KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief funderend onderwijs

9 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e099972d2e748938 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 293Primair Onderwijs31 289Voortgezet OnderwijsNr. 859 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 december 2025Met deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang op verschillendethema’s binnen het funderend onderwijs. Daarnaast geef ik u een updateover de uitvoering van verschillende aangenomen moties en toezeg-gingen die zijn gedaan. Tot slot bied ik u de resultaten van enkeleonderzoeken aan.1. Verkenning voorschoolse educatie in de gastouderopvang In de Kamerbrief Verdere kwaliteitsverbeteringen voorschoolse educatiehierna ve) van oktober 2023 is door mijn voorganger aangekondigd datdeze de wenselijkheid en haalbaarheid van het aanbieden vanvoorschoolse educatie door gastouders zal verkennen.1 Uit de verkenningis gebleken dat de impact op het verhogen van het bereik in de ve doorhet aanbieden van ve in gastouderopvang klein zal zijn. Daarnaast blijktdat het draagvlak over de wenselijkheid onder gemeenten wisselt. Geziende verschillen met de kinderdagopvang is ook aanpassing van regel-geving vereist, zoals verschillen in groepsgrootte en -samenstelling en hetontbreken van afstem- en overlegmomenten van een gastouder metandere collega’s op een groep.Om deze redenen heb ik besloten ve nu niet mogelijk te maken in degastouderopvang. Ik zie echter wel kansen voor gastouders om deontwikkeling van kinderen nog verder te ondersteunen, als gevolg van hetwetsvoorstel Verbetermaatregelen gastouderopvang ingediend door detoenmalig Minister van SZW, dat per 1 juli 2026 in werking treedt.Hiermee zullen gastouders moeten voldoen aan dezelfde pedagogischebeleidsdoelen die gelden voor kinderdagopvang. Ook krijgen gastoudersvoortaan coaching, moeten ze verplicht scholing volgen en werken ze meteen pedagogisch werkplan.1Kamerstuk 27 020, nr. 119 kst-31293-859ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8591 2. Reactie op Landelijk Rapport Gemeentelijke TaakuitvoeringKinderopvang-Onderwijs 2025 De Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) heeft in november het«Landelijk Rapport Gemeentelijke Taakuitvoering Kinderopvang-Onderwijs 2025» uitgebracht over het jaar 2024. Dit jaar is dat voor heteerst één rapport, dat ingaat op kinderopvang, de Lokale EducatieveAgenda (hierna: LEA), voor- en vroegschoolse educatie en als bijzonderthema de afspraken over het onderwijs aan nieuwkomers.Ten aanzien van de reguliere taakuitvoering kinderopvang en onderwijskomt uit het rapport naar voren dat het percentage gemeenten dat in 2024overleg heeft gevoerd over de LEA, net als de afgelopen jaren, isgestegen. Het organiseren van overleg en het maken van resultaataf-spraken blijft echter ook in 2024 achter. Respectievelijk 85% van degemeenten voert hierover overleg en slechts 70% maakt concreteafspraken. Dit jaar gaat de inspectie hierover in gesprek met gemeenten.Zoals u gemeld in een Kamerbrief van november vorig jaar, wil ik hetwetsartikel (artikel 160 WPO) over het maken van resultaatafsprakenaanpassen en verhelderen.2De inspectie concludeert verder dat twee derde van de gemeentenvoldoende aanbod van voorschoolse kindplaatsen heeft. Bij een kleinaantal gemeenten is er echter te weinig aanbod. Er zijn dan te weinigkinderopvangorganisaties die voorschoolse educatie aanbieden, of degemeente heeft te weinig middelen om voldoende plekken aan te bieden.Ik vind dit een zorgelijke uitkomst, dit vormt een aandachtspunt dat ik dekomende tijd ga volgen. Naast financiering, ruimtegebrek en personeels-tekorten geven gemeenten aan dat de problematiek van kinderen in degroepen toeneemt. De inspectie zal dit aan bod laten komen in het jaarlijksoverleg tussen gemeente en inspectie.Gemeentelijke overlegplicht over onderwijs aan nieuwkomersIn oktober 2023 werd in het funderend onderwijs een jaarlijkse overleg-plicht tussen gemeenten en schoolbesturen geïntroduceerd om afsprakente maken over de invulling van het onderwijs aan nieuwkomers. Deinspectie constateert dat vrijwel alle gemeenten met scholen overlegvoerden over voldoende onderwijscapaciteit voor nieuwkomers. Overtoelating en doorlopende leerlijnen werd door het overgrote deel van degemeenten ook afspraken gemaakt. Waar nog niet over één of meerderethema’s is overlegd, betrof het vaker kleinere gemeenten. Verder merkt deinspectie op dat het voeren van overleg nog niet overal daadwerkelijk totafspraken heeft geleid, bijvoorbeeld omdat in een aantal gemeenten hetgesprek over afspraken nog loopt, er geen afspraken zijn gemaakt omdater geen nieuwkomers zijn en mogelijk enkele gemeenten nog onvol-doende op de hoogte zijn van de nieuwe regelgeving. De inspectie gaat ingesprek met gemeenten die nog niet tot overleg of afspraken zijnovergegaan.Bijgevoegd vindt u een tussenrapportage van het evaluatieonderzoek naarde Tijdelijke wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen, waarin ook deoverlegplicht is betrokken.2Kamerstukken 31 293 en 27 020, nr. 765.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8592 3. Onderzoek naar knelpunten bij het volgen van de ontwikkelingvan nieuwkomers en hun gegevensoverdracht In de beleidsreactie3 op het Doelgroepenonderzoek nieuwkomers in hetpo en vo is toegezegd om extra middelen in te zetten voor programma’sdie een goede overdracht van leerlinggegevens mogelijk maken enbijdragen aan een verlaging van de administratieve druk voor leraren. Detoezegging bleek in de uitwerking niet goed uitvoerbaar, omdat eronvoldoende informatie was over de problematiek om gedegen aan deslag te gaan. Daarom is een verkennend onderzoek uitgevoerd naar deproblemen rondom de schoolwisselingen en het volgen van de ontwik-keling van nieuwkomers in het po.Op beide thema’s zijn zowel knelpunten als oplossingsrichtingenonderzocht. Een eerste belangrijke uitkomst van het onderzoek is datbestaande leerlingvolgsystemen niet goed zijn ingericht op nieuwkomers.Nieuwkomers stromen op verschillende momenten in het jaar door,bijvoorbeeld vanwege een verplaatsing van een tijdelijke opvanglocatienaar een andere opvanglocatie. Niet alle leerlingvolgsystemen zijn daaropingericht. Een andere uitkomst is dat het reguliere onderwijs veel leunt optoetsresultaten, die niet passend zijn voor nieuwkomers. Reguliere toetsenzijn niet passend voor nieuwkomers, omdat onvoldoende taalbeheersingbij hen zorgt voor te lage en daarmee onbetrouwbare toetsscores. Ookgeeft het onderzoek weer dat het contact tussen «verzendende» en«ontvangende» school lastig is, omdat nieuwkomers veel verhuizen. Voorde «verzendende» school is het niet altijd duidelijk waar de leerlingnaartoe is gegaan en voor de «ontvangende» school is het vaak lastig teachterhalen waar de nieuwkomer vandaan komt.In vervolg op het onderzoek zal ik twee oplossingsrichtingen verderverkennen. Als eerste zal ik verkennen hoe het reguliere onderwijs beterondersteund kan worden in het gebruik van nieuwkomersleerlijnen.Daarnaast verken ik of een standaardbijlage voor nieuwkomers ontwikkeldkan worden voor de Overstap Service Onderwijs: het uitwisselings-systeem tussen scholen en samenwerkingsverbanden passend onderwijswanneer bij een overstap van een leerling extra informatie uitgewisseldmoet worden.4. Een onderwijsplek voor alle nieuwkomers? – Een evaluatie vande Tijdelijke wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen in hetonderwijs (tweede tussenrapportage) Met de Tijdelijke wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen in hetonderwijs (TNV-wet) mogen scholen in noodsituaties en na toestemmingafwijken van voorschriften die gelden met betrekking tot bevoegdheid vanonderwijspersoneel, onderwijsinhoud en onderwijstijd in een tijdelijkenieuwkomersvoorziening. Daarnaast hebben gemeenten met deze wet deplicht gekregen om ten minste jaarlijks overleg te voeren met alleschoolbesturen over het onderwijs aan nieuwkomers en daar afsprakenover te maken. Aan uw Kamer is toegezegd om elk jaar voor de Begro-tingsbehandeling uw Kamer te informeren over de stand van zaken tenaanzien van de tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen4. Met deze brief deelik de resultaten van de tweede meting, dit is een tussenrapportage. In2026 volgt, conform de toezegging en de evaluatiebepaling in de wet, het3Kamerstukken 31 293 en 31 289, nr. 6874TZ202307-015: De Tweede Kamer zal jaarlijks rondom de Begrotingsbehandeling op de hoogteworden gehouden van de monitoring van het aantal leerlingen dat gebruik maakt van detijdelijke nieuwkomersvoorzieningen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8593 laatste rapport met de eindevaluatie van de TNV-wet. Een bredereinhoudelijke beleidsreactie op het onderzoek volgt na het eindrapport.De TNV-wet heeft drie doelen: het realiseren van voldoende onderwijs-plekken voor nieuwkomers, zorgen dat nieuwkomers in het onderwijsdaadwerkelijk worden ingeschreven en het organiseren van een doorlo-pende leerlijn. Deze tweede meting laat zien dat steeds meer gemeentenen schoolbesturen op de hoogte zijn van de overlegplicht en mogelijkheidom een tijdelijke nieuwkomersvoorziening in te richten, vergeleken met deeerste meting. Volgens de tweede meting draagt de overlegplicht meer bijaan deze doelen dan de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoor-ziening.Daarnaast draagt zowel de overlegplicht als de inrichting van een tijdelijkenieuwkomersvoorziening meer bij aan het realiseren van onderwijs-plekken en een inschrijving en minder aan een doorlopende leerlijn. Dedoorlopende leerlijn is minder onderwerp van gesprek en bij de tijdelijkenieuwkomersvoorzieningen ontbreekt een langetermijnvisie, waardooreen doorlopende leerlijn lastiger te bereiken is. Vanaf de inwerkingtredingvan de wet tot september 2025 zijn er in totaal 16 tijdelijke nieuwkomers-voorzieningen ingericht. Hiermee zijn er meer onderwijsplekken voornieuwkomers gerealiseerd. Alle tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen zijningericht voor het voortgezet onderwijs, een tijdelijke nieuwkomersvoor-ziening richtte zich op zowel leerlingen in het primair als het voortgezetonderwijs.Momenteel werk ik aan structurele verbeteringen voor het onderwijs aannieuwkomers, zoals in een brief aan uw Kamer is toegezegd op 24 juni2025. Daarin worden de resultaten van dit onderzoek meegenomen.5. Overheidsaanbod doorstroomtoets 2026 Op verzoek van uw Kamer5 is wettelijk geregeld dat in dit huidigepluriforme stelsel ook altijd een doorstroomtoets namens de overheidaangeboden wordt. Sinds het schooljaar 2023/2024 biedt stichting Citohiervoor de DOE-toets aan. Dit jaar hebben minder scholen en leerlingenzich voor de DOE-toets ingeschreven dan voorgaande jaren. Dit betekentdat de DOE-toets dient te worden afgenomen in een aangepast design,namelijk enkel in lineaire vorm. Deze aanpassing verandert niets aan dekwaliteit van de toets zelf: die was én blijft betrouwbaar en valide. Doorhet aanbieden van een lineaire vorm van de DOE-toets zorgt stichting Citoervoor dat scholen die doelbewust voor een doorstroomtoets namens deoverheid gekozen hebben gewoon een kwalitatief goede toets kunnenafnemen. Ik ben blij dat op deze manier nog steeds in overheidsaanbodwordt voorzien, conform de wens van uw Kamer. Vanzelfsprekend neem ikhet signaal over het lage aantal scholen dat behoefte heeft aan eenoverheidsaanbod doorstroomtoetsen mee in de evaluatie van dekomende afname.6. Zorgplicht en doorzettingsmacht passend onderwijs Tijdens het debat passend onderwijs van 24 april 2025 heeft het kabinettoegezegd6 om uw Kamer dit najaar te informeren over de wettelijkevastlegging van doorzettingsmacht binnen passend onderwijs. Ook istoegezegd uw Kamer te informeren over de uitwerking van de motie Krul75Kamerstuk, 35 671, nr. 136TZ202505-095: Eind 2025 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over een concrete uitwerkingvan doorzettingsmacht en een aanscherping van de zorgplicht.7Kamerstuk 31 293, nr. 820Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8594 (CDA) die vraagt maatregelen te treffen voor het aanscherpen van dezorgplicht passend onderwijs.Wij zijn in gesprek met veldpartijen over wat er nodig is om de zorgplichtbeter te laten werken en om tot een concrete uitwerkingsvorm voordoorzettingsmacht te komen. De uitwerking is nog niet ver genoeg om nual met uw Kamer te delen. Ik zal uw Kamer hierover nader informeren metde brief bij de jaarlijkse voortgangsrapportage Passend Onderwijs, die uwKamer in het voorjaar van 2026 ontvangt. Hetzelfde geldt voor deuitvoering van de motie Westerveld c.s. (GroenLinks-PvdA) over hetstimuleren van de Samen naar School-klassen in het voortgezetonderwijs.8 Over de uitvoering van de motie Van Meenen (D66) over hetformuleren van de contouren van een wet inclusief onderwijs informeer iku na de zomer van 2026.97. Terugkoppeling gesprek leerlingenvervoer Zoals toegezegd in het debat passend onderwijs op 21 mei 202510, heefteen gesprek plaatsgevonden tussen OCW en organisaties betrokken bijhet leerlingenvervoer: de sectorraad GO, LBVSO, Ouders & Onderwijs ende VNG. Doel van het gesprek was om samen te bezien wat we binnen hetonderwijs aan de problematiek kunnen doen. Uitkomst van het gesprek isdat OCW de regie neemt om samen met de aanwezige partijen tot eenwerkagenda te komen. Deze werkagenda richt zich op wat in het onder-wijsdomein kan worden gedaan om leerlingenvervoer te verbeteren, inaanvulling op de verbeteraanpak doelgroepenvervoer (onder regie vanVWS) en Publieke Mobiliteit (onder regie van I&W). Elk van de betrokkenpartijen zal een deel van de acties op zich nemen en de komendemaanden wordt de werkagenda verder uitgewerkt. Voor het debatpassend onderwijs informeer ik u over de voortgang.8. De aantrekkingskracht van brede scholengemeenschappen Het onderzoeksbureau Goed Geschud heeft in opdracht van het Ministerievan OCW en de VO-raad onderzocht hoe de aantrekkingskracht van bredescholengemeenschappen vergroot kan worden. In de visiebrief opkansengelijkheid uit 2023 is dit onderzoek toegezegd.11 Het onderzoeks-rapport bied ik u met deze Kamerbrief aan.Het rapport biedt onder meer inzicht in doorslaggevende factoren bij dekeuze voor een middelbare school door ouders en leerlingen, onderwijs-professionals in het voortgezet onderwijs en groep 8-leerkrachten. Uit hetrapport blijkt dat de sfeer en het profileringsaanbod op een middelbareschool belangrijke factoren zijn voor een leerling om voor een school tekiezen.Ook is er in het rapport aandacht voor de veronderstelde voor- en nadelenper type school, bijvoorbeeld het gemakkelijk kunnen wisselen vanonderwijsrichting op een brede scholengemeenschap en de ruimte dieleerlingen ervaren om tot ontplooiing te komen. Het is aan een volgendkabinet om te bezien hoe met deze aanbevelingen om te gaan.8Kamerstuk 31 497, nr. 478; TZ202505-096.9Kamerstuk 31 497, nr. 460; TZ202505-099.10TZ202505-101: Na de zomer van 2025 ontvangt de Kamer een terugkoppeling over degesprekken tussen de Staatssecretaris en de VNG, LBVSO, Ouders & Onderwijs en andererelevante organisaties over de problemen in het leerlingenvervoer.11Kamerstukken 31 293 en 31 289, nr. 660.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8595 9. Opbrengsten plan van aanpak hoogbegaafdheid Sinds eind 2022 is met tien maatregelen12 hard gewerkt aan het doel omeen beter passend en dekkend aanbod, meer (h)erkenning en kennis, enwaar mogelijk maatwerk voor (hoog)begaafde leerlingen te realiseren.Alle maatregelen zijn reeds in uitvoering gebracht en hierbij informeer ikuw Kamer over de opbrengsten. De afgelopen jaren is veel werk verzetom het onderwijs voor (hoog)begaafde leerlingen te verbeteren endaarmee is de basis aanzienlijk versterkt.Het is nu zaak om de geleerde lessen en opbrengsten te borgen enverduurzamen. Daartoe is in de eerste plaats een landelijke normopgesteld welke zal worden geborgd in wetgeving. Zoals voorgenomen13wordt vanaf 2026 23,3 miljoen euro structureel toegevoegd aan deondersteuningsbekostiging van de samenwerkingsverbanden passendonderwijs po en vo14. Scholen en samenwerkingsverbanden kunnendaarbij gebruik maken van de resultaten van de onderzoeken bij beidesubsidieregelingen (2019–2023; 2023–2025), waaronder het monitoron-derzoek en het IMAGE-project15. Dit kan helpen om het onderwijsaanbodvoor (hoog)begaafden verder te versterken. Ook de producten en dienstenvan het Landelijk Kenniscentrum Hoogbegaafdheid (KCHB)16 helpendaarbij. Ik continueer de activiteiten van het KCHB ten minste tot en met2030. Daarmee kunnen scholen en samenwerkingsverbanden de ingezetteacties en geleerde lessen doorzetten, binnen de bredere context vanpassend onderwijs en de beweging naar inclusief onderwijs.Onderdeel van het plan van aanpak was met subsidie meer investeren ineen passend en dekkend aanbod.17 Uit het monitoronderzoek bij desubsidieregeling Begaafde leerlingen 2023–202518 blijkt dat er daadwer-kelijk een breder aanbod is ontwikkeld. Er zijn meer plusklassen,peergroepen en deeltijd- en voltijdvoorzieningen tot stand gebracht. Ookis er bij onderwijsprofessionals meer kennis en bewustzijn over (hoog)be-gaafdheid. De (hoog)begaafde leerlingen ervaren positieve effecten, zoalsmeer welbevinden, hogere motivatie en ontwikkeling van taak- enwerkgedrag, de zogenaamde executieve functies. Specifiek de voltijdhoogbegaafdheidsvoorzieningen zijn inhoudelijk versterkt.Over het algemeen is ook de samenwerking tussen scholen, samenwer-kingsverbanden en soms ook zorgpartijen toegenomen. Ook is begindecember door het KCHB aan alle scholen in het po en vo en de pabo’shet Basisboek Hoogbegaafdheid kosteloos verstuurd.19 Dit naslagwerkdraagt bij aan het signaleren van alle (hoog)begaafde leerlingen20, juistook de kinderen waarbij begaafdheid niet altijd wordt (h)erkend, zoalskinderen met een migratieachtergrond en meisjes. Dit boek is tot standgebracht met de beschikbare middelen van het amendement Ergin-Kisteman.2112Kamerstuk 31 497, nr. 455.13Kamerstukken 31 293 en 31 289, nr. 830.14Staatscourant 2025, 34927 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen15IMpact of Activities in Gifted Education (IMAGE) | NRO.16Het KCHB is in maart 2022 in opdracht van OCW ingericht.17Subsidieregeling Begaafde leerlingen po en vo 2023–2025.18Vleeskens, M., et al., (2025). Monitor subsidieregeling «Begaafde leerlingen primair envoortgezet onderwijs» 2023–2025. Eindrapport Oberon.19Op de website van het kenniscentrumhb.nl is het boek kosteloos te downloaden en tegenkostprijs bestelbaar.20Conform amendement Ergin en Kisteman tijdens de begrotingsbehandeling OCW, 2024Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 132.21Kamerstuk, 36 600 VIII, nr. 132.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8596 10. Versterken van de informatiepositie van samenwerkingsver-banden Afgelopen voorjaar bent u geïnformeerd over de volgende stap in deverbetering van passend onderwijs en specifiek over het versterken vande informatiepositie van samenwerkingsverbanden. Zoals toegezegdinformeer ik uw Kamer nu over de vervolgstappen.22 De inspectie, DUO,ONSwv23 en het Ministerie van OCW onderzoeken samen hoe data,gericht op leerlingenstromen en onderwijstijd, beter verzameld en benutkunnen worden, zodat de ondersteuning van leerlingen verbeterd wordt.Hiervoor is nu een werkgroep aan de slag die als doel heeft om te kijkenwelke informatie bijdraagt aan het verbeteren van de uitvoering van dewettelijke taken van samenwerkingsverbanden en hun sturingsmogelijk-heden in dit kader. In de volgende brief over de voortgang van deverbeteraanpak passend onderwijs wordt uw Kamer verder geïnformeerdover de opbrengsten van de werkgroep.11. Motie-Oostenbrink over bewezen effectieve anti-pestpro-gramma’s Naar aanleiding van een toename van het aantal meldingen over ernstigpesten bij de vertrouwensinspecteurs (VI) van de inspectie verzocht uwKamer in mei 2025 de regering om scholen te stimuleren om bewezeneffectieve antipestprogramma’s te implementeren.24 Hierbij informeer ikuw Kamer hoe het kabinet invulling heeft gegeven aan deze motie.Evidence-informed werken is belangrijk. Daarom stimuleert OCW dat metprogramma’s zoals het Masterplan Basisvaardigheden en Ontwik-kelkracht. Daarnaast zijn we bezig evidence-informed werken op te nemenin de wettelijke deugdelijkheidseisen.25 Scholen zullen daarmee verplichtworden om bij het uitvoeren van hun stelsel van kwaliteitszorg evidence-informed te werk te gaan. Om het landelijke beleid op het gebied vanveiligheid op scholen te kunnen baseren op een betrouwbaar landelijkbeeld van het veiligheidsklimaat, wordt een wettelijke grondslag geregeldvoor de Landelijke veiligheidsmonitor funderend onderwijs.26Ook als we specifiek naar pesten kijken, is het goed als scholen bewezeneffectieve anti-pestprogramma’s gebruiken. Naar aanleiding van demotie-Oostenbrink (BBB) is er contact geweest met Stichting School &Veiligheid (SSV), het Nederlands Jeugdinstituut (NJi), een onderzoekervan de Universiteit Utrecht (UU) en de VI. Het belangrijkste wat daaruitnaar voren kwam is dat het tegengaan van pesten maatwerk is en datscholen in de eerste plaats een gedegen veiligheidsbeleid in brede zinmoeten voeren. Essentieel daarbij is dat ze goed nadenken over wat er inhun specifieke situatie nodig is en dat ze kunnen onderbouwen enuitleggen waarom én hoe hun aanpak effectief is. Zo zijn er bijvoorbeeldprogramma’s die niet expliciet gericht zijn op «pesten», maar daar wel eenpositief effect op hebben vanwege bijvoorbeeld een focus op «school-klimaat», «gedragsproblemen» of «sociale vaardigheden». Eenzorgvuldige implementatie van de aanpak is bovendien dan vervolgensnet zo belangrijk.22Kamerstuk 31 497, nr. 497.23Overkoepelend Netwerk Samenwerkingsverbanden (ONSwv) is de vereniging voor samenwer-kingsverbanden passend onderwijs.24De motie van het lid Oostenbrink, Kamerstuk 31 524, nr. 664.25Het wetsvoorstel zal naar verwachting in Q3 2026 met uw Kamer worden gedeeld.26Het Wetsvoorstel borging gegevensverwerkingen funderend onderwijs ligt momenteel teradvisering bij de Raad van State en wordt naar verwachting in de eerste helft van 2026 naaruw Kamer verstuurd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8597 Het kabinet stimuleert het voeren van een gedegen veiligheidsbeleid opverschillende manieren. Met het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijszullen scholen onder meer worden verplicht om een interne en eenexterne vertrouwenspersoon aan te stellen en hun veiligheidsbeleidjaarlijks te evalueren.27 Voor ondersteuning en advies op maat over datveiligheidsbeleid kunnen scholen terecht bij SSV, die daarvoor subsidieontvangt van OCW. Zij bieden scholen ook wetenschappelijk onder-bouwde handvatten om pesten tegen te gaan. Daarnaast subsidieert hetkabinet het NJi, die een databank beheert met erkende interventies diescholen kunnen raadplegen.12. Persoonlijk voortgezet onderwijs Uw Kamer is op 3 juli 2025 geïnformeerd over de laatste stand van zakenbij Stichting voor Persoonlijk voortgezet onderwijs (hierna: Pvo).28 Pvoverzorgt vanaf 1 augustus 2025 geen onderwijs meer en de stichting zalworden opgeheven.Sinds 2022 was het ministerie actief betrokken bij Pvo. Dit was voorleerlingen, ouders en het personeel een bewogen periode. Het stemtpositief dat er voor de leerlingen van Pvo een passende oplossing isgevonden zodat zij hun schoolloopbaan verder kunnen vervolgen. Hetinstrumentarium van de inspectie voldoet om de liquidatie van destichting door Pvo te bewaken en te bevorderen. Daarom heb ik de regieover de casus weer overgedragen aan de inspectie. Op de escalatieladderdie het ministerie en de inspectie gebruiken voor toezichtcasuïstiek is decasus Pvo daarmee afgeschaald van fase E (de hoogste fase met dezwaarst mogelijke interventies) naar fase D.13. Afronding aanwijzing stichting Islamitische SchoolAmsterdam De stichting Islamitische School Amsterdam (ISA) heeft in november 2022een aanwijzing gekregen vanwege financieel wanbeleid, onrechtmatigeverrijking en onrechtmatig handelen. De aanwijzing bestond uit maatre-gelen ter versterking en professionalisering van het bestuur. Omdat hetbestuur de aanwijzing aanvankelijk onvoldoende naleefde, zijn er in 2023en 2024 meerdere bekostigingssancties opgelegd. Hierover is uw Kamertoentertijd geïnformeerd.29Mede door tussenkomst van het Openbaar Ministerie in een civieleprocedure, waarover uw Kamer ook al eerder is geïnformeerd,30 heeft hetbestuur nu een volledig nieuwe samenstelling. Sinds september van ditjaar voldoet de stichting aan alle maatregelen uit de aanwijzing en om diereden heb ik op 14 oktober 2025 de aanwijzing ingetrokken. Het bestuurheeft ook de bekostiging teruggekregen die gedurende het traject alspressiemiddel was opgeschort. Met deze stappen is het instrumentariumvan mijn ministerie niet langer noodzakelijk en daarom draag ik de regieover de casus weer over aan de inspectie. De inspectie zal vanwegereguliere herstelopdrachten voorlopig geïntensiveerd toezicht blijvenhouden op het bestuur en de basisscholen.27Kamerstuk 36 777, nr. 2.28Kamerstukken 31 293 en 31 289, nr. 830.29Kamerstuk 31 293, nr. 722.30Kamerstuk 31 293, nr. 733.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8598 14. Constatering wanbeheer bij Stichting Mares Beheer Op 5 november 2025 heeft de inspectie mij geïnformeerd dat zijwanbeheer heeft geconstateerd bij Stichting Mares Beheer, het bevoegdgezag van basisschool De Verwondering Voorne in Vierpolders. Dit is deenige school onder dit bestuur. Het bijbehorende rapport is op9 december 2025 gepubliceerd en te raadplegen op de website van deinspectie. Volgens de inspectie is bij dit bestuur sprake van ondeugdelijkfinancieel beheer, waardoor er risico’s zijn voor de continuïteit van hetonderwijs. Door de hoge schulden die de school sinds haar oprichting in2023 heeft opgebouwd, is de stichting momenteel technisch failliet. Deinrichting van zowel het bestuur als de Raad van Toezicht voldoet niet. Zijkomen hun wettelijke verplichtingen en verantwoordelijkheden niet na ener is onvoldoende splitsing tussen het bestuur en de Raad van Toezicht.Daarnaast ontbreekt de sturing op de onderwijskwaliteit. De basiskwaliteitvan het onderwijs is op dit moment nog wel op orde, maar dit komtvolgens de inspectie eerder ondanks, dan dankzij het bestuur.Vanwege de ernst van de bevindingen heeft de inspectie deze casus,conform onderlinge afspraken, geëscaleerd naar fase E van de escalatie-ladder. Dit is de meest urgente fase, waarin er maatregelen genomenkunnen worden die buiten de bevoegdheid van de inspectie vallen.Daarom informeer ik nu ook uw Kamer over de ontstane situatie. Ik deelde zorgen van de inspectie en beraad mij op vervolgstappen. Wanneerdaartoe aanleiding is, zal ik uw Kamer nader informeren.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,K.M. BeckingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8599

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ac78ae0423331c50

14 okt 2026 · db589885ab0274ed

13 okt 2026 · d2a1e648e3225c9a

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.