KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. het ontwerpbesluit tot wijziging van het Vuurwerkbesluit en het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen in verband met de Wet veilige jaarwisseling (Besluit veilige jaarwisseling) (Kamerstuk 35386-34)

20 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8199902bc7d620e1 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 386Voorstel van wet van de leden Klaver enOuwehand tot wijziging van de Wetmilieubeheer en de Wet op de economischedelicten in verband met de invoering van eenvuurwerkverbod voor consumenten (Wet veiligejaarwisseling)Nr. 35 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld op 20 februari 2026 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Infra-structuur en Waterstaat over de brief van 16 januari 2026 inzake hetOntwerpbesluit tot wijziging van het Vuurwerkbesluit en het Besluitvervoer gevaarlijke stoffen in verband met de Wet veilige jaarwisseling(Besluit veilige jaarwisseling (Kamerstuk 35 386, nr. 34) en over de briefmet een toelichting op het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling(Kamerstuk 35 386, nr. 33).De vragen en opmerkingen zijn op 11 februari 2026 aan de Staatssecre-taris van Infrastructuur en Waterstaat voorgelegd. Bij brief van 20 februari2026 zijn ze beantwoord.De voorzitter van de commissie,Peter de GrootAdjunct-griffier van de commissie,Koerselman kst-35386-35ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 351 InhoudsopgaveI Vragen en opmerkingen vanuit de fractiesInleidingD66-fractieVVD-fractieGroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractieCDA-fractieBBB-fractieSGP-fractieChristenUnie-fractieII Reactie van de bewindspersoonInleidingDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van hetOntwerpbesluit tot wijziging van het Vuurwerkbesluit en het Besluitvervoer gevaarlijke stoffen in verband met de Wet veilige jaarwisseling(hierna: het ontwerpbesluit). De invoering van een algeheel vuurwerk-verbod voor consumenten is een cruciale stap naar een jaarwisseling dievoor mens, dier en milieu veiliger en rustiger verloopt. Deze ledensteunen de ambitie om dit verbod voor de jaarwisseling 2026–2027 terealiseren. Juist met het oog op de beoogde effectiviteit van de wethebben deze leden echter nog vragen bij de huidige uitwerking van deontheffingsmogelijkheid voor burgemeesters.De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbe-sluit en de bijbehorende toelichting. Zij onderschrijven het belang vanveiligheid tijdens de jaarwisseling. Zij hechten tegelijkertijd groot belangaan uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid, en proportionaliteit van nieuweregelgeving. Zij vinden bovendien dat het ontwerpbesluit voldoendeduidelijkheid en rechtszekerheid biedt voor burgers, verenigingen engemeenten. Zij stellen in dat licht nog enkele vragen over het voorlig-gende ontwerpbesluit.De leden van de GroenLinks-PvdA- en de Partij voor de Dieren-fractievinden het in het belang van de veiligheid van mens, dier en milieubelangrijk dat het algehele vuurwerkverbod komende jaarwisseling kaningaan en willen daarom een spoedige voortzetting van de behandelingvan dit ontwerpbesluit. Dit is ook de nadrukkelijke wens van onder anderede politie. Deze leden zijn blij om te lezen dat de Inspectie Leefomgevingen Transport (ILT) de Wet veilige jaarwisseling handhaafbaar, uitvoerbaaren fraudebestendig vindt en dat uit de handhaafbaarheids-,uitvoerbaarheids- en fraudebestendigheidstoets (HUF-toets) van de politieblijkt dat de politie op de middellange termijn minder capaciteit hoeft in tezetten. Deze leden zijn ook blij om te zien dat ook buurlanden een landelijkvuurwerkverbod overwegen en dat Nederland een voorbeeldrol speelt.Deze leden hebben nog enkele vragen.De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen het ontwerpbesluit.Zij maken graag van de gelegenheid gebruik om enkele aanvullendevragen te stellen over de gekozen uitwerking, de gemaakte beleidsmatigeen juridische keuzes en de gevolgen daarvan voor de veiligheid, deuitvoering en de handhaafbaarheid.De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbe-sluit. Hier zijn nog een aantal vragen over.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 352 De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het voorlig-gende ontwerpbesluit. Zij hebben nog enkele vragen.De leden van ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van hetontwerpbesluit.D66-fractieDe leden van de D66-fractie maken zich zorgen over de beslissing omminimale veiligheidsafstanden niet langer dwingend in het ontwerpbesluitvoor te schrijven. Eerdere concepten bevatten heldere afstanden van 15tot 90 meter, gebaseerd op gedegen wetenschappelijk onderzoek en gelijkaan de eisen voor professionele ontbranders. Het loslaten van dezelandelijke normen en het overlaten van deze afweging aan burge-meesters, die vaak niet over de specifieke technische expertisebeschikken, riskeert een lappendeken aan regels en tast de rechtsze-kerheid en veiligheid aan. Deze leden vragen de Staatssecretaris waaromis afgeweken van de adviezen van de Verenging van NederlandseGemeenten (VNG), het Genootschap van Burgemeesters (NGB) en depolitie, die juist pleitten voor het handhaven van deze nationaleveiligheidswaarborgen.De leden van de D66-fractie vragen tevens aandacht voor handhaving. Depolitie heeft gewaarschuwd dat een te ruime ontheffingsmogelijkheid dedoelstelling van de wet teniet kan doen en tot onbeheersbare situaties opaangewezen afsteeklocaties kan leiden. Deze leden willen voorkomen datde ontheffing een achterdeur wordt waardoor het consumentenvuurwerkalsnog op grote schaal terugkeert in de publieke ruimte. Zij vragen deStaatssecretaris hoe hij borgt dat de ontheffingspraktijk beperkt blijft totkleinschalige, georganiseerde buurtinitiatieven en hoe de veiligheid vanomstanders en de omgeving, waaronder natuurgebieden, structureelgewaarborgd wordt in de uiteindelijke algemene maatregel van bestuur(AMvB).De leden van de D66-fractie vragen tot slot naar de leeftijdsgrens voorontbranders. Waar de politie adviseert deze grens te verhogen naarachttien jaar vanwege de grote verantwoordelijkheid bij publiekeevenementen, houdt het ontwerpbesluit vast aan zestien jaar. Deze ledenverzoeken de Staatssecretaris nader toe te lichten waarom hij hier afwijktvan het deskundig advies van de handhavingspartners, temeer daar inomringende landen vaak al een hogere leeftijdsgrens geldt. De inzet vandeze leden blijft een effectief verbod dat daadwerkelijk bijdraagt aan eenveilige transitie van de jaarwisseling.VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie vragen of de Staatssecretaris het realistischacht dat het volledige wetgevings- en implementatietraject zorgvuldig kanworden afgerond vóór de jaarwisseling 2026–2027. Zij hebben daarbijspecifieke aandacht voor het verdere proces, inclusief welke termijnen deStaatssecretaris heeft om tijdig tot inwerkingtreding over te kunnen gaan,in lijn met de kaders gesteld in diverse moties. Deze leden ontvangengraag een gespecificeerde tijdlijn. Daarbij wijzen zij op de benodigdevoorbereidingen bij gemeenten, handhavingsinstanties en anderebetrokken partijen, en vragen zij hoe wordt gewaarborgd dat deze partijenvoldoende tijd hebben om zich op de nieuwe systematiek voor tebereiden.De leden van de VVD-fractie vragen voorts hoe wordt voorkomen dat deruime beleidsvrijheid voor burgemeesters leidt tot onaanvaardbare groteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 353 verschillen tussen gemeenten, waardoor te grote rechtsongelijkheid kanontstaan voor verenigingen en inwoners. In dat kader vragen zij tevenshoe de rechtsbescherming wordt gewaarborgd voor groepen burgers endorps- en buurtverenigingen die – ondanks dat ze voldoen aan de eisendie een gemeente stelt voor een ontheffing – te maken krijgen met eenafwijzing van een ontheffingsaanvraag.De leden van de VVD-fractie hechten groot belang aan een handhaafbaaren uitvoerbaar stelsel. Zij verzoeken de Staatssecretaris daarom nader toete lichten hoe de uitkomsten van de HUF-toetsen van politie, OpenbaarMinisterie (OM) en de ILT concreet zijn verwerkt in het ontwerpbesluit.Tevens vragen zij of de Staatssecretaris in overleg met de Minister vanJustitie en Veiligheid een inschatting kan geven van de effecten van hetontwerpbesluit op de werkdruk van de politie en handhavers tijdens dejaarwisseling.De leden van de VVD-fractie onderschrijven het uitgangspunt vanvertrouwen in verenigingen en maatschappelijke initiatieven. Zij vragende Staatssecretaris toe te lichten hoe wordt voorkomen dat de administra-tieve lasten voor verenigingen te hoog worden als gevolg van (aanvul-lende) eisen die lokaal worden gesteld aan een ontheffing. In dat verbandvragen zij wat de verwachting is ten aanzien van het aantal burgerinitia-tieven, verenigingen en stichtingen dat daadwerkelijk gebruik zal makenvan de ontheffingsregeling, en hoe dit verwachte gebruik zich verhoudttot de uitvoerings- en toezichtslasten voor gemeenten en de administra-tieve lasten voor burgers en vrijwilligers.De leden van de VVD-fractie vragen verder in hoeverre het proportioneelis dat voor kleinschalige, niet-commerciële initiatieven grotendeelsdezelfde voorschriften worden gesteld als voor professionele evene-menten. Zij vragen of is bezien of een lichtere of vereenvoudigde variantmogelijk is voor dergelijke initiatieven en, zo nee, waarom daarvoor niet isgekozen.De leden van de VVD-fractie vragen ook welk exact deel van dehandhavings- en toezichtslast bij ontheffingshouders wordt neergelegd,en welk deel bij de (lokale) overheid. Ook vragen deze leden of deStaatssecretaris nader kan ingaan op de vraag waarom is gekozen eenzekere verantwoordelijkheid bij ontheffingshouders te beleggen endaarnaast een deel bij de (lokale) overheid.De leden van de VVD-fractie vragen tot slot hoe de voortgang van hetontwerpbesluit zich verhoudt tot de andere twee randvoorwaarden uit hetamendement-Michon-Derkzen (Kamerstuk 35 386, nr. 16), te weten hethandhavingsplan en de compensatieregeling voor de vuurwerkbranche.Zij vragen wanneer de Kamer nader wordt geïnformeerd over deuitwerking van deze twee overige randvoorwaarden.GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractieDieren en natuurDe leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie merkenop dat honden, katten, konijnen, vogels en vele andere dieren doodsbangzijn voor vuurwerk. Vele vogels overlijden elke jaarwisseling door deharde knallen. Er zijn nu, een maand na nieuwjaar nog honden die nietmeer naar buiten durven sinds de jaarwisseling, omdat ze getraumati-seerd zijn door alle knallen. Deze leden lezen dat het kabinet met allerleipartijen heeft gesproken om de ontheffingsregeling vorm te geven,waaronder sport- en wijkverenigingen, de brandweer, vuurwerklief-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 354 hebbers en de vuurwerkbranche. Dit is natuurlijk positief, maar deze ledenzien dat veel vertegenwoordigers van belanghebbenden niet aan tafelhebben gezeten, en dat daardoor hun wensen minder goed vertegen-woordigd zijn in dit ontwerpbesluit. Waarom is er niet gesproken metbijvoorbeeld de Hondenbescherming, Vogelbescherming, Dierenbe-scherming, het Longfonds en natuur- en milieuorganisaties?De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie merkenop dat sommige Nederlanders met huisdieren met nieuwjaarsnacht hetland ontvluchten, omdat hun huisdieren te gestrest raken van alle knallen.Deze leden lezen in het ontwerpbesluit dat er bij het afgeven van eenontheffing rekening gehouden moet worden met de nabijheid vanbedrijfsmatig gehouden dieren. Waarom is ervoor gekozen om alleen metbedrijfsmatig gehouden dieren rekening te houden, terwijl ook veelhuisdieren enorme angst hebben voor vuurwerk? En op welke manierworden eigenaren van huisdieren, maar ook andere buurtbewoners op dehoogte gesteld van de vuurwerkontheffingsplannen in hun buurt en hoever van tevoren moet dit minimaal gebeuren? Kan er nog bezwaargemaakt worden als het dichtbij hun woning is en ze een bang huisdierhebben of een longaandoening?De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie vragenwaarom het aan de gemeentes wordt overgelaten om te bepalen of hetwenselijk is om nabij natuurgebieden of vanaf het water vuurwerk af testeken. Het is, zeker gezien de huidige staat van de biodiversiteit,stikstofcrisis en aankomende waterkwaliteitscrisis, toch landelijk te stellendat het altijd onwenselijk is om vuurwerk nabij een natuurgebied af testeken? Waarom is er dan toch besloten om dit niet landelijk vast teleggen, terwijl (onder andere) de VNG juist vraagt om zoveel mogelijkeenduidige landelijke regelgeving?De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie vindenhet goed dat er verplicht handblusapparatuur aanwezig moet zijn op delocatie. Er zijn verschillende soorten PFAS verboden in brandblusschuim,maar een deel is momenteel nog toegestaan. De EU werkt aan eentotaalverbod voor PFAS in brandblussers. Omdat PFAS enorm schadelijkis voor onze gezondheid en onze leefomgeving, is het onwenselijkwanneer PFAS door middel van brandblussers in de leefomgeving komt.Is de Staatssecretaris het met deze leden eens dat het zou getuigen vanverantwoord overheidshandelen als in het ontwerpbesluit wordtopgenomen dat het om PFAS-vrije handblusapparatuur moet gaan?De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie vragenwat er precies mee wordt bedoeld dat «direct na afloop» de veilig-heidszone opgeruimd en schoon moet worden opgeleverd. Hoe is hieropte handhaven als het zo vaag is omschreven? En waarom is negatiefgeadviseerd over het idee van Zero Waste Nederland van een schoon-maakplan, terwijl zelfs een summier schoonmaakplan kan helpen in hetschoonkrijgen van de locatie, omdat er dan alvast van tevoren over isnagedacht, en de ontheffingshouders de middelen in de buurt hebben omde buurt schoon te maken (denk aan afvalprikkers, vuilniszakken en eenbezem)? En kan, zoals Zero Waste Nederland ook vroeg, hetvuurwerkafval worden ingeleverd bij de verkopende partij samen met hetniet afgestoken vuurwerk, zodat het op de juiste manier kan wordenweggegooid in plaats van afvalstromen te vervuilen met giftigematerialen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 355 Supervisors en ontbrandersDe leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie hebbenook specifiek nog wat vragen over de supervisors en ontbranders. Er staatdat er niet wordt vereist om de supervisors en ontbranders al bij deaanvraag aan te geven. Op welk moment moet dit wel aangeleverdworden, en waar? En moeten de supervisors en ontbranders eenverklaring omtrent het gedrag (VOG) meesturen? Zo nee, waarom niet?Wordt gecheckt of de e-learning is doorlopen? Zo ja, door wie? Is datonderdeel van de ontheffingsaanvraag? Moeten de supervisors enontbranders ook makkelijk herkenbaar zijn voor het publiek, bijvoorbeelddoor een hesje? Is het mogelijk om landelijk vast te leggen dat wanneerde ontheffingshouder een grote overtreding maakt, de overtreder en devereniging een vastgesteld aantal jaar niet opnieuw betrokken mogen zijnbij een toekomstige vuurwerkontheffing?Waarom is het advies van het NGB en de politie om de leeftijdsgrens voorontbranders te verhogen van 16 naar 21 of 18, in verband met de enormeverantwoordelijkheid die erop rust, niet overgenomen, terwijl de politieaangeeft het niet logisch te vinden dat wordt vastgehouden aan deleeftijdsgrens zoals opgenomen in de Pyrorichtlijn? Waarom is er specifiekvoor maximaal acht ontbranders gekozen? De Landelijke WerkgroepVuurwerk Coördinatoren (LWVC) geeft aan dat het erg veel is voor één oftwee supervisors om acht ontbranders in de gaten te houden. Kan hetaantal ontbranders dan niet beter naar beneden worden bijgesteld?De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie hebbeneen specifieke vraag over de veiligheidsafstanden. Deze zijn wel landelijkvastgelegd voor professionele ontbranders bij vuurwerkshows. Is deStaatssecretaris het met deze leden eens dat het onlogisch is om dat nuniet te doen, terwijl het juist onveiliger is, omdat de afstekers onder dezeAMvB geen professionals hoeven te zijn?Algemeen inhoudDe leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie merkenop dat er een brede vraag is van zowel VNG, het NGB, hulpdiensten alsgedragswetenschappers om zoveel mogelijk vereisten nationaal vast teleggen, zodat onder andere de nieuwe norm van een algemeen vuurwerk-verbod zo duidelijk mogelijk is en daardoor ook sneller geaccepteerd zalworden. De politie geeft ook aan dat de capaciteitsdruk sneller zalafnemen als de maatschappelijke adaptatie sneller verloopt. Het is dusenorm belangrijk dat de Staatssecretaris zich maximaal inzet om de normgoed en snel te laten landen. Gemeentes geven onder andere aan dat zewel liever een landelijke veiligheidsafstand hebben, vestigingsplaatsver-eiste en landelijke regels rondom aansprakelijkheid in plaats van dat ditper gemeente apart bedacht moet worden, ook in verband met hetmogelijke gebrek aan expertise bij de verschillende gemeentes. Begrij-pelijk, aangezien de Staatssecretaris zelf al schat dat landelijk 500 tot 1.500aanvragen per jaar binnen zullen komen, en het wenselijk is als die zo veelmogelijk gestroomlijnd worden. Gaat de Staatssecretaris gehoor gevenaan deze oproep en dit nog op tijd aanpassen in het ontwerpbesluit? Zonee, waarom niet? En gaat hij dan wel de VNG ondersteuning geven omlokale modelverordeningen op te stellen die gemeentes kunnenovernemen?De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie vragenook of er altijd iemand van de gemeente aanwezig moet zijn tijdens hetafsteken om toezicht te houden, omdat het anders negatieve gevolgenvoor de gemeente kan hebben voor de aansprakelijkheid. Zo ja, wie vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 356 de gemeente zou dat toezicht moeten houden, aangezien boa’s nietaanwezig zijn tijdens de jaarwisseling gezien de gevaarsituatie?Als de weersomstandigheden het niet toelaten, moeten de vuurwerkont-heffingen worden ingetrokken. Het is voor een vereniging lastig om in teschatten wanneer het bij een grensgeval wel of niet door kan gaan. Wie isverantwoordelijk voor de communicatie naar de verenigingen met eenontheffing over extreme weeromstandigheden?De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie vragenwaarom het aan de gemeentes wordt gelaten om gezondheidseffectenook te betrekken bij het verlenen van een ontheffing. Waarom wordt ditniet landelijk geregeld? En mag een gemeente ook besluiten om bij eencode rood van de Stookwijzer de vergunning in te trekken?De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie merkenop dat ontheffingen ook aangevraagd mogen worden door organisatiesdie niet in de desbetreffende gemeente gevestigd zijn. Krijgt de burge-meester bij de aanvraag inzicht of de aanvraag uit de eigen gemeentekomt of uit een andere? Het lijkt deze leden nuttig om dit te weten voor deafweging.Nieuwe normDe leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie delende zorgen van burgemeesters dat de uitzonderingspositie die met dezeAMvB gecreëerd wordt ervoor zorgt dat het moeilijk is om de norm goedin te voeren. Dit wordt ook bevestigd door gedragswetenschappers. Zoalsbekend, hadden deze leden liever een algeheel vuurwerkbesluit gezienzonder ontheffing, omdat de nieuwe norm dan makkelijker en snelleromarmd kan worden in de samenleving. Ook geeft de ILT aan dat eenduidelijke taakstelling nodig is voor gemeentes om effectief toezicht tehouden. Uit de HUF-toets blijkt dat voordat de politiecapaciteit zal dalen,de capaciteit de komende 2 tot 3 jaar juist aanzienlijk zal toenemen en zalafnemen zodra de norm beter geland is in de samenleving. Om het voorde politie en andere hulpdiensten de komende jaren zo veilig mogelijk temaken, moeten we ons flink gaan inzetten om de norm zo snel mogelijk telaten landen. Goede communicatie is daarmee onmisbaar. Gemeentesvragen expliciet om duidelijke landelijke communicatie over het verbod enwillen dat dit vroegtijdig zal plaatsvinden in plaats van pas de laatsteweken van het jaar. Deze leden vinden het belangrijk voor de handhaaf-baarheid van het algemeen vuurwerkverbod en dus voor de veiligheid vanhulpdiensten dat er duidelijke landelijke regels komen en zo min mogelijkuitzonderingen op de nieuwe norm van het algemeen vuurwerkverbod.Heeft de Staatssecretaris hierover gesproken met gedragsweten-schappers? Wat waren de lessen die ze meegaven? Zo nee, is hij alsnogbereid om dat op tijd te doen, ook volgens de aangenomen motie-Kostic´c.s. (Kamerstuk 28 684, nr. 841)? Wanneer wordt uitwerking gegeven aandie motie?Kan de Staatssecretaris een tijdlijn geven wanneer de eerste communi-catie over de nieuwe situatie komend jaar gepland staat? Kan aangegevenworden hoe geschakeld wordt met gemeentes over de basisboodschap encampagne en of er ook campagnemateriaal en informatie beschikbaarwordt gesteld aan gemeentes, zodat een eenduidige boodschap kanworden verspreid, aan te passen aan de lokale situatie? Hoeveel budgetwordt hiervoor landelijk ter beschikking gesteld?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 357 CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie constateren dat de VNG wijst op decomplexiteit van de beleidsafweging die iedere gemeente afzonderlijkmoet maken bij het verlenen van ontheffingen, met het risico op eenlappendeken aan regels en verschillen tussen gemeenten. Is de Staatsse-cretaris bereid om in overleg met de VNG en gemeenten te bezien ofnadere landelijke kaders of een modelbeleidslijn wenselijk is om onduide-lijkheid en handhavingsproblemen te voorkomen?De leden van de CDA-fractie lezen dat de VNG en het NGB vragen om eenexpliciete heroverweging van de keuze om de ontheffingsbevoegdheid bijde burgemeester te beleggen, mede in het licht van het Kader voornieuwe burgemeestersbevoegdheden en de benodigde specialistischekennis. Is de Staatssecretaris bereid om hierover in overleg te treden metde VNG, het NGB en de veiligheidsregio’s?De leden van de CDA-fractie constateren dat de VNG zorgen uit over deuitvoerbaarheid en handhaving in de nachtelijke uren en de aansprake-lijkheid bij het verbinden van voorschriften aan ontheffingen. Welkeconcrete afspraken zijn of worden in overleg met de VNG en gemeentengemaakt over handhavingscapaciteit, aansprakelijkheidsvraagstukken enondersteuning van gemeenten, zodat de ontheffingsregeling in de praktijkuitvoerbaar en handhaafbaar is?De leden van de CDA-fractie zijn benieuwd hoe de Staatssecretaris eenvereniging die een aanvraag kan doen voor een ontheffing om vuurwerkaf te steken in georganiseerd verband feitelijk definieert. In de toelichtinglezen deze leden namelijk dat met dit ontwerpbesluit is getracht het voorgeorganiseerde groepen burgers, zoals dorps- of buurtverenigingen,mogelijk te maken om tijdens de jaarwisseling vuurwerk af te steken.Welke eisen worden precies gesteld aan de vorm van de vereniging ofstichting, los van de eis dat die ingeschreven staat in het handelsregister?Heeft het bijvoorbeeld ook betrekking op informele verenigingen, ofverenigingen die alleen worden opgericht met als doel een ontheffing tekrijgen om vuurwerk af te steken? Moet de vereniging ook een minimaalaantal leden hebben?De leden van de CDA-fractie lezen dat de Staatssecretaris aangeeft sterk inte zetten op lokale beleidsruimte en terughoudendheid met landelijkenormering. Hoe weegt hij deze keuze tegen de noodzaak om een minimaallandelijk veiligheidsniveau te waarborgen? Deze leden constaterendaarnaast dat de Staatssecretaris aangeeft slechts daar landelijke eisen testellen waar dit strikt noodzakelijk is voor de veiligheid. Welke veiligheids-waarborgen acht hij absoluut noodzakelijk, en waarom zijn deze nietexplicieter vastgelegd?De leden van de CDA-fractie hebben gelezen dat de ontheffingsbe-voegdheid expliciet bij de burgemeester is belegd en dat burgemeesterszelfstandig afwegingen moeten maken over veiligheid, aansprakelijkheiden handhaving. Hoe voorkomt de Staatssecretaris dat deze systematiekleidt tot grote verschillen tussen gemeenten?De leden van de CDA-fractie vragen aan de Staatssecretaris of het kloptdat er geen eisen worden gesteld aan de vestigingsplaats van devereniging of stichting, waardoor verenigingen ook in andere plekken eenontheffing kunnen aanvragen. Zo ja, wat is hiervoor de reden geweest, numet het amendement-Bikker c.s. (Kamerstuk 35 386, nr. 14) is bepaald datvooral dorps- of buurtverenigingen voor hun lokale gemeenschapvuurwerk kunnen afsteken op een daartoe aangewezen plek? Is deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 358 Staatssecretaris van mening dat de mogelijkheid om op elke plek eenontheffing aan te vragen voldoende strookt met de geest van datamendement?De leden van de CDA-fractie constateren dat er geen landelijke veilig-heidsafstanden zijn opgenomen. Waarom heeft de Staatssecretaris ervoorgekozen deze afstanden niet landelijk te normeren, terwijl dit bij professi-onele vuurwerkshows wel het geval is? Hoe ziet hij deze discrepantie?De leden van de CDA-fractie lezen dat de Staatssecretaris inzet opondersteuning van gemeenten via onder meer handreikingen. Welkeconcrete ondersteunende instrumenten stelt hij beschikbaar, en kunnende gemeenten deze ruim voor de jaarwisseling verwachten?De leden van de CDA-fractie lezen dat toezicht op de naleving vanontheffingsvoorwaarden een gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Kande Staatssecretaris nader ingaan op de aansprakelijkheidspositie van degemeente, indien zich bij een verleende ontheffing een incident voordoet?En wat wordt precies verstaan onder de «uitzonderlijke gevallen» waarinde gemeente aansprakelijk gesteld kan worden?De leden van de CDA-fractie constateren dat geen landelijke verzeke-ringseis is opgenomen in het ontwerpbesluit. Hoe waarborgt de Staatsse-cretaris dat slachtoffers van vuurwerkincidenten hun schade kunnenverhalen, indien ontheffinghouders niet verplicht verzekerd zijn? Geldtvoor verenigingen of stichtingen die geen aansprakelijkheidsverzekeringhebben dat een tijdelijke evenementenverzekering verplicht wordt en, zonee, waarom niet?De leden van de CDA-fractie hebben gelezen dat toezicht en handhavingeen gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten en politie vormt.Deze leden vragen hoe de Staatssecretaris de rol van de politie bij dehandhaving van verleende ontheffingen ziet.De leden van de CDA-fractie constateren dat de Staatssecretaris bewustkiest voor een sobere uitwerking van het ontwerpbesluit. Hoe borgt hij datdeze keuze niet leidt tot onbedoelde veiligheidsrisico’s, waarbij verant-woordelijkheden in de praktijk onevenredig bij lokale bestuurders envrijwilligers terechtkomen?De leden van de CDA-fractie constateren dat de handhaving rond dejaarwisseling plaatsvindt in nachtelijke uren, waarin boa’s beperktinzetbaar zijn. Hoe beoordeelt de Staatssecretaris de handhaafbaarheidvan het ontwerpbesluit in deze omstandigheden?De leden van de CDA-fractie constateren dat het vaststellen van veilig-heidsafstanden grotendeels wordt overgelaten aan het lokaal gezag. Hoeis de Staatssecretaris tot dit besluit gekomen en wat is de reactie van degemeenten daarop? Daarnaast vragen deze leden aan de Staatssecretarishoe wordt geborgd dat lokaal vastgestelde veiligheidsafstanden minimaalgelijkwaardig zijn aan de normen die gelden voor professionelevuurwerkontbrandingen.De leden van de CDA-fractie constateren dat het advies van de politie omde leeftijdsgrens voor ontbranders te verhogen naar achttien jaar niet isovergenomen. Waarom heeft de Staatssecretaris ervoor gekozen vast tehouden aan een leeftijdsgrens van zestien jaar? Daarnaast hebben dezeleden kennisgenomen van de zorgen van de politie over de verantwoorde-lijkheden die rusten op ontbranders. Hoe verhoudt deze leeftijdsgrens zichTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 359 tot de zware verantwoordelijkheid die ontbranders dragen bij vuurwerkac-tiviteiten waarbij publiek aanwezig is?De leden van de CDA-fractie lezen dat adviezen van onder meer de politieen veiligheidsregio’s om landelijke veiligheidsafstanden vast te leggenniet zijn overgenomen. Waarom heeft de Staatssecretaris ervoor gekozendeze adviezen niet te volgen?De leden van de CDA-fractie constateren dat de Staatssecretarisvoornemens is om de Wet veilige jaarwisseling in werking te laten tredenvanaf de jaarwisseling 2026–2027. Is hij van mening dat gemeenten zichinderdaad tijdig hierop kunnen voorbereiden?BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie vinden dat dit landelijke vuurwerkverbod eentraditie onderuithaalt zonder dat er een realistisch plan voor veilige enuitvoerbare alternatieven klaarligt. Hoe rechtvaardigt de Staatssecretarisdit verlies van immaterieel cultureel erfgoed voor miljoenen Nederlandersdie elk jaar verantwoord van vuurwerk genieten?De leden van de BBB-fractie lezen dat centrale vuurwerkshows door deStaatssecretaris als alternatief worden gepresenteerd, maar dat er eengroot tekort is aan gecertificeerde pyrotechnici en dat vergunningstra-jecten onnodig lang duren. Is de Staatssecretaris bereid de inwerking-treding uit te stellen, totdat er een goed en realistisch alternatief, waarvuurwerk deel van uitmaakt, beschikbaar is?De leden van de BBB-fractie lezen dat de VNG expliciet aangeeft dat boa’stijdens de nachtelijke uren niet zullen handhaven vanwege de gevaar-zetting. Hoe rijmt de Staatssecretaris de ambitie van een «veiligejaarwisseling» met het feit dat de belangrijkste lokale handhavers op hetcruciale moment niet op straat aanwezig zijn?De leden van de BBB-fractie lezen dat de politie in de eerste jaren nainvoering een forse toename in de werklast en capaciteitsdruk verwacht.Kan de Staatssecretaris garanderen dat er voldoende politiecapaciteitbeschikbaar is, wetende dat de inzet tijdens de jaarwisseling nu almaximaal is en de werkdruk door strafbaarstelling van consumenten-vuurwerk alleen maar zal toenemen?De leden van de BBB-fractie lezen dat het verbod op elektronischeontstekers gehandhaafd blijft, waardoor ontheffinghouders verplichtworden de gevaarlijkere handmatige aansteeklont te gebruiken. Waaromkiest de Staatssecretaris voor deze beperking, terwijl elektronischeontsteking de veiligheidsafstand tussen mens en vuurwerk juist vergroot?De leden van de BBB-fractie lezen dat een inschrijving bij de Kamer vanKoophandel (KvK) een harde eis is voor het verkrijgen van een ontheffing.Erkent de Staatssecretaris dat dit voor informele vriendengroepen ofeenmalige buurtinitiatieven een onnodige en drempelverhogendebureaucratische barrière vormt die haaks staat op de beloofdelaagdrempeligheid?De leden van de BBB-fractie lezen dat de Staatssecretaris de verzeke-ringseis niet nationaal heeft vastgelegd, maar bij de burgemeester heeftbelegd, terwijl dit voor kleine verenigingen tot «torenhoge kosten» kanleiden. Hoe gaat de Staatssecretaris voorkomen dat buurtinitiatievenonmogelijk worden, doordat verzekeraars weigeren dekking te bieden ofonbetaalbare premies vragen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3510 De leden van de BBB-fractie lezen dat het Adviescollege toetsingregeldruk (ATR) zeer kritisch is over de werkbaarheid van het besluit enwaarschuwt voor aanzienlijke administratieve lasten voor vrijwilligers,zoals het opstellen van veiligheidsplannen en situatietekeningen opschaal. Waarom negeert de Staatssecretaris dit advies en zadelt hijbuurtverenigingen op met taken die eigenlijk professionele expertisevereisen?De leden van de BBB-fractie lezen dat de ILT waarschuwt voor eentoename van vuurwerktoerisme naar België en Duitsland. Hoe voorkomtde Staatssecretaris dat dit verbod de legale handel in Nederlandvernietigt, maar tegelijkertijd de illegale handel en de import vangevaarlijk spul uit de buurlanden stimuleert?De leden van de BBB-fractie lezen dat per kernbepaling van de AMvB eengrondslag bestaat in de Wet veilige jaarwisseling. Kan de Staatssecretarisper kernbepaling van de AMvB aangeven op welke concrete delegatiebe-paling in de Wet veilige jaarwisseling deze berust, en toelichten waaromhierbij geen sprake is van zelfstandige beleidsvorming?De leden van de BBB-fractie lezen dat is gekozen voor een landelijk verbodmet lokale ontheffingsmogelijkheden. Waaruit blijkt dat deze keuzeexpliciet door de wetgever is voorzien, en waarom is deze keuze niet in dewet zelf vastgelegd?De leden van de BBB-fractie lezen dat de AMvB noodzakelijk zou zijn terverwezenlijking van het wettelijke veiligheidsdoel. Hoe is per normaangetoond dat deze noodzakelijk is voor dat doel, en geen beleidskeuzebetreft die losstaat van het wettelijk kader?De leden van de BBB-fractie lezen dat de AMvB verschillende normenbevat die ruimte laten voor interpretatie. Welke bepalingen bevatten opennormen, en hoe wordt voorkomen dat deze leiden tot uiteenlopende uitlegen rechtsongelijkheid tussen gemeenten?De leden van de BBB-fractie lezen dat de AMvB ingrijpende verplichtingenoplegt aan burgers en decentrale overheden. Welke minder belastendealternatieven zijn per verplichting overwogen, en waarom zijn dezeontoereikend geacht in het licht van artikel 3:4 van de Algemene wetbestuursrecht?De leden van de BBB-fractie lezen dat gemeenten verantwoordelijkworden voor het verlenen van ontheffingen en het waarborgen vanveiligheid. Waarom ontbreken daarbij landelijke minimumnormen voorveiligheid, zoals locatiecriteria, crowd control en stopregels, terwijl degevolgen voor burgers en organisaties ingrijpend zijn?De leden van de BBB-fractie lezen dat bij incidenten op ontheffingslocatiesmeerdere bestuurslagen betrokken zijn. Wie is juridisch eindverantwoor-delijk, indien zich op een ontheffingslocatie een incident voordoet, en hoeis deze verantwoordelijkheid juridisch vastgelegd?De leden van de BBB-fractie lezen dat de uitvoerbaarheid van de AMvBwordt verondersteld. Hoe is deze uitvoerbaarheid onderbouwd, gegevenstructurele tekorten bij politie, OM en gemeenten, en welke kengetallen enaannames liggen hieraan ten grondslag?De leden van de BBB-fractie lezen dat extra handhavingsinspanningennodig zijn om het nieuwe regime te effectueren. Welke bestaandeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3511 handhavingstaken worden afgeschaald om hiervoor capaciteit vrij temaken, en acht de Staatssecretaris deze verdringing aanvaardbaar?De leden van de BBB-fractie lezen dat de AMvB onvoorwaardelijk inwerking treedt. Waarom is niet gekozen voor een voorwaardelijke ofgefaseerde inwerkingtreding, terwijl voorzienbaar is dat uitvoering enhandhaving mogelijk tekortschieten?De leden van de BBB-fractie lezen dat gemeenten nieuwe taken krijgenopgelegd in het kader van het ontheffingsregime. Welke nieuwe takenbetreft dit, wat is de integrale kostprijs per taak, en waarom is hiervoorgeen structurele financiële compensatie geregeld?De leden van de BBB-fractie lezen dat het ontheffingsregime kan leiden totjuridische procedures. Hoeveel bezwaar- en beroepszaken verwacht deStaatssecretaris, en op welke wijze wordt uniforme rechtsbescherminggeborgd?De leden van de BBB-fractie lezen dat gemeenten aansprakelijk kunnenworden gesteld bij incidenten. Hoe voorkomt de Staatssecretaris datgemeenten aansprakelijk worden gehouden, terwijl landelijke veiligheids-normen ontbreken?De leden van de BBB-fractie lezen dat de AMvB geen expliciete evaluatie-bepalingen bevat. Waarom zijn geen vooraf vastgelegde evaluatiecriteriaen bindende beleidsconsequenties opgenomen, zoals opschorting ofheroverweging bij negatieve uitkomsten?De leden van de BBB-fractie lezen dat objectieve onderbouwing vanuitvoerbaarheid en handhaafbaarheid essentieel is. Op welke grond achtde Staatssecretaris deze AMvB verantwoord, indien niet met objectievecriteria en kengetallen kan worden aangetoond dat hij uitvoerbaar,handhaafbaar en financieel gedekt is?De leden van de BBB-fractie hebben ook nog enkele vragen over decompensatieregeling. Kan de Staatssecretaris zeggen hoeveel vervoerdersgeraakt worden, doordat zij niet mee worden genomen in de compensa-tieregelingen? Kan de Staatssecretaris ervoor zorgen dat deze vervoerdersalsnog worden meegenomen in de compensatieregelingen? Zij hebbenimmers last hebben van inkomstenderving in de vorm van speciaalmaterieel, vergunningen en opleidingen voor het veilig vervoeren vanvuurwerk.SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie constateren dat gemeenten aangeven dathandhaving op de naleving van de voorwaarden voor eventuele onthef-fingen lastig is, omdat bijvoorbeeld boa’s vanwege de gevaarzetting nietingezet kunnen worden. Deze leden horen graag hoe door controlesvooraf en door aanvullende voorwaarden de naleving bevorderd kanworden. Op welke wijze zou wel gebruikt gemaakt kunnen worden van deinzet van boa’s?De leden van de SGP-fractie constateren dat onduidelijkheid over deaansprakelijkheidsverdeling een risico is voor goede uitvoering van deontheffingsbepaling. Hoe ziet de Staatssecretaris dit? Welke mogelijk-heden ziet de Staatssecretaris voor afspraken met gemeenten enverzekeraars hierover, zodat er meer duidelijkheid komt over deaansprakelijkheidsverdeling?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3512 De leden van de SGP-fractie hebben een vraag over de leeftijdsgrens vanzestien jaar voor het afsteken van vuurwerk bij een ontheffing. Waarom isgekozen voor zestien jaar en niet voor bijvoorbeeld achttien jaar, zoalsvoorgesteld door de VNG?De leden van de SGP-fractie horen graag waarom de Staatssecretarisheeft afgezien van een vestigingseis, terwijl deze vestigingseis debesluitvorming voor gemeenten eenvoudiger maakt.De leden van de SGP-fractie horen graag waarom de Staatssecretaris erniet voor heeft gekozen een eis op te nemen voor de maximalehoeveelheid vuurwerk die iemand in bezit mag hebben. Dat maaktbesluitvorming voor gemeenten eenvoudiger en is een controleerbarewaarborg die bijdraagt aan een veilige uitvoering van de ontheffingsbe-paling.ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie zijn de mening toegedaan dat, geletop de omvangrijke ongeregeldheden tijdens de afgelopen jaarwisselingendie samenhangen met vuurwerk én het expliciete verzoek van de politieom consumentenvuurwerk te verbieden, het verstandig is een dergelijkvuurwerkverbod in te voeren. Wel zien deze leden dat de omvang enintensiteit van de vuurwerkproblematiek tussen gemeenten verschilt, enwijzen zij erop dat in kleinere gemeenschappen in «de regio» de jaarwis-seling zelfs zonder noemenswaardige incidenten plaatsvindt. Mede omdie reden zijn deze leden er voorstander van dat, onder voorwaarden, hetvoor georganiseerde groepen burgers mogelijk moet zijn om eenontheffing aan te vragen om alsnog in georganiseerd verband vuurwerkaf te steken. Deze leden danken de Staatssecretaris voor de invulling diemet het onderhavige ontwerpbesluit is gegeven aan het desbetreffendeamendement. Naar aanleiding hiervan hebben deze leden nog een aantalvragen. Deze leden wijzen erop dat is gekozen voor veiligheidseisen diedeels overeenkomen met de eisen die gelden voor professioneelvuurwerk, bijvoorbeeld ten aanzien van de indeling van afsteekplaats,-terrein en veiligheidszones, en vragen de Staatssecretaris om deze keuzenader toe te lichten. Is dit, bijvoorbeeld gelet op verschillen in risico’stussen F2-vuurwerk en professioneel vuurwerk proportioneel?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Staatssecretaris tevensom in te gaan op de zorgpunten die de VNG kenbaar heeft gemaakt in debrief van 6 februari 2026. In het bijzonder vragen deze leden de Staatsse-cretaris inhoudelijk in te gaan op het verzoek van de VNG om aanvullendefinanciële middelen voor gemeenten: is hij van plan om hier wel of nietmiddelen voor te reserveren, en waarom?De leden van de ChristenUnie-fractie zijn van mening dat een passendecompensatieregeling voor de sector op zijn plaats is. Deze leden vragen ofde Staatssecretaris deze mening deelt. Kan hij toelichten hoe het overlegmet de sector (zowel importeurs als winkeliers) over compensatie enovergangsmaatregelen verloopt? Kan de Staatssecretaris daarbij tevensaangeven welk bedrag momenteel gereserveerd is voor deze compensa-tieregeling?II Reactie van de bewindspersoon InleidingEr is in beide Kamers een brede politieke wens om de inwerkingtredingvan het verbod zo snel als mogelijk in te laten gaan. Dit blijkt ook uit deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3513 recentelijk aangenomen motie van het Tweede Kamerlid Van der Werf1.Tegen deze achtergrond streeft het kabinet ernaar het besluit en de Wetveilige jaarwisseling per 1 augustus 2026 in werking te laten treden, zodathet vuurwerkverbod voor consumenten van toepassing is bij de jaarwis-seling 2026/2027. Deze planning biedt burgemeesters, handhavingsin-stanties en lokale verenigingen en stichtingen die gebruik wensen temaken van een ontheffingsmogelijkheid, voldoende gelegenheid om zichvoor te bereiden op de nieuwe situatie.Gelet hierop verzoek ik uw Kamer de voorhangprocedure zodanig in terichten dat het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling op korte termijn devolgende fase van het wetgevingsproces kan doorlopen en tijdig teradvisering aan de Raad van State kan worden aangeboden. Doorgaansheeft de Raad van State circa twee tot drie maanden nodig voor deadvisering. Vervolgens dient na verwerking van advies van de Raad vanState het besluit formeel te worden vastgesteld.Om inwerkingtreding per 1 augustus 2026 mogelijk te maken, en daarmeeook het verbod op consumentenvuurwerk bij de jaarwisseling van2026/2027 in werking te laten treden, is afronding van de voorhangpro-cedure van dit ontwerpbesluit door uw Kamer in maart daarom wenselijk.1.De leden van de D66-fractie maken zich zorgen over de beslissingom minimale veiligheidsafstanden niet langer dwingend in hetontwerpbesluit voor te schrijven. Eerdere concepten bevattenheldere afstanden van 15 tot 90 meter, gebaseerd op gedegenwetenschappelijk onderzoek en gelijk aan de eisen voor professi-onele ontbranders. Het loslaten van deze landelijke normen enhet overlaten van deze afweging aan burgemeesters, die vaakniet over de specifieke technische expertise beschikken, riskeerteen lappendeken aan regels en tast de rechtszekerheid enveiligheid aan. Deze leden vragen de Staatssecretaris waarom isafgeweken van de adviezen van de Verenging van NederlandseGemeenten (VNG), het Genootschap van Burgemeesters (NGB) ende politie, die juist pleitten voor het handhaven van dezenationale veiligheidswaarborgen.Uitgangspunt voor de uitwerking in het Ontwerpbesluit veilige jaarwis-seling is het hebben van vertrouwen in verenigingen en stichtingen, enhet bieden van ruimte voor lokale afwegingen. Concreet betekent dit dater is gekozen om terughoudend te zijn als het gaat om het stellen vanlandelijke regels en vereisten.Een burgemeester heeft bij uitstek kennis van zijn gemeente. Het wordtdaarom overgelaten aan de burgemeester om te bepalen of een locatiegeschikt is om vuurwerk af te steken met publiek, en welke minimaleveiligheidsafstanden daar gelden. Daarmee wordt dichtregelen en het opvoorhand uitsluiten van locaties, voorkomen.2.De leden van de D66-fractie vragen tevens aandacht voorhandhaving. De politie heeft gewaarschuwd dat een te ruimeontheffingsmogelijkheid de doelstelling van de wet teniet kandoen en tot onbeheersbare situaties op aangewezen afsteeklo-caties kan leiden. Deze leden willen voorkomen dat de ontheffingeen achterdeur wordt waardoor het consumentenvuurwerkalsnog op grote schaal terugkeert in de publieke ruimte. Zijvragen de Staatssecretaris hoe hij borgt dat de ontheffings-praktijk beperkt blijft tot kleinschalige, georganiseerde buurtini-tiatieven en hoe de veiligheid van omstanders en de omgeving,1Kamerstuk 28 684, nr. 836.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3514 waaronder natuurgebieden, structureel gewaarborgd wordt in deuiteindelijke algemene maatregel van bestuur (AMvB).Met de voorwaarden en voorschriften die zijn opgenomen in hetOntwerpbesluit veilige jaarwisseling wordt geborgd dat enkel vereni-gingen en stichtingen een ontheffing kunnen aanvragen, en dat ermaximaal 200 kilogram vuurwerk per ontheffing mag worden afgestoken.Daarmee blijft de ontheffingsmogelijkheid beperkt tot kleinschalige engeorganiseerde initiatieven, bijvoorbeeld vanuit buurtverenigingen. Tenbehoeve van de veiligheid van ontbranders, supervisors, omstanders enomwonenden zijn diverse veiligheidseisen in het Ontwerpbesluitopgenomen. De burgemeester houdt bij het bepalen van de locatierekening met de nabijheid van kwetsbare gebouwen, maar ook bijvoor-beeld met dieren en natuurgebieden.3.De leden van de D66-fractie vragen tot slot naar de leeftijdsgrensvoor ontbranders. Waar de politie adviseert deze grens teverhogen naar achttien jaar vanwege de grote verantwoorde-lijkheid bij publieke evenementen, houdt het ontwerpbesluit vastaan zestien jaar. Deze leden verzoeken de Staatssecretaris nadertoe te lichten waarom hij hier afwijkt van het deskundig adviesvan de handhavingspartners, temeer daar in omringende landenvaak al een hogere leeftijdsgrens geldt. De inzet van deze ledenblijft een effectief verbod dat daadwerkelijk bijdraagt aan eenveilige transitie van de jaarwisseling.In het huidige Vuurwerkbesluit wordt een leeftijdsgrens voor het afstekenvan F2-vuurwerk gehanteerd van 16 jaar. Dat sluit ook aan bij de minimaleleeftijdsgrens zoals opgenomen in de Pyrorichtlijn. Omdat er eenbepaalde verantwoordelijkheid rust op personen die vuurwerk organi-seren in het kader van de ontheffing, is de minimale leeftijd van desupervisor(s) vastgesteld op 18 jaar.4.De leden van de VVD-fractie vragen of de Staatssecretaris hetrealistisch acht dat het volledige wetgevings- en implementatie-traject zorgvuldig kan worden afgerond vóór de jaarwisseling2026–2027. Zij hebben daarbij specifieke aandacht voor hetverdere proces, inclusief welke termijnen de Staatssecretarisheeft om tijdig tot inwerkingtreding over te kunnen gaan, in lijnmet de kaders gesteld in diverse moties. Deze leden ontvangengraag een gespecificeerde tijdlijn. Daarbij wijzen zij op debenodigde voorbereidingen bij gemeenten, handhavingsinstantiesen andere betrokken partijen, en vragen zij hoe wordt gewaar-borgd dat deze partijen voldoende tijd hebben om zich op denieuwe systematiek voor te bereiden.In de begeleidende brief bij deze beantwoording van de schriftelijkevragen is stilgestaan bij de tijdslijn van het wetgevingstraject. Hierbij isrekening gehouden met de wens van de Kamer om de wet zo snelmogelijk in werking te laten treden. Gelet het benodigde tijdspad, is hetstreven van het kabinet erop gericht de wet en het besluit op 1 augustus2026 in werking te laten treden. Gelet op de wettelijk verplichte nahangvan vier weken moet het besluit dan uiterlijk 4 juli 2026 worden gepubli-ceerd. De handreiking die ontwikkeld wordt, zal ook rond die periodebeschikbaar worden gesteld. Overigens kunnen gemeenten nu ook alstarten met de voorbereiding.5.De leden van de VVD-fractie vragen voorts hoe wordt voorkomendat de ruime beleidsvrijheid voor burgemeesters leidt totonaanvaardbare grote verschillen tussen gemeenten, waardoor teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3515 grote rechtsongelijkheid kan ontstaan voor verenigingen eninwoners.Als gevolg van het amendement Bikker c.s. kan een burgemeester opgrond van de Wet veilige jaarwisseling een ontheffing verlenen, maarhoeft zij dat niet te doen. Zij kan daartoe zelf beleid opstellen al dan nietvastgelegd in een beleidsregel. Verschillen in beleid tussen gemeentenleiden op zichzelf niet tot rechtsongelijkheid. Sterker nog, met deontheffingsbevoegdheid voor burgemeesters is juist beoogd dat,afhankelijk van lokale omstandigheden, verschillen in beleid tussengemeenten kunnen ontstaan. Wel zijn, in lijn met de wens van gemeenten,zo veel mogelijk veiligheidsvoorschriften nationaal vastgelegd in hetOntwerpbesluit veilige jaarwisseling.6.In dat kader vragen zij tevens hoe de rechtsbescherming wordtgewaarborgd voor groepen burgers en dorps- en buurtvereni-gingen die – ondanks dat ze voldoen aan de eisen die eengemeente stelt voor een ontheffing – te maken krijgen met eenafwijzing van een ontheffingsaanvraag.Een burgemeester kan een aanvraag die aan de eisen voldoet tochafwijzen, bijvoorbeeld omdat een beperkt aantal ontheffingen wordtverleend vanwege de beschikbare handhavingscapaciteit. Een afwijzingop een ontheffingsaanvraag is een besluit in de zin van de Algemene wetbestuursrecht. Daartegen zijn de normale rechtsmiddelen mogelijk. Eenvereniging of stichting kan bezwaar maken tegen een afwijzing en daarnaeventueel in beroep gaan.7.De leden van de VVD-fractie hechten groot belang aan eenhandhaafbaar en uitvoerbaar stelsel. Zij verzoeken de Staatsse-cretaris daarom nader toe te lichten hoe de uitkomsten van deHUF-toetsen van politie, Openbaar Ministerie (OM) en de ILTconcreet zijn verwerkt in het ontwerpbesluit.In paragraaf 8.2 van de Nota van toelichting bij het Ontwerpbesluit veiligejaarwisseling is nader ingegaan op de door de politie, ILT, OM en VNGuitgevoerde toetsen op handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebe-stendigheid.8.Tevens vragen zij of de Staatssecretaris in overleg met deMinister van Justitie en Veiligheid een inschatting kan geven vande effecten van het ontwerpbesluit op de werkdruk van de politieen handhavers tijdens de jaarwisseling.De jaarwisseling vraagt elk jaar een maximale inzet van de politie,handhavers en andere partijen. Ook na invoering van de Wet veiligejaarwisseling zal deze inzet naar verwachting nog enkele jaren onver-minderd hoog blijven. De politie verwacht dat op termijn een afname vande benodigde capaciteit mogelijk is. Gedragsverandering vergt immerstijd, waardoor de effecten van de wet zich geleidelijk zullen manifesteren.9.De leden van de VVD-fractie onderschrijven het uitgangspunt vanvertrouwen in verenigingen en maatschappelijke initiatieven. Zijvragen de Staatssecretaris toe te lichten hoe wordt voorkomendat de administratieve lasten voor verenigingen te hoog wordenals gevolg van (aanvullende) eisen die lokaal worden gesteld aaneen ontheffing.Gelet op de lokale omstandigheden kan het soms wenselijk zijn dat erlokaal aanvullende eisen worden gesteld. Daarnaast kan een burge-meester aanvullende voorschriften aan de ontheffing verbinden. Door deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3516 VNG wordt, met input vanuit het Rijk, gewerkt aan een handreiking vooralle gemeenten. Daarin worden ook «best practices» uitgewisseld.10.In dat verband vragen zij wat de verwachting is ten aanzien vanhet aantal burgerinitiatieven, verenigingen en stichtingen datdaadwerkelijk gebruik zal maken van de ontheffingsregeling, enhoe dit verwachte gebruik zich verhoudt tot de uitvoerings- entoezichtslasten voor gemeenten en de administratieve lasten voorburgers en vrijwilligers.Het is lastig te voorspellen hoeveel verenigingen en stichtingen eenontheffing zullen gaan aanvragen. In de toelichting bij het Ontwerpbesluitveilige jaarwisseling is een schatting gemaakt van 500–1.500 aanvragen.Het is echter voor een belangrijk deel afhankelijk van hoe burgemeestersinvulling gaan geven aan hun ontheffingsbevoegdheid. In het eerstekwartaal van 2026 zal in het kader van het opstellen van de handreikingdoor VNG een uitvraag bij gemeenten worden gedaan. Dit zal een actueelbeeld geven van hoeveel ontheffingen naar verwachting verleend zullenworden.11.De leden van de VVD-fractie vragen verder in hoeverre hetproportioneel is dat voor kleinschalige, niet-commerciëleinitiatieven grotendeels dezelfde voorschriften worden gesteldals voor professionele evenementen. Zij vragen of is bezien ofeen lichtere of vereenvoudigde variant mogelijk is voor dergelijkeinitiatieven en, zo nee, waarom daarvoor niet is gekozen.Uitgangspunt voor de uitwerking in het Ontwerpbesluit veilige jaarwis-seling is het hebben van vertrouwen in verenigingen en stichtingen.Concreet betekent dit dat er is gekozen om terughoudend te zijn als hetgaat om het stellen van landelijke regels en vereisten, en het voorkomenvan onnodige belemmeringen en regeldruk voor stichtingen en vereni-gingen. Daarbij is wel van belang geacht dat bepaalde (veiligheids)ver-eisten nationaal worden vastgelegd. Hiermee wordt tegemoetgekomenaan de brede wens vanuit gemeenten. Daarbij is zoveel mogelijkaangesloten bij bestaande regelgeving. Er zijn minimale veiligheidseisennodig om de veiligheid te borgen van ontbranders, supervisors,omstanders en omwonenden.12.De leden van de VVD-fractie vragen ook welk exact deel van dehandhavings- en toezichtslast bij ontheffingshouders wordtneergelegd, en welk deel bij de (lokale) overheid.Een vereniging of stichting is zelf verantwoordelijk voor de naleving vande voorschriften die aan de ontheffing zijn verbonden. Het is de burge-meester die de ontheffing verleent en verantwoordelijk is voor het toezichten de handhaving op de naleving van de voorwaarden en voorschriftendoor de ontheffinghouder.13.Ook vragen deze leden of de Staatssecretaris nader kan ingaanop de vraag waarom is gekozen een zekere verantwoordelijkheidbij ontheffingshouders te beleggen en daarnaast een deel bij de(lokale) overheid.Een belangrijk uitgangspunt bij de uitwerking van het Ontwerpbesluitveilige jaarwisseling is het hebben van vertrouwen in verenigingen enstichtingen. Daarbij hoort ook een zekere verantwoordelijkheid. Eenvereniging of stichting vraagt een ontheffing aan bij de burgemeester enis zelf verantwoordelijk voor de naleving van de voorschriften die aan deontheffing zijn verbonden. In diverse regio’s in Nederland heeft men veelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3517 ervaring met het binnen verenigingsverband organiseren van kleineevenementen om het gemeenschapsgevoel en de saamhorigheid teversterken. Dergelijke initiatieven komen daarbij vanuit de gemeenschapzelf, en worden veelal gefaciliteerd door de gemeente. Het is daaromvolgens het kabinet van belang dat op lokaal niveau ruimte bestaat omafwegingen te maken over hoe een ontheffing het beste kan wordenvormgegeven, en verenigingen en stichtingen het vertrouwen wordtgegeven om binnen de gestelde kaders vuurwerk te organiseren.14.De leden van de VVD-fractie vragen tot slot hoe de voortgang vanhet ontwerpbesluit zich verhoudt tot de andere twee randvoor-waarden uit het amendement-Michon-Derkzen (Kamerstuk35 386, nr. 16), te weten het handhavingsplan en de compensatie-regeling voor de vuurwerkbranche. Zij vragen wanneer de Kamernader wordt geïnformeerd over de uitwerking van deze tweeoverige randvoorwaarden.Op 13 november 2025 is het handhavingsplan2 met de Kamer gedeeld enis het plan geagendeerd tijdens het Commissiedebat politie in de TweedeKamer van 18 december 2025. Het handhavingsplan wordt op dit momentgeactualiseerd op basis van de uitwerking van het Ontwerpbesluit; dezeversie wordt eind februari met de Kamer gedeeld. Voor de compensatiere-geling zal het nieuwe kabinet de gesprekken met de vuurwerkbranchevoortzetten. Zodra deze gesprekken zijn afgerond wordt de Kamergeïnformeerd over de invullen van de compensatieregeling.15.De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie merken op dat honden, katten, konijnen, vogels en veleandere dieren doodsbang zijn voor vuurwerk. Vele vogelsoverlijden elke jaarwisseling door de harde knallen. Er zijn nu,een maand na nieuwjaar nog honden die niet meer naar buitendurven sinds de jaarwisseling, omdat ze getraumatiseerd zijndoor alle knallen. Deze leden lezen dat het kabinet met allerleipartijen heeft gesproken om de ontheffingsregeling vorm tegeven, waaronder sport- en wijkverenigingen, de brandweer,vuurwerkliefhebbers en de vuurwerkbranche. Dit is natuurlijkpositief, maar deze leden zien dat veel vertegenwoordigers vanbelanghebbenden niet aan tafel hebben gezeten, en dat daardoorhun wensen minder goed vertegenwoordigd zijn in dit ontwerpbe-sluit. Waarom is er niet gesproken met bijvoorbeeld de Hondenbe-scherming, Vogelbescherming, Dierenbescherming, hetLongfonds en natuur- en milieuorganisaties?In het kader van de uitwerking van het Ontwerpbesluit veilige jaarwis-seling is gesproken met diverse partijen die betrokken zullen zijn bij deaanvraag van een ontheffing (zoals koepels van verenigingen), hetverlenen van ontheffingen (burgemeesters) en partijen die zijn betrokkenbij het toezicht en de handhaving. Daarbij is niet direct gesproken metnatuur-, dierenwelzijns- of gezondheidsorganisaties. Wel hebben diverseorganisaties, zoals het Longfonds en de Dierenbescherming gereageerdop de internetconsultatie, die voor iedereen open stond om op tereageren. De manier waarop de internetconsultatiereacties zijn verwerktstaat beschreven in de Nota van toelichting.16.De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie merken op dat sommige Nederlanders met huisdieren metnieuwjaarsnacht het land ontvluchten, omdat hun huisdieren te2Kamerstuk 28 684, nr. 813.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3518 gestrest raken van alle knallen. Deze leden lezen in het ontwerp-besluit dat er bij het afgeven van een ontheffing rekeninggehouden moet worden met de nabijheid van bedrijfsmatiggehouden dieren. Waarom is ervoor gekozen om alleen metbedrijfsmatig gehouden dieren rekening te houden, terwijl ookveel huisdieren enorme angst hebben voor vuurwerk?Hierbij is aangesloten bij de geldende regels voor professioneleontbranders, zoals opgenomen in de Regeling bedrijfsmatig totontbranding brengen van vuurwerk. Huisdieren kunnen overal wordengehouden, zodat hiermee bij de locatiekeuze niet in algemene zin rekeningkan worden gehouden.17.En op welke manier worden eigenaren van huisdieren, maar ookandere buurtbewoners op de hoogte gesteld van de vuurwerkont-heffingsplannen in hun buurt en hoe ver van tevoren moet ditminimaal gebeuren?Er is niet in algemene zin te zeggen op welke wijze gemeenten bewonerszullen informeren over het te voeren ontheffingenbeleid en de verleendeontheffingen. Het is aan de gemeente om hier invulling aan te geven.Naar verwachting zal het ontheffingenbeleid kenbaar worden gemaaktzodat zowel aspirant-aanvragers als anderen zich daarop kunnen instellen.Verder zal in de regel mededeling worden gedaan van verleendeontheffingen, zodat belanghebbenden daar desgewenst bezwaar tegenkunnen maken.18.Kan er nog bezwaar gemaakt worden als het dichtbij hun woningis en ze een bang huisdier hebben of een longaandoening?Ontheffingen zijn appellabele beschikkingen. Omwonenden kunnendaartegen bezwaar maken indien zij daarbij belanghebbend zijn.19.De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie vragen waarom het aan de gemeentes wordt overgelatenom te bepalen of het wenselijk is om nabij natuurgebieden ofvanaf het water vuurwerk af te steken. Het is, zeker gezien dehuidige staat van de biodiversiteit, stikstofcrisis en aankomendewaterkwaliteitscrisis, toch landelijk te stellen dat het altijdonwenselijk is om vuurwerk nabij een natuurgebied af te steken?Waarom is er dan toch besloten om dit niet landelijk vast teleggen, terwijl (onder andere) de VNG juist vraagt om zoveelmogelijk eenduidige landelijke regelgeving?Met de uitwerking is ruimte overgelaten aan burgemeesters om lokaleafwegingen te maken, omdat zij de lokale omstandigheden het bestekennen. Daarbij kan rekening worden gehouden met de geschiktheid vaneen locatie, en bijvoorbeeld met de nabijheid van natuurgebieden endieren.20.De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie vinden het goed dat er verplicht handblusapparatuuraanwezig moet zijn op de locatie. Er zijn verschillende soortenPFAS verboden in brandblusschuim, maar een deel is momenteelnog toegestaan. De EU werkt aan een totaalverbod voor PFAS inbrandblussers. Omdat PFAS enorm schadelijk is voor onzegezondheid en onze leefomgeving, is het onwenselijk wanneerPFAS door middel van brandblussers in de leefomgeving komt. Isde Staatssecretaris het met deze leden eens dat het zou getuigenvan verantwoord overheidshandelen als in het ontwerpbesluitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3519 wordt opgenomen dat het om PFAS-vrije handblusapparatuurmoet gaan?Uit een recent amendement van de REACH verordening volgt al eenrestrictie op PFAS handblusapparatuur. Per eind 2030 mag er geen gebruikmeer worden gemaakt van PFAS waarden hoger dan 1 mg/liter inhandblusapparatuur. Per eind 2026 mag het tevens niet meer verkochtworden. Het is mogelijk om over deze nieuwe regels te communiceren.21.De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie vragen wat er precies mee wordt bedoeld dat «direct naafloop» de veiligheidszone opgeruimd en schoon moet wordenopgeleverd. Hoe is hierop te handhaven als het zo vaag isomschreven?Het is de verantwoordelijkheid van de ontheffinghouder om het vuurwerkdirect op te ruimen na afloop van de ontbranding; dat betekent dus zospoedig mogelijk nadat het laatste vuurwerk is afgestoken. De gemeentekan erop toezien of dat ook is gebeurd.22.En waarom is negatief geadviseerd over het idee van Zero WasteNederland van een schoonmaakplan, terwijl zelfs een summierschoonmaakplan kan helpen in het schoonkrijgen van de locatie,omdat er dan alvast van tevoren over is nagedacht, en deontheffingshouders de middelen in de buurt hebben om de buurtschoon te maken (denk aan afvalprikkers, vuilniszakken en eenbezem)?Er is ervoor gekozen om als uitgangspunt het vertrouwen in verenigingenen stichtingen te hebben, en daarom terughoudend te zijn als het gaat omhet stellen van regels en vereisten op landelijk niveau. Dit ook omonnodige belemmeringen en regeldruk voor stichtingen en verenigingente voorkomen. Gemeenten kunnen er wel voor kiezen om een schoon-maakplan als voorwaarde op te nemen voor het ontlenen van eenontheffing.23.En kan, zoals Zero Waste Nederland ook vroeg, het vuurwerkafvalworden ingeleverd bij de verkopende partij samen met het nietafgestoken vuurwerk, zodat het op de juiste manier kan wordenweggegooid in plaats van afvalstromen te vervuilen met giftigematerialen?Vuurwerk dat niet is afgestoken, moet retour gebracht worden naar deverkopende partij. Vuurwerk dat al is afgestoken kan op de gebruikelijkemanier worden opgeruimd.24.De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie hebben ook specifiek nog wat vragen over de supervisorsen ontbranders. Er staat dat er niet wordt vereist om de super-visors en ontbranders al bij de aanvraag aan te geven. Op welkmoment moet dit wel aangeleverd worden, en waar?In artikel 2.3.2 staan de voorwaarden vermeld waaraan ten minste dient teworden voldaan om voor een ontheffing in aanmerking te komen. Bij hetindienen van de aanvraag moet de aanvrager van de ontheffing een oftwee supervisor(s) en maximaal acht ontbranders aanwijzen. Dit kanbijvoorbeeld gedaan worden door middel van een verklaring bij deaanvraag. Hier kan tevens op gecontroleerd worden in het kader van dehandhaving van de ontheffing.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3520 25.En moeten de supervisors en ontbranders een verklaring omtrenthet gedrag (VOG) meesturen? Zo nee, waarom niet?Een VOG is geen verplichting op grond van de Wet veilige jaarwisselingen het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling, met het oog op hetvoorkomen van regeldruk en kosten voor verenigingen en stichtingen.26.Wordt gecheckt of de e-learning is doorlopen? Zo ja, door wie? Isdat onderdeel van de ontheffingsaanvraag?Op grond van het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling is een van devoorschriften die aan een ontheffing wordt verbonden dat supervisors enontbranders kennis hebben over het veilig afsteken, bewaren en transpor-teren van vuurwerk. Ten behoeve hiervan wordt door het Rijk eeninformatiepakket of e-learning ontwikkeld. Bij een e-learning ligt het voorde hand dat er een bepaald bewijs van voltooiing kan worden overlegdindien een burgemeester dat wenst. Dat is echter geen verplichting die uithet Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling volgt.27.Moeten de supervisors en ontbranders ook makkelijk herkenbaarzijn voor het publiek, bijvoorbeeld door een hesje?Dit is geen verplichting op grond van het Ontwerpbesluit veilige jaarwis-seling. Een burgemeester kan ervoor kiezen om dat wel als voorschrift aande ontheffing te verbinden.28.Is het mogelijk om landelijk vast te leggen dat wanneer deontheffingshouder een grote overtreding maakt, de overtreder ende vereniging een vastgesteld aantal jaar niet opnieuw betrokkenmogen zijn bij een toekomstige vuurwerkontheffing?Een burgemeester kan hiertoe beslissen en hiertoe beleid vaststellenindien hij dat wenselijk acht. Het is niet nodig om dit landelijk vast teleggen.29.Waarom is het advies van het NGB en de politie om de leeftijds-grens voor ontbranders te verhogen van 16 naar 21 of 18, inverband met de enorme verantwoordelijkheid die erop rust, nietovergenomen, terwijl de politie aangeeft het niet logisch tevinden dat wordt vastgehouden aan de leeftijdsgrens zoalsopgenomen in de Pyrorichtlijn?Hierbij wordt aangesloten bij de huidige wet- en regelgeving over hetafsteken van aangewezen F2-vuurwerk. Zie ook het antwoord op vraag 3.30.Waarom is er specifiek voor maximaal acht ontbranders gekozen?In de huidige regelgeving is er een maximum van 25 kg vuurwerk perpersoon toegestaan. Omdat er op een afsteeklocatie maximaal 200 kgvuurwerk neergelegd mag worden, is ervoor gekozen om het mogelijk temaken maximaal acht ontbranders aan te wijzen.31.De Landelijke Werkgroep Vuurwerk Coördinatoren (LWVC) geeftaan dat het erg veel is voor één of twee supervisors om achtontbranders in de gaten te houden. Kan het aantal ontbrandersdan niet beter naar beneden worden bijgesteld?Het kabinet heeft voor dit aantal gekozen zodat maximaal één of tweepersonen verantwoordelijk zijn en als contactpersoon fungeren voorgemeenten en hulpverleningsdiensten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3521 32.De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie hebben een specifieke vraag over de veiligheidsafstanden.Deze zijn wel landelijk vastgelegd voor professionele ontbrandersbij vuurwerkshows. Is de Staatssecretaris het met deze ledeneens dat het onlogisch is om dat nu niet te doen, terwijl het juistonveiliger is, omdat de afstekers onder deze AMvB geen professi-onals hoeven te zijn?Het is aan de burgemeester om te bepalen of een locatie geschikt is omvuurwerk af te steken met publiek, en welke minimale veiligheidsaf-standen daar gelden. Daarmee wordt dichtregelen en het op voorhanduitsluiten van locaties, voorkomen. Zie ook het antwoord op vraag 1.33.De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie merken op dat er een brede vraag is van zowel VNG, hetNGB, hulpdiensten als gedragswetenschappers om zoveelmogelijk vereisten nationaal vast te leggen, zodat onder anderede nieuwe norm van een algemeen vuurwerkverbod zo duidelijkmogelijk is en daardoor ook sneller geaccepteerd zal worden. Depolitie geeft ook aan dat de capaciteitsdruk sneller zal afnemenals de maatschappelijke adaptatie sneller verloopt. Het is dusenorm belangrijk dat de Staatssecretaris zich maximaal inzet omde norm goed en snel te laten landen. Gemeentes geven onderandere aan dat ze wel liever een landelijke veiligheidsafstandhebben, vestigingsplaatsvereiste en landelijke regels rondomaansprakelijkheid in plaats van dat dit per gemeente apartbedacht moet worden, ook in verband met het mogelijke gebrekaan expertise bij de verschillende gemeentes. Begrijpelijk,aangezien de Staatssecretaris zelf al schat dat landelijk 500 tot1.500 aanvragen per jaar binnen zullen komen, en het wenselijkis als die zo veel mogelijk gestroomlijnd worden. Gaat deStaatssecretaris gehoor geven aan deze oproep en dit nog op tijdaanpassen in het ontwerpbesluit? Zo nee, waarom niet? En gaathij dan wel de VNG ondersteuning geven om lokale modelveror-deningen op te stellen die gemeentes kunnen overnemen?Bij de uitwerking van het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling is waarmogelijk ruimte overgelaten aan burgemeesters om invulling te gevenaan de ontheffingsbevoegdheid. Burgemeesters hebben kennis over hungemeente en inwoners en kunnen daarom goed beoordelen wat wenselijken mogelijk is binnen hun gemeente. Daarnaast is vertrouwen een van deuitgangspunten bij de uitwerking. Dit houdt in dat er is gekozen omterughoudend te zijn als het gaat om het stellen van regels en vereistenop landelijk niveau, om onnodige belemmeringen en regeldruk tevoorkomen. Ook worden geen eisen gesteld met betrekking tot devestigingsplaats van de vereniging of stichting. Op deze manier kan eenontheffing ook worden aangevraagd in een naburige gemeente. De VNGwerkt aan een handreiking voor gemeenten, met ondersteuning vanuit hetRijk, waarin ook modelontheffingen en bijbehorende afwegingskadersworden overwogen.34.De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie vragen ook of er altijd iemand van de gemeente aanwezigmoet zijn tijdens het afsteken om toezicht te houden, omdat hetanders negatieve gevolgen voor de gemeente kan hebben voor deaansprakelijkheid. Zo ja, wie van de gemeente zou dat toezichtmoeten houden, aangezien boa’s niet aanwezig zijn tijdens dejaarwisseling gezien de gevaarsituatie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3522 Het is aan het lokaal gezag om de handhaving tijdens oud en nieuw vormte geven via de lokale driehoek. Ten aanzien van de rol en inzet van boa’swordt binnenkort het gesprek gestart of zij een bevoegdheid gaan krijgenin de handhaving op ontheffingen tijdens de jaarwisseling. Het toezicht ende handhaving op de ontheffingen zijn van belang, tegelijkertijd geldt alsuitgangspunt binnen het huidige en toekomstige boa-bestel dat boa’s nietworden ingezet in situaties met een hoge mate van gevaarzetting. Mochtbesloten worden om boa’s deze bevoegdheid te verlenen, dan blijft hetaan het lokaal gezag om te bepalen of en hoe zij deze bevoegdhedendaadwerkelijk in de praktijk willen inzetten en welke rol ze de boa’s geven.Wanneer de openbare orde in het geding is, zullen boa’s sowieso geen rolhebben tijdens de jaarwisseling en blijft dit primair bij de politie.35.Als de weersomstandigheden het niet toelaten, moeten devuurwerkontheffingen worden ingetrokken. Het is voor eenvereniging lastig om in te schatten wanneer het bij een grens-geval wel of niet door kan gaan. Wie is verantwoordelijk voor decommunicatie naar de verenigingen met een ontheffing overextreme weeromstandigheden?De burgemeester dient een ontheffing onverwijld in te trekken wanneernaar verwachting sprake zal zijn van extreme weersomstandigheden.Vanuit deze verantwoordelijkheid ligt het in de lijn dat de burgemeester bijeen dergelijk besluit onmiddellijk de ontheffinghouder hiervan op dehoogte stelt.36.De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie vragen waarom het aan de gemeentes wordt gelaten omgezondheidseffecten ook te betrekken bij het verlenen van eenontheffing. Waarom wordt dit niet landelijk geregeld?Een belangrijk uitgangspunt bij het opstellen van het Ontwerpbesluit ishet geven van ruimte aan lokale afwegingen waarbij oog is voor de lokalesituatie, waaronder de gezondheidseffecten. Daarom is ervoor gekozenom zo veel mogelijk ruimte te laten om op lokaal niveau afwegingen temaken. Met het oog hierop is terughoudend omgegaan met het stellenvan regels en vereisten op landelijk niveau, om onnodige belemmeringenen regeldruk voor stichtingen en verenigingen te voorkomen.37.En mag een gemeente ook besluiten om bij een code rood van deStookwijzer de vergunning in te trekken?Het intrekken van de ontheffing op basis van de Stookwijzer is nietmogelijk op grond van de intrekkingsgrondslag zoals opgenomen in hetbij het Ontwerpbesluit voorgestelde artikel 2.3.2b van het Vuurwerkbe-sluit.38.De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie merken op dat ontheffingen ook aangevraagd mogenworden door organisaties die niet in de desbetreffende gemeentegevestigd zijn. Krijgt de burgemeester bij de aanvraag inzicht ofde aanvraag uit de eigen gemeente komt of uit een andere? Hetlijkt deze leden nuttig om dit te weten voor de afweging.Een voorwaarde voor de aanvraag van een ontheffing is dat de verenigingof stichting is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Op basis vande registratie bij de Kamer van Koophandel is de vestigingsplaats van deaanvrager eenvoudig na te gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3523 39.De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie delen de zorgen van burgemeesters dat de uitzonderings-positie die met deze AMvB gecreëerd wordt ervoor zorgt dat hetmoeilijk is om de norm goed in te voeren. Dit wordt ookbevestigd door gedragswetenschappers. Zoals bekend, haddendeze leden liever een algeheel vuurwerkbesluit gezien zonderontheffing, omdat de nieuwe norm dan makkelijker en snelleromarmd kan worden in de samenleving. Ook geeft de ILT aan dateen duidelijke taakstelling nodig is voor gemeentes om effectieftoezicht te houden. Uit de HUF-toets blijkt dat voordat depolitiecapaciteit zal dalen, de capaciteit de komende 2 tot 3 jaarjuist aanzienlijk zal toenemen en zal afnemen zodra de normbeter geland is in de samenleving. Om het voor de politie enandere hulpdiensten de komende jaren zo veilig mogelijk temaken, moeten we ons flink gaan inzetten om de norm zo snelmogelijk te laten landen. Goede communicatie is daarmeeonmisbaar. Gemeentes vragen expliciet om duidelijke landelijkecommunicatie over het verbod en willen dat dit vroegtijdig zalplaatsvinden in plaats van pas de laatste weken van het jaar.Deze leden vinden het belangrijk voor de handhaafbaarheid vanhet algemeen vuurwerkverbod en dus voor de veiligheid vanhulpdiensten dat er duidelijke landelijke regels komen en zo minmogelijk uitzonderingen op de nieuwe norm van het algemeenvuurwerkverbod. Heeft de Staatssecretaris hierover gesprokenmet gedragswetenschappers? Wat waren de lessen die zemeegaven? Zo nee, is hij alsnog bereid om dat op tijd te doen,ook volgens de aangenomen motie-Kostic´ c.s. (Kamerstuk28 684, nr. 841)? Wanneer wordt uitwerking gegeven aan diemotie?Op dit moment werken de Ministeries van JenV en IenW aan eencommunicatieaanpak. Hiervoor wordt een kerngroep en een klankbord-groep samengesteld waarin diverse partijen zijn vertegenwoordigd, zoalshet Nederlands Genootschap van Burgemeesters. Ook worden gedrags-deskundigen gevraagd deel te nemen. Hiermee wordt invulling gegevenaan de motie van het lid Kostic´.40.Kan de Staatssecretaris een tijdlijn geven wanneer de eerstecommunicatie over de nieuwe situatie komend jaar geplandstaat?Op dit moment werken de Ministeries van IenW en JenV aan eencommunicatieaanpak. In deze aanpak wordt onderscheid gemaakt inverschillende fasen, te weten; 1) vanaf heden tot de inwerkingtreding vanhet landelijk vuurwerkverbod, 2) het landelijk vuurwerkverbod is vankracht, 3) periode tot aan de jaarwisseling 2026–2027 en de volgendejaarwisselingen. Per fase worden doelgroepen, doelstellingen, boodschap,kanalen, middelen en een tijdlijn opgenomen. Fase 1 betreft de communi-catie rond de verschillende mijlpijlen tot aan de inwerkingtreding van hetlandelijk vuurwerkverbod. De eerste communicatieboodschappen zullenvanaf mei/juni gepubliceerd worden.41.Kan aangegeven worden hoe geschakeld wordt met gemeentesover de basisboodschap en campagne en of er ook campagnema-teriaal en informatie beschikbaar wordt gesteld aan gemeentes,zodat een eenduidige boodschap kan worden verspreid, aan tepassen aan de lokale situatie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3524 De VNG is nauw betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van decommunicatieaanpak. De communicatie-instrumenten die ontwikkeldworden voor gemeenten zullen via de VNG verspreid worden.42.Hoeveel budget wordt hiervoor landelijk ter beschikking gesteld?De hoogte van het benodigde budget is afhankelijk van de communicatie-aanpak die naar verwachting in april 2026 gereed is. Voor de ontwikkelingvan de communicatieaanpak hebben de Ministeries van IenW en JenVcapaciteit beschikbaar gemaakt en is een budget gereserveerd voor eenextern communicatiebureau. Net als voorgaande jaren hebben zowelMinisterie JenV als IenW communicatiemiddelen beschikbaar voorcampagnes, scholing en onderzoek. De communicatieaanpak zal uitwijzenhoe deze middelen ingezet moeten worden.43.De leden van de CDA-fractie constateren dat de VNG wijst op decomplexiteit van de beleidsafweging die iedere gemeenteafzonderlijk moet maken bij het verlenen van ontheffingen, methet risico op een lappendeken aan regels en verschillen tussengemeenten. Is de Staatssecretaris bereid om in overleg met deVNG en gemeenten te bezien of nadere landelijke kaders of eenmodelbeleidslijn wenselijk is om onduidelijkheid en handhavings-problemen te voorkomen?Onder regie van de VNG wordt een handreiking opgesteld. In dezehandreiking zullen diverse aspecten aan bod komen zoals het in te richtenproces voor het tijdig behandelen van ontheffingsaanvragen en bijvoor-beeld modelontheffingen en formats. Vanuit het Rijk wordt ondersteuninggeboden bij het opstellen van de handreiking.Daarnaast heeft het Ministerie van JenV een handhavingsplan3 opgesteld.Met deze instrumenten worden onduidelijkheden zoveel mogelijkvoorkomen.44.De leden van de CDA-fractie lezen dat de VNG en het NGB vragenom een expliciete heroverweging van de keuze om de onthef-fingsbevoegdheid bij de burgemeester te beleggen, mede in hetlicht van het Kader voor nieuwe burgemeestersbevoegdheden ende benodigde specialistische kennis. Is de Staatssecretaris bereidom hierover in overleg te treden met de VNG, het NGB en deveiligheidsregio’s?De bevoegdheid van de burgemeester vindt niet zijn grondslag in hetBesluit veilige jaarwisseling, maar is door aanneming van hetamendement Bikker c.s. opgenomen in de Wet veilige jaarwisseling. HetOntwerpbesluit veilige jaarwisseling werkt deze bevoegdheid nader uit, enkan geen wijzigingen aanbrengen in de toedeling van de ontheffingsbe-voegdheid. Wel is er sprake van overleg met de diverse relevantepartners, zoals VNG en NGB, om hen te helpen bij de invulling van dezeontheffingsbevoegdheid en het opstellen van een handreiking voorgemeenten.45.De leden van de CDA-fractie constateren dat de VNG zorgen uitover de uitvoerbaarheid en handhaving in de nachtelijke uren ende aansprakelijkheid bij het verbinden van voorschriften aanontheffingen. Welke concrete afspraken zijn of worden in overlegmet de VNG en gemeenten gemaakt over handhavingscapaciteit,aansprakelijkheidsvraagstukken en ondersteuning van3Kamerstuk 28 684, nr. 813.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3525 gemeenten, zodat de ontheffingsregeling in de praktijkuitvoerbaar en handhaafbaar is?Onder regie van de VNG wordt een handreiking opgesteld. In dezehandreiking zullen diverse aspecten aan bod komen zoals het in te richtenproces voor het tijdig behandelen van ontheffingsaanvragen. Vanuit hetRijk wordt ondersteuning geboden bij het opstellen van de handreiking. Inde handreiking vormt het opstellen van een afwegingskader eenbelangrijk onderdeel voor de lokale driehoek; dit kader ondersteuntgemeenten bij de ontwikkeling van lokaal beleid en neemt daarbij ondermeer vraagstukken zoals beschikbare capaciteit in beschouwing. Ook zalhet aandachtspunt van de aansprakelijkheid worden meegenomen in dehandreiking.46.De leden van de CDA-fractie zijn benieuwd hoe de Staatssecre-taris een vereniging die een aanvraag kan doen voor eenontheffing om vuurwerk af te steken in georganiseerd verbandfeitelijk definieert. In de toelichting lezen deze leden namelijk datmet dit ontwerpbesluit is getracht het voor georganiseerdegroepen burgers, zoals dorps- of buurtverenigingen, mogelijk temaken om tijdens de jaarwisseling vuurwerk af te steken. Welkeeisen worden precies gesteld aan de vorm van de vereniging ofstichting, los van de eis dat die ingeschreven staat in hethandelsregister? Heeft het bijvoorbeeld ook betrekking opinformele verenigingen, of verenigingen die alleen wordenopgericht met als doel een ontheffing te krijgen om vuurwerk afte steken? Moet de vereniging ook een minimaal aantal ledenhebben?Er worden in het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling, naast de eis vanregistratie in het handelsregister, geen eisen gesteld aan het typevereniging of stichting. Het kan daarom gaan om een wijk- of buurtver-eniging, een sportvereniging, of een speciaal opgerichte vuurwerk- ofjaarwisselingsvereniging. Ook worden geen eisen gesteld ten aanzien vande vestigingsplaats van de vereniging of stichting. Er geldt geenverplichting voor het opstellen van een notariële akte bij het oprichten vaneen vereniging om in aanmerking te kunnen komen voor een ontheffing.Het is aan de vereniging of stichting zelf om te bepalen of het afsteken vanvuurwerk past binnen de eigen doelstellingen.47.De leden van de CDA-fractie lezen dat de Staatssecretarisaangeeft sterk in te zetten op lokale beleidsruimte en terughou-dendheid met landelijke normering. Hoe weegt hij deze keuzetegen de noodzaak om een minimaal landelijk veiligheidsniveaute waarborgen?Hoewel vertrouwen het uitgangspunt is bij de uitwerking van hetOntwerpbesluit veilige jaarwisseling, is wel van belang geacht datbepaalde vereisten nationaal worden vastgelegd. Het gaat daarbij omvoorwaarden en voorschriften ter waarborging van de veiligheid vanontbranders, supervisors, omstanders en omwonenden. Hiermee wordttevens tegemoetgekomen aan de brede wens vanuit gemeenten om waardat kan veiligheidsvereisten nationaal vast te leggen.48.Deze leden constateren daarnaast dat de Staatssecretarisaangeeft slechts daar landelijke eisen te stellen waar dit striktnoodzakelijk is voor de veiligheid. Welke veiligheidswaarborgenacht hij absoluut noodzakelijk, en waarom zijn deze niet expli-cieter vastgelegd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3526 De veiligheidseisen die noodzakelijk zijn geacht, zijn in het Ontwerpbesluitveilige jaarwisseling vastgelegd als voorwaarden voor het verlenen vaneen ontheffing en voorschriften die aan de ontheffing dienen te wordenverbonden. Deze voorschriften zien bijvoorbeeld op het veilig afsteken enhet veilig neerleggen van vuurwerk door een ontheffinghouder. Het gaatdan onder andere om het verplicht overleggen van een veiligheidsplan ensituatietekening, diverse eisen die aan de supervisor en ontbranderworden gesteld, en voorschriften ten aanzien van de locatie waar hetvuurwerk wordt bewaard en tot ontbranding wordt gebracht. Zo moetende supervisors en ontbranders kennis hebben van het veilig afsteken vanvuurwerk, mogen zij niet onder invloed zijn van alcohol of drugs, moetener brandblusapparaten op locatie aanwezig zijn, mag er niet wordengerookt, en mag er een maximumhoeveelheid vuurwerk van 200 kilogramconsumentenvuurwerk worden afgestoken. Voor het transport vanvuurwerk gelden de reeds bestaande eisen uit de ADR-regelgeving.49.De leden van de CDA-fractie hebben gelezen dat de ontheffings-bevoegdheid expliciet bij de burgemeester is belegd en datburgemeesters zelfstandig afwegingen moeten maken overveiligheid, aansprakelijkheid en handhaving. Hoe voorkomt deStaatssecretaris dat deze systematiek leidt tot grote verschillentussen gemeenten?Als gevolg van het aangenomen amendement Bikker c.s. is de onthef-fingsbevoegdheid op grond van de wet neergelegd bij de burgemeester.Op deze manier kan rekening worden gehouden met lokale omstandig-heden. Daarmee kunnen verschillen in beleid tussen gemeenten ontstaan.Wel zijn, in lijn met de wens van gemeenten, zo veel mogelijk veiligheids-voorschriften nationaal vastgelegd in het ontwerpbesluit veilige jaarwis-seling. Tevens zal de eerdergenoemde handreiking handvatten bieden omafwegingen langs dezelfde kaders te laten verlopen.50.De leden van de CDA-fractie vragen aan de Staatssecretaris ofhet klopt dat er geen eisen worden gesteld aan de vestigings-plaats van de vereniging of stichting, waardoor verenigingen ookin andere plekken een ontheffing kunnen aanvragen. Zo ja, wat ishiervoor de reden geweest, nu met het amendement-Bikker c.s.(Kamerstuk 35 386, nr. 14) is bepaald dat vooral dorps- ofbuurtverenigingen voor hun lokale gemeenschap vuurwerkkunnen afsteken op een daartoe aangewezen plek?Dit klopt. Zo wordt het mogelijk gemaakt dat een ontheffing bijvoorbeeldwordt aangevraagd in een naburige gemeente. De verwachting is datontheffingen met name zullen worden aangevraagd in de eigen of eennaburige gemeente. Indien gewenst kan een burgemeester in het beleideen vereiste van lokale binding opnemen.51.Is de Staatssecretaris van mening dat de mogelijkheid om op elkeplek een ontheffing aan te vragen voldoende strookt met degeest van dat amendement?Het amendement Bikker c.s. laat zich niet uit over het aantal locatieswaarvoor een ontheffing kan worden verleend. Het is aan de burge-meester om – in overleg met bijvoorbeeld de lokale driehoek enbrandweer en binnen de kaders van het Besluit veilige jaarwisseling – tebepalen of, hoeveel, en op welke locaties hij ontheffingen wenst teverlenen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3527 52.De leden van de CDA-fractie constateren dat er geen landelijkeveiligheidsafstanden zijn opgenomen. Waarom heeft de Staatsse-cretaris ervoor gekozen deze afstanden niet landelijk tenormeren, terwijl dit bij professionele vuurwerkshows wel hetgeval is? Hoe ziet hij deze discrepantie?Het is aan de burgemeester om te bepalen of een locatie geschikt is omvuurwerk af te steken met publiek, en welke minimale veiligheidsaf-standen daar gelden. Daarmee wordt dichtregelen en het op voorhanduitsluiten van locaties, voorkomen. Zie ook het antwoord op vraag 1.53.De leden van de CDA-fractie lezen dat de Staatssecretaris inzetop ondersteuning van gemeenten via onder meer handreikingen.Welke concrete ondersteunende instrumenten stelt hijbeschikbaar, en kunnen de gemeenten deze ruim voor de jaarwis-seling verwachten?Onder regie van de VNG wordt een handreiking opgesteld. In dezehandreiking zullen diverse aspecten aan bod komen zoals het in te richtenproces voor het tijdig behandelen van ontheffingsaanvragen. Vanuit hetRijk wordt ondersteuning geboden bij het opstellen van de handreiking.54.De leden van de CDA-fractie lezen dat toezicht op de nalevingvan ontheffingsvoorwaarden een gemeentelijke verantwoorde-lijkheid is. Kan de Staatssecretaris nader ingaan op de aansprake-lijkheidspositie van de gemeente, indien zich bij een verleendeontheffing een incident voordoet?Het is afhankelijk van de omstandigheden van het geval wie aansprakelijkkan worden gesteld voor schade en letsel door vuurwerk. Bij toezichts-falen tijdens evenementen kan een gemeente aansprakelijk wordengesteld. De VNG heeft over dit onderwerp een handreiking4 opgesteld.55.En wat wordt precies verstaan onder de «uitzonderlijke gevallen»waarin de gemeente aansprakelijk gesteld kan worden?Concreet toezichtsfalen kan leiden tot aansprakelijkheid voor schade,maar is altijd afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De VNGheeft over dit onderwerp een handreiking5 opgesteld.56.De leden van de CDA-fractie constateren dat geen landelijkeverzekeringseis is opgenomen in het ontwerpbesluit. Hoewaarborgt de Staatssecretaris dat slachtoffers van vuurwerkinci-denten hun schade kunnen verhalen, indien ontheffinghoudersniet verplicht verzekerd zijn?Wanneer er sprake is van schade of letsel is het van belang dat hetslachtoffer iemand aansprakelijk kan stellen voor de geleden schade.Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan het slachtoffer hetschadeveroorzakende individu, maar ook de ontheffinghouder aanspra-kelijk stellen. Doordat in het wijzigingsbesluit is geregeld dat eenontheffing kan worden aangevraagd door een vereniging of stichting, is ersprake van een rechtspersoon die aangesproken kan worden. Om tebepalen wie voor de schade aansprakelijk is, is het algemene recht en debestaande jurisprudentie van toepassing; het Ontwerpbesluit veilige4VNG. Factsheet aansprakelijkheid gemeente bij toezichtsfalen tijdens een evenement. 2018Beschikbaar via aansprakelijkheid-gemeente_20180710.pdf5VNG. Factsheet aansprakelijkheid gemeente bij toezichtsfalen tijdens een evenement. 2018Beschikbaar via aansprakelijkheid-gemeente_20180710.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3528 jaarwisseling stelt geen nadere regels hierover. Ook stelt het besluit geennadere eisen rondom een verplichte aansprakelijkheidsverzekering voorontheffinghouders. Het wordt wel verstandig geacht voor een ontheffing-houder om na te gaan of de huidige verzekering voldoende dekking biedt,en of een aanvullende verzekering nodig is.57.Geldt voor verenigingen of stichtingen die geen aansprakelijk-heidsverzekering hebben dat een tijdelijke evenementenverze-kering verplicht wordt en, zo nee, waarom niet?Het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling stelt een evenementenverze-kering niet verplicht. Het wordt wel verstandig geacht om een dergelijkeverzekering af te sluiten wanneer de huidige verzekering geen adequatedekking biedt. Een burgemeester kan ervoor kiezen om een dergelijkeverzekering wel verplicht te stellen.58.De leden van de CDA-fractie hebben gelezen dat toezicht enhandhaving een gezamenlijke verantwoordelijkheid vangemeenten en politie vormt. Deze leden vragen hoe de Staatsse-cretaris de rol van de politie bij de handhaving van verleendeontheffingen ziet.Het is aan het lokaal gezag om op lokaal niveau invulling te geven aan hettoezicht en de handhaving van verleende ontheffingen. Daarbij ligt denadruk in eerste instantie op bestuursrechtelijke handhaving. Dit betekentdat wordt gecontroleerd of wordt voldaan aan de gestelde ontheffings-voorwaarden. De politie vervult in dit kader een aanvullende en specifiekerol. Zij treedt op wanneer sprake is van de opsporing van strafbare feitenof wanneer de openbare orde en veiligheid in het geding zijn. In diegevallen ligt de verantwoordelijkheid primair bij de politie.59.De leden van de CDA-fractie constateren dat de Staatssecretarisbewust kiest voor een sobere uitwerking van het ontwerpbesluit.Hoe borgt hij dat deze keuze niet leidt tot onbedoelde veiligheids-risico’s, waarbij verantwoordelijkheden in de praktijk oneven-redig bij lokale bestuurders en vrijwilligers terechtkomen?Hoewel vertrouwen het uitgangspunt is bij de uitwerking van hetontwerpbesluit veilige jaarwisseling, is wel van belang geacht datbepaalde vereisten nationaal worden vastgelegd. Het gaat daarbij omvoorwaarden en voorschriften ter waarborging van de veiligheid vanontbranders, supervisors, omstanders en omwonenden. Hiermee wordttevens tegemoetgekomen aan de brede wens vanuit gemeenten om waardat kan veiligheidsvereisten nationaal vast te leggen. Met het nationaalvastleggen van veiligheidsvereisten, worden de risico’s die met hetafsteken van vuurwerk gepaard gaan zo klein mogelijk gemaakt en wordter tevens voldoende ruimte geboden voor verenigingen en stichtingen omop een verantwoorde manier te organiseren dat vuurwerk kan wordenafgestoken.60.De leden van de CDA-fractie constateren dat de handhaving rondde jaarwisseling plaatsvindt in nachtelijke uren, waarin boa’sbeperkt inzetbaar zijn. Hoe beoordeelt de Staatssecretaris dehandhaafbaarheid van het ontwerpbesluit in deze omstandig-heden?Het is aan het lokaal gezag om de handhaving tijdens oud en nieuw vormte geven via de lokale driehoek. Ten aanzien van de rol en inzet van boa’swordt binnenkort het gesprek gestart of zij een bevoegdheid gaan krijgenin de handhaving op ontheffingen tijdens de jaarwisseling. Het toezicht enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3529 de handhaving op de ontheffingen zijn van belang, tegelijkertijd geldt alsuitgangspunt binnen het huidige en toekomstige boa-bestel dat boa’s nietworden ingezet in situaties met een hoge mate van gevaarzetting. Mochtbesloten worden om boa’s deze bevoegdheid te verlenen, dan blijft hetaan het lokaal gezag om te bepalen of en hoe zij deze bevoegdhedendaadwerkelijk in de praktijk willen inzetten en welke rol ze de boa’s geven.Wanneer de openbare orde in het geding is, zullen boa’s sowieso geen rolhebben tijdens de jaarwisseling en blijft dit primair bij de politie.61.De leden van de CDA-fractie constateren dat het vaststellen vanveiligheidsafstanden grotendeels wordt overgelaten aan hetlokaal gezag. Hoe is de Staatssecretaris tot dit besluit gekomenen wat is de reactie van de gemeenten daarop? Daarnaast vragendeze leden aan de Staatssecretaris hoe wordt geborgd dat lokaalvastgestelde veiligheidsafstanden minimaal gelijkwaardig zijnaan de normen die gelden voor professionele vuurwerkontbran-dingen.Het is aan de burgemeester om te bepalen of een locatie geschikt is omvuurwerk af te steken met publiek, en welke minimale veiligheidsaf-standen daar gelden. Daarmee wordt dichtregelen en het op voorhanduitsluiten van locaties, voorkomen. Zie ook het antwoord op vraag 1.62.De leden van de CDA-fractie constateren dat het advies van depolitie om de leeftijdsgrens voor ontbranders te verhogen naarachttien jaar niet is overgenomen. Waarom heeft de Staatssecre-taris ervoor gekozen vast te houden aan een leeftijdsgrens vanzestien jaar? Daarnaast hebben deze leden kennisgenomen van dezorgen van de politie over de verantwoordelijkheden die rustenop ontbranders. Hoe verhoudt deze leeftijdsgrens zich tot dezware verantwoordelijkheid die ontbranders dragen bij vuurwerk-activiteiten waarbij publiek aanwezig is?Tot op heden wordt er in het Vuurwerkbesluit een leeftijdsgrens voor hetafsteken van F2-vuurwerk gehanteerd van 16 jaar, wat aansluit op deminimale leeftijdsgrens zoals opgenomen in de Pyrorichtlijn. Er is gekozenom hierbij aan te sluiten. Zie ook het antwoord op vraag 3.63.De leden van de CDA-fractie lezen dat adviezen van onder meerde politie en veiligheidsregio’s om landelijke veiligheidsafstandenvast te leggen niet zijn overgenomen. Waarom heeft de Staatsse-cretaris ervoor gekozen deze adviezen niet te volgen?Het is aan de burgemeester om te bepalen of een locatie geschikt is omvuurwerk af te steken met publiek, en welke minimale veiligheidsaf-standen daar gelden. Daarmee wordt dichtregelen en het op voorhanduitsluiten van locaties, voorkomen. Zie ook het antwoord op vraag 1.64.De leden van de CDA-fractie constateren dat de Staatssecretarisvoornemens is om de Wet veilige jaarwisseling in werking telaten treden vanaf de jaarwisseling 2026–2027. Is hij van meningdat gemeenten zich inderdaad tijdig hierop kunnen voorbereiden?De VNG heeft in de uitvoeringstoets aangegeven dat het voor een tijdigeimplementatie nodig is dat in augustus-september 2026 aanvragen vooreen ontheffing kunnen worden ingediend. Zo is er voldoende tijd om deaanvragen te beoordelen en ruimte te bieden voor bezwaar. Het is daaromde inzet van het kabinet dat de Wet veilige jaarwisseling en het Besluitveilige jaarwisseling per 1 augustus 2026 in werking treden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3530 65.De leden van de BBB-fractie vinden dat dit landelijke vuurwerk-verbod een traditie onderuithaalt zonder dat er een realistischplan voor veilige en uitvoerbare alternatieven klaarligt. Hoerechtvaardigt de Staatssecretaris dit verlies van immaterieelcultureel erfgoed voor miljoenen Nederlanders die elk jaarverantwoord van vuurwerk genieten?Met de aanneming van de initiatiefwet veilige jaarwisseling door deTweede en Eerste Kamer, is gekozen voor de invoering van een landelijkvuurwerkverbod voor consumenten. Het voorliggende besluit werkt enkelde in de Wet veilige jaarwisseling opgenomen ontheffingsbevoegdheidvan de burgemeester uit.66.De leden van de BBB-fractie lezen dat centrale vuurwerkshowsdoor de Staatssecretaris als alternatief worden gepresenteerd,maar dat er een groot tekort is aan gecertificeerde pyrotechnicien dat vergunningstrajecten onnodig lang duren. Is de Staatsse-cretaris bereid de inwerkingtreding uit te stellen, totdat er eengoed en realistisch alternatief, waar vuurwerk deel van uitmaakt,beschikbaar is?De ontheffingsmogelijkheid biedt een alternatief naast professionelevuurwerkshows. Het is aan de Kamers om te bepalen of de gekozeninvulling afdoende is. Daarnaast staat het burgemeesters vrij om anderealternatieven uit te werken zoals een lichtshow.67.De leden van de BBB-fractie lezen dat de VNG expliciet aangeeftdat boa’s tijdens de nachtelijke uren niet zullen handhavenvanwege de gevaarzetting. Hoe rijmt de Staatssecretaris deambitie van een «veilige jaarwisseling» met het feit dat debelangrijkste lokale handhavers op het cruciale moment niet opstraat aanwezig zijn?Ten aanzien van de rol en inzet van boa’s tijdens de jaarwisseling wordenbinnenkort gesprekken gestart. Het blijft echter aan het lokaal gezag om tebepalen of en hoe boa’s daadwerkelijk in de praktijk ingezet worden enwelke rol ze de boa’s geven. Wanneer de openbare orde in het geding is,zullen boa’s sowieso geen rol hebben tijdens de jaarwisseling en blijft ditprimair bij de politie. De VNG is bezig met het opstellen van eenhandreiking om zich goed voor te kunnen bereiden. Hierin wordt ook deuitvoering als handhaving van het vuurwerkverbod en de ontheffingsre-geling meegenomen.68.De leden van de BBB-fractie lezen dat de politie in de eerste jarenna invoering een forse toename in de werklast en capaciteitsdrukverwacht. Kan de Staatssecretaris garanderen dat er voldoendepolitiecapaciteit beschikbaar is, wetende dat de inzet tijdens dejaarwisseling nu al maximaal is en de werkdruk door strafbaar-stelling van consumentenvuurwerk alleen maar zal toenemen?Er bestaat brede steun voor de Wet veilige jaarwisseling vanuit ondermeer de politie, het Openbaar Ministerie en gemeenten. Deze steun isingegeven door de overtuiging dat de wet op termijn zal bijdragen aaneen rustigere en veiligere jaarwisseling. Tegelijkertijd wordt onderkenddat dit effect niet onmiddellijk zal optreden. In de eerste jaren na deinvoering van het algehele vuurwerkverbod zal naar verwachting nogsteeds een maximale inzet van politie, handhavers en andere betrokkenpartijen noodzakelijk zijn. Gedragsverandering vraagt immers tijd,waardoor de beoogde effecten zich geleidelijk zullen manifesteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3531 69.De leden van de BBB-fractie lezen dat het verbod op elektro-nische ontstekers gehandhaafd blijft, waardoor ontheffing-houders verplicht worden de gevaarlijkere handmatigeaansteeklont te gebruiken. Waarom kiest de Staatssecretaris voordeze beperking, terwijl elektronische ontsteking de veiligheidsaf-stand tussen mens en vuurwerk juist vergroot?Voor het bevestigen van een elektronisch ontstekingsmechanisme is hetin veel gevallen nodig dat het vuurwerk vooraf wordt bewerkt. Dit is in hetkader van professionele vuurwerkevenementen gebruikelijk. Het wordtniet wenselijk geacht dat personen die niet over de vereiste specifiekespecialistische kennis beschikken, vuurwerk voorafgaand aan hetafsteekmoment bewerken. Het elektronisch afsteken van vuurwerk isdaarom in het kader van een ontheffing niet toegestaan. Tevens kunnen erbijkomende risico’s zitten aan het gebruik van elektronische ontstekers,door bijvoorbeeld het minder goed functioneren van het apparaat.Professionele bezigers worden opgeleid om te gaan met dergelijkemogelijke falen, deze kennis wordt niet verwacht van de ontstekers in hetkader van de ontheffing.70.De leden van de BBB-fractie lezen dat een inschrijving bij deKamer van Koophandel (KvK) een harde eis is voor het verkrijgenvan een ontheffing. Erkent de Staatssecretaris dat dit voorinformele vriendengroepen of eenmalige buurtinitiatieven eenonnodige en drempelverhogende bureaucratische barrière vormtdie haaks staat op de beloofde laagdrempeligheid?Er is gekozen voor een verplichte inschrijving bij de Kamer vanKoophandel, nu het wenselijk is geacht om te borgen dat een ontheffing-houder een rechtspersoon is die civielrechtelijk – en wanneer noodzakelijkstrafrechtelijk – aansprakelijk kan worden gesteld voor schade of letselveroorzaakt in het kader van de verleende ontheffing. Er worden geeneisen gesteld aan het type vereniging of stichting. Er geldt verder ookgeen verplichting voor het opstellen van een notariële akte bij hetoprichten van een vereniging om in aanmerking te kunnen komen vooreen ontheffing. Daarmee is de voorwaarde zo laagdrempelig mogelijkvormgegeven.71.De leden van de BBB-fractie lezen dat de Staatssecretaris deverzekeringseis niet nationaal heeft vastgelegd, maar bij deburgemeester heeft belegd, terwijl dit voor kleine verenigingentot «torenhoge kosten» kan leiden. Hoe gaat de Staatssecretarisvoorkomen dat buurtinitiatieven onmogelijk worden, doordatverzekeraars weigeren dekking te bieden of onbetaalbare premiesvragen?In het kader van de uitwerking van het Ontwerpbesluit veilige jaarwis-seling is gesproken met het Verbond van Verzekeraars en enkele indivi-duele verzekeraars. Het Verbond van Verzekeraars heeft ook gereageerdop de internetconsultatie. Het is volgens het Verbond van Verzekeraarsbelangrijk voor een vereniging of stichting die een ontheffing aanvraagt,om na te gaan of de eigen (huidige) aansprakelijkheidsverzekeringadequate dekking biedt voor afsteken of laten afsteken van vuurwerk.Hierbij is het verstandig om ook te kijken of en welke specifieke (aanvul-lende) voorwaarden de verzekeraar hierbij stelt. Het Verbond vanVerzekeraars geeft aan dat een adviseur daarbij kan helpen. Als derechtspersoon (nog) geen aansprakelijkheidsverzekering heeft die dekkingbiedt, zou volgens het Verbond een tijdelijke evenementenverzekering metdekking voor aansprakelijkheid een alternatief kunnen zijn. Op basis vaneen gedegen landelijk uniform veiligheidspakket kunnen verzekeraars deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3532 risico’s inschatten en de verzekerbaarheid van het afsteken van vuurwerkin het kader van een ontheffing. Meestal zal dit op ad hoc en individuelebasis plaatsvinden. Het is aan de verzekeraars zelf of zij bijvoorbeeldwillen voorzien in collectieve verzekeringsmogelijkheden.72.De leden van de BBB-fractie lezen dat het Adviescollege toetsingregeldruk (ATR) zeer kritisch is over de werkbaarheid van hetbesluit en waarschuwt voor aanzienlijke administratieve lastenvoor vrijwilligers, zoals het opstellen van veiligheidsplannen ensituatietekeningen op schaal. Waarom negeert de Staatssecre-taris dit advies en zadelt hij buurtverenigingen op met taken dieeigenlijk professionele expertise vereisen?Naar aanleiding van het advies en de aanvullende zienswijze van ATR bijhet concept Besluit veilige jaarwisseling is in de toelichting van het besluitgereageerd op de aanbevelingen van ATR. Het kabinet heeft de toelichtingnaar aanleiding van de aanbevelingen op een aantal punten aangepast enaangevuld. Om de veiligheid te borgen is het wel noodzakelijk geacht omeen aantal regels en voorschriften vast te leggen die tot doel hebbenontbranders, omstanders en omwonenden te beschermen. Ook hebbengemeenten gevraagd om zoveel mogelijk veiligheidsvoorschriften opnationaal niveau vast te leggen. Met het oog hierop is op een aantalpunten enige regeldruk onvermijdelijk.73.De leden van de BBB-fractie lezen dat de ILT waarschuwt vooreen toename van vuurwerktoerisme naar België en Duitsland. Hoevoorkomt de Staatssecretaris dat dit verbod de legale handel inNederland vernietigt, maar tegelijkertijd de illegale handel en deimport van gevaarlijk spul uit de buurlanden stimuleert?Op de handhaving wordt nader ingegaan in het handhavingsplan6 datdoor het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) is opgesteld. In hetplan is een separaat hoofdstuk opgenomen over grensregio’s. Richting dejaarwisseling 2026/2027 wordt ingezet op intensievere samenwerkingtussen grensgemeenten en buurlanden, met gezamenlijke handhaving,betere informatie-uitwisseling en duidelijke afstemming over preventie encommunicatie. Daarbij kan onder meer het Euregionaal Informatie- enExpertisecentrum (EURIEC) ondersteuning bieden bij grensoverschrij-dende, georganiseerde vuurwerkhandel. Daarnaast zet Nederland zich aleen aantal jaar op Europees niveau, samen met onder andere Frankrijk, invoor strengere regels en versterkte operationele samenwerking omillegale handel en misbruik van zwaar vuurwerk bij de bron aan te pakken.74.De leden van de BBB-fractie lezen dat per kernbepaling van deAMvB een grondslag bestaat in de Wet veilige jaarwisseling. Kande Staatssecretaris per kernbepaling van de AMvB aangeven opwelke concrete delegatiebepaling in de Wet veilige jaarwisselingdeze berust, en toelichten waarom hierbij geen sprake is vanzelfstandige beleidsvorming?De belangrijkste bepalingen zijn opgenomen in artikel I, onderdeel E,waarbij vier artikelen in het Vuurwerkbesluit worden ingevoegd.Artikel 2.3.2 ziet op de voorwaarden waaronder ontheffing kan wordenverleend, artikel 2.3.2a bevat de voorschriften die ten minste aan deontheffing worden verbonden en artikel 2.3.2b betreft de intrekkingsbe-voegdheid van de burgemeester. Deze bepalingen vinden hun grondslagin het bij de Wet veilige jaarwisseling in te voegen artikel 9.2.2.1a, vijfdelid, van de Wet milieubeheer. Artikel 2.3.3 betreft de regels over de6Kamerstuk 28 684, nr. 813.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3533 terbeschikkingstelling van het vuurwerk. Deze bepaling heeft eengrondslag in het bij de Wet Veilige jaarwisseling in te voegenartikel 9.2.2.1a, zevende lid, van de Wet milieubeheer. De hierbovengenoemde bepalingen hebben alle daarmee een grondslag in de Wetmilieubeheer zoals deze komt te luiden na de inwerkingtreding van de Wetveilige jaarwisseling. Daarmee is er geen sprake van zelfstandigebeleidsvorming die niet past binnen de ruimte die gegeven wordt voor deuitwerking daarvan in de genoemde wettelijke bepaling.75.De leden van de BBB-fractie lezen dat is gekozen voor eenlandelijk verbod met lokale ontheffingsmogelijkheden. Waaruitblijkt dat deze keuze expliciet door de wetgever is voorzien, enwaarom is deze keuze niet in de wet zelf vastgelegd?De keuze voor een landelijke verbod met lokale ontheffingsmogelijkhedenis door aanneming van amendement Bikker c.s. in de Wet veiligejaarwisseling expliciet vastgelegd. Dit blijkt uit het feit dat er eenalgemeen landelijk verbod geldt, maar dat een burgemeester (lokaal)ontheffing van dit verbod kan verlenen.76.De leden van de BBB-fractie lezen dat de AMvB noodzakelijk zouzijn ter verwezenlijking van het wettelijke veiligheidsdoel. Hoe isper norm aangetoond dat deze noodzakelijk is voor dat doel, engeen beleidskeuze betreft die losstaat van het wettelijk kader?De normen die zijn voorgesteld in het Besluit veilige jaarwisseling zien opvoorwaarden met betrekking tot het terrein en het veiligheidsplan, dehoeveelheid en het type vuurwerk dat is toegestaan, voorschriften metbetrekking tot de locatie, voorschriften met betrekking tot de supervisoren ontbranders, voorschriften met betrekking tot de wijze en het momentvan ontbranden. Al deze eisen zijn gesteld in het kader van de veiligheid.Bij de totstandkoming van het ontwerpbesluit is steeds – in overleg metalle betrokken partijen – bezien welke eisen minimaal noodzakelijk zijn diepassen binnen het doel van de Wet veilige jaarwisseling. Daarbij zijnbeleidskeuzes gemaakt, passend bij het wettelijk kader.77.De leden van de BBB-fractie lezen dat de AMvB verschillendenormen bevat die ruimte laten voor interpretatie. Welkebepalingen bevatten open normen, en hoe wordt voorkomen datdeze leiden tot uiteenlopende uitleg en rechtsongelijkheid tussengemeenten?Het ontwerpbesluit laat op een aantal onderdelen ruimte aan het lokaalbevoegd gezag om bepaalde afwegingen te maken, waarbij rekeninggehouden kan worden met lokale omstandigheden. Eventuele verschillentussen gemeenten zijn daarmee geen rechtsongelijkheid, maar onderdeelvan de keuze van de wetgever om de ontheffingsbevoegdheid bij deburgemeester neer te leggen. Lokaal kunnen er verschillen zijn in hetontheffingenbeleid, bijvoorbeeld of deze al dan niet worden verleend, ofer al dan niet een verzekering verplicht wordt gesteld en of en, zo ja, welkeafstandseisen worden gesteld. Daarnaast wordt in samenwerking met deVNG gewerkt aan een handreiking voor gemeenten voor een nadereduiding van de lokale afwegingen die gemaakt kunnen worden.78.De leden van de BBB-fractie lezen dat de AMvB ingrijpendeverplichtingen oplegt aan burgers en decentrale overheden.Welke minder belastende alternatieven zijn per verplichtingoverwogen, en waarom zijn deze ontoereikend geacht in het lichtvan artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3534 Ten behoeve van de uitwerking van de voorwaarden en voorschriften zijndiverse scenario’s bezien en alternatieven afgewogen. Deze scenario’s zijnbeschreven in een Beleidskompas. Het gaat dan om het alternatievescenario waarin een burgemeester een locatie aanwijst waarbij iedereen,dan wel alle leden van een vereniging, vuurwerk mogen afsteken onderde huidige regels. Tevens is gekeken of het mogelijk is om bijvoorbeeldeen maximumaantal ontheffingen per gemeente vast te stellen. Zoalsaangegeven in de toelichting bij het Ontwerpbesluit veilige jaarwisselingis – gelet op de lokale bevoegdheidsverdeling, dan wel de doelstelling vande wet, en om redenen van handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid enveiligheid – voor deze alternatieve scenario’s niet gekozen.79.De leden van de BBB-fractie lezen dat gemeenten verantwoor-delijk worden voor het verlenen van ontheffingen en hetwaarborgen van veiligheid. Waarom ontbreken daarbij landelijkeminimumnormen voor veiligheid, zoals locatiecriteria, crowdcontrol en stopregels, terwijl de gevolgen voor burgers enorganisaties ingrijpend zijn?Hoewel vertrouwen het uitgangspunt is bij de uitwerking van hetOntwerpbesluit veilige jaarwisseling, is wel van belang geacht datbepaalde vereisten nationaal worden vastgelegd. Het gaat daarbij omvoorwaarden en voorschriften ter waarborging van de veiligheid vanontbranders, supervisors, omstanders en omwonenden. Het gaat danbijvoorbeeld om het verplicht overleggen van een veiligheidsplan ensituatietekening, eisen die aan de supervisor en ontbrander wordengesteld, en voorschriften ten aanzien van de locatie waar het vuurwerkwordt bewaard en tot ontbranding wordt gebracht. Een burgemeester kanindien gewenst aanvullende voorschriften vaststellen. Verder zal in veelgemeenten – afhankelijk van de APV van een gemeente – ook eenevenementenvergunning verplicht zijn. Aan een dergelijke evenementen-vergunning kan een gemeente diverse voorschriften verbinden, zoals hetafzetten van wegen en het toestaan van een maximumaantal bezoekers.80.De leden van de BBB-fractie lezen dat bij incidenten op onthef-fingslocaties meerdere bestuurslagen betrokken zijn. Wie isjuridisch eindverantwoordelijk, indien zich op een ontheffingslo-catie een incident voordoet, en hoe is deze verantwoordelijkheidjuridisch vastgelegd?De betrokken bestuurslaag voor wat betreft de ontheffingslocatie is degemeente. Het is aan de gemeente om toezicht te houden op de nalevingvan de voorwaarden waaronder de ontheffing is verleend. In algemene zingeldt dat zowel bij de opsporing van strafbare feiten door het OM als bijde handhaving van de openbare orde door de burgemeester, de politieeen rol kan spelen. Het is aan de lokale bevoegde gezagen om binnen delokale driehoek afspraken te maken over de capaciteit en inzet vanbuitengewoon opsporingsambtenaren en politie binnen hun gemeente.Wie er verantwoordelijk is, als een incident zich voordoet, is medeafhankelijk van de vraag aan wie het incident kan worden toegerekend enwat de oorzaak van het incident is. Ten aanzien van de rol en inzet vanboa’s wordt binnenkort het gesprek gestart of zij een bevoegdheid gaankrijgen in de handhaving op ontheffingen tijdens de jaarwisseling.81.De leden van de BBB-fractie lezen dat de uitvoerbaarheid van deAMvB wordt verondersteld. Hoe is deze uitvoerbaarheid onder-bouwd, gegeven structurele tekorten bij politie, OM engemeenten, en welke kengetallen en aannames liggen hieraan tengrondslag?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3535 Er is brede steun vanuit onder meer de politie, het OM en gemeenten voorde Wet veilige jaarwisseling vanuit de gedachte dat deze wet op termijngaat zorgen voor een rustige en veilige jaarwisseling. Dit kost tijd. In deeerste jaren na invoering van het algehele vuurwerkverbod is deverwachting dat bij de politie maximale inzet noodzakelijk zal blijven,aangezien gewenning en naleving tijd kosten. Op langere termijn wordtverwacht dat de jaarwisseling door het totaalverbod rustiger zal verlopen,waardoor er meer ruimte ontstaat voor gerichtere opsporing enhandhaving.82.De leden van de BBB-fractie lezen dat extra handhavingsinspan-ningen nodig zijn om het nieuwe regime te effectueren. Welkebestaande handhavingstaken worden afgeschaald om hiervoorcapaciteit vrij te maken, en acht de Staatssecretaris dezeverdringing aanvaardbaar?Het is aan het lokaal gezag om handhaving tijdens de jaarwisseling vormte geven en keuzes te maken over de handhaving en de beschikbarecapaciteit zo effectief mogelijk in te zetten.83.De leden van de BBB-fractie lezen dat de AMvB onvoorwaardelijkin werking treedt. Waarom is niet gekozen voor een voorwaarde-lijke of gefaseerde inwerkingtreding, terwijl voorzienbaar is datuitvoering en handhaving mogelijk tekortschieten?Een AMvB vermeldt altijd ofwel de datum van inwerkingtreding van hetbesluit ofwel treedt in werking bij koninklijk besluit. De inwerkingtredingvan de nu voorliggende AMvB is voorzien bij koninklijk besluit. Debepalingen in het ontwerpbesluit hebben een dusdanige samenhang datgefaseerde inwerkingtreding niet logisch zou zijn. Het stelsel van de Wetveilige jaarwisseling zal drie jaar na de inwerkingtreding geëvalueerdworden waarbij eventuele knelpunten met betrekking tot uitvoering enhandhaving aan de orde komen. Op grond daarvan kunnen zo nodigaanpassingen in de regelgeving worden doorgevoerd. Zie ook hetantwoord op vraag 89.84.De leden van de BBB-fractie lezen dat gemeenten nieuwe takenkrijgen opgelegd in het kader van het ontheffingsregime. Welkenieuwe taken betreft dit, wat is de integrale kostprijs per taak, enwaarom is hiervoor geen structurele financiële compensatiegeregeld?De bevoegdheid die met de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwis-seling tot het verlenen van ontheffingen voor het afsteken van aange-wezen F2-vuurwerk tijdens de jaarwisseling is gecreëerd, is neergelegd bijde burgemeester. Dit is een nieuwe bevoegdheid voor de burgemeester.Dit betekent dat gemeenten, in geval zij willen overgaan tot het verlenenvan ontheffingen, ingericht dienen te worden voor het in ontvangstnemen van aanvragen, het beoordelen van aanvragen, en het houden vanhet toezicht op de naleving van de voorschriften die aan de ontheffingworden verbonden. De Ministeries van IenW en JenV ontwikkelen diverseinstrumenten om gemeenten te ondersteunen.De VNG heeft aangegeven in haar uitvoeringstoets dat op dit moment noggeen volledig beeld bestaat van de gemeentelijke uitvoeringskosten en dewijze waarop deze kosten financieel kunnen worden gedekt. Daarbij wijstde VNG erop dat het verlenen van ontheffingen voor het afsteken vanF2-vuurwerk tijdens de jaarwisseling, evenals het toezicht en dehandhaving daarop, een nieuwe bevoegdheid betreft voor burgemeestersen gemeenten. Volgens de VNG zullen de gemoeide kosten van de nieuwebevoegdheid voor burgemeesters en gemeenten mede afhankelijk zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3536 van de mate waarin gebruik wordt gemaakt van de ontheffingsmoge-lijkheid en van de wijze waarop gemeenten hier in hun lokale beleidinvulling aan geven.85.De leden van de BBB-fractie lezen dat het ontheffingsregime kanleiden tot juridische procedures. Hoeveel bezwaar- en beroeps-zaken verwacht de Staatssecretaris, en op welke wijze wordtuniforme rechtsbescherming geborgd?Op voorhand is niet goed in te schatten tot hoeveel juridische proceduresde ontheffingsmogelijkheid gaat leiden. Dit is ook afhankelijk van hoeveelontheffingen worden aangevraagd en hoeveel er al dan niet afgegevengaan worden. Uniforme rechtsbescherming is gewaarborgd. Een besluitop een ontheffingsaanvraag is een besluit in de zin van de Algemene wetbestuursrecht. Daartegen zijn de normale rechtsmiddelen mogelijk. Eenvereniging of stichting kan bezwaar maken tegen een afwijzing en daarnaook in beroep gaan. Ook tegen toewijzingen kan door belanghebbendenbezwaar worden gemaakt.86.De leden van de BBB-fractie lezen dat gemeenten aansprakelijkkunnen worden gesteld bij incidenten. Hoe voorkomt de Staatsse-cretaris dat gemeenten aansprakelijk worden gehouden, terwijllandelijke veiligheidsnormen ontbreken?Het is afhankelijk van de omstandigheden van het geval wie aansprakelijkkan worden gesteld voor schade en letsel door vuurwerk. Bij toezichts-falen tijdens evenementen kan een gemeente aansprakelijk wordengesteld, maar is altijd afhankelijk van de omstandigheden van het geval.De VNG heeft over dit onderwerp een handreiking7 opgesteld. In hetOntwerpbesluit veilige jaarwisseling zijn diverse voorwaarden envoorschriften opgenomen ter waarborging van de veiligheid vanontbranders, supervisors, omstanders en omwonenden.87.De leden van de BBB-fractie lezen dat de AMvB geen explicieteevaluatiebepalingen bevat. Waarom zijn geen vooraf vastgelegdeevaluatiecriteria en bindende beleidsconsequenties opgenomen,zoals opschorting of heroverweging bij negatieve uitkomsten?In paragraaf 10 van de Nota van toelichting is opgenomen dat monitoringgedurende de aankomende jaren van groot belang is, zowel als het gaatom de uitwerking van de ontheffingsbevoegdheid in de praktijk, als degevolgen voor de uitvoering en handhaving. Naast deze jaarlijksemonitoring, zal de ontheffingsmogelijkheid na drie jaar worden geëva-lueerd. Hoe de monitoring en de evaluatie uitgevoerd gaan worden, dientnog nader uitgewerkt te worden. Hierover wordt de Kamer medio 2026geïnformeerd, zoals toegezegd aan de Eerste Kamer (Kamerstuk35 386, J.).88.De leden van de BBB-fractie lezen dat objectieve onderbouwingvan uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid essentieel is. Op welkegrond acht de Staatssecretaris deze AMvB verantwoord, indienniet met objectieve criteria en kengetallen kan worden aange-toond dat hij uitvoerbaar, handhaafbaar en financieel gedekt is?De Staatssecretaris acht de AMvB verantwoord op basis van de uitge-voerde handhaafbaarheids-, uitvoerbaarheids- en fraudebestendigheids-toetsen door ILT, politie, OM en de uitvoeringstoets van de VNG. Uit deze7VNG. Factsheet aansprakelijkheid gemeente bij toezichtsfalen tijdens een evenement. 2018Beschikbaar via aansprakelijkheid-gemeente_20180710.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3537 toetsen volgt dat het besluit in beginsel uitvoerbaar en handhaafbaar is,met aandachtspunten die verder worden uitgewerkt in o.a. het geüpdatetehandhavingsplan en een handreiking voor gemeenten.89.De leden van de BBB-fractie hebben ook nog enkele vragen overde compensatieregeling. Kan de Staatssecretaris zeggen hoeveelvervoerders geraakt worden, doordat zij niet mee wordengenomen in de compensatieregelingen? Kan de Staatssecretariservoor zorgen dat deze vervoerders alsnog worden meegenomenin de compensatieregelingen? Zij hebben immers last hebben vaninkomstenderving in de vorm van speciaal materieel, vergun-ningen en opleidingen voor het veilig vervoeren van vuurwerk.Alleen bedrijven die rechtstreeks en onevenredig zwaar geraakt wordendoor het landelijk vuurwerkverbod, kunnen aanspraak maken opnadeelcompensatie. Daarvoor is een regeling voor importeurs endetailhandelaren in voorbereiding. Anderen, zoals transportbedrijven, zijndaarbij niet meegenomen, omdat niet is gebleken dat zij rechtstreeks enonevenredig zwaar door het verbod getroffen worden.90.De leden van de SGP-fractie constateren dat gemeentenaangeven dat handhaving op de naleving van de voorwaardenvoor eventuele ontheffingen lastig is, omdat bijvoorbeeld boa’svanwege de gevaarzetting niet ingezet kunnen worden. Dezeleden horen graag hoe door controles vooraf en door aanvullendevoorwaarden de naleving bevorderd kan worden. Op welke wijzezou wel gebruikt gemaakt kunnen worden van de inzet van boa’s?In de verkenning waarvoor binnenkort de gesprekken starten zal wordengekeken naar de rol en inzet van de boa, niet alleen gedurende dejaarwisseling, maar ook in de maanden daaraan voorafgaand. Ook zal ditworden opgenomen in de handreiking die de VNG opstelt voorgemeenten om hen te ondersteunen bij het vormgeven van gemeentelijkbeleid en het maken van goede afwegingen.91.De leden van de SGP-fractie constateren dat onduidelijkheid overde aansprakelijkheidsverdeling een risico is voor goedeuitvoering van de ontheffingsbepaling. Hoe ziet de Staatssecre-taris dit? Welke mogelijkheden ziet de Staatssecretaris voorafspraken met gemeenten en verzekeraars hierover, zodat ermeer duidelijkheid komt over de aansprakelijkheidsverdeling?Wanneer er sprake is van schade of letsel is het van belang dat hetslachtoffer iemand aansprakelijk kan stellen voor de geleden schade.Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan het slachtoffer hetschadeveroorzakende individu, maar ook de ontheffinghouder aanspra-kelijk stellen. Doordat in het wijzigingsbesluit is geregeld dat eenontheffing kan worden aangevraagd door een vereniging of stichting, is ersprake van een rechtspersoon die aangesproken kan worden. Om tebepalen wie voor de schade aansprakelijk is, is het algemene recht en debestaande jurisprudentie van toepassing; het Ontwerpbesluit veiligejaarwisseling stelt geen nadere regels hierover. Ook stelt het besluit geennadere eisen rondom een verplichte aansprakelijkheidsverzekering voorontheffinghouders. Het wordt wel verstandig geacht voor een ontheffing-houder om na te gaan of de huidige verzekering voldoende dekking biedt,en of een aanvullende verzekering nodig is.92.De leden van de SGP-fractie hebben een vraag over de leeftijds-grens van zestien jaar voor het afsteken van vuurwerk bij eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3538 ontheffing. Waarom is gekozen voor zestien jaar en niet voorbijvoorbeeld achttien jaar, zoals voorgesteld door de VNG?Tot op heden wordt er in het Vuurwerkbesluit een leeftijdsgrens voor hetafsteken van F2-vuurwerk gehanteerd van 16 jaar, wat aansluit op deminimale leeftijdsgrens zoals opgenomen in de Pyrorichtlijn. Er is gekozenom hierbij aan te sluiten.93.De leden van de SGP-fractie horen graag waarom de Staatssecre-taris heeft afgezien van een vestigingseis, terwijl deze vesti-gingseis de besluitvorming voor gemeenten eenvoudiger maakt.Op deze manier wordt het mogelijk gemaakt dat een ontheffing bijvoor-beeld wordt aangevraagd in een naburige gemeente. De verwachting isdat – vanwege het saamhorigheidsgevoel – ontheffingen met name zullenworden aangevraagd in de eigen of een naburige gemeente. Indiengewenst kan een burgemeester in het beleid een vereiste van lokalebinding opnemen.94.De leden van de SGP-fractie horen graag waarom de Staatssecre-taris er niet voor heeft gekozen een eis op te nemen voor demaximale hoeveelheid vuurwerk die iemand in bezit mag hebben.Dat maakt besluitvorming voor gemeenten eenvoudiger en is eencontroleerbare waarborg die bijdraagt aan een veilige uitvoeringvan de ontheffingsbepaling.Met het aannemen van het landelijk vuurwerkverbod voor consumenten ishet voor iedereen verboden om vuurwerk, met uitzondering van fop- enschertsvuurwerk, in zijn bezit te hebben. Uitzondering hierop zijn deprofessionele toepassers en ontheffinghouders (tijdens de jaarwisseling).De regels die van toepassing zijn voor professionele toepassers zijnopgenomen in het besluit tot ontbranding brengen van pyrotechnischeartikelen. Voor ontheffinghouders is in het ontwerpbesluit opgenomen datze maximaal 200 kg vuurwerk op het afsteekterrein mogen hebben in deperiode 31 december 12.00 uur tot 1 januari 18.00 uur.95.De leden van de ChristenUnie-fractie zijn de mening toegedaandat, gelet op de omvangrijke ongeregeldheden tijdens deafgelopen jaarwisselingen die samenhangen met vuurwerk én hetexpliciete verzoek van de politie om consumentenvuurwerk teverbieden, het verstandig is een dergelijk vuurwerkverbod in tevoeren. Wel zien deze leden dat de omvang en intensiteit van devuurwerkproblematiek tussen gemeenten verschilt, en wijzen zijerop dat in kleinere gemeenschappen in «de regio» de jaarwis-seling zelfs zonder noemenswaardige incidenten plaatsvindt.Mede om die reden zijn deze leden er voorstander van dat, ondervoorwaarden, het voor georganiseerde groepen burgers mogelijkmoet zijn om een ontheffing aan te vragen om alsnog in georgani-seerd verband vuurwerk af te steken. Deze leden danken deStaatssecretaris voor de invulling die met het onderhavigeontwerpbesluit is gegeven aan het desbetreffende amendement.Naar aanleiding hiervan hebben deze leden nog een aantalvragen. Deze leden wijzen erop dat is gekozen voor veilig-heidseisen die deels overeenkomen met de eisen die gelden voorprofessioneel vuurwerk, bijvoorbeeld ten aanzien van de indelingvan afsteekplaats, -terrein en veiligheidszones, en vragen deStaatssecretaris om deze keuze nader toe te lichten. Is dit,bijvoorbeeld gelet op verschillen in risico’s tussen F2-vuurwerken professioneel vuurwerk proportioneel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3539 Een belangrijk uitgangspunt bij het opstellen van het Ontwerpbesluit ishet geven van ruimte aan lokale afwegingen waarbij oog is voor de lokalesituatie. Daarom is ervoor gekozen om zo veel mogelijk ruimte te laten omop lokaal niveau afwegingen te maken over hoe een ontheffing het bestekan worden vormgegeven. Burgemeesters hebben kennis over hungemeente en inwoners en kunnen daarom, samen met onder andere delokale driehoek en de veiligheidsregio, bezien wat wenselijk en mogelijk isbinnen hun gemeente. Daarnaast is een belangrijk uitgangspunt hetvertrouwen in verenigingen en stichtingen. Met het oog hierop isterughoudend omgegaan met het stellen van regels en vereisten oplandelijk niveau, om onnodige belemmeringen en regeldruk voorstichtingen en verenigingen te voorkomen. Wel zijn bepaalde minimaleveiligheidsvoorschriften van belang om de veiligheid van ontbranders,supervisors, publiek en omwonenden te borgen. Een daarvan is hetverplicht indienen van een veiligheidsplan en een situatietekening. Eenveiligheidsplan en situatietekening zijn nodig voor een burgemeester omte kunnen beoordelen of het tot ontbranding brengen van maximaal200 kilogram op een bepaalde locatie verantwoord is.96.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Staatssecretaristevens om in te gaan op de zorgpunten die de VNG kenbaar heeftgemaakt in de brief van 6 februari 2026. In het bijzonder vragendeze leden de Staatssecretaris inhoudelijk in te gaan op hetverzoek van de VNG om aanvullende financiële middelen voorgemeenten: is hij van plan om hier wel of niet middelen voor tereserveren, en waarom?Op dit moment wordt vanuit het Rijk ondersteuning aangeboden bij deontwikkelingen van de handreiking ter ondersteuning van de gemeentenom het beleid omtrent de ontheffingen in te richten. Tevens wordt gewerktaan een communicatieaanpak en een geüpdatet handhavingsplan. DeVNG heeft aangegeven in haar uitvoeringstoets dat op dit moment noggeen volledig beeld bestaat van de gemeentelijke uitvoeringskosten en dewijze waarop deze kosten financieel kunnen worden gedekt. Volgens deVNG zullen de gemoeide kosten van de nieuwe bevoegdheid voorburgemeesters en gemeenten mede afhankelijk zijn van de mate waaringebruik wordt gemaakt van de ontheffingsmogelijkheid en van de wijzewaarop gemeenten hier in hun lokale beleid invulling aan geven.97.De leden van de ChristenUnie-fractie zijn van mening dat eenpassende compensatieregeling voor de sector op zijn plaats is.Deze leden vragen of de Staatssecretaris deze mening deelt. Kanhij toelichten hoe het overleg met de sector (zowel importeurs alswinkeliers) over compensatie en overgangsmaatregelen verloopt?Kan de Staatssecretaris daarbij tevens aangeven welk bedragmomenteel gereserveerd is voor deze compensatieregeling?Als voorwaarde is gesteld dat voor de vuurwerkbranche een eerlijke ennette compensatieregeling getroffen moet worden. Hierover zijn zowelambtelijk als bestuurlijk diverse gesprekken met de vuurwerkbranchegevoerd. Het nieuwe kabinet zal de gesprekken over de compensatie metde vuurwerkbranche voortzetten. De Kamer zal hierover geïnformeerdworden wanneer duidelijk is hoe de nadeelcompensatieregeling eruitkomt te zien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 3540

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9beb66ba54c73bc3

14 okt 2026 · 9ec15d5b1b14ee99

Documentversies en bestanden

Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.

Historische bestandscontext niet beschikbaar. De gekozen brontekst blijft ongewijzigd.

Bijlagen

Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.

Bij dit hoofddocument

Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Verder bij de Tweede Kamer

Externe officiële informatie