KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsreactie op het Gezondheidsraadadvies over gezondheidsrisico’s voor omwonenden van geitenhouderijen

9 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 239ead757b5e2b08 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 973Toekomst veehouderijNr. 287 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJNEN SPORT EN VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEIDEN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 januari 2026Op 8 december jl. heeft de Gezondheidsraad (hierna: de GR) het tweededeeladvies over de gezondheidsrisico’s rond veehouderijen gepubliceerden is dit ook aan uw Kamer aangeboden. Met deze brief geven wij eeneerste inhoudelijke beleidsreactie, namens het kabinet, op het eerste entweede deeladvies van de Gezondheidsraad, zoals toegezegd aan uwKamer.1Deze reactie geven wij binnen de volgende context. De ruimte inNederland is schaars. Veel opgaven komen samen op dezelfde plek.Wonen, werken, landbouw, natuur, water, defensie, energie en infra-structuur concurreren met elkaar binnen dezelfde regio’s om ruimte.Conform de Omgevingswet moet daarom gezocht worden naar eenbalans tussen het beschermen (veiligheid, gezondheid, milieu) en hetbenutten (wonen, werken, recreatie) van de fysieke leefomgeving.2 DeOntwerpNota-Ruimte laat zien dat scherpe keuzes en een zorgvuldige,integrale belangenafweging noodzakelijk zijn. Advisering van de GR vormteen belangrijk advies bij deze weging.Kern Gezondheidsraad advies I en IIDe GR concludeert in het eerste deeladvies over de gezondheidsrisico’srondom veehouderijen dat het verband tussen wonen in de nabijheid vangeitenhouderijen en het risico op longontstekingen waarschijnlijkoorzakelijk is. Dat geeft volgens de GR voldoende aanleiding vooroverheden om op basis van het voorzorgsbeginsel maatregelen te nemenom de gezondheidsrisico’s voor omwonenden van geitenhouderijen tebeperken.1Kamerstukken 28 973 nr. 280 (3 juli 2025) en 28 973 nr. 285 (8 december) 2025 en 2025D3022(18 december 2025).2Zie Ontwerp-Nota Ruimte, Kamerstuk 29 435-269, 26 september 2025 kst-28973-287ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 2871 In het tweede deeladvies komt de GR tot de conclusie dat het risico op eenlongontsteking binnen een woonafstand van 0–1.000 meter van eengeitenhouderij aanzienlijk is verhoogd.3 De GR plaatst dit risico ook inbreder perspectief.4 De GR geeft een aantal aanbevelingen voor mogelijkemaatregelen die om een politiek-bestuurlijk besluit vragen. Volgens de GRis het terugdringen van de blootstelling van omwonenden aan emissies(uitstoot) van micro-organismen, fijnstof en endotoxinen uit geitenhoude-rijen de meest aangewezen manier om het gezondheidsrisico vanomwonenden van geitenhouderijen te beperken. Daar gaan we in dezebrief nader op in, in de vorm van drie hoofdlijnen voor de uitwerking vaneen samenhangend maatregelenpakket.Maatregelen bij nieuwvestigingDe GR geeft aan dat een afstandsnorm het gezondheidsrisico vooromwonenden verlaagt, en dat deze is aangewezen zo lang niet duidelijk isof uitstootverminderende maatregelen afdoende zijn. De GR adviseert omeen afstandsnorm in te voeren voor nieuwvestiging van geitenbedrijven,woningen en andere gevoelige bestemmingen.In reactie op dit advies gaat het kabinet een afstandsnorm voor nieuwves-tiging uitwerken. Enerzijds voor nieuwvestiging van een geitenhouderij inde buurt van woonkernen en andere gevoelige bestemmingen. Anderzijdsvoor realisering van woonkernen en andere gevoelige bestemmingen inde buurt van bestaande geitenhouderijen. Dit is een maatregel met veelimpact, niet alleen op de sector, maar ook op de planning van nieuw tebouwen woonkernen en andere functies in de fysieke leefomgeving nabijgeitenhouderijen. Conform de Omgevingswet moet daarom gezochtworden naar een balans tussen het beschermen (veiligheid, gezondheid,milieu) en het benutten (wonen, werken, recreatie) van de fysiekeleefomgeving.5 Daarom behoeft de uitwerking van deze maatregel,gebaseerd op de Omgevingswet, gedegen onderbouwing en afstemmingmet mede-overheden, aandacht voor statistische onderbouwingen envoor relevant beleid in andere sectoren.Het is belangrijk om te komen tot een brede impactanalyse om duide-lijkheid te krijgen en zo tot een zorgvuldige weging te komen wat eenproportionele en goed onderbouwde aanpak is, waarin specifiek aandachtis voor het belang van de woningbouwopgave. Deze impactanalyse zullenwe op zo kort mogelijke termijn met uw Kamer delen zodat integralebespreking, weging en besluitvorming kan plaatsvinden. Bij de uitwerkingvan een potentiële afstandsnorm zal worden gekeken naar de invullingervan, zoals de precieze afstand. De GR adviseert een afstandsnorm van1.000 meter te hanteren. De GR zegt ook: hoe dichter bij de bron, hoegroter het risico. Het risico op longontsteking is het sterkst verhoogdbinnen een woonafstand van 0–500 meter van een geitenhouderij (73%);binnen een woonafstand van 0–1.000 meter is dat minder (19%).6 Omdathet gezondheidsrisico afneemt met een grotere woonafstand van eengeitenhouderij is van belang te weten hoe groot het risico is op eenwoonafstand van 500–1000m van geitenbedrijven,naast een risico-inschatting over de gehele kilometer. Over het risicobinnen een woonafstand van 500–1.000 meter kon de GR geen aparte3Zie tabel 1 op p.17 van het advies Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen 2025: deel II |Gezondheidsraad.4Zie paragraaf 3.4 van het advies.5Zie Ontwerp-Nota Ruimte, Kamerstuk 29 435, nr. 269, 26 september 2025.6Gemiddeld krijgt in Nederland elk jaar 1,9% van de mensen een longontsteking, ongeacht waarzij wonen. Binnen 1.000 meter woonafstand van een geitenhouderij is dat verhoogd naar 2,2%van de mensen, bij mensen die binnen 500 meter afstand van een geitenhouderij wonen is datverhoogd naar 3,2%.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 2872 schatting maken, omdat deze afstand niet is opgenomen in de gepubli-ceerde resultaten van het VGO-onderzoek. We hebben aan deVGO-onderzoekers gevraagd om deze schatting alsnog te maken, op basisvan de oorspronkelijke data. De verwachting is dat zij in februari dezeschatting kunnen opleveren. Bij de uitwerking van de afstandsnormbezien we tevens of deze ook moet gelden voor uitbreidingslocaties.Daartoe vragen we de onderzoekers of zij de relatie tussen omvang vangeitenbedrijven en risico in relatie tot emissiereducerende maatregelen inde bedrijfsvoering nader in beeld kunnen brengen.Maatregelen bij bestaande bedrijvenWe willen ons ook inzetten om het risico voor omwonenden in bestaandesituaties te verminderen. Enerzijds zetten we in op mogelijke emissiere-ductie door technische maatregelen op bedrijfsniveau. Hiervoor is eerstmeer kennis en onderzoek nodig. Anderzijds zetten we in op eenmaatwerkaanpak in prioritaire situaties. Beide sporen lichten we hierondernader toe.Emissiereductie door maatregelen in de bedrijfsvoering onderzoekenDe GR adviseert om bij bestaande bedrijven in te zetten op reductie vanemissies van micro-organismen, fijnstof en endotoxinen. De GR kan nietinschatten in welke mate specifieke maatregelen het gezondheidsrisicovoor omwonenden kunnen verminderen; daarvoor ontbreekt inzicht in deeffectiviteit van de maatregelen op emissiereductie en op hetgezondheidsrisico.Daarom zullen we de effectiviteit van emissiereducerende technische,bedrijfs- en organisatorische maatregelen zo snel mogelijk nader in beeldbrengen. Wageningen University & Research (WUR) voert momenteel eenverkennend onderzoek uit naar mogelijkheden voor emissiereducties. Ditis fase 1 van de door de WUR geadviseerde meerjarige onderzoeksin-spanning, waarover de Kamer eerder is bericht (naar aanleiding van eenWUR spoedadvies).7 We verwachten de resultaten hiervan eind januari.Mochten in het fase 1 verkennende onderzoek van de WUR technischemaatregelen genoemd worden die emissies mogelijk kunnen vermin-deren, die niet ingrijpend of kostbaar zijn en snel zouden kunnen wordentoegepast dan zouden deze als «no regret»-maatregelen kunnen wordenopgepakt op korte termijn. Andere maatregelen die genoemd worden,maar wel ingrijpend en/of kostbaar zijn zullen nader onderzocht moetenworden. Dit kan bijvoorbeeld middels pilots in combinatie met monitorenvan het effect op emissies. De geitensector heeft recent een sectorplanopgesteld met onder meer ideeën voor maatregelen op bedrijfsniveau diehierbij aansluiten.Zowel het onderzoek van de WUR als het sectorplan zullen wordenmeegenomen in het verder uitwerken van de mogelijkheden vooremissiereductie op bedrijfsniveau. Indien er uit het fase 1 onderzoekvoldoende aanknopingspunten blijken te zijn, dan zullen we in het eerstekwartaal van 2026 starten met fase 2 van het onderzoek beschreven in hetWUR spoed advies (meetcampagne en ontwikkelprogramma). Zo’nmeetcampagne en ontwikkelprogramma hebben een doorlooptijd vanminimaal 2–3 jaar, mogelijk langer.7Kamerstuk 28 973, nr. 268, 22 mei 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 2873 Ruimtelijke aanpak bij wijziging van bestaande situaties en prioritairelocatiesDe GR geeft aan dat bij wijziging van bestaande situaties een beperkingvan de omvang van geitenhouderijen mogelijk bij kan dragen aan hetterugdringen van het gezondheidsrisico. Concrete grenswaarden voor hetaantal bedrijven en het aantal geiten per bedrijf zijn volgens de Raadechter niet aan te duiden op basis van de beschikbare informatie. In ditverband verdienen volgens de GR situaties waarbij meerdere geitenhou-derijen aanwezig zijn bij gevoelige functies de aandacht. Dit geldt onsinziens ook voor situaties waar relatief veel gevoelige bestemmingen(woningen en zeker ook scholen, kinderdagverblijven, ouderenhuis-vesting, zorginstellingen) dichtbij een geitenhouderij staan of gepland zijn.Voor dergelijke «prioritaire locaties»8 met een relatief hoog blootstellings-risico willen we verkennen welke aanpak mogelijk is om het gezondheids-risico voor omwonenden te verminderen. Maatwerk en proportionaliteitvan maatregelen zijn daarbij het uitgangspunt. Dit vraagt dat we de lokalecontext goed in beeld brengen en bezien welke aanpak mogelijk is,waarbij we ook eventuele financiële consequenties in kaart brengen.Monitoring van gezondheidseffecten en emissiesOm te meten of de combinatie van maatregelen effect heeft op hetterugdringen van het risico voor omwonenden, zullen de gezondheidsef-fecten (het voorkomen van longontstekingen, die worden geregistreerd bijhuisartsen), conform het advies van de Gezondheidsraad, met een nognader te bepalen frequentie, gemonitord worden.Voor maatregelen in de bedrijfsvoering kan het noodzakelijk zijn om in detoekomst emissies te blijven monitoren.De emissie- en gezondheidsrisicomonitoringsresultaten kunnen ookgebruikt worden om op den duur te beoordelen of genomen maatregelennog proportioneel zijn. We hopen dat door het inzetten op emissiereductiedoor technische en organisatorische maatregelen op bedrijfsniveau, derisico’s voor de gezondheid in de toekomst zoveel mogelijk zullenverdwijnen. Dit zou voor zowel de omwonenden, voor de sector als voorde maatschappij het beste scenario zijn. Dit zal zeker geruime tijd (jaren)duren. Tot die tijd is de afstandsnorm en indien opportuun aanvullendbeleid bij prioritaire locaties aangewezen. Bij ruimtelijke maatregelen uitvoorzorg, zoals een afstandsnorm, is het gebruikelijk om uit te gaan vantijdelijkheid en deze periodiek te evalueren en opnieuw te beoordelen opproportionaliteit, geschiktheid en noodzaak.VervolgMet het uitwerken van het bovengenoemde maatregelenpakket zet hetkabinet in op een aanpak waarmee gezondheidsrisico’s zoveel mogelijkworden beperkt op basis van maatwerk en proportionaliteit. Gezien deimpact is het van groot belang om de gevolgen, de mogelijkheden enconsequenties in samenhang te kunnen bezien en te wegen. Bij deuitwerking zullen we provincies, gemeenten, omgevingsdiensten,GGD’en, sector en onderzoeksinstanties betrekken.Omdat voor de uitwerking van deze maatregelen nog enige tijd nodig is,doen we een beroep op de provincies en gemeenten om de komende tijdnog vast te houden aan de bestaande tijdelijke beperkingen op de groeivan de geitensector (de provinciale moratoria en gemeentelijk beleid).8Voor de omschrijving en definitie van dergelijke prioritaire locaties is nog nader uitzoekwerkvan de lokale situaties nodig.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 2874 We verwachten u spoedig te kunnen informeren over de uitkomsten vanhet WUR onderzoek en zullen zo snel mogelijk daarna met een meeruitgewerkt voorstel komen voor de diverse componenten van de aanpakvan het gezondheidsrisico rondom geitenhouderijen.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.A. BruijnDe Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 2875

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 72c37d721b1fc000

14 okt 2026 · ac9a47a6123d6df3

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.