Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de Voortgangsrapportage 2024-2025 Nationaal Actieplan Vrouwen, Vrede en Veiligheid (Kamerstuk 26150-247)
Brontekst
Versie c00cd059-6f5c-4e · officiële bronVERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld, .. xxxx 2026 Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Buitenlandse Zaken over de Voortgangsrapportage 2024-2025 Nationaal Actieplan Vrouwen, Vrede en Veiligheid (Kamerstuk 26150, nr. 247). De op 23 september 2026 aan de minister toegezonden vragen en opmerkingen zijn met de door de minister bij brief van … toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt. De voorzitter van de commissie, Klaver De adjunct-griffier van de commissie, Muller Inhoudsopgave IVragen en opmerkingen vanuit de fractiesVragen en opmerkingen van de leden D66-fractie Vragen en opmerkingen van de leden VVD-fractieVragen en opmerkingen van de leden PVV-fractieVragen en opmerkingen van de leden CDA-fractieVragen en opmerkingen van de leden SP-fractie IIAntwoord / Reactie van de minister IIIVolledige agenda IVragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de voortgangsrapportage 2024-2025 van het vierde Nationaal Actieplan 1325 Vrouwen, Vrede en Veiligheid (NAP1325-IV). Deze leden hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen. Straffeloosheid en de internationale rechtsordeDe leden van de D66-fractie onderschrijven de noodzaak om straffeloosheid voor ernstige mensenrechtenschendingen en internationale misdrijven tegen te gaan, zeker nu de op regels gebaseerde internationale rechtsorde onder toenemende druk staat en wereldleiders in toenemende mate bereid blijken op grote schaal geweld tegen groepen weerloze burgers te plegen. Het kabinet geeft aan zich actief in te zetten voor het bestrijden van internationale straffeloosheid. Deze leden hebben deze week kennisgenomen van het Amerikaanse voorstel om het Internationaal Strafhof (ICC) als geheel te sanctioneren. Deelt de minister de opvatting van deze leden dat dergelijke sancties een zeer krachtige publieke reactie rechtvaardigen, waaronder in ieder geval een oproep aan de Europese Commissie om de EU Blocking Statute in te roepen? Zo nee, waarom niet? Samenwerking met het maatschappelijk middenveldZij lezen dat de structurele samenwerking met het maatschappelijk middenveld in de uitvoering en verdere ontwikkeling van de Women, Peace and Security (WPS)-agenda kenmerkend is voor de Nederlandse inzet. De leden van de D66-fractie onderschrijven dat deze agenda niet zonder het maatschappelijk middenveld tot stand kan komen en hechten grote waarde aan het onvervangbare werk dat Nederlandse ngo's en de organisaties waarmee Nederland samenwerkt hierin verrichten. Kan het kabinet nader toelichten hoe deze samenwerking concreet wordt vormgegeven, en wat hierin verandert ten opzichte van de inzet van het vorige kabinet? Lokaal eigenaarschap en de VN Peacebuilding CommissionDe leden van de D66-fractie lezen dat Nederland zich als lid van de UN Peacebuilding Commission (2025-2026) inzet voor een mensgerichte en lokaal-geleide benadering van vredesopbouw, waarbij lokale gemeenschappen eigenaarschap hebben over vredesprocessen. Deze leden onderschrijven het belang van deze benadering en hechten eraan dat vrouwen hierin een bijzondere rol krijgen. Op welke concrete wijze zorgt de minister ervoor dat vrouwen een specifieke rol toebedeeld krijgen bij het bevorderen van lokaal eigenaarschap? En op welke wijze draagt de samenwerking binnen de UN Peacebuilding Commission hier bij aan betere resultaten? Zij constateren voorts dat VN-instituties onder toenemende druk staan, mede door het terugtrekken van financiering door de Verenigde Staten. Heeft dit gevolgen voor de organisaties waarmee Nederland op het terrein van de vrouwenagenda samenwerkt? Op welke manier voorkomt het kabinet dat lokale gemeenschappen hiervan alsnog de dupe worden? Vrouwen bij DefensieDe leden van de D66-fractie spreken grote waardering uit voor de rol van vrouwen binnen Defensie en waarderen de inzet om dit aandeel te laten groeien. Deze leden lezen dat Defensie zich blijft inzetten om uiterlijk in 2030 een aandeel van 30% vrouwelijk personeel te bereiken. Op welke concrete manieren wil het kabinet zich de komende periode blijven inzetten om deze doelstelling te behalen? Worden hiertoe bijvoorbeeld gerichte campagnes ondernomen? Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van de ministers van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 24 augustus 2026 inzake de Voortgangsrapportage 2024-2025 van het vierde Nationaal Actieplan Vrouwen, Vrede en Veiligheid (NAP1325-IV), alsmede van de bijbehorende interdepartementale rapportage. Deze leden leggen graag een aantal vragen voor aan de betrokken bewindspersonen. Defensie De leden van de VVD-fractie hechten aan een inzetgerede en schaalbare krijgsmacht die zich primair richt op afschrikking en bondgenootschappelijke verdediging. Gezien de huidige dreiging en personele uitdagingen kan het ministerie van Defensie het zich niet veroorloven om de helft van het maatschappelijk talentpotentieel onbenut te laten. Daarnaast wijzen deze leden erop dat gemengde teams in de praktijk bijdragen aan een beter situationeel bewustzijn en een grotere effectiviteit tijdens militaire operaties, onder meer bij inlichtingenverzameling en het contact met lokale gemeenschappen in inzetgebieden. In de Defensienota 2024 is het streven vastgelegd dat de defensieorganisatie in 2030 voor ten minste 30% uit vrouwen bestaat. Deze leden constateren dat het totale aandeel vrouwen per 1 januari 2026 is gestegen naar 19,8%, maar dat het percentage vrouwelijke beroepsmilitairen blijft steken op 13% en in militaire topfuncties op 11,5%. Welke hoofdoorzaken liggen ten grondslag aan het feit dat de doorstroom bij beroepsmilitairen achterblijft bij de algehele groei van het personeelsbestand? Acht het kabinet de doelstelling van 30% in 2030 voor operationele beroepsmilitairen onder het huidige instroomtempo nog haalbaar, en welke gerichte maatregelen worden genomen om uitval tijdens de opleiding te voorkomen? Voorts verwelkomen zij dat er inmiddels 1.500 speciale scherfwerende vesten voor vrouwelijke militairen beschikbaar zijn gesteld voor missies zoals EUFOR Althea, NMI en eFP in Litouwen. De rapportage merkt echter op dat het ministerie van Defensie hier lange tijd te weinig aandacht voor heeft gehad. Waarom heeft de verwerving van deze basisuitrusting zo lang op zich laten wachten, en kan de minister toezeggen dat belemmeringen in de beschikbaarheid van passende kleding en beschermingsmiddelen nu zijn weggenomen? Het Defensie Actieplan 1325 (DAP 1325) wordt momenteel herschreven om beter aan te sluiten bij de hernieuwde focus op Deterrence and Defence, met verschijning in het eerste kwartaal van 2026. Kan de bewindspersoon toelichten welke operationele lessen uit recente grootschalige oefeningen, zoals Bastion Lion 2025, in dit nieuwe plan worden meegenomen? Tevens valt deze leden op dat onder Strategisch Doel 3 de modules Conflict Related Sexual Violence (CRSV) en Sexual Exploitation and Abuse (SEA) weliswaar zijn ingebed in missiegerichte opleidingen voor VN-missies, maar dat dit voor overige missies nog moet gebeuren. Waarom ontbreekt deze integratie tot op heden bij reguliere NAVO-uitzendingen, en op welke termijn wordt deze voorbereiding voor álle operationeel uitzendbare eenheden verplicht gesteld? Accountability en bestrijding van straffeloosheid De leden van de VVD-fractie steunen de inzet van het kabinet om straffeloosheid voor oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en conflict-gerelateerd seksueel geweld hard aan te pakken. Seksueel geweld wordt in moderne conflicten stelselmatig ingezet als oorlogswapen om bevolkingsgroepen te intimideren en te verdrijven. Deze leden verwelkomen het besluit dat Nederland toetreedt tot de internationale alliantie om seksueel geweld in conflict te voorkomen (PSVI) en de regionale aanklagersconferentie in Nairobi in oktober 2026 mede ondersteunt. Welke concrete afspraken wil het kabinet daar maken om grensoverschrijdende bewijsgaring te verbeteren en opsporingsbevelen internationaal effectiever te handhaven? De rapportage meldt dat de EU sancties heeft ingesteld tegen de leider van de Rapid Support Forces, Abdelrahim Hamdan Dagalo, vanwege systematisch seksueel en gendergerelateerd geweld in Soedan. Welke diplomatieke stappen zet het kabinet binnen de EU om de sluitende handhaving van deze sancties door alle lidstaten te bewaken en omzeiling tegen te gaan? Ziet het kabinet aanleiding om vergelijkbare sancties voor te stellen tegen commandanten in andere conflictgebieden die seksueel geweld als tactiek inzetten? Deze leden denken hierbij concreet aan personen betrokken bij de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne en de onderdrukking van demonstranten in Iran. Op nationaal niveau spreken deze leden hun waardering uit voor het Openbaar Ministerie en het Team Internationale Misdrijven (TIM) bij het vervolgen van verdachten voor slavernij en seksueel geweld als misdrijven tegen de menselijkheid in relatie tot Syrië. Beschikken het TIM en de rechtspraak over voldoende capaciteit en specialistische middelen om deze complexe dossiers tot een succesvol vonnis te brengen zonder dat de reguliere opsporing in de knel komt? Doelmatigheid van internationale fondsen en beleidssturing De leden van de VVD-fractie hechten aan een doelmatige besteding van publieke middelen voor internationale stabiliteit en vrede. Nederland draagt jaarlijks met €20,5 miljoen ongeoormerkt bij aan het VN Peacebuilding Fund (PBF). Uit de rapportage blijkt dat het aandeel van de PBF-investeringen dat naar gendersensitieve projecten gaat, is gedaald van 43% in 2024 naar 38% in 2025. Hoe verklaart het kabinet deze daling bij een gelijkblijvende Nederlandse bijdrage, en welke sturingsmechanismen hanteert Nederland richting het fonds om te borgen dat gestelde doelstellingen overeind blijven bij ongeoormerkte financiering? Onder het nieuwe kader Focus / Femfocus (2026-2030) start een nieuw vijfjarig financieringsinstrument van circa €40 miljoen voor de ondersteuning van vrouwenorganisaties in (post)conflictlanden. Welke eisen stelt het ministerie aan uitvoerende organisaties om administratieve overhead te beperken, zodat middelen direct ten goede komen aan effectieve lokale grassroots-initiatieven? Tevens ontbreken in de rapportage de kwantitatieve resultaten over 2025 voor de programma's COMPASS en PROMIS inzake de aanpak van mensensmokkel en mensenhandel. Kan de minister toelichten wanneer deze prestatiecijfers aan de Kamer worden voorgelegd? Tot slot richt het ministerie van Buitenlandse Zaken een Mediation Support Unit op om conflictbemiddeling te versterken en de deelname van vrouwen aan vredesprocessen te bevorderen. Wat zijn de formatie-omvang, het budget en de taakafbakening van deze nieuwe eenheid, en aan de hand van welke meetbare criteria wordt de effectiviteit van deze unit geëvalueerd? Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie De leden van de PVV-fractie vinden de positie van vrouwen in relatie tot vrede en veiligheid ontzettend belangrijk. Mannen én vrouwen zouden, zonder onderscheid, voor onze vrede en veiligheid moeten zorgen en niet geremd mogen worden om daar een positieve bijdrage aan te leveren. Dat betekent volgens deze leden niet dat je het verbeteren van de positie van vrouwen met duur beleid kunt bewerkstelligen en doordrukken, waar ook ter wereld. Iets wat het kabinet wél probeert te doen tegen beter weten in. Zo maken de leden althans op uit de stukken. Natuurlijk vinden de leden van de PVV-fractie ook dat de positie van vrouwen wereldwijd verbeterd kan worden, maar deze leden zien bij de uitvoering van de Vrouwen, Vrede en Veiligheid-agenda, dat vooral maatschappelijke organisaties en de bureaucratie daarvan profiteren, maar niet de vrouwen zelf. Deze leden zien namelijk dat sinds het aannemen van VN-resolutie 1325 (op 31 oktober 2000) de internationale veiligheidssituatie alleen maar achteruit is gehold, wat slecht uitpakt voor vrouwen wereldwijd. Vanwege de ineffectiviteit van het beleid zijn deze leden tegen het Women, Peace, Security-subsidiebeleidskader Femfocus, dat de belastingbetaler tientallen miljoenen euro’s gaat kosten maar weinig zal opleveren. Deze subsidiepot zal vooral coaches, maatschappelijke organisaties, ambtenaren (diplomaten), beleidsadviseurs, toezichthouders en VN-organen financieel ondersteunen en druk bezighouden, zodat al deze actoren trots kunnen vermelden dat ze “goed bezig zijn” voor vrouwen. Rond VN-resolutie 1325 is een ongekende hulpindustrie opgebouwd, zo zien deze leden. In de beslisnota staat vermeld dat maar liefst 70 maatschappelijke organisaties zich bezighouden met de implementatie van VN-resolutie 1325 over de rol van vrouwen in vrede- en veiligheidsvraagstukken. Vindt de minister dat ook niet een tikkeltje overdreven? Kan de minister een compleet overzicht geven van alle 70 betrokken maatschappelijke organisaties en hoeveel subsidiegeld elk van hen reeds heeft ontvangen? En kan de minister ook een overzicht delen van (zo mogelijk per organisatie en anders in ieder geval in totaal voor alle organisaties) hoeveel geld het kabinet de komende jaren beoogt uit te keren uit het Femfocus-subsidiepotje? Het valt de leden van de PVV-fractie verder op dat het Nederlandse beleid zich vooral richt op landen (zoals Soedan) waar de positie van vrouwen erbarmelijk slecht is door diep gewortelde culturele en religieuze tradities. Grondoorzaken die je niet weg kunt poetsen met subsidiegeld, trainingsprogramma’s en genderadviseurs. Is dat de reden dat er in de voortgangsrapportage zoveel wollig taalgebruik toegepast wordt? Zoals bij voorbeeld in de volgende passage (p. 6): “De effectiviteit van het programma in de Palestijnse Gebieden komt tot uiting in de bijdrage ervan aan veranderingen in bewustzijn, begrip en erkenning van gendergerelateerd geweld, kennis over rechten en toegang tot hulp voor vrouwen, meisjes, jongeren en mannen in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Deze veranderingen verliepen niet lineair of uniform, maar kwamen tot stand via dialoog, reflectie en collectieve betrokkenheid binnen contexten die worden gekenmerkt door angst, de normalisering van schadelijk gedrag en een beperkte maatschappelijke ruimte.” De leden van de PVV-fractie vinden het in het bijzonder ridicuul dat het kabinet tijd, geld en energie besteedt aan vrouwenprogramma’s voor Palestijnen. Dat een Nederlandse genderadviseur – volgens de rapportage - de gender units van de veiligheidsdiensten van de Palestijnse Autoriteit ondersteunde is gewoonweg bizar. We hebben het hier namelijk over dezelfde ‘Palestijnse Autoriteit’ die terroristen, die weerloze vrouwen hebben vermoord, beloont door het ‘pay-for-slay’ principe. Het gaat ook om dezelfde autoriteit die vrouwonvriendelijke shariawetgeving toepast en die weigerde te veroordelen dat tijdens de terreuraanval van Hamas op 7 oktober 2023 enorme aantallen vrouwen werden vermoord, gegijzeld en verkracht. Heeft de minister echt niet in de gaten dat de Palestijnse Autoriteit ‘vrouwenrechten’ vooral inzet voor het verwerven van internationale legitimiteit en nauwelijks voor de vrouwen zelf? Deze leden vragen de minister daarom om geen cent subsidie meer te geven aan organisaties die zogenaamd bezig zijn met het verbeteren van de positie van vrouwen in de Palestijnse gebieden. Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Voortgangsrapportage 2024-2025 van het Nationaal Actieplan Vrouwen, Vrede en Veiligheid. Deze leden hebben hier enkele vragen bij. Zij lezen dat het kabinet zich voorneemt om een Mediation Support Unit op te richten waarin er actief wordt gestuurd op deelname en representatie van vrouwen in conflictbemiddeling en vredesprocessen. Welke concrete activiteiten zal de Mediation Support Unit ondernemen in het nastreven van dit doel en met welke (meerjarige) financiële middelen? Welke resultaten hoopt het kabinet te bereiken met de Mediation Support Unit aankomende periode? De leden van de CDA-fractie vinden het positief dat Nederland bijdraagt aan de internationale inzet ter bestrijding van conflict-gerelateerd seksueel geweld. Deze leden vragen of het kabinet een tussenstand kan geven van de Nederlandse steun aan de opsporing en vervolging van conflict-gerelateerd seksueel geweld in Oekraïne en de ondersteuning van slachtoffers? Zijn er voor de komende jaren voldoende middelen beschikbaar om deze ondersteuning voort te zetten? Zij lezen dat er gestart wordt met een nieuw financieringsinstrument met als doel de rol van vrouwen- en vrouwenrechtenorganisaties in vredes- en veiligheidsprocessen en de aanpak van conflict-gerelateerd seksueel geweld te versterken. Welke concrete resultaten beoogt het kabinet te behalen met dit instrument? Op welke manier worden deze beoogde resultaten gemonitord en hoe wordt de Kamer hierover geïnformeerd? De leden van de CDA-fractie merken op dat het WPS-financieringsinstrument en de Mediation Support Unit doelstellingen delen. Welke kansen ziet het kabinet voor synergie tussen deze twee? Tot slot juichen deze leden toe dat er blijvende aandacht is voor een inclusieve beleidsvoering. Zij lezen ook dat het kabinet streeft naar minimaal 40% Nederlandse politievrouwen op uitzending. Vorig jaar werd dit streefpercentage nog niet gehaald. Kan het kabinet aangeven wat het huidige percentage is? Welke obstakels worden ervaren in het vergroten van het aandeel politievrouwen op uitzending? Welke mogelijkheden ziet het kabinet om via de opleiding, selectie en passende randvoorwaarden voor uitzending de deelname van politievrouwen te bevorderen? Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de Voortgangsrapportage Vrouwen, Vrede en Veiligheid, en waarderen de inspanningen van de verschillende ministeries hierin. Deze leden zijn van mening dat NAP 1325 een essentieel uitvoeringskader is voor de uitvoering van de Women, Peace en Security agenda. In de huidige geopolitieke context, zouden zij graag zien dat de uitvoering van NAP 1325 sterker wordt verankerd in het bredere Nederlandse beleid. Deelt het kabinet deze mening, en kan het kabinet duidelijk maken welke stappen het zet om vrouwenrechtenorganisaties structureel te beschermen (ook juridisch), bij het beleid te betrekken en te financieren? De leden van de SP-fractie zien een belangrijk aanknopingspunt in de conclusies van het VN-comité voor de Uitbanning van Discriminatie van Vrouwen, het CEDAW, van 27 februari 2026. Dit comité uit zorgen over de onduidelijkheid rond de borging van een genderperspectief binnen het Nederlandse Women, Peace en Security-beleid, waaronder bij besluiten over wapenexportvergunningen. Daarom hebben deze leden de volgende vragen. Hoe zorgt het kabinet dat een genderperspectief systematisch wordt meegewogen bij wapenexportbesluiten? Kan de minister toezeggen dat Nederland zich binnen de EU, bij het Arms Trade Treaty, en in andere multilaterale fora actief blijft inzetten voor het behoud en de versterking van genderspecifieke criteria? De leden van de SP-fractie zien verder een belangrijke rol voor vrouwenrechtenorganisaties en survivor-led organisaties. Hoe worden deze organisaties structureel en betekenisvol betrokken bij beleid op het gebied van wapenexport, conflictpreventie en veiligheid? Hoe beoordeelt de minister het risico dat door afzwakking van genderspecifieke criteria de mogelijke gevolgen van wapenexport voor vrouwen en meisjes minder expliciet worden meegewogen? Welke maatregelen neemt het kabinet om het maatschappelijk middenveld, vrouwenrechtenorganisaties en de afspraken uit NAP 1325 structureel te beschermen en te verankeren, juist nu vrouwenrechten en de financiering van vrouwenrechtenorganisaties wereldwijd onder druk staan? Waarom is de huidige voortgangsrapportage niet medeondertekend door de staatssecretaris van OCW, zoals de vorige voortgangsrapportage? Deelt het kabinet de opvatting dat de toenemende investeringen in defensie en veiligheid gepaard moeten gaan met investeringen in conflictpreventie, gendergelijkheid, maatschappelijke organisaties en inclusieve besluitvorming? IIAntwoord/ Reactie van de minister IIIVolledige agenda Voortgangsrapportage 2024-2025 Nationaal Actieplan Vrouwen, Vrede en Veiligheid (Kamerstuk 26150, nr. 247)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.