Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 maart 2026, over hersteloperatie kinderopvangtoeslag
Brontekst
Versie 40793826d1920af6 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 708ToeslagenNr. 102 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 15 mei 2026 De vaste commissie voor Financiën heeft op 19 maart 2026 overleggevoerd met mevrouw Palmen-Schlangen, Staatssecretaris HerstelToeslagen, over:–de brief van de Staatssecretaris Herstel en Toeslagen d.d.12 februari 2026 inzake voortgangsrapportage hersteloperatietoeslagen over de periode september–december 2025 (22steVGR) (Kamerstuk 36 708, nr. 64);–de brief van de Staatssecretaris Herstel en Toeslagen d.d.17 oktober 2025 inzake voortgangsrapportage hersteloperatietoeslagen over de periode mei–augustus 2025 (21ste VGR)(Kamerstuk 36 708, nr. 58);–de brief van de Staatssecretaris Herstel en Toeslagen d.d.25 november 2025 inzake compensatie van aanvullendeschade in de hersteloperatie toeslagen (Kamerstuk 36 708,nr. 60);–de brief van de Staatssecretaris Herstel en Toeslagen d.d.9 december 2025 inzake bestuurlijke afspraken Ministerie vanFinanciën en VNG inzake brede ondersteuning in het kader vande hersteloperatie toeslagen (Kamerstuk 36 708, nr. 61);–de brief van de Staatssecretaris Herstel en Toeslagen d.d.6 februari 2026 inzake het onderzoekrapport «Onderzoekdatabase met administratieve vastleggingen van verzondenbrieven en ontvangen reacties vanuit het massale uitvraagpro-ces» van de Auditdienst Rijk (Kamerstuk 36 708, nr. 63);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Toeslagen d.d.17 maart 2026 inzake aanvullende informatie ten behoeve vanhet commissiedebat Hersteloperatie toeslagen op 19 maart2026 (Kamerstuk 36 708, nr. 79);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Toeslagen d.d.13 maart 2026 inzake kabinetsreactie op het rapport Het isniet jouw (studie)schuld! (Kamerstuk 31 066, nr. 1533);–de brief van de Staatssecretaris Herstel en Toeslagen d.d.12 februari 2026 inzake reactie op verzoek commissie om eenkabinetsreactie naar aanleiding van berichtgeving dat de wetniet naleven bij de Dienst Toeslagen bewust beleid is (Kamer-stuk 36 708, nr. 65); kst-36708-102ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 1021 –de brief van de Staatssecretaris Herstel en Toeslagen d.d.13 februari 2026 inzake antwoorden op vragen commissieover onder andere de voortgangsrapportage hersteloperatietoeslagen over de periode mei-augustus 2025 (21ste VGR)(Kamerstuk 36 708, nr. 58) (Kamerstuk 36 708, nr. 66);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Toeslagen d.d.18 maart 2026 inzake beantwoording vragen commissie overde voortgangsrapportage hersteloperatie toeslagen over deperiode september-december 2025 (22ste VGR) (Kamerstuk36 708, nr. 64 ) (Kamerstuk 36 708, nr. 81);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Toeslagen d.d.18 maart 2026 inzake reactie op verzoek commissie over debrief van de Stichting (Gelijk)waardig Herstel (SGH) «Vijfkeuzes nodig voor rechtvaardig hersteld van getroffen oudersvan de toeslagenaffaire» (Kamerstuk 36 708, nr. 80).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,Chris JansenDe griffier van de commissie,WeeberTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 1022 Voorzitter: Van der LeeGriffier: LipsAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Ceulemans, Inge van Dijk,Van Eijk, Ergin, Grinwis, Van der Lee, Markuszower, Mathlouti, Vermeer enWesterveld,en mevrouw Palmen-Schlangen, Staatssecretaris Herstel Toeslagen.Aanvang 17.00 uur.De voorzitter:Ik open de vergadering van de vaste Kamercommissie voor Financiën. Wijgaan het vandaag hebben over de hersteloperatie toeslagen, in aanwe-zigheid van de Staatssecretaris met ondersteuning. Van harte welkom. Erzijn ook een aantal leden van de commissie aanwezig. Ik zal ze evenvoorstellen. Allereerst de heer Markuszower van de Groep Markuszower.Hij moet toestemming vragen aan de commissie omdat hij formeel noggeen lid is van de commissie. Is dat akkoord? Ja. De heer Ergin gaatspreken namens de fractie van DENK, de heer Ceulemans namens JA21,de heer Mathlouti namens D66, mevrouw Van Dijk namens het CDA,mevrouw Van Eijk namens de VVD, de heer Vermeer namens GroenLinks-Partij van de Arbeid en mevrouw Westerveld ... Nee sorry, de heerVermeer spreekt namens BBB. Ja, dat zou leuk zijn! Ik was al bij mevrouwWesterveld, die gaat spreken namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.Zelf ben ik ook lid van die fractie. Mijn naam is Tom van der Lee. Ik bentechnisch voorzitter vandaag.Ik heb nog een paar mededelingen. De afgelopen dagen zijn op verzoekvan de commissie nog enkele aanvullende stukken van de Staatssecretarisontvangen. Het gaat om de antwoorden op de vorige week gesteldefeitelijke vragen over de 22ste voortgangsrapportage, een aanvullendereactie op het rapport van de ADR over de ontvangst- en verzendadminis-tratie. Verder is er nog wat extra informatie in reactie op het rapport dat isuitgebracht door de Kinderombudsman over studieschulden van kinderenen een reactie op de notitie van de Stichting (Gelijk)waardig Herstel overde voortgang van de hersteloperatie. Deze stukken zijn hetzij aan deagenda van dit debat toegevoegd of treft u aan bij de eerstvolgendeprocedurevergadering en kunnen uiteraard vandaag aan de orde komen.Ten slotte wil ik namens de heer Jimmy Dijk melden dat hij tot zijn spijtniet aan het commissiedebat kan deelnemen, omdat hij deelneemt aan debegrotingsbehandeling van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgele-genheid, die op dit moment plenair plaatsvindt. Ook de heer Vlottes heeftlaten weten dat hij niet kan deelnemen namens de PVV aan het debat. Uheeft al toestemming verleend aan de heer Markuszower.Er is nog een punt van orde, geloof ik, van de heer Ergin. Gaat uw gang.De heer Ergin (DENK):Voorzitter. Ik moet twee debatten tegelijkertijd voeren. Ik zal ook op enneer gaan naar de begroting.De voorzitter:De heer Ceulemans.De heer Ceulemans (JA21):Voor mij geldt hetzelfde.De voorzitter:De heer Vermeer ook nog. Gaat uw gang.De heer Vermeer (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 1023 Ik had net al bij u aangegeven dat ik na de eerste termijn van de Kamermoet vertrekken, maar we zullen uiteraard de antwoorden tot ons nemenen daarmee verdergaan.De voorzitter:Heel hartelijk welkom aan de mensen die hier aanwezig zijn en aan demensen die dit digitaal volgen. Het vertrek van Kamerleden tijdens hetdebat is niet uit gebrek aan interesse, maar ook omdat we in dit gebouwmeerdere debatten tegelijkertijd hebben. Niet alle fracties hebben zo veelmensen dat ze voor ieder onderwerp iemand apart ter beschikkinghebben.Als eerste ga ik nu de heer Markuszower het woord geven namens zijngroep. Ik zeg even dat we vier interrupties doen in de eerste termijn vande zijde van de Kamer. Meneer Markuszower, gaat uw gang.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Heel veel dank, meneer de voorzitter. Vandaag spreken wij opnieuw overde hersteloperatie toeslagen, een dossier dat het symbool is gewordenvan hoe ernstig hoe het misgaat wanneer de overheid haar burgers nietbeschermt, maar aanvalt. Duizenden ouders zijn onterecht bestempeld alsfraudeur. Hun levens zijn ontwricht. Gezinnen raakten in de schulden,relaties gingen stuk en kinderen groeiden op in armoede en onzekerheid.In sommige gevallen zijn er zelfs kinderen uit huis geplaatst. Geef diegestolen kinderen zo snel als mogelijk terug aan de ouders, zeg ik tegendeze Staatssecretaris.De overheid moet alle ellende die zij heeft veroorzaakt, zo snel mogelijkrepareren. Dit duurt tergend lang. De hersteloperatie verloopt veel en veelte langzaam. Nog steeds zijn er gezinnen die wachten op compensatievoor aanvullende schade. Dit is wat ons betreft onacceptabel. Het gaathier om mensen.Onze fractie wil weten hoe de brede ondersteuning in de praktijk uitpakten welke problemen er nog moeten worden opgelost. Daarom een aantalvragen. Klopt het, vraag ik aan de Staatssecretaris, dat er nog steedshonderden dossiers niet zijn verstrekt, dat er nog steeds honderdenouders wachten op hun dossier. Klopt het dat zij daardoor nog steedswachten op informatie die nodig is om bezwaar aan te tekenen tegen eenbeschikking? Klopt het dat er verschillen bestaan tussen hoe gemeentende hersteloperatie uitvoeren? Betekent dit dat toeslagenouders in de enegemeente slechter af zijn dan in de andere? Klopt het dat de kinderen vande toeslagenaffaire een studieschuld hebben die twee keer hoger is dandie van de doorsnee student? Klopt het dat een aanzienlijk deel van dezeschade niet vergoed wordt, bijvoorbeeld omdat hun schuld hoger is dande € 10.000 die zij aan compensatie ontvangen? Klopt het, vraag ik aan deStaatssecretaris, dat uit huis geplaatste kinderen nog steeds niet terugkunnen naar hun ouders. Klopt het dat een aanzienlijk deel van hen nietuit huis was geplaatst als hun ouders niet ten onrechte als toeslagenfrau-deurs waren bestempeld? Klopt het dat ondernemers op dit moment geenofficiële erkenning binnen de hersteloperatie hebben? Klopt het dat zijbuiten de bestaande regelingen vallen?Voorzitter. Twee dagen voor dit debat stuurt de Staatssecretaris een briefnaar de Tweede Kamer. In deze brief kondigt zij aan om te stoppen met deCommissie Werkelijke Schade. Dat is alweer een nieuwe afslag. Waarompas zo laat? Is de Staatssecretaris met ons van mening dat dit nietbevorderlijk is voor het herstel van het vertrouwen?Voorzitter. Onze fractie pleit, net als twee weken geleden, voor deinvoering van een nationaal coördinator toeslagenouders. Stel iemandaan zoals Pieter Omtzigt of Farid Azarkan of Renske Leijten. Hieroverhebben wij reeds een motie ingediend. Wij willen dat er onafhankelijkwordt meegekeken op het ministerie, zodat de hersteloperatie goedverloopt en de ouders het herstel krijgen dat hun toekomt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 1024 Dank u wel.De voorzitter:Het einde van uw inbreng. Dank u wel. De heer Ergin heeft een interruptie.De heer Ergin (DENK):Hoorde ik nou de heer Markuszower zeggen dat de Commissie WerkelijkeSchade gaat stoppen? Ik heb geprobeerd alle stukken heel goed te lezen,maar ik heb dat niet gezien. Kan de heer Markuszower zijn punt nadertoelichten?De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ik moet u eerlijk zeggen dat ik dat wel heb begrepen uit de stukken, maarmocht ik, of iemand die mij daarmee heeft geholpen, dat niet goedbegrepen hebben uit de stukken, hoor ik graag van de Staatssecretaris ofhet wel of niet klopt. Dan herhaal ik mijn vraag: klopt het dat deCommissie Werkelijke Schade gaat stoppen? Als dat zo is, vinden wij dateen nieuwe afslag. Als dat niet zo is, dan neem ik mijn woorden ... O, ikhoor de Staatssecretaris buiten de microfoon zeggen dat dit niet zo is. Datgedeelte is dan dus niet waar. Dan bied ik mijn excuses aan voor dieverkeerde aanname.De voorzitter:Nogmaals dank voor uw inbreng. Dan gaan we nu naar de heer Erginluisteren namens de fractie van DENK.De heer Ergin (DENK):Voorzitter. Het toeslagenschandaal heeft duizenden levens ontwricht.Mensen raakten hun huis, hun werk en hun vertrouwen in de overheidkwijt. En nog steeds zien we dat het herstel tekortschiet. Er zijn eigenlijkduizenden vragen, honderden vragen die we tijdens dit debat kunnenstellen, maar ik heb een aantal prangende vragen opgesomd. Daar wil ikgraag snel mee starten.Voorzitter. Over de voortgang van het herstel. Volgens SGH klopt hetgecommuniceerde aantal van 3.300 afgeronde dossiers vanuit deregering, vanuit de hersteloperatie niet en ligt dat in werkelijkheid lager.Tegelijkertijd geeft SGH aan dat zij ongeveer 70% van de daadwerkelijkeafrondingen verzorgt. Ik zou graag een reactie van de Staatssecretariswillen op deze cijfers. Wat klopt er nou precies van wat wij horen?Voorzitter. Ik wil het ook hebben over de gedupeerde ondernemers. Wehebben het telkens in de marge van het debat over de gedupeerdeondernemers. Vandaag wil ik toch aanvangen met die gedupeerdeondernemers, want zij zijn hun bedrijf kwijtgeraakt. Ik zie ook dat eenaantal van die gedupeerde ondernemers aanwezig is tijdens dit debat. Zijzijn in diepe schulden beland, hun inkomen is weg en eigenlijk hebben zetot op de dag van vandaag geen volwaardige plek in de hersteloperatie.We zien telkens dat de oplossingen die aangeboden worden voor henontoereikend zijn. Ziet de Staatssecretaris ook dat hier eigenlijk eenfundamenteel gat is in de hersteloperatie? Is de Staatssecretaris bereidom hier werk van te maken?Voorzitter. De gedupeerde ondernemers wil ik concreet maken met éénvoorbeeld, namelijk dat van mevrouw Ali. Zij runde twaalf jaar lang eenstomerij, een goedlopend bedrijf. En opeens kwamen die terugvorde-ringen. Die bedragen waren gigantisch hoog, onhaalbaar. De schuldenliepen op. In 2016 werd er beslag gelegd op haar voertuigen en in 2017viel haar onderneming stil, niet omdat die niet lekker draaide, maar omdatze het gewoon niet meer kon betalen.Voorzitter. Alle schuldeisers gingen destijds akkoord met een regeling,behalve de Belastingdienst. Ik ben benieuwd hoe de Staatssecretaris eropterugkijkt dat in dit specifieke geval de Belastingdienst juist in de wegTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 1025 stond voor een oplossing. Heeft de Staatssecretaris hier ook meerderevoorbeelden van bij gedupeerde ondernemers?Voorzitter. Dan wil ik doorgaan over de zogenaamde pauzeknop. Weweten dat de eerste pauzeknoppen eindigen en dat heel veel ouders dateigenlijk ervaren als uitstel van ellende. Misschien had ik de volgendevraag misschien vanochtend moeten stellen aan de Staatssecretaris vanToeslagen, maar ik vind het toch wel belangrijk om deze vraag aan deStaatssecretaris van de hersteloperatie te stellen. Die pauzeknop eindigdeen we zien dat heel veel ouders daardoor in de knel komen. En dan heb ikhet nog niet eens over de rente, die waarschijnlijk in sommige gevallen isblijven doorlopen en over de bijkomende kosten. Kan de Staatssecretarisdaar nader op ingaan? Hoe kunnen we die pauzeknop nou zo aanpakkendat we die ouders nog steeds blijven helpen? We kunnen namelijk in elkgeval niet bij alle ouders spreken van herstel van vertrouwen. Dehersteloperatie is bij heel veel ouders niet geslaagd.Voorzitter. Dan die 3.500 kinderen. Uit onderzoek bleek dat slechts 5% vande kinderen teruggekeerd is. Dat is echt een schokkend laag aantal. Wehebben het in de commissie heel vaak gehad over de kinderen die uit huiszijn geplaatst en die nog steeds niet thuis zijn gekomen. Ik ben benieuwdwat de inzet van deze Staatssecretaris is. We hebben eerder antwoordengekregen van voorgaande Staatssecretarissen waarin zij het probleemeigenlijk doorschoven naar een andere bewindspersoon in het kabinet. Ikben benieuwd wat er nu gebeurt om de losgerukte gezinnen weer teherenigen.Voorzitter. Dan de studieschulden, ook weer een onderwerp waar wij hetaltijd over hebben en waarvoor we telkens maar niet met een oplossingkomen. We weten dat er heel veel inmiddels jongvolwassenen, maardestijds kinderen, leerlingen, studenten, zijn die na hun 18de moestenbijlenen om de schulden te betalen en brood op de plank te krijgen. Dieleerlingen, die studenten, lopen nu rond met een gigantisch berg aanschulden. Hun leven is belemmerd en ze komen niet aan een huis, laatstaan dat ze toekomen aan het afbetalen van al die schulden. En dan leesik in de brief van de Staatssecretaris: we willen die studenten welcompenseren, maar dan via de ouders. Maar we weten dat niet allekinderen contact hebben met hun ouders. Ik ben benieuwd waarom deStaatssecretaris niet erkent dat er een aparte compensatie moet komenvoor die studenten, namelijk kwijtschelding van hun schulden.Voorzitter. Ik ben door mijn tijd heen. Ik heb nog één vraag, die specifiekgaat over de hzk-regeling. Ik heb begrepen dat ouders bij die hzk-regelinggeen aanspraak kunnen maken op kosteloze rechtsbijstand. Klopt dat?Graag een reactie van de Staatssecretaris.De voorzitter:Hartelijk dank. Dan gaan we naar de heer Ceulemans, die spreekt namensde fractie van JA21.De heer Ceulemans (JA21):Yes. Dank u wel, voorzitter. Laat ik ook nu weer beginnen met tebenadrukken dat een groep ouders en hun gezinnen ongelofelijk zwaargedupeerd zijn als gevolg van de toeslagenaffaire, en vaak dermate zwaardat compensatie en ondersteuning, hoe goed die ook worden vormge-geven, slechts een pleister op de wond zijn, al is het maar omdat velejaren van ellende en stress er simpelweg niet mee kunnen wordenteruggedraaid. Maar het verlangen om aangericht leed te herstellenontslaat ons niet van de plicht om kritisch te blijven kijken naar deuitvoering en de besteding van belastinggeld. Daar is de laatste jarenvolstrekt onvoldoende aandacht voor geweest, met als gevolg een totaalontspoorde en inmiddels compleet ondoorzichtige operatie tegenastronomische kosten en met vaak waanzinnige overcompensatie. Wegaan van toeslagenaffaire naar compensatieschandaal. Ik wil vandaagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 1026 ingaan op een aantal punten die tekenend zijn voor de ontspoordehersteloperatie en op zaken waardoor de aandacht voor echt zwaargedupeerden ondergesneeuwd raakt.Ik begin met de brede ondersteuning die door gemeenten geboden wordtaan erkende gedupeerden. In theorie gaat het hier om een vorm vanondersteuning op vijf leefdomeinen, maar in de praktijk spitst deondersteuning zich voornamelijk toe op materiële zaken. Dit is eenterugkerende zorg bij gemeenten, maar tegelijkertijd rust er voor veelbetrokkenen nog altijd een taboe op het publiekelijk benoemen daarvan.Het komt bijvoorbeeld wel terug in de ledenenquête van Divosa, die weook bij de agendastukken aantreffen. Daarin lezen we dat gemeenten hetaanbod binnen de brede ondersteuning grotendeels willen behouden,maar dat de gemeenten die wél iets willen stopzetten, zich vrijweluitsluitend richten op het terugdringen van materiële verstrekkingen.Ik citeer uit het rapport: «Als redenen voor het willen stopzetten vanmateriële verstrekkingen geven de respondenten de volgende toelich-tingen. Het zorgt voor een scheve verdeling en rechtsongelijkheid, veelinwoners vragen om hele dure spullen en maken lange lijsten metmateriële aanvragen, en het verstrekken van spullen lijkt een doel op zichte worden en past niet meer bij de huidige fase of opzet van de bredeondersteuning. Gemeenten ervaren daarnaast een structureel oneven-wicht, met te veel focus op materiële hulp en te weinig op immateriële ofpsychosociale ondersteuning.»Iedereen die de uitvoering van de brede ondersteuning in de praktijk heeftgezien, zal dit herkennen. Als raadslid heb ik gezien hoe materiëleondersteuning, kortom het vragen en het krijgen van spullen, het doelvaak compleet voorbijschoot. Het is voor veel mensen een verdienmodelgeworden, een route om luxegoederen te kunnen vragen, regelmatig inde vorm van opeisen, die buiten iedere proportie is en die niet meer metdoelmatigheid te maken heeft.Lange tijd was er voor de verantwoordelijke ambtenaren ook amper ietsom op terug te vallen: geen kaders, geen normbedragen et cetera. Veelbetrokken ambtenaren, in het geval van Rotterdam bijvoorbeeldwijkcoaches, voelen zich met de rug tegen de muur staan. Zij voelen zichhet enige obstakel tussen de gedupeerde en de spullen die eengedupeerde verlangt. De druk is enorm om toe te zeggen, ook als dewensen onredelijk zijn. Dit wordt versterkt door de angst bij gemeentenom het verwijt te krijgen niet ruimhartig te zijn voor gedupeerden, encynischer, maar daardoor niet minder waar, omdat het bonnetje toch welnaar Den Haag mag. Tel daarbij op dat de namen van ambtenaren die alskritisch te boek staan, rondgaan binnen groepen gedupeerden en jebegrijpt dat wensen vaak ingewilligd worden.Als raadslid heb ik de meest bizarre praktijkvoorbeelden gehoord, vanallerlei luxegoederen die gevraagd werden tot het voorbeeld van eengedupeerde die een nieuw fornuis wilde. Die kreeg te horen van debetrokken ambtenaar dat het huidige fornuis prima functioneerde en lietvervolgens de volgende dag weten dat het fornuis bij het grofvuil wasgezet. Wat in brede zin voor het ontsporen van de toeslagenaffaire geldt,geldt ook hiervoor. Iedereen weet het, maar niemand durft degene te zijndie aan de rem trekt, vanwege de verstikkende morele deken die over ditdossier ligt.Inmiddels zijn er wat stappen gezet met een modelverordening en met hetbeperken van de periode waarin materiële ondersteuning kan plaats-vinden, maar we moeten ook kunnen controleren of dit daadwerkelijk leidttot minder excessieve uitgaven aan spullen in het kader van de bredeondersteuning. In antwoord op mijn schriftelijke inbreng bleek dat deverantwoording van de brede ondersteuning door gemeenten via deSPUK geen onderscheid maakt tussen materiële en immateriële verstrek-kingen en ondersteuning. Om een vinger aan de pols te kunnen houden,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 1027 zou ik dit onderscheid graag inzichtelijk krijgen. Kan de Staatssecretarishierop reageren?Voorzitter. Dan het ADR-onderzoek.De voorzitter:Een ogenblik. Er is een interruptie van mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Een vraag over dit verhaal, want u houdt een heel verhaal waarin uaangeeft dat iedere gedupeerde van het toeslagenschandaal ook eenpotentiële fraudeur is vanwege alle spullen. Dat baseert u op uw eigenervaringen als raadslid. Ik zou u willen vragen: zijn er dan nog meerervaringen waar u dit vandaan haalt of is het wat u zelf hebt meegemaakt?De heer Ceulemans (JA21):Nee. Er klopt echt helemaal niks van wat u zegt. Ik zeg helemaal niet datdie mensen frauderen. Mijn punt is nu juist ...De voorzitter:U moet via de voorzitter spreken.De heer Ceulemans (JA21):Mevrouw Westerveld verdraait mijn woorden. Ik zeg niet dat die mensenfrauderen. Mijn hele punt is juist dat de regeling zo ruimhartig isingekleed dat er bijna geen kaders, normbedragen of handelingskadersvan toepassing zijn op wat mensen vragen in het kader van de bredeondersteuning. Daardoor hebben mensen juist het recht om heelexcessieve verlangens en wensen in te dienen, waar een ambtenaar metde rug tegen de muur dan ja of nee tegen moet zeggen. Mijn punt is juistdat het probleem de manier is waarop het is ingericht.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik meende wat anders te horen in uw verhaal, vandaar dat ik de vraagstelde. Maar dan ...De voorzitter:«Het verhaal van de heer Ceulemans.» Ook voor u geldt: via de voorzitter.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Het verhaal van de heer Ceulemans; excuses, voorzitter. Dan via devoorzitter een vraag aan de heer Ceulemans: zou het ook niet kunnen zijndat we als Kamer de afgelopen jaren er zo de nadruk op hebben gelegddat je bij wijze van spreken iedere uitgegeven euro moet kunnencompenseren, dat de uitvoeringskosten, maar ook de duur van alletrajecten, inmiddels nog groter zijn dan de bedragen, of de spullen, die demensen uiteindelijk krijgen? Is dat niet de andere kant hiervan?De heer Ceulemans (JA21):Waar ik een ontzettend groot probleem mee heb ... Daar ben ik mijnbetoog ook mee begonnen. Er is een groep ouders ongelofelijkgedupeerd, gewoon heel erg zwaar genaaid, om het maar zo te zeggen.Dat die mensen alle ondersteuning en alle hulp moeten krijgen die maarmogelijk is, is iets waar we het volgens mij aan deze tafel allemaal overeens zijn. Mijn probleem is dat er een enorm stuwmeer is ontstaan, dat delat voor wie we als gedupeerde zien vrij laag ligt, dat die dossiersvervolgens overgaan naar de gemeenten in het kader van brede onder-steuning en dat er vervolgens bijna geen enkele rem lijkt op wat erallemaal mogelijk is. Ik vind het ontzettend moeilijk te verantwoordenrichting mensen die in een gemeente wonen, die voor een laag inkomenelke dag vroeg opstaan, die belasting betalen, dat er met hun belas-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 1028 tinggeld luxeproducten worden gefinancierd waar ze zelf alleen maar vankunnen dromen en dat die gaan naar mensen die in de praktijk voor eenvrij laag bedrag gedupeerd zijn. Dat kan ik gewoon niet verantwoorden. Ikwil daar kaders voor zien.De voorzitter:Mevrouw Westerveld voor haar derde interruptie.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat niemand dat kan verantwoorden en dat dat ook helemaal nietde bedoeling is, maar mijn vraag was: is het nou juist niet doorgeslagennaar de andere kant? Er zijn nu best ingewikkelde procedures gemaakt,juist vanuit de wens die we in de Kamer met elkaar hebben dat belas-tinggeld goed wordt besteed, en tegelijkertijd zien we dat er aan deandere kant enorm veel tijd en geld gaat zitten in de hele uitvoering. Slaathet dan niet naar die kant door? Vindt de heer Ceulemans niet dat het ooknaar die kant doorschiet?De heer Ceulemans (JA21):Als mevrouw Westerveld bedoelt dat ik nu een wens op tafel leg die heelveel extra capaciteit en geld kost, als dat haar punt is, dan ben ik daar nietbang voor. Het lijkt mij redelijk eenvoudig. Gemeenten bieden onder-steuning en die ondersteuning is materieel of immaterieel. Het gaat omspullen of begeleiding. Het lijkt mij voor een gemeente vrij eenvoudig ombij het bonnetje dat naar Den Haag gaat, aan te geven welk deel van hetgeld is besteed aan spullen, dus aan materiële verstrekkingen, en welkdeel van het geld is besteed aan andere vormen van begeleiding. Ik hebniet het idee dat ik daarmee een onredelijke wens op tafel leg.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Over de gemeentelijke ondersteuning hebben we het natuurlijk al heelveel gehad tijdens deze debatten. Inmiddels is er echt wel wat gebeurd. Ermoet een plan van aanpak gemaakt worden. Er is een afbakening in tijd.Er is een afbakening in wat wel of niet. Is dat voor de heer Ceulemansvoldoende of wil hij nog verder terugploegen?De heer Ceulemans (JA21):Ik vind dat de doelmatigheid bij materiële verstrekkingen door gemeentenvoorop moet staan. Als een gedupeerde om spullen vraagt, moeten datspullen zijn die aantoonbaar nodig zijn als onderdeel van het herstel. Hetmoeten spullen zijn die iemand niet kan financieren vanwege wat er methem gebeurd is, terwijl dat nodig is om gewoon te kunnen functioneren inhet dagelijkse leven. Ik vind niet dat er zoiets is als recht op luxepro-ducten. Ik vind dat dat gewoon aangescherpt mag worden. Er zijninderdaad stappen gezet, zoals ik net al heb gezegd. Er zijn modelverorde-ningen et cetera. Tegelijkertijd zijn gemeenten nu vaak op hun eigenmanier bezig met het implementeren. Op het moment dat we zien – datblijkt ook uit de enquête en andere onderzoeken – dat brede onder-steuning vaak neerkomt op spullen, dan is die eigenlijk een beetje het doelaan het voorbijschieten. Er worden stappen gezet om dat in te kaderen enik wil gewoon zien of dat werkt. Daar komt mijn wens vandaan.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik ben een beetje op zoek naar hoeveel meer we nog gaan laten verant-woorden dan het plan van aanpak dat al opgezet en aangeleverd wordt.Volgens mij is dat plan van aanpak juist gericht op wat ouders nodighebben om een goede doorstart te kunnen maken. Dat is het idee van hetplan van aanpak. Ik ben een beetje benieuwd wat de heer Ceulemansgraag nog meer zou willen zien. Ik zou ervoor willen waken dat wegemeentes weer met een enorme extra administratie op gaan zadelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 1029 De heer Ceulemans (JA21):In de schriftelijke vragenronde heb ik letterlijk de volgende vraag gesteld:gemeenten bieden brede ondersteuning en de financiering daarvan komtvan het Rijk; de gemeenten doen de uitvoering en ik wil graag weten welkdeel van het budget dat daarvoor aan gemeenten beschikbaar wordtgesteld, aan spullen verstrekt wordt. Kan er een onderscheid wordengemaakt? Ik vraag helemaal niet om dingen tot op detailniveau. Ik wilgewoon graag weten wat een gemeente aan spullen besteedt en wat zeaan andere vormen van begeleiding besteedt. In de beantwoording opmijn vraag staat dat in de verantwoording van de SPUK-middelen richtinghet Rijk door gemeenten geen onderscheid wordt gemaakt. Ik zou datonderscheid echter graag zien. Ik wil dus gewoon weten wat het is opmaterieel en niet-materieel vlak.De voorzitter:De heer Ceulemans kan zijn betoog vervolgen. Hij heeft nog een minuut.De heer Ceulemans (JA21):Dan moet ik snel gaan. Ik hou het even bij het ADR-onderzoek. Dat heeftwat ons betreft iets groots en best wel schokkends aan het licht gebracht,namelijk dat een belangrijke compensatiegrond met terugwerkende krachtop losse schroeven is komen te staan. De administratie in de ontdektedatabase wordt juist en volledig geacht, zo luidt de conclusie. De ADRdeed vorige week bij de briefing begrijpelijk zijn best om hier geenpolitieke conclusies uit te trekken, dus vraag ik dit maar aan de Staatsse-cretaris. Onderschrijft zij, los van de vraag of zij daar vervolgstappen aanwil verbinden, dat het onderzoek erop duidt dat in veel gevallen waarinvooringenomen handelen werd verondersteld, er wel degelijk sprake lijktvan het versturen van brieven en rappels? Onderschrijft de Staatssecre-taris dat dit erop duidt dat een flinke groep ouders ten onrechte op diegrond gecompenseerd kan zijn? Welk deel van de erkende gedupeerden iserkend op dit enkele feit? Is de Staatssecretaris bereid om deze kennis tebetrekken bij de afhandeling van dossiers die nog openstaan, bijvoorbeeldin het kader van de brede ondersteuning? Graag een reactie hierop.Helemaal tot slot ga ik in op een casus die onlangs in de media verscheen,namelijk die van een als gedupeerde erkende vrouw, die beslag liet leggenop een standbeeld van de rijksoverheid, omdat ze nog € 15.000 wildevanwege het wachten op een reactie op haar bezwaar. Tijdens derechtszaak bleek dat zij voor het moeten terugbetalen van € 225 al eenvaststellingsovereenkomst met SGH had getekend voor bijna € 170.000,nadat haar al zo’n € 42.000 was toegezegd. Ik snap dat de Staatssecretarismoeilijk op individuele casussen kan ingaan, maar tegelijkertijd zou hetraar zijn om het hier niet over te hebben, aangezien die informatiegewoon publiek is geworden. Kan de Staatssecretaris hier toch wat naderop ingaan? Begrijpt zij dat het voor veel mensen onuitlegbaar is dat degeleden schade en de torenhoge compensatie zo enorm buiten alleverhouding zijn?Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. We gaan nu luisteren naar de heer Mathlouti vanD66.De heer Mathlouti (D66):Dank, voorzitter. Ook dank aan alle ambtenaren voor de uitgebreidebeantwoording van de vele vragen in de technische briefing van vorigeweek. Zeker ook dank aan alle betrokken mensen die hier vandaag op detribune zitten.Voorzitter. Dit is mijn eerste commissiedebat over de toeslagenaffaire, eendossier dat voor diep onrecht staat. Het gaat om onrecht dat niet doorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10210 individuen zelf, maar door de overheid is veroorzaakt. Dat vraagt van onsniet alleen zorgvuldigheid, maar ook blijvende urgentie. De afgelopen tijdheb ik, naast met mensen die ik persoonlijk ken en die gedupeerd zijn, metveel ouders en jongeren gesproken. Het gaat om mensen die jarenlanghebben geworsteld met een overheid die hen niet beschermde, maar henjuist tegenwerkte. Hoe vaak je deze verhalen ook hoort, je blijft toch iederekeer weer schrikken.Tijdens de technische briefing hoorden we bijvoorbeeld dat de groepkinderen inmiddels is opgelopen tot 120.000 gevallen en nog steedsdagelijks groeit. Op mijn vraag hoeveel kinderen daar nog bij zullenkomen, was het eerlijke antwoord: dat weten we eigenlijk niet. Dat wringt.Juist bij kinderen die geraakt zijn door overheidsfalen, moeten we beterinzicht hebben. Kan de Staatssecretaris reflecteren op hoe het kan dat ditinzicht ontbreekt? Wat is er nodig om hierop wel grip te krijgen?Achter de cijfers zitten namelijk kinderen die in stress, armoede enonzekerheid opgegroeid zijn. Het gaat om kinderen die zagen hoe hunouders in de problemen kwamen en die te maken kregen met mentaleklachten, onderwijsachterstanden en in heel veel gevallen ook eigenschulden. Enkele collega’s hebben hier dan ook terechte vragen overgesteld, zag ik.Voorzitter. Gemeenten spelen een cruciale rol in de ondersteuning vangezinnen en ook specifiek in die van kinderen. Zij staan het dichtste bijmensen en zien hun problemen op het gebied van schulden, werk,gezondheid en zorg. Het is dan ook goed dat de brede ondersteuning daaris belegd. Tegelijkertijd hoor ik in gesprekken met gedupeerden en hunkinderen dat de ervaringen per gemeente sterk verschillen. Waar de eenpassende hulp krijgt, loopt de ander vast in loketten of krijgt hij niet dejuiste ondersteuning, bijvoorbeeld bij het vinden van werk of hetaanpakken van schulden. Dat verschil vind ik moeilijk uit te leggen. Kan deStaatssecretaris aangeven hoe we ervoor gaan zorgen dat kinderen engezinnen in elke gemeente op een gelijkwaardig niveau van onder-steuning kunnen rekenen?Voorzitter. Ik begrijp dat de bestuurlijk regisseur juist is aangesteld ommeer uniformiteit in de werkwijze van gemeenten te creëren. Hoe staathet met die opdracht? Zien we al concrete verbeteringen? Waar blijft hetnog achter, volgens onze Staatssecretaris?Voorzitter. In de technische briefing is de deadline van 31 maart voor hetindienen van een aanvraag voor aanvullende schade voorbijgekomen. Wezien en horen signalen dat deze deadline bij een aanzienlijke groepgedupeerden niet bekend is. Tegelijkertijd lees ik in de stukken van deStaatssecretaris dat mensen via verschillende kanalen zijn geïnformeerden dat de verwachting is dat de doelgroep wel is bereikt. Dat schuurt,zeker gezien de geluiden die wij horen van onder andere de SGH dat ditniet het geval is. Kan de Staatssecretaris toelichten waarop de aanname isgebaseerd dat mensen voldoende zijn bereikt? Wat betekent het voor degroep die nu misschien toch tussen wal en schip dreigt te vallen en zichdus mogelijk op 31 maart niet gaat melden?De heer Ergin (DENK):Het is een belangrijk punt, dat er een aanmelddeadline is bij de CWS. Designalen waarover de heer Mahjoub het heeft, ontvangen wij allemaal.Eigenlijk ben ik benieuwd of de heer Mahjoub van D66 ruimte ziet om dedeadline te verleggen, als het daadwerkelijk klopt dat er onvoldoendemensen zijn die afweten van de deadline.De voorzitter:De heer Mathlouti.De heer Mathlouti (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10211 Dank, het is inderdaad meneer Mathlouti. Voordat ik daarop zelf eenantwoord geef, ben ik eerst benieuwd naar het antwoord van de Staatsse-cretaris op mijn vragen. Maar ik denk dat wij hetzelfde willen. Dat is datmensen die zich niet op 31 maart melden, alsnog die mogelijkheid krijgen.Volgens mij is dat uitgangspunt helder, maar wat daarvoor nodig is, laat ikeven afhangen van het antwoord van de Staatssecretaris.De voorzitter:De heer Ergin, dit wordt uw derde.De heer Ergin (DENK):Dat is toch raar, als D66, en wij allemaal, signalen binnenkrijgen en dehersteloperatie in jaar vijf zit. Twee weken terug hebben we nog een debatgehad over het niet verstrekken van dossiers. Tot voor kort werdendossiers überhaupt niet eens overhandigd. Laat staan dat ouders haddenmoeten weten van een deadline. Ze wisten niet eens waarom ze werdenweggezet als fraudeur. Dan kan D66 toch op z’n minst aangeven dat hierruimte moet zijn om die deadline te verleggen in plaats van de vragen dieik aan D66 stel doorgeleiden naar het kabinet? D66 moet daar toch eenstandpunt over hebben?De heer Mathlouti (D66):Volgens mij heeft u niet goed genoeg naar mijn antwoord geluisterd. Ikheb aandacht gevraagd voor de mensen die zich mogelijk op 31 maartnog niet hebben gemeld, maar ik heb ook gezegd dat ik de richting in hoewe deze mensen niet tussen wal en schip laten vallen af laat hangen vanhet antwoord van de Staatssecretaris. Dat is wat ik heb gezegd.De heer Ceulemans (JA21):Ik heb ook een vraag aan de heer Mathlouti hierover. Ik had nog tweeblokjes waar ik niet aan toe ben gekomen en dit was er een van, diedeadline. Mijn insteek is wat anders dan die van de heer Ergin. Als dedeadline op 31 maart staat en er wordt gezegd dat er mensen zijn die daaronvoldoende kennis van hebben kunnen nemen, klinkt het sympathiek omte zeggen: nou, dan gaan we het nog een keer uitstellen of we hanterenzelfs, zoals het door SGH werd gesteld, tot nader order gewoon geendeadline. Ik ben er alleen van overtuigd – ik vraag de heer Mathlouti of hijdat met mij eens is – dat er, hoe vaak je zo’n deadline ook opschuift, altijdals dan die nieuwe deadline nadert weer een groep mensen is die zegt «ja,maar ik was hier nu niet goed van op de hoogte» en dat we als we datblijven doen in een oneindige lus terechtkomen.De heer Mathlouti (D66):Met dat laatste ben ik het eens. Tegelijkertijd zal het ook afhangen van hoewe hebben geprobeerd om die mensen op de hoogte te brengen van diedeadline. Als straks uit het antwoord van de Staatssecretaris blijkt dat zedaar alles aan heeft gedaan, dan ligt er waarschijnlijk ook een verantwoor-delijkheid bij die mensen zelf. Maar als dat niet zo blijkt te zijn of als ikeraan twijfel of de methode juist is, dan moet je denk ik verder kijken inhoe je deze mensen wel in staat stelt om zich alsnog aan te melden.De voorzitter:De heer Mathlouti kan zijn betoog vervolgen. U heeft nog 1 minuut en 35seconden.De heer Mathlouti (D66):Ik was al aan het eind van mijn betoog. Dank.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10212 U was al klaar? Nou, dat is helemaal goed. Dan gaan we naar mevrouwInge van Dijk luisteren namens het CDA.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel, voorzitter. Heel vaak vraag ik me af of onze Haagse werke-lijkheid van voortgangsrapportages en de antwoorden op vragen die wekrijgen aansluit bij wat ouders en kinderen in de praktijk ervaren. Ik hebhet dan over door ouders ervaren duidelijkheid over het proces ofregelingen die misschien voor het ministerie en de Staatssecretarislogisch lijken, maar ook over het antwoord op de vraag wanneer eengedupeerde nou eigenlijk hersteld is. Geloven we nou echt dat dit hetgeval is als alle vinkjes in de voortgangsrapportage groene scores latenzien? De vraag stellen, is ’m ook willen beantwoorden en dat ga ik straksaan het einde dan ook proberen.Voorzitter. Ik wil beginnen met de kinderen en de langlopende discussieover DUO-schulden. Als er sprake is van DUO-schulden ontstaan door detoeslagenaffaire, bijvoorbeeld doordat kinderen hun ouders financieelhebben geholpen, wordt dit gecompenseerd via het schadekader van deouders. Ik denk dat veel kinderen en ook ouders dit niet weten. Dat ommee te beginnen. Compensatie gaat dus via de ouders en in het slechtstegeval zien kinderen hier nooit iets van terug. Die signalen krijg ik helaas insommige gevallen uit de praktijk.Ik heb twee vragen. Allereerst, hoe vindt communicatie over deze maniervan compenseren plaats met ouders en kinderen? En waarom wordendeze gecompenseerde bedragen niet direct afgelost bij DUO? Dat zou veellogischer zijn en helpt de kinderen ook direct. Vervolgens kunnen kinderenvia DUO zelf om hulp vragen, bijvoorbeeld als studies afgebroken zijn alsgevolg van de toeslagenaffaire. Ik zou de Staatssecretaris willen vragenom steviger aan te dringen bij DUO hier ruimhartig mee om te gaan en tezorgen dat kinderen als er discussie ontstaat met DUO ergens terechtkunnen en hier hulp bij kunnen krijgen. Is deze hulp er voor kinderen? Enals deze er niet is, hoe kijkt de Staatssecretaris naar de noodzaak hiervan?Dan de uithuisgeplaatste kinderen. Kinderen herenigen met ouders is eenaspect waar nog veel werk aan de winkel is. Welke structurele onder-steuning wordt geboden aan kinderen en ouders die door zowel detoeslagenaffaire als een uithuisplaatsing zijn getroffen, juist waar het gaatom herstel van gezinsrelaties en psychisch welzijn, zodat thuiskomen ookecht weer thuiskomen wordt en er samen gebouwd kan worden aangezamenlijke toekomst?Voorzitter. Bij de discussie over DUO zie je het grote gat tussen wat we inDen Haag denken dat duidelijk is voor ouders en kinderen en vooral ookwat werkbaar is, maar ik wil het ook breder hebben over de klachtenregenin onze mailbox en over de app. Veel ouders zijn ontevreden over hoe dehersteloperatie loopt en vragen om hulp. Processen duren te lang zonderzicht op wanneer men geholpen wordt. Er zijn veel vragen over hoe het nuzit met het wel of niet verdwijnen van CWS en er is onrust over denaderende sluiting van de datum van aanmelden. Ouders ervarendaarnaast een gebrek aan flexibiliteit, dus dat men meedenkt wanneer ietsvoor ouders en kinderen evident beter uitpakt. Ook lopen ze vast in debrede ondersteuning.Voorzitter. Wat voor het systeem een planning is, wordt door gezinnenervaren als een toezegging. Als het vervolgens verschuift of niet helderwordt toegelicht, werkt dat direct door in het vertrouwen. Dat lijkt geenincident, maar een terugkerend patroon. Als wij deze hulpkreten krijgen,dan krijgen UHT en gemeenten die zeker ook. Wat zijn de ideeën van deStaatssecretaris om dit te verbeteren? Het moet namelijk echt beter.Een van de oorzaken is de complexiteit van de hersteloperatie, het gebrekaan integraliteit. De hersteloperatie bestaat uit verschillende trajecten,namelijk de integrale beoordeling, aanvullende schade en gemeentelijkeondersteuning. Dat staat nog even los van de lopende bezwaren vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10213 ouders. Veel ouders hebben daarnaast nog te maken met meerdereprocedures en instanties tegelijk, bijvoorbeeld trajecten bij schuldhulpver-lening en soms ook zorg of jeugdzorg. Mijn vraag aan de Staatssecretarisis hoe we kunnen zorgen dat ouders het overzicht blijven houden, dattermijnen beter gehaald worden, en dat ouders duidelijkheid krijgen overwaar ze met welke hulpvraag of klacht terechtkunnen.Ook voor de ouders in het buitenland blijft herstel krijgen een opgave. Eris wel ondersteuning, maar ze verwachten nou eenmaal eenzelfde matevan herstel als de ouders in Nederland. We weten allemaal dat dat bijnaonmogelijk blijkt in de praktijk. Dat is alleen al zo omdat veel landen dehersteloperatie niet erkennen en niet meewerken. De vraag is of we onsdaar zomaar bij mogen neerleggen. Hoe wil de Staatssecretaris ditverbeteren, zowel in verwachtingsmanagement als in daadwerkelijkeondersteuning, vraag ik haar.Voorzitter. Ik begon met de vraag wanneer een gedupeerde hersteld is.Voor het CDA gaat herstel verder dan het afronden van dossiers.Administratieve voortgang is belangrijk, maar voor ouders gaat herstelover het terugkrijgen van stabiliteit, thuis en perspectief op toekomst, duswerk en inkomen, en dat ze weer vertrouwen kunnen hebben in deoverheid. Daarom vragen we de Staatssecretaris of het mogelijk is om inde toekomstige voortgangsrapportages niet alleen te rapporteren overaantallen dossiers en compensatie, maar ook meer inzicht te geven in hetdaadwerkelijk herstel van gezinnen. Want alleen als dat de goede kantweer op gaat, gaat de hersteloperatie de goede kant op.Tot slot. Vanmorgen hadden we het debat over de Belastingdienst. Daarhebben we aandacht gevraagd voor de petitie van de ondernemers. Hetgaat namelijk vaak om bredere problematiek dan alleen toeslagen. Ik bendan ook blij met de toezegging van de collega – misschien weet dezeStaatssecretaris dat inmiddels – dat jullie samen met deze groep ingesprek gaan. Ik hoop en verwacht namelijk dat daar heel veel duide-lijkheid op tafel komt. Dat ga ik nog terughoren.Dank je wel, voorzitter.De voorzitter:Hartelijk dank. We gaan luisteren naar mevrouw Van Eijk namens deVVD-fractie.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank je wel, voorzitter. De VVD vindt het van belang dat de hersteloperatiekinderopvangtoeslag daadwerkelijk wordt afgerond en niet opnieuwverzandt in vertraging en complexiteit. De ambitie van het kabinet omuiterlijk in 2027 alle gedupeerde ouders financieel te compenseren, is watons betreft terecht. Wel moet het realistisch en uitvoerbaar zijn.Er zijn belangrijke stappen gezet met de vereenvoudiging van hetschadestelsel naar twee forfaitaire routes, via SGH en MijnHerstel. Dat iseen stap vooruit, juist omdat ouders hiermee snelheid en duidelijkheidkan worden geboden. De VVD steunt die lijn. Tegelijkertijd zien we dat hetkabinet nu nadrukkelijk kiest voor dit stelsel en dat verdere inhoudelijkewijzigingen niet meer worden voorzien. Dat moet rust en duidelijkheidbrengen, maar vraagt ook dat de uitvoering nu daadwerkelijk gaatleveren. Kan de Staatssecretaris toelichten hoe de opschaling enversnelling van deze routes concreet vorm krijgt?De VVD constateert dat de wachtrij bij de CWS nog steeds groot is en datnieuwe aanvragen inmiddels worden doorgeleid naar de forfaitaireroutes. Dat is begrijpelijk vanuit het oogpunt van snelheid. Tegelijkertijdroept het vragen op over verwachtingen bij ouders. Hoe worden oudersactief en zorgvuldig begeleid bij deze overgang? Hoe wordt voorkomendat ze onnodig in langlopende trajecten blijven hangen?Het standpunt van de VVD is en blijft dat ouders die het zwaarst zijngetroffen, het eerst moeten worden geholpen. Tegelijkertijd lezen we datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10214 ouders die zich het eerst hebben gemeld, ook het eerst worden geholpen.Hoe verhouden deze twee uitgangspunten zich tot elkaar?Voorzitter. Bij de individuele schadeberekening zien we duidelijke risico’svoor de uitvoerbaarheid. Het kabinet geeft zelf aan dat deze route langerduurt en mogelijk zelfs tot een lagere uitkomst kan leiden dan eenforfaitair aanbod. Hoe worden ouders hierover vooraf helder en begrij-pelijk geïnformeerd, zodat ze echt een weloverwogen keuze kunnenmaken? Hoe wordt voorkomen dat deze route alsnog nieuwe knelpuntenveroorzaakt in capaciteit en doorlooptijden?Daarnaast vraagt de VVD aandacht voor de harde deadline van 31 maart2026 voor het indienen van aanvragen voor aanvullende schade. Hetkabinet geeft aan dat ouders uitgebreid zijn geïnformeerd en verwacht datvrijwel alle ouders die zich willen melden, dat inmiddels hebben gedaan.Kan de Staatssecretaris toelichten hoe zeker zij daarvan is? Wat gebeurt ermet ouders die deze deadline missen, maar wel recht blijken te hebben opaanvullende compensatie?Voorzitter. Een ander punt betreft het recente ADR-rapport over deverzend- en ontvangstadministratie. Het kabinet stelt dat dit geen directegevolgen heeft voor de eerdere beoordeling en dat het oude verhaalleidend blijft. De VVD begrijpt deze lijn vanuit het perspectief vanrechtszekerheid, maar wil wel scherp hebben wat dit betekent voor hetvertrouwen van ouders. Hoe wordt geborgd dat deze nieuwe informatieniet alsnog leidt tot onzekerheid of nieuwe procedures?De VVD hecht daarnaast aan een meer integrale en waar mogelijkvereenvoudigde aanpak van het herstelproces. Ouders hebben nu nog tevaak te maken met verschillende loketten en procedures. Is verdereintegratie mogelijk, bijvoorbeeld door bezwaar, schadeafhandeling enondersteuning meer samen te brengen? Wat betekent dat concreet voorde doorlooptijden? Financieel herstel is bovendien slechts een onderdeel.Brede ondersteuning, onder meer via gemeenten, blijft essentieel. Hoestaat het met de uitvoerbaarheid daarvan richting 2027? Hoe wordtgeborgd dat alle ouders en kinderen die zich melden, daadwerkelijkpassende ondersteuning ontvangen?Tot slot wil de VVD aandacht vragen voor de groep getroffen onder-nemers. De brief bevestigt dat in specifieke gevallen, zoals bij bedrijfsbe-ëindiging of faillissement, een individuele berekening mogelijk is.Tegelijkertijd blijven signalen bestaan dat deze groep moeilijk de wegvindt naar passende ondersteuning. Kan de Staatssecretaris helderuiteenzetten hoe deze ondernemers nu in beeld zijn en via welke route zijgeholpen worden? Is de Staatssecretaris van mening dat deze groep opdit moment voldoende wordt bereikt?Voorzitter. De VVD wil dat de hersteloperatie slaagt. Dat vraagt om tempo,eenvoud en duidelijkheid voor ouders. De stappen die nu zijn gezet, zijnpositief, maar het komt opnieuw aan op de uitvoering. Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. De heer Vermeer namens BBB.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Na het plenaire debat van twee weken geledenspreken wij vandaag opnieuw over de hersteloperatie. Wat BBB betreftkomt de afronding van het toeslagenschandaal niet snel genoeg. Daarbijmoeten we wel kritisch kijken naar zaken die beter kunnen. Collega Ingevan Dijk gaf al aan dat het in de rapportages allemaal mooi lijkt. Het isgoed om te lezen dat de integrale beoordelingen zijn afgerond. Ook hetaantal bezwaren lijkt sneller weggewerkt te worden dan eerst. Kan deStaatssecretaris bevestigen dat het vierde kwartaal van 2027 nog steedshet eindstation zou moeten zijn van de afhandelingen? Liggen we opschema? Klopt dat?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10215 Voorzitter. Ik ga verder met enkele vragen over de afhandeling in hetbuitenland. Ik heb ook schriftelijke vragen ingediend op dit thema.Wellicht kan de Staatssecretaris vandaag al enkele vragen beantwoorden.Dat scheelt weer tijd! Voor toeslagenouders in Nederland zijn er afsprakengemaakt met schuldeisers om te voorkomen dat compensatie gelijk wordtopgeëist. Zijn er ook dergelijke afspraken gemaakt met buitenlandseinstanties rond ouders die in het buitenland verkeren? Zo nee, is deStaatssecretaris bereid om dergelijke afspraken vorm te geven? Hoeveelvan de in het buitenland verkerende toeslagenouders hebben naarschatting nog geen contact gehad met de UHT?Voorzitter. Ik wil benadrukken dat BBB absoluut van mening is datgedupeerden zo goed mogelijk moeten worden geholpen. Het is echterook onze verantwoordelijkheid om belastinggeld effectief te besteden.Anders komt het hele systeem onder druk te staan en dat is ook weer inhet nadeel van de ouders. Overcompensatie hoort er namelijk niet bij,vandaar een aantal vragen. In de brief van 12 februari werd gesteld datnagenoeg alle opzet/grove schuld-kwalificaties ongegrond bleken. Als datzo is, dan is dat zo. Hoe kan het dat de Belastingdienst daar zo gruwelijkde mist in is gegaan? Is dan werkelijk elke kwalificatie ongegrond? Dat zoubetekenen dat de Belastingdienst helemaal niks goed heeft gedaan. Graageen reactie van de Staatssecretaris. Als het zo is dat er in deze groep ookmensen zitten die wel degelijk een terechte kwalificatie hebben, is daardan geen sprake van overcompensatie?Voorzitter. Dan heb ik nog een paar vragen over de schadeafhandeling. Uitde media zijn er verhalen bekend van ouders die compensatie hebbengekregen, omdat toeslagen te laat werden uitgekeerd. Deze vertragingwas volgens diezelfde media echter te wijten aan het feit dat ze zelf geengegevens hadden aangeleverd. Het gaat hier soms over tienduizendeneuro’s. Aanvankelijk werd er ook gezegd dat de administratie van deBelastingdienst over meerdere jaren zou ontbreken. Daardoor warenclaims van ouders niet of moeilijk te controleren, maar achteraf bleek datde administratie wel degelijk aanwezig was. We gaan er nu maar even nietop in hoe dat kan, maar kan de Staatssecretaris aangeven hoe vaak zichsituaties van overcompensatie naar schatting hebben voorgedaan? Watheeft dat betekend voor het budgettaire effect van de hersteloperatie?Voorzitter. Tot slot heb ik nog een aantal vragen over de herstelroutes. DeStichting (Gelijk)waardig Herstel geeft aan dat bedragen van de forfaitaireschaderoutes niet bij gedupeerden met een complex dossier passen.Dergelijke gedupeerden moeten uiteindelijk via de forfaitaire route naarde individuele route. Op dit moment moeten zij eerst de forfaitaire routedoorlopen en zich vervolgens, na een terugkoppelgesprek, weeraanmelden voor de individuele route. De bestuursleden van de SGHpleitten bij de technische briefing van vorige week dan ook voor eensnellere doorgang naar de individuele route voor gecompliceerdedossiers. Dat zou tijd besparen. Is dat wat de Staatssecretaris betreftwenselijk? Voorziet zij ook eventuele risico’s bij een dergelijke aanpak? Zoja, welke?De SGH gaf ook aan dat de communicatie vanuit Financiën over deaanmeldingsdeadline voor de aanvullende schaderoutes gebrekkig zouzijn. Dat is al door meerdere collega’s benoemd. Herkent de Staatssecre-taris dit? Hoe verhoudt zich dat bijvoorbeeld tot de eerder genoemdeondernemers? Hoe zit het bovendien met de inwerkingstelling van demaatwerktafel? Is die al operationeel en, zo nee, hoe verhoudt zich dat totdie deadline?Voorzitter. Ik heb ook nog een andere vraag over de ondernemers.Gemeentes geven aan dat ze binnen de huidige bestuurlijke afsprakengeen ruimte hebben om ondernemers te erkennen of te ondersteunen.Hoe gaat de Staatssecretaris ervoor zorgen dat gemeentes wel bevoegden gefaciliteerd worden om ondernemers te helpen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10216 Tot slot, voorzitter, heb ik de vraag of we nog steeds binnen de kosten-prognoses van de schadeafwikkeling blijven. Dat blijft een belangrijkevraag om steeds weer te stellen, zodat wij misschien richting de begro-tingsbehandelingen straks al een schot voor de boeg kunnen krijgen overwaar we aan toe zijn.Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank voor de inbreng. Dan gaan we luisteren naar mevrouwWesterveld. Zij spreekt namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Het voordeel van redelijk aan het eind van het rijtje zitten,is dat een flink aantal vragen al gesteld is. Mijn tekst was veel te lang,maar ik hoorde al vragen over mensen die naar het buitenland zijngegaan. We kregen afgelopen week een petitie aangeboden van onder-nemers en ook daar zijn vragen over gesteld. Ik sluit me aan bij dievragen.Voorzitter. «Wanneer is een gezin hersteld?» Deze woorden las ik recent ineen blog van Jurgen Deceuninck, een van de gedupeerden. Ik vond datzijn tekst heel pijnlijk het verschil blootlegde tussen de beleidswereld ende echte wereld. Als we de brieven van de Staatssecretaris lezen, zien wewat er allemaal gebeurt. We krijgen ook briefings van heel betrokkenambtenaren. Zij vertellen hoe hard er wordt gewerkt. Ik heb daar geentwijfel over. Er wordt keihard gewerkt, maar als we dan gesprekkenhebben met of brieven krijgen van mensen die gedupeerd zijn, vanouders, jongeren, advocaten, mensen die naar het buitenland zijn gegaanen gedupeerde ondernemers, dan klinkt daarin vaak een ander verhaal.Dat is het verhaal van mensen die de overheid keihard heeft laten vallenen die terug moeten knokken. Deze mensen hebben eigenlijk het gevoeldat ze tot op de dag van vandaag nog steeds een spreekwoordelijk roodkruisje achter hun naam hebben staan. Zij zijn bang dat ze nooit van datstigma en van al die vooroordelen af komen.Ik wil vandaag ook extra aandacht vragen voor kinderen en jongeren dieslachtoffer zijn van een systeem dat het gezin waarin zij opgroeiden,vermorzeld heeft, terwijl ze daar niets aan konden doen. Dat zijn jongerendie vaak nog steeds mentale littekens hebben als gevolg van alles wat zehebben meegemaakt. Soms zitten ze nog steeds in de overlevingsstand. Ikdoel bijvoorbeeld op de jongeren die hebben geleend bij DUO om hunouders of gezin te ondersteunen. Ik weet natuurlijk van het bestaan van dekindregeling. Dat is een indirecte erkenning van het leed. De Kamer heeftook besloten dat de compensatie gaat via de gedupeerde ouder die detoeslag heeft aangevraagd. Ik weet dat allemaal, maar tegelijkertijd blijvenwe verhalen horen van jongeren die aangeven dat hulp nodig is. Ik wil deStaatssecretaris vragen om een stapje verder te zetten.Ik heb een aantal vragen hierover. Klopt het dat veel jongeren hun trajectbrede ondersteuning al hebben afgerond, zonder dat er een oplossing isvoor hun DUO-schulden? Klopt het dat gemeenten volgens de wetDUO-schulden niet mogen meenemen in de brede ondersteuning? Klopthet ook dat gemeenten in de praktijk uitsluitend de problematischeschulden aflossen, waardoor jongeren dan wel schuldenvrij wordenverklaard, maar dat natuurlijk niet zijn, omdat een groot deel vanschuldenlast buiten beschouwing blijft? Hoeveel jongeren hebben bij DUOeen aanvraag gedaan om de schulden grotendeels of helemaal kwijtge-scholden te krijgen? Hoe vaak is dit toegekend? Ik ben benieuwd naar deprecieze aantallen. Wat verwacht de Staatssecretaris van de telefoonlijnbij DUO? Komt die er alleen voor deze groep jongeren of voor brederegroepen? Ik weet namelijk dat jongeren die mentale problemen of eenbeperking hebben, ook tegen deze problemen aanlopen. Zij weten ookniet altijd wanneer zij hun schuld kwijtgescholden kunnen krijgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10217 Voorzitter. De Staatssecretaris gaf aan dat de compensatie via degedupeerde ouder verloopt, maar heel veel jongeren kunnen niet meerterugvallen op hun ouder, omdat er zo veel schade is geweest in het gezinof omdat de gedupeerde ouder inmiddels is overleden. Is de Staatssecre-taris bereid om serieus te kijken naar een oplossing? Ook de Kinderom-budsman heeft in beeld gebracht waarom dat nodig is.Voorzitter. Er staan nog duizenden ouders bij de Commissie WerkelijkeSchade in de wachtrij. Als die pech hebben, moeten ze nog tien jaarwachten voordat ze geholpen worden. Toch hebben zij heel bewustgekozen voor die route, omdat ze ervan overtuigd zijn dat ze meer schadehebben dan de forfaitaire schaderoutes bieden. Daarover heb ik ook eenaantal vragen. Waarom denkt de Staatssecretaris dat deze ouders binneneen forfaitair stelsel beter geholpen worden dan bij een individueleberekening? Denkt de Staatssecretaris dat een traject van individueleberekening meer ouders sneller kan helpen dan de Commissie WerkelijkeSchade en, zo ja, waarom? Waarom moeten ouders eerst het forfaitairestelsel doorlopen als ze al weten dat dat niet afdoende is voor hen? Kan erniet sneller duidelijkheid in het traject komen als ze eerder kunnenoverstappen op een individuele berekening? En is het mogelijk omschadeposten die binnen MijnHerstel forfaitair afgehandeld kunnenworden, mee te nemen naar de individuele berekening en om alleen eenindividuele berekening uit te voeren voor de schadeposten waarvoor hetforfaitaire schadestelsel niet voldoende is? Zou dat ook niet in tijdschelen?Voorzitter. Er zijn vragen gesteld over de aanmelddatum van 1 april 2026.De focus op snelheid begrijp ik natuurlijk, maar die doet geen recht aanouders die zich nu misschien onder druk gezet voelen om te kiezen voordeze route. Ook daarin staan wij niet alleen. Wil de Staatssecretarisserieus kijken naar mogelijkheden om de aanmelddatum ruim teverlengen? Kan ze ook aangeven welke gevolgen dat heeft? Kan zeaangeven wat er gedaan is om echt alle ouders te bereiken? Ik hoor daarnamelijk andere verhalen over, net als de collega’s. Wil ze die datum duseventueel verlengen?Voorzitter, ik rond af. Ik las net woorden van Jurgen, die in zijn blogschreef: «De hersteloperatie telt dossiers, maar rechtvaardigheid wordtzichtbaar in herstel van gezinnen.» Ik vond dat hele mooie, terechtewoorden. Ik denk dat we die allemaal in ons hoofd moeten houden als wehet hebben over deze problemen, denkend aan deze gezinnen.Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. Een hartelijk woord van welkom aan de heer Grinwis. Hijkwam iets later binnen en gaat nu spreken namens de ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Eigenlijk hoort het niet, maar ik ben vandaag eendagje simultaan aan het debatteren. Dat is de reden. Veel collega’shebben dat vandaag.Voorzitter. Helaas is het nodig om dit debat te voeren. Ik wil in dit debatstilstaan bij drie punten: de pauzeknop, de beëindiging van de CWS en depositie van ondernemers in het hersteltraject. Ik wil toch graag ingaan opdat laatste punt, ook al hebben sommige collega’s daar al wat overgezegd. We hebben deze week een petitie van hen mogen ontvangen. Eenaantal is hier ook aanwezig, dus ik wil daar graag recht aan doen. Juistondernemers verdienen erkenning. Daar ging het over bij die petitie. Daarging het de afgelopen weken ook over in mijn gesprekken met hen.Voorzitter. Allereerst de pauzeknop. Een tijd terug was het al uitgebreid inhet nieuws: de pauzeknop die afliep, waardoor gedupeerden zogehetengepauzeerde schulden moesten gaan terugbetalen. Op papier klinkt datnatuurlijk redelijk: als die pauze voorbij is, begint het terugbetalen. MaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10218 volgens mij zien we dan iets fundamenteels over het hoofd. Het gaathierbij voor een deel over mensen die kapot zijn gemaakt door deoverheid en daar diepe trauma’s door hebben. Hoe zou het danoverkomen als je weer een brief krijgt waarin staat dat je moet terugbe-talen? Ik hoorde zelfs van iemand die op één dag twee brieven kreeg: eenom te informeren dat de pauzeknop afloopt en een die zei dat er eenbedrag aan huurtoeslag moest worden terugbetaald. Kan er in zo’n gevalniet even een telefoontje gepleegd worden naar zo’n ouder of kan – dat isnog beter – die pauze gewoon worden verlengd voor mensen bij wie hettraject voor aanvullende schade nog loopt? Dan kan het openstaandebedrag wellicht weggestreept worden tegen de schadevergoeding die nogkomt. Ik ken iemand die in de wachtrij staat van de CWS voor – dat neemik aan – een groot bedrag. Ondertussen betaalt diegene wel eenopenstaande schuld af met een betalingsregeling. Dat is echt buiten-gewoon belastend en rijt volkomen onnodig oude wonden open.Voorzitter. Over CWS gesproken: dat het daar niet langer zo kon, wasduidelijk. De CWS doet 900 zaken per jaar en heeft een wachtlijst van9.000 casussen. Dat is omgerekend dus nog tien jaar werk. Dat isonaanvaardbaar. Maar de manier waarop nu gecommuniceerd wordt overhet einde van de CWS, de Commissie Werkelijke Schade, verbaast mezeer. Op de website staat gewoon een heel droog bericht van devoorzitter, dat begint met de woorden: «Het Ministerie van Financiën heeftrecent besloten dat de Commissie Werkelijke Schade stopt.» Oudersschieten daar compleet van in de stress en denken: nu krijg ik mijnaanvullende schade dus niet meer vergoed. Moet het dan echt zo lompgecommuniceerd worden? Ook hier geldt: stel mensen nou gewoonnetjes op de hoogte, in dit geval bijvoorbeeld met een brief. Ik begrijp dater inmiddels brieven verstuurd zijn, maar weet dat er mensen zijn die nogniets hebben ontvangen. Moet dit nou zo?Voorzitter. Het moet mij ook van het hart dat mensen hiervan in de stressschieten. Ze hebben hun hele verhaal opgeschreven voor de CWS. Numoet dat nog een keer, maar dan voor MijnHerstel of SGH. Mijn vraag aande Staatssecretaris is of daar niet iets op te verzinnen is, bijvoorbeeld datde input die voor de CWS is voorbereid, wordt doorgesluisd naar eenandere route. Belanden deze mensen nu achter in de rij bij de tweeresterende routes? Wat is nu eigenlijk de deadline om je aan te melden?Volgens mij zei collega Westerveld daar ook wat over. Er wordt gesprokenover 31 maart. Moeten mensen die in de wachtrij staan voor de CWS zichnu al voor 31 maart, dus binnen twee weken, melden voor een andereroute? Is dat niet heel erg kort dag? Wat mij betreft is dat wel zo. Als datzo is, passen we dat dan zo snel mogelijk aan? Graag een reactie op ditpunt. Voert de Staatssecretaris ook gesprekken met de groep ouders diehiermee wordt geconfronteerd, of zou ze daartoe bereid zijn?Ten slotte kom ik op de ondernemers. Afgelopen dinsdag kregen wij eenduidelijke petitie. Dat was een roep om recht en erkenning. Mijn collega’sen ik hebben hun verhaal de afgelopen weken al een paar keer mogenaanhoren, afgelopen dinsdag ook gezamenlijk. Ik schrik daar echt van. Hetbedrijf is kapotgemaakt door overheidshandelen; het is in ieder geval hetgevolg geweest van overheidshandelen. De schade loopt vaak in detonnen, soms zelfs in de miljoenen. Is het zijn van ondernemer nou echtop waarde geschat in de hele hersteloperatie? Op basis van wat onder-nemers vertellen, is mijn beeld van niet. Is deze groep wel voldoende alsgroep erkend?Ik heb een paar vragen. In welke mate is er in het herstelproces ruimtegereserveerd voor het herstel van gedupeerde ondernemers? Ik weet dater binnen de SGH wordt gewerkt aan een forfaitair bedrag van € 3.000,maar dat is een schijntje, omdat de schade van ondernemers vaak veelgroter is. Hoe zit dat? Ik weet dat er ook een mogelijkheid is vanmaatwerk. Kan de Staatssecretaris ingaan op wat er los van dit forfait inde herstelregelingen is opgenomen voor ondernemers? Als er sprake isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10219 van misverstanden volgens de Staatssecretaris – ik zie namelijk watgesticulaties – dan hoor ik dat graag. In welke mate is daarbij ruimte voormaatwerk, dan wel voor een individuele beoordeling? Hoe wordtomgegaan met compensatie van bijvoorbeeld omzetverlies of faillis-sement als gevolg van het toeslagenschandaal of überhaupt de behan-deling door de Belastingdienst? Collega Van Dijk refereerde daaraan. Daaris vanochtend blijkbaar over gesproken, maar toen zat ik bij de Landbouw-begroting. Klopt mijn beeld dat dit soort typen van aanvullende schade nueigenlijk worden genegeerd in het herstelproces? Graag een reactie vande Staatssecretaris op deze vragen.Tot zover de eerste termijn, voorzitter.De voorzitter:Hartelijk dank. Dit was ook de eerste termijn van de Kamer. Er zijn veletientallen vragen gesteld. Ik denk dat het verstandig is om even wat langerte schorsen. Dan gaan we om 18.45 uur verder. We zijn nu drie kwartiergeschorst, tot 18.45 uur.De vergadering wordt van 17.56 uur tot 18.47 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering van de vaste Kamercommissie voor Financiën.Dit is het commissiedebat over de afhandeling van de toeslagenaffaire.We zijn toe aan de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Ik stel voordat we vijf interrupties hanteren richting de Staatssecretaris.Ik geef haar het woord. Zij zal een inleiding houden. Daarna vertelt zij ooknog welke blokjes er gaan volgen. Die gaan we nu van haar horen. Gaatuw gang.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Dank u wel, voorzitter. Het is volgens mij een goed gebruik om te startenmet een woord van dank en waardering voor alle ouders die hieraanwezig zijn. Fijn dat u er allemaal bent. Na afloop van het debat ga ikgraag weer verder met u in gesprek. Uiteraard wil ik ook de leden enormbedanken voor hun inbreng, hoewel het wel heel veel vragen waren!Maar goed, het is goed dat er vragen gesteld worden. Dat geeft ook aanhoe urgent het is en hoe betrokken u allemaal bent. Ik denk dat dat heelerg belangrijk is. Ik wil vanaf deze plaats ook al mijn ambtenarenbedanken, want zonder hun steun en hulp zou ik nu niet in staat zijn omgoede antwoorden te geven. Heel veel dank dus aan iedereen.Zoals de voorzitter al aangaf, wil ik eerst heel graag wat ruimte vragenvoor een inleiding, waarna ik zal aangeven welke blokjes ik zal hanterenvoor de beantwoording. Ik heb ontzettend goed geluisterd naar deinbrengen en alles wat men gesteld heeft. Ik merk een ontzettendebetrokkenheid. Dat doet mij goed, want het is ook een belangrijkonderwerp dat echt iedereen aan het hart gaat. We hebben het hier overeen hersteloperatie. Dat is toch iets unieks in de Nederlandse geschie-denis. We hebben helaas te maken gehad met een hele zwarte bladzijde indie geschiedenis. We moeten alles op alles zetten om mensen die doortoedoen van de overheid in de problemen zijn gekomen, te ondersteunenbij hun herstel en voorbij het onrecht te helpen.Ik hoor de leden ook vaak zeggen: de financiële compensatie is één ding,maar dat is natuurlijk iets anders dan herstellen. We kunnen werken aande compensatie van mensen – dat gaan we natuurlijk ook doen; westreven daarbij naar eind 2027 – maar ik kan natuurlijk nooit op een knopjedrukken en zeggen: zo, nu bent u hersteld. Dat komt echt vanuit mensenzelf. Ik besef goed dat dat onderscheid er is en dat dit een ander verhaalis.Het is natuurlijk ook een feit dat de hersteloperatie al lang duurt en datouders lang, veel te lang, hebben moeten wachten. Het is ook goed datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10220 we daar steeds het gesprek over voeren. Resumerend: bijna 70.000mensen hebben zich aangemeld voor die hersteloperatie. Die zijn dusallemaal, alle 70.000, met een eerste toets, de integrale beoordeling,beoordeeld. Daar volgden ruim 43.000 erkende gedupeerden uit. Alleintegrale beoordelingen zijn inmiddels afgerond. Gemiddeld hebbenmensen nu gelukkig al ruim € 41.000 ontvangen. Uiteraard hebben zijdaarnaast, zoals u weet, hun schulden aangepakt gekregen en bredeondersteuning gekregen van de gemeente. Natuurlijk zijn dat belangrijkemijlpalen. Ik ben ook blij dat we deze stappen hebben kunnen zetten.Tegelijkertijd merk ik het volgende ten aanzien van deze compensatie:geldbedragen kunnen natuurlijk nooit, maar dan ook nooit, de fouten uithet verleden volledig goedmaken. Dát is zo erg.Nu zijn we aangekomen bij die nieuwe fase, die andere fase in dehersteloperatie. Het is nu extra belangrijk om te blijven kijken naar watmensen nodig hebben, om alle ouders voorbij dat onrecht te helpen. Datgeldt natuurlijk ook voor de compensatie, eventuele aanvullendecompensatie, aanvullende schade en het afwikkelen van bezwaren die nogopenliggen.Voorzitter. Het kabinet heeft nadrukkelijk de ambitie om eind 2027 hetfinancieel herstel afgerond te hebben, zoals onder andere de BBB heeftgevraagd. Dat hebben we mede gebaseerd op het advies van decommissie-Van Dam. We zijn er natuurlijk nog niet; naar verwachtinghebben we nu nog zo’n 16.000 verzoeken tot aanvullende compensatie tebehandelen. Er staan ook nog zo’n 7.500 bezwaarschriften open. Om onzeambitie waar te maken, zullen we vanaf de zomer dus gemiddeld zo’n 200ouders per week moeten helpen, via de twee routes voor aanvullendecompensatie. We moeten ook iets anders gaan doen met de bezwaren. Alswe die namelijk allemaal stuk voor stuk gaan behandelen, lopen we heelerg uit de tijd. Daar waar bezwaren en schade samenkomen, wil ik oudersin een keer helpen: dossier open, behandelen, dossier dicht. Dit merkte dewoordvoerder van de VVD ook terecht op in haar inbreng.Voorzitter. Veel van de benodigde basiselementen om onze ambitie waarte maken, zijn nu aanwezig. Zo is er een ruimhartig schadekader en eeneenvoudig stelsel met twee schaderoutes, die samen in staat zoudenkunnen zijn om 200 zaken per week af te handelen. Er is een procesingericht om het bezwaar direct mee te kunnen nemen. Ook is er, op basisvan de VSO-regieroute, een individuele berekening ingericht, die nu nogopen is, maar straks helemaal opgaat in de individuele berekening.Natuurlijk blijven we scherp oog houden voor hoe we ook deze processenvoor ouders en hun advocaten zo soepel mogelijk kunnen laten verlopen:door communicatie, door steeds maar weer een lerende overheid te zijn,door verbeteringen aan te brengen, door te luisteren naar de ervaringenvan mensen en door feedback te verwerken in de systemen. Die inhoudstaat wat mij betreft. Wat mij betreft hoeven ouders ook niet langer meerte wachten, en te denken: misschien komt er nog een ander schadestelsel.We werken inmiddels al een aantal jaren met het uniforme schadekader.Dat is een beproefd kader, waar mensen over het algemeen zeer tevredenover zijn.Uiteraard zullen we, daar waar nodig, procesverbeteringen doorvoeren,maar we moeten ons ook realiseren dat hoe meer ingrepen we nu noggaan toepassen, hoe moeilijker het wordt om eind 2027 alles gerealiseerdte hebben. Ik doe dus een beroep op u allemaal, maar ook op alleadvocaten die een rol spelen, op andere gemachtigden, op ondersteu-ningsteams en op lotgenotengroepen. Ik heb het over alle mensen die omouders heen staan om hen te helpen, met actieve begeleiding. Denk ookaan toedeling door professionals en aan de uitvoering van de bredeondersteuning bij de gemeentes.Wat betreft die brede ondersteuning: de bestuurlijk regisseur is hiermeebezig. Die opdracht hebben wij samen met de VNG gegeven. Hij is nogniet klaar met de opdracht, maar gaat zeer voortvarend te werk. WeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10221 moeten natuurlijk ook vanuit SGH en MijnHerstel blijven werken aan deopschalingsslagen die nodig zijn. Dit vraagt steeds om een stukjerealisme. Ik krijg dan ook de vraag: beste Staatssecretaris, hoe realistischis het dat eind 2027 dat financiële herstel afgerond is? Ik wil het echtafgerond hebben. Ik ga er ook vanuit dat we dat kunnen redden; daar benik van overtuigd.Ik heb onlangs ook het besluit genomen om de Commissie WerkelijkeSchade te vragen om geen nieuwe ouders meer aan te nemen. Ik heb haarniet gevraagd om te stoppen; zij gaat gelukkig door met het behandelenvan de mensen die al in behandeling zijn bij de commissie. Ongeveer 700mensen zijn al in behandeling. Maar we kijken natuurlijk ook naar andereprocessen. Zouden we bijvoorbeeld wat vaker en wat eerder met mensenin gesprek kunnen gaan, in plaats van een formele zitting te houden bij deBezwaarschriftenadviescommissie?De hersteloperatie is natuurlijk ook bedoeld om ouders weer perspectiefte bieden, recht te doen en te ondersteunen, zodat zij weer verder kunnen.Onderdeel van dat perspectief is, zoals gezegd, de kabinetsambitie om hetfinancieel herstel volgend jaar af te ronden. Maar andere onderdelenzullen daarmee niet zomaar afgerond zijn. De brede ondersteuning looptbijvoorbeeld nog door. We moeten er wel voor zorgen dat we eind 2027 alzo veel als mogelijk de plannen hebben, zodat mensen weten waar ze aantoe zijn. Over een tijdje komt de nieuwe voortgangsrapportage. Dat is watmij betreft het volgende ijkpunt: dan hebben we zicht op de periode totdan toe. Dan hebben we nog beter zicht op de resultaten en acties die wetot nu toe hebben ingezet. De bouwstenen zijn er namelijk, maar numoeten we het huis nog wel af gaan bouwen.Voorzitter. Dan wil ik nu graag ingaan op de gestelde vragen. Ik zalproberen om die vragen zo veel mogelijk per blokje en per onderwerp tebeantwoorden. Ik heb een viertal blokjes. Het eerste blokje gaat overschade en ondernemers. Het tweede blokje gaat over kinderen enjongeren. Het derde is ADR en de pauzeknop. En er is een vierde blok,«overig». Zoals gezegd, heeft u veel vragen gesteld.De voorzitter:Een ogenblik, want er is toch al een vraag van de heer Grinwis over deinleiding. Gaat uw gang.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank aan de Staatssecretaris voor de inleiding. Ik heb een vraag naaraanleiding van wat ze zei over de Commissie Werkelijke Schade.Misschien komt ze daar bij het blokje overig of zo meteen bij schade nogop terug, maar dan heb ik deze interruptie maar gepleegd. Als deStaatssecretaris zegt dat CWS geen nieuwe gevallen meer in behandelingneemt, nuanceert dat de boel natuurlijk. Als je het bericht op de websitevan CWS niet openklikt, dan staat daar gewoon «stopt». Nou, dan slaat deschrik je al om het hart. Wat betekent dat voor mensen die al heel lang opde wachtlijst staan? Hoe weten zij of hun casus wel of niet in behandelingis? Ook al zegt de Staatssecretaris dit, het geeft nog steeds heel veelonduidelijkheid.De voorzitter:Staatssecretaris, even mét microfoon.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Excuses. Soms, bijvoorbeeld in de plenaire zaal, gaat de microfoonvanzelf. Ik ben heel blij dat de heer Grinwis deze vraag heeft gesteld, wantdan kan ik die tenminste beantwoorden. Dank daarvoor. Mensen die inbehandeling zijn, weten dat. Op het moment dat de behandeling start,krijgen zij contact met de Commissie Werkelijke Schade. Dan krijgen zijeen heel uitgebreide intake en gaan ze een administratief voorwas-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10222 systeem in. De mensen die dat hebben meegemaakt, weten dat. Deandere bijna 9.000 mensen die zich hebben aangemeld, staan op dewachtlijst, maar hebben hier verder nog geen contact over gehad. Dat isvoor hen dus kenbaar. De mensen die nog in de wachtrij staan, hebbenvoor een heel groot deel al batches of flyers ontvangen, waarin staat datCWS geen nieuwe mensen meer in behandeling gaat nemen, maar alleennog de zaken die al in behandeling zijn afhandelt. Mensen kunnen dus eenkeuze maken voor ofwel MijnHerstel ofwel SGH. Zoals bekend, hebben wijals uitloop voor de forfaitaire routes natuurlijk de individuele berekening.Als mensen die route wensen, omdat ze denken dat ze niet passen binnenhet forfaitaire kader, kunnen zij daar uiteraard een beroep op doen.De voorzitter:Een vervolgvraag.De heer Grinwis (ChristenUnie):Misschien kunnen we ook gelijk helderheid krijgen over het volgende. Erzijn mensen die wel een traject met de Commissie Werkelijke Schadehebben doorlopen, maar het niet eens zijn met de uitkomst en dusbezwaar hebben aangetekend. Gaat de BAC gewoon door met hetbehandelen van deze bezwaren? Want door deze mededeling zijn ook daarnatuurlijk vraagtekens bij gekomen. Hoe gaat het als ik volgens CWSweliswaar ben uitbehandeld, maar ik het niet eens ben met de beoor-deling, bijvoorbeeld – dat is de link met het volgende blokje van deStaatssecretaris – omdat ik ondernemer ben en mijn ondernemingsschadeniet als zodanig is erkend?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ik denk dat hier een aantal zaken door elkaar heen lopen. De helft van demensen die de Commissie Werkelijke Schade doorlopen hebben, is inbezwaar gegaan. Die bezwaarschriften moeten nog behandeld worden.Daar zal de BAC zich natuurlijk voor blijven inzetten. Het is niet zo dat deBAC in een keer in rook opgaat, integendeel! Dat blijft dus doorlopen. DeCommissie Werkelijke Schade is van oudsher aan de slag gegaan met eenbeschikkingenroute. Dat betekent dat er een bezwaar- en beroepsmoge-lijkheid is. Die kunnen de mensen uiteraard doorlopen. Daarnaast geldtdat het iets anders is dan de forfaitaire routes. Ik betreur het dat ermensen zijn die zich niet geholpen hebben gevoeld. Ik kan wel zeggen datde mensen in de forfaitaire routes en de opvolging daarvan, hetuitvloeisel daarvan voor de meer complexe situaties, zoals de onder-nemers, gewoon terechtkunnen bij de individuele berekening, maar nietals zij al bij CWS zijn geweest. Maar nu gooi ik alle blokjes weer doorelkaar.De voorzitter:Het lijkt me goed om met het volgende blok te beginnen, want danworden er meer vragen op dit terrein beantwoord. Anders lopen we op dezaken vooruit.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Precies. Ik ben heel goed in zaken door elkaar gooien.Dan zijn we aanbeland bij het blokje schade. We zijn dus eigenlijk deaanbeveling van de commissie-Van Dam aan het uitvoeren. Ik haal nogeven in herinnering dat de commissie-Van Dam zei: stop nu met die vijfverschillende routes met al die verschillende schadekaders en ga terugnaar twee routes met één uniform schadekader. Dat hebben we gedaan.Van Dam zei ook: stop uiteindelijk met de Commissie Werkelijke Schadeen vorm die om tot een commissie complexe schade. Wij vonden hetwoord «complexe» een beetje een naar woord, dus we hebben daarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10223 «individuele berekening» van gemaakt, maar we zijn het aan het inrichtenop de manier die Van Dam adviseerde.We zetten in op een VSO. Dat betekent namelijk dat je er samen uit bentgekomen en dat je ook een streep kunt zetten onder die hele herstelope-ratie, zodat je de financiële compensatie in ieder geval hebt afgerond.Inmiddels hebben al ruim 1.000 mensen de website, de aanmeldportalen,gevonden. Mensen hebben voor een deel al keuzes kunnen maken. Het isheel goed om te zien dat de bekendheid steeds meer aan het toenemen is.Ook de mensen die in wachtrij stonden bij CWS krijgen natuurlijk demogelijkheid om die keuze te maken. Ik zei dat net al. Eventjes voor alleduidelijkheid: de mensen die bij CWS in de wachtrij staan, hoeven zichniet opnieuw aan te melden; die zijn aangemeld. Dat scheelt in ieder gevalal heel wat. CWS gaat voorlopig nog door met de behandeling van deposten die zij in behandeling heeft, maar we weten allemaal dat CWS nietlanger kan blijven voortgaan op de manier waarop zij dat deed, omdat wedan nog minstens tien jaar bezig zouden zijn.Ouders moeten uiteindelijk een keuze maken: hoever staat het met mijnfinancieel herstel en kies ik voor SGH of kies ik voor MijnHerstel? Wehebben zo’n 19.000 ouders in beeld als het gaat om de aanvullendeschadevergoedingen. Ongeveer 3.300 mensen zijn inmiddels geholpenmet een VSO of beschikking. Ik heb het dan niet alleen over de mensendie geholpen zijn bij SGH, maar ook over de mensen die geholpen zijn bijde Commissie Werkelijke Schade. Van Dam heeft in zijn advies benaderdhoeveel mensen hij verwacht met betrekking tot aanvullende compen-satie. Zijn inschatting is geweest dat dit ongeveer 20.000 mensen zoudenzijn. Ik durf dus ook wel te zeggen dat we voor een heel eind de mensen inbeeld hebben. Daar hoort natuurlijk ook bij dat er een einddatum is voordie nieuwe aanvragen, zoals ik dat vorig jaar in november met uw Kamerheb gedeeld. Ik merk dat dit bij veel mensen vragen heeft opgeroepen.Hoe zit het nu met die einddatum? Hebben we mensen daar niet meeovervallen? Bereiken we iedereen? Gelukkig zijn alle mensen die eenintegrale beoordeling hebben gehad, daarover geïnformeerd. Bij hunintegrale beoordeling hebben zij ook het bericht gehad dat als zij inaanmerking denken te komen voor aanvullende compensatie, dat nog eenander traject is en dat zij zich daarvoor moeten aanmelden.Ik wil ook nog een ander misverstand uit de wereld helpen. Die aanmeld-termijn geldt voor de aanmelding bij het aanmeldportaal. Mensen hebbenvervolgens nog een halfjaar de tijd om een keuze te maken. Ze hoevendus niet meteen te kiezen. Het is dus echt puur het aanmelden als zedenken in aanmerking te komen voor aanvullende compensatie. Je hebtdaarnaast ook altijd ten minste een halfjaar de tijd na je integralebeoordeling. Die loopt dus ook langer door. Wij hebben hierover ook metde advocaten afspraken gemaakt, zodat die aanmelding, als die viaadvocaten loopt, op een eenvoudige en faciliterende manier kan plaats-vinden. We zijn nog met SGH in gesprek om die inhaalslag goed vorm tegeven.Heel veel ouders zeggen tegen mij: ik vind het eigenlijk wel goed dat wedoorgaan met een einddatum, want wij willen ook verder; voor ons is ditook een streep kunnen zetten onder die hersteloperaties en er een puntachter kunnen zetten. Weten waar je aan toe bent, kan ook heel fijn zijn.De voorzitter:Ja, de heer Mathlouti.De heer Mathlouti (D66):Ik ben het eens met het laatste punt van de Staatssecretaris. Een datum enuiteindelijk doorgaan kan ouders natuurlijk ook heel erg helpen, maardaar gaat het natuurlijk niet over. Het gaat om de mensen die niet afwetenvan de deadline. Heeft u er wat u betreft alles aan gedaan om al diemensen te bereiken? Dat is denk ik de vraag die voorligt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10224 Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ik denk dat wij ons wat dat betreft heel erg hebben ingespannen omiedereen te bereiken. Zoals ik net al zei, hebben mensen na de integralebeoordeling sowieso het bericht gehad: komt u in aanmerking vooraanvullende compensatie, dan kunt u zich aanmelden. Er is ook eengesprek geweest met de persoonlijk zaakbehandelaar, die dat ook nogeens heeft uitgelegd, en er is heel veel communicatie geweest, doorstakeholders, op de socials, op de websites. Dus wat dat betreft hebbenwij daar wel heel erg veel aan gedaan.De heer Mathlouti (D66):Dan toch nog misschien nog iets specifieker. Bent u ervan overtuigd datiedereen een bericht heeft ontvangen? Ik las een regel in de brief ...Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Gewoon een brief.De heer Mathlouti (D66):Inderdaad, of iedereen in ieder geval gewoon een brief of een schrijvenheeft ontvangen over wat de aanmelddatum is. En misschien nog ietsaanvullend daarop. In een passage in een van de stukken die u ons heeftgestuurd, geeft u aan dat u met advocaten een afspraak heeft gemaaktover mensen die niet te bereiken zijn. Nou, dat impliceert dat het dus weldegelijk bekend is dat er een groep is die niet afweet van de deadline. Hoegaat u daarmee om?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Wat dat betreft kan ik u ook geruststellen. Wij hebben natuurlijk ook denormale en gebruikelijke rechtsbescherming uit de Algemene wetbestuursrecht. Dat betekent dat wij ook te maken hebben met despelregels over de verschoonbare termijnoverschrijding. Dus mocht hetzo zijn dat we mensen echt niet hebben kunnen bereiken of dat eruitzonderlijke, bijzondere omstandigheden zijn, dan hebben wij ook decultuur van een hersteloperatie. Op die manier zullen wij daarmeeomgaan.De heer Mathlouti (D66):Ik wil niet in een juridisch argumentendebat komen, maar kunt u mijverzekeren dat u de mensen die zich na 31 maart nog melden en die eenaannemelijke en goede reden hebben waarom ze te laat zijn gewoonhelpt?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Daarvoor gelden de normale regels binnen het algemeen bestuursrecht,dus de verschoonbare termijnoverschrijding. Dat hebben we ook eerdertoegepast. Om u een voorbeeld te geven: een aantal jaren geleden is ookde eindtermijn ingesteld voor het aanmelden als gedupeerde en daarvoorkomen nu nog heel af en toe mensen binnen.De voorzitter:Nog een? Dit is uw vierde interruptie, meneer MathloutiDe heer Mathlouti (D66):Misschien toch nog een laatste keer. Kunt u ons op de hoogte houden vande gevallen die toch nog binnenkomen na de 31ste?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ook deze cijfers vermelden wij in de voortgangsrapportages.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10225 Ik zag mevrouw Van Dijk eerst en dan mevrouw Westerveld.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Om het toch even goed scherp te hebben. Die aanmelddatum, was dat inde zin van een beschikking die ouders dus inderdaad hebben gekregen ofwas het een aparte brief: let op, weet dat dit en dat en dat speelt, daarwillen we u even op attenderen zodat u daar op een goede manier actieop kunt ondernemen?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:We hebben na de integrale beoordeling de mensen geïnformeerd dat deintegrale beoordeling was afgerond en dat zij mogelijk in aanmerkingkomen voor de aanvullende compensatie, maar dat daar nog wel eenaanmelding voor moet plaatsvinden. De persoonlijk zaakbehandelaarheeft met hen contact gehad. Maar we hebben nu geen aparte persoon-lijke brief gestuurd. We hebben het wel algemeen gecommuniceerd viaalle stakeholders en dergelijke.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp de antwoorden van de Staatssecretaris en ik geloof echt wel dater in formele zin heel veel is gedaan om iedereen te informeren. Alleen isdit natuurlijk wel een groep mensen die soms brieven niet willen openenvanwege hun angst voor wat erin staat. Het is ook deels een groepmensen die minder goed in beeld zijn. Het zijn soms ook mensen dieworden overstelpt met allerlei informatie, deadlines, procedures. Ikbedoel, zelfs wij raken heel vaak verdwaald in alle stukken die voor onsliggen, en dan is het ons werk. Dan mijn vraag aan de Staatssecretaris.Wij krijgen heel veel signalen dat het niet goed gaat. Inmiddels hebbenzo’n 1.000 mensen zich volgens mij aangemeld, met nog drie weken tegaan. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is dus of de aanmeldingen nuheel erg oplopen. Wat gaat er gebeuren op het moment dat straks mensenzich melden die dat nog eerder konden of het niet eerder wisten? Is er danecht coulance met iedereen die dat nog na de deadline doet?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Wat u schetst, is ook precies de reden dat wij geen persoonlijke briefhebben gestuurd. Er zijn inderdaad mensen die hun post niet meeropenmaken. Daarom hebben we vooral ingezet op de communicatie viastakeholders, via advocaten, via de Stichting (Gelijk)waardig Herstel, vialotgenotencontacten, via de KOTA Rapportage en via de gemeentes ommaar zo veel als mogelijk iedereen daarin mee te nemen. Wat ik net ook alaangaf, is dat er zo’n 9.000 mensen in de wachtrij staan bij CWS. Zijhebben zich al aangemeld voor aanvullende compensatie. Al dezemensen hoeven zich dus niet nog een keer aan te melden. Zij tellen ookgewoon mee bij de mensen die in beeld zijn. Daarnaast hebben wenatuurlijk werkafspraken gemaakt, faciliterend, met de advocaten. We zijnin gesprek met SGH. Op die manier probeer je natuurlijk al zo veelmogelijk mensen in beeld te hebben. Tot op heden hebben we 19.000mensen in beeld. Dat is heel veel, want we verwachten er überhaupt omen nabij de 20.000 te hebben. Dat is een inschatting geweest.De voorzitter:Mevrouw Westerveld, een vervolgvraag.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Mijn punt is natuurlijk dat heel veel van de organisaties die de Staatsse-cretaris zelf noemt nu bij ons aan de bel trekken en zeggen: het gaat nietgoed. Mijn vraag is eigenlijk of zij dan nog eens met die organisaties ingesprek kan gaan over wat er dan precies niet goed gaat, want we hebbener allemaal vragen over. We krijgen allemaal die signalen. Mijn tweedeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10226 vraag is wat er gebeurt als mensen straks na die aanmelddatumaankloppen, want er zijn echt wel mensen die dat gaan doen. Wordt erdan maximale coulance toegepast? Kunnen mensen zich dan nogaanmelden?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Weer een paar vragen, hè. Nee hoor, helemaal goed. Beter vragen stellendan onduidelijkheid laten bestaan. De advocatenwerkgroep heeft ook zijnzorgen geuit. Daarom hebben we ook met hen een proces afgesprokenwaardoor het aanmelden makkelijker gaat en waardoor zij ook niet meerbang hoeven te zijn dat ze dadelijk door allerlei administratieve hoepeltjesmoeten en dat ze dan in een keer te laat zijn. Ik vind het belangrijk omdaar faciliterend en ondersteunend in te zijn. Ik besef heel goed dat er na1 april nog wel mensen zullen komen. Natuurlijk, maar daarvoor geldt nogsteeds de Algemene wet bestuursrecht en de verschoonbare termijnover-schrijding die we coulant en ruimhartig toepassen, zoals dat ook hoort ineen hersteloperatie.De voorzitter:De Staatssecretaris vervolgt haar betoog.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Hiermee heb ik volgens mij voor een heel eind de vragen in dit blokjebeantwoord. Dan ga ik door naar andere vragen die over dit onderwerpzijn gesteld, bijvoorbeeld over de behandelvolgorde. Mevrouw Van Eijkvan de VVD heeft daar een vraag over gesteld. Ik vind het zelf ook bestnaar dat de mensen met de zwaarste schades eigenlijk het langste moetenwachten. Dat is een constatering die we met elkaar hebben gedaan en ookmet elkaar hebben moeten doen helaas. We hebben de integralebeoordelingen afgerond. Daarmee kun je zeggen dat de lagere schades inieder geval nu al behandeld zijn en daarmee gecompenseerd zijn.Daarmee bieden we nu weer ruimte om de zwaardere schades te helpen.Ik had dat ook graag anders gezien, maar juist doordat we deze keuzeshebben gemaakt in het verleden binnen de hersteloperatie, zijn we nu welop het punt waar we nu zijn. Degene die zich als eerste heeft aangemeld,wordt inderdaad als eerste behandeld. Die behandelvolgorde is nu zegmaar de methodiek die wordt toegepast. Dat is helaas op dit moment devolgorde. Ik heb wel bij de bezwarenpopulatie gekeken welke gronden vanbezwaar er zijn en daarbij heb ik prioriteit gegeven aan het behandelenvan de mensen die wachten op de belangrijke beantwoording van devraag: ben ik nu wel of niet gedupeerd? Dus daar waar we dat kunnen,proberen we dat zo snel mogelijk te doen. Wat daarnaast misschien ookwel goed is om te weten, is dat we voor mensen die in acute nood zijn enecht nu een antwoord nodig hebben, noodprocedures hebben.De voorzitter:Mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):We hebben natuurlijk, om CWS maar even af te maken, ook een heelaantal mensen die er al een tijdje in zitten. Die hebben bijvoorbeeld hetBAC doorlopen en er ligt een uitspraak, maar verder blijft het liggen. Ikben natuurlijk wel een beetje op zoek naar hoe we de dingen van diemensen kunnen afhandelen, maar ook gewoon duidelijkheid kunnengeven over waar ze in het proces staan, waarom het zo lang duurt enwanneer ze wel iets horen. Het is namelijk vrij slopend als je echt jarenmoet wachten op een antwoord.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10227 Dat begrijp ik absoluut. Daarom hebben we besloten om zo veel alsmogelijk «dossier open, behandelen en dossier dicht» te doen, zodat wede samenloop tussen bezwaren en aanvullende schade zo veel alsmogelijk tegelijkertijd behandelen. Ik vind het daarom belangrijk datmensen zich ook wenden tot hun advocaat, die vaak niet alleen hunadvocaat is, maar ook hun steun en toeverlaat en die hun belangenbehartigt.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik ben gewoon benieuwd hoeveel van de ouders die al redelijk vroeg, inhet begin van de hersteloperatie, al best ver in een bepaald traject zaten,daarin blijven hangen. Die blijven daar soms best wel lang hangen,waardoor herstel alleen meer minder herstel wordt en zelf schadelijk gaatworden. Ik snap de antwoorden en ook dat over de advocaten, maar ikben eigenlijk vooral op zoek naar hoe we die dossiers die al lang vastzittenook eens een keer verder krijgen.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ik heb het beeld, als ik zo praat met ouders en vertegenwoordigers vanoudergroepen, dat mensen vaak nog twijfelen over de keuze die zemoeten maken, over wat de beste keuze is. Ik denk dat het belangrijk isom nu juist die duidelijkheid te bieden met de twee routes en één uniformkader, waarbij je zo veel als mogelijk integraal behandelt zodat je dieversnelling ook kunt aanbrengen in de hoop om daar een doorbraak in tevinden.De voorzitter:Het wordt uw vierde interruptie, mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dan bewaar ik ’m even.De voorzitter:De Staatssecretaris vervolgt haar betoog.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Even kijken. Er was nog een vraag van mevrouw Westerveld over deindividuele berekening. U vraagt zich af hoe het nou kan dat u denkt datmensen met een forfaitair bedrag beter geholpen zijn dan met eenindividuele berekening. Ik denk dat dat een heel belangrijke vraag is. Dehersteloperatie is natuurlijk in eerste instantie begonnen met allesindividueel te berekenen en uit te rekenen op basis van de adviezen vande Commissie Werkelijke Schade. We hebben gezien dat dat heel erg langduurde. Daardoor zijn mensen uiteindelijk ook over gaan stappen, naarSGH in eerste instantie, met een uniform schadekader.Je kunt werken met vaste bedragen doordat je iets onzorgvuldiger wordt.Je gaat het niet meer individueel berekenen. Je gaat het wat veralgemeni-seren. Dat kun je alleen maar doen op het moment dat het minder secuurzijn, die minder individuele berekening, ten gunste is van de gedupeerde.Dat betekent dat in het forfaitair kader causaliteit wordt aangenomen.Mensen hoeven dat niet te bewijzen. Dat wordt gewoon aangenomen.Bedragen zijn vast of hebben bandbreedtes die makkelijker te onder-bouwen en te ondersteunen zijn. Dat afgezet tegen een individueleberekening, waarbij zowel die causaliteit moet worden aangetoond, alsalle bedragen moeten worden aangetoond. Dat levert over het algemeeneen lagere uitkomst op. Dat kunt u ook zien als u kijkt in de voortgangs-rapportages. Daar staat in vermeld wat het gemiddelde bedrag is nabijvoorbeeld de Commissie Werkelijke Schade, de individuele bereke-ningsmethodiek. Dat is om en nabij de € 35.000 gesaldeerd. Als je kijktnaar de gemiddelde bedragen bij de forfaitaire routes, zoals nu SGH, danTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10228 zie je dat daar zo’n € 75.000 een gemiddeld bedrag is. Dat zijn dusaanmerkelijke verschillen. Dat kan ook niet anders. Zo heeft Van Dam datons ook geadviseerd: neem een uniform kader aan dat ruimhartig is, zodatje zo’n 95% van die groep mensen kunt behandelen. Dat zorgt voor deversnelling. En nee, daar kun je niet iedereen in vastpinnen, want er zijnsituaties die complexer zijn. Denk bijvoorbeeld aan de ondernemers diehun bv met allerlei assets en allerlei toestanden zijn kwijtgeraakt. Zijkunnen hun schade niet kwijt in dat forfaitaire kader. Dat moet echt meteen individuele berekening, maar als je niet al die andere mensen in datforfaitaire kader hebt, kun je daar ook de ruimte aan geven.Dan was er de vraag: kun je als ouder niet direct een individueleberekening krijgen? We hebben ervoor gekozen, ook weer op advies vande commissie-Van Dam, om dat niet te doen, omdat mensen over hetalgemeen – dat geldt in zo’n 95% van de situaties – echt beter af zijn methet uniforme schadekader. Als zij doorgaan naar een individueleberekening, kan alles wat administratief al verwerkt is, ofwel bij SGH,ofwel bij MijnHerstel, dienen als administratieve voorwas voor deindividuele berekening, waardoor die weer een stuk sneller kan enmensen niet nog een keer dat hele verhaal hoeven te doen. Ook hiervoor,zeker als het gaat om de keuze tussen een forfaitair bedrag uit MijnHerstelen een individuele berekening, is de advocaat een belangrijke advies-partner.Dan kom ik bij de ondernemers. Ik zie er op de publieke tribune al eenaantal zitten. Ik heb begrepen dat we binnenkort weer met elkaar ingesprek gaan, met de Belangenbehartiger erbij. Dat lijkt mij helemaalprima.We hebben voor ondernemers verschillende opties, maar we moeten deondernemers die zelf gedupeerde zijn van de kinderopvangtoeslagaffaireniet verwarren met de ondernemers die zelf een kinderopvangorganisatiehebben gehad. Dat is een aparte groep. Voor die laatste groep is de wegnatuurlijk om zich bij het Ministerie van Financiën te melden. Die trajectenzijn nagenoeg allemaal afgerond, dus we hebben het nu over de oudersdie zelf gedupeerde zijn in de kinderopvangtoeslagaffaire en eenonderneming hadden. Daarbij kun je weer een onderscheid maken tussenouders die als zzp’er een onderneming hadden en ouders die bijvoorbeeldeen bv of een multinational hadden of een ander soort ondernemerwaren. Voor de groep zzp’ers ziet de schade over het algemeen opinkomensschade. Die kan goed verwerkt worden in de forfaitaire kaders.Ondernemers die echt bedrijfsvermogen hebben gehad en grotereschades hebben, kunnen beter terecht bij de individuele berekening, zeg iknogmaals. Daarnaast hebben we voor ondernemers ook een specialefaciliteit voor de aanpak van de zakelijke schulden, waar de persoonlijkeaansprakelijkheid voor gold. Daar is een apart team voor ingericht.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Het is mijn laatste interruptie, maar die gebruik ik dan toch.De voorzitter:U heeft er vijf in totaal, dus u heeft er nog twee.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):O, oké. Die individuele berekening is nog niet live, als ik het goed heb.Wanneer komt die live? Ik heb namelijk toch echt het gevoel – dat horenwe overal terug – dat ondernemers het gevoel hebben dat ze daar ook nietgoed terechtkunnen en daar ook niet goed geholpen worden. Ik denk dathet wel belangrijk is dat de eerste ondernemers gaan ervaren dat hetwerkt. Als het niet werkt, moeten we kijken hoe we ervoor kunnen zorgendat het wel gaat werken.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10229 De individuele berekening is eigenlijk de opgeschaalde VSO-regieroute.Die VSO-regieroute loopt nu nog steeds. In de VSO-regieroute zijn alverschillende ondernemers geholpen. Er zijn al verschillende onder-nemers die een VSO hebben afgesloten in de VSO-regieroute. In die zinloopt dat dus al. Natuurlijk moet dat verder opgeschaald worden, maarondernemers kunnen gewoon terecht binnen MijnHerstel en de indivi-duele berekening.De voorzitter:De Staatssecretaris vervolgt haar betoog.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Volgens mij heb ik de vragen over ondernemers met dit verhaalbehandeld.De heer Grinwis (ChristenUnie):De Staatssecretaris is in debat met de Kamer en wij met de Staatssecre-taris, maar wij kijken ook opzij en wij zien de verwarring bij een aantalaanwezige ondernemers, die denken: «Hè, welk team? Waar kan ik meprecies melden? Wat is er precies georganiseerd voor ondernemers?» Kande Staatssecretaris dat voor ons, en voor hen, misschien nog watduidelijker toelichten?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Als u het goedvindt, kom ik daar in de tweede termijn op terug. Dankunnen we even op een rijtje zetten waar mensen zich precies kunnenmelden.Dan wilde ik verdergaan, als u het goedvindt, met de kinderen enjongeren, en dan met name met de DUO-schulden. We hebben in hetverleden een bepaalde systematiek met elkaar afgesproken, namelijk datde schadevergoeding via de aanvragende ouder loopt en bedoeld is voorde aanvragende ouder en diens gezin. Dat is ons systeem. Op die manierhebben we dat met elkaar afgesproken. Desondanks merk ik dat we heelvaak het gesprek voeren over jongeren en studieschulden. Het isbelangrijk om hen niet te vergeten, want de jongeren zijn onze toekomst.Die mogen we niet vergeten.Ik heb gisteren nog gesproken met de Kinderombudsman – daar zit ze –en dat was een heel goed gesprek, vond ik. Daarin kwamen wederom dezorg over de jongeren en de vraag hoe het nu zit met de studieschuldennaar voren. We hebben toen ook gesproken over het systeem waarvoorwe hebben gekozen, met de schadecompensatie. Dat betekent niet datjongeren niet hun studieschuld kwijt kunnen. Via de ouder, met name viade rubriek inkomensschade, kan die worden meegenomen. Natuurlijk zaldat niet voor iedereen soelaas bieden, maar daarmee kun je in ieder gevaleen aantal jongeren bij wie de studieschuld is ontstaan vanwege detoeslagenaffaire, een uitweg bieden. Ik denk dat dat heel goed is.Daarnaast is de kindregeling in het leven geroepen. Die is destijdsontwikkeld met kinderen en voor kinderen, samen met de Stichting(Gelijk)waardig Herstel, om te kijken wat we nog meer kunnen doen voorjongeren, voor kinderen. Die regeling is bedoeld als een erkenning van hetleed dat jongeren in sommige gevallen hebben ervaren. Die is bedoeld alseen tegemoetkoming en bestaat uit een bedrag, een brief met deerkenning van het leed dat ze hebben geleden, de brede ondersteuning ende hulp bij gemeentes als het gaat om problematische schulden. En dannóg ... Ik hoor het u bijna denken: de brede ondersteuning loopt nog nietzoals die zou moeten lopen. Dat is zo. Daar heb ik ook heel veel zorgenover. Ik ben blij dat de bestuurlijk regisseur bezig is om dat zo veelmogelijk te uniformeren en daar verbeterslagen in aan te brengen. Dat isbelangrijk. Dat moeten we ook blijven doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10230 Daarnaast moeten we ook de signalen blijven horen en blijven nadenkenover de vraag: hoe doen we dat nu met elkaar? Want het is natuurlijk nietgoed als jongeren heel lang op een wachtlijst staan. Daarom is hetbelangrijk dat gemeentes weten dat die wachtlijsten op een gegevenmoment gewoon weg moeten. Er moet wat gebeuren. Er zijn gemeentesdie dat hebben uitbesteed en die met bijvoorbeeld jongerenwerkers ofandere geprofessionaliseerde instanties jongeren benaderen. Dat geeftheel veel verlichting. Ik denk dat het belangrijk is om te blijven kijken naarde best practices: welke gemeentes hebben daar goed grip op en kunneneen goed voorbeeld zijn voor andere gemeentes? Dat blijven we dusdoen.En toch merkte ik gisteren ...De heer Mathlouti (D66):Dank voor dit stukje over de brede ondersteuning, om die landsbreed ophetzelfde niveau te krijgen. Ik hoor dingen als «best practices», maar watgaat u concreet doen om dat niveau echt op te krikken? Wat gaat uconcreet doen dan? Alleen best practices delen?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Zoals u weet is de bestuurlijk regisseur bezig met die opdracht, om datvoor elkaar te krijgen. Maar ik wilde ook het volgende nog aangeven. Inhet gesprek met de Kinderombudsman kwam gisteren heel duidelijk naarvoren dat niet alle jongeren de weg kunnen vinden in al die regelingen, endat zij soms het idee hebben dat ze niet worden gehoord, niet wordengezien en van het kastje naar de muur worden gestuurd. Dat is niet goed.Daarom moeten we er dus ook voor zorgen dat mensen goed geholpenworden. Dat kan ook door die verschillende mogelijkheden veel meer teuniformeren en bij elkaar te brengen, net zoals het team dat bijvoorbeeldin het leven is geroepen voor de regieloze gezinnen. De intensievebegeleiding van ouders is ook mogelijk voor jongeren.De voorzitter:Dit wordt uw vijfde en laatste interruptie. De heer Mathlouti heeft er ookvijf gebruikt. Ga uw gang, mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ja, toch. We praten hier ook al heel lang over. Deze signalen zijn nietnieuw. Ik weet dat een bestuurlijk regisseur ermee bezig is, maar dat is dieook alweer een tijdje. Ik wil niet te ongeduldig overkomen, maar ik ben hetinmiddels echt wel als het gaat om hoe we met die kinderen omgaan. Ikzou eigenlijk graag concreet van de Staatssecretaris willen horen wat dekinderen de komende maanden concreet kunnen verwachten aanduidelijkheid en sturing, zodat ze onderhand weten waar ze moeten zijnen wat ze kunnen verwachten.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:We moeten op alle fronten wat meer gaan doen aan communicatie. Wehebben een visual gemaakt, zodat het wat inzichtelijker wordt. Maar datbetekent ook dat we de gemeentes – zij staan over het algemeen toch watdichter bij de jongeren – beter moeten informeren en uitleggen waar diejongeren terechtkunnen. Dan kun je de helper ook weer helpen om dejongeren te ondersteunen. Daarnaast is de bestuurlijk regisseur nogsteeds bezig met zijn opdracht. Het is geen eenvoudige opdracht; dat iseen ding wat zeker is. Maar het is wel een hele belangrijke opdracht.Daarom is hij dus nog steeds bezig en is hij nog steeds met allegemeentes in gesprek. Ik ben zelf ook vaak met wethouders en gemeentesin gesprek om te kijken welke ervaringen zij hebben.Mevrouw Van Eijk (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10231 Voorzitter, ik heb zelf wat minder vragen over dit onderwerp. Ik zou hetdus heel fijn vinden als de collega’s die wel vragen hebben, zoalsmevrouw Inge van Dijk, maar misschien ook anderen, die ook kunnenstellen. Ik draag ze dus graag over.De voorzitter:Ik zal wat ruimhartiger zijn. Ik wijs er wel op dat de tweede termijndaardoor in het gedrang kan komen. Als het dus korte en bondige vragenzijn, kan het. Maar er zijn nog wat blokjes, en veel vragen worden ook albeantwoord. Ik zal dus soepel zijn, maar niet té.De Staatssecretaris vervolgt haar betoog.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ik kan me voorstellen dat de leden ongeduldig worden. Dat geldt voor deleden, maar niet te vergeten natuurlijk ook voor de jongeren zelf en hunouders. Er zijn natuurlijk alweer wat slagen gemaakt. We zijn die regio’ssteeds meer met elkaar aan het verbinden. Dat doen we om er ook voor tezorgen dat jongeren die naast een gemeente wonen waar het wel goedgaat, door die gemeente overgenomen worden, zodat we die regiofunctieveel meer kunnen hebben. Dat zijn allemaal stappen die we kunnenzetten. Daarnaast zien we steeds meer intensivering door gemeentes metvoorlichting en contact en de mogelijkheid om via de belangenbehartigersen stakeholders die zich bezighouden met die jongeren, de doorverwijzingnaar intensieve begeleiding te krijgen.Ik heb het idee dat ik de vragen over de jongeren en hun studieschuldenvoor een heel groot deel beantwoord heb. Ik kijk even naar de leden om tezien of dat inderdaad zo is.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik had een paar vragen. Ik vroeg of de schulden direct bij DUO afgelostkunnen worden. Maar ik had ook een vraag over het moment dat kinderenbij DUO aankloppen met de vraag om mee te denken en ruimhartig beleidte voeren. Wil de Staatssecretaris dat gesprek met DUO nog een keervoeren? Kunnen de kinderen geholpen worden op het moment dat zevastlopen bij DUO?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Uiteraard zijn wij op verschillende momenten ook zelf met DUO ingesprek. DUO geeft zelf aan dat het om een hele individuele beoordelingvraagt. Je kunt daar dus niet zomaar een generieke regeling voorafspreken. Maar we hebben wel met elkaar afgesproken dat er nu eenspeciale telefoonlijn opengesteld is voor specifiek de jongeren die doorToeslagen gedupeerd zijn, zodat zij hun vragen rechtstreeks kunnenstellen aan iemand bij DUO die weet wat er aan de hand is. Dat moet weerwat verlichting geven. Daarnaast is er de mogelijkheid om via de decanen,die een advies kunnen geven, richting DUO te communiceren, in de zinvan: ik heb dit meegemaakt tijdens mijn studie; dit is er gebeurd. Danweegt ook dat perspectief mee bij DUO. Je probeert op alle mogelijkemomenten die opening te bieden, ook bij DUO.Kunnen ze daarbij geholpen worden? Dat probeer ik zo veel mogelijk teorganiseren, bijvoorbeeld met intensieve begeleiding in situaties waarinjongeren finaal vastlopen. Maar gelukkig zijn er ook heel veel stakeholdersen belangengroeperingen die om hen heen gaan staan en die ervoorkunnen zorgen dat die jongeren worden doorgeleid naar een plek voorintensieve ondersteuning.Dan was er nog de vraag – ik vergeet hem niet – of er rechtstreeks kanworden afgelost bij DUO. Dat is uitvoeringstechnisch best welingewikkeld. Ik snap dat het wenselijk kan zijn, maar dat is best wel eending voor de uitvoering, om het zo maar even te zeggen. Heeft u daar nogeen vraag over?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10232 Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Eigenlijk zijn al mijn vragen niet beantwoord. Ik vroeg: klopt het dat veeljongeren hun trajectbrede ondersteuning al hebben afgerond zonder dater een oplossing is voor hun DUO-schulden? En klopt het dat gemeentenvolgens de wet DUO-schulden niet mogen meenemen in de bredeondersteuning? En klopt het dat gemeenten in de praktijk uitsluitend deproblematische schulden aflossen waarna jongeren schuldenvrij wordenverklaard, terwijl een grote studieschuld buiten beschouwing blijft? Ikvroeg ook hoeveel jongeren een aanvraag hebben gedaan en hoe vaak dieis toegekend. Ik maakte ook nog het punt van de telefoonlijn. Veeljongeren kunnen dit niet via hun ouders regelen, bijvoorbeeld omdat deband met hun ouders niet meer goed is door alles wat er is gebeurd ofomdat een van de ouders of allebei de ouders overleden zijn.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Het is een beetje lastig, want ik heb de vragen op dit moment niet voorme, dus ...Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik heb ze net weer gesteld.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ik weet het. Zullen we ze gewoon een voor een beantwoorden?De hulplijn van DUO is specifiek in het leven geroepen voor jongeren diegedupeerd zijn door de toeslagen. Dat is in ieder geval al een verbetering.Wij houden niet bij hoeveel toeslagenjongeren een DUO-schuld hebben.Dat houdt DUO ook niet bij. Er is geen grondslag om die gegevens bij tehouden, maar daarnaast bieden die ook geen zicht op de relatie tusseneen DUO-schuld en het gedupeerd zijn door toeslagen. De enige manierom dat goed te kunnen benaderen, is via de gezinssituatie. Vandaar datdaar in het verleden voor gekozen is. Een andere regeling is daarmeeonuitvoerbaar en zou weer leiden tot heel veel ongelijkheid in anderesituaties.Gelukkig zat het blaadje toch nog in het mapje. Daarmee is ook nietbekend hoeveel jongeren om kwijtschelding hebben gevraagd en of zij diewel of niet hebben gekregen. Dat houdt DUO namelijk niet bij. Zij wetenniet welke studieachtergronden de studenten hebben. Uiteraard is dedecaan wel vaak op de hoogte van de specifieke situatie en dat is vaak ookde adviseur voor DUO.U vroeg zich af of het klopt dat de gemeenten DUO-schulden niet mogenmeenemen. Het klopt dat de gemeenten zich in hun schuldenaanpakvooral richten op problematische schulden. Een DUO-schuld is in wezennatuurlijk niet problematisch, zoals wel het geval is voor een schuld bijKlarna en voor allerlei andere fenomenen die we in de schuldhulpver-lening helaas tegenkomen. Ik kan me best voorstellen dat het voorjongeren wel zo voelt, maar nogmaals: de schuldenaanpak van deDUO-schulden ligt niet bij de gemeenten, maar bij het schadekader van deouders. Gemeenten hebben overigens wel de ruimte om maatwerk tebieden. Mocht een jongere tegen een specifieke omstandigheid aan lopen,dan heeft de gemeente dus ruimte voor maatwerk.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik hoor wat de Staatssecretaris zegt. Tegelijkertijd krijgen we veelsignalen, onder anderen van de kinderombudsmannen, dat het niet goedgaat en dat heel veel jongeren problemen hebben. Ik hoorde de Staatsse-cretaris eerder zeggen dat we een lerende overheid zijn. Dan vraag ik meaf waarom het antwoord nu telkens is dat we hiervoor gekozen hebben. Ishet niet tijd om te zeggen: we leren ervan en we gaan toch kijken of weregelingen kunnen aanpassen? Over DUO weet ik wel het een en ander,want ik heb een tijdje geleden vragen gesteld over kwijtschelding opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10233 medische gronden. Denk aan iemand die een beperking heeft of ziek isgeweest. DUO houdt dat nauwkeurig bij. Ze weten precies hoeveelaanvragen er zijn gedaan, voor welke onderwijsvorm, en hoeveel ertoegekend en afgewezen zijn. Ik begrijp niet goed waarom dat niet zoukunnen gelden voor deze groep.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Op dit moment wordt dat nog niet bijgehouden. Dat heeft ook te makenmet hoe dat op dit moment is ingericht. Die telefoonlijn is nog maar netvan start gegaan, dus die moet nog effect gaan hebben. Ook de intensi-vering van de hulplijnen bij DUO en de mogelijkheden die dat biedt, moetzijn meerwaarde nog gaan laten zien. Ik moet u wel meegeven dat denieuwe generieke regeling om DUO-schulden kwijt te schelden... Daarvraagt u niet naar, hoor ik u zeggen. Uiteraard vind ik het ook belangrijkom de vinger aan de pols te blijven houden en dit te blijven monitoren.Ook daarvoor geldt: monitoring en voortgang laten zien. Hoeveel mensenhebben er bijvoorbeeld gebruikgemaakt van de telefoonlijn en welkevragen zijn er gesteld? Ook het contact met andere stakeholders, zoals dekinderombudsmannen, is van belang. We blijven met elkaar in verbindingstaan om die jongeren te kunnen helpen.De voorzitter:Zijn we nu toe aan het blok over de ADR?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Dat denk ik wel.De voorzitter:Daarna komt er namelijk nog een blok en we willen ook nog een tweedetermijn. De heer Mathlouti heeft nog een vraag over dit onderwerp, zie ik.De heer Mathlouti (D66):Ik had een vraag gesteld over het gebrek aan inzicht in het aantal kinderendat we niet in beeld hebben.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Dat heeft ermee te maken dat er via de verschoonbare termijnover-schrijding heel af en toe nog mensen binnenkomen voor de integralebeoordeling en de aanmelding als gedupeerde an sich. Daar kunnenincidenteel nog een aantal kinderen uit naar voren komen. Wij rekenendaarbij op gemiddeld 2,7 kind per gedupeerde ouder. Dat is een lekkertechnisch cijfer. Ik heb niet helemaal zicht op de laatste aantallen, want datkan nog in de toekomst liggen. Het zijn in ieder geval kleine aantallen.De voorzitter:Heel kort.De heer Mathlouti (D66):Waar hebben we het dan over als we het over «kleine aantallen» hebben?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Dan heb ik het over tientallen.De voorzitter:We gaan door naar het blok over de ADR.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ik ben mij ervan bewust dat de aangetroffen verzend- en ontvangstadmi-nistratie vragen oproept bij uw leden en bij ouders. Voor de ouders wil ikin ieder geval benadrukken dat er met de komst van de administratie nietsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10234 verandert aan hun huidige situatie. We hebben in het verleden namelijk detoezegging gedaan dat als u eenmaal een bedrag aan compensatie heeftontvangen, u dat niet hoeft terug te betalen. Aangezien de integralebeoordelingen nagenoeg allemaal 100% zijn afgerond, blijft dat natuurlijkzo. Ik vind het heel naar om te horen dat ouders in onzekerheid zijngebracht door de komst van deze verzend- en ontvangstadministratiesys-temen.Daarbij moet ik wel zeggen dat de ADR een onderzoek heeft gedaan naarde betrouwbaarheid van het verzend- en ontvangstsysteem. Daar kun jeeen conclusie uit trekken. Maar je kunt daar geen conclusie aan verbindenover het wel of niet gedupeerd zijn, want dat is niet onderzocht. Datonderzoek geeft dus ook geen antwoord op die vraag. De informatie dieuit de administratie naar voren komt, geeft ook geen sluitend beeld vanwat er is gebeurd bij de betreffende ouder. Je weet bijvoorbeeld niet ofbrieven allemaal goed ontvangen zijn. Je weet ook niet of de antwoordenvan ouders goed verwerkt zijn in de administratie. Dat komt door hetsimpele feit dat in sommige gevallen een antwoordenvelop is gebruikt,maar in heel veel gevallen ouders – ik ken de beelden persoonlijk – meteen grote doos naar het belastingkantoor zijn gegaan. Dat is niet in dezeadministratie verwerkt. Dat is ook het geval wanneer ouders hebbengereageerd met een andere brief of op een andere manier. Nogmaals, jekunt daar dus geen conclusies aan verbinden. De enige manier waarop jedat wel in beeld zou kunnen brengen, is door alles opnieuw te doen. Danzou je de hele hersteloperatie en alle integrale beoordelingen opnieuwmoeten doen. Ik denk niet dat we daaraan moeten beginnen, gezien detoezegging.De heer Ceulemans (JA21):Om te beginnen heb ik een hele heldere vraag aan de Staatssecretaris. DeADR is dit onderzoek gaan verrichten. De Staatssecretaris zei al voordat deonderzoeksresultaten naar buiten kwamen: wat er ook uit komt, ik ga ergeen conclusies aan verbinden in die zin dat ik niks aan het beleid gaveranderen. Het rapport is er nu en het wordt nu nog een keer herhaald. Ikvraag me af waarom dit onderzoek is verricht, als er vervolgens niets metde uitkomsten gedaan wordt. Wat was daar dan de reden van?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Het is altijd belangrijk om dit soort onderzoeken te doen. Je moet immersweten waar je naar kijkt en wat voor soort administratie het is. Het hadook zomaar een uitermate onbetrouwbare administratie kunnen zijn. Danhadden we nu een ander gesprek gevoerd. Daarom is het van belang omdit soort onderzoeken te blijven doen. Maar ik heb altijd in mijn achter-hoofd gehad – dat heb ik in eerdere debatten ook aangegeven – dat ik, ookal weet ik of deze administratie wel of niet betrouwbaar is, er niet zo veelmee kan doen, omdat we in het verleden die toezegging hebben gedaanen omdat de verzend- en ontvangstsystemen niets zeggen overgedupeerdheid.De heer Ceulemans (JA21):Nee, dat klopt. De Staatssecretaris is daar ook consistent in geweest, dushaar kan niet verweten worden dat ze ineens een draai maakt nu er eenbepaalde uitkomst is. Dat verwijt ik haar ook niet. Ik zit wel met hetvolgende. De Staatssecretaris zegt: als nu uit het onderzoek was geblekendat de database een rommeltje was, dan hadden we een ander gesprekgehad. Dat klopt. Dan hadden we inderdaad een ander gesprek gehad.Dan hadden we nu kunnen zeggen: er klopt niks van, dus de verhalen vanouders die zeiden «ik heb die brief nooit gehad» of «ik heb wel degelijkgereageerd, maar die brief is niet ontvangen» kunnen heel goed kloppen,want de database die dat had kunnen ontkrachten, is een rommeltje. Weweten nu dat die database klopt. Ergo, op basis van de steekproef en hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10235 onderzoek dat gedaan is, is het heel legitiem om te concluderen dat eengrote groep ouders als gedupeerde is erkend op grond van het feit dat zijeen brief zouden hebben gekregen, waarvan zij zeggen dat ze die nietgehad hebben. Uit de database blijkt dat die brieven wel verstuurd zijn.Dat plaatst kanttekeningen bij een heel belangrijke compensatiegrond. Ikwil op z’n minst weten hoeveel ouders er als gedupeerde zijn erkend enzijn gecompenseerd puur op grond van het vooringenomen handelenover het al dan niet ontvangen van correspondentie.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Helaas hebben we dat inzicht niet. We hebben 43.000 mensen erkend alsgedupeerde. We hebben wel bijgehouden welke mensen gedupeerd zijnop de grondslag van de CAF-populatie; die hebben we in beeld. Maar degrondslag van het wel of niet hebben ontvangen van een brief, vertaaldals «vooringenomenheid in de behandeling», is niet sec bijgehouden. Datloopt namelijk vaak synchroon met een aantal andere grondslagen.Mensen zijn vaak op meerdere gronden en ook over meerdere jarengedupeerd. Die weg is gewoon niet te begaan, omdat we de gegevensniet hebben en omdat die, als we die zouden hebben, geen antwoordgaan geven op de vraag.De voorzitter:Afrondend, meneer Ceulemans.De heer Ceulemans (JA21):Afrondend. Het knaagt enorm aan mij dat dit boven water is gekomen.Volgens mij is dit iets heel groots, wat je er ook van vindt. De herstelope-ratie is ongelofelijk in de papieren gelopen. Die is met miljarden euro’soverschreden ten opzichte van wat er in eerste instantie begroot is. Datheeft ook voor een groot deel te maken met de compensatie. Vervolgenszien we dat er kanttekeningen te plaatsen zijn bij een belangrijke compen-satiegrond, ook al zijn de exacte cijfers daar niet van bekend. Ik vind dathele relevante kennis. Ik vind het zeker relevant gezien het volgende. Uitonderzoek zijn zelfs gevallen gebleken van mensen die hebben aange-geven die brieven niet ontvangen te hebben. Uit dat onderzoek blijkt nuniet alleen dat die brieven wel ontvangen zijn, maar ook dat er bezwaartegen is gemaakt en dat dat bezwaar ook nog eens gegrond is verklaard.Dan is er dus ongelofelijk veel sprake geweest van heen-en-weercommu-nicatie bij mensen die nu gecompenseerd worden op grond van het feitdat zij geen correspondentie zouden hebben ontvangen. Ik denk dat hetaan niemand uit te leggen is.Ik begrijp de Staatssecretaris ook als ze zegt dat ze niet alles kan herbeoor-delen. Ik denk ook dat dat niet te doen is. Wel zou ik wat meer nieuwsgie-righeid verlangen over de omvang van wat hier nou precies aan de handis. Ik zou de Staatssecretaris ook willen vragen of zij tot het uiterste kangaan om te proberen inzichtelijk te krijgen, ook al is dat grosso modo, hoegroot de groep ouders is die op deze grond gecompenseerd is.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ik ben best bereid om daar nog eens naar te kijken, maar dat zal dan welabstraherend moeten plaatsvinden, met de contra-informatie die weleventueel aanwezig is. Ik moet de vraag die u heeft gesteld ook nogbeantwoorden. U vraagt zich af of ik bereid ben om de informatie uit hetrapport te gebruiken in bijvoorbeeld nieuwe dossiers, nieuwe situaties,bezwaarprocedures die nog lopen of nieuwe jaren die nog beoordeeldmoeten worden. Dat kan natuurlijk wel. Daar kan ik die administratie welgebruiken.De heer Ceulemans (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10236 Ik heb geen interruptie, maar een punt van orde. In ieder geval dank voorhet antwoord. De Staatssecretaris zei daarvoor dat ze er nog wel een keernaar kan kijken, maar dat dat wel abstraherend zal zijn. Kan ik dat zien alseen toezegging?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ik kom daarop terug. Dat mag u zien als een toezegging.De voorzitter:Wordt dat een onderdeel van de voortgangsrapportage, of wordt het ietsaparts?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ik kan het in de voortgangsrapportage vermelden.De voorzitter:Oké. Dan wordt het zo genoteerd. U kunt uw betoog vervolgen.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Dan zijn wij aanbeland bij de pauzeknop. Die zit nu eigenlijk bij mijncollega van Fiscaliteit wat betreft het deel van de invordering van deterugvorderingen en navorderingen. Wat betreft het deel van het verledenzit die natuurlijk ook bij de hersteloperatie. Ouders die financieel hersteldzijn, krijgen dan eigenlijk ook weer te maken met dezelfde zaken alsvoorheen, alsof zij niet gedupeerd waren. De pauzeknop was natuurlijk opwens van uw Kamer ingesteld, juist om mensen rust te bieden tijdens dehersteloperatie. Die pauzeknop werd ingedrukt als het ging over toeslagenen belastingen. Als mensen dan vervolgens uit de hersteloperatiekwamen, dan ging het ook over de nieuwe belastingen en nieuwetoeslagenzaken. Daar ging het over. Ik hoor af en toe nog wel mensendenken dat het ook gaat over andere schulden, zoals schulden bij grotepostorderbedrijven of iets dergelijks, maar het gaat echt over de belas-tingen, toeslagenterugvorderingen of nabetalingen. De pauzeknop geldtvoor schulden die niet worden kwijtgescholden. Alles wat ontstaan istijdens de toeslagenaffaire, tijdens dat herstelproces, is kwijtgescholden,dus dat hoeft ook niet betaald te worden. Het gaat echt om de situatie vannieuwe belastingen en nieuwe toeslagen.Onder andere de ChristenUnie en DENK hebben gevraagd hoe het nu zitmet die nieuwe schulden. De pauzeknop werd ingedrukt op het momentdat iemand zich aanmeldde om het traject te starten over de vraag ofdiegene überhaupt gedupeerde is. Dat betekent dat voor zo’n 100.000mensen de pauzeknop is ingedrukt. Ongeveer de helft daarvan wasuiteindelijk gedupeerd. Inmiddels zijn we alweer een aantal jaar batch-gewijs de pauzeknop aan het opheffen en zijn weer aan het invorderen. Deinvordering gaat natuurlijk ook gepaard met informatie, bellen en brieven.Mensen zijn dus voor de pauzeknop, tijdens de pauzeknop en na depauzeknop geïnformeerd door persoonlijk zaakbehandelaren, brieven,webinars en de website van UHT. Ook zijn ze telefonisch geïnformeerd.Mensen die problematische schulden hadden, werden per definitiegebeld. Met «problematische schulden» bedoel ik mensen die eenterugvordering hadden van meer dan € 800 en wat betreft inkomen opminimumniveau zaten. Ik vind het ontzettend vervelend dat mensen dezeonrust nu weer moeten ervaren. Gelukkig kan er bij Toeslagen en deBelastingdienst altijd een beroep worden gedaan op betalingsregelingen.DENK vroeg ook hoe het nu gaat met de pauzeknop en de hersteloperatie.De pauzeknop is echt bedoeld om tijdens de herstelfase rust te bieden.Mensen hebben ook aangegeven gekregen dat het gaat om de pauzeringvan nieuwe schulden. Mensen hebben wel hun aanslagen en hunbeschikkingen ontvangen. Daarbij is de invordering niet gestart, maar zijnze wel steeds op de hoogte geweest.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10237 De heer Ergin (DENK):Precies daarover wil ik iets zeggen. De oudercommissie heeft een adviesgeschreven. Die commissie zegt heel duidelijk dat het enerzijds gaat ommensen die onvoldoende afweten van het bestaan van deze deadline,maar anderzijds om ouders die moeite hebben met het kiezen van eenroute. Daarom zegt de oudercommissie: stel die aanmelddeadline nou uiten investeer nu echt in een keer in het bereiken van alle ouders die errecht op hadden.De voorzitter:U heeft het over iets anders.De heer Ergin (DENK):Het gaat over de pauzeknop, toch?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ja, maar de deadline geldt voor aanvullende compensatie.De heer Ergin (DENK):Sorry, ik heb het alleen over de pauzeknop. Ik haal het door elkaar. Overde pauzeknop zeggen de ouders: verleng die nou. Ik verwarde die met dedeadline. Verleng de pauzeknop, zodat ouders nog meer rust hebben bijhet afbetalen van hun schulden. Ouders zijn namelijk financieel gezienheel vaak heel kwetsbaar, ook na de hersteloperatie. Daarom hebben zemeer tijd nodig voor herstel.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ik weet niet of ik uw vraag helemaal goed begrepen heb. De pauzeknop iseraf gegaan op het moment dat mensen klaar waren met de herstelope-ratie. Als die geëindigd was, kregen mensen via de persoonlijk zaakbehan-delaar en via de UHT-communicatie te horen dat ze klaar waren metherstelproces. Dat was afgerond. Daarna konden zij weer verder in hetnormale traject. Die keuze is ook op advies van een aantal ouderorgani-saties gemaakt, juist om mensen niet te belasten met het etiket «toeslag-gedupeerde». Dat zijn keuzes geweest, maar het betekent natuurlijk nietdat mensen nu in een keer geen recht meer zouden hebben op betalings-regelingen. Die zijn er gewoon. Die gelden voor zowel de Belastingdienstals voor Toeslagen.De voorzitter:De Staatssecretaris vervolgt haar betoog.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Volgens mij waren dit de vragen over de pauzeknop. Ik heb een enormewaslijst aan overige vragen, dus dat zal wat meer rijp en groen doorelkaar zijn. Onder anderen de heer Mathlouti vroeg hoe het zit met deopdracht van de bestuurlijk regisseur. De bestuurlijk regisseur heeft eenopdracht gekregen, samen met het Ministerie van Financiën en de VNG.Zijn opdracht loopt nog een geruime tijd door, in ieder geval tot het eindvan het jaar, maar die blijft lopen zolang het nodig is. Ook daaroverrapporteren wij heel regelmatig in alle voorgangsrapportages.Dan een vraag van de collega van de VVD over de uitvoerbaarheid van debrede ondersteuning: hoe zorgen we ervoor dat iedereen ook daadwer-kelijk goede ondersteuning ontvangt? Ook daar zit natuurlijk de verbeter-en harmonisatieslag die we moeten maken. Je ziet dat daar stappen ingezet zijn. De VNG heeft nieuwe beleidsregels samengesteld, waardoorbijvoorbeeld de halfjaarstermijn voor de materiële verstrekkingen in hetleven is geroepen. Maar gemeentes willen ook zelf mensen zo veel alsmogelijk op gelijke en uniforme wijze benaderen en helpen. Regiokringen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10238 trainingen, beleidsregels, webinars: al dat soort zaken worden ingezet omdie harmonisatie verder vorm te geven.Dan de vraag van JA21 over de verantwoording en het maken vanonderscheid tussen materiële en immateriële verstrekkingen. Op ditmoment maakt de SPUK geen onderscheid tussen de materiële en deimmateriële verstrekkingen. U zou daar graag meer inzicht in willenhebben. Dat begrijp ik, maar op dit moment wordt het niet bijgehouden.Als wij dat zouden gaan vragen van gemeentes en dat voorschrijven,betekent dat dat we de regelingen moeten gaan aanpassen, waardoor hetinzicht heel erg achter de feiten aanloopt. We kunnen natuurlijk wel viaeen enquête aan gemeentes vragen om dit bij te houden, maar dat is danmeer op vrijwillige basis.De heer Ceulemans (JA21):Dat is in ieder geval al een stap in de goede richting, want dat biedtmisschien enig inzicht in iets waar op dit moment totaal geen inzicht in is.Ik wil even terugkomen op het eerste punt dat de Staatssecretarisnoemde. Als we dat nu niet gaan verzoeken aan gemeenten maar tegengemeenten zeggen dat ze dit moeten doen, dan gaan we achter de feitenaanlopen, zegt de Staatssecretaris. Kunt u dat iets nader toelichten?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Dat betekent namelijk dat we beleidsregels moeten gaan aanpassen. Daarhebben we een uitvoerig traject voor nodig, met ook de VNG en allerleiandere vertegenwoordigers. Dat is niet zomaar te realiseren. Het kan ookweer extra administratieve lasten en rompslomp betekenen, die hetallemaal nog complexer maken en voor meer gedoe zorgen. Er zijngemeentes die het al wel bijhouden, dus ik kan in ieder geval vragen omhet zo veel als mogelijk bij te houden, maar afdwingen gaat weinigsoelaas bieden, denk ik.De voorzitter:Meneer Ceulemans, u zit op vijf. U mag wel een interruptie, want deanderen zijn al verder. Ik laat me er niet over uit of het uw laatste is,tactisch gezien, maar u heeft er nog één.De heer Ceulemans (JA21):Nee, dan kom ik er in tweede termijn op terug.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik hoorde deze discussie. We gaan de gemeentes dan vragen om van allesbij te houden. Maar een materiële toekenning van iets wil toch niet perdefinitie zeggen dat het een overbodige toekenning was? Oftewel, het kanheel legitiem zijn dat een kind een fiets krijgt om naar school te fietsen. Ikzou graag van de Staatssecretaris horen hoe zij dat weegt. Als er 100fietsen zijn verstrekt, is dat dan goed of slecht? Ik vind dat bestingewikkeld.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ik kan me best voorstellen dat de vraag gesteld wordt, maar het isnatuurlijk niet per definitie gezegd of een verstrekking wel of nietnoodzakelijk is. Daar gaat het namelijk om. Het criterium dat eengemeente hanteert, is of iets noodzakelijk is voor het herstel. Maar daarbijhoort een gemeente natuurlijk ook te kijken naar de draagkracht van hetbetreffende gezin. Er zijn wel elementen die daarbij een rol spelen. Ik kanme voorstellen dat er inderdaad materiële verstrekkingen zijn die eenbijdrage leveren aan het herstel, maar het is ook prima om dat te vragen;dat kan ik altijd doen.De heer Ceulemans (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10239 Dank. Begrijp ik dan goed dat er eigenlijk twee zaken in gang wordengezet? Er zijn gemeenten die het al bijhouden. Die informatie is misschienal beschikbaar, dus dan kunnen we vragen of we die informatie kunnenkrijgen. U kunt het verzoek doen aan gemeenten om dit sowieso bij tehouden en via een enquête aan gemeenten vragen of zij kunnen aangevenhoe de verdeling op dit moment is.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Jazeker. Nogmaals, dat is dan op vrijwillige basis, maar alles wat er is, iser. Maar ik zou het niet wenselijk vinden om gemeenten weer op tezadelen met een extra administratieve last, dus dat is niet in hetdwangkader.De voorzitter:De Staatssecretaris vervolgt haar betoog.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:De collega van het CDA geeft aan: «Dat herstel is eigenlijk iets heel andersdan financieel compenseren. In de voortgangsrapportages zien we nu nogheel veel cijfers als het gaat om financiële compensatie. We moeteneigenlijk een verschuiving gaan maken naar emotioneel herstel.» Dat benik helemaal met mevrouw Van Dijk eens. We moeten dit ook zichtbaardermaken in de voortgangsrapportages. Denk aan een veel meer kwalitatiefantwoord, een belevingskompas, ouderbeleving. We moeten meerinzetten op al dat soort instrumenten. We gaan namelijk inderdaad eenverschuiving maken van financieel herstel naar emotioneel herstel.Er zijn door een aantal partijen, waaronder het CDA, vragen gesteld overouders in het buitenland. Het punt is dat ouders in het buitenland vaakgeconfronteerd worden met de uitwerking van regelingen die vaak netiets anders lopen dan in Nederland. De financiële compensatie voorouders in het buitenland is gelijk aan die van mensen in Nederland. Denkaan de integrale beoordelingen die nodig zijn om überhaupt het OTB, hetondersteuningsteam voor ouders in het buitenland, in werking te zetten.Ook de aanvullende compensatie kunnen zij op dezelfde manierdoorlopen als de mensen in Nederland. Maar daar waar we in Nederlandde brede ondersteuning door de gemeenten hebben, hebben we in hetbuitenland het OTB dat de ouders begeleidt. Er zijn zo’n 1.600 situatiesbekend van ouders in het buitenland. Zij zijn verspreid over zo’n 40landen. Al die landen werken net even anders. Voor een deel kun je zakenoplossen en voor een deel lukt dat niet helemaal. Daar waar we inNederland bijvoorbeeld de compensatiebedragen uit de fiscaliteit en devermogensbelasting kunnen houden, kun je dat in het buitenland nietafdwingen. Een buitenlandse autoriteit is bevoegd daarover te besluiten.Je kunt hooguit een verzoek doen om daar iets aan te doen. Diegesprekken voeren we ook. Maar nogmaals, ik kan buitenlandse autori-teiten niet dwingen om dezelfde regels te hanteren. Het is wel zo datsommige landen bijvoorbeeld geen vermogensbelasting kennen,waardoor je die regels niet eens nodig hebt. Daarnaast zijn schuldhulpver-leningstrajecten in Nederland met andere waarborgen omkleed dan insommige buitenlanden.Ik ben zelf bijvoorbeeld op Curaçao geweest, waar ik heb gesproken metde Minister van Financiën van Curaçao. Mensen hebben daar te makenmet de zogenaamde loan sharks. Dat zijn, vrij vertaald, «leninghaaien».Dat zijn woekeraars die soms tarieven van wel 200% hanteren. Als jedaarmee te maken hebt, kom je er gewoon echt niet meer uit. Deschuldhulpverlening is ook daar dus heel erg belangrijk, net als inNederland. We hebben de Minister van Financiën van Curaçao bijvoor-beeld gevraagd om de preferente positie van de Curaçaose overheid prijste geven, zodat er een gelijkwaardige positie is voor alle schuldeisers ener ruimte gevonden kan worden om oplossingen te creëren. Ik ben heelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10240 blij dat dat stuk gelukt is. Dit geeft al aan dat wij, uiteraard, via dat OTBheel veel aandacht en zorg hebben voor de ouders in het buitenland, maardat het niet allemaal hetzelfde is als in Nederland. Dat is wel het eerlijkeverhaal, hoe lastig het ook is.Dan is de vraag van de BBB nog of we binnen de budgettaire prognosesvan de aanvullende schadeontwikkeling en -afwikkeling blijven. Ja,vooralsnog blijven wij binnen de begrote bedragen. Als ik keuzes moetmaken, dan zal mijn inzet ook altijd zijn dat ik liever meer geld uitgeef aande gedupeerde ouders dan aan de overhead die daarbij zit.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog een vraag over het vorige punt. Ik neem aan dat de Staatsse-cretaris aan het einde was van de vragen over mensen in het buitenland.Dat klopt, hoor ik. Dan heb ik daar nog een vraag over. De Staatssecretarisvertelt wat er allemaal in gang wordt gezet. Ik heb echter nog steeds deindruk dat dat in contrast staat met hoe mensen het zelf voelen. Een vande punten die wij heel erg horen, is dat er ongelijkheid is in hoeaanvragen worden behandeld, dat er lange wachttijden zijn en dat langniet altijd duidelijk is waar mensen naartoe kunnen. Ik denk dat iedereenbij ons wel begrijpt dat de Staatssecretaris niet de baas is over hoe anderelanden omgaan met bijvoorbeeld belastingen, maar natuurlijk wel over ofmensen gelijk worden behandeld. Ik merk daar gewoon een verschil in. Ikzou de Staatssecretaris willen vragen of zij die signalen ook krijgt en ofdaar ook van geleerd wordt, zodat de mensen die nu in het buitenlandzitten ook echt kunnen werken aan hun herstel.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Juist om die uniformiteit en gelijkheid wat meer te borgen, worden daarnu ook verdere beleidsregels voor ontwikkeld. Dat doen we ook samenmet het OTB, zodat we er één lijn in kunnen trekken.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik snap dat het bijna tijd is om dit debat af te ronden, voorzitter. Zou deStaatssecretaris ons daar binnenkort wat meer over kunnen informeren?Hoe gaat dat er straks uitzien? Ik hoor zelfs van een aantal van hen dat zijbang zijn dat het OTB binnenkort gaat verdwijnen. Volgens mij is dat nietzo, maar als dat beeld er wel is, lijkt het me goed om daar helder over tecommuniceren. Ik begrijp ook dat het best ingewikkeld kan zijn omiedereen, alle mensen die in het buitenland zitten, goed te bereiken. Datvraagt dus wel om hele heldere communicatie over welke beleidslijnen erworden ontwikkeld en hoe die eruit gaan zien. Hoe weten deze mensendat straks?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ik heb daar in de voortgangsrapportage al iets over gezegd, maar ik wil umet alle plezier nog een brief sturen waarin ik wat extra uitleg geef overhoe die beleidsregels eruitzien en welke maatregelen we inzetten omuniformiteit en gelijke behandeling zo veel als mogelijk te borgen.De voorzitter:En kunt u daar ook een termijn aan verbinden?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:April.De voorzitter:Heel kort, mevrouw Van Dijk, want u bent echt al heel vaak aan de beurtgeweest.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10241 Ik heb een korte vervolgvraag. Als die brief er toch komt, wil ik hetvolgende vragen. Specifieke landen hebben specifieke drempelswaartegen ouders aan kunnen lopen. Het zou ook goed zijn om voor delanden die het meest voorkomen, per land eens toe te lichten welke tips erzijn, waar ouders vastlopen en hoe Nederland hen gaat ondersteunen. Wemerken namelijk dat het door die grote verschillen voor ouders echt eenzoektocht is.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ik wil met alle plezier ook een overzicht geven van waar de mensen hetmeest naartoe zijn gegaan. Ik weet dat bijvoorbeeld Curaçao een van delanden is waar een groot deel van de gezinnen naartoe is gegaan. Maar jehebt ook veel gezinnen in België en in het VK. Ik vind het dus prima omook dat overzicht te geven.De voorzitter:Inclusief de vraag of er tips kunnen worden gegeven?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Jaja, dat is prima!De voorzitter:Mooi.De heer Grinwis (ChristenUnie):Aanvullend. Als de Staatssecretaris deze brief toch gaat schrijven, kandaarin dan ook duidelijkheid worden gegeven over wat de grootsteverschillen zijn en voor welke verschillen de Staatssecretaris zich in deschadehersteloperatie wél verantwoordelijk voelt en voor welke niet? Nuis het namelijk een beetje gissen welke fiscale verschillen bijvoorbeeld weldoor de Staatssecretaris, door de organisatie worden gecompenseerd enwelke niet. Het is dus enorm zoeken.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ik wil natuurlijk uitgebreid antwoorden in die brief, maar verwacht niet datik een complete fiscale analyse kan geven van alle landen waar oudersnaartoe zijn gegaan. Ik zie dat u dat ook niet vraagt. Dan kan ik het ophoofdlijnen weergeven.De voorzitter:De Staatssecretaris vervolgt haar betoog.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ik was heel even aan het kijken, voorzitter, want heel veel vragen zijn al viainterrupties beantwoord.De voorzitter:We kunnen anders ook overgaan naar de tweede termijn. Als er dan echtnog een prangende vraag is, dan kan die in tweede termijn gesteldworden.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ja, dat is prima. Laten we het zo doen.De voorzitter:We hebben nog drie kwartier en dat is, denk ik, net genoeg om de tweedetermijn te doen. Zullen we het zo doen? Ja. Dan ga ik ... O, er is nog eeninterruptie van mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10242 Ik heb nog twee vragen. De Staatssecretaris begon al vrij snel met hetbeantwoorden van twee vragen van mij, maar ik had daarop nog tweeaanvullende vragen. Mag ik die nu eerst stellen? Ik heb die in eerstetermijn ook gesteld.De voorzitter:Ja, doet u dat dan maar.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik vroeg aan de Staatssecretaris waarom ouders eerst het forfaitairestelsel moeten doorlopen terwijl ze al weten dat dat voor hen nietafdoende is. Kan in een traject niet sneller duidelijkheid worden gegeven?Is het mogelijk om schadeposten die binnen MijnHerstel forfaitairafgehandeld kunnen worden, mee te nemen naar de individueleberekening? Ik heb daar nog een paar dingen aan toegevoegd, maar wijvroegen ook of het niet heel veel tijd scheelt als je het op die manier doet.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Eén van die vragen heb ik al beantwoord, namelijk de vraag waarommensen eerst het forfaitaire kader moeten doorlopen om vervolgens naareen individuele berekening te gaan. Dat heeft ermee te maken dat demeeste mensen heel goed geholpen zijn in dat forfaitaire kader. Als we inhet forfaitaire kader bij het invullen, dat samen met de advocaat kanworden gedaan of met de begeleiding die daarbij op alle punten mogelijkis, al zien dat het niet gaat passen, dan gaan we natuurlijk niet zeggen: umoet dit per se doen; kijk eens, hier heeft u een VSO in het forfaitairekader. Dan geleid je natuurlijk wat makkelijker door naar de individueleberekening. Het is echter wel goed om die te blijven zien als opeen-volgend, zodat we die snelheid ook kunnen blijven waarborgen, want daargaat het natuurlijk om.Daarnaast hoor ik inderdaad weleens de vraag of niet af en toe per posthet forfaitaire kader genomen kan worden, terwijl dan voor een anderepost de individuele berekening wordt gedaan. Dat kan natuurlijk niet, wantdat zijn totaal verschillende kaders die met elkaar samenhangen en eendoorwerking hebben. Daarom was er de afgelopen zes jaar al eenCommissie Werkelijke Schade voor de individuele berekening en was erde Stichting (Gelijk)waardig Herstel voor de forfaitaire kaders. We hebbennooit gezegd «we doen een beetje CWS en een beetje SGH», want dat kanniet. Je kunt dat niet zomaar met elkaar vermengen. Dat zijn verschillendekaders. Dat is de reden waarom we dat niet kunnen doen.De voorzitter:Goed. Dan beschouwen we dit als het laatste antwoord in de eerstetermijn van de regering. Dan gaan we nu naar de tweede termijn van deKamer. Ik geef als eerste het woord aan de heer Ergin van de fractie vanDENK.De heer Ergin (DENK):Voorzitter. Ik heb helaas de eerste drie blokken moeten missen vanwegede begroting SZW, maar ik kan me goed voorstellen dat de discussies diewe eigenlijk wel vaker in deze commissie voeren – over de studie-schulden, over de aanpak en over de onderwerpen waar ook ik vragenover heb gesteld – aanleiding geven om moties in te dienen om daarmeehet beleid bij te sturen. Daarom vraag ik een tweeminutendebat aan.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Ceulemans van JA21.De heer Ceulemans (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10243 Voorzitter, dank. Ook ik zit met twee begrotingen tegelijk, dus ik moest ereven tussenuit. Misschien is de Staatssecretaris net toen ik weg wasingegaan op de casus waarin beslag op een standbeeld werd gelegd. Daarhad ik in eerste termijn naar gevraagd. Als dat zo is, dan is het mijn eigenschuld en dan ga ik het antwoord dadelijk terugluisteren. Als daar noggeen antwoord op gekomen is, dan vraag ik daar bij dezen alsnog om.Ik ben blij met de toezeggingen over het onderzoek van de ADR en methet uitsplitsen van materiële en immateriële ondersteuning. Daarnaast ishet belangrijk dat dit niet eindeloos blijft voortslepen; vandaag is dat al inde verschillende aspecten voorbijgekomen. Daarom is er wat ons betreftsteun om te blijven koersen op 2027. Ook de deadline van 31 maart kanwat ons betreft blijven staan. We hebben ook goed gehoord wat deStaatssecretaris heeft gezegd over mensen die zich met een legitiemereden na die termijn melden.Tot slot. Voor de doorloop van het verdere proces is het belangrijk omstapelingen te voorkomen. Een voorbeeld daarvan zou zich kunnenvoordoen bij de ex-partnerregelingen. Als zich zoiets voordoet, is hetbelangrijk dat dit wel is gebaseerd op de individuele beoordeling en nietop de aanvullende schade. Kan de Staatssecretaris daar nog even opingaan?De voorzitter:Dan ga ik naar de heer Mathlouti van D66.De heer Mathlouti (D66):Voorzitter, dank. Dank ook aan de Staatssecretaris voor de beantwoordingin de eerste termijn. Het is goed dat zij aangeeft dat zij de mensen die zichna 31 maart melden, toch nog gaat helpen. Ik ben blij met de toezeggingdat zij daar in de voortgangsrapportage op terugkomt. Ik heb wel eveneen checkvraag: wanneer komt die voortgangsrapportage? Als dat nogheel lang duurt, moeten we namelijk toch even kijken of dat niet anderskan. Hopelijk kan de Staatssecretaris daar nog even op terugkomen.Dan de brede ondersteuning via gemeenten en het overal opkrikken vanhet niveau. Het is mij wel duidelijk dat de bestuurlijke regisseur daarinderdaad een rol in speelt, maar door vragen en opmerkingen van decollega’s hier, begrijp ik dat het hier al heel vaak over is gegaan en dat hetnu toch echt beter moet. In de aanloop naar het tweeminutendebat ga ikeven nadenken over de vraag hoe we daarmee omgaan. Het is fijn dat hetin ieder geval is aangekondigd.De voorzitter:Dank. Dan gaan we naar mevrouw Inge van Dijk van het CDA.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel, voorzitter. De Staatssecretaris begon met te zeggen dat wealles op alles moeten zetten. Dat zeggen we hier heel vaak in de debatten.Ik wil het ook echt graag geloven, maar bijvoorbeeld in juli 2025 heb iksamen met heel veel collega’s een motie ingediend ter verbetering van dekindregeling. Het is precies de discussie die we ook vandaag weer hebbengevoerd. De motie zei dat er voor eind 2025 een uitgewerkt plan voorverbetering moest liggen én dat er dan een goede manier van communi-ceren moest zijn die ook bij de kinderen past. Het is toch echt 2025geweest, maar het antwoord dat wij vandaag krijgen is: het is complex;we zijn er nog mee bezig. Ik heb ook nog geen enkel zicht op een datum.Wanneer komt het dan wel? Het is eigenlijk een beetje de rode draad diedoor de hele toeslagenhersteloperatie loopt. We proberen iets met elkaaraf te spreken, maar we zien gewoon dat we het niet halen, dat we hetmoeilijk halen of dat er toch een kink in de kabel komt waardoor het weercomplexer wordt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10244 Bijvoorbeeld het proces inzake de DUO-schulden kunnen we nu al betermaken. We weten dat de communicatie niet goed genoeg is. Dat geeft deStaatssecretaris ook aan. Rechtstreeks aflossen bij DUO zou gewoon echteen oplossing kunnen zijn. Ik wil de Staatssecretaris dus nog een keervragen om dit echt serieus te overwegen, want ik denk dat dit een kleinstapje is dat tot een heel snelle verbetering zou kunnen leiden.Dank je wel.De voorzitter:Hartelijk dank. Mevrouw Van Eijk namens de VVD-fractie.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank. Dank ook aan de Staatssecretaris voor de beantwoording van devragen. Volgens mij zou zij in de tweede termijn nog heel specifiekterugkomen op de groep ondernemers. Daarbij liepen we even vast: hoezit het nu precies? Kan zij daarbij ook aangeven of zij nu zicht heeft op hetaantal ondernemers? Om hoeveel zzp’ers en om hoeveel mensen in eenbv gaat het dan? Hebben die mensen op basis van de bestaande kadersnu wel of geen toegang tot brede ondersteuning door de gemeente?De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Westerveld namens GroenLinks-Partij van deArbeid.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Staatssecretaris voor de antwoorden. Dank ook aan allemensen die voor haar werken, want er wordt keihard gewerkt. Datvergeten wij hier nog weleens. Daar wil ik haar gewoon voor bedanken.Een paar punten. Ik heb nog een hele technische vraag: blijft de BAC instand voor mensen die in beroep willen tegen een beschikking over deindividuele berekening? Ik vraag dit naar aanleiding van de antwoordendie de Staatssecretaris net gaf.Dan heb ik een algemeen punt over de snelheid. Ik ben ook voor snelheid.Laten we alsjeblieft proberen ervoor te zorgen dat het hele hersteltrajectstraks is afgerond, maar dat mag natuurlijk niet ten koste gaan vanrechtvaardigheid. Ik vraag mij af hoe de Staatssecretaris dat weegt, nu wein het debat merken dat er nog zo veel open eindjes zijn, dat er nog zoveel zaken zijn waarover de Staatssecretaris ook zelf aangeeft «daarmoeten we nog aan werken», «daar komen kaders voor», «dat moet betergecommuniceerd worden» enzovoort. Zou zij daarop in kunnen gaan?Voorzitter. Wat ik lastig vind en blijf vinden, is het verschil tussen wat wijhier bespreken en wat wij horen over wat er allemaal in gang is gezet enwat wordt gevoeld door een heel groot deel van de mensen over wie hetgaat, wat we horen van de organisaties die hiermee te maken hebben enwat we horen van de Kinderombudsman. Ik sluit mij aan bij de woordenvan mevrouw Van Dijk over een lerende overheid. Als je dan van zo veelbetrokkenen hoort dat zaken niet lopen, moet je dan niet op een gegevenmoment bereid zijn om te zeggen: we hebben gekozen voor dit systeem,maar we merken dat het niet loopt, dus we gaan het beter doen? Daarhoor ik graag een reactie op van de Staatssecretaris.De voorzitter:Dank. Tot slot de heer Grinwis namens de ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Dank aan de Staatssecretaris voor de beant-woording. Ik heb nog één vraag over het afsluiten, het stopzetten van deCWS-route. Ik heb die flyer eens even zitten lezen. Als je in de wachtrijstaat, kun je kiezen voor twee alternatieven, maar het is volstrekt niethelder of je dan onderaan de lijst belandt. De Staatssecretaris zei:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10245 neeneenee, als je bent aangemeld, dan kom je bij de volgende schade-route niet helemaal achteraan in de wachtrij. Is dat zo? Uit die flyer wordtdat namelijk totaal niet duidelijk. Je krijgt eigenlijk de volgende suggestie:u staat in de wachtrij voor CWS; daar kunt u wachten tot sint-juttemis, dusu kunt zich nu beter aanmelden bij een andere route, want de CWS-routezetten we stop. Er wordt hier inderdaad gelachen, meneer Ceulemans.Maar er moet wel helderheid zijn. Hoe zit het nou? Graag een reactiedaarop.Het andere punt. Ik heb nog heel veel uiteenlopende vragen van onder-nemers over zaken die voor hen erg onhelder zijn. Ik kan ze allemaal eenvoor een op de Staatssecretaris afvuren, maar dat lijkt mij nu nietbehulpzaam. De Staatssecretaris heeft toegezegd dat zij opnieuw ingesprek gaat of in gesprek gaat met de ondernemers, ook met degenendie nu aanwezig zijn op de publieke tribune. Doet zij dat snel? Wil zij deKamer in een verslag of in een brief laten weten wat daaruit is gekomen?Dat zou dan niet in abstracte zin moeten; daaruit zou moeten blijken of hetheeft geholpen om een aantal heel concrete zorgen te adresseren en wegte nemen.De voorzitter:Dank. Dat was de tweede termijn van de Kamer. Ik kijk even naar deStaatssecretaris. We gaan schorsen tot 20.40 uur. Dan volgt de beant-woording in tweede termijn.De vergadering wordt van 20.26 uur tot 20.40 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het laatste stukje van hetcommissiedebat over de hersteloperatie toeslagen van de vaste Kamer-commissie voor Financiën. We zijn toe aan de beantwoording in detweede termijn van de zijde van de regering. Ik geef het woord aan deStaatssecretaris.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Dank u wel, voorzitter. Wederom dank voor de vragen in de tweedetermijn.Het lid van DENK heeft een tweeminutendebat aangevraagd. Er zijn verdergeen vragen die openstaan.De collega van JA21 vroeg nog of ik wilde ingaan op de casus van hetbeeld. Daar kan ik niet op ingaan, want dat is een individuele casus. Het isgoed gebruik om die vooral niet te bespreken.Daarnaast vroeg JA21 hoe we stapelingsrisico’s kunnen voorkomen alshet gaat om de gevonden bestanden en de verzend- en ontvangsttheorie.Hij vroeg hoe dat zit bij bijvoorbeeld ex-partners. Daarvan heb ik al gezegddat de nieuwe regeling voor ex-partners nog ontwikkeld moet worden. Diewil ik in ieder geval liëren aan de gezinssituatie. Dat lijkt me heel redelijk.De collega van D66 vroeg wanneer de voortgangsrapportage komt. Devoortgangsrapportage loopt tot en met juni, dus die komt zo snel mogelijkdaarna.Mevrouw Van Dijk van het CDA vroeg: er zou toch een plan komen eind2025? Wij hebben toen afgesproken dat er meer gecommuniceerd zouworden en dat er alvast wat extra maatregelen in gang zouden wordengezet, waaronder de bestuurlijk regisseur, die extra aandacht zou geven.Ook zou het steunpunt mentale gezondheidszorg opengesteld moetenworden. Dat is inmiddels open, sinds deze week. Het gaat in meiopgeschaald worden en vanaf 1 juni, uit mijn hoofd gezegd, gaat hetvolledig opschaalbaar in werking. Dat is in ieder geval een mijlpaal waarwe, denk ik, heel blij mee kunnen zijn.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10246 Ik kom even terug op het vorige punt, want daar had de heer Mathloutinog een vraag over.De heer Mathlouti (D66):De Staatssecretaris gaf aan dat deze voortgangsrapportage tot juni loopt,dus dat er kort daarna een andere komt. Kort daarna is natuurlijk ook hetzomerreces, dus ik voorzie zomaar dat de voortgangsrapportage na dezomer komt. Dan zijn we al best een stuk verder. Ik zou toch de toezeggingwillen dat er in ieder geval voor de zomer een brief komt, waarin deStaatssecretaris iets kan zeggen over aantallen mensen die zich na31 maart hebben gemeld en hoe zij daarmee omgaat. Misschien kan zeook nog expliciet ingaan op de vraag: is het aannemelijk dat dit de groepis die mogelijkerwijs voor de aanvullende schade in aanmerking zoukomen? Of is aannemelijk dat die groep nog veel groter is en moeten wedaar nog extra actie op plegen? Zo specifiek wil ik ’m wel maken. Wemoeten daar zeker niet mee wachten tot na de zomer.De voorzitter:Nee, maar als ik het goed heb begrepen, komt de rapportage in juni, toch?Of tot en met juni?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:De cijfers in de voortgangsrapportage over de beoordeling lopen door toten met juni, dus zo snel mogelijk daarna. Ik heb natuurlijk wel wat tijdnodig om die inzichten te verkrijgen.De heer Mathlouti (D66):Dat snap ik heel goed, maar dan zou ik toch pleiten voor een brief vóór dezomer waarin u de elementen meeneemt die ik net noemde, al is het maareen stand van zaken, waarbij u misschien een aankondiging doet van watu in de voortgangsrapportage gaat delen. Ik zou echt een brief vóór dezomer willen.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ik vind het geen probleem om voor de zomer een brief te sturen, maardan is het wellicht nog niet volledig inzichtelijk. Dat is dan wel deconsequentie daarvan.De voorzitter:Het gaat dus specifiek over personen die nog in beeld komen of die ermisschien geen gebruik van kunnen maken vanwege de deadline. Dat zijnde vragen die u stelde, toch?De heer Mathlouti (D66):Ja. Ik maak ’m even specifiek: sowieso de mensen die zich na de 31stehebben gemeld en hoe de Staatssecretaris daarmee omgaat, en ook of ditaannemelijkerwijs de gehele groep is waarvan we verwachten dat die inaanmerking zou komen voor de aanvullende schade, maar waarvanbijvoorbeeld nog niet iedereen zich heeft gemeld. Dan hebben we, denkik, een volledig beeld of we iedereen hebben.De voorzitter:Goed. Dan gaat de Staatssecretaris door met haar beantwoording in detweede termijn.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:De collega van de VVD vraagt hoe het nou precies zit met de schulden vande ondernemers. Om heel precies te zijn: 1.417 ouders zijn geholpen metzakelijke schulden. Dat loopt allemaal via Sociale Banken Nederland, SBN.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10247 Er is een specifiek loket bij SBN voor ondernemers waarvoor staatssteuneventueel een risico is.Dan vroeg u zich ook af of ondernemers ergens terecht kunnen voor bredeondersteuning. Op het moment dat zij erkend gedupeerd zijn, kunnen zijgewoon de brede ondersteuning krijgen. Ik denk dat het wel belangrijk isom nog eens te benadrukken, ook voor de ondernemers: ga alsjeblieftgewoon met je advocaat MijnHerstel in en ga dat invullen, dan zal het ookwat duidelijker worden.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik denk dat de Staatssecretaris mijn eerste vraag niet goed heeftbegrepen. Ik heb geen vraag gesteld over zakelijke schulden. Het ging echtom de aantallen ondernemers, deels zzp en deels via bv of andereondernemingsvormen, die in de hersteloperatie in het traject zitten.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Die cijfers kan ik u nu niet geven, dus daar moet ik in een brief opterugkomen. We kunnen kijken of we dat kunnen uitsplitsen. Er is eenverschil tussen zzp’ers en ondernemers, en fiscaal ben je natuurlijk al heelsnel ondernemer. Daarnaast ga ik samen met mijn collega-Staatssecretaris van Fiscaliteit met de Belangenbehartiger en de onder-nemers in gesprek, en uiteraard kunnen we daar ook op reflecteren. Datvoegt ook een beetje meer inhoud toe aan dat verslag. Het lijkt me nietzo’n probleem om dat voor elkaar te krijgen.De voorzitter:Heeft u ook een tijdsindicatie voor die terugkoppeling?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Ik ben ook afhankelijk van de agenda’s van de Belangenbehartiger en deandere Staatssecretaris, maar ik probeer dat zo snel mogelijk te regelen;dat spreekt voor zich.Dan de vraag van mevrouw Westerveld van GroenLinks-PvdA of de BACblijft bestaan, ook voor de individuele berekening. De BAC blijft bestaan,alleen moeten wij voor de BAC ook een aantal versnellingsmaatregelengaan treffen. Daaronder valt, zoals ik in de eerste termijn al heb aange-geven, ook dat we zo veel mogelijk bezwaren tegelijk oppakken met eenaanvullende schade, als die samen opgepakt kunnen worden. Ik zit ook tedenken aan het faciliteren van een rechtstreeks beroep bij de rechter, alsmensen daar behoefte aan hebben. We moeten daar een versnelling inmaken en het is ook belangrijk om dat te blijven doen, maar de BAC gaatniet in rook op.Dan nog specifieke vragen van de ChristenUnie. O nee, sorry, ik kom eerstnog heel even terug bij een andere vraag van mevrouw Westerveld overde stakeholders die adviezen geven, waarvan we dan misschien op enigmoment moeten zeggen: we gaan toch ander beleid toepassen. We zijnnatuurlijk een lerende overheid, dat is en blijft ook zo. Uiteraard blijven wein gesprek, ook met die stakeholders. We kunnen alleen niet allesaanpassen. Sommige keuzes zijn al zo verankerd in het hele herstelprocesdat je daar niet meer zo veel aan zult kunnen doen. Daar waar mogelijkben ik echter juist altijd heel erg blij met suggesties die stakeholderskunnen doen, want het gaat er natuurlijk om dat we mensen verderhelpen.Dan nog de ChristenUnie. Meneer Grinwis vraagt zich af hoe het zit metde wachtrij bij CWS. Hij zei: mensen moeten wachten tot sint-juttemis. Datlijkt me een beetje lang duren en dat is ook niet wenselijk. Op dit momenthebben we niet de indruk dat er bij MijnHerstel een prop, een wachtrij,gaat ontstaan. MijnHerstel is ook voldoende opschaalbaar. Mocht het zozijn dat er ergens weer een wachtrij ontstaat, dan hanteren we dezelfdevolgorde die nu aanwezig is bij de Commissie Werkelijke Schade.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10248 De voorzitter:De heer Grinwis, op dit punt.De heer Grinwis (ChristenUnie):Begrijp ik dit goed? Als er een prop ontstaat bij MijnHerstel, om even bijde route in dat voorbeeld te blijven, dan zijn dat waarschijnlijk mensen dievia de MijnHerstel-route daar zijn gekomen, die aanvankelijk bij CWS opde lijst stonden. Dan wordt dat op een of andere manier gesaldeerd? Hoemoet ik dat zien?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Zoals ik al zei, is er op dit moment sowieso geen wachtrij. Het is een heleopschaalbare route. Op dit moment is dat dus nog geen probleem. Weverwachten ook niet dat het een probleem wordt. Ik heb alle begrip voormensen die al jarenlang in de wachtrij staan. Die moet je niet nog eenkeer helemaal achteraan zetten. Het lijkt me logisch dat we daarin dievolgorde hanteren.De voorzitter:Volgens mij gaat de Staatssecretaris nog een vraag beantwoorden van deChristenUnie. Of was dit de laatste?Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Volgens mij was dit de laatste.De voorzitter:Dan geef ik de heer Grinwis nog de gelegenheid.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik wil toch nog even iets zeggen over het ondernemerspunt. De Staatsse-cretaris zei dat ondernemers zich gewoon kunnen melden bij het loket bijde gemeente en dat er ondersteuning is. Toch heb ik het gevoel dat in debeantwoording de Staatssecretaris en ondernemers elkaar passeren alsschepen in de nacht. De Staatssecretaris heeft het namelijk over deondernemer als privépersoon. De mensen die naar ons toe zijn gekomenmet de petitie, en hier ook aanwezig zijn, zijn juist gekomen met eenklacht en de smeekbede om ze te erkennen in hun ondernemerschap, inhun onderneming. Dat aspect zit eigenlijk onvoldoende in bijvoorbeeldhet gemeentelijk loket. Ik hoor verhalen van gemeenten die tegenondernemers zeggen: de hersteloperatie en onze ondersteuning is nietvoor jou en je ondernemerschap. Volgens mij zit daar een beetje het dingvan elkaar passeren als schepen in de nacht. Ik hoop dat dat aspect in hetgesprek tussen de Staatssecretaris en ondernemers kan wordenopgehelderd en dat dat ook in de brief die wij na afloop daarvan krijgen,kan worden geadresseerd. Daar zit een beetje de zorg die ik steeds proefen die we op een of andere manier hier vanavond niet opgelost krijgen.Staatssecretaris Palmen-Schlangen:Dat lijkt mij een uitstekende suggestie. Je krijgt ongelukken van schependie varen in de mist.De voorzitter:Dank aan de Staatssecretaris voor haar beantwoording in de tweedetermijn. Ik ga even voorlezen welke toezeggingen er gedaan zijn. Dankunnen leden beoordelen of die kloppen. De Staatssecretaris kaneventueel ook aangeven als wij het niet helemaal goed hebben begrepenen opgeschreven.– Een toezegging aan het lid Mathlouti. De Staatssecretaris zal ten aanzienvan de einddatum voor aanmelding voor aanvullende compensatie deKamer in de voortgangsrapportages op de hoogte houden van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10249 aantallen mensen die zich melden op basis van een verschoonbaretermijnoverschrijding.Volgens mij heeft de Staatssecretaris toegezegd: voor de zomer. Gaat hetom in de voortgangsrapportage, of juist daarvoor nog, Staatssecretaris?Erin? Oké.De heer Mathlouti (D66):Het gaat om een aparte brief met echt de onderdelen zoals ik die net hebgenoemd. Heeft de Staatssecretaris die scherp?De voorzitter:Die komt nog. Die staat er ook bij.De heer Mathlouti (D66):Top.De voorzitter:Ik ga verder met de toezeggingen.–Een toezegging aan het lid Westerveld. De Staatssecretaris zal in devoortgangsrapportages nader rapporteren over de aanpak vanstudieschulden.–Een toezegging aan het lid Ceulemans. De Staatssecretaris zal tenaanzien van het systeem van de verzend- en ontvangstregistratie in devoortgangsrapportage voor zover mogelijk voor de Kamer inzichtelijkmaken wat de omvang is.–Een toezegging aan het lid Inge van Dijk. De Staatssecretaris zal in devoortgangsrapportage meer aandacht geven aan emotioneel herstelnaast financieel herstel.–Een toezegging aan het lid Westerveld. De Staatssecretaris zal tenaanzien van de aanpak voor gedupeerden in het buitenland beleidska-ders maken voor een uniforme aanpak, en de Kamer hierover in aprilinformeren.–Een toezegging aan het lid Grinwis. De Staatssecretaris zal de Kamerop korte termijn nader informeren over de uitkomsten van het gesprekmet gedupeerde ondernemers.Daar zitten natuurlijk ook een aantal elementen in die al genoemd zijn.–Een toezegging aan het lid Mathlouti. De Staatssecretaris zal de Kamervoor het zomerreces nader informeren over de groepen en deaantallen personen die in aanmerking komen voor aanvullendecompensatie, ook na de datum van 1 april.Verder heeft het lid Ergin een tweeminutendebat aangevraagd. Dat zalworden doorgegeven aan de plenaire Griffie. Binnen enkele weken zal hetworden ingepland.De heer Mathlouti (D66):Ik heb een korte vraag. Ik kijk ook even naar de collega’s. Er zijn nu bestwel wat toezeggingen gedaan. Misschien is het handig om dat gewoon inéén soort van verzamelbrief te doen. Dan hoef je straks niet alle informatieuit verschillende brieven te halen.De voorzitter:Daarom vragen we elke keer om een tijdsindicatie. Sommige dingenkunnen sneller dan andere dingen. Als we alles in één brief doen, moetenwe opnieuw alle toezeggingen door. Ik snap de constructief bedoeldesuggestie, maar ik denk dat we het moeten laten bij de toezeggingen dienu genoteerd zijn. Ja? Oké.Dank aan de Staatssecretaris, haar ondersteuning en de leden. Ook dankaan de mensen op de publieke tribune, die geduldig hebben geluisterd, almoesten ze zich soms een beetje inhouden, maar dat snap ik. Ik wens unog een fijne avond. Ik sluit de vergadering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10250 Sluiting 20.53 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 10251
Gerelateerde bronnen
- Hersteloperatie kinderopvangtoeslag
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 maart 2026, over hersteloperatie kinderopvangtoeslag
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.