Kamerbrief · 28 mrt 2024 · Tweede Kamer
Reactie op het verzoek van het lid Van der Plas, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 26 maart 2024, over antisemitisme
Brontekst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202430 950Racisme en DiscriminatieNr. 363 BRIEF VAN DE MINISTER-PRESIDENT, MINISTER VAN ALGEMENEZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 28 maart 2024Tijdens de Regeling van werkzaamheden op 26 maart jl. heeft uw Kamerverzocht om een brief van het kabinet met acties die in de komendetwee weken worden ondernomen om antisemitisme te bestrijden.Het kabinet wil met deze brief niet alleen gevolg geven aan dit verzoek,maar tevens andermaal krachtig tot uitdrukking brengen dat in Nederlandnergens plaats is voor antisemitisme. Er wordt een keiharde grensoverschreden als Joodse Nederlanders op hun identiteit, dus om wie enwat ze zijn, worden uitgescholden, worden aangevallen of wordenbedreigd. Dat zal het kabinet nooit accepteren. Dat zal Nederland nooitaccepteren.Het kabinet neemt dan ook met instemming kennis van de Verklaringtegen Jodenhaat die door het grootste deel van de fractievoorzitters in uwKamer ondertekend is. De bestrijding van antisemitisme heeft ook de volleaandacht van het kabinet en de gehele Nederlandse overheid. Tegelij-kertijd geldt dat wij in ons land met 18 miljoen burgers en met groteaantallen bedrijven en instellingen zijn. Alleen samen drukken weantisemitisme de kop in. Ieder van ons heeft een verantwoordelijkheidanderen aan te spreken.De ervaringen uit het verleden leren dat specifiek Jodenhaat altijd onderde oppervlakte sluimert en makkelijk oplaait. Mede ingegeven door deoorlog die in Gaza woedt, gaat het inmiddels om veel meer danlosstaande incidenten. De gebeurtenissen zijn de laatste tijd legio. Zijreiken van door Joodse studenten als intimiderend ervaren sit-ins opuniversiteiten, demonstraties waar antisemitische leuzen wordengescandeerd, spreekkoren bij voetbalwedstrijden, afgelasting van(Holocaust-)herdenkingen, een sterke stijging van online haatuitingen totverstoring van een theatervoorstelling. kst-30950-363ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 3631 Mede door het gegeven dat de Joodse gemeenschap in Nederland kleinis, voelt een deel van de Joodse gemeenschap zich inmiddels niet meervrij desgewenst uiting te geven aan de eigen Joodse identiteit en ervaartzelfs gevoelens van onveiligheid. Dit is onacceptabel. De Joodsegemeenschap behoort zich beschermd te weten door de wet, handha-vende instanties en concrete maatregelen. Het kabinet zet zich daaromsinds 7 oktober jl., en de jaren daarvoor, zichtbaar en onzichtbaar in om deveiligheid van de Joodse gemeenschap en instellingen te beschermen enhard en waar mogelijk strafrechtelijk op te treden tegen antisemitisme.Het kabinet benadrukt dat de gemeenschap er van verzekerd mag zijn datal het nodige wordt gedaan.De verantwoordelijkheid van de overheid reikt echter verder. Preventievemaatregelen, zoals holocausteducatie, zijn onontbeerlijk om antisemi-tisme te bestrijden. De Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijdingspeelt als speciaal adviseur van het kabinet een cruciale rol in het contactmet de Joodse gemeenschap, de rest van de maatschappij en hetbuitenland.Op korte termijn zal het Kabinet uw Kamer, vooruitlopend op een nog in teplannen debat en ter inwilliging van een verzoek van het lid Bikker (CU),nader informeren over de aanpak van en maatregelen tegen antisemi-tisme. Zoals eerder toegezegd zal uw Kamer daarnaast tijdig wordengeïnformeerd door het kabinet over de voorbereidingen voor de4 mei-herdenking.Tot slot hecht het kabinet eraan te benadrukken dat Jodenhaat nooitonbeantwoord kan en mag blijven. Zoals terecht door uw Kameraangegeven in het mondelinge vragenuur, kan er nooit sprake zijn van hetafgelasten van theatervoorstellingen door antisemitisme of het annulerenvan lezingen. Daarover – en over antisemitisme in den brede – zijn deverantwoordelijke ministeries in gesprek met de betrokken sectoren enlokale driehoeken, waaronder de culturele sector, het onderwijs en desportsector, om concrete afspraken te maken over hoe om te gaan metverstoringen en bedreigingen en te kijken wat nodig is om daar tegenbestand te blijven.De Minister-President,Minister van Algemene Zaken,M. RutteTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 3632
Versie daaf326adaa7a392f4a2f76e7e8f0a90f5c18603627bf462927017249c161487 · Officiële bron.
Gegevens
- Soort document
- Brief regering
- Datum
- 28 maart 2024
- Vergaderjaar
- 2023-2024
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.