Verslag van een commissiedebat, gehouden op 27 november 2025, over Netcongestie en energie-infrastructuur (herdruk)
Brontekst
Versie e53a49d2a806f62d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 023Voorzienings- en leveringszekerheid energieNr. 604 HERDRUK1 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 18 december 2025 De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 27 november2025 overleg gevoerd met mevrouw Hermans, Minister van Klimaat enGroene Groei, Vice-Minister-President, over:–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.24 maart 2025 inzake voortgang aanpak netcongestie (Kamer-stuk 29 023, nr. 559);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.25 april 2025 inzake aanpak netcongestie: sneller uitbreidenelektriciteitsnet (Kamerstuk 29 023, nr. 566);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.15 mei 2025 inzake leveringszekerheid van elektriciteit(Kamerstuk 29 023, nr. 570);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.18 juni 2025 inzake decentrale ontwikkeling van het energie-systeem (Kamerstuk 29 023, nr. 587);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.20 juni 2025 inzake startnotitie Programma Energiehoofd-structuur (PEH) II (Kamerstuk 31 239, nr. 426);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.30 juni 2025 inzake netcongestie: kleinverbruik en enkeleandere onderwerpen (Kamerstuk 29 023, nr. 589);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.29 september 2025 inzake de rol van energiegemeenschappenin het energiesysteem (Kamerstuk 30 196, nr. 854);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.6 oktober 2025 inzake aanpak netcongestie (Kamerstuk29 023, nr. 597);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.16 oktober 2025 inzake stand van zaken maatregelen netcon-gestie Flevopolder, Gelderland en Utrecht (FGU) (Kamerstuk29 023, nr. 598).1I.v.m . een correctie in de tekst kst-29023-604ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6041 Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,KrögerDe griffier van de commissie,NavaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6042 Voorzitter: KrögerGriffier: TeskeAanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Van den Berg, Flach, Grinwis,Peter de Groot, Jumelet, Klos, Kops, Kröger, Van Oosterhout, Vermeer enDe Vos,en mevrouw Hermans, Minister van Klimaat en Groene Groei,Vice-Minister-President.Aanvang 14.31 uur.De voorzitter:Goed, we gaan beginnen. Ik open de vergadering van de vaste commissievoor Klimaat en Groene Groei. Vandaag voeren we een debat overnetcongestie en energie-infrastructuur. Ik heet de leden, de Minister enhaar ondersteuning welkom. Er zijn een aantal leden die vanaf 15.00 uureen andere verplichting in het Kamergebouw hebben. Zij gaan daaromsnel als eersten, waarna ze ook wel zullen gaan. De inbrengtijd is vijfminuten. We beginnen met vier interrupties. Ik geef heel graag het woordaan de heer Flach.De heer Flach (SGP):Dank u wel, voorzitter. Vandaag wordt er plenair gedebatteerd over deellendige situatie in Oekraïne, waar de energie-infrastructuur ook ondervuur ligt. In gedachten zijn we bij de lijdende Oekraïense bevolking. Diesituatie laat wel zien dat energie-infrastructuur een achilleshiel van desamenleving is geworden. Zo ook hier. De problemen zijn hier gelukkigwel van een heel andere orde: woningbouwprojecten stokken, fabriekenkunnen niet meer elektrificeren enzovoorts. De aanpak van netcongestiestaat hoog op de agenda en aan plannen geen gebrek. Ik zie innovatieveprojecten langzaam doorbreken. Maar nu is het wel zaak om concreetdoor te pakken. Dé opgave is de omschakeling van een centraal, overzich-telijk, strak geregeld en geliberaliseerd energiesysteem naar een meerdecentraal, kleurrijk en flexibel energiesysteem met een nadrukkelijkererol voor overheden en netgebruikers. Deze omschakeling is spannend. Hetvraagt van iedereen een meedenkhouding, creativiteit en lef. Kijkbijvoorbeeld naar de moeizaamheid waarmee energiehubs tot standkomen. Zou een regeringscommissaris energietransitie misschien kunnenhelpen om alle neuzen de goede kant op te krijgen?Laten we, terwijl we met een schuin oog naar de hybride oorlogsvoeringop ons continent kijken, eerst maar beginnen met het aspect veiligheid.Stroompieken maken het energiesysteem kwetsbaarder dan vroeger. Erwordt veel aangelegd. Hoe worden cybersecurity en brandveiligheidgeborgd? Liggen er rampenplannen klaar voor eventuele black-outs?Voorzitter. Gemeenten en andere decentrale overheden maken zich zorgenover het ontwerpprioriteringskader voor netaansluitingen. Ze zijn beperktbetrokken. Deelt de Minister hun inzet om de gevraagde bewijslast voorprioritaire woningbouwprojecten beter werkbaar te krijgen? Ik vind hetecht te veel gevraagd om een definitief ruimtelijk besluit te vragen overbijvoorbeeld een woonwijk, terwijl de aansluiting hoogst ongewis is. Is deMinister dat met de SGP eens? En wordt het begrip «congestiever-zachters» wel breed uitgelegd, zodat ook energiehubs en woningbouw-projecten uitgedaagd worden? Wordt er gestuurd op netbewuste en zelfscongestie-neutrale oplossingen, ook bij de projecten die prioriteit krijgen?Wordt er gekeken hoe decentrale overheden via de Energie- enOmgevingswet meer regie kunnen hebben bij de verdeling van schaarsenetcapaciteit, bijvoorbeeld via een congestietoets? In de FGU-regio,Flevopolder, Gelderland, Utrecht, zijn prognoses aangescherpt. Daardooris de verwachte netbelasting naar beneden bijgesteld. Dat biedt ruimte opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6043 het net. Mijn vraag aan de Minister is of dit ook voor andere gebiedengedaan gaat worden.Voorzitter. Het is goed dat de Minister inzet op de versnelling vanprocedures voor energie-infraprojecten. Bijna de helft daarvan loopt nunamelijk vertraging op. Het stikstofknelpunt is ons daarbij een doorn inhet oog, omdat al die projecten uiteindelijk bijdragen aan stikstofreductie.De SGP ziet graag meer lef om via vrijstellingen stappen te zetten. RED IIIgaat niet alleen over soepelere vergunningverlening voor hernieuwbareenergieprojecten, maar ook over de daaraan verbonden infraprojecten. Ikzie dat laatste nog niet terug in de Kamerbrief.Er is daarnaast meer energieplanologie aan de voorkant nodig: reserveerbij gebiedsontwikkeling standaard ruimte voor een energie-eiland, zorgervoor dat de beschikbare ruimte voor kabels en stations tijdig in beeldwordt gebracht en gereserveerd en dat warmteprogramma’s onderdeelworden van energieprogramma’s. Hoe gaat dit handen en voeten krijgen?Voorzitter. De pieken moeten omlaag. Flexibiliteitsafspraken tussennetbeheerders en bedrijven komen maar moeizaam van de grond.Bedrijven zeggen dat ze te weinig inzicht in de frequentie en de locatie vande flexbehoeften krijgen. Contracten worden opgesteld zonder marktpar-tijen te consulteren. Hoe kunnen we hier nog een slag in maken? Hetopstellen van steeds nieuwe contractvormen heeft weinig zin als hetonderliggende probleem bij bestaande methoden wordt genegeerd. Gaatde Minister de bestaande subsidieregeling voor flexibiliteitsmaatregelenopschalen? Worden meewerkende bedrijven op een andere manierbeloond voor flexibilisering? Ook in de gebouwde omgeving moeten depieken omlaag. Wil de Minister e-boilers en andere systemen voor meerzelfverbruik van stroom ondersteunen via de ISDE?Daarnaast is netbewust bouwen cruciaal. Het Bouwbesluit loopt daarbijachter. Berekeningen voor een nieuwe Arnhemse woonwijk lieten zien datmet € 1.500 extra per woning 80 miljoen euro aan systeemkostenbespaard kan worden. Wordt er bij netbewust bouwen gezorgd voorsubsidiëring van de onrendabele top?Energiehubs bieden kansen. Een concreet knooppunt is dat er weinigruimte wordt geboden voor de aansluiting van bedrijven op geslotendistributiesystemen met energieopwekking of voor het rechtstreekskoppelen van een windturbine aan het verdeelstation van een bedrijven-terrein. Maar dit past toch bij de gewenste decentralisering en lokalezelfvoorziening? Dat vraag ik de Minister. We hebben elektrolyse enenergieopslag hard nodig. De SGP wil snel duidelijkheid over geschiktelocaties en verlaging van nettarieven hiervoor.Afrondend, voorzitter. Het congestiespook groeit, maar maatregelenpak-ketten ook. Wil de Minister in volgende voortgangsrapportages inzichtgeven in de vraag of dit voldoende is om achterstanden in te lopen enopgaven bij te benen? Daarbij zou het goed zijn om als nieuwe Kamer-commissie een rapporteur te benoemen die voor ons de vinger aan depols houdt.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Op de valreep hoorde ik de heer Flach spreken over e-boilers en vragen ofwe daar niet ISDE-subsidie voor zouden moeten toekennen. Naar mijnweten zijn die boilers helemaal niet efficiënt en kunnen ze juist voor meernetcongestie zorgen op momenten dat er een tekort is aan zonnestroom.Kunt u toelichten waarom het volgens u een goed idee zou zijn om die tesubsidiëren?De heer Flach (SGP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6044 We zitten in een fase waarin we ook met hybride oplossingen op diemanier werken en waarin we ook niet de luxe hebben om helemaal alleenop het ideaal in te zetten. Het zijn stapjes op weg naar uiteindelijk degoede richting. Wij zien het als een tussenoplossing.De voorzitter:Goed. Dan geef ik graag het woord aan de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank. Ik sluit me van harte aan bij die laatste oplossing, om inieder geval zelf als Kamer een rapporteur aan te stellen. Ik heb ook noggedacht of we hier niet eens een groot project van moeten maken. Dat ismisschien iets too much, maar de suggestie van de heer Flach omarm ikals eerste maar gelijk.Voorzitter. Goed dat we spreken over netcongestie. Eigenlijk iedereen dieiets wil bouwen in dit land, luidt de noodklok. Dan denk ik bijvoorbeeldaan ondernemers die niet kunnen ondernemen, aan woningen die niet ingebruik kunnen worden genomen. Ik zie hoe hard men werkt aanoplossingen en tegelijkertijd merk ik dat de frustratie bij bijvoorbeeldondernemers, gemeenten en provincies in het land heel hoog is,bijvoorbeeld als het gaat om de stroperigheid bij netbeheerders. Daarwordt veel over geklaagd, maar ook over de black box die de ACM is. Kande Minister eens kernachtig schetsen wat nou bereikte resultaten zijn,maar ook wat aangekondigd is om een versnelling aan te brengen zonderdat dit lukt en wat daarbij de grote bottlenecks zijn?Bij de voorbereiding van dit debat kwamen mij diverse voorbeelden terore van de showstopper die netcongestie op dit moment is. Zo hoor ik dater in transformatorhuisjes in Zuid-Holland technische problemen zijn diebijna 3.000 woningen raken. Ik heb een klein voorbeeld om het heelconcreet te maken. In Waddinxveen wachten de aankomende bewonersvan zes tiny houses op een aansluiting. De belofte was dat ze in november2024 in hun huisje konden. Vertraging. Het zou nu begin deze maandgebeuren, maar toen bleek er weer een technisch probleem in detransformatorhuisjes te zijn. Weer vertraging. Je zou maar een van diebewoners zijn. Dan zakt de moed je in de schoenen. Dat is maar éénvoorbeeld van vele. Denk ook aan de gemeente Rijssen-Holten, waarondernemers dolgraag een groepstransportovereenkomst willen sluiten,waardoor ze ook meer ruimte krijgen om stroom te verbruiken. Het kanechter nog anderhalf jaar duren voordat alles juridisch rond is. Opslagpar-tijen willen graag aan de slag met capaciteitssturingscontracten diecongestie kunnen verminderen, maar zitten in onzekerheid over hetbehandelen van hun aanvraag.Dergelijke initiatieven zijn voorbeelden van innovatie, van denken inmogelijkheden in plaats van in onmogelijkheden. Dat zou een Ministervan VVD-huize toch moeten aanspreken. Toch is het refrein, positieveuitzonderingen daargelaten: onduidelijkheid bij de netbeheerder,stroperigheid, een nee zonder zicht op welke mogelijkheden er wel zijn.Het is goed dat de ACM-netbeheerders achter de broek zit om meerflexibiliteit mogelijk te maken en om ervoor te zorgen dat de netbe-heerders het boetekleed aantrekken, maar welke rol vervult de Ministerom ondernemers en andere partijen tegemoet te komen? Ook de Ministerkan met hen om de tafel gaan zitten en duidelijke afspraken maken overde werkwijze, over creatieve oplossingen en over de manier van commu-niceren. Dat lijkt mij echt meer dan nodig.«Innovatie» is ook het kernwoord als het gaat om de SDE++. Innovatieve,duurzame bedrijven zijn echter zeer bezorgd over de voortgang van dezeprojecten. Veel bedrijven verwachten dat de ontwikkeling halveert of stilkomt te liggen. Wanneer kan de Minister duidelijkheid geven over devoortgang van de SDE-regeling in ’27 en verder? Die bezuiniging uit hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6045 coalitieakkoord van 1 miljard per jaar op de risicobuffer begint echt enormzijn tol te eisen.Dan kom ik bij energieopslag. Die kan op sommige plaatsen een rolspelen in het verminderen van congestie. Hoe staat het in dat kader metde aangenomen motie om die opslaglocaties in kaart te brengen? Het jaarloopt ten einde; ik ben benieuwd of het is gelukt. De hoge tarieven zijn nuvaak een bottleneck voor opslagprojecten. Om de CEO van een energiebe-drijf te citeren: in België, waar het elektriciteitsnet half zo groot is, hebbenwe ongeveer tien keer zo veel batterijen in aanbouw. Het is toch niet debedoeling dat we hier zo achterlopen? Er loopt momenteel een onderzoekvan de ACM naar de tarieven voor batterijen. Wordt het onderzoek naarhet invoedingstarief, waar een motie van mij over is aangenomen, hierbijbetrokken? Tot nu toe ben ik niet helemaal tevreden over de voortgang, inieder geval bij de ACM in dit dossier. Ik heb hier vaker gestaan met devraag om een opslagdoel. De Minister wil er niet aan, maar andereEuropese landen hebben wel een dergelijk doel. Waarom wijkt Nederlandhiervan af? Is een doel niet alsnog een goed idee, alleen al kijkend naarBelgië?Als laatste wil ik wat langer stilstaan bij de ruimtelijke ontwikkeling.Impact op het net moet een van de belangrijkste aandachtspunten zijn.Zoals gezegd is dat momenteel een van de belangrijkste blokkades.Belangrijk is: maak keuzes en help provincies keuzes te maken. Neembijvoorbeeld Brick Valley in Gelderland. Als al die steenfabrieken gaanelektrificeren, hebben we de komende decennia een onoplosbare puzzelop het net. Als ze op de waterstofbackbone worden aangesloten, gaat hetveel soepeler. Het is mede aan u om deze gordiaanse knoop door tehakken en breder om ervoor te zorgen dat we keuzes maken in plaats vanpraten, praten, praten. Hoe gaan we dat doen?Het lijkt me een no-brainer dat bij bouwprojecten netbewust bouwen denorm moet zijn. Projectontwikkelaars maken daar echter kosten mee,waardoor het niet aantrekkelijk is om te bouwen op plekken waar dienormen al gelden als je ook nog kunt uitwijken naar andere plaatsen.Zouden die normen van netbewust bouwen niet landelijk moeten wordentoegepast? Kan de Minister haar collega-Minister Keijzer daartoeaanmoedigen? Ik snap dat zij met haar operatie STOER niet op dit soortdingen zit te wachten, maar tegelijkertijd is de huidige situatie ook nietideaal. Geeft Defensie bij al haar projecten ook gelijk het goede voorbeeldvoor netbewust bouwen? Het is misschien wel aardig als de rijksoverheidhet goede voorbeeld geeft.Helemaal tot slot het volgende. Ik hoor veel zorgen over het prioriterings-kader van de ACM, bijvoorbeeld over de gevolgen daarvan voorwoningbouw en het mkb. Waar het mkb als kleinverbruiker relatief sneleen aansluiting kan krijgen, komt het straks achteraan in de maatschappe-lijke prioritering. Kan het zijn dat er straks geen netcapaciteit is voorwoningbouwprojecten omdat de capaciteit is vergeven aan projecten diein een verder gevorderd stadium waren? Ik begrijp dat er bijvoorbeeld aleen verleende omgevingsvergunning moet liggen voordat gemeenten eenprioriteringsverzoek voor woningbouw kunnen indienen, maar dan zittenwe in een veel te ver stadium. Kan de Minister schetsen wat de gevolgenvan die prioriteringsladder zijn voor woningbouw en mkb en wat we ernog aan kunnen doen?Dat was, tot slot, mijn laatste vraag.De voorzitter:Dank. Ik zie een interruptie van de heer Peter de Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Ik wil dit debat niet voorbij laten gaan zonder de heer Grinwis eeninterruptie te doen toekomen. Ik sloeg eigenlijk aan op het verhaal overBrick Valley. In de campagne waren we bij de steenfabrieken; daar haddenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6046 we een mooi debat met elkaar. De fabrieken gaven daar ook aan dat zezelf nog niet eens zo goed weten hoe ze met hun intensieve productie-proces tot die overschakeling komen. Ze weten niet of een deel elektrischkan, maar het zal vooral waterstof worden. Eigenlijk weten de bedrijvenzelf niet zo goed wanneer, hoe of op welke wijze. Wat zou er nog meermoeten gebeuren? De heer Grinwis doet nu de oproep aan de Ministerom met duidelijkheid te komen, niet te blijven praten en naar de praktijktoe te gaan, maar wat is dat dan precies? Vraagt de heer Grinwis aan deMinister om met die bedrijven in gesprek te gaan? Dat gebeurt al, want zemaken onderdeel uit van cluster 6. Ik probeer een beetje te zoeken naarwat er nog meer moet gebeuren, om te kijken of we daar dan met elkaarde schouders onder kunnen zetten.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank aan collega De Groot voor deze vraag. Ik kan als eenvoudig Kamerlidniet vandaag hiervandaan helemaal voorschrijven hoe dat in Gelderlandprecies opgelost zou moeten worden. Feit is dat ik hoor dat er inderdaadduidelijkheid nodig is over waar ze aan toe zijn. Dat zit ’m niet alleen in:moeten we hier elektrificeren en wanneer we dan kunnen rekenen op eenzwaardere aansluiting of moeten we helemaal op waterstof inzetten? Hetgaat ook over de ruimtelijke afweging. Op dat gebied wordt nu te veelnaar elkaar gekeken zonder dat er knopen worden doorgehakt. Je weetdat je een enorme opgave hebt, alleen al om je stroomcapaciteit op ordete brengen voor alle woningbouwontwikkelingen. Dan is het misschienook wel aardig om nu gewoon de call te maken en te zeggen: bestesteenfabrieken, u kunt voorlopig niet rekenen op een zwaardere stroom-aansluiting; u moet helemaal inzetten op waterstof, maar we gaan u in derandvoorwaardelijke sfeer helpen door ervoor te zorgen dat u eenaansluiting krijgt op die backbone die we met elkaar gaan aanleggen. Dushet zit ’m meer in dat ruimtelijk knopen doorhakken. Ruimtelijk zijn wealtijd heel goed in het denken in procedures en eindeloos praten maargeen knopen doorhakken. Tegelijkertijd kunnen we de steenfabrieken indit voorbeeld, die dan dus even achteraan in de rij voor een zwaarderestroomaansluiting komen, in de randvoorwaardelijke sfeer helpen met hetalternatief, namelijk de waterstofbackbone. Dat zijn denklijnen waar ik nuzelf aan denk. Ik zeg dat hier vanuit Den Haag; uiteindelijk moet het in hetgebied gebeuren. Maar ik denk dat het kan helpen als de Minister diekeuzemakerij aanjaagt en ook klaarstaat met de randvoorwaardelijke kant.Als we alleen maar zeggen dat je het met waterstof moet gaan doenomdat de netten vooralsnog nodig zijn voor andere ontwikkelingen, dansta je met lege handen als je geen aansluiting op de waterstofbackbonekan krijgen. En wat moet je dan? Welk toekomstscenario heb je dan nogals steenfabriek?De voorzitter:Ik ga vragen om de antwoorden en ook de interrupties iets bondiger tehouden. Zijn er nog andere interrupties voor de heer Grinwis? De heerVermeer, zodat de heer Grinwis kan laten zien hoe snel hij kanantwoorden.De heer Vermeer (BBB):Ik denk dat we het hem nu wel heel moeilijk gaan maken. Ik heb een vraagaan de heer Grinwis. Zoals hij schetst, kunnen die steenfabrieken geenstroomaansluiting krijgen. Zijn advies is dat ze dan moeten aansluiten opeen waterstofbackbone, die er ook nog niet is en waarvan de datum vanrealisatie ook nog niet bekend is. Is de heer Grinwis het met BBB eens dathangende al dat uitstel en het niet duidelijk zijn van de realisatiedata vanalternatieven iedere heffing gecompenseerd zou moeten worden die dezebedrijven evengoed gaan krijgen rond CO2-uitstoot?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6047 De heer Grinwis (ChristenUnie):Hier val ik terug op de lijn die ik eerder heb gehanteerd bij de discussie diewe hebben gehad over de nationale CO2-heffing aan de marge. Mijnstelling was: zolang de overheid in gebreke blijft en de randvoorwaardenniet invult, zou je een hardheidsclausule moeten inbouwen in die heffing,dan wel de heffing op nul moeten zetten. De facto hebben we in hetBelastingplan dat we zojuist hebben aangenomen de CO2-heffing nu voorlangere tijd op nul gezet. Dat lijkt mij een niet meer dan terechte staprichting die bedrijven die totaal buiten hun schuld totaal niet kunnenverduurzamen. Dan is het niet fair om ze met een steeds hogere rekeninglastig te vallen. Tegelijkertijd kan ik niet met een schaartje helemaalknippen dat er daarom helemaal geen enkele lastenverzwaring die kant uitgaat. In algemene zin geldt wel dat het zeer unfair zou zijn om een bedrijfeen rekening te presenteren dat buiten zijn schuld niet kan verduurzamenterwijl de wil en de plannen er wel zijn. Dat was met name de casus bij dieCO2-heffing.De heer Vermeer (BBB):De heer Grinwis vernauwt het nu naar alleen de CO2-heffing an sich, denationale kop, maar we hebben ook nog ETS, extra belasting op gas etcetera. Is de heer Grinwis het met BBB eens dat alle extra heffingen diedeze bedrijven feitelijk niet kunnen vermijden gecompenseerd zoudenmoeten worden? Ja of nee?De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat moeten we dan echt onderwerp voor onderwerp even doorakkeren.ETS is in principe een Europees systeem. Iedereen die CO2 uitstoot enonder het ETS-systeem valt, moet in principe voor die rechten betalen,behalve voor het deel dat op dit moment nog steeds gegrandfatherdwordt. Dat is het deel van de ETS-rechten dat nog gratis uitgedeeld wordt.Een deel daarvan komt, denk ik, ook terecht bij die steenfabrieken uit hetvoorbeeld van de heer Vermeer en mij. Dus ik kan die vraag hier niethelemaal zwart-wit met «ja» of «nee» beantwoorden. Sommige systemenzijn nou eenmaal Europees; daar moet je even naar kijken. Maar ik kan mevoorstellen dat wij als overheid heel terughoudend zijn met het leggenvan rekeningen op het bordje van bedrijven die we randvoorwaardelijkeigenlijk niet in staat stellen om te verduurzamen. De grote boodschapvan mijn betoog is: overheid, breng je randvoorwaarden op orde en pestin de tussentijd geen bedrijven weg maar geef ze de kans om te verduur-zamen. Als die kans daadwerkelijk fair en reëel geboden wordt, dan kun jedaarna verder praten over heffingen.De voorzitter:Ik zie geen andere interrupties, dus dan geef ik graag de heer Kops hetwoord.De heer Kops (PVV):Dank u wel, voorzitter. Eerst even een mededeling: ik moet helaas om15.00 uur even naar een technische briefing. Daarna kom ik weer terug. Ikhoop dat ik het überhaupt red. Komt goed.Voorzitter. Energie is een basisbehoefte. Ik denk dat niemand hier dat zalontkennen. Hoe tegenstrijdig is het dan eigenlijk dat het hebben,verbruiken, van energie steeds minder vanzelfsprekend wordt? Hetprobleem is tweeledig. We hebben enerzijds natuurlijk de betaalbaarheid.TNO heeft berekend dat 510.000 huishoudens in energiearmoede leven.Vorige week zagen we ook nog het bericht dat een op de twaalf kinderenin energiearmoede leeft en dat 58% van de huishoudens de kacheleigenlijk niet eens meer aanzet uit angst voor die hoge kosten. Dat kannatuurlijk niet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6048 Aan de andere kant hebben we dan het probleem van netcongestie: kun jeüberhaupt een aansluiting krijgen? We hadden ooit het beste net terwereld, met een betrouwbaarheid van 99,99%. Maar ja, is dat eigenlijknog wel zo? Bedrijven staan op de wachtlijst, maar niet alleen bedrijven.Ook woningen staan steeds vaker op de wachtlijst. Hoe tegenstrijdig is dateigenlijk? De woningbouw wil maar niet vlotten. Worden er uiteindelijkwoningen gebouwd, kun je geen elektriciteitsaansluiting krijgen. Dat isheel tegenstrijdig. We hebben zelfs berichten gezien dat nieuwbouw-wijken, klimaatneutrale nieuwbouwwijken, op dieselaggregaten werdenaangesloten. Hoe gek wil je het eigenlijk hebben?Voorzitter. Het wordt ook steeds erger. Een bericht van TenneT: deleveringszekerheid staat na 2030 onder druk, want nu heeft Nederland nogvoldoende kolen- en gascentrales om stroom op te wekken, maar over vijfjaar gaan de kolencentrales dicht, terwijl de vraag naar elektriciteitvanwege de energietransitie alleen maar toeneemt en duurzame energieniet toereikend is. Ik citeer: «Duurzame bronnen leveren niet altijd stroomop de momenten dat die nodig is; dat maakt het systeem complexer enkwetsbaarder.» Daarover heb ik een vraag aan de Minister. Als we ditweten, waar zijn we dan eigenlijk mee bezig? We weten dat netcongestieeen groot probleem is – het wordt alleen maar erger en erger – en dan wilde Minister wél die kolencentrales gaan sluiten, uiterlijk over vijf jaar,waardoor de problemen alleen maar erger worden. Dat is toch geenwerken? Is de Minister dat met mij eens?Voorzitter. Deze Minister erkent zelf, nota bene in antwoord op Kamer-vragen van de PVV, dat «de krapte op het net vooral wordt veroorzaaktdoor de snelle toename van duurzaam opgewekte energie en hetgroeiende verbruik van duurzame energie, terwijl de uitbreiding van denetcapaciteit achterblijft». Kan de Minister dat nog eens uitleggen? Jekunt toch niet maar doorgaan met die uitrol van duurzame energie als hetnet het überhaupt niet aankan? Graag een reactie.In het Actieplan windenergie op zee lezen we dat de Minister gewoondoor wil gaan met de aanleg van nieuwe windparken. De Minister wil erzelfs subsidie voor gaan uittrekken omdat partijen zich terugtrekken enniet meer willen investeren. Ik citeer: «Door stijgende kosten enonzekerheid komt de bouw van nieuwe windparken op zee in veel landenstil te liggen; zonder hulp van de overheid kan het gebeuren dat ervoorlopig geen nieuwe windparken op zee bij komen.» Kan de Ministerdaarop reageren? Als je ziet dat partijen zich terugtrekken, dat er weersubsidie nodig is en dat het net het allemaal niet aankan, waar zijn we danin hemelsnaam mee bezig?Voorzitter. Ik kom bij het Landelijk Actieprogramma Netcongestie. Wehebben er een hele hoop brieven over ontvangen. Er staan heel veelbrieven op deze agenda. Veel brieven zijn ook alweer een halfjaar oud. Alsik dat actieprogramma zo lees, dan is mijn eerste vraag: leuk, al dieplannen, teksten en ideeën, maar wat komt er nu eigenlijk precies vanterecht? Kan de Minister daar een update van verstrekken? We lezen overuitbreiding van het net dat er tot 2040 ruim 50.000 transformatorhuisjes,meer dan 100.000 kilometer kabel en honderden hoogspanningsstationsbij komen. Oké, maar hoe staat het daar dan nu mee? We lezen overkortere procedures voor de aanleg van de benodigde infrastructuurpro-jecten. Ik denk dat we het daar allemaal wel over eens zijn, maar hoe zitdat dan precies? We lezen: voldoende personeel bij provincies engemeenten door de oprichting van een vliegende brigade. Oké. Wat isprecies het probleem bij die provincies en gemeenten? Hoe zit het daarmet de capaciteit? Hoe gaat een vliegende brigade, wat dat dan ook is,daarbij helpen?Voorzitter. Ook belangrijk, zoals we lezen in de stukken, is de spreiding vanhet elektriciteitsverbruik. We lezen in de brief van de Minister uit maart2025: verder is zichtbaar dat het aantal gesloten flexibele contracten istoegenomen. Nou lezen we in de krant dat dat eigenlijk niet het geval is,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6049 namelijk: netbeheerders komen de afspraken niet na. Netbeheerdersmoeten van de ACM meer haast maken met het wegwerken van dewachtlijsten, omdat zo’n 14.000 ondernemers op de wachtlijst staan.Onderdeel daarvan is dus het aanbieden van die flexibele contracten. Hoestaat het daar dan mee? Dat staat namelijk haaks op de brief van deMinister.Ja, voorzitter, ik moet afronden. Ik dank u.De voorzitter:Ik zie dat er geen interrupties zijn, dus ik geef het woord aan mevrouw VanOosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Via de voorzitter zou ik ook heel graag tegen decollega’s willen zeggen dat ik het fijn vind om ze te leren kennen en methen het eerste debat te mogen voeren.Voorzitter. De discussie over netcongestie mogen we niet geïsoleerdvoeren. Netcongestie is een technisch probleem, maar het is vooral eensymptoom van de veel bredere systeemverandering waar we alsNederland middenin zitten. We staan voor de opgave om onze economiete verduurzamen, de natuur te beschermen, onze energiezekerheid tegaranderen en tegelijkertijd een sociaal rechtvaardige overgang terealiseren. Dat betekent dat we verder moeten kijken dan het plakken vanpleisters op ieder nieuw probleem dat opduikt. Het is cruciaal dat wedurven te bepalen welk energiesysteem we voor ogen hebben en welkekeuzes daarbij horen, want alleen dan bouwen we aan een Nederland datsociaal, groen en welvarend blijft.Om tot dat energiesysteem te komen moeten we verder durven te kijkendan enkel naar het versterken van het net en het in de tijd verspreiden vanhet verbruik. Als Rijk kunnen we ook de regie in handen nemen door slimte prioriteren, te versnellen in het decentraliseren en volop in te zetten openergie-efficiëntie. Over deze drie aspecten van netcongestie heb ik eenaantal vragen voor de Minister.Ten eerste het prioriteren. De netcongestieproblemen waar we nu meezitten, zijn het gevolg van marktfalen en een gebrek aan keuzes in hetverleden. Juist daarom is die veelbesproken regie zo nodig. Door teprioriteren kiezen we voor de projecten met de grootste maatschappelijkemeerwaarde voor het Nederland van de toekomst. Voor de transportcapa-citeit zijn we benieuwd naar het prioriteringskader van de ACM, dat beginvolgend jaar in werking treedt. We krijgen echter nu al signalen dat datmogelijk niet veel zal oplossen. Hoe gaat de Minister in de gaten houdenof dit kader werkt?Daarnaast is het aan het Rijk en de netbeheerders om te prioriteren in deinvesteringskeuzes. Onze aanpak van netcongestie is niet neutraal. Het iswat ons betreft aan het Rijk om de regie daarop in handen te nemen.Welke plannen heeft de Minister om een kader te scheppen voornetbeheerders om toekomstgericht, dus met de doelen voor 2030 en 2040in het achterhoofd, te prioriteren in investeringsplannen? Het MIEK en hetPMIEK zijn wat ons betreft nog te weinig sturend. Is de Minister bereid omeen soort ontwikkelkader met scherpere investeringskeuzes voorenergie-infrastructuur te integreren in het Nationaal Plan Energiesysteem,dat volgend jaar wordt geactualiseerd?Dan decentraliseren. Ik ben heel blij om te lezen dat er al best wat goedevoorstellen rond decentralisering klaarliggen, maar toch blijft hetbelangrijk over een goede uitvoering te waken. De Minister verwijst onderandere naar de mogelijkheid voor een energiegemeenschap om eencongestion service provider te worden. Hoe haalbaar is het voor energie-gemeenschappen om zich op een dergelijke manier te organiseren?Tegelijk lazen we gister in de krant dat de netbeheerders nu al te weinigaantrekkelijke flexibele contracten voor industriële bedrijven beschikbaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60410 stellen. Wat gaat de Minister doen om te garanderen dat netbeheerderszowel voor grootverbruikers als voor kleinere spelers zoals energiege-meenschappen meer aantrekkelijke flexibele contracten aanbieden?Tot slot besparen. Een van de meest effectieve manieren om de druk ophet net te verlagen, is door zuinig met elektriciteit om te gaan. Het loontom volop in te zetten op energie-efficiëntie. De Minister benoemt hetbelang hiervan in haar brieven, maar het is essentieel om ook tot concreteactie over te gaan. Dat ontlast niet enkel het net, maar biedt tegelijkertijdook de kans om meer dan een tiende van de CO2-uitstootreductie dieontbreekt voor het halen van onze klimaatdoelen, op te vangen. Welkeconcrete plannen heeft de Minister op het vlak van energie-efficiëntie?Hoe zit het bijvoorbeeld met het beter handhaven van de energiebespa-ringsplicht? Wat zijn de hindernissen in het handhaven van die plicht?Krijgen gemeenten en toezichthouders hier wel voldoende middelenvoor? Kan de Minister toezeggen dat ze dit met de Voorjaarsnota gaatregelen? Op welke manier zorgt de Minister ervoor dat met namegrootverbruikers van elektriciteit meer gaan investeren in energie-efficiëntie? Aan welke knoppen zou de Minister nog meer kunnen draaien?De heer Van den Berg (JA21):Ik hoor mooie woorden over een sociaal, rechtvaardig en betaalbaarenergiesysteem en allemaal plannen over hoe we de Minister kunnenoproepen om sneller aan de slag te gaan met flexibele contracten, maar ikvolg nog niet helemaal hoe we met de maatregelen die u hier voorstelt, ofeigenlijk het gebrek aan maatregelen, tot zo’n systeem komen. Kunt ueens toelichten hoe uw verhaal het energiesysteem sociaal en recht-vaardig maakt?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Het is heel duidelijk dat we netcongestie niet alleen als een technischprobleem zien maar eigenlijk als onderdeel van de systeemveranderingwaar we als Nederland in zitten om zo snel mogelijk van fossielebrandstoffen af te komen en naar een energiesysteem toe te gaan datvolop inzet op wind en zon. Prioriteren is daar een belangrijk onderdeelvan, waarbij we echt kijken hoe die aansluitingen verdeeld worden.Energie-efficiëntie is daar ook een heel belangrijk onderdeel van. Daar kannog enorm veel CO2-reductie uit voortkomen en het geeft heel veel ruimteop het net. Lokale opwekking en nauwer afstemmen op de lokale situatieis daar ook een heel belangrijk onderdeel van.De voorzitter:Ik zie een vervolgvraag.De heer Van den Berg (JA21):Dat klopt. Ik hoor weer allerlei plannen. «We moeten af van fossiel. Onsenergiesysteem moet anders. Dat kan lokaal. Dat kan met hernieuwbareenergie.» Maar nogmaals, hoe maakt dat het systeem sociaal en recht-vaardig? Ik refereer simpelweg maar even aan de huishoudens. Deafgelopen tien jaar is de gasrekening met 160% gestegen, ook al is hetverbruik gedaald. Wanneer is dat rechtvaardig? Dat is het totaal niet, wantje raakt dus juist de mensen die een smalle beurs hebben. Dus nogmaals,hoe gaat dat systeem van u voor die mensen zorgen?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik ben heel blij dat u die vraag stelt. Voor GroenLinks-PvdA is het oplossenvan energiearmoede echt absoluut een prioriteit, maar dat gaat verderdan alleen netcongestie. Dan denk ik aan een wijkgericht isolatieoffensief,waarmee we huishoudens gaan helpen met het zo snel mogelijk isolerenvan hun huis, vooral in de wijken waar zo veel energiearmoede is. Ik denkdan ook aan fossiele brandstoffen. Daarvan afstappen en overstappen opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60411 wind en zon zorgt op de langere termijn ook voor een lagere energiere-kening. Dus het omschakelen van ons energiesysteem en het verlagenvan energiearmoede gaat uiteindelijk zorgen voor die sociale energietran-sitie, maar dat gaat breder dan netcongestie alleen. Daarom had ik het erook over dat we netcongestie in die bredere context moeten zien.De voorzitter:Mevrouw Van Oosterhout vervolgt haar betoog.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog een aantal belangrijke randvoorwaarden om van het oplossenvan netcongestie een echt succes te kunnen maken. Er zijn met netbe-heerders een aantal belangrijke knelpunten geïdentificeerd in het procesvan vergunningverlening. Vanuit GroenLinks-PvdA zouden we graag ziendat dit pakket zo snel mogelijk in één keer aan de Tweede Kamer ter debatwordt voorgelegd in het kader van de energieversnellingswet. Hoe staatde Minister tegenover dit voorstel?Bij de aanpak van netcongestie is het ook belangrijk om de sociale kantniet uit het oog te verliezen. Hoewel flexibilisering zeker toe te juichenvalt, biedt het ook een grote uitdaging voor vele huishoudens. Welkeplannen heeft de Minister om te vermijden dat een grote groep mensenachterblijft in dit verhaal? Hoe zorgt de Minister voor voldoende infor-matie voor burgers bij de omschakeling naar een flexibeler net omweerstand te vermijden?Het bijbouwen van netinfrastructuur kan soms ook ten koste gaan vannatuur. Compensatie is vaak absoluut niet ideaal. Hoe zorgt de Ministerervoor dat er voldoende waarborgen zijn voor natuurbescherming ennatuurherstel bij de uitbouw van het net?Veel dank.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie nog een interruptie van de heer Peter de Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Ik heb een vraag aan mevrouw Van Oosterhout. In de verkiezingstijd encampagne hebben we overigens eerder met elkaar gezeten. Dit is niet onseerste debat, maar fijn om het hier nu ook te mogen doen. Dat wil ik evengezegd hebben. Mijn vraag gaat over energiebesparing als een oplossingvoor netcongestie. Dan is het natuurlijk wel nodig dat je wat met decontracten kan, die gewoon op pieken uitgelijnd zijn. Dat is nu eigenlijkook het probleem dat de netbeheerders aangeven. Een bedrijf kan zeggen:ik bespaar, daar maak ik zelf gebruik van, maar het contract dat ik heb, laatik in stand. Dan kan er nog steeds niet een nieuw contract wordenuitgedeeld. Hoe kijkt mevrouw Van Oosterhout namens GroenLinks-Partijvan de Arbeid naar die problematiek? Wil zij bedrijven dan gaanverplichten om daar afstand van te doen? Hoe gaat dat in de praktijk?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik heb de Minister nu in eerste instantie gevraagd naar de energiebespa-ringsplicht die er al is. Die houdt in: als je een maatregel kan nemen en jedie binnen vijf jaar kan terugverdienen, zou je die moeten nemen. We zienvooral dat daar nog heel veel winst te behalen is. Als we ook iets aan decontracten zouden kunnen doen, dan wil ik daar graag naar kijken. Daarheb ik nog niet eerder over nagedacht. Maar het ging nu vooral even overde energiebesparingsplicht die er al ligt. Die zou nog veel beter gehand-haafd kunnen worden. Daar is nog heel veel ruimte voor verbetering.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Peter de Groot.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60412 De heer Peter d e Groot (VVD):Ik kijk er vanuit de VVD natuurlijk als volgt tegen aan. Gemiddeldgenomen gebruiken we nu ongeveer 40% van de capaciteit van het net.Alleen, we zijn natuurlijk uitgelijnd op die contracten en op wat uitge-geven is; laat ik het maar even zo zeggen. Daar zullen we dan flexibel meemoeten omgaan, willen we energiebesparing ook kunnen inzetten omnieuwe aansluitingen te kunnen uitgeven, dus er zal toch iets moetengebeuren. De VVD pleit niet voor dwangmaatregelen. Ik probeer gewoonte ontdekken in de bijdrage van mevrouw Van Oosterhout of zij danuiteindelijk gaat bewegen naar dwang. Of zegt zij: nee, dat moet samenmet die bedrijven afgestemd worden, want wij willen niet ingrijpen in hunbedrijfsprocessen?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):De energiebesparingsplicht is er al. We zien dat een hoop bedrijven zichdaaraan houden, maar we zien daar ook nog heel veel ruimte voorverbetering, zoals ik net al aangaf. Als het dus gaat om dwang, gaat hetom het handhaven van de plicht die al bestaat.De voorzitter:Ik zie geen andere interrupties, dus dan geef ik het woord aan de heerKlos.De heer Klos (D66):Dank u wel. Het is een voorrecht om hier in deze commissie voor het eersthet woord te krijgen, te midden van zulke bevlogen collega’s, ieder meteen eigen energie- of klimaatverhaal. Dat van mij begon in de herfst van2006; toen was ik 14. Toen zag ik de documentaire die Al Gore hadgemaakt over de opwarming van de aarde. Daar hadden we het thuis heelveel over. Mijn broertje ging milieukunde studeren en werd klimaatjuristen ik zocht het in de politiek. Ik kreeg de kans om bij D66 te werken. Inmijn werk heb ik altijd geprobeerd om in ieder geval recht te doen aan degrote meerderheid van de Nederlanders die wil dat ons gematigde klimaatbehouden blijft en, sterker nog, dat we veiliger, comfortabeler engoedkoper kunnen gaan leven. Vandaag zit ik hier voor het eerst alsKamerlid in een debat met u, met de kernovertuiging: dat kan wél. Wehebben de techniek, we hebben het vernuft, we hebben de mensen. Hetenige wat we er nog voor nodig hebben, is een flinke dosis vastbera-denheid. Gelukkig is dat een van de weinige grondstoffen die we inNederland in grote overvloed hebben.Voorzitter. Ik val vandaag met mijn neus in de boter, want we spreken ookdirect over het meest sexy onderwerp van de klimaattransitie. Zo klinkthet misschien niet als je «netcongestie» hardop zegt, maar netcongestie –dat zei collega Grinwis net ook – is de gordiaanse knoop van onze tijd.Over de oorspronkelijke knoop in Gordium zou het orakel hebben gezegd:wie deze knoop losmaakt, zal meester over heel Azië worden. Nu zou hetorakel wellicht zeggen: wie deze knoop losmaakt, zal meester over detoekomst worden. Als we deze kluwen ontwarren, kunnen we het klimaatbeschermen, kunnen we woonwijken bouwen en kunnen we ruimte gevenaan de ondernemers van nu en van de toekomst.Wat hebben we daarvoor nodig? Ik denk: flexibiliteit, creativiteit en tenslotte brute kracht. Ik begin bij flexibiliteit. We kunnen het bestaande netveel beter gebruiken. Als we grootverbruikers met een vaste aansluitingkunnen verleiden om energie flexibeler te gebruiken, scheppen we nuruimte. Dat principe gaat ook op voor kleinere gebruikers. Het slim ladenvan batterijen, netbewust bouwen, slimme warmtepompen: die dingenzijn er allemaal al. Maar nu moet het nog wel de standaard worden. Deuitrol daarvan gaat tergend langzaam. Daarom heb ik de volgende vragenaan de Minister. Hoe zorgt de Minister ervoor dat flexibel en netbewustgebruik van elektriciteit de norm wordt? Hoe wordt dat structureelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60413 verankerd in het beleid, zodat netbeheerders daar ook van uit kunnengaan? Welke maatregelen neemt de Minister dit jaar nog om flexcon-tracten direct en grootschalig uit te rollen en zo de wachtrij te verkorten?Voorzitter. Dan zijn we er nog niet, want alles is geoorloofd om ook eenbeetje druk van de ketel te halen. Ik denk dat we daar ook creativiteit voornodig hebben. Dat kan met decentrale oplossingen. Kijk bijvoorbeeld naarbedrijventerrein Medel in Tiel, Europa’s eerste netneutrale bedrijven-terrein. Bedrijven nemen het heft in eigen hand met de lokale opwek,opslag en uitwisseling van energie. Ik wil graag van Minister Hermansweten hoe de overheid nou die decentrale initiatieven beter kan onder-steunen, bijvoorbeeld met standaardisatie of uniforme afspraken? Kan deMinister ook toelichten welke stappen er worden gezet om energieopslagstructureel te ondersteunen en uit te breiden? Overweegt zij daarbijmisschien ook financiële prikkels, zoals een vrijstelling van of een kortingop nettarieven, om opslag sneller rendabel te maken?Tot slot – dat kondigde ik al aan – is er behoefte aan brute kracht. Degordiaanse knoop werd uiteindelijk niet touwtje voor touwtje uit elkaargetrokken, maar door Alexander de Grote met zijn zwaard doormiddengehakt. Het zwaard dat Minister Hermans zou kunnen hanteren, is hetinzetten van een noodversnelling op alle fronten bij het realiseren vannieuwe stations en kavels. Werkelijk alle stappen moeten minstens tweekeer zo snel gezet worden. Het is te prijzen dat de Minister werkt aan eenversnellingsaanpak, maar kennelijk gaat het nog niet perfect, want dewachtrij groeit nog steeds. Zelfs versnellingsprojecten lopen vertragingop.Daarom deze laatste vragen voor de Minister. Kan de Minister concreteresultaatsdoelen vaststellen, zowel voor doorlooptijdverkorting als voorde jaarlijkse vermindering van de wachtrij, en de Kamer daaroverhalfjaarlijks informeren? Zo wordt zichtbaar of die versnelling ook echtwordt gerealiseerd. Het TenneT-versnellingsplan laat zien dat projectenjaren sneller kunnen door eenvoudige procedures en minder onderzoek-slast. Kan de Minister aangeven welke van deze versnellingsmaatregeleninmiddels in de praktijk worden toegepast en hoeveel tijdwinst dieopleveren? Bij projecten van nationaal belang kan centrale regie grotevertraging voorkomen. Waarom kiest de Minister er niet voor om hetbevoegd gezag standaard bij het Rijk te beleggen?Dank u wel, voorzitter. Ik zie uit naar de beantwoording en ook naar decollegiale samenwerking met iedereen hier in deze commissie.De voorzitter:Dank. U was ruim binnen de tijd. Ik geef het woord aan de heer Van denBerg voor een interruptie.De heer Van den Berg (JA21):Dank voor het verhaal. Ik ben best geïnteresseerd in de flexcontracten. Ikzie die wel eerder als klein bier in dit geval, omdat grote bedrijvenuiteindelijk wel gewoon volcontinu een grotere aansluiting moetenkunnen gebruiken. Als laatste vraag ik me vooral iets af. U heeft heterover dat het Rijk de regie meer naar zich toe zou moeten trekken. Kunt umij meenemen in hoe u dat in de praktijk voor u ziet wanneer bijvoorbeeldeen gemeente als Moerdijk zo’n plan over zich heen krijgt? Hoe kan eengemeente of provincie daar dan een rol in hebben? Hoe kunnen zij zichlaten horen in zo’n procedure als die u voorstelt?De voorzitter:Ik geef het woord aan de heer Klos. Voor de volgende keer: het is handigom uw microfoon uit te zetten als u geïnterrumpeerd wordt.De heer Klos (D66):Dat zal ik doen. Ik probeer snel te leren. Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60414 Ik begin even bij uw eerste vraag. Volgens mij zijn die flexcontracten geenkleine stapjes. Ik las ook in de brief van de Minister: als we juist groteverbruikers, die dus nu al een vaste aansluiting hebben, kunnen verleidenom flexibeler te worden, dan kunnen juist bedrijven die in de wachtrijstaan, in één keer op het net komen. In Zeeland was er een heel goedvoorbeeld van een batterijexploitant die dat deed. Daar konden 61bedrijven in één keer van de wachtrij worden gehaald. Ik denk duseigenlijk dat we daar vrij snel grote stappen mee kunnen zetten en dat datniet alleen voor huishoudens geldt.Ik waardeer ook uw vraag over centrale regie. Ik zie vooral voor me dathet Rijk dat doet met vergunningverlening en dat het die in eigen handneemt. Dat doet het Rijk nu ook al weleens. Maar ik denk ook dat er eenenorme versnelling kan plaatsvinden bij locatieaanwijzing. Wat nu heelvaak gebeurt, is dat we eindeloos drentelen en dralen als er bijvoorbeelddrie verschillende locaties zijn die het mogelijk kunnen worden. Datgebeurt bijvoorbeeld bij project Utrecht-Noord. Dat loopt enormevertraging op. Ik heb liever dat het Rijk zegt waar we zoiets doen en danook met een zak geld over de brug komt om iets voor de regio te doen.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik heb een vraag aan de heer Klos. Ik ben zelf groot voorstander van hetidee van een klimaatplan. Dat zou kunnen helpen om te bepalen welkebedrijven voorrang zouden moeten krijgen voor een aansluiting. Hoe kijktde heer Klos hiernaar?De heer Klos (D66):Vooropgesteld: ik denk dat we...De voorzitter:Ook voor mevrouw Van Oosterhout: wilt u uw microfoon uitzetten?De heer Klos (D66):We leren samen. Laat ik vooropstellen dat ik denk of hoop dat doorflexibeler gebruik en door uitbreiding van het net zo veel mogelijk nog wélkan in ons land. Maar ik denk ook, en daar sta ik heel positief tegenover,dat als we een aansluiting aanbieden aan iemand, we daar ook bestvoorwaarden aan mogen stellen. Een klimaatplan is daar helemaal geengek idee voor. Maar ik zeg daar ook bij: vaak zijn het juist nieuweondernemers die veel duurzamer willen worden en nog naar eenaansluiting zoeken, terwijl de insiders er heel comfortabel bij zitten meteen oud bedrijfsmodel. Maar ik sta positief tegenover dat voorstel.De voorzitter:Dat roept geen vervolgvragen op, dus dan geef ik graag het woord aan deheer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ook voor mij is dit een mooi moment. Het is eenvoorrecht om in deze commissie met de collega’s aan de slag te gaan methet thema klimaat en energie. Ik zie er ook naar uit om het debat tevoeren.Voorzitter. De drukte op het elektriciteitsnet, de netcongestie, is eenurgente uitdaging voor de ambities voor de economie en werkgele-genheid van morgen, de verduurzaming van bedrijven, de mobiliteit en debouw van woningen. Het is een stevig knelpunt op weg naar eenbetrouwbare, veilige en betaalbare energievoorziening, die duurzaam enschoon is en waarbij we minder afhankelijk zijn van andere landen.Netcongestie is ook een probleem, want inmiddels staan duizendenbedrijven in wachtrijen, zo horen we. De economische schade is groot. Ja,er wordt gewerkt aan de verzwaring en uitbreiding van het net, en dat isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60415 nodig, maar dat is niet genoeg. Ook het beter benutten ervan vraagtaandacht en er is beter inzicht in het systeem nodig.Voorzitter. Dank aan de Minister voor alle informatie in de geagendeerdebrieven. Het geeft een beeld van de ontwikkelingen en de stand van zakenvan de inzet. Toch zijn er heel veel vragen. Dat blijkt ook uit de vele mailsdie ik de afgelopen twee weken als kersvers Kamerlid heb ontvangen vanallerlei organisaties. Ik denk dat die hier vanmiddag ook aanwezig zijn, opde tribune. Dank ook daarvoor. Overigens – en dat is misschien wel mijneigen hartenkreet – zou je bijna willen dat deze organisaties vooraf ookeven bij elkaar waren gaan zitten om een en ander met elkaar af testemmen, want we hebben wel heel veel mails ontvangen.Voorzitter. Voor het CDA is het belangrijk dat er gewerkt wordt aanbetrouwbaar en stabiel langetermijnbeleid voor energie, zodat bedrijvenen inwoners weten waar ze aan toe zijn. Als bedrijf wil je weten of jeinvestering uit kan en huishoudens moeten keuzes maken en moeten eropkunnen vertrouwen dat ze de goede dingen doen. Veel vragen dus, maarik beperk me in de eerste termijn tot vier vragen.Voorzitter. Er is veel informatie. Er wordt hard gewerkt om netcongestiehet hoofd te bieden. Het is complex, maar voor echt overzicht zou inzichtons toch als eerste ingrediënt verder moeten en kunnen helpen. Dat datnodig is, hoorden we gisteren van de Autoriteit Consument & Markt.Netbeheerders blijken weinig inzicht te hebben in wanneer hun netten volzitten. Je denkt dan toch even: dat kan niet waar zijn. Dat geldt trouwensook op een andere manier: ook voor de gebruikers, namelijk voorbedrijven, regio’s, wijken en zeker ook huishoudens, ontbreekt dat inzicht.Wie kan zeggen hoe het er op postcodeniveau voor staat? Wat is er echtnodig? Waar vinden we informatie over de stand van zaken? Het beeldvan een black box doemt op; die term is net ook al gebruikt door de heerGrinwis. Hoe komen we dan stappen verder? Hoe komen we tot resultaat?Kan de Minister hierop reflecteren?Voorzitter. In de brief van 25 april, onder punt 4, schetst de Minister: «Eenkernonderdeel van de versnellingsaanpak is een grondige herziening vande werkwijzen van TenneT. TenneT zet in op het versnellen van processendoor ze meer gelijktijdig te laten verlopen. (...) Een voorbeeld daarvan ishet verkorten van het ontwerpproces door gestandaardiseerde ontwerpenvoor stations en masten te gebruiken.» TenneT heeft dit al toegepast, zolezen we, bij de stations Musselkanaal in Groningen en Veenoord-Boerdijkin Drenthe. De bedoeling is dat deze werkwijze ook wordt uitgebreid. Maaronlangs heeft TenneT een investeringsplan gepubliceerd, waaruit eenvertraging van drie tot vijf jaar blijkt voor het hoogspanningsstationVeenoord-Boerdijk. Het komt vaker voor dat termijnen niet gehaaldworden; dat horen en weten we. Maar Veenoord-Boerdijk, zo horen weook, is obstakelvrij en de vergunningen ervoor zijn op orde. De vraag isnu: hoe kan dit? Hoe verhoudt dat zich tot de voorspelbaarheid? Wat steltde Minister in dezen voor om te doen? Neemt zij dit ook mee in debeoordeling van de investeringsplannen?Voorzitter. Een derde vraag. In totaal stel ik er vier en ik probeer dat ookbinnen de tijd te doen. Er zijn nieuwe projecten, zoals het OER-projectZonneroute A37. Nu wij hier spreken over de overbelasting van hetnetwerk, is de vraag van het CDA of de nieuwe Energiewet ruimte biedtvoor een directe aansluiting van bijvoorbeeld dit zonnepark op bijvoor-beeld het bedrijventerrein GETEC. Ik ben zelf een tijdje voorzitter geweestvan de stuurgroep voor de aanleg van het zonnepark, en een van devragen die ik weleens gesteld heb, is: kan daar dan ook een aansluitinggerealiseerd worden? Het antwoord daarop was: wellicht wel. Maarwellicht is een directe aansluiting op het bedrijventerrein GETEC ook eenmogelijkheid. Kan dat in bepaalde gevallen ook een kostenefficiënte enmogelijk structurele oplossing zijn voor netcongestie? Graag een reactievan de Minister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60416 En dan nog een vraag over de ACM en prioritering. In de brief van 30 junilezen we een passage over het maatschappelijk prioriteringskader. Inantwoord op vragen van de leden Bontenbal en Boswijk over het bericht«Woningbouw in gevaar door nieuwe regels netcongestie» lezen we datwoningbouw nog steeds prioriteit heeft. Dat kunnen we ons voorstellen.Dat is natuurlijk ook de bedoeling. Dat is mooi. We hadden ook nietanders verwacht. Mijn vraag aan de Minister: hoe reëel is het dat deaangevraagde, gereserveerde ruimte ook daadwerkelijk kan wordengeboden als de netcongestiekaart rood kleurt? Oftewel: betekent eenreservering ook een aansluiting? Graag een reactie.Voorzitter, tot zover.De voorzitter:Dank. Ik zie dat er geen interrupties zijn, dus dan geef ik graag het woordaan de heer Vermeer. Wil de heer Jumelet zijn microfoon uitzetten?De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Nederland zit letterlijk aan zijn netgrenzen. Denetten zitten vol, wachtrijen groeien en steeds meer bedrijven, tuinders enwoningbouwprojecten lopen vast. Dat is niet alleen een technischprobleem, maar ook een teken van beleidsfalen, van het falen van hoe wede zaken de laatste jaren hebben aangepakt. Er is te veel gepraat overambities en te weinig geïnvesteerd in maakbaarheid en uitvoering. BBBwil kiezen voor realisme: geen luchtkastelen, maar kabels in de grond. Uhoort het goed: in de grond en liever niet erboven.BBB onderschrijft dat er tempo gemaakt moet worden met de versnellingvan de uitbreiding van de netcapaciteit, maar vindt wel dat dat gericht enuitvoerbaar moet gebeuren. Volgens Netbeheer Nederland is tot 2030 65miljard aan investeringen nodig, waarvan slechts 72% maakbaar is. Hetkabinet spreekt dan ook van een «maakbaarheidsgat», maar het iseigenlijk een realiteitsgat, want zolang procedures, personeel en materiaalschaars blijven, blijven papieren plannen geduldig, maar heb je er nietsaan. Daarom wil BBB versnelling van de vergunningsprocedures viastandaardisering en parallelle trajecten zoals het verlenen van koepelver-gunningen, een aanpak die op dit moment in voorbereiding is. Ook wilBBB een nationale projectlijst met prioritaire energie-infrastructuurvergelijkbaar met het MIRT, maar dan voor stroom, warmte, waterstof ofwelke energiebron dan ook. Want, en dat is ook nog wel een punt, inverschillende wetten en voorstellen van verschillende ministeries zien wijnog steeds allerlei middelen vermeld staan in plaats van dat er gewoon determ «energie» gebruikt wordt. Dat gaat ons in de toekomst dwarszittenals er weer nieuwe energiebronnen gebruikt gaan worden.Dan het prioriteringskader van de ACM. Meerdere collega’s refereerdendaar al aan. Op 1 januari 2026 wordt er een nieuw prioriteringskader voornetcapaciteit geïntroduceerd door de ACM. Wij ontvangen signalen dat degevolgen hiervan nog niet te overzien zijn. Lokale overheden en regio’sworden wel geïnformeerd, maar hebben geen zeggenschap over hetnieuwe prioriteringskader. Dat is zonde volgens ons, want juist in de regiohebben bestuurders een goed beeld van waar de netcongestie het hevigstis. BBB hoort graag van de Minister hoe we het mogelijk gaan maken datlokale overheden voortaan zeggenschap krijgen in het prioriteringskadervoor de aanpak van netcongestie.En dan Moerdijk. Het werd in een interruptie al even genoemd. Eendorpsgemeenschap van agrariërs, mkb’ers, gezinnen, verenigingen eneeuwen aan Brabantse tradities lijkt te moeten wijken voor de energietran-sitie. Dat is voor BBB onbestaanbaar. Het gaat namelijk om zo veel meerdan alleen economische ontwikkeling. Het mogelijk opheffen van Moerdijkis tekenend voor de houding van de overheid ten opzichte van de regio,het platteland en de mensen die er wonen. Het voornemen om toe testaan dat een dorp als Moerdijk wordt opgeheven is al wekenlang grootTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60417 nieuws, terwijl de plannen waar Moerdijk voor zou moeten wijken, oplosse schroeven staan. Op 19 november stond er nog een artikel in DeTelegraaf met de titel «Nederland slaat alarm in Brussel over crisisrecyclingbedrijven: «Economie van de toekomst krijgt hardste klappen»«.Daarin stond dat demissionair Staatssecretaris Thierry Aartsen denoodklok luidt.Voorzitter. BBB wil graag duidelijkheid van de Minister. Klopt het dat deplannen die mogelijk leiden tot het opheffen van Moerdijk, onder anderebedoeld zijn voor projecten in diezelfde recyclingbranche waarvan eenStaatssecretaris zegt dat die geheel uit Nederland verdwijnt? Klopt het datdie plannen onder andere bedoeld zijn voor de aanlanding van windener-giepark Nederwiek 3? Dat werd in ieder geval gezegd bij een bezoek datwij aan Moerdijk brachten. Ook lees ik in rapporten dat dat helemaal geenrealistische optie is. Dat staat zelfs in rapporten over de aanlanding vandat park. Als het klopt, wat is dan de status van de aanbesteding enrealisatie van dit project? Er wordt ook gesproken over het maken vanruimte voor een accupark, misschien wel 60 hectare. Maar wie gaat datdoen? Hebben daar al aanbestedingen voor plaatsgevonden? Is het welzeker dat dit gerealiseerd wordt?Dit wordt allemaal gebracht onder de noemer van het project Powerport.Maar voor zover BBB begrijpt, is er nog geen opdrachtgever voor deonderdelen van de projecten, terwijl de overheid nu al aan meer dan 1.100mensen vertelt dat hun woonplaats over een tijdje niet meer bestaat alsdit allemaal doorgaat. Kan de Minister dus weergeven wat nou de exactestatus is van al die projecten die zouden moeten leiden tot al datruimtebeslag, wat weer zou kunnen leiden tot het verdwijnen van eencompleet dorp? Als er eenmaal één dorp over de dam is, dan verdwijnener meer. Hopelijk niet meer, maar dat is meestal wel de praktijk.Voorzitter. De komende dagen en weken gaan het Rijk, de provincie en degemeente in gesprek over de besluitvorming en de gevolgen daarvanvoor Moerdijk. Onder het mom van «duidelijkheid voor inwoners» wordter alvast gecommuniceerd dat het opheffen van Moerdijk onvermijdelijkis. Dat kan toch niet? Je kan iemand wel op de rand van de afgrond zettenen zeggen: ik ga je er nu in duwen. Dan ben je heel duidelijk. Maardiegene heeft er veel meer behoefte aan om niet in die afgrond gegooid teworden, in plaats van duidelijkheid te krijgen over waar diegene terechtgaat komen.De voorzitter:Kunt u afronden, meneer Vermeer?De heer Vermeer (BBB):O. Ja.De voorzitter:U bent al een halve minuut over uw tijd heen.De heer Vermeer (BBB):Bedankt voor de coulance die u hier betracht, voorzitter. Ik zal afronden.De voorzitter:Twee zinnen.De heer Vermeer (BBB):Voorzitter. Netcongestie is geen natuurverschijnsel, maar het resultaat vanpolitieke keuzes. Wat ons betreft is de energietransitie nooit belangrijkerdan het bestaansrecht van gemeenschappen en mensen. Een sterkenergiesysteem begint namelijk niet in Den Haag, maar in de regio’s dieNederland draaiend houden.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60418 De voorzitter:Dan gaat deze voorzitter nog een heel klein beetje coulance toepassen,aangezien de heer Van den Berg nóg een interruptie wil. Hij heeft er al vierop zitten, maar aangezien we goed in de tijd zitten, krijgt hij er nog één.De heer Van den Berg (JA21):In Noord-Holland beschouwen we een interruptie met vervolginterruptieals één interruptie, maar dank u wel, voorzitter.Ik wilde ook zeggen dat ik hier pas net zit. Ik zat die plannen over Moerdijkdoor te lezen en ik heb ook het nationaal programma energie-infrastructuur, als ik het goed zeg, erbij gepakt. Daarin zag ik dat deplannen voor Moerdijk eigenlijk al best wel wat jaren bestaan en in diestukken voorkomen. U bent al wat langer Kamerlid dan ik, dus mijn vraagaan u is: heeft u dat niet eerder in die stukken gezien? Is het zodoendeecht een verrassing voor BBB dat deze plannen voor Moerdijk eraan zittente komen?De heer Vermeer (BBB):Wij moeten daar duidelijk onderscheid maken tussen: zijn het plannenvoor Moerdijk of zijn het plannen zijn die Moerdijk zouden kunnen raken?Daar zit de crux. Er zijn namelijk meerdere opties mogelijk waar dieprojecten, als die al doorgevoerd worden, uitgevoerd zouden kunnenworden. Al die losse projecten zijn dus bekend, maar dit is in eenstroomversnelling gekomen omdat de lokale overheid zich bijnagedwongen voelt om met een voorstel te komen in de trant van: als ditallemaal door zou gaan op díé plek, dan willen wij hele ruime compen-satie voor de mensen die daar wonen. Zij zeggen eigenlijk dat vertrek danonvermijdelijk is. Al die projecten zijn dus niet nieuw, maar de optelsomvan die projecten en de gevolgen die de keuze voor bepaalde gebiedenheeft voor een dorp als Moerdijk komen nu pas boven tafel, omdat delokale overheid zich op dit moment gedwongen voelt om richting deoverheid een vuist te maken en te zeggen: als jullie dit gaan doen, danmoeten jullie zorgen dat we hier op een nette manier weg kunnen.Ik heb daar gesprekken over gehad met de raadsleden, de DorpstafelMoerdijk en de wethouder. Die willen dit allemaal eigenlijk niet, maar zevoelen zich gedwongen om dit op deze manier te doen, gezien delandelijke plannen en de keuzes die voorliggen. Maar het is eigenlijkschrijnend dat men aan de voorkant garanties wil vragen voor iets watvoor de overheid gewoon een zorgplicht is, namelijk het opkomen voor jeinwoners en ervoor zorgen dat die beschermd worden. Het is eigenlijk vande zotte dat dit tot zo’n climax moet leiden, want we zouden nooit op ditpunt terecht mogen komen.De voorzitter:Ik zie geen andere interrupties, dus dan geef ik graag het woord aan deheer Peter de Groot voor zijn bijdrage.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. Het vollopende stroomnet is een van de grootstebelemmeringen voor de ontwikkeling van Nederland. Het is al genoemdvandaag: woningbouwprojecten vallen stil, publieke voorzieningen zoalsziekenhuizen en politiebureaus krijgen geen aansluiting en ondernemersweten niet of ze kunnen doorgaan met uitbreiden of verduurzamen.Inmiddels wachten meer dan 14.000 bedrijven op een aansluiting ofverzwaring. Dat is een rem op onze economische groei én op de energie-transitie. De maatschappelijke schade kan jaarlijks oplopen tot 10 tot 40miljard euro. Dat bedrag is een uiting van grote stagnatie, onzekerheid engemiste kansen. Ik denk dat de urgentie niet duidelijker kan zijn dan die nuis.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60419 De VVD wil natuurlijk alles op alles zetten om het bestaande net uit tebreiden, met snellere procedures en vergunningen en met slimmereaanlegmethodes. Maar bedrijven en huishoudens kunnen niet wachten tot2035. Daarom moeten we het net ook slimmer benutten en de kennis diewe nu al hebben, beter toepassen. Flexibilisering moet van een papierenambitie naar een praktische realiteit. De technieken bestaan; dat is ook algenoemd. Flexcontracten, energiehubs, wijkbatterijen, slim laden, eencombinatie van opslag en opwek: we kunnen allemaal helpen om piekenaf te vlakken en ruimte te creëren op het net. Maar in de praktijk komendeze oplossingen te weinig van de grond. Er is al gevraagd hoe deMinister het bericht van de ACM beoordeelt dat netbeheerders hunafspraken niet nakomen. De heer Jumelet vroeg ook al: hoe krijgen wemeer inzicht in het niet nakomen van flexibele contracten? Hoe kan het datde netbeheerders weinig inzicht hebben in wanneer hun netten vol zitten?Wat gaat de Minister doen om te zorgen dat netbeheerders flexibiliseringbeter faciliteren?Daarnaast komen er in 2028 nieuwe nettarieven voor kleinverbruikers omefficiënt gebruik van het net te stimuleren. Maar hoe gaat de Ministerervoor zorgen dat flexproducten al voor 2028 beschikbaar komen voordeze kleinverbruikers? Mensen en bedrijven haken nu af omdat het teingewikkeld is of omdat ze niet weten wat er wel en niet kan. Hoe gaat deMinister ervoor zorgen dat gemeenten en provincies een grotere rolspelen bij lokale oplossingen? Beschikken zij over het juiste instrumen-tarium om lokale oplossingen als het koppelen van vraag en aanbod testimuleren?Voorzitter. Daar hoort ook bij dat regelgeving geen blokkade mag zijn. Teveel initiatieven lopen vast in vergunningstrajecten of juridische onduide-lijkheid. Dat kost ondernemers tijd, geld en vertrouwen. De VVD wil graagdat de Minister voortvarend werk maakt van het addendum op deEnergiewet dat energiedelen mogelijk maakt. Wanneer komt dataddendum naar de Kamer? Hoe gaat de Minister lokale initiatieven in detussentijd juridische zekerheid bieden? Wat is er nodig om meer experi-menteerruimte te creëren voor innovatieve oplossingen die leveringsze-kerheid versterken? Het is natuurlijk de vraag of we in Nederland genoegjuridische capaciteit hebben om al deze dossiers snel en deskundig tekunnen behandelen. Is juist daar ook een opschaling nodig om dedoorlooptijden te verkorten?Flexibiliteit is niet alleen een kwestie van techniek, maar ook van kennis;dat is ook al gezegd. We hadden een ontbijtsessie die ging over Flevoland,Gelderland en Utrecht. Een aantal van ons waren daar aanwezig. We ziendat daar in hoog tempo regionale expertise opkomt. Hoe gaat de Ministerde expertise die wordt opgedaan in de zogenaamde FGU-regio, die heelzwaar getroffen is door netcongestie, gebruiken voor oplossingen? Doorde ervaringen in die regio is men daar voorloper geworden, worden daarsneller prognoses ontwikkeld en worden bedrijven daar gebiedsgerichtgeholpen met bijvoorbeeld regionale energiehubs en netbewust bouwen.De VVD pleit daarom ook voor ruimte voor innovaties en pilots in dezeprovincies. Het Nationaal Expertisecentrum Netcongestie laat zien hoe datin de praktijk werkt: het staat dicht bij mkb’ers, spreekt hun taal enverlaagt drempels om te werken aan daadwerkelijke oplossingen. DeMinister heeft het centrum inmiddels erkend, maar structurele finan-ciering is nog niet geregeld. Daarom vraag ik de Minister hoe zij aankijkttegen het structureel financieren van centra zoals het Nationaal Expertise-centrum Netcongestie, zodat zij gewoon kunnen blijven werken aan hetsamen met het mkb regionaal oppakken van oplossingen.Voorzitter. Het is wel duidelijk dat de problemen groot zijn, maar deoplossingen bestaan inmiddels ook al. Wat nu telt, is ervoor zorgen dat ertempo, eenvoud en samenwerking komen. De VVD wil dat het kabinetflexibiliteit versnelt, regelgeving moderniseert en de regionale kennis dieer is, krachtig inzet. Het is zaak om te doen wat we kunnen met wat we alTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60420 hebben terwijl we het net uitbreiden, want alleen dan kunnen weNederlanders in beweging krijgen.Dank u wel.De heer Klos (D66):Dank u wel voor uw verhaal. Ik herken heel veel daarin. Eén ding viel mijop. U had het over de problemen in de praktijk bij de uitbreiding enverzwaring van het net. Volgens mij zijn twee dingen nog niet aan de ordegekomen in dit debat. Dat zijn de randvoorwaarden daarvoor, namelijkenerzijds dat we ons stikstofprobleem oplossen en anderzijds dat wegenoeg technisch geschoold personeel hebben om dat te kunnen doen. Isde heer De Groot het met mij eens dat er grote nood is aan een kabinetdat wél geloofwaardig is in Brussel op het vlak van stikstof en massaalinvesteert in het mbo?De heer Peter de Groot (VVD):Ik begin met het laatste punt. Ik denk dat het kabinet daar ook op inzet. Wehebben daar eerder met de Minister debat over gevoerd. Ik hoorde deheer Klos in zijn bijdrage zeggen dat we voldoende capaciteit aan mensenhebben, maar daar ben ik het niet mee eens. We zullen ook echt naarandere oplossingen moeten kijken. Netbeheerders werken bijvoorbeeldnu al met virtualrealitybrillen om het onderhoud te kunnen plegen, zodatmensen de opleiding niet volledig hoeven te doorlopen. Daar moeten wijook echt heen, omdat het in de grote opgave die we hebben ondoenlijk isom daar zo veel mensen voor op te leiden dat we dat allemaal een-op-eenkunnen doen. Dus ja, we hebben een daadkrachtig kabinet nodig omervoor te zorgen dat we deze transitie op een goede manier met elkaarkunnen doen. Het is niet alleen voor de energie-infrastructuur, maar ookvoor de woningbouw en de wegenaanleg noodzakelijk dat we hetstikstofprobleem daadkrachtig met elkaar oplossen. Daar ben ik hethelemaal mee eens.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Meneer De Groot had het in zijn bijdrage over het instrumentarium vanlokale overheden en de FGU-regio, maar hij heeft onlangs een motieingediend die het eigenlijk nagenoeg onmogelijk maakt om nog wind opland te ontwikkelen. We weten ook dat wind op land cruciaal is voor hetoplossen van netcongestie. Hoe legt de heer De Groot deze motie uit inhet kader van netcongestie en het instrumentarium van lokale overheden,dat u met deze motie toch wel beperkt?De heer Peter de Groot (VVD):Ik zou de motie nog een keer lezen, want er zitten wel degelijk clausules indie gaan over wanneer het wel kan, bijvoorbeeld wat betreft lokaleinitiatieven, omdat het bijvoorbeeld voor energiehubs op industrieter-reinen nodig is om lokale opwekking te hebben. Maar de VVD sluit deogen niet voor het feit dat hele gemeenschappen gewoon last hebben vanwindmolens die te dicht op woonwijken zijn geplaatst. Vanochtend stonder ook weer zo’n verhaal in de krant, uit Dronten. Mensen worden doorwindmolens gestoord in hun slaap, wat gezondheidseffecten heeft. In demotie staat ook dat we goed moeten kijken naar het ontwikkelen van eengoed kader, dat rekening houdt met milieuzaken en gezondheidszaken.Dat is eigenlijk ook de oproep die in de motie staat, namelijk dat deMinister dat ontwikkelt. Daar komt dan een kader uit. We gaan daar vasten zeker nog met elkaar over debatteren, maar er zitten een aantaldisclaimers in de motie waardoor het wel degelijk mogelijk kan zijn omnog windmolens te plaatsen, bijvoorbeeld bij – ik noem maar wat –industrieterreinen. De VVD heeft gewoon een voorkeur voor wind op zeeen voor de gezondheid en nachtrust van mensen. We moeten als politiekook keuzes maken. Daarvoor zitten we hier.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60421 Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Voor onze partij is het natuurlijk ook enorm belangrijk om strengemilieunormen te hebben. Wij zien ook heel veel in wind op zee. Ik wil nogeven doorgaan op het lokale: wat voor oplossingen ziet u om lokaal vraagen aanbod nog beter bij elkaar te brengen?De heer Peter de Groot (VVD):Dat is een mooie vraag. Ik denk dat we het grootste deel van het gesprekdan een keer met een kop koffie moeten doen. Ik heb weleens vaker in eendebat gezegd dat ik het bijvoorbeeld heel gek vind dat er een treinvoorbijrijdt waarbij piekstroom geladen zit boven een spanningsnet vanProRail, waar enorm veel capaciteit beschikbaar is die maar heel weiniggebruikt wordt. Ik zou zeggen: zet er een batterij naast en je kunt bedrijvenaansluiten. Dat zijn de lokale topoplossingen. Volgens mij gaat het eroverdat we dat dus op dit moment niet met elkaar voor elkaar krijgen,waardoor die bedrijven gewoon zeggen: «Ik krijg geen verzwaardeaansluiting, dus ik kan ook niet verduurzamen. Het lukt me allemaal niet.»Maar als je uit je raam kijkt, dan zie je de piekspanning hangen. Het iseigenlijk heel gek dat dat niet kan. Ik wil er ook bij zeggen dat de VVD zicher wel degelijk van bewust is dat het altijd gaat over leveringszekerheid.Treinen moeten kunnen blijven rijden. Daar moeten we niet aan morrelen.Dat is de andere kant waar we naar moeten kijken. Het is dus eencombinatie van leveringszekerheid borgen en tegelijkertijd flexibiliseringbieden, met oplossingen die bewezen zijn. Die zijn er echt voldoende endaar moeten we ruimte voor bieden.De voorzitter:Ik zie geen andere interrupties, dus dan geef ik het woord aan de heer Vanden Berg.De heer Van den Berg (JA21):Dank u wel, voorzitter. Ik herken me wel in de heer Klos, want ook voormij is het een grote eer om hier vandaag voor het eerst aanwezig te zijn indeze commissie. Ik kijk dus uit naar de komende debatten. Ik vind hetvooral bijzonder leuk omdat ik zelf uit de techniek kom. Ik heb de laatstejaren in de logistiek gewerkt en ik heb daar ook veelvuldig te makengehad met netcongestie in de vorm van bedrijven die niet aangeslotenkunnen worden, of distributiecentra. Dat wilde ik als persoonlijk feit evenkort vertellen.Ik dacht eigenlijk ook bij mijzelf: waar lopen we nou tegenaan? Meneer DeGroot zei al dat we 10 tot 40 miljard euro aan economische waarde zijnmisgelopen voor heel Nederland. Dat is een bijzonder groot probleem,want energie is wat ons betreft niet of een of ander ideologisch vraagstuk,maar het absolute fundament voor een sterke en welvarende economie.Wat betekent die 40 miljard aan misgelopen inkomsten nou? Voor ons zoudat bijvoorbeeld zijn dat je daar twee grote kerncentrales per jaar van zoukunnen bouwen. Dat is alvast een klein voorproefje van wat ik in detoekomst nog ga inbrengen in deze commissie.Ik heb voor de rest een beetje zitten kijken naar wat ik allemaal wil zeggenin deze korte vijf minuten, dus ik heb een hele hoop opgeschreven. Ik gaeven langs een paar punten waar ik me zorgen over maak, Minister. Alsbedrijven, bijvoorbeeld energie-intensieve bedrijven, die nu nog nietvertrokken zijn uit Nederland niet alsnog een zwaardere aansluitingkunnen krijgen, dan zou 10% van die bedrijven willen vertrekken, met 50miljard euro aan economische schade als gevolg. Ik wil dat heel graagvoorkomen en ik hoor graag van u hoe u dat wil gaan voorkomen.Dan wil ik iets zeggen over de netwerktarieven. Die zitten nu nog op 8,5miljard euro per jaar. In het huidige tempo stijgen die naar zo’n 20 miljardeuro per jaar en die kosten zijn voor onze huishoudens, het mkb en deindustrie. Concreet zou het zomaar zo kunnen zijn dat we zo meteenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60422 € 1.000 per huishouden aan vastrecht gaan betalen. Wat ons betreft is datonhoudbaar. Ik zou graag van de Minister willen horen wat haar oplossingdaarvoor is. Gaan we die kosten delen in het collectief of blijven we diedoorbelasten aan huishoudens? Linksom of rechtsom zijn de kosten veelte hoog om persoonlijk te dragen, dus daar moet iets anders voor komen.Dan noem ik iets wat nog belangrijker is, wat ik eigenlijk niemand in hetdebat hoor zeggen en wat wat ons betreft de olifant in de kamer is. Hetgaat om zaken die we niet meer moeten doen om te komen tot hetoplossen van netcongestie. Wat ons betreft is het onbestaanbaar datnieuwe huizen nog steeds gebouwd worden zonder aansluiting op hetgasnetwerk. Ik zou graag van de Minister willen horen hoe ze daarnaarkijkt en of ze vindt dat we niet gewoon weer meer moeten gaan werkenmet gasgeneratoren of aansluitingen op het gasnetwerk, want dat isgewoon per direct een oplossing voor de huizen die nu niet gebouwdkunnen worden vanwege problemen op het elektriciteitsnetwerk. Als wedat niet doen, waarom stoppen we dan niet met volledig elektrischewarmtepompen en gaan we nu, zolang het nodig is, niet over op hybride?Het werd al even gezegd: je kan die slim aansturen. Op momenten vanpiekbelasting schakel je de elektriciteitskant af en ga je over op gas. Datbetekent wel dat je huishoudens moet compenseren voor de hogerekosten. Ik zou graag een reflectie van de gedeputeerde daarop willen.Excuus; van de Minister. Ik versprak me. Het is voor mij een nieuwigheid.Ik memoreer een eerder debat met mevrouw Van Oosterhout over dezero-emissiezones. JA21 is niet tegen elektrische auto’s, maar we denkenwel dat je die niet hoeft te stimuleren. De markt wil dat zelf. Wat onsbetreft moeten we dan ook stoppen met de zero-emissiezones, omdat diewel zullen leiden tot een extra vraag op het elektriciteitsnetwerk, ondankshet uitstel naar 2029. Kortom, laten we die gewoon loslaten en de marktzijn werk laten doen. Op die manier komen we ook tot elektrisch vervoer,maar dan zonder verdere overbelasting van het netwerk.Ik wil kort nog het volgende zeggen. Ik ga er op een later moment nogverder op in, maar wij zouden ook heel graag voor de leveringszekerheideen capaciteitsmechanisme willen zien, zodat we de elektriciteitsbedrijvenen de gascentrales ook hier in Nederland kunnen houden en onzeleveringszekerheid niet verder onder druk komt te staan. Ik weet dat deMinister daar al mee bezig is, maar dit is wel onze inzet.Ik zal afsluiten met het volgende, wat mij wel echt te denken geeft. Ik denkdat de meeste mensen met kinderen het wel hebben kunnen zien op hetSinterklaasjournaal: we moeten ons allemaal met noodpakkettenvoorbereiden op een ramp die kan gebeuren. Zo’n ramp gaat gebeurenals we ons elektriciteitsnetwerk niet tijdig versterken. Ik wil dat heel graagvoorkomen. Ik kijk uit naar de toekomst, waarin we daar met dezecommissie aan kunnen werken.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik geef tot slot het woord aan mevrouw ... O, excuus, er zijnallemaal interrupties. De heer Jumelet was net iets eerder.De heer Jumelet (CDA):Dank u wel, voorzitter. We staken ongeveer tegelijk de hand op, dus danku wel voor het woord. Ik hoor de heer Van den Berg ook spreken over deschade die deze kwestie van netcongestie met zich meebrengt. Het hierkunnen houden en aansluiten van bedrijven brengt misschien wel datbedrag van 10 tot 40 miljard in beeld. Wij als CDA vinden eenvoorspelbare transitie belangrijk. Wij willen tegen bedrijven kunnenzeggen: zo gaat het er ongeveer uitzien. Wij vinden een gelijk speelveldbelangrijk. Hoe kijkt u daarnaar? U benoemt namelijk wel het probleem,maar hoe ziet u de oplossingen voor zich? Dat is mijn vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60423 De voorzitter:Ga uw gang.De heer Van den Berg (JA21):Dank u voor deze mooie vraag. Een gelijk speelveld, zegt u. Wij zoudenbijvoorbeeld heel graag willen zien dat de netwerktarieven van Nederland,Duitsland en België geharmoniseerd worden. We hebben in Nederland nuveel hogere netwerktarieven en dat is een van de redenen dat bedrijvenvertrekken. Tegelijkertijd komen er minder bedrijven binnen, zoals dedatacenters. ING publiceerde laatst een rapport waarin staat datdatacenters nu niet meer naar Nederland komen, ook door de overdrevenregelgeving van de gemeente Amsterdam, die de komst van die bedrijvenalleen wil faciliteren met hernieuwbare energie. Dat is waanzin, want hetverdienvermogen van Nederland staat onder druk. Waarom is debandbreedte van die 10 tot 40 miljard euro zo groot? De kosten kunnenoplopen tot 40 miljard als de sectoren die we nu niet binnenkrijgen dehoogst verdienende sectoren zijn, bijvoorbeeld de datacenterindustrie.Kortom, wij zouden heel graag zien dat we de rode loper uitrollen voorbedrijven die structureel bijdragen aan het verdienvermogen vanNederland.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Het ging eerder in dit debat al eventjes over energiearmoede en eenlagere energierekening. Ik was dus toch wel vrij verbaasd toen u in uwbetoog begon over gas. U doet in uw betoog een oproep voor meer gas,terwijl dat toch beduidend duurder is dan hernieuwbare energie. Ik vroegme dus af hoe de heer Van den Berg dit rijmt.De heer Van den Berg (JA21):Ik weet dat ik geen interruptie terug mag doen, maar ik nodig u van harteuit om eens te onderbouwen waarom dat dan duurder zou zijn. Gas kostop dit moment zo’n 40 cent per kuub. De hoge gasprijs komt voornamelijkdoor de belastingen. Die zijn vooral het probleem. Ik kan niet zo meegaanin het beeld dat hernieuwbare energie per se goedkoper zou zijn dan gas.Ook al zou het zo zijn, feit is dat we het niet bij de huishoudens krijgenvanwege netcongestie. Het is dus helemaal niet relevant of het wel of nietgoedkoper is. Het gaat erom dat mensen voldoende energie kunnenkrijgen en dat bedrijven aangesloten kunnen worden. Dat kan op ditmoment dus niet met het elektriciteitsnetwerk. Provincies zoals Utrechtzeggen gewoon: we gaan nu gasgeneratoren aansluiten zodat die wijkener toch kunnen komen. Ik denk dat de meeste mensen waarschijnlijkzullen kiezen voor een huis in plaats van geen huis dat anders opduurzame elektriciteit had gedraaid.De heer Klos (D66):Ik hoorde ook een pleidooi voor gas. Ik hoorde meneer Van den Bergzeggen dat energie geen ideologisch vraagstuk is. Ik denk dat het voor mijwel een vraagstuk van waarde is, dat gaat over de vraag: waar gaat onsland naartoe? Als je een pleidooi voor gas houdt, dan hou je in mijn ogenook een pleidooi voor afhankelijkheid van spelers die het niet zo goed metons voorhebben. Als u dus niet accepteert dat dat op het gebied van prijsgeen goed idee is, kunt u dan uitleggen waarom het wel een goed idee isom afhankelijk te worden van spelers in de wereld zoals Poetin?De heer Van den Berg (JA21):Ik snap de vraag wel. Ik denk dat we een bepaalde kant op kunnen gaandie wat mij betreft geen recht doet aan de situatie. We hebben noueenmaal gas nodig, ook als we huizen niet meer gaan aansluiten opaardgas. Ten tweede zijn we niet meer zelfvoorzienend. We hebben hetgasveld in Groningen gesloten, dus we zullen gas moeten importeren. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60424 kan, gelukkig voor een heel klein gedeelte van nog maar 2%, uit Rusland.We gaan daar ook mee stoppen. Maar anders zijn we afhankelijk vanAmerika, Qatar of andere landen. Feit is wel dat de weg die we nu zijningeslagen ons in ieder geval tot 2040 zeer grote problemen zal opleveren.Bedrijven kunnen niet aangesloten worden en woningen kunnen nietgebouwd worden. Ik wil natuurlijk ook zo snel mogelijk een fantastischewereld zonder uitstoot, die uitermate betaalbaar is en waar iedereengelukkig is, maar we moeten wel realistisch zijn. Zolang het nu niet kan,zeg ik: laten we dan in ieder geval kijken naar wat er wel is. Ondertussenbouwen we natuurlijk wel keihard door aan het elektriciteitsnetwerk, zodatje in de toekomst weer andere keuzes kan maken. Wat ons betreft is datook een keuze voor kernenergie. Daarmee kun je ook een versteviging vanhet elektriciteitsnetwerk voortzetten. Kortom, ik pleit voor het in detussentijd gebruiken van de mogelijkheden die er zijn en voor hetdoorbouwen van het netwerk, zodat er in de toekomst weer meer mogelijkis.De voorzitter:De heer Klos heeft nog een interruptie.De heer Klos (D66):Ik hoor in ieder geval niet dat we dan terug moeten gaan naar Groningsgas, dus daar ben ik blij mee. Ik zou het volgende willen zeggen,misschien ook voor de spirit van deze commissie. Als we een probleemtegenkomen, denk ik niet dat dat een reden is om ermee te stoppen. Hetdoel om energieonafhankelijk te worden, om goedkope energie te hebbenen om een schone wereld voor onze kinderen achter te laten, is hetnamelijk wel waard. Ik vind het dus ook een beetje on-Nederlands om bijhet eerste probleem een vlaggetje neer te leggen en te zeggen: we gaanhet op een andere manier doen. Ik hoop dus dat u met mij meewil in despirit van optimisme en positiviteit en het probleem wil aanpakken.De heer Van den Berg (JA21):Hier ben ik wel gevoelig voor, want ik wil natuurlijk mijn kinderen ook eengoede wereld nalaten. Ik ben dat dus helemaal met meneer Klos eens.Tegelijkertijd behandel ik dit dossier al sinds 2019 als Provinciale Statenliden ik ben er ook al mee bezig sinds ik een jaar of 10 ben. Dat heeft mij welop het idee gebracht dat we wel wat willen doen maar dat simpelweg nietalles mogelijk is. Een voorbeeld is de hoogspanningsverbinding inNoord-Holland, die pas in 2039 gereed is. Eerst was het 2036, nu 2039.Wat gaan we dan doen in de komende veertien jaar? Ik wil juist vooruit. Ikwil inderdaad een mooie wereld. Wat mij betreft zou het niet-benutten vandeze mogelijkheden stilstand betekenen. Ik wil graag vooruit. Kortom,laten we dan nu in de tussentijd bouwen aan het netwerk. In de toekomsthebben we dan nog veel mooiere mogelijkheden dan die we nu inzetten.De voorzitter:Goed. Dan geef ik nu het woord aan de laatste spreker. Dat is mevrouw DeVos.Mevrouw De Vos (FVD):Dank u wel, voorzitter. Een land dat zijn energievoorziening op het spelzet, dreigt zijn welvaart te verliezen. Zonder energie is er namelijk geenproductiviteit, geen industrie, geen vervoer, geen verwarming en geenverlichting. Een land dat zijn welvaart wil behouden, laat staan uitbreiden,moet zijn energievoorziening dus op orde hebben en houden. Het zou eenopen deur moeten zijn, maar zoals iemand die altijd in vrede heeft geleefdde afwezigheid van oorlog vanzelfsprekend dreigt te gaan vinden eniemand die nooit armoede heeft gekend zijn rijkdom vaak voor lief neemt,zo loopt een land dat voor generaties ruimschoots de beschikking heeftTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60425 gehad over gas, elektriciteit en benzine het risico die vanzelfsprekendheidargeloos te verspelen.Voorzitter. Het is precies wat we op dit moment op het Europese continentzien gebeuren. Terwijl de Verenigde Staten uit het klimaatakkoord vanParijs zijn gestapt en China wekelijks kolencentrales opent en onlangs ’swerelds eerste thoriumcentrale heeft geopend, zijn onze bestuurders in deban van een ideologisch project met de naam «energietransitie»: eenCO2-neutraal Nederland in 2050. De consequentie van dit project is eentotale elektrificatie van ons energiesysteem. Zo steeg het geïnstalleerdvermogen van zonnepanelen in tien jaar tijd met 2.800%. Het aantalwindturbines op land in Nederland steeg sinds 2016 met ruim 60% en hetaantal windturbines op zee met ruim 130%. Het aantal elektrische auto’ssteeg de afgelopen tien jaar van enkele tienduizenden naar ruim 644.000.Dat is een explosieve groei die rechtstreeks heeft geleid tot een overbe-lasting van ons stroomnet. Dat is netcongestie die enerzijds voorkomt bijinvoer, want er is meer productie dan het net kan transporteren. Dat zorgtvoor problemen, bijvoorbeeld als het waait én de zon schijnt. Anderzijds iser netcongestie bij afname. Er is meer vraag dan het net kan leveren,bijvoorbeeld wanneer iedereen na het werk zowel zijn elektrische autooplaadt als de inductiekookplaat aanzet.De Minister schrijft in haar brief van 6 oktober jongstleden dat 14.000grootverbruikers niet kunnen worden aangesloten. Ook bijna een derdevan de woningbouw heeft last van netcongestie. In Utrecht, Gelderland enFlevoland is het goed mogelijk dat in 2027 een groot deel van denieuwbouw stilvalt, aldus het IPO. Volgens TenneT dreigt vanaf 2033 zelfsserieuze stroomuitval. Stroomuitval in Nederland! We hadden een van debeste energiesystemen ter wereld, met goedkoop gas en schone enefficiënte kolencentrales. Dat zijn vormen van energie die altijd werken.Dat uitstekende energiesysteem zijn we aan het verliezen, en in het kielzogdaarvan onze welvaart. Die 14.000 bedrijven blijven namelijk niet eeuwigwachten op een stroomaansluiting. Die verdwijnen of vertrekken. Eenmaalvertrokken of verdwenen komen die niet zomaar weer terug. Ik hoor danook graag van de Minister wat hierop haar antwoord is. Hoe denkt zijNederland aantrekkelijk te kunnen houden? Kan zij aangeven welke van de54 klimaatsubsidies elektrificatie aanmoedigen en dus leiden tot nog meernetcongestie?Voorzitter. Forum voor Democratie zou het liefst vandaag nog stoppenmet de energietransitie. We moeten niet vertragen, niet bijsturen, maar ersimpelweg mee ophouden en in plaats daarvan teruggaan naar wat wélwerkt. Dat betekent heropening van het Groninger gasveld, uiteraard metruimhartige compensatie voor de Groningers en het aardbevingbestendigmaken van het gebied, investeren in kerncentrales, onderzoek naar debouw van thoriumcentrales en het openhouden van kolencentrales, dieook werken als de zon niet schijnt en de wind niet waait. Zo kunnenNederlanders hun energierekening weer betalen, kunnen bedrijven weeraan de slag en kan Nederland zijn welvaart behouden.Dank u wel.De voorzitter:Dank. Ik kijk en zie geen interrupties. Ik begrijp van de Minister dat zijongeveer een ruime twintig minuten nodig heeft voor de voorbereidingvan de beantwoording, dus dan stel ik voor dat wij hier om 16.15 uur weerbij elkaar komen.De vergadering wordt van 15.53 uur tot 16.19 uur geschorst.De voorzitter:Ik open hierbij de vergadering weer. Voor de nieuwe leden: de Ministergeeft altijd eerst een indeling in zogenaamde blokjes. Ik vraag de Ministerdus om dat te doen. Minister, gaat uw gang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60426 Minister Hermans:Ja, voorzitter, daar zal ik mee beginnen. Ik begin met alle vragen diegesteld zijn over ... Ik wilde «netcongestie» zeggen, maar daar gaat hethele debat over, excuus. Ik begin met het flexibeler gebruik van het net.Dan ga ik verder met alle vragen die gesteld zijn over het sneller bouwenen de versnellingsaanpak daarvan. Dan komen de vragen die gesteld zijnover opslag. Vervolgens komt het prioriteringskader en alles wat daarmeesamenhangt aan bod. Dan volgen de vragen over het decentrale energie-systeem. Tot slot volgt het bekende mapje overig of varia.De voorzitter:In principe doen we vier interrupties. Tegen de heer Van den Berg zeg ikdat dat dus vier losse vragen zijn.Minister Hermans:Voorzitter, dank u wel. Allereerst een heel hartelijk welkom aan alleKamerleden die nieuw zijn in deze commissie en soms ook helemaalnieuw in de Kamer. Ik zie uit naar constructieve en goede debatten over deklimaat- en energietransitie. Er zijn namelijk genoeg onderwerpenwaarover goede debatten te voeren zijn.Om mee te beginnen vandaag: het vraagstuk van de netcongestie, dedrukte op het stroomnet. Ik denk dat door elk van de Kamerleden, doorieder in eigen bewoordingen en met eigen voorbeelden, is neergezet hoedit probleem ons aan alle kanten in de weg zit. Het zit de energietransitiein de weg, evenals de klimaataanpak, de economie, de woningbouw en zokan ik nog wel even doorgaan. U heeft daar ook allemaal terechttekenende voorbeelden van genoemd. Deze voorbeelden helpen onstegelijkertijd ook weer, hoe tekenend en pijnlijk ze soms ook zijn, om totoplossingen te komen en laten ons bij het oplossen van die specifiekeproblemen nadenken over hoe je hier nu een generieke aanpak van kuntmaken.Voorzitter. Zoals ik zei, begin ik met alle vragen die over het flexibelergebruik van het net gaan. Onze energievraag gaat de komende jaren echtflink toenemen. We zullen dus hoe dan ook ons elektriciteitsnetwerkmoeten uitbreiden. Daarvoor moeten we bijbouwen en ook het bestaandenet op onderdelen verzwaren. Maar dat zijn echt trajecten van vele jaren.Al die 14.000 bedrijven die nu op de wachtlijst staan, hebben daar niksaan. Die willen veel sneller duidelijkheid, of nog veel liever, ruimte op hetstroomnet. Vandaar dat het beter en flexibeler benutten van de ruimte diewe hebben een ongelofelijk belangrijke lijn in de aanpak van netcongestieis. Überhaupt is flexibel gebruik van ons systeem een van de pijlerswaarop ons toekomstig energiesysteem rust. Zo is het van grote waarde,zowel voor de lange als de korte termijn, dat we die flexibiliteit in hetgebruik van het systeem in gaan bouwen.We zien dat er weliswaar in de afgelopen anderhalf à twee jaar veelproducten ontwikkeld zijn om dat flexibele gebruik te stimuleren, maar datdie op de plank liggen. Ik denk dat de berichtgeving naar aanleiding vanhet persbericht van ACM van gister dat ook onderstreept. Die productenliggen klaar, maar vinden nog onvoldoende hun weg naar zowel grote alskleine bedrijven, die daar eigenlijk om zitten te springen. Dat is de redengeweest dat ik samen met de netbeheerders, met de ACM, met hetbedrijfsleven, met MKB-Nederland en met VNO-NCW de handen ineenheb geslagen. We hebben gezegd dat we met aanvullende maatregelenmoeten komen om het flexibele gebruik verder omhoog te krijgen. Aandie aanpak werken we nu heel hard. Ik hoop ... Het is eigenlijk geen hoop,maar ik zeg u gewoon toe dat ik in januari de eerste resultaten van diegesprekken en die aanvullende maatregelen met u ga delen.Voorzitter. Volgens mij zijn het de woorden van de heer De Groot:«Flexibele opwek en verbruik moeten daadwerkelijk bijdragen aan extraaansluitruimte in congestiegebieden.» Als flexibiliteit structureel van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60427 grond komt, dan kunnen netbeheerders het effect ervan ook meenemen inhun prognoses en scenario’s. Daarover ging eigenlijk ook de vraag die deheer Klos stelde, die ook aansluit bij het bericht van de ACM van gister.Netbeheerders moeten goed inzicht krijgen en hebben in wanneer het nouprecies zo druk is op het net en wat dat betekent voor wanneer je dieflexibiliteit wil inbouwen. Ik zeg daar wel bij – dat is ook de reden waaromwe in die doorbraakaanpak niet alleen de netbeheerders en ACM aan tafelhebben uitgenodigd, maar ook het bedrijfsleven – dat we de bedrijven dieop de wachtlijst staan, maar juist ook de bedrijven die daar niet op staan,heel hard nodig hebben voor die oplossing. Het gaat om bedrijven die eencontract hebben waar mogelijk ruimte in zit en die, als zij hun procesflexibeler inrichten of met een flexibel contract gaan werken, ruimte vrijkunnen spelen voor bedrijven op de wachtlijst. In een aanpak die velefacetten heeft, hebben we elkaar dus allemaal nodig. Ik zei al dat ik injanuari de Kamer de eerste uitkomsten van die gesprekken stuur.Daar blijft het niet bij: ik zal de Kamer dan natuurlijk ook over devoortgang berichten. Daar zijn specifiek vragen over gesteld door de heerKlos, waar ik zo nog op zal ingaan, maar nu zeg ik vast in algemene zin: ikblijf daar natuurlijk over rapporteren, want ik denk dat het heel goed is omdaar steeds met elkaar op basis van de meest recente gegevens en cijfersover te discussiëren en te debatteren. Eerlijk gezegd denk ik ook niet dathet probleem zomaar weg is. Het zou ook nog best wel even erger kunnenworden. Daar zal ik ook eerlijk over zijn, maar ook dat moeten we onderogen zien en dan moeten we daarover met elkaar in debat gaan.Ik had het al over het belang van flex op de langere termijn. De heer Klosvroeg: wordt flex dan ook de norm? Dat is natuurlijk waar we naartoewerken. De inzichten en ideeën die we nu opdoen voor het oplossenvan die wachtrijenproblematiek zullen we daar dus ook bij betrekken. Datneemt niet weg dat we nu ook al alles op alles zetten om creatief eninnovatief te zijn in onze oplossingen, zeg ik ook in de richting van de heerGrinwis. Zo is de Flex-e-regeling genoemd, net als de kennisfunctie bij deRVO, die je zich ook in de regio’s ziet ontwikkelen. Ik noemde al desamenwerking, maar er is ook het samenwerkingsverband van netbe-heerders, installateurs en MKB-Nederland, waarin directe, praktischtoepasbare oplossingen worden gedeeld en verder worden uitgewerkt.Dat wordt ook vanuit het kabinet ondersteund.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):In ieder geval dank voor het ingaan op de flexibilisering. Toen het gingover die gesprekken, waar het ging over «doorbraakaanpak» en «inzicht»,ging er toch even door mijn hoofd heen: hoe gaat u dat dan borgen? Wantuiteindelijk zijn er al heel veel gesprekken geweest, en er zijn steedsgesprekken met allerlei organisaties. Het bericht van gisteren was wat mijbetreft ietwat onthutsend, omdat de netbeheerders weinig inzicht hebbenin wanneer hun netten vol zitten. Mijn vraag zou dus zijn: hoe gaat deMinister dat dan afspreken en hoe ga je dat borgen? Het zou jammer zijnals we in januari een brief krijgen waarin staat dat de inzet is om dat teverbeteren. Je zult toch een keer tot een resultaat moeten komen, is mijnbeleving.Minister Hermans:Ik ben het hartgrondig met de heer Jumelet eens wat betreft het «inzichtkrijgen in» en varianten op die formulering. We willen nu weten: wat gaanwe dan precies doen en over hoeveel tijd moet dat de eerste resultaten ofde eerste inzichten opleveren? Het is niet zo dat we vanaf nul beginnen. Inhet Landelijk Actieprogramma Netcongestie zitten drie lijnen: snellerbouwen, beter benutten en beter inzicht krijgen. Inzicht krijgen in wat erTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60428 speelt, wat er gebeurt en wat de knelpunten zijn, is namelijk de sleutelnaar een heel aantal oplossingen. Het is ook de sleutel naar het gesprekdat moet plaatsvinden tussen de rijksoverheid, provincies, gemeenten, denetbeheerders en TenneT. Dat inzicht in cijfers, voortgang, wachtrijen ende vragen wanneer het nou precies druk is op het net en waar de piekenzitten, leidt namelijk ook tot de soms ingewikkelde en ongemakkelijkegesprekken die je nodig hebt om goed te kunnen zien: wie is er nuverantwoordelijk en aan zet om hier iets te doen? Dus ja, ik zeg tegen deheer Jumelet dat die brief in januari echt concrete acties gaat bevatten. Opde verschillende momenten waarop ik rapporteer over de voortgang zal iknatuurlijk concreet ingaan op hoe dat loopt en hoe dat vordert.De heer Klos (D66):Het is fijn dat we daar in januari nog meer informatie over krijgen. Om nualvast een beetje inzicht te krijgen in die creatieve en innovatieveoplossingen, vroeg ik mij het volgende af over dat voorbeeld in Zeelandwaarover we eerder debatteerden. Daar kunnen plotseling 61 bedrijven uitde wachtrij komen omdat een bestaande partij, die de Minister ook noemt,heeft besloten om flexibel te gaan werken. Wat komt daar nou bij kijken?En wat heeft u nodig, misschien van de Kamer of van de ACM, om meernetbeheerders tot dat soort afspraken te laten komen? Ik kan me bijvoor-beeld ook voorstellen dat je dat bestuurlijk moet doen en dat je iemandnodig hebt die gaat aanjagen dat bedrijven en netbeheerders beter metelkaar in contact komen in plaats van dat we ze willekeurige brievensturen. Ik kan me ook voorstellen dat we daar meer geld bij doen, zodat definanciële grenzen wat worden opgerekt, omdat we zien dat hetmaatschappelijke probleem zo groot is en de kosten zo hoog zijn dat weop de korte termijn veel meer kunnen doen.Minister Hermans:De heer Klos noemde het in zijn bijdrage de «gordiaanse knoop». Ik zatdaarover na te denken en toen dacht ik dat je ergens misschien wel zouwillen dat het een knoop was, want dat draadje zit tenminste aan elkaar. Indit vraagstuk zitten heel veel draadjes nog niet aan elkaar en we hebbenook nog niet overal inzicht in. Dat laatste was het punt van de heerJumelet. Het is dus ook nog eens zoeken naar al die draadjes in de mist,waarvan sommige dus in de knoop zitten. Het vormgeven van dezeaanpak is ook oefenen, oefenen, oefenen, zoals wij net tegen elkaarzeiden. De heer Klos refereert aan een voorbeeld in Zeeland. Er is ook nogéén specifiek voorbeeld van een bedrijf in Zeeland dat flexibiliteit in hunproductieproces heeft aangebracht en daarmee voor wel negen of tienbedrijven op de wachtlijst ruimte heeft gecreëerd. Je wil eigenlijk heelprecies weten hoe dat nou is gegaan, welke stappen er zijn gezet en waarze tegenaan gelopen zijn. Je loopt daar namelijk juridisch, praktisch entechnisch – we kunnen het allemaal verzinnen – tegen van alles aan. Hoestandaardiseer je dat soort aanpakken, om die zo snel als mogelijk opandere plekken in te kunnen zetten en daar niet opnieuw het wiel tehoeven uitvinden?Er zijn verschillende overleggen waar al die partijen aan tafel zitten. Aaneen aantal daarvan neem ik zelf deel. Ik weet dus niet of het nu zin heeftom daar nog een overleg, een regisseur of zoiets aan te voegen. Ik hadtoevallig gisteren nog zo’n overleg. Daar zeiden we wel tegen elkaar datwe in deze transitie nu echt in de fase van realisatie zitten. Dat vraagt dusook heel concreet om het op tafel krijgen van dit soort casuïstiek, inclusiefde inzichten waar we het net over hadden. Dan kan je namelijk gaanaanwijzen wat echt iets is wat de provincies moeten of wat echt iets is watde rijksoverheid moet doen. Ik geloof dus heel erg dat het daarin zit. Datbetekent dus ook dat je elkaar durft aan te spreken en dat je dat ingewik-kelde gesprek voert. Dat zal soms ook betekenen dat je dingen terdiscussie moet durven stellen die we altijd heel normaal en vanzelf-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60429 sprekend hebben gevonden in procedures, inspraak of beroepsmogelijk-heden. Ik kom zo op de versnellingsaanpak. Als we echt willen versnellenof echt iets willen doorbreken, dan moeten we die vanzelfsprekendmisschien even aan de kant zetten, in het belang van een versnelling indeze aanpak.De voorzitter:De Minister vervolgt haar betoog.Minister Hermans:De heer Flach vroeg mij of we de Flex-e-regeling gaan opschalen. Wehebben de huidige subsidieregeling net geëvalueerd. Daar is een aantalinteressante inzichten uit gekomen, waarmee we de openstelling voorvolgend jaar kunnen verbeteren. We verkennen ook de noodzaak en dewenselijkheid van nog een aantal aanpassingen om te kunnen opschalenin het type bedrijf dat er toegang toe heeft. Als de heer Flach ookopschaling in termen van geld bedoelt, dan kan ik hem zeggen dat er nugeld is voor een nieuwe openstelling, maar er geen geld komt bovenopwat er gereserveerd is. Een nieuw kabinet kan daar altijd andere keuzes inmaken.Voorzitter. Dan denk ik dat ik, in antwoord op de heer De Groot, de heerKops en de heer Klos, mijn reactie op het bericht van de ACM van gisterenwel gegeven heb. Ik snap die constatering en zeg wel: het gaat om inzichtbij de netbeheerders én om die samenwerking met dat bedrijfsleven.Voorzitter. Ik ben ook in de richting van de heer Jumelet ingegaan op hetinzicht.Dan de vraag van de heer Flach over de FGU-regio. Hij zei dat daarprognoses zijn geactualiseerd en aangescherpt en als gevolg daarvan deverwachte netbelasting naar beneden is bijgesteld. Hij vroeg of ik dieaanpak ook voor andere gebieden wil gaan toepassen. Ik kan daar alleenmaar het volgende over zeggen. Die prognoses zijn essentieel. Ik ben blijmet de aanscherpingen die via die FGU-regeling tot stand zijn gekomen.Met de partners in het Landelijk Actieprogramma Netcongestie, het LAN,en de partners in die doorbraakaanpak ben ik bezig om dat snel ook in dieandere gebieden voor elkaar te krijgen.Voorzitter. Er is een aantal vragen gesteld over de differentiatie in tarieven,ook om dat flexgebruik te stimuleren. Dan begin ik met een vraag van deheer Klos. Hij vraagt wanneer de Kamer de invoering daarvan kanverwachten. De tijdsafhankelijke tarieven voor partijen op het hoogspan-ningsnet zijn op 1 januari dit jaar ingevoerd. Voor kleinverbruikers op hetnet van de regionale netbeheerders is de planning dat dat nieuwetijdsgebonden gedifferentieerde tarief in 2028 wordt ingevoerd. Ik weet uiteen overleg van vorige week of de week daarvoor dat de netbeheerdersdaar, natuurlijk samen met de ACM, echt keihard aan werken.Voorzitter. Ik maak het even af. Voor de grootverbruikers op het net van deregionale netbeheerders is nog niet met zekerheid te zeggen wanneer detijdsgebonden nettarieven worden geïmplementeerd. Ik verwacht dat hetcodewijzigingsvoorstel begin 2026 door de netbeheerders bij de ACMingediend wordt, die daarna natuurlijk marktpartijen moet consulteren eneen besluit moet nemen. Dat zal op zijn laatst ook in 2028 van krachtworden.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Kops.De heer Kops (PVV):Kan de Minister aangeven hoe dat gedifferentieerde tarief voor kleinver-bruikers er in 2028 ongeveer uit komt te zien?Minister Hermans:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60430 Aan die vormgeving wordt nu hard gewerkt. Daar hebben we hier in deKamer weleens over gediscussieerd, want er lag een gedifferentieerdvoorstel met wel 24 of 28 verschillende tarieven, geloof ik. Er is toen ooknog een motie ingediend, ik dacht door mevrouw Postma van NSC, omdat eenvoudiger te maken. Ik merk daarbij op dat ik ook vind dat dattariefsysteem begrijpelijk moet zijn, moet bijdragen aan het doel dat wehebben en hanteerbaar moet zijn voor de mensen die er gebruik van gaanmaken; dat zijn in dit geval ook huishoudens. Daarmee zijn de netbe-heerders aan de slag gegaan. De basis om dat verder uit te werken, ligt ernu. De exacte details wil ik uiteraard nagaan en op papier zetten, als deheer Kops daar meer over wil weten, maar ik ken nu niet alle details.De heer Kops (PVV):Dat begrijp ik. Ik hoef nu ook niet alle details, maar de vraag is wel of detarieven dan op piekmomenten omhooggaan of op dalmomentenomlaaggaan. Daarmee bedoel ik: worden die kleinverbruikers beloond alsze hun verbruik verplaatsen of worden ze gestraft als ze dat niet doen?Minister Hermans:De bedoeling van deze tarieven is natuurlijk om het gebruik te spreidenover de dag en om de druk af te halen van de piekbelasting tussen 17.00uur en 19.00 uur ’s avonds, om een voorbeeld te noemen. Je wilt dusstimuleren dat mensen stroom gebruiken op de rustigere momenten. Datkan je doen door de stroom op die momenten wat goedkoper te maken endus wat duurder te maken als die schaars is. Ik spreek dus liever van«stimuleren» en dus ook van «belonen» als je het gebruikt op de rustigeremomenten, dan van de woorden die de heer Kops gebruikte. Maar heelkort door de bocht: op de dalmomenten gaat het tarief omlaag en op depiekmomenten gaat het tarief omhoog.De heer Kops (PVV):Concluderend. Kan het dan dus zo zijn dat huishoudens die niet in staatzijn om hun verbruik te verplaatsen hun rekening zien stijgen? Mensenzijn gewoon afhankelijk van apparaten. Die mensen worden dus eigenlijkgewoon gestraft, terwijl ze er niets aan kunnen doen. Klopt dat dan?Minister Hermans:Als je gewoon kijkt naar je elektriciteitsverbruik gedurende de dag, dandenk ik dat wij allemaal met kleine aanpassingen echt al wel een effectkunnen bewerkstelligen. Dit gaat natuurlijk vooral van toepassing zijn opdie situaties waar er én tussen 17.00 uur en 19.00 uur een elektrische autowordt opgeladen én elektrisch wordt gekookt én de warmtepomp op volletoeren draait. Het gaat dan om de mensen die ook echt veel gebruikmakenvan het elektriciteitsnet. Dat is op zich goed, want het zijn allemaalmaatregelen die helpen bij de verduurzaming en de energietransitie.Tegelijkertijd vind ik ook dat je voor mensen die dat dus minder doen opdeze manier goede prikkels in het gebruik inbouwt. Maar ik herhaal ookwat ik aan het begin zei: iedereen kan met kleine aanpassingen echt al welwat voor elkaar krijgen. Alle kleine beetjes doen, alles bij elkaar opgeteld,echt al wel wat.De voorzitter:Dit is dan uw laatste interruptie, meneer Kops.De heer Kops (PVV):Dat is eigenlijk precies wat ik bedoel. De Minister heeft het over elektrischkoken; bij mijn weten doen mensen dat ’s avonds en niet ’s morgensvroeg. En als je de warmtepomp aanzet om je huis te verwarmen, dan doeje dat als je ’s avonds na je werk thuiskomt. Dat doe je niet ’s morgensvroeg of ’s middags als je er niet bent. Het gaat me er dan om dat dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60431 mensen toch eigenlijk geen mogelijkheid hebben om hun verbruik echtsubstantieel te verplaatsen. Onderaan de streep is het dan toch zo datmensen door die hogere tarieven op de piekmomenten gewoon meergaan betalen, terwijl ze er niks aan kunnen doen. Dat is toch zo?Minister Hermans:Ik ga het hier niet tot achter de komma berekenen. Als de heer Kops meerover de details wil weten, dan kan ik daar, zoals gezegd, uiteraard in eenbrief op ingaan. Ik moet daar dan ook wat dingen voor navragen. Maar deverwachting is nu dat mensen die weinig elektriciteit gebruiken – iknoemde net al het voorbeeld van mensen die geen elektrische autohebben – ook minder gaan betalen dan zonder de wijziging die nuvoorzien is. Los daarvan kijken we natuurlijk altijd naar wat voorflankerend beleid er voor kwetsbare groepen nodig is om iets te doen aanrare uitschieters, mochten die er onverhoopt toch zijn.De heer Flach (SGP):Even doorgaand op dit onderwerp. Het is uiteindelijk natuurlijk debedoeling dat heel veel mensen straks een elektrische auto rijden,elektrisch koken enzovoorts. Zou het dan niet goed zijn om te kijken of weniet een soort bodem moeten leggen voor normaal levensgebruik, als jegaat belasten op piektarieven? Je moet nou eenmaal eten als je ’s avondsuit je werk komt. We moeten niet in de situatie terechtkomen dat mensenmoeten kiezen tussen eten in de kou of honger hebben in de warmte. Hetmoet wel mogelijk zijn om gewoon in een verwarmd huis thuis te komenen te eten. Laten we er een soort basis in verwerken, waar mensen geeninvloed op hebben. Als je wil gaan belasten op pieken, doe dat dan opbeïnvloedbare zaken en momenten.Minister Hermans:Ik weet niet of we het woord «bodem» gaan gebruiken, maar zoiets zit welin het nieuwe systeem. We verbruiken nu ook allemaal al. Daar betalen wenu ook voor. We willen met die tarieven kijken of je het verbruik wat kanverschuiven over de dag, van piek- naar dalmomenten. De verwachting isecht dat mensen die minder elektriciteit verbruiken straks in het nieuwesysteem ook echt minder gaan betalen dan dat ze nu doen. Dat zei ik netook al in de richting van de heer Kops. In het nieuwe systeem wordt errekening gehouden met zo’n bodem of zo’n basis. En nogmaals, we zullennatuurlijk ook oog hebben voor dat flankerend beleid.De voorzitter:De Minister vervolgt haar betoog.Minister Hermans:Voorzitter. De heer De Groot vraagt hoe wij zorgen dat de flexproductenvoor kleinverbruikers al vóór de invoering van nieuwe nettarieven in 2028toegankelijk worden voor particuliere mkb’ers en energiegemeen-schappen. Ik zei net al dat we naar een situatie toe moeten waarinkleinverbruikers slim en flexibel gebruikmaken van het net. Daaromschalen we die oplossingen op en passen we ze toe, samen met denetbeheerders. Zo wordt bijvoorbeeld netbewust laden al vanaf dezewinter versneld uitgerold in regio’s door heel Nederland. We ontwikkelensamen met netbeheerders en energieleveranciers nieuwe flexmarktpropo-sities zodat huishoudens, mkb’ers en de energiegemeenschappen kunnendeelnemen aan en meeprofiteren van het flexibele energiesysteem. Daarlopen al verschillende pilots voor; die worden komend jaar ook verderopgeschaald. Verder maken we in 2026 afspraken met fabrikanten overwaar slimme apparaten aan moeten voldoen, zodat laadpalen enbatterijen maar ook warmtepompen en andere apparaten flexibel en veiligTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60432 worden ingezet. Dat is natuurlijk een randvoorwaarde om de flexmarktvoor kleinverbruik ook echt te ontwikkelen.De heer Flach vroeg of er voor bedrijven die meewerken aan flexibili-sering van hun stroomgebruik een korting op de nettarieven of voorrangbij beperkte aansluitingscapaciteit kan komen. Dat is al het geval, zeg iktegen de heer Flach. Bedrijven die een van de nieuwe flexibele transporto-vereenkomsten afsluiten, krijgen al een korting op hun nettarieven. Dezepartijen kunnen met contractvormen ook in de wachtrij geholpen worden.Daarnaast geeft het prioriteringskader de zogenaamde congestiever-zachters voorrang op andere partijen in de wachtrijen. Ik ga zo meteennog nader in op het prioriteringskader, maar dit even naar aanleiding vande vraag van de heer Flach.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Ik heb een vraag voor de Minister. Ik zit toch nog even na te denken hoehet in de praktijk nou gaat uitpakken als we die netwerken flexibiliseren,en dan vooral die tarieven. Ik geef even een casus. Stel nou dat iemandbijvoorbeeld thuisbatterijen heeft, wat natuurlijk steeds vaker het geval is.Ik kan me later natuurlijk nog wel inlezen, maar ik vraag me af hoe het nouzit. Enerzijds heb je natuurlijk de onbalansmarkt, anderzijds de frequentie-markt, anderzijds de congestiemarkt. Op zo’n piekmoment, zo’ntijdvenster, kan het natuurlijk best wel goed zijn voor het netwerk om juistwel te gaan laden. Die thuisbatterijen kunnen bijvoorbeeld 130 kilowattuurladen. Zou dat elkaar niet kunnen tegenwerken? Ik begrijp dat het eentechnische vraag is en heb er dus alle begrip voor als u er later op wiltterugkomen, maar ik ben toch wel benieuwd of er wel volledig rekeningwordt gehouden met die facetten.Minister Hermans:Ik zal uitleggen wat ik even lastig vind. Ik schetste de hoofdlijnen van dedifferentiatietarieven kleinverbruikers zoals daar nu aan gewerkt wordtmet als doel om die in 2028 in te laten gaan. Er komen nu allerleitechnische vragen in dat model, terwijl we nog werken aan dat model. Dievragen vind ik op zich terecht. Ik voer er heel graag een debat over, maardan moeten we ook echt daar een debat over organiseren. Dan zal ik ookde benodigde informatie daarover delen met de Kamer. Dat neemt nietweg dat het heel terecht is wat de heer Van den Berg zegt. We bouweneen heel nieuw energiesysteem. Het was heel centraal gericht; het wordtnu veel decentraler. Er komt veel meer flexibiliteit in, waar batterijen ookeen rol in gaan spelen. Die wil je op zo’n manier inzetten dat ze netcon-gestie niet verergeren, wat nu helaas soms wel nog het geval is. Hetmaken van het nieuwe energiesysteem en tegelijkertijd de netcongestieoplossen, is schaken op een heleboel borden en een heleboel techniekenbij elkaar brengen die ook nog in ontwikkeling zijn en waar nog niet alonze modellen helemaal op zijn aangepast, of het nou tarieven zijn ofwetgeving of vergunningsprocedures. Dit zeg ik in algemene zin tegen deheer Van den Berg. Natuurlijk kijken we naar die verschillende aspecten.Als we nu helemaal inzoomen op dat voorstel, dan komen we echt in dekrochten – dat zeg ik met alle respect voor die krochten – van een modelwaarvan ook ik nu niet alle details exact ken. Zover zijn we ook nog niet inde uitwerking. Zodra daar meer over bekend is, zal ik dat vanzelfsprekenddelen.De voorzitter:Ik merk op dat we in het eerste blokje zitten en dat de leden zin hebben inhet debat, maar ook dat we ruim in de tijd zitten. Ik doe nu alvast deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60433 vooraankondiging dat ik best meer interrupties toe ga laten en dus welnaar zes wil.De heer Jumelet (CDA):Het gaat heel goed, hoor, voorzitter. Ik zat even te twijfelen of ik inderdaadwilde interrumperen, maar ik doe het toch, omdat het al heel huiselijkging over de vraag wanneer je een inductiekookplaat aanzet en de autooplaadt. Ik sprak deze week al met Vereniging Eigen Huis. Mijn vraag iseen uitvloeisel daarvan, namelijk hoe je de situatie inzichtelijk kan houden,zodat je draagvlak houdt voor de hele energietransitie. In dat gesprekbleek al heel snel dat mensen toch heel veel moeite hebben om derekening te lezen. Als we ook nog eens een keer gaan differentiëren enallerlei zaken gaan toevoegen – dat is op zich heel goed, want datconstateren we met elkaar – zou ik willen vragen hoe je dat inzichtelijkvoor mensen kan houden. Ik begon zelf in mijn bijdrage ook over inzicht,ook juist voor mensen in hun situatie thuis. Ik zou daar aandacht voorwillen vragen, ook bij de netbeheerders en bij al degenen die ook aan tafelzitten, om zo draagvlak te houden. Wie kan de rekening nog lezen?Minister Hermans:Dat deel ik volledig. Daarom is een van de uitgangspunten die we, medenaar aanleiding van het debat in de Kamer en een ingediende motie,hebben meegegeven dat we moeten zorgen voor begrijpelijkheid eninzicht. Je wilt namelijk snappen wat er op die rekening staat, zodat jeweet hoe je je gedrag moet aanpassen om die rekening omlaag te krijgen.De voorzitter:De Minister vervolgt.Minister Hermans:Ik ga verder met een vraag van de heer Flach over de energy hubs. Diebieden kansen, maar er is ook een concreet knelpunt ... O, de heer Flach iseven verdwenen, maar ik ga de vraag toch beantwoorden. Die gaat eroverdat er weinig ruimte wordt geboden voor aansluiting van bedrijven opgesloten distributiesystemen met energieopwekking of voor het recht-streeks koppelen van een windturbine aan het verdeelstation van eenbedrijventerrein. Zijn vraag is hoe dit zich verhoudt tot die decentrali-sering. Ik ben het erg eens met de heer Flach dat we die energy hubs –daar is de heer Flach weer – hard nodig hebben en dat die kansen biedenom dat net slimmer te benutten. Het lastige is dat Europese kadersbeperkingen stellen om derde partijen aan te sluiten op dat geslotendistributiesysteem. Ik ben op dit moment in gesprek met medeoverheden,de netbeheerders en de ACM om te kijken hoe we dat aantal energy hubskunnen opschalen en hoe we problemen met het type knelpunten, zoalsook door de heer Flach geschetst, kunnen oplossen. Dat moet daaronderdeel van zijn. Dat opschalen heeft anders ook niet heel veel zin. Ik zalde Kamer in januari informeren over het resultaat van die gesprekken ende vraag hoe we hiermee omgaan.Voorzitter. Dan een vraag van de heer Van den Berg over de netwerkta-rieven. Die gaan in de komende jaren oplopen, zoals de heer Van den Bergterecht noemde. Hij vroeg hoe we daarmee omgaan. Dit vraagstuk isafgelopen jaar in een uitgebreid ibo, een interdepartementaal beleidson-derzoek, onder de loep genomen. Er is een aantal voorstellen gedaan overde vraag hoe je met die kosten om kan gaan. Een van de voorstellendaarvoor – dat hebben we ook uitgebreid onderzocht – is om die rekeningover een langere periode uit te kunnen smeren, de zogenaamde amortisa-tievariant. Helaas heeft nader onderzoek, na dat ibo, uitgewezen dat dattoch niet de oplossing is voor dit moment. Daarmee is het probleem nietweg. Ten behoeve van de formatie heb ik dus gevraagd om hiervoor eenaantal alternatieve oplossingen in kaart te brengen, maar ik zeg er wel bijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60434 dat die gepaard gaan met vrij hoge kosten. Dat is dus echt een wegingvoor een volgend kabinet. Tegelijkertijd blijven we doorwerken aan datflexibelere gebruik van het energienet en daarbij ook aan gerichteondersteuning, omdat dat ook voor iedereen voordelen kan opleveren.Voorzitter. Dan kom ik bij het tweede blokje. Dat is ook een lijn uit hetLandelijk Actieprogramma Netcongestie.De voorzitter:Voordat de Minister doorgaat: ik zie nog een interruptie van de heer Vanden Berg.De heer Van den Berg (JA21):Ik probeer hier even wat te begrijpen. De netwerktarieven komennatuurlijk voort uit de netbeheerders, bijvoorbeeld Liander of TenneT. Inhet geval van TenneT: dat is voor 100% een staatsdeelneming, die haaruitbreidingen dan weer financiert met leningen die ze op de markt betrekt,door middel van een staatsgarantie. Hoe zouden we dat nou kunnendempen? Dat is een vraag die ik wil meegeven. Het blijft natuurlijk eenbedrijf dat zijn tarieven doorbelast aan de markt. Als overheid zouden wijdaar wellicht iets aan willen doen, dus ik wil eigenlijk de vraag opgooien:moeten wij ons niet verder in TenneT gaan roeren, om het meer naar onstoe te kunnen trekken? Dat betekent natuurlijk wel weer dat de kosten vanTenneT op de begroting terechtkomen, waar ze nu niet zitten.Minister Hermans:Ik ben het met de heer Van den Berg eens dat de hoogte van de elektrici-teitskosten in Nederland op dit moment op verschillende manieren en inverschillende sectoren een probleem veroorzaakt. De heer Van den Bergstelde mij ook nog een vraag over de energie-intensieve industrie inNederland. Daar zal ik zo direct in het verlengde hiervan op ingaan, omdatik denk dat dat een van de elementen is die er op dit moment voor zorgtdat onze industrie het zwaar heeft. We zien dat die nettarieven dekomende jaren verder gaan stijgen door de investeringen die TenneT dekomende jaren doet. Dat is namelijk hoe we het systeem georganiseerdhebben: TenneT doet die investeringen en berekent de kosten door in denettarieven die wij allemaal, huishoudens maar ook bedrijven, betalen.We kijken dus naar manieren om die stijging van nettarieven af te latenvlakken om het totaal van de elektriciteitskosten onder controle te houden.Ik noemde net al één variant die we daarvoor bekeken hebben. Eenandere variant is een subsidie, maar het gaat wel over grote bedragen enhet is echt een afweging of je daar op die manier geld voor wil vrijmaken.Hoe doe je dat in de tijd en financier je dat door ergens op te bezuinigenof door lasten te verhogen? Er zijn allerlei varianten denkbaar, maar dit isecht een groot vraagstuk. Dit demissionaire kabinet kan daar geen besluitmeer over nemen, maar ik zie het wel als mijn verantwoordelijkheid omeen aantal opties neer te leggen waaruit gekozen kan worden als je ietsaan dit vraagstuk wil doen.Nogmaals, de heer Van den Berg vroeg mij ook: hoe voorkom je nou datdie industrie uit Nederland vertrekt? Een van de elementen is, denk ik, hetkijken naar die energiekosten en hoe je die in toom kan houden, zodat jeje concurrentiepositie overeind houdt. Die wordt overigens door meer danalleen energiekosten bepaald, zeker in die energie-intensieve industrie,zeker in de chemie- en staalsector. Die sectoren staan bijvoorbeeld ookonder druk door dumping van goedkope chemische producten engoedkoop staal uit China. Je zult ook een heel aantal andere randvoor-waarden op orde moeten brengen om die industrie hier in Nederland tekunnen verduurzamen, zoals CCS, netcongestie natuurlijk en elektriciteits-kosten. We hadden ook een probleem met de raffinageroute voor de inzetvan waterstof. Dat is nu gelukkig opgelost, maar dat moet nu wel allemaalzijn beslag gaan krijgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60435 Voorzitter. Daarmee heb ik de vraag van de heer Van den Berg beant-woord en kom ik bij sneller bouwen. Ik denk dat ieder van u daar terechtopmerkingen over heeft gemaakt. Voor de verzwaring en uitbreiding vanhet net en voor het bouwen van hoogspanningsstations zullen deprocedures en doorlooptijd van die projecten sneller moeten. In april vandit jaar heeft het kabinet daarvoor een maatregelenpakket aangekondigd.Daarin zitten een aantal aanpassingen van wet- en regelgeving om dieprocedures te versnellen, maar ook afspraken met TenneT om bijvoor-beeld een aantal dingen in hun werkwijze aan te passen. Zij gaan nubepaalde werkzaamheden parallel uitvoeren, in plaats van na elkaar. Wehebben ook een gebiedsfonds ingericht, waarmee we in gebieden waardit soort grote energieprojecten plaatsvinden ook wat geld beschikbaarhebben om de negatieve effecten, zoals de overlast die mensen ervaren,heel gericht te kunnen mitigeren.Er werd gevraagd om even precies in te gaan op de maatregelen. Deeerste versnellingsmaatregel wordt op 1 januari 2026 van kracht. Dat is dezogenaamde gedoogplicht van rechtswege in de ontwerpfase. Deontwerpfase houdt in dat er nog niet gebouwd wordt, maar dat er gewoongekeken wordt waar een station terecht kan komen. TenneT mag in dieontwerpfase bij grondeigenaren op het terrein komen om daar onderzoeknaar te doen. Dat kan dan niet worden tegengehouden met langeprocedures. Deze maatregel kan versnelling tot anderhalf jaar opleveren.Een andere maatregel die we genomen hebben, is de procedureleversnelling van elektriciteitsprojecten. Die ziet in eerste instantie opberoep bij de Raad van State. Ik heb daar een AMvB voor voorgehangenbij beide Kamers. Die voorhangprocedure is net afgerond. Ik heb de AMvBnu ingediend bij de Raad van State. Zodra die terugkomt, kán deze vankracht worden. Maar ik zeg daar wel bij dat de AMvB onder de Wet regieop de volkshuisvesting hangt, die natuurlijk nog wel aangenomen moetworden in de Eerste Kamer.Dan kom ik op een vraag van mevrouw Van Oosterhout. Zij vroeg of ereigenlijk niet één versnellingswet gemaakt kan worden, met daarin allemaatregelen die in de brief van april geschetst zijn. Ik had eigenlijkdatzelfde idee. Zo startte ik in april aan dat versnellingspakket. Maar metalle stappen die je daarvoor moet doorlopen, internetconsultatie, Raadvan State et cetera, kan het wel twee jaar duren voordat zo’n versnel-lingswet klaar is en ook in de Kamer ligt. We hebben dus gekozen vooreen aanpak waarbij we zoeken naar lopende wetstrajecten waar je ditsoort versnellingsmaatregelen in kan ophangen, zodat je ze zo snelmogelijk van kracht laat zijn. We hebben bijvoorbeeld de gedoogplichtonder de Verzamelwet KGG kunnen regelen en de AMvB die ik netnoemde dus onder de Wet regie op de volkshuisvesting. Tegelijkertijdloopt er ook een aanpassing van de Omgevingswet, waaronder ook nogeen aantal versnellingsmaatregelen zal worden ingediend.Voorzitter. De heer De Groot vroeg of er voldoende personeel en capaciteitis bij de provincies en gemeenten, en of de vliegende brigade daar ook bijgaat helpen. Het eerlijke antwoord is dat er nu niet bij alle gemeenten enprovincies voldoende juridische capaciteit en kennis aanwezig is. Ditkabinet heeft daarom om precies te zijn 22,5 miljoen euro vrijgemaaktvoor de uitbreiding van de expertpool voor de energie-infrastructuur – wenoemen die ook wel de «vliegende brigade» – zodat daar meer kennis enexpertise aan toegevoegd kan worden. Die pool is er dus ook echt opgericht om gemeenten en provincies bij specifieke projecten te helpen.Dat doen we nu bijvoorbeeld bij het station Utrecht-Noord, waar eenonafhankelijke begeleider uit die pool is ingezet.Voorzitter. Dan had de heer Flach een vraag over het stikstofprobleem enhoe dat nou ook de snelheid van het uitvoeren van energie-infrastructuurprojecten raakt. Dat geldt in brede zin, zeg ik daar direct bij.We hebben naar aanleiding van de motie-Flach een aantal opties bekeken,zoals de algehele vrijstelling. Die vrijstelling is juridisch gewoon teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60436 kwetsbaar, hoezeer ik het ook begrijp en de redenering daarachter kanvolgen. Het zijn uiteindelijk natuurlijk stikstofreducerende projecten, maarvoor een algehele vrijstelling is het risico gewoon te groot. Dat kunnen weniet doen. Ik zal aan het begin van het jaar een update geven over hetstikstofprogramma dat wij nu maken en opzetten om ervoor te zorgen dater wel tempo in de energieprojecten wordt gehouden.Dan vroeg de heer Flach mij ook naar de implementatie van RED III. Datwetsvoorstel komt op hele korte termijn naar de Kamer. Ik heb het terugvan de Raad van State. Het moet nog formeel door de ministerraad endan stuur ik het aan de Kamer.De heer Flach (SGP):Het is goed dat we die wet tegemoet kunnen zien. Mijn vraag was daarnatuurlijk aan gekoppeld. RED III gaat niet alleen over soepele vergun-ningverlening voor de hernieuwbare-energieprojecten zelf, maar ook overde fase van aanleg van de infra. Welke mogelijkheden ziet de Ministerdaarin om op die manier versnelling te bewerkstelligen?Minister Hermans:De heer Flach refereert aan de versnellingsgebieden, denk ik. Daarnaarhebben we gekeken. De mogelijkheden daarvoor zijn in Nederland echterwaarschijnlijk beperkt, omdat wij via MER-procedures al veel versnellingaanbrengen. Daar waar nog kansen zijn, zullen we die natuurlijk nietonbenut laten. Maar de inschatting dat daaruit echt nog een versnellingkomt, is beperkt.Voorzitter. Dan vroeg de heer Vermeer naar de projectaanpak met TenneTen de 26 projecten die wij geselecteerd hebben in de aprilbrief. Ik zie deheer Vermeer verbaasd kijken. Dan is dat dus niet zo. Dan kan ik daardesgevraagd altijd nog op ingaan, maar laat ik het voor nu even zitten.Dan kom ik bij de vraag van de heer Klos over de concrete resultaats-doelen en de doorlooptijdverkorting voor de wachtrij, maar ook over deversnelling van dit project. Ik heb net iets gezegd over wat die verschil-lende maatregelen kunnen doen. Het is niet zo dat je ze altijd zomaar kanoptellen en dat het per project een simpele rekensom is. Er spelennamelijk ook veel andere factoren.Over de realisatie van de energie-infrastructuur en de stand van zaken zalik de Kamer ook op korte termijn informeren. Dan stuur ik het projec-tenboek mee. Daarin komt dan de status van alle nationale projecten.Daarnaast heb ik gisteren over monitoring gesproken met de netbe-heerders. We willen goed inzicht krijgen in de stand van die nationaleprojecten, maar ook in het effect van de versnellingsmaatregelen.We hebben natuurlijk net het investeringsplan van TenneT gekregen. Ikweet niet hoe het u verging toen u het las, maar ik was verrast toen ikdaarin over die grote vertraging van een investeringsprogramma las. Datprogramma liet nog geen twee jaar geleden een ander beeld zien. Dus wehebben met elkaar afgesproken dat we daar frequenter inzicht in willenkrijgen, ook in wat nou precies de knelpunten zijn. Dan kunnen we daarsneller op sturen en krijgen we ook een beeld van wat de versnellings-maatregelen nou doen op de verschillende projecten. De bedoeling is datde monitor in het tweede kwartaal van 2026 klaar is en twee keer per jaarwordt bijgewerkt. Ik zal de Kamer dan ook twee keer per jaar – dat is dusongeveer halfjaarlijks – updaten over de stand van zaken. U krijgt dus ookinzicht in het effect.Dan vroeg de heer Jumelet naar een van de projecten die in het investe-ringsplan vertraging oploopt. Dat betreft het station Veenoord-Boerdijk.De heer Jumelet vroeg hoe dat nou kan, omdat alle vergunningenverleend zijn en er nu toch drie tot vijf jaar vertraging optreedt. Dit is zo’nvoorbeeld waarover ik ook verbaasd was. Ik denk dat hier ... Hoe zal ik hetzeggen? Er liep een Raad van Stateprocedure. De verwachting bij TenneTwas dat die even zou duren, maar het ging ineens heel snel. Toen warenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60437 de teams die eigenlijk bezig waren met dit specifieke project, al op ietsanders ingezet. De capaciteit was dus al verschoven naar een anderproject, met als gevolg dat dit project weer even moest wachten. Dat isfrustrerend. Ik zeg dit niet om het goed te praten, maar om te verklarenwaar het vandaan komt. Heel praktisch: tijdens het bouwrijp maken vande gronden waren er aanvullende bodemonderzoeken nodig. Maar dit bijelkaar opgeteld, plus een conservatievere raming of planning in datinvesteringsprogramma, zorgt voor die nu geschatte vertraging. Ik leg mepersoonlijk niet neer bij de vertraging die nu geschat is, dus ik zal, binnenwat ik kan doen, alles op alles zetten om die vertraging te beperken. Zoalsook wel doorklonk in de woorden van de heer Jumelet, is dit eenvergunning die is afgegeven. Hier zit het probleem dus niet in tragevergunningsprocedures. Die vergunning kan dus gewoon gemateriali-seerd worden. Laten we dat dan ook zo snel mogelijk doen. De toetsingvan het investeringsplan ligt bij de ACM, dus ik kan dat niet betrekken bijdie toetsing.De heer Jumelet (CDA):Fijn dat de Minister op deze manier reageert, want we spreken hier metelkaar over versnellen. Het ligt hier in deze specifieke casus dus niet aande desbetreffende gemeente of provincie. Het gaat echt om het bestem-mingsplan: dat was al vanaf augustus 2023 onherroepelijk. De grondwerk-zaamheden zijn afgerond. De bouwwegen zijn aangelegd. De vergun-ningen voor het bouwen zijn verleend. Als we dan hier met elkaar sprekenover versnellen, moeten we, denk ik, juist ook op dit soort punten echt devinger aan de pols te houden. Dan gaat het dus zelfs sneller dan weverwachten en dan zitten we toch in de vertraging. Ik hoor uw woordendaarover ook. Ik waardeer die manier van reageren.Tegelijkertijd krijg ik ook signalen uit die regio dat het ook schadeoplevert. Er zijn namelijk verwachtingen geweest. Er zijn nu ook bedrijvenop slot; die kunnen niet aangesloten worden. De schade van 10 tot 40miljard waar we met elkaar over spreken ... Dan heb je alles geregeld endan gebeurt het toch. Daarom ook die scherpte in mijn vraag. Laten weelkaar daar dus scherp op houden. De Minister zegt ook zelf dat ze zich erniet bij neer gaat leggen. Ik ben benieuwd wat dat dan betekent. Dat zullenwe vast ook horen.Minister Hermans:In dat investeringsplan is, als ik het goed uit mijn hoofd zeg, bij ongeveer60% van de projecten vertraging aangekondigd, van in sommige gevallenecht een fors aantal jaren. In het investeringsplan zijn niet de versnellings-maatregelen meegenomen zoals ik er net twee in de richting van de heerKlos en mevrouw Van Oosterhout noemde. Vandaar dat ik zei dat ik me erniet bij neerleg. De voorbeelden van versnelling die ik noemde, zullenmisschien voor dit specifieke project geen oplossing zijn. Voor anderevoorbeelden in het investeringsplan zal dat wel het geval zijn. Dat neemtniet weg dat we via andere mogelijkheden en richtingen alles op allesmoeten blijven zetten om die vertraging zo veel als mogelijk te beperken.Die toezegging doe ik dus echt aan de heer Jumelet.Datzelfde geldt voor een groot project in Waddinxveen, dat letterlijk eenkleiner project is: het project met de tiny houses waar de heer Grinwisnaar verwees. Dat project is óók frustrerend. In november 2024 zou hetklaar zijn. Het is nu november 2025, bijna december 2025. Het is nogsteeds wachten. Het hangt in dit specifieke geval ook samen metmaterialen die niet op tijd beschikbaar zijn, maar ook dat is onderdeel vande problematiek. Die leidt er alles bij elkaar toe dat huisjes, in dit gevalkleine huisjes, niet opgeleverd worden of geen aansluiting hebben. Ookhier zijn we met netbeheerders en gemeentes samen bezig om te bekijkenwat hier gebeurt en wat hier nu exact de problematiek is. Dit moeten weheel precies weten om de woningbouwplannen die er liggen en deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60438 uitbreiding van het net die gepland is, veel beter op elkaar af te kunnenstemmen. Dit is onderdeel van de mist, waar ik het over had, waarin wedit vraagstuk op moeten lossen.Dan vroeg de heer Klos: waarom kiest de Minister er niet voor om hetbevoegd gezag standaard bij het Rijk te beleggen? Wij hebben in dieversnellingsaanpak in april gezegd dat we bij die 26 meest prioritaireprojecten die de eerste verlichting in die netcongestie moeten gaangeven, gaan kijken waar we het bevoegd gezag het beste kunnenneerleggen. Als het effectiever is om het ergens anders neer te leggen danwaar het nu ligt, dan doen we dat. Maar het is niet zo dat het Rijk altijd debeste of de snelste actor is, of het bevoegd gezag om het bij neer teleggen. Het vraagt dus steeds een goede weging: moet je dit echt naar hetRijk opschalen? Ook bij het Rijk is de capaciteit natuurlijk niet oneindig,maar daar waar het helpt en nodig is, doen we dat echt. Soms helpt hetook al om alleen dit gesprek te voeren, om daarna met elkaar te kunnenzeggen dat het toch het beste is om dit bij de gemeente of de provincie telaten, maar dat we elkaar dan wel helpen bij de lastige keuzes envraagstukken waar je voor komt te staan. Bij dit soort grote projectenmoet je namelijk ook gewoon besluiten nemen die door de omgeving nietaltijd met gejuich worden ontvangen, ook al begrijpen mensen het belangervan.De heer Klos (D66):Ik vroeg het ook omdat er volgens mij een verschil van inzicht bestaattussen het ministerie en de netbeheerders over bij hoeveel projecten waarje die centrale regie zou moeten nemen, en waarbij die regie dus ookdienstig is aan de doorlooptijdverkorting. Ik vraag me dus af of deMinister kan toelichten welk afwegingskader precies bij de keuze hoort omdit maar bij 26 projecten te doen en niet bij misschien wel 100 projectendie dat behoeven. Wanneer doe je dat wel en wanneer niet?Minister Hermans:Kijk, er zijn een paar elementen in het afwegingskader. Een daarvan is ofiets provincie-overstijgend is, zoals het hoogspanningsproject bij Wijchen.In dat geval trekt het Rijk de regie naar zich toe. Bij die 26 projecten zijnwe daar nu heel precies naar aan het kijken. TenneT heeft al een eerstedoorlichting gedaan en nu zijn we erover in gesprek in zogenoemdeprojectateliers met alle betrokkenen, dus ook de betrokken bevoegdgezagen. Daar is dus al betrokkenheid van het Rijk, maar dat wil niet altijdzeggen dat het Rijk ook daadwerkelijk het bevoegd gezag overneemt. Wekijken wel mee, maar ook de provincie kijkt mee. We hebben elkaarkeihard nodig. Bij een aantal van die grote projecten, of het nou deaanlanding van wind op zee is of Moerdijk – daar vroeg de heer Vermeernaar; ik zal daar zo nog op ingaan – denk ik: we kunnen deze transitie nietalleen doen vanuit Den Haag, het Rijk, of alleen vanuit provincies ofgemeenten. Het is uiteindelijk van nationaal belang wat we aan het doenzijn, maar de effecten zijn zo lokaal, regionaal en daarmee zo specifiek;daar heb je de specifieke kennis en expertise uit provincies en gemeentenvoor nodig.Dan vroeg mevrouw Van Oosterhout mij of we ook meer kunnen sturenop de investeringsplannen van de netbeheerders. In de Energiewet en delagere regelgeving daaronder worden regels gesteld over de volgorde vanprojecten in de investeringsplannen. Daarin geven we extra gewicht, endaarmee dus extra prioriteit, aan projecten die zijn gericht op hettransporteren van elektriciteit van windparken op zee naar het landelijkhoogspanningsnet en aan projecten die zijn opgenomen in het Meerjaren-programma Infrastructuur, Energie en Klimaat, het MIEK. Het MIEK is hetinstrument waarmee we kunnen sturen op die investeringsplannen. Hetversnellingspakket en die reeks van 26 projecten doen daar ook hun werkin.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60439 Dan vroeg mevrouw Van Oosterhout mij ook nog hoe de sturing opprojecten ook een plek in het NPE kan krijgen. Het NPE schetst natuurlijkecht de richting naar ons toekomstige energiesysteem en geeft op diemanier de kaders voor de infrastructuur die we nodig hebben. Deprioritering en de sturing lopen via het Programma Energiehoofd-structuur, het PEH. Dat is het sturingsinstrument om ruimte voor deinfrastructuur van nationaal belang aan te wijzen. Het MIEK projecteertdaarbinnen weer de projecten die prioriteit hebben, dat dan weer leidendis voor de investeringsplannen van de netbeheerders. Zo is dat eigenlijktrapsgewijs opgebouwd. Voor de volledigheid: we hebben het PEH I en erwordt nu gewerkt aan het Programma Energiehoofdstructuur II. Dat is dusgeen statisch document. Dat wordt steeds geactualiseerd.De voorzitter:Ik zie een interruptie van mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik wil het toch nog heel even hebben over het NPE. In het huidige NPE zitnamelijk ook als prioriteit een maximaal aanbod van duurzame energie.We zien daar natuurlijk ook dat de transitie vastloopt, zowel met netcon-gestie als met de plannen voor wind op zee: de vraag blijft achter,netbeheerders kunnen het niet bijhouden. Is de Minister het met me eensdat dit anders moet in de actualisatie van het NPE? Gaat er in dieactualisatie ook worden gekeken naar bijvoorbeeld het Noordzeepact?Minister Hermans:We zullen bijvoorbeeld de bijstelling van de ambitie van wind op zeenatuurlijk ook in het NPE moeten vertalen, want dat heeft een effect. Ik ziteven te denken over het Noordzeepact. Ik heb met de voorganger vanmevrouw Van Oosterhout, thans de voorzitter van deze commissie,namelijk veelvuldig gedebatteerd over wind op zee en een Noordzeeak-koord of Noordzeepact. Je wil eigenlijk vraag en aanbod van wind op zeenader aan elkaar verbinden. Hierbij zeg ik ook dat ik aan mijn toezegginginvulling heb gegeven door op de dag na de verkiezingen de windsectoruit te nodigen in de stuurgroep Verduurzaming industrie, zodat we datgesprek met de industrie, natuurlijk de netbeheerders en de windsectorhebben gevoerd. Dat wordt begin volgend jaar ook vervolgd. Als daaruitkomsten uit komen die relevant zijn voor het NPE, dan zal ik datnatuurlijk verwerken. Voor de volledigheid: ik heb niet toegezegd al opvoorhand een Noordzeepact te gaan sluiten. Ik kan dus ook niet zeggendat ik hét Noordzeepact ga inpassen in het NPE. Maar het NPE, net als hetdaaruit voortvloeiende Programma Energiehoofdstructuur, moet natuurlijkwel steeds geactualiseerd worden op basis van de laatste afsprakenkadersen de inzichten die we hebben.De voorzitter:De Minister vervolgt haar betoog.Minister Hermans:Dan vroeg de heer Vermeer mij naar een nationale projectlijst metprioritaire infraprojecten. Ik heb net gezegd dat die MIEK-projecten demeest prioritaire energie-infraprojecten zijn. Zij krijgen dus ook voorrangin de investeringsplannen van de netbeheerders. Ik informeer de Kamernog voor de kerst, sterker nog, ik denk volgende week, over de bestaandeen de nieuwe MIEK-projecten.Voorzitter. De heer Flach vroeg mij om bij gebiedsontwikkeling standaardruimte voor een energie-eiland te reserveren en om tijdig beschikbareruimte voor kabels en stations in beeld te brengen en te reserveren.Daarnaast vroeg hij of warmteprogramma’s ook onderdeel worden van deenergieprogramma’s. De energieplanologie is een belangrijke randvoor-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60440 waarde om netcongestie te verminderen. We verkennen nu proactief hetreserveren van de benodigde ruimte in het Programma Energiehoofd-structuur. Dit jaar zijn landsdekkende energievisies opgeleverd door deprovincies en verschillende regionale samenwerkingsverbanden. Ik maakmet provincies, gemeenten en netbeheerders nieuwe interbestuurlijkesamenwerkingsafspraken, juist om ook invulling te geven aan dieruimtelijke invulling. Specifiek over de warmteprogramma’s kan ik zeggendat niet alleen warmte, maar ook andere energiedragers daar al in wordenmeegenomen, om tot een compleet beeld van het energiesysteem in degebouwde omgeving in een specifieke gemeente te komen. Ik zou niet nual die verbreding willen verplichten, terwijl gemeenten bezig zijn metopstellen van de eerste warmteprogramma’s. Dat neemt niet weg dat ikop termijn wel mogelijkheden zie om het warmteprogramma te verbredentot een energieprogramma. Zo praat ik er ook over met gemeenten enprovincies in het maken van die nieuwe samenwerkingsafspraken.De heer Flach (SGP):In dit land gaat het natuurlijk heel veel over ruimte. We hebben een NotaRuimte. Is wat de Minister betreft ruimte voor energie-infrastructuurvoldoende tot zijn of haar recht – ik weet niet of dat mannelijk ofvrouwelijk is – gekomen in de Nota Ruimte?Minister Hermans:In de Nota Ruimte is opgenomen dat er rondom de energieclustersvoldoende ruimte moet komen voor de benodigde energievraag en-infrastructuur. Ik denk dat het heel belangrijk is – wij zijn er ook blij meedat we dat op die manier hebben kunnen opschrijven – omdat de ruimteschaars is, zoals de heer Flach terecht zegt. We weten dat de energievraagtoe gaat nemen en dat we haar keihard nodig hebben voor onzeeconomie, voor onze welvaart – dit zeg ik ook in de richting van mevrouwDe Vos – voor onze veiligheid en natuurlijk voor de klimaat- en energie-transitie.Voorzitter. Misschien is het goed om in het verlengde hiervan op devragen van de heer Vermeer rondom Moerdijk in te gaan. Dat gaatnamelijk over het reserveren van ...De voorzitter:De heer Vermeer heeft alleen daarvoor al een interruptie, denk ik.De heer Vermeer (BBB):Voordat we bij Moerdijk aankomen, zou ik heel graag even in hetalgemeen over de inrichting van de ruimte praten. We hebben bijvoor-beeld een brief gekregen van mensen in Noord-Holland Noord, waar vijfroutes van hoogspanningsmasten bekeken zijn, maar waar bijvoorbeeldeen zesde route via het Markermeer en het IJsselmeer nog nietopgenomen is. Het gaat natuurlijk niet alleen om schaarse ruimte. Hetgaat ook om landschap, weidevogels en toerisme. Ik heb zelf het idee datdat eigenlijk niet of nauwelijks meegenomen wordt. Er wordt wel gepraatover het versnellen van projecten, maar als we bovengronds 380kV-masten plaatsen, dan moet er een strook van 70 meter geworven worden.Dat leidt weer tot onteigeningsprocedures et cetera. Als wij echter tracésdoor het water kunnen laten lopen, speelt dat niet. Kan de Minister daaropreageren? Kan de Minister aangeven hoe wij voorkomen dat we van heelNederland eenzelfde situatie maken als die we bijvoorbeeld zien wanneerwe komen aanrijden in de buurt van Borssele? Daar zien we gewoon doorde masten het bos niet meer.Minister Hermans:Om tot de keuze voor een traject van een nieuw hoogspanningsstation ofnieuwe hoogspanningskabels te komen, doorlopen we een heelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60441 zorgvuldig proces. Onderdeel van dat proces is dat verschillende routesworden onderzocht. Uitgangspunt daarbij is dat we dat bovengrondsdoen. Als het kan of als het noodzakelijk is – er kunnen verschillenderedenen voor zijn – kijken we soms ook ondergronds. Ik zeg het er echternadrukkelijk bij: bovengronds is het uitgangspunt. Ik ken deze specifiekeroute niet helemaal, maar zeker als je onder water door gaat, zitten er echtallerlei technische complicaties aan. Ook het type water en het type grondwaar je dan onderdoor zou moeten gaan, spelen een rol. Dit maakt hetecht niet zomaar makkelijker. Nogmaals, het is een zorgvuldig proces,waarbij verschillende routes worden bekeken en veel gesprekken met deregio plaatsvinden. De regio brengt natuurlijk ook adviezen uit engemeentes maken daarop ook weer individueel hun mening en hun visiekenbaar. Op basis van al die zienswijzen wordt dan weer een volgendestap in zo’n projectprocedure gezet. Ik realiseer me dat deze heleenergietransitie en de uitbreiding van ons elektriciteitsnetwerk heel veelvraagt van ons allemaal. Ik realiseer me dat dat dus ook iets doet met delandschapsinrichting, met wat we zien als we over de snelweg, over eendijk of door een polder rijden. Daarom hecht ik zo aan die zorgvuldigeprojecten.Als sideletter merk ik daarbij op dat we graag willen versnellen. Ik kijk echtnaar alle mogelijkheden om te versnellen, maar we zullen ook met elkaarin gesprekken terechtkomen. Als je gaat versnellen, kan dat ook een effectop de doorlooptijd van procedures hebben. We zullen met elkaar moetenafwegen of het inkorten van een participatieproces bijvoorbeeld zwaarderweegt dan de versnelling die we realiseren. Kortom, we zitten in eenongekende transitie, waarin we ook tegen dit soort dilemma’s aanlopenmet elkaar. Ik realiseer me dus ook dat dit iets doet met het landschap enmet wat je ziet. Ik vind echter wel dat we hierin keuzes moeten blijvenmaken en stappen moeten blijven zetten. Terwijl we daarover metprovincies, met gemeenten en met iedereen in gesprek zijn, moeten weons steeds voor ogen houden waarom we dit doen.Ik weet niet meer wie het was, maar ik hoorde iemand zeggen: als heteven lastig is, is vaak de reflex om niks te doen of achterover te leunen.Dat zou ik in deze hele transitie het allerergste en ook het allerschade-lijkste vinden, want niks doen is ook een keuze en heeft ook conse-quenties. Dan moeten we het daarover gaan hebben. Het heeft econo-mische consequenties en consequenties voor onze veiligheid en hetklimaat. Ik vind dus dat we hiermee door moeten. Ik vind dat we dieprocedures zorgvuldig moeten doorlopen. Dat het effect heeft, kan ik nietuitsluiten; sterker nog, dat sluit ik niet uit. Daarom ben ik ook blij dat we197, bijna 200, miljoen euro in zo’n gebiedsfonds hebben kunnen stoppenom met lokale, regionale overheden te kijken waar dit nu de grootsteeffecten heeft en hoe we die effecten een beetje kunnen dempen, zonderdat ik dat helemaal weg kan nemen.De voorzitter:De Minister vervolgt haar betoog.Minister Hermans:De heer Vermeer ging een groot deel van zijn bijdrage in op de bericht-geving rondom Moerdijk van de afgelopen weken. Hij stelde mij daaroverde vraag wat de status is van de verschillende projecten en plannen diedaar in die regio spelen. Voordat ik daarop inga, zeg ik eerst iets over deberichtgeving en de stand van zaken. Laat ik vooropstellen dat ik meongelofelijk goed realiseer wat de impact is van de berichtgeving en vanhet lezen of horen wat voor effect de besluiten die in de gemeenteraadzijn genomen, mogelijk op jouw dorp hebben, namelijk dat dat in detoekomst zou komen te verdwijnen. Die impact is gigantisch. Ik ben aanhet begin van dit jaar zelf met de Minister van VRO en de Minister vanIenW op bezoek geweest in Moerdijk, omdat wij daar allemaal betrokkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60442 zijn bij wat daar te gebeuren staat. Ik heb gesproken met inwoners.Midden in het dorp ligt zo’n voetbalveldje. Ik weet niet of het formeel eenCruyff Court is, maar in elk geval herinner ik het me zo. Aan de hekken omdat court hingen spandoeken of posters waarop stond hoe in deafgelopen decennia gesproken is over uitbreiding van de haven, van deindustrie en van energieprojecten daar in de omgeving. Eigenlijk is er aldecennialang onzekerheid voor de inwoners van Moerdijk over de vraagwat er precies met hun dorp gaat gebeuren. Van dat bezoek zijn mij heteffect van die onzekerheid en de wens om duidelijkheid en zekerheid tekrijgen, ook als het een rotboodschap is, bijgebleven.Ik vind dat wij als rijksoverheid en provincie, maar ook als gemeente, deverantwoordelijkheid hebben om hierbij met de grootst mogelijke precisieen zorgvuldigheid tot een besluit te komen. Voor dat besluit moet nog eenaantal formele procedures doorlopen worden. Ik noem maar even deMER-procedure. Maar de situatie is nu wel zoals die is: de gemeente heefteen voorkeursrichting aangegeven. Ik vind dat we met die situatie wel ommoeten gaan en bij onszelf te rade moeten gaan hoe we de inwoners dienu met die onzekerheid te maken hebben, iets van zekerheid in deze fasevan het proces geven. Het kabinet zal er nog over spreken. Ik zal er ooknog over spreken met de bestuurders in de regio, natuurlijk samen met debetrokken Ministers uit het kabinet. Dat is waar we nu staan in het proces.Ik hechtte er wel aan om er iets meer over te zeggen dan alleen in te gaanop de specifieke vraag van de heer Vermeer, omdat ik me echt realiseerdat dit niet zomaar iets is.Voorzitter. De vraag die de heer Vermeer mij stelde, is wat de status vandie verschillende plannen is. Sommige plannen in Moerdijk en omgevingzijn al zeker, zoals een nieuw hoogspanningsstation en de Delta RhineCorridor. Daarvoor lopen ook al projectprocedures vanuit het Rijk.Sommige andere plannen zijn waarschijnlijk, maar nog niet honderdprocent zeker. Het klopt niet dat de plannen in Moerdijk zijn bedoeld voorde aanlanding van het windpark Nederwiek 3, want dat zal aanlanden inGeertruidenberg, om even heel precies te zijn. Ik onderzoek wel oftoekomstige windparken in Moerdijk kúnnen aanlanden. Dat wilde ikzeggen over de verschillende projecten.De heer Vermeer (BBB):Bedankt voor de toelichting van de Minister over de situatie daar. Ik denkdat die context er steeds goed bij moet worden gegeven, dus dankdaarvoor. Het hoogspanningsstation en de Delta Rhine Corridor, dieoverigens natuurlijk ook weer uitgesteld is, worden als «definitief»bestempeld. Eigenlijk hoor ik de Minister zeggen: alle andere plannen zijnwaarschijnlijk en nog niet definitief. Ik vind het wel goed om dat even heelscherp te hebben. Heb ik dit nou goed begrepen?Minister Hermans:Ja. Voor het hoogspanningsstation en de Delta Rhine Corridor, dievertraagd is, lopen projectprocedures. De andere projecten zijn nog nietdefinitief. Daarover herhaal ik: er is nog geen definitief besluit genomen.Dat kan ook niet, omdat er nog een aantal stappen gezet moeten worden.Er zijn wel ontwikkelrichtingen geschetst, waarover de gemeente eenvoorkeur heeft uitgesproken. Dat is de situatie op dit moment.De voorzitter:Ik kijk naar de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):De gemeenteraad en het college daar presenteren het wel alsof er opmaandag 1 december een besluit genomen gaat worden. Verderop in debrief schrijven ze: dat is juridisch niet helemaal zo, maar er wordt wel eenbesluit genomen. Hoe kan het toch dat een gemeente zich in zo’n vroegTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60443 stadium gedwongen voelt om een keuze te maken, die zelfs als mogelijkeconsequentie kan hebben dat een dorp totaal wordt opgeheven, terwijl wehet over allemaal waarschijnlijke projecten hebben? Heeft de Minister ereen idee bij hoe dat dan loopt? Of is de druk die er door plannen van delandelijke overheid op lokale overheden wordt uitgeoefend zo hoog dat zijgeen andere weg zien, en dat dat zich buiten ons blikveld afspeelt?Minister Hermans:Die suggestie wil ik echt met klem ontkrachten. Die zou ik ook geen rechtvinden doen aan het proces dat in Moerdijk met ongelofelijke precisie enzorgvuldigheid, ook onder leiding van een procesbegeleider, wordtdoorlopen. Er is een omgevingstafel waar alle betrokken partijen zittingaan hebben. Zij zijn al een hele lange tijd met elkaar in gesprek om inbeeld te brengen wat al die ruimtevragen in het gebied betekenen, zoalsde uitbreiding van de haven. De haven van Moerdijk is van ongelofelijkgroot belang voor onze economie, en overigens ook voor onze veiligheiden onze weerbaarheid. De industrie die daar zit, wil verduurzamen.Moerdijk kan ook echt een belangrijke rol als knooppunt vervullen in deenergievraag die we nationaal hebben. Die optelsom van ruimtevragenheeft een effect op het gebied en kan je op verschillende maniereninvullen. Aan die tafel is daar lang, zorgvuldig en diepgaand overgesproken.Nu ga ik even af op de berichtgeving en de korte contacten die ik zelf hebgehad, maar wat ik me zelf ook heel goed kan voorstellen op grond vanhet bezoek dat ik daar zelf in februari bracht: als gemeente wil je op eengegeven moment een eerlijk verhaal vertellen. Ook bij inwoners is er debehoefte aan eerlijkheid en duidelijkheid, ook al is het een rotboodschap.Dan kun je het namelijk met elkaar gaan hebben over de vraag: onderwelke voorwaarden zouden wij hiertoe bereid kunnen zijn? Dat vind ik ookweer belangrijk om te weten, om uiteindelijk een definitief besluit tekunnen nemen. Overigens, dat definitieve besluit zal niet door dit kabinetgenomen worden, want daar is echt nog tijd voor nodig. Ik verwacht dater dan een nieuw kabinet zit. Dat ontslaat ons niet van de plicht om in desituatie die nu ontstaan is, die er nu is, te kijken wat we kunnen doen omte voorkomen dat we bewoners in de kou zetten.De heer Vermeer (BBB):Toch nog even het volgende. In oktober 2025, dus een maand geleden,heeft de dorpstafel nog een hele leefbaarheidsvisie gepresenteerd. Dieleefbaarheidsvisie ging uit van een leefbaar dorp, van het dorp leefbaarhouden of leefbaar maken op onderdelen waarop dat nog niet zo was. Hetperspectief van die inwoners is dus steeds geweest: hoe houden we hethier goed leefbaar? De Minister geeft duidelijk aan: we hebben hieroverlang gesproken. Maar kan het ook zo zijn dat er al zo lang over gesprokenwordt dat datgene wat nu op tafel ligt aan mogelijke scenario’s, inmiddelsal achterhaald is? Want we zien bijvoorbeeld dat artikel met Staatssecre-taris Thierry Aartsen, dat duidelijk weergeeft dat die hele recyclingin-dustrie niet van de grond komt in Nederland of zelfs weggaat. Diebedrijven gaan achter elkaar failliet en in de Botlek stoppen allerleibedrijven. Dus is deze geplande of ooit voorziene behoefte niet meer eenambitie? Ik heb zelf zitten denken: wat gebeurt hier nou eigenlijk? Is hetalsof mijn buurman droomt van een mooie garage op mijn fundering, enik dan alvast mijn huis begin te slopen zodat die er klaar voor is, terwijlnog helemaal niet zeker is of het gaat gebeuren? Zijn we de boel niet aanhet opjagen, waardoor mensen zich in een veel te vroeg stadiumgedwongen voelen om duidelijkheid te geven, terwijl dat een verschrikke-lijke duidelijkheid is voor de inwoners? Kan de Minister reflecteren op hetgevoel dat ik daarbij krijg?Minister Hermans:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60444 Volgens mij heb ik net heel duidelijk aangegeven hoe ik mij realiseer watde impact is van de berichtgeving en de besluitvorming in de gemeen-teraad op de bewoners van Moerdijk. Ik heb ook aangegeven wat voorindruk het bezoek aan Moerdijk bij mij en bij mijn collega’s in het kabinetheeft achtergelaten toen we daar eerder dit jaar waren. Tegelijkertijd loopter al een hele tijd een heel intensief project; ik noemde net die tafel.Daarin heeft ook participatie met de inwoners en bewoners plaatsge-vonden. Dat is volstrekt logisch en terecht. Daarbij is ook gezegd: als je ditgaat doen, wat wij niet leuk vinden en misschien liever niet willen, geefons dan ten minste duidelijkheid. Dat zei ik net. Wat heb je dan nodig?Daarbij zijn randvoorwaarden geformuleerd door de gemeenteraad. Ikvind dat je op z’n minst moet kijken of we daaraan kunnen voldoen. Ikvind namelijk dat je dat allemaal mee moet nemen en wegen alsrijksoverheid, maar ook als provincie en gemeente, die uiteindelijknatuurlijk nog een definitief besluit moeten nemen. Die zorgvuldigheid wilik in het proces houden. En, zeg ik daarbij, er is nu een situatie ontstaanwaarbij er onduidelijk en onzekerheid bij bewoners is en ik wil niet dat zijin de kou staan. We kijken dus ook wat je nu op relatief korte termijn – laatik het zo noemen – kunt doen om die kou iets minder koud te maken.De voorzitter:De Minister vervolgt haar betoog.Minister Hermans:Tot slot in dit blokje heb ik een vraag van mevrouw Van Oosterhout. Zij zeidat het bijbouwen van infrastructuur soms ook ten koste kan gaan vannatuur en vroeg hoe we gaan zorgen dat er genoeg waarborgen zijn voornatuurbescherming en -herstel bij uitbouw van het net. Er zijn heel veelruimtelijke afwegingen te maken bij deze complexe energieprojecten, ookwat betreft de natuur- en milieueffecten. Daarover rapporteren wenatuurlijk in de milieueffectrapportage. We kijken ook samen metinitiatiefnemers van projecten waar we echt werk kunnen maken vanmaatregelen die het effect op de natuur compenseren of mitigeren. Dathelpt immers ook weer voor het draagvlak. Het een kan niet zonder hetander. Ik zeg erbij dat het tot vertragingen in de processen kan leiden alsje daar weer heel veel eisen aan gaat stellen. Daar moet je altijd vooroppassen. Er moet dus gezocht worden naar een zorgvuldige balans.De voorzitter:Een interruptie van mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):De Minister had het eerder over het omgevingsfonds. Kan bijvoorbeeld inhet omgevingsfonds ruimte worden gecreëerd voor het compenseren vannatuur? Of kan dat op een andere manier?Minister Hermans:Het gebiedsfonds is daar niet voor bedoeld. Waar is dat wel voor bedoeld?Ik noem even een heel praktisch voorbeeld. Bewoners vragen of errondom een hoogspanningsstation begroeiing, beplanting, kan komen,zodat het station een beetje wordt afgeschermd en je meer groen ziet inplaats van alleen maar de aansluiting van het station. Het kan natuurlijknodig zijn dat je voor het verkrijgen van de natuurvergunning natuurcom-penserende maatregelen moet nemen. Die moet je dan natuurlijk nemen,want dat moet op grond van de vergunning. Dus langs die route is dat water moet gebeuren, geborgd. Dat moet je immers gewoon doen om aan jevergunningsverplichtingen te voldoen.Dan ga ik door met de opslag. Ik begin met de heer Grinwis. O, de heerGrinwis is verdwenen. Hij vroeg hoe het staat met de uitvoering van deaangenomen motie waarin wordt verzocht de opslaglocaties in kaart teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60445 brengen. Het korte antwoord is: dat gaat goed. De motie is uitgevoerd inde investeringsplannen voor 2026. Daarin is door de netbeheerders inkaart gebracht waar flexibel vermogen zoals energieopslag nodig is, perverbinding en transformator. Die informatie is dus nu te vinden in deverschillende investeringsplannen. Volgend jaar komt dit allemaal samenin de capaciteitskaart van Netbeheer Nederland. Dan is het geïntegreerdzichtbaar.De heer Grinwis vroeg verder naar het opslagdoel. Hij zei: «Sommigeandere landen hebben het wel. De Minister wil daar eigenlijk niet aan.Waarom wijkt Nederland hiervan af en is dat niet alsnog een goed idee?»Ik kan tegen de heer Grinwis zeggen dat ik kóm met een doel voorflexibiliteit, vraagrespons en energieopslag. Dat ga ik doen binnen deEuropese aanpak. De Europese aanpak vraagt van ons om nationaal aante geven hoeveel flexibiliteit er nodig is in het energiesysteem. Ik hecht erzo aan om dat in het kader van de Europese aanpak te doen omdat ditsysteem zo sterk Europees verweven is. In de EU hebben we afgesprokendat elk land komt met een indicatief nationaal doel voor niet-fossieleflexibiliteit, en dat zullen wij doen. Dat komt in 2027.Voorzitter. De heer Klos vroeg mij nog welke stappen wij zetten omenergieopslag te ondersteunen en op te schalen en of ik daartoe financiëleprikkels overweeg. De heer Grinwis stelde ook een vraag in dat kader. Wezetten verschillende stappen om opslag structureel te ondersteunen, juistvanwege de belangrijke rol die batterijen spelen bij het verminderen vande netcongestie en het waarborgen van de leveringszekerheid in hetsysteem. We hebben verschillende stimuleringsmaatregelen. Een:belastingvoordelen via de Energie-investeringsaftrek. Een ondernemerkan die krijgen bij de aanschaf van een batterij. We hebben subsidie voorenergieopslag via de Flex-e-regeling, en we hebben de innovatiemiddelenzoals de DEI, de MOOI en de EKOO, waarmee innovatieve energieopslag-projecten worden gefinancierd. Je kan ook korting krijgen op tarieven. Datgaat dan weer via het type contract dat je sluit. De tijdsgebondencontracten zijn genoemd. Inmiddels zijn er ook de capaciteitssturingcon-tracten. En TenneT biedt vergoedingen voor balanceringsdiensten. Metdie kortingen en vergoedingen kan dus een positieve businesscaseworden gerealiseerd. Langs de lijnen die ik schetste blijven we ons dusinzetten voor batterijen, opslag en flexibiliteit.De heer Grinwis vroeg mij nog naar een onderzoek van de ACM naartarieven voor batterijen en hoe dat wordt betrokken bij het onderzoek naarhet invoedingstarief. Ik zal het volgende doen. Er lopen bij de ACM tweeonderzoeken. Een van die onderzoeken gaat inderdaad over het invoe-dingstarief en wat een goede beloning is voor de bijdrage van batterijenaan het efficiënter gebruiken van het elektriciteitsnet. Ik zal de ACMverzoeken om waar mogelijk de bevindingen uit de beide onderzoeken bijelkaar te betrekken.De heer Flach vroeg mij nog naar de mobiele opslagsystemen. Hij zei datje steeds opnieuw in de procedure voor een vergunning terechtkomt envroeg of dat eenvoudiger kan door die vergunning te koppelen aan deaansluiting in plaats van aan het opslagsysteem. Ik zeg tegen de heerFlach dat ik het gebruik van mobiele batterijen, en dat dat ook steeds meergebeurt, echt een positieve ontwikkeling vind. Maar ze zijn altijd apartvergunningsplichtig vanwege de veiligheidseisen. Die vind ik welbelangrijk. Dat is ook de reden dat we het niet kunnen koppelen aan deaansluiting. Voor de veiligheid op het gebied van brand en kortsluitinghebben we aparte eisen en dus een aparte vergunning. Ik zie welmogelijkheden om meer te standaardiseren en met een standaardver-gunning te werken. De sector zelf ziet dat overigens ook als een oplossing.We zijn met VNG in gesprek om het vergunningsproces voor opslag teverbeteren. Ik kijk daarbij ook of we de standaardisering daar onderdeelvan kunnen maken. Ik denk dat we daar medio 2026 meer over weten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60446 Voorzitter. Dat was opslag. Dan kom ik bij het prioriteringskader. Er zijneen aantal vragen gesteld over het prioriteringskader en het effect op dewoningbouw. Ik ga proberen die bij elkaar te beantwoorden. Het nieuweprioriteringskader moet nog vastgesteld worden door de ACM. Zodra datgebeurd is, is het de bedoeling dat het per 1 januari 2026 van krachtwordt. Er zijn ook categorieën van kleinverbruikers als prioritairopgenomen, zoals de woningbouw. Op dit moment is het zo dat netbe-heerders capaciteit reserveren voor alle kleinverbruikers, dus ook voorkleinverbruikers die straks geen prioriteit meer hebben volgens het kader.Dat doen we omdat grootverbruikers met prioriteit, bijvoorbeeldziekenhuizen of scholen, op dit moment op de wachtlijst staan. Wehebben niet voor niets een prioriteringskader gemaakt. Die wil je namelijkgraag wat hoger op de wachtlijst krijgen.Met de betrokken partijen, dus met de netbeheerders, ACM en deMinisteries van VRO en KGG hebben we afgesproken dat we gaan werkenaan een nieuwe werkwijze in lijn met het prioriteringskader. Daarbijhebben we oog voor een zorgvuldige overgangsperiode, in het bijzondervoor de woningbouw. Tot 1 juli 2026 zal de huidige werkwijze blijvengelden en worden alle kleinverbruikers, dus ook het mkb – dat zeg ik tegende heer Vermeer, want hij vroeg mij dat volgens mij – nog aangeslotenvanuit de reservering. Dan is er echt even tijd om dat nieuwe kader teimplementeren. Partijen die al bezig zijn met een aanvraag kunnen hunaanvraag dan nog indienen. Na 1 juli wordt die gereserveerde ruimtealleen nog beschikbaar voor prioritaire partijen. Woningbouw valtdaaronder, blijf ik zeggen.We kunnen die tijd dan ook gebruiken om er bijvoorbeeld voor te zorgendat ruimte voor woningbouw op tijd kan worden aangevraagd. We kijkenook of je daar iets aan moet veranderen in de regelgeving en in de eisen.Ik dacht dat het de heer Flach of misschien de heer Grinwis was die daarwat over zei. Nu doen we dat op huisnummer, dus kun je pas laat in eentraject capaciteit aanvragen. Je wil dat natuurlijk eigenlijk eerder. Kan datdan op – ik zeg het maar even in mijn woorden – projectniveau? Dat zijnelementen die we echt in samenwerking met VRO, de netbeheerders ende ACM moeten uitwerken. Die tijd nemen we dus in die overgangspe-riode.Ik denk dat ik hiermee de vragen van de heer Flach, de heer Vermeer ende heer Jumelet over het prioriteringskader en de woningbouw hebbeantwoord. Maar als dat niet zo is, dan hoor ik dat natuurlijk graag.De voorzitter:Ik zie een vraag van de heer Peter de Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Ik sla een beetje aan op het prioriteringskader, maar vooral op dewerkwijze. Ik denk dat de werkwijze heel erg belangrijk is om dit teborgen. Laat ik het eens omdraaien. Stel dat je straks een Defensielocatieof een groot bedrijf wilt in een gemeente. De gemeentelijke politiek,bijvoorbeeld de gemeenteraad, mengt zich dan in zo’n discussie. Datspeelt nu ook in Moerdijk. Welke handvaten hebben de gemeentelijke enprovinciale politiek in die werkwijze om zich in deze discussie te mengen?Of is het gewoon een vast kader, zodat we het een beetje objectiefhouden? Ik ben eigenlijk op zoek naar het tweede stuk: hoe houden we heteen beetje objectief met elkaar? Dat is mijn vraag aan de Minister.Minister Hermans:Het is objectief. De ACM stelt het vast. Die verwerkt nu alle zienswijzen dieop het concept zijn binnengekomen en die houdt daar ook toezicht op. Ikdenk dat dat ook goed is. Ik ga er niet over en dat moet ook zo blijven. Datzou mijn aanbeveling zijn. Maar dat neemt niet weg dat wij samen metVRO, de netbeheerders, de VNG en het IPO kunnen kijken hoe we tot eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60447 werkwijze kunnen komen die voor iedereen duidelijk en helder is enwaarmee we zorgen dat woningbouwprojecten, die weliswaar prioritairzijn, op tijd hun capaciteit kunnen aanvragen.De voorzitter:Volgens mij was de heer Flach eerst.De heer Flach (SGP):Ik heb even zitten luisteren naar het antwoord van de Minister. Dat schetstvooral hoe het proces eruitziet, wie de verantwoordelijke is enzovoorts.Maar de ongerustheid bij de decentrale overheden, in dit geval degemeenten, is best wel groot. Ze zijn maar heel beperkt betrokken bij hetopstellen van dit prioriteringskader, terwijl je juist zou kunnen betogen datde kennis over hoe je op lokale schaal prioriteert vooral dáár zit. Zou je delandelijke prioritering niet moeten beperken tot de eerste twee catego-rieën en zou je de decentrale overheden niet veel meer een rol moetengeven in de derde categorie?Minister Hermans:Ik snap op zich waar de heer Flach naar op zoek is, maar zo werkt hetprioriteringskader niet. Ik denk dat de mate van objectiviteit en afstandvan de ACM bij het toezien op de toepassing van het prioriteringskaderecht belangrijk is. Ik realiseer me dat mevrouw Van Oosterhout mij nogeen vraag stelde over hoe ik de werking in de gaten ga houden. Daar zal ikzo op ingaan. De capaciteit is schaars. Daar gaat dit hele debat over. Jewilt dat die zo goed mogelijk terechtkomt op de plek waar die hetallerhardst en met de meeste prioriteit nodig is. Daar is dit prioriterings-kader voor bedoeld. Ik realiseer me ook dat op het moment dat je gaatprioriteren en je dus categorieën aanwijst die prioriteit krijgen, je ookcategorieën aanwijst die dat niet krijgen. Dat is inherent aan het makenvan categorieën of keuzes. Ik zeg niet dat ze leuk of makkelijk zijn, maar ikdenk wel dat ze noodzakelijk zijn om in deze fase van de transitie, waarinwe om moeten gaan met netcongestie en schaarse capaciteit, op een zoobjectief mogelijke manier tot dat kader te komen. Daar wordt door deACM als onafhankelijke toezichthouder toezicht op gehouden.De heer Flach (SGP):Ik snap hoe zo’n prioriteringskader werkt en dat objectiviteit daarinbelangrijk is. De vraag is alleen of je dat op de juiste schaal en op de juisteplek belegt. Zouden decentrale overheden niet een veel logischere keuzezijn? Maar daar gaat deze vraag eigenlijk niet eens zozeer over. Misschienheeft deze Minister wel de belangrijkste portefeuille in dit kabinet. Totenkele jaren geleden was de portefeuille van de Minister van Financiënbepalend voor het tempo van de ambities. Geld bepaalde het tempo.Tegenwoordig zou je kunnen zeggen dat stroom het tempo van deambities bepaalt. Of het nu gaat om de woningbouw, om bedrijvigheid,om andere zaken of om Defensie: stroom is belangrijk voor de beschik-baarheid daarvan. Is er in het kabinet ook gesproken over de vraag of ditprioriteringskader bijdraagt aan het behalen van de diverse kabinets-doelen vanuit de verschillende departementen en welke strijdpunten zijndaarbij op tafel gelegd? Met andere woorden: halen we de beoogdewoningbouwambities nog? Halen we de Defensieambities nog? Houdenwe ons bedrijfsleven nog binnenboord met dit prioriteringskader? Ik benbenieuwd op welke wijze de Minister haar rol heeft gespeeld in hetkabinet met betrekking tot die vragen.Minister Hermans:Even een paar dingen. Het Rijk, de provincies en de gemeenten sturen nietop dit prioriteringskader. Dat doet de ACM. De ACM heeft dit kadergemaakt en ik denk dat het ook van groot belang is dat dit door deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60448 onafhankelijke toezichthouder op deze manier is vastgelegd. De ACMheeft ons natuurlijk ook om een zienswijze gevraagd. Wij hebben eenzienswijze ingediend. Ik heb daar veelvuldig over gesproken met deMinister van VRO. De heer Flach noemt namelijk heel terecht de woning-bouwambities. Die zijn groot. Die zijn belangrijk. Het is een belangrijkvraagstuk in ons land op dit moment, of eigenlijk al een aantal jaar. Dus jewilt zo veel als mogelijk zekerheid geven dat die woningen niet alleengebouwd kunnen worden – daarvoor is ook al een energiestroom nodig –maar dat de mensen daar ook gewoon kunnen gaan wonen en stroomkunnen gebruiken. Dat is een reden dat woningbouw in dat prioriterings-kader terecht is gekomen.We hebben ook de projecten van nationaal belang. Daar hebben wenatuurlijk in het kabinet over gesproken, maar ook breder met provinciesen gemeenten. Je hebt soms projecten waarvan je zegt: dit moet nu; alswe dit niet doen, heeft het echt grote effecten op onze veiligheid of onzeeconomische positie. Dus zo is er natuurlijk wel over gesproken. Maar datdat kader uiteindelijk wordt vastgesteld en dat erop wordt toegezien doorde ACM, door die onafhankelijke toezichthouder, vind ik wel van grootbelang bij een product dat zo schaars is, maar ook zo belangrijk voor hetfunctioneren van ons land en het bouwen van de toekomst van ons land.De voorzitter:De heer Flach heeft nog een interruptie, maar dat is ook wel de laatste vande zes.De heer Flach (SGP):Dan moet ik hem goed gebruiken, voorzitter, maar volgens mij was ditniet echt een antwoord op de vraag. Ik snap de rol van de ACM wel, maarhet is ook een politieke vraag, want de keuzes die je maakt, zijn niethelemaal objectief te maken. Mijn vraag was: welke knelpunten hebbendaarbij op tafel gelegen? Want als je ja zegt tegen het een, zeg je neetegen het ander. Ongetwijfeld zullen er binnen het kabinet discussies zijngeweest over of het een niet hoger op die lijst moet dan het andere. Ik benbenieuwd naar die knelpunten en de keuzes die daarin gemaakt zijn.Minister Hermans:Maar in de vraag van de heer Flach zit de suggestie dat het kabinet hierinkeuzes maakt. Dat ís niet zo. Het prioriteringskader is door de ACMvastgesteld. Er zijn wel heel veel zienswijzen van partijen ingediend, zovan: hoe kijken wij hier nu naar? Op basis van die zienswijzen zijnbijvoorbeeld de woonzorgvormen terechtgekomen in het aangepasteprioriteringskader. Die zaten er in eerste instantie niet in. Het betreft ookhet ov, de projecten van nationaal belang en de woningbouw. Er zijnnatuurlijk wel degelijk vanuit de partijen die geraakt worden of betrokkenzijn... Dat kunnen gemeenten zijn, maar ook VRO en KGG. We hebbennatuurlijk allemaal belangen bij het toekennen van die capaciteit. Daarhebben wij dus onze mening over gegeven. Maar het daadwerkelijkmaken van de keuzes in welke categorieën prioriteit krijgen – dat gaat dusnog niet over projecten, hè? – is door de ACM gebeurd. Op basis van diecategorieën gaan netbeheerders vervolgens die capaciteit daadwerkelijktoewijzen.De heer Vermeer (BBB):Ik snap dat de ACM stuurt en als toezichthouder iets uitvoert, maar net alsin eerdere discussies in commissiedebatten, bijvoorbeeld over hetbepalen van piek- en daltarieven en dat soort zaken, is bij mij even devraag: hoe kunnen wij als Kamer hierop invloed uitoefenen? Dus via welkewetgeving, of andere dingen, wordt vastgelegd wat de politieke wensenen kaders zijn? Want ik neem aan dat de ACM niet als een soort satellietom ons heen drijft en gewoon haar eigen ding doet. Dus die heeft kaders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60449 Welke wet is dat precies? Als wij die kaders willen veranderen waardoorzij tot andere prioritering kan komen, bij welke wet moeten wij dan zijn alsKamer?Minister Hermans:Ik zal even uitzoeken in welke wet dat allemaal precies geregeld is, maarhier is echt de vraag: willen we dit? Willen we dit politiek gaan bepalen?Dit is echt een ... Wat zegt u? Neeneenee, ik dacht ... We hebben catego-rieën vastgesteld, onder andere op basis van – daar ga ik van uit –zienswijzen die door diverse partijen, organisaties hier in Den Haag, dusook door het Ministerie van VRO, het Ministerie van KGG, het Ministerievan Economische Zaken, zijn aangeleverd bij de ACM. Die leest dat, diekijkt ernaar en die betrekt het er natuurlijk bij. Maar het zou toch wat zijndat we politiek gaan besluiten waar we wel of niet capaciteit aantoewijzen. Dan is er toch geen enkel objectief kader meer? Ik vind dezewerkwijze dus volstrekt logisch en ik vind het ook te rechtvaardigen datwe bij zo’n schaars goed als netcapaciteit een prioriteringskader hebben.De ACM heeft de opdracht gekregen dat aan te passen omdat het vorigeprioriteringskader onvoldoende was, onvoldoende werkte. Die heeft daareen voorstel voor gedaan, waar allerlei zienswijzen op zijn ingediend. Ikzei u al: in dat hele proces van aanpassen zijn de woon-zorgvormen erinterechtgekomen, het ov, de nationale veiligheid, de woningbouw. Diecategorieën zijn nu benoemd. Daarmee geven we de netbeheerders eenhandvat om ruimte die er is te reserveren en toe te kunnen kennen aan dieprioritaire aanvragers, om ze zo te omschrijven. Ik hecht er echt ongelo-felijk veel waarde aan dat dit onafhankelijk is gebeurd en blijft gebeurenen dat het toezicht daarop bij de ACM zo blijft.De heer Vermeer (BBB):Wij kunnen als politieke partij geen zienswijze indienen. Of hadden we datwel moeten doen misschien? Dat weet ik nu dus niet meer. Maar het zijntoch wel politieke keuzes om te bepalen dat wij, omdat er ETS-regelingenet cetera aankomen, onze industrie of een bepaalde tak van de industrievoorrang willen geven op een sector die al groen is of wat dan ook. Ikprobeer even een voorbeeld te bedenken. Maar dat zijn toch politiekekeuzes? De ACM is geen politiek orgaan, maar een toezichthouder. Diemoet toch toezicht houden op wetten die de Tweede Kamer, hetparlement, maakt? Wij gaan toch over die kaders? Anders stellen we hierover twee jaar weer de vraag omdat we iets gewijzigd willen hebben,maar dan krijgen we te horen dat dit niet kan en dat de Minister er ookniet over gaat. De ACM kunnen we dan bellen, maar die hoeft niks te doenmet wat wij zeggen. Hoe gaan wij zorgen dat we over twee jaar nietdezelfde typen antwoorden krijgen als die we nu krijgen over piek- endaltarieven en dat soort dingen? Ik wil dat graag weten. Volgens mij hadde heer De Groot ook juist die vraag gesteld om dit boven tafel te krijgen:wat is onze rol in het proces en waar kunnen wij iets bijsturen, ook al vindtde Minister dat ongewenst en misschien komen we zelf tot de conclusiedat het heel ongewenst is omdat we dan in duivelse dilemma’s terecht-komen? Politiek is echter niet voor bange mensen, dus ...De voorzitter:De heer Van den Berg heeft een punt van orde, maar ik zou eigenlijk graagde Minister eerst willen laten antwoorden. Of ziet het toe op hetantwoord?De heer Van den Berg (JA21):U bent de voorzitter.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60450 Dan ga ik de Minister eerst laten antwoorden en daarna krijgt u uw puntvan orde.Minister Hermans:De politiek is er ook om verantwoordelijkheid te nemen en te dragen enom te respecteren hoe wij bepaalde taken en verantwoordelijkhedenbelegd hebben. Een onafhankelijke energieautoriteit vloeit gewoonrechtstreeks voort uit wat we in Europa hebben afgesproken in Europeesrecht. Dat is de rol. Vanuit die verantwoordelijkheid vult de ACM die rol in.Ik vind het ook van het grootste belang – dat heb ik net ook gezegd – datwe dit op een onafhankelijke manier vaststellen. Wil dat zeggen dat als erper 1 januari een prioriteringskader van kracht is, dit het is tot in lengtevan dagen? Nee, zeg ik tegen mevrouw Van Oosterhout. De ACM gaat datnatuurlijk monitoren. Elke twee jaar komt er een evaluatie. Als aanpas-singen nodig zijn, zullen die gedaan worden.De voorzitter:Het punt van orde van de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Het kan aan mij liggen, maar ik vraag me eigenlijk af of dit plaats moetvinden in een commissie, want wat mij betreft zijn het hele feitelijketechnische vragen en kunnen we dit ook gewoon in voorbereiding vaneen debat of met medewerkers uitzoeken. Tenminste, ik ben niet gewenddat het zo gaat dat we dit hier zo uitvragen. Maar nogmaals, dat kan aanmij liggen.De voorzitter:Dat is niet geheel een punt van orde, maar in principe gaan de leden overde vragen die zij aan de Minister willen stellen. Als zij het opportuunvinden om dat in een commissiedebat te doen, doen we dat in eencommissiedebat. Een lid kan er ook voor kiezen om op een heleboelandere manieren deze informatie uit te vragen. De heer Peter de Grootheeft neem ik aan een vraag, een interruptie.De heer Peter de Groot (VVD):Het is misschien meer een punt van verduidelijking. Ik veerde net op,waardoor de Minister stilviel. Overigens maak ik niet zo vaak mee dat dezeMinister stilvalt. Ik werd er eigenlijk enthousiast van dat de Minister zei:moeten we dit willen? Mijn vraag ging ook over het afwegingskader. Ikdenk dat het juist goed is als we het objectief met elkaar doen en dat ergekeken wordt wat er maatschappelijk speelt en hoe we dit moetenverdelen. Dat is dus eigenlijk een verdelingsvraagstuk. Ik zou het juist dusniet politiek willen laten zijn. Ter verduidelijking van waar die vraag overging: ik denk dat je daarvan af moet blijven. Kan de Minister nogmaalsbevestigen dat het niet politiek is? Ik moet immers afsluiten met eenvraag, voorzitter. Dat doe ik dan maar even.Minister Hermans:Ik vind dat dit niet politiek moet zijn en niet moet worden, wat nietwegneemt en wat onverlet laat dat wij er discussie over kunnen voeren.Niet voor niks worden er ook zienswijzen ingediend. Maar het vaststellenvan het prioriteringskader en het toezicht daarop moet niet politiek zijn.Dat is dus aan de ACM.Voorzitter. De heer Flach vroeg mij: wordt het begrip «congestiever-zachter» breed uitgelegd, zodat ook energyhubs en woningbouwprojectenuitgedaagd worden? De ACM kijkt naar gedrag van de netgebruiker datleidt tot het duurzaam vrijkomen van capaciteit voor andere partijen bijhet bepalen of iemand congestieverzachter is. In het huidige conceptkaderis geen afgebakende lijst van partijen die hieraan voldoen. Het gedragTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60451 maakt of een partij hieronder valt of niet. In de regel vragen energyhubsen woningbouwprojecten transportcapaciteit. Stel dat een woonwijk opeen hub door het bijplaatsen van een batterij zorgt voor ruimte op hetstroomnet, dan zou dat voor een hubdeelnemer wel een mogelijkeaanleiding voor prioriteit kunnen zijn.Voorzitter. Moeten we netbewust bouwen niet landelijk uitrollen, vraagt deheer Grinwis mij. De provincies Flevoland, Gelderland en Utrecht werkenaan het mogelijk normeren van netbewuste nieuwbouw. De wenselijkheiden haalbaarheid om dat verder landelijk te doen worden verkend. Ik zaldat ook met de Minister van VRO bespreken. Ter aanvulling: de Ministervan VRO heeft op de Woontop afspraken gemaakt met alle partijen, ookmet woningcorporaties, om het netbewust te bouwen verder onder deaandacht te brengen en te stimuleren. Maar ik zal dit vraagstuk van denormering bespreken.De heer Grinwis vroeg mij ook hoe dat gaat op Defensieterreinen. Ook hetRijksvastgoedbedrijf werkt vanuit het uitgangspunt dat het stroomnetwerkzo min mogelijk belast wordt bij verduurzaming of nieuwbouw door zelfenergie op te wekken of op te slaan en slim te sturen op het gebruik. HetRijksvastgoedbedrijf heeft daar een toolbox netcongestie voor ontwikkeld,zodat ook andere gebouweigenaren er gebruik van kunnen maken. Datgeldt dus ook voor de Defensielocaties.Ik zei al wat over woningcorporaties en netbewust bouwen.Dan de heer Flach over stimulatie Arcadis bij de gebiedsontwikkeling inArnhem. Dit gaat over de € 1.500 per woning voor netbewust bouwen.Dat bespaart ook weer energiesysteemkosten, dus er is ondersteuningvan de onrendabele top nodig. In euro’s zijn er op dit moment geenaanvullende middelen specifiek voor netbewust bouwen voorzien. Losdaarvan zijn er natuurlijk wel allerlei financiële middelen vanuit met namehet Ministerie van VRO beschikbaar om woningbouw te realiseren. Maarspecifiek voor het netbewust bouwen zijn er geen middelen.Voorzitter. Dat wat betreft de prioritering. Dan kom ik op het decentralesysteem. De heer Klos vraagt mij hoe ik decentrale-energie-initiatievenbeter kan ondersteunen. Hij spreekt over standaardisatie en uniformeafspraken. Ja, ik denk dat dit de route is: standaardisatie voor energyhubs.Het betreft ook uniforme afspraken die we gaan maken in het kader vande interbestuurlijke samenwerking, waar ik eerder al aan refereerde, en devergunningsprocedures voor mobiele opslag, die ik volgens mij toezei aande heer Flach. Het zit echt in die hoek.Dan vroeg de heer De Groot of gemeenten voldoende instrumentenhebben om lokaal vraag en aanbod aan elkaar te koppelen en of ik kankijken of gemeenten hier niet een grotere rol in kunnen krijgen. Ik herkenhet signaal dat de heer De Groot hiermee afgeeft. Er is bij de behandelingvan de Energiewet ook een amendement aangenomen dat oproept omgemeenten en provincies meer ruimtelijke sturingsruimte te bieden. Datgesprek met gemeenten, provincies en netbeheerders is nu gaande. Ik wilde ruimte die er al is verduidelijken. Dat is vooral binnen het ruimtelijkinstrumentarium onder de Omgevingswet. We kijken naar aanvullendemogelijkheden, zodat je proactief kan sturen op de locaties van opwek ofbatterijen in een gebied. Ik verwacht de Kamer halverwege 2026 te kunneninformeren over de beoogde uitwerking in wet- en regelgeving.Dan vroeg de heer ...De voorzitter:Een interruptie van de heer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Misschien een verduidelijkingsvraag over de toon en wat de Ministerterughoort in die gesprekken. Er gebeurt ontzettend veel, of het nou in deFGU-regio is of in Limburg of op andere plekken. Er zijn heel veel lokaleinitiatieven waarmee aan de slag gegaan kan worden. Sommige zijn kleinTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60452 en sommige zijn wat groter. Maar dan gaat het natuurlijk ook altijd heelvaak over de onrendabele top of over geld dat daarmee gemoeid is. Waarstaat de Minister nu in dat proces met die gesprekken? Is dat soms ook alonderdeel van het gesprek of komt dat pas later, na inventarisatie enduidelijkheid over de matching van vraag en aanbod?Minister Hermans:Dat moet ik echt even nagaan. Ik wil dat natuurlijk doen en daaropterugkomen, maar dat moet ik even uitzoeken. Dat zal ik doen en daar zalik dan in een brief op terugkomen, ik denk ... Ik zoek even uit in welke briefdat is, want ik weet dat de voorzitter mij straks gaat vragen om dat preciesaan te geven.Dan vroeg de heer De Groot mij naar een betere aansluiting tussenregionale expertisecentra, provinciale data over het gebruik van energieen landelijke besluitvorming. Ik moedig echt elk regionaal, lokaal initiatiefaan dat zich richt op het slim aanpakken van en omgaan met netcon-gestie. Dat gebeurt ook op meerdere plekken in het land, bijvoorbeeld hetexpertisecentrum in Arnhem. Dat is recent gestart met rondetafelge-sprekken om praktijkvoorbeelden te delen en op basis van dievoorbeelden te kijken of je die aanpak schaalbaar kan maken. We hebbeneen landelijk kennisloket, uitgevoerd door de RVO. Dat is een centraalpunt waar allerlei informatie samenkomt en waar ondernemers ookinformatie kunnen ophalen. Vanuit dat loket wordt ook weer deaansluiting met de regionale initiatieven gezocht. Die samenwerking, ookmet Energy Boards natuurlijk, zoeken we continu op om te zorgen datnergens ... Het streven is, laat ik het zo zeggen, om nergens het wielopnieuw te laten uitvinden.De heer Peter de Groot (VVD):Dat is fijn om te horen van de Minister. Ik was natuurlijk specifiek op zoeknaar het volgende. Overal in het land ontstaan waardevolle bureaus, zouje bijna zeggen, niet alleen RVO, maar ook andere, die zich vanzelfontwikkelen. Ze kunnen heel waardevol worden. Hoe wordt getoetst of zijzouden moeten blijven bestaan en of zij gefinancierd, medegefinancierd,zouden moeten worden? Of zegt de Minister: dat moeten bijvoorbeeldprovincies of grote gemeenten zelf blijven doen, want ik ben niet overalverantwoordelijk voor? Dat kan ik me ook voorstellen. Hoe kijkt deMinister naar dat versterkingsvraagstuk? Ik nam als voorbeeld hetNationaal Expertisecentrum Netcongestie. Die zitten daar natuurlijk welmee. Ze doen heel veel mooi werk, maar die kijken natuurlijk ook naar hunbestaansrecht.Minister Hermans:Ik snap dat dat vraagstuk zich voordoet. Tegelijk kan ik ook niet, eigenlijkprecies zoals de heer De Groot zegt, al die initiatieven overeind houden.Het zegt niks over de waarde van de initiatieven, maar over de keuzes diegemaakt moeten worden. De grootste vraag is hoe we de kennis diegedurende het bestaan van zo’n initiatief, tafel of centrum wordtopgedaan, behouden en ervoor zorgen dat die kennis niet verloren gaat.Daar waar het mogelijk is om dingen ook financieel in de benen tehouden, ben ik altijd bereid daarnaar te kijken. Maar de middelen zijnschaars en beperkt.Voorzitter. De heer Jumelet vroeg naar de Zonneroute en of het mogelijkis om een directe aansluiting op het bedrijventerrein GETEC te organi-seren. Het is juridisch mogelijk om zo’n directe lijn aan te leggen, ook inde nieuwe Energiewet. Een directe lijn is dan een directe privateverbinding tussen de producent en de gebruiker van de elektriciteit. Hetproject Zonneroute A37 is een duurzaam energieproject op rijksgrond. Hetis een zogenaamd OER-project dat door Rijkswaterstaat wordt voorbereiden zal worden getenderd aan marktpartijen. Die onderzoeken dan samenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60453 met netbeheerders RENDO en Enexis wat de beste oplossing is om hetproject aan te sluiten. De marktpartijen vragen dan zelf de netaansluitingaan. Een mogelijke oplossing is een reguliere aansluiting op eenonderstation, het station Riegmeer, dat de heer Jumelet waarschijnlijkgoed kent. Een andere oplossing kan dus een directe lijn naar hetbedrijventerrein zijn, het zogenaamde cable pooling, waarbij meerderepartijen dezelfde kabel delen. Netbeheerders werken mee aan eenonderzoek naar de technische haalbaarheid van deze alternatieveoplossingen.De heer Grinwis vroeg naar ondernemers in de gemeente Rijssen-Holtendie graag een groepstransportovereenkomst willen sluiten. Zo zijn er vastmeer voorbeelden in het land, maar het duurt best wel lang voordat datjuridisch allemaal rond is, zei hij. De vraag was of ik dat herken. Ja, ikherken dat dat juridisch best even duurt. Die groepstransportovereen-komst is een product dat nu in pilotvorm wordt aangeboden. Hetdefinitieve codebesluit zal naar verwachting in december wordengepubliceerd. Het afsluiten van zo’n groeps-TO is echt een complexproces, dat nog veel tijd vraagt van alle betrokken partijen. Maar er wordtheel hard aan gewerkt, mede op basis van de lessen uit de pilots, om tekijken hoe we dat kunnen versimpelen en versnellen.Mevrouw Van Oosterhout en de heer Grinwis vroegen naar de rol vanenergiegemeenschappen en of ik wat concreter kan zijn over wat deplannen uit de brief precies betekenen. Wij willen provinciale en regionalekoepelorganisaties versterken, zodat zij echt goede ondersteuning kunnenbieden bij het opbouwen van een stevige, robuuste organisatie. Daarvoorwillen we een aanzienlijk deel van het budget uit het amendement-Kröger/Grinwis gebruiken. Momenteel spreken we met die organisaties over hoewe dat nou precies moeten vormgeven, zodat dat geld ook goedterechtkomt. Het streven is om dat in 2026 te hebben ingericht. Daarnaasthebben we een aantal onderzoeken opgestart, mede naar aanleiding vantoezeggingen in verschillende debatten, naar belemmeringen die zichvoordoen bij lokaal eigendom, warmtegemeenschappen en burgers ommee te doen in energiegemeenschappen. Ik verwacht de uitkomsten vandie onderzoeken begin ’26. Die kunnen wij of een volgend kabinetgebruiken om dat faciliterend kader voor energiegemeenschappen verderte versterken.De heer De Groot vroeg naar het addendum op de Energiewet overenergie delen. Ik verwacht dat we dat voorstel begin volgend jaar bij deKamer kunnen indienen. Als het lukt om dat snel te behandelen, zou dewet eind ’26 of per 1 januari ’27 in werking kunnen treden. Dat is de standvan zaken daarvan.Voorzitter. Dan kom ik bij het mapje overig. Een vraag van mevrouw VanOosterhout ging over energiebesparing. Zij vroeg welke hindernissenpartijen ervaren bij het voldoen aan de plicht en welke knelpunten we zienbij de handhaving van de energiebesparingsplicht. Sommige bedrijven eninstellingen krijgen, in termen van de knelpunten, onvoldoende toegangtot financiering voor energiebesparende maatregelen. Daartoe richten weeen energiebesparingsfonds op, waarbij bedrijven leningen kunnenkrijgen, in de hoop dat de toegang tot financiering dan wordt versimpeld.Omgevingsdiensten hadden geen inzicht in de energiegebruiksgegevens.Vanaf 1 juli van dit jaar kunnen netbeheerders de gegevens delen. Deomgevingsdiensten verwachten op basis daarvan een sterke verbeteringin de naleving van de energiebesparingsplicht, maar het helpt natuurlijkook bij het toezicht. We werken ook samen met de omgevingsdienstenaan een programma om de handhaving te verbeteren. Dat doen wesamen met de VNG, het IPO en het ministerie. Het doel is echt om dekennis en kunde van omgevingsdiensten te vergroten. Ik heb toegezegd –daar wordt ook hard aan gewerkt – in kaart te brengen hoeveel bedrijvenen instellingen voldoen aan de energiebesparingsplicht en wat debijdrage is van gemeenten en provincies aan toezicht en handhaving. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60454 had dat toegezegd voor het einde van dit jaar, maar het is best een forseklus, dus dit wordt, zeg ik in alle eerlijkheid, begin volgend jaar.De voorzitter:Dat roept een vraag op bij mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik vroeg mij af of het echt alleen een kwestie is van kennis en kunde bij deomgevingsdiensten, of dat het ook een kwestie is van voldoendefinanciële middelen.Minister Hermans:Het middelenvraagstuk speelt altijd een rol. Er is dus al eerder extra geldtoegezegd. Dat gaat naar de omgevingsdiensten. Ongetwijfeld is erbehoefte aan nog meer. Maar ik heb op dit moment niet meer middelendan de middelen die zij krijgen. Ik kom ook niet aan de extra toegezegdemiddelen. We halen er dus niet weer geld weg. Maar ik denk echt dat hetinzicht in die gegevens, in wat er gebeurt en wat er speelt, een ongelo-felijk belangrijk instrument is voor het goed kunnen invullen van detoezichttaak.Dan de SDE++-regeling. Daar heeft de heer Grinwis terecht ook al vakeraandacht voor gevraagd. Ik deel met hem, ook in lijn met de motie-Grinwis/Rooderkerk, dat we daar zo snel mogelijk duidelijkheid overmoeten geven. Het is een ongelofelijk belangrijk instrument. Die duide-lijkheid voor de openstelling in ’27 zal komen met de voorjaarsbesluit-vorming.Voorzitter. Dan een vraag van de heer Flach: liggen er plannen klaar voorcybersecurity en brandveiligheid, maar ook voor eventuele black-outs?Hele terechte vragen, ook in het kader van de campagne Denk vooruit, diegestart is. Het antwoord is: ja, daar liggen allerhande plannen voor klaar.Er wordt ook veel gesproken en hard gewerkt aan het versterken van deweerbaarheid, digitaal en fysiek. Dat betreft natuurlijk ook vitale energie-infrastructuren. Met het oog op de tijd zeg ik: die plannen liggen klaar, netals allerlei stappenplannen voor wat je doet als zo’n black-out zichdaadwerkelijk zou voordoen.Dan vroeg de heer Flach mij of de ISDE ook wordt ingezet voor e-boilersen andere systemen voor het vergroten van het zelfverbruik van stroom.De ISDE is er niet voor e-boilers, want de maatregel moet bijdragen aanCO2-reductie. Dat is bij elektrische boilers niet altijd het geval. Die kunnenook het verbruik van eigen zonnestroom vergroten, maar op anderemomenten de netcongestie verergeren. Ik voeg er wel aan toe dat de ISDEkan worden aangevraagd door woningeigenaren voor zonneboilers enwarmtepompen, ook hybride warmtepompen. Dus dat over de e-boilersen de ISDE.Dan vroeg mevrouw De Vos of ik kan aangeven welke van de 54 klimaat-subsidies de elektrificatie aanmoedigen en welke leiden tot nog meernetcongestie. Op dit moment onderzoekt de RVO, in opdracht van hetLandelijk Actieprogramma Netcongestie, alle relevante subsidies. Zekijken waar het nodig is die verder te verbeteren om de negatieve impactop netcongestie te beperken.De voorzitter:Een vraag van mevrouw De Vos.Mevrouw De Vos (FVD):Dank u wel, een duidelijk antwoord. Ik vraag me wel af: wordt er dan ookoverwogen om die subsidies te stoppen, of in elk geval te pauzeren?Wanneer is daar meer duidelijkheid over?Minister Hermans:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60455 Als wij zien dat een subsidie een negatieve impact heeft op de netcon-gestie en dat dat met een aanpassing is te voorkomen, te verbeteren, teverminderen of te mitigeren, dan zullen we dat natuurlijk niet nalaten. Ikga hier niet zeggen dat we zomaar subsidies gaan stoppen, want daar zitnatuurlijk echt het doel van verduurzaming in, bijvoorbeeld langs de lijnvan innovatie of energiebesparing. Ik weet dat mevrouw De Vos en iktotaal anders denken over het voortgaan van die klimaat- en energietran-sitie, maar we vinden elkaar er wel in dat deze subsidies een probleemniet moeten verergeren. Als we in de subsidieverstrekking iets kunnenaanpassen om dat te voorkomen, dan zullen we daar natuurlijk serieusnaar kijken.Mevrouw De Vos (FVD):Goed. Het klopt dat we daar helemaal anders in staan, maar het is in iedergeval mooi om te horen dat hiernaar gekeken wordt. Ik heb alleen noggeen antwoord op mijn vraag wanneer de uitkomst van dit onderzoek eris. Als ik het goed begrijp, wordt er nu onderzoek gedaan, maar wanneeris dat afgerond?Minister Hermans:Daarover zal ik in de voortgangsrapportage aanpak netcongestie, die eindmaart verschijnt, inzicht geven en verslag doen van die inventarisatie.Mevrouw De Vos (FVD):Kan daar al eerder een update over komen?Minister Hermans:Nee.Mevrouw De Vos (FVD):Maar eind maart is dan wel een toezegging?Minister Hermans:Dat is een toezegging, jazeker.Voorzitter. Sta mij dan toe om gelijk in de richting van de heer De Groot tezeggen dat ik in de brief decentraal energiesysteem, eind januari, zalingaan op de toezegging die ik, zeg ik via u, voorzitter, net aan hem deedover wat we kunnen doen om die inrichting, aansluitingen en lokaleaanbodvraag te verbeteren.Voorzitter. Dan de heer Kops, over dat er zonder hulp van de overheidverder geen wind op zee zal worden ontwikkeld en of ik daarop kanreageren. Ja, dat is het geval. Helaas heb ik eind oktober moetenconstateren dat er geen inschrijvingen zijn geweest voor een tender diewij hadden opengesteld zonder subsidie, zonder financiële ondersteuning.Nederland is daarin niet uniek. Mijn collega’s in Denemarken, hetVerenigd Koninkrijk en Duitsland hebben hier ook mee te maken. Dat is dereden dat ik al bij Prinsjesdag heb aangekondigd dat wij een volgendetender voor wind op zee met subsidie zullen openstellen en dat we ookhard werken aan de wettelijke basis voor de contracts for difference. Dat isnatuurlijk ook een vorm van financiële ondersteuning van trajecten voorwind op zee. Het is inderdaad helaas het geval dat de sector het zwaarheeft. Ik vind het wel van het allergrootste belang dat de ontwikkeling vanwind op zee doorgaat en niet stilvalt. Vandaar dat we geld hebbenvrijgemaakt voor die subsidietender.De voorzitter:Een interruptie van de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60456 Dat is meer een vraag in het verlengde van de vraag van mevrouw De Vosover de subsidies die wel zorgen voor meer netcongestie. Toevallig heb ikdat laatst uitgezocht. Ik zie gewoon dat de SPULA- en SPRILA-budgettenen de AanZET-subsidies geschikt zijn voor het elektrificeren van zwaarvrachtvervoer. Daar is geen Europese doelstelling voor; dat doen wijgewoon als Nederland. Volgens mij werd juist in die debatwijzer gestelddat het zware vervoer zorgt voor meer netcongestie. Kortom, kunnen wedie dan niet schrappen?Minister Hermans:Dit gaat echt te snel. Dit is te kort door de bocht. Ik heb toegezegd – dathebben we ook met de landen afgesproken – dat we naar die verschil-lende subsidies kijken. We gaan kijken of er in de vormgeving van desubsidies iets zit waardoor je het probleem met netcongestie onbewust enonbedoeld verergert. Ik ken niet exact de reikwijdte van de drie subsidiesdie de heer Van den Berg nu noemt, maar even in het algemeen: die 54subsidies hebben allemaal een doel, namelijk het stimuleren vanverduurzaming. Daarom zei ik al tegen mevrouw De Vos dat wij gewoonanders denken over die klimaat- en energietransitie. Mevrouw De Vos zeivolgens mij letterlijk in haar inbreng dat die moet stoppen. Ik vind dat echthartstikke onverstandig, als die al te stoppen is, om redenen die ik aleerder heb genoemd. Het is onverstandig voor het klimaat, voor deeconomie en voor onze veiligheid. De RVO kijkt voor ons naar diesubsidies. We houden daar natuurlijk de bredere doelstelling voor ogen.Als er in de vormgeving iets kan worden gedaan om de netcongestie teverminderen, of in elk geval de problemen niet te vergroten, dan zal ik datniet nalaten. De subsidies dienen echter natuurlijk een groter doel.Voorzitter. De heer Van den Berg vroeg mij waarom we woonwijken nietweer op gas gaan aansluiten. Dat is echt een tegengestelde beweging opde energietransitie die we hebben ingezet. We gaan toe naar eenonafhankelijk en duurzaak energiesysteem. We gaan woonwijken dus nietweer opnieuw aansluiten op gas. In het kader van de aanpak vannetcongestie voeden we soms wel tijdelijk op specifieke locaties en opeen heel beperkt aantal momenten meer gasgestookte flexibele opwek inhet net in, om het probleem van netcongestie te verzachten of om tevoorkomen dat we tot veel ingrijpendere maatregelen moeten overgaan.Ik zeg er wel bij dat we dat bij voorkeur niet doen, en als het nodig isslechts tijdelijk en kortdurend.De heer Van den Berg (JA21):Dat brengt mij toch tot de vraag wanneer we wel de luxe hebben om onsdaaraan te onttrekken. In de verschillende inbrengen zeiden we al dat weop dit moment 10 tot 40 miljard euro aan economische waarde mislopen.Kortom, is het niet juist nu het moment om te zeggen dat we dat moetengaan inzetten? De gevolgen daarvan zijn zo groot dat we ons dat nietkunnen permitteren. Beter zelfs: als je meegaat in de vaart van deenergietransitie die dan nodig zou zijn, dan heb je dat geld juist nodig omhet te kunnen betalen.Minister Hermans:Toen we in 2015 het Akkoord van Parijs ondertekenden, hebben we onsgecommitteerd aan een afspraak voor 2050. Daar hoort bij dat wij wegbewegen van het gebruik van fossiele brandstoffen en het gebruik vanhernieuwbare energie gaan opbouwen. Het is door de oorlog in Oekraïneheel pijnlijk zichtbaar geworden hoe belangrijk het is dat ons energie-systeem onafhankelijk wordt. We zien nu wat er gebeurt als je heel ergafhankelijk bent van een bepaalde vorm van energie van een ander land,en wat dat kan doen met de prijzen. Breder dan dat zien we nu eeninternationale concurrentiepositie, waarin we ook onder grote druk staan.Ik ben ervan overtuigd dat investeren in eigen schone, groene energie vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60457 dichtbij een van de factoren gaat zijn die echt het onderscheidende,concurrerende verschil gaat maken voor Europa ten opzichte van de restvan de wereld. Dat is allemaal niet van vandaag op morgen gerealiseerd.We hebben daar echt nog wel een tijd voor nodig. Ik ben het dus met deheer Van den Berg eens dat we gas nodig hebben in de energietransitie.We hebben het nodig om die transitie te kunnen maken. We kunnennamelijk niet morgen stoppen met gas, want dan zitten heel veel huizen inde kou, vallen productieprocessen stil en doen we onze economie de dasom. Dat laat onverlet dat we die transitie in gang hebben gezet. Ik zeidaarom net al dat het onomkeerbaar is. Ik ben ook blij dat hetonomkeerbaar is, want het is van groot belang. Maar we hebben het gasnog nodig in de komende jaren. We bouwen het wel af. We bewegen wegvan fossiel en we bewegen toe naar hernieuwbaar. Dat is de bewegingwaar we in zitten. We moeten dat op een verstandige en realistischemanier doen, zodat we ook in de samenleving, bij huishoudens en bijonze ondernemers het draagvlak houden om dit met z’n allen voor elkaarte krijgen in de komende 25 jaar die we nog hebben.De voorzitter:Dit roept een vraag op van de heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Dat roept inderdaad een vraag op. Als het over gas gaat, dan gaat het bijmij direct ook over groen gas. Wellicht is het nog wel een goed idee omjuist in die transitieperiode ook groen gas toe te passen. Mijn vraag aande Minister is dus of zij dat ook zo ziet.Minister Hermans:Ja, daar ben ik het mee eens. Om die reden werken we aan een bijmeng-verplichting voor groen gas. Het wetsvoorstel daarvoor is kortgeledennaar de Raad van State gestuurd. Ik hoop dat we het snel terugkrijgen endat ik het dan ook snel kan doorsturen naar de Tweede Kamer. Het is debedoeling dat die bijmengverplichting dan per januari volgend jaar ingaat.Voorzitter. De heer Kops vroeg mij nog naar het sluiten van de kolencen-trales. Hij vroeg of ik daarmee het probleem van netcongestie niet alleenmaar erger maak en of we de kolencentrales niet nog keihard nodighebben in de hele situatie waar we in zitten. Nee. Gascentrales of minderexport zijn alternatieven voor de kolencentrales. We hebben voldoendegascentrales om aan de vraag te voldoen. Deze alternatieven hebbendezelfde effecten op het mitigeren van netcongestie als de kolencentrales.Tot slot nog een vraag van de heer Kops. Hij zei, ik citeer: de krapte op hetnet wordt vooral veroorzaakt door de snelle toename van duurzaamopgewekte energie en het groeiende duurzame energiegebruik, terwijl deuitbreiding van de netcapaciteit achterblijft. Hij vroeg: kan de Minister datnog eens uitleggen? Je kunt toch niet maar doorgaan met die uitrol vanduurzame energie? Er is sprake van invoeringscongestie en afnamecon-gestie. De invoeringscongestie komt door duurzame energie van wind enzon. Tegelijkertijd kan het lokale gebruik van duurzame energie leiden toteen beter gebruik van het net. Het is dus zaak om opwek en gebruik betermet elkaar in samenhang te brengen en niet om de uitrol van duurzameenergie te vertragen. Integendeel, zou ik willen zeggen.De voorzitter:Daarmee komt de Minister aan het einde van haar eerste termijn. Wij gaangelijk over naar de tweede termijn. De spreektijd is 1 minuut en 40seconden per persoon. Ik stel voor om maximaal één interruptie op elkaarte doen.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik zou graag een tweeminutendebat willen aanvragen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60458 Ik ga gelijk over tot mijn bijdrage. Ik begon mijn bijdrage van vandaagermee dat we netcongestie niet als geïsoleerd probleem zouden moetenzien en dat we ook sterk zouden moeten sturen op de economie van detoekomst. De antwoorden van de Minister over prioritering blijven voormij dan ook wat onbevredigend, omdat we toch voor een hoop vraag-stukken staan. Hoe zorgen we ervoor dat een woonwijk voorrang krijgtboven een datacenter? Hoe zorgen we ervoor dat bedrijven die echtpassen in de economie van de toekomst – ik denk dan bijvoorbeeld aaneen batterijenpark of een bedrijf voor circulaire zonnepanelen – voorrangkrijgen boven bijvoorbeeld een raffinaderij? Hier moet de Minister toch opkunnen en willen sturen? Laat ik het anders stellen: op welke manier kande ambitie op het gebied van verduurzaming van bedrijven die op dewachtlijst staan, worden meegenomen in de investeringsplannen vannetbeheerders? Het lijkt mij heel logisch dat er ook op deze manier wordtgeprioriteerd. Wat vindt de Minister van het idee dat bedrijven met eenklimaatplan voorrang zouden moeten kunnen krijgen?We hadden het eerder al even over het gebiedsfonds. De Minister steldedat natuurcompensatiemaatregelen al moeten worden genomen. Ik hebhet nog even nagekeken. Het gaat mij niet slechts om Natura2000-gebieden, maar om álle natuur. Klopt het dat de natuurvergunningalleen ziet op de Natura 2000-gebieden?We hadden het ook eventjes over het versnellingspakket. Goed dat ervaart wordt gemaakt met de lopende maatregelen. Is daarmee het helepakket uitgevoerd? Zo nee, wanneer kunnen we dan de rest van demaatregelen verwachten?Misschien tot slot. Het ging net even over klimaatsubsidies. Daar staannatuurlijk ook een heleboel fossiele subsidies tegenover. We zitten in eeninternationale coalitie om die uit te faseren. Is de Minister het met mijeens dat we subsidies voor vervuilende bedrijven en sectoren met slechtseen beperkte economische toegevoegde waarde zouden moetenschrappen om zo ruimte te maken voor de innovatieve en meer energie-zuinige sectoren van de toekomst?Dank u wel.De voorzitter:Ik zie dat er een interruptie is van de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Ik ga gewoon doen alsof ik helemaal niet snap wat mevrouw VanOosterhout zegt. Wat zijn «fossiele subsidies» precies? Kunt u dat eensdefiniëren?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Daar zou ik heel graag een kopje koffie met u over willen drinken. Volgensmij kunnen we daar een hele middag over doorspreken. Fossielesubsidies zijn belastingvrijstellingen en allerlei andere financiëlevoordelen die bedrijven op dit moment krijgen, waarmee fossiel nogsteeds wordt gestimuleerd. Het hangt een beetje af van welke inschattingje pakt, maar het kan oplopen tot wel 50 miljard. Als we toegaan naar deeconomie van de toekomst, dan is het heel belangrijk dat we dit zo snelmogelijk gaan afbouwen. Ik weet dat de Minister in een internationalecoalitie zit om dit af te bouwen, maar volgens mij moeten we daar nogveel meer vaart mee maken.De voorzitter:Ik heb één interruptie toegestaan in deze tweede termijn. Ik geef hetwoord aan de heer Klos voor zijn bijdrage.De heer Klos (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60459 Dank u wel. Volgens mij spreekt uit dit debat in ieder geval een enormegedeelde urgentie, met uitzondering van de partijen, zoals MinisterHermans ook zegt, die zich keren tegen de wetenschappelijke consensusover de opwarming van de aarde of die in ieder geval de elektrificatie vande economie om dat te voorkomen, afwijzen.De Minister legt in dit debat een vrij hoge druk op wat er in januari kanworden verteld over zo ongeveer alles. Dat wordt een drukke kerstva-kantie voor Minister Hermans. We gaan in januari horen over de snelleuitrol van flexibele contracten, over de normalisering van energy hubs enzelfs over de handhaving van de energiebesparingsplicht. Daar zie ik zeernaar uit.Ik heb genoteerd dat de Minister steeds heeft gezegd dat we moetensturen in de mist. De officiële aanwijzing van de ANWB als er mistontstaat, is dat je je afstand moet verdubbelen en dat je je snelheid moethalveren. Ik denk dat er van u een huzarenstukje wordt gevraagd, namelijkom precies het tegenovergestelde te doen: u moet de afstand halveren ende snelheid verdubbelen. Ik zie zeer uit naar januari, wanneer dat gaatgebeuren.Dank u wel.De voorzitter:Dat roept een vraag op van mevrouw De Vos.Mevrouw De Vos (FVD):Mijn naam werd niet expliciet genoemd, maar ik vermoed dat het aan mijgeadresseerd was. Ik wil dit toch even rechtzetten. Forum voorDemocratie voelt een enorm grote urgentie als het gaat om ditonderwerp, maar wij vinden dit beleid niet de oplossing. Sterker nog, datmaakt het alleen nog maar erger. Wij zien ook dat er klimaatveranderingbestaat, maar dat is altijd al zo geweest. Dat wilde ik toch evenrechtzetten.De voorzitter:Daar mag de heer Klos nog op reageren.De heer Klos (D66):Begrijp ik het goed dat Forum voor Democratie wél de rol van de mens inde opwarming van de aarde erkent?De voorzitter:Voorzitter ... Nee, wacht, dat ben ik zelf! We gaan nu niet weer naar eeninterruptie van mevrouw De Vos. Ik stel voor dat er sowieso een kopjekoffie gedronken moet worden. Dit zal vast in nog heel veel debattenterugkomen.De heer Klos (D66):Ik vond het een hele interessante ontwikkeling!De voorzitter:De heer Jumelet.Mevrouw De Vos (FVD):Ik wil wel een misverstand voorkomen. Zoals u het zegt, is niet zoals wijhet zien. Ik blijf bij wat ik er net over heb gezegd.De voorzitter:Goed.De heer Peter de Groot (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60460 Ik heb een interruptie voor de heer Klos van D66. Ik wilde ook het punt vande mist gebruiken. Dat ga ik zo meteen ook doen. Ik hoorde de heer Kloszeggen: niet de snelheid matigen, maar juist versnellen. Ik wil dit eventoetsen bij de heer Klos. We zien in de afgelopen tijd vaker dat ergepredikt wordt dat er meer moet gebeuren. Dat willen we natuurlijkallemaal, maar met meer doelen zijn we niet geholpen. We zijn geholpenmet meer uitvoeringsperspectief in de mist. Ik wilde dit even verifiëren bijde heer Klos. U pleit toch niet voor extra doelen en meer maatregelen?Misschien zouden we zelfs wat meer adaptief moeten zijn.De heer Klos (D66):Ik blijf wel voor doelen, omdat ik graag wil dat het meetbaar wordt wat weaan het doen zijn. Volgens mij heeft de Minister in dit debat ooktoegezegd dat ze de Kamer zal informeren over wat het meetbare doel isom de wachtrij te verkorten voor bedrijven die een aansluiting willen endat ze ons zal informeren over hoe snel we dat doen. In die zin ben ik daardus wel voor.De voorzitter:Goed. De heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik dank de Minister voor alle antwoorden. Er warenbest veel vragen, dus er waren ook heel veel antwoorden. Dank u weldaarvoor.Ik denk dat het goed is om te constateren dat er veel op de rails staat endat er aan veel zaken wordt gewerkt. Dat gebeurt met heel veel partners,ook in de provincies en gemeentes. Ik denk dat het goed is om dat nogeen keer hier te constateren. De urgentie is net al benoemd. Wij ervarendat ook zo. Ik heb zelf nadrukkelijk het woord «inzicht» genoemd. Dat kanhelpen om tot impact te komen en om vervolgens ook draagvlak tebehouden voor de hele ontwikkeling, de energietransitie, waar we metelkaar in zitten, met het oog op de klimaatdoelen.Ik constateer dat wanneer we buiten deze ruimte komen, we heel vaakbijna niet meer kunnen uitleggen wat er allemaal aan de orde is en wat erallemaal moet gebeuren. Ik wil nog een keer aangeven dat het ontzettendbelangrijk is dat we daar oog voor hebben en dat we daar aandacht aangeven in de gesprekken met de netbeheerders en met anderen.Dank voor de beantwoording. Ik wil in ieder geval dat we «inzicht naarimpact» vertalen naar de mensen buiten dit huis om zo te kunnen rekenenop draagvlak.Dank u wel.De voorzitter:Dan de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Ook de Minister bedankt, voor de antwoorden diewe hebben gekregen. Het werd al eerder hier in het debat genoemd datook de duurzame opwekking zorgt voor extra krapte op het net. Dat is dereden dat wij er nog steeds voor pleiten om daar een pauze voor in testellen. Ik heb al vaak het voorbeeld genoemd dat wanneer alle lampjesop het dashboard rood branden, je juist niet gaat versnellen en extra gasgeven. Dan zet je je auto langs de kant aan ga je er eerst een techneutnaar laten kijken voordat je verder rijdt.We zullen de komende tijd nog meer aandacht aan dit onderwerpbesteden, ook al omdat nieuwe internationale onderzoeken weergevendat het geleverde vermogen van windmolens op zee tegen blijkt te vallen.Als er in onze netcongestievoorspellingen echter wel met die hogereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60461 productie wordt gerekend, zijn we op dit moment misschien verkeerd aanhet prioriteren en kunnen we misschien meer ruimte geven.Daar wil ik het nu bij laten.De voorzitter:Dan de heer Peter de Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Voorzitter. Ook van mijn kant dank voor de brede beantwoording door deMinister en voor de ambtelijke ondersteuning. Ik denk dat sturen in demist, bezig zijn met een transitie waarvan je niet precies weet hoe dieverloopt, best wel moeilijk is. Dat merken we met elkaar als we probereninzicht en duidelijkheid te krijgen. Ik denk dat we wel de goede kant opgaan en dat de Minister veel doet. Ik heb een aantal dingen gehoord zoalsextra geld ter ondersteuning van de vliegende brigade. Ik denk dat je echtnaar de uitvoering toe moet.Er worden nu veel initiatieven ontplooid en ik zou graag willen dat we dieniet kwijtraken. Er zit veel energie in de provincies. Ik heb op veel van mijnvragen antwoord gehad, maar er is een punt waar ik nog een beetje overtwijfel, namelijk: hoe kunnen we die kracht, die ook van onderaf komt, metelkaar beetpakken? Kijk bijvoorbeeld naar wat er gebeurt in Flevoland,waar inzicht wordt geboden in wat er precies nodig is, of naar hetexpertisecentrum waar ik het al over had. Ik probeer op dit punt nog uit tepuzzelen wat we met elkaar nodig hebben om ervoor te zorgen dat we datgoed overeind houden en dat we daar de energie bij houden. Ook hoordeik dat we 1 januari 2027 het addendum op de Energiewet krijgen. Hoekunnen we in de tussentijd de juridische zekerheid borgen voor initia-tieven?Ik ben dus vooral op zoek naar waar we op praktisch niveau adaptiefmoeten zijn om dingen te laten slagen. Ik noemde al het voorbeeld van debovenleiding van ProRail gebruiken. Zo worden er misschien welduizenden dingen bedacht. Hoe kunnen we die omarmen en bundelen? Ikdenk dat er toch echt lokale experticecentra voor nodig zijn om dat aan degang te krijgen. Ik wik en weeg nog even of ik daarover met een motie wilkomen.De voorzitter:Ik geef het woord aan de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Voorzitter. Allereerst dank aan de Minister voor het zorgvuldig beant-woorden van alle vragen en voor het goede debat. Ik heb geen vraagmeer aan de Minister, maar wil toch even mijn afdronk geven van diteerste commissiedebat.Ik hoop van harte dat we de komende tijd met elkaar een debat kunnenvoeren. Ieder heeft natuurlijk een andere wens over waar we heen moetengaan en hoe snel dat moet. Maar ik denk dat het heel goed zou zijn voorhet beleid het komende jaar als we wel blijven kijken naar wat er mogelijkis en we daar pragmatisch mee omgaan. Neem het voorbeeld van dehybride warmtepomp. Daarmee kun je een gedeelte elektrificeren maarbehoud je een opening voor gas, zodat dat netwerk in stand blijft. Datbetekent niet gelijk dat je dan tegenover elkaar komt te staan, maar weldat je kijkt naar wat mogelijk is binnen de huidige techniek. Ik denk dat datheel goed zou zijn voor ons energiesysteem en dat we dan sneller ergenskomen dan wanneer we bijvoorbeeld weer een doel opleggen dat mooi isop papier maar waar we in de praktijk helemaal niet kunnen komen. En ikconcludeer ook dat er heel veel kopjes koffie gedronken gaan worden.Tot zover.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60462 Tot slot mevrouw De Vos.Mevrouw De Vos (FVD):Dank, voorzitter. Dank ook aan de Minister. Ik had in eerste instantieweinig toe voegen aan mijn betoog, maar de woorden van de heer Klosinspireerden mij toch om nog een paar woorden te zeggen over hetfundamentele punt waarin Forum voor Democratie inderdaad verschiltvan alle partijen in deze zaal, namelijk het punt dat wij zien dat klimaatver-andering van alle tijden is, dat het maar zeer de vraag is in welke mate demens daar een doorslaggevende invloed op heeft en dat we in ieder gevalkunnen constateren dat een groot deel van de rest van de wereld, eigenlijkiedereen buiten Europa, niet meedoet aan deze energietransitie. Zo isTrump uit het klimaatakkoord gestapt en bouwt China iedere week tweekolencentrales.De gevolgen voor de Europese Unie zijn heel zichtbaar: we hebben eenverslechterende concurrentiepositie en in Nederland hebben we last vannetcongestie. We zien ook dat we veel afhankelijker zijn geworden van hetbuitenland sinds het Groninger gasveld is gesloten. Je kunt er nog zoveelpositieve energie, om in de woorden van de heer Klos te spreken,tegenaan gooien, maar de betrouwbaarheid van onze energievoorzieningen daarmee van onze welvaart staan op het spel. Ik zit hier om mijdaartegen te verzetten.Dank u wel.De voorzitter:Dat roept een interruptie op van de heer Klos.De heer Klos (D66):Wat ik daar zo onverantwoord aan vind, is het volgende. Stel, in eennormale huiselijke situatie, bijvoorbeeld in je eigen straat, staat een huisin brand. Er komen allemaal mensen met grote emmers water om diebrand te blussen. De ene emmer is groter dan de andere. U zegt: onsemmertje is heel klein, dat doet er niet toe; we zouden niet moetenhelpen. Dat is toch een gekke redenering? Hoe klein je emmertje ook is, jegaat toch helpen blussen? Het is toch onvriendelijk en bijna strafbaaridioot om dat niet te doen? Ik snap niet, uit morele overwegingen, uitoverwegingen voor de toekomst, maar ook gewoon uit normaal gedrag,dat u het niet omarmt om op deze manier om te gaan met de opwarmingvan de aarde. Ik zie uit naar de vele debatten die wij hierover op een heelfundamentele manier zullen gaan voeren.De voorzitter:Voordat ik het woord geef aan mevrouw De Vos, wil ik de heer Klosvragen om via de voorzitter te spreken.De heer Klos (D66):Ja.De voorzitter:Dan mevrouw De Vos.Mevrouw De Vos (FVD):Ik vraag me af of de vergelijking van het emmertje en het brandende huisopgaat. Allereerst omdat het nog maar zeer de vraag is of het huis wel inbrand staat; dat was mijn eerste punt. Ten tweede kun je er wel eenemmertje water tegenaan gooien, maar als de rest van de wereldondertussen bezig is om het vuur verder op te stoken en als dat eigenemmertje jou ontzettend veel geld kost, zoals nu het geval is, wordt heteen heel andere situatie. Dan wordt het misschien helemaal niet zoverstandig om dat emmertje water naar dat brandende huis te vervoeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60463 Dus ik blijf bij mijn standpunt. Ik vind het ongelofelijk dom, om het tochmaar even in die bewoordingen te zeggen, dat Europa zichzelf zo in devoet schiet, terwijl, nogmaals, de rest van de wereld niet meedoet, maardoor blijft gaan met groeien. Wij lopen totaal achter de feiten aan.De voorzitter:Goed. Ik sluit dit voor nu en ik verzeker de leden dat dit onderwerp, of inieder geval de mogelijkheid om het over dit onderwerp te hebben, nogheel vaak terug zal komen. We gaan schorsen. De Minister heeft aange-geven tien minuten nodig te hebben. We gaan dus tot 19.00 uur schorsen.De vergadering wordt van 18.53 uur tot 19.01 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. De Minister doet de beantwoording van detweede termijn.Minister Hermans:Voorzitter, dank. Ik begin met de vragen van mevrouw Van Oosterhout. Ikdoe eerst de natuurvragen. Daar waar er sprake is van een energieprojectin een Natura 2000-gebied hebben we gewoon de verplichting om daar demaatregelen te nemen die we moeten nemen. Daarbuiten geldt dat alsbeschermde diersoorten zich laten zien in zo’n project – denk aan de paden de bever; er zijn al allerlei voorbeelden geweest – TenneT maatregelenmoet nemen om de beschermde diersoort te beschermen. Zo is in deprocessen ingebouwd dat natuurmaatregelen genomen worden.Dan de discussie over het prioriteringskader en bedrijven die echt bezigzijn met verduurzaming. Ik hecht eraan om nog even heel goed onder-scheid te maken tussen twee verschillende elementen, namelijk deinfrastructuur en de aansluiting. Het prioriteringskader gaat over wie erprioriteit heeft bij het verkrijgen van een aansluiting. De ACM maakt datprioriteringskader. Dan hebben we de investeringsplannen van denetbeheerders. Daarin wordt bepaald waar infrastructuurprojectenworden opgezet en waarin wordt geïnvesteerd. Daarop kunnen wij sturenvia het MIEK. In het MIEK worden projecten geselecteerd die natuurlijk,zou ik daarbij willen zeggen, bedoeld zijn om de energietransitie voorelkaar te krijgen.Dan hebben we ook nog de vraag van mevrouw Van Oosterhout hoe weervoor zorgen dat woningbouw boven een datacentrum gaat. Volgens mijwas dat het letterlijke voorbeeld dat zij gaf. Dit is dus de kern van hetprioriteringskader. Nogmaals, dat gaat over de aansluitingen. Eenwoonwijk, woningbouw, of een congestieverzachtend project, zoals eenbatterijpark, dat ook even voorbijkwam, gaat boven een datacentrum ofeen andere aanvrager die niet in de prioritaire categorieën valt. Dit dusnog even om het onderscheid duidelijk te maken tussen hoe in deprojecten wordt geprioriteerd en hoe het bij de aansluiting zit en wat nouhet doel is van de aansluiting en het prioriteringskader. Dat is juist om dewoonwijken of congestieverzachters voorrang te geven.Mevrouw Van Oosterhout vroeg nog naar de fossiele subsidies. Decoalitie waar Nederland initiatiefnemer van is, werkt gestaag door. Wehebben ook nog een bijeenkomst gehad op de klimaattop in Braziliëvorige week. Je ziet dat landen of in de fase zitten dat ze hun lijst vansubsidies moeten publiceren, of dat gedaan hebben en nu kijken hoe zemet de afbouw van fossiele subsidies aan de slag gaan. Nederland heeftdaar een plan voor gepresenteerd, waar ook ons afwegingskader in zit. Nuis het wachten op de andere leden die dat gaan aanvullen, zodat we ookervaringen kunnen uitwisselen – dat is het derde doel dat we met decoalitie hebben. Dat is ook een reden dat we met Colombia en een aantalandere landen die conferentie in april organiseren. Die ziet breder dan hetinstrument voor de afbouw van fossiele subsidies. Die gaat echt over deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60464 vraag: hoe beweeg je nou op een goede, ordentelijke, zorgvuldige,realistische, zeg ik in de richting van de heer Vermeer, manier weg van diefossiele brandstoffen? Ik vind het belangrijk om dat in internationaalverband te doen, omdat dit rechtstreeks verband houdt met onzeinternationale concurrentiepositie. Volgens mij heb ik daarmee de vragenvan mevrouw Van Oosterhout uit de tweede termijn beantwoord.Dan kom ik bij de heer Klos, die een drukke januarimaand voorziet. Datklopt; er komen een heleboel brieven. Aan een heel aantal wordt ook aleen tijd gewerkt, dus dat hoeft niet allemaal tijdens de kerstvakantie.De heer Klos ging nog in op mijn metafoor van de mist. Je moet altijdoppassen met metaforen; daar ben ik mij van bewust. Laat ik hetkernachtig samenvatten: we zijn een transitie aan het doen die we in dezeomvang op deze manier nog nooit gedaan hebben. Elke transitie gaatgepaard met onzekerheid; dat is inherent aan een transitie. De kernvraagis steeds hoe we omgaan met die onzekerheid. Hoe zorg je ervoor dat jezo veel mogelijk informatie, kennis, data en noem maar op vergaart en opbasis daarvan handelt? Maar dat er onzekerheid is en onbekendheden zijnen zullen blijven, is een gegeven. Zaak is dan om niet te stoppen en datals argument gebruiken om niks te doen – want er is altijd een argumentom niks te doen – maar om te bezien hoe je met die onzekerheid omgaaten toch weer een stap vooruit zet.In dat kader sluit ik me aan bij wat de heer Jumelet zei, namelijk dat jedaarbij continu oog moet blijven houden voor draagvlak. Het heeftimmers geen zin om vooruit te rennen en ondernemers en huishoudens,iedereen, kwijt te raken. Dit gaat alleen maar lukken als we het met z’nallen doen. Dat neemt niet weg dat je soms elkaar even een duwtje moetgeven of een hobbeltje over moet duwen. Maar het moet wel samengebeuren.Tegen de heer Vermeer zeg ik: realistisch, absoluut. We moeten ooghebben voor wat er in de wereld om ons heen gebeurt. Een tegenslag isechter geen argument om te stoppen, maar een argument om te kijkenhoe we het oplossen. Hoe stropen we de mouwen op en gaan we verder?Dan de heer De Groot. Ik ben even aan het zoeken naar waar de heer DeGroot precies naar op zoek is. De heer De Groot zelf ook, begrijp ik. Nou,dan gaan wij koffiedrinken. Dat lijkt me dan de beste oplossing. Laat ik ertwee dingen over zeggen. In de hele aanpak is elk goed idee – volgens mijzei ik dat al in mijn inbreng – of dat nou lokaal, provinciaal of landelijkbedacht wordt, een goed idee. Ik vind dat we moeten kijken hoe we datkunnen opschalen. Hoe kun je het zo standaardiseren dat het ook opandere plekken kan worden ingezet? De heer De Groot noemde tot tweekeer toe het voorbeeld van ProRail of van spanning op het spoornetwerk.Specifiek hierover: we zijn in gesprek met de ov-sector over hoe jeelektriciteit die in het ov beschikbaar is en niet op alle momenten gebruiktwordt, beschikbaar kunt stellen voor bijvoorbeeld bedrijven. Daar zittenwel allerlei technische ingewikkeldheden aan. Die zijn voor een latermoment. Maar daar wordt doorlopend aan gewerkt. Die toezegging kan ikdus doen. Wij blijven ideeën ophalen uit regionale en lokale expertise-centra. Als de heer De Groot nog iets wil of meer wil, dan moet hij mij datduidelijk maken. Dit is wat ik hierover kan zeggen.De heer Peter de Groot (VVD):Het gaat er meer om dat we met elkaar geconstateerd hebben in dit debatdat het gaat van idee en beleid naar uitvoering en dat de uitvoeringplaatsvindt op gemeentelijk niveau, waarbij de provincies ondersteunen.Neem het voorbeeld van Flevoland. Ik werk graag met voorbeelden,omdat het dat heel tastbaar maakt, maar dat heeft wel het risico in zichdat het dan over dat ene voorbeeld gaat. Maar dit speelt natuurlijk in hethele land. De provincie Flevoland heeft gewoon mensen aan het werkgezet om dit bij elkaar te brengen, om inzicht te geven. Dit kost ookgewoon geld. Hoe zorgen we ervoor dat dit soort dingen overeind blijven?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60465 Het kost eigenlijk steeds meer inspanning om te komen tot het vervol-maken van dit proces, deze transitie, in de praktijk. Soms moet je dandenk ik ook zeggen dat je een en ander gaat ondersteunen – met geld ofmet een vliegend team, zoals de Minister al doet. Ik krijg steeds meersignalen dat het daar wel knelt in de provincies. We vragen steeds meervan de provincies en tegelijkertijd leveren we daar niet altijd bij watdaarvoor nodig is. Misschien moeten we hier op een ander moment nogeens over doorpraten. Ik wil graag mee helpen duwen richting transitie,maar ik wil niemand voor de voeten lopen.Minister Hermans:In algemene zin zie ik dat bij provincies en bij gemeenten overal keihardwordt gewerkt, in allerlei verschillende verbanden. Iedereen zal geholpenzijn met meer geld, overigens ook met meer capaciteit of met handjes, dieer ook niet altijd zijn. Geld is ook schaars. Dat geldt lokaal, regionaal enook landelijk. Ik zeg niet dat ik per definitie niet bereid ben om goedeinitiatieven te ondersteunen, maar ik kan hier ook niet toezeggen dat ik datga doen. Zo hoor ik de vraag van de heer De Groot ook niet. Ik denk weldat het aan ons is om steeds goed te kijken wat voor initiatieven er zijn enmet wat voor steun, financieel of misschien soms wat inhoudelijkeondersteuning, ook vanuit het Rijk, je die initiatieven in de benen kunthouden.De voorzitter:Dit roept een vraag op van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Het is eigenlijk meer een opmerking ter onder-steuning van de heer De Groot. De provincies en gemeentes moetenopboksen in de overleggen tegen alle technische kennis van TenneT enregionale netbeheerders. Die kunnen dat gewoon in hun tarievenverwerken, terwijl het voor de lokale overheden alleen maar kosten zijn. Ikdenk dus dat we daar echt iets mee moeten doen, maar daar zal in hettweeminutendebat vast een voorstel voor komen.Minister Hermans:Dan wachten we dat voorstel af.De heer Van den Berg had geen vragen meer.Mevrouw De Vos maakte een opmerking over China. Ik wil daar alleenover zeggen dat het prima is om een voorbeeld te noemen, maar noemdan ook beide kanten: de gigantische productie van hernieuwbare energiedie daar ook plaatsvindt.Voorzitter. Dat gezegd hebbend, heb ik volgens mij alle vragen beant-woord. Ik realiseer me dat dit echt een ingewikkeld vraagstuk, eenprobleem is en dat het ook niet de laatste keer is dat wij hieroverdebatteren. Het is belangrijk dat we hier met man en macht aandoorwerken, want het vertraagt op dit moment zowel in de economie alsin de energietransitie en dat kunnen we niet hebben.Dank u wel.De voorzitter:Ik zie nog een vraag van mevrouw De Vos. Dat is dan de laatste vraag vanhet debat.Mevrouw De Vos (FVD):Ik wil toch even reageren op de laatste opmerking. Ik wil daar best aantoevoegen dat China inderdaad nu voor het eerst een thoriumcentraleheeft geopend. Daar zijn wij ook groot voorstander van en daar hebbenwij een debat over aangevraagd. Ik hoop van harte dat het kabinetdaarmee aan de slag gaat, dus bij dezen heb ik dat toegevoegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60466 Minister Hermans:Ik heb daar verder geen toevoeging op, behalve dat ik geloof in eenenergiemix in Nederland waar alles in zit: zon, wind en kernenergie.De voorzitter:Goed. Daarmee is dit debat afgerond. Dan ga ik even de toezeggingendoornemen. Er is een tweeminutendebat aangevraagd door mevrouw VanOosterhout en er zijn zeven toezeggingen gedaan door de Minister.–In januari informeert de Minister de Kamer over de eerste uitkomstenvan de gesprekken met de betrokken partijen over het beter faciliterenvan flexibel gebruik van het elektriciteitsnet.–De Minister gaat nader in op de uitwerking van gedifferentieerdetarieven voor huishoudens.Meerdere leden hebben daar om gevraagd, onder wie de heer Kops. Devraag is op welke termijn dit gebeurt.Minister Hermans:Dat check ik even.De voorzitter:Oké.–In januari wordt de Kamer geïnformeerd over gesprekken inzakegesloten distributiesystemen. Dat was een vraag van de heer Flach.–De Minister informeert de Kamer over het stikstofprogramma gerichtop energieprojecten. Dat is ook een toezegging aan de heer Flach.Welke termijn zit daarbij?Minister Hermans:Februari.De voorzitter:Oké, februari.–Medio 2026 informeert de Minister de Kamer over het standaardiserenvan procedures rondom mobiele opslagsystemen. Wederom eentoezegging aan de heer Flach.Minister Hermans:Wat ik heb toegezegd medio ’26 ... Nee, dat was aan de heer De Groot inde brief van maart. Ik kijk heel even.De voorzitter:Zal ik ondertussen doorgaan met voorlezen? De Minister kan multitasken.–In de voortgangsrapportage over netcongestie die eind maartverschijnt, wordt ook ingegaan op het onderzoek van RVO over denegatieve effecten van subsidies op netcongestie. Dat was eentoezegging aan mevrouw De Vos.Tot slot.–De Minister informeert de Kamer over de instrumenten voor lagereoverheden voor betere lokale afstemming van vraag en aanbod. Dat iseen toezegging aan de heer De Groot.Ook daarbij is de vraag: wanneer?Minister Hermans:Dat over decentraal kan in de brief over decentraal van eind januari. Datvan de mobiele opslagsystemen klopt. Dat was medio ’26. Dat gaat overhet standaardiseren en verbeteren van de vergunningsprocessen. Dus datklopt. De tarieven zal ik meenemen in de voortgangsrapportage overnetcongestie van maart.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60467 We hebben we volgens mij ook nog het stikstofprogramma.Minister Hermans:Dat is februari.De voorzitter:Oké. Dan is de administratie op orde. Dan dank ik alle aanwezigen en deMinister en sluit ik hierbij de vergadering.Sluiting 19.17 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60468
Gerelateerde bronnen
- Netcongestie en energie-infrastructuur
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 27 november 2025, over Netcongestie en energie-infrastructuur (herdruk)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.