Verslag van een schriftelijk overleg over het eindverslag verkenning mondzorg - Project vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen (Kamerstuk 32620-292)
Brontekst
Versie a12b017ff7bb8b75 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 620Beleidsdoelstellingen op het gebied vanVolksgezondheid, Welzijn en SportNr. 294 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 16 oktober 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister voor MedischeZorg over de brief van 16 mei 2024 over het eindverslag verkenningmondzorg – project vermindering mijding van mondzorg om financiëleredenen (Kamerstuk 32 620, nr. 292).De vragen en opmerkingen zijn op 27 juni 2024 aan de Minister voorMedische Zorg voorgelegd. Bij brief van 15 oktober 2024 zijn de vragendoor de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Heller kst-32620-294ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 2941 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van deChristenUnie-fractie8II.Reactie van de Minister9 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het Eindverslagverkenning mondzorg – project vermindering mijding van mondzorg omfinanciële redenen en hebben hierover nog een aantal aanvullendevragen.Als een van de oplossingsrichtlijnen wordt het versterken van het socialevangnet beschreven. Hoe stelt de Minister zich dit sociale vangnetconcreet met betrekking tot mondzorg voor, zowel op gemeentelijk enmaatschappelijk niveau? Hiervoor worden rijksbijdragen als medeoplossing gezien. Kan er inzicht gegeven worden wat de omvang van dezebijdrage zou moeten zijn? Zo ja, over welke bedragen gaat dit?Om de spreiding van tandheelkundigen beter te verdelen over deverschillende regio’s pleit men ervoor een praktijkervaringsjaar aan deopleiding Tandheelkunde toe te voegen, waarin studenten ingezet kunnenworden in praktijken (evenwichtig) verspreid over het hele land. Is dezespreiding op vrijwillige basis? Wordt er hiermee rekening gehouden metde wensen van de student? Kunnen de studenten kiezen waar zij hunpraktijk ervaringsjaar gaan werken? De leden van de PVV-fractie vrezendat er bij een verplichte spreiding over de regio’s een extra drempel wordtopgeworpen om te starten met de opleiding Tandheelkunde. Er wordtgesteld dat het voorwaardelijk is om de opleidingscapaciteit mondzorgbreed uit te breiden. Hoeveel extra opleidingsplekken zijn er nodig? Zijn ervoldoende aanmeldingen om deze plekken te vullen? Wat zijn de laatstecijfers met betrekking tot aantal opleidingsplekken in verhouding met hetaantal aanmeldingen voor de opleiding?Uit het eindverslag verkenning mondzorg valt vooral op dat de aandachtvoor de mondzorghygiëne in de publieke gezondheidszorg de laatste tienjaar is verminderd en dat er gesteld wordt dat geen enkele landelijkemaatregel de problematiek geheel zal wegnemen.Is er een mogelijkheid om via sociale media de aandacht en het belangvan goede mondzorg weer goed onder de aandacht te brengen? Is dit al inde overwegingen meegenomen?De leden van de PVV-fractie zien slechte mondzorg als uiting van eenonderliggend probleem en zouden meer willen inzetten op het oplossenvan deze primaire problemen, alvorens alleen aan 3 «symptoombe-strijding» te doen. Een oplossing van het onderliggend probleem is hetverlagen van het eigen risico. Is de Minister het daarmee eens?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 2942 Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de brief over het eindverslag verkenning mondzorg. Zijhebben nog wel enkele vragen over deze brief.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in het rapport dat maarliefst 1,4 miljard volwassenen niet ten minste om de twee jaar naar detandarts gaan, waarvan een groot deel de mondzorg mijdt wegensfinanciële redenen. In de brief laat de Minister weten dat er niet éénoplossing is om deze problematiek volledig weg ten nemen en dat deoplossingen op drie niveaus dienen plaats te vinden: landelijk, gemeen-telijk en een sociaal vangnet. Hoe ziet de Minister de wisselwerking opdeze drie niveaus voor zich? Welke maatregelen dienen lokaal te wordenbelegd en welke landelijk? In het rapport wordt de gemeentepolisgenoemd voor acute en minimaal noodzakelijke mondzorg voor financieelkwetsbare mensen. Waarom zou deze maatregel bij de gemeente wordenneergelegd? Waarom niet bij het Rijk? Daarnaast noemt het rapport denoodzaak van een (lokaal) sociaal vangnet. Hoe gaan gemeentes vanuithet Rijk gefaciliteerd worden om dit sociale vangnet en de gemeentepoliste bewerkstelligen? Het rapport noemt ook een universele aanvullendeverzekering voor financieel kwetsbaren. Is berekend hoeveel mensenhieronder zouden vallen? Kan de Minister in kaart brengen hoeveel eenstructurele universele aanvullende verzekering voor financieel kwetsbarenkost?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn verheugd dat de Minister deambitie deelt van toegankelijke mondzorg voor iedereen. De Minister steltook dat een gerichtere aanvullende zorgverzekering/regeling voorfinancieel kwetsbaren nog nadere uitwerking vraagt. Echter is er sprakevan grote urgentie voor grote groepen mensen die jaren geen tandarts-bezoek hebben bezocht. Gaat de Minister maatregelen nemen om opkorte termijn schrijnende gevallen tegen te gaan? Welke vervolgstappengaat de Minister nemen, op korte en lange termijn, om de ambitie vantoegankelijke basis mondzorg waar te maken?Uit onderzoek blijkt dat (delen van) mondzorg in het basispakket bijdraagtaan de toegankelijkheid van mondzorg. Uit de rapportage eindverslagverkenning mondzorg blijkt dat naast de kosten meer toegankelijkemondzorg ook veel indirecte baten met zich meebrengt. Hoe ziet deMinister deze verhouding tussen kosten en baten van (delen van)mondzorg in het basispakket? Is Minister bereid om mogelijkheden voormeer mondzorg in het basispakket te verkennen en op welke termijn?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het Eindverslagverkenning mondzorg – project vermindering mijding van mondzorg omfinanciële redenen en de reactie van de Minister hierop. Zij zien dat er veelzorgen leven over het mijden van mondzorg (en andere vormen van zorg)en het is daarom goed dat er een verkenning is uitgevoerd om deproblematiek in beeld te krijgen. Zij hebben hierbij nog enkele vragen.Van de circa 1,4 miljoen volwassenen in Nederland die niet tenminste omde twee jaar naar de tandarts gaan, gaat het om 640.000 volwassenen diemondzorg mijden om financiële redenen, zo lezen de leden van deVVD-fractie. Kan de Minister aangeven hoe deze aantallen zich verhoudentot de aantallen mensen die mondzorg meden toen mondcontroles nogwel collectief vergoed werden? De leden van de VVD-fractie merken opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 2943 dat het aandeel volwassenen dat niet naar de tandarts gaat om andereredenen, waaronder angst en gebrek aan urgentie, groter is. Hoe kijkt deMinister hiernaar? Wordt een onderzoek gedaan naar deze groep?In het eindverslag wordt geconcludeerd dat de aanname dat na hetachttiende levensjaar de kosten voor mondzorg door mensen zelf tedragen zouden kunnen zijn voor een deel van de Nederlanders nietopgaat.De leden van de VVD-fractie zouden hier graag een nadere duiding vankrijgen. Om hoeveel 4 mensen gaat het die deze kosten financieel echtniet kunnen dragen? In hoeverre worden jongeren voorbereid op kostenwaar ze mee te maken (kunnen) krijgen na hun achttiende verjaardag, ofliggen hier nog kansen?De leden van de VVD-fractie lezen dat de verdeling van de beschikbarecapaciteit aan mondzorgverleners een belangrijk bijkomend vraagstuk isen delen deze vraag met de partijen. Zij vragen de Minister bij het nemenvan maatregelen de (mogelijke) gevolgen op de capaciteit mee te nemenin de uitwerking.De leden van de VVD-fractie vinden preventie belangrijk en mondzorgspeelt daarin een rol. Kan de Minister aangeven wat de kosten en batenzijn van preventieve mondzorg in relatie tot andere vormen van zorg enpreventie? En is er ook een overzicht te maken van de doelmatigheid vande verschillende vormen van zorg en preventie?Preventieve mondzorg kost in vergelijking met zorg vanwege slechtemondgezondheid veel minder. De leden van de VVD-fractie werden ergenthousiast van de manier van opleidingen en werken in GEZOND&WELcentrum van de Hogeschool Utrecht. Studenten Mondhygiëne enTandprothetiek behandelen hier kosteloos, onder toezicht van eenzorgprofessional. Ook wordt hier interprofessioneel samengewerkt.Genoemde leden vragen de Minister in hoeverre samenwerking tussenverschillende domeinen die bij kunnen dragen aan de vermindering vanmondzorgmijding, wordt gestimuleerd.Dat sommige kinderen niet naar de tandarts gaan terwijl dit wel verzekerdis, vinden de leden van de VVD-fractie niet goed te begrijpen. Is bekendwelke overwegingen daarbij een rol spelen? De cijfers van kinderen onderde 4 jaar vinden zij al helemaal zorgwekkend.Deze gegevens benadrukken nogmaals het belang van een sterkerejeugdgezondheidszorg, waar genoemde leden eerder en met regelmaataandacht voor vragen. Zij vinden het dan ook teleurstellend om te lezendat de aandacht voor mondgezondheid in de publieke gezondheidszorgen de samenwerking tussen de publieke gezondheidszorg en demondzorg is verminderd. Wat zijn de oorzaken van deze verminderdeaandacht en samenwerking? En op welke, liefst eenvoudige, manier kandeze weer versterkt worden?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het Eindverslag verkenning mondzorg – project vermindering mijdingvan mondzorg om financiële redenen. Deze leden erkennen de urgentieom de toegang tot mondzorg voor financieel kwetsbare mensen teverbeteren. In het eindverslag worden concrete oplossingsrichtingenvoorgesteld om het mijden van mondzorg terug te dringen door middelvan een aanvullende verzekering, een sterk sociaal vangnet, en meerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 2944 aandacht voor mondzorg binnen de publieke gezondheid. Deze ledenhebben echter nog enkele vragen over deze voorstellen.De leden van de NSC-fractie lezen dat een landelijk aanvullendezorgverzekering/regeling voor financieel kwetsbaren wordt uitgewerkt. Opkorte termijn zal de gemeentepolis dienen als instrument om onder-steuning te bieden voor deze doelgroep. Wat zijn de concrete criteria omin aanmerking te komen voor de gemeentepolis? Hoe worden dedekkingen bepaald en op welke manier worden ze afgestemd op debehoeften van kwetsbare mensen?De leden van de NSC-fractie lezen dat er geïnvesteerd moet worden in hetvergroten van de capaciteit van mondzorgprofessionals en in een beterespreiding hiervan, gezien de tekorten in verschillende regio’s van het land.Er wordt voorgesteld om het zesde jaar van de opleiding Tandheelkundeom te vormen tot een praktijkervaringsjaar. Deze leden constateren dat ditveel inzet zal vergen van het werkveld en mogelijk ook de opleidingen.Welke concrete stappen worden overwogen om ervoor te zorgen dat dithaalbaar is? En hoe wordt gegarandeerd deze extra belasting niet tenkoste gaat van de kwaliteit van de mondzorgopleidingen?De leden van de NSC-fractie wijzen erop dat veel kinderen geen mondzorgontvangen door slecht geïnformeerde ouders. Deze ouders weten niet datde kosten voor veelvoorkomende behandelingen bij de tandarts enmondhygiënist volledig worden gedekt door de zorgverzekering. Is deMinister het met 5 deze leden eens dat betere voorlichting noodzakelijk is?Ziet de Minister hierin bijvoorbeeld een rol weggelegd voor consultatiebu-reaus en zorgverzekeraars, gezien het feit dat zij de ouders van kinderenbereiken die nu niet naar de tandarts zullen gaan? Wat gaat de Ministerdoen om deze informatiebehoefte aan te vullen?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse het eindverslagverkenning mondzorg- project vermindering mijding van mondzorg omfinanciële redenen gelezen en willen de Minister nog enkele vragenstellen.De leden van de D66-fractie zijn benieuwd naar de verdere uitwerking vaneen gerichtere aanvullende zorgverzekering en willen daarbij benadrukkendat er oog wordt gehouden voor het bereiken van de juiste groep in depraktijk. Het eindverslag gaf aan dat bepaalde doelgroepen zoalséén-ouder-gezinnen, oudere migranten en jongvolwassenen met weiniginkomen en weinig perspectief op de arbeidsmarkt, vooral de mondzorgmijden. Kan de Minister aangeven hoe deze doelgroepen in verdereuitwerking wordt meegenomen en bekijken of zij daadwerkelijk wordenbereikt met de maatregelen, zo vragen deze leden.De leden van de D66-fractie zijn enthousiast over de gestarte pilots metgemeenten en zorgverzekeraars. De gemeentelijke aanpak is volgens deleden een goede aanpak om zo kwetsbare groepen te bereiken. Hierbijvinden de leden van de D66-fractie het belangrijk indien deze pilotssuccesvol zijn, het mogelijk wordt voor iedere gemeente om vermijdingvan mondzorg aan te pakken. Kan de Minister hierbij aangeven hoeervoor wordt gezorgd dat barrières betreft mondzorg in elke gemeenteaangepakt kan worden? Voorts vragen deze leden op welke wijze deMinister vinger aan de pols houdt dat toegang tot mondzorg nietafhankelijk is van de gemeente waar je verblijft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 2945 De leden van de D66-fractie begrijpen uit de brief dat bij circa426.000 mensen het vermijden van mondzorg door angst is veroorzaakt.Veel van deze angst kan vermeden worden wanneer men van jongs af aanal bekend is met de mondzorg. Om deze reden vinden de leden van deD66-fractie het goed dat er meer aandacht is voor de jeugd door middelvan mondzorgcoaches in de jeugdgezondheidszorg. Kan de Ministeraangeven hoe angst voor mondzorg behandelingen ook meegenomenwordt in voorlichtingen, zo vragen deze leden haar.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het eindverslagverkenning mondzorg – project vermindering mijding van mondzorg omfinanciële redenen. De leden hebben de volgende vragen aan de Minister.De leden van de BBB-fractie lezen dat de opleiding tandheelkunde enmondzorg specifiek genoemd worden in de Kamerbrief. Zij vragen hoe deMinister aankijkt tegen het feit dat er voor elke opgeleide tandartszes mondhygiënisten kunnen worden opgeleid. Ziet de Minister eengrotere rol weggelegd voor mondhygiënisten en zo ja, in hoeverre zijn zijbetrokken bij dit proces?Genoemde leden maken zich ernstig zorgen over de toegang totmondzorg, met name voor kinderen. Steeds blijkt opnieuw dat veelmensen de tandarts vermijden door geldgebrek, en vaak niet weten dattandartszorg voor kinderen altijd gratis is. Hierover hebben de ledentwee vragen aan de Minister; één over een korte termijnoplossing en éénover een mogelijke lange termijnoplossing.Wat betreft de kortetermijnoplossing hebben genoemde leden gelezen datde Minister de mondzorgcoaches in de jeugdgezondheidszorg (voorkinderen van 0–4 jaar) aanhaalt. Zij zijn benieuwd naar de visie van deMinister op het initiatief «gezonde peutermonden», waarbij ouders enkinderen al op het consultatiebureau worden voorgelicht door eenmondzorgcoach. Dit zorgde ervoor dat ouders meer vertrouwen haddenbij de eerste tandjes van hun kind en vaker concrete plannen maaktenvoor de mondverzorging.Het resultaat hiervan was dat kinderen dertig procent minder kans haddenop gaatjes. Ziet de Minister dit is als een oplossing om er op de kortetermijn voor te zorgen dat kinderen betere toegang tot mondzorg krijgen?Wat betreft de lange termijnoplossing hebben de leden van de BBB-fractievragen aan de Minister over de wijze van financiering binnen demondzorg. Al vaker is er in de Kamer gesproken over het weer opnemenvan mondzorg in het basispakket, en is er gediscussieerd over of dit wel ofniet voor een kostenbesparing zou zorgen. In het buitenland is hier almeer ervaring mee. Zo is eerder in Zweden gebleken dat het (grotendeels)vergoeden van mondzorg en inzetten op preventie kostenbesparend kanwerken. Onderzoek uit Zwitserland1 bevestigt dat liberalisatie juist totkostenstijging leidt. Hoe ziet de Minister deze buitenlandse voorbeelden?Wat verwacht de Minister van het inzetten van (grotendeels) gratismondzorg in Nederland?1David Trilling, 12 oktober 2017, «28% of Swiss dentists recommend unnecessary fillings»(https://journalistsresource.org/economics/dentists-recommend-unnecessary-treatment-swiss/)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 2946 Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben de brief van het kabinet en hetEindverslag verkenning mondzorg met veel interesse gelezen en hebbenhierover verschillende opmerkingen en vragen. De leden van de SP-fractiezijn blij dat deze verkenning er ligt, omdat zij altijd voorstander zijngeweest van het behoud van mondzorg in het basispakket. Met dezeverkenning komt dit weer een stap dichterbij. Zorgmijding De leden vande SP-fractie lezen in het onderzoek dat het niet zou mogen voorkomendat mensen niet naar de tandarts gaan in een land waar de mondge-zondheid en verzorgingsgraad over het algemeen goed zijn. Toch gebeurthet. Dat verbaast deze leden niet. de Doge kosten voor mondzorg leidener onder meer toe dat mensen een bezoek aan de tandarts of mondhygi-ënist niet kunnen betalen. Ook toont deze verkenning andere oorzakenaan van zorgmijding. Genoemde leden vinden dat alle drempels diemensen ervaren om mondzorg te mijden, weggenomen moeten worden.In totaal zijn ongeveer 1,4 miljoen volwassenen in Nederland die tenminste om de twee jaar naar de tandaarts gaan. 640.000 volwassenendoen dit niet vanwege financiële redenen, 355.000 vanwege een gebrekaan besef van urgentie en 426.000 vanwege angst. De leden van deSP-fractie vragen de Minister om de ontwikkeling van deze cijfers sinds2006 met de Kamer te delen. Welke conclusie trekt zij hieruit? Deverkenning laat een groot verschil zien in het tandartsbezoek tussen lageen hoge inkomens en stelt dat het opvallend is dat dit verschil niet te zienis in het huisartsenbezoek. Is de Minister het met genoemde leden eensdat het lógisch is dat dit verschil niet te zien is bij huisartsenbezoekenomdat daar geen financiële drempel is? Wat zegt dit verschil volgens deMinister over de reden van het mijden van mondzorg?Situatie mondzorgprofessionalsHet Capaciteitsorgaan signaleert regionale tekorten aan mondzorgprofes-sionals en een stijging van de uitstroomverwachting van tandartsen. Debeperkte beschikbaarheid en bereikbaarheid van zorgverleners kaneveneens een reden zijn voor de mijding van mondzorg. Hoe verklaart deMinister deze afname?Welke stappen gaat zij zetten om ervoor te zorgen dat het aantaltandartsen niet verder afneemt? Welke rol heeft de overname vanprivate-equity hierin? De leden van de SP-fractie zijn benieuwd of deMinister gaat investeren in voldoende capaciteit aan mondzorgprofessi-onals en de spreiding daarvan.KostenOnderzoek toont aan dat mondziekten een wisselwerking hebben metonder andere diabetes en hart- en vaatziekten, dat er een causaal verbandbestaat met depressieve klachten en dat het aantal verloren gezondelevensjaren wordt geschat op 3,5 miljard euro. Kan de Minister dit cijferverder toelichten? Uit de eerdere voortgangsrapportage blijkt datdiabeteskosten vanwege het ontbreken van mondzorg 7 wordt berekendop twee miljoen euro en door productiviteitsverlies op 4,3 miljard euro.Kan de Minister inzichtelijk maken welke cijfers in deze verkenning eneerdere voortgangsrapportages er beschikbaar zijn over de opbrengstenvan de kosten van het ontbreken van mondzorg? In de verkenning staatdat door betere mondzorg andere zorgkosten en duurdere routes via dekaakchirurg kunnen worden voorkomen. Kan de Minister inzichtelijkmaken hoeveel geld het voorkomen dat mensen tweedelijnszorg nodighebben kan opleveren als gevolg van uitgestelde mondzorg? Kan deMinister de «Solvabiliteit II-richtlijn» toelichten? Op welke manierTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 2947 belemmert deze richtlijn het toevoegen van de mondzorg aan hetbasispakket?In de Kamerbrief van de Minister staat dat het Zorginstituut Nederland isgevraagd om te adviseren over eventuele pakketmaatregelen. De ledenvan de SP-fractie vragen de Minister wanneer dit advies naar de Kamerwordt gestuurd? Hoe verhoudt een advies van het Zorginstituut zich tot depakketopties die worden genoemd in de tweede rapportage (3.1 Herzie-ning basispakket) alsmede de berekening voor de informateur (onderlig-gende stukken) over tandzorg in het basispakket (vergoeding van eencontrole, gebitsreiniging, 2 kleine foto’s en het zetten van een vullingzonder eigen risico: 1,5 miljard euro)? De leden van de SP-fractie lezenverschillende mogelijkheden om mondzorg weer terug in het basispakkette krijgen. Kan de Minister uiteenzetten wat deze verschillende opties inhet basispakket voor gevolgen hebben in het aantal mensen datmondzorg mijdt? Wat zijn de precieze kosten van de verschillende opties?Universele aanvullende verzekeringOm gerichter de groep financieel kwetsbaren te bereiken, wordt gedachtaan een door de zorgverzekeraars op te stellen en uit te voeren universeleaanvullende verzekering voor financieel kwetsbaren. Bijvoorbeeld met eenmaximumbedrag op basis van de Handreiking acute en minimaalnoodzakelijke mondzorg voor financieel kwetsbare mensen van deMondzorgalliantie (2023). Hoeveel mensen betreft dit? En hoeveel zoudeze regeling kosten? Wat is de reactie van de Minister hierop? Ook wordter in de verkenning gesproken over de invoering van zo’n aanvullendeverzekering op lokaal niveau. Ziet de Minister net als genoemde ledenhierin het risico dat in sommige (rijkere) gemeenten deze mogelijkhedener wél zullen zijn en in andere gemeenten niet? Jongeren met een lagesociaaleconomische status hebben een slechtere mondgezondheid danhun leeftijdsgenoten met een hogere sociaaleconomische status. Is deMinister het met de leden van de SP-fractie eens dat dit het mijden vanmondzorg daarmee een klasse-vraagstuk is? Wat is de Minister van planhieraan te gaan doen? Genoemde leden lezen dat dat in wijken met veelfinanciële kwetsbaarheid het organiseren van de schooltandarts eenmeerwaarde kan hebben. Zij vragen hoe de Minister naar de school-tandarts kijkt. Hoeveel zou het kosten om deze schooltandartsen regel-matig op bepaalde plekken te laten rijden, bijvoorbeeld in gebieden dieook meedoen aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid?PreventieUit de verkenning komt naar voren dat de aandacht voor de mondge-zondheid in de publieke gezondheid is verminderd de afgelopen jaren.Ook de samenwerking tussen de publieke gezondheidszorg en degrotendeels private mondzorg is sterk verminderd. Welke verklaring heeftde Minister hiervoor? Is zij het met de leden van de SP-fractie eens dat ditmede wordt veroorzaakt door de toegenomen marktwerking in detandartsenzorg? Welke preventieve maatregelen neemt het nieuwekabinet om de mondgezondheid in Nederland te verbeteren? Welkemaatregelen hiervan zijn al ingezet beleid en welk beleid is nieuw?Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie achten de omvang van de groepvolwassenen mondzorg mijden om financiële redenen te groot. De ledenvan de ChristenUnie-fractie zien het als opdracht aan een volgend kabinetom vervolgstappen te nemen op dit onderwerp om mondzorg (financieel)meer toegankelijk te maken. De leden van de ChristenUnie-fractie makenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 2948 van de gelegenheid gebruik om enkele vragen te stellen over de brief enonderliggende documenten.Is de Minister het met de leden van de ChristenUnie-fractie eens dat hetzowel financieel als voor de patiënt zelf veel beter is wanneer mensenvroegtijdig gebruik kunnen maken van mondzorg in plaats van eenuiteindelijk relatief dure behandeling bij een kaakchirurg? Is de Ministerhet met de leden van de ChristenUnie-fractie eens dat een herziening vanhet basispakket op dit punt cruciaal is om de toegang tot mondzorg teverbeteren? De leden van de ChristenUnie-fractie doen hiervoor desuggestie om reguliere controles en het herstellen van gaatjes onderdeelte maken van het basispakket. Ziet de Minister een herziening van hetbasispakket op dit punt als opportuun?De leden van de ChristenUnie-fractie hebben in het hoofdlijnenakkoordvan het aanstaande kabinet gelezen dat de aanstaande Ministervoornemens is om het eigen risico te verlagen. De leden van deChristenUnie-fractie vermoeden dat dit voornemen zal leiden tot eengrotere zorgvraag. Deze leden vragen de Minister of het niet doelmatigeren verstandiger is om (een deel van) het geld dat gereserveerd is voorverlaging van het eigen risico te besteden aan het onderbrengen van eendeel van de mondzorg (bijvoorbeeld de reguliere controles en hetherstellen van gaatjes) onder de eerstelijnszorg. Deze leden zijn benieuwdnaar de reactie van de Minister.De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat er een landelijk aanvul-lende mondzorgverzekering wordt uitgewerkt voor financieel kwetsbaremensen. Deze leden vragen de Minister aan welke definitie of afbakeningwordt gedacht voor de groep «financieel kwetsbare mensen».Aanvullend vragen de leden van de ChristenUnie-fractie de Minister hoedit wordt uitgewerkt voor mensen die niet verzekerd zijn (zoals dakloze,ongedocumenteerde mensen of mensen die verblijven in maatschappe-lijke opvang) of voor mensen die verblijven in instellingen voor begeleiden beschermd wonen.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister hoe ervoorgezorgd kan worden dat mensen die tijdelijk verblijven in een locatie voorbeschermd wonen, vrouwenopvang of maatschappelijke opvang, toeganghebben tot mondzorg. Welke rol speelt de openbare gezondheidszorg indit kader?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister of er informatiebeschikbaar is over de inzet van bijzondere bijstand voor mondzorg-kosten. Aanvullend vragen deze leden of de gemeenten financiëlemiddelen krijgen om bijzondere bijstand toe te kennen voor kosten voormondzorg. Is in kaart gebracht hoeveel geld gemoeid zou zijn met hetverbeteren van de toegang tot mondzorg via gemeenten? Tot slot vragende leden van de ChristenUnie-fractie de Minister hoe en of voorkomen kanworden dat grote verschillen ontstaan in de toegang tot mondzorg tussengemeenten.II. Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieAls een van de oplossingsrichtlijnen wordt het versterken van het socialevangnet beschreven. Hoe stelt de Minister zich dit sociale vangnetconcreet met betrekking tot mondzorg voor, zowel op gemeentelijk enmaatschappelijk niveau? Hiervoor worden rijksbijdragen als medeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 2949 oplossing gezien. Kan er inzicht gegeven worden wat de omvang van dezebijdrage zou moeten zijn? Zo ja, over welke bedragen gaat dit?In het eindverslag2 dat de Tweede Kamer op 16 mei 2024 heeft ontvangen,hebben de samenwerkende partijen geadviseerd om te investeren in definanciële toegankelijkheid van de mondzorg, maar ook aangegeven datgeen enkele maatregel een sluitende oplossing biedt. Er is altijd een risicodat mensen «buiten de boot vallen». Voor deze groep is het van belangom een publiek-maatschappelijk vangnet te organiseren.In sommige gemeenten zijn al informele mondzorgnetwerken vanmondzorgprofessionals en maatschappelijke organisaties actief om demeest kwetsbare mensen te helpen bij acute mondzorgproblematiek. Dezenetwerken worden op uiteenlopende manieren bekostigd. Het gaat vaakom een combinatie van subsidie en/of steun in natura door maatschappe-lijke fondsen, gemeenten, zorgverzekeraars, kerkelijke instanties, donatiesen belangeloze medewerking van sociale mondzorgverleners. Er is geenzicht op de benodigde middelen om dit landelijk «voldoende» te organi-seren.In de pilot «vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen»ontvangt Dokters van de Wereld een subsidie van ca. € 0,4 mln. van hetMinisterie van VWS en het Ministerie van SZW om in 10 gemeentenCompassie Netwerken op te zetten in 2024 en 2025. Dokters van deWereld is een van de organisaties die dergelijke netwerken organiseert enprobeert daarbij best practices te ontwikkelen voor andere gemeenten.Om de spreiding van tandheelkundigen beter te verdelen over deverschillende regio’s pleit men ervoor een praktijkervaringsjaar aan deopleiding Tandheelkunde toe te voegen, waarin studenten ingezet kunnenworden in praktijken (evenwichtig) verspreid over het hele land. Is dezespreiding op vrijwillige basis? Wordt er hiermee rekening gehouden metde wensen van de student? Kunnen de studenten kiezen waar zij hunpraktijk ervaringsjaar gaan werken? De leden van de PVV-fractie vrezendat er bij een verplichte spreiding over de regio’s een extra drempel wordtopgeworpen om te starten met de opleiding Tandheelkunde. Er wordtgesteld dat het voorwaardelijk is om de opleidingscapaciteit mondzorgbreed uit te breiden. Hoeveel extra opleidingsplekken zijn er nodig? Zijn ervoldoende aanmeldingen om deze plekken te vullen? Wat zijn de laatstecijfers met betrekking tot aantal opleidingsplekken in verhouding met hetaantal aanmeldingen voor de opleiding?Het zesde praktijkervaringsjaar is een voorstel van vanuit het project«vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen». De inhoudvan opleidingen is niet aan het Rijk, maar aan onderwijsinstellingen zelf.Uiteraard in samenspraak met beroepsgroepen en het werkveld. Het isdaarom aan de sector om dit voorstel verder uit te werken. Op dit momentzijn 332 opleidingsplaatsen Mondzorgkunde en 259 opleidingsplaatsenTandheelkunde beschikbaar. Voor Mondzorgkunde hebben zich vier keermeer kandidaten aangemeld dan dat er plaatsen zijn, voor Tandheelkundeging het om vijf keer meer aanmeldingen dan plaatsen.Uit het eindverslag verkenning mondzorg valt vooral op dat de aandachtvoor de mondzorghygiëne in de publieke gezondheidszorg de laatste tienjaar is verminderd en dat er gesteld wordt dat geen enkele landelijkemaatregel de problematiek geheel zal wegnemen. Is er een mogelijkheidom via sociale media de aandacht en het belang van goede mondzorgweer goed onder de aandacht te brengen? Is dit al in de overwegingenmeegenomen?2Kamerstukken 2023–2024, 32 620, nr. 292Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29410 Een hernieuwde aandacht voor de mondgezondheid in de publiekegezondheid zou kunnen bijdragen aan een betere mondgezondheid vanfinancieel kwetsbare mensen. Een betere doelgroepgerichte voorlichtingis hier onderdeel van. In de pilot «vermindering mijding van mondzorgom financiële redenen», die nu loopt in 14 gemeenten, wordt onderzoekgedaan naar doelgroepgerichte voorlichting over mondgezondheid,mondzorg en financiële ondersteuning. Hierbij wordt ook gekeken ofsociale media hieraan kan bijdragen.De leden van de PVV-fractie zien slechte mondzorg als uiting van eenonderliggend probleem en zouden meer willen inzetten op het oplossenvan deze primaire problemen, alvorens alleen aan «symptoombestrijding»te doen. Een oplossing van het onderliggend probleem is het verlagenvan het eigen risico. Is de Minister het daarmee eens?Dit kabinet vindt het belangrijk dat er gelijkwaardigere toegang tot de zorgis. Dit kabinet bevriest daarom het eigen risico in 2025 en 2026 op € 385,–en verlaagt het verplicht eigen risico vanaf 2027 fors tot het niveau van€ 165,–. Ook is voor 2025 en 2026 een envelop van € 2,5 miljardbeschikbaar voor gerichte lastenverlichting aan burgers en wil het kabinetburgers compenseren voor de zorgpremie, die als gevolg van demaatregelen vanaf 2027 zal stijgen, via een verlaging van de inkomstenbe-lasting en voor bedrijven via de AOF-premie.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieIn de brief laat de Minister weten dat er niet één oplossing is om dezeproblematiek volledig weg ten nemen en dat de oplossingen op drieniveaus dienen plaats te vinden: landelijk, gemeentelijk en een sociaalvangnet. Hoe ziet de Minister de wisselwerking op deze drie niveaus voorzich? Welke maatregelen dienen lokaal te worden belegd en welkelandelijk?In het eindverslag wordt toegelicht dat het bereik van een landelijkemaatregel kan verschillen, maar dat geen enkele landelijke maatregel allemensen bereikt die de mondzorg mijden om financiële redenen. Ookwordt aangegeven dat hoe groter het bereik van de landelijke maatregel,hoe meer druk er ontstaat op de betaalbaarheid van de (mond)zorg.Tegelijkertijd vraagt een gerichtere landelijke maatregel weer meer van deuitvoering. Ook gemeentelijke regelingen vragen veel van de uitvoering(in dit geval van gemeenten) en kunnen niet iedereen bereiken. Om diereden blijft een sociaal vangnet altijd nodig. De afweging om eenmaatregel te nemen is daarom complex. Er moet gekeken worden naarhet bereik en de meerwaarde voor de (mond)gezondheid, de uitvoering,de gevolgen voor de betaalbaarheid van de zorg en de interactie met deandere maatregelen op verschillende niveaus.In het rapport wordt de gemeentepolis genoemd voor acute en minimaalnoodzakelijke mondzorg voor financieel kwetsbare mensen. Waarom zoudeze maatregel bij de gemeente worden neergelegd? Waarom niet bij hetRijk? Daarnaast noemt het rapport de noodzaak van een (lokaal) sociaalvangnet. Hoe gaan gemeentes vanuit het Rijk gefaciliteerd worden om ditsociale vangnet en de gemeentepolis te bewerkstelligen?Circa 635.000 mensen hebben in Nederland een gemeentepolis. Zijontvangen vanuit de gemeente een korting op de zorgpremie van deaanvullende zorgverzekering die onderdeel uitmaakt van de gemeente-polis. Een aanvullende zorgverzekering voor mondzorg maakt hier altijdonderdeel vanuit. De gemeentepolis is bedoeld voor mensen met eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29411 inkomen tot 120% of 130% van het bijstandsniveau. De korting diegemeenten geven wordt veelal bekostigd vanuit de 370 miljoen euro diegemeenten jaarlijks ongeoormerkt ontvangen via het gemeentefonds omfinancieel maatwerk te bieden voor hun inwoners in verband metzorgkosten. Deze bestaande regeling zou op korte termijn mogelijkkunnen bijdragen aan het verminderen van de mijding van mondzorgdoor enerzijds de dekking van mondzorg uit te breiden en anderzijds depremie beperkt te houden.Daarnaast zou een sociaal vangnet de meest kwetsbare mensen kunnenhelpen bij acute mondzorgproblematiek. Deze netwerken worden opuiteenlopende manieren bekostigd. Het gaat vaak om een combinatie vansubsidie en/of steun in natura door maatschappelijke fondsen,gemeenten, zorgverzekeraars, kerkelijke instanties en donaties enbelangeloze medewerking van sociale mondzorgverleners. In de pilot«vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen» ontvangtDokters van de Wereld een subsidie van ca. € 0,4 mln. van het Ministerievan VWS en het Ministerie van SZW om in 10 gemeenten CompassieNetwerken op te zetten in 2024 en 2025. Dokters van de Wereld is een vande organisaties die dergelijke netwerken organiseert en probeert daarbijbest practices te ontwikkelen.Deze korte termijn maatregelen zullen de problematiek niet helemaalwegnemen, maar dragen wel bij aan het verminderen van de proble-matiek. Eventuele landelijke maatregelen kosten tijd om uit te werken ente implementeren. Het is ook verstandig om hier de tijd voor te nemengezien de grote impact op de totale zorguitgaven en de uitvoering.Het rapport noemt ook een universele aanvullende verzekering voorfinancieel kwetsbaren. Is berekend hoeveel mensen hieronder zoudenvallen? Kan de Minister in kaart brengen hoeveel een structureleuniversele aanvullende verzekering voor financieel kwetsbaren kost?Het idee van een landelijke aanvullende zorgverzekering of een landelijkeregeling is overgenomen uit de Handreiking (acute en) noodzakelijkemondzorg voor financieel kwetsbare mensen (september 2023) van deMondzorgalliantie. Dit idee wordt momenteel uitgewerkt. Er is nog geenzicht op het bereik en de kosten. Ook zijn hiervoor in het Hoofdlijnenak-koord «HOOP, LEF EN TROTS» en de bijbehorende financiële afsprakengeen aanvullende middelen beschikbaar gesteld.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn verheugd dat de Minister deambitie deelt van toegankelijke mondzorg voor iedereen. De Minister steltook dat een gerichtere aanvullende zorgverzekering/regeling voorfinancieel kwetsbaren nog nadere uitwerking vraagt. Echter is er sprakevan grote urgentie voor grote groepen mensen die jaren geen tandarts-bezoek hebben. Gaat de Minister maatregelen nemen om op korte termijnschrijnende gevallen tegen te gaan? Welke vervolgstappen gaat deMinister nemen, op korte en lange termijn, om de ambitie van toeganke-lijke basis mondzorg waar te maken?In het eindverslag is het advies opgenomen om voor de korte termijn in tezetten op een verbeterde inzet van de gemeentepolis (op basis van dehandreiking van de Mondzorgalliantie), betere doelgroepgerichtevoorlichting en Compassie Netwerken voor gratis noodbehandelingen. Inde pilot «vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen», dietot begin 2025 loopt, worden deze drie maatregelen verder vormgegeven.Dokters van de Wereld ontvangt een subsidie van ca. € 0,4 mln. van hetMinisterie van VWS en het Ministerie van SZW om in 10 gemeentenCompassie Netwerken op te zetten in 2024 en 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29412 Voor de langere termijn worden de in het eindverslag genoemdemaatregelen verder uitgewerkt. De inzichten die worden opgedaan in depilot zullen hierbij helpen. Het gaat hierbij om landelijke maatregelengericht op een betere financiële toegankelijkheid van de mondzorg,hernieuwde aandacht voor mondgezondheid in de publieke gezondheiden meer mondzorgprofessionals die verspreid over het land werken.Om te bezien of een veranderde aanspraak op de mondzorg de financiëletoegankelijkheid kan verbeteren, loopt er in opdracht van VWS een trajectbij het Zorginstituut Nederland. Het doel van deze opdracht is enerzijdsom meer inzicht te krijgen in de status van de mondgezondheid en inhoeverre de huidige aanspraak hier invloed op heeft en of dit passendemondzorg betreft én anderzijds te onderzoeken wat voor financiële impactverschillende scenario’s hebben als deze zouden worden toegelaten tothet basispakket. Samen met de Mondzorgalliantie en ZorgverzekeraarsNederland wordt het idee van een landelijke aanvullende zorgverzekeringof regeling verder verkend.Dit kabinet heeft gekozen voor een algehele lastenverlichting. Onderandere door een forse verlaging van het eigen risico. In het Hoofdlijnenak-koord zijn geen extra middelen gereserveerd voor specifiek de mondzorg-kosten. Wel wil dit kabinet onverminderd doorgaan met het uitwerken vaneventuele maatregelen en het in beeld brengen van de meerwaarde voorde (mond)gezondheid, het bereik en de kosten.Uit onderzoek blijkt dat (delen van) mondzorg in het basispakket bijdraagtaan de toegankelijkheid van mondzorg. Uit de rapportage eindverslagverkenning mondzorg blijkt dat naast de kosten meer toegankelijkemondzorg ook veel indirecte baten met zich meebrengt. Hoe ziet deMinister deze verhouding tussen kosten en baten van (delen van)mondzorg in het basispakket? Is Minister bereid om mogelijkheden voormeer mondzorg in het basispakket te verkennen en op welke termijn?Ik heb Zorginstituut Nederland gevraagd om een advies uit te brengenover de aanspraak mondzorg. Het adviestraject start met een kosten-analyse van een aantal mogelijke pakketmaatregelen. In deze kosten-analyse wordt aanvullend op de cijfers die het Ministerie van VWS heefteen betere inschatting gemaakt van het te verwachten zorggebruik.Bijvoorbeeld als één jaarlijkse controle wordt opgenomen in het basis-pakket zonder eigen risico, dan kost dit maximaal € 390 mln als iedereverzekerde boven de 18 jaar hier gebruik van maakt. De nominale premiezal hierdoor op jaarbasis met ongeveer € 10 toenemen. Als rekeningwordt gehouden met het te verwachten zorggebruik, dan komen dezekosten lager uit.Daarna start een verkennende – en vervolgens een inhoudelijke fase. In deverkennende fase die eind 2024 start wordt verkend of de toegankelijkheiden de huidige staat van de mondgezondheid verbeterd kan worden doorpakketmaatregelen, waarbij, waar mogelijk, ook gekeken wordt naarindirecte baten, zoals de gevolgen voor de algehele gezondheid en(arbeids)participatie. Bekeken moet worden of de indirecte baten dieworden onderzocht door Zorginstituut Nederland voldoende concreetgemaakt kunnen worden om een toets van het CPB te doorstaan.De advies fase wordt gestart als de verkennende fase positief is. In dezefase wordt getoetst aan de hand van de pakketcriteria of vormen vanmondzorg in het basispakket passen. Hierover zal het Zorginstituut mijadviseren. Als blijkt dat de mondgezondheid van volwassenen inNederland voldoende is óf als deze verbetering behoeft, maar interventiesbuiten de Zorgverzekeringswet daarvoor een oplossing kunnen zijn, dankan dit leiden tot de beslissing van het Zorginstituut om niet te toetsenaan de pakketcriteria en dus geen inhoudelijke fase te starten. De eerstefase zal naar verwachting eind 2026 gereed zijn. De uitkomsten van hetgehele adviestraject in 2028 worden gedeeld met de Tweede Kamer, zodatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29413 – mits hiervoor de benodigde dekking kan worden gevonden – opnamevan (delen van) de mondzorg in het basispakket politiek kan wordenafgewogen.Ik vind het belangrijk dat voor het onderzoek van pakketmaatregelen detijd wordt genomen. Het nemen van een pakketmaatregel heeftlangdurige een grote impact op de zorgkosten en de sector. De totalezorgkosten kunnen toenemen, doordat de veel grotere groep die welregelmatig de mondzorg bezoekt meer (wellicht onnodig) mondzorg zalgebruiken. Hierdoor gaan de kosten voor iedereen omhoog. Eengerichtere maatregel ligt dan meer voor de hand.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieVan de circa 1,4 miljoen volwassenen in Nederland die niet tenminste omde twee jaar naar de tandarts gaan, gaat het om 640.000 volwassenen diemondzorg mijden om financiële redenen, zo lezen de leden van deVVD-fractie. Kan de Minister aangeven hoe deze aantallen zich verhoudentot de aantallen mensen die mondzorg meden toen mondcontroles nogwel collectief vergoed werden?Over deze periode zijn alleen de cijfers per jaar beschikbaar. In absoluteaantallen bezochten in 1990 4,3 miljoen mensen de mondzorg niet. In2021 waren dit 3,7 miljoen mensen (CBS). Deze cijfers zijn niet goed tevergelijken.In 1990 hadden veel meer Nederlanders een volledig kunstgebit, die detandarts daarom minder vaak bezochten (24,4% (3,6 mln mensen) toentegen 8% (1,4 mln mensen) nu). Ik merk ook op dat het effect van hetafschaffen van de publieke vergoeding van mondzorg niet goed is tebepalen, omdat er meerdere variabelen zijn die van invloed zijn op hetgebruik van mondzorg.De leden van de VVD-fractie merken op dat het aandeel volwassenen datniet naar de tandarts gaat om andere redenen, waaronder angst en gebrekaan urgentie, groter is. Hoe kijkt de Minister hiernaar? Wordt eenonderzoek gedaan naar deze groep?Gebrek aan urgentie en angst zijn – naast financiële redenen – belangrijkeredenen waarom mensen niet periodiek de mondzorg bezoeken. Dezeredenen versterken elkaar ook. Voor een groot deel komen de maatre-gelen vanuit de mondzorg en de maatschappij zelf, zoals specialeangstklinieken en voorlichting. Bij extreme angst voor de tandarts kunnenbehandelingen van een angsttandarts ook vergoed worden vanuit debasisverzekering. Daarnaast is verminderde mobiliteit bij ouderen eenbelangrijke reden om niet periodiek de mondzorg te bezoeken. Van deleeftijdscategorie 65–69 jaar heeft nog 74,8% minimaal één keer in deafgelopen 12 maanden de tandarts bezocht, bij 80-plussers is dat nogmaar 52,4%3. Samen met het veld is een plan van aanpak opgesteld metals doel het werken aan een goede mondgezondheid voor iederethuiswonende kwetsbare oudere. Ik ben voornemens een subsidie teverlenen voor de uitvoering van dit plan van aanpak. Naast de aandachtdie er al is in de opleidingen.In het eindverslag wordt geconcludeerd dat de aanname dat na hetachttiende levensjaar de kosten voor mondzorg door mensen zelf tedragen zouden kunnen zijn voor een deel van de Nederlanders nietopgaat. De leden van de VVD-fractie zouden hier graag een nadereduiding van krijgen. Om hoeveel mensen gaat het die deze kostenfinancieel echt niet kunnen dragen? In hoeverre worden jongeren3https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2022/12/contacten-met-de-tandarts-2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29414 voorbereid op kosten waar ze mee te maken (kunnen) krijgen na hunachttiende verjaardag, of liggen hier nog kansen?Cijfers van het CBS (2019) laten zien dat in de leeftijdscategorie 12 jaar tot16 jaar tot 97% van de jongeren de tandarts in 2018 heeft bezocht. Eenstudie4 van het Nivel uit 2020 laat zien dat er verschillende redenen zijndat kinderen tot 18 jaar niet naar de tandarts gaan, waaronder het nietinzien van het belang van het preventief bezoeken van de tandarts. In deleeftijdscategorie 20 jaar tot 30 jaar loopt dit terug tot 80% (en stijgtdaarna weer). Jongeren worden vanaf 18 jaar weliswaar als volwassengezien, maar kunnen tegelijkertijd vaak de gevolgen van het ontbrekenvan goede mondzorg nog niet goed overzien, waardoor de verleidinggroot is om bij weinig inkomen af te zien van een aanvullende (tandarts-)verzekering en tandartsbezoek.Jongeren die 18 jaar worden ontvangen veel informatie over wat erbijkomt kijken als je 18 jaar wordt. Zij ontvangen onder andere informatieover de zorgverzekering. De vergoeding van mondzorg is hier vaakonderdeel van. Deze informatie komt bijvoorbeeld per brief van dezorgverzekeraar, via sociale media van bijvoorbeeld de Rijksoverheid ofbijvoorbeeld via gastlessen op school van Zorgverzekeringslijn. Het isgoed voor te stellen dat jongeren niet alle informatie kunnen verwerkenen zich pas bij een oproep van de tandarts voor een periodieke controlerealiseren dat deze controle niet meer wordt vergoed uit het basispakket.Jongeren zijn in dat geval sneller geneigd de tandarts niet te bezoekendan oudere mensen. Onderdeel van de pilot met gemeenten is hetverkennen van de meerwaarde en invulling van (meer) doelgroepgerichteover de mondgezondheid en mondzorg. Doelgroepgerichte voorlichtingaan jongeren maakt hier onderdeel van uit.De leden van de VVD-fractie lezen dat de verdeling van de beschikbarecapaciteit aan mondzorgverleners een belangrijk bijkomend vraagstuk isen delen deze vraag met de partijen. Zij vragen de Minister bij het nemenvan maatregelen de (mogelijke) gevolgen op de capaciteit mee te nemenin de uitwerking.Bij alle maatregelen zal ik tevens bezien wat de mogelijke gevolgen voorde beschikbare capaciteit zijn en dit expliciet meenemen in de informatiedie ik u hierover verstrek.De leden van de VVD-fractie vinden preventie belangrijk en mondzorgspeelt daarin een rol. Kan de Minister aangeven wat de kosten en batenzijn van preventieve mondzorg in relatie tot andere vormen van zorg enpreventie? En is er ook een overzicht te maken van de doelmatigheid vande verschillende vormen van zorg en preventie? Preventieve mondzorgkost in vergelijking met zorg vanwege slechte mondgezondheid veelminder.Het is lastig om de kosten en baten van preventieve mondzorg in beeld tebrengen. De lastigheid begint met de definitie van «preventievemondzorg». In het onderzoek van ACTA «ongewenste mijding vanmondzorg»5 (2023) bestaat «preventieve mondzorg» na de zelfzorg(bijvoorbeeld poetsen met fluoride) uit wenselijke mondzorg (zoalscontroles) en noodzakelijke mondzorg (zoals gebitsreiniging). Eengebitsreiniging of een restauratie zijn voorbeelden van geïndiceerde enziekte-gerelateerde preventie. Het uitblijven van deze zorg kan uiteindelijk41003656.pdf (nivel.nl)5https://www.researchgate.net/publication/369949730_ONGEWENSTE_MIJDING_VAN_MONDZORG_Financiele_drempels_in_de_toegankelijkheid_van_mondzorgTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29415 leiden tot mondziekten met eventuele gevolgen voor de algehelegezondheid en (arbeids)participatie.In de afgelopen 50 jaar is grootste mondgezondheidswinst behaald doormet name betere zelfzorg, maar ook het periodiek bezoeken van detandarts heeft in de jaren ’70 veel aandacht gekregen. Uit een literatuur-studie door Gupta6 (2023) is een correlatie gevonden tussen de frequentievan controles en problemen met de mondgezondheid, maar geen causaalverband. Om de (bredere) kosten en baten van maatregelen in beeld tebrengen zal een gericht onderzoek moeten worden uitgevoerd, waarbijhet duidelijk is om bijvoorbeeld welke maatregel, welke mondzorg en welbereik het gaat.De leden van de VVD-fractie werden erg enthousiast van de manier vanopleidingen en werken in GEZOND&WEL centrum van de HogeschoolUtrecht. Studenten Mondhygiëne en Tandprothetiek behandelen hierkosteloos, onder toezicht van een zorgprofessional. Ook wordt hierinterprofessioneel samengewerkt. Genoemde leden vragen de Minister inhoeverre samenwerking tussen verschillende domeinen die bij kunnendragen aan de vermindering van mondzorgmijding, wordt gestimuleerd.Op dit moment zet ik me expliciet in op het stimuleren van domeinover-stijgende samenwerking bij de zorg voor kwetsbare ouderen en de zorgvoor kinderen.–Kinderen: Op mijn verzoek werkt de Nederlandse Organisatie voortoegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) aan een modulevoor een richtlijn voor de samenwerking tussen de jeugdgezondheids-zorg en de mondzorg. Ook zet ik mij ervoor in om de inzet van eenmondzorgcoach bij de aanbieder voor jeugdgezondheidzorg mogelijkte maken. Onder andere door een betaaltitel voor de mondhygiënistom op het consultatiebureau te kunnen werken. Hier wordt momenteelaan gewerkt.–Ouderen: Ik heb de partijen expliciet gevraagd om meer aandacht voormondzorg in de handreiking voor de zorg voor kwetsbare ouderenthuis. Hier heb ik ook middelen voor beschikbaar gesteld. Hierbij is desamenwerking wel afhankelijk van de bereidheid van andere sectorenom met mondzorgprofessionals samen te werken.–Ouderen: Daarnaast ben ik voornemens een subsidie te verlenen voorde uitvoering van het plan van aanpak «mondgezondheid kwetsbareouderen». Bij de uitvoering van het plan van aanpak zal ook het sociaaldomein betrokken worden.Dat sommige kinderen niet naar de tandarts gaan terwijl dit wel verzekerdis, vinden de leden van de VVD-fractie niet goed te begrijpen. Is bekendwelke overwegingen daarbij een rol spelen? De cijfers van kinderen onderde 4 jaar vinden zij al helemaal zorgwekkend. Deze gegevens benadrukkennogmaals het belang van een sterkere jeugdgezondheidszorg, waargenoemde leden eerder en met regelmaat aandacht voor vragen.Het is goed dat u om deze aandacht vraagt. Ik heb hier aandacht voor. Datuit de declaratiedata blijkt dat veel kinderen onder de 4 jaar niet naar demondzorgverlener gaan kent verschillende oorzaken (signalen zondercijfermatige onderbouwing):–Niet iedere mondzorgprofessional declareert een consult als dezealleen even kort in de mond gekeken heeft;–Sommige mondzorgprofessionals geven zelf aan bij ouders dat hetkind pas op 4-jarige leeftijd hoeft te komen;–Het is bij sommige ouders niet bekend dat een kind al zorg nodig heeftvan een mondzorgprofessional;6Wat levert dekking op voor mondzorgmijders? (zn.nl) (pagina 32)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29416 –Het is bij sommige ouders niet bekend dat zij hiervoor niet hoeven tebetalen.Ik zet mij in voor goede samenwerking tussen de jeugdgezondheidszorgen mondzorg. Ik wil dat de inzet van een mondzorgcoach bij eenaanbieder van jeugdgezondheidzorg mogelijk wordt, en dan met name bijdie centra waar een grote groep ouders en kinderen zelf de weg naar demondzorgpraktijk niet weten te vinden. Ik ben in gesprek met verzeke-raars, mondzorgprofessionals, de NVM (de Nederlandse Vereniging vanMondhygiënisten), de KNMT (de branchevereniging van onder meertandartsen) en partijen uit de jeugdgezondheidszorg om dit te realiseren.Zij vinden het dan ook teleurstellend om te lezen dat de aandacht voormondgezondheid in de publieke gezondheidszorg en de samenwerkingtussen de publieke gezondheidszorg en de mondzorg is verminderd. Watzijn de oorzaken van deze verminderde aandacht en samenwerking? En opwelke, liefst eenvoudige, manier kan deze weer versterkt worden?In de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw is de basis gelegd voor hettweemaal daags poetsen met fluoride en het (half)jaarlijkse bezoek aan demondzorg. De (gevoelde) noodzaak om deze aandacht voort te zettenverminderde. De aandacht, en financiële middelen, zijn daarom verlegd.Bij een hernieuwde aandacht voor de mondzorg in de publiekegezondheid kan gedacht worden aan een landelijke coördinator mondzorgen de verbinding van mondgezondheid en de Gezonde School-aanpak.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie lezen dat een landelijk aanvullendezorgverzekering/regeling voor financieel kwetsbaren wordt uitgewerkt. Opkorte termijn zal de gemeentepolis dienen als instrument om onder-steuning te bieden voor deze doelgroep. Wat zijn de concrete criteria omin aanmerking te komen voor de gemeentepolis? Hoe worden dedekkingen bepaald en op welke manier worden ze afgestemd op debehoeften van kwetsbare mensen?Circa 635.000 Nederlanders hebben een gemeentepolis. De gemeentepolisis bedoeld voor mensen met een inkomen tot 120% of 130% van hetbijstandsniveau. Dit verschilt per gemeente. De gemeentepolis wordt vaakaanbesteed, waarbij dus de zorgverzekeraar een aanbod doet voor eenpassende dekking. De dekking voor mondzorg, de hoogte van dezorgpremie en de hoogte van de korting die gemeenten geven op dezezorgpremie, verschilt. Op aanvraag van de gemeente doen zorgverzeke-raars een aanbod voor een collectiviteit inclusief een dekking voormondzorgkosten. De gemeentepolis wordt vaak voorgelegd aan eencliëntenraad van de gemeente.In de pilot «vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen»wordt op basis van de «Handreiking acute en noodzakelijke mondzorgvoor financieel kwetsbare mensen» (2023) van de Mondzorgalliantie,gekeken naar een verbeterde inzet van de gemeentepolis. Dit wordtgedaan door enerzijds de dekking van mondzorg te baseren op dehandreiking en anderzijds de premie zoveel mogelijk beperkt te houden.De leden van de NSC-fractie lezen dat er geïnvesteerd moet worden in hetvergroten van de capaciteit van mondzorgprofessionals en in een beterespreiding hiervan, gezien de tekorten in verschillende regio’s van het land.Er wordt voorgesteld om het zesde jaar van de opleiding Tandheelkundeom te vormen tot een praktijkervaringsjaar. Deze leden constateren dat ditveel inzet zal vergen van het werkveld en mogelijk ook de opleidingen.Welke concrete stappen worden overwogen om ervoor te zorgen dat ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29417 haalbaar is? En hoe wordt gegarandeerd deze extra belasting niet tenkoste gaat van de kwaliteit van de mondzorgopleidingen?Een zesde praktijkervaringsjaar is een voorstel vanuit het project«vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen». De inhoudvan opleidingen is niet aan het Rijk, maar aan onderwijsinstellingen zelf(in samenspraak met beroepsgroepen en het werkveld). Het is daaromaan de sector om dit voorstel verder uit te werken. De kwaliteit vanopleiding wordt geborgd door middel van het accreditatiestelsel en hettoezicht van de Inspectie van het Onderwijs.De leden van de NSC-fractie wijzen erop dat veel kinderen geen mondzorgontvangen door slecht geïnformeerde ouders. Deze ouders weten niet datde kosten voor veelvoorkomende behandelingen bij de tandarts enmondhygiënist volledig worden gedekt door de zorgverzekering. Is deMinister het met deze leden eens dat betere voorlichting noodzakelijk is?Ziet de Minister hierin bijvoorbeeld een rol weggelegd voor consultatiebu-reaus en zorgverzekeraars, gezien het feit dat zij de ouders van kinderenbereiken die nu niet naar de tandarts zullen gaan? Wat gaat de Ministerdoen om deze informatiebehoefte aan te vullen?Om ervoor te zorgen dat de ouders van kinderen die nu niet naar detandarts gaan beter worden geïnformeerd zet ik mij ervoor in dat dezeouders geïnformeerd worden bij de aanbieder van jeugdgezondheidszorg(het consultatiebureau). De aanbieder van jeugdgezondheidszorg is dooreen zeer hoge bezoektrouw (rond de 98%) een zeer geschikte ingang omouders te bereiken.Op mijn verzoek werkt TNO aan een module voor een richtlijn voor desamenwerking tussen de jeugdgezondheidszorg en de mondzorg, waardeze informatievoorziening ook een plek in krijgt. Ook wil ik het mogelijkmaken dat in gebieden waar een grote groep ouders en kinderen uitrisicogroepen zelf de weg naar de mondzorgpraktijk niet weten te vinden,de inzet van een mondzorgcoach bij de aanbieder van jeugdgezond-heidszorg mogelijk wordt. Ik ben in gesprek met verzekeraars, mondzorg-professionals, de NVM (de Nederlandse Vereniging van Mondhygië-nisten), de KNMT (de branchevereniging van onder meer tandartsen) enpartijen uit de jeugdgezondheidszorg om dit te realiseren.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie zijn benieuwd naar de verdere uitwerking vaneen gerichtere aanvullende zorgverzekering en willen daarbij benadrukkendat er oog wordt gehouden voor het bereiken van de juiste groep in depraktijk. Het eindverslag gaf aan dat bepaalde doelgroepen zoalséén-oudergezinnen, oudere migranten en jongvolwassenen met weiniginkomen en weinig perspectief op de arbeidsmarkt, vooral de mondzorgmijden. Kan de Minister aangeven hoe deze doelgroepen in verdereuitwerking wordt meegenomen en bekijken of zij daadwerkelijk wordenbereikt met de maatregelen, zo vragen deze leden.In het eindverslag worden maatregelen voorgesteld om de financiëletoegankelijkheid van de mondzorg voor financieel kwetsbare personen teverbeteren. Het is niet wenselijk en niet uitvoerbaar om maatregelen in terichten voor bepaalde doelgroepen, zoals één-oudergezinnen en ouderemigranten. Er wordt wel gekeken of een landelijke aanvullende zorgverze-kering of een landelijke regeling ingericht kan worden voor mensen meteen lager inkomen. Het is onvermijdelijk dat sommige mensen die demondzorg mijden om financiële redenen (en andere redenen) daarmeeniet worden bereikt. Om die reden wordt ook ingezet op doelgroepge-richte voorlichting en Compassie Netwerken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29418 De leden van de D66-fractie zijn enthousiast over de gestarte pilots metgemeenten en zorgverzekeraars. De gemeentelijke aanpak is volgens deleden een goede aanpak om zo kwetsbare groepen te bereiken. Hierbijvinden de leden van de D66-fractie het belangrijk indien deze pilotssuccesvol zijn, het mogelijk wordt voor iedere gemeente om vermijdingvan mondzorg aan te pakken. Kan de Minister hierbij aangeven hoeervoor wordt gezorgd dat barrières betreft mondzorg in elke gemeenteaangepakt kan worden? Voorts vragen deze leden op welke wijze deMinister vinger aan de pols houdt dat toegang tot mondzorg nietafhankelijk is van de gemeente waar je verblijft.In het eindverslag is opgenomen dat de deelnemende partijen hetbelangrijk vinden dat zoveel mogelijk wordt gezocht naar landelijkemaatregelen om de mijding van mondzorg te verminderen. Bijvoorbeelddoor een landelijke financiële regeling, hernieuwde aandacht voormondgezondheid in de publieke gezondheid en investeren in de capaciteitmondzorg (met name in bepaalde regio’s). In de pilot met 14 gemeentenwordt daarnaast gekeken naar een verbeterde inzet van de gemeentepolis,doelgroepgerichte voorlichting en Compassie Netwerken. De geleerdelessen van de pilot worden gebruikt voor het uitwerken van eventueel tenemen landelijke maatregelen, maar ook om andere gemeenten te helpenbij hun inzet bij deze problematiek. Het is niet mogelijk (en soms ook nietwenselijk) om elk verschil tussen gemeenten weg te nemen.De mate waarin dit onderwerp op de agenda moet worden gehouden ismede afhankelijk van de te nemen landelijke maatregelen en de effectendaarvan.De leden van de D66-fractie begrijpen uit de brief dat bij circa426.000 mensen het vermijden van mondzorg door angst is veroorzaakt.Veel van deze angst kan vermeden worden wanneer men van jongs af aanal bekend is met de mondzorg. Om deze reden vinden de leden van deD66-fractie het goed dat er meer aandacht is voor de jeugd door middelvan mondzorgcoaches in de jeugdgezondheidszorg. Kan de Ministeraangeven hoe angst voor mondzorg behandelingen ook meegenomenwordt in voorlichtingen, zo vragen deze leden haar.Ik kan dit momenteel nog niet aangeven, aangezien de mondzorgprofessi-onals en jeugdgezondheidszorgprofessionals op dit moment nog aan hetuitwerken zijn wie welke rol heeft in de zorgverlening van kinderen. Deangst voor mondzorg behandelingen is hierbij wel een aandachtspunt.Volgens de laatste informatie wordt de samenwerkingsmodule dit jaardoor het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) voorgelegd aan derichtlijnadviescommissie (RAC) met de vraag of de richtlijn inhoudelijk enrandvoorwaardelijk autoriseerbaar is. Na formele vaststelling van derichtlijn door de NCJ wordt het implementatietraject in werking gezet.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie lezen dat de opleiding tandheelkunde enmondzorg specifiek genoemd worden in de Kamerbrief. Zij vragen hoe deMinister aankijkt tegen het feit dat er voor elke opgeleide tandarts zesmondhygiënisten kunnen worden opgeleid. Ziet de Minister een grotererol weggelegd voor mondhygiënisten en zo ja, in hoeverre zijn zijbetrokken bij dit proces?In de mondzorg werken verschillende mondzorgprofessionals – zoalstandartsen, mondhygiënisten, tandartsassistenten en tandprothetici –nauw met elkaar samen om gezamenlijk goede mondzorg te kunnenverlenen. De mondhygiënist speelt net als de tandartsassistent eenessentiële rol in het verlenen van preventieve mondzorg. Dat verschilt vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29419 de rol van een tandarts die, met een langere opleiding en specialistischerekennis, een rol vervult in het verlenen van complexere en curatieve zorg.In de praktijk kunnen bepaalde taken van de tandarts worden overge-nomen door mondhygiënisten en tandartsassistenten. Via de opdrachtre-geling in de Wet BIG is het daarbij ook mogelijk dat mondhygiënisten entandartsassistenten in opdracht van een tandarts bepaalde voorbehoudenhandelingen uitvoeren7. Zoals op 15 april 2024 aan uw Kamer is gemeld8,is recent het experiment met de geregistreerd-mondhygiënisten geëva-lueerd en zal ik de uitkomsten van de evaluatie de komende periode naderbezien. Daarbij staat voorop dat effectieve samenwerking tussenmondzorgprofessionals randvoorwaardelijk is om efficiënte en goedemondzorg te kunnen verlenen met de juiste mondzorgverlener op dejuiste plek.Genoemde leden maken zich ernstig zorgen over de toegang totmondzorg, met name voor kinderen. Steeds blijkt opnieuw dat veelmensen de tandarts vermijden door geldgebrek, en vaak niet weten dattandartszorg voor kinderen altijd gratis is. Hierover hebben de ledentwee vragen aan de Minister; één over een korte termijnoplossing en éénover een mogelijke lange termijnoplossing.Wat betreft de kortetermijnoplossing hebben genoemde leden gelezen datde Minister de mondzorgcoaches in de jeugdgezondheidszorg (voorkinderen van 0–4 jaar) aanhaalt. Zij zijn benieuwd naar de visie van deMinister op het initiatief «gezonde peutermonden», waarbij ouders enkinderen al op het consultatiebureau worden voorgelicht door eenmondzorgcoach. Dit zorgde ervoor dat ouders meer vertrouwen haddenbij de eerste tandjes van hun kind en vaker concrete plannen maaktenvoor de mondverzorging. Het resultaat hiervan was dat kinderendertig procent minder kans hadden op gaatjes. Ziet de Minister dit is alseen oplossing om er op de korte termijn voor te zorgen dat kinderenbetere toegang tot mondzorg krijgen?Ik zie de inzet van een mondzorgcoach op het consultatiebureau als eenvan de oplossingen om ervoor te zorgen dat er meer kinderen tussen de0–4 jaar de mondzorg krijgen die zij op die leeftijd nodig hebben. Ik wil hetmogelijk maken dat de inzet van een mondzorgcoach bij de lokalejeugdgezondheidszorgaanbieder (consultatiebureau) mogelijk wordtgemaakt om juist de kinderen uit de risicogroepen tijdig te kunnenbereiken.Wat betreft de lange termijnoplossing hebben de leden van de BBB-fractievragen aan de Minister over de wijze van financiering binnen demondzorg. Al vaker is er in de Kamer gesproken over het weer opnemenvan mondzorg in het basispakket, en is er gediscussieerd over of dit wel ofniet voor een kostenbesparing zou zorgen. In het buitenland is hier almeer ervaring mee. Zo is eerder in Zweden gebleken dat het (grotendeels)vergoeden van mondzorg en inzetten op preventie kostenbesparend kanwerken. Onderzoek uit Zwitserland bevestigt dat liberalisatie juist totkostenstijging leidt. Hoe ziet de Minister deze buitenlandse voorbeelden?Wat verwacht de Minister van het inzetten van (grotendeels) gratismondzorg in Nederland?Het Talma instituut stelt op basis van hun literatuurstudie naar interna-tionale voorbeelden dat de uitbreiding van het basispakket (bijvoorbeelddoor het toevoegen van diensten zoals preventief onderzoek of spoedei-sende zorg) of uitbreiding van de groep die in aanmerking komt voor de7Opdrachtregeling voorbehouden handelingen | Publicatie | Rijksoverheid.nl8Kamerbrief bij rapporten over Stagefonds en evaluatie experiment geregistreerd-mondhygiënist | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29420 dekking vanuit het basisverzekerde pakket (bijvoorbeeld door de dekkinguit te breiden naar andere leeftijdsgroepen) de toegankelijkheid vantandheelkundige zorg zou kunnen verbeteren. Tegelijkertijd laat hetonderzoek door onderzoeksbureau Gupta9 (2023) zien dat het uitbreidenvan het basispakket met mondzorg (zonder mitigerende maatregelen) kanbetekenen dat de kosten voor mondzorg sterk kunnen stijgen. Bij eenoverheveling van alle mondzorg naar het basispakket verwacht onder-zoeksbureau Gupta op basis van gegevens van Vektis een stijging van hetbasispakket met ca. € 2,4 mld. De volume risico’s worden zondermitigerende maatregelen als aanzienlijk ingeschat. Er worden hier geenkosten aan verbonden. Het is daarom belangrijk om eventuele pakket-maatregelen (en alternatieven) zorgvuldig uit te werken en gerichtkosten/baten analyses uit te voeren.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieIn totaal zijn ongeveer 1,4 miljoen volwassenen in Nederland die tenminste om de twee jaar naar de tandarts gaan. 640.000 volwassenen doendit niet vanwege financiële redenen, 355.000 vanwege een gebrek aanbesef van urgentie en 426.000 vanwege angst. De leden van de SP-fractievragen de Minister om de ontwikkeling van deze cijfers sinds 2006 met deKamer te delen. Welke conclusie trekt zij hieruit?Veel cijfers in het eindverslag zijn niet beschikbaar als trend of beperktbeschikbaar als trend. Het CBS heeft bijvoorbeeld wel informatie over hetaantal personen dat eenmaal contact heeft gehad met een tandarts in eenjaar voor de periode 2014 tot en met 202310. Dit percentage is in dezeperiode gestegen van 77,9% naar 80,9% van de volwassenen inNederland. De signalen dat het aantal mensen dat de mondzorg mijdt omfinanciële redenen stijgt, is (nog) niet terug te zien in de cijfers. Dat laatonverlet het feit dat een deel van de volwassenen van Nederland demondzorg ongewenst mijdt. Ik vind het daarom belangrijk om op kortetermijn maatregelen te ondernemen en voor de langere termijn stevigeremaatregelen te overwegen in de context van de bredere opgave die wehebben voor de zorg.De verkenning laat een groot verschil zien in het tandartsbezoek tussenlage en hoge inkomens en stelt dat het opvallend is dat dit verschil niet tezien is in het huisartsenbezoek. Is de Minister het met genoemde ledeneens dat het lógisch is dat dit verschil niet te zien is bij huisartsenbe-zoeken omdat daar geen financiële drempel is? Wat zegt dit verschilvolgens de Minister over de reden van het mijden van mondzorg?Onderzoek wijst uit dat mensen met een laag inkomen de mondzorgrelatief minder vaak bezoeken dan mensen met een hoger inkomen. Deoorzaken hiervoor liggen bij financiële redenen, maar ook angst,schaamte en gezondheidsvaardigheden spelen hierbij een rol. Dit laat ziendat het belangrijk is om gerichte maatregelen in te zetten op het verbe-teren van de financiële toegankelijkheid en maatregelen gericht op andereredenen voor het mijden van de mondzorg.Bij het bepalen van deze maatregelen is van belang om in oogschouw tenemen dat de mondzorg anders is dan de huisartsenzorg. De mondzorgwordt vaker preventief bezocht. De huisartsenzorg veelal pas bij klachten.Een aandachtspunt is dat mensen met een migratie achtergrond (dierelatief vaker in een lagere inkomensgroep zitten) vaker dan mensenzonder migratie achtergrond pas naar de mondzorg gaan bij klachten.9Wat levert dekking op voor mondzorgmijders? (zn.nl)10Tandarts: minimaal één keer per jaar contact | De Staat van Volksgezondheid en Zorg(staatvenz.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29421 Het Capaciteitsorgaan signaleert regionale tekorten aan mondzorgprofes-sionals en een stijging van de uitstroomverwachting van tandartsen. Debeperkte beschikbaarheid en bereikbaarheid van zorgverleners kaneveneens een reden zijn voor de mijding van mondzorg. Hoe verklaart deMinister deze afname? Welke stappen gaat zij zetten om ervoor te zorgendat het aantal tandartsen niet verder afneemt? Welke rol heeft deovername van private-equity hierin? De leden van de SP-fractie zijnbenieuwd of de Minister gaat investeren in voldoende capaciteit aanmondzorgprofessionals en de spreiding daarvan.Ik zie niet direct een relatie tussen de opkomst van private equity en hettekort aan tandartsen. Het tekort is met name ontstaan doordat deuitstroom hoger is dan de instroom. Private-equity bedrijven hebbenmogelijk de neiging om te investeren in (winstgevendere) praktijken diezich vaak in stedelijke gebieden bevinden. Dit kan mogelijk bijdragen aaneen tekort aan tandartsen in minder winstgevende, landelijke gebieden,doordat praktijken in deze regio’s niet worden overgenomen of uitgebreid.Het is belangrijk om in te blijven zetten op het opleiden van tandartsen.Vanwege de urgentie om meer tandartsen op te leiden wordt door een(beperkte) verlaging van het aantal opleidingsplaatsen Geneeskunde énde verkorting van de opleidingsduur van Tandheelkunde van zes naarvijf jaar ruimte gecreëerd voor het verhogen van de instroom om zo hettekort aan tandartsen te bestrijden. In de Kamerbrief van 13 december2023 is aangekondigd dat hiervoor een wijziging van de Wet op het hogeronderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) in gang is gezet.11Daarnaast speelt de mondhygiënist net als de tandartsassistent eenessentiële rol in het verlenen van preventieve mondzorg. Dat verschilt vande rol van een tandarts die, met een langere opleiding en specialistischerekennis, een rol vervult in het verlenen van complexere en curatieve zorg.In de praktijk kunnen bepaalde taken van de tandarts worden overge-nomen door mondhygiënisten en tandartsassistenten. Via de opdrachtre-geling in de Wet BIG is het daarbij ook mogelijk dat mondhygiënisten entandartsassistenten in opdracht van een tandarts bepaalde voorbehoudenhandelingen uitvoeren12. Zoals op 15 april 2024 aan uw Tweede Kamergemeld13 is het experiment met de geregistreerd-mondhygiënistengeëvalueerd en zal ik de uitkomsten van de evaluatie de komende periodenader bezien. Daarbij staat voorop dat effectieve samenwerking tussenmondzorgprofessionals randvoorwaardelijk is om efficiënte en goedemondzorg te kunnen verlenen met de juiste mondzorgverlener op dejuiste plek.Onderzoek toont aan dat mondziekten een wisselwerking hebben metonder andere diabetes en harten vaatziekten, dat er een causaal verbandbestaat met depressieve klachten en dat het aantal verloren gezondelevensjaren wordt geschat op 3,5 miljard euro. Kan de Minister dit cijferverder toelichten?Er zijn associaties bekend tussen enerzijds parodontitis, tandverlies encariës en anderzijds o.a. hartziekten, diabetes en neurologische ziekten14.De meerderheid van de onderzochte studies deed daarbij echter geenuitspraak over de mate causaliteit. Causaliteit is lastig aan te tonen doorklassieke experimentele methoden, maar recent onderzoek op basis vaninnovatieve epidemiologische methoden toont wel causale effecten van11Kamerstuk 29 282, nr. 553.12Opdrachtregeling voorbehouden handelingen | Publicatie | Rijksoverheid.nl13Kamerbrief bij rapporten over Stagefonds en evaluatie experiment geregistreerd-mondhygiënist | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl14Seitz et al. 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29422 tandverlies op diabetes, cardiovasculaire aandoeningen en mentalegezondheid aan15.Onderzoekers schatten het aantal verloren gezonde levensjaren(«DALY’s») in op € 3,5 miljard16. DALY’s is een financieel gemaakte maatvoor verlies aan gezonde levensjaren door een ziekte, dat overigens niethetzelfde is als verlies van productiviteit. De betreffende DALY’s wordenberekend met 1. het aantal mensen met een tandziekte, 2. de ernst van detandziekte en 3. het «bruto binnen landsproduct» per inwoner. Hierbijmoet worden opgemerkt dat het hoge aantal DALY’s per inwoner mogelijkte verklaren is door relatief veel mensen met kunstgebit. «Tandeloosheid»wordt meegeteld, terwijl veel mensen vroeger vaak al op jongere leeftijdkozen voor een kunstgebit.Het is niet zo dat eventuele maatregelen gericht op de financiële toegan-kelijkheid van de mondzorg een besparing van indirecte kosten kunnenopleveren ter waarde van € 3,5 miljard. Het gaat immers bij het bepalenvan deze verloren gezonde levensjaren om mondziekten bij de gehelebevolking en niet om alleen de mondziekten bij de groep mensen die demondzorg mijdt om onder andere financiële redenen. Ook zou bij dezegroep niet volledig kunnen worden voorkomen dat mondziekten ontstaan.Het is daarom ingewikkeld om indirecte baten te koppelen aan individuelemaatregelen gericht op terugdringen van de mijding van mondzorg omfinanciële redenen.Uit de eerdere voortgangsrapportage blijkt dat diabeteskosten vanwegehet ontbreken van mondzorg wordt berekend op twee miljoen euro endoor productiviteitsverlies op 4,3 miljard euro. Kan de Minister inzichtelijkmaken welke cijfers in deze verkenning en eerdere voortgangsrapportageser beschikbaar zijn over de opbrengsten van de kosten van het ontbrekenvan mondzorg? In de verkenning staat dat door betere mondzorg anderezorgkosten en duurdere routes via de kaakchirurg kunnen wordenvoorkomen. Kan de Minister inzichtelijk maken hoeveel geld hetvoorkomen dat mensen tweedelijnszorg nodig hebben kan opleveren alsgevolg van uitgestelde mondzorg? Kan de Minister de «SolvabiliteitII-richtlijn» toelichten? Op welke manier belemmert deze richtlijn hettoevoegen van de mondzorg aan het basispakket?In verschillende studies worden (veelal op basis van internationalestudies) grove inschattingen gemaakt van de macro kosten van deziektelast en het productiviteitsverlies als gevolg van mondziekten. Hetgaat in dat geval om mondziekten bij de gehele bevolking en dus ook voorde mensen die wel regelmatig de mondzorg bezoeken. Niet allemondziekten zijn te voorkomen met preventieve mondzorg en hetwegnemen van eventuele (ervaren) financiële drempels.Het is alleen mogelijk om een schatting te maken van directe – enindirecte kosten en baten van het verbeteren van de toegang totmondzorg door gericht bepaalde maatregelen te onderzoeken. De praktijkzal altijd weerbarstiger blijken, omdat er vaak sprake is van een stapelingvan redenen om de mondzorg te mijden.In het eindverslag is Solvency II genoemd in de context van het idee omeen uniforme landelijke aanvullende mondzorgverzekering te ontwikkelenvoor financieel kwetsbare personen. Hierbij wordt gedacht aan hetorganiseren van toegang tot deze aanvullende mondzorgverzekering insamenwerking met Rijksorganisaties en (mede) financiering vanuitalgemene middelen. Met name hierbij speelt de EU-Richtlijn SolvabiliteitII. Op basis van deze richtlijn mag de Nederlandse overheid geen regels15Lancet Diabetes Endocrinol. 2018;6(12):954–965; J Dent Res. 2023 Jan;102(1):37–44; EpidemiolPsychiatr Sci. 2021 May 25;30:e3816«Global-, Regional-, and Country-level Economic Impact of Dental Diseases in 2015»,A. Righol, M. Jevdjevic, W. Marcenes, and S. Listl, 2018.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29423 stellen aan door zorgverzekeraars aangeboden verzekeringen die dedekking van de in de Zorgverzekeringswet bedoelde zorgverzekeringenaanvullen.In de Kamerbrief van de Minister staat dat het Zorginstituut Nederland isgevraagd om te adviseren over eventuele pakketmaatregelen. De ledenvan de SP-fractie vragen de Minister wanneer dit advies naar de Kamerwordt gestuurd? Hoe verhoudt een advies van het Zorginstituut zich tot depakketopties die worden genoemd in de tweede rapportage (3.1 Herzie-ning basispakket) alsmede de berekening voor de informateur (onderlig-gende stukken) over tandzorg in het basispakket (vergoeding van eencontrole, gebitsreiniging, 2 kleine foto’s en het zetten van een vullingzonder eigen risico: 1,5 miljard euro)? De leden van de SP-fractie lezenverschillende mogelijkheden om mondzorg weer terug in het basispakkette krijgen. Kan de Minister uiteenzetten wat deze verschillende opties inhet basispakket voor gevolgen hebben in het aantal mensen datmondzorg mijdt? Wat zijn de precieze kosten van de verschillende opties?Zorginstituut Nederland is gevraagd om een kostenanalyse uit te voerenen te adviseren over de aanspraak mondzorg. Het gaat om de volgendeopties: 1. jaarlijkse controles, 2. gebitsreiniging en het maken van foto’s,3. mondzorg zoals bedoeld in art. 2.7 lid 4 Besluit Zorgverzekering (Bzv),4. noodzakelijke handelingen in het geval van medische noodzaak (zoalsontsteking of caviteit) en 5. verruiming van de huidige aanspraak tot deleeftijd van 25 jaar.Onderzoek laat zien dat het publiek financieren van mondzorg er toe kanleiden dat meer mensen de mondzorg bezoeken. Een Amerikaanse studielaat zien dat circa 20% meer mensen de tandarts bezoeken na hettoevoegen van dekking voor mondzorg in Medicaid17. Hierbij wordtopgemerkt dat deze studies een vertekend kunnen geven vanwege deverschillen tussen landen, zoals de economische situatie, socialevoorzieningen, historie mondzorg, et cetera. Daarnaast gaan mensen diereeds gebruikmaken van de mondzorg meer gebruikmaken van demondzorg, waardoor de totale mondzorgkosten omhoog gaan. Degezondheidswaarde van deze extra mondzorg is lastig te bepalen.Om gerichter de groep financieel kwetsbaren te bereiken, wordt gedachtaan een door de zorgverzekeraars op te stellen en uit te voeren universeleaanvullende verzekering voor financieel kwetsbaren. Bijvoorbeeld met eenmaximumbedrag op basis van de Handreiking acute en minimaalnoodzakelijke mondzorg voor financieel kwetsbare mensen van deMondzorgalliantie (2023). Hoeveel mensen betreft dit? En hoeveel zoudeze regeling kosten? Wat is de reactie van de Minister hierop?Het idee van een landelijk uit te voeren uniforme aanvullende zorgverze-kering of regeling bevindt zich in een verkennende fase. In dezeverkenning worden ook variabelen verkend, zoals reikwijdte populatie opbasis van een inkomensgrens en de reikwijdte van het te verzekerenpakket. Onder andere deze variabelen bepalen de kosten.Ook wordt er in de verkenning gesproken over de invoering van zo’naanvullende verzekering op lokaal niveau. Ziet de Minister net alsgenoemde leden hierin het risico dat in sommige (rijkere) gemeenten dezemogelijkheden er wél zullen zijn en in andere gemeenten niet?17David Trilling, 12 oktober 2017, «28% of Swiss dentists recommend unnecessary fillings»(https://journalistsresource.org/economics/dentists-recommend-unnecessary-treatment-swiss/)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29424 De samenwerkende partijen hebben gesproken over een gerichte landelijkuit te voeren uniforme aanvullende zorgverzekering of regeling, om zo dezorgvraag opdrijvende effecten van pakketmaatregelen te voorkomen. Eenalternatief is om te kijken naar een meer landelijke uitvoering van degemeentepolis. Deze optie geeft echter uitvoeringslasten bij gemeentenen is geen garantie voor gelijke uitvoering door gemeenten. De samen-werkende partijen hebben daarom aangegeven de voorkeur te geven aaneen verdere verkenning van een landelijke uniforme aanvullendezorgverzekering of regeling (parallel aan het adviestraject van Zorgin-stituut Nederland m.b.t. pakketmaatregelen).Jongeren met een lage sociaaleconomische status hebben een slechteremondgezondheid dan hun leeftijdsgenoten met een hogere sociaalecono-mische status. Is de Minister het met de leden van de SP-fractie eens datdit het mijden van mondzorg daarmee een klasse-vraagstuk is? Wat is deMinister van plan hieraan te gaan doen? Genoemde leden lezen dat dat inwijken met veel financiële kwetsbaarheid het organiseren van deschooltandarts een meerwaarde kan hebben.Zij vragen hoe de Minister naar de schooltandarts kijkt. Hoeveel zou hetkosten om deze schooltandartsen regelmatig op bepaalde plekken te latenrijden, bijvoorbeeld in gebieden die ook meedoen aan het NationaalProgramma Leefbaarheid en Veiligheid?Ik vind het te ver gaan om het mijden van mondzorg een klasse-vraagstukte noemen. De mijding van mondzorg kent verschillende oorzaken.Financiën is wel een van de redenen die een rol kunnen spelen bij demijding van mondzorg.Ten algemene worden veel maatregelen genomen om de gelijkwaardigetoegang tot de zorg te verbeteren. In het onderhavige project wordendaarnaast specifieke korte- en lange termijn financiële maatregelenverkend om de financiële toegankelijkheid van de mondzorg te verbe-teren. De schooltandarts heeft niet de primaire aandacht, maar is door desamenwerkende partijen wel besproken. Nadelen van de schooltandartszijn dat het een inefficiënte manier is om de beperkte capaciteit aanmondzorgprofessionals in te zetten, ouders niet altijd goed wordenbetrokken en het bezoek van de schooltandarts ten koste gaat vanonderwijstijd (en de concentratie van leerlingen). Tegelijkertijd zien desamenwerkende partijen dat in bepaalde kwetsbare wijken enthousiastemondzorgprofessionals scholen bezoeken met positieve effecten dieopwegen tegen de genoemde nadelen. Er is reeds financiële ruimte voordit soort project. Het gaat tevens om Zvw-verzekerde zorg.Uit de verkenning komt naar voren dat de aandacht voor de mondge-zondheid in de publieke gezondheid is verminderd de afgelopen jaren.Ook de samenwerking tussen de publieke gezondheidszorg en degrotendeels private mondzorg is sterk verminderd. Welke verklaring heeftde Minister hiervoor? Is zij het met de leden van de SP-fractie eens dat ditmede wordt veroorzaakt door de toegenomen marktwerking in detandartsenzorg? Welke preventieve maatregelen neemt het nieuwekabinet om de mondgezondheid in Nederland te verbeteren? Welkemaatregelen hiervan zijn al ingezet beleid en welk beleid is nieuw?Er zijn geen signalen dat er sprake is van een toegenomen marktwerking.Ook zie ik geen relatie tussen marktwerking en verminderde aandachtvoor de mondzorg. Eerder heeft een experiment plaatsgevonden met vrijetarieven en op verzoek van de toenmalige Tweede Kamer is ditexperiment vroegtijdig afgebroken en zijn er maximumtarieven in demondzorg ingevoerd. De marktwerking is daardoor beperkt.Aandachtspunt is wel dat veel mondzorgprofessionals geen contractenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29425 afsluiten met zorgverzekeraars, maar standaard het maximumtariefdeclareren.De basis voor de aandacht voor de mondgezondheid ligt in de jaren ’70,toen veel is geïnvesteerd in preventie; «Elke dag tandenpoetsen en tweekeer per jaar naar de tandarts». De mondgezondheid in Nederland is in dieperiode met name door preventieve maatregelen (vooral door het gebruikvan fluoride) spectaculair verbeterd. GGD’s hadden TandheelkundigPreventief Medewerkers in dienst die ouders, kinderen en leerkrachtenondersteunden in de mondgezondheid. De noodzaak om grote investe-ringen te doen verdween en de mondgezondheid was stabiel op een hoogniveau. Ik zie geen relatie met de wijze waarop de mondzorg is georgani-seerd.De laatste jaren neemt de noodzaak om te investeren in het terugdringenvan gezondheidsverschillen toe. Dit geldt ook voor de mondgezondheid.Om die reden wordt bijvoorbeeld geïnvesteerd in mondzorgcoach op hetconsultatiebureau.In dit programma worden ouders op het consultatiebureau door eenmondzorgcoach begeleid vanaf het moment van de doorbraak van heteerste tandje van hun kind, dus rond de leeftijd van 6 maanden. Aanvul-lende investeringen in de publieke gezondheid zijn onderdeel van heteindrapport van de samenwerkende partijen. De primaire aandacht gaatechter naar het verbeteren van de financiële toegankelijkheid van demondzorg.Vragen en opmerkingen van de leden van de CU-fractieIs de Minister het met de leden van de ChristenUnie-fractie eens dat hetzowel financieel als voor de patiënt zelf veel beter is wanneer mensenvroegtijdig gebruik kunnen maken van mondzorg in plaats van eenuiteindelijk relatief dure behandeling bij een kaakchirurg? Is de Ministerhet met de leden van de ChristenUnie-fractie eens dat een herziening vanhet basispakket op dit punt cruciaal is om de toegang tot mondzorg teverbeteren? De leden van de ChristenUnie-fractie doen hiervoor desuggestie om reguliere controles en het herstellen van gaatjes onderdeelte maken van het basispakket. Ziet de Minister een herziening van hetbasispakket op dit punt als opportuun?Pakketmaatregelen zijn ogenschijnlijk eenvoudige oplossingen voor hetmijden van de mondzorg om financiële redenen, maar vragen eenzorgvuldige afweging. Mede vanwege het feit dat geen doelgroepenbeleidingezet kan worden met een uitbreiding van het basispakket, het bereikvan de groep mensen die de mondzorg mijdt onzeker is en de gevolgenvoor de totale mondzorgkosten groot zijn. De totale kosten nemen toedoordat een deel van de Nederlanders vaker naar de tandarts zal gaan dannodig (het «remgeldeffect» valt deels weg).Bovenstaande laat onverlet dat Zorginstituut Nederland is gevraagd omeen advies uit te brengen over eventuele pakketmaatregelen. Hetadviestraject dat loopt tot en met 2028 bestaat uit twee fases; eenverkennende – en inhoudelijke fase. In de eerste fase wordt een kosten-analyse uitgevoerd18. Zorginstituut Nederland verkent of de toeganke-lijkheid en de huidige staat van de mondgezondheid verbeterd kanworden door pakketmaatregelen, waarbij, waar mogelijk, ook gekekenwordt naar indirecte baten, zoals de gevolgen voor de algehelegezondheid en (arbeids)participatie. De tweede fase wordt gestart als deeerste fase positief is. In de tweede, inhoudelijke, fase wordt getoetst aande hand van de pakketcriteria of vormen van mondzorg in het basispakketpassen. Zorginstituut Nederland betrekt hierbij de volgende opties:1. jaarlijkse controles, 2. gebitsreiniging en het maken van foto’s,18Kostenanalyse opname mondzorg in basispakket | Werkagenda | Zorginstituut NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29426 3. mondzorg zoals bedoeld in art. 2.7 lid 4 Besluit Zorgverzekering (Bzv),4. noodzakelijke handelingen in het geval van medische noodzaak (zoalsontsteking of caviteit) en 5. verruiming van de huidige aanspraak tot deleeftijd van 25 jaar.De leden van de ChristenUnie-fractie hebben in het hoofdlijnenakkoordvan het aanstaande kabinet gelezen dat de aanstaande Ministervoornemens is om het eigen risico te verlagen. De leden van deChristenUnie-fractie vermoeden dat dit voornemen zal leiden tot eengrotere zorgvraag. Deze leden vragen de Minister of het niet doelmatigeren verstandiger is om (een deel van) het geld dat gereserveerd is voorverlaging van het eigen risico te besteden aan het onderbrengen van eendeel van de mondzorg (bijvoorbeeld de reguliere controles en hetherstellen van gaatjes) onder de eerstelijnszorg. Deze leden zijn benieuwdnaar de reactie van de Minister.De flinke verlaging van het eigen risico geeft financieel kwetsbareNederlanders met een zorgvraag meer financiële ruimte. Dit geeft ookmeer financiële ruimte om naar eigen inzicht naar de mondzorgprofes-sional te gaan. Dat laat onverlet dat parallel ook gerichte maatregelenworden verkend om de financiële toegankelijkheid van de mondzorg teverbeteren. Vanwege de impact van deze maatregelen is het onvermij-delijk dat dit veel tijd kost. Om die reden wordt ook gewerkt aan kortetermijn maatregelen, zoals is geadviseerd door de samenwerkendepartijen in het eindverslag. Denk hierbij aan een betere inzet van degemeentepolis en het versterken van het sociaal vangnet.De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat er een landelijk aanvul-lende mondzorgverzekering wordt uitgewerkt voor financieel kwetsbaremensen. Deze leden vragen de Minister aan welke definitie of afbakeningwordt gedacht voor de groep «financieel kwetsbare mensen».Het afbakenen van een eventuele landelijke aanvullende zorgverzekeringof regeling is een lastige vraag en loopt mee in de verdere uitwerking vanhet idee van een landelijke aanvullende zorgverzekering of regeling. In de«Handreiking acute en noodzakelijke mondzorg voor financieel kwetsbaremensen» van de Mondzorgalliantie (2023) wordt bijvoorbeeld gesprokenover de groep bijstandsgerechtigden of de groep met een inkomen tot110–120% van de bijstandsnorm. De problematiek speelt echter ook bijhogere inkomensgroepen. Daarnaast is het ook lastig om afgebakendtoegang te geven tot een aanvullende zorg of regeling. Daar staattegenover dat algemene maatregelen, zoals pakketmaatregelen, zeerkostbaar zijn vanwege de stijging van de totale zorgkosten (en daarmeede zorgpremie van iedere Nederlander).Aanvullend vragen de leden van de ChristenUnie-fractie de Minister hoedit wordt uitgewerkt voor mensen die niet verzekerd zijn (zoals dakloze,ongedocumenteerde mensen of mensen die verblijven in maatschappe-lijke opvang) of voor mensen die verblijven in instellingen voor begeleiden beschermd wonen. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen deMinister hoe ervoor gezorgd kan worden dat mensen die tijdelijkverblijven in een locatie voor beschermd wonen, vrouwenopvang ofmaatschappelijke opvang, toegang hebben tot mondzorg. Welke rol speeltde openbare gezondheidszorg in dit kader?De samenwerkende partijen hebben in het eindverslag aangegeven datgeen enkele maatregel de problematiek volledig wegneemt. De groependakloze- en ongedocumenteerde personen zijn lastig te bereiken groependie aandacht vragen. Een belangrijke maatregel om hen te bereiken zijnde investeringen in publiek/private sociale vangnetten. De uitbreiding vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29427 de financiële regelingen «subsidieregeling medisch noodzakelijke zorgvoor onverzekerden» en de «regeling onverzekerbare vreemdelingen» zijnook verkend, maar hebben als zeer groot risico de internationaleaantrekkingskracht die daarvan uit gaat.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister of er informatiebeschikbaar is over de inzet van bijzondere bijstand voor mondzorg-kosten. Aanvullend vragen deze leden of de gemeenten financiëlemiddelen krijgen om bijzondere bijstand toe te kennen voor kosten voormondzorg.Is in kaart gebracht hoeveel geld gemoeid zou zijn met het verbeteren vande toegang tot mondzorg via gemeenten? Tot slot vragen de leden van deChristenUnie-fractie de Minister hoe en of voorkomen kan worden datgrote verschillen ontstaan in de toegang tot mondzorg tussen gemeenten.Gemeenten bieden financieel maatwerk bij zorgkosten en ontvangenhiervoor van het Ministerie van VWS vanaf 2017 structureel 268 miljoeneuro, in het huidig prijspeil is dit 370 miljoen euro. Deze middelen zijnoorspronkelijk bedoeld voor zorgkosten van chronisch zieken en gehandi-capten, maar worden ook ingezet voor minima met zorgkosten. Dit doengemeenten met name via de gemeentepolis en noodfondsen, maar ookvia de bijzondere bijstand.Individuele bijzondere bijstand is een vorm van financiële ondersteuningdie wordt verstrekt door gemeenten aan mensen die tijdelijk of langdurigniet in staat zijn om bepaalde noodzakelijke kosten te betalen. Het gaathierbij om kosten die niet door andere voorzieningen, zoals een uitkeringof een verzekering, worden gedekt. De Participatiewet verbiedt de inzetvan bijzondere bijstand bij een voorliggende voorziening, zoals een(aanvullende) zorgverzekering. Veel gemeenten zetten echter wel bijnoodsituaties de bijzondere bijstand in bij mondzorgkosten door gebruikte maken van buitenwettelijk beleid. Hierdoor ontstaan echter ookonwenselijke verschillen tussen gemeenten.De inzet van de gemeentepolis leidt wel tot een meer uniforme aanpak inNederland (hoewel niet iedere gemeente de gemeentepolis aanbiedt),omdat in elke gemeentepolis dekking voor mondzorg zit. De gemeente-polis is echter niet voor iedere Nederlander met een laag inkomengeschikt, omdat de dekking van zorg vaak ruimer is dan nodig. Dat neemtniet weg dat het instrument «gemeentepolis» beter ingezet kan worden(onder andere met betrekking tot de dekking en premie). Om die redenwordt hier in de pilot van het project «vermindering mijding vanmondzorg om financiële redenen» naar gekeken.Naast bijzondere bijstand en de gemeentepolis worden minima ookgeholpen met mondzorgkosten via noodfondsen. Noodfondsen wordenvaak gesubsidieerd door gemeenten. Vanuit het noodfonds zijn eruitgaven voor mondzorg. Ik heb op dit moment geen landelijk beeld bij detotale uitgaven voor mondzorg vanuit de noodfondsen. De noodfondsenhebben eerder laten weten dat deze uitgaven wel zijn toegenomen.Ik heb dankzij bureau BS&F de volgende cijfers over de bijzonderebijstand en gemeentepolissen. Bureau BS&F heeft in opdracht van hetMinisterie van VWS in 2023 onderzoek gedaan naar de inzet van gemeen-telijke regelingen bij mondzorgkosten. Ook hebben zij in 2024 onderzoekgedaan. Hiervoor hebben zij data verzameld van 158 gemeenten over deuitgaven bijzondere bijstand medische kosten. De totale uitgavenbijzondere bijstand medische kosten van deze gemeenten waren€ 3.860.423,82. Hiervan is € 1.681.541,27 (43,56%) uitgegeven aantandartsbehandelingen.Hieronder een overzicht per jaar:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29428 Reactiesgemeenten1Kosten tandartsTotaal medischekosten% tandarts2020207€ 604.440,24€ 2.828.060,3021,37%2021174€ 727.173,40€ 2.437.473,1729,83%2022186€ 660.586,17€ 2.387.653,2027,67%2023158€ 1.681.541,27€ 3.860.423,8243,56%1 Deze cijfers zijn exclusief de grote gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. In de gemeentepolis is ook een dekking voor mondzorg opgenomen.Bureau BS&F schat in dat 30% van de premie van de aanvullendezorgverzekering voor de dekking van mondzorg is bedoeld. Gemeentenbetalen mee in de premie van deze aanvullende zorgverzekering. De(gewogen) gemiddelde gemeentelijke bijdrage per volwassen verzekerde,is in 2024 € 27,71 per maand (€ 332,52 per jaar).Dat betekent dat circa 30% (= € 99,76 per jaar) van deze bijdrage isbestemd voor mondzorg.In de pilot van het project «vermindering mijding van mondzorg omfinanciële redenen» dat in 14 gemeenten loopt tot en met het eerstekwartaal van 2025 wordt onder andere gekeken naar de inzet vangemeenteregelingen, en met name de gemeentepolis. Hierbij wordt ookgekeken naar het meer uniformeren van de gemeentepolis. Daarbij wordtook gekeken welke bijdrage elke partij hieraan kan leveren, waaronder ookhet Rijk via bijvoorbeeld het gemeentefonds.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29429
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.