Gewijzigde motie van het lid Boomsma c.s. over bij de volgende AERIUS-update een verhoging van de rekenkundige ondergrens doorvoeren (t.v.v. 33576-490)
Brontekst
Versie 76084714-f92e-4e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2025–2026 33 576 Natuurbeleid Nr. 511 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID BOOMSMA C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 490 Voorgesteld 2 juli 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de AERIUS Calculator voor stikstofdepositie bij vergunningverlening een rekenkundige ondergrens hanteert van 0,005 mol/ha/jaar, maar er brede wetenschappelijke overeenstemming bestaat dat modeluitkomsten van minder dan 0,5 mol/ha/jaar niet zouden moeten worden gebruikt, omdat deze methodologisch te onzeker zijn, en dat er daarmee een wetenschappelijke en solide juridische basis bestaat voor een rekenkundige ondergrens van 0,5 mol/ha/jaar; constaterende dat de Raad van State in haar ViA15-oordeel van april 2023 een vergelijkbare beperking in het toepassingsbereik van het model heeft geaccepteerd als wetenschappelijke onderbouwing van de maximale rekenafstand van 25 kilometer, omdat het model daarbuiten geen betrouwbare uitspraken kan doen; overwegende dat de Kamer in vervolg daarop reeds 2,5 jaar geleden heeft verzocht de rekenkundige ondergrens te verhogen (Kamerstuk 30 252, nr. 133); overwegende dat de Nederlandse NOx-emissies al decennia dalen met procenten per jaar onder invloed van Europees bronbeleid en de toepassing van de best beschikbare technieken in de industrie en dat de NH3-emissies in de landbouw weliswaar in een trager tempo afnemen, maar dat het risico op grotere emissies bij een hogere rekenkundige ondergrens wordt ondervangen door systemen van (afnemende) productierechten; overwegende dat de desondanks eventueel optredende geringe cumula- tieve effecten van verschillende deposities van meerdere activiteiten onder deze grens effectief kunnen worden gemitigeerd door landelijke emissie-reducerende maatregelen en geen juridisch beletsel vormen voor de invoering van een hogere rekenkundige ondergrens; kst-33576-511 ISSN 0921 - 7371 ’s-Gravenhage 2026 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 576, nr. 511 1 -- 1 of 2 -- overwegende dat hiertoe ook regionale aanvullende flankerende maatregelen kunnen worden genomen gezien art. 6.1 en 6.2 van de Habitatrichtlijn maar deze, net als bij de ViA-15 uitspraak, als reken- kundige ondergrens geen voorwaarde kunnen zijn voor art. 6.3, hetgeen ook wordt bevestigd in het «Advies Flankerend beleid bij invoering van de Rekenkundige Ondergrens» van het Ministerie van 1 mei »26; overwegende dat het kabinet op 26 juni een pakket maatregelen voor enerzijds geborgde stikstofemissiereductie en anderzijds geborgd natuurherstel heeft gepresenteerd; verzoekt de regering verzoekt de regering bij de volgende AERIUS-update in oktober, en in ieder geval voor 1 januari 2027, de verhoging van de rekenkundige ondergrens naar minimaal 0,5 mol/ha/jaar (1 mol/ha/jaar na afronding) door te voeren, en wel voor zolang stikstofdepositiemodellen nog worden gebruikt voor vergunningverlening van individuele projecten, en gaat over tot de orde van de dag. Boomsma Grinwis Wiersma Keijzer Ten Hove Flach Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 576, nr. 511 2 -- 2 of 2 --
Gerelateerde bronnen
- Gewijzigde motie van het lid Boomsma c.s. over bij de volgende AERIUS-update een verhoging van de rekenkundige ondergrens doorvoeren (t.v.v. 33576-490)
Gewijzigde motie van het lid Boomsma c.s. over bij de volgende AERIUS-update een verhoging van de rekenkundige ondergrens doorvoeren (t.v.v. 33576-490)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.