Stand van zaken Energieprestatie van Gebouwen (Energy Performance of Buildings Directive, EPBD IV)
Brontekst
Versie 77cfaf13d92369c3 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 847Integrale visie op de woningmarkt32 813Kabinetsaanpak KlimaatbeleidNr. 1405 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 maart 2026In uw brief van 28 januari 2026 heeft u verzocht om geïnformeerd teworden over de stand van zaken ten aanzien van de implementatie van deverschillende onderdelen van de herziene richtlijn Energieprestatie vanGebouwen (Energy Performance of Buildings Directive, EPBD IV) in wet-en regelgeving. Met deze brief informeer ik u graag over de voortgang ende planning.De verduurzaming van de gebouwde omgeving is een prioriteit van decoalitie: minder energiegebruik in de gebouwde omgeving en ook mindermaar uiteindelijk vermijden van CO2-emissies vanuit fossiele bronnen.Deze verduurzaming moet versnellen om de energierekening blijvendbetaalbaar te houden, om de geopolitieke afhankelijkheid te verkleinen indeze roerige tijden en om een bijdrage te leveren aan de verminderingvan de opwarming van de aarde. De baten zijn ook breder. Onderzoek laatzien dat goed geïsoleerde en geventileerde woningen leiden tot minderluchtwegklachten (zoals astma) en minder reumatische klachten.1De herziene EPBD is onderdeel van het Fit-for-55 pakket waarin deEuropese ambities rond de klimaatdoelen zijn vastgelegd en geoperatio-naliseerd. In EPBD zijn afspraken gemaakt over de verduurzaming van degebouwde omgeving. Dit betreft nog duurzamere nieuwe bouwwerken,maar vooral ook de miljoenen bestaande gebouwen, die klaargemaaktmoeten worden voor een duurzame en fossielvrije toekomst.We gaan met volle kracht aan het werk om de klimaatdoelen te halen. Hetklimaatdoel van 2030 wordt lastig, zoals uit de Klimaat- en Energiever-kenning van het PBL blijkt. Het is noodzakelijk om additionele beleids-maatregelen te treffen om de kans te vergroten dat Nederland de gesteldedoelen ook daadwerkelijk gaat halen. Op dit moment loopt het Interdepar-tementaal Beleidsonderzoek naar de Energietransitie van de woning-1https://publications.tno.nl/publication/34640562/99HEFO/TNO-2023-R10003.pdf kst-32847-1405ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14051 voorraad richting 2050. Hierin worden scenario’s, effecten en beleids-opties verkend. Het IBO zal rond de zomer met een eindrapport komen. Ikwacht de opties in dit IBO af om te bepalen welke additionele beleidsvoor-nemens ik zal uitwerken. Ik zal uw Kamer hier na het zomerreces naderover informeren.Want we houden de ambitie vast. We gaan vol door met de implementatieen realisatie van maatregelen die reeds zijn afgesproken, lossenknelpunten in de uitvoering op en versnellen doorbraken waar mogelijk.Door vol in te zetten op lange termijnbeleid en een slimme Europeseaanpak doen we alles wat nodig is om het klimaatdoel voor 2050 te halen.Vooruitlopend op de opties in het IBO zijn in het coalitieakkoord al enkelemaatregelen afgesproken: er komt een Nationaal Isolatie Offensief. In dejaren tot 2030 helpen we via het Nationaal Programma Leefbaarheid enVeiligheid de wijken met de grootste energiearmoede. Verhuurdersworden verplicht energielabels E, F en G voor huurwoningen per 2029 uitte faseren; en labels C en D per 2040. Naast de inzet op verlaging van deenergievraag van gebouwen zetten we vol in op de omschakeling van deenergievoorziening naar hernieuwbare bronnen. Zo blijven we inzetten opwarmtenetten, ook om netcongestie te verminderen. Op plekken waar eenwarmtenet niet de meest geschikte oplossing is stimuleren en normerenwe, per 2029, de uitrol van hybride, slimme warmtepompen. Dit is eengemeenschappelijke uitdaging van het kabinet, die hierbij nadrukkelijk desamenwerking zoekt met provincies, gemeenten, woningcorporaties,bedrijfsleven en maatschappelijke initiatieven.Alvorens in te gaan op de planning van de wijzigingen in wet- enregelgeving, conform uw verzoek, wil ik hieronder eerst toelichten hoe debeleidsmaateregelen mensen in Nederland zal bereiken en welkeondersteuningsmogelijkheden er zijn. Ook hierover zijn in deEPBD-herziening afspraken gemaakt, maar deze leiden niet tot aanpassingvan nationale wetgeving. Het betreft het éénloketsysteem (hetEnergiehuis), het Renovatiepaspoort en de financiële stimulansen. Tevensmaak ik van de gelegenheid gebruik om de laatste stand van zaken overhet Nationaal Renovatieplan voor gebouwen (NBRP) en de ontwikkelingenrond de Standaard voor woningisolatie met u te delen.Het Energiehuis (éénloketsysteem)Gebouweigenaren, gebruikers en bewoners staan als eerste aan de lat omverduurzamingsmaatregelen te treffen. Dit kunnen ze niet alleen. Er isduidelijkheid, ondersteuning en ontzorging nodig. In de EPBD is daaromafgesproken dat in iedere lidstaat een éénloketsysteem wordt ingerichtvoor integrale, onafhankelijke, betrouwbare informatie en ondersteuningvoor bewoners en gebouweigenaren voor de verduurzaming van hungebouw.De afgelopen jaren is in Nederland een grote variëteit aan ondersteu-ningsaanbod ingericht via bijvoorbeeld gemeentelijke energieloketten,voor (kwetsbare) huishoudens, kleine ondernemers en maatschappelijkvastgoedeigenaren. Maar daardoor is ook een enorm breed palet enversnippering van instrumenten en informatie ontstaan. Er is behoefteaan integrale ontzorging en eenduidige, betrouwbare informatie. Ditwordt vormgegeven via het Energiehuis. Hiermee wordt tevens invullinggegeven aan het éénloketsysteem zoals gevraagd in de EPBD.Het Energiehuis gaat nadrukkelijk over de verbetering van de bestaandedienstverlening voor eigenaren en gebruikers van woningen en anderegebouwen. Die verbetering is vooral te bereiken door het bestaandeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14052 aanbod te continueren, beter met elkaar te verbinden en enkel waar nodiguit te breiden. Ook wordt er gewerkt aan een handreiking Energiehuizensamen met verschillende stakeholders. De behoeften van mensen zullenover tijd veranderen. Daarom worden de behoeften bij hun verduurza-mingsreis en de aangeboden diensten van het energiehuis regelmatigonderzocht en geactualiseerd. Op dit moment loopt er een monitoringson-derzoek om de stand van zaken rondom alle ondersteuningsinstrumentenin kaart te brengen. Zo ontstaat overzicht en de mogelijkheid om bij testuren waar dat nodig is. Er is een community of practice waar gemeentendie kennis en ervaringen delen over hoe zij aan de slag zijn metEnergiehuizen.Het Energiehuis is bedoeld als de centrale plek waar mensen digitaal enfysiek, op locatie in het land geholpen worden met informatie en adviesover het energiezuiniger maken van woningen en gebouwen. De basisvoor de digitale ondersteuning door het Energiehuis is verbeterjehuis.nl.Hoe de andere diensten van het Energiehuis precies ingevuld worden endoor welke partijen zal afhankelijk zijn van de lokale behoeften. Hieroverlopen nog gesprekken met medeoverheden en andere stakeholders. Voorhet zomerreces zal ik de Kamer via een Kamerbrief informeren over demeer gedetailleerde invulling.De ondersteuning van huishoudens in een kwetsbare positie wordt, alsonderdeel van het Energiehuis, deels gefinancierd via middelen van hetsociaal klimaatfonds (SCF). Deze energiehulp via energiecoaches en-fixers ondersteunt bewoners met het energiezuiniger en comfortabelermaken van hun woning. Daarnaast wordt een deel van de SCF-middelenbesteed aan ondersteuning van de uitvoering van Energiehuizen opnationaal niveau.RenovatiepaspoortDe EPBD IV stelt dat lidstaten een renovatiepaspoort voor gebouwenkunnen ontwikkelen voor kosteneffectieve renovaties van bestaandegebouwen naar emissievrije gebouwen (ZEB). Het renovatiepaspoort iseen routekaart die de stappen schetst voor een gefaseerde grondigerenovatie naar een emissievrij gebouw volgens het «energy efficiencyfirst» principe.Het Renovatiepaspoort wordt gekoppeld aan de in Nederland albestaande Maatwerkadviezen (MWA), een optionele dienst waarbij eenvakbekwaam energieprestatie adviseur (EP-adviseur) voor een gebouween specifiek advies opstelt op basis van de wensen van de opdracht-gever. Het Renovatiepaspoort is in feite een Maatwerkadvies waarbij deaanbevelingen voldoen aan de eisen van een «emissievrij gebouw». EenRenovatiepaspoort wordt net als een energielabel in EP-online geregis-treerd, en is dan te allen tijde beschikbaar voor gebouweigenaren inMijnoverheid (woningen) of EP-online (utiliteitsbouw).Financiële stimulansenIn Nederland zijn op dit moment voor bijna alle doelgroepen verschillendefinancieringsmogelijkheden en is er ondersteuning om substantiëleenergiebesparende maatregelen te nemen in hun woning of gebouw. Hetaanbod is enorm en gedifferentieerd. Het is belangrijk om richting 2050een duidelijk en stabiel ondersteuningspakket te behouden. In sommigegevallen vereist dat aanvullende middelen vanuit het Rijk. Tegelijk kan ooknagedacht worden over stroomlijning van het instrumentarium, zodat deconsument sneller zijn weg weet te vinden naar het juiste instrument ende uitvoeringslasten beperkt worden. En er kan nagedacht worden overTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14053 andere instrumenten dan financiële stimulansen om mensen te bewegentot het treffen van verduurzamingsmaatregelen. Ik ga er van uit dat hetIBO ook hierover met suggesties zal komen en zal uw Kamer op een latermoment informeren over de beleidskeuzes die ik hierin ga maken.National Building Renovation Plan (NBRP)De EPBD-IV stelt dat iedere EU-lidstaat een National Building RenovationPlan (NBRP) moet opstellen. In dat plan wordt beschreven hoe Nederlandervoor gaat zorgen dat de gebouwde omgeving in 2050 aan hetafgesproken einddoel van de EPBD voldoet (een emissievrije en zeerenergiezuinige gebouwde omgeving), en welke tussendoelen enstreefcijfers voor 2030 en 2040 daarbij worden gehanteerd. Het NBRPbevat dus in essentie de langetermijnstrategie hoe Nederland in 2050 hetafgesproken einddoel van de EPBD gaat realiseren.Tot nu toe was de opgave voor de gebouwde omgeving niet veel verdergeconcretiseerd dan tot en met 2030. Voor het opstellen van het NBRP isde opgave nu voor het eerst ook concreet becijferd voor 2040 en 2050:hoeveel gebouwen moeten er nog aangepakt worden om te voldoen aanhet ZEB-einddoel in 2050? Wat voor soort gebouwen zijn dit (woningen,utiliteitsbouw, voor-oorlogs, na-oorlogs, eengezins, meergezins, etc.) enhoeveel maatregelen (isoleren van vloer, dak, gevel of raam en aanpassenvan de installatie) moeten er dan nog genomen worden? Welk tempo isnodig en uitvoerbaar? En met wat voor soort beleid wil Nederland datgaan bevorderen: subsidiëren, normeren, of beprijzen?Het concept-NBRP werkt dit aan de hand van streefcijfers, beleidsmaatre-gelen en financiële ramingen uit. Het concept-NBRP is in de tweede helftvan maart 2026 beschikbaar op de website Internetconsultatie.nl.Tegelijkertijd wordt het concept-NBRP ingediend bij de EuropeseCommissie ter toetsing. Eind december 2026 moet Nederland zijndefinitieve plan indienen bij de Europese Commissie. Ik teken hierbij aandat de beleidsmaatregelen in dit concept nog niet volledig zijn: zoals ikaan het begin van deze brief toelichtte wacht ik op de adviezen van hetIBO alvorens met additionele maatregelen te komen die in het definitieveNBRP een plek zullen vinden.De Standaard voor woningisolatieIn het kader van de EPBD IV moet voor bestaande bouw, ook voorwoningen, een ZEB-norm worden vastgesteld. In de brief van 14 juli 2025aan uw Kamer is aangegeven dat de Standaard voor woningisolatie(hierna: de Standaard) gebruikt zal worden als een belangrijke basis om tebepalen of een gebouw aan de ZEB-vereisten voldoet.De Standaard is een vrijwillige norm voor de warmtebehoefte vanwoningen. Met isolatie-, ventilatie- en kierdichtingsmaatregelen kan dezenorm wordt bereikt. De Standaard is ontwikkeld en vastgesteld in 2021,om duidelijk te maken wanneer de woning qua isolatie klaar is voor eenduurzame warmteoplossing, vooruitlopend op de keuze welke duurzamewarmteoplossing voor een bepaalde woning in het verschiet ligt. Eenduurzaam verwarmingssysteem werkt meestal met een lagere watertem-peratuur in de radiatoren dan een traditionele CV-ketel. Een woning wordtdan langzamer warm. Afdoende isolatie verlaagt de warmtebehoefte, watervoor zorgt dat woningen ook in een koude winter voldoende warm zijn.Of een woning voldoet aan de Standaard staat op het energielabel. Viaverbeterjehuis.nl kan een eigenaar of bewoner zien welke maatregelennodig zijn om aan de Standaard te voldoen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14054 Bij het bepalen van de Standaard in de brief van 18 maart 20212 is aan uwKamer toegezegd de Standaard voor woningisolatie in 2025 te evalueren.De evaluatie wordt momenteel geapprecieerd. In de volgende Kamerbriefover de EPBD IV, die wij uw Kamer voor het zomerreces zullen sturen,zullen de evaluatie en de vervolgstappen nader toegelicht worden, ook inrelatie tot de vast te stellen ZEB-norm.Planning aanpassing wet- en regelgeving EPBD IV, in tranchesDe aanpassingen van de EPBD IV in wet- en regelgeving worden, zoals inde brief van 14 juli 20253 is aangegeven, geïmplementeerd in een aantaltranches. Niet alle wijzigingen moeten immers al dit jaar zijn geïmplemen-teerd. De tranches zijn in lijn met de uiterste implementatiedatum van29 mei 2026 en met de diverse startdata van deelonderdelen uit derichtlijn. Op deze wijze wordt de beschikbare tijd benut om ingewikkeldekeuzes voor te bereiden en uit te werken, voorbereidingstijd te geven voorde uitvoering, en tegelijkertijd te zorgen voor tijdige vastlegging in deregelgeving.De 1e tranche is gericht op de EPBD IV onderdelen die per 29 mei 2026 inwerking moeten treden. Deze tranche bevat een aantal wijzigingen in debepalingsmethode van de energieprestatie, extra zonne-energie opgebouwen, technische bouwsystemen, duurzame mobiliteit, laadinfra-structuur voor elektrisch vervoer en (fiets-)parkeerplaatsen, uitwisselingvan gegevens en databanken over energieprestatie gebouwen, verbeterdeen uitgebreidere informatie op het energielabel, uitbreiding van delabelplicht naar en (verslagen van) keuringen van systemen voorverwarming, ventilatie en airconditioning.Voor de 1e tranche zijn een wijziging van het Besluit bouwwerkenleefomgeving (Bbl), van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en hetOmgevingsbesluit en twee wijzigingen van de Omgevingsregelinguitgewerkt. Het ontwerpbesluit tot wijziging van het Bbl, het Bkl en hetOmgevingsbesluit is op 14 januari jongstleden voor advies aan de Raadvan State voorgelegd.4Een van de twee wijzigingen van de Omgevingsregeling betreft hetaanwijzen van een nieuwe bepalingsmethode voor de energieprestatievan gebouwen. Die wijziging is van 4 juni tot en met 2 juli 2025 ininternetconsultatie geweest. De tweede wijziging bevat de overigeaanpassingen van de Omgevingsregeling die nodig zijn om de hiervoorgenoemde onderwerpen te implementeren. Deze wijziging is op20 februari 2026 in internetconsultatie gebracht5. Beide wijzigingen van deOmgevingsregeling treden naar verwachting op 29 mei 2026 in werking.De 2e tranche van de regelgeving die de implementatie van de EPBD IVvormgeeft heeft betrekking op de aanpassing van de huidige BENG-eisen2kamerstuk 30 196, nr. 7493https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-binnenlandse-zaken-en-koninkrijksrelaties/documenten/kamerstukken/2025/07/14/kamerbrief-inzake-implementatie-epbd4Omdat deze ontwerpamvb alleen strekt tot uitvoering van internationaalrechtelijke verplich-tingen, namelijk de Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (PbEU 2024, L 1275), hoeft hetontwerpbesluit op grond van artikel 23.5, derde lid, van de Omgevingswet niet te wordenvoorgehangen en volstaat dat daarvan kennis wordt gegeven aan de beide Kamers derStaten-Generaal. Een gelijkluidende bekendmaking is opgenomen in een brief aan de Voorzittervan de Eerste Kamer.5https://www.internetconsultatie.nl/omgevingsregeling_epbdiv_tranche1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14055 naar tijdelijke ZEB-eisen6 voor nieuwe gebouwen van overheidsinstantiesen de rekenplicht wlc-gwp7 voor nieuwe gebouwen die groter zijn dan1.000 m2. Deze verplichtingen gaan beide gelden per 1 januari 2028. Hetbetreffende ontwerpbesluit tot wijziging van het Bbl is in december 2025besproken met de stakeholders en zal in de tweede helft van deze maandin internetconsultatie worden gebracht. De bepalingsmethode wlc-gwp zalvia een wijziging van de Omgevingsregeling worden aangewezen; diewijziging zal in het najaar in consultatie gaan. Deze onderdelen zullen per1 januari 2027 in werking treden.De 3e tranche van de implementatie regelgeving heeft betrekking op deminimum energieprestatie-eisen voor utiliteitsgebouwen die per 2030 en2033 gaan gelden en het ZEB-niveau voor de bestaande gebouwen. Dezeonderdelen zullen onder andere via een wijziging van het Bbl per 1 juli2027 in werking treden. In maart en april van dit jaar worden de eersteconcepten hiervan besproken met de stakeholders.De 4e en laatste tranche van de implementatie regelgeving heeftbetrekking op het moderniseren van de bepalingsmethode energiepres-tatie en het aanpassen van de systematiek voor energielabels, omdat per2030 een nieuw energielabel van kracht zal worden, gebaseerd op totaalprimair energiegebruik en met een indeling van A tot en met G. Demodernisering betekent dat de uitkomsten van de bepalingsmethodeanders zullen worden dan ze nu zijn. Dit kan gevolgen hebben voorgebouweigenaren en huurders. De inzet is om deze gevolgen minimaal telaten zijn. In de komende jaren zullen de effecten bepaald worden. Ookzullen met de nieuwe bepalingsmethode in 2028 twee eisen wordenherijkt, zoals de ZEB-eisen voor nieuwbouw en de wlc-gwp per 2030. Devoorbereidingen voor de 4e tranche zijn al in gang gezet en zullen naarverwachting uiterlijk op 1 juli 2029 in werking treden.Naast deze tranches, die voornamelijk betrekking hebben op de bouwre-gelgeving (Bbl en Hoofdstuk 5 Omgevingsregeling), is voor de artikelen 3en 14, achtste lid, van de EPBD IV een wetswijziging vereist. Met hetWetsvoorstel implementatie EPBD IV zal het Burgerlijk Wetboek wordenaangepast om het voor appartementseigenaren in een Vereniging vaneigenaren (VvE) eenvoudiger te maken een oplaadpunt voor eenelektrische auto op een parkeerplaats binnen het beheer van de VvE teplaatsen. Ook wordt een initiatiefrecht voor huurders opgenomen metbetrekking tot oplaadpunten. In het wetsvoorstel wordt tevens hetNationaal gebouw renovatieplan (NBRP) als verplicht programma in deOmgevingswet opgenomen. Het wetsvoorstel wordt op korte termijnaangeboden aan de Raad van State ter advisering. In 2021 is een eerdereversie van het wetsvoorstel met een notificatieregeling voor oplaadpuntenin VvE’s in internetconsultatie geweest. Aangezien het wetsvoorstel eenimplementatie van een Europese richtlijn betreft is internetconsultatieoptioneel. Ten behoeve van de voortgang van het dossier in verband metde implementatie deadline wordt het uitgebreide wetsvoorstel dan ookniet hernieuwd in consultatie gebracht. Na de adviesaanvraag bij de Raadvan State zal het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk openbaar wordengemaakt via de wetgevingskalender.Meer informatie voor de verschillende doelgroepen over de inhoudelijkewijzigingen van de vier tranches is te vinden op6ZEB: Zero Emission Building, oftewel nul uitstoot van broeikasgassen op het perceel, een lageenergiebehoefte (door isolatie en efficiënte installaties) en gebruikmaking van duurzameenergie die waar mogelijk op of nabij het perceel wordt opgewekt.7whole life cycle – global warming potential (wlc-gwp), de berekening van de broeikasgas-emissies van een gebouw gedurende de volledige levenscyclusTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14056 volkshuisvestingnederland.nl, RVO.nl en IPLO.nl. Deze informatie wordtregelmatig bijgewerkt naarmate de datum van inwerkingtreding dichterbijkomt en de details van de wijzigingen meer zijn uitgewerkt.Tot slotVoor het zomerreces 2026 zal ik u informeren over de eindkeuzen van de1e tranche EPBD IV die per 29 mei aanstaande in werking gaat treden. Ookverwacht ik u dan te kunnen informeren over een aantal beleidskeuzesrond emissievrije gebouwen en de minimum energieprestatie vangebouwen, die met de latere tranches worden geïmplementeerd.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,E. Boekholt-O’SullivanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14057 – Planning regelgeving tranches EPBD IVPlanning 1e tranche EPBD wijzigingen– Bepalingsmethode energieprestatie– Zonne-energie– Technische bouwsystemen (incl GACS)– Duurzame mobiliteit -Laadinfrastructuur en (fiets-)parkeerplaatsen– Uitwisseling van gegevens en databanken energieprestatie gebouwen– Informatie op energielabel en uitbreiding labelplicht– Keuringen en verslagen van keuringenjan–mrt 2026Advisering Raad van State (Bbl)feb–apr 2026Consultatie 1e tranche EPBD wijzigingen Ormei 2026Bekendmaking Bbl en Or29-mei-2026Inwerkingtreding wijzigingen Bbl en Or Planning 2e tranche EPBD wijzigingen– ZEB nieuwbouw overheidsgebouwen (2028)– Rekenplicht wlc-gwp gebouwen 1.000m2 (2028)mrt–mei 2026Consultatie 2e tranche EPBD wijzigingen Bblaug–okt 2026Advisering Raad van State (Bbl)aug–okt 2026Consultatie 2e tranche EPBD wijzigingen Ordec 2026Bekendmaking Bbl en Or1-jan-2027Inwerkingtreding wijzigingen Bbl en Or Planning 3e tranche EPBD wijzigingen– ZEB bestaande bouw (20?)– MEPS Ubouw (2030 en 2033)mrt–apr 2026Agendering Bbl in JTC en OPBaug–okt 2026Consultatie 3e tranche EPBD wijzigingen Bblfeb–mei 2027Advisering Raad van State (Bbl)feb–mrt 2027Consultatie 3e tranche EPBD wijzigingen Orjun 2027Bekendmaking Bbl en Or1-jul-27Inwerkingtreding wijzigingen Bbl en Or NB Voor de 4e tranche, met daarin o.a. de ZEB-eis voor alle nieuwbouw per 2030 en de nieuwe labelsystematiekop basis van de gemoderniseerde bepalingsmethode, is nog geen detailplanning van de regelgevingbeschikbaar. Bijlage ATweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14058
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.