Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 november 2025, over de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 24 november 2025
Brontekst
Versie db7d923a360e31c1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3299 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 10 december 2025 De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp ende vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 19 november 2025overleg gevoerd met mevrouw De Vries, Staatssecretaris BuitenlandseHandel en Ontwikkelingshulp, over:–de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp d.d. 14 november 2025 inzake geanno-teerde agenda Raad Buitenlandse Zaken Handel van 24 novem-ber 2025 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3270);–de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp d.d. 31 oktober 2025 inzake verslag van deinformele Raad Buitenlandse Zaken Handel 13 en 14 oktober2025 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3266);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 17 okto-ber 2025 inzake fiche: Mandaatverlening overeenkomst overdigitale handel met Canada (Kamerstuk 22 112, nr. 4193);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 10 okto-ber 2025 inzake fiche: Verordeningen douanerechten entariefcontingenten omtrent de invoer van bepaalde goederenvanuit de VS en het niet toepassen van douanerechten op deinvoer van bepaalde goederen vanuit de VS (Kamerstuk22 112, nr. 4189);–de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp d.d. 14 november 2025 inzake kabinetsap-preciatie EU-Mercosur-akkoord (Kamerstuk 31 985, nr. 107);–de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp d.d. 14 november 2025 inzake kabinetsap-preciatie modernisering Global Agreement tussen EU enMexico (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3271). kst-21501-02-3299ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 32991 Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor BuitenlandseHandel en Ontwikkelingshulp,BoswijkDe fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,ErkensDe griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp,PrengerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 32992 Voorzitter: KrögerGriffier: PrengerAanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Van Ark, Bamenga, Van derBurg, Ceder, Dekker, Diederik van Dijk, Hoogeveen, Kröger, Markuszower,Van der Plas en Teunissen,en mevrouw De Vries, Staatssecretaris Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp.Aanvang 15.01 uur.De voorzitter:Het is even over 15.00 uur, dus ik stel voor dat we deze vergadering vande vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulpopenen. Het commissiedebat gaat over de Raad Buitenlandse Zaken enHandel. Ik heet de Staatssecretaris hartelijk welkom, net als de leden.Daarbij in het bijzonder welkom aan de nieuwe leden: mevrouw Van Arkvan het CDA, mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren – nietnieuw, maar wel welkom – de heer Markuszower van de PVV, de heerHoogeveen van JA21, de heer Van Dijk van de SGP en de heer Bamengavan D66. Ikzelf ben mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA. Ik benkersvers in deze commissie en ik mag ’m meteen voorzitten! Dat ga ik eenbeetje streng doen, want we hebben niet zo heel veel tijd, maar het is weleen belangrijk onderwerp, dus ik verwacht wel wat debat. Ik zie datmevrouw Van der Plas van de BBB er ook aan komt. Ik stel voor dat we vijfminuten spreektijd aanhouden en vier interrupties plegen met lossevragen. Laten we kijken hoever we komen. Ja? Dan geef ik heel erg graagals eerste het woord aan mevrouw Van Ark.Mevrouw Van Ark (CDA):Hartelijk dank, voorzitter. De wereld verandert razendsnel. De opstellingvan de Verenigde Staten onder Trump is zeer onvoorspelbaar. Ook Chinaspeelt het geopolitieke spel hard. In deze wereld moeten wij als Nederlanden Europa slimme keuzes maken. Een daarvan is het versterken van onzehandelsrelaties met andere democratische regio’s, waaronderZuid-Amerika. De Europese Commissie stelt dat door het handelsverdragMercosur bedrijven beter toegang krijgen tot een markt van ongeveer 270miljoen consumenten. Tegelijkertijd zijn er lange tijd veel zorgen geweestover dit handelsakkoord, met name vanuit de landbouw en vanuit deduurzaamheidskant. Om de zorgen van de landbouwsector weg te nemen,zijn er quota ingebouwd voor gevoelige producten en is er een vrijwa-ringsclausule ingebouwd als er dreiging is van een marktverstoring.Tegelijkertijd zijn er ook afspraken op het gebied van duurzaamheidversterkt, om bijvoorbeeld het risico op ontbossing tegen te gaan.Voorzitter. Het CDA ziet het grote potentieel van dit akkoord. Het versterktonze concurrentiepositie en creëert een nieuwe afzetmarkt voor productenen diensten. Maar ook heel belangrijk: het verstevigt de toegang totkritieke grondstoffen die wij nodig hebben in Nederland en Europa, metaandacht voor de verwerkingscapaciteit in de landen zelf. Mijn fractieheeft wel enkele vragen. Ik noem er even drie.De eerste: wat betekent dit verdrag voor de leveringszekerheid van kritiekegrondstoffen? Er wordt geconstateerd dat hier sprake is van een verbe-tering, maar welke betekenis heeft dit voor de opgaven waar wij inNederland en Europa voor staan?De tweede vraag. Wat betreft het handelsdeel van het akkoord isafgesproken dat er drie jaar na inwerkingtreding een herziening zalplaatsvinden, waarbij aanbevelingen van actoren uit het maatschappelijkmiddenveld meegenomen worden, met name over de samenwerking metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 32993 deze partijen. Moeten wij dit zien als een beperking, dus dat dit alleen gaatover de samenwerking?Mijn derde vraag hierover: hoe effectief is het Single Entry Point alsinstrument voor maatschappelijke organisaties om klachten in te dienen?Organisaties geven aan dat het ingewikkeld is en dat het instrument geenduidelijke deadlines hanteert als het gaat om de beantwoording of de teverwachten acties. Is de Minister bereid om over die deadlines, en vooralhet gebrek daaraan, in de EU in gesprek te gaan?Voorzitter. Dan nog even over de kritieke grondstoffen. Het The HagueCentre for Strategic Studies publiceerde vorige week een rapport dat laatzien hoe kwetsbaar Europa is bij de ontwikkeling van schone technologie,omdat we sterk afhankelijk zijn van kritieke grondstoffen. Voor batterijenblijkt dat onze doelen voor 2030 alleen haalbaar zijn als we grondstofze-kerheid versterken. Terwijl China met staatskapitaal de markt overspoelt,blijven wij in Europa nog te versnipperd, traag en reactief. Dit raakt aanonze strategische autonomie. Het rapport adviseert daarom dat Europakritieke waardeketens voor de cleantechsector veilig moet stellen en dieindien nodig vanuit de overheid via een overheidsmandaat moetondersteunen. Mijn vraag is: hoe staat de Minister hierin? Gaat hetvoorstel van Ursula von der Leyen voor RESourceEU ver genoeg om deafhankelijkheid van China voor zeldzame aardmetalen af te bouwen?Tot slot, voorzitter. Vrijhandel en een exportgedreven economie blijvenvoor Nederland en Europa de ruggengraat van onze welvaart, maarvrijhandel werkt alleen als die eerlijk is. Het vereist duidelijke spelregelsen politieke moed om de kansen die nu voor ons liggen niet te latenwegglippen. Europa staat op een kruispunt: of wij versterken onze positiein de wereld, of anderen bepalen de spelregels voor ons. Mijn fractie kiestvoor het eerste, en verwacht dat Nederland daarin richting geeft, initiatieftoont en met overtuiging handelt.Dank u wel.De voorzitter:Ik heet de heer Van der Burg nog welkom. Ik zie geen interrupties. Oh,toch wel. Ik zag u niet, mevrouw Van der Plas, excuus! We hanteren vierinterrupties.Mevrouw Van der Plas (BBB):Allereerst wil ik mevrouw Van Ark welkom heten in de commissie en in deKamer. Ik wens u veel succes in de komende periode.Ik heb even een vraag aan het CDA. Hoe staat het CDA tegenover het feitdat een aantal agrarische sectoren, zoals de rundvleessector en depluimveesector, hier toch behoorlijk door geraakt gaan worden? Daar hebik eigenlijk niet zo veel over gehoord.Mevrouw Van Ark (CDA):Ik heb daar wel iets over gezegd. Ik was ook blij om daar vanochtend bijde technische briefing wat meer duidelijkheid over te krijgen. We zien dater een balans is gevonden. Die quota zijn in die balans belangrijk. Wehebben gezien dat er – dat is vanochtend tijdens die technische briefingook uitgelegd – vooral voor de pluimveesector en de rundvleessectorquota zijn ingesteld. Die gaan beperkt impact hebben op die tweesectoren. Tegelijkertijd bieden die ook echt kansen voor de sector, metname voor de landbouwsector en bijvoorbeeld voor de zuivelexport. Wijzien die balans. Dat is een hele belangrijke balans. Maar het is ook heelbelangrijk dat die quota ingebouwd zijn, zodat onze markt wordtbeschermd.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dat gaat alleen over de quota, terwijl ik doel op de productiewijze. Inlanden zoals Brazilië, Uruguay en Paraguay hebben ze eigenlijk een heelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 32994 andere manier van produceren. Alles wat hier binnenkomt, moet voldoenaan bijvoorbeeld de voedselveiligheidstandaarden. De wijze van productieis in Europa heel erg aan banden gelegd, bijvoorbeeld als het gaat om detransporttijden. Maar in die landen mogen dieren wel 24 uur op transport.Het antibioticagebruik is daar bijvoorbeeld ook totaal niet wat het hier is.Hoe staat het CDA er dan tegenover dat we hier, wellicht ook in eenvolgend kabinet, nog veel strenger worden voor boeren en er hier zelfshet onteigenen van die boeren op basis van stikstof wordt genoemd,terwijl er daar op een manier geproduceerd wordt waarop wij dat nietmogen? Met andere woorden: wij consumeren wat wij niet mogenproduceren. Hoe staat het CDA daarin? Wat zegt het CDA dan tegen deboeren in Nederland als wij weer nieuwe regels gaan maken?Mevrouw Van Ark (CDA):Ik denk dat dit niet alleen een probleem is voor de landbouwsector, maareigenlijk overal. We zien bijvoorbeeld ook dat we natuurlijk vaak te makenhebben met andere productiestandaarden waar we onze kleding maken. Ikdenk dat we als Europa, en ook in dat handelsakkoord, goed moetenkijken hoe we daar ook in die landen controle op houden, zodat er geensprake is van dumping op onze markt. Ik denk ook dat het goed is om tezien dat er in dit handelsverdrag ook audits zitten, die daar ook bij kunnenhelpen. Het is misschien ook goed om nog eens na te vragen hoe dat danprecies werkt.De voorzitter:Ik zie een interruptie van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik wil hier toch wel even op doorgaan. We hebben namelijk bij eeneerdere technische briefing ook gehoord dat we vanuit Nederland noueenmaal geen invloed kunnen uitoefenen op de manier waarop bijvoor-beeld in Brazilië de vleesproductie plaatsvindt. Dat gaat niet. Als je ervoorkiest om rundvlees hiernaartoe te exporteren en om dat te bevorderendoor lagere tarieven, dan zul je het probleem houden van oneerlijkeconcurrentie voor Nederlandse boeren. Accepteert het CDA dat dan? Zegtde partij dan dat het een gegeven is en dat we andere economischevoordelen uit dit verdrag halen? Hoe kijkt het CDA ertegen aan dat dieoneerlijke concurrentie wel blijft bestaan?Mevrouw Van Ark (CDA):We kijken naar het brede belang van dit handelsverdrag. Ik heb het netnatuurlijk ook al gehad over niet alleen het belang van de delen van delandbouwsector die door dit verdrag wel worden geraakt, dus depluimveesector en de rundvleessector, maar ook over de kansen die hetverdrag biedt voor bijvoorbeeld de zuivelsector en de handel voordiensten, andere producten en machines. Het onderzoek is daar denk ikook heel duidelijk over. Ik denk dat het heel belangrijk is om ook hetgeheel te bekijken en te zien dat dit handelsverdrag echt positief kanuitpakken voor het geheel van onze Nederlandse economie.De voorzitter:Goed. Zijn er nog andere interrupties? Nee? Dan geef ik graag het woordaan mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Voorzitter, dank u wel. Eerder dit jaar hadden we hier in de Kamer eenaantal inheemse leiders te gast. Hun boodschap was glashelder: hetEU-Mercosur-verdrag betekent in Brazilië meer ontbossing, meerverdrijving van mensen van hun grond en meer macht voor deagro-industrie, die de Amazone sowieso al jaren onder druk zet. Dit isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 32995 slechts één voorbeeld van de schadelijke effecten van het EU-Mercosur-verdrag. Het kabinet presenteert het EU-Mercosur-verdrag nu als eeneconomische kans en een noodzaak in een veranderende geopolitiekewereld, maar dat getuigt van een enorm nauwe tunnelvisie, want alleandere negatieve effecten laat het kabinet helemaal buiten beschouwing.Het gaat dan om effecten op de inheemse bevolking in Brazilië, op denatuur- en milieuwetgeving en op de Europese en Nederlandse boeren.Ik wil vandaag ingaan op de nieuwe bepaling in het EU-Mercosur-verdrag,want de Partij voor de Dieren heeft deze negatieve effecten al heel vaakbenoemd. De kern van het akkoord is nog grotendeels dezelfde. Wehebben hogere importquota met lagere tarieven voor onder andererundvlees en pluimveevlees, suiker, maïs en bioethanol. Er komt ook meerexport vanuit de EU. Tarieven worden verlaagd voor EU-export vanlandbouwgif en plastics, inclusief stoffen die in de EU verboden zijnvanwege de schadelijkheid. Dan hebben we nog de tariefverlaging voordieselauto’s met fossiele motoren: die kunnen we lekker vanuit Duitslandgaan exporteren naar Brazilië en andere Mercosur-landen. Daar komt nudat nieuwe geschillenbeslechtingshoofdstuk bovenop, met het herbalan-ceringsmechanisme. Dat stelt Mercosur-landen in staat om klachten in tedienen bij de EU, en andersom, en compensatie te eisen als er bijvoor-beeld nieuwe EU-wetgeving komt voor klimaat, milieu of mensenrechtendie hun export beïnvloedt, zelfs als die wet legaal is en ook als diegeïmplementeerd is. Mijn fractie heeft grote zorgen over de gevolgen vandit specifieke mechanisme, zeker omdat het nieuw is en er geen impactas-sessment van is gedaan.Daarom heb ik daarover de volgende vragen aan de Staatssecretaris. Ikbegin met twee voorbeelden. In Nederland hebben we nu een stikstof-crisis, waar we zo snel mogelijk uit moeten komen. Het zou dus kunnenbetekenen dat er nog extra eisen aan de boeren worden gesteld,bijvoorbeeld een vermindering van de vleesproductie. We hebben nu duseen handelsakkoord dat de import van vlees uit de Mercosur-landengarandeert. Als Nederland nu maatregelen wil nemen om meer lokaal enkleiner georganiseerd een voedselsysteem op te tuigen, kunnenMercosur-landen dan compensatie eisen als die maatregelen hetmoeilijker voor ze maken om hun producten op de markt te brengen?Graag een antwoord.De tweede vraag. Mochten de Mercosur-landen de aankomende jarenmaatregelen of wetten ontwikkelen om auto’s met een verbrandingsmotorgeleidelijk uit te faseren – zij zijn namelijk ook partij in het Akkoord vanParijs – dan zou Duitsland in principe compensatie kunnen eisen voor zijnautosector. Zij hebben immers een quotum afgesproken zodat deMercosur-landen moeten opdraaien voor het verlies bij deze potentiëleautoverkoper. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is: klopt dat?Mercosur kan dus zelfs als de maatregel de bevoegdheid van een lidstaatis klachten indienen tegen de Europese Unie. Klopt het dat op dat puntgeen onderzoek is gedaan naar het remmende effect van het Mercosur-akkoord op wetgeving in de EU? Bent u het met mij eens dat de EU enNederland in staat moeten zijn om zelfstandig en autonoom wetgeving teblijven maken? Is de Staatssecretaris het ook met mij eens dat demaatregel die mogelijk interfereert met de regelgevende autonomie vanhet EU-recht, zorgvuldig moet worden beoordeeld?Voorzitter. Ik wil in dit kader tot slot aan de Staatssecretaris vragen of zijbereid is om zo snel mogelijk bij het Hof van Justitie van de EuropeseUnie een advies in te winnen over de vraag of het herbalanceringsmecha-nisme in het EU-Mercosur-handelsverdrag verenigbaar is met debasisprincipes van de verdragen en de autonomie van het EU-recht. Ookwil ik vragen of zij bereid is zich te onthouden van instemming met hetEU-Mercosur-handelsverdrag totdat het Hof van Justitie zich hieroverheeft uitgesproken.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 32996 De voorzitter:Dan geef ik het woord aan de heer Markuszower.De heer Markuszower (PVV):Dank u wel, voorzitter. Er is een nieuwe Kamer geïnstalleerd en sinds deoktoberverkiezingen is dit het eerste commissiedebat van deze commissievoor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Het wordtgelijk spannend, want dit kabinet, en dus deze Staatssecretaris, heeft dezeweek luid en duidelijk gezegd totale lak te hebben aan de Tweede Kamer.Onze Kamer is het hoogste orgaan in onze democratie en wij hebben hierhet laatste woord in alles wat er gebeurt. Dat is dubbel en dwars zo bij eenkabinet met een demissionaire status. Uw kabinet, mevrouw de Staatsse-cretaris, leunt slechts op 26 van de 150 zetels in de Tweede Kamer. U heeftin deze demissionaire status slechts één taak: u moet op de winkelpassen. In plaats van dat netjes en correct te doen, heeft u de Kamergeschoffeerd. Mevrouw de Staatssecretaris onderstreept dat zij blijkbaarvindt dat wij hier eigenlijk een soort hobbyistenclub zijn, die hier voorspek en bonen wat teksten uitkraamt.Want wat is er nou aan de hand? Al jarenlang zegt een dikke vettemeerderheid van de Tweede Kamer dat Nederland geen steun magverlenen aan het Mercosur-verdrag. Al 25 jaar onderhandelt de EuropeseCommissie met Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay over eenhandelsakkoord, maar de Tweede Kamer moet dat akkoord niet. Omuiteenlopende redenen, van voedselveiligheid tot milieuzorgen, vanschade aan de Nederlandse boeren, en dus aan autonome voedselze-kerheid voor de Nederlanders, tot de Nederlandse economie, hebbenverschillende partijen middels aangenomen moties gezegd tegen hetkabinet: verleen geen steun aan dat Mercosur-verdrag. Toch doet ditkabinet dat nu, zonder mandaat, tegen de wens van dit parlement. Hoedurft u?Niet alleen de Nederlandse regering heeft lak aan de volkswil, ook deEuropese Commissie, van wie we dat gewend zijn, heeft dit Mercosur-spelsmerig gespeeld. Het Mercosur-verdrag bestond namelijk initieel 25 jaarlang uit twee delen: een politiek deel en een handelsdeel. De EuropeseCommissie heeft op het allerlaatste moment, in de laatste weken van die25 jaar aan onderhandelingen, het verdrag in tweeën gesplitst, waardoorzij voor het handelsgedeelte de nationale parlementen, ons parlement dusook, buitenspel heeft gezet. Een gloeiende schande, doordrenkt met eengigantische hoeveelheid aan dedain voor de democratie!Maar de Staatssecretaris kan dit alles vandaag repareren. Zij kan vandaagzeggen: «Beste Kamerleden, ik trek mij deze aantijgingen zeer aan. Ikmaak mij er ook zorgen over dat die Europese trein maar doordendert endat de Nederlandse kiezers worden beetgenomen en dat hun economiebeschadigd gaat worden.» «Ook ik vind», zo kan de Staatssecretariszeggen, «dat de Nederlandse belangen onvoldoende zijn meegewogen bijdit verdrag. En dus zal ik, beste Kamerleden, als ik op 24 novemberaanstaande samen met al die Europese Ministers en Staatssecretarissenvan jullie belastingcenten wordt gefêteerd op een chic dinertje, conformjullie Kameruitspraken duidelijk zeggen dat Nederland niet in zal stemmenmet dat Mercosur-verdrag.» Als u dat doet, mevrouw de Staatssecretaris,bent u een geweldige demissionaire Staatssecretaris, die goed op deNederlandse winkel heeft gepast. Doet u dat niet, dan geldt exact hettegenovergestelde.Dank u wel.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Van der Burg.De heer Van der Burg (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 32997 Ik ben het op zich met de PVV eens dat het kabinet de meerderheid van deKamer moet volgen in dezen. Dat is dus fijn; dat is al winst, zou ik zeggen.Maar de PVV zegt dat de meerderheid in de Kamer tegen is. Als ik tel, danzie ik een meerderheid vóór dit verhaal. Is de PVV het dus met mij eensdat als een meerderheid van de Kamer zich uitspreekt voor het Mercosur-verdrag, de meerderheid dan gevolgd moet worden?De heer Markuszower (PVV):Ik heb nooit geweten dat de heer Van der Burg, die ik zeer waardeer,profetische krachten heeft. Ik weet alleen maar wat er in het verleden isgeweest en ik zie aangenomen moties van de Tweede Kamer die tegen ditverdrag zijn. Als er een andere realiteit is, dan zou ik inderdaad eentoontje lager moeten zingen. Maar vooralsnog heeft het kabinet al gezegddat het die draai heeft gemaakt en die draai was tegen een Kamermeer-derheid. Als meneer Van der Burg een andere Kamermeerderheid in hetvooruitzicht ziet, dan hoef ik daar nu nog niet op in te gaan. Mocht die erwel zijn, dan heeft de Staatssecretaris meer mandaat dan ik net toegaf inmijn tekst.De heer Van der Burg (VVD):Volgens mij zei de heer Markuszower zelf dat er verkiezingen warengeweest en dat we nu een andere samenstelling van het parlementhebben. Ik zie dat dit VVD/BBB-kabinet levert. Het schaart zich namelijkmeteen achter datgene wat een meerderheid in deze Kamer, bij mondevan CDA, VVD, D66, Volt en JA21, wil. Dat zijn 76 zetels. Het lijkt mij dusuitstekend wat deze Staatssecretaris doet, zoals zo veel dingen die dezeStaatssecretaris doet, uitstekend zijn.De heer Markuszower (PVV):Het moge duidelijk zijn uit mijn tekst dat ik dit verdrag inhoudelijkhelemaal niet goed vind. Er is nu nog geen andere Kamermeerderheid,want er ligt geen nieuwe uitspraak van de Kamer. Er ligt een soortwensdenken van meneer Van der Burg. Nou, laten we kijken. Ik zal zelf eenmotie indienen waarin ik de Staatssecretaris oproep om tijdens dievergadering op 24 november aanstaande van de Raad waar ze in zit tegendat verdrag te stemmen. Als die motie niet gesteund wordt door demeerderheid, dan heeft de Staatssecretaris het mandaat om dan maarmet dat verschrikkelijke Mercosur-verdrag in te stemmen. Maar dat is nietmet instemming van onze fractie, die 26 zetels telt. Dat is het exacte aantalzetels als het aantal waar dit kabinet nú op leunt.De voorzitter:Goed. Dan geef ik graag het woord aan de heer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Dank u, voorzitter. Wat een mooi debat om mijn debuut in deze commissiete maken. Vanuit het Europees Parlement, mijn vorige werkplek, zat ik inde INTA-commissie. Ik zette mij in die commissie al in voor vrijhandel,omdat ik denk dat vrijhandel het fundament is van onze welvaart, onzeveiligheid en onze internationale positie. De Amerikaanse president HarryTruman zei het al na de Tweede Wereldoorlog: vrede, veiligheid énvrijhandel zijn onafscheidelijk en wederzijdse afhankelijkheden zijn geenbedreiging maar juist een motor van stabiliteit en vooruitgang.Voorzitter. Het is daarom tragisch om te zien dat onze oudste bondgenoot,de Verenigde Staten, vrijhandel uit het oog lijken te verliezen. VoorNederland is één ding volkomen helder: sterke trans-Atlantische handels-relaties zijn van levensbelang voor onze economie en onze strategischepositie. Het is daarom goed dat er vanuit de Europese Raad ook contactwordt gezocht met de Amerikaanse handelsminister, Howard Lutnick.Vanuit Washington horen we namelijk dat de onderhandelingen met deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 32998 EU vaak vastlopen. Het gaat dan niet alleen om de tarifaire belemme-ringen, maar ook om de non-tarifaire belemmeringen. Minister Lutnickwijst daarbij naar allerlei voedselstandaarden en administratievedrempels, maar echt concrete, specifieke bezwaren blijven uit. Ik hebdaarom een vraag aan de Staatssecretaris: is er nou eigenlijk eenduidelijke inventarisatie bij onze Amerikaanse handelspartners wat nouprecies die non-tarifaire belemmeringen zijn? En welke obstakels zijn danhet meest urgent?Voorzitter. Als de VS de vrijhandel links laten liggen, dan springen wij alsEuropeanen in dat gat. Er wordt nu ook een deal met India besproken. Dieonderhandelingen zijn bezig. Ze hoopten aan het einde van dit jaar tot eendeal te komen, maar ook daar zien we dat die non-tarifaire belemme-ringen een drempel zijn voor de Indiase regering. We hebben dat vooralgezien bij bijvoorbeeld die groene rapportageverplichting, maar ook bijhet CBAM. Eergister stond nog in de Financial Times dat dat eendealbreaker zou zijn om snel tot een deal te komen. Mijn vraag aan deStaatssecretaris is of Nederland in Brussel voor realisme en flexibiliteitstaat om te kijken of we de Indiase regering daar tegemoet kunnenkomen, of dat we ervoor zorgen dat India in de armen van anderegeopolitieke spelers wordt geduwd.Voorzitter. Dan kom ik op het Mercosur-verdrag, dat binnen 25 jaareindelijk binnen handbereik ligt. Laat ik duidelijk zijn: JA21 vindt dit onderde streep een goed akkoord. We krijgen betere toegang tot een markt van300 miljoen consumenten en tot cruciale zeldzame grondstoffen, meerkeuze en lagere prijzen voor Nederlanders in de supermarkt en er liggenexportkansen voor Nederland. Wij krijgen Argentijnse steaks van depampa en zij krijgen onze Goudse kaas in de Zuid-Amerikaanse super-markten. Wat JA21 betreft moet dit akkoord zo snel mogelijk geslotenworden. Want terwijl Europa talmde met die interne en groenevoorwaarden, bouwde China havens in Brazilië.Ik heb nog wat vragen aan de Staatssecretaris over een anderecomponent van dat verdrag, namelijk over georganiseerde misdaad. Wezien vaak dat er bij zo’n handelsakkoord in de regio een soort waterbed-effect ontstaat, bijvoorbeeld als we kijken naar drugshandel. Nu deVerenigde Staten zeer actief zijn in het Caribisch gebied, kan het probleemzich meer en meer verplaatsen richting Brazilië en het Mercosur-blok. Alsdie handelsstromen van illegaliteit via dat blok gaan, dan kan dat eenbedreiging zijn voor Nederland. Hoe kijkt de Staatssecretaris daarnaar?Hoe kijkt het kabinet naar de risico’s in het uitgestrekte Amazonegebied,waar Brazilië de grenzen met Peru, Venezuela en Colombia moeilijk kancontroleren? Is hier ook aandacht voor? Hoe worden douane- en opspo-ringssamenwerkingen versterkt?Voorzitter, ik weet niet hoe ik zit in de tijd, maar ik heb nog één punt overChina. Dat is een partner maar ook een concurrent en een systeemrivaal;we moeten niet naïef zijn over de CCP. Toch las ik in de briefing van hetkabinet dat er vanuit de Chinezen toch ook wel een kier wordt geopendom weer te onderhandelen over een investeringsakkoord. Hoe kijkt hetkabinet daarnaar? Is het zoals de Zweeds-Amerikaanse econoom JohanNorberg al treffend zei: «Als je China wilt beïnvloeden in zijn speelgedrag,moet je je niet volledig terugtrekken uit die multilaterale handel maar ookbekijken hoe je handel, juist handel, kan uitbreiden en verdiepen»? Graageen reactie van de Staatssecretaris daarop.Tot zover.De voorzitter:Ik zie een aantal interrupties. Volgens mij was mevrouw Van der Plaseerst, daarna mevrouw Teunissen en daarna de heer Van Dijk.Mevrouw Van der Plas (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 32999 Ook de heer Hoogeveen wens ik veel succes. Welkom in deze commissieen in deze Kamer.De voorzitter:Misschien kan de heer Hoogeveen heel even zijn microfoon uitzetten.Mevrouw Van der Plas (BBB):Succes in deze Kamer en deze commissie. Ik hoor de heer Hoogeveenzeggen dat wij de Argentijnse steaks krijgen. Waarom zou je eenArgentijnse steak willen eten terwijl wij hier lokaal bij de boer gewoonprachtig mooi rundvlees hebben? Waarom zou je er zo blij mee zijn dat erladingen Argentijnse steaks hiernaartoe komen, terwijl onze eigen boerendaar gewoon heel veel last van hebben? Je kunt ook gewoon hier bij delokale boer of bij de supermarkt Nederlands rundvlees kopen.De heer Hoogeveen (JA21):Dan zou je ook de vraag kunnen stellen waarom je naar een Argentijnssteakrestaurant zou gaan terwijl je ook Nederlandse steakrestaurants kanhebben. Het gaat er uiteindelijk om dat een consument zo veel mogelijkvariëteit en zo veel mogelijk keuze wil. We zien al dat de prijzen inNederlandse supermarkten erg omhooggaan, dus als je die variëteitcreëert, kan dat uiteindelijk ook een dempend effect hebben omdat je dietarieven verlaagt. Die producten liggen namelijk al in de Nederlandsesupermarkten. Binnen bepaalde quota worden die tarieven alleen welverlaagd. Het zal dus ook een dempend effect hebben op de prijzen en dusook op inflatie. Dat lijkt me dus heel voordelig.De voorzitter:Mevrouw Van der Plas, uw laatste interruptie.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik worstel een beetje met dit antwoord. We hebben bij de verkiezingengezien dat de stemmen verspreid zijn. Een aantal boeren is ook van BBBovergestapt naar JA21. Die hebben daar hun vertrouwen in gelegd en eenandere keuze gemaakt. Dat mag in een democratie; zo werkt dat. Dieboeren dachten: «Nou, JA21 gaat eens even flink voor ons opkomen. Diestaat hoog in de peilingen; het is een grote partij. Die gaat iets betekenenvoor ons.» Die horen nu van JA21 eigenlijk dat dat met die Argentijnsesteak allemaal maar moet kunnen voor lage tarieven. Zeker, de consumentzal daar wat minder voor betalen. Ik vraag me überhaupt af of deconsument met een krappe portemonnee kiest voor een Argentijnse steak;volgens mij kiest die eerder gewoon voor een pond gehakt, dat overigensal schreeuwend duur is. Ik vraag me dus wel een beetje af hoe boeren hiernu naar luisteren, want voor JA21 lijkt het wel gewoon één groot walhalla,al dat Argentijnse vlees en dat Braziliaanse kippenvlees hiernaartoe. En deboeren in Nederland hebben het nakijken. Dat hebben we ook wel gezienin het rapport van de Wageningen Universiteit. Wat gaat de heerHoogeveen zeggen tegen die boeren en de boeren die op ze gestemdhebben?De heer Hoogeveen (JA21):Het is belangrijk om bij handelsverdragen te kijken naar het geheleplaatje. Als we het hebben over «de boeren», hebben we het inderdaadover boeren die in de veehouderij of de pluimveesector zitten, maar ookover kaasboeren, zuivelboeren en boeren die toeleverancier zijn vanmelkproducten. Die zijn toch wel echt heel erg blij met dit akkoord. Dieprofiteren heel erg van dit akkoord. Over het netto-effect van hetrundvlees en pluimvee dat nu wordt ingevoerd, zal ik niet degene zijn diezegt dat er nul effect is. Dat effect is er natuurlijk wel, want er komt meerimport en binnen bepaalde quota gaan die tarieven ook omlaag. Het is inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329910 een handelsakkoord altijd kijken naar het grote plaatje; het is geven ennemen. Het is geen zero-sum game, maar het zijn relatieve games. Het isdus een keuze die wordt gemaakt. Tegelijkertijd zeg ik er ook bij dat deEuropese Commissie zorgt voor een dusdanige demping van het effect.We zien bijvoorbeeld dat als tarieven bij prijsschommelingen bovenbepaalde quota komen, de oude tarieven gewoon weer in werking treden.Mochten die prijsschommelingen ontstaan – volgens mij gaat het om 10%– dan kan de Europese Commissie ook ingrijpen en per direct nieuwetarieven invoeren. Ik denk dus dat het apocalyptische effect dat mevrouwVan der Plas schilderde in de praktijk uiteindelijk wel gaat meevallen.De voorzitter:Mevrouw Teunissen heeft ook een vraag.Mevrouw Teunissen (PvdD):Zeker, voorzitter. Ik vind het eerlijk gezegd een verbazend antwoord vanJA21, want JA21 laat niet alleen de Nederlandse boeren keihard vallen,maar ook nog onze Nederlandse autonomie. Ik ken JA21 als eeneurosceptische partij, die zegt dat Nederland autonoom moet blijven endat niet alles opgelegd moet worden vanuit Brussel. De EuropeseCommissie heeft dit handelsverdrag gesplitst, dus als Nederland hebbenwe er helemaal niets over te zeggen. Onze nationale parlementen wordenomzeild. Het principiële punt is dat we straks niet meer zelf kunnenbesluiten of wij rundvlees uit Argentinië willen importeren en hoeveel,omdat de Europese Unie dat voor ons doet. Waarom kan JA21 daar nouvoor zijn?De heer Hoogeveen (JA21):Wij als JA21 zijn inderdaad kritisch op de Europese Unie als het aankomtop steeds weer die invloed buiten de economische sfeer en de handels-sfeer. Wij hebben echter in ons verkiezingsprogramma heel duidelijkgezegd dat wij vinden dat de kracht van de Europese Unie juist ligt in diehandel, in het vormen van een handelsblok en daarmee ook je geopoli-tieke voordeel doen. Wij zijn wel voor een autonoom Nederland, maar wijzijn niet voor een autarkisch Nederland. Wij geloven niet in een soortzelfvoorzienende economie, waarin je zo veel mogelijk vasthoudt aan jeeigen means of production. Wij willen juist ook inzetten op die compara-tieve voordelen, kijken waar we onze producten goed kunnen verkopen enkijken hoe wij onze producten zo voordelig mogelijk kunnen inkopen. Datis juist onderdeel van dit hele pakket, dat vanuit de Europese Unienamens Nederland is uitonderhandeld.Mevrouw Teunissen (PvdD):De heer Hoogeveen probeert nu mijn punt te bagatelliseren. Hij doet alsofwij naar een autarkische economie gaan. Dat is natuurlijk complete onzin,want we handelen allang heel veel met landen als Brazilië. Dat kunnen wegewoon blijven doen en we kunnen bilaterale handelsafspraken maken.Wat er nu gebeurt – dat is mijn belangrijkste punt – is dat we beetje bijbeetje afglijden en dat we steeds minder nationale autonomie krijgen overde toekomst van onze boeren, wat wij hier importeren, hoeveel rundvleeswij hier importeren en hoeveel concurrentie dat oplevert. Wij hebben daarstraks geen zeggenschap meer over als Nederland. Daarbovenop komtdan ook nog eens dat de Europese Commissie nu heeft besloten: dieparlementen mogen niet meer over dit handelsakkoord besluiten, datgaan we lekker zelf doen en we zetten de nationale parlementenbuitenspel. Dat is mijn punt. Ik vind het onbegrijpelijk dat een partij alsJA21 hiervoor is. Een partij die de kiezers elke keer Nederlandseautonomie belooft en zegt dat we grip moeten houden op onze handel endat de Nederlandse plannen voorop moeten staan. Hoe is dit inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329911 godesnaam verenigbaar met de Nederlandse handelsbelangen en die vande Nederlandse boer?De heer Hoogeveen (JA21):Dan raad ik de collega van de Partij voor de Dieren aan om het onder-zoeksrapport te lezen van de Wageningen Universiteit, waarin dus staatdat dit onder de streep een voordelig verdrag is. Het is een feit dat weonze autonomie en onze beslissende bevoegdheid hebben uitgeleverdaan de Europese Unie, want dat valt onder het gemeenschappelijkEuropees handelsbeleid. Als we het hebben over andere handelsak-koorden: ik weet niet of u zich heel erg bezig heeft gehouden met hetEU-akkoord met Nieuw-Zeeland bijvoorbeeld? Ik heb daarover gestemdtoen ik in het Europees Parlement zat, dus dat is gewoon langs dedemocratische verdragsrechtelijke stages gegaan. Deze staatsrechtelijkediscussie deel ik dus niet helemaal. Als JA21 handelen wij primair vanuithet Nederlandse belang. Wij hebben gekeken naar de onderzoeken van deWageningen Universiteit en Ecorys, om te kijken of dit in ons belang is.Onder de streep zien wij dan dat dit in het Nederlandse belang is. Wekijken dus niet alleen naar de landbouwsector, maar ook naar bijvoorbeeldde kritieke grondstoffen die hiermee gemoeid zijn. Op dit moment zijn wevoor zaken waar wij onze economische ontwikkeling op willen inzettenvoor 90% afhankelijk van kritieke grondstoffen uit China. Ik denk dat hetdan verstandiger is om die leveringsketens meer te spreiden en om ookveel meer in te zetten op de comparatieve voordelen die andere landendaarin hebben. Daarmee verbeteren we ook onze geopolitieke positie. Dusja, wij zijn in heel veel zaken inderdaad kritisch op de Europese Unie. Daarkent u mijn partij van. Maar in dit geval zeggen wij juist dat dit in hetNederlandse belang is. Daar zetten wij op in.Mevrouw Teunissen (PvdD):De heer Hoogeveen verwijst steeds naar het onderzoek van deWageningen Universiteit, maar dat gaat over de economische effecten. Ikheb het hier over de beslissingsbevoegdheid van Nederland, die op hetspel staat. Dat wordt alleen nog maar erger met dat herbalanceringsme-chanisme. Dat wil zeggen dat de Mercosur-landen de EU kunnenaanklagen, of in ieder geval een klacht kunnen indienen, als Nederland ofeen andere lidstaat nieuwe wetgeving wil invoeren. Het zou zomaarkunnen dat als wij nieuwe wetgeving willen invoeren, we een klachtkrijgen uit Brazilië dat die wetgeving in het nadeel van hun concurrentieis. Dat kan ook nog eens een ontmoedigingseffect hebben op onsnationale beleid. Al met al zou ik JA21 dus echt op het hart willen drukken:heroverweeg uw positie. Dit gaat namelijk écht ten koste van de beslis-singsbevoegdheid en de nationale autonomie van Nederland. Bovendienis het ontzettend nadelig voor niet alle, maar wel voor heel veel boeren inNederland.De heer Hoogeveen (JA21):Ik kan wel even ingaan op de juridische bezwaren die mevrouw Teunissenmij toewerpt. Wij hadden als JA21 bijvoorbeeld ook kritiek op het CETA.Daar heb je namelijk inderdaad te maken met zo’n internationaaltribunaal, waarvan je je ook kan afvragen waarom dat, als je allebeieigenlijk goede rechtssystemen hebt, in zo’n verdrag moet. Nou, goed.Het is iets logischer dat dit wel in het Mercosur-verdrag zit, omdat weweten dat de landen waar we nu mee gaan handelen qua rechtssysteemtoch iets anders in de wedstrijd zitten. In het verleden zijn er in die landennog dingen gebeurd. Denk aan het intellectueel eigendom of anderezaken, die daar wat minder stevig staan. Wij denken daarom dat het juistwel verstandig is om zo’n geschillenmechanisme te hebben, omdat je daneen soort noodremprocedure hebt, waarmee je ook je eigen belangenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329912 beter kan beschermen. U framet het nu als een nadeel voor ons, maaruiteindelijk kan het ook in ons voordeel worden gebruikt.De voorzitter:Ik zie nog een interruptie nog van de heer Van Dijk. Daarna mag de heerMarkuszower.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik denk dat deze lange interruptiereeks in ieder geval wel scherper maaktwaar de heer Hoogeveen staat. Ik hoor hem een aantal keren zeggen datJA21 onderaan de streep lovend is over dit verdrag. Daarvoor accepterenze, zo begrijp ik de heer Hoogeveen, dat onze agrariërs of onze tuindersflink moeten inleveren. Dat is het ze, gelet op het grotere economischebelang, waard. Zo vat ik hem na al deze interrupties dan toch goedsamen?De heer Hoogeveen (JA21):Ik begrijp niet zo goed dat er meteen op één hoop wordt gegooid dat dehele agrarische sector voor de bus wordt gegooid. In het verleden zijn eral best veel handelsverdragen gesloten. Volgens mij is de agrarischesector in Nederland nog springlevend. Zoals ik zojuist ook al heb gezegd,zijn er bijvoorbeeld vanuit de zuivelindustrie juist ook heel veel mogelijk-heden voor Nederlandse boeren om juist in te zetten op meer en betereexport, en meer afzetmarkten. Je spreidt dus eigenlijk je mogelijkhedenmeer en je verhoogt ook je kansen. Dat is de andere kant van het verhaal.Maar, ja, wat de collega van de SGP zegt klopt ook. Het is in een handels-verdrag inderdaad geven en nemen. Het is geen zero-sum game; het zijnrelative gains. Als je een handelsverdrag sluit met een land, dan kan jeniet zeggen: wij pakken alleen de voordelen en jullie pakken de nadelen.Dat lijkt me weinig zinvol. Je moet uiteindelijk ook iets geven.De heer Diederik van Dijk (SGP):De heer Hoogeveen verwijst al meerdere keren naar het onderzoek van deWageningen Universiteit, waarin gewoon helder wordt becijferd dat deNederlandse agrarische handel jaarlijks een knauw krijgt van een halfmiljard door die import van vlees, groente en dergelijke. Daar staateventueel een economische winst van 30 miljoen voor de zuiveltegenover. Per saldo is dit dus volstrekt in het nadeel van onze boeren entuinders. Laat ik de vraag nog iets anders insteken. Is het niet onver-teerbaar en misschien ergens ook wel bijna een vorm van onbehoorlijkbestuur dat we dus met de ene hand, gesteund door de heer Hoogeveen,aansturen op meer import van landbouwproducten die niet voldoen aanonze Europese milieu en dierenwelzijnstandaarden, terwijl we aan deandere kant eis op eis op eis stapelen aan onze eigen boeren en tuinders?Dat is toch op geen enkele manier fair of een gelijk speelveld?De heer Hoogeveen (JA21):We moeten dan even twee dingen scheiden. Dat is aan de ene kant hetimporteren van producten. Die moeten gewoon aan onze voedselveilig-heidsstandaarden voldoen. Daar wordt op geen enkele manier opingeboet. Over productiestandaarden speelde in het verleden in hetEuropees Parlement de discussie dat er een mirror clause moest komen.Dat werd veel gezegd: hoe wij in Europa produceren, moet letterlijk,een-op-een, ook in Zuid-Amerika gebeuren. Maar dat is natuurlijkonmogelijk. Als het hier winter wordt, dan sterven bepaalde insecten uiten zit je daar in een soort regenwoudklimaat. Daar moet je dus weerbepaalde bestrijdingsmethodes of andere zaken implementeren. Dat isvoor een handelsverdrag met een continent als Zuid-Amerika onmogelijk.Over het andere punt dat de collega van de SGP aankaart, over de groeneregeldruk, zijn we het helemaal eens. We zullen hand in hand staan omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329913 dat zo veel mogelijk omlaag te krijgen, want we zijn het er inderdaad meeeens dat we bij de toenemende regeldruk, met name vanuit Brussel endoor allerlei klimaatnormen die onze sector worden opgelegd, absoluutzullen inzetten op het magische woord «deregulering».De voorzitter:Ik zie geen verdere ... O, nog een interruptie, van de heer Markuszower.Excuus.De heer Markuszower (PVV):De eerste.De voorzitter:Ja, zeker. Excuus.De heer Markuszower (PVV):Los van het juridische, of eigenlijk het principiële, argument, dat JA21 nuvolledig laat varen, dus dat er over de hoofden van het nationaleparlement wordt geregeerd, is de heer Hoogeveen van JA21 wel heelstellig over de economische voordelen. Hij pakt, alsof hij de grootsteeconoom van de wereld is, een Wageningenrapportje mee en zegt: er zijngewoon comparatieve voordelen. Maar die economen – en ik mag hetzeggen, want ik kom uit een familie van alleen maar afgestudeerdeeconomen – begrijpen uiteindelijk natuurlijk de ballen van de economie.Als economen dat allemaal zouden begrijpen, zouden ze namelijk allemaalmultimiljonair zijn en dat zijn ze vaak niet. Hoe kan het dus zijn dat de heerHoogeveen zo stellig is en nu al precies weet hoe Mercosur gaat uitpakkenen welke voordelen dat allemaal heeft? Is een pas op de plaats niet watgepaster? De economie laat zich niet zo makkelijk voorspellen. Er zijn netzo veel rapporten van vooraanstaande economen die zeer kritisch zijnover deze Mercosur-deal als van economen die er positief over zijn. Duswaarom kiest de heer Hoogeveen zo stellig partij voor de mogelijkepositieve effecten, terwijl hij nu links en rechts van zich hoort dat het tochallemaal misschien wel een beetje anders is?De heer Hoogeveen (JA21):Wij zien dat de handelsvolumes met de landen waarmee wij vrijhandels-verdragen hebben gesloten, toenemen; dan heb ik het over Zuid-Korea,Nieuw-Zeeland onlangs en nog tal van andere landen. Dit kwamvanochtend in de technische briefing nog voorbij. Dat is één. Op basis vanhet verleden met andere landen zien we dat de handel toeneemt. Dat isgoed voor ons als Nederland, zeker als handelsland. Daarnaast ben ik erook stellig van overtuigd dat het onder de streep voordelen biedtvanwege de toegang tot die kritieke grondstoffen. Een van de grootstevoorraden van lithium ter wereld is in Zuid-Amerika. Uiteindelijk pluktChina daar nu de voordelen van. Dit is uiteindelijk een verdrag waarmeewij ook weer een inhaalslag zouden maken. Vroeger waren wij de grootstehandelspartner van Zuid-Amerika; nu is het China. Wij moeten dieinhaalslag maken, willen wij onze geopolitieke positie verbeteren.Nogmaals, ik blijf mezelf herhalen, maar onder de streep is dit voorNederland ... We moeten echt naar het volledige plaatje kijken. Ik ben hetmet u eens dat de ene econoom de andere niet is. Wij van JA21 zijn ookniet zo van de modelwerkelijkheden, dus dat ben ik geheel met u eens,maar in dit geval denk ik toch echt dat het uiteindelijk in ons voordeel gaatuitpakken.De voorzitter:Eén moment. Nog twee leden hebben zich bij ons gevoegd: de heerDekker van Forum voor Democratie en de heer Ceder van deChristenUnie. Daarmee is het volle bak. Dus ik wil heel graag vragen omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329914 de interrupties en de antwoorden kort te houden. Meneer Markuszower,laat het goede voorbeeld zien.De heer Markuszower (PVV):Ik zal het proberen. In de economie bestaan natuurlijk ook negatieveexterne factoren. Ik heb dat licht aangestipt in mijn tekst. Stel je voor datde Nederlandse boeren verder en verder onderdrukt, verdrukt enweggedrukt worden. Dat zou enig effect kunnen hebben op de voedselze-kerheid van de gewone Nederlander. Dat is een van de mogelijkheden.Wat gebeurt er met de voedselzekerheid van de gewone Nederlander alshet een keer crisis is, als de Nederlandse boeren geen voedsel meer gaanproduceren omdat ze uit de markt weggeconcurreerd worden doorgoedkoper en misschien ook ongezonder vlees uit verre landen? HeeftJA21 daarover nagedacht?De heer Hoogeveen (JA21):Ik denk dat dit nu met enige overdrijving van zaken wordt afgeschilderd.De rundvleesimport waar het nu over gaat, binnen het rundvleesquotumvan 99.000 ton, is 1% à 1,5% van de markt. Dat is ongeveer één biefstukper EU-burger per jaar. Nogmaals, ook als er een verstoring van de marktis, als zich een crisissituatie voordoet, dan is er een safeguard mechanismom in te grijpen en om die huidige tarieven weer in te stellen. Dus ik denkdat het toch enige overdrijving van zaken is door de heer Markuszower.De voorzitter:Er is nog een vraag van de heer Markuszower. Iedereen heeft in totaal vierinterrupties.De heer Markuszower (PVV):Dan heb ik er nog één. Wat de heer Hoogeveen zegt, moet natuurlijk nogblijken. Als je op lange termijn boeren wegdrukt uit de markt – dat kanbeginnen met 1,5% vermindering van vleesproductie – en als je die helesector langzaam maar zeker kilt, dan zijn die boeren natuurlijk allangvertrokken als we over tien jaar of over vijftien jaar een keer een crisishebben. Dus ik vind niet alleen dat JA21 weinig prudent omgaat met dekracht van het nationale parlement – u laat zich omverblazen, misschienomdat u mee wilt onderhandelen met de VVD of zo; ik weet niet wat u aanhet doen bent – maar ik denk ook dat u de economische voordelen tepositief inschat en ik denk dat u te onvoorzichtig bent met de voedselze-kerheid van de Nederlander. Dus ik hoop dat u uw mening nog wijzigt.De heer Hoogeveen (JA21):Voor voedselzekerheid hebben we de Europese gemeenschappelijkemarkt. Gezien de gehele landbouwsector en gezien de kracht van deagriculture in Europa en van de hele gemeenschappelijke markt, denk ikdat het met onze voedselzekerheid wel goed zit. Sterker nog, wij expor-teren vooral genoeg. Nogmaals, ik ben het geheel met uw partij eens datals je de agrarische sector wil versterken, je moet kijken naar de regeldrukin Europa zelf en daar moet inzetten op deregulering. Dat zei ik ook altegen de collega van de SGP. Dán maak je Europese bedrijven competi-tiever. Dán maak je de economie sterker. Maar juist ook inzetten op hetopenen van nieuwe handelsmarkten opent enorm veel mogelijkhedenvoor heel veel andere agrarische sectoren en sectoren die daarvanafhankelijk zijn.De heer Ceder (ChristenUnie):Sorry dat ik wat later binnenkwam. Ik kom van de regeling van werkzaam-heden. Ik heb twee vragen. Ik probeer ze in één interruptie te stellen. Ukent de positie van Frankrijk, van Macron. Die lijkt conservatiever te zijndan JA21. Dat bevreemdt mij, maar goed. JA21 gaat over zijn eigenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329915 weging. Mijn vraag is hoe u dat beoordeelt. Daarnaast heb ik een vraagover de geschillenregeling. Wat vindt u ervan dat het niet in rechtbankenplaatsvindt, zoals we dat in alle andere geschillen met elkaar regelen,maar dat er een soort extrajuridische geschillenbeslechting is opgetuigd?Ik ben benieuwd hoe JA21 dat beoordeelt. Dat zijn twee zaken waar we inieder geval bij de ChristenUnie nog mee worstelen.De heer Hoogeveen (JA21):Ik denk dat de tweedeling tussen conservatief en progressief niethelemaal juist is als het aankomt op vrijhandel. Ik denk dat het in hetverleden juist heel conservatief was om voor vrijhandel te zijn. Kijk maarnaar de dagen van Ronald Reagan en Margaret Thatcher. Dat waren juistpolitici die inzetten op vrijhandel en lagere lasten. Dus ik denk dat dat niethelemaal spreekt voor de labels die u plakt.Over de geschillenbeslechting had ik net al een kort debatje met decollega van de Partij voor de Dieren. Ik zal het even kort herhalen. Wijwaren daar bijvoorbeeld bij het CETA-verdrag ook geen voorstander van,omdat je dan eigenlijk twee landen hebt die ongeveer op hetzelfde niveauzitten als het aankomt op de rechtsstaat, intellectueel eigendom en anderedergelijke zaken. Maar van landen in Zuid-Amerika blijkt uit het verledendat ze net even iets anders in de wedstrijd zitten. Dus dan is het juist welgoed dat je kan terugvallen op dat geschillenbeslechtingsmechanisme,dat bijvoorbeeld ook in het handelsakkoord met Vietnam zit. Juist met datsoort landen kan dat dus in het voordeel werken, omdat je er dan juistvoor zorgt dat de rechtszekerheid van de bedrijven die daar opereren,wordt gewaarborgd.De voorzitter:Er zijn geen andere interrupties. Dan geef ik graag het woord aan de heerDiederik van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u, voorzitter. Met interesse heb ik de kabinetsappreciatie van hetEU-Mercosur-akkoord gelezen. Van meet af aan is de SGP kritischgeweest. We hebben gezegd: «Houd kwetsbare landbouwsectoren buitendit handelsverdrag. Het leidt tot een ongelijk speelveld voor onze boerenen ondermijnt de strenge Europese productiestandaarden. Het is bepaaldgeen fair trade om de eisen voor eigen boeren op te stapelen en onder-tussen de lat voor de import een stuk lager te leggen. Denk aan deproblematiek van de ontbossing.» En we waren niet alleen. De Kamerheeft het kabinet meermaals verzocht zich te verzetten tegen de handels-afspraken. Hoe is hier uitvoering aan gegeven? Waarom komt het kabinetmet deze positieve appreciatie, in weerwil van de Kameruitspraken?De SGP onderstreept de onderzochte gevolgen voor onder meer deagrarische sector. De Nederlandse agrarische handel krijgt jaarlijks eenknauw van 500 miljoen euro door meer import van vlees, groente en fruituit Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay. Dat weegt niet op tegen degeringe economische winst van 30 miljoen euro door meer zuivelexport.De inkomenseffecten voor boerenbedrijven zouden beperkt zijn. Uitge-zonderd vleesveebedrijven klopt dat, maar de optelsom van handelsver-dragen en nieuwe regelgeving blijft hard aankomen. We moeten eensalamitactiek voorkomen. Ik vind het inhoudelijk volstrekt onverteerbaardat met de ene hand aangestuurd wordt op meer import van productendie niet voldoen aan de Europese milieu en dierenwelzijnsstandaardenterwijl met de andere hand de kostprijsverhogende eisen voor onze eigenboeren aangescherpt worden. De Kamer heeft eerder ook uitgesproken:niet importeren wat in eigen land niet zo geproduceerd had mogenworden. Hoe gaat het VVD-BBB-kabinet dan zorgen voor fair trade?Bij ernstige marktverstoring zou door vrijwaringsmaatregelen de importvan bijvoorbeeld vlees beperkt kunnen worden, maar uiteindelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329916 beoordeelt niet Nederland maar de Europese Commissie of er daadwer-kelijk sprake is van ernstige marktverstoring. Ik constateer een uitruil vanbelangen, waarbij ons handelingsperspectief vaag blijft. Daarom heb ikenkele vragen. Welke mogelijkheden heeft Nederland straks om vrijwa-ringsmaatregelen af te dwingen als blijkt dat de interne markt wordtoverspoeld met goedkoop vlees? Wanneer is er sprake van ernstigemarktverstoring? Wat is de vrijblijvende duurzaamheidsparagraaf waardals de WTO-regels hier weinig ruimte voor geven? Waarom noemt hetkabinet bij de appreciatie het derogatieverzoek bij de Nitraatrichtlijn?Heeft het kabinet ook maar de minste, de geringste indicatie dat Neder-landse steun aan het EU-Mercosur-verdrag bijdraagt aan een welwillendehouding van de Europese Commissie ten opzichte van derogatie?Nederlandbreed is er sprake van meer invoer en uitvoer en van lichtewelvaartswinst. Tegelijkertijd constateer ik ook dat de plussen en minnenvoor de productiewaarden in verschillende sectoren elkaar opheffen. Decijfers zijn minder groen dan ze op het eerste gezicht lijken.Het kabinet benadrukt het geopolitieke belang. Inderdaad, met nameBrazilië en Argentinië zijn strategisch belangrijke markten, die bovendienkunnen bijdragen aan de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen. DeSGP mist echter een bredere blik op strategische autonomie. Is hetgeopolitieke belang van een vitale agrarische sector en van voedselvoor-ziening dan ondergeschikt voor dit kabinet? Kwetsbare landbouwsectorenhadden echt buiten het verdrag moeten blijven. Verder had het verdragzich meer kunnen richten op die kritische grondstoffen.De Europese Commissie kiest voor een opknipconstructie. De Kamer krijgtalleen zeggenschap over de partnerschapsovereenkomst, niet over hetcontroversiële handelsdeel. Nederland heeft in de Raad gepleit voor hetintegraal voorleggen van het akkoord aan de nationale parlementen, inovereenstemming met de wens van de Kamer. Hier rijst een opmerkelijkbeeld. Met dit pleidooi werd de kans vergroot dat het akkoord uiteindelijkzou stranden in de Tweede Kamer, omdat hier geen meerderheid wasvoor het EU-Mercosur-verdrag. Hoe geloofwaardig is de positieveopstelling van het kabinet nu dan?Tot slot kom ik bij het overleg met de VS. Er is afgesproken om elkaarsnormen voor auto’s te erkennen, maar grote Amerikaanse SUV’s zijn nietgemaakt voor het drukke Nederlandse verkeer. Ze hebben bijvoorbeeldvaak scherpe randen. Je moet er niet aan denken dat ze hier in botsingkomen met voetgangers of fietsers. Europese verkeersorganisaties slaanterecht alarm. Hoe gaan we problemen voorkomen?Dank u, voorzitter.De voorzitter:Ik zie geen interrupties. Dus dan geef ik graag het woord aan de heerBamenga.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Welkom aan alle nieuwe collega’s in dezecommissie: de heer Markuszower van de PVV, de CDA-collega en decollega van JA21. Ik kijk ernaar uit om de komende periode samen tewerken aan een sterke economie en een toekomstbestendige handel.Ik begin bij een van de grootste bedreigingen voor onze economie enonze economische veiligheid: China. De situatie rondom Nexperia van deafgelopen weken heeft opnieuw blootgelegd dat China een systeemrivaalis en hoe ontzettend afhankelijk we zijn van die concurrent. Eén besluitleidde tot grote problemen. Kan de Staatssecretaris toelichten welkelessen het kabinet hieruit trekt voor de toekomst? Ziet het kabinetsoortgelijke risico’s bij andere bedrijven? Wat voor actie wordt daaropgenomen?Voorzitter. Laat dit opnieuw een wake-upcall zijn. We moeten echt af vanal die afhankelijkheden, niet alleen van China. Ook te grote afhankelijk-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329917 heden van bijvoorbeeld de Verenigde Staten zijn een risico. Zolang Trumpin het Witte Huis zit, zijn de handelsrelaties met de VS zo veranderlijk alshet Nederlandse herfstweer. Wat D66 betreft moeten we dan ook veelsneller goede handelsafspraken maken met landen wereldwijd.Binnenkort ligt het EU-Mercosur-verdrag voor in de Europese Raad, naeen kwarteeuw onderhandelen. Het is heel belangrijk dat Nederlanddaarmee in zal stemmen. Complimenten aan de Staatssecretaris dat zedeze stap nu eindelijk zet. Verwacht zij nog weerstand vanuit anderelidstaten? Hoe gaat zij ervoor zorgen dat ze ook die collega’s over destreep trekt?Voorzitter. Ik wil het hebben over imvo. D66 maakt zich zorgen over deontwikkeling hiervan op Europees niveau. Natuurlijk moeten we ooghouden voor regeldruk en ervoor waken dat we bedrijven alleen maarformulieren laten invullen in plaats van ze echt werk te laten maken vaneerlijke handelsketens, maar het is wel van belang dat we oog houdenvoor misstanden. Ik geloof oprecht dat de meeste bedrijven het goedwillen doen, maar de realiteit is ook dat bijvoorbeeld kinderarbeid nogsteeds te veel voorkomt. Is de Staatssecretaris van mening dat het doelvan de wet nog wordt bereikt, namelijk problemen als kinderarbeid enmoderne slavernij zo veel mogelijk voorkomen? Zo ja, waar maakt zij datdan uit op?Voorzitter. Dan kom ik op de oorlog in Sudan. Wat we daar zien, ishuiveringwekkend. De beelden en verhalen uit Al-Fashir, waar mensensystematisch worden uitgemoord, laten me niet los. De afgelopen tijdhebben we opnieuw veel signalen gekregen dat wapens vanuit verschil-lende Europese landen via de Verenigde Arabische Emiraten in handenvan de RSF zouden vallen. Herkent de Staatssecretaris deze signalen? Is zijbereid deze signalen met haar Europese collega’s te bespreken? Overenkele weken start de vierde onderhandelingsronde tussen de EU en deEmiraten over een nieuw handelsakkoord. Is de Staatssecretaris het metme eens dat Europese voorwaarden aan het wapenexportbeleid richtingde Emiraten explicieter onderdeel moeten worden van deze onderhande-lingen als de Emiraten blijven volhouden dat zij geen enkele betrok-kenheid hebben bij het conflict terwijl die claim steeds ongeloofwaardigerwordt? Zo ja, hoe zal zij erop toezien dat dit in Brussel gehoor krijgt?Tot slot. Het kabinet werkt naar aanleiding van de aangenomen motie-Paternotte aan een nationaal verbod op handel met illegale nederzet-tingen op de Westelijke Jordaanoever. Dat is hard nodig, want het isoverduidelijk dat de regering-Netanyahu niet van plan is om te stoppenmet de illegale bezetting. Sterker nog, de nederzettingen worden alleenmaar uitgebreid en het geweld tegen de Palestijnen blijft ook doorgaan.Voor D66 is het internationaal recht leidend. En het internationaal recht ishier glashelder: dit mag niet; dit kan niet. We mogen dus niet wegkijken,maar moeten er zo snel mogelijk voor zorgen dat we op geen enkelemanier bijdragen aan illegale praktijken. Wanneer verwacht de Staatsse-cretaris een voorstel voor een verbod op handel met de nederzettingennaar de Kamer te sturen? Kan zij toezeggen ook tijdens de RBZ te pleitenvoor een Europees verbod?Dank u wel.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik heb toch even een vraag aan de heer Bamenga van D66. Hij is heellovend over het Mercosur-verdrag. Maar D66 is toch bij uitstek eenmilieupartij, althans zo heb ik de partij altijd wel gezien. Het moet D66toch een graat in de keel zijn dat we nu aan de ene kant, hoe je het ookwendt of keert, meer landbouwproducten gaan importeren die nietvoldoen aan onze dierenwelzijnseisen of onze milieueisen et cetera, terwijlaan de andere kant de eisen voor onze eigen boeren alleen maar wordenopgeschroefd? Daar maakt D66 ook een heel stevig punt van. Dat is tochook in de ogen van D66 een hele ongewenste kronkel, zogezegd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329918 De heer Bamenga (D66):Ik was vandaag aanwezig bij de technische briefing, waar ook aangegevenwerd dat er juist ook regels en afspraken zijn gemaakt die hier betrekkingop hebben. Die hebben betrekking op het klimaat en ook op standaardendie wij in ieder geval heel erg belangrijk vinden, en stellen dat daar nietaan getornd mag worden. Ik ben het wel met u eens dat er heel veel zakenzijn, zeker in zo’n handelsakkoord, die absoluut een vooruitgang bieden,maar er zijn ook zaken die geen vooruitgang zullen bieden of die op z’nminst hetzelfde zullen blijven. Daarom vind ik het dus ook heel ergbelangrijk dat we dat heel goed gaan monitoren, zodat we dat op een zogoed mogelijke manier zullen kunnen ondervangen.De heer Hoogeveen (JA21):Ik heb één vraag, over iets waar de heer Bamenga kort woorden aanwijdde. Hij had het over imvo. Ik neem aan dat er werd gedoeld op deanti-dwangarbeidverordening. Hoe de implementatie daarvan eruit gaatzien, is nog een groot vraagteken. Maar hoe kijkt de partij van de heerBamenga naar de ontwikkelingen in Europa rondom bijvoorbeeld hetOmnibuspakket? We zien namelijk dat er juist wordt ingezet op minderstreng toezicht. U gaf zelf ook aan dat je juist de regeldruk voor bedrijvenmoet verminderen. Hoe kijkt D66 naar de ontwikkelingen rond deanti-dwangarbeidverordening, naar de implementatie daarvan en naarwat het effect daarvan gaat zijn op onze bedrijven?De heer Bamenga (D66):Ik had het in ieder geval over de imvo-regelgeving. Wij zien juist dat dieheel erg uitgekleed wordt. Natuurlijk, het verminderen van regeldruk dieuiteindelijk niet per se leidt tot het behalen van de doelstellingen die wijwillen behalen, is prima. Maar ik heb net ook aangegeven: juist wat betreftde doelstellingen die wij willen behalen, bijvoorbeeld op het gebied vankinderarbeid of allerlei andere misstanden, en wat betreft de reikwijdtevan wie daarin verplichtingen hebben, vind ik dat die regelgeving nietdermate uitgekleed mag worden dat de impact ervan kleiner wordt. Watmij betreft gaat het dus echt om de impact die je wil maken. Die impactmoet zo groot mogelijk zijn.De voorzitter:Nog een vraag van de heer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Wat betreft de impact gaat het erom dat bepaalde bedrijven wordenontzien. We zien nu bijvoorbeeld een ontwikkeling in de gehekeldeCSDDD, waarbij we zien dat bepaalde bedrijven, met name onzemkb-bedrijven, worden ontzien. Wij zijn überhaupt geen voorstander vandeze wet- en regelgeving, maar stel dat die er komt. Is de partij van deheer Bamenga er voorstander van om dan juist te kijken hoe in ieder gevalonze kwetsbare mkb-bedrijven en toeleveranciers kunnen wordenontzien? Dat kan uitkleden betekenen, maar dat kan toch uiteindelijkvoordelig zijn?De heer Bamenga (D66):Wat de reikwijdte precies moet zijn? Ik denk dat het duidelijk moet zijn datwij het er niet mee eens zijn dat het hier bijvoorbeeld gaat om, naar ikmeen, 5.000 fte; dat is natuurlijk gigantisch. Dat betekent dat heel veelbedrijven daar niet onder zouden vallen. Wat ons betreft mag dat heelanders zijn en mogen daar veel meer bedrijven onder vallen. Waar preciesde lijn zal liggen? Als het wellicht op Europees niveau niet lukt, dan zullenwij hier vanuit de Kamer natuurlijk ook kijken wat we daaraan zoudenwillen gaan doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329919 De heer Ceder (ChristenUnie):D66 en de ChristenUnie trekken vaak samen op als het gaat om productie-standaarden wereldwijd en om het tegengaan van kinderarbeid. Wehebben ook nog een wetsvoorstel voor de nationale implementatie vanimvo in de Kamer liggen. Ik heb net het debat gevolgd; daar zal ik geenvragen over stellen. Ik heb een paar weken geleden vragen gesteld aanhet kabinet ten aanzien van handel met de Westelijke Sahara. Ik refereerhieraan omdat de heer Bamenga het net had over stappen zetten metbetrekking tot de Westbank. Die discussie kennen we. Daar zijn ook al watmoties over ingediend. Maar mij valt op dat het kabinet de EU-lijn kiestdat het etiketteringsbeleid in de Westelijke Sahara zogezegd gedoogdwordt, terwijl we ons kennelijk anders opstellen ten opzichte vanverschillende gebieden waar sprake is van een conflictsituatie. Mijn vraagis hoe D66 naar de situatie van de Westelijke Sahara kijkt, omdat daar,zoals u weet, gewoon heel veel mensen ontheemd leven en we nueigenlijk een tweesporenbeleid lijken te voeren, aan de ene kant tenaanzien van het Midden-Oosten, aan de andere kant ten aanzien van deWestelijke Sahara. We weten geen woord over wat er op Cyprus gebeurt,maar dat zal ik even achterwege laten. Mijn vraag is dus hoe u naar desituatie van de Westelijke Sahara en de opstelling van Nederland en de EUkijkt.De heer Bamenga (D66):Ik heb, denk ik, in mijn bijdrage ook aangegeven dat voor ons hetinternationaal recht en de mensenrechten leidend zijn. Wij vinden dat wenaar onze stand moeten handelen op het moment dat die in het gedingkomen en dat we moeten zorgen dat dat gecorrigeerd wordt, onafhan-kelijk van om welk land het gaat.De voorzitter:De heer Ceder heeft een vervolgvraag. Ik wil hem vragen het kort tehouden, aangezien we met veel zijn. O, hij ziet ervan af. Oké. Dan geef ikhet woord aan mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel, voorzitter. Nederland is een handelsland. Onze welvaarthebben we te danken aan handel. Al honderden jaren drijven we handelmet landen over de hele wereld. BBB is dan ook niet per se tegenhandelsverdragen, maar wij maken ons wel zorgen over handel metlanden die geen gelijke standaarden hebben aan die van Europa enNederland. Wij consumeren wat wij niet mogen produceren.BBB blijft het moeilijk vinden dat Nederlandse boeren en voedselver-werkers aan de ketting worden gelegd – denk aan de stikstofketting, dedierenwelzijnsketting, de gewasbeschermingsmiddelenketting, deantibioticaketting, de CO2-ketting; noem het allemaal maar op – terwijl wetegelijkertijd een akkoord sluiten met landen waar die standaarden en decontroles erop structureel lager liggen. De industrie en de dienstensectorgaan hier vooral meer geld verdienen, terwijl de risico’s neerslaan bijboeren en vleesbedrijven. Wageningen Universiteit waarschuwt dat deNederlandse vleessector door Mercosur structureel schade leidt, terwijl deNederlandse economie er maar beperkt beter van wordt, namelijk 0,02%van het bruto binnenlands product in 2040. Ruilt het akkoord daarmeelandbouw als wisselgeld in voor de industriële export en de diensten-sector, vraag ik de Staatssecretaris.Dan heb ik het nog niet eens over volksgezondheid. Die wordt hier bijnaniet benoemd. De Nederlandse veehouderij heeft de laatste vijftien jaarhet antibioticagebruik met 70% gereduceerd. Het aantal soorten antibi-otica is flink teruggeschroefd en de controles op antibioticagebruik zijnheel erg streng. Dit alles gebeurt om resistentie bij bacteriën tevoorkomen. De Nederlandse veehouderij verdient daarvoor alle lof.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329920 Mercosur-landen hebben dit daarentegen niet of veel minder gedaan.Daar kijken ze helemaal niet zo nauw naar antibioticagebruik. De controlesin Mercosur-landen zijn ook veel minder streng en minder regelmatig.Ik heb dus een aantal vragen aan de Staatssecretaris. Erkent het kabinetdat het huidige akkoord een reëel risico op oneerlijke concurrentie creëertvoor Nederlandse voedselproducenten, juist doordat standaardenmoeilijker handhaafbaar zijn in de Mercosur-landen? Hoe beoordeelt deStaatssecretaris het rapport van Wageningen Universiteit dat de Neder-landse vleessector hier structureel nadeel van ondervindt, terwijl deeconomische baten op macroniveau minimaal zijn? Kan de Staatssecre-taris uitsluiten – uitsluiten! – dat resistente bacteriën onze voedselketenbinnenkomen? Zo ja, waar baseert zij dat op?De kans bestaat ook dat plagen en plantziekten de EU binnenkomen,omdat planten door overmatig gebruik van gewasbeschermingsmiddelenin Mercosur-landen resistent geworden zijn. Zijn er garanties dat decontrolecapaciteit in de EU op orde is? Zijn er garanties dat er ter plaatsevoldoende dierenartsen worden opgeleid om lokaal controles opantibioticagebruik uit te voeren in de Mercosur-landen? Hoe wordt dehoeveelheid resistente bacteriën op voedsel uit Mercosur-landengemonitord?Het klimaatakkoord van Parijs is onderdeel geworden van het Mercosur-verdrag. Ngo’s kunnen dus ook een klacht indienen bij een mogelijkeschending van het klimaatakkoord. Hoe voorkomt de Staatssecretaris datactiegroepen zoals Milieudefensie of MOB, van de heer Vollenbroek,hiermee een extra instrument krijgen om Nederlands beleid aan tevechten?Voorzitter. Dan het antidumpingdossier wat betreft varkensvlees datrichting China gaat. De handelsrelatie met China is voor onze varkens-sector essentieel, juist omdat het gaat om poten, staarten, oren, snuiten,koppen en organen, die in Europa niet of nauwelijks worden gegeten,maar waar de Chinezen wél gek op zijn. Dus terwijl wij hier de schnitzel ende ham oppeuzelen, kan alles van het varken wat wij niet eten, mooi naarChina. Maar door de ruzie met de EU over de heffingen op elektrischeauto’s uit China heeft China voorlopige antidumpingheffingen voorvarkensvlees uit Europa ingesteld. Voor Nederland variëren deze van 20%tot wel 62%. Er is trouwens helemaal geen dumping van varkensvlees opde Chinese markt, maar China straft ons gewoon omdat het boos is overdie heffingen op elektrische auto’s. Andere landen, zoals Spanje, hebbenheel actief gelobbyd op diplomatiek niveau, maar Nederland wasnauwelijks zichtbaar. Ik vraag de Staatssecretaris: klopt dat? Zo ja, hoe kandat dan? De Europese Commissie heeft schriftelijk bezwaar ingediend bijhet Chinese Ministerie van Handel. Nederland heeft daar een aanvullendschriftelijk commentaar op ingediend, maar dat vind ik niet genoeg. BBBwil dat Nederland politiek en diplomatiek stevig handelt.Ik heb tot slot nog een paar vragen. Wat is de inzet van Nederland en deEuropese Commissie geweest om de relatie met China te herstellen?Welke resultaten zijn er geboekt? Wat zijn de laatste ontwikkelingen inEuropa op het gebied van de importheffingen op Chinese elektrischevoertuigen? Gaat het kabinet samen met de Europese Commissie eenWTO-traject voorbereiden – WTO staat voor World Trade Organization, deWereldhandelsorganisatie – voor het geval China de heffingen definitiefmaakt? Wanneer wordt deze inzet geagendeerd in de Raad Handel? Mijnlaatste vraag is: mocht China de heffingen definitief maken, gaatNederland dan in Brussel pleiten voor tijdelijke EU-maatregelen omverschillen tussen bedrijven door die heffingen van 20% tot 62%, tecompenseren en de sector toekomstbestendig te houden? Zo nee,waarom dan niet?Dank u wel.De heer Markuszower (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329921 Even over het eerste gedeelte van de bijdrage van mevrouw Van der Plas,over het Mercosur-verdrag. Ik hoor kritische geluiden daarover; die deel ik.Maar uw linkerbuurman, de heer Van der Burg – soms is «linkerbuurman»letterlijk; niet altijd, maar soms wel, zoals nu het geval is – zei net in eeninterruptie op mij heel triomfantelijk: de BBB en de VVD leveren, en metdie triomfantelijke steun gaat de Staatssecretaris op stap. Mogelijk krijgthij ook nog mandaat van de Kamer; dat moet later nog blijken. Uwcoalitiegenoot, de heer Van der Burg, schuift dus eigenlijk dat Mercosur-verdrag en de goedkeuring daarvan ook in de schoenen van de BBB. Hoeziet mevrouw Van der Plas dat?Mevrouw Van der Plas (BBB):Sorry, ik had mijn microfoon aangelaten. Dat zal ik niet meer doen.Het standpunt van BBB is altijd duidelijk geweest. Dat standpunt en onzezorgen zijn er nog steeds. Ik heb nog niets gelezen of gezien waardoor ikdenk: nou, oké, dan kunnen wij daar ook wel mee leven. Die zorgen blijf ikhebben. Die heb ik ook overal geuit; iedereen weet dat ik die nog steedsheb. Aan de andere kant, meneer Markuszower, zeg ik er ook even bij: wijzijn wel blijven zitten in het kabinet. De PVV had met 37 zetels natuurlijkeen flinke stempel kunnen drukken op de discussie in het kabinet. Uwpartijleider heeft ervoor gekozen om dat niet meer te doen. Dat mag;iedereen mag weglopen wanneer hij wil. Feit is wel dat dit kabinet isblijven doorwerken, maar ik blijf er met nadruk bij zeggen dat ik het welheel moeilijk en lastig blijf vinden. Mijn gevoel over het Mercosur-verdragis nog niet anders geworden. Ik blijf mij namelijk heel erg veel zorgenmaken over de boeren die hierdoor worden getroffen.De heer Hoogeveen zei net: er zijn al zo veel handelsverdragen, maar deagrarische sector is springlevend. Ik weet dat de heer Hoogeveen lang inEuropa is geweest, maar ik vraag me toch wel een beetje af onder welkesteen hij heeft gelegen. Ik spreek hem nu zelf aan, dus hij gaatwaarschijnlijk ook reageren. Maar de agrarische sector is helemaal nietspringlevend! De agrarische sector zit in de diepste ellende die er is.Duizenden boeren stoppen of gaan stoppen. Daarom zijn die zorgen zogroot. Zij hebben het hier al zo moeilijk en ze gaan het met een nieuwkabinet, als het de kant opgaat die ik vermoed, nog véél moeilijker krijgen.Juist daarom maak ik me nog steeds zorgen over dit handelsverdrag.De voorzitter:Zijn er nog andere interrupties? Ja, van de heer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Die kan ik natuurlijk niet laten liggen. Ik heb eigenlijk een hele simpelevraag aan mevrouw Van der Plas: als u gewoon kijkt naar het geheleverdrag, ziet u dan ook ergens voordelen voor de agrarische sector? En zoja, waar?Mevrouw Van der Plas (BBB):De heer Hoogeveen had het net over kaasboeren en melkboeren diedaarvan zouden profiteren. Dat zien wij natuurlijk ook. Maar diekaaskoeien en die melkkoeien worden uiteindelijk wel geslacht. Dieworden ook vlees, hè. Die gaan niet de prullenbak in. Die wordengeslacht, dus dat wordt vlees. Dat worden biefstukjes en bieflappen. Dieworden hier gewoon verkocht. Dat is Nederlands rundvlees. In die zin zouje kunnen zeggen dat het voor de kaas en de melk misschien goed is,maar voor het vlees niet. Je hebt ook vleesveeboeren die dubbeldoel-koeien hebben. Dat zijn wat oudere koeien die klaar zijn met melken endan overgenomen worden door een vleesveeboer. Daar mag de koe nogwat langer leven, krijgt de koe een goed leven op stro en wordt de koeheerlijk gevoerd met allemaal lekkere dingen. De koe krijgt dan lekkerweer vlees op de botten en dat gaat weer naar de Nederlandse keurslager.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329922 Ik vind dat een heel erg mooi systeem. Dus ja, er zitten voordelen aan.Maar ik zie nog steeds hele grote nadelen. Ik blijf het een groot probleemvinden dat wij consumeren wat wij niet mogen produceren.De voorzitter:Volgens mij is dit de laatste interruptie van de heer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Ik stelde deze vraag ook omdat juist het inzoomen op bepaalde negatieveeffecten in een handelsverdrag een heel verstoord beeld van de werke-lijkheid kan geven. Als we het hebben over de agrarische sector, danhebben we het dus ook over, zoals ik net al zei, zuivelproducten, melkpro-ducten en babyvoedingproducten. Maar we hebben het bijvoorbeeld ookover machines, waar Nederland ook een flink aandeel in heeft, metinnovaties die in de agrarische sector worden gebruikt. Als we dan alleenal kijken naar de huidige Mercosur-tarieven, dus tarieven als we expor-teren, die nu 14% tot 20% zijn, dan zien we dat die naar 0% gaan. We ziendus, ook in de onderzoeken, dat er voor de agrarische sector, met deinnovaties die Nederland naar voren brengt, ook heel veel voordelen inzitten. Erkent mevrouw Van der Plas dat?De voorzitter:Gezien de tijd wil ik mevrouw Van der Plas vragen om iets korter tereageren.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ja. De heer Hoogeveen ziet gewoon niet hoeveel boeren wij aan hetverliezen zijn in Nederland. Wij hebben een sterke kennis- en innovatie-sector rondom de agrarische sector, omdat wij een hele sterke agrarischesector hadden. Er ontstaat een kennis- en innovatiecirkel rondom ietswaar landen goed in zijn. Maar wij verliezen inmiddels zo veel boeren datdaar straks helemaal geen sprake meer van is. We hebben al te weinigboeren. We zien dat al aan de vleesprijzen en de zuivelprijzen. Die gaanomhoog omdat er gewoon steeds minder boeren zijn. Als dat er nogminder worden en er goedkoop geïmporteerd kan worden vanuit anderelanden, dan krijgen we zeker wel eventueel een probleem met voedselze-kerheid. Maar dan gaan we dus ook steeds meer van buiten halen. Wijzeggen juist dat je moet proberen om je zo min mogelijk afhankelijk temaken van import uit derde landen en om zelf je eigen sector sterk tehouden, zodat je die voedselvoorziening blijft hebben. Dus nee, in zekerezin erken ik dat niet, want ook die kennis- en innovatiecirkel gaat weg. Alsboeren weggaan, gaat er in de periferie heel veel omvallen. Dat probeer ikal jaren te benadrukken en ik hoop dat ik de heer Hoogeveen daar ook eenbeetje in mee kan krijgen. Het is namelijk niet zo rooskleurig als hij zichvoorstelt.De voorzitter:Ik zie geen andere interrupties, dus dan geef ik graag het woord aan deheer Van der Burg.De heer Van der Burg (VVD):Voorzitter. Tot gisteravond 19.30 uur wist ik niet dat ik hier vandaag zouzitten, maar toen werd het eerste feestje een feit: toen werd de heer VanCampen gekozen tot voorzitter van onze Kamer. Daardoor heeft hij nuandere verplichtingen, zoals het ontvangen van de groothertog vanLuxemburg. Dus mocht ik hier zitten.Het is een mooi onderwerp om bij te mogen zitten, want de VVD is eengroot voorstander van handelsverdragen. In die zin volg ik de lijn vanJA21. Ik zeg er nadrukkelijk bij «in die zin»: als het gaat om de handelsver-dragen. Die zijn ook zeer noodzakelijk om onze strategische onafhanke-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329923 lijkheid te bevorderen. We hebben ons de afgelopen jaren veel te veelafhankelijk gemaakt van Rusland, China en de Amerikanen. Je ziet dat hetmis kan gaan op het moment dat er zich veranderingen voordoen in deverhoudingen. Wij moeten als Europa, maar ook als Nederland echtstreven naar een grotere onafhankelijkheid. Handelsverdragen helpendaarbij, omdat je daarmee de energie en de krachten kunt spreiden.Bovendien maak je de al eerder genoemde landen ook weer minderafhankelijk van China door een verdrag aan te gaan met die landen in hetMercosur-verdrag. Ook dat draagt bij aan een stabielere wereld.De heer Markuszower dichtte mij voorzienende gaven toe. Inmiddels moethij met mij constateren dat het CDA, JA21, D66 en de VVD zich hebbenuitgesproken voor het verdrag. Dat zijn 75 zetels. Je kunt er een land meeregeren. Maar we weten ook hoe Volt in de wedstrijd zit. Daarmee is erdus een meerderheid in de Kamer die het kabinet van VVD en BBB daarinsteunt. Daarvoor verdient mijn rechterbuurvrouw inderdaad compli-menten. Want het is inderdaad zo: PVV en NSC liepen weg toen hetmoeilijk werd. BBB is gebleven en neemt dan ook nog met deBBB-bewindspersonen in dit kabinet een besluit dat voor de BBB-fractieingewikkeld is. Het is dapper dat je dan gewoon doorzet en moeilijkebesluiten durft te nemen, ook als dat pijn doet. Dat is besturen.Het is mooi dat we nu een voorstel hebben liggen dat de steun heeft vanhet kabinet en van de meerderheid van de Kamer. We moeten wat mijbetreft daarin nu zo snel mogelijk de volgende stappen zetten. Daarin volgik ook de lijn van JA21. Ik zeg er echter wel bij dat we ook moetendoorgaan met het zetten van stappen. De Staatssecretaris hoeft dat nietals een aanmoediging te beschouwen en zal dat ook niet doen, want als ereen iemand in het kabinet is die meer energie heeft dan ik, dan is zij hetwel.Dit verdrag gaat natuurlijk niet alleen over Mercosur. Het gaat ook over dehervormingen van het verdrag met Mexico, maar we moeten ook kijkenhoe we de banden met Australië en India verder kunnen aanhalen. Wehebben natuurlijk het mooie CETA-verdrag, dankzij de voorvoorvoor-ganger van deze Staatssecretaris, Liesje Schreinemacher, maar wemoeten ook verder kijken hoe we de banden met Canada verder kunnenaanhalen. Daartoe wil ik deze Staatssecretaris graag heel erg oproepen, inde tijd die haar de komende maanden nog rest.De voorzitter:Ik zie geen interrupties, dus dan geef ik graag het woord aan de heerDekker.De heer Dekker (FVD):Dank u wel, voorzitter. Er vallen de laatste tijd ongunstige ontwikkelingenop in de Nederlandse internationale handelsbetrekkingen. Al langer speeltnatuurlijk de boycot van Rusland, die we in het kader van de EU- en deNAVO-afspraken naleven en die onze handelsmogelijkheden, zowel quaimport als export, ernstig beperkt. Daarnaast hebben we gezien dat onzehandelsrelaties met China sterk onder druk staan als gevolg van deonnavolgbare Nexperia-saga. Hierbij heeft de Minister, naar eigen zeggenop eigen houtje, vergaande maatregels genomen die bijna op nationali-satie lijken. Hierdoor werden ook onze Europese partners even in deproblemen gebracht. Zelden was ik het meer eens met NRC-dan bij hunuitgebreide artikel hierover. Gelukkig begreep ik dat Minister Karremanszijn ingreep vandaag heeft opgeschort. Beter ten halve gekeerd dan tenhele gedwaald.Dan Mercosur, een EU-handelsverdrag met de Zuid-Amerikaanse landenBrazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay, waarover al 25 jaar wordtonderhandeld. Ook hier is het Nederlandse belang onduidelijk. We hebbenhet in Mercosur-verband natuurlijk over enorme consumentenmarktenmet grote exportmogelijkheden voor Europese bedrijven, maar dat betreftTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329924 met name grote industriële bedrijven in Duitsland, zoals de machine- enauto-industrie, de chemie en de big pharma. Die zien de importbeper-kingen voor hun producten in de Mercosur-landen graag verdwijnen,zeker in het licht van de beperkingen die tegenwoordig in Rusland, Chinaen de Verenigde Staten gelden. Overigens zijn dit grotendeels beper-kingen die de EU-landen zelf hebben gecreëerd door hun buitenlandpo-litiek.De voordelen van Mercosur voor het Nederlandse bedrijfsleven zijnbescheiden en gelden vooral voor de grote, eerdergenoemde sectorenwaarin vooral multinationals actief zijn, ook Nederlandse. Voor hetNederlandse bedrijfsleven heeft het EU-Mercosur-verdrag verder vooralnadelen, met name voor de landbouwsector. In Nederland wordt delandbouw steeds meer gekneveld door vergaande regelgeving, onderandere waar het gewasbescherming, groen- en natuuroverwegingen,energiekosten en stikstofregels betreft. Terecht bestaan er grote zorgenover de onbelemmerde markttoegang van landbouwproducten uitMercosur-landen, waar deze verstikkende en kostenverhogende omstan-digheden niet of veel minder gelden. Dat is oneerlijke concurrentie.Bij de laatste wijzigingen en aanvullingen in het Mercosur-dossier is veelwerk gemaakt van het trachten te mitigeren van de nadelen. Dat zijn voorNederland verbeteringen. Zo worden voor zogenaamde sensitieveimportproducten, rund- en pluimveevlees, quota ingesteld en worden erin Europees verband vrijwaringsmaatregelen mogelijk gemaakt die zienop eventuele marktverstoring. Er worden bovendien een rebalancingme-chanisme en een geschillenbeslechtingsprocedure ingesteld. Verderworden er flankerende maatregelen ingesteld die ervoor moeten zorgendat de landbouwsector in de Mercosur-landen zo veel mogelijk aandezelfde beknellende regels moet voldoen als de boeren in Europa, dusbeperking van gewasbeschermingsmiddelen, rekening houden met hetParijsakkoord enzovoorts. Dat is naar onze mening een moeizame enbovendien ongewenste insteek. Veel liever zien wij een verruiming van demogelijkheden hier te lande. Al met al kan Forum voor Democratie ditgewijzigde Mercosur-verdrag niet steunen. Voor de EU als geheel is hetwellicht gunstig, maar voor Nederland is dat het naar onze overtuigingniet.Hier raken we aan een algemeen punt. Het directe Nederlandse belanglijkt steeds minder een dominante rol te spelen in ons buitenlandbeleid.Het heeft er de schijn van dat wij ons voornamelijk richten op het behagenvan de internationale samenwerkingsverbanden waarin wij verkeren,zoals de EU en de NAVO. Behalve EU-Mercosur noemde ik al onze reflexnaar China, die gelukkig herroepen is, en ons vooroplopen in sancties enboycotten tegen Rusland. Dat zijn allemaal beleidsrichtingen die we lijkente volgen uit blinde loyaliteit, maar die het directe Nederlandse belangschaden. Het wordt hoog tijd om tot fundamenteel andere afwegingen tekomen, waarin wat onmiskenbaar goed is voor Nederland weer vooropkomt te staan. Hoe denkt de Staatssecretaris hierover?Dank u wel.De voorzitter:Ik zie geen interrupties, dus dan geef ik graag het woord aan de heerCeder.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Het Europees Parlement heeft ingestemd metverdere afzwakking van de zogeheten «antiwegkijkwet», de CSDDD. Onderhet mom van het verminderen van regeldruk zwakt Europa zijnverplichting af om mensenrechtenschendingen en milieuschade tegen tegaan, terwijl dat juist een van de doelstellingen is die de afgelopen jarenzijn uitgesproken. De Raad, de Commissie en het parlement gaan nuverder onderhandelen. Hoeveel regeldruk wordt er nu met alle afzwak-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329925 kingen van de CSDDD daadwerkelijk bespaard, vraag ik. En hoe zekerkunnen consumenten er straks van zijn dat hun producten niet gemaaktzijn met kinderarbeid of moderne slavernij, of dat er milieuschade heeftplaatsgevonden?Voorzitter. Er moet mij toch iets van het hart. Het is toch zo dat hetmerendeel van de regeldruk in de CSRD zit en niet in de CSDDD? Hetargument «regeldruk» om de CSDDD-doelstellingen af te zwakken is tocheen onterechte, en misschien ook wel een slappe smoes die burgers quainformatievoorziening op het verkeerde been zet, vraag ik aan deStaatssecretaris.In Nederland is er al aangenomen wetgeving op specifiek kinderarbeid. Alin 2019 heeft de Eerste Kamer immers voor de Wet zorgplicht kinder-arbeid, de Wzk, gestemd. Deze wet ziet dus niet op due diligence in hetalgemeen, maar specifiek op het punt van kinderarbeid. Op dat punt is dewet op meerdere punten ambitieuzer dan de huidige CSDDD. Dat geeft tedenken. De regering draalt echter maar en heeft de Wzk nog niet inwerking laten treden, ondanks de parlementaire uitspraken en besluit-vorming. Lagere regelgeving is nog niet uitgewerkt. De CSDDD moet erniet voor zorgen dat deze al aangenomen wetgeving straks wordtafgezwakt. Dat moeten we toch niet willen? Kan de Staatssecretarisdaarom toezeggen dat de implementatiewet van de CSDDD op het gebiedvan tegengaan van kinderarbeid zo veel mogelijk in lijn wordt gebrachtmet de Wzk, of kan zij anders toezeggen om zo snel mogelijk te beginnenmet het uitwerken van de lagere regelgeving, zodat de Wzk snel inwerking kan treden? Ik overweeg hierover een motie in te dienen.Dan ten aanzien van Mercosur. We hebben het debat net gevoerd, ookmet andere Kamerleden. Eindelijk spreken we over de kabinetsappreciatievan Mercosur. Nadat er meerdere moties zijn weggestemd, gloort er voorhet kabinet nu hoop. In de Kamer lijkt er de krapst mogelijke meerderheidvoor Mercosur te zijn. De ChristenUnie blijft nog steeds kritisch vanwegede mogelijk negatieve impact op niet alleen boeren, maar ook op mens,dier en milieu. Ook voor zeker een deel van landbouwsector, zoals derundvee- en pluimveesector, lijkt dit akkoord geen goed nieuws te zijn.Klopt het dat in Mercosur op het gebied van milieu, dierenwelzijn enarbeidsomstandigheden niet de eisen worden gesteld zoals die in de EUgelden? Betekent dat niet dat er sprake blijft van een ongelijk speelveld endat het akkoord daarmee nog steeds geen goed nieuws is voorwerknemers in de Zuid-Amerikaanse landen en voor dierenwelzijn enmilieu? Ik lees in de kabinetsappreciatie geen harde afspraken op dit punt,dus ik wil graag een reactie. Klopt het dat het akkoord geen afsprakenbevat om naleving van arbeidsrechten af te dwingen? Vindt de Staatsse-cretaris niet dat dit een essentieel onderdeel moet zijn van elk handels-verdrag dat de EU sluit, dus ook met Zuid-Amerika? Klopt het dat onderMercosur vanuit de EU tegen lagere tarieven bestrijdingsmiddelen naarMercosur-landen mogen worden geëxporteerd die in de EU al uitgefa-seerd of verboden zijn en dat die middelen zo indirect in ons voedselterecht kunnen komen? Het lijkt me niet wenselijk, zowel voor landbouwen milieu als voor de volksgezondheid van de Europese dan wel Neder-landse burgers. Graag een reactie.Wat betekent het rebalancing mechanism nu concreet? Betekent dit dat deEU wordt beperkt in het nemen van maatregelen die mensen beterbeschermen, als die maatregelen negatieve gevolgen zouden hebbenvoor de landen in Zuid-Amerika? Dit lijkt me niet de bedoeling.Voorzitter. Ik ben al met al niet ongevoelig voor het argument van bredeeconomische samenwerking en strategisch partnerschap, juist ook in hethuidige geopolitieke tijdsgewricht. De berekende groei van onzeeconomie door Mercosur lijkt me wel op zijn zachtst gezegd mager,namelijk 0,02% erbij en wat betreft de handel een groei van 0,05%. Is diekleine economische groei nu alle nadelen waard? In hoeverre gaat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329926 bedrag dan daadwerkelijk bijdragen aan een weerbaardere economie enhandel?Voorzitter. Over de laatste vraag ging het al in het interruptiedebat dat ikhad met de heer Bamenga. Ik heb een reactie gehad op mijn eerderevraag over ons handelsstandpunt ten aanzien van de situatie in deWestelijke Sahara. Daarbij hebben we namelijk een EU-etiketteringsbeleid,maar de afgelopen twee jaar hebben we nationale maatregelenafgekondigd tegen de Westbank, waar een politieke meerderheid voorwas. Dat zorgt nu voor een ander speelveld in hoe wij in EU-verband naarde situatie in de Westelijke Sahara en Marokko kijken. Ik wil voorkomendat wij vanuit nationale wetgeving discriminatoir beleid gaan uitvoeren.Daarom heb ik antwoord gevraagd aan de premier. Die heeft eenKamerbrief gestuurd waarin hij eigenlijk uitlegt wat het Hof van Justitievorig jaar heeft besloten, maar dat is niet het nationale standpunt, ookniet in het licht van de aangenomen moties. Mijn vraag is of de Staatsse-cretaris dit zou willen verduidelijken.Dank u wel.De voorzitter:Ik zie een interruptie van mevrouw Van Ark.Mevrouw Van Ark (CDA):Ik heb een vraag. In het huidige handelsverdrag staan mooie afspraken alshet gaat om duurzaamheid. Ik bedoel het Mercosur-verdrag. Het kan zozijn dat het in handelsverdragen helpt om afspraken, zoals overILO-verdragen, standaard in landen die onder zo’n handelsverdrag vallenomhoog te brengen. Hoe kijkt de ChristenUnie daartegen aan? Ziet deChristenUnie ook dat dit in die zin ook heel positief kan uitwerken voorlanden waar de standaarden misschien nog wat minder hoog zijn dan wijgewend zijn?De heer Ceder (ChristenUnie):Dat is waar, maar volgens mij krijg je het verhaal niet rond. Ik heb het netaangegeven. Ik noem als voorbeeld dat tegen lagere tarieven bestrijdings-middelen mogen worden geëxporteerd naar Mercosur-landen en dat wijhen onder het mom van een akkoord helpen om de standaarden teverhogen, maar dat we tegelijkertijd de bestrijdingsmiddelen die we hierniet willen voor onze mensen, kennelijk voor die mensen daar welacceptabel vinden. Omdat we in een wereldwijde economie leven, komendie producten, die bestrijdingsmiddelen, onvermijdelijk weer terug in ónzevoedselketen. Dan lijkt het mij logisch, dan wel verstandig, om dit aan devoorkant te regelen. Daarom heeft de ChristenUnie gezegd: wij zijn niettegen handelsverdragen en wij zijn ook niet per se, inherent, tegenMercosur. Alleen, wij vragen al jaren om dit aan de voorkant te regelenvoordat je een akkoord met elkaar sluit. Als je een akkoord hebt, dan is jespeelruimte om daarbinnen nog te bewegen vrij beperkt; denk aan hetassociatieverdrag met Israël, waar we het de afgelopen twee jaar elkeweek met elkaar over gehad hebben, of aan CETA. Dus onderhandel ditliever aan de voorkant uit en neem maar wat meer tijd dan dat je iets metelkaar afsluit, hoopt dat het goed gaat en eigenlijk over een paar jaar moetconcluderen dat je schade brengt aan de mensen daar en vanwege decirculaire economie aan mens en milieu hier. Dan zeg je eigenlijk: wijhebben onze bevoegdheden overgeheveld en zijn als nationaal parlementniet meer in staat om iets te betekenen voor onze Nederlandse burgers.De voorzitter:Dan zie ik geen andere interrupties. Ik geef het voorzitterschap graag evenaan mevrouw Teunissen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329927 Voorzitter: TeunissenDe voorzitter:Dan geef ik het woord aan mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Handel wordt in deze onrustige wereld steedspolitieker. Nederland is voor een derde van onze economie afhankelijk vanhandel. Via handel is onze impact op natuur, mensenrechten en klimaatwereldwijd ook groot. Zo laat recent onderzoek zien dat Nederland nogsteeds de ontbossingskampioen van Europa is. Dat is volgens mij al eenflinke tijd zo. De visie van mijn fractie op handel is duidelijk: groen enrood. We staan voor moderne, eenentwintigste-eeuwse en gelijkwaardigehandelsrelaties die gericht zijn op de toekomst. We geloven dat bouwenaan een sterke en onafhankelijke economie hand in hand moet gaan metgoed zorgen voor mens en milieu. Nog te vaak zien we het tegenoverge-stelde: schade aan de natuur en uitbuiting van mensen als verdienmodel.Er valt veel te bespreken vandaag, maar laat ik beginnen met de positievekabinetsappreciatie op het Mercosur-verdrag, waarover we het eigenlijk alde hele middag hebben.Ik heb allereerst een procesvraag. De beslisnota was van 19 september. Indie beslisnota wordt gerept over opmerkingen die op 20 oktober gemaaktzijn. Dat is allemaal nog voor de verkiezingen. Uiteindelijk hebben we deKamerbrief ruim na de verkiezingen gekregen. Ik zou graag de tussenlig-gende beslisnota’s van de Minister ontvangen, want ik ben toch benieuwdhoe dit nou zo gelopen is.Mijn fractie heeft, samen met wetenschappers, juristen, vakbonden enmilieuorganisaties aan beide kanten van de oceaan, grote zorgen over deversie van het Mercosur-verdrag die nu voorligt. In september zijn dezezorgen ook door experts tijdens een rondetafelgesprek naar vorengebracht. Onze fractie is voor het verdiepen van de handelsrelaties metMercosur-landen. Uit de kabinetsappreciatie blijkt echter dat het verdragzelf geen afdwingbare en handhaafbare standaarden toevoegt op hetgebied van arbeidsrechten, mensenrechten, ontbossing en klimaat. Erwordt vooral hoop gevestigd op bestaande afspraken, maar ondertussenworden die bestaande en geplande afspraken vakkundig om zeepgeholpen. De anti-wegkijkwet, de CSDDD, gemaakt nadat 1.000 Bengaalsetextielarbeiders om het leven kwamen, is net uitgekleed in Europa. Ditwetgevingsproces van jaren onderhandelen is nu in een kwestie vanmaanden door de versnipperaar gehaald. Welke handhavingsmecha-nismen zijn er met een afgezwakte CSDDD om ervoor te zorgen dat dewaardeketens tussen de EU en Mercosur in lijn zijn met deOESO-richtlijnen?Met de ontbossingswet dreigt eigenlijk hetzelfde te gebeuren: uitstel enafzwakking. Wat is nu eigenlijk de Nederlandse inzet op de ontbos-singswet? Is de Minister het met mij eens dat verdere afzwakking enuitstel niet wenselijk is, niet voor Nederlandse bedrijven en zeker niet voorde bossen en het klimaat? Hoe kijkt ze naar het voorstel van Duitsland datwel verdere afzwakking betekent?Ondertussen vormt het rebalancing mechanism binnen Mercosur eenobstakel voor verdere wetgeving om natuur, werknemers en mensen-rechten steviger te beschermen. Deze wetten krijgen bijna letterlijk eenprijskaartje. Hoe kijkt de Staatssecretaris tegen dit risico aan? Waarom iser geen impactassessment gedaan op wat de gevolgen van Mercosur zijnvoor natuur, gezondheid en klimaat? Want er is eigenlijk louter naareconomische impact gekeken.Het kabinet schrijft zeer positief over het feit dat het klimaatverdrag vanParijs een essentieel element van het Mercosur-verdrag is geworden,maar op welke manier wordt de klimaatimpact van de handelsketens noggemonitord nu de klimaatplannen uit de CSDDD zijn gesloopt? Welke gripTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329928 hebben we daarop? Is het klimaatverdrag van Parijs ook een essentieelelement in andere handelsrelaties, wat het kabinet betreft? Kennelijk is ditbij Mercosur heel belangrijk. Geldt dit dan voor al onze handelsrelaties? Isdat dan ook iets wat het kabinet zal uitdragen in de handelsrelaties met deVerenigde Staten?Voorzitter. Wereldwijd worden mensen geraakt door Nederlandshandelen. Om misstanden in ons handelsbeleid recht te zetten, is hetbelangrijk dat deze mensen die geraakt worden ook aan tafel zitten. Daarinspelen maatschappelijke organisaties een cruciale rol. Zij brengen destemmen van mensen die elders ter wereld door Nederlands beleidgeraakt worden naar de Nederlandse beleidstafels. Vorige kabinettensteunden maatschappelijke organisaties altijd hierbij, zodat in onzedemocratie verschillende geluiden te horen zijn. Maar dit kabinet stoptdaarmee. Zo krijgt het geluid van de sterkste met de diepste zakken nogmeer ruimte.Om deze steun toch voort te zetten, nam de Kamer de motie van mijnvoorganger, Daniëlle Hirsch, aan. Maar die voert het kabinet niet uit, zoblijkt nu. Dat lezen wij in de beantwoording van de vragen bij de begro-tingsbehandeling. Ik vind dat nogal wat: een demissionair kabinet datweigert om een aangenomen motie uit te voeren en dat ons hierover ooknog tussen neus en lippen door informeert. Ik hoor heel graag een reactievan de Minister hierop.Voorzitter. Ik rond af. Handelsbeleid is cruciaal voor onze economie enbedrijven, voor het beschermen van natuur, mensenrechten engezondheid wereldwijd en voor het halen van de klimaatdoelen. Datvraagt dat we niet alleen vanuit het hier en nu handelen, maar ook vanuitde blik op later en elders.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Kröger. Dan zie ik verder geen interrupties. Dandraag ik het voorzitterschap weer aan u over.Voorzitter: KrögerDe voorzitter:Dank u wel, mevrouw Teunissen. Dan gaan wij schorsen. Ik kijk even naarde Staatssecretaris.Staatssecretaris De Vries:25 minuutjes, denk ik.De voorzitter:Dan starten wij weer om 17.05 uur. Dank u wel.De vergadering wordt van 16.41 uur tot 17.08 uur geschorst.De voorzitter:Ik stel voor dat we snel van start gaan. Ik zou aan de leden willenvoorstellen om wederom vier interrupties te doen, en dan echt korte,zodat we op tijd kunnen afronden. Ik geef graag het woord aan deStaatssecretaris.Staatssecretaris De Vries:Dank u wel, voorzitter. Ook dank voor de inbreng van de leden. Het isaltijd mooi om de nieuwe commissie te zien. Ik heb nog niet met iedereenpersoonlijk kennis kunnen maken, maar dat gaat zeker nog gebeuren. Inieder geval wens ik alle nieuwe leden, mevrouw Van Ark en de heerHoogeveen, heel veel succes. Ik wens de nieuwe mensen op de onder-werpen, zoals de heer Markuszower, natuurlijk ook heel veel succes. Het iseen boeiend onderwerp en er gebeurt heel veel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329929 In zijn algemeenheid zeg ik heel kort even het volgende. Op dit momentgebeurt er natuurlijk heel veel op het terrein van de handel. Er spelen heelveel zaken. We zien het natuurlijk met de Verenigde Staten en met China.We zien de geopolitieke situatie en die zet alles wel in een bepaaldperspectief. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we het Nederlandsbelang altijd als uitgangspunt kiezen. Ik kijk even naar de heer Dekker,want bijna zijn hele verhaal was daarop gebouwd. Dat is de toetssteenvan heel veel zaken waarmee we werken in deze portefeuille. Dat betekentniet dat we niet soms in een groter perspectief weleens concessies aandingen moeten doen, maar daar kom ik later nog wel eventjes op terug alswe het hebben over de handelsverdragen.Ik heb geprobeerd om een indeling te maken, voorzitter. Ik moet heeleerlijk zeggen dat het af en toe wel een beetje zoeken was. Ik heb ze nuook nog op de verkeerde volgorde liggen. Ik begin zo met Mercosur. Danzal ik een algemeen deel doen. Dan doe ik een stukje landbouw en eenstukje duurzaamheid. Daarna doe ik VS, China, grondstoffen, CSDDD enhet allerberoemdste blokje: overig.De handelsverdragen. Er is natuurlijk al 25 jaar onderhandeld over hetMercosur-verdrag. Daar is hier ook vaak over gesproken en er zijn ookheel veel moties over aangenomen. Daar kom ik zo nog wel uitgebreiderop terug, naar aanleiding van een aantal vragen van de Kamer hierover. Ikdenk dat er in de kabinetsappreciatie niet alleen gekeken is naar devoordelen, maar ook wel degelijk naar de nadelen. Het is nooit zo dat eenhandelsverdrag alleen maar voordelen heeft. Er zitten altijd winnaars enverliezers in. Daarbij is, ook in de afgelopen periode, wel geprobeerd omde effecten zo veel mogelijk te mitigeren en te kijken wat we kunnen doenvoor de landbouw en wat er extra mogelijk is op de punten vanduurzaamheid. Je kunt heel erg naar dit handelsverdrag kijken, maar ikdenk dat het wel belangrijk is om te kijken naar het bredere perspectiefvan alle handelsverdragen, omdat daar de verhoudingen voor sectoren ende voor- en nadelen voor sectoren soms net anders zijn. Vooropstaat datNederland een handelsland is en dat wij ongeveer een derde van allebanen te danken hebben aan die handel. Daarom denk ik dat hetbelangrijk is dat Nederland, ook binnen de Europese Unie, kijkt naar water mogelijk is op het gebied van handel. Maar nogmaals, het zijn nietalleen maar voordelen. Er zitten soms ook best nadelen in. Je kan ook nietalles allemaal even gelijktrekken. Ik kom daar zo bij een aantal punten nogwel op terug.Dan een aantal algemene zaken. De heer Bamenga, maar ook een paarandere collega’s, waren enthousiast over het kunnen instemmen metMercosur. Daartegenover staat dat er ook een aantal partijen waren diedaar nog steeds mordicus tegen zijn. De heer Bamenga vroeg heelspecifiek of er nog weerstand bij andere lidstaten is. We zien dat dingenbewegen, ook naar aanleiding van de aanvullende maatregelen die deEuropese Commissie heeft gepresenteerd voor de landbouw. We merkennog steeds dat een aantal lidstaten kritisch zijn, waaronder Frankrijk enPolen. Van Oostenrijk is bekend dat het negatief is en dat het een bindendkabinetsbesluit heeft genomen ten aanzien van Mercosur. Maar je ziet ookdat er soms nog wel wat beweging is en dat niet alles al helemaalvaststaat. Wij zijn als Nederland gewend om al heel vroeg ons standpuntkenbaar te maken. Dat is bij andere landen wat minder gebruikelijk.Misschien heeft de positieve positie van Nederland een signaalwerking.Maar goed, dat weet je ook nooit. Landen bepalen uiteindelijk zelf wat zedaarover gaan besluiten.Mevrouw Van Ark van het CDA vroeg naar de evaluatie drie jaar nainwerkingtreding en of daarin alleen gekeken wordt naar de aanbeve-lingen van actoren uit het maatschappelijk middenveld en dan alleen naarde samenwerking. Dat is niet de bedoeling. Er wordt gekeken naar alleelementen van het akkoord. Daarbij wordt natuurlijk wel rekeninggehouden met de aanbevelingen van het maatschappelijk middenveld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329930 De heer Ceder vroeg zich af wat de voordelen nou eigenlijk zijn. Ik denkdat er in de kabinetsappreciatie een aantal voordelen neergezet is. Daarzijn ook wel de nadelen neergezet; dat is natuurlijk ook een feit. Allesafwegende heeft het kabinet het standpunt ingenomen dat er meervoordelen zijn dan nadelen. Het draagt ook echt bij aan de geopolitiekecontext en de diversificatie van markten, maar ook aan het weerbaarkunnen maken van de economie en de handel. Ik kom straks nog weleventjes op de landbouwelementen. De diversificatie en betere toegangtot markten zijn voor het kabinet heel belangrijk geweest om tot ditoordeel te komen.In het verlengde daarvan: er is vrij veel aandacht gevraagd voor dekritieke grondstoffen. Die zijn in het kader van de geopolitieke ontwikke-lingen natuurlijk belangrijk. We willen niet alleen maar afhankelijk zijn vanenkele landen, die misschien ook niet altijd even vast zijn in hoe zedaarmee omgaan. We zijn dus zeker ook in het handelsbeleid aan hetkijken welke landen daar nog meer een bijdrage aan kunnen leveren.Daarom is ook in Mercosur iets opgenomen over de levering van kritiekegrondstoffen. Het betekent betere toegang door het verlagen van tarieven,het verminderen van technische handelsbelemmeringen, het beperkenvan de exportrestricties en het verbod op minimumprijzen. Ook is eraandacht voor exportmonopolies en exportheffingen. Ik denk dat dat ookheel belangrijk is voor de toekomst, gelet op de geopolitieke situatie.De heer Hoogeveen vroeg nog heel specifiek naar de georganiseerdemisdaad. Daar wordt bij handelsverdragen misschien niet vaak overgesproken, maar het is wel degelijk ook een belangrijk onderdeel bij hetverdrag met de Mercosur-landen. Ik denk dat deze passage in de contextvan het Mercosur-verdrag gezien moet worden. Er wordt door het kabinetin totaliteit naar gekeken. Het gaat bijvoorbeeld om de drugshandel metZuid-Amerika. Daar is dit een onderdeel van. Maar ik denk dat er ook nogeen aantal andere belangrijke zaken zijn. Ik noem bijvoorbeeld dedouaneverdragen, maar ook de Douane-attachés die in Zuid-Amerikaanselanden op de ambassades actief zijn om gegevensuitwisseling te doen.Wij vinden het een belangrijk onderdeel, omdat we zien dat heel veeldrugs via die kant naar Europa komen. Het is dus belangrijk dat we daaropblijven inzetten, bijvoorbeeld door de samenwerking met Brazilië. Ik beneerder verantwoordelijk geweest voor de Douane. Ik heb zelf nogafspraken gemaakt over het uitwisselen van scanbeelden van containers,maar ook over bijvoorbeeld het plaatsen van Douane-attachés op deambassades van Peru, Panama en Suriname.De heer Markuszower van de PVV was redelijk stevig in zijn commentaar.Het kabinet heeft gekeken naar wat er nu ligt. Er zijn naar aanleiding vande eerdere discussies veranderingen en aanvullingen geweest op hetoorspronkelijke Mercosur-verdrag betreffende de landbouw. Misschienspreekt het de heer Markuszower wat minder aan, maar dat geldt ookvoor de duurzaamheid, gelet op de opmerkingen die zijn gemaakt.Uiteindelijk is dan wel de vraag: «Hoe kijk je naar het totale pakket? Hoeweeg je dat?» Ik denk dat het belangrijk is dat het kabinet daar eenvoorstel voor doet en zegt: dit is ons oordeel erover. Maar het is uitein-delijk aan de Tweede Kamer om te zeggen of zij het ermee eens is of niet.Er is wel degelijk rekening gehouden met alle moties. De commentarendie gegeven zijn, zijn ook heel goed duidelijk gemaakt bij de EuropeseCommissie. Dat geldt overigens ook voor het splitsen van het verdrag.Maar dit is nu wel het pakket dat er ligt. Daar kun je blij mee zijn of niet,maar hier moet je een oordeel over geven. Dat heeft het kabinet gedaan.Het is nu aan de Tweede Kamer om haar oordeel daarover te geven.Dan mevrouw Kröger over de beslisnota. Excuus, ik zie dat de heerMarkuszower een interruptie heeft.De heer Markuszower (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329931 Dank u wel voor het antwoord, maar ik had ook een soort principieel punt.Ik vroeg namelijk of een demissionair kabinet dat op zo weinig zetels in deTweede Kamer leunt, in deze fase zo’n groot besluit moet nemen, wetendedat er al zo veel moties van de Kamer liggen die zeggen: doe dit nou niet.Dat zeg ik ook in het licht van de nieuwe berichten. Vandaag – het is aleerder genoemd, ik dacht door de heer Ceder – was er bijvoorbeeld hetbericht dat Frankrijk nog steeds grote moeite heeft met het verdrag zoalshet voorligt. Ik las net ook iets over Ierland, zeg ik uit mijn hoofd. Het isniet zo dat alle landen onverdeeld happy zijn met dit verdrag. De Kamerheeft in het verleden ook gezegd: niet doen. Ik wil dus graag een soortreflectie van de Staatssecretaris op dat punt. Wat vindt de Staatssecre-taris? Moet of kan er met een demissionaire status zo’n groot besluitworden genomen?Staatssecretaris De Vries:Ik begrijp heel goed wat de heer Markuszower zegt. Met een demissio-naire status zou je je toch een beetje tot «going concern» moetenbeperken. Er is wel al in het begin gezegd dat de zaken internationaal ookgewoon doorlopen. Dat geeft ook wel een verantwoordelijkheid aan eendemissionair kabinet, wat mij betreft. Je kan niet zeggen: nu ga ik maarachteroverzitten en niks meer doen. De internationale zaken bij deEuropese Raden en de Europese besluitvorming, maar ook zaken bij eenG20 of de Wereldbank lopen gewoon door. Daar moet je een mening overhebben. Je moet voor of tegen voorstellen zijn of je moet je onthouden. Indat licht moet je dit, denk ik, ook zien. Ik denk dat het uiteindelijk aan eenKamer is. U zegt: er zijn heel veel moties aangenomen. Dat klopt. Er zijninderdaad heel veel moties tegen Mercosur aangenomen. Ik wil iedereenwel vragen om objectief te kijken naar wat er na die moties nog aangevuldis bij dit verdrag. Ik hoop ook dat iedereen dat doet. Er is ook door deEuropese Commissie, onder druk van landen als Frankrijk, echt welgekeken naar wat er gedaan kan worden voor de landbouwsector en deduurzaamheid, en hoe dat beter verankerd kan worden. Uiteindelijk is erdan een totaalplaatje waar je een oordeel over moet hebben. Over datlaatste totaalplaatje moet de Tweede Kamer haar mening opmaken, omvervolgens via een motie al dan niet een wijziging in het kabinets-standpunt teweeg te brengen.De heer Markuszower (PVV):We lezen inderdaad in de media dat Frankrijk heeft geageerd tegen datlandbouwgedeelte en dat het ook andere bezwaren heeft. De Staatssecre-taris zegt dat nu ook zelf. Deze Kamer was kritisch. De vraag is dan: is hetkabinet met die kritiek van onze Tweede Kamer dan ook de boeropgegaan? We zien wel in de media dat Frankrijk heel erg heeft geageerd,maar ik kan nergens lezen wat de Nederlandse opstelling was in al deachterkamertjes tijdens de vooroverleggen. Heeft Nederland wel genoegdruk gezet? Heeft Nederland meegeholpen met een beter akkoord? Of wasNederland juist wel de leanback – ik gebruik de woorden van de Staatsse-cretaris – en heeft Nederland het werk aan Frankrijk overgelaten? Metandere woorden: wat heeft het kabinet precies gedaan met de kritischemoties van de Tweede Kamer?Staatssecretaris De Vries:Er wordt al 25 jaar over gesproken. In die tussenperiode is ook altijd metuw Kamer gecommuniceerd wat er meegenomen is en wat er overge-bracht is in de geannoteerde agenda’s voor de verschillende raden, maarook de Europese Raden bijvoorbeeld. De volgende punten zijn heelnadrukkelijk naar voren gekomen: duurzaamheid, landbouw, maar ookeen gesplitst verdrag. Die elementen zijn ook aangekaart door de regeringbij de Europese Commissie. Als er een heel uitgesproken standpunt vanuiteen Tweede Kamer ligt, is er wel wat minder de neiging om ernaar teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329932 luisteren in een onderhandeling. Dat maakt het soms wel iets moeilijker.Daar ben ik wel eerlijk in. Zo’n kritisch geluid maakt de onderhandelingenwel wat ingewikkelder. Het is wel anders als je bijvoorbeeld zegt: als wedie en die punten binnen kunnen halen, dan zouden we ermee kunnenleven en het verdrag kunnen accepteren. Het heeft ook wel invloed op jeonderhandelingspositie.De voorzitter:De laatste interruptie op dit punt van de heer Markuszower.De heer Markuszower (PVV):Ik wil het goed begrijpen. Heeft Nederland die harde opstelling meege-nomen naar de kamertjes in Brussel en naar die raden, of zegt deStaatssecretaris nu dat de opstelling van de Tweede Kamer zo hard wasdat ze dat maar niet zo een-op-een door heeft gegeven, omdat datschadelijk zou zijn geweest voor onze onderhandelingspositie?Staatssecretaris De Vries:Nee hoor, wij hebben die kritische houding altijd gecommuniceerd. Wehebben altijd gecommuniceerd hoe de Tweede Kamer erin stond. Wehebben ook verteld dat de bezwaren aan de ene kant van de Kamer lagenbij de landbouw en aan de andere kant van de Kamer bij deduurzaamheid, de ontbossing en dat soort zaken. Daar zijn ook welstappen op gezet. Dat kunt u ook zien. Daar hebben ook andere landen bijgeholpen. Daar moeten we ook eerlijk over zijn. Landen als Frankrijk enItalië hebben ook heel erg hard geduwd op het landbouwgedeelte. Wat ernu ligt, is uiteindelijk het eindpakket. Daar moeten we dan nu een oordeelover hebben. Dat heeft het kabinet al gedaan. Het is nu aan de TweedeKamer om te bepalen wat haar standpunt daarover is. Ik hoop echtoprecht dat iedereen ook kijkt naar de aanpassingen die gedaan zijn enniet in de schuttersputjes waar men al in zat, blijft zitten en op die manierhet verdrag beoordeelt. Als je alles weegt, kan je natuurlijk ook komen toteen negatief oordeel. Dat snap ik ook.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik wil toch iets zeggen over de analyse die de Staatssecretaris maakt vanwat er gedaan is met de aangenomen moties van de Tweede Kamer. Ikheb dat goed gevolgd. Er is heel erg weinig mee gedaan. Ja, Nederlandheeft zich verzet tegen splitsing. Maar neem alle moties over hetMercosur-verdrag. De Kamer heeft de regering keer op keer opgedragenom zich actief te verzetten tegen een Mercosur-verdrag waar landbouw inzit. Ik heb op geen enkel moment gezien dat de Nederlandse regering zichactief heeft ingezet. Het was steeds achteroverleunen. Het was steeds: wewachten het volledige verdrag af; dan pas gaan we een oordeel vellen. Nuligt dat oordeel er en blijkt dat het oordeel totaal het tegenovergestelde isvan al die eerder aangenomen moties van de Kamer. Als de Staatssecre-taris zegt dat het niet verstandig was om de wens van de Kamer uit tevoeren, dan is mijn vraag: op welke manier is de houding van hetNederlandse kabinet dan gunstig geweest voor onze onderhandelingspo-sitie? Ik zie namelijk dat er sinds 2019 in de kern nog niks is veranderd aanhet verdrag. Nog steeds is het verdrag nadelig voor de rundvleessector ende kippenvleessector in Nederland. Wat heeft de Staatssecretaris bereiktdoor al die tijd maar achterover te leunen en de moties van de Kamer nietuit te voeren?Staatssecretaris De Vries:Ik vind het altijd mooi als mensen mij woorden in de mond leggen, maardat vind ik niet zo heel netjes. Ik heb niet gezegd dat de wens van deKamer onverstandig is. Dat zou ik nooit zeggen, want de wens van deKamer is de wens van de Kamer. Ik ben hier nu sinds 5 september meeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329933 actief, maar ik heb als voorzitter van deze commissie ook van een afstandkunnen volgen hoe de discussies hierover zijn gegaan en wat deinformatievoorziening hierover is geweest. Volgens mij heeft de TweedeKamer met alle geannoteerde agenda’s voor elke RBZ-Raad Handel envoor elke Europese Raad waar ook maar iets over Mercosur of dehandelsverdragen op de agenda staat, kunnen volgen wat het kabinetvoor inzet heeft gehad. Ze heeft in de verslagen kunnen lezen wat daaruitgekomen is en wat ermee gedaan is. Ik vind dat dus niet helemaal terecht.Ik begrijp dat de Partij voor de Dieren anders in de race zit. Dat kan. Maarer zijn wel degelijk stappen gezet op het gebied van de landbouw, maarook in het verankeren van de duurzaamheid. We hebben het verdrag vanParijs bijvoorbeeld. Het oordeel kan zijn dat dat onvoldoende is, maar jemoet het op een gegeven moment natuurlijk wel met 27 lidstaten en deMercosur-landen eens zijn over wat er wel en niet in moet. Dan heb je eeneindplaatje waar je het definitieve oordeel over moet vellen. Dat heeft hetkabinet gedaan. Dat is nu aan de Kamer.De voorzitter:Er is een vervolgvraag van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Met alle respect, dat was geen antwoord op mijn vraag. Nog even overhet standpunt van het kabinet. Ik ken de tekst bijna letterlijk uit mijn hoofd.Keer op keer heeft het kabinet «we nemen nog geen positie in» gezegd,terwijl de Kamer nadrukkelijk heeft verzocht: Nederland, verzet u in deEuropese Unie actief tegen een akkoord met landbouw erin. Het kabinetheeft het niet gedaan. Keer op keer heeft het gezegd: we wachten tot hetakkoord er ligt, tot de definitieve tekst er ligt, en dan zullen we een oordeelgeven. Nu zien we dat oordeel. Wat is het oordeel? Precies het tegenover-gestelde van wat de Kamer al die tijd heeft gewild. Dan is mijn vraagvervolgens: op welke manier heeft de positie van het kabinet nu in hetakkoord gunstig uitgepakt voor Nederland, voor de Nederlandse boeren,voor het klimaat, voor de natuur? Op welke manier is het achterover-leunen van het kabinet gunstig geweest en welke concrete resultatenkunnen we nu terugzien in het verdrag?Staatssecretaris De Vries:Ik neem echt afstand van «achteroverleunen». Het feit dat je nog geenuiteindelijk oordeel over het totaalpakket hebt, wil nog niet zeggen dat erniks gebeurd is. Er is wel degelijk continu gepleit voor splitsing van hetverdrag. Dat heeft u in de verschillende geannoteerde agenda’s, maar ookin de verslagen kunnen lezen. Op de kritiek wat betreft de landbouw kun jezeggen: het moet er helemaal uit. Nou, dat is niet gebeurd, maar er zijnwel degelijk stappen gezet met betrekking tot de gevolgen voor een deelvan de landbouwsector, die negatiever zijn dan bijvoorbeeld voor dezuivelsector, die wel voordeel heeft. Er is gekeken of je daar met dievrijwaringsmechanismes, maar ook met een aantal extra’s controles tochwel stappen zet. Hetzelfde geldt voor de duurzaamheid. U zegt: daar isniks op gebeurd. Daar zijn wel degelijk aanpassingen geweest. Dat kunt uals onvoldoende beoordelen; dat is uiteindelijk aan u. Ik ben er zelf nietelke keer bij geweest, maar er is ook in al die achterliggende periodes weldegelijk gesproken over hoe we dat toch beter kunnen verankeren in ditverdrag. Nou goed, het is nu uiteindelijk aan de Kamer om dat debeoordelen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Tot slot op dit punt. De Staatssecretaris noemt heel slim de enige motiedie wél is uitgevoerd door het kabinet, namelijk de motie die het kabinetverzoekt zich te verzetten tegen de splitsing van het verdrag. Dat is netjesgebeurd, maar ik had het dus over al die andere moties die vragen datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329934 Nederland zich actief verzet tegen het EU-Mercosur-verdrag. Dat is nietgebeurd. Daar worden we het kennelijk niet over eens.Ik heb nog een vraag over de ontbossing. De Staatssecretaris zegt net: opduurzaamheid hebben we wel degelijk dingen aangepast; het tegengaanvan ontbossing is wel degelijk hard afdwingbaar geworden. Mijn vraag ishoe dat controlemechanisme dan werkt. Er wordt namelijk meerrundvlees geïmporteerd naar Europa. Nu zien we al de schadelijkeeffecten van de rundvleesproductie in bijvoorbeeld Brazilië. Die gaat tenkoste van het Amazonewoud. Onder andere door de landbouw daarverdwijnt er elke minuut een half voetbalveld aan Amazonewoud. Nuwordt dat dus vermeerderd. De vraag is als volgt. Ik hoor steeds dat erwaarborgen in het verdrag zitten. Op welke manier is er nu dan eencontrolemechanisme opgesteld, zodat we echt kunnen controleren of ergeen sprake is van extra ontbossing?Staatssecretaris De Vries:Ik kom zo bij het kopje duurzaamheid. Ik wil dit er best nu bij pakken, maardan wordt het wel een beetje een hapsnapverhaal. Is het goed als ik daarstraks op terugkom? Ja, hoor ik. Dan neem ik het straks gewoon evenmee. Ik denk namelijk dat ik dan beter recht doe aan de vraag.Het algemene deel van Mercosur. Mevrouw Kröger had een vraag over debeslisnota. Daar staat 19 september op, begreep ik van de ambtenaren.Dat is de aanmaakdatum van het verhaal. Waarom is er dan nu pas eenkabinetsappreciatie? Wij hebben aangegeven – ikzelf vind het ookbelangrijk – dat we het vrijwaringsvoorstel waaraan gewerkt werd en datop 8 oktober is gepresenteerd, konden meenemen. U kan zich voorstellendat we ook in het kabinet nog wel de nodige discussies met elkaar hebbengehad over welk standpunt we gingen innemen en hoe we het moestenbeoordelen. Het is namelijk best een complex pakket in totaliteit. Zoals uook weet, verschillen de verschillende partijen in het kabinet ook nog welvan mening.De voorzitter:Ik zou heel graag het voorzitterschap heel even aan mevrouw Teunissenoverdoen om een punt van orde te maken.Voorzitter: TeunissenDe voorzitter:Zeker. Maakt u een punt van orde, mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Het punt van orde is een informatieverzoek. Er zijn kennelijk verschillendeversies van de beslisnota geweest. Er is de versie van 19 september.Vervolgens zijn er opmerkingen verwerkt die op 20 oktober zijn gemaakt.Uiteindelijk is het in de ministerraad van 14 november besproken. Ik zouheel graag die verschillende versies van de beslisnota willen ontvangen.Staatssecretaris De Vries:Voor zover ik heb kunnen zien, is er één beslisnota geweest.De voorzitter:Het is een ordevoorstel. Het gaat om informatie richting de Kamer.Misschien kan ik het voorstel doen dat de Staatssecretaris even goed gaatkijken of dit het enige is en daar per brief op terugkomt.Staatssecretaris De Vries:We kunnen dat ook in het verslag van de RBZ doen. Dat lijkt me misschienhet handigste.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329935 Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Er zijn overduidelijk verschillende versies van de beslisnota gemaakt. Er iseen versie op 19 september geweest, want dat is de datum waarop hij isaangemaakt, en er is uiteindelijk een versie geweest waarbij opmerkingenverwerkt zijn die op 20 oktober zijn gemaakt, want dat wordt in diebeslisnota genoemd. Ik zou dus graag de verschillende versies van debeslisnota ontvangen, zodat we zien hoe de discussie zich heeftontwikkeld.Staatssecretaris De Vries:Volgens mij worden ambtelijke concepten niet verstrekt. Maar ik kom ereven op terug in het verslag van de RBZ. Dat lijkt me het handigste. Ikheb... Nee, laat ik er nu dan niet meer over zeggen.Mevrouw Teunissen had een vraag gesteld, maar er waren volgens mijmeerdere partijen... Wie is nu de voorzitter?Voorzitter: KrögerDe voorzitter:Excuus, ik ben weer terug als voorzitter. De Staatssecretaris vervolgt haarbetoog.Staatssecretaris De Vries:Ik moet me daar ook helemaal niet mee bemoeien, excuus. MevrouwTeunissen had de volgende vraag. Volgens mij was het ook een vraag vanmevrouw Kröger en ik dacht van nog een paar Kamerleden. Ik geloof datook de heer Bamenga het vroeg. Hoe gaat het rebalanceringsmechanismeeigenlijk werken? Er wordt de indruk gewekt dat het invloed heeft op watwij hier aan wet- en regelgeving kunnen doen. Concreet betekent hetmechanisme het volgende. Wanneer een van de verdragspartijen eenmaatregel neemt die de voordelen onder het akkoord tenietdoet ofsubstantieel beperkt, wordt er via de geschillenregeling een gepasteoplossing gevonden. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hetopschorten van de afgesproken tarieven tot het niveau dat gelijkstaat aande weggevallen voordelen. De verdragspartij kan niet gedwongen wordenom de maatregel in te trekken. Het is uiteindelijk dus aan het land zelf omdie maatregel te nemen of niet. Ik ga ervan uit dat als het ingezet wordt,het land of de Europese Unie die maatregel gewoon neemt.Dan het verzoek van mevrouw Teunissen om zo snel mogelijk advies in tewinnen bij het Hof van Justitie van de EU over het herbalanceringsmecha-nisme – ik moet het goed zeggen – in relatie tot de verdragen en deautonomie van het EU-recht. Het kabinet ziet daar geen aanleiding voor.Dat komt ook omdat het mechanisme is gebaseerd op een soortgelijkWTO-mechanisme, van de Wereldhandelsorganisatie.De voorzitter:Ik zie dat mevrouw Teunissen een interruptie heeft.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dit is mijn laatste interruptie. Ik heb een analyse van juristen gelezen. Diezeggen: het is niet in lijn met de WTO, want de WTO hanteert veelbeperktere begrippen. Dit mechanisme is veel onduidelijker. Bij ditmechanisme wordt bijvoorbeeld gesproken over «measures» – dat kanzowel wetgeving als beleid in brede zin zijn – waartegen de Mercosur-landen een klacht kunnen indienen als die inderdaad worden ingevoerd.Dat is anders dan hoe de WTO-regels werken. Dat is precies waarom ik ditexpliciet vraag. Dit mechanisme is geen onderdeel geweest van hetimpactassessment dat in 2020 is gedaan voor het Mercosur-verdrag.Daarom denk ik dat deze vraag relevant is: is het kabinet bereid om daaralsnog advies over te vragen bij het Hof van Justitie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329936 Staatssecretaris De Vries:Ja, het klopt dat het geen kopie is van de WTO, maar het is er wel opgebaseerd. Ik zie geen aanleiding om het EU-Hof hiernaar te vragen.Vanwege een best wel hoge bewijslast is er nog geen jurisprudentie overeen soortgelijke WTO-procedure. Ik begreep dat het EP mogelijk wel eenadvies wil inwinnen, maar daarover moet nog een resolutie in stemmingworden gebracht. Wij volgen dat, maar ik ben niet van plan om als kabinetzelf een advies van het Hof van Justitie te gaan vragen.De voorzitter:De Staatssecretaris vervolgt haar betoog.Staatssecretaris De Vries:Dan kom ik bij de landbouw. Welke mogelijkheden heeft Nederland straksom vrijwaringsmaatregelen af te dwingen als blijkt dat de interne marktwordt overspoeld met goedkoop vlees? Dat was een vraag van de SGP enik meen ook van mevrouw Van der Plas. Allereerst zijn er natuurlijk striktequota afgesproken om te voorkomen dat de Europese markt wordtoverspoeld. Ik geloof dat de heer Hoogeveen de percentages daarvan alheeft aangegeven. De Commissie heeft gezegd dat ze die import ook goeden intensiever gaat monitoren. Nederland zal de Commissie daar ook aanhouden. Nederland kan de Commissie vragen om binnen één maand eenvrijwaringsonderzoek te starten naar de import van landbouwproductenuit Mercosur-landen. In het geval van gevoelige landbouwproducten eneen dreigende ernstige marktverstoring in een of meerdere lidstaten startde Commissie dan onmiddellijk met het onderzoek. Het onderzoek moetdan binnen zes maanden worden afgerond. In het geval van gevoeligelandbouwproducten moet dat binnen vier maanden gebeuren. DeCommissie kan binnen 21 dagen na de start van een onderzoekvoorlopige vrijwaringsmaatregelen nemen. Dat is de lijn.De heer Diederik van Dijk van de SGP gaf aan dat hij de bredere blik opstrategische autonomie miste en daarbij het belang van voedselzekerheid.Ik denk dat het voor de voedselzekerheid, en ook voor de strategischeautonomie, zeker van groot belang is dat we als Europa zelf voldoendekunnen produceren. Dit gebeurt onder meer in het kader van de openstrategische autonomie, waarbij ook de diversificatie van handelsstromen,bijvoorbeeld door het afsluiten van handelsverdragen, een rol speelt.Maar ik ben het zeker met de SGP eens dat voedselzekerheid behoort totde strategische autonomie van Nederland en Europa, en dat we er goedaan doen daar zelf in te kunnen voorzien. Tot nu toe zijn we, zeker alsNederland, natuurlijk een groot exporteur van voedsel. Ik denk ook dat datgoed is. Het zou ook goed zijn voor de toekomst als dat zo blijft.Dan een andere vraag van de SGP en ook van mevrouw Van der Plas vande BBB. Die gaat over de standaarden die zijn afgesproken. De productie-standaarden, inclusief voedselveiligheid, gaan niet naar beneden door dehandelsakkoorden, ook niet door het Mercosur-akkoord. Alle productendie de EU inkomen, moeten aan de veiligheidsstandaarden van de EUvoldoen. Nederland zet in de onderhandelingen over handelsverdragen inop zo hoog mogelijke productiestandaarden. Dat wil zeggen: breedgeldende afspraken voor arbeidsstandaarden, milieustandaarden enklimaat, die ook bindend zijn. Dat is de basis. Bij Mercosur hebben webijvoorbeeld ook speciale afspraken gemaakt over eieren in schaal. Ikdenk dat dat ook een belangrijke les is die we hebben geleerd van hetverdrag met Oekraïne, waarop natuurlijk veel commentaar is geweest. Ikdenk dat we moeten beseffen dat er ook zonder een akkoord natuurlijknog steeds import is vanuit de Mercosur-landen. Je hebt dan nog minderinstrumenten in handen om een aantal zaken aan te kunnen pakken.Dan mevrouw ...De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329937 Eén moment. Ik zie een interruptie van mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ja, dat klopt. Ik word er intussen wel een beetje moe van. Elke keer wordter gezegd: producten moeten voldoen aan de voedselveiligheidsstan-daarden die er in de EU zijn. Dat klopt, maar het punt is juist dat het gaatom de productiewijze. Dat is iets anders dan een productie-eis. Deproductiewijze is bijvoorbeeld – ik noem maar wat – de duur van eentransport van levende varkens, het gebruik van antibiotica, en welkeantibiotica dan, of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die hierniet mogen. Het klopt dat die residuen, zoals dat heet, moeten voldoenaan de Europese standaarden, maar ze mogen daar dan wel gebruiktworden. Dat is het hele punt. Ik ben hier al tien jaar mee bezig, ook alsagrarisch journalist. Elke keer weer hoor ik kabinetten zeggen: het voldoetgewoon aan de voedselveiligheidseisen. Maar dat is iets anders dan deproductiewijze. Ook de arbeidsomstandigheden en de arbeidskostenzorgen er gewoon voor dat er middelen worden gebruikt die hier nietmogen worden gebruikt. De arbeidskosten in die landen zijn veel lagerdan die van onze Europese boeren. Daardoor heb je gewoon geen gelijkspeelveld. Ik wil dus echt dat er een keer mee gestopt wordt iedereen eenbeetje zoiets voor te houden: nee joh, maak je geen zorgen; het voldoetallemaal aan de eisen. Daarom heb ik ook die antibioticaresistentie erinopgenomen en die plantziekten door overmatig gebruik van gewasbe-schermingsmiddelen. Daar zit gewoon resistentie op en dat brengen wenaar Europa toe! Hoe vinden we dat dan? Hoe kun je nou tegen deconsument in Europa zeggen: nee joh, dat stukje gezouten kipfilet of dieArgentijnse steak, waar de heer Hoogeveen zo gek op is, daar is helemaalniks mis mee, want het voldoet aan de eisen? Hoe kan dat? Hoe gaan wedat monitoren? Welke controles zitten daarop? Zijn er genoeg dieren-artsen in Brazilië die gaan controleren op dat middelengebruik? Daar gaathet om.De voorzitter:Mevrouw Van der Plas, omwille van de tijd vraag ik de Staatssecretarisom te reageren.Staatssecretaris De Vries:Die vragen waren ook nog gesteld, dus dat komt mooi uit. Dat hethelemaal gelijk is, ga ik niet zeggen. Ik denk dat je dan ook nooit weer eenhandelsverdrag kunt sluiten, want er zullen altijd verschillen zijn tussenlanden die bepaalde keuzes maken. Als het gaat om de productveiligheid,moet wat hier binnenkomt daar gewoon aan voldoen. We hebben er ookmet de Commissie nadere afspraken over gemaakt om te kijken of er meercontroles komen dan nu al het geval is. Er wordt nu ook al gecontroleerd,maar er wordt bekeken of er ook gecontroleerd gaat worden in deMercosur-landen zelf. Mevrouw Van der Plas heeft er helemaal gelijk indat er een verschil zit tussen productieveiligheid en productiewijze. Deheer Hoogeveen zei volgens mij ook wel terecht dat het klimaat daaranders is. De omstandigheden zijn anders. Daardoor heb je daar soms ookandere producten nodig om bepaalde zaken te doen. Ik denk dat een koehier anders in de wei loopt dan op de pampa’s van Argentinië. Daar zittendus verschillen in. Die ga je ook nooit helemaal wegnemen met eenhandelsverdrag. Er is geprobeerd om een aantal van die zaken toch wel teadresseren, bijvoorbeeld waar het gaat om die controles. Wij zullendaarbij ook echt de Europese Commissie goed volgen en monitoren, of zedaar een goede invulling aan gaan geven.Het punt dat mevrouw Van der Plas natuurlijk al langer maakt, is dat wijiets importeren wat hier zelf niet geproduceerd mag worden. Inmiddelsheeft de Europese Commissie daar zelf ook een stuk over gemaakt. Wezullen ook bekijken hoe we dat goed verder kunnen brengen, zodat weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329938 daar beter mee om kunnen gaan in de toekomst. Ik denk dat er echt weleen aantal elementen in dit verdrag zitten die het probleem adresseren. Erzijn ook een aantal extra controles afgesproken. Helemaal gelijk gaat hetniet worden. Dat ga ik hier ook niet zeggen, want dat zou ook niet eerlijkzijn richting mevrouw Van der Plas. Als dat wel gebeurd is, snap ik dat zedaar ook wel een beetje van baalt, of ziek van is. Hoe zei u het precies?Mevrouw Van der Plas (BBB):Brazilië is zo groot als de afstand van Tromsø in Noord-Noorwegen, bij deNoordpool, tot en met Algerije. Zo groot is Brazilië in de lengte, dus dediepte. Zo groot. En dan is er ook nog de grootte van oost naar west. Endan hebben we ook nog Uruguay, Paraguay en Argentinië. Hoe kunnenwij daar nu controleren? Hoe kunnen wij zeggen: nee, maar er komen welwat extra controles? Je hebt het over een megadeel van de wereld.Hoeveel controleurs zijn daar dan? Hoeveel dierenartsen zijn daar dan omte controleren op het middelengebruik? Welke eisen gaan wij van deEuropese Commissie vragen? Wij willen daar gewoon duidelijkheid over.Je kunt het niet aan mensen in Nederland voorstellen als: nee joh, maak jegeen zorgen; er komen controleurs en dierenartsen. Beeld je even in hoegroot die landen zijn. Ik wil dus duidelijkheid. Ik wil ook dat het voor deconsument duidelijk wordt. Die garantie kan de Staatssecretaris namelijkgewoon niet geven, en de Europese Commissie evenmin. Zij kunnen nietde garantie geven dat hier geen voedsel binnenkomt met resistentebacteriën. Dat is gewoon onmogelijk en ik vind dat de consument datmoet weten: als u dit koopt ... Sorry, voorzitter, maar ik wil daar nog evenéén ding bij zeggen. Heel veel producten ...De voorzitter:Nou, mevrouw Van der Plas, we zitten echt krap in de tijd, dus misschienkunt u uw vraag stellen.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ja, maar dit is wel een belangrijke. Kippenvlees komt niet binnen als eenvers kipfiletje met een herkomstaanduiding, zo van: u eet vlees uit Brazilië.Nee, dat zit in de nasi, in de bami en in de kipsalades. Dat is niet tetraceren. Ik maak me daar gewoon zorgen over en ik wil daar toch watmeer duidelijkheid over van de Staatssecretaris.Staatssecretaris De Vries:Ik snap de zorgen wel. Die heeft mevrouw Van der Plas natuurlijk ookeerder geuit. Kijk, het zal niet zo zijn dat elk stukje vlees dat het landbinnenkomt, gecontroleerd zal worden. Dat zal echt risicogebaseerdgebeuren. Ik wil ook wel aangeven dat er op dit moment natuurlijk ookimportproducten vanuit de Mercosur-landen naar Europa komen.Daarvoor zou dan precies hetzelfde gelden, maar dan wel met hogereimporttarieven. Ik denk wel dat het belangrijk is dat wij afspraken hebbengemaakt over die controles, zodat die geïntensiveerd worden ten opzichtevan wat er nu gebeurt. Ik denk dat je daarmee wel een aantal dingeninbouwt die je nu niet hebt, en er komt nu ook vlees uit Argentinië deNederlandse en de Europese markt op. Dat geldt voor een heleboelproducten. Wij zullen dus, daartoe ook aangespoord door de Kamer endoor mevrouw Van der Plas, met de Commissie kijken hoe we dat op eengoede manier zo kunnen inrichten dat de handelsstromen door kunnengaan maar we er wel goede controles op zetten. Ik denk dat we ook goedgaan volgen wat er nu precies gebeurt met de zaken die de Commissieheeft aangegeven op dit punt.De voorzitter:Ik zie dat mevrouw Van der Plas nog een interruptie heeft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329939 Mevrouw Van der Plas (BBB):Nee, zeker, niet alles wordt gecontroleerd, maar we krijgen hier wel temaken met import uit landen ... Dat geldt zeker op het gebied vankippenvlees. Eieren in de schaal komen hier eigenlijk helemaal nietnaartoe, dus dat is verwaarloosbaar, maar kipfilet komt hier nu al veelnaartoe, en straks komt er nog meer, omdat daarvoor lage importtarievengelden. Ik vraag van de Staatssecretaris en van de Nederlandse overheid:vertel dit er even bij aan de consument. Als hier namelijk kippenvlees metresistente bacterieresten zou worden gevonden ... Nou, dat is ondenkbaar.Dat zou niet kunnen. Dan zou heel Europa in paniek zijn. En het kómt hierstraks wel. Dat is mijn zorg. Wees daar dus duidelijk en eerlijk over naarde consument.Staatssecretaris De Vries:Ik heb al aangegeven dat er natuurlijk risicogebaseerd gecontroleerd gaatworden. Het is niet zo dat Braziliaanse bedrijven die willen exporteren, datzomaar kunnen doen. Die moeten gecertificeerd worden. Je weet dus ookwaar je wel en waar je niet moet gaan controleren. En er wordt dusgecontroleerd in de productielanden, waar de Europese Commissie auditsuitvoert op de productielocaties van die gecertificeerde bedrijven. Datgebeurt ook nog aan de grens, en ook door de EU zelf, bijvoorbeeld doorde Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Dat zijn allemaal welelementen die ingebouwd zijn. Volgens mij zijn we het dan op eenverantwoorde manier aan het doen met elkaar, maar ik begrijp datmevrouw Van der Plas daar nog kritisch over is.De heer Markuszower (PVV):We mogen ervan uitgaan dat als dat Mercosur-verdrag eenmaal isondertekend, de Nederlandse en de Europese markt overspoeld zullenworden met al die landbouwproducten, kip en vlees. Dat gaat dan veelmeer worden. Wat de Nederlanders dan willen weten, is of het vlees datvan Nederlandse bodem komt, dat in de winkels wordt verkocht, veiligeren gezonder is dan dat importvlees. Zitten er risico’s, of meer risico’s, aandat importvlees? Is dat duidelijk en transparant; hebben we dat in kaart?Mevrouw Van der Plas stelt daar vragen over en ik heb niet het idee dat deStaatssecretaris daar een coherent antwoord op heeft. Ik denk dat hetantwoord gewoon zou moeten zijn «het is even veilig» of «het is niet evenveilig», «het is even gezond» of «het is niet even gezond», «er is evenveelrisico op bacteriën» of «er is meer risico». Ik denk dat dat duidelijk naarvoren moet komen, ook in dit debat. Ik vraag dus om wat meer duide-lijkheid van de Staatssecretaris.Staatssecretaris De Vries:De term «overspoelen» vind ik echt niet correct, want in het verdrag staanduidelijke quota, hoeveelheden en tonnen die ingevoerd mogen wordentegen dat lagere tarief. Daarna gaan gewoon de hogere tarieven weergelden. Als dat te snel zou gaan, zijn er middels de vrijwaringsclausulesdie er nu in opgenomen zijn, mogelijkheden om daar tussentijds op in tegrijpen. Dus die term vind ik echt niet correct. Ik heb aangegeven dat watop de Europese markt komt, moet voldoen aan dezelfde productveilig-heidseisen, of het nou hier geproduceerd wordt of elders. Volgens mij kanik het niet helderder zeggen.De voorzitter:De Staatssecretaris vervolgt haar betoog. De heer Markuszower heeftgeen interrupties meer. Eerst de heer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik wil er toch nog graag op doorgaan. Waarom wringt dit verhaal eigenlijkzo? Ik hoor de Staatssecretaris spreken over «een flink deel van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329940 wereld» en dat ze in Argentinië de zaken nu eenmaal anders doen danhier in Nederland. Er straalt een hoge mate van realpolitik van uit en van«we kunnen ook niet alles controleren». Dat snap ik allemaal, maarwaarom wringt het zo, misschien bijna ook wel moreel, dat we jegensonze eigen boeren het tegenovergestelde hooghouden? We confronterenhen met eisen waar bijna niet meer aan te voldoen is. We wurgen ze bijna,bij wijze van spreken, waardoor heel veel boeren moeten stoppen. Daarwringt het zo. Is het niet haast ook een morele kwestie? Je krijgt het nietbij elkaar dat we toestaan dat er allerlei producten binnen mogen komendie onze eigen boeren en tuinders niet op die manier mogen produceren.Staatssecretaris De Vries:Ik heb al aangegeven dat de productveiligheidseisen hetzelfde moetenzijn. Ik snap de oproep over de verstikkende regeldruk voor heel veelsectoren. Die druk geldt overigens niet alleen voor de landbouwsector.Maar dat is wel iets wat we zelf hier met elkaar moeten adresseren. Ergaat dan ook weer een meerderheid in de Tweede Kamer over wat we welen niet met z’n allen mogen invoeren, hier dan wel in Europa. Ik denk dater voor dit verdrag nu een redelijk verhaal ligt. Er zitten voor- en nadelenin. Maar ik ben meer van de school dat het glas halfvol is in plaats vanhalfleeg. Je hebt met dit verdrag namelijk ook meer mogelijkheden omeen aantal zaken met elkaar af te spreken en te regelen en ook om in tegrijpen. Dat zijn mogelijkheden die je zonder het verdrag niet zou hebben.Zitten er dan ook nadelen aan? Jazeker. Maar de afweging van de voor- ennadelen heeft uiteindelijk het kabinet tot een positief oordeel gebracht.Daar wil ik echt de nadelen niet mee wegpoetsen, maar er is welgeprobeerd om die nadelen, met nog een aantal extra zaken, zo goedmogelijk te regelen. Het eindoordeel daarover is uiteindelijk aan deTweede Kamer.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Dekker.De heer Dekker (FVD):Kunnen we niet constateren dat de extra maatregelen die zijn genomen endie nu zijn vastgelegd in een conceptverdrag, eigenlijk een papieren tijgerzijn? Ik bedoel: we kunnen niet beter, maar de facto is de situatie nogsteeds nagenoeg ongewijzigd. Je kunt het niet allemaal controleren en deproductiewijze zal niet wezenlijk kunnen veranderen. Zeker zaken als hetverwerken van het Parijsakkoord in de eisen die je aan de lokale produ-centen stelt, zijn toch geen realistisch verhaal? Het wordt in feite toch eenpapieren afvinksessie?Staatssecretaris De Vries:Daar ben ik het niet mee eens. Ja, ik moest het kort houden, toch?De voorzitter:Oké. Dan vervolgt de Staatssecretaris haar betoog.Staatssecretaris De Vries:Ik was misschien wat kort, maar ik denk echt dat een aantal aanpassingengoed zijn geweest en bijdragen aan een evenwichtiger verhaal. Nogmaals,ik heb ook gezegd dat het niet allemaal voordelen zijn. Er zitten natuurlijkook best nadelen aan. Die wil ik ook echt niet onder stoelen of bankensteken, maar uiteindelijk moet je het ook beoordelen in het grotereperspectief van diversificatie van markten en de geopolitieke ontwikke-lingen. Ik denk dat dit daarmee een goede afweging van de voor- ennadelen is geweest.Mevrouw Van der Plas had nog een aantal vragen gesteld. Ze vroeg: hoebeoordeelt de Staatssecretaris het WUR-rapport waaruit blijkt dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329941 Nederlandse vleessector structureel nadeel ondervindt terwijl deeconomische baten op macroniveau minimaal zijn? We zien bij handels-verdragen wel dat de handelsstromen toenemen. Hier is een interpretatieof een oordeel van gemaakt door de WUR. Die heeft natuurlijk gekekennaar de gevolgen voor de landbouwsector. Dat geeft een diffuus beeld,moet ik eerlijk zeggen. De zuivelsector profiteert namelijk wel en depluimveesector en de vleessector minder. Ik moet wel zeggen dat hetonderzoek niet heeft meegewogen wat er nu aan vrijwaringsmaatregelenis afgesproken. Hoeveel invloed die daar nog weer op zouden hebben, kanik nu ook niet aangeven. Dat zou speculeren zijn. Maar dat is daarin nietmeegenomen.Mevrouw Van der Plas vroeg ook of het akkoord daarmee de landbouwinruilt als wisselgeld voor de industriële-exportsector en de diensten-sector. Nee, wat mij betreft niet. Zo wil ik er ook niet naar kijken. Ik vind delandbouwsector belangrijk. De agrofoodsector is een van de basissectorenvan Nederland, en ook van de export. Zoals ik ook in mijn inleiding zei,denk ik dat je moet kijken wat handelsverdragen over de volle breedtedoen. Er zijn ook echt verdragen waarvan de landbouwsector meer profijtheeft. Je moet dat als totaal afwegen, want je zit wel in een mondialemarkt. Als Nederland zijn wij er volgens mij altijd heel goed in geweestom de kansen te grijpen die dit soort handelsverdragen bieden. Volgensmij geldt dat ook voor de landbouwsector.Ik heb volgens mij al een heleboel vragen meegenomen bij de eerderediscussie met mevrouw Van der Plas over de productveiligheidseisen ende standaarden die daar liggen.Dan kom ik bij duurzaamheid.De voorzitter:Mevrouw Van der Plas heeft nog één interruptie.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dit is ook mijn laatste interruptie, meen ik. Ik had nog een vraag, maar dieheb ik niet helemaal beantwoord horen worden: hoe wordt dehoeveelheid resistente bacteriën op voedsel uit Mercosur-landengemonitord? Braziliaanse veehouderijen hebben geen registratieplichtvoor het gebruik van medicijnen. De Staatssecretaris zegt ook dat eralleen van gecertificeerde of erkende bedrijven wordt geëxporteerd, maarhet is heel makkelijk om een dier dat op een andere boerderij is opgefokt,uiteindelijk toch op een erkend exportbedrijf geplaatst te krijgen. Dusnogmaals de vraag: hoe wordt dat gemonitord? Ik heb in ieder geval devraag aan de Staatssecretaris of daar bij de Europese Commissie gewoonharde antwoorden op kunnen komen. Hoe gaan we dit doen? Zelfs inEuropa is de controlecapaciteit niet op orde. Dat horen we ook: niet alleskan worden gecontroleerd. Maar dit is echt wel een grote zorg voor mij.Staatssecretaris De Vries:Ik heb volgens mij al aangegeven dat niet alleen in productielanden wordtgecontroleerd, maar dat dat ook hier aan de grens en in Nederland doorde Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit gebeurt. Specifiek wat betreftdie resistente bacteriën mogen vanaf september 2026 uit derde landengeïmporteerde dieren en producten niet behandeld zijn met als groeibe-vorderaar gebruikte antimicrobiële stoffen en/of antibiotica die onderEU-regels gereserveerd zijn voor humaan gebruik. Wat betreft antimicro-biële resistentie zijn er specifieke controles om te zien of voldaan wordtaan de regels voor de antibiotica. Die worden door de EuropeseCommissie gedaan. In Nederland wordt geïmporteerd vlees onderzochtop de aanwezigheid van bacteriën en worden deze bacteriën onderzochtop hun gevoeligheid voor antibiotica.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329942 De Staatssecretaris vervolgt haar betoog. Mevrouw Van der Plas heeftgeen interrupties meer, maar misschien kan ze daar in tweede termijn opterugkomen.Staatssecretaris De Vries:Daar moeten we dan op een later moment verder over praten. We wetendat dit een belangrijk punt is. De Europese Commissie weet ook dat diteen belangrijk punt voor ons is. We zullen dat heel kritisch gaan volgen engaan monitoren wat er precies gebeurt met die controles: hoe worden dieuitgevoerd en gaat dat op een goede manier gebeuren? U mag ervanuitgaan dat wij als kabinet de Europese Commissie er kritisch op zullenbevragen als dat volgens ons niet het geval is.Dan kom ik bij duurzaamheid. Mevrouw Kröger vroeg of het klimaat-verdrag van Parijs wat het kabinet betreft ook een essentieel element vanandere handelsrelaties is. Wij zijn blij met de toevoeging in het Mercosur-akkoord. Het aan de handelsakkoorden toevoegen van deze overeenkomstals essentieel element is onderdeel van de EU-inzet op handel enduurzame ontwikkeling uit 2022. Het kabinet steunt deze inzet en de termdie nu gebruikt wordt, volgens mij de term «essentieel element», komtvoort uit het internationaal verdragsrecht; er is een verdrag nodig om eendergelijk element in de handelsrelatie te verwerken. Volgens mij hadmevrouw Kröger nog een specifieke vraag over de VS. Met de VS is er opdit moment geen sprake van een handelsakkoord. Het gaat momenteelnog om een verklaring die niet juridisch bindend is, namelijk het jointstatement, en daarom is er ook nog geen sprake van die essentiëleelementen.Mevrouw Van Ark van het CDA had een vraag over het Single Entry Pointen de klachten die daarover binnenkomen vanuit de maatschappelijkeorganisaties. Volgens ons functioneert het goed en is het goed toegan-kelijk. Er zijn in de periode 2020–2025 onder alle EU-handelsakkoorden intotaal 187 klachten binnengekomen over handelsbelemmeringen enschendingen van duurzaamheidsafspraken. Die klachten worden ookingediend door maatschappelijke organisaties, waaronder CNV Interna-tional. Mocht u nu hele concrete dingen meekrijgen, geef die dan aan onsdoor. Dan kunnen wij die ook bespreken met de Europese Commissie omte kijken of daar oplossingen voor zijn.Mevrouw Van Ark (CDA):Dit ging specifiek over het deel van het Single Entry Point dat doormaatschappelijke organisaties wordt gebruikt. Er zijn er volgens mij intotaal drie ingediend. Het gaat er met name om dat er geen afspraken zijngemaakt over deadlines voor de beantwoording, dus dat het bij indieningeigenlijk eindeloos kan duren voordat je een antwoord krijgt. En ook als ereen schending is geconstateerd en er afspraken zijn gemaakt over wateraan gedaan gaat worden, zijn er eigenlijk geen deadlines voor deopvolging daarvan. Het gaat dus, denk ik, om twee kanten: de beant-woording en daarna de opvolging.Staatssecretaris De Vries:Ik heb meegekregen dat die tijdspaden en procedures van het mecha-nisme op aandringen van Nederland goed inzichtelijk zijn gemaakt, maarik wil er nog wel eens even nader naar laten kijken en er in het verslag vande RBZ Handel op terugkomen. Dat is een toezegging aan mevrouw VanArk. We kijken daar nog even goed naar. Mochten daar nog knelpuntenzijn, dan proberen wij die te adresseren bij de Europese Commissie.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329943 Ik had ook in mijn eigen inbreng iets gezegd over monitoring. Ik zei datdat natuurlijk heel belangrijk is, enerzijds vanuit het systeem datingebouwd is vanuit de inspectie maar ook vanuit de ngo’s die natuurlijkook mede kunnen monitoren. Daarin is het belangrijk dat ze goed in staatworden gesteld om dat te kunnen doen. In de afgelopen periode is juistontzettend veel bezuinigd op de krachten die ngo’s hebben om dat tedoen, op de lobbykracht die zij hebben om dit soort dingen te doen.Betekent dit dat de Staatssecretaris bereid is om ook daarnaar te gaankijken, om in ieder geval te zorgen dat er veel meer kracht komt bij dengo’s, zodat ze dit ook daadwerkelijk kunnen doen?Staatssecretaris De Vries:Ik ben een beetje zoekende naar wat de heer Bamenga nu van mij vraagt.Ik weet niet of hij nu duidt op het maatschappelijk kader dat wij voor dengo’s op het gebied van ontwikkelingshulp hebben ingesteld. Voor deNederlandse lobby zit daar inderdaad een verbod in. Een klacht is voormijn gevoel niet echt een verbod, maar ik ben een beetje zoekende.Misschien kan de heer Bamenga iets verduidelijken wat hij bedoelt,zonder dat dat hem een interruptie kost, voorzitter. Er was namelijk eensoortgelijke vraag gesteld door mevrouw Kröger, waarvan ik eigenlijkdacht dat die misschien wel bij een ander debat thuishoort maar die ik zowel ga beantwoorden. Maar misschien kan de heer Bamenga dat ietsverduidelijken.De heer Bamenga (D66):Als u die zo direct gaat beantwoorden, wacht ik gewoon even daarop. Ikdacht: dit is een haakje om hierover door te vragen.Staatssecretaris De Vries:Ik kom nog terug op die vraag over het maatschappelijk kader voorontwikkelingshulporganisaties. Of hoe heet het? Iets met maatschappelijk.Mevrouw Van der Plas heeft gevraagd hoe de Staatssecretaris voorkomtdat actiegroepen zoals Milieudefensie en MOB een extra instrumentkrijgen om Nederlands beleid aan te vechten. Ngo’s kunnen zulke klachtenindienen bij het EU Single Entry Point. Dat is een klachtenmechanismebedoeld voor lidstaten van de Europese Unie. Voor bedrijven en ngo’s ishet niet mogelijk om via dit mechanisme tegen lidstaten van de EuropeseUnie, waaronder Nederland, klachten in te dienen over handelsbelemme-ringen en schendingen. Ik weet niet of dat mevrouw Van der Plasgeruststelt.«Mercosur-landen kunnen klachten indienen tegen de EU, zelfs als eenmaatregel onder de bevoegdheid van een lidstaat valt. Is er geenonderzoek gedaan naar het remmende effect op wetgeving van hetEU-Mercosur-verdrag?» Het is een vraag van mevrouw Teunissen. Deverdragspartijen bevestigen in het akkoord «the right to regulate». Datbetekent dat verdragspartijen over hun eigen regelgeving gaan. Hetakkoord doet daar niets aan af.De heer Ceder had een vraag over milieu, dierenwelzijn en arbeidsom-standigheden in het kader van Mercosur. Ik ben daar al op ingegaan. Inhet EU-Mercosur-verdrag worden verschillende afspraken gemaakt overarbeidsomstandigheden, milieu en dierenwelzijn. Deze afspraken zijnbindend en afdwingbaar. Zo wordt bijvoorbeeld afgesproken dat deverdragspartijen de fundamentele ILO-conventies implementeren.Voorzitter, dat was voor mij het blokje Mercosur.De voorzitter:Dan draag ik het voorzitterschap graag heel even over aan mevrouwTeunissen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329944 Voorzitter: TeunissenDe voorzitter:Mevrouw Kröger, gaat uw gang.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik had een heleboel vragen gesteld over duurzaamheid in het kader vanMercosur. Als de ontbossingswet én de CSDDD worden uitgekleed, opwelke manier worden de duurzaamheidsafspraken van Mercosur dangehandhaafd? Dit geldt dus ook voor het feit dat bedrijven eenklimaatplan moeten hebben. Op welke manier kunnen de duurzaamheids-clausules van Mercosur nou hard gehandhaafd worden?Staatssecretaris De Vries:Misschien heb ik het dan verkeerd begrepen. Ik heb de CSDDD en deEUDR, de ontbossingswet, nog in mijn pakket zitten. In het Mercosur-verdrag staan natuurlijk een aantal zaken over duurzaamheid, het verdragvan Parijs en ontbossing. Die zaken worden daar geregeld. De vraag wasnaar mijn interpretatie vooral: wat zijn we in Europa aan het doen met hetaanpassen van de CSDDD en de ontbossingswet? Dat staat buitenhetgeen wij met het Mercosur-verdrag doen. Maar misschien heb ik devraag dan verkeerd begrepen.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Op dit moment biedt Mercosur heel weinig tot niets waarmee hard kanworden gehandhaafd op het nakomen van de duurzaamheidsbeloftes.Daarvoor zal je andere wetgeving nodig hebben, zoals de CSDDD en deontbossingswetgeving. Op welke manier gaat Europa bijvoorbeeldhandhaven dat er geen producten binnenkomen waar ontbossing aankleeft?Staatssecretaris De Vries:Ik heb de vraag anders geïnterpreteerd. Mag ik daar in tweede termijn opterugkomen? Dan kan ik u van een goed antwoord voorzien. Ik heb dievraag los van Mercosur geïnterpreteerd, maar dat is dan onze foutgeweest. Excuus daarvoor.Voorzitter: KrögerDe voorzitter:Ik geef het woord aan de heer Diederik van Dijk voor een interruptie.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik kom toch nog even terug op een vraag over het verdrag die nietbeantwoord is, want ik ben daar toch wel heel nieuwsgierig naar. Waaromnoemt het kabinet bij de appreciatie het derogatieverzoek inzake deNitraatrichtlijn? Dat is niet voor niks. Verwachten wij wat dat betreft ietsvan Europa als wij instemmen met dit verdrag? Kan de Staatssecretarisdaar nog op reflecteren?Staatssecretaris De Vries:We hebben natuurlijk gezien dat de landbouw door het Mercosur-verdragop een aantal punten wordt geraakt. Wij vinden het belangrijk om aan tegeven dat er meer dossiers zijn die de landbouw raken. Mevrouw Van derPlas gaf dat ook aan. Een van die dossiers is de derogatie. Daar willen wenatuurlijk ook nog graag afspraken over maken. Dit is de weergave van deinzet van het kabinet. Daarmee wil het een breder beeld neerzetten vanwat er rondom de landbouw gebeurt, om tegemoet te komen aan. Dit isnamelijk niet het enige wat de landbouw raakt; mevrouw Van der PlasTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329945 heeft dat ook al aangegeven. Daarmee geven wij de Europese Commissieook het signaal dat wij dit een belangrijk onderwerp vinden.De voorzitter:Ik zie dat de heer Dekker wil interrumperen.De heer Dekker (FVD):Ik wil hierop doorgaan. Zijn die derogatieregels voor het Nederlandsekabinet een voorwaarde voor het geven van goedkeuring aan ditMercosur-verdrag? Of is het gewoon een onderwerp dat in de zijlijngenoemd is?Staatssecretaris De Vries:Als u de tekst goed heeft gelezen, dan weet u dat dit geen randvoor-waarde is.Over de VS zijn mij maar een paar vragen gesteld. Er speelt natuurlijk heelveel. Maar goed, dit wordt ook wel in andere gremia besproken.De heer Hoogeveen van JA21 vroeg: bestaat er een duidelijke inventari-satie van de Amerikaanse wensen ten aanzien van non-tarifaire handels-belemmeringen en van de meest urgente obstakels? De EU en de VShouden nauw contact over de nadere uitwerking van het in augustusgepubliceerde joint statement van de EU en de VS. Een onderdeel van hetjoint statement is dat de VS en de EU afspreken samen te werken om denon-tarifaire handelsbelemmeringen te adresseren, onder meer op hetgebied van technische standaarden en investeringen in energie. Degesprekken daarover lopen nu wel nog; ik kan daar dus nog geeneindplaatje van geven.De heer Diederik van Dijk van de SGP vraagt hoe wij voorkomen dat deAmerikaanse normen voor auto’s worden erkend; die zouden dannamelijk niet geschikt zijn voor de Europese wegen. Het is niet zo dat deEU nu allerlei Amerikaanse normen en standaarden gaat overnemen. Desamenwerking met de VS op het gebied van standaarden betreft eentechnische samenwerking tussen organisaties die de standaarden zettenen beoordelen, bijvoorbeeld om dubbel werk te voorkomen. Dezeorganisaties beoordelen bijvoorbeeld of een auto aan de gestelde normenvoldoet voordat hij de weg op mag, maar er wordt altijd getoetst aan deregels die in het desbetreffende land gelden. Ik hoop dat ik daarmee dezorg van de heer Diederik van Dijk heb kunnen wegnemen.Dat was VS.De voorzitter:Ik zie dat de heer Diederik van Dijk wil interrumperen, maar de heerHoogeveen wilde dat al eerder.De heer Hoogeveen (JA21):Ik heb een vraag over de gesprekken met het Amerikaanse Ministerie vanHandel. Ik ben daar toch wel benieuwd naar. De EU en de VS voeren nugesprekken. Daarbij wordt aan de ene kant gekeken naar de hardetarieven en aan de andere kant naar de non-tarifaire belemmeringen, waarde heer Lutnick op tv zo vaak over klaagt. Heeft Nederland al iets van eenstrategie of inzet waarover wij met de Amerikanen in gesprek gaan? Wateisen wij van hen en wat kunnen zij van ons eisen? Zijn wij daar al meebezig? Of gaan wij dat volgende week pas zien?Staatssecretaris De Vries:Het lijkt me niet goed om dit soort gesprekken in de openbaarheid metelkaar te voeren. Eigenlijk wil ik het daarbij laten, want anders wordt heteen beetje een ingewikkeld verhaal, denk ik.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329946 De heer Diederik van Dijk heeft nog een interruptie.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik kom graag even terug op het punt van de verkeersveiligheid. Daarkwam mijn vraag vandaan. Meer dan 75 Europese verkeersorganisatieswaarschuwen voor deze deal. Zij zeggen gewoon concreet: dit gaat echttot meer verkeersdoden leiden. Begrijp ik uit de woorden van de Staatsse-cretaris goed dat die zorg niet terecht is? Heeft dit geen negatieve effectenop de verkeersveiligheid?Staatssecretaris De Vries:Ik heb begrepen dat is afgesproken dat we gaan kijken naar het ontwik-kelen van gezamenlijke standaarden. Het doel daarvan is het verminderenvan handelsbelemmeringen. Wat ons betreft zou dat niet ten koste mogengaan van de verkeersveiligheid.Dan gaan we naar de andere kant van de wereld: China. De heerHoogeveen van JA21 vroeg hoe het kabinet aankijkt tegen een eventueelinvesteringsakkoord met China. «Moeten we dit niet gebruiken om hetgedrag van China te beïnvloeden?» Het kabinet acht het op dit momentniet opportuun om de gesprekken over het investeringsakkoord tussen deEU en China weer op te pakken. Op dit moment zijn er simpelweg te veelzorgen over de EU-handelsrelatie die geadresseerd dienen te worden,zoals zorgen over een ongelijk speelveld, overcapaciteit en het Chineseindustriebeleid. Onderhandelingen over een investeringsakkoord zoudendaar naar onze inschatting niet in positieve zin aan bijdragen.Mevrouw Van der Plas stelde een vraag over het varkensvlees: wat is deinzet van Nederland en de Europese Commissie geweest om de relatiemet China te herstellen en welke resultaten zijn geboekt? Het kan niemandzijn ontgaan dat er op dit moment heel veel zaken spelen met betrekkingtot China. Nederland en de Europese Commissie blijven inzetten op eenopen en constructieve dialoog met China, juist nu er zorgen zijn over dehandelsrelatie. Afgelopen zomer hebben we een EU-China-top gehad enafgelopen juni is de toenmalige Nederlandse Minister van BuitenlandseZaken ook nog naar China afgereisd. Dit zijn allemaal momenten om derelatie met China te verbeteren, maar ook om moeilijke punten aan tekaarten, zoals op het gebied van antisubsidie- en antidumpingmaatre-gelen. Mevrouw Van der Plas heeft al aangegeven wat wij gedaan hebben.Zij gaf aan dat dat wel heel weinig was, maar wij hebben wel hettechnische onderzoek; we hebben dit tegenover China aangegeven en onsaangesloten bij de Europese Commissie. Ik denk dat het belangrijk is datwe daar zo veel mogelijk gezamenlijk in optrekken.Dit is ook wel een antwoord op de opmerking van mevrouw Van der Plasdat Spanje actief gelobbyd zou hebben. Ik heb al aangegeven dat wij dezorgen die wij hebben zowel in EU-verband als bilateraal actief diplo-matiek aankaarten op hoog politiek niveau. Ik denk dat ik die hiermee hebbeantwoord.De voorzitter:Ik zie dat de heer Hoogeveen een vraag heeft.De heer Hoogeveen (JA21):Ik heb een vraag over de investerings- en handelsovereenkomst metChina en het gesprek daarover. De Staatssecretaris benoemt juist allerleibelemmeringen die al in dat Comprehensive Agreement on Investmentwaren vermeld als belemmeringen om weg te nemen. Ik noem de zorgenover de technology transfer en het verplicht aangaan van joint venturesals in China wordt geïnvesteerd. Die belemmeringen zijn of waren juistonderdeel van het akkoord dat in 2021 werd gepresenteerd. Ik vraag mijdus af waarover de gesprekken met de Chinezen dan wél gaan, ook in hetlicht van de recente ontwikkelingen inzake Nexperia en wat daarmee isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329947 gebeurd. Wat voor gesprekken zijn er dan wél met de Chinezen om nadertot elkaar te komen?Staatssecretaris De Vries:Volgens mij heeft u vandaag een brief gehad over Nexperia. Daarin staatook hoe dat traject eruit gaat zien, welke contacten er zijn en hoe daarbijvanuit de EU, maar ook met andere lidstaten, gezamenlijk wordtopgetreden. Ik denk dat dat ook belangrijk is. Het is aan de Commissie omeventueel opnieuw het initiatief te nemen voor het heropenen van deonderhandelingen over het EU-investeringsakkoord met China, maar opdit moment is dat niet aan de orde en is het krachtenveld binnen deEuropese Unie er niet echt naar om dat op te pakken.De voorzitter:Mevrouw Van der Plas, ik zie dat u een vraag wilt stellen, maar we zittenecht heel krap in de tijd. Ik wil liever nog een tweede termijn houden; dankunt u die vraag stellen.Staatssecretaris De Vries:Mevrouw Van der Plas had nog iets gevraagd over de Chinese elektrischeauto’s en de importheffingen. Wat ons betreft blijven die van belang.Volgens mij stelde mevrouw Van der Plas deze vraag in relatie tot hetvarkensvlees. Die heffingen blijven van belang om op te treden tegenmarktverstorende Chinese subsidies. De Europese Commissie is al weleen tijd met China in gesprek over deze importheffingen. Zij staat openvoor eventuele alternatieven, zoals een oplossing in de vorm van eenminimumimportprijs, maar die discussies zijn erg ingewikkeld en lijken opdit moment nog niet tot resultaten te leiden.De heer Bamenga van D66 stelde een vraag over Nexperia: kan deStaatssecretaris toelichten welke lessen het kabinet hieruit trekt voor detoekomst? De casus loopt natuurlijk nog. U heeft hierover vanochtend eenbrief gehad. Ik vind het nu nog wat te vroeg om daarover definitieveconclusies te trekken, maar het is altijd goed om, als het verdere traject isafgerond, met z’n allen na te gaan hoe dit gelopen is en welke lessen wedaaruit kunnen trekken. Maar zoals ik al zei: we zitten nu nog midden inhet proces.Dan nog de grondstoffen. Mevrouw Van Ark van het CDA vroeg naar hetadvies van het HCSS. «Europa moet kritieke waardeketens van cleante-chapplicaties zoals die van batterijen en elektrolysers veiligstellen enindien nodig met een overheidsmandaat ondersteunen.» Kritiekegrondstoffen zijn belangrijk en natuurlijk proberen we daarover inhandelsverdragen met elkaar afspraken te maken. Die grondstoffen zijnessentieel voor de energietransitie, maar ook bij heel veel anderetoepassingen. We moeten die waardeketens versterken en we moetendaar meer autonomie op krijgen. Via de Nationale Grondstoffenstrategieen op Europees niveau via de Critical Raw Materials Act zet het kabinet inop het verhogen van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen. Wijkijken in EU-verband ook naar meer diversificatie, bijvoorbeeld doormiddel van handelsakkoorden met Australië en Canada, maar ook doormiddel van Mercosur, waar we het vandaag uitgebreid over hebbengehad.Verder had mevrouw Van Ark nog een vraag over het plan RESourceEUvan mevrouw Von der Leyen: gaat dat ver genoeg om de afhankelijkheidvan China op het gebied van zeldzame aardmetalen af te bouwen? Hetvoorstel is nog niet gepubliceerd. Op dit moment is de informatie over deinhoud van het initiatief nog beperkt. Ik kan dit ook nog niet helemaalbeoordelen. Dit soort initiatieven om de afhankelijkheid van China op hetgebied van zeldzame aardmetalen af te bouwen verwelkomen wijnatuurlijk wel. Als het voorstel wordt gepubliceerd, wordt uw Kamer langsde gebruikelijke weg geïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329948 Dan de CSDDD.De voorzitter:Een moment. Mevrouw Van Ark heeft nog een vraag.Mevrouw Van Ark (CDA):Vandaag hebben we het heel veel gehad over de zorgen in de landbouw-sector, maar weinig over de voordelen die het handelsakkoord ons kanbieden. Ik heb gevraagd welke waarde het Mercosur-verdrag heeft voor dehoeveelheid beschikbare kritieke grondstoffen voor Nederland en Europa.Wat is die waarde nou precies? Dat we daar toegang toe hebben is mooi,maar als vervolgens alles alsnog naar China gaat, dan hebben we daarniet zo veel aan. Kunt u daar wat over zeggen?Staatssecretaris De Vries:Ik heb daar volgens mij zonet wel iets over aangegeven. Als je met anderelanden afspraken wilt maken over kritieke grondstoffen – volgens mij zithierin een eerste aanzet daartoe – dan is het wel belangrijk dat je daar metelkaar verder over spreekt. Dat houdt in dat je de relatie met zo’n land opeen goede manier moet vormgeven. Zo’n handelsverdrag kan daarbijhelpen. Het is wel maar één onderdeel. Het is niet meteen de oplossingvoor alles, maar daarin zitten wel genoeg aanknopingspunten om diegesprekken met elkaar op te pakken en te voeren. Dat zal ook zekergebeuren. Ik denk dat dit een heel belangrijk onderwerp is, waarvoormevrouw Van Ark terecht aandacht vraagt.Dan de CSDDD. De heer Ceder van de ChristenUnie vroeg daarnaar.De voorzitter:De heer Bamenga heeft nog een vraag.De heer Bamenga (D66):De Staatssecretaris geeft aan dat het nog te vroeg is om de situatie rondNexperia te evalueren, maar ik heb ook een andere vraag gesteld,namelijk of het kabinet bij andere bedrijven soortgelijke risico’s ziet en ofdaarop al actie is ondernomen. Daar heb ik nog geen antwoord opgekregen.Staatssecretaris De Vries:Ik ga daar in z’n algemeenheid wat over zeggen. Ik ga niet over heelspecifieke casussen of weet ik wat spreken. Ik denk dat heel duidelijk is dateconomische veiligheid en economische weerbaarheid heel belangrijkzijn. Eigenlijk wil ik het daar op dit moment bij laten, want casuïstiek helptallemaal niet. Volgens mij is aangegeven dat de situatie bij Nexperia heeluniek was en is, en dat de wet die wij daarbij hebben ingezet en die,geloof ik, uit de jaren vijftig stamt, nu voor het eerst is ingezet. Daar wil ikhet bij laten. Vanochtend is een brief over Nexperia naar de Kamergestuurd en volgens mij is daarin aan de Kamer een vertrouwelijkeuitgebreidere technische briefing over Nexperia aangeboden. Dat lijkt mijvoor D66 een moment om dit type vragen te stellen.Dan kom ik toch echt bij de CSDDD en de vraag van de heer Ceder over deWzk, de Wet zorgplicht kinderarbeid. Nederland is voorstander vanEU-regelgeving, natuurlijk ook in verband met het gelijke speelveldbinnen Europa, en niet van nationale wetgeving. Dat is ook de redenwaarom de Wzk nog niet is ingevoerd. De CSDDD komt er immers ooknog aan; de implementatiewet moet er natuurlijk komen. Ik moet welzeggen dat het uitgangspunt van dit kabinet is dat op Europese regel-geving geen koppen worden gezet. Ik weet dus niet of de heer Ceder daarstraks helemaal tevreden mee zal zijn, maar we moeten uiteindelijk nogzien wat er gebeurt bij de onderhandelingen over de CSDDD, want dielopen op dit moment nog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329949 De voorzitter:De heer Ceder heeft een vraag.De heer Ceder (ChristenUnie):Het probleem met deze argumentatie is dat deze wet het democratischproces al heeft doorlopen. Die is al door de Eerste Kamer en de TweedeKamer. Het kabinet heeft dit gewoon uit te voeren. Als het door de Eersteen de Tweede Kamer is, kan je niet zeggen «ik ga het dan maar nietuitvoeren», temeer omdat deze wet door de verzwakking van de CSDDDwel degelijk aanvult wat Europees niet geregeld wordt. Volgens mij valtde Wzk, of wat daarmee tenminste wordt beoogd, nu buiten de reikwijdtevan de CSDDD. Dat was eerder niet het geval. Nu wel. De Eerste en deTweede Kamer willen kinderarbeid gewoon aanpakken. Als we de Wzkniet doorvoeren, lopen we achter de feiten aan. Andere landen hebbenook nationale maatregelen genomen tegen kinderarbeid. Denk aanFrankrijk en andere landen. Zo exceptioneel is het ook weer niet. Mijnvraag is of de Staatssecretaris vindt dat een besluit dat door de Tweede enEerste Kamer is genomen, nog door een kabinet kan worden tegenge-houden. Wordt dan niet de democratische procesgang belemmerd?Staatssecretaris De Vries:Ik heb al aangegeven dat het kabinet vindt dat we dit op EU-niveaumoeten doen en daarom voorstander is van EU-regelgeving en niet vannationale wetgeving. Ik wil er wel op wijzen – dat gaat over een anderevraag van de heer Ceder – dat de CSDDD niet het enige is, want wehebben ook nog OESO-richtlijnen. En er zijn ook andere wetten die imvobevorderen, waaronder de conflictmineralenverordening en de antid-wangwetverordeningen. Dat totale pakket maakt dat je op Europeesniveau allerlei maatregelen hebt genomen. Dit kabinet heeft in elk gevalhet uitgangspunt dat we dat Europees moeten regelen en niet nationaal.De heer Ceder (ChristenUnie):Dat standpunt begrijp ik, maar mijn punt is juist dat we door het slopenvan de CSDDD in de afgelopen twee jaar niet regelen wat er in de Wzkstaat. Als het argument is dat we Europees moeten regelen wat wenationaal zouden willen, dan begrijp ik dat. Alleen valt de Wzk, of in iedergeval wat die beoogt, buiten de reikwijdte van de wetgeving die er doorEuropa nu ligt. Dus dan valt het argument weg dat we naar Europa kijkenom het te regelen, want Europa regelt het dus niet meer. Dan moeten wenationaal regelen wat we wel en niet willen, zoals we dat met alle wettenin ons land doen. We willen gewoon geen kinderarbeid. Daarom is dieWzk ook opgesteld en door de Tweede Kamer en de Eerste Kamergekomen. Mijn vraag is: klopt het dat nationaal niet geregeld is watbeoogd wordt met de Wzk doordat de CSDDD is afgezwakt? Betekent datdan dat de argumentatie van het kabinet dat de Wzk een nationale kop zouzijn niet opgaat? Die twee dingen sluiten elkaar weliswaar niet helemaaluit, maar het zijn wel twee verschillende onderdelen geworden.Staatssecretaris De Vries:Bij de CSDDD-onderhandelingen is het uitgangspunt van Nederlandvolgens mij dat er regeldrukvermindering komt – dat was volgens mij ookeen brede wens vanuit de Kamer – maar wel met behoud van debeleidsdoelstellingen. Zoals ik al aangaf is de CSDDD niet het enige. Wehebben ook nog de anti-dwangarbeidverordening. De triloogfase van deCSDDD moet nog afgerond worden. De verwachting is dat die eind vanhet jaar afgerond zal zijn; dan zullen wij uw Kamer daar ook overinformeren. Zowel die CSDDD als die anti-dwangarbeidverordening moetnog geïmplementeerd worden. Dan kun je eigenlijk pas wat zeggen overde effectiviteit. Laat duidelijk zijn dat wij ook de misstanden in dewaardeketen, zoals dwangarbeid en kinderarbeid, natuurlijk aan willenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329950 pakken, maar we willen dat echt zo goed mogelijk op Europees niveauregelen en niet met nationale regelgeving, omdat wij denken dat datuiteindelijk voor een beter gelijk speelveld zorgt. Er zijn natuurlijk eenaantal processen die nog lopen; ik begrijp dat dat misschien frustrerend isvoor de heer Ceder. Ik kan nu nog geen duidelijkheid geven over watuiteindelijk het eindplaatje van de CSDDD gaat worden.De heer Ceder vroeg naar de afzwakkingen van de CSDDD en wat erbespaard wordt. De Commissie heeft als gevolg van de Omnibus I 320miljoen euro reductie geraamd voor de CSDDD. Daar kun je natuurlijkwisselend naar kijken, maar ik denk dat dat toch wel een fors bedrag is endat er breed in de Kamer gestreefd wordt naar regeldrukvermindering. Ikdenk dat dat een belangrijke inzet is, zowel in het Europees Parlementalsook in de Tweede Kamer.De heer Ceder (ChristenUnie):Ten aanzien van de CSDDD: klopt de analyse van mijn fractie dat het voordie regeldrukvermindering had volstaan om de CSRD uit te kleden en dedoelstelling van de CSDDD overeind te laten? Die doelstellingen hebbennamelijk niet per se samenhang met de rapportageverplichtingen diedaaruit voortvloeien. Die worden in de CSRD geregeld. Dus is deopvatting van de Staatssecretaris in ieder geval gewoon de feitelijkeconclusie dat met het uitkleden van de CSDDD de rapportageverplichtingen de regeldruk niet per se verminderd zijn en dat dat vooral gelukt isdoor in de CSRD te snijden?Staatssecretaris De Vries:Ik heb nu specifiek het bedrag genoemd dat de Europese Commissie heeftaangegeven voor de CSDDD. De CSRD is er natuurlijk ook nog eentje metrapportageverplichtingen. Ik denk dat ook de CSDDD wel degelijk eenaantal doorwerkingen heeft in de keten, bijvoorbeeld ook voor het mkb,waar best zorgen over zijn en die ook voor extra administratieve lastenzorgen voor het kleinere bedrijfsleven. Daarom vinden wij het belangrijkdat je in de CSDDD kijkt waar nou eigenlijk de grootste risico’s zijn, dat jeervoor zorgt dat die regelgeving daar zo veel mogelijk op focust en dat jeniet allemaal kleine ondernemers lastigvalt met een heel administratiefproces om maar verantwoording af te leggen aan bijvoorbeeld degeneaan wie die ondernemer levert. Dat zijn elementen die ook eerder indiscussie met de Kamer wel degelijk aan de orde zijn geweest. In detriloogfase hebben wij als land natuurlijk niet heel veel mogelijkhedenmeer, maar eind dit jaar zal het eindplaatje hopelijk duidelijk zijn.Ik heb nog het pakketje overig. Ik zit al aan mijn tijd, maar ik ga toch mijnbest proberen te doen.De voorzitter:Ik wil graag het voorzitterschap even aan mevrouw Teunissen geven.Voorzitter: TeunissenDe voorzitter:Gaat uw gang, mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Volgens mij hadden hier dan de antwoorden op mijn overgebleven vragenover CSDDD moeten zitten. Ik had vragen gesteld over ...Staatssecretaris De Vries:Dat weet ik, maar ik had gezegd dat ik daar in tweede termijn even opterug zou komen omdat wij waarschijnlijk de vraag verkeerd begrepenhadden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329951 Mevrouw Kröger vroeg welke handhavingsmechanismes er zijn in deafgezwakte CSDDD om ervoor te zorgen dat de waardeketens tussen deEU en Mercosur in lijn zijn met de OESO-richtlijnen. In het Mercosur-verdrag is opgenomen dat de waardeketens in lijn dienen te zijn met deOESO-richtlijnen en de UN Guiding Principles on Business and HumanRights. Ook deze afspraken zijn afdwingbaar via de geschillenbeslechting.De EU-wetgeving CSDDD zal ondanks aanpassingen blijven bijdragen aande handel in lijn met de OESO-richtlijnen. Bij een mogelijke schending vande OESO-richtlijnen kunnen benadeelden en hun vertegenwoordigers eenmelding maken bij het nationale contactpunt voor de OESO-richtlijnen.Mevrouw Kröger had ook nog een vraag over de afspraken in het verdragover ontbossing in de waardeketens. In het verdrag is een effectieveimplementatie van de internationale milieuverdragen opgenomen, zoalshet klimaatakkoord van Parijs en de Biodiversiteitsconventie, en deverplichting dat er vanaf 2035 geen netto-ontbossing meer mag zijn. Ookde verplichting voor Brazilië is onder het Parijsakkoord opgenomen in detekst van het EU-Mercosur-akkoord. Hierover is in het EU-Mercosur-verdrag weer de geschillenbeslechting opgenomen. Ik hoop dat ik nu devraag wel goed begrepen heb, maar dat hoor ik vast van mevrouw Kröger.De voorzitter:Mevrouw Kröger heeft nog één interruptie.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog één interruptie en ik zie bezorgde vragen over de timing van ditdebat.De voorzitter:Een punt van orde van de heer Markuszower.De heer Markuszower (PVV):Sorry dat ik inbreek. Wat is de timeline? Dit is voor mij de eerste keer indeze commissie. Gaan we door met de tweede termijn of houden we opeen gegeven moment op?De voorzitter:Ik begreep al dat we iets zouden uitlopen. Hoeveel is dat ongeveer,mevrouw Kröger?Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Mijn voorstel als voorzitter zou zijn dat we een kwartier extra nemen endaarmee een hele snelle tweede termijn hebben.De voorzitter:Mevrouw Kröger voor haar laatste interruptie.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Wat de Staatssecretaris hier schetst, namelijk je houden aan het klimaat-akkoord van het Parijs of het Biodiversiteitsverdrag, zijn allemaalverplichtingen op landenniveau onder het verdrag. Mijn vraag was hoe jedat handhaaft in de waardeketen. CSDDD en de ontbossingsverordeningzijn natuurlijk bij uitstek instrumenten om op bedrijfsniveau te kunnenhandhaven in de keten. Dus op het moment dat dat onderuitgeschoffeldwordt, hoe gaan de woorden die daar staan dan voor Mercosur ookdaadwerkelijk iets betekenen in de praktijk?Staatssecretaris De Vries:Zonet ben ik al ingegaan op CSDDD en de bewegingen die daar zijn. Ikheb al aangegeven dat het de inzet is om de regeldruk te verminderen,maar niet zozeer om aan de doelen te komen. Voor de ontbossingswetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329952 was de vraag ... Dat zijn wel de twee kaders waar ook de link wordt gelegdmet het EU-Mercosur-verdrag. Over de ontbossingswet zijn er nu ookgesprekken gaande binnen de EU. De Commissie heeft aangegevenvanwege problemen in de IT-systemen graag uitstel van de implementatiete willen. Wij hebben overigens wel al alle voorbereidingen getroffen, ookvoor tijdige handhaving. Nederlandse bedrijven zijn er ook op voorbereid.Op dit moment is er binnen Europa wel ook een discussie gaande over deadministratieve lasten om te kijken of die verminderd zouden kunnenworden. Maar CSDDD en de ontbossingswet zijn wel de kaderswaarbinnen gekeken wordt. Daar heeft mevrouw Kröger natuurlijk gelijkin. Die zijn nu onder gesprek. Nee, dat is niet goed Nederlands. Er wordtoverleg over gepleegd. CSDDD is in de triloogfase. Ik kijk even of ook deontbossingswet in de triloogfase is; ja. Bij de ontbossingswet gaat dediscussie echt over een jaar uitstel. Daar verschillen de meningennatuurlijk wat over, maar de IT-systemen van de Commissie zijn er ookniet klaar voor.De voorzitter:Dan geef ik het voorzitterschap weer aan mevrouw Kröger.Voorzitter: KrögerDe voorzitter:De Staatssecretaris gaat heel snel het blokje overig doen, hoop ik.Staatssecretaris De Vries:India. Het kabinet is voor een handelsakkoord met India. Het is eenbelangrijke economie met een grote groei en economische mogelijk-heden. Wij kijken met een pragmatische en realistische houding naar dieonderhandelingen, maar we hebben natuurlijk ook al wel eerder metelkaar een aantal prioriteiten afgesproken. Dat was een vraag van de heerHoogeveen, JA21.De heer Bamenga van D66: wapens via de Verenigde Arabische Emiraten.Ik meen begrepen te hebben dat in het RBZ Algemeen ... Nee. Hoe heettedie die hiervoor is geweest en waarin er ook over gesproken is? Ik weetniet of het nu nog nodig is dat ik daarover nog zaken zeg, maar dat geldtook voor het wapenexportbeleid. Datzelfde geldt eigenlijk ook voor deillegale nederzettingen, want die zijn eigenlijk al in het debat hiervoor metde Minister van Buitenlandse Zaken en in het tweeminutendebatgeadresseerd met allerlei moties. Maar ik kijk even naar de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Ik was er helaas niet bij en ik weet dus niet of ...Staatssecretaris De Vries:Dat snap ik, maar er zijn volgens mij moties over aangenomen of nietaangenomen. Dat weet ik niet, maar er zijn in elk geval moties over instemming gebracht. Ik wil daar met het oog op de tijd eigenlijk kortheids-halve naar verwijzen, maar ik wil mensen ook niet tekortdoen.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Ik ben er niet bij geweest, dus ik zou het wel fijn vinden dat de vragenbeantwoord worden. Als dat nu niet kan, dan in ieder geval zo snelmogelijk schriftelijk.Staatssecretaris De Vries:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329953 Ik wil ze met alle liefde nu beantwoorden, maar dan heb ik, denk ik, nogwel even nodig.Dan begin ik met het voorstel voor maatregelen voor goederen uit illegalenederzettingen.De voorzitter:Heel even tegen de heer Bamenga: kan het schriftelijk of moet het nuvoorgelezen worden?De heer Bamenga (D66):Ik zei: kort of schriftelijk. Dat was wat ik zei.Staatssecretaris De Vries:Ik ga proberen kort te zijn.Illegale nederzettingen. Het kabinet werkt op dit moment aan die nationalemaatregel. Dat zullen wij natuurlijk zo spoedig mogelijk doen. Het isnatuurlijk wel ingewikkeld qua uitvoering en uitvoerbaarheid. Er moetenbijvoorbeeld wetgevingstoetsen gedaan worden, maar daar wordt aangewerkt.Gaat de Staatssecretaris tijdens de RBZ Handel pleiten voor een Europeesverbod op producten uit nederzettingen? Nee.Herkent de Staatssecretaris de signalen dat er wapens via de VerenigdeArabische Emiraten naar Sudan worden uitgevoerd? Daar hebben wevolgens mij al eerder een discussie over gehad. Wij toetsen alle vergun-ningaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen zorgvuldig aan deEuropese kaders voor wapenexportcontrole. Er is daarbij bijzondereaandacht voor omleiding, maar het kabinet heeft geen concrete signalendie op omleiding wijzen.Dan heb ik tot slot nog een vraag van mevrouw Kröger. «Het demissio-naire kabinet ...» Nee, ik heb nog twee zaken, want de etikettering moetook nog. «Het demissionaire kabinet weigert de aangenomen motie-Hirsch uit te voeren en daarover moesten wij tussen neus en lippen doorgeïnformeerd worden.» Het kabinet vindt het onwenselijk dat geld voorontwikkelingshulp wordt ingezet voor een lobby richting Nederlandsoverheidsbeleid. Beleidsbeïnvloeding in Nederland is daarom geensubsidiabele activiteit en ook niet een van de instrumenten van hetbeleidskader Focus. Uiteraard kunnen maatschappelijke organisaties zichblijven uitspreken over Nederlandse beleidskwesties. Ook kunnen zij inhet nieuwe kader nog steeds financiering van het Ministerie van Buiten-landse Zaken ontvangen voor subsidiabele activiteiten.Nog even een check. Ik meen dat er eerder ook een aparte brief over aande Kamer is gestuurd. Dat gaan we nog even checken, maar dit is wel hetbeleid van het kabinet op dit moment. En daarom zullen wij die motie ookniet uitvoeren.De heer Ceder van de ChristenUnie vroeg naar de Westelijke Sahara. Hijwil weten wat het nationale standpunt over etikettering is, «want de briefvan Schoof bevatte alleen uitleg van de Europese positie». Consumentenmogen niet misleid worden, ook niet met betrekking tot de herkomst vaneen product. EU-wetgeving over etikettering is van toepassing op allelanden en gebieden. Er zijn geen specifieke regels voor de WestelijkeSahara of de Westelijke Jordaanoever. Het EU-Hof heeft alleen eenaanvullende interpretatie gegeven van hoe die regels moeten wordengeïnterpreteerd in de context van de Westelijke Sahara.De voorzitter:De laatste interruptie van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik blijf het vragen, omdat Nederland een standpunt heeft ingenomen datvolgens mij uiteindelijk, ook met de implementatie van de nationaleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329954 regelgeving, een vraag zal oproepen, namelijk of er niet discriminatoirgehandeld wordt. Daar waarschuw ik al een tijdje voor, maar ik krijg daargeen antwoord op. Mijn vraag is het volgende. De grondslag voor demotie voor nationale maatregelen rondom een importverbod op deWestbank was dat er illegale nederzettingen zijn, wat in strijd is met hetinternationale recht. In de Westelijke Sahara zijn er illegale nederzettingenvan Marokko, in ieder geval volgens het internationale recht, waarbijNederland in plaats van zich achter een boycot te scharen zich achter hetEU-standpunt heeft geschaard dat goederen middels het etiketterings-beleid, mits voorzien van een label, vervoerd kunnen worden. Mijn vraagis hoe het nationale handelsbeleid – dat in principe een EU-competentieis, maar door een meerderheid van de Kamer toch een nationalekwinkslag heeft gekregen – zich verhoudt met het EU-recht en het gelijkbehandelen van landen. Ik vraag dat om te voorkomen dat het EuropeseHof van Justitie Nederland over een paar maanden op de vingers tikt. Opdie vragen krijg ik maar geen antwoord. Mijn vraag is dus hoe die tweezich tot elkaar verhouden. En die vraag is relevant geworden, omdat deKamer een paar maanden geleden, in tegenstelling tot wat in de EU eenEU-competentie is, nationale handelsmaatregelen heeft afgekondigdtegen een land, iets wat we normaal niet doen.De voorzitter:Helder, de Staatssecretaris.Staatssecretaris De Vries:Er zit echt een verschil tussen de situatie in de Westelijke Sahara en deillegale nederzettingen. De nationale maatregel, die wordt voorbereid,heeft een andere doelstelling dan bij de Westelijke Sahara. De maatregelvloeit voor de illegale nederzettingen voort uit de illegaliteit van denederzettingen en de verslechterde situatie in de door Israël bezettegebieden. Volgens het kabinet is er dus geen sprake van discriminatoirbeleid. Maar de heer Ceder kijkt me nu aan en hij is blijkbaar nog steedsniet blij met het antwoord. Maar dit is het antwoord dat ik hem kan geven.De voorzitter:En de heer Ceder heeft geen interrupties meer.Staatssecretaris De Vries:Oké.De voorzitter:Ik stel voor dat ik de leden nu ga vragen of er behoefte is aan een tweedetermijn. Zo ja, dan gaan we die heel snel doen. Iedereen krijgt dan 1minuut 20. Ik geef het woord aan mevrouw Van Ark. Zij ziet af van haartweede termijn en dan geef ik het woord aan mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Voorzitter. Ik heb eigenlijk nog één vraag aan de Staatssecretaris. Dat isdat het toch niet logisch is om eerst in te stemmen met een verdrag endan pas de handhaving op orde te brengen. Ik heb in dit debat op geenenkel moment gehoord op welke manier we gaan voorkomen dat deontbossing toeneemt, terwijl daar vleesbedrijven als JBS – de grootstevleesproducent ter wereld en momenteel in Nederlandse handen, maarhet was tot voor kort Braziliaans – enorm van gaan profiteren. Maar deNederlandse boeren worden hier dus de dupe van. In het debat hebbenwe ook duidelijk gezien dat we op geen enkele manier kunnen controlerenwaar dat vlees allemaal vandaan komt en onder welke omstandighedenhet wordt geproduceerd. Kortom, moeten we niet eerst de handhaving oporde brengen en dan pas instemmen met dat verdrag?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329955 De voorzitter:De heer Markuszower.De heer Markuszower (PVV):Dank u wel, voorzitter. We hebben gesproken over Mercosur en dat zalwaarschijnlijk niet de laatste keer zijn. Ik heb een vraag, maar die hoeftwat mij betreft nu niet in de mondelinge ronde beantwoord te worden.Het is dus meer een verzoek om die schriftelijk te beantwoorden.Er verschijnt net, ongeveer een uur geleden, een bericht van De Telegraafin het nieuws met de volgende kop. «Europese Rekenkamer reisdeEU-geld voor voedselhulp Afrika achterna en zag gemixte resultaten:«Geld naar ongebruikte motorfiets en flatscreentelevisies».» Het zou om11 miljard euro gaan. Ik wil de Staatssecretaris vragen om, voorafgaandaan het volgende commissiedebat of het volgende plenaire debat, eenuitdraai te maken van alle ontwikkelingshulpgelden die Nederland via deEU heeft gegeven. Kan zij daarbij dan aan de hand van dat rapport van deRekenkamer kijken wat er met ons geld is gebeurd? Laten we zeggen datNederland € 100 via de EU naar Afrika overmaakt voor ontwikkelingshulp,voedselhulp of wat dat ook: wat gebeurt daar dan mee? Daar gaat datrapport van de Rekenkamer over en ik hoor graag per euro wat er met datNederlandse geld is gebeurd.Dank u wel.De voorzitter:De heer Hoogeveen. Nee? Dan de heer Diederik van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Kort, voorzitter, over het Mercosur-akkoord. Dank voor alle antwoorden,maar hadden we die kwetsbare landbouwsectoren nou maar buiten datverdrag gehouden! Dat had in ieder geval het oordeel van de SGP over ditverdrag beduidend positiever gemaakt. Er zitten absoluut grote voordelenaan het verdrag, maar het mag niet over de ruggen van onze boeren entuinders, die toch al in toenemende mate met scherpe eisen te makenkrijgen. Dat is niet fair.Het tweede punt. Ik vroeg aandacht voor de verkeersveiligheid bij deerkenning van Amerikaanse auto’s en normen. Er zit toch wel wat lichttussen wat verkeersorganisaties zeggen en de antwoorden van deStaatssecretaris. Ik hoop dat de Staatssecretaris, en dat kan gewoon in dereguliere rapportages, dit punt zo af en toe kan meenemen. Wat zijn deconsequenties voor de verkeersveiligheid als we hiermee verdergaan?Dank u, voorzitter.De voorzitter:De heer Bamenga. Nee? Dan mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel. Allereerst wil ik me aansluiten bij het verzoek van de heerMarkuszower, want ik denk dat het belangrijk is om dat te weten. Het gaatom vele miljarden, geld dat is opgehoest door onze belastingbetalers.Ten tweede. Twee van mijn vragen zijn niet beantwoord. Die gingen overhet stukje China. Ik had nog gevraagd of het kabinet samen met deEuropese Commissie een WTO-traject gaat voorbereiden voor het gevaldat China de heffingen definitief maakt. Wanneer wordt deze inzetgeagendeerd in de Raad Handel? De andere vraag was: mocht China deheffingen definitief maken, gaat Nederland dan in Brussel pleiten voortijdelijke EU-maatregelen om verschillen tussen bedrijven te compenserenen de sector toekomstbestendig te houden? Zo nee, waarom niet?Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329956 Dan de heer Dekker.De heer Dekker (FVD):Voorzitter. Ik kan me aansluiten bij de woorden van de heer Markuszoweren overigens ook bij die van mevrouw Teunissen. Dit verdrag is nietgunstig voor Nederland, kan niet goed worden gecontroleerd en zoudaarom ter nadere beschouwing moeten worden doorbehandeld.Dank u wel.De voorzitter:De heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter. Mijn fractie is niet tegen vrijhandelsverdragen, maar wehebben naar aanleiding van dit debat geen verbetering gezien als het gaatom de vragen die wij hebben gesteld. Dan heb ik het met name over hoewij kunnen voorkomen dat wij in economisch opzicht omvergelopenworden. Hoe voorkomen wij dat producten die wij exporteren lagerestandaarden krijgen? Denk bijvoorbeeld aan bestrijdingsmiddelen dieuiteindelijk ook weer in ons voedsel belanden. Hoe kunnen we datcontroleren? We gaan dit dan ook met onze fractie bespreken. Ik weeteven niet welke formulering wij kunnen bedenken om hierover überhauptnog een Kameruitspraak te krijgen; daar zal ik straks op terugkomen. Hetlijkt me relevant dat we als Kamer in de nieuwe samenstelling duide-lijkheid kunnen geven als het gaat om welke opdracht wij het kabinetmeegeven. Daar hoor ik zo vast wel een voorstel voor. Anders wil ik ookbest een voorstel doen hoor, maar ik leg het even in handen van devoorzitter.De voorzitter:Nou ja, er moet een tweeminutendebat aangevraagd worden. Is dat devraag van de heer Ceder?De heer Ceder (ChristenUnie):Is dat nog niet aangevraagd? Ben ik de laatste spreker? Nee, hoor ik. Oké,dan laat ik ’m lopen.De voorzitter:Ehm ...Voorzitter: TeunissenDe voorzitter:Het woord is aan mevrouw Kröger. Zij spreekt namens GroenLinks-PvdA.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Dit is het eerste debat in deze commissie. Ik maak me ongelofelijk veelzorgen over de impact die Nederland wereldwijd met handel heeft op denatuur, op mensenrechten, op arbeidsomstandigheden en op gezondheid.Ik zie dat die zaken binnen Mercosur gewoon onvoldoende geborgd zijn.Dat vind ik zeer zorgelijk. De Minister moest net snel antwoorden op mijnvraag over de uitvoering van de motie-Hirsch. Ik hoorde haar de zinuitspreken: dat is het beleid van dit kabinet en dus voeren we de motieniet uit. Dat is volgens mij niet hoe de verhoudingen liggen: wij kunnenals Kamer wel degelijk een verzoek doen. Het lijkt me niet dat eendemissionair kabinet dan als regel moet hebben dat het dat niet uitvoert.Ik vraag de Staatssecretaris dus graag nogmaals om hierop te reflecteren.Waarom wordt die motie niet uitgevoerd, zeker in het licht van hetMercosur-verdrag, waarmee de rol van maatschappelijke organisatieseigenlijk nog veel belangrijker wordt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329957 De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijnvan de Kamer. Dan geef ik het woord aan mevrouw Kröger als voorzitter.Voorzitter: KrögerDe voorzitter:Dan vraag ik de Staatssecretaris hoeveel tijd zij nodig heeft voor debeantwoording.Staatssecretaris De Vries:Ik ga direct door.Allereerst had mevrouw Teunissen een vraag: is het niet raar om eerst inte stemmen met een verdrag en daarna pas met de handhavingsafsprakente komen? Er zit nu natuurlijk ook al handhaving in. We hebben ookaangegeven dat er controles in het land zijn en dat bedrijven in deMercosur-landen gecertificeerd moeten zijn als ze zaken willen exporteren.We hebben ook aangegeven dat er in de EU gecontroleerd gaat wordenen dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit dingen controleert. Alshet gaat over de afspraken over ontbossing en de geschillenbeslechting:als dit verdrag van kracht wordt, gelden de regels die wij daaroverafspreken natuurlijk ook in het verdrag. Daarmee hoop ik die vraag tehebben beantwoord.Dan mevrouw Kröger. Nee, mevrouw Kröger was helemaal niet aan debeurt, maar goed. Ik heb de vraag hier nu liggen. U bent inderdaadschriftelijk geïnformeerd over het niet uitvoeren van de motie-Hirsch in debeantwoording van de feitelijke vragen bij de begroting. Daarin heeft hetkabinet aangegeven – misschien was ik daarnet wat te kort door de bocht– dat de uitvoering in juridisch opzicht zeer complex is. Als die uitgevoerdzou moeten worden, dan vraagt dat ook geld. Dat geld is er niet. Vandaardat het kabinet heeft aangegeven dat het de motie niet uitvoert.Voorzitter: TeunissenDe voorzitter:Mevrouw Kröger heeft een interruptie.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik citeer hier het antwoord: «Beleidsbeïnvloeding in Nederlandis geen subsidiabele activiteit in de instrumenten van het beleidskaderFocus. Het kabinet acht het onwenselijk dat geld dat is bedoeld voorontwikkelingshulp wordt ingezet voor lobby gericht op Nederlandsoverheidsbeleid. Er zal dus geen uitvoering worden gegeven aan demotie-Hirsch.» Punt. Er wordt dus niet gezegd dat dit kosten met zichmeebrengt en er wordt zeker niet een uitgebreide motivatie gegeven voorde reden waarom een demissionair kabinet een Kamermotie naast zichneerlegt.Staatssecretaris De Vries:Volgens mij is dat in een eerder stadium wel aangegeven, maar als dathier niet in staat, dan is dat wat mij betreft een omissie geweest. Ik wildaar op zich nog wel een aparte brief over sturen, maar daar zal hetvolgende in komen te staan; dat kan ik u nu al aangeven, want dat is ookeerder gecommuniceerd, overigens ook al toen de motie is ingediend. Erzal in komen te staan dat er geen dekking is voor dit verhaal en dat hetjuridisch uitermate complex is, zeker om twee systemen naast elkaardraaiende te houden.De voorzitter:Ik zie dat mevrouw Van Ark nog een vraag heeft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329958 Mevrouw Van Ark (CDA):Ik begrijp het eerlijk gezegd niet. Het is jarenlang beleid geweest om ditmogelijk te maken. Volgens mij kost dit geen euro en is het puur eenbesluit dat we kunnen nemen met elkaar, namelijk dat dit, van alle dingendie maatschappelijke organisaties mogen doen, ook weer mogelijk wordt.Ik begrijp het dus niet goed, maar dat zien we dan graag in de brief.Volgens mij klopt het niet en zou het geen cent hoeven te kosten.Staatssecretaris De Vries:Ik ga dat nog eventjes na. Misschien heb ik twee moties van Hirsch doorelkaar gehaald, want er was volgens mij nog een andere motie om hetmaatschappelijk kader door te rollen. Wellicht ben ik daar abuis ingeweest. Ik ga dat dus nog eventjes voor u op papier zetten. Zullen we datzo afspreken?De voorzitter:De Staatssecretaris komt daar dus op terug in een brief?Staatssecretaris De Vries:Ja.De voorzitter:Dan geef ik het woord weer aan mevrouw Kröger als voorzitter.Voorzitter: KrögerStaatssecretaris De Vries:Dan had de heer Van Dijk nog het punt over de verkeersveiligheid. Ik kantoezeggen dat we het in een reguliere rapportage meenemen, maar ikweet niet of u daar heel veel aan heeft op dit moment. Ik heb al aange-geven dat de verkeersveiligheid natuurlijk een belangrijk onderdeel is.Mevrouw Van der Plas had nog een tweetal vragen over China. Gaat hetkabinet samen met de Europese Commissie een WTO-traject voorbe-reiden voor het geval dat China de heffingen definitief maakt, en wanneerwordt deze inzet geagendeerd in de Raad Handel? Ik heb al aangegevendat ik die Chinese heffingen natuurlijk een zorg vind, want ze schaden deNederlandse belangen. We spreken met de Europese Commissie over deChinese heffingen en mogelijke vervolgstappen. Het starten van eenWTO-zaak behoort tot de mogelijke reacties, maar daar is nu nog niet toebesloten, begrijp ik.Mevrouw Van der Plas had nog een vraag over compensatie als deChinese heffingen definitief gemaakt worden. Er vindt nog bilateraaloverleg over plaats. Compensatie is echter niet aan de orde. We hebben ininternationaal handelsverkeer regelmatig antidumpingmaatregelengenomen. Het zou raar zijn als we dan in deze casuïstiek gaan pleiten voorcompensatie van bedrijven. Dat is een antwoord op die vraag.De heer Ceder had een vraag over... Eventjes kijken, hoor. Het is uitgebreidaan de orde gekomen. Zijn vraag gaat over de export van voedselvei-ligheid. Ik kijk nog even snel naar de heer Ceder om te vragen of dat klopt.De heer Ceder (ChristenUnie):Nee, het was in andere bewoordingen, maar volgens mij gaat het over devraag rondom bestrijdingsmiddelen die hier al uitgefaseerd zijn. Wemogen wel exporteren, maar er is geen controlemechanisme om te zienof die middelen gebruikt worden in het voedsel dat vervolgens weergeïmporteerd wordt. Volgens mij is dat de beantwoording van de vraag,als ik het goed begrijp.Staatssecretaris De Vries:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329959 Ik ben er zonet al op ingegaan. Wel vindt er, als dat hier weer ingevoerdwordt, een check op plaats met de controles die afgesproken zijn.Ik kijk even of ik nog meer op het lijstje had staan. Nee. Dat was het watmij betreft.De voorzitter:Goed. Ik zie dat er nog één vraag is van mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ja, die gaat over het laatste antwoord, over de compensatie. Dit gaatnatuurlijk wel heel veel betekenen voor Europese bedrijven. Niet alleenvoor Nederlandse bedrijven, maar ook in Europa gaat dit veel betekenen.Sommige krijgen 60%. Andere krijgen 20%. Binnen Europa heb je dus ookte maken met verschillen in heffingen. Het ene bedrijf kan dan weergoedkoper exporteren dan het andere bedrijf. Dat is gewoon ongelijkheid.Dat is geen gelijk speelveld. Er wordt door de Staatssecretaris wel heelsnel gezegd: dat gaan we niet doen. Daar komt het antwoord eigenlijk opneer. «Daar gaan we niet voor pleiten in Brussel.» Maar dat gaat me eveniets te snel. Waarom wordt daar niet voor gepleit in Brussel? Wij hebbenonze bedrijven hier toch ook te beschermen en te helpen als er factorenvan buitenaf zijn? Het is overigens volledig buiten de schuld van devarkensvleessector, want het is een ruzie over auto’s. Ik vind het dus eenbeetje gek dat dat zo wordt weggewuifd, zo van: dat gaan we niet doen.Staatssecretaris De Vries:Het is niet eventjes «wegwuiven». Ik heb eerder al aangegeven dat wijnatuurlijk ook bij de Europese Commissie aandringen op een oplossingvoor dit probleem. Die voert natuurlijk ook de gesprekken met China. Wijdoen dit soort zaken ook niet voor andere sectoren, dus ik zou het raarvinden als we dat nu voor één specifieke sector wel zouden doen. Daaromheb ik het antwoord gegeven zoals ik dat gegeven heb.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Van der Plas. De allerlaatste.Mevrouw Van der Plas (BBB):Nog één vraag. Ik ga hier nu niet verder op door omdat we inderdaad aande tijd zitten. Ik ga daar schriftelijk op doorvragen, want ik wil wel wetenwat al die andere landen, die hun bedrijven wél willen beschermen, oppolitiek en diplomatiek vlak dan allemaal hebben gedaan. Daar kan deStaatssecretaris nog op wachten, want ik wil hier schriftelijk verder opdoorvragen. Ik ga hier dus verder wel wat mee doen, want het gaat me tesnel om nu te zeggen: dit gaan we niet doen.De voorzitter:Meneer Markuszower heeft een vraag, maar ik wil graag eerst dat deStaatssecretaris antwoordt.Staatssecretaris De Vries:Ik had het idee dat mevrouw Van der Plas schriftelijke vragen aankon-digde. Die gaan we dan goed beantwoorden.De voorzitter:Meneer Markuszower had nog een punt van orde.De heer Markuszower (PVV):Of een verhelderende vraag. Het is me even ontschoten of de Staatssecre-taris heeft toegezegd om mijn vraag schriftelijk te beantwoorden, waarandere Kamerleden, zoals mevrouw Van der Plas en de heer Dekker, zichbij aansloten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329960 Staatssecretaris De Vries:Nee, die was ik vergeten. Dat had ik nog niet benoemd, sorry. U zei al dathet net gepubliceerd is, dus we moeten er ook eventjes naar kijken. Duslaten we inderdaad afspreken dat ik daar schriftelijk op terugkom.Verspilling van geld is natuurlijk nooit goed. Je wilt dat het op de goedeplek terechtkomt. Ik weet niet of de invulling die de heer Markuszowerdaaraan geeft – dat betreft een overzicht van alle subsidies via de EU –lukt, maar ik kom erop terug als dat eventueel niet zou kunnen of nietlogisch is. Maar we doen u een reactie toekomen op het rapport van deEuropese Rekenkamer over de EU-miljarden in Afrika.De voorzitter:Oké, hiermee is de beantwoording van de Staatssecretaris afgerond.Voordat ik de vergadering sluit, zal ik de toezeggingen met u doornemen.–De Staatssecretaris zegt toe in het verslag van de Raad BuitenlandseZaken Handel van 24 november terug te komen op de vraag of erverschillende versies van de beslisnota bij de kabinetsappreciatie overhet EU-Mercosur-akkoord zijn en, zo ja, alle versies te delen met deKamer.Staatssecretaris De Vries:Dat laatste heb ik niet gezegd.De voorzitter:Dat laatste betreft artikel 68, dus daar hebben we het dan nog over.–De tweede toezegging betreft het «Single Entry Point»-mechanisme, inhet bijzonder de problemen omtrent late beantwoording en opvolging.Dat is een toezegging aan het lid Van Ark.Staatssecretaris De Vries:Ja, dat neem ik dan mee in het verslag van de RBZH.De voorzitter:Ja, precies.–De derde toezegging: de Staatssecretaris zegt toe om schriftelijk terugte komen op de uitvoering van de motie-Hirsch, waarvan het demissio-naire kabinet aangeeft deze niet uit te voeren.Staatssecretaris De Vries:Ja.De voorzitter:Tot slot.–De Staatssecretaris zegt toe schriftelijk terug te komen op hetonderzoek van de Europese Rekenkamer inzake ontwikkelingshulp aanAfrika. Dat is een toezegging aan het lid Markuszower.Klopt dit?De heer Markuszower (PVV):Ja, en het uitsplitsen van de bedragen die Nederland heeft gegeven viadie stromen.Staatssecretaris De Vries:Ja, maar ik weet niet zeker of dat kan überhaupt, omdat...De heer Markuszower (PVV):Dat is de jus.De voorzitter:De Staatssecretaris gaat haar best doen!Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329961 Staatssecretaris De Vries:Ik snap wel dat u de jus wilt hebben, maar dan ga ik ook uitleggenwaarom dat eventueel niet kan.De voorzitter:Dat waren de toezeggingen. Ik constateer dat er geen tweeminutendebatis aangevraagd. Daarmee sluit ik de vergadering.Sluiting 19.00 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 329962
Gerelateerde bronnen
- Raad Buitenlandse Zaken Handel van 24 november 2025 (gewijzigde tijd)
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 november 2025, over de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 24 november 2025
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.