KamerkringInloggen
Kamerbrief

Uitkomsten Actieagenda Industrie en Omwonenden

19 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7948e616eada64aa · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 089Gezondheid en milieuNr. 346 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 december 2025Nederland is een dichtbevolkt land waar industrie, wonen en natuur nauwmet elkaar verbonden zijn. Onze industrie is essentieel voor het verdien-vermogen, onze dagelijkse voorzieningen en voor de strategischeweerbaarheid van Nederland en Europa. Ook is de industrie de katalysatorvan innovatie en transities, zoals de energietransitie, verduurzaming entransitie naar een circulaire economie. Industriële activiteiten kunnensoms ook negatieve invloed hebben op gezondheid van mens enomgeving, op omwonenden en nabijgelegen natuur. Gezondheid is eengroot goed voor alle Nederlanders. Rondom vergunningplichtigeindustriële bedrijven1 die vanwege hun aard en omvang een significantenegatieve impact kunnen hebben op de gezonde leefomgeving is het danook goed om gericht zoveel mogelijk risico’s beperken.De (milieu)ruimte in Nederland is schaars: we willen veel op een kleinoppervlak – wonen, werken, natuur, industrie, mobiliteit en landbouw. Dezware industrie moet zich hierbij als een goede buur opstellen.Gezondheid en economie moeten immers hand in hand gaan: bedrijvenzorgen voor werkgelegenheid en inkomen en voor producten die vanbelang zijn voor Nederland. Tegelijkertijd beperkt een verantwoordelijkbedrijf de schade aan de omgeving. Er moet dus slim moeten wordennagedacht over hoe een goede balans gevonden wordt tussen hetbenutten van de fysieke leefomgeving en de bescherming ervan. Dit iseen gedeelde verantwoordelijkheid van overheid en de zware industrie,waarbij dit in veel gevallen ook al goed gaat. Het belang van woningbouwstaat hierbij buiten kijf.1Uitgangspunt vormt de definitie van zogenoemde complexe bedrijven in het kader van hetBAL. Om nu qua scope gelijk op te lopen met het OvV-rapport wordt verstaan:grote industriëleinstallaties zoals ippc-installaties en andere milieubelastende activiteiten bedoeld in bijlage 1.1bij de Omgevingswet. kst-28089-346ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3461 Een gezonde leefomgeving is belangrijk. Daarom hebben zijn er inNederland regels, zoals de Omgevingswet, die onze leefomgeving gezondhouden. Toch blijkt uit het OvV-rapport Industrie en Omwonenden2 datbestaande regels de gezondheid van omwonenden niet overal goedgenoeg beschermen – zelfs wanneer bedrijven zich aan deze regelshouden. Als reactie op dit rapport is de Actieagenda Industrie enOmwonenden (hierna: Actieagenda) opgesteld3.Met deze brief wordt de Kamer in het kader van de Actieagenda geïnfor-meerd over:•drie nieuwe maatregelen en twee verkenningen die in gang wordengezet. Hierbij is het uitgangspunt dat «meer regels» niet automatischtot verbetering leidt. Daarom richt deze brief zich op praktijkgericht enrisicogestuurd actie ondernemen daar waar het nodig is;•diverse acties die de afgelopen periode al zijn gestart en bijdragen aaneen betere bescherming van de gezondheid van omwonenden van deindustrie (zie bijlage 1);•resultaten van de uitgevoerde onderzoeken (zie bijlage 3 en 5); enhieruit voortvloeiend opties voor maatregelen voor de toekomst (ziebijlage 2);•adviesdocumenten die betrokken stakeholders hebben opgesteldwaarin zij hun zienswijze geven op de onderzoeksresultaten (zie bijlage4);•de invulling van de motie Kostic´4, de motie Koekkoek5, de motie VanKent6 en verschillende toezeggingen7. Een toezegging aan het lidKostic´8 wordt uitgesteld.•een reactie op het advies «Gezond Gezag, een Schone Zaak» vanPlatform Asfalt Stinkt Landelijk (PASL) namens omwonenden vanindustrieclusters, op verzoek van de vaste Kamercommissie IenW dathierbij wordt afgedaan (2025Z19007/2025D49807).ProbleemschetsDe OvV constateert in het rapport Industrie en Omwonenden dat debalans tussen industriële activiteiten en het beschermen van degezondheid van omwonenden in de praktijk niet vanzelfsprekend is. Ookconstateert de OvV dat de gezondheid van omwonenden van industrieniet altijd voldoende wordt beschermd. Alle betrokken partijen – rijks-overheid, industrie, medeoverheden, uitvoeringsdiensten, kennisinstel-lingen, NGO’s en omwonenden – willen dit verbeteren.We hebben in Nederland een goede traditie als het gaat om het vindenvan een balans tussen het beschermen en benutten van de leefomgeving.Mede door milieubeleid heeft Nederland één van de gezondste bevol-kingen ter wereld en tegelijkertijd is onze economie één van de krach-tigste. Een gezonde, schone en veilige leefomgeving draagt bij aan eenaantrekkelijk vestigingsklimaat van Nederland. Het vergroot de arbeids-productiviteit: mensen zijn minder vaak ziek en zijn productiever.Nederland heeft een stelsel van wetten en regels dat enerzijds zorgt datbedrijven effectief kunnen opereren en anderzijds dat de gezondheid vanomwonenden wordt beschermd. De Omgevingswet biedt mogelijkheden2https://onderzoeksraad.nl/onderzoek/industrie-en-omwonenden/3Kamerstuk 28 089, nr. 285.4Kamerstuk 28 089, nr. 321 en Kamerstuk 28 089 nr. 294.5Kamerstuk 28 089 nr. 292.6Kamerstuk 28 089, nr. 279.7nr. 15979, 15980 en TZ202505-106.8TZ202409-072.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3462 voor maatwerk om gezondheid extra te beschermen. Zo kan er inomgevingsplannen dergelijk maatwerk worden toegepast. Normenworden aangepast op basis van innovaties en nieuwe inzichten, zodat deindustrie met state-of-the-art technologie werkt en de uitstoot daaltrichting de EU-doelstelling zero pollution in 2050. De rijksoverheid isverantwoordelijk voor de overkoepelende kaders en is in bepaaldegevallen vergunningverlener of adviseur. Meestal zijn medeoverheden(als bevoegd gezag) verantwoordelijk voor vergunningverlening,handhaving, toezicht en ruimtelijke planvorming.Dit stelsel van wet- en regelgeving is niet altijd toereikend. Dit blijkt ookuit de bijgevoegde uitgevoerde onderzoeken. Het biedt in de praktijk somste weinig slagkracht om een goede afweging tussen gezondheid enandere belangen te maken. Medeoverheden en omgevingsdienstenvragen om meer (juridische) handvatten om scherper te kunnen sturen opgezondheid. Dit komt met name naar voren op de volgende drie terreinen:1.Handelen als de praktijk erom vraagt;2.Voldoende informatie, kennis en middelen; en3.Vertrouwen bij omwonenden.(1) Wat betreft het daadkrachtig kunnen handelen als de situatiedaarom vraagt worden in de praktijk beperkingen in de uitvoering vanhet VTH-stelsel ervaren. Dit speelt met name bij al vergunde situaties.Hoewel er binnen de huidige wet- en regelgeving juridische instrumentenbestaan om vergunningen aan te passen of aan te scherpen, blijken dezein sommige situaties in de praktijk lastig uitvoerbaar te zijn. Aan demotivering van besluiten worden hoge eisen gesteld. Dat is begrijpelijk,want om te kunnen blijven concurreren en vernieuwen moeten industriëlebedrijven erop kunnen vertrouwen dat een verleende vergunning nietzomaar wordt gewijzigd. Hoe ingrijpender een wijzigingsbesluit, hoehoger de eisen. In sommige gevallen komt daardoor de beleidsmatigwenselijke aanpassing of aanscherping niet tot stand. Soms vanwege eeninformatietekort, soms vanwege ontbrekende capaciteit of middelen. In depraktijk leidt dit tot knelpunten. Dit blijkt ook uit het Juridisch OnderzoekOmgaan met onzekere risico’s9 dat eerder aan de Kamer is aangeboden.(2) Ook beschikt het bevoegd gezag niet altijd over voldoende infor-matie, kennis of middelen om de bestaande wetgeving goed tebenutten. Daardoor kan het bevoegd gezag niet adequaat vergunnen ofingrijpen als dat nodig is10. De OvV wijst op een kennis- en informatiegattussen het bevoegd gezag, kennisinstellingen en de industrie. Dit wordtonderstreept door het eerdergenoemde juridisch onderzoek Omgaan metvergunningen en onzekere risico’s. Dit gat ontstaat onder andere door eengebrek aan kennisuitwisseling tussen industrie en het bevoegd gezag. Eenbedrijf heeft altijd meer kennis over zijn eigen bedrijfsprocessen. Ook is erbijvoorbeeld niet bij iedere omgevingsdienst voldoende gezondheids-kundige of technische kennis over specifieke installaties aanwezig ombesluiten snel en voldoende te onderbouwen11. Meer kennisuitwisselingtussen kennisinstellingen en bevoegde gezagen kan hierbij helpen en desituatie verbeteren zonder regeldruk te vergroten.Het informatietekort kan ook ontstaan doordat er te weinig goedemeetgegevens zijn. Er wordt bijvoorbeeld te weinig gemeten, of niet altijdop de belangrijke momenten. In sommige gevallen, bijvoorbeeld daar9Bijlage bij Kamerstuk 28 089, nr. 33510Zie ook het OvV-rapport «Industrie en Omwonenden», het onderzoek «Controle op industriëleemissies» (actie 10) en het onderzoek «Verbeteren informatiepositie omwonenden en hetbevoegd gezag» (actie 9) (bijlage 3).11Zie ook het onderzoek Actie 3: «BBT in algemene regels»Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3463 waar de industrie zelf meet, staat de kwaliteit van de meting ter discussie.Dit is bijvoorbeeld het geval als deze meting niet als onafhankelijk genoegwordt beschouwd door omwonenden, zeker als controlemetingen afblijken te wijken. Ook is er in bepaalde gevallen behoefte aan meermeetgegevens van bedrijven.(3) Deze en andere factoren leiden ertoe dat het vertrouwen vanomwonenden in de overheid en in de zware industrie in een aantalgevallen is geschaad12. Er is behoefte aan meer verbinding tussen deomwonenden, bevoegd gezag (provincies, gemeenten), omgevings-diensten, industrie en de rijksoverheid als stelselverantwoordelijke in hetVTH-stelsel. Door gezondheid in elke stap zichtbaar en transparant steedsmee te wegen én door met elkaar in gesprek te blijven, kan dit onderlingevertrouwen verbeteren. Luisteren zorgt voor beter begrip. Beter begripdraagt bij aan het behoud van de license to operate van de zwareindustrie. Alle betrokkenen hebben elkaar nodig.Een gezonde leefomgeving is belangrijk. Wel zullen er gebiedsgerichtekeuzes moeten worden gemaakt over welke maatschappelijke opgavenprioriteit krijgen. Hierbij biedt de ontwerpNota Ruimte het integralekader.13 Als onderdeel van een brede weging tussen meerdere belangen,is het belangrijk om kennis over wat een gebied gezond, schoon en veiligmaakt aan de voorkant betrekken bij de ruimtelijke inrichting. Het iseffectiever om deze kennis vroegtijdig mee te wegen in de ruimtelijkeordening en dat op dat moment de overheid bewust de keuze maakt watmoet worden voorkomen en wat geaccepteerd moet worden, dan omlater mitigerende maatregelen te moeten nemen. Zo ontstaat er eenbalans tussen het beschermen en het benutten van de leefomgeving.Bijvoorbeeld door functies te combineren, clusteren, stapelen of juist dooractiviteiten uit elkaar te trekken. Of door soms te accepteren dat debelasting op de leefomgeving toeneemt. Op deze manier zorgt deoverheid ervoor dat milieu en ruimtelijke opgaven integraal wordengewogen.Nieuwe maatregelenEr zijn geen snelle maatregelen die deze complexe problematiek in éénkeer oplossen. Uitgangspunt is om geen stapeling van eisen bovenop hetbestaande instrumentarium van wet- en regelgeving te creëren. Daaromwordt een aantal verschillende stappen gezet. Ten eerste starten tweepraktijkgerichte en risicogestuurde pilots rond de volgende onderwerpen:1.Versteviging GGD-advies bij het opstellen van omgevingsvisie en-plan;2.Meten.Ook wordt er een gesprekstafel met omwonenden, overheid en industrieingericht.Tenslotte starten er twee verkenningen over de volgende onderwerpen:1.Herbeoordelingsmoment voor vergunningen;2.Positieve financiële prikkels om bovenwettelijk meer te doen aanleefomgeving en gezondheid omwonenden.12Zie ook het OvV-rapport «Industrie en Omwonenden», en de uitgevoerde verkenning naar eendialoog tussen Overheid, Industrie en Omwonenden door het OFL.13Bijlage bij Kamerstuk 29 435, nr. 269Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3464 Pilot 1: versteviging GGD-advies bij het opstellen van Omgevingsvisie en-planHet doel van deze pilot is om nog beter te verzekeren dat gezondheid opvoorhand wordt meegewogen bij keuzes over de ruimtelijke inpassing envoorwaarden voor zware energie-intensieve industriële activiteiten. DeGGD kan laten zien of, en zo ja hoeveel impact de zware industrie heeft opde gezondheid van omwonenden en hoe deze impact te beperken. DeGGD heeft een brede blik en kan zorgen in perspectief plaatsen. Deze pilotis daarmee een belangrijke manier om de license to operate van de zwareindustrie, te versterken. Een goede afweging kunnen maken, betekent nietdat hiermee het belang van gezondheid altijd boven de andere belangenstaat.In de Omgevingswet is opgenomen dat provincies en gemeentenverplicht rekening moeten houden met het beschermen van degezondheid bij toedeling van functies aan locaties. Anders gezegd: degezondheid is integraal onderdeel van de ruimtelijke ordening. Omgezondheid goed mee te kunnen wegen kunnen provincies en gemeentengebruikmaken van de gezondheidskundige expertise van de GGD. Opgrond van de Wet publieke gezondheid dient het college van burge-meester en wethouders van een gemeente advies te vragen aan de GGD«voordat besluiten worden genomen die belangrijke gevolgen kunnenhebben voor de publieke gezondheidszorg». Op dit moment is het aanprovincies en gemeenten zelf om te bepalen of zij de GGD betrekken bijhet opstellen van hun omgevingsvisies en -plannen. De GGD wordtregelmatig door gemeenten en soms door provincies om adviesgevraagd, maar dit gebeurt niet verplicht of structureel rond vraagstukkenin de ruimtelijke ordening.Gemeenten zijn opdrachtgever van de GGD. De GGD heeft geen formelerol richting provincies, terwijl de planvorming op dit niveau ook invloedheeft op de industrie en omwonenden. Provincies vragen op ad-hoc basisom advies van de GGD, met name bij hun omgevingsvisies en-verordeningen. Juist bij omgevingsplannen waar er sprake is van deinpassing van industriële activiteiten of hindergevoelige functies in debuurt van industriële activiteiten is het vroegtijdig en volwaardiginbrengen van gezondheidsexpertise van de GGD cruciaal. Door dezekennis vroeg in het proces beschikbaar te maken, kunnen gezondheidsbe-langen beter worden geborgd. Dit blijkt ook uit een recent rapport van deInspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)14.De uitgevoerde onderzoeken15 en de zienswijzen van betrokken partijen,waaronder de industrie en de Expertgroep Gezondheid IJmond, onder-steunen het idee om de rol van GGD-advies structureel te versterken. Eenopenbaar GGD-advies zorgt ervoor dat gezondheid volwaardig kanworden meegewogen in besluitvorming en dat deze weging achterafnavolgbaar is. Door gezondheid aan de voorkant goed mee te nemen kanschade in de toekomst worden voorkomen.Besluitvorming en het maken van een integrale belangenafweging is aanhet bevoegd gezag. Daarbij blijft bestuurlijke ruimte om keuzes te maken14Zie: https://www.igj.nl/documenten/2024/09/12/invloed-nemen-en-krijgen-toezicht-op-de-rol-van-de-ggd-bij-gezondheidsrisicos-door-de-leefomgeving15Deze maatregel is onderzocht in de onderzoeken actie 12: «Gezondheid in de Omgevingswet»en actie 13: «Verkenning versterken adviesrol GGD» (bijlage 3). Een nadere uitwerking vandeze maatregel, voorbij de pilotfase zoals omschreven in deze brief, is te vinden in factsheet2b, bijlage 5.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3465 bestaan. Het is ook aan bestuurders om verantwoording af te leggen overde uiteindelijke afweging.De uitvoering ziet er als volgt uit: Er worden pilotprojecten vormgegevenop verschillende plaatsen in Nederland waarin met alle betrokken partijenervaring wordt opgedaan met het tijdig betrekken van gezondheidsadviesin de planvorming rond industrie. De pilot gaat over ruimtelijke plannenwaar er sprake is van een afweging waarbij industriële activiteiten een rolspelen en waar GGD-advies vroegtijdig in het besluitvormingsproces kanworden opgevraagd. Daarbij is een belangrijk uitgangspunt om bestaandemogelijkheden in de huidige wet- en regelgeving te verbeteren. In depilotprojecten wordt o.a. gekeken naar een mogelijke gezamenlijke aanpaken naar welke afspraken over rollen, randvoorwaarden en kennisinfra-structuur nodig zijn. Hiermee wordt inzicht verkregen in wat nodig zou zijnom dit duurzaam te verankeren en welke effecten dit heeft op debescherming van gezondheid, de planvorming en het vertrouwen in debesluitvorming.Pilot 2: MetenHet doel van deze pilot is om bij te dragen aan een gedragen basis vanmeetdata die betrouwbaar is. Gedragen meetgegevens vergroten begripen vertrouwen van omwonenden en bevoegde gezagen, zonder dat erextra regelgeving nodig is. Deze pilot stuurt dus expliciet niet op extraregelgeving rondom meten, maar praktijkgerichte oplossingen om tekomen tot betrouwbare meetgegevens binnen het stelsel dat hiervoor albestaat. Hierdoor kunnen beslissingen over bijvoorbeeld vergunningenbeter genomen worden, wat de verduurzaming en hiermee toekomstbe-stendigheid van bedrijven ten goede kan komen.Een betrouwbaar (en transparant) systeem van emissie- en immissieme-tingen is essentieel voor het bevoegd gezag en omwonenden. Beschikkingover deze gegevens over de uitstoot van vervuilende stoffen en de invloeddaarvan op de concentraties in de omgeving versterkt de kennispositievan het bevoegd gezag en zorgt dat deze de gezondheid vanomwonenden beter kan beschermen.Het huidige systeem van emissiemetingen bestaat eruit dat industriëlebedrijven periodiek, conform wet- en regelgeving, geaccrediteerdemeetbureaus metingen laten uitvoeren aan hun installaties. Dezemetingen dienen om de uitstoot vast te stellen en om te controleren of ernog steeds aan de eisen uit de vergunning of van wet- en regelgevingwordt voldaan. Het bevoegd gezag voert daarnaast controlemetingen uitbij deze bedrijven. Ook worden er op verschillende manieren immissieme-tingen gedaan, door omgevingsdiensten, GGD’en en het RIVM16.Soms laten geaccrediteerde controlemetingen door het bevoegd gezageen andere uitkomst zien dan de eerder uitgevoerde metingen doorbedrijven, waardoor twijfel kan ontstaan over de metingen die bedrijvenzelf uitvoeren. Soms lijkt de representativiteit van emissiemetingen diedoor bedrijven worden uitgevoerd onvoldoende te zijn. Ook worden doorvoortschrijdend inzicht soms nieuwe stoffen aangetroffen in de uitstootvan bedrijven. Dit soort voorbeelden laat zien dat onvoldoende goedeinformatie bij het bevoegd gezag kan leiden tot afbreuk aan hetvertrouwen van omwonenden in de metingen van bedrijven.Het kabinet wil daarom toewerken naar een systeem waarin emissies enimmissies van relevante vervuilende stoffen goed en op de juiste16Zie bijvoorbeeld: https://www.luchtmeetnet.nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3466 momenten worden gemeten, dichterbij de bedrijven, waarbij meetge-gevens transparanter en beter controleerbaar zijn. Zo kunnen metingenmeer bijdragen aan gezondheidsbescherming. Het is in het belang van dezware industrie, omwonenden en het bevoegd gezag dat metingen doorbedrijven betrouwbaar en controleerbaar zijn, dat ze de informatieopleveren die nodig is en dat over de kwaliteit geen discussie hoeft plaatste vinden.Om te bepalen hoe dit het beste kan worden vormgegeven, wordt gestartmet een aantal praktijkgerichte en risicogestuurde meetpilots op hetgebied van het betrouwbaarder en toegankelijker maken van immissie- enemissiemetingen bij een aantal industriële locaties17. Op iedere locatie isde problematiek en de behoefte anders. Daarom starten we in de praktijken worden het bedrijf en omwonenden betrokken door het bevoegd gezag(en het Rijk). Bij immissiemetingen worden GGD’en en het RIVMbetrokken. Hiermee worden de behoefte, de problematiek en de mogelijkeoplossingen scherp en kan de pilot per locatie passend worden vormge-geven. De resultaten van de pilot landen in een advies over het wel of nietzetten van mogelijke vervolgstappen. Op basis daarvan kan wordenbesloten of, en zo ja hoe er een vervolg komt.De ambitie is dat met deze pilot op de locaties waar deze wordt ingezetdirect (bovenwettelijk) resultaat wordt bereikt op basis van de lokalebehoefte en dat er ervaring wordt opgedaan die later ook elders kanworden toegepast. Hiermee wordt de motie Van Kent afgedaan18.Gesprekstafel tussen omwonenden, overheid en industrieEr is behoefte aan meer verbinding tussen omwonenden, industrie enoverheid om stappen te zetten naar een gezondere leefomgeving. HetOverlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) zocht op verzoek van hetMinisterie van IenW naar manieren om een dialoog tussen (toekomstige)omwonenden, overheden en bedrijven vorm te geven. Dat verzoek kwamvoort uit de behoefte om signalen van omwonenden eerder, sneller enbeter op de juiste plek te krijgen en kennis structureel met elkaar te delen.De vormgeving van zo’n dialoog blijkt complex: er zijn veel partijen metverschillende rollen, posities, belangen, rechten, plichten en verantwoor-delijkheden. Er is vanuit alle partijen de wens om in gesprek te blijven,maar er is ook scepsis of een dialoog echt wat zal verbeteren.Het doel van deze gesprekstafel is ervoor zorgen dat de overheid kanluisteren naar de zorgen van omwonenden én de zorgen van industrie.Omwonenden maken zich zorgen om hun gezondheid, de zware industrieom hun bestaansrecht. Het is belangrijk dat deze zorgen op tafel komenen omwonenden, industrie en overheid elkaar kunnen proberen tebegrijpen.Het OFL adviseert in een eerder met uw Kamer gedeeld rapport19 om eenactiegericht beraad in te richten en een commissaris voor industrie enomwonenden aan te stellen. Op basis van het rapport wordt gestart metde inrichting van een landelijke gesprekstafel waarin (een representatievan) omwonenden, overheid, zware industrie en andere betrokken17Deze maatregel komt voort uit de onderzoeken in het kader van actie 9: «Verbeteren informa-tiepositie omwonenden en het bevoegd gezag», actie 7: «Piekbelasting en gezondheid bijvergunningverlening» en actie 10: «Controle op industriële emissies» (bijlage 6). Een nadereuitwerking van deze maatregel, inclusief denkrichtingen voor de werkgroepen, staat infactsheet 5a, bijlage 5.18Kamerstuk 28 089, nr. 279.19Bijlage bij Kamerstuk 21 109, nr. 274Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3467 partijen structureel met elkaar in gesprek gaan20. Deze gesprekstafelbestaat uit een vaste landelijke kern, die regio’s bezoekt waar zorgenspelen en daar met de lokale gemeenschap in gesprek gaat om signalente duiden, kennis te bundelen en mogelijkheden voor verbetering teverkennen.Met deze aanpak wordt ruimte gecreëerd om gezamenlijk te leren watwerkt om de dialoog duurzaam vorm te geven en signalen tijdig om tezetten in actie. Zo ontstaat inzicht of oplossingen lokaal, regionaal oflandelijk moeten worden gezocht, en kunnen patronen worden herkend enbesproken. De tafel richt zich op het versterken van de onderlinge relatieen transparantie en op concrete verbeteringen in de praktijk. Dezegesprekstafel komt naast de bestaande, wettelijke inspraakprocedures bijprojecten, programma’s en vergunningen. Deze blijven bestaan enhouden hun eigen proces en juridische status. De tafel wordt in eersteinstantie voor twee jaar ingesteld en zal in het tweede jaar wordengeëvalueerd. Op basis daarvan kan worden besloten of, en zo ja hoe ereen vervolg komt.Het advies van de OFL om een commissaris in te stellen die de positie vanomwonenden behartigt, wordt niet overgenomen. Het beeld is dat hetinstellen van deze commissaris, in combinatie met de andere maatregelenuit deze brief, zou leiden tot dubbeling en bestuurlijke drukte. Wel bestaatde mogelijkheid om een gezaghebbende representant voor omwonendenin de gesprekstafel aan te stellen. Deze mogelijkheid zal bij het uitwerkenvan de gesprekstafel worden betrokken.VerkenningenUit de onderzoeken zijn nog veel meer resultaten gekomen. Die kennismoet niet verloren gaan. Daarom zijn bij deze brief de onderzoeksresul-taten en daaruit voortvloeiend opties voor vervolgstappen meegezonden.Hieronder worden alvast twee zaken uitgelicht die de komende tijd naderworden verkend, namelijk: een herbeoordelingsmoment voor vergun-ningen en positieve financiële prikkels voor schone industrie.Verkenning 1: Herbeoordelingsmoment voor vergunningenHet doel van deze verkenning is het krijgen van een beeld over hoe hetsysteem van vergunningverlening effectiever kan worden, door onderandere herbeoordeling van vergunningen. Deze verkenning zal breedopgesteld worden, met oog voor het concurrentievermogen vanbestaande industrie. De kosteneffectiviteit zal hierin meegenomenworden.De bescherming van gezondheid en leefomgeving vraagt om eenindustrie die voortdurend blijft verbeteren. Tegelijkertijd blijkt uitonderzoek21 en de praktijk dat bestaande vergunningen vaak langdurigongewijzigd blijven, ook wanneer nieuwe inzichten of schoneretechnieken beschikbaar komen.Het is allereerst van belang de bevoegde gezagen meer ondersteuning tebieden bij het opvolgen van bestaande verplichtingen en het gebruik vande al bestaande mogelijkheden. Daarbij gaat het met name om de vraaghoe bevoegde gezagen er binnen de bestaande regels voor kunnenzorgen dat ze adequate informatie van het bedrijf krijgen.20Een nadere uitwerking van deze maatregel, voorbij de opzet zoals omschreven in deze brief, iste lezen in factsheet 1, bijlage 5.21Zie Juridisch Onderzoek «Omgaan met onzekere risico’s». Bijlage bij Kamerstuk 28 089, nr. 335Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3468 Daarnaast zal de mogelijkheid worden verkend om periodiek tot eenintegrale herbeoordeling van vergunningen te kunnen komen22 23. Degedachte is dat een herbeoordeling kan bijdragen aan het verbeteren vande kwaliteit van de leefomgeving en de gezondheid van omwonenden. Inde verkenning zal daarom worden bekeken of en hoe op een meerefficiënte en effectieve manier gekomen kan worden tot een wijziging vanvergunningen of vergunningvoorschriften. Daarbij zal in elk geval wordenverkend in welke gevallen het initiatief voor de herbeoordeling zoumoeten liggen bij degene die een activiteit uitvoert (ook in verband metde bewijslast) en welke informatie en (onderzoeks)gegevens daarvoorbeschikbaar zouden moeten zijn.Verkenning 2: Positieve financiële prikkels om bovenwettelijk meer tedoen aan leefomgeving en gezondheid omwonendenHet doel van deze verkenning is om groen en schoon zijn te stimuleren.Wanneer een industrieel bedrijf zichzelf als een goede buur opstelt, zou ditook wat op moeten leveren.Er zijn maar weinig sluitende investeringsprikkels om bovenwettelijkeemissiereducties door te voeren die aantoonbaar gezondheidswinstopleveren. Een subsidie-instrument en andere positieve financiële (fiscale)prikkels kunnen investeringen in vergroening en innovatie aanjagen.Verkend zal worden op welke manier bovenwettelijke emissiereductiesdoor industriële bedrijven aantrekkelijker gemaakt kunnen worden. Indeze verkenning wordt gekeken naar mogelijke instrumenten op basis vande waargenomen behoefte en al bestaande instrumenten (zoals deMIA-VAMIL).Context en vervolgstappenHet kabinet heeft begrip voor partijen die om verdergaande maatregelenvragen en voor de belangrijke positie die de industrie heeft voor onzeeconomie en de lastige situatie waarin zij zich bevindt. Niet alles kan enniet alles kan tegelijk.In bijlage 2 van deze brief zijn op basis van de onderzoeksresultaten vande Actieagenda eventuele stappen voor de toekomst grofmazig in kaartgebracht. Deze factsheets worden nu niet door dit kabinet in gang gezet.Dit kabinet kiest ervoor om te starten met pilots en verkenningen zoalsbeschreven in deze brief die meer inzicht zullen geven in wat aanverbetering nodig en mogelijk is. Uitgangspunt bij deze pilots is dat dezehaalbaar zijn voor de industrie en probleem- en risicogericht zijn: zelossen de problemen op waar ze bestaan en verhogen niet de regeldrukvoor bedrijven die het al goed doen. Met de nieuwe maatregelen in dezebrief worden dus geen onomkeerbare stappen gezet.De pilots en verkenningen worden in de loop van 2026 in gang gezet. Dekosten hiervoor worden gedekt vanuit de IenW begroting, de GGD-pilotwordt ook deels gedekt vanuit de VWS-begroting. Er wordt betrokkenheidgevraagd van partijen die nodig zijn voor de uitvoering en partijen die22Onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (die is ingetrokken met de inwerking-treding van de Omgevingswet) bestond wel de mogelijkheid een bedrijf bij een wijzigingsaan-vraag te verplichten een geheel nieuwe aanvraag voor het hele bedrijf in te dienen, maar ookdie mogelijkheid heeft niet geleid tot het op ruime schaal aanscherpen van vergunningen.Onderdeel van de verkenning zal zijn de ervaringen met dit instrument.23Deze verkenning loopt separaat aan het ingezette traject voor vergunningen voor lozingen enonttrekkingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3469 hierdoor worden geraakt. Denk aan medeoverheden, uitvoeringsdiensten,kennisinstellingen, industrie en (representatie van) omwonenden. Waarnodig worden de mogelijke effecten op uitvoerbaarheid (via een uitvoer-baarheidstoets), administratieve lasten, kosten en regeldruk getoetst, enwordt gekeken hoe deze te voorkomen. Mocht er uit deze pilots op een ofandere manier een gevolg zijn voor regelgeving, dan wordt hierbijregeldruk expliciet meegewogen. Ook wordt hierbij een bedrijfseffecten-toets uitgevoerd. Uit deze toets blijkt voor welke bedrijven het noodza-kelijk is om deze regel van toepassing te maken. Enkel deze bedrijvenzullen dan in de benodigde definitie worden opgenomen.Ook ga ik met partijen binnen het VTH-stelsel in gesprek om te kijken wathen in het huidige stelsel zou kunnen helpen om te komen tot meeruniformering en standaardisering voor de zware industrie.Met deze nadere uitwerking en aanscherping van de Actieagenda wordtde motie Kostic´24, die verzoekt om te komen met een aanscherping enverdere uitwerking van de Actieagenda afgedaan. U wordt eind 2026geïnformeerd over de stand van zaken rondom de pilots, gesprekstafel enverkenningen.Wat nu al gebeurtEr is de afgelopen jaren niet stilgezeten. In de tijd tussen de publicatie vanhet OvV-rapport Industrie en Omwonenden en nu zijn er al veel actiesondernomen. Deze acties vormen samen een belangrijke stap om degezondheid van omwonenden van industrie beter te beschermen metbehoud van de concurrentiepositie van de industrie en zonder extraregeldruk. Hieronder worden een aantal van deze belangrijke actiesbeschreven. In bijlage 1 is een volledig overzicht gegeven.GezondheidseffectrapportageMomenteel worden voor bepaalde projecten verplicht de milieueffecten inkaart gebracht via de milieueffectrapportage (MER). Hierbij horen ookgezondheidseffecten. Op dit moment vindt ook een pilot van een GER(gezondheidseffectrapportage) plaats bij Tata Steel. Een GER zou deeffecten van projecten op de gezondheid van omwonenden verder in kaartkunnen brengen25. De GER is een pilot rondom Tata Steel en geenbestaand instrument. De uitvoering van de pilot bij Tata Steel moetuitwijzen wat de meerwaarde is van (elementen van) de GER, hoe dezehet best kan worden vormgegeven en op welk moment in het vergun-ningsproces dit instrument het meeste effect heeft. Dit is in lijn met demotie Gabriëls c.s26.Een belangrijke voorwaarde voor het verder brengen van de GER is dat dithet vergunningsverleningsproces niet moet vertragen en de regeldruk nietdisproportioneel moet laten toenemen. Daarom wil het kabinet geennieuwe instrumenten introduceren. Vanwege de samenhang tussenemissies, milieukwaliteit en gezondheid ligt het voor de hand om dieelementen van de GER die van toegevoegde waarde zijn op termijn onderte brengen in de systematiek van het MER.24Kamerstuk 28 089, nr. 321.25Een nadere uitwerking van de GER is te vinden in factsheet 2a, bijlage 5.26Kamerstuk 28 089, nr. 287.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34610 Implementeren Europese regelgevingEr wordt gewerkt aan de implementatie van de herziene EuropeseRichtlijn Industriële Emissies (RIE). De implementatie van de richtlijn komttegemoet aan de OvV-aanbeveling over het eenduidig en uitvoerbaarmaken van wet- en regelgeving. Deze herziene richtlijn bepaalt onderandere dat bedrijven voortaan standaard worden vergund aan destrengste kant van de bandbreedte van de Beste Beschikbare Technieken(BBT). Dit zal in Nederlandse regelgeving moeten worden verankerd.Wanneer een bedrijf wil afwijken van deze strengste norm, moet het devolledige BBT-bandbreedte in kaart brengen en onderbouwen waarom deinstallatie niet kan voldoen aan de strengste eisen. Het informatietekortvan de omgevingsdiensten kan hiermee worden verminderd. Omgevings-diensten krijgen hierdoor meer inzicht in de bedrijfsprocessen wat hen instaat stelt om hun taken beter uit te voeren.Enkele jaren na de implementatie van de richtlijn in Nederlandseregelgeving zal een evaluatie plaatsvinden. Daarmee kan wordennagegaan of er nog resterende of nieuwe knelpunten zijn, en of en hoe dieopgepakt moeten worden. Dit komt ook tegemoet aan de behoefte van hetbevoegd gezag.Nederland zet zich daarnaast in voor goede en scherpe industriële normenvia de Europese BREF-processen. Bij iedere herziening van een BREFworden de emissienormen voor een bepaalde branche voor heel Europaaangescherpt. Dit draagt niet alleen bij aan een betere bescherming vande leefomgeving, maar zorgt ook voor een gelijk speelveld voor deindustrie binnen de EU. Het kabinet zet er actief op in dat BREF’s wordengeactualiseerd en aansluiten bij nieuwe processen in het kader van deenergietransitie en dat ze met oog op de toekomst voldoende ruimtebieden voor verduurzaming en innovatie. Het is van belang dat deindustrie stappen kan zetten om de klimaatdoelen te halen en dat tegelijkde leefomgeving verbetert.Wetsvoorstel versterking VTH-stelselHet wetsvoorstel ter versterking van het VTH-stelsel moet leiden tot eenrobuuster stelsel binnen de kaders van de Omgevingswet. Een goedVTH-stelsel milieu draagt bij aan een veilige, schone en gezondeleefomgeving. Het is belangrijk dat de organisaties die belast zijn met deuitvoering van de VTH-taken, voldoende geëquipeerd zijn om deze takenuit te voeren en dit in voldoende onafhankelijkheid kunnen doen. Anderskan dit leiden tot schade aan het milieu en de gezondheid van mensen entot gevaarlijke situaties.Er zijn in de afgelopen decennia grote inspanningen verricht om dekwaliteit van de uitvoering te verbeteren. Toch is zichtbaar dat de kwaliteitvan de uitvoering bij verschillende omgevingsdiensten nog steedsonvoldoende is. Dit was, naast twee kritische rapporten van de AlgemeneRekenkamer, de conclusie van de commissie Van Aartsen die in 2021 hetrapport «Om de leefomgeving. Omgevingsdiensten als gangmaker voorhet bestuur» uitbracht. De commissie concludeerde dat het VTH-stelselmilieu niet goed functioneert en wordt gekenmerkt door fragmentatie envrijblijvendheid. Dit in combinatie met het ontbreken van mogelijkhedenvoor de Minister van IenW om zijn stelselverantwoordelijkheid te nemenen regie te voeren. Hierdoor ontstaat vermijdbare milieuschade.De commissie Van Aartsen schreef niet alleen op welke tekortkomingen zijzag, ze deed ook tien aanbevelingen om het stelsel te versterken. Eén vande acties die voortvloeit uit de bevindingen van de commissie VanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34611 Aartsen is het opstellen van het wetsvoorstel Versterking VTH-stelselmilieu (op dit moment in voorbereiding). Hierbij wordt ook gekeken naarmogelijk ingrijpen door de Staatssecretaris van IenW wanneer de kwaliteitvan het werk van de omgevingsdiensten ontoereikend of niet goed is.Deze optie, die als ultimum remedium wordt ingezet, kan de slagkrachtvan het stelsel versterken.De pilots die met deze brief worden ingezet en andere opgedane inzichtendie uit de Actieagenda voortvloeien kunnen ook inzicht geven over destandaardisering en stroomlijning van het VTH-stelsel in het kader vankennis over de industrieclusters.Pad naar de EU-doelstelling zero pollution 2050Er is in het kader van de Actieagenda een eerste verkenning uitgevoerdnaar de omvang van de opgave voor een gezonde, schone en veiligeleefomgeving in 2050 gefocust op luchtkwaliteit. De verkenning isbijgevoegd bij deze Kamerbrief. De industrie maar zeker ook anderesectoren hebben daar een belangrijke rol in te spelen. Het bereiken vanzero pollution, de situatie waarin de gezondheid van mens en natuur geenschade meer ondervindt door vervuiling of hinder, vraagt aanvullendeinzet. Naast het beter borgen van de gezondheid nu, moet er parallel dusworden nagedacht over verdere stappen, niet alleen op het terrein vanlucht, maar ook op het terrein van bodem- en waterkwaliteit en anderemilieuaspecten zoals geluid. De breedte en het langetermijnkarakter vandeze vraagstukken gaan verder dan de Actieagenda Industrie enomwonenden. Het Nationaal MilieuProgramma zal in 2026 met dezevraagstukken aan de slag gaan. Het NMP kijkt namelijk naar alle sectoren,niet alleen naar de industrie. Vanuit die bredere invalshoek wordt verkendwelke transitiepaden richting 2050 mogelijk zijn.De eerder aangekondigde visie op het langetermijnmilieubeleid van hetNationaal MilieuProgramma laat ik overigens aan een volgend kabinet –het is aan mijn opvolger om hier invulling aan te geven.Betrokkenheid van stakeholdersTijdens deze eerste fase van de Actieagenda Industrie en Omwonenden isveel gesproken met belanghebbenden, waaronder omwonenden,maatschappelijke organisaties, lokale overheden, uitvoerders en vertegen-woordigers van de industrie. Zij hebben meegedacht over de plannen vanaanpak, advies gegeven en gereflecteerd op de resultaten. Deze inbrengheeft geleid tot aanpassingen in zowel de plannen als het nu gepresen-teerde maatregelenpakket.Niet alle aangedragen suggesties zijn overgenomen. Hier is eenzorgvuldige afweging in gemaakt tussen de gezondheid van omwonendenen het verdienvermogen van de zware industrie. Deze belangen blijf iksteeds in samenhang zien. Daarom is aan de betrokken partijen gevraagdhun standpunten vast te leggen in adviesdocumenten, zodat maximaleopenheid bestaat over de zienswijzen, de belangen, en de daaruitvolgende afwegingen. Deze adviesdocumenten zijn als bijlage bij dezebrief gevoegd en vormen een belangrijk onderdeel van de besluitvorming.Platform Asfalt Stinkt Landelijk (PASL) heeft op verzoek van omwonendenvan industrieclusters het advies «Gezond Gezag, een Schone Zaak»aangeboden. De zienswijzen en ervaringen worden zeer gewaardeerd enhelpen ons om het perspectief van omwonenden transparant te betrekkenbij beleidskeuzesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34612 In lijn met het verzoek van omwonenden heeft het Ministerie van IenWook deskundigen op het gebied van gezondheid van de ExpertgroepGezondheid IJmond gevraagd om een adviesdocument te schrijven. Inhaar adviesdocument kiest de Expertgroep speerpunten die overeen-komen met die van de pilots en verkenningen die in deze brief wordenaangekondigd.Suggesties voor vervolgonderzoek vanuit de belanghebbenden wordenmeegenomen bij de ontwikkeling van een kennisagenda. De gesprekkenworden voortgezet en verder versterkt. Belanghebbenden zullen wordenbetrokken bij de inrichting en uitvoering van de maatregelen uit dezebrief. De wijze waarop dit gebeurt, wordt per maatregel samen met debetrokken partijen vormgegeven.Ik wil via deze weg alle betrokkenen bedanken voor hun inzet, kennis enbetrokkenheid. En ik kijk er naar uit om met alle betrokkenen verder tewerken aan de precieze vormgeving van de pilots.Tot slotMet de Actieagenda Industrie en Omwonenden en de daaruit voort-vloeiende maatregelen die in deze brief staan beschreven, wordt een stapgezet om een goed evenwicht te realiseren tussen de bescherming van degezondheid van omwonenden en een krachtige Nederlandse industrie enwordt de toezegging om een nadere invulling te geven aan de Actie-agenda en de motie Kostic afgedaan27 28. Bij het zetten van deze stap ishet belangrijk dat het doel van een balans tussen economische ontwik-keling en gezondheid niet uit het oog wordt verloren. De industrie moeteen goede buur zijn en blijven. De maatregelen moeten zorgen voorgezondheidswinst en tegelijkertijd moeten extra administratieve lasten,regeldruk en vertraging in de vergunningverlening worden voorkomen eneen license to operate niet worden beperkt. De Kamer wordt eind 2026over de voortgang van de pilots, de gesprekstafel en de verkenningengeïnformeerd.Deze brief is een belangrijke eerste stap. Tegelijkertijd realiseer ik mij datwe er hiermee nog niet zijn. Zorgvuldig afgewogen maatregelen, opnationaal en Europees niveau, zijn nodig voor een gezonde leefomgevingvan omwonenden en voor de concurrentiepositie van de industrie. Dezebelangen gaan hand in hand. Voor volgende kabinetten staan er – opbasis van de resultaten van de opgedane kennis in de afgelopen periode –opties voor toekomstige stappen in bijlage 2. Graag wissel ik hierover metuw Kamer van gedachten.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. Aartsen27nr. 1597928Kamerstuk 28 089, nr. 294Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34613 REEDS IN GANG GEZETTE ACTIESVTH-stelselEr is en wordt op verschillende manieren gewerkt aan de versterking vanhet VTH-stelsel om te komen tot meer robuuste omgevingsdiensten enom tegemoet te komen aan de OvV-aanbevelingen over het verbeterenvan het kennisniveau van het bevoegd gezag door het aanwenden van dejuiste kennis op het juiste moment.Zoals ook eerder in deze brief aangegeven werkt het Ministerie van IenWaan het wetvoorstel Versterking VTH-stelsel milieu. Het doel van ditwetsvoorstel is het verbeteren en uniformeren van de kwaliteit van dewerkzaamheden die omgevingsdiensten verrichten binnen het VTH-stelselmilieu. Het wetsvoorstel voorziet, naast de eerder genoemde mogelijkheidvoor de Staatssecretaris van IenW om in te grijpen, in een grondslag voorde zogenaamde robuustheidscriteria die eerder interbestuurlijk zijnvastgesteld, eisen ten aanzien van het geografische werkgebied, degrondslag voor de Staat van VTH als monitoringsinstrument voor deuitvoeringskwaliteit. Alhoewel het wetsvoorstel bouwt aan een goedfundament waaraan omgevingsdiensten moeten voldoen en niet op deinhoudelijke taken zelf, is het ondersteunend aan de genoemde maatre-gelen in deze brief.Op de begroting van het Ministerie van IenW zijn bovendien structureelextra middelen (18 mln. euro) opgenomen voor de versterking van hetVTH-stelsel. Een deel hiervan wordt ingezet voor het opbouwen enverspreiden van relevante kennis voor omgevingsdiensten via dekennisinfrastructuur van Omgevingsdienst NL29. Daarnaast biedt deOmgevingsdienst NL academie een breed trainings- en opleidingsaanbodvoor alle professionals bij omgevingsdiensten30.Zeer Zorgwekkende StoffenZoals aangeven in mijn brief van 23 september 202531 over het Impulspro-gramma Chemische Stoffen werkt het RIVM aan een nieuw rapport overde eerder gepubliceerde Hazard Index methode, waarin deze methodenader wordt uitgewerkt en verschillende praktijkcases worden behandeld.Daarnaast wordt in dit rapport de samenhang beschouwd met anderemethoden die in beeld zijn om rekening te houden met de cumulatie vanchemische stoffen. Op basis van dit nieuwe RIVM-rapport zal de Kamerbegin 2026 geïnformeerd worden over vervolgstappen om mogelijknadelige effecten van cumulatie van chemische stoffen in de leefom-geving aan te pakken. De inzet daarbij is zoveel mogelijk aan te sluiten bijde Europese ontwikkelingen, aangezien cumulatie van chemische stoffeneen internationaal vraagstuk betreft. Hiermee wordt tegemoet gekomenaan de OvV-aanbeveling over het stimuleren van kennisontwikkeling overde gezondheidseffecten en -risico’s van door de industrie uitgestotenstoffen.Met publicatie van het rapport «Rekening houden met cumulatie vanstressoren in de fysieke leefomgeving» wordt motie Koekkoek32 afgedaan.29https://www.omgevingsdienst.nl/kennisnetwerk/30https://www.omgevingsdienstnlacademie.nl/31Kamerstukken II, 2025–2026, 22 343 nr. 43232Kamerstukken II, 2023–2024, 28 089 nr. 292BIJLAGE 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34614 Op dit moment wordt er gewerkt met een systeem van vermijdings- enreductieprogramma’s. Ook hier willen we verstevigen wat er al is. Daaromzijn er, om het ZZS-emissiebeleid verder te versterken, uitvoeringstafelsingericht. Bevoegde gezagen, Omgevingsdiensten, brancheverenigingenen ILT nemen samen deel aan deze tafels.Met het oog op het bevorderen van een optimale inbreng van Nederlandin het REACH-herzieningsproces, heb ik een inventarisatie laten makenvan de standpunten van de Nederlandse stakeholders33. Deze inventari-satie stuur ik u hierbij toe, opdat de Kamer die standpunten zal kunnenbetrekken bij zijn verdere oriëntatie op de REACH-herziening. Dezestandpunten zijn gebaseerd op de ideeën en ontwikkelopties die deEuropese Commissie tot dusver naar buiten heeft gebracht.VoorzorgsbeginselOok is er gewerkt aan de OvV aanbeveling om het voorzorgsprincipezwaarder te wegen in het systeem van chemische stoffen. Dit gebeurtdoor de publicatie van de herziende signaleringslijsten van stoffen inEuropees onderzoek van stoffen die mogelijk een risico vormen voormens en milieu en de ontwikkeling van de Routekaart «Voorzorg BeterToepassen»34. De herziene signaleringslijst maakt onderscheid in«vroegtijdige» en «serieuze» signalering door kwantitatief gebruik temaken van bronlijsten. De Routekaart ondersteunt bevoegde gezagen bijde beoordeling van dergelijke signalen in vergunningprocedures en biedteen gestructureerde werkwijze om onzekerheden en risico-inschattingenvast te leggen en bijbehorende maatregelen te onderbouwen. Dezeinstrumenten geven bevoegde gezagen en bedrijven beter inzicht instoffen met wetenschappelijk onzeker risico, zodat het voorzorgsbeginselgerichter en verifieerbaar zal worden meegenomen bij de vergunningver-lening. Daarbij zal worden bezien op welke wijze het toepassen van deroutekaart juridisch kan worden geborgd.Verduurzaming industrieBinnen de Ministeries van KGG en IenW wordt gewerkt aan de verduur-zaming van industrie in het algemeen. Doel is om stapsgewijs te toe tewerken naar een circulaire en klimaatneutrale industrie.Deze verduurzaming zorgt in veel gevallen ook voor gezondheidswinst.Maatregelen zoals de energiebesparingsplicht en de elektrificatieagenda,gericht op procesefficiëntie en elektrificatie dragen bijvoorbeeld direct bijaan minder uitstoot van schadelijke stoffen. Daarnaast is er een breedsubsidie-instrumentarium beschikbaar (een voorbeeld is de «versneldeklimaatinvesteringen industrie», ofwel VEKI) waarmee bedrijven nieuwe,innovatieve technieken kunnen toepassen in hun eigen processen. Vaakdragen deze technieken bij aan zowel het verbeteren van de leefomgevingals het verminderen van de CO2-uitstoot.In het vervolg van de Ontwerp-Ontwerp-Nota Ruimte wordt onderzochthoe de fysieke en de milieucontouren van de industrieclusters nationaalkunnen worden vastgelegd om de bestaande ruimte te beschermen, eeneenduidige uitgangssituatie te creëren en zowel bedrijven alsomwonenden beter te beschermen en duidelijkheid te bieden.33REACH – Bureau KLB34Kamerstukken II, 2025–2026, 22 343 nr. 432Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34615 Ook werken de Ministeries van KGG en IenW met de industrie aanversnelde en additionele reductie van CO2-uitstoot en verbetering van degezondheid en leefomgeving middels de Maatwerkafspraken voorverduurzaming van de industrie. In de dit jaar getekende Joint Letters ofIntent met Cosun35 en AnQore36 worden er maatregelen getroffen die destikstofuitstoot, uitstoot van ZZS’en en het watergebruik verminderennaast reductie van CO2-emissie. De Joint Letter of Intent met Tata Steel37bevat duidelijke doelstellingen voor het verbeteren van de gezondheidvan omwonenden, onder meer door aanzienlijke reducties van stiksto-foxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2), fijnstof (PM10 en PM2,5), een reekszeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en door het verminderen van piekbe-lasting (geur en geluid). Zo levert de maatwerkaanpak ook een bijdrageaan knelpunten op het gebied van een gezonde leefomgeving.Verkennend gezondheidsonderzoek ChemelotBij deze brief ontvangt u ook het verkennend gezondheidsonderzoekChemelot van het RIVM (bijlage 5). Dit onderzoek is uitgevoerd op verzoekvan het bevoegd gezag, de Provincie Limburg.Bedrijven op Chemelot stoten verschillende stoffen uit. Het RIVM geeftaan dat voor afzonderlijke stoffen waarvoor gegevens beschikbaar zijn, deconcentratie in de lucht bij Chemelot aan de wettelijke norm voldoet. HetRIVM kan op basis van de beperkte beschikbare gegevens geen relatietussen Chemelot en ziektes bij omwonenden vaststellen. Het RIVM zietwel specifieke aandachtspunten, op het gebied van geluid, fijnstof encumulatie van stoffen en cumulatie van alle milieustressoren.Ik nodig de Provincie Limburg, als bevoegd gezag voor Chemelot, uit omactief deel te nemen aan de aangekondigde pilots. Door deze samen-werking kunnen we de uitkomsten van het gezondheidsonderzoek directbenutten bij het ontwikkelen van werkbare oplossingen en bijdragen aaneen gezonde leefomgeving voor de regio. Hiermee doe ik de toezegging38dit onderzoek te doen af.KennisontwikkelingIn het kader van de Actieagenda Industrie en Omwonenden wordt er ookeen kennisagenda opgesteld. In deze agenda worden vragen die spelen bijindustrie, overheid en omwonenden over de industrie en de gezondeleefomgeving uiteengezet. Deze agenda wordt in de eerste helft van 2026met de Tweede Kamer gedeeld.Om invulling te geven aan actie 9: «Verbeteren informatiepositieomwonenden en het bevoegd gezag» worden verschillende actiesondernomen. Om kennis en informatie over de leefomgeving vanomwonenden beschikbaar te stellen, wordt gestart met een themapaginaover industrie en gezonde leefomgeving op de Atlas Leefomgeving. Dezepagina zal in het voorjaar van 2026 gepubliceerd worden op de websitevan de Atlas en zal in de toekomst uitgebreid worden.De Gids gezonde leefomgeving richt zich juist op het bevoegd gezag39.Deze website biedt informatie, data en instrumenten waarmeegemeenten, provincies en GGD’s de gezonde leefomgeving actief kunnen35Kamerstukken II, 2024–2025, 29 826 nr. 25936Kamerstukken II, 2024–2025, 29 826 nr. 26237Kamerstukken II, 2025–2026, 29 826 nr. 26638Kamerstukken II, 2024–2025, nr. 1598039https://www.gezondeleefomgeving.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34616 betrekken bij besluitvorming over de ruimtelijke ordening. In het aan deGids verbonden netwerk «Maak Ruimte voor Gezondheid» wisselenprofessionals ervaringen en praktijkvoorbeelden uit. In 2026 zullen deresultaten uit het VWS-programma gezonde leefomgeving (PGLO) wordentoegevoegd aan de Gids. Dit betreft onder meer Basisindicatoren voor eengezonde leefomgeving.Verder wordt onderzoek gedaan naar de maatschappelijke kosten enbaten van de industrie. Het PBL heeft recent een actualisering van hunrapport over monetaire milieuschade in Nederland gepubliceerd40. Zoalsook aangegeven in een eerdere brief aan de Eerste Kamer41 is het debedoeling dat het PBL dit bij een update van de milieuprijzen door CEDelft blijft doen. Een actuele inschatting van de milieukosten vanvervuilende emissies stelt overheden in staat om de kosten van maatre-gelen gericht op het terugdringen van emissies en het bevorderen vaneen gezonde leefomgeving af te kunnen zetten tegen de maatschappelijkebaten en zo gezondheid volwaardig mee te wegen in het beleid. Hiermeewordt de toezegging aan het lid Kostic´ afgedaan42.Tenslotte is toegezegd dat er een nader onderzoek gedaan zal wordennaar een methode om zorgkosten nabij industrie te bepalen. Ditonderzoek is nog niet afgerond en zal in de loop van 2026 volgen. Ditbetekent dat de betreffende toezegging aan het lid Kostic´43 op datmoment kan worden afgedaan.40Planbureau voor de Leefomgeving. «Monetaire Milieuschade in Nederland». https://www.pbl.nl/publicaties/monetaire-milieuschade-in-nederland en Planbureau voor deLeefomgeving. «Actualisering monetaire milieuschade». https://www.pbl.nl/publicaties/monetaire-milieuschade-in-nederland41Kamerstukken I, 2025–2026, 36 800 XII, A42Kamerstukken II, 2024–2025, TZ202505-10643Kamerstukken II, 2024–2025, TZ202409-072Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34617

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 38fb09ac7e57ac8a

14 okt 2026 · 8d43872e07061e80

13 okt 2026 · a5904f6c852509fe

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.