Stimuleringsprogramma energiehubs
Brontekst
Versie a8726d4c665ec096 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 813Kabinetsaanpak Klimaatbeleid31 239Stimulering duurzame energieproductieNr. 1398 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR KLIMAAT EN ENERGIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 juni 2024In deze brief informeer ik uw Kamer over het StimuleringsprogrammaEnergiehubs 2024–2030 en de verdeling van middelen. Dit stimulerings-programma is december jl. aangekondigd in het Nationaal Plan Energie-systeem (NPE)1 en de voorjaarsnota 20242.In het NPE is aangegeven dat het energiesysteem van de toekomst zowelcentraal als decentraal wordt georganiseerd. Het kabinet zet daarom,naast de ontwikkeling van het centrale energiesysteem, ook in op slimmedecentrale energiesystemen. Met dit Stimuleringsprogrammaenergiehubs breng ik een versnelling aan in de ontwikkeling van lokale«energiehubs», door het lokaal ondersteunen van de ontwikkeling ervan,door kennis te ontwikkelen en uit te wisselen en door knelpunten waarnodig weg te nemen. Vanuit het perspectief van het energiesysteem is ersprake van een energiehub als er in een afgebakend gebied vraag enaanbod van energie op elkaar wordt afgestemd. Dit gebeurt door slim teontwerpen en sturen op publieke infrastructuur. Behalve elektriciteitbetreft dit ook andere energiedragers zoals warmte en (duurzame) gassen.In zo’n hub is opslag en omzetting van de ene energievorm in een anderemogelijk en kunnen netwerken van verschillende energiedragers metelkaar in verbinding staan. In deze brief spreek ik over energiehubs oplokaal niveau (bedrijventerreinen en woonwijken) en niet op (boven)regi-onaal niveau of groter (bijv. stedelijk of Noordzee).Met deze brief geef ik tevens invulling aan de moties van het lid Krögerd.d. 28 februari 20243 en het lid Vermeer d.d. 28 februari4 waarin verzochtwordt om te bewerkstelligen dat netbeheerders en provincies oplossingenen experimenteerruimte geven voor slimme oplossingen metenergiehubs. Netbeheerders zien energiehubs als belangrijk onderdeel1Kamerstukken 32 813 en 31 239, nr. 13192Kamerstuk 32 813, nr. 13743TK 29 023, nr. 4844TK 29 023, nr. 478 kst-32813-1398ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13981 van het energiesysteem van de toekomst en proberen waar mogelijkinitiatieven te ondersteunen. Inmiddels zijn netbeheerders nauwbetrokken bij de ontwikkeling en netinpassing van diverse pilots in o.a.Brabant, Utrecht, Gelderland, Noord-Holland, Zuid-Holland en Overijssel.Na een korte toelichting op de positie van energiehubs in het toekomstigeenergiesysteem gaat deze brief in op het doel en de invulling van hetStimuleringsprogramma en de inzet van de hiervoor toegewezenfinanciële middelen. Daarnaast gaat de brief kort in op de samenhang metandere programma’s en het toekomstperspectief van energiehubs.Energiehubs in het toekomstige energiesysteemIn lijn met het NPE is voor de realisatie van het nieuwe duurzameenergiesysteem een belangrijke rol weggelegd voor decentrale ontwikke-lingen. In de toekomst wordt een groot deel van de energie centraal opzee of in de kustregio opgewekt en getransporteerd, maar een deel wordtook decentraal opgewekt door zon, wind, geothermie en andere lokalebronnen. Vergelijkbaar met mobiliteit ontstaan er hoofdtransportaders enregionale en lokale structuren. Decentraal wordt opwek van duurzameenergie slim gekoppeld met decentraal gebruik, via slimme sturing,flexibele opslag en integratie tussen verschillende energiedragers. Dezeplekken noemen we energiehubs. Hierdoor kunnen energiehubs flexibi-liteit in het energiesysteem leveren, potentiële energie opwek ontsluitenen bedrijven en burgers helpen verduurzamen. Ook bieden ze bedrijvenen burgers de mogelijkheid om (financieel) te participeren in een hub.Door het lokaal integreren van energievraag en -aanbod kunnenenergiehubs ook gemeenten en provincies helpen de maatschappelijkeopgaven te realiseren die raken aan de energie-infrastructuur, zoalswoningbouw, mobiliteit en duurzame opwek. Energiehubs krijgen veelaandacht vanuit de netcongestie-problematiek, omdat ze de belasting vanhet elektriciteitsnet kunnen verminderen, doordat lokaal opwek en gebruikbeter op elkaar worden afgestemd. Smart energy hub Zwolle Noord (SZN)Op 13 oktober 2023 is de Smart Energy Hub (SEH) regio ZwolleNoord in gebruik genomen. Vanaf dat moment kan op bedrijven-terrein Hessenpoort een eerste cluster van drie bedrijven efficiënterhun eigen energie opwekken, het verbruik op elkaar afstemmen enzo de netcapaciteit op het elektriciteitsnet van regionale netbe-heerder Enexis beter benutten. Hiervoor is vooruitlopend op nieuwewet- en regelgeving een zogeheten pilot-groepstransportovereenkomst gesloten tussen de deelnemendebedrijven en Enexis. Naast het feit dat de hub bijdraagt aan deverduurzaming van bedrijven, draagt het dus ook bij aan hetontlasten van het overvolle elektriciteitsnet. Het project in Zwolle iséén van de kopgroep projecten in Nederland. De hub kan namelijk«realtime» verbruik en opwek meten en dit op elkaar afstemmen viaeen balanceringsplatform. Hierdoor kan meer duurzame opwek aanhet stroomnet worden geleverd en worden vraag, aanbod en opslagvan stroom beter op elkaar afgestemd. Het project wordt in 2024uitgebreid met een tweede groep partijen en vanaf medio 2024worden ook een batterij en waterstof elektrolyser in gebruikgenomen. De pilot maakt onderdeel uit van het programma smartenergy hubs Oost-Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13982 Stimuleringsprogramma EnergiehubsOm de rol van energiehubs de komende jaren verder uit te werken, teconcretiseren en implementeren, maakt het kabinet € 166 miljoen vrijvoor een stimuleringsprogramma voor lokale en regionale energiehubsvoor de periode 2024–2030. Het stimuleringsprogramma energiehubs zalin eerste instantie gericht zijn op energiehubs die bijdragen aan hetvoorkomen en tegengaan van netcongestie. Daarnaast dient hetprogramma om een decentraler energiesysteem te ontwikkelen enenergiehubs onderdeel te maken van integrale gebiedsontwikkeling.Er wordt een knip aangebracht tussen een ontwikkel- en opstartfase (2024)en een opschalingsfase (2025–2030). In 2024 wordt een belangrijk deel vande randvoorwaarden georganiseerd. Vanaf 2025 zal door standaardisatiede opschaling steeds beter mogelijk zijn. Partijen investeren nu al ininitiatieven en organisatiekracht er van uitgaande dat er middelen uit hetStimuleringsprogramma aan komen. Dit vraagt om het snel beschikbaarstellen van middelen.Ontwikkel en opstartfase 2024Voor de pilotfase in 2024 wordt voor een bedrag aan € 23,8 miljoengereserveerd. Het programma kent daartoe de volgende hoofdlijnen in2024:a)Directe facilitering van de doorontwikkeling van kansrijke energiehub-initiatieven. Dit gaat om € 17,5 miljoen die via provincies beschikbaarwordt gesteld via de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overhedenvoor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) voor een programmatischeuitvoeringsaanpak, het aanstellen van hubregisseurs, advies, selecte-ren van kansrijke initiatieven en samenwerking met gemeenten ennetbeheerders;b)Versterking van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s).Dit gaat om € 2,5 miljoen;c)De overige beschikbare middelen in 2024 (€ 3,85 miljoen) wordenbesteed aan centrale kennisopbouw en -deling, het werken aanrandvoorwaarden zoals groepscontracten en optimale financiëleprikkels en financieringsconstructies, het nader uitwerken van hetprogramma en de routekaart energiehubs en de verdere standaardisa-tie en opschaling van energiehubs.Ad. a) Directe faciliteringDe provincies wordt gevraagd om samen met de netbeheerders,gemeenten en ROM’s een programmatische uitvoeringsaanpak op testellen. Onderdeel daarvan is het aanstellen van hubregisseurs, hetselecteren van kansrijke initiatieven en het vormgeven van de samen-werking met gemeenten en netbeheerders.Essentieel is dat betrokken ondernemers eigenaarschap voelen bij de hub.Deelnemers in een energiehub hebben zowel «eigenaarschap» nodig alsgoede samenwerking met netbeheerders en overheden. Daarom zal viahet stimuleringsprogramma energiehubs procesgeld voor hubs inoprichting beschikbaar worden gesteld om te zorgen voor ondersteuningin kennis en processen, bv. door onderzoek of de inzet van een hubre-gisseur. Met deze middelen zullen naar verwachting 60 à 70 kansrijke enwenselijke energiehub-initiatieven in de ontwikkelingsfase intensiefTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13983 kunnen worden ondersteund5. Precieze aantallen hangen ook samen metde beschikbare capaciteit (menskracht) bij de netbeheerders voor hetleveren van benodigd maatwerk.Ik zal vanuit het nationale systeemperspectief een afwegingskadermeegeven om tot een selectie te komen van nieuwe initiatieven. Hierinworden factoren meegewogen zoals onder andere netcongestie,organisatiegraad, eigenaarschap, reeds genomen verduurzamingsmaatre-gelen waaronder besparing, nettopologie, energievraag en -aanbod. Ditafwegingskader wordt samen met het structureel programmaenergiehubs 2025–2030 in Q3 dit jaar gepubliceerd. Hierbij zal actief desamenwerking en afstemming worden gezocht met netbeheerders, omzeker te stellen dat inpassing van deze energiehubs in het elektriciteitsnetmogelijk is, als ook met provincies en gemeenten. Belangrijk is datinitiatieven snel duidelijkheid hebben over wat ze kunnen verwachten aanondersteuning en medewerking van netbeheerders en overheden. Hetprogramma richt zich niet op ondersteuning van assets, zoals bijvoor-beeld batterijen, zonnepanelen, elektrolysers of energie managementsys-temen (EMS).Ad. b) Versterking ROM’sDe ROM’s worden versterkt door hun expertise in te zetten met betrekkingtot innovatie, financiering, regionale samenwerking en eventuelebegeleiding van de samenwerking tussen provincies, netbeheerders engemeenten. Het wisselt per ROM welke rol zij nu vervullen en hoe actief zebetrokken zijn bij de ontwikkeling van energiehubs. De ROM’s zullenbestaande kennis en ervaring benutten en uitwisselen zodat eventueleverschillen in kennis- en ervaringsniveau worden verkleind. Vanwege deverschillende uitgangssituaties per ROM is het van belang dat dewerkzaamheden van de ROM’s binnen de bestaande structuren wordenafgestemd.Ad. c) Kennis, standaardisatie, opschalingVoor de kennisdeling en -ontwikkeling wordt voortgebouwd op activi-teiten die nu al in verschillende programma’s en projecten wordenontplooid, zoals het programma verduurzaming bedrijventerreinen, hetMOOI EIGEN6 project en het landelijk actieprogramma netcongestie(LAN). Het gaat om het delen van ervaringen als ook om het bevorderenvan innovatieve ontwikkelingen. Dit gebeurt zowel in de regio alsnationaal. Samenhang wordt georganiseerd tussen programma’s enorganisaties via een maandelijkse «ontmoetingsplaats», gefaciliteerd doorhet Ministerie van EZK samen met de Rijksdienst Voor OndernemendNederland (RVO). Via kennisdeling en -ontwikkeling wordt ook overzichten samenhang georganiseerd met betrekking tot welke knelpunten reedsopgepakt worden zodat niet het wiel steeds opnieuw wordt uitgevonden.Eveneens worden nog openstaande knelpunten, op juridisch, financieel oforganisatorisch vlak, aangepakt in samenwerking met de relevantepartijen.Het is belangrijk dat ook provincies en gemeentes de ontwikkeling vanenergiehubs goed kunnen ondersteunen en samen met het Rijk eenleeromgeving creëren. Daarom zijn in april 2024 incidentele middelentoegekend aan provincies en gemeenten voor 2024 en 2025 in het kader5Ervaring vanuit de huidige pilots leert dat de ontwikkelfase van een hub circa € 150K–400Kkost, afhankelijk van de complexiteit. Dit betreft «procesgeld» (hubregisseur, juridisch/technisch/financierings-onderzoek).6https://www.eigen-energyhubs.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13984 van het toekomstbestendig maken van het energiesysteem. Dit betreftjaarlijks € 25.065.000,- voor provincies en € 11,7 mln. voor gemeenten.Hieronder valt ook de inzet vanuit provincies en gemeentes metbetrekking tot energiehubs. Deze middelen zijn voor de capaciteit vanprovincies en gemeenten en niet voor regisseurs en overige kosten vanenergiehubs. Energie Collectief Schiphol Trade ParkHet virtuele stroomnet van Schiphol Trade Park is een van de eersteechte energiehubs in Nederland. Een collectief van 7 bedrijven deeltde transportcapaciteit op het openbare net van Liander en stemtdaartoe het eigen verbruik en duurzame opwek op elkaar af. Op diemanier konden bedrijven aangesloten worden en uitbreiden zonderdat er meer transportcapaciteit bij Liander gecontracteerd hoeft teworden. Binnen de hub wordt zelf elektriciteit geproduceerd metzonnepanelen en opgeslagen in batterijen. Een slim energiemanage-mentsysteem zorgt dat de beschikbare capaciteit verdeeld wordtover de deelnemende bedrijven. In heel 2023 is op deze manier 2,1GWh extra elektriciteit geleverd en zijn 7 bedrijven aangesloten diezonder de energiehub geen of te weinig transportcapaciteit gehadzouden hebben.Structureel programma 2025–2030Tegelijk is er naast de directe aanpak voor 2024 meer tijd nodig voor hetuitwerken van een structureel programma voor de periode 2025–2030 datrichting geeft aan de ontwikkeling van energiehubs vanuit de visie van hetNPE. Het NPE biedt de basis voor een structureel afwegingskader voor hetidentificeren van kansrijke energiehub-initiatieven en voor de uitwerkingvan een routekaart energiehubs.Voor de opschalingsfase worden in 2024 de routes uitgewerkt ominitiatieven te ondersteunen en de programmatische aansturing nadervorm te geven. Dit betreft onder meer het beter organiseren van dekennis- en communicatieaanpak, het realiseren van regie op zowel lokaal,regionaal als nationaal schaalniveau, visievorming en de aanpak voor hetverbeteren van randvoorwaarden en het wegnemen van belemmeringen.Een aantal zaken is reeds in gang gezet, zoals het beschikbaar stellen vandata van de energie-infrastructuur en het vormgeven van een groepscon-tract (groepstransportovereenkomst, GTO). De verdere vormgeving vraagtom samenwerking tussen, en afspraken met betrokken partijen. In Q32024 wordt het structurele programma aangekondigd. Onderdeel daarvanis op welke manier de middelen beschikbaar gesteld worden.Samenhang met andere programma’sHet Stimuleringsprogramma beoogt versterkend te zijn ten opzichte vaninitiatieven die al door gemeenten, provincies, parkmanagement vanbedrijventerreinen en ander partijen worden gestimuleerd en «gaten»waar nodig op te vullen. Zo hebben de provincies Overijssel enGelderland al ervaring met een stimuleringsprogramma energiehubswaarbij de ROM OostNL een belangrijke uitvoerende en regierol vervulten er goede samenwerking is met netbeheerders en gemeenten. In andereprovincies heeft de provincie zelf een regierol, zoals in Utrecht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13985 Energiehubs zijn ook relevant in het Landelijk Actieprogramma Netcon-gestie en raken aan verschillende nationale programma’s7. Het Stimule-ringsprogramma zal dan ook aansluiten op bestaande programma’swaarbij de samenhang wordt bewaakt vanuit het Ministerie van EZK zodater geen nieuwe organisatie nodig is voor het programma. Hiervoor maakik nadere afspraken met medeoverheden, netbeheerders en de ROM’s. Hetzwaartepunt van het programma zal in eerste instantie vooral liggen bijbedrijventerreinen met netcongestieproblematiek, en vervolgens brederop systeemintegratie op decentraal niveau.De nadere invulling vraagt om overleg en bestuurlijke werkafsprakengericht op:•De voorwaarden waaraan een initiatief moet voldoen en de soortactiviteiten die gefinancierd kunnen worden;•Borging dat initiatiefnemers urgentie en eigenaarschap hebben bij deontwikkeling van de energiehub. Zo wordt voorkomen dat er vooraf teveel wordt toegezegd in initiatieven die niet aan randvoorwaardesvoldoen om zinvolle vervolgstappen te maken. Op bedrijventerreinenkan een energiehub zich niet ontwikkelen zonder lokaal eigenaarschapmet deelname van ondernemers(verenigingen).•De samenwerking op regionaal/provinciaal niveau (met netbeheerder,gemeente en ROM) en de relatie met de ontwikkeling van hetenergiesysteem;•De besluitvorming om tot prioritering te komen voor de toewijzing vanmiddelen;•Het zeker stellen dat energiehubs op een netveilige manier ingepastkunnen worden, in nauw overleg met netbeheerders;•Borging dat initiatiefnemers urgentie en eigenaarschap nemen overenergiebesparing;•De wijze van monitoring.Deze afspraken worden onder meer besproken in het Bestuurlijk OverlegKlimaat en Energie.Het toekomstperspectief van energiehubsIn de «Routekaart Samenwerken in energiehubs: de nulmeting»8 die alsbijlage bij deze brief gevoegd is, wordt de huidige stand van zakenuitgebreid beschreven, als ook de vraagstukken en belemmeringen diezich momenteel nog voordoen. Op dit moment is er een vijftalenergiehubs actief en zijn er een groot aantal initiatieven die actief willenworden. De pilots, de initiatieven en verkenningen9 geven aan dat er eenaanzienlijke potentie is voor energiehubs op bedrijventerreinen. Kantte-kening daarbij is dat verschillende randvoorwaarden nog in ontwikkelingzijn, zoals o.a. voldoende menskracht bij de netbeheerder, groepscon-tracten, kennis en ervaring en bepaalde technische instrumenten. Er wordtechter hard gewerkt om de randvoorwaarden te organiseren.Zoals aangegeven in Kabinetsreactie op het Rli-advies «Samen Werken:kiezen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen»10 passen7Zie bijvoorbeeld: Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen Nederland - (pvbneder-land.nl). Nationaal Programma Regionale Energiestrategie | Regionale Energiestrategie(regionale-energiestrategie.nl). Transform (forthefutureofenergy.nl). Als ook de programma’svan de Topsector Energie (Topsector Energie, de drijvende kracht achter innovatie.)8Routekaart Samenwerken in energiehubs: de nulmeting (rvo.nl)9Meerwaarde SEH Oost NL - Eindrapport.pdf.Verkenning Power-to-X voor drie bedrijventerreinen in de provincie Utrecht (kwrwater.nl).Methodiek CO2 effect bepaling SEH (nvde.nl). Home - EIGEN (eigen-energyhubs.nl). Projectsite(projectgo-e.nl).10TK 32 637, nr. 633Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13986 energiehubs in de ontwikkeling naar duurzame bedrijventerreinen. Ookbuiten bedrijventerreinen hebben energiehubs potentie, zowel als het gaatom lokale energiecoöperaties die mogelijkheden zien voor lokaal gebruikvan lokaal opgewekte duurzame elektriciteit11 als ook bij de ontwikkelingvan duurzame decentrale energiesystemen in de gebouwde omgeving12.Zoals ook aangegeven in mijn reactie op de initiatiefnota van het lidKröger getiteld Energie met Elkaar13 zie ik ook hier kansen en stimuleer ikdeze ontwikkeling.Tot slotIk zie de groei van energiehubs als een kansrijke en belangrijke decentraleontwikkeling naar een duurzaam energiesysteem. Het jaar 2024 zal in hetteken staan van leren en standaardiseren met vervolgens versnellen enopschalen in de jaren erna. Met het Stimuleringsprogramma wordt eenimpuls gegeven aan het versnellen en verbeteren van energiehubs. Ik zaldeze impuls monitoren en uw Kamer in Q3 2024 informeren over devoortgang in 2024 en de ontwikkeling van het structurele programmaenergiehubs 2025–2030.De Minister voor Klimaat en Energie,R.A.A. Jetten11Local4Local.12Balanswijk | Liander13TK 36 532, nr. 3Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13987
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.