KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsreactie onderzoek "Als je door de bomen het bos niet meer ziet"

2 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ecf0d41ee9bf0273 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 524Beroepsonderwijs en Volwassenen EducatieNr. 623 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 december 2024De studietijd is voor studenten een belangrijke periode. Het is een tijdwaarin zij waardevolle kennis en vaardigheden opdoen, die zij hun heleleven met zich meedragen. Het is ook een periode waarin zij zich alspersoon ontwikkelen. Om je als student optimaal te kunnen ontwikkelen,is het belangrijk om goed in je vel te zitten. Een positieve mentalegezondheid draagt namelijk bij aan het maken van gemotiveerdestudiekeuzes en het biedt perspectief voor de toekomst.Met veel studenten in Nederland gaat het gelukkig goed. Toch kamptongeveer één op de drie jongeren in Nederland met een gevoel van stresswaarbij jongeren het gevoel hebben aan verwachtingen te moetenvoldoen1. In 2023 is uw Kamer geïnformeerd over de bredere aanpak vanhet studentenwelzijn in het mbo, hbo en wo2. In deze brief heeft mijnvoorganger aangekondigd onderzoek te laten doen naar de risicofactorenvan en oplossingen voor stress en prestatiedruk bij mbo-studenten, innavolging van een onderzoek onder hbo- en wo-studenten3. Dit onderzoekonder mbo-studenten is dit voorjaar uitgevoerd door een consortium vanhet Trimbos-instituut, Expertisepunt Inclusief Onderwijs (ECIO), Pharos,Universiteit Utrecht en het Erasmus SYNC Lab4. In deze beleidsreactie gaik in op de aanbevelingen uit het onderzoek en de maatregelen die ikneem om stress en prestatiedruk te verminderen én te voorkomen bijstudenten met wie het gelukkig goed gaat.1Manifest Jongerenperspectief op prestatiedruk (2023)2Kamerbrief over aanpak studentenwelzijn in het mbo en hoger onderwijs | Kamerstuk |Rijksoverheid.nl3Harder, better, faster, stronger? Een onderzoek naar de risicofactoren en oplossingen vanprestatiedruk en stress van studenten | Rapport | Rijksoverheid.nl4Rapport Als je door de bomen het bos niet meer ziet | Rapport | Rijksoverheid.nl kst-31524-623ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 524, nr. 6231 SamenvattingCentraal in het onderzoek staan factoren die bijdragen aan stress enprestatiedruk onder mbo-studenten en handelingsperspectieven om dezeprestatiedruk en stress te voorkomen of verminderen. Middels literatuur-onderzoek, focusgroepen en diepte-interviews met studenten, en reflectieop de resultaten met studenten, is inzicht verkregen in deze factoren enhandelingsperspectieven. Met veel studenten in het mbo gaat het goed.Zij ervaren niet veel druk en stress en zitten goed in hun vel. Toch blijktminimaal een vijfde van de mbo-studenten een hoge mate van stressen/of prestatiedruk te ervaren. De bevindingen in dit onderzoek richtenzich dan ook op deze groep. Eén van de belangrijkste bevindingen is datstudenten last hebben van een opeenstapeling van (te) veel groteverantwoordelijkheden. Studenten hebben het gevoel dat ze voortdurendin tijdnood verkeren, te hoge eisen opgelegd krijgen, onvoldoendebegeleiding ontvangen en te weinig sociale steun krijgen. Daarnaasthebben ze het idee dat ze vaardigheden missen om met deze verantwoor-delijkheden om te gaan. De vraag naar begeleiding komt tevens sterk naarvoren in dit onderzoek, maar studenten ervaren hierin een knelpunt:docenten en begeleiders zijn steunend en welwillend, maar lijkenoverbelast en onderbemand, en zijn niet altijd beschikbaar ombegeleiding te bieden. Soms lijken zij ook niet over specifieke kennis vanmentale gezondheid en gezondheidsvaardigheden te beschikken omstudenten voldoende te ondersteunen. Tenslotte kwam bij dembo-studenten een constant gevoel van evaluatie en beoordeling naarvoren. Waar in het eerdere onderzoek naar prestatiedruk van studenten inhet hbo en wo geconcludeerd werd dat de verklaring hoofdzakelijk konworden gevonden in een negatief stapeleffect van onzekerheden dooronder meer het constant in competitie zijn met jezelf en anderen, lijkt bijde mbo-student een ervaren gebrek aan waardering en toekomstper-spectief een grotere rol te spelen. Om regie te kunnen voeren over jestudie en je leefsituatie, is het belangrijk dat je je competent voelt in waarje regie over wil voeren.Allereerst ben ik blij dat het met veel mbo-studenten goed gaat. Uit deStudentenpeiling NP Onderwijs blijkt zelfs een positieve trend: in 2024 gaf13% van de studenten aan een (zeer) slechte mentale gezondheid tehebben en in 2023 was dit nog 17%5. Desalniettemin is het toch eenaanzienlijk aantal mbo-studenten dat stress en prestatiedruk ervaart. Designalen en aanbevelingen moeten we dan ook uiterst serieus nemen. Hetonderwijs moet een omgeving zijn waar studenten zich gewaardeerd,gesteund en gezien voelen, en waarin ze vaardigheden ontwikkelen ommet verantwoordelijkheden in het nu en in de toekomst om te gaan. Zodatzij zich competent voelen om regie te voeren over hun leven. Hunstudietijd is tenslotte niet alleen een periode van kennisverwerving, maarook van persoonlijke groei.AanbevelingenHet onderzoek stelt oplossingen voor in vier verschillende sporen:1.Het verminderen van de opstapelende verantwoordelijkheden endaaruit voortkomende overbelasting van studenten.2.Het versterken van de vaardigheden van studenten om met prestatie-druk en stress om te kunnen gaan.3.Het versterken van de sleutelrol van de docent/ begeleider.4.Het bevorderen van de erkenning en waardering van mbo-studentenen de gelijkheid tussen mbo-, hbo- en wo-studenten.5Ik informeer uw Kamer in het voorjaar van 2025 over de andere resultaten van de Studenten-peiling NP Onderwijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 524, nr. 6232 Verminderen van opstapelende verantwoordelijkheden en overbelastingDe ervaren prestatiedruk en stress bij mbo-studenten lijkt voor een grootdeel verklaard te kunnen worden door een opeenstapeling van (te) veelgrote verantwoordelijkheden op het gebied van studie, werk, stage enthuissituatie. Denk bijvoorbeeld aan mantelzorgtaken in combinatie metvolle roosters en de noodzaak om financieel bij te dragen. Deze opsta-peling kan leiden tot een gevoel van overbelasting en het ervaren vanverlies van overzicht en regie. Gedeeltelijk gaat het om druk die studentenzichzelf opleggen, zoals perfectionisme en faalangst, maar het gaat ookover ervaren druk van buitenaf, bijvoorbeeld veranderende verantwoorde-lijkheden bij het bereiken van volwassenheid.De onderzoekers geven als aanbeveling mee om naar de mogelijkheden tekijken om minder volle curricula aan te bieden, waardoor er lucht ontstaatin het schema van studenten. Studenten geven namelijk aan in de knel tekomen door de timing en de frequentie van de toetsmomenten. In de Weteducatie en beroepsonderwijs (WEB) staan normen voor het minimumaantal uren begeleide onderwijstijd (BOT) en beroepspraktijkvorming(BPV) in een opleiding. Dit zijn inrichtingseisen voor de school om ervoorte zorgen dat studenten onderwijs van goede kwaliteit volgen en de juistekennis opdoen om deel te kunnen nemen aan de arbeidsmarkt of om eenandere opleiding te volgen, bijvoorbeeld op het hbo. Er kan echterafgeweken worden van de urennorm voor individuele studenten. Ikmoedig onderwijsinstellingen aan om een passend traject aan te biedenvoor individuele studenten waarvoor het aantal BOT- en BPV-uren nietwerkbaar is, zonder af te doen aan de kwaliteit van het onderwijs. Zo kaner meer ruimte gecreëerd worden in schema’s van studenten die daarbehoefte aan hebben. De onderzoekers geven ook als aanbeveling om depiekbelasting te verminderen door opdrachten en toetsen beter teverdelen. Ik moedig het bieden van meer maatwerk in examinering aan,passend bij de verschillende leertrajecten van mbo-studenten. Scholenhebben hierin ook de ruimte om instellingsexamens op maat aan tebieden en verschillende scholen zijn hier al mee bezig. Deze scholenexamineren niet meer op één vast beoordelingsmoment, maar monitoren(formatief) de ontwikkeling van de student, bieden gerichte begeleidingtot aan een beoordelingsmoment (summatief). Op deze manier kunnenscholen beter inspelen op de capaciteiten en leerbehoeften van studenten.Bovendien kan het verminderen van de frequentie van toetsen de druk opstudenten verlichten, wat ik sterk aanmoedig.Uit onderzoek blijkt dat materiële achterstanden kunnen bijdragen aan eenslechtere concentratie op school, leerachterstanden en zelfs tot voortijdigschoolverlaten6. Sommige studenten hebben bijvoorbeeld zorgen of zijhet lesgeld wel kunnen betalen. Er zijn verschillende voorzieningen dietegemoetkomen aan financiële achterstanden. Zo ontvangenmbo-studenten boven de 18 jaar die gebruikmaken van studiefinancieringen waarvan ouders weinig of minder kunnen bijdragen aan de studie,automatisch een aanvullende beurs. Daarnaast kan je als mbo-studentonder bepaalde voorwaarden uit het studentenfonds steun krijgen,bijvoorbeeld als je onvoldoende geld hebt om lesmiddelen, zoals eenlaptop, aan te schaffen. In de Kamerbrief over de financiële positie vanstudenten, die op 24 november naar uw Kamer is gestuurd, ga ik verder inop de financiële positie van studenten in het mbo, hbo en wo7, 8. Elkestudent, ongeacht of hij of zij aan het mbo, hbo of wo studeren, verdientdaarnaast een passende stagevergoeding. Dit is helaas vaak niet het geval6Kalthoff, H. (2021) Opgroeien en opvoeden in armoede. 3e herziene versie. Utrecht,Nederlands Jeugdinstituut.7De financiële positie van studenten | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 524, nr. 6233 bij mbo-studenten: 41% van de mbo-studenten ontvangt géén stagever-goeding9. Daarbovenop zijn er flinke verschillen in de hoogte van destagevergoeding tussen mbo-, hbo- en wo-studenten. Dit is onwenselijk.Om de gelijkwaardige behandeling van alle studenten te bevorderen,moet de stagevergoeding voor alle studenten gelijk zijn. In het Stagepactzijn afspraken gemaakt met vertegenwoordigers van studenten,mbo-scholen, docenten, werkgevers, gemeenten en de ministeries vanOCW en SZW om een passende stagevergoeding voor álle studenten tebevorderen. We stimuleren leerbedrijven om een passende stagever-goeding te geven en stimuleren sociale partners om hierover afspraken temaken in cao’s. Dit zou bovendien kunnen bijdragen aan de ervarenoverbelasting tijdens studie en stage. Begin 2025 zal ik uw Kamer verderinformeren over stagevergoedingen in het vervolgonderwijs. In deze briefreageer ik op het onderzoek naar een wettelijk verplichte minimumstagevergoeding en ga ik in op de voortgang van stagevergoedingen incao’s en de daadwerkelijk betaalde stagevergoedingen, op basis vancijfers.Versterken van de vaardigheden van de studentStudenten geven aan de behoefte te hebben om zich meer vaardig tevoelen in het omgaan met stress en prestatiedruk en zelf regie te kunnennemen over hun eigen mentale gezondheid. Bijna 50 procent van destudenten heeft behoefte aan lessen over en begeleiding op het gebiedvan welzijn en stress. De onderzoekers bevelen dan ook aan om regiever-sterkende begeleiding in te zetten gericht op het (bevorderen van)mentale gezondheidsvaardigheden en studievaardigheden.Veel mbo-scholen gebruiken het door OCW en VWS gefinancierdeTestjeleefstijl om te signaleren hoe het met de student gaat. Met behulpvan de Gezonde School-aanpak en het programma Welbevinden opSchool kunnen scholen vervolgens ondersteund worden om aan onderandere het welzijn van de studenten te werken. Scholen kunnen bijvoor-beeld hulp krijgen van GGD-adviseurs om aandacht voor (mentale)gezondheid zo goed mogelijk in te bedden in de schoolcultuur. Daarnaastsubsidieer ik het Trimbos-instituut en ECIO met het programma STIJN toten met 2027. Dit programma heeft tot doel om partijen in en rondom deschool te helpen om het welzijn van mbo-, hbo- en wo-studenten teverbeteren.In lijn hiermee start ik volgend jaar een verkenning naar persoonsvormingin het funderend en vervolgonderwijs, wat is toegezegd tijdens het debatover de mentale gezondheid van jongeren en studenten op 12 juni jl.Daarnaast bereid ik een wetsvoorstel voor waarmee de wettelijkeburgerschapsopdracht aan mbo-instellingen wordt verduidelijkt doormiddel van een uitwerking, zoals in het regeerprogramma (bijlage bijKamerstuk 36 471, nr. 96) is aangekondigd. Daarbij staat centraal dat deinstelling zorgdraagt voor een cultuur in overeenstemming met basis-8Per abuis is op p. 16 van deze brief onjuiste informatie opgenomen over de voorwaarden voorhet mbo Studentenfonds. De juiste tekst moet zijn: Mbo Studentenfonds: Studenten kunnen opbasis van artikelen 8.1.5 tot en met 8.1.5f van de WEB onder bepaalde voorwaarden inaanmerking komen voor ondersteuning uit het Studentenfonds. Het betreft een financiëlevoorziening, bijvoorbeeld als een student lid is van de studentenraad, door bijzondereomstandigheden studievertraging heeft opgelopen of te weinig financiële middelen heeft voorhet aanschaffen van onderwijsbenodigdheden. In het laatste geval kan ook materiële onder-steuning (bijvoorbeeld door verstrekking van de onderwijsbenodigdheden) geboden worden.Meer informatie over het mbo studentenfonds is te vinden op: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/middelbaar-beroepsonderwijs/vraag-en-antwoord/wanneer-recht-op-mbo-studentenfonds9Stages, banen en BPV-overeenkomsten van studenten in vo, mbo, ho, 2022»23 | CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 524, nr. 6234 waarden van de democratische rechtsstaat, waarin studenten zich veiligen geaccepteerd voelen. Dat is een randvoorwaarde voor studenten omzich goed te voelen en om te kunnen oefenen met hun rol als burger in desamenleving en op de arbeidsmarkt. Ik verwacht dat dit wetsvoorstel eind2024 in consultatie zal gaan. Ik neem in dit wetsvoorstel ook een plicht opvoor scholen om een veilig leer- en werkklimaat te creëren, een belang-rijke randvoorwaarde voor studentenwelzijn. Daarnaast kom ik met eenwetsvoorstel voor een wettelijke zorgplicht voor de sociale veiligheid vanstudenten, voor instellingen in het mbo, hbo en wo. Sociale veiligheid zieik, evenals studentenwelzijn, als een randvoorwaarde om goed te kunnenleren. Wat betreft het investeren in studievaardigheden, moedig ik hetonderwijs aan om in de reguliere lessen aandacht te besteden aanstudievaardigheden als het leren plannen en het ontwikkelen van eenstudieroutine.Versterken van de sleutelrol van docent/begeleiderIn het onderzoek komt naar voren dat docenten en begeleiders eensleutelrol hebben in het verminderen van druk en stress door destudenten te ondersteunen en begeleiden. Docenten zijn welwillend omstudenten te helpen, maar geven aan onvoldoende tijd te hebben om aande grote hulpvraag van studenten te voldoen door de hoge werkdruk.Studenten geven aan positief te zijn over de begeleiding áls zij dieontvangen en hebben er begrip voor dat hun docent of begeleideronvoldoende mogelijkheden heeft om begeleiding te bieden, ondanks dathet gebrek aan begeleiding kan zorgen voor stress. Het stemt mij hoopvoldat docenten en begeleiders zich sterk inzetten voor hun studenten en datstudenten deze betrokkenheid ook zo ervaren. Dit laat gelukkig zien dat ereen grote welwillendheid is om te werken aan het welzijn vanmbo-studenten. De motivatie van zowel studenten als onderwijsprofessi-onals geeft mij vertrouwen in de toekomst, maar er blijft natuurlijk nogwel werk aan de winkel. Op dit moment doe ik een tweetal onderzoekenop het gebied van mbo-docenten. Allereerst naar de toerusting enondersteuning van docenten bij het bieden van passend onderwijs. Ditonderzoek wordt voor het kerstreces aan uw Kamer aangeboden.Daarnaast doe ik onderzoek naar de administratieve lasten waarmbo-docenten mee kampen, om te kunnen beoordelen hoe (administra-tieve) druk op docenten verminderd kan worden. Ik informeer uw Kamervoor de zomer van 2025 met een beleidsreactie over dit onderzoek. Via hetondersteuningsprogramma STIJN worden docenten en onderwijsprofes-sionals daarnaast ondersteund door het vergroten van de kennis en kundevan docenten en onderwijsprofessionals.Op veel mbo-scholen zijn zorgpartijen aanwezig in de school, bijvoorbeeldwelzijnspartijen en (jeugd)hulpverlening, in lijn met de aanbeveling uit hetonderzoek om jongerenwerkers in te zetten op onderwijsinstellingen. Ditdraagt bij aan de laagdrempeligheid en toegankelijkheid van de onder-steuning voor jongeren die kampen met psychische, fysieke, financiële,criminele of andere problemen. In de regionale programma’s dievoortvloeien uit het wetsvoorstel «Van school naar duurzaam werk»verplicht ik scholen, gemeenten en Doorstroompunten om afspraken temaken over hoe ze laagdrempelige en toegankelijke ondersteuning in hunregio vormgeven. Daarnaast werk ik samen met de MBO Raad en VNGaan een voorstel op basis waarvan gemeenten en mbo-scholen in deregio duurzame afspraken maken over welke ondersteuning door externezorgpartijen wordt geleverd aan studenten binnen en buiten de school.Ook vanuit STIJN kunnen onderwijsinstellingen ondersteund worden bijhet integreren van zorg in de school.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 524, nr. 6235 Samen sterker: ondersteuning van docenten en studenten bijYuverta mbo HoutenYuverta mbo Houten hecht veel waarde aan de juiste ondersteuningvoor studenten. Het ondersteuningsteam van de instelling begeleidtdocenten om studenten optimaal kunnen ondersteunen in hunwelzijn. Door te investeren in vaardigheden van docenten en hetinzetten van generieke maatregelen gericht op het versterken van debasisondersteuning, streeft het ondersteuningsteam ernaar datminder studenten aanvullende begeleiding nodig hebben.Bij duurzame en effectieve interventies is het belangrijk om oog tehebben voor bestaande patronen binnen een organisatie. Deschoolpsycholoog, die deel uitmaakt van het ondersteuningsteam,helpt docenten om hun kijk op studenten die vastlopen te veran-deren. In plaats van het probleem door het ondersteuningsteam opte laten lossen, proberen docenten samen met het ondersteuning-steam de student te helpen: «Wat kan ik doen in mijn les om het wélhaalbaar te maken voor de student?». Volgens de schoolpsycholoogzijn het vaak heel kleine, concrete oplossingen, die ontzettend veeleffect hebben. Docenten beseffen hierdoor steeds meer dat zij alover veel vaardigheden beschikken om zelfstandig problemen aan tepakken.Bevorderen van de erkenning en waardering van mbo-studentenHet onderwijs moet een stimulerende omgeving zijn, waarin studentenworden aangemoedigd om het beste uit zichzelf te halen. Daarbij zou hetniet moeten uitmaken of je een mbo-, hbo- of wo-opleiding volgt. Iedertalent is nodig om samen te werken aan een gezonde en toekomstbe-stendige arbeidsmarkt en samenleving. Alle studenten dienen daarom dekans te krijgen zich optimaal te kunnen ontwikkelen. Vanuit deWerkagenda, het Stagepact MBO en zoals aangekondigd in een eerdereKamerbrief10 worden er belangrijke stappen gezet richting een gelijk-waardige behandeling van mbo-studenten. De bevindingen uit hetonderzoek laten het belang zien van het continueren van de ingezettekoers. Ik blijf mij dan ook hard maken voor het gelijktrekken van kansen enfaciliteiten voor mbo-studenten in relatie tot hbo- en wo-studenten.Bij een gelijkwaardige behandeling van mbo-studenten past ook dat zijhun stem kunnen laten horen, dat zij inspraak hebben in wat er op schoolgebeurt en dat het perspectief van studenten meegenomen wordt in hetbeleid dat we maken. Een belangrijk onderdeel hiervan is de formelemedezeggenschap. Voor studenten in de studentenraad is het van belangdat ze weten welke rechten en plichten ze hebben, maar ook dat ze goedworden gefaciliteerd. Ik ben dan ook blij met het aangescherpte servicedo-cument «facilitering studentenraden»11 dat JOB MBO en de MBO Raadonlangs hebben herzien. Daarnaast ben ik regelmatig in overleg met JOBMBO om van hen te horen waar studenten behoefte aan hebben en welkeknelpunten zij ervaren.Het is voor mij erg waardevol dat mbo-studenten hebben meegewerkt aande aanbevelingen in dit onderzoek. Samen met een groep studenten vanNetwerk Nieuw Rotterdam heb ik ook besproken hoe we invulling kunnengeven aan deze aanbevelingen als voorbereiding op mijn beleidsreactie.We hebben allemaal een rol in het laten horen van de stem van jongeren.Jongeren hebben veel wilskracht, motivatie en creativiteit, en zijverdienen een plek in het beleid dat hen aangaat. In lijn met de aanbe-10Kamerbrief over gelijkwaardige behandeling mbo-studenten | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl11Servicedocument-studentenraden-2.0-definitief-1.pdf (jobmbo.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 524, nr. 6236 veling uit het onderzoeksrapport, moedig ik scholen dan ook aan om hunstudenten actief te betrekken bij het beleid en de inrichting van hetonderwijs. Zorg er echter voor dat studenten voldoende tijd hebben omhieraan bij te dragen, rekening houdende met hun volle roosters en veleverplichtingen.SlotDe aanbevelingen uit het onderzoek bieden een waardevolle leidraad omprestatiedruk en stress te verminderen. Ik wil nogmaals de noodzaak vanmaatwerk in het onderwijs benadrukken en het belang van het betrekkenen serieus nemen van de stem van mbo-studenten. Laten we samenbouwen aan een toekomst waarin elke mbo-student de kans krijgt om zijnof haar volledige potentieel te benutten.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,E.E.W. BruinsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 524, nr. 6237

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a40b873b94a35b22

14 okt 2026 · b7bcf7ee31e71c2b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.