowelop weg als spoor zoals de OV-verkenning Amsterdam–Haarlemmermeeren de Nedersaksenlijn.Verder worden de restbudgetten van gepauzeerde projecten voor een deelingezet voor met de regio overeengekomen mitigerende maatregelen. Eenander deel is gereserveerd voor kleine maatregelen, gericht op hetverbeteren van het autonetwerk of de doorstroming van automobiliteit ophet nationale netwerk.7 Daarnaast blijft IenW ernaar streven om degepauzeerde projecten zo snel mogelijk weer op te starten.8Ook niet-infrastructurele maatregelen kunnen een bijdrage leveren aaneen betere bereikbaarheid. In 2025 wordt verder gewerkt aan de plannenvoor de aanpak spitsspreiden en -mijden9 en het samenwerkingspro-gramma Natuurlijk!Deelmobiliteit.10 Op de GoederenvervoercorridorsOost, Zuidoost en Zuid wordt samen met partners uit de regio gezochtnaar mogelijkheden om goederenstromen met de beschikbare infra-structuur te optimaliseren.Deze prioriteiten worden hierna nader toegelicht.Ontsluiting nieuwe woningbouwlocatiesHet kabinet heeft € 2,5 mld. beschikbaar gesteld voor de bereikbaarheidvan nieuwe woningbouw. Daarnaast is € 5 mld. toegekend aan het5Kamerstuk 29 398, nr. 11396Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (2024). Betaalbare mobiliteit? Een verkenning van prijzenvan mobiliteit, huishouduitgaven aan vervoer, en betaalbaarheidsproblemen7Kamerstuk 36 600 A, nr. 168Onder voorbehoud van de benodigde vergunningsruimte, financiële middelen en personeel,zoals vermeld in het Regeerprogramma.9Kamerstuk 31 305, nr. 48310Kamerstuk 31 305, nr. 464Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 533 Ministerie van VRO voor de bouw van nieuwe woningen. Om de middelenzo effectief mogelijk in te zetten, streven beide ministeries ernaar om zichte richten op vergelijkbare locaties en voorwaarden, en om aanvragengelijktijdig te beoordelen. Zoals toegezegd in het MIRT-debat van hetnajaar van 2024 en verzocht tijdens de procedurevergadering van12 maart jl.11, worden hieronder het kader en de bijbehorende criteriabeschreven. De middelen voor bereikbaarheidsmaatregelen wordeningezet op twee typen locaties; grootschalige woningbouwgebieden(zowel bestaande als nieuwe) en locaties buiten de grootschaligewoningbouwgebieden die op korte termijn ontwikkeld kunnen worden. Denadruk ligt daarbij op het verder helpen van plannen om op korte termijnextra woningen bovenop de bestaande afspraken te realiseren. De opzetvan de verdeling van de middelen is onder voorbehoud van deVoorjaarsbesluitvorming.Voor de locaties buiten de grootschalige woningbouwgebieden die opkorte termijn ontwikkeld kunnen worden, wordt een inzet van circa 40%van de beschikbare middelen voorzien. Dit kan worden bijgesteld op basisvan de aanvragen die binnenkomen en de snelheid waarmee woningenworden gebouwd. Hiermee wordt bereikbare woningbouw op de kortetermijn (binnen 5 jaar) door heel Nederland gefaciliteerd. De voorstellenworden beoordeeld aan de hand van knock-outcriteria, zoals de snelheidvan de woningbouw, aantal nieuwe woningen (minimaal 200) en eenbijdrage van per woning (maximaal € 20.000). Ook wordt er specifiekgetoetst op de mogelijkheid om de plannen echt op korte termijn terealiseren en welke betrokkenheid van bijvoorbeeld RWS en ProRail nodigzijn, gezien de beperkte vrije capaciteit bij deze uitvoeringsorganisaties.Voor de grootschalige woningbouwlocaties en bijbehorendeschaalsprong- en netwerkinvesteringen wordt een inzet van circa 60% vande beschikbare middelen voorzien. Omdat de opgaven in deze groot-schalige gebieden complexer zijn en de baten ervan veel breder neerslaandan puur de nabijgelegen nieuwbouw, vraagt dit om een bredereafweging van de voor- en nadelen en de netwerkeffecten van dezeinvesteringen. Bij het maken van deze afspraken maken we gebruik vaneen geactualiseerd afwegingskader voor mobiliteit en grootschaligewoningbouw, zoals gebruikt bij de toedeling van de € 7,5 mld. voorbereikbaarheid van woningen in 2022. Ook hierbij zullen we extra toetsenop de uitvoerbaarheid op (relatief) korte termijn.De precieze inzet van de € 2,5 mld. hangt samen met het aantal kansrijkeaanvragen waarmee de gemeenten en regio’s komen, analyse van deprojecten op basis van de expertise en ervaringen binnen IenW, RWS enProRail en politieke weging daarvan. De middelen worden ingezet binnende kaders van de Wet Mobiliteitsfonds. De Rijksbijdrage is voor lokale,regionale en nationale infrastructuurmaatregelen, als ook de bijbehorendeinpassingsmaatregelen zoals ten behoeve van geluidsreductie ofveiligheid. Het gaat daarbij nadrukkelijk om bovenplanse infrastructuur-maatregelen voor de woningbouwopgave. De afspraken die gemaaktworden over de toekenning van de € 2,5 mld. zullen wat betreftbeheersing en monitoring aansluiten bij de bestaande beheersingsaf-spraken Woningbouw en Mobiliteit.InstandhoudingsopgaveHet kabinet werkt aan de grootste instandhoudingsopgave ooit voor denetwerken van Rijkswaterstaat (RWS) en ProRail. Het doel is het in standhouden van de weg-, vaarweg- en spoorinfrastructuur en het water-112025Z04274Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 534 systeem op het basiskwaliteitsniveau, het niveau waaraan de netwerkenminimaal moeten voldoen. Met het vaststellen van een basiskwaliteits-niveau voor de netwerken van RWS en ProRail is een stabiel, langjarig enrobuust onderhoudsniveau geborgd. Daarbij wordt de opgave steedsnadrukkelijker in een internationale context bezien.Voor de RWS-netwerken geldt dat het kabinet blijft inzetten op hetvergroten van productievermogen op instandhouding. Dit betreft zowelhet beheer en onderhoud als het vernieuwen van objecten die eindetechnisch levensduur zijn. Het rapport de Staat van de Infrastructuur dieop 21 november 2024 met de Kamer is gedeeld, benadrukt het belanghiervan.12 De Staat van de Infrastructuur laat zien dat productieverhogingin het bijzonder noodzakelijk is voor de bruggen, tunnels, viaducten ensluizen. Om de productie op deze objecten te verhogen, worden ondermeer vergelijkbare bruggen en viaducten met vergelijkbare problematieken type oplossingen geclusterd via raamcontracten (ook wel bekend alsportfolioraamcontracten) op de markt gezet, zoals de motie Heutinkvraagt.13Als gevolg van de intensivering van de instandhoudingswerkzaamhedenzal er meer hinder ontstaan voor de gebruikers van de (vaar)wegen, hetspoor en de omgeving. Met het in 2023 vastgestelde beleidskader hinderworden maatregelen getroffen om de hinder te dempen en afsprakengemaakt met alle partijen over de bereikbaarheid voor bedrijven,bewoners, hulpdiensten en anderen. Desondanks is hinder onvermijdelijkgelet op de grote opgave.In de MIRT-brief die voor het zomerreces wordt verzonden, worden demoties van de leden Veltman14 en Heutink15 aangaande de instandhou-dingsopgave, de risicoverdeling met de markt en het optimaal benuttenvan de ruimte in de Aanbestedingswet beantwoord.Doen wat kanDit kabinet richt zich op de afronding van projecten en programma’sbinnen het MIRT die geen belemmeringen ondervinden op het vlak vanstikstof of capaciteit. Bij weg- en vaarwegprojecten betekent dit dat defocus ligt op projecten binnen het MIRT die zich in de realisatiefasebevinden of deze naderen. Bij spoorprojecten vormt stikstof een mindergrote rol en zijn er nog diverse verkenningen.Kleine verbeteringen autonetwerk of doorstromingVorig jaar heeft IenW besloten om € 280 mln.16 te reserveren voor hetuitvoeren van kleine maatregelen, gericht op het verbeteren van hetautonetwerk of de doorstroming van automobiliteit op het nationalenetwerk. De regio’s zijn gevraagd om met passende voorstellen te komen.Het beoordelingskader voor de mogelijke toedeling van de resterendeRijksbijdrage is, na overleg met de regio’s, door IenW vastgesteld. Hetvastgestelde beoordelingskader is als bijlage bij deze brief opgenomen.12Kamerstuk 36 600 A, nr. 1913Kamerstuk 36 600 A, nr. 2714Kamerstuk 36 600 A, nr. 2915Kamerstuk 36 600 A, nr. 27 & nr. 2816In de MIRT-afspraak is € 290 mln. genoemd, maar met het aangenomen amendement(Kamerstuk 36 600 A, nr. 21) «budget voor de spoorwegovergangen bij Ermelo en Nijkerk» is€ 10 mln. hiervan overgeheveld naar het programma Overwegen. Daarom wordt hieruitgegaan van € 280 mln.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 535 Bij de verdeling van Rijksmiddelen zal rekening worden gehouden meteen evenwichtige verdeling over Nederland. Om hier invulling aan tegeven, is € 200 mln. van het restbudget vooraf evenredig verdeeld overde MIRT-regio’s. Dit betekent dat voor iedere regio € 40 mln. is gereser-veerd. De overige € 80 mln. is niet vooraf verdeeld, zodat differentiatietussen de regio’s mogelijk blijft op basis van de opgaven. In alle gevallengeldt dat de voorgestelde maatregelen moeten voldoen aan het beoorde-lingskader om daadwerkelijk aanspraak te kunnen maken op het budget.De inzet van de Rijksbijdrage is een besluit van IenW, aangezien het omRijksmiddelen gaat. IenW neemt dit besluit echter op basis van een metde regio overeengekomen inzet. De definitieve besluitvorming over devoorstellen vindt dit najaar plaats in het BO MIRT.UitvoeringsbeperkingenMet het Mobiliteitsfonds investeert IenW in de hoofdinfrastructuur vanNederland en het doelmatige en veilige gebruik daarvan. Deze netwerkenzijn van cruciaal belang voor het behoud en de versterking van de bredewelvaart in Nederland.Naast bestaande reserveringen voor bijvoorbeeld de Lelylijn en Nedersak-senlijn, en de € 2,5 mld. die is vrijgemaakt voor de ontsluiting van nieuwewoningen, is er geen ruimte voor nieuwe investeringen. Scherpe keuzesin het lopende programma zijn bovendien nodig, vanwege uitvoeringsbe-perkingen, zoals onvoldoende stikstofruimte, financiële tekorten bijlopende projecten en programma’s en krapte op de arbeidsmarkt. Ook demedeoverheden hebben met deze problematiek te maken. Innovaties inde bouw(keten) zijn nodig en bieden verlichting, maar scherpe keuzesblijven nodig. Om Nederland zo snel mogelijk van het stikstofslot af tekrijgen, heeft dit kabinet een ministeriële commissie Economie enNatuurherstel ingesteld.Het vorige kabinet heeft besloten initieel zeventien MIRT-projecten tepauzeren en de capaciteit en middelen te schuiven naar instandhoudingen aanlegprojecten in de realisatiefase. Hiermee werd het mogelijk verderte werken aan diverse aanlegprojecten in (naderende) realisatie en eenbasiskwaliteitsniveau vast te stellen voor de netwerken van RWS. Inaanvulling hierop heeft dit kabinet bij de begroting 2025 op het Mobili-teitsfonds middelen vrijgemaakt om het basiskwaliteitsniveau spoorvolledig van dekking te voorzien. Hiermee wordt ingezet op wat wel kanom de bereikbaarheid in Nederland op peil te houden.Zoals aangegeven in de MIRT-brief van het najaar van 202417, blijft ersprake van een grote financiële opgave binnen het Mobiliteitsfonds. Aande ene kant neemt het budgettair kader van het Mobiliteitsfonds af en iseen toenemend aandeel nodig voor de exploitatie, onderhoud envernieuwing (instandhouding) van infrastructuur. Hierdoor neemt demogelijkheid om tegenvallers op te vangen per saldo af.Anderzijds treedt een deel van de eerder gemelde mogelijke financiëletegenvallers en risico’s nu daadwerkelijk op. Bij de begrotingsbesluit-vorming van dit voorjaar doet zich een dekkingsopgave voor vancirca € 5 mld. Er zijn keuzes nodig om deze dekkingsopgave in te kunnenpassen. Deze zullen bij de Voorjaarsnota 2025 worden voorgelegd aan deKamer. Conform de toezegging aan het lid van Dijk (NSC) wordt na deVoorjaarsbesluitvorming inzicht verschaft in de toegepaste afwegingscri-teria.18 De onderdelen van de motie van de leden Stoffer en Grinwis over17Kamerstuk 36 600 A, nr. 1618TZ202410-091Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 536 de strategische keuzes met betrekking tot de budgetspanning en demogelijke risico’s van budgettekorten worden hierin meegenomen.19De financiële tekorten hebben verschillende oorzaken. Sommige liggenbuiten de invloedssfeer van IenW, zoals de excessieve prijsstijgingen.IenW zet zich in op een verdere intensivering van de beheersing van deinvesteringsportefeuille, waaronder een verbeterde projectsturing.Bereikbaarheid op Peil en deelvisiesDe omvang van de uitdagingen op het vlak van bereikbaarheid maken hetnoodzakelijk om een duidelijke visie te hebben over de doelen en opgavenop de middellange en lange termijn. Dit is ook in aansluiting op de NotaRuimte, die onder aanvoering van de Minister van VRO wordtuitgewerkt.20Mobiliteitsvisie en Kabinetsstandpunt Bereikbaarheid op PeilOp 22 maart 2023 is de Hoofdlijnennotitie Mobiliteitsvisie21 met de Kamergedeeld, met daarin de vier geldende strategische hoofdlijnen voor hetbereikbaarheidsbeleid van IenW:1.Het formuleren van integrale doelen.2.Het inzetten van de juiste modaliteit op de juiste plaats en tijd.3.Het toetsen van de ontwikkeling van het integrale mobiliteitssysteemaan de wettelijke kaders voor veiligheid, gezonde leefomgeving,natuur en duurzaamheid.4.Het toepassen van integrale sturingsrelaties en -instrumenten.Met het uitbrengen van het kabinetsstandpunt «Bereikbaarheid op Peil»dit voorjaar is invulling gegeven aan hoofdlijn 1, het formuleren vanintegrale doelen. De nieuwe nationale ambitie is de bereikbaarheid vanvoorzieningen die mensen belangrijk vinden (zorg, onderwijs, super-markten, werk), op orde te houden en waar mogelijk te verbeteren. IenWheeft hiervoor een nieuw instrument ontwikkeld om de bereikbaarheidvan voorzieningen te meten: het Nationaal Bereikbaarheidspeil. Hetkabinetsstandpunt kiest voor een nieuwe aanpak onder het motto«signaleren, adresseren en acteren». Dit sluit aan bij het Regeerpro-gramma voor het borgen van bereikbaarheid en is een reactie op diversemoties die de Tweede Kamer in de afgelopen periode indiende over hetstellen van doelen voor bereikbaarheid. Met dit kabinetsstandpunt is hetMobiliteitsvisietraject afgerond.In het rapport «Elke Regio Telt!» wordt aandacht gevraagd voor de uniekekansen en uitdagingen die elke regio heeft en het nationaal belang om tezorgen dat het overal in Nederland goed gaat.22 Sturen op bereikbaarheidvan werk en voorzieningen kan hier ook in belangrijke mate aan bijdragen.Door breed te kijken naar de bereikbaarheid in de regio en naar andereopgaven op het gebied van brede welvaart wordt het makkelijker ombepaalde opgaven te signaleren en te adresseren. Bij het maken vankeuzes hebben we bijzonder aandacht voor de bereikbaarheid van vitalevoorzieningen voor mensen in heel Nederland.De uitvoering van dit kabinetsstandpunt is een gezamenlijke opgave vooralle ministeries en medeoverheden die de bereikbaarheid beïnvloeden.19Kamerstuk 36 600 XII, nr. 4920In deze Nota Ruimte worden integrale en gebiedsgerichte ruimtelijke keuzes gemaakt voor nuen de toekomst. Het kabinet zal de Kamer dit jaar de Ontwerp Nota Ruimte aanbieden.21Kamerstuk 31 305, nr. 38822Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (2023). Elke Regio Telt!Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 537 Komend jaar wordt de bijbehorende monitoring uitgewerkt en IenW werktnog aan een methode om een bereikbaarheidspeil te ontwikkelen voor deleveringszekerheid van goederen, met name voor belangrijke producten.De vier hoofdlijnen van de Mobiliteitsvisie helpen IenW om scherpekeuzes te maken in de bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen vooriedereen in Nederland en de leveringszekerheid van goederen. IenW blijftlos van de uitvoeringsbeperkingen op het Mobiliteitsfonds doorwerkenaan thema’s die binnen de Mobiliteitsvisie passen, zoals verkeersvei-ligheid, duurzaamheid en innovatieve aanpakken zoals spreiden enmijden, deelmobiliteit, digitalisering of publiek vervoer. Daarnaast blijvennaast de Mobiliteitsvisie een aantal deelvisies bestaan, waar voor eenaantal hieronder nieuwe updates worden gegeven.DeelvisiesIn verschillende deelvisies worden de ontwikkelingen, doelen enmaatregelen van verschillende deelterreinen uitgewerkt onder de parapluvan de Mobiliteitsvisie. In december 2024 is de Kamer geïnformeerd overde voortgang en de kaders van het Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoeren over de kaders waarbinnen het definitieve Toekomstbeeld Spoorgoede-renvervoer dit jaar wordt vormgegeven.23 Ook is de Actieagenda Auto indecember 2024 gepubliceerd,24 waarin zes speerpunten voor de komendejaren zijn beschreven.Daarnaast is de Kamer op 10 december jl. geïnformeerd over de laatstestand van zaken ten aanzien van voertuigautomatisering.25 Er wordengrote stappen gezet om geautomatiseerd vervoer mogelijk te maken,waaronder zelfrijdende auto’s, geautomatiseerd vrachtvervoer enopenbaar vervoer. Mits deze onder de juiste condities toegepast worden,kunnen deze vormen van geautomatiseerd vervoer bijdragen aanefficiëntie, doorstroming, een verbetering van de verkeersveiligheid engemak voor de weggebruiker.26In de uitwerking van het Hoofdlijnenakkoord is de Beleidsagendagoederenvervoer aangekondigd. Dit wordt de opvolger van de Goederen-vervoeragenda uit 2019. De hoofdlijnen hiervan zullen zich richten op eenmultimodaal goederenvervoersysteem dat duurzaam en leefbaar moetzijn, voldoende veerkrachtig is om met verstoringen om te gaan en zo veelmogelijk gebruik maakt van digitale middelen. Digitale informatie is vanbelang voor een efficiënter en effectiever vervoer van goederen. Debeleidsagenda zal in het tweede kwartaal van 2025 met de Kamer gedeeldworden.MIRT en instrumenten voor afwegingenHet MIRT stelt de kaders voor investeringen in het fysieke domein. DeMIRT-spelregels beschrijven de werkwijze, rollen en taken van partijen ende vereisten om tot besluitvorming te komen. In de bestuurlijkeoverleggen MIRT van de vijf MIRT-regio’s en van de MIRT-goederen-vervoercorridors worden besluiten genomen. Voor het vertalen vanbeleidsdoelstellingen naar opgaven en passende maatregelen wordenverschillende processen en instrumenten gebruikt. Deze worden regel-matig verbeterd en geactualiseerd. Hieronder worden enkele ontwikke-lingen toegelicht:23Kamerstuk 29 984, nr. 121824Kamerstuk 31 305, nr. 48225Kamerstuk 31 305, nr. 48126Kamerstuk 31 305, nr. 445Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 538 •In 2025 werkt IenW samen met de MIRT-regio’s, koepels IPO en VNG,de vervoerregio’s VRA en MRDH en de betrokken departementenverder aan Vernieuwing MIRT. Hierbij ligt de focus op de vraag hoe degezamenlijke opgaven meer centraal kunnen staan in het MIRT en opde positie van het MIRT in het ruimtelijk domein.•In 2026 wordt de volgende Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) gepubli-ceerd. De IMA verschaft inzicht in de ontwikkeling van mobiliteit op delange termijn (2040 en 2050) en signaleert mogelijke opgaven diedaarbij ontstaan. Dit gebeurt voor zowel personen- als goederenver-voer. De volgende IMA baseert zich onder meer op de nieuwescenario’s van de Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving(WLO) van het Planbureau voor de Leefomgeving.•De werkwijzer MKBA bij MIRT-verkenningen is recent geactualiseerden op 19 februari aan de Tweede Kamer aangeboden.27 Conform dehuidige MIRT-spelregels wordt in het MIRT-proces nut en noodzaak vaniedere investering onderbouwd. De maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) is daarbij een belangrijk instrument. De MKBA iseen hulpmiddel en niet het enige instrument om een bestuurlijkeafweging te maken of en in welke vorm een project doorgang vindt.Overige strategische thema’sOpen strategische autonomie (OSA)Er wordt gewerkt aan het vergroten van de strategische autonomie.28Bereikbaarheid is essentieel voor de aan- en afvoer van cruciale grond-stoffen, halffabricaten en eindproducten. Samen met de zeehavens, dievaak als «gateway» fungeren in deze goederenstromen, andere lidstatenen de EU wordt gezocht naar mogelijkheden om afhankelijkheden teverkleinen.29 Verder heeft IenW in dit verband onderzoek laten verrichtennaar het belang van de Nederlandse luchtvaartsector voor de openstrategische autonomie van Nederland.30Social Climate FundOp dit moment wordt er door het kabinet gewerkt aan de uitwerking vanvoorstellen ter invulling van het Social Climate Fund (SCF).31 Het SCF iseen nieuw instrument van de Europese Unie dat tot doel heeft om desociale gevolgen van de stijgende energie- en brandstofprijzen teverzachten, specifiek het ondersteunen van kwetsbare huishoudens,kwetsbare micro-ondernemingen en kwetsbare vervoergebruikers. Dit kandoor middel van tijdelijke inkomenssteun, verduurzaming van gebouwenen/of betere toegang tot emissievrije mobiliteit en emissiearm vervoer.Hiervoor zijn vanuit meerdere departementen voorstellen ontwikkeld, diein een online consultatie bij burgers zijn voorgelegd. De uiteindelijkekeuze over welke voorstellen worden opgenomen in het Nederlandse planvoor het SCF, wordt pas door het kabinet gemaakt nadat de consulta-tiefase is afgerond en de ontvangen feedback is verwerkt.Digitaal Stelsel MobiliteitsdataDigitale informatie over de situatie op de weg en onderweg is cruciaalvoor onze bereikbaarheid. De Monitor Smart Mobility32 laat zien dat27Kamerstuk 36 600 A, nr. 5028Kamerstuk 35 982, nr. 929Kamerstuk 31 409, nr. 46430Kamerstuk 29 665, nr. 53031Kamerstuk 32 813, nr. 146732Kamerstuk 31 305, nr. 447Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 539 vrijwel alle weggebruikers gebruik maken van reis- en routeinformatie enhet merendeel van de weggebruikers hun route aanpast als ze tijdens dereis file-informatie krijgen.Afgelopen jaren is er nauwe samenwerking tussen VNG, IPO en IenW opdigitalisering, de laatste twee jaar via het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata(DSM).33 Alle partijen zijn eensgezind dat het belangrijk is dat informatievoor reizigers en overheden correct is om de bereikbaarheid in Nederlandte verbeteren. Tegelijkertijd zijn er op dit moment onvoldoende middelenbeschikbaar om de baten van mobiliteitsdata optimaal te realiseren of per2026 te voldoen aan de Europese wetgeving over mobiliteitsdata, dezogenoemde ITS-richtlijn. De opgaven voor gemeenten om meer digitaalte werken en te voldoen aan de Europese wetgeving is groot. In hetbestuurlijk overleg van 5 februari jl. hebben IenW, VNG en IPO degezamenlijke ambitie en inzet hierop bevestigd. Er is afgesproken dat ergestart wordt met een Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden(UDO), waarin de uitvoerbaarheid van de Europese wetgeving voor depraktijk van de gemeenten verder wordt uitgewerkt.Moties en toezeggingenMasterplan LelylijnDe motie van het lid Olger van Dijk c.s.34 verzoekt de regering eenmasterplan Lelylijn op te stellen en dit te verankeren in de Nota Ruimte,conform het advies van de Rijksadviseur, en verzoekt de regeringonverminderd door te zoeken naar aanvullende financiering voor deLelylijn. Over mogelijke vervolgstappen is IenW in gesprek met de regioen binnen het Kabinet. De komende weken vinden vervolggesprekkenplaats. De Kamer zal over de voortgang geïnformeerd worden en hierbijbetrokken blijven in reeds geplande debatten in het voorjaar.Verhouding tussen Randstad en regioIn het Notaoverleg MIRT van 25 november 2024 is aan het lid Pieriktoegezegd de verhouding tussen Randstad en regio bij de investeringenvan de afgelopen vijf jaar tot heden te onderzoeken. Dit overzicht is tevinden in de bijlage. De investeringen in de drie provincies die klassiek totde Randstad worden gerekend – Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht –tellen op tot € 10,4 mld. In de andere provincies tellen de investeringen optot € 11,2 mld. Hiermee is invulling gegeven aan de toezegging.Betaalbaarheid autobezitDe motie van het lid El Abassi verzoekt de om de groep huishoudens inkaart te brengen die geen brandstofauto heeft vanwege de onbetaal-baarheid, en de Kamer hierover te informeren.35 IenW heeft het Kennisin-stituut voor Mobiliteitsbeleid gevraagd hier onderzoek naar te doen. Hetonderzoek is recent afgerond.36Binnen de huishoudens zonder auto is onderscheid te maken tussenhuishoudens zonder de behoefte aan een auto («autovrij») en dehuishoudens die vanwege één of meer barrières geen auto heeft33Kamerstuk 31 305, nr. 40334Kamerstuk 36 600 A, nr. 3535Kamerstuk 31 305, nr. 46036Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (2025). Financieel autoloos: Een onderzoek naar deomvang en samenstelling van de huishoudens in Nederland die zich geen auto kunnenveroorloven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 5310 («autoloos»). De barrières kunnen uiteenlopend van aard zijn. Denk aangezondheid, beperkingen, ouderdom, medicijngebruik, ruimtegebrek, eenrijontzegging en de financiële situatie van het huishouden. Uit hetonderzoek van het Kennisinstituut komt naar voren dat van allehuishoudens zonder auto 1 op de 3 geen auto heeft omdat het inkomendit verhindert. Dat komt neer op circa 650.000 huishoudens in Nederland.In deze groep zijn alleenstaanden oververtegenwoordigd. De (ervaren)bereikbaarheid van financieel autoloze huishoudens is duidelijk benedengemiddeld. Dit kan leiden tot vervoersarmoede. Het is niet haalbaar omiedereen een auto aan te bieden. Het is ook niet de rol of taak van deoverheid om iedereen een auto te garanderen. Daarom is het belangrijkdat er voldoende alternatieven voor de auto beschikbaar zijn, zoalsopenbaar vervoer, deelmobiliteit en de fiets. Daarnaast onderstreept hetonderzoek het belang van de inzet van dit kabinet op bestaanszekerheid.Hiermee is invulling gegeven aan de motie.Alternatieve bekostigings- en financieringsbronnenDe motie van de leden Pierik en Van Dijk verzoekt de regering om eenoverzicht te maken van de beschikbare fondsen en financierings-mogelijkheden.37 Ook wordt verzocht in een tabel per MIRT-projectinzichtelijk te maken of het gebruik van deze mogelijkheden is onderzochten met welke uitkomst. In het MIRT Overzicht is per project de cofinan-ciering van medeoverheden, EU of marktpartijen inzichtelijk gemaakt. Ominvulling te geven aan deze motie zal bij het volgende MIRT Overzicht eenverdere verdieping worden aangebracht.Doelmatigheid besteding € 7,5 mld. voor woningbouw en mobiliteitDe motie van de leden Veltman en De Groot verzoekt de regering om doorde bestuurlijke afspraken rondom de verdeling van de € 7,5 mld. te gaanom te bezien of deze middelen doelmatig en volgens afspraak van de startvan de bouw van extra woningen voor 2030 gestand wordt gedaan.38 Dewerkwijze uit het Plan van Aanpak Beheersing programma Woningbouwen Mobiliteit is van toepassing.39 Hierin is onder meer opgenomen dat debijdragen aan gemeenten taakstellend zijn. Daarbij zijn voorwaardengesteld met betrekking tot woningaantallen en realisatietermijnen. Voorde netwerkinvesteringen en schaalsprongen wordt daarnaast deMIRT-systematiek toegepast. Bij verzoeken tot wijzigingen wordt conformhet Plan van Aanpak Beheersing programma Woningbouw en Mobiliteitgetoetst of deze passen bij de criteria. Naast het monitoren van deafspraken door tussentijdse voortgangsgesprekken, biedt het program-mateam in samenwerking met RVO kennis en expertise aan gemeentendie ondersteuning nodig hebben op bepaalde thema’s. Naast de directaan de uitvoering gekoppelde beheermaatregelen uit het Plan van AanpakBeheersing programma Woningbouw en Mobiliteit zijn er onafhankelijkeevaluaties voorzien naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van deinzet van middelen. Op de SPUK-regeling voor woningbouw op kortetermijn en die voor de mobiliteitspakketten is zowel een tussentijdse alseindevaluatie voorzien. Over het gehele programma wordt een eindeva-luatie uitgevoerd waarin ook naar de doelmatigheid van de inzet vanmiddelen zal worden gekeken. Op deze wijze is geborgd dat de middelendoelmatig en volgens afspraak worden besteed. Hiermee is invullinggegeven aan de motie.37Kamerstuk 36 600 A, nr. 3938Kamerstuk 36 600 XII, nr. 1539Bijlage bij Kamerstuk 36 200 A, nr. 78Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 5311 Tot slotEen goede bereikbaarheid is essentieel voor het functioneren van onzesamenleving. De bereikbaarheidsopgaven zijn nu en op de langere termijngroot. Dit kabinet zet in op wat kan om Nederland in beweging te houdenen de sector aan het werk te houden. Daarom is de afgelopen jarengeïnvesteerd in onze infrastructuur en bereikbaarheid. Niet alles kanechter tegelijkertijd. Er zijn nog steeds scherpe keuzes nodig vanwegefinanciële tekorten bij lopende projecten en programma’s, onvoldoendestikstofruimte en krapte op de arbeidsmarkt. Dit kabinet staat voor eengrote uitdaging en geeft prioriteit aan de instandhouding van de infra-structuur en de ontwikkeling van de huidige weg-, vaarweg-, openbaarvervoerprojecten in het MIRT. Naast bestaande reserveringen en de€ 2,5 mld. die is vrijgemaakt voor de ontsluiting van nieuwe woningen, iser geen ruimte voor nieuwe investeringen. Het onderhouden en toekomst-bestendig maken en houden van onze infrastructuur vraagt met dehuidige uitdagingen – waaronder de verouderde infrastructuur en eengroeiende mobiliteitsvraag – een enorme inspanning. Investeringen induurzame infrastructuur zijn cruciaal voor het waarborgen van econo-mische groei en een hoge levensstandaard voor de burgers.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. MadlenerDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,Ch.A. JansenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 5312
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.