Evaluatie arbeidsmarktkraptebeleid kinderopvang
Brontekst
Versie 3fbc6d1510dd0b79 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 322Kinderopvang29 544ArbeidsmarktbeleidNr. 585 BRIEF VAN DE MINISTER VAN WERK EN PARTICIPATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 26 mei 2026Toegankelijke kinderopvang is van groot belang voor de Nederlandsearbeidsmarkt. Een plek op de kinderopvang stelt ouders van jongekinderen in staat om te werken. Om dit te realiseren zijn er voldoendepedagogisch professionals nodig in de kinderopvang.De kinderopvang kampt sinds 2020 met een personeelstekort. Onder meervanwege de krapte op de bredere arbeidsmarkt lukt het niet om alleontstane vacatures tijdig te vullen. Hierdoor ontstaat een tekort aanopvangplekken en worden ouders geconfronteerd met lange wachttijden.Vanwege het maatschappelijke belang van toegankelijke kinderopvangwerkt het Ministerie van SZW sinds 2020 samen met sectorpartijen aan deaanpak van het personeelstekort. Het aanstaande nieuwe financierings-stelsel voor de kinderopvang maakt het van nog groter belang dat ervoldoende gekwalificeerd personeel is. Dit om toegankelijke opvang vangoede kwaliteit te behouden.Voor een effectieve aanpak is het belangrijk dat deze zo doelmatig endoeltreffend als mogelijk is. Daarom heeft onderzoeksbureaus Ipsos I&Osamen met SEO Economisch Onderzoek, in opdracht van SZW, hetarbeidsmarktkraptebeleid voor de kinderopvang van SZW van 2020 t/m2024 geëvalueerd. Met deze brief informeer ik uw Kamer over deresultaten van de evaluatie en informeer ik u over het vervolg van deaanpak. Tot slot informeer ik uw Kamer over de meest recente resultatenvan de lopende wachttijdenmonitor.Resultaten evaluatieSinds 2020 heeft het Ministerie van SZW in samenwerking met de sectoreen grote verscheidenheid aan maatregelen getroffen. In totaal is SZW bij23 maatregelen direct betrokken. De evaluatie richt zich op de effecten vandeze maatregelen. De maatregelen zijn op hoofdlijnen in te delen in viercategorieën: (1) arbeidsmarktcampagnes, (2) voorlichtingen en informatie-verstrekking, (3) projecten en subsidieregelingen en (4) het aanpassen enflexibiliseren van kwaliteitseisen. Uw Kamer is daar in de afgelopen jaren kst-31322-585ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5851 door mijn ambtsvoorgangers op verschillende momenten overgeïnformeerd.1Deze maatregelen hebben tot doel om de instroom van nieuw personeelte vergroten, de uitstroom van zittend personeel te beperken (bijvoorbeelddoor de werkdruk te verlagen), meer uren werken te stimuleren en deefficiëntie van personeelsinzet te vergroten.DoelrealisatieDe evaluatie laat positieve ontwikkelingen zien. Sinds 2015 is het aantalmedewerkers in de kinderopvang sterk toegenomen van ongeveer 78.000naar bijna 127.000 in 2025. Daarbij valt specifiek op dat er sprake is vaneen sterke toename in het aantal studenten in de beroepsbegeleidendeleerweg (BBL) die in de kinderopvang werken als beroepskracht-in-opleiding (BIO). Naast de groei van het aantal medewerkers is ook eentoename zichtbaar in de deeltijdfactor. Medewerkers werken gemiddeldmeer uren per week. Er zijn ook indicaties dat kinderopvangorganisatieserin zijn geslaagd om de beschikbare formatie efficiënter in te zetten. Uitde evaluatie blijkt dat de omvang van het personeelstekort is gestabili-seerd rond de 7.000 medewerkers in 2025. In 2025 zijn ook de wachttijdenafgenomen (zie onderstaande Box 1).De komende jaren zal ik doorgaan met het monitoren van de wachttijden,om zo ook de mogelijke effecten van het ingroeipad en de stelselher-ziening vroeg in kaart te brengen. De verwachting is namelijk dat detekorten verder oplopen de komende jaren. Volgens de laatste arbeids-marktprognoses2 kunnen de tekorten zonder stelselherziening oplopen totongeveer 19.000 medewerkers in 2031. Met stelselherziening stijgt dittekort mogelijk verder door tot ongeveer 24.000 medewerkers in 2031.Vanwege de onzekerheid van de prognoses worden deze jaarlijksgeactualiseerd op basis van de meest recente inzichten en ontwikkelingen.De prognoses laten zien dat het personeelstekort in de kinderopvang eenuitdaging zal blijven. Er is dus reden genoeg om de doeltreffendheid vanhet beleid te onderzoeken en het beleid waar nodig samen met de sectorbij te sturen.Box 1 WachttijdenmonitorOm effectief (arbeidsmarkt)beleid te kunnen voeren, is het belangrijkom te monitoren hoe het in de praktijk gaat met de beschikbaarheidvan plekken in de kinderopvang. Bij een groter tekort aan personeel,zal het gevolg zijn dat de wachttijd voor een plek op de kinderopvangoploopt. Daarom worden ieder jaar sinds 2023 de wachttijdengemonitord. De wachttijd is de tijd tussen de gewenste en daadwer-kelijke plaatsingsdatum van het kind.In 2025 zijn de wachttijden afgenomen. De meeste ouders hoevenmaximaal één maand te wachten op een plek op de kinderopvang. In2025 gold dit voor gemiddeld driekwart van de ouders. Het aandeellangwachtende ouders (die langer dan drie maanden dan gewenstwachten op een plek) is licht gedaald voor zowel de dagopvang alsbuitenschoolse opvang. In 2025 was dit zes procent van de oudersvoor de BSO en tien procent voor de dagopvang die lang op een plek1Meest recent in de Kamerbrief van 25 november 2025 (Kamerstukken II 2025/2026, 31 322,nr. 570).2Prognosemodel Zorg en Welzijn (PMZW): https://prognosemodelzw.nl/dashboard/stories-dashboard/kinderopvang--ko-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5852 moesten wachten. Langere wachttijden komen vaker voor in grotesteden en bij voorschoolse educatie. De omvang van de tekorten verschilt per regio. De PMZW-spannings-indicator (het aantal vacatures per 100 werkzoekenden) laat een brederegionale spreiding zien in de spanning.De spanning op de arbeidsmarkt neemt naar verwachting voor alle regio’ssterk toe de komende jaren. Ook het verschil in spanning tussen regio’sneemt toe, waarbij de spanning in bepaalde regio’s veel sterker stijgt.DoeltreffendheidUit de resultaten van een vragenlijst onder kinderopvangorganisatiesblijkt dat zij positief zijn over de getroffen maatregelen. De verschillendemaatregelen worden in algemene zin als effectief ervaren. Ipsos I&O enSEO constateren in het rapport dat organisaties die personeelskrapte,hoge werkdruk en/of een hoog ziekteverzuim ervaren het goed vinden datdeze beleidsmaatregelen zijn genomen. Zij verwachten dat de situatieslechter zou zijn geweest zonder deze maatregelen. Zij geven bijvoorbeeldaan dat de arbeidsmarktcampagnes positief zijn geweest voor het imagovan de sector. De aanpassingen aan kwaliteitseisen hebben een groot deelvan de ondervraagde organisaties geholpen om de formatie efficiënter inte kunnen zetten. Met name maatregelen die direct raken aan de inzet vanpersoneel binnen de beroepskracht-kindratio (BKR) worden als effectiefervaren.3Tegelijkertijd geven organisaties aan dat de maatregelen vooral tijdelijkeverlichting opleveren, bijvoorbeeld om de roosters rond te krijgen. Deorganisaties zijn daarom terughoudend in hun oordeel over het totaal-effect van de maatregelen op het structureel verlagen van de werkdruk,verbeteren van de instroom of het terugdringen van het ziekteverzuim.Maatregelen die niet direct bijdragen aan de inzet van personeel binnende BKR, worden door kinderopvangorganisaties minder gebruikt.Voorbeelden daarvan zijn de Subsidieregeling groepshulpen en hetOntwikkelpad kinderopvang. Hoewel groepshulpen de werkdrukverlichten en op termijn kunnen doorgroeien naar de rol van pedagogischprofessional, wordt hier nog niet breed gebruik van gemaakt. Daar speeltmee dat groepshulpen begeleidingstijd vragen en een extra kostenpostkunnen vormen. In de doorontwikkeling van de arbeidsmarktaanpak zijnhierin dus nog mogelijkheden tot verbetering (zie kopje «vervolgaanpak»).De onderzoekers concluderen tot slot dat er geen bewijs is gevonden dathet gehele pakket aan maatregelen substantiële invloed heeft gehad op dearbeidsmarktkrapte in de kinderopvang. Er kon (nog) geen causaalverband worden gevonden tussen de beleidsmaatregelen enerzijds en deontwikkelingen van de instroom, uitstroom en gewerkte uren anderzijds.Hier zijn verschillende potentiële verklaringen voor. Ten eerste is het lastigom het effect van beleidsmaatregelen te scheiden van mogelijke andereverklaringen. Zo kan de sterke toename van het aantal BIO’s het gevolgzijn van de verruimde wettelijke inzetbaarheid van BIO’s, maar ook van detoegenomen populariteit van BBL-opleidingen. Ten tweede was er eenbeperkt beschikbaar budget voor de maatregelen (zie kopje «doelma-tigheid»). Tot slot is een deel van de maatregelen pas kortgeledengeïmplementeerd4, waardoor er op dit moment nog geen effectengemeten kunnen worden. In 2027 voeren Ipsos I&O en SEO Economisch3Zoals de ruimere inzet van BIO’s en de BKR mogen berekenen op locatieniveau voor de BSO.4Bijvoorbeeld de subsidieregeling groepshulpen per 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5853 Onderzoek een nieuwe meting uit. Mogelijk ontstaat er dan een duidelijkerbeeld over de invloed van de beleidsmaatregelen op de arbeidsmarkt-krapte.DoelmatigheidDe kosten voor de maatregelen waren relatief beperkt. In totaal betrof ditongeveer € 3 miljoen in de periode 2020–2024.5 (Het grootste deel vandeze uitgaven werden besteed aan subsidies voor de twee arbeidsmarkt-campagnes en aan de Subsidieregeling groepshulpen). De onderzoekersconcluderen dat de uitgaven aan de campagnes doelmatig waren. Decampagnes werden positief ontvangen en het bereik was groot. Bij deSubsidieregeling groepshulpen zijn nog kansen voor verbeteringen in dedoelmatigheid. Door een lager dan verwacht aantal subsidieaanvragen isslechts een klein deel van het subsidiebudget in 2024 en 2025 uitgegeven.Als gevolg bestond daardoor ook een relatief groot deel van het uitge-geven budget uit uitvoeringskosten. Na het eerste aanvraagtijdvak werdde subsidieregeling aangepast. In het tweede tijdvak werd hierdoor meersubsidie toegekend, maar er blijft ruimte voor verbetering.In het kader van doelmatigheid is ook de regeldruk voor de kinderopvang-sector van belang. Hoewel de aanpassingen van de kwaliteitseisenuiteindelijk kunnen bijdragen aan het verminderen van de regeldruk, blijktuit het onderzoek dat organisaties juist tijdelijk meer regeldruk ervaren alsgevolg van de aanpassingen aan de kwaliteitseisen. Denk hierbij aan hetbinnen de organisatie moeten uitleggen van nieuwe regels, wat ook vooronduidelijkheid en stress op de werkvloer kan zorgen. Ook wordt debestaande werkdruk door organisaties als reden gegeven om bepaaldemaatregelen (zoals de extra inzet van BIO’s die begeleid moeten worden)niet in te zetten.Vervolg aanpakHoewel er dus positieve ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zichtbaar zijn,is er ruimte voor verbeteringen van het arbeidsmarktkraptebeleid in dekinderopvang. Dit motiveert mij om onverminderd te blijven inzetten opde aanpak van het personeelstekort en daarbij te blijven zoeken naarnieuwe oplossingen. Daarom zet ik deze evaluatie in 2026 en 2027 voortmet een vernieuwde, zogenaamde ex-durante aanpak.De pedagogisch professionals die dagelijks op de groep werken, kunnenhet beste inschatten wat er in de praktijk nodig is om de werkdruk teverlichten, het werkplezier te vergroten en nieuwe mensen te enthousias-meren voor de kinderopvang. Daarom gaan we rechtstreeks met mensenuit de praktijk in gesprek, bijvoorbeeld over mogelijke oplossingen voorde ervaren werk- en regeldruk en over creatieve oplossingen voor deurenmismatch in de BSO.6 Uit de evaluatie blijkt namelijk dat de discre-pantie tussen de uren die organisaties kunnen aanbieden in de BSO en deuren die sollicitanten wensen, een breed ervaren knelpunt in de sector is.Ik zie hierin ook kansen. Als we erin kunnen slagen het aantal gewerkteuren van bestaand personeel te verhogen, is minder nieuw personeelnodig. Via het Meer Uren Werkt-programma wordt breed ingezet op hetwegnemen van drempels om meer uren te werken, o.a. in de kinder-opvang. Ook gaat het kabinet een aantal generieke maatregelen onder-zoeken om meer werken meer te laten lonen: de voltijdsbonus, hetmeerurenvoordeel en de arbeidskorting per uur. Samen met de sector5Exclusief uitvoeringskosten voor toezicht en handhaving op gewijzigde kwaliteitseisen.6Sollicitanten willen vaak meer uren werken dan mogelijk is in de BSO.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5854 bekijk ik welke kansen voor urenvermeerdering er in de kinderopvang nogmeer zijn, bijvoorbeeld op het gebied van combinatiebanen.Met deze ex-durante aanpak geef ik ook invulling aan de motie van het lidVan Ark over het zoeken naar creatieve oplossingen voor het vergrotenvan de capaciteit in de kinderopvang.7 De motie overweegt dat naastreguliere maatregelen ook creatieve oplossingen kunnen worden gezocht.Bijvoorbeeld via leerwerkconstructies en het uitbreiden van het aanbodvan gastouders. Deze voorbeelden passen goed bij mijn inzet op hetversterken van het gastouderaanbod en het bieden van meer ruimte voorde inzet van BIO’s.8 Het verzoek om ook te zoeken naar creatieveoplossingen omarm ik graag. Dit sluit aan bij de ex-durante aanpak,waarbij samen met de praktijk via interactieve bijeenkomsten gezochtwordt naar out-of-the-box beleidsopties om de tekortaanpak te verrijken.Ik nodig de sector uit om samen met mij te zoeken naar nieuwe creatieveoplossingen en sta open voor goede ideeën. In de samenwerkingsagendadie ik samen met de sector opstel, betrekken we ook creatieve ideeën omhet tekort aan te pakken. De sector en ik houden daarbij aandacht vooreventuele negatieve gevolgen voor de kwaliteit, veiligheid of werkdruk.Uit een eerdere verkenning bleek dat een verruiming van de BKR en hetinzetten van een groepshulp binnen de BKR risico’s voor de kwaliteit,veiligheid en regeldruk met zich meebrengen.9 Tot slot bekijk ik samenmet de sector of, gelet op het verschil in arbeidsmarktspanning tussenregio’s, een regionale component in de tekortaanpak wenselijk is.Het kabinet hecht aan een constructieve samenwerking met socialepartners en de praktijk. Een succesvolle aanpak van het personeelstekortin de kinderopvang kan alleen samen. Daarom kies ik voor eendynamische evaluatiemethode waarbij evidence based beleid wordtgemaakt in nauwe samenwerking met onderzoekers, de praktijk, werkge-versorganisaties, vakbonden, beroepsvereniging en oudervertegenwoor-diging. Ik informeer uw Kamer begin 2027 over de ervaringen met dezeevaluatiemethode, de resultaten en de verdere vormgeving van hetarbeidsmarktkraptebeleid.AfsluitingIk ben trots op alle inzet de afgelopen jaren om het personeelstekort in dekinderopvang te verminderen. Juist omdat toegankelijke kinderopvang zoessentieel is voor de arbeidsparticipatie van ouders. Het evaluatierapporttoont aan dat er al mooie stappen zijn gezet en dat er nog ruimte voorverbetering is. Met de nieuwe inzichten en nieuwe werkwijze van deex-durante aanpak de komende twee jaar ga ik samen met de sectorverder aan de slag om de arbeidsmarktaanpak beter aan te laten sluitenop wat er nodig is in de kinderopvang. Ook blijf ik de wachttijdenmonitoren. Zo zorgen we er samen voor dat de kinderopvang toegankelijkblijft voor werkende ouders en pedagogisch professionals iedere dag meteen goed gevoel onze kinderen kunnen ondersteunen in hun ontwikkeling.De Minister van Werk en Participatie,A.A. Aartsen7Kamerstuk 31 322, nr. 582 van 31 maart 2026.8Kamerstukken II 2024/2025, 31 322, nr. 554 en nr. 5729Kamerstukken II 2024/2025, 31 322, nr. 569, uitkomst van deze twee verkenningen was eennegatief advies wegens risico’s voor de kwaliteit, veiligheid en werkdrukTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5855
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.