KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken van de verkeersveiligheid najaar 2025

4 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8b961b11c804002e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 398Maatregelen verkeersveiligheidNr. 1192 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 december 2025Jaarlijks zijn er twee commissiedebatten verkeersveiligheid met deTweede Kamer. Dit najaar is het commissiedebat verkeersveiligheidgepland op 17 december. Ter voorbereiding van dit debat ontvangt u vanmij, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid (JenV), dezeverzamelbrief met daarin de stand van zaken van openstaande toezeg-gingen en moties. Ook wordt een actualisatie gegeven van een aantalandere maatregelen waaraan het rijk werkt om de verkeersveiligheid vande infrastructuur, de voertuigen en van het gedrag van verkeersdeel-nemers te verbeteren. Om zodoende actief bij te dragen aan het zo veelals mogelijk omlaag brengen van het aantal verkeersslachtoffers. In dezeverzamelbrief komt onder andere het volgende aan bod:•Algemeen gesteld is er sprake van een stabilisatie in het aantaldodelijke verkeersslachtoffers, waarbij onder fietsers en 60-plusser welsprake is van een toename. Het aantal verkeergewonden is welgestegen. De verwachting is dat zonder extra maatregelen beidenaantallen in de toekomst stijgen.•Ter verbetering van de verkeersveiligheid is o.a. voortgang geboektmet de inzet van focusflitsers, intensivering van handhaving opopgevoerde fatbikes en de uitvoering van verkeersveiligheidsmaatre-gelen op de N33 en op delen van de N57 en de N59.•Verder zijn er stappen gezet voor de herinvoering van de tussentijdsetoets voor rijbewijs B per januari 2026, de verdere verkenning van deimplementatiemogelijkheden van het alcoholslot, de kwaliteitsverbete-ring van de rijschoolbranche en voor het realiseren van pilots metgeautomatiseerd vervoer in Nederland in de toekomst.Deze verzamelbrief is als volgt ingedeeld:1.Staat van de verkeersveiligheid2.Verkeershandhaving3.Veilige bestuurders en kwaliteit rijonderwijs4.Veilige infrastructuur5.Veilige voertuigen kst-29398-1192ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 11921 6.Veilig gedrag7.Overige ontwikkelingen1. Staat van de verkeersveiligheid Rond 4 december wordt de «Staat van de Verkeersveiligheid 2025»gepubliceerd. Hierin beschrijft het Instituut voor WetenschappelijkOnderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) de ontwikkeling van het aantalverkeersslachtoffers tot en met 2024, de voorlopige gegevens over 2025en de verwachte ontwikkelingen voor de komende decennia.1VerkeersdodenIn april van dit jaar heeft CBS bekend gemaakt dat in 2024 in totaal 675verkeersdoden vielen. Na twee jaren van stijging, met een sterk verhoogdaantal in 2022, lijkt het aantal nu weer te stabiliseren. Uit de nadereanalyses van deze dodelijke ongevallen in de Staat blijkt dat het aantalverkeersdoden onder fietsers blijft stijgen met gemiddeld zo’n 4% per jaar.Ook ouderen blijven opvallen: ruim de helft van de verkeersdoden (53%)in 2024 was 60-plusser. Het aantal doden in deze leeftijdscategorie stijgt aljaren (3% per jaar), met name onder fietsers (4% per jaar). Het risico looptzeer sterk op vanaf de leeftijdsgroep 70–79 jaar.VerkeersgewondenVerder blijkt uit de Staat dat er in 2024 113.000 verkeersslachtoffersbehandeld werden op de spoedeisende hulp. Van de 7.800 ernstigverkeersgewonden zijn veruit de meeste fietser: 71% van het totaal. Ditaantal stijgt al jaren. De fietsslachtoffers vallen voor het grootste deel inongevallen zonder betrokkenheid van een motorvoertuig, bijvoorbeeld inenkelvoudige ongevallen of ongevallen met een andere fietser. Ook bijernstig gewonden vormen ouderen de grootste groep en stijgt het aantaloudere slachtoffers in de loop der jaren. In 2024 zijn 18.800 matigverkeersgewonden in het ziekenhuis opgenomen. De aantallen verkeers-gewonden stijgen ook dit jaar weer, dit blijft een zorgpunt.Ontwikkelingen in 2025 en verderOp basis van eerdere SWOV-prognoses geeft «De Staat van de Verkeers-veiligheid» ook een blik op de toekomst. Tot 2040 wordt zonder extramaatregelen een stijging van circa 10% van het aantal verkeersdodenverwacht naar ongeveer 740 personen en circa 20% van het aantal ernstigverkeersgewonden naar ongeveer 9.500 personen. Dit komt vooral doorde vergrijzing (ouderen hebben een hoger risico in het verkeer) en deverwachte mobiliteitsontwikkelingen. Veiliger ingerichte infrastructuur,bescherming van kwetsbare verkeersdeelnemers en meer handhaving vanveilig verkeersgedrag zijn de belangrijkste maatregelen om slachtoffers tebeperken, aldus SWOV.2. Verkeershandhaving (JenV) Uitrol geautomatiseerde handhavingsmiddelenDe voormalig Minister van Justitie en Veiligheid heeft toegezegd uwKamer steeds in deze brief te informeren over de stand van zaken metbetrekking tot de vervanging en uitbreiding van de geautomatiseerdehandhavingsmiddelen. Het gaat om een verdubbeling van het aantalhandhavingslocaties. Dit omdat uit berekeningen van het SWOV blijkt dat1Oude Mulders, J. (2025). De Staat van de Verkeersveiligheid 2025. R-2025-18. SWOV, Den HaagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 11922 uitbreiding van de geautomatiseerde verkeershandhaving een effectievemaatregel is om te komen tot een vermindering van het aantal verkeers-slachtoffers2. Het Openbaar Ministerie is hier druk mee bezig. Inmiddelszijn vrijwel alle vaste flitspalen in Nederland vervangen en is de eersteuitbreiding met 30 stuks gestart. Eind 2025 zullen er 550 vaste flitspalenactief zijn, waarna dit aantal tot en met 2029 jaarlijks met 50 stuks groeittot 750. Ook alle trajectcontrolesystemen op het hoofdwegennet(snelwegen) worden vernieuwd. Van de huidige 11 locaties worden er 9vervangen en er komen in het eerste kwartaal van 2026 twee nieuwelocaties bij. Verder vernieuwt het OM de camera’s op de 75 flexflitsers,waardoor deze meer handhavingsmogelijkheden krijgen. Deze kunnendan allemaal in beide rijrichtingen, op meer rijstroken en op roodlicht-negatie flitsen. Op dit moment zijn er 75 flexflitsers in gebruik. Eind 2026begint de uitbreiding van het aantal flexflitsers naar 125.In mei zijn de eerste focusflitsers in gebruik genomen. De focusflitser iseen verplaatsbare camera die controleert op het vasthouden van mobieleelektronische apparaten tijdens het rijden, zoals een telefoon. Detoenmalig Minister van IenW heeft tijdens het commissiedebat verkeers-veiligheid op 11 februari 2025, namens de Minister van JenV aan het lidVeltman (VVD) toegezegd de Kamer drie maanden na het in gebruiknemen van de focusflitsers te informeren over de resultaten van de inzetvan die focusflitsers. Het aantal actieve focusflitsers groeit gestaag,verwacht wordt dat er in december dit jaar in totaal 40 focusflitsers actiefzijn. In 2026 wordt dit aantal nog uitbreid tot 50 stuks. Deze zullen in totaalover 300 locaties door heel Nederland kunnen rouleren, verspreid overprovinciale wegen en drukke wegen binnen de bebouwde kom. Het OMonderzoekt ook of andere wegen technisch tot de mogelijkheden behoren,zoals de snelweg. Met de focusflitser zijn sinds 19 mei 2025 al tiendui-zenden boetes opgelegd. Verwacht wordt dat dit aantal in 2026 forstoeneemt wanneer alle 50 focusflitsers actief zijn. Met de focusflitser zijnsinds 19 mei 2025 al tienduizenden boetes opgelegd. Verwacht wordt datdit aantal in 2026 fors toeneemt wanneer alle 50 focusflitsers actief zijn. Erzijn inmiddels al meer dan 12 miljoen voertuigen met de focusflitsergecontroleerd. Ongeveer 1 op de 275 passerende bestuurders krijgt eenboete opgelegd na controle door de focusflitser. Dat zijn zowel automobi-listen als bestuurders van vrachtwagens of bussen. Eén op de tienbestuurders gaat tegen deze boete in beroep. Dat is conform deverwachting van het OM en sluit aan bij andere Mulderzaken. Het OM iserg tevreden met de kwaliteit die de focusflitser levert en monitort deontwikkeling van deze aantallen om te beoordelen of een gedragsveran-dering plaatsvindt door intensivering van deze handhaving.AlcoholslotDe aangenomen motie van het voormalig lid Veltman (VVD)3 verzoekt deregering om in het kader van de aanpak van rijden onder invloed zo snelmogelijk over te gaan tot de invoering van het alcoholslot. In de vorigeverzamelbrief bent u geïnformeerd over het lopende vervolg op deverkenning die eerder in opdracht van IenW is uitgevoerd4. Daarin isaangegeven dat naast de nadere uitwerking van de invoering van hetalcoholslot in het strafrecht, ook nog gekeken zou worden naar eenscenario voor invoering in het bestuursrecht, omdat in het bestuursrechtmogelijk vaker een alcoholslot zal worden opgelegd en kosten mogelijk opde bestuurder verhaald kunnen worden. Het ging daarbij om een scenario2SWOV, «Halvering verkeersslachtoffers in 2030?, Doorrekening van aanvullende maatregelen»,Den Haag, 2022.3Kamerstuk 29 398, nr. 11614Kamerstuk 29 398, nr. 1169Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 11923 waarbij er na oplegging van een alcoholslot vanuit het bestuursrecht,door het OM wordt afgezien van strafrechtelijke vervolging. Hiermee zoudubbele bestraffing voorkomen worden. Uit de verkenning is gebleken datdit scenario op te veel belemmeringen stuit, waardoor dit scenario niethaalbaar lijkt. De Minister van JenV heeft daarom besloten dit scenarioniet verder uit te werken en te focussen op uitwerking van de invoering inhet strafrecht. Daarin zijn nog verschillende beleidskeuzes te makenwaarover momenteel met de betrokken ketenpartners overleg wordtgevoerd. Ook wordt samen met deze partners een impactanalyseopgesteld om in te kunnen schatten welk effect (in aantallen opleggingen)er van de invoering in het strafrecht verwacht kan worden en welke kostener mee gemoeid zijn. Er wordt naar gestreefd deze verkenning in de eerstehelft van 2026 af te ronden. Op basis van de uitkomsten van dezeverkenning kan een besluit worden genomen over de herinvoering vanhet alcoholslot. Voor de invoering is op dit moment geen financiëledekking, zoals uw Kamer reeds bij de indiening van de motie is geïnfor-meerd.Landelijke werkgroep verkeershandhavingZoals in de vorige verzamelbrief5 is aangegeven, is er een landelijkewerkgroep verkeershandhaving gestart onder voorzitterschap van hetMinisterie van JenV, bestaande uit de Vereniging voor NederlandseGemeenten, het Interprovinciaal Overleg, gemeente Rotterdam, het OM,politie, vervoerregio’s, het Centraal Justitieel Incassobureau en hetMinisterie van IenW. De werkgroep heeft een lijst6 met naar verwachtinghaalbare maatregelen opgesteld die de objectieve en/of subjectievepakkans in het verkeer kunnen vergroten. Dat is van belang omdat de –gepercipieerde – pakkans van aanzienlijke invloed is op de afschrikkendewerking van de verkeershandhaving. Tijdens het bestuurlijk overlegStrategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV) op 7 juli jongstledenhebben alle bestuurders ingestemd met het verder uitwerken en/ofimplementeren van de lijst van 13 maatregelen en daarvoor vanuit deeigen organisatie de benodigde capaciteit ter beschikking te stellen. Ditbetekent dat de komende tijd in eerste instantie van deze 13 maatregelenzal worden bekeken of en hoe ze uitgevoerd zouden kunnen worden.Daarnaast is afgesproken dat er over twee jaar een evaluatie plaatsvindt.Tot slot heeft het bestuurlijk overleg SPV ingestemd met continuering vande werkgroep als Landelijke werkgroep verkeershandhaving onder hetSPV. Binnen de werkgroep zal regelmatig gesproken blijven worden overwelke inzet nodig en mogelijk is om de handhaving te versterken, ditbetekent dat er maatregelen af kunnen vallen die toch niet haalbaarblijken maar ook dat er nieuwe maatregelen aan de bovengenoemde lijstmet naar verwachting haalbare maatregelen toegevoegd kunnen worden.In de volgende verzamelbrief zal de Minister van JenV u informeren overde voortgang van de werkgroep en de maatregelen.Handhaving helmplicht elektrische fietsenHet Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzoekt op dit momentde mogelijkheid van een leeftijdsgebonden helmplicht voor elektrischefietsen, waaronder fatbikes en andere licht elektrische voertuigen (LEVs),zoals e-steps voor jongeren tot 18 jaar. De voormalig Minister van Justitieen Veiligheid heeft uw Kamer tijdens het commissiedebat verkeersvei-ligheid op 4 september jl. toegezegd om terug te komen op de vraag vanhet voormalig lid Olger van Dijk (NSC) over de handhaving van dezehelmplicht voor minderjarigen tot 14 jaar waarvoor geen identificatieplicht5Kamerstuk 29 398, nr. 11756Bijlage: Overzicht 13 maatregelen landelijke werkgroep verkeershandhavingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 11924 geldt, en de mogelijkheid dat men zich jonger voordoet om zo onder deidentificatieplicht uit te komen of andere gegevens opgeeft om een boetete omzeilen.7Wanneer een politieagent een jongere straks ziet fietsen zonder helm envermoedt dat deze persoon jonger is dan 18 jaar, kan hij overgaan totstaandehouding. Indien de jongere aangeeft jonger te zijn dan 14 jaar, ishet verplicht dat hij een helm draagt en kan de politie voor het niet dragenvan een helm verbaliseren. Het risico bestaat echter dat de jongere, omdathij niet identificatieplichtig is, een valse naam verstrekt. Dit werkt echterniet anders dan bij de handhaving op andere overtredingen doorminderjarigen, zoals bijvoorbeeld de handhaving op het voeren van dejuiste fietsverlichting. Iedereen die staande wordt gehouden is verplichtNAW-gegevens door te geven. Wanneer een vals adres opgegeven wordtdan kan dat door de politie ter plekke geverifieerd worden door hetsysteem op de telefoon te raadplegen. Ook kan de jongere gevraagdworden om meer informatie over de woonplek en/of woonsituatie tegeven om te achterhalen of de jongere de waarheid spreekt. Indien er echtniet wordt meegewerkt, dan kan de jongere meegenomen worden naarhet bureau en worden de ouders/voogden verwittigd. Het opgeven vaneen valse naam en/of adres kan een boete opleveren. Een jongere onderde 12 krijgt geen boete, maar de ouders worden wel altijd in kennisgesteld.Hiermee wordt de toezegging aan het voormalig lid Olger van Dijk (NSC)als afgedaan beschouwd.Handhaving opgevoerde fatbikesDe voormalig Minister van Justitie en Veiligheid heeft het lid Boutkan(PVV) toegezegd om uw Kamer elk half jaar te informeren over het aantalopgelegde boetes voor het op de openbare weg plaatsen of gebruiken vanniet-goedgekeurde voertuigen, waaronder opgevoerde fatbikes. Ook istoegezegd uw Kamer te informeren over het aantal inbeslaggenomenfatbikes en hoeveel daarvan uiteindelijk vernietigd worden.Uit cijfers van het CJIB blijkt dat het aantal opgelegde boetes voor hetlaten staan of rijden met een niet-goedgekeurd voertuig is gestegen van643 in 2023 naar 4845 in 2024. Er is hierbij geen uitsplitsing in de cijfersmogelijk naar het soort voertuig, maar volgens de politie was bij hetmerendeel van deze geconstateerde overtredingen een fatbike betrokken.Dit laat zien dat de handhavingsinspanning van de politie in 2024 flinktoegenomen is.Op dit moment wordt niet specifiek bijgehouden hoeveel fatbikes inbeslag zijn genomen en hoeveel daarvan uiteindelijk zijn vernietigd. Ditkomt doordat de fatbike geen afzonderlijke categorie betreft in deregistratiesystemen. Een inbeslaggenomen fatbike kan daardoor onderverschillende categorieën worden geregistreerd, onder andere als fiets ofbromfiets, maar ook onder een heel andere type voorwerp. Hiermeewordt de toezegging aan het lid Boutkan (PVV) als afgedaan beschouwd.Inzet buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa) op verkeers-handhavingDe voormalig Minister van Justitie en Veiligheid heeft aan het lid Boutkan(PVV) tijdens het vorige commissiedebat verkeersveiligheid toegezegd deKamer te informeren over de voortgang van de beschouwing van het7TZ202509-057Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 11925 boa-bestel en de relevante aspecten hierin wat betreft de handhaving inhet verkeer.In oktober is de Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van debeschouwing en de ontwikkelrichting van het boa-bestel8. In deuitwerking van deze ontwikkelrichting zal de komende tijd wordengeïnventariseerd waar hiaten in de opsporingsbevoegdheden, passend bijde taak van de boa zoals in de Kamerbrief omschreven, worden ervaren.Dit zal onderdeel uitmaken van het in de eerder genoemde Kamerbriefbenoemde implementatietraject. Daarbij wordt in overleg met deketenpartners ook gekeken naar eventuele uitbreiding van de bevoegd-heden op het gebied van verkeershandhaving.Significant meer automobilisten controleren op rijden onder invloedDe motie Stoffer (SGP)9 roept op om in overleg met politie op te tredenzodat er meer automobilisten gecontroleerd worden op rijden onderinvloed. Zoals ook in het tweeminutendebat Verkeersveiligheid van19 februari 2025 aangegeven, is rijden onder invloed een openbare-orde-vraagstuk. Daarom is de lokale driehoek verantwoordelijk voor deverdeling van de politiesterkte. In het landelijk overleg veiligheid en politie(LOVP) van 30 juni jl., heeft de voormalig Minister van Justitie enVeiligheid de burgemeesters opgeroepen om meer politie inzet te doen ophet handhaven van rijden onder invloed.Daarnaast roept dezelfde motie Stoffer (SGP) op om de Kamer teinformeren over het aantal controles op rijden onder invloed, het aantalgecontroleerde automobilisten, het aantal staandehoudingen enprocessen-verbaal, en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan derisicogestuurde aanpak. De risicogestuurde aanpak houdt in dat de politieminder inzet op grootschalige fuikcontroles maar in plaats daarvan decontroles gericht inzet op de plekken en doelgroepen die het grootsterisico vormen. Het gaat dan bijvoorbeeld om controles in de avond- ofnachturen, tijdens festivals of evenementen of in de uitgaansgebieden. Erworden verschillende handhavingsacties op rijden onder invloedopgenomen in de verkeersveligheidkalender en er zijn Europese actiesvanuit Roadpol. Dit leverde in 2024 ruim 42.000 geregistreerde misdrijvenvoor rijden onder invloed (drugs en alcohol) op. Er zijn in 2024 in totaal1242 controles op rijden onder invloed uitgevoerd. Het aantal controleszegt echter niets over het aantal afgenomen blaas – en drugstesten percontrole of over de omvang qua ingezette capaciteit. Dit wordt nietgestructureerd vastgelegd. Het aantal gecontroleerde automobilisten enhet aantal staandehoudingen voor rijden onder invloed wordt ook nietstructureel geregistreerd. Hierover kunnen daarom geen betrouwbarecijfers worden geleverd. Hiermee wordt de motie Stoffer (SGP) alsafgedaan beschouwd.3. Veilige bestuurders en kwaliteit rijonderwijs PuntenrijbewijsNaar aanleiding van de eerder gedane toezegging tijdens het commissie-debat verkeersveiligheid van 11 februari 2025 ontvangt uw Kamer hetrapport van Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid(SWOV) over de voor- en nadelen van een invoering van een puntenrijbe-wijssysteem in Nederland10.8Kamerstuk 36 395, nr. 229Kamerstuk 29 398, nr. 116410Bijlagen: Rapport «Een puntenrijbewijs in Nederland?» en Infographic bij «Een puntenrijbewijsin Nederland?»Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 11926 SWOV stelt dat de invoering van een puntenrijbewijs het aantal overtre-dingen en verkeersongevallen in de meeste landen aanvankelijk doetdalen. Volgens het wetenschappelijk instituut zijn de waargenomeneffecten, zoals een daling van het aantal slachtoffers en een verbeteringvan het rijgedrag echter vaak tijdelijk. Omdat deze sterk afhankelijk zijnvan de pakkans. Daarnaast geeft SWOV aan dat het aantal staandehou-dingen in ons land veel te laag is voor een geloofwaardig en effectiefpuntensysteem. Mulderfeiten, lichte verkeersovertredingen die opadministratieve wijze worden afgehandeld, kunnen volgens SWOV (nog)niet worden opgenomen in het puntenrijbewijs, omdat dit in strijd is metde uitgangspunten van de wet Mulder en op uitvoeringsproblemen stuit.De politie zet zich al geruime tijd in om het aantal staandehoudingen telaten stijgen, wat de laatste jaren heeft geresulteerd in een toename van384.982 in 2017 naar 510.420 staandehoudingen met een boete als gevolgin 2024. Hoewel de cijfers door deze jaren heen ook schommelingen latenzien11. Daarnaast is het zo dat er in Nederland voor gekozen is om veelovertredingen ook geautomatiseerd en op kenteken af te doen omdat ditzorgt voor een hoge pakkans. Naast de hierboven genoemde reden omMulderfeiten niet mee te nemen in een puntenrijbewijssysteem, geldt ookdat voor deze feiten in veel gevallen niet bekend is wie de daadwerkelijkebestuurder was en aan wie daarmee een punt zou moeten wordentoegekend. Ten slotte stelt SWOV dat de educatieve maatregelen,maatregelen die gericht zijn op gedragsverandering op rijden onderinvloed en ongewenst verkeersgedrag, binnen een puntenrijbewijs inandere landen volgens de beschikbare literatuur slechts beperkt bewezeneffectief zijn.Op basis van bovenstaande overwegingen, ziet het ministerie momenteelgeen aanknopingspunten om het puntenrijbewijs uit te breiden.Medische rijgeschiktheidHet is van belang voor de verkeersveiligheid dat mensen met eenrijgevaarlijke aandoening12 worden beoordeeld door het CBR voordat zeplaatsnemen achter het stuur. In 2021 is IenW gestart met een traject omhet stelsel voor de beoordeling van de medische rijgeschiktheid teverbeteren (het stelseloptimalisatietraject). IenW informeert de Kamerhierbij over de stand van zaken met betrekking tot de twee laatsteonderdelen: een mogelijke meldplicht voor rijbewijshouders en het«communicatieplan medische rijgeschiktheid». Daarmee zijn allemaatregelen uit het stelseloptimalisatietraject opgevolgd.Onderzoek meldplichtVoor het verkennen van een wettelijke meldplicht voor rijbewijshoudersheeft SWOV onderzocht welke aandoeningen samenhangen met eenverhoogd ongevalsrisico en geschikt zijn voor een wettelijke meldplichtvoor de rijbewijshouder. Dat laatste betekent dat het aandoeningen zijnwaarvan de rijbewijshouder zich bewust is (ziekte-inzicht) en waarvoor hetbegrijpelijk en eenduidig is wanneer men zich moet melden. SWOV heefteen korte lijst opgesteld van aandoeningen die hiervoor het meestgeschikt én relevant zijn zoals epilepsie en beperkingen van het perifeergezichtsveld (tunnelvisie). Eerder is de Kamer geïnformeerd dat eenwettelijke meldplicht praktische, juridische en ethische bezwaren met zichmeebrengt.13 Daarom worden de resultaten van het SWOV-onderzoekmeegenomen in het communicatieplan.11Cijfers van het CJIB over het aantal staandehoudingen met een beschikking (boete) als gevolg12Zoals wettelijk vastgelegd in de Regeling eisen geschiktheid 2000.13Kamerstuk 29 398, nr. 1139.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 11927 Communicatieplan medische rijgeschiktheidHet is van groot belang dat rijbewijshouders zich bewust zijn van hunmentale en fysieke gesteldheid voordat zij deelnemen aan het verkeer.Ook tijdelijke klachten, zoals vermoeidheid of een griep, kunnen vaninvloed zijn op de rijgeschiktheid. Daarvoor heeft IenW een communica-tieplan ontwikkeld14 met als doel het bewustzijn over rijgeschiktheidonder rijbewijshouders te verhogen. Dit plan richt zich op alle rijbewijs-houders, ook degenen zonder rijgevaarlijke aandoeningen. In samen-werking met betrokken stakeholders (waaronder CBR, RDW, IVM endiverse patiënten-, en beroepsverenigingen) is de bestaande informatie-voorziening in kaart gebracht. Hieruit zijn diverse kansen naar vorengekomen om de communicatie te verbeteren. Afgesproken is om dezekansen gezamenlijk te benutten en het communicatieplan actueel tehouden.Voortdurende optimalisatie rijgeschiktheidseisenIenW en het CBR blijven de processen rondom medische rijgeschiktheidcontinu optimaliseren, ook op basis van praktijkervaringen en signalen uitde samenleving. Daarnaast wordt in het kader van de vierde Europeserijbewijsrichtlijn de regelgeving verder aangescherpt15. Deze rijbewijs-richtlijn is in november vastgesteld en wordt de komende jaren inNederland geïmplementeerd.Kwaliteit rijbewijskeuringenIn de verzamelbrief CBR van augustus jl. is de Kamer geïnformeerd overinitiatieven om de kwaliteit van rijbewijskeuringen te verbeteren.16 Naastde CBR-beleidsregel rijbewijskeuringen door keurend artsen treedt op1 januari 2026 ook de herziene CBR-beleidsregel «Aanwijzing keurendmedisch specialisten» in werking. Met deze herziening is het onder andereniet meer mogelijk om te keuren op afstand.Stand van zaken programma «Van Rijles naar Rijonderwijs»Het programma »Van Rijles naar Rijonderwijs» op basis van het gelijk-namige advies van de heer Roemer beoogt de kwaliteit van de rijop-leiding, de examens, de rijinstructeurs en de rijscholen – en daarmee hetstelsel als geheel – aanzienlijk te verbeteren. Samen met het CBR, hetInstituut voor Certificering en Examinering in de Mobiliteitsbranche (IBKI)en de branche (de Koepel Rijopleiding en Verkeerseducatie (KRV), ANWBen BOVAG wordt momenteel in het programma Van Rijles naar Rijon-derwijs (VRNR) uitwerking gegeven aan de maatregelen uit het advies.Over de voortgang van het programma VRNR en welke maatregelen uithet advies worden opgepakt is de Tweede Kamer meermaals geïnfor-meerd17.Om voor het toekomstige stelsel het toezicht goed te kunnen inrichten, isvoldoende beschikbare informatie noodzakelijk. Het CBR heeft deopdracht gekregen om een plan van aanpak, afsprakenkader enprogramma van eisen te maken voor het ontwikkelen van eenICT-applicatie (voorheen leerlingvolgsysteem). Hiermee wordt hetmogelijk om meer toezicht en controle binnen de hele keten vorm te14Bijlage: communicatieplan rijgeschiktheid.154th Directive on driving licences | Directive | EUR-LEx16Kamerstuk 29 398, nr. 1182.17Kamerstuk, 29 398, nr. 1004; Kamerstuk 29 398, nr. 1059; Kamerstuk 29 398, nr. 1080;Kamerstuk 29 398, nr. 1110; Kamerstuk 29 398, nr. 1139 en Kamerstuk 29 398, nr. 1175.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 11928 geven. Samen met het IBKI en de rijschoolbranche wordt gewerkt aan eensysteem dat de benodigde data voor toezicht en handhaving kanontsluiten.Dit jaar is gewerkt aan de voorbereidingen voor de aanpassing van dewet- en regelgeving om VRNR te implementeren. Dit wordt de komendejaren verder uitgevoerd waarbij we streven naar invoering in 2029. qOpbasis van het transitieplan dat al eerder is gedeeld met uw Kamer, wordtmet alle betrokken partijen gewerkt aan diverse actielijnen om demaatregelen in de praktijk te brengen. Voordat de gewijzigde wet- enregelgeving ingaat, kan zo ervaring worden opgedaan met een deel vande adviezen zoals het nieuwe Nationaal Leerplan Rijopleiding B en denieuwe wijze van opleiden, toetsen en examineren. Ook kunnen allebetrokkenen dan voorbereidingen treffen om de nieuwe manier vanwerken vorm te geven zodat de implementatie soepel kan verlopen.Voordelen voor goed presterende rijscholenIn de verzamelbrief CBR van augustus jl. is de Kamer geïnformeerd overde voorstellen die het CBR, in overleg met de branche, heeft uitgewerktom goed presterende rijscholen voordelen te bieden. Daarbij kwamen demaatregelen «eerder toegang tot initiële examencapaciteit» en hetkwaliteitskeurmerk «Gouden Rijschool» als meest haalbaar naar voren.Het CBR heeft vervolgens onderzocht in hoeverre deze maatregelenbinnen de huidige wettelijke taken kunnen worden uitgevoerd. Demaatregel «eerder toegang tot initiële examencapaciteit voor beterpresterende rijscholen» kan alleen op dit moment worden ingevoerd alsdit wordt ingezet ter uitvoering van de taak van het CBR om te zorgenvoor een goed werkend reserveringssysteem. Omdat er geen extraexamencapaciteit ontstaat, regionale verschillen in capaciteitsinzetmoeilijk zijn te maken en het doel vooral ligt bij kwaliteitsverbetering, kande maatregel niet afdoende worden onderbouwd. De conclusie is dus datdit nu niet mogelijk is en daarvoor een aanpassing van de wetgevingnodig is.De maatregel Kwaliteitskeurmerk «Gouden Rijschool» houdt in dat goedpresterende rijscholen een kwaliteitskeurmerk krijgen. Het toekennen vanzo’n keurmerk valt echter niet binnen de huidige wettelijke taken van hetCBR. Het eventueel uitbreiden van deze wettelijke taken vergt eenzorgvuldig proces waarbij diverse aspecten zoals uitvoerbaarheid enbekostiging goed overwogen en onderbouwd moeten worden. Dit is opkorte termijn dus ook niet mogelijk. Wel kan het CBR de brancheondersteunen door gegevens die nu al gepubliceerd worden (denk aanslagingspercentage) te delen die helpen bij het ontwikkelen van eendergelijk keurmerk. Het CBR kan op dit moment echter niet zelf verant-woordelijk zijn voor het toekennen van een keurmerk of het toezichtdaarop.Het CBR blijft daarom met IenW en de branche in overleg om teverkennen hoe kwaliteitsverbetering binnen de rijschoolbranche het bestekan worden gestimuleerd.Examenfraude theorie bij het CBRExamenfraude is een actueel onderwerp dat door het CBR al meerderemalen is geagendeerd in de knelpuntenbrief18 en de rapportage «Standvan de uitvoering IenW».19 IenW is dan ook al langer in gesprek met het18Kamerstuk 29 398, nr.1021.19Kamerstuk 29 362, nr. 343.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 11929 CBR over dit onderwerp en de impact op de validiteit van het theorie-examen. Conform de toezegging aan de Kamer heeft er daarnaast eenapart gesprek plaatsgevonden met het CBR en vertegenwoordigers van derijschoolbranche. Het CBR heeft overtuigend kunnen aantonen dat met demaatregelen die ze nemen fraude bij het examen maximaal wordtvoorkomen en de validiteit van het theorie-examen niet ter discussie staat.Het gesprek met de branche leverde enkele suggesties op voor eventueleverdere verbeteringen om fraude te voorkomen. Hiermee beschouwtIenW de toezegging20 als afgedaan.Het CBR werkt daarnaast continu aan het verder verbeteren, optimaliserenen uitbreiden van de vragenbank en het optimaliseren van de systematiekwaarmee de verschillende examens worden afgenomen. Fraude is helaasniet in alle gevallen te voorkomen ondanks forse investeringen intechnologie (waaronder handscanners, sweepers, camera’s en anderedetectiemethodes) en de inzet daarvan. Het CBR blijft om die redencontinu kijken naar aanvullende mogelijkheden om fraude nog beter tevoorkomen. Daarbij wordt onder andere gekeken – net als bijvoorbeeld inDuitsland – om te werken met een openbare vragenbank.Geleidelijke terugkeer Tussentijdse Toets – uitbreiding in Groningen,Friesland, Drenthe en OverijsselHet tijdelijk afschaffen van de tussentijdse toets (TTT) is op 1 april 2025ingegaan om de reserveringstermijnen voor het praktijkexamen Bstructureel omlaag te brengen. Het CBR streeft ernaar dat per 1 april 2026op nagenoeg alle locaties kandidaten die er klaar voor zijn binnen de keyperformance indicator (kpi) van maximaal 7 weken het praktijkexamen Bkunnen doen. Het Ministerie van IenW heeft uw Kamer in de brief van27 oktober jl.21 geïnformeerd dat de TTT gefaseerd (regionaal) kanterugkeren. Vanaf 1 januari 2026 keert de toets terug in de provinciesLimburg en Zeeland. De gefaseerde terugkeer van de TTT is belangrijknieuws voor kandidaten en rijscholen, want de TTT is in potentie eeninstrument dat de kwaliteit van de opleiding verbetert en kandidaten betervoorbereidt op het rijexamen.Het CBR heeft inmiddels ook de reserveringstermijnen in de provinciesFriesland, Grondingen, Drenthe en Overijssel structureel op ordegekregen en hervat vanaf januari 2026 de TTT in deze vier provincies.IenW is verheugd hierover en spreekt haar waardering uit voor deinspanningen van het CBR. Het CBR is eind november 2025 gestart met decommunicatie over de terugkeer van de TTT in deze provincies omkandidaten en rijscholen in deze regio’s tijdig de mogelijkheid te biedenom een toets te reserveren. Op basis van de cijfers in de CBR-kwartaal-rapportage over het vierde kwartaal wordt bekeken of de herinvoering vande TTT ook in andere regio’s, waar de reserveringstermijnen structureelop orde zijn, mogelijk is. U wordt hierover nader geïnformeerd in januari2026 met de vierde kwartaalrapportage over de examenafname.Stand van zaken digitaal aanvragen rijbewijzenIn vrijwel alle Nederlandse gemeenten kan het rijbewijs digitaal wordenaangevraagd. Dit wordt na een succesvolle pilot, landelijk wettelijkingevoerd. Het streven is om definitieve wet- en regelgeving die nodig isvoor het invoeren van het digitaal aanvragen van rijbewijzen op 1 januari2027 in werking te laten treden.20TZ202509-051.21Kamerstuk 29 398, nr. 1190.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 119210 In samenhang met digitaal aanvragen is, zoals eerder gemeld22, hetbezorgen van rijbewijzen binnen de huidige rijbewijsregelgeving niettoegestaan. Wanneer de wetswijziging om een digitale rijbewijsaanvraaglandelijk mogelijk te maken is doorgevoerd, kan het bezorgen vanrijbewijzen mogelijk worden heroverwogen, als hier nog vraag naar blijft.Een digitale rijbewijsaanvraag kan namelijk niet worden bezorgd, omdatiemand altijd aan een gemeentebalie moet verschijnen bij eenrijbewijsaanvraag.4. Veilige infrastructuur Verkeersveiligheidsbeoordeling en strategische agenda verkeersveiligheidvoor het rijkswegennetVoor de zomer is de Tweede Kamer geïnformeerd over de ontwikkelingvan de strategische agenda verkeersveiligheid voor het rijkswegennet(SAVeR).23 In de SAVeR worden de grootste verkeersveiligheidsrisico’s ophet rijkswegennet integraal in beeld gebracht en geprioriteerd en wordtgeschetst op welke wijze deze risico’s (kosten)effectief kunnen wordenverkleind of weggenomen. Het destijds aangekondigde verdiependeonderzoek over de categorisering van verkeersveiligheidsniveaus oprijkswegen is inmiddels opgeleverd en is samen met de bijbehorendeachtergrondgegevens als 2 bijlagen24 opgenomen bij deze verzamelbrief.Dit onderzoek geeft invulling aan de vereiste vanuit de RISM-II richtlijn(richtlijn (EU) nr. 2019/1936) om een verkeersveiligheidsbeoordeling op testellen waarmee het rijkswegennet ingedeeld kan worden in verschillendeverkeersveiligheidsniveaus. Deze verkeersveiligheidsbeoordeling is ookaangeboden aan de Europese Commissie. Deze verkeersveiligheidsbeoor-deling wordt elke vijf jaar herhaald conform de vereisten vanuit de RISM-IIrichtlijn. De ontwikkelde methodiek wordt eveneens benut worden bij hetopstellen van een volgende Integrale Mobiliteitsanalyse.Met de verkeersveiligheidsbeoordeling zijn de rijkswegen ten opzichte vanelkaar gecategoriseerd op verkeersveiligheidsniveau. Met de hiertoeontwikkelde methodiek en het op basis daarvan uitgevoerde onderzoek, isintegraal in beeld gebracht op welke delen van het rijkswegennet eengroter risico op (ernstige) ongevallen te verwachten is. Dit inzicht isgebaseerd op data over letselongevallen die in het verleden hebbenplaatsgevonden en op basis van een beoordeling van het wegontwerp,conform de vereisten vanuit de RISM-II richtlijn. Het onderzoek biedt ookinzicht in welke ontwerpkenmerken sterker bijdragen aan het ontstaan ofde afloop van verschillende type verkeersongevallen die verspreid overhet rijkswegennet plaatsvinden. Op de trajecten die in de hoogsterisicocategorie vallen, is sprake van een stapeling van afwijkingen in hetwegontwerp én vinden veel letselongevallen plaats.SaVeR wordt de komende periode verder vormgegeven met behulp vande verkeersveiligheidsbeoordeling. Daarbij wordt een vertaalslag gemaaktvan de verkeersveiligheidsbeoordeling naar mogelijke maatregelen op hetgebied van infrastructuur, gedrag en voertuigveiligheid om de grootsterisico’s te mitigeren of weg te nemen. Het perspectief hierop kan immersper locatie en per geconstateerd risico verschillen. Gegeven de instand-houdingsopgave op het rijkswegennet, is de maakbaarheid van mogelijkemaatregelen hierbij een belangrijke randvoorwaarde. SAVeR schetst danook welke vervolgstappen nodig zijn om het perspectief op uitvoering van22Kamerstuk 29 398, nr. 1059.23Kamerstuk 29 398, nr. 1175.24Bijlage: Rapportage Verkeersveiligheidsbeoordeling Rijkswegen en bijlage: Achtergrondge-gevens bij «Rapportage Verkeersveiligheidsbeoordeling Rijkswegen».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 119211 mogelijke aanvullende maatregelen in de toekomst te vergroten. DeSAVeR geeft daarmee ook invulling aan de vereiste vanuit de RISM-IIrichtlijn om een follow-up te geven aan de uitgevoerde verkeersveilig-heidsbeoordeling.Op dit moment wordt door Rijkswaterstaat volop gewerkt aan deverbetering van de verkeersveiligheid op rijkswegen, onder andere opbasis van de € 200 miljoen die het kabinet Rutte-IV beschikbaar heeftgesteld voor rijks-N-wegen. De Tweede Kamer wordt over de voortganghiervan periodiek geïnformeerd met de MIRT-brief, meest recentelijk injuni jl.25. De aanpak is opgedeeld in twee tranches. Tranche 1 bestaat uitsnel uitvoerbare maatregelen, waarvan het grootste deel inmiddels isgerealiseerd. In oktober/november zijn verkeersveiligheidsmaatregelenuitgevoerd op de N33 en op delen van de N57 en de N59. In de periodenovember/december worden maatregelen getroffen om de N99 veiliger temaken. De resterende maatregelen uit tranche 1 zijn in opdracht gegevenof vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst met regionale partijen.Een update over de maatregelen uit tranche 2 (inclusief de N36 en de N50Kampen-Ramspol) ontvangt de Tweede Kamer voorafgaand aan hetaankomende Notaoverleg MIRT in januari 2026.Aanvullende maatregelenboven op de huidige inzet zijn op dit moment niet aan de orde, omdathiervoor geen financiële middelen beschikbaar zijn. Besluitvorminghierover is aan een volgend kabinet.Voortgang verhoging maximumsnelheid 130 km/uIn de aangenomen motie van het lid El Abassi26 (DENK) wordt de regeringverzocht het aantal trajecten uit te breiden waar overdag 130 kilometer peruur gereden kan worden. Op drie trajecten is de maximumsnelheid sinds14 april jl. verhoogd. Uw Kamer is hierover geïnformeerd27. Op een vierdetraject (de A37 tussen knooppunt Holsloot en aansluiting Zwartemeer)wordt momenteel vooruitlopend op verhoging van de maximumsnelheidgewerkt aan verschillende maatregelen om de verkeersveiligheid teverbeteren. Specifiek worden bermen veiliger ingericht door het plaatsenvan geleiderails of het verwijderen van obstakels in de berm. Naaraanleiding van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van deRaad van State inzake intern salderen op 28 mei jl. is voor de A37 naderecologisch onderzoek en een natuurvergunning nodig. Ook moeten enkeleeerder uitgevoerde detailonderzoeken daardoor worden geactualiseerd.Een definitief verkeersbesluit kan daarna in gang gezet worden.In lijn met de aangenomen motie zijn een drietal nieuwe trajectengeïdentificeerd waar de maximumsnelheid overdag mogelijk verhoogdzou kunnen worden naar 130 km/u. Op basis van expert judgment én heteerste beeld qua gevolgen voor geluid zijn momenteel de volgende driekansrijke trajecten in beeld: 1) A6 aansluiting Lelystad – knooppuntEmmeloord (met uitzondering van de A6 ter hoogte van de Ketelbrug), 2)A27 aansluiting Almere Haven – knooppunt Almere en 3) A17 knooppuntNoordhoek- knooppunt de Stok. Het is op voorhand nog niet te zeggen ofde maximumsnelheid hier daadwerkelijk verhoogd kan worden. Daarvooris verder detailonderzoek noodzakelijk. Er is momenteel geen specifiekbudget beschikbaar voor het uitvoeren van de detailonderzoeken en hetdoorvoeren van eventuele benodigde mitigerende maatregelen. In dekomende maanden wordt verkend tot hoever de verhoging van demaximumsnelheid verder onderzocht kan worden.25Kamerstuk 36 600-A, nr. 63.26Kamerstuk 31 305, nr. 51127Kamerstuk 32 646, nr. 46.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 119212 Verzorgingsplaatsen van de ToekomstSinds 2021 loopt het beleidsprogramma «verzorgingsplaatsen van detoekomst». In het kader van dit programma is eind november de wet«voorzieningen verzorgingsplaatsen» ter advisering aangeboden aan deRaad van State. De Kamer ontvangt deze – na verwerking van het adviesvan de Raad van State – naar verwachting medio 2026. Deze wet ziet toeop de verdeling van vergunningen voor laden en shops. Hierbij isverkeersveiligheid een belangrijke randvoorwaarde. Er is urgentie bij detotstandkoming van deze wet aangezien vanaf 2028 op ruim 150 verzor-gingsplaatsen de vergunningen voor laden verlopen. Deze wet biedt eengrondslag om de vergunningen op een transparante wijze opnieuw teverdelen.De motie Heutink is uitdrukkelijk betrokken bij de besluitvorming over hetwetsvoorstel28. De motie heeft ertoe geleid dat deels aanpassingen zijngedaan in het wetsvoorstel en de toelichting in zoverre de regeringinvulling verwacht te kunnen geven aan de motie. Het wetsvoorstel en detoelichting wordt aanhangig gemaakt bij de Afdeling advisering van deRaad van State voor de wetgevingsadvisering. Daarbij wordt aan deAfdeling advisering van de Raad van State in het bijzonder gevraagd ombij de wetgevingsadvisering aandacht te besteden aan de onderdelen vanhet wetsvoorstel en de bijhorende redeneringen in de toelichting die gaanover mogelijkheden tot bundeling van voorzieningen in een vergunning,ook gelet op de mogelijkheid van de vergunninghouder om activiteitenfeitelijk uit te besteden. Hiermee wordt ook ingegaan op het verzoek vanhet lid Heutink om geïnformeerd te worden over de stand van zaken vande uitvoering van deze motie.Naast een wet worden binnen het programma ook een routekaart en(voorbeeld) inrichtingsplannen ontwikkeld. Bijgesloten vindt u een drietalonderzoeken die in het kader van de beleidsontwikkeling van dezeinstrumenten gedaan zijn. Er is gekeken naar een businesscase van ladenen shops29 en de ontwikkeling van een rekenmethode30 voor de vraagnaar parkeerplekken voor vrachtwagens. Deze onderzoeken wordengebruikt voor het opstellen van de routekaart. Voor de zomer van 2026wordt u daarover nader geïnformeerd. Daarnaast is in het kader van hetopstellen van een nieuwe huursystematiek onderzoek gedaan naar shopsop verzorgingsplaatsen31. De analyse zit vooral op het in beeld brengenvan de potentiële waarde van de shop in verband met het vaststellen vande huur. Rekening houdende met variabelen zoals locatie, bezoekersaan-tallen, concurrentie, kosten en exploitatiemodellen.5. Veilige voertuigen Stand van zaken voertuigautomatiseringDe Kamer is op 13 februari en 10 december 2024 geïnformeerd over deslimme inpassing en verantwoorde introductie van geautomatiseerdvervoer in Nederland, daarbij is aangegeven dat de Kamer dit jaar (2025)opnieuw geïnformeerd wordt over het onderwerp voertuigautomati-sering.32 Het afgelopen jaar heeft IenW samen met de leden van denationale Automated Driving Systems (ADS)-Taskforce (JenV, RDW, CBR,Rijkswaterstaat OM en Politie) gewerkt aan het wetswijzigingsvoorstel28Kamerstuk 31 305, nr. 513.29Bijlage: Businesscase verzorgingsplaats van de toekomst.30Bijlage: Advies rekenregel benodigde parkeercapaciteit op verzorgingsplaatsen.31Bijlage: Businesscase shop op verzorgingsplaats van de toekomst.32Kamerstuk 31 305, nrs. 445 en 481.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 119213 «Testen» voor het gereedmaken voor internetconsultatie. Dit is conformde inhoudelijke inzet zoals uitgewerkt in de Kamerbrief van december2024 en de beleidskompassen die eind 2024 met u zijn gedeeld.33Met dit wijzigingsvoorstel worden de mogelijkheden om te testen metgeautomatiseerd vervoer in Nederland uitgebreid. Daarnaast heeft deStaatssecretaris van IenW in september jl. de komst van pilots metgeautomatiseerd vervoer in Nederland aangekondigd. Hiervoor wordenop dit moment de mogelijkheden, de randvoorwaarden en de maatschap-pelijke vragen uitgewerkt, waar deze pilots invulling aan kunnen geven.Voor het programma ADS hebben de Minister en de staatsecretaris vanIenW besloten om voor de komende vijf jaar (2026–2030) € 35 miljoen vrijte maken. De budgettaire verwerking hiervan vindt plaats bij deVoorjaarsnota 2026. Hiervan wordt € 12 miljoen beschikbaar gesteld omde pilots met geautomatiseerd vervoer in Nederland mogelijk te maken.De overige middelen worden ingezet voor de voorbereidingskosten vanuitvoeringsorganisaties met betrekking tot geautomatiseerd vervoer. IenWinformeert de Kamer in het eerste kwartaal van 2026 met een Kamerbriefover de inhoudelijke ontwikkelingen op het vlak van voertuigautomati-sering.Stand van zaken Roadworthiness Package (RWP)Uw Kamer is eerder geïnformeerd over het RWP en de formele reactie vanhet Nederlandse Kabinet hierop.34 Bij het Commissiedebat Verkeersvei-ligheid van 11 september jl. heeft uw Kamervragen gesteld over mogelijklastenverzwarende effecten als gevolg van de maatregelen in hetEuropese voorstel omtrent het RWP.In dit voorstel zijn drie herzieningen van richtlijnen voorzien: voor deAlgemene Periodieke Keuring, de technische controles langs de weg ende kentekenbewijzen voor motorvoertuigen. In algemene zin verwelkomtNederland het voorstel van de Europese Commissie. Het pakket heeftimmers als doel om de verkeersveiligheid in de Europese Unie verder teverbeteren, bij te dragen aan duurzame mobiliteit en het vergemakkelijkenvan het vrije verkeer van personen, diensten en goederen in de Unie.Het is de verwachting dat er sprake is van toegenomen efficiëntie alsgevolg van de voorgestelde digitalisering en harmonisatie van kenteken-bewijzen en bijbehorende processen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan hetverminderen van administratieve lasten bij grensoverschrijdend verkeeren bij wederzijdse erkenning van registraties van voertuigen. Ook kan dithelpen bij de bestrijding van voertuigfraude- en criminaliteit. Zo kan hetvoor autoriteiten, zoals de Politie, makkelijker worden om te verifiëren dathet om een legitiem voertuig gaat door de mogelijkheid om digitaalinformatie op te vragen.Daarnaast is het de verwachting dat de nieuwe richtlijn voor de APK zorgtvoor een gelijker speelveld binnen de interne markt. Zo moet er beterecontrole komen op onder andere de stikstof-uitstoot en wordt dit door diestrengere controle gelijk getrokken binnen alle lidstaten. Ook kan, door hetinvoeren van een APK-certificaat dat tijdelijk geldig is, een voertuig inandere EU-landen gekeurd worden voor een periode van maximaal zesmaanden. Dit bevordert het vrije verkeer van personen en goederenbinnen de EU, wat een belangrijk onderdeel is van de interne markt.33Kamerstuk 31 305, nr. 481.34Kamerstuk 22 112, nrs. 4070 en 4071.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 119214 Tegelijkertijd heeft het pakket aan maatregelen ook mogelijk gevolgen tenaanzien van de lastenverzwaring voor het bedrijfsleven, burgers en op deuitvoeringsorganisaties. Nederland is bijvoorbeeld kritisch op hetinvoeren van Remote sensing, een techniek die het op afstand meten vande uitstoot van motorvoertuigen mogelijk maakt, op APK voor motoren enop extra wegkantcontroles. De onderhandelingen met de andere lidstatenover het pakket aan richtlijnen zijn momenteel gaande en Nederland blijfthierop scherp om zo onnodige lastenverzwaring te voorkomen.Voortgang risico’s van slimme (elektrische) voertuigen voor de nationaleveiligheidMet betrekking tot de beantwoording van de motie Boswijk c.s.35 kan hetvolgende worden opgemerkt. In de vorige verzamelbrief verkeersvei-ligheid36 is aan de Kamer gemeld dat zij eind 2025 hierover wordtgeïnformeerd. Het onderzoek is op dit moment in uitvoering. In tegen-stelling tot de eerdere berichtgeving wordt de Kamer uiterlijk in maart2026 geïnformeerd over de resultaten.6. Veilig gedrag MotorrijdersSinds 2010 werkt het ministerie samen met het Motorplatform aan beleidvoor de verbetering van verkeersveiligheid van motorrijders inzogenoemde Actieplannen met acties die voor en door motorrijdersworden opgezet en uitgewerkt. Het Motorplatform bestaat uit een bredevertegenwoordiging van organisaties die betrokken zijn bij motorrijden37.In 2024 zijn deze Actieplannen geëvalueerd, met als uitkomst dat deafgesproken acties met succes zijn uitgevoerd. Zo is ingezet op stimulerenvan aanvullende rijopleidingen met aandacht voor risicoperceptie doormotorrijders. Via voorlichting wordt het belang van het juiste materiaal,veilige motorkleding en de uiterste houdbaarheidsdatum van helmenduidelijk gemaakt. Ten slotte is een diepte-onderzoek naar oorzaken vanongevallen met motorrijders door SWOV verricht. Deze evaluatie is naarde Kamer gestuurd met de verzamelbrief van 13 december 2024,38 waarbijook een vernieuwd Actieplan is aangekondigd. Het Motorplatform ishiermee op dit moment aan de slag, waarbij het doel is om hetvernieuwde actieplan voor en door motorrijders op te stellen. De eerstestap was dat aan VeiligheidNL is gevraagd om een breedte-analyse temaken van ongevallen met motorrijders.39 Hierbij is gebruik gemaakt vanziekenhuisdata, waarbij ook letsels van lichtere ongevallen zijn meege-nomen. Uit deze breedte-analyse komt onder meer naar voren dateenzijdige ongevallen mede het gevolg kunnen zijn van uitwijken voorandere verkeersdeelnemers en dat bij lichtere ongevallen letsels beperktof zelfs voorkomen kan worden door het gebruik van de juiste kleding.Samen met de dieptestudie naar motorongevallen van SWOV vormt ditde basis voor een nieuw actieplan «verbetering verkeersveiligheidmotorrijders» dat medio 2026 wordt opgeleverd. Mogelijke maatregelenzijn het verder stimuleren van veilige motorkleding en doelgroepgerichtekennisdeling van de positie van motorrijders in het verkeer en voortge-zette rijopleidingen.35Kamerstuk 35 207, nr. 95.36Kamerstuk 29 398, nr. 1175.37In het Motorplatform zitten onder meer: Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging(KNMV), RAI-Vereniging, BOVAG, Veilig Verkeer Nederland (VVN), CBR, RDW, politie, StichtingWetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), Motorrijdersactiegroep, CROW enRijkswaterstaat.38Kamerstuk 29 398, nr. 1139.39Bijlage 8: Rapport «Ongevallen met motorrijders».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 119215 Stand van zaken aanpak straatracesTijdens het commissiedebat auto op 17 april jl. heeft de voormaligeMinister van IenW toegezegd om uw Kamer te informeren over de aanpakvan straatraces. Daarnaast heeft hij toegezegd om met de voormaligeMinister van JenV in gesprek te gaan over de handhaving hierop. Er heeftinmiddels afstemming plaatsgevonden tussen de beide ministeries. Dehandhaving op straatraces vindt plaats binnen de reguliere politietaak. Ditkan bijvoorbeeld het geval zijn als er een melding van een straatracebinnenkomt of wanneer de politie op straat hier zelf mee geconfronteerdwordt. Daarnaast is het mogelijk dat de politie vooraf informatie heeftover een straatrace. In dat geval kan er een aanpak georganiseerd wordenom de straatrace te voorkomen of in ieder geval zo snel mogelijk tebeëindigen. De lokale driehoek maakt de afweging hoeveel prioriteit encapaciteit handhaving hierop krijgt. De handhaving op straatraces kostrelatief veel capaciteit, zeker wanneer het gaat om een groots opgezettestraatrace waarbij de betrokkenen allemaal individueel staandegehoudenmoeten worden.Naast handhaving zijn er ook gemeenten die met aanvullende maatre-gelen straatraces tegengaan. Bijvoorbeeld door drempels aan te leggen ofbloembakken te plaatsen waardoor hoge snelheden niet meer mogelijkzijn. IenW agendeert dit in overleg met de provincies met als doel omdeze ervaringen onderling te delen, ook richting gemeenten. Zodat ookandere gemeenten, waar straatraces een probleem vormen, dezemaatregelen kunnen toepassen. Hiermee is invulling gegeven aan beidetoezeggingen.RoodkruisnegatieTijdens het commissiedebat verkeersveiligheid op 11 februari 2025 is aande Kamer toegezegd om nog dit jaar «de roodkruisnegatie in beeld [te]brengen en we gaan maatregelen bekijken die we kunnen nemen om dittegen te gaan».40 Hierbij wordt uitvoering gegeven aan deze toezegging.Roodkruisnegatie is een ernstige zaak en daarom wordt daar veelaandacht aan besteed. Het kunnen wegwerkers zijn die geplandonderhoud uitvoeren om Nederland bereikbaar te houden, of het kunnenweginspecteurs en hulpdiensten zijn die ter plekke noodzakelijkehulpverlenen. Het registreren van hoe vaak roodkruisnegatie voorkomt,heeft daarbij minder prioriteit dan de aandacht voor hun werk: het zo snelen zorgvuldig mogelijk uitvoeren van onderhoud of helpen van slacht-offers. Daarom ligt de prioriteit van IenW niet bij het tellen van het aantalroodkruisnegaties: elk geval van roodkruisnegatie is er een teveel.Recent heeft IenW overleggen gevoerd met Rijkswaterstaat, JenV, OM ende politie en er zijn maatregelen verkend langs de drie sporen: communi-catie, techniek en handhaving. Wat betreft techniek wordt bezien inhoeverre afleiding in het verkeer nog verder kan worden teruggedrongen,denk bijvoorbeeld aan onbewuste roodkruisnegatie door telefoongebruiktijdens het rijden. Communicatie-uitingen delen de boodschap dat hetrode kruis er niet voor niets staat. Dat doet IenW door de #nietvoornixboodschap te blijven uitdragen. Daarmee versterkt deze communicatie hetdoel van de technische en handhavingsmaatregelen. Ook heeft IenW zichingezet voor regelgeving rondom datadoorgifte in navigatie-apps enauto’s, zij legt daar nu de laatste hand aan. Dat gaat betekenen dat, zodraer op de portalen een rood kruis verschijnt, dit óók in je app staat – bijdiverse navigatieapps is dat nu al zo en de rest volgt spoedig – om40Kamerstuk 29 398, nr. 1170.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 119216 bestuurders nog explicieter te waarschuwen wanneer op een rijstrook eenrood kruis geldt.Ook is het belangrijk dat de pakkans omhooggaat. Dat is complex, wanthet gaat om die plekken en momenten waar de handhavers en hulpver-leners hun handen vol hebben aan andere zaken. En ook achterafbeoordelen van de beelden vergt tijd van weginspecteurs en politie.Daarom wordt bezien welke mogelijkheden er zijn om de handhavingefficiënter in te richten. Uw Kamer wordt hierover in 2026 nader geïnfor-meerd. Het is vooral van belang dat alle weggebruikers zich realiseren dateen rood kruis er niet voor niets staat en dat ze, ongeacht de reden, daarnooit moeten rijden.7. Overige ontwikkelingen Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid 2026–2029De SPV-partners41 hebben afgesproken om met concrete uitvoerings-plannen te werken. Het Landelijk Actieplan (LAP) verkeersveiligheid is hetuitvoeringsplan van de rijksoverheid en bevat de maatregelen waarvoorhet Rijk primair aan de lat staat. Momenteel wordt gewerkt aan deinvulling van het derde LAP verkeersveiligheid. Dit plan krijgt een looptijdvan 2026 tot en met 2029 en sluit aan bij de laatste fase van het SPV 2030:Bijstellen en professionaliseren. Het LAP verkeersveiligheid 2026–2029wordt uiterlijk in april 2026 aan de Kamer gestuurd.Concrete, meetbare doelen voor de verkeersveiligheidIenW zet alles op alles om het aantal verkeersslachtoffers omlaag tebrengen. In 2018 is deze inzet verankerd in het SPV met de ambitie vannul verkeersslachtoffers in 2050. Na een daling van verkeersslachtoffersbegin deze eeuw, zet deze daling de laatste jaren niet door en blijft hetboven de 500 doden per jaar. Het aantal zwaargewonden stijgt richting de8.000 per jaar. Ondertussen wordt de uitdaging steeds groter: debevolking neemt toe en vergrijst, ook komen er steeds meer verschillendevoertuigen op de weg.Tegelijkertijd zijn de financiële middelen beperkt en moet het Rijk dezemiddelen zo doelmatig en doeltreffend mogelijk uitgeven. Uit de laatstebeleidsdoorlichting van artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid bleek datdit voor verkeersveiligheid lastig vast te stellen is.42 IenW heeft aange-kondigd om haalbare, concrete (tussen)doelen43 op te stellen, zodatjaarlijks kan worden gemonitord of deze (tussen)doelen worden bereikt.IenW werkt hieraan en de verwachting is dat de doelen medio 2026kunnen worden gedeeld met uw Kamer.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,R. Tieman41Ministerie van IenW, Ministerie van JenV, OM, politie, Interprovinciaal Overleg, Verenging vanNederlandse Gemeenten, Vervoerregio Amsterdam, Metropoolregio Rotterdam Den Haag.42Kamerstuk 32 861, nr. 88.43Kamerstuk 29 398, nr. 1180.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 119217

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6377453159d57e7f

14 okt 2026 · f4c60f2e4b0603b6

13 okt 2026 · 046c27a142b25b16

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.