Verslag van de Milieuraad van 17 maart 2026 te Brussel
Brontekst
Versie 32d63e4d7c92b673 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-08MilieuraadNr. 1030 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 31 maart 2026Met deze brief ontvangt u, mede namens de Minister van Landbouw,Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, het verslag van de Milieuraad die op17 maart 2026 in Brussel plaatsvond. Met dit verslag wordt invullinggegeven aan twee moties rondom het beleidsdebat over de herzieningvan CO2-normen personenauto’s en bestelwagens. In deze moties wordthet kabinet opgeroepen om zich te verzetten tegen het verbod op deverbrandingsmotor.1Daarnaast vindt u als bijlage bij deze brief het Spaanse non-paper, datsteun heeft van zeven lidstaten waaronder Nederland, waarin het belangvan het Europees emissiehandelssysteem (hierna: ETS) als hoeksteen vanEU klimaatbeleid wordt benadrukt en tegen afzwakking of opschortingwordt gepleit.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.W.H. BertramDe Minister van Klimaat en Groene Groei,S. van Veldhoven-van der Meer1Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-33, nr. 1179; Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-20,nr. 2325. kst-21501-08-1030ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10301 Verslag Milieuraad 17 maart 2026 Tijdens de Milieuraad van 17 maart 2026 in Brussel stond een beleids-debat over de revisie van de CO2-emissienormen voor nieuwe personen-en bestelwagens op de agenda. Daarnaast stond er, een gedachtewis-seling over inspanningen voor decarbonisatie in het kader van hetklimaatbeleid na 2030 geagendeerd, en over de versterking vanEU-strategische samenwerking in mondiale milieudiplomatie ten aanzienvan het verdiepen van internationale partnerschappen en het versterkenvan wetenschappelijk onderbouwde beleidsvorming in mondialemilieuprocessen. Voorts zijn de Raadsconclusies over de EU bio-economiestrategie aangenomen.Tevens stonden er verschillende diversenpunten geagendeerd: van Belgiëover een EU-raamwerk voor klimaatweerbaarheid, van Oostenrijk over deimplementatie van de verordening voor landgebruik, verandering vanlandgebruik en bosbouw (Land Use, Land-Use Change and Forestry,hierna: LULUCF), van Frankrijk over vergunningverlening in de Milieu-omnibus en over Mercator Ocean2, en van Litouwen over de milieu- enveiligheidsimplicaties van de kerncentrale in Belarus. Ook presenteerdende Europese Commissie (hierna: Commissie) en het Voorzitterschap vande Raad van de EU (hierna: Raad) een terugkoppeling van de twaalfdeconferentie van het Intergouvernementele Platform voor Biodiversiteit enEcosysteemdiensten (hierna: IPBES). Ten slotte heeft de Commissie hetNieuwe Europees Bauhaus3 gepresenteerd.Tot slot deelt het kabinet als bijlage bij deze brief het Spaanse non-paperdat steun heeft van zeven lidstaten, waaronder Nederland, waarin hetbelang van het Europees emissiehandelssysteem (hierna: ETS) alshoeksteen van EU klimaatbeleid wordt benadrukt en tegen afzwakking ofopschorting wordt gepleit.I. Beleidsdebat – Herziening CO2-normen personenauto’s enbestelwagens Tijdens de Milieuraad van 17 maart vond een eerste beleidsdebat plaatsover de herziening van de verordening van CO2-emissienormen voorpersonenauto’s en bestelwagens. Dit voorstel is onderdeel van hetAutomobielpakket van de Commissie om de innovatiekracht en groeimo-gelijkheden van EU-bedrijven in de automobielsector te versterken. DeKamer heeft de regering in een tweetal moties opgeroepen om zich teverzetten tegen het verbod op de verbrandingsmotor. De onderliggendezorgen in de moties gingen over het concurrentievermogen van deEuropese auto-industrie, de betaalbaarheid voor burgers en innovatie inde auto-industrie. Zoals omschreven in het BNC-fiche4, stelt deCommissie voor om het CO2-emissiereductiedoel in 2035 te verlagen van100 naar 90%, waardoor de nieuwverkoop van auto’s met een verbran-dingsmotor na 2035 mogelijk blijft. De Commissie stelt als voorwaarde datvoertuigproducenten de misgelopen emissiereductie aan de uitlaatmoeten compenseren door het gebruik van in de EU geproduceerdkoolstofarm staal in de productie van voertuigen of op basis van debeschikbaarheid van hernieuwbare brandstoffen in het wegvervoer.2Mercator Ocean is een Europese private organisatie die oceaanmodellen en -voorspellingenmaakt.3Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-33, nr. 1179; Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-20,nr. 2325.4Kamerstukken II, 2025–2026, 22 112, nr. 4273.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10302 De Commissie en een groep lidstaten benadrukten dat elektrificatie en hetverminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen detoekomst vormen. Daarbij was er verdeeldheid onder de lidstaten over degewenste uitkomst van de herziening. Een kleine groep lidstaten gaf aanniet tevreden te zijn met de afzwakking van het oorspronkelijkeCO2-emissiereductiedoel van 100% naar 90% in 2035. Tegelijkertijd vondeen andere groep lidstaten de afzwakking juist onvoldoende, wilden zijmeer flexibiliteit en pleitten zij voor een nog grotere rol voor alternatieveaandrijvingen naast elektriciteit, zoals hybridetechnologieën of toepassingvan alternatieve brandstoffen in verbrandingsmotoren. Daarnaasttoonden enkele lidstaten, waaronder Nederland, interesse in het inzettenvan groen staal als flexibiliteit, terwijl andere lidstaten aangaven dat ookandere materialen of producten, zoals batterijen of emissiereductie eldersin de waardeketen, in aanmerking zouden moeten kunnen komen. Ookdeden enkele lidstaten een interventie over het belang van «Made in EU».Nederland benadrukte het belang van het langetermijn-concurrentie-vermogen van de EU auto-industrie, het verminderen van uitlaatemissiesbij de wegvervoersector en dat innovatie de betaalbaarheid van mobiliteitbevordert. Elektrificatie is daarvoor de voornaamste drijfveer enoplossing. Daarnaast gaf Nederland aan dat het belangrijk is investerings-zekerheid te waarborgen, de klimaatdoelen te behalen en minderafhankelijk te worden van fossiele brandstoffen. Enkele lidstaten sprakende wens uit voor technologische neutraliteit, waarop Nederland zorgenuitte over het ontstaan van twee parallelle infrastructuren, wat kan zorgenvoor een verhoging van maatschappelijke kosten. Het kabinet beschouwtde moties Heutink (1179) en Van der Plas (2325) daarmee als afgedaan,aangezien het Commissievoorstel reeds tegemoetkomt aan de wens vande Kamer om de verkoop van auto’s met een verbrandingsmotor na 2035mogelijk te maken en het kabinet bij de Milieuraad heeft geïntervenieerdin lijn met de onderliggende zorgen uit de Kamer, zoals geformuleerd inde moties.II. Beleidsdebat – Decarbonisatie Post-2030 Tijdens de Milieuraad vond een eerste gedachtewisseling plaats overdecarbonisatie post 2030. Om invulling te geven aan de recent gewijzigdeEU klimaatwet, zal de Commissie later dit jaar verschillende voorstellendoen waarmee de EU het 2040-doel op weg naar klimaatneutraliteit in2050 kan bereiken.Een grote meerderheid benadrukte het belang van een sterk en stabielETS voor het stimuleren van investeringen in schone productie. Daarbijpleitten sommige lidstaten voor gerichte hervormingen om de energieintensieve industrie beter te ondersteunen. Enkele lidstaten riepen totafzwakking of opschorting van ETS1 (industrie en elektriciteitssector) enETS2 (gebouwde omgeving en wegtransport). Nederland riep, conform demotie van de leden Bushoff en Van Oosterhout5, op tot een zo sterk enambitieus mogelijk ETS, omdat dit tot kosteneffectieve emissiereductiesleidt, langlopende beleidszekerheid geeft, innovatie bevordert en eengelijk speelveld borgt. In aanloop naar de Milieuraad ondertekendeNederland samen met een groep gelijkgezinde landen een Spaansnon-paper waarin het belang van het ETS als hoeksteen van EU klimaat-beleid wordt benadrukt.Rond de eventueel nieuwe nationale bijdragen na 2030 tekenden zich noggeen duidelijke posities af. Nederland gaf aan dat helderheid nodig is overde opgave voor alle sectoren en lidstaten. Een grote groep lidstaten vroeg5Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-07, nr. 2171Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10303 aandacht voor de onzekerheden in de landgebruik- en bosbouw(LULUCF)-sector.Ten aanzien van de mogelijke inzet van internationale koolstofkredietenvroeg een groot aantal lidstaten, waaronder Nederland, om een gedegeneffectenbeoordeling van de Commissie.Sommige lidstaten benadrukten dat prioriteit moet worden gegeven aanemissiereductie op eigen bodem en dat ze de kredieten enkel als vangnetwillen gebruiken. Anderen richtten zich vooral op hoe de kredieten ingezeten ingekocht kunnen worden. Nederland gaf aan dat de inzet vaninternationale koolstofkredieten niet ten koste van de benodigdeinvesteringen in de transitie binnen de EU mag gaan, en dat het totaalmoet blijven optellen tot netto 90%.Tot slot benadrukten een aantal lidstaten het belang van financiëlemiddelen voor de transitie.III. Beleidsdebat – Mondiale milieudiplomatie Tijdens de Milieuraad vond een gedachtewisseling plaats over hetversterken van de strategische samenwerking van de EU in de mondialemilieudiplomatie, specifiek in het kader van een veranderende geopoli-tieke context en de toenemende druk op de wetenschap. ExecutiveDirector van het Verenigde Naties Milieuprogramma (hierna: UNEP), IngerAndersen, sloot aan bij deze bespreking en leidde de gedachtewisselingin. Zij benadrukte daarbij het belang van effectief milieumultilateralismeen de hiervoor noodzakelijke randvoorwaarden: wetenschap als basisvoor beleid, samenwerking en solidariteit tussen landen, en stabielefinanciering voor mondiaal milieubeleid en -gremia, waar UNEP alsleidende VN-entiteit op milieu een belangrijke rol in speelt. In de daarop-volgende gedachtewisseling tussen de lidstaten stonden het belang vanwetenschap, samenwerking met diverse partners en hetVN-hervormingsproces (UN80) centraal.Alle lidstaten benadrukten het belang van wetenschap als basis voorbeleid en spraken steun en waardering uit voor de wetenschappelijkepublicaties die door de VN worden uitgebracht.Nederland riep hierbij specifiek op om structuren voor wetenschapsbeleidte versterken om te zorgen voor op wetenschap gebaseerde besluit-vorming, met behulp van instrumenten zoals de Global EnvironmentOutlook 7.6 Hiermee heeft het kabinet conform de toezegging aan deKamer bekendheid vergroot van relevante VN-milieurapporten als GEO-7en het kabinet zal dit blijven doen. Tevens komt het kabinet met eenreactie op de inzichten en aanbevelingen van GEO-7 en een aantal andererapporten.7Enkele lidstaten erkenden daarbij dat de EU ook het goede voorbeeldmoet geven via de implementatie van haar milieubeleid. Voorts warenvrijwel alle lidstaten het met elkaar eens dat, voor effectief multilatera-lisme, diversiteit aan partners belangrijk is, waarbij niet alleen wordtsamengewerkt met gelijkgestemde landen maar ook het contact wordtversterkt met landen die andere standpunten innemen dan de EU in deverschillende mondiale milieufora. Nederland maakte zich sterk voor inzet6De Zevende Global Environment Outlook (GEO-7) is het meest recente mondialeVN-milieurapport van het VN-milieuprogramma (UNEP). Het is de meest veelomvattende endiepgravende analyse van de mondiale staat van het milieu tot dusver en biedt beleidsoptiesom internationale milieudoelen te halen en bij te dragen aan duurzame ontwikkelingwereldwijd.7Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-08, nr. 1028.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10304 op zogenoemde coalitions of the willing, vooral daar waar voortgang opmultilateraal niveau stokt, en benadrukte het belang van een vroegtijdigeopen dialoog om in een eerder stadium mogelijkheden voor landings-zones in de onderhandelingen te identificeren.Ten aanzien van de VN-hervormingen gaven veel lidstaten aan dat ditmoment benut moet worden om de slagkracht van de VN, en specifiekUNEP, te vergroten, en de coördinatie tussen VN-organen te verbeteren.Diverse lidstaten benoemden daarbij verder dat dit ook gelegenheid biedtde bureaucratie binnen de VN aan te pakken. Nederland gaf hierbij aan deverbetering van de transparantie van VN-organen een belangrijk punt tevinden.IV. Beleidsdebat – Raadsconclusies bio-economie Tijdens de Milieuraad zijn de Raadsconclusies over de bio-economiestrategie aangenomen.8 Deze Raadsconclusies zijn gebaseerd op demededeling voor de bio-economie strategie die de Commissie op27 november 2025 presenteerde. De kabinetsreactie op deze mededelingis uitgewerkt in een BNC-fiche9.Een meerderheid van lidstaten benadrukte het belang van een concurre-rende en duurzame bio-economie strategie. Enkele lidstaten benadruktendat er geen aanvullend duurzaamheidskader of nieuwe wetgeving overcascadering moet komen, in het licht van concurrentievermogen en hetverminderen van administratieve lasten. Deze lidstaten benadruktendaarbij het belang van (houtige) biogrondstoffen voor energievoorziening.Anderzijds gaven enkele lidstaten, waaronder Nederland, aan dat ze graagbetere kaders (zoals duurzaamheidscriteria) hadden gezien om tot eenechte duurzame bio-economie te komen en toepassing van het cascade-ringsprincipe te versterken.Nederland kon instemmen met de uiteindelijke Raadsconclusies enverwelkomde de aandacht voor marktcreatie voor hoogwaardigebiogebaseerde toepassingen. De benoemde lead markets sluiten aan bijde inzet van het kabinet, in het bijzonder chemie (inclusief plastics), bouwen bioraffinage. Ook is het kabinet positief over de vervroegde biogeba-seerde doelstellingen voor verpakkingen en de mogelijkheid om doelstel-lingen te formuleren voor biogebaseerde chemicaliën, zoals genoemd inde Mededeling voor de bio-economie strategie van de Commissie. Hetkabinet zal zich blijven inzetten voor deze doelstellingen en ook voordoelstellingen in andere productregelgeving, met name in de automotiveen de bouwsector.Tegelijkertijd heeft het kabinet zich tijdens de onderhandelingen ingezetvoor betere kaders (zoals duurzaamheidscriteria) om tot een echteduurzame bio-economie te komen en toepassing van het cascaderings-principe te versterken. Nederland benadrukte daarom het belang vanconcrete acties om dit principe consistent toe te passen in EU-wetgevingom de totale vraag naar biogrondstoffen te beperken. Een consistentkader voor biogrondstoffen, met duurzaamheidscriteria die gelden vooralle toepassingen van biogrondstoffen, is daarvoor belangrijk.In deze context riep Nederland de Commissie op om in aanloop naar deherziening van de Richtlijn Hernieuwbare Energie een studie te verrichtennaar de duurzaamheidscriteria voor biogrondstoffen, gerelateerd aan hetcumulatieve landgebruik voor de productie van deze grondstoffen. Op8COM, 7397/269Kamerstukken II, 2025–2026, 22 112, nr. 4238Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10305 deze manier kan biodiversiteit (Europees en internationaal) en desamenhang met de productie van voedsel of veevoedergewassen, wordenmeegewogen en ongewenste bijeffecten (zoals het verlies van koolstof-vastlegging door bossen) worden voorkomen.V. AOB-punten Diversenpunt: Uitgangspunten voor EU-raamwerk klimaatweer-baarheidBelgië bracht een diversenpunt in over het belang van klimaatweer-baarheid en vroeg aandacht voor een toekomstig EU-raamwerk voorklimaatweerbaarheid, waar scherp gekeken moet worden naar proportio-naliteit en subsidiariteit. Daarbij onderstreepte België het belang vangerichte acties, oog voor regionale specificiteit en financiering onder hetLIFE-programma ten behoeve van milieu- en biodiversiteitsbeleid. Hetraamwerk moet leiden tot versterking van de economie en het vergrotenvan vertrouwen van burgers in klimaatweerbaarheid. Een groep lidstatensteunde het voorstel en vroeg specifieke aandacht voor het voorkomenvan administratieve lasten, regionale aanpak en financiering. DeCommissie verwelkomde de agendering van het diversenpunt en gaf aaneind 2026 met een voorstel voor een EU-raamwerk te komen.Diversenpunt: Implementatie van de LULUCF-verordening (LandUse, Land Use Change and Forestry)Oostenrijk bracht samen met Tsjechië, Estland, Frankrijk, Hongarije,Letland, Litouwen, Portugal en Slowakije een diversenpunt in over deimplementatie van de LULUCF-verordening. Hierin vroegen zij aandachtvoor een meer pragmatische en realistische implementatie van LULUCF,die rekening houdt met externe (niet-beheersbare) factoren zoalsklimaatverandering, extreme weersomstandigheden en ziektenuitbraken,verbeterde toegang tot flexibiliteiten rondom beheerd bos, en robuusteredata. Na de afloop van de huidige verordening (post-2030) zien ze graageen minder rigide LULUCF-systeem met focus op veerkracht vanbos-ecosystemen in plaats van kortetermijndoelstellingen voor koolstof-vastlegging met beperkte flexibiliteit. De Commissie gaf aan bekend te zijnmet de uitdagingen en in contact te staan met lidstaten over de imple-mentatie van de LULUCF-verordening.Diversenpunt: Terugkoppeling IPBES-12 (IntergovernmentalScience-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services)Het Voorzitterschap en de Commissie gaven een korte terugkoppeling vande belangrijkste uitkomsten van de twaalfde conferentie van het IPBES,met als belangrijkste resultaat het rapport over Bedrijven en Biodiversiteitdat de wederzijdse afhankelijkheid van bedrijfsleven en biodiversiteit laatzien. De uitkomsten zijn in lijn met de prioriteiten van de EU en delidstaten. De Commissie benadrukte het belang om nu aan de slag te gaanmet de implementatie van de bevindingen uit het rapport.Diversenpunt: Nieuw Europees BauhausDe Commissie gaf een presentatie over het Nieuwe Europese Bauhaus,dat zich richt op het stimuleren van innovatie, samenwerking en concreteprojecten (zoals duurzame bouw en renovatie) om buurten en industrieëntoekomstbestendig, betaalbaar en milieuvriendelijk te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10306 Diversenpunt: Vergunningverlening in de MilieuomnibusFrankrijk bracht samen met België, Tsjechië, Ierland, Letland en Slowakije,een diversenpunt in over het versnellen van vergunningsprocedures,samen met een oproep tot een alomvattende, sector overschrijdendeaanpak binnen het milieubeleid. Daarbij pleiten ze voor het hebben vanoog hebben voor subsidiariteit en flexibiliteit en daarom ook voor eenrichtlijn in plaats van een verordening.Diversenpunt: FRA – Mercator OceanFrankrijk informeerde de Raad over de transformatie van Mercator Oceanin een intergouvernementele organisatie, met een oproep aan de lidstatenom het oprichtingsverdrag van de intergouvernementele organisatie snelte ondertekenen.Diversenpunt: Milieu- en veiligheidsimplicaties van de kern-centrale in BelarusLitouwen informeerde de Raad, met steun van Estland, Letland en Polenover de milieu- en veiligheidsgevolgen van de kerncentrale in Ostrovets,Belarus. De Commissie gaf aan hier via het Internationaal Atoomenergie-agentschap (IAEA) aandacht voor te kunnen vragen.OverigIn gesprekken met de Europese Commissie de dag voorafgaand aan deMilieuraad, heeft het kabinet onder andere aandacht gevraagd voor hetontbreken van impact analyses in de Omnibussen, in lijn met detoezegging gedaan in het Tweeminutendebat over de Milieuraad op12 maart jl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10307
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.