KamerkringInloggen
Kamerbrief

Diergezondheid

12 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e7ec3b9b85dbaa7c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 286DierenwelzijnNr. 1435 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ,VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 mei 2026Met deze brief informeer ik de Kamer over een aantal onderwerpen op hetterrein van diergezondheid. Ik deel de laatste stand van zaken omtrentblauwtong in Nederland en ga in op aanpassingen in wetgeving in deEuropese Unie ten aanzien van blauwtong. Ook geef ik een update over deuitgifte van paardenpaspoorten en informeer ik de Kamer over deBenelux-beschikking inzake gezondheidsvoorwaarden voor hetniet-commercieel grensoverschrijdend verkeer van paardachtigen. Tenslotte reageer ik op enkele moties en toezeggingen, waaronder detoezegging over de bestrijding van infectieuze boviene rhinotracheïtis(IBR).Blauwtongvirus (BTV)In 2025 geen BTV in NederlandIn 2025 zijn er gelukkig geen BTV-besmettingen bij gehouden herkauwersin Nederland aangetoond. De resultaten van de monitoring, gecombi-neerd met signalen uit het veld, leiden tot de conclusie dat BTV niet heeftgespreid in 2025. Meerdere factoren hebben daarin een rol kunnen spelen,zoals een hoge vaccinatiegraad van de veestapel en natuurlijkebescherming na het doormaken van een BTV-infectie in 2023 of 2024. Erwerden in diverse landen in Europa wel BTV-besmettingen met verschil-lende serotypes waargenomen (onder andere serotype 3 en 8 in België,Duitsland en Frankrijk).Voor 2026 is het risico op BTV-besmettingen in Nederland met eenserotype reëel. BTV-3 kan opnieuw gaan circuleren, en ook andereserotypes kunnen via (dier-)transporten of vectorverspreiding wordenbinnengebracht. Daarom is waakzaamheid van houders en anderebetrokkenen van groot belang. Vaccinatie kan een belangrijke bijdrageleveren aan het voorkomen van besmettingen. Houders kunnen, inoverleg met hun dierenarts, besluiten over te gaan tot vaccinatie. kst-28286-1435ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14351 Mede op verzoek van mijn ministerie hebben LTO, de Gezondheidsdienstvoor Dieren (GD) en Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) infebruari dit jaar een webinar georganiseerd om dierhouders en dieren-artsen te informeren over de BTV-situatie in Nederland en de EuropeseUnie en mogelijke preventieve maatregelen, zoals vaccinatie. Daarnaastzullen, net zoals vorig jaar, GD en WBVR dit jaar een monitoringspro-gramma uitvoeren naar BTV. De monitoring is bedoeld om zicht te houdenop eventuele besmettingen en de verspreiding in Nederland, maar ookom eventueel andere BTV-serotypen snel op te sporen. Naast demonitoring blijft de meldplicht van groot belang. Dierhouders endierenartsen moeten bij verdenkingen van een besmetting met BTVmelding doen bij de NVWA. Dit kan door middel van telefonisch contacten via een online formulier1. De meldingen worden bijgehouden en waarnodig opgevolgd door de NVWA.Verandering Europese wetgevingBlauwtong (veroorzaakt door virus van serotypen 1 – 24) is een aangifte-plichtige dierziekte volgens de Europese diergezondheidsverordening Vo(EU) 2016/429. In deze verordening is een indeling gemaakt in categorieën(A – E), mede op basis van ernst van de verschijnselen en de mate vanaanwezigheid in de EU. BTV was tot op heden gecategoriseerd als C+D+E.Dit betekent dat BTV een ziekte is waarvoor lidstaten kunnen kiezen vooreen bestrijding met het doel een officiële vrij-status te verkrijgen.Nederland had een vrij-status tot september 2023, toen de eerstebesmettingen met BTV-3 werden aangetroffen.De afgelopen jaren zijn vaker en in een groter deel van de EU verschil-lende serotypen van BTV aangetoond. Op het moment zijn 6 serotypen(BTV-1, BTV-3, BTV-4, BTV-5, BTV-8, BTV-12) in de EU aangetoond, waarbijmeer dan 20 lidstaten te maken hebben met besmettingen met één ofmeer serotypen. Dit gegeven, en het feit dat het virus door knutten wordtovergedragen, heeft geleid tot consensus in de EU dat bestrijden met hetoog op een vrij-status geen haalbare strategie meer is. De strategie moetzijn gericht op beheersen van de ernst van de besmettingen, bijvoorbeelddoor vaccinatie, en preventie van verspreiding door handelsbewegingen.Per 15 juli van dit jaar wordt blauwtong ingedeeld in categorie D+E. Ditbetekent dat een officiële vrij status voor BTV niet meer mogelijk is. Voorde ziektes in categorie D+E zijn specifieke handelsvoorwaarden verplichtom verspreiding via handel te voorkomen. De meldplicht voor blauwtongblijft bestaan, net zoals de monitoring. De voorwaarden voor de handel inlevende dieren en levende producten (sperma, embryo’s, eicellen) wordengeharmoniseerd met de voorwaarden voor een andere vectoroverdraagbare ziekte, epizoötische hemorragische ziekte (EHD) die ook incategorie D+E is ingedeeld. De impact en de wijze van verspreiding vanBTV en EHD door knutten zijn vergelijkbaar en dus is het logisch ook dehandelsvoorwaarden zoveel mogelijk gelijk te maken. Voor meerinformatie over EHD verwijs ik graag naar de brief aan de Kamer van12 mei 2025 (Kamerstuk 30 669, nr. 32).Ten gevolge van de hercategorisering van blauwtong worden ook enkelegedelegeerde verordeningen (Vo (EU) 2020/686; Vo (EU) 2020/688 en Vo(EU) 2020/689) aangepast om de regels ten aanzien van monitoring,transport van dieren en handel in levende producten aan te passen. Erverdwijnen hierdoor enkele specifieke maatregelen, zoals de verplichtingom transportmiddelen met biociden te behandelen vooraf aan een1https://formulieren.nvwa.nl/formulier/nl-NL/Extern/sc1194_MeldingsformulierBlauwtongBedrijf.aspx/f1194_GegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14352 transport met levende dieren. Dit levert een vermindering in het verplichtegebruik van biociden op en daarnaast een gedeeltelijke verlichting van deregeldruk. De wijzigingen van de gedelegeerde verordeningen wordenbinnenkort door de Europese Commissie gepubliceerd en zullen per15 juli van dit jaar in werking treden.Reactie rapport «Onafhankelijk onderzoek naar de uitbraak van hetblauwtongvirus in 2023 in Nederland»Tijdens het commissiedebat «Zoönosen en dierziekten» van 14 januari jl.heeft het lid Graus (PVV) een rapport met de regering gedeeld, getiteld«Onafhankelijk onderzoek naar de uitbraak van het blauwtongvirus in2023 in Nederland» (hierna: het rapport). Het rapport gaat in op demogelijke introductieroute en verdere verspreiding van BTV-3 inNederland. Het rapport gaat in op de vragen: (1) hoe heeft de uitbraakvolledig onverwacht kunnen gebeuren en (2) waarom verliep de uitbraakzoveel sneller en ernstiger dan in de blauwtonguitbraak van 2007 – 2008?In het rapport worden verschillende hypothesen beargumenteerd overmogelijke introductie en/of versnellers voor verspreiding van BTV-3.Daarnaast zijn suggesties gedaan voor aanvullend onderzoek. Hier geef ik,mede naar aanleiding van de toezegging van mijn voorganger, een reactieop dit rapport.Mogelijke introductie van BTV-3Allereerst wil ik de auteurs danken voor hun werk en toewijding om demogelijke introductieroute van BTV-3 te vinden. Het belang om mogelijkeintroductieroutes van infectieuze dierziekten te onderzoeken, onderschrijfik. Het kennen van introductieroutes geeft inzicht voor mogelijkepreventieve maatregelen. Er is daarom in 2023 en 2024 veel onderzoekuitgevoerd door Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) en hetCentrum Monitoring Vectoren (CMV) van de NVWA naar de mogelijkeherkomst en de wijze van verspreiding van BTV-3. WBVR en CMV zijngerenommeerde onderzoeksinstellingen die gebruik maken van dataanalysemethoden en rekenmodellen volgens de richtlijnen van hetEuropees Referentielaboratorium (EURL) en recente inzichten uit dewetenschappelijke literatuur. WBVR en CMV hebben helaas geeneenduidige route van insleep of herkomst van BTV-3 kunnen vaststellen.Ik heb het rapport gelezen en beoordeeld. Het rapport beschrijft tenaanzien van de mogelijke introductie met name de hypothese vanmeekomen van knutten met BTV met afvaltreinen uit Italië. Er wordendiverse bevindingen aangevoerd die deze hypothese kunnen onder-steunen. Ik heb deze bevindingen beoordeeld en besproken met deskun-digen van onder andere WBVR en CMV. Hoewel de bevindingen plausibeloverkomen, zijn er diverse kanttekeningen bij te plaatsen. Zo kunnenalleen vrouwelijk knutten het blauwtongvirus overdragen en is overdrachtop eitjes, die vervolgens in het huisvuil kunnen uitkomen, niet mogelijk.Besmette vrouwelijke knutten hebben dus de gehele treinreis moetenkunnen overleven, en moeten vervolgens in Nederland in staat zijngeweest om een herkauwer te infecteren. Er is in de literatuur geenvoorbeeld bekend van verspreiding via knutten die mee zijn gekomen methuisvuiltransporten. Daar komt bij dat nooit BTV-3 is vastgesteld op hetvaste land van Italië. Wel is BTV-3 op Sardinië vastgesteld, maar dit was in2021 voor het laatst. Deze stam uit Sardinië is vergeleken met de stam diein Nederland heeft gecirculeerd (fylogenetisch onderzoek). Er bleek geenverband te zijn tussen deze stammen. Daarmee is het onwaarschijnlijk datBTV-3 in Nederland is binnengebracht met transport van huisvuil uit Italië.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14353 Mogelijke risicofactoren voor snelle verspreiding van BTV-3Ten aanzien van de snelle verspreiding van BTV-3 in Nederland in 2023 en2024 beschrijft het rapport twee factoren: windgedrevenheid en deaanwezigheid van natte teelten en natte natuur. Er zijn vele soortenknutten en niet alle soorten zijn in staat het virus over te brengen. Knuttendie BTV kunnen overbrengen, bevinden zich voornamelijk in de nabijheidvan gastheren (zoals: schapen en andere herkauwers) en niet specifiekalleen in natte natuur. Van de knutten die vooral in natte natuurvoorkomen, is tevens betrokkenheid bij de verspreiding van BTV nietaangetoond. Het effect van wind bij de verspreiding van BTV is bekend.Knutten kunnen door wind over grote afstanden worden verplaatst. Ditkan volgens deskundigen daarom ook bij de verspreiding van BTV-3 eenrol hebben gespeeld.Geen reden tot aanvullend onderzoekZoals ik eerder aangaf wil ik de auteurs bedanken voor hun werk engestelde hypothese. Het rapport geeft, gezien bovenstaande, onvoldoendeaanknopingspunten om vervolgonderzoek te starten. Zoals aangegeven ishet bij een dierziekte-uitbraak van belang de mogelijke introductieroutevast te stellen om waar mogelijk preventieve maatregelen in te kunnenstellen. De praktijk is echter dat dit niet in alle gevallen lukt. In het gevalvan BTV-3 in Nederland is de bron helaas niet gevonden. Nergens terwereld was deze specifieke variant van BTV-3 bekend, waardoor eenaanknopingspunt om verder te zoeken helaas ontbreekt.Uitgifte paardenpaspoortenZoals eerder in brieven aan uw Kamer gemeld (Kamerstuk 28 286 nr. 1376en Kamerstuk 28 807 nr. 308) verandert het proces rondom de uitgifte vanpaardenpaspoorten. Per 1 juli 2026 worden paardenpaspoortenafgegeven, geregistreerd en bezorgd door vijf instanties die door mijdaartoe gemandateerd en gemachtigd worden. Hiervoor is het Besluitmandaat en machtiging LVVN voor afgifte en bezorging paardenpas-poorten 2026 (hierna: Besluit) gepubliceerd in de Staatscourant. Hiermeewordt uitvoering gegeven aan aangescherpte Europese wet- en regel-geving die onder meer voorziet in striktere eisen aan organisaties diepaardenpaspoorten mogen uitgeven, de zogeheten GemachtigdeInstanties (GI’s). Op deze wijze wordt een professionaliseringsslagdoorgevoerd in de afgifte en bezorging van paardenpaspoorten en wordtvoorzien in meer toezicht en handhaving op deze organisaties ommogelijk frauduleuze praktijken met paardenpaspoorten te voorkomen.Tot 1 juli 2026 worden paardenpaspoorten uitgegeven door 30 paarden-paspoort uitgevende instanties (PPI’s). Van deze 30 PPI’s hebben er 20 eenaanvraag ingediend om GI te worden. Na een grondig beoordelingsprocesdoor RVO en de NVWA voldoen op dit moment vijf aanvragers aan deeisen. Deze vijf instanties hebben voldoende omvang om de aan hengemandateerde taken op te pakken en daarmee te voorzien in de vraagnaar paardenpaspoorten. De partijen die op dit moment zijn aangewezenin het Besluit uit 2020 en niet gemachtigd worden als GI verliezen per1 juli 2026 hun bevoegdheid om standaard paardenpaspoorten te maken,registreren en bezorgen. Zij blijven bevoegd om uitgebreide paardenpas-poorten te maken voor stamboek- of wedstrijdpaarden, maar verliezen per1 juli 2026 hun bevoegdheid om deze uitgebreide paardenpaspoorten teregistreren in het I&R systeem en te bezorgen. Voor deze taken dienen zijeen samenwerking aan te gaan met één van de vijf GemachtigdeInstanties. De sector is zeer nauw betrokken geweest bij het traject om tekomen tot GI’s.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14354 De nieuwe werkwijze per 1 juli vergt aanpassing van de werkzaamhedenen organisatie van de GI’s, ook gedurende het veulenseizoen. Om dezeovergang zo soepel mogelijk te laten verlopen is mijn ministerie in goedoverleg met deze organisaties en vertegenwoordigers van de paarden-sector. Alle rechtspersonen in Nederland kunnen ook na 1 juli 2026jaarlijks aangeven in aanmerking te willen komen voor erkenning alsGemachtigde Instantie.Benelux beschikking paardachtigen van krachtOp 31 maart heeft de Minister van LVVN in het kader van het Nederlandsvoorzitterschap van de Benelux, namens het Benelux Comité vanMinisters, een beschikking ondertekend inzake de gezondheidsvoor-waarden voor het niet-commercieel grensoverschrijdend verkeer vanpaardachtigen2. Deze beschikking voorziet in regels waaronder hetEU-verplichte diergezondheidscertificaat in de grensregio’s van deBenelux voor paardachtigen (paarden, ezels, zebra’s en muildieren) voorniet-commerciële verplaatsingen niet van toepassing is.Een diergezondheidscertificaat is normaliter verplicht bij verplaatsingenover de grens op basis van EU-wetgeving (verordening (EU) 2016/429). Deverordening geeft echter de mogelijkheid voor grensafspraken tussen aanelkaar grenzende lidstaten om zo lokale activiteiten te kunnen vergemak-kelijken. Hierdoor kunnen paardachtigen gemakkelijker de grens over inde Benelux voor bijvoorbeeld recreatief gebruik of grensbeweiding. Vooronder andere ruiters, paardenhouders en maneges verminderen zo deadministratieve lasten en bijbehorende kosten. Deze vrijstelling ismogelijk zolang de diergezondheidsstatus van de drie landen stabiel is enzal worden ingetrokken zodra er een dreiging of uitbraak van eenbesmettelijke dierziekte is.Reactie op aangenomen KamermotiesReactie op motie Van Campen over de nadere uitwerking van verdere wet-en regelgeving aan de Kamer doen toekomen (Kamerstuk 35 398, nr. 17)De Kamer heeft met de motie van Campen (VVD) in 2021 verzocht naderewet- en regelgeving op het gebied van diergezondheid uit Brussel voorparlementaire behandeling te ontvangen (Kamerstuk 35 398, nr. 17). DeKamer wordt geregeld geïnformeerd over veranderingen in deEU-wetgeving, zoals ook nu met de aangepaste categorisering vanblauwtong. De diergezondheidsverordening is nu bijna 5 jaar vantoepassing. Ik beschouw deze motie daarom als afgedaan. Als er nieuweontwikkelingen zijn dan informeer ik de Kamer daar vanzelfsprekend over.Reactie op motie van leden Graus en Kostic´: een adequaat monitorings-systeem voor virussen (Kamerstuk 29 683, nr. 325) en de motie van lidGraus: registratie en monitoring van vaccinatieprogramma’s (Kamerstuk29 683, nr. 327)Tijdens het debat van 29 januari jl. hebben de leden Graus (PVV) en Kostic´(PvdD) de regering via een motie verzocht een adequaat monitorings-systeem op te zetten om vervolguitbraken van virussen sneller tebeteugelen en/of te voorkomen (Kamerstuk 29 683, nr. 325). Lid Grausheeft bij datzelfde debat tevens een motie ingediend voor registratie enmonitoring van vaccinatieprogramma’s waarbij ook negatieve effecten,waaronder mogelijk snellere virusmutaties of juist aantasting van hetimmuunsysteem, worden meegenomen (Kamerstuk 29 683, nr. 327).2https://www.benelux.int/wp-content/uploads/2026/03/M20261-NL.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14355 In 2024 zijn vergelijkbare moties ingediend (Kamerstuk 29 683, nrs. 293 en294). Op deze moties is een reactie gegeven in de brief die op 28 mei 2025aan de Tweede Kamer is gestuurd (Kamerstuk 29 683, nr. 309). Daarin isuitgebreid ingegaan op verschillende monitoringssystemen die we inNederland hebben om snel uitbraken van dierziekten te kunnen detec-teren, waarin ook mutaties van bekende dierziekteverwekkers ennegatieve effecten van vaccinatie kunnen worden opgespoord. Dezemonitoringssystemen lopen goed en zorgen ervoor dat uitbraken vandierziekten of zoönosen zo snel mogelijk worden opgespoord, om zo degevolgen voor dier en mens zo klein mogelijk te houden.Met de uiteenzetting en toelichting in die brief van mei 2025 is aange-geven hoe uitvoering wordt gegeven aan deze moties. Samen metbovenstaande samenvatting beschouw ik deze twee moties als afgedaan.Reactie op motie van lid Graus: risicomodellen en wind (Kamerstuk29 683, nr. 326)De motie van het lid Graus (PVV) van 29 januari 2026 betreft een verzoekom de invloed en reikwijdte van wind op de verspreiding van virussenmee te nemen in bestaande en nieuwe risicomodellen (Kamerstuk 29 683,nr. 326). In de dierziektebestrijding houdt de NVWA rekening met wind enneemt bij ruimingen aanvullende maatregelen indien dit nodig is. In derisico-analyse door NVWA wordt de invloed van verspreiding via de luchtmeegenomen indien dit relevant en mogelijk is. De motie wordt dus aluitgevoerd en beschouw ik daarom als afgedaan.Reactie op motie van lid Podt: de plaats van dierziekten en zoönosen in degebiedsplannen (Kamerstuk 28 807, nr. 316)De motie van het lid Podt (D66) van 18 december 2025 betreft een verzoekom de Kamer te informeren over de stappen die provincies hebben gezetom dierziekten en zoönosen te voorkomen. Ook is het verzoek om aan tegeven wat er wellicht nog in de weg staat en welke andere structurerendekeuzes binnen deze gebiedsplannen zijn (Kamerstuk 28 807, nr. 316).De realisatie van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) isdoor het vorige kabinet vervangen door de aanpak Ruimte voorLandbouw en Natuur (RLN). Voor dierziekten en zoönosen was een«meekoppelende structurerende keuze» opgenomen in de HandreikingNPLG, met adviezen aan decentrale overheden over het meewegen vandierziekten en zoönosen binnen het NPLG. Binnen de RLN is die ruimte erniet. Waar de kennis uit de adviezen uit het NPLG over risicofactoren voordierziekten en zoönosen in relatie tot ruimtelijk beleid kan wordenbestendigd, wordt op dit moment verder uitgezocht. Dit is nodig, zodatdecentrale overheden deze adviezen alsnog tot hun beschikking hebbenen kunnen meenemen in hun afwegingen voor ruimtelijke ordening. Ookkunnen provincies zelf initiatieven ontwikkelen hieromtrent. Zo heeft deprovincie Noord-Brabant een Brabantse Actieagenda Zoönosenontwikkeld met het Brabants Kennisnetwerk Zoönosen en de ProvincialeRaad Gezondheid (PRG).In deze actieagenda is onder meer aandacht voor een veilige inrichtingvan het stedelijk en landelijk gebied. Met deze terugkoppeling beschouwik deze motie als afgedaan.Toezegging tijdlijn bestrijdingsprogramma IBRZoals ik heb toegezegd tijdens het Commissiedebat Dieren in de veehou-derij en NVWA van 23 april jl., informeer ik de Kamer over de tijdlijn vande wetgeving voor de bestrijding van infectieuze boviene rhinotracheïtis(IBR) en waar deze effect heeft op de import van jonge kalveren uitIerland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14356 In mijn brief aan de Kamer van 3 april jl. heb ik aangegeven dat ik samenmet de betrokken sectoren heb vastgesteld dat de ingangsdatum van dealgemene maatregel van bestuur (AMvB) voor een nationaal bestrijdings-programma tegen IBR per 1 juli 2026 niet haalbaar is en dat ik streef naarinwerkingtreding per 1 januari 2027 (Kamerstuk 28 807, nr. 324). Reden isdat nog enkele noodzakelijke stappen in het wetgevingsproces gezetmoeten worden.De stappen richting een uiteindelijke Europese IBR-vrijstatus voorNederland zet ik samen met de betrokken sectorpartijen. Zij hebben hetverzoek om regelgeving gedaan en draagvlak onder alle sectoren is vanbelang om de bestrijding te laten slagen. Er is een aantal fasen waarin debestrijding zal verlopen:–De eerste fase start bij inwerkingtreding van de AMvB op 1 januari2027. Dan is sprake van een nationaal bestrijdingsprogramma, waarbijnog geen importvoorwaarden gelden.–De tweede fase gaat in nadat het bestrijdingsprogramma is goedge-keurd door de Europese Commissie. Met de sectoren is afgesprokendie goedkeuring uiterlijk vier jaar na inwerkingtreding van de AMvBaan te vragen. Vanaf de goedkeuring gaan er, op basis vanEU-wetgeving, aanvullende voorwaarden gelden voor import uitlanden die geen goedgekeurd bestrijdingsprogramma of officiëleEU-vrijstatus hebben voor IBR. Dit betekent dat transport van nuchterekalveren vanuit Ierland – ervan uitgaande dat Ierland geen vrijstatusvoor IBR heeft – dan vrijwel niet meer mogelijk zal zijn, omdat in demeeste gevallen niet aan de aanvullende eisen voor import kanworden voldaan. Naast onderzoek op IBR moeten deze dieren namelijkook 30 dagen in quarantaine worden geplaatst. Omdat de kalverenvaak jonger zijn dan 30 dagen, is dit niet mogelijk.–Fase drie is de laatste fase, namelijk de overgang naar de officiëleIBR-vrijstatus. Wanneer dit kan is op dit moment niet aan te gevenomdat vooraf niet te voorspellen is wanneer er geen IBR meer wordtaangetoond in Nederland. Dit is erg afhankelijk van de voortgang vande bestrijding. De importvoorwaarden worden bij een IBR-vrijstatusnog wat strenger.De bestrijding van IBR en de tijdlijn richting een goedgekeurd programmastaat wat mij betreft los van wat ik vind van lange transporten van dieren.Ik wil hier graag een einde aan omwille van de negatieve impact opdierenwelzijn. Ik blijf daarom op Europees niveau pleiten voor een verbodop lange transporten, zoals ook aangegeven tijdens het Kamerdebat van23 april 2026.De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,S.P.A. ErkensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14357

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b043d220529b53d3

14 okt 2026 · a59756984625c796

12 okt 2026 · a02b435478512209

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.