KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 14 januari 2026, over gasmarkt en leveringszekerheid

18 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8dc98013b22ddd4a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 023Voorzienings- en leveringszekerheid energieNr. 637 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 18 februari 2026 De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 14 januari2026 overleg gevoerd met mevrouw Hermans, Minister van Klimaat enGroene Groei, Vice-Minister-President, over:−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.15 april 2025 inzake update gasleveringszekerheid Q2 2025(Kamerstuk 29 023, nr. 563);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.14 juli 2025 inzake tussentijdse update gasmarkt en gasopslag(Kamerstuk 29 023, nr. 591);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.16 september 2025 inzake leenfaciliteit vultaak gasopslagenEBN 2025–2026 en 2026–2027 (Kamerstuk 29 023, nr. 594);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.13 november 2025 inzake update vulgraden gasopslagen(Kamerstuk 29 023, nr. 600);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.30 september 2025 inzake update gasleveringszekerheid Q32025 (Kamerstuk 29 023, nr. 596).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,KrögerDe griffier van de commissie,Nava kst-29023-637ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6371 Voorzitter: BoomsmaGriffier: TeskeAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Boomsma, Erkens,Jumelet, Klos, Kops, Van Oosterhout en Vermeer,en mevrouw Hermans, Minister van Klimaat en Groene Groei,Vice-Minister-President.Aanvang 13.31 uur.De voorzitter:Goedemiddag, allemaal. Hartelijk welkom bij deze vaste commissie voorKlimaat en Groene Groei. Ik heet ook Minister Hermans van harte welkom.Vandaag hebben we een commissiedebat Gasmarkt en leveringsze-kerheid. Daarbij zijn de volgende leden aangetreden: de heer Vermeer vande BBB, de heer Jumelet van het CDA en de heer Klos van D66. O, excuus,ik vergeet mevrouw Van Oosterhout van GroenLinks. Van harte welkom.We zijn in klein comité vandaag, maar over dit belangrijke onderwerpgaan wij het hebben. Elk commissielid heeft vijf minuten. Ik heb begrependat zo meteen nog een commissielid van de VVD zal aantreden, de heerErkens. Die komt dan om 14.00 uur, maar ik stel voor dat we gewoonbeginnen. Aan u het woord, mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Vanochtend werden we wakker met de zoveelstewake-upcall. 2025 was het derde warmste jaar ooit gemeten, en datzonder El Niño. Tien jaar geleden hebben we in Parijs afgesproken de 1,5graad temperatuurstijging te voorkomen. Vorig jaar zaten we op eenstijging van 1,47 graden. Dan kan je maar één conclusie trekken: wemoeten nog sneller van het gas af. Wat is de reactie van de Minister opdat nieuwe wetenschappelijkonderzoeksresultaat en welke opdracht geeftze in dat licht graag mee aan haar opvolger?Ondertussen leven we in tijden van enorme geopolitieke spanningen.Trump is Venezuela binnengevallen en Iran kan iedere dag volgen. Hijdoet dat niet om de onderdrukte Venezolanen of Iraniërs te helpen,hoewel deze mensen wel een belangrijke strijd voor mensenrechten,vrijheid en democratie voeren. We weten allemaal waar het voor Trumpecht om draait: olie. Machtsstrijd, conflicten en chantage draaien vaak omolie en gas. Ondertussen blijven wij ons in Nederland veel te lang aan diefossiele bronnen vastklampen.De illusie dat meer gas ons onafhankelijker of veiliger gaat maken, isuiterst naïef. Fossiel maakt ons juist kwetsbaar. Hoe langer we vasthoudenaan het oude fossiele energiesysteem, hoe kwetsbaarder we onszelfmaken. De enige manier om veiligheid en autonomie voor Nederland enEuropa te garanderen is zo snel mogelijk alle fossiele bronnen uitfaseren.Van het gas af gaan maakt ons weerbaarder voor geopolitieke spanningen voor chantage van buitenlandse regimes. Werkt de Minister in het lichtvan deze toenemende geopolitieke spanningen aan een plan om fossielsneller uit te faseren? Zoekt de Minister actief naar bijkomende manierenom de uitrol van hernieuwbare-energieopslag en energie-efficiëntie teversnellen, gezien de Amerikaanse invasie van Venezuela en eenmogelijke ingreep in Iran?Sommige collega’s denken dat meer gas zorgt voor meer energieze-kerheid. Dan kan ik alleen maar vragen: heeft u niets geleerd van deenergiecrisis? De hele energiecrisis, al die torenhoge rekeningen bijgezinnen, de verslechterde competitiviteit van de industrie: het kwamallemaal door onze afhankelijkheid van gas. De crisis heeft pijnlijkduidelijk gemaakt hoe de afhankelijkheid van fossiele marktenhuishoudens en bedrijven raakt. Wie mensen wijsmaakt dat in NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6372 boren leidt tot een veel goedkopere rekening, houdt hen voor de gek. Datgas gaat immers gewoon de internationale markt op en zal die markt-prijzen volgen. Soms vallen die prijzen mee, maar vaak zullen ze serieustegenvallen. Zeker met meer oorlog in de wereld mogen we meer plotseprijsstijgingen verwachten.Ondertussen blijkt uit een recent rapport van TNO over de weerbaarheidvan het energiesysteem dat juist een duurzamer energiesysteem onsweerbaarder maakt tegen prijsschokken. Hoe kijkt de Minister naar deuitkomsten van dit rapport? Hoe rijmt ze deze met het beleid om desal-niettemin vast te houden aan nieuwe investeringen in gasvelden? Meernog: zonder zon en wind waren de rekeningen van gezinnen en bedrijvende afgelopen jaren nog veel harder gestegen. Energiesystemen met meerwind, zon, isolatie en opslag beschermen mensen tegen een nieuweenergiecrisis, terwijl een fossiel systeem ons steeds opnieuw blootsteltaan dezelfde risico’s. Volgens schattingen van het Internationaal Energie-agentschap heeft de nieuw geïnstalleerde wind- en zonnecapaciteit in deEU tussen 2021 en 2023 alleen al een kostenbesparing van 100 miljardeuro opgeleverd. Voor Nederland betekende dit een kostenbesparing van€ 60 per jaar voor een huishouden met een gemiddeld elektriciteitsver-bruik. Wind en zon zorgen nu al voor lagere energieprijzen, terwijl gas derekening zo vaak plots doet stijgen. Investeren in duurzaamheid isinvesteren in betaalbaarheid en in stabiliteit. Dankzij hernieuwbare opwek,energie-efficiëntie en energieopslag zijn mensen minder afhankelijk vaninternationale gasmarkten en geopolitieke conflicten.Voorzitter. Het is duidelijk dat echte energiezekerheid niet zit in fossielewinning. Fossiel maakt ons kwetsbaar voor geopolitieke spanningen enchantage, kwetsbaar voor extreme prijsschommelingen op internationalemarkten en kwetsbaar voor de enorme schade aan klimaat, milieu envolksgezondheid. Echte weerbaarheid zit in de transitie. Het versnelt hetafbouwen van fossiele afhankelijkheid en het opbouwen van een robuust,duurzaam energiesysteem. Van het gas af gaan is daarom niet alleen eenklimaatkeuze, maar ook een veiligheids- en een weerbaarheidskeuze. Datmaakt Nederland geopolitiek weerbaarder, beter beschermd tegenprijsschokken en toekomstbestendig voor mens, milieu en economie.Dáár zou dit debat over de gasmarkt over moeten gaan.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Dan geef ik nu het woord aan de heer Klos.De heer Klos (D66):Dank u wel, voorzitter. In de jaren zestig gaat heel Nederland aan hetaardgas. Het programma Andere Tijden heeft dat prachtig gedocumen-teerd. Amerikanen, Duitsers, Italianen en Fransen brengen hun kennisnaar Nederland en leggen stalen buizen door het land. De overheid zeteen optimistische campagne op met reclames in de bioscoop en ook aleen beetje beginnend op televisie. Het wordt van begin tot eind door deinstanties geregeld. Nieuwe fornuizen worden de huizen van Nederlandsegezinnen in gedragen. De gaskachel maakt een einde aan het blauw-bekken in de keuken en de badkamer. De luchtkwaliteit verbetert door deafwezigheid van de roet en het stof van de kolen. Het is niet goedkoop,maar mensen raken overtuigd door het comfort van het schonere leven inhuis. Binnen tien jaar is de hele operatie voltooid. Het liedje dat dan wordtgezongen, heeft als tekst «In Holland ligt een buis en die buis gaat naaruw huis».Zestig jaar later staan we voor een nieuwe sprong vooruit: de groteovergang naar groene, duurzame energie van eigen bodem. De tijd vangas uit Groningen is voorbij. Met het definitief sluiten van het Groningergasveld kregen de Groningers de zekerheid en de erkenning die ze lang, telang, zijn ontzegd. De tijd van Russisch gas is ook voorbij. Met hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6373 verbieden van Poetins gas trekken Nederland en de EU de enige juisteconclusie uit de agressieoorlog tegen Oekraïne. Op het snijvlak van dietwee ontwikkelingen wil ik de Minister ook direct bevragen. Oekraïne zougraag gebruik willen maken van de afgedankte gasinstallaties inGroningen. Is de Minister voornemens om daarbij te helpen?Voorzitter. In de overgangsfase naar een compleet schoon systeemhebben we voldoende gas nodig. We hebben niet zo veel nodig dat het deovergang naar schonere en goedkopere opties in de weg gaat staan, maargenoeg om mensen nu in de winter te voorzien van betaalbare energie.Dat is ook de reden dat we samen met andere Europese landen afsprakenhebben gemaakt over het vullen van de gasopslagen. Het is ook de redendat we daarvoor landelijke streefnormen hebben opgesteld. Tot vorig jaarwerden die ieder jaar behaald. Dit jaar was het grote nieuws echter dat hetkabinet in gebreke is gebleven. Noch het Europese wettelijke doel, nochhet eigen Nederlandse streefdoel werd behaald. Daarom heb ik devolgende vragen aan de Minister. Wat is de Minister van plan om eenherhaling van deze risicovolle situatie volgend jaar te voorkomen? Watkan de Minister doen om de risico’s op hoge prijzen in het volgendevulseizoen ook te voorkomen?Voorzitter. Ik lees in de brieven dat de Minister geen zorgen heeft over deleveringszekerheid en de prijs van gas. Alleen in extreem koude winterszou er een beperkt tekort kunnen ontstaan. Er wordt daarbij weinig tot nietgesproken over de geopolitieke situatie. Dat is moeilijk te begrijpen.Trump kan de toelevering van Amerikaans lng, een derde van onzeimport, plotseling beperken. Hij heeft al eens gedreigd met het gebruikvan Amerikaanse grondstoffen als pressiemiddel. Poetin kan de toevoervan gas uit Noorwegen verstoren met aanvallen op de pijpleidingen. Gasuit Qatar kan bij verdere escalatie in Iran mogelijk moeilijk door de Straatvan Hormuz. Dit zijn alle drie geen ondenkbare scenario’s; we moetendaarop voorbereid zijn om Nederland te beschermen. Kan de Ministerdaarom een heldere inschatting geven van de gevolgen van een stop opde gasexport van de VS, Noorwegen of Qatar voor huishoudens enbedrijven in Nederland?Voorzitter. De goedkoopste energie is energie die je niet gebruikt. Demeest directe ingreep die we kunnen doen, is dus mensen helpen bijbesparing. Mijn eerste werkbezoek als Kamerlid was bij mevrouw WillyHartman, hier in Den Haag. Zij krijgt van haar energiecoach Roger hulpom de rekening omlaag te brengen. In zijn ervaring kunnen mensen meteen paar simpele tips tot wel € 500 per jaar besparen. EnergiebankNederland en de FIXbrigade doen daarbij uitstekend werk in Nederland.Zij spraken tijdens dat bezoek dan ook klare taal. Het kabinet schiet tekortin het verduurzamen van huizen. Er is onvoldoende structurele finan-ciering voor dit soort fixteams. En er moet voor verhuurders aanvullendbeleid komen om huurhuizen te isoleren. Dat lijken mij hele logischestappen. Daarom wil ik ook vragen waarom het kabinet die zaken in deafgelopen tijd niet heeft geregeld. Is dat nou een kwestie van geld of vindtde Minister die stappen om een andere reden onverstandig?Tot slot. Als we de cyclus van onzekerheid over gas willen doorbreken, ishet van het grootste belang dat we de energietransitie van onze tijd, dienaar groene energie van eigen bodem, met spoed vervolmaken. Deexperts van TNO lieten inderdaad recent nog zien dat Nederland metduurzame energie vrijwel immuun is voor schokken van de energiecrisis.In de zestiger jaren duurde de stap naar aardgas minder dan tien jaar. Deinstanties maakten het makkelijk voor mensen en die omarmden op hunbeurt het comfort en de milieuvoordelen. Er staat ons niets in de weg ommet dezelfde voortvarendheid nu ook aan de slag te gaan. De opdracht ismisschien taaier, maar de vooruitzichten zijn prachtig: een schoon enonafhankelijk Nederland, waar mensen comfortabel wonen met een lageenergierekening.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6374 De voorzitter:Dank u wel, ook u, voor uw bijdrage. Ik zie nog een interruptie. Gaat uwgang.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik ben heel blij om te horen dat de heer Klos stelt dat er niet meer geboordmag worden onder Groningen, onder andere gezien het risico opaardbevingen, maar ik ben benieuwd hoe de collega staat tegenover deboringen die nog gepland staan in onder andere Drenthe en Friesland. InGroningen werd het risico op aardbevingen lang onderschat en dat dreigthier ook weer te gebeuren. Dus is de heer Klos het met me eens dat wealle velden op land zo snel mogelijk zouden moeten uitfaseren en dat we,met het oog op onder andere het aardbevingsrisico, geen nieuweboringen zouden moeten starten?De heer Klos (D66):D66 is er altijd heel duidelijk over geweest dat ook de kleine gasvelden,die aanleiding geven tot onzekerheid bij mensen, gesloten moetenworden. Volgens mij zijn we daar altijd heel helder over geweest.De voorzitter:Een vervolginterruptie.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Met «dat de velden gesloten moeten worden onder Groningen» heeft uhet denk ik over de velden onder Groningen. Intussen worden er in raptempo allerlei nieuwe velden goedgekeurd in onder andere Drenthe enFriesland. Dus nogmaals stel ik de vraag aan de heer Klos hoe D66tegenover het aanboren van dit soort nieuwe velden staat.De heer Klos (D66):Ja, die benadering van mevrouw Van Oosterhout kan ik heel goed volgen.Ja.De voorzitter:Dan geef ik nu het woord aan de heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Dank u wel, voorzitter. Juist nu we toch echt winter hadden ofhebben – het is in ieder geval nog steeds winter – is het goed om tespreken over de gasmarkt en de leveringszekerheid en vooral over devraag of we het nog steeds goed geregeld hebben en de vraag of we hetbetaalbaar kunnen houden.«Ooit kende Noordwest-Europa nationale gasmonopolies. Leveringsze-kerheid was voor hen een license to operate. Ze bouwden daartoegasopslagen. Dit vergde grote investeringen op basis van technischeberekeningen, inclusief risicoanalyses, waarin het falen van componentenin het energiesysteem werd gesimuleerd. De gasopslagen werden elkezomer gevuld. Aardgas vormde immers, net zoals nu overigens, deruggengraat van de nationale energiesystemen.» Ik citeer emeritus lectorde heer Martien Visser. «De oude nationale energiemonopolies zijn nietmeer, langetermijngascontracten lopen af en het Groningenveld, terecht,gesloten. Economen en handelaren hebben de rol van de technischespecialisten overgenomen. Wat bleef, is de rol van de gasopslagen.Zonder Groningen zijn die belangrijker dan ooit.»Gas en opslag blijven voorlopig nodig voor de piekvraag in de winter,voor flexibiliteit in het energiesysteem, voor industrie en als back-up voorde elektriciteitsproductie. Over dat vullen van de gasopslagen en dus deleveringszekerheid zijn natuurlijk vragen te stellen, allereerst hoe het opdit moment staat met de vulgraad. Ik las in een bericht dat die eind vorigeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6375 week 43% was en vanochtend las ik in een bericht – de Minister wasdaarover ook in het nieuws – dat die inmiddels 40% is. Eigenlijk is hetantwoord op die vraag dus al gegeven. In hetzelfde programma heeft deMinister namelijk aangegeven dat zij geen reden ziet tot zorg. Dat kan zemisschien ook hier nog herhalen straks.Maar dan over de energieafhankelijkheid. Ons gas komt nog maar vooreen klein deel uit eigen land. Meer dan drie vierde – ik las ergens88% – van het aanbod komt uit niet-EU-landen. Het komt vooral uitNoorwegen, maar lng komt ook uit de VS en Qatar. Een vraag: is er ookeen scenario dat rekening houdt met een langdurige en grootschaligeverstoring van de gasmarkt? Is er zicht op de economische impact van hetwegvallen van bijvoorbeeld het gas uit Noorwegen – collega Klos sprak ernet al over – of de VS? Geopolitiek is er van alles aan de hand en het kanzomaar invloed hebben op de leveringszekerheid. Ik denk dus dat hetgoed is om daarover te spreken.Om de vulgraad van de gasopslagen zo goed mogelijk op peil te krijgen, isde inzet van EBN onvermijdelijk, zo lezen we in de brieven. Die inzet is ditjaar ook behoorlijk verruimd, van 12 terawatt in 2024 naar 28 terawatt in2025. Een vraag: wat is er in dat kader te zeggen over het effect van deinzet van EBN om de gasopslagen te vullen op de prijs die de consumentbetaalt? Dat is niet onbelangrijk voor het betaalbaar houden van energie.Er wordt gesproken over een strategische voorraad. Zie daarvoor hetrapport van de Mijnraad. Dat zou toch vooral een Europees systeemmoeten zijn, zo stellen we als CDA-fractie, zoals bij olievoorraden, waarbijelk land naar rato van het verbruik haar bijdrage levert. Dat voorkomt, zomogelijk, dat individuele landen opdraaien voor de kosten, zoals nu bijEBN, terwijl de baten aan heel Europa ten goede komen. Hoe kijkt deMinister hiernaar?Voorzitter. De vultaak van EBN wordt de komende jaren nog veel verderuitgebreid, horen we, doordat GasTerra de activiteiten beëindigt,bijvoorbeeld ook in Norg en Grijpskerk. De uitbreiding is naar maximaal80 terawatt in Bergermeer, Norg en Grijpskerk tezamen in het jaar 2026 en2027. Een paar vragen daarbij. In hoeverre is EBN berekend op die taak?Dat is nogal wat. Wat is daar nog voor nodig, niet alleen financieel, maarook qua organisatie? Wat is de uitkomst geweest van het onderzoek naardiverse opties waar we over hoorden, waarbij EBN toegang kan krijgen totde opslagen Norg en Grijpskerk? Als EBN nettokosten moet maken voorhet voldoende vullen van de gasopslagen, zal dat een heffing betekenenvoor de gebruikers van gas, boven op de tarieven voor het gastrans-portnet. Ik vroeg daar zojuist ook al naar. Kan de Minister schetsen aanwelke orde van grootte er dan bij zo’n mogelijke heffing gedacht moetworden? Maar ook: vindt de Minister dit verantwoord als het gaat om hetbetaalbaar houden van de energierekening? De Nederlandse VerenigingDuurzame Energie pleit daarom, wat ons betreft terecht, voor meer inzetop onder andere besparing – hier hebben we het weer: besparing – enversnelling van de aanleg van bijvoorbeeld warmtenetten. De Neder-landse Vereniging Duurzame Energie pleit ook voor inzet op groen gas enonder andere verduurzaming van de industrie.Voorzitter. Ook nog een paar momenten aandacht voor het sectorakkoordinzake gaswinning op land. Het streven was om voor het zomerrecesafspraken te maken voor gaswinning op land, waarin onder andereduidelijkheid wordt geboden over de vraag hoe de omgeving wordtbetrokken bij gaswinning op land, over de vraag waar wel of niet gaswordt gewonnen, over de voorwaarden voor verantwoord gas winnen,over de communicatie daarover, over een betere verdeling van lusten enlasten, over extra afspraken over vergunningverlening en kwaliteit en overafsluiting van gaswinning en nazorg. Daarom is de vraag nu: wat is destand van zaken van deze afspraken over gaswinning op land? Welkeopties worden er in het kader van deze afspraken overwogen, bijvoor-beeld als het gaat om de verdeling van lusten en lasten van gaswinning?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6376 Voorzitter, tot slot ga ik in mijn bijdrage in op de mogelijke inzet van dekussengasreserves. CE Delft, een onafhankelijk Nederlands onderzoeks-en adviesbureau, heeft in opdracht van Energie Nederland een analysegemaakt van maatregelen om de leveringszekerheid en betaalbaarheidvan gas te verbeteren. CE Delft noemt daarin de inzet van bestaandekussengasreserves als optie. Hoe kijkt de Minister naar het mogelijkgebruik van de strategische kussengasreserves? Ze weet namelijk vastvan het standpunt van kritische inwoners en betrokken overheden,bijvoorbeeld in de gemeente Noordenveld. Ze maken zich al langer zorgenover seismische activiteit vanwege het vullen en uithalen van gas uit dereserve bij Norg en de verschillende tempo’s waarin dat gebeurt.De voorzitter:Mag ik u vragen af te ronden?De heer Jumelet (CDA):Nog één zin, voorzitter. In antwoorden op vragen van de Kamer in 2024stelt u dat voor het ingediende winningsplan de procedure van deMijnbouwwet wordt gevolgd. Kunt u, zeg ik via de voorzitter, aangevenwat de stand van zaken is?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Er is nog een interruptie.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik hoor de heer Jumelet spreken over geopolitieke spanningen en demogelijke impact die zij zouden kunnen hebben op de gasmarkt, maar hetis juist onze afhankelijkheid van fossiele energie die ons kwetsbaar maakt.Hoe langer we vasthouden aan het fossiele energiesysteem, hoekwetsbaarder we ook zijn voor die geopolitieke spanningen. Is de heerJumelet het met me eens dat het daarom juist noodzakelijk is om versneldfossiel af te bouwen?De heer Jumelet (CDA):Ik denk dat wij al eerder hebben geconstateerd dat wij gas nodig hebben,vooral in die tussenfase naar, uiteindelijk, de klimaatdoelen: energieneu-traal zijn en van het gas af komen. Ik denk dus dat het goed is om die wegte volgen, maar het antwoord daarop is dat we inderdaad nu zien wat hetbetekent om afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen. Ik ben het dusmet u eens als het gaat over die transitie: daarbij hebben we, denk ik,haast te maken. Dat heb ik ook in mijn bijdrage proberen duidelijk temaken. Maar we hebben het nu nog wel nodig. Dat is in feite het dilemmawaar we ons op dit moment in bevinden.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. De gasmarkt en leveringszekerheid blijven crucialeonderwerpen, zeker in tijden van geopolitieke spanningen – meerderecollega’s refereerden daar ook al aan – maar we hebben ook te maken metstijgende energiekosten en een energietransitie. BBB staat voor klimaat-en energiebeleid dat zekerheid biedt, betaalbaar blijft en Nederland zo minmogelijk afhankelijk maakt van externe factoren en geopolitieke ontwikke-lingen.De gasleveringszekerheid blijft een prioriteit voor BBB. Dit debat zoueerder al in december plaatsvinden, maar op 30 september hadden we aleen brief van de Minister gehad die een goed inzicht gaf in de stand vanzaken van de internationale gasmarkt en de gasopslag. De vulgraad vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6377 de Nederlandse gasopslagen was op 27 september vorig jaar 70%. Eenjaar eerder was die nog 93%. Inmiddels zitten we rond de 40%. Het isweliswaar half januari, maar de echt koude periode kan historisch geziennog komen. Huidige modellen geven zelfs aan dat er in de komende drieweken nog een extreme koudegolf zou kunnen komen. Kan de Ministeruitleggen waarom de gasopslagen dit jaar minder vol waren danafgelopen jaren? De heer Klos stelde dat deze niet aan de wettelijkenormen voldeden. Volgens mij is dat wel het geval. Anders hadden we datallang gehoord, was de Minister naar de Kamer geroepen en was erwaarschijnlijk met allerlei moties gewapperd. Dat heb ik in ieder geval nietgezien. Wat beweegt ons nou om daarbij zo op het randje te gaan zitten?Ook om geopolitieke redenen zou een extra voorraad wenselijk zijn.Dan de energiemarkt. Die lijkt volgens de brief van de Minister gestabili-seerd, met groothandelsprijzen voor gas tussen de € 30 en € 35.Inmiddels liggen die prijzen daar zelfs onder, om een reden die nietiedereen leuk zal vinden: in Azië wordt meer met kolen gestookt. Daardooris gas goedkoper geworden, maar de consumentenprijzen blijven hoog.Dit raakt vooral huishoudens en midden- en kleinbedrijven. BBB kiest voorbetaalbaarheid voor huishoudens en het mkb. Wij willen dus meer regieop de energiecontracten, zodat consumenten niet langer de hoofdprijsbetalen. Hoe kunnen wij voorkomen dat kleine ondernemers en middenin-komens onevenredig hard geraakt worden door de energietransitie en hetklimaatbeleid? Kan de Minister zorgen dat gestabiliseerde groothandels-prijzen ervoor gaan zorgen dat ook de consumentenprijzen gaan dalen?Dan de energieonafhankelijkheid. Nederland is nog lange tijd afhankelijkvan de import van energie uit het buitenland, onder andere vialng-terminals. BBB is groot voorstander van diversificatie van deenergievoorzieningen. Lng draagt daaraan bij. Ik heb nog wel een vraag:wanneer gaan wij, gezien de huidige situatie, echt definitief stoppen metde export van aardgas naar Duitsland en andere landen? Wanneer gaanwe helemaal naar nul? Of zitten we inmiddels op nul? Dat zou namelijknieuws zijn.Dan de toekomstige gasinfrastructuur. D66 en CDA gaven in hunzogenaamde «positieve agenda» aan vol in te zetten op elektrificatie, maaronze energie-infrastructuur kan dat simpelweg niet aan. Het energienetbarst uit zijn voegen en de wachtrijen om aangesloten te worden, blijvennog groeien. Hoe je het ook wendt of keert, Nederland heeft voorlopig – ikdenk zelf nog wel 40 jaar – gas nodig als basislast, naast de verdereontwikkeling van kernenergie en mogelijk waterstof. Maar dat laatste isnog steeds een belofte en geen realiteit. BBB wil inzetten op een realis-tisch en praktisch uitvoerbaar overgangsbeleid. De komende jaren hebbenwe gas daarbij hard nodig en moeten we inzetten op verdere ontwikkelingen innovatie van kernenergie en mogelijk waterstof. De gasinfrastructuurmoeten we behouden en versterken, als back-up binnen de energiemix.Voorzitter, tot slot. BBB blijft de ontwikkelingen op de energiemarkt nauwvolgen. Het kan niet zo zijn dat de groothandelsprijzen van gas stabili-seren en voorspelbaar lijken te worden, maar gezinnen en mkb-bedrijvendaar niets van merken. Wij kiezen voor realistisch en haalbaar beleid. Dekomende jaren blijven we gas nodig hebben binnen de energiemix. Opbasis van wensdenken en overambitieuze plannen is geen bedrijf terunnen, laat staan een land.Dank u wel. Zoals ik aan de voorzitter heb aangegeven, vertrek ik om15.00 uur uit dit debat, omdat er dan ook een debat over verkiezingenplaatsvindt, en je weet nooit hoe snel zoiets actueel is.De voorzitter:Dat vinden wij jammer, meneer Vermeer, maar dat is genoteerd. Dank uwel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Kops van de PVV.De heer Kops (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6378 Dank u wel, voorzitter. Eerst even terug naar oktober vorig jaar, want toenlazen we het bericht «Nederland heeft de kleinste gasvoorraad in jaren endat komt door goedkoop gas». Dat klinkt natuurlijk heel tegenstrijdig,want als gas goedkoop is, relatief althans, dan is dat toch juist hétmoment om de voorraden maximaal te vullen, zou je zeggen. Maar nietdus. Het zijn de energieleveranciers die gas inkopen en opslaan, maaraangezien zij toen niet de verwachting hadden het gas over een tijdjeweer met winst te kunnen verkopen, was het voor hen minder aantrek-kelijk om de voorraden uit te breiden.Voorzitter. Dat gezegd hebbende: op 1 november moesten de gasvoor-raden voor 80% zijn gevuld. Althans, dat was het advies van Gasunie, ende Minister heeft dat overgenomen. Maar helaas, op 1 november bedroegde vulgraad volgens het Nationaal Energie Dashboard 73,5%, oftewel:doel niet gehaald. Gasunie noemde dat toen «geen vetpot». Kunnen wehieruit concluderen, gezien de focus op de te maken winst, dat extraopslag boven op alle verplichtingen en doelen die worden gesteld, endaarmee ook gedeeltelijk onze leveringszekerheid, ondergeschikt isgemaakt aan die winst? Ik denk dat het antwoord ja is, want de Ministerheeft niet voor niets aan Energie Beheer Nederland, EBN, de taak gegeven«om de opslagen te vullen voor zover de markt dat niet zou doen». Dan isde vraag: wat heeft de Minister eigenlijk gedaan om haar eigen vuldoelvan 80% wel te halen? Ook na 1 november vorig jaar is dat doel namelijkniet gehaald. De Minister schrijft dan wel dat de vultaak van EBNmaximaal is uitgebreid, maar nogmaals de vraag: waarom is dat dan nietgelukt? Wat heeft de Minister gedaan?Voorzitter. Als ik de Minister zo citeer, dan doe ik dat uit brieven vanoktober en november, maar we willen natuurlijk weten hoe we er nu voorstaan. In die brieven van oktober en november lezen we, even in mijneigen woorden: geen zorgen, het komt allemaal wel goed met dieleveringszekerheid. Maar wat is dan de huidige stand van zaken? Wehebben het natuurlijk allemaal gezien: kou, sneeuwval, noem maar op. Wezitten nu, 14 januari, op een vulgraad van nog maar 39,1%. Dat is weinig.Is dat voldoende, zo is de vraag. Moeten we ons zorgen maken? Wat gaatde Minister nu doen? Ik citeer energie-expert Martien Visser: «Energie iseen eerste levensbehoefte en onze opslag kan niet tegen een stootje. Wezijn met te weinig gas de winter ingegaan. Laat dit een wake-upcall zijn.»Is dit voor de Minister daadwerkelijk een wake-upcall? En wat nu? Ditdebat over de gasmarkt en de leveringszekerheid is namelijk eenterugkerend debat. Ieder jaar opnieuw stellen we de vragen: worden degasopslagen voldoende gevuld? Komen we de winter wel door, ook alsdie heel onverwacht heel koud blijkt te zijn? Ieder jaar is het danspannend. Het komt allemaal heel ad hoc over. Daarom de vraag: heeft deMinister ook iets van een structureel plan? Zoals gezegd kan de opslagniet tegen een stootje. Wat nu als de import in de toekomst wordtverstoord? Wat dan?Voorzitter. Twee dagen geleden werd uit cijfers van Gasunie bekend dat erin 2025 meer gas is getransporteerd dan een jaar eerder. Dat had, naast deopslag, twee oorzaken: ten eerste een hoger verbruik door elektriciteits-centrales en ten tweede de export naar Duitsland. Er was 17% meergasverbruik door elektriciteitscentrales om de schommelingen van zonne-en windenergie op te vangen. Oftewel, we krijgen steeds meer zonnepa-nelen en windturbines om van het gas af te komen, maar tegelijkertijd iser steeds meer gas nodig voor als de zon niet schijnt en het niet waait.Hoe tegenstrijdig wil je het hebben? Ook hier is dan de vraag: wat is hetplan van de Minister om te voorkomen dat het land ook in de toekomst inde kou komt te zitten?Voorzitter. Dan de export naar Duitsland. Hoeveel van ons gas uit dieopslagen is eigenlijk naar Duitsland geëxporteerd? En tegen welke prijs isdat gebeurd? Feit is dat ook andere landen, die zelf weinig tot geen opslaghebben, van de onze profiteren. Dat is en blijft cru. Hoe gaat de Minister inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6379 de toekomst voorkomen dat wij onze opslagen met pijn en moeite vullen,mede ten gunste van andere landen, met als gevolg dat wij zelf op eenlage vulgraad zitten en het allemaal misschien kielekiele wordt, en we deopslagen vervolgens met veel pijn en moeite opnieuw moeten gaanvullen? Doen we het voor onszelf of voor andere landen?Voorzitter. Wat doet deze export eigenlijk met onze importafhankelijkheid?Maakt de afhankelijkheid van de ons omringende landen van onzeopslagen ons vervolgens niet meer afhankelijk van import uit anderelanden? Klopt die redenatie?Ik ben door mijn tijd heen, dus graag een reactie. Dank u wel.De voorzitter:Dat is heel netjes van u, maar ik heb bij de heer Jumelet ook iets vancoulance betracht. Als u dus nog één of twee zinnen wilt uitspreken,keuren we dat goed.De heer Kops (PVV):Dank u wel, voorzitter. Dan nog enkele zinnen. Het is al heel lang nietmeer gegaan over de langetermijnexportcontracten. Ik heb altijd begrependat die contracten lopen tot 2030. Dat is nog vier jaar. Al jaren geledenwerd er, ook door voorgaande kabinetten, gezegd dat landen als Duitslandhun import van ons gas versneld zouden gaan afbouwen. We hebben daaral lang niks meer over gehoord. Mijn vraag is dus of dat klopt. Lopen diecontracten nog? En hoe wordt dan de export van vorig jaar verklaard vanons gas naar Duitsland?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Erkens van deVolkspartij voor Vrijheid en Democratie.De heer Erkens (VVD):Dank u, voorzitter. Ik vervang ...De voorzitter:Excuus, excuus, ik vergis me. Ik had over het hoofd gezien dat de heerKlos nog een interruptie wil plaatsen.De heer Klos (D66):Dank u wel, voorzitter, dat daar ook coulance voor is. Ik zat even teklapperen met mijn oren, want de heer Kops van de PVV vroeg om eenstructurele oplossing voor het gasprobleem. Die structurele oplossing iser; die wordt gedragen door een meerderheid van de partijen in de Kameren daar is de Minister mee bezig. Dat is de overgang naar eenhernieuwbaar energiesysteem, zodat we niet meer met die gasproble-matiek zitten. Ik wil hem het volgende vragen. De PVV schrijft in hetverkiezingsprogramma: geen miljardenverspilling aan klimaatbeleid maareen betaalbare energierekening. We hebben in de aanloop naar dit debatjuist een onderzoek gekregen waarin staat: als we het klimaatbeleiduitvoeren, krijgen we een betaalbare energierekening en zijn we vrijwelhelemaal gevrijwaard van de gevolgen van een energiecrisis. Mijn vraagaan de PVV is: wat weet u wat TNO niet weet?De heer Kops (PVV):Als je een betaalbare gasrekening wilt, wat moet je dan in de eerste plaatsniet doen? Iedere keer de belasting op gas verhogen. Dat is namelijkjarenlang gebeurd. Jaar na jaar gaat die belasting, die energiebelasting opgas, omhoog. Daardoor wordt gas voor de huishoudens onbetaalbaar. Enwaarom gaat die energiebelasting op gas omhoog? Om de huishoudenste dwingen – te verleiden, wordt wel gezegd – om van het gas af te gaanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63710 en te gaan verduurzamen. Dat wil de heer Klos graag. Hij wil dat mensengaan verduurzamen. Ten eerste hebben die mensen het geld niet om hunhuis voor vele tienduizenden euro’s te verduurzamen. Ten tweede betalenze een torenhoge gasrekening omdat gas op een kunstmatige manierduur is gemaakt door voorgaande kabinetten en ook door deze Minister.De heer Klos (D66):Zeer zeker willen wij dat mensen uiteindelijk van het gas af gaan, omdatdat de goedkopere optie is. Als de PVV hier openlijk zegt «wij willengewoon afhankelijk blijven van het gas van onze vrienden in Rusland, vanPoetin, en van het gas van onze andere vrienden, dus van Trump en deVerenigde Staten, het grote voorbeeld van de heer Wilders» dan is datvolksverlakkerij, want dan zitten mensen straks uiteindelijk met een hogerekening, die niet te betalen is.De heer Kops (PVV):Dan zou de heer Klos het met de PVV eens moeten zijn dat we vooralmeer gas moeten gaan winnen op bijvoorbeeld de Noordzee en dat wedie kerncentrales moeten gaan bouwen, zodat we inderdaad minderafhankelijk worden van andere landen. Maar wij willen die windturbinesen die zonnepanelen niet overal uitrollen terwijl de marktpartijen inwindparken op zee zich massaal terugtrekken. Daardoor wil de Minister ditjaar weer een miljard subsidie uittrekken om die windturbines maar tegaan bouwen. Met andere woorden, ze zijn niet rendabel, want demarktpartijen trekken zich terug. En dan lezen we ook nog dat elektrici-teitscentrales 17% meer gas hebben verbruikt om die schommelingen vanwind- en zonne-energie op te vangen. Met andere woorden, zonne-energie en windenergie zijn totaal niet betrouwbaar, want je hebt er nietsaan als de zon niet schijnt of als het niet waait. Dan gaan de elektriciteits-centrales dus harder draaien, en waar doen ze dat op? Op gas, wat leidttot een hoger gasverbruik.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Erkens.De heer Erkens (VVD):Als de heer Klos het zeker weet ... Ja? Voorzitter, dank. Ik vervang collegaDe Groot, die is geveld door de griep. Hij kijkt nu waarschijnlijk welvanonder een dekentje op de bank mee. Gelukkig heb ik al eerder eendebat over de gasmarkt gedaan, dus kan ik hem vervangen.Voorzitter. Energiepolitiek is ook geopolitiek. Onze afhankelijkheid van deimport van energie van buiten Europa maakt ons zeer kwetsbaar. Eenbetrouwbare en betaalbare energievoorziening is daarom essentieel vooreen sterk en veilig Nederland. De afhankelijkheden van onvrije landenmoeten we daarom zo veel mogelijk afbouwen. Onze eigen energiepro-ductie moeten we vergroten. Huishoudens en bedrijven moeten kunnenrekenen op voldoende beschikbaarheid van energie, ook tijdens koudewinters en geopolitieke onzekerheid. De recente berichten dat onzevoorraden achterblijven op de nationale doelen, baren de VVD dan ookzorgen. Onze leveringszekerheid moet actief worden bewaakt. Op31 december waren onze gasvoorraden slechts voor 48,7% gevuld, terwijlhet Europees gemiddelde lag op 62,3%. Nederland is daarmee de winterin gegaan met de kleinste gasvoorraad in jaren. Het kabinet geeft aan datNederlanders zich geen zorgen hoeven te maken, terwijl expertswaarschuwen voor deze kwetsbaarheid. Loopt Nederland met haar lagevulgraden niet onnodig risico op een onnodig dure winter zoals begin ditjaar, vraag ik de Minister. Is Nederland voldoende voorbereid op mogelijkecalamiteiten, ook op geopolitiek gebied, waardoor de gasprijzen mogelijkdoor het dak zouden gaan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63711 Tegelijkertijd zien we een dilemma. Maatregelen die de leveringszekerheidsteviger waarborgen, zoals vuldoelstellingen, maken op de korte termijngas een stuk duurder en de energierekening van mensen thuis hoger. Datblijkt ook uit een recente analyse van CE Delft. De gasprijzen zijn op ditmoment lager dan afgelopen zomer. Het was daardoor voor bedrijvenaantrekkelijker, zoals de heer Kops ook zei, om nog even te wachten methet vullen en inkopen van gas voor de voorraden. Hoe kan het beleid voorde komende winter wat dat betreft beter worden ingericht, bijvoorbeeldvia EBN, zodat enerzijds de leveringszekerheid geborgd blijft en anderzijdsde energierekening niet onnodig hoog wordt, met name omdat je wilvoorkomen dat je in de laatste weken voor de winter ineens veel moetinkopen, als het mogelijk al heel duur is?Voorzitter. Daarnaast heeft TenneT aangegeven dat in de jaren na 2030 deleveringszekerheid van elektriciteit onzeker wordt. Om ook de leveringsze-kerheid na 2030 te garanderen, moet er onderzoek gedaan worden naarwat voor capaciteitsmechanisme we in Nederland gaan invoeren. Wat zijnvolgens de Minister de vervolgstappen zodra het onderzoek hiernaar isafgerond? Wordt er ook door het ministerie geanticipeerd op de invoeringvan zo’n mechanisme, wat je mogelijk moet voorbereiden, aangezien hetvolgens experts ten minste drie jaar duurt voordat je het hebt? 2030 komtdan toch al heel snel dichtbij. Bovendien is er vanuit de Europese Unieeen frame beschikbaar om capaciteitsmechanismen versneld te imple-menteren. Wordt hier mogelijk op ingezet en, zo ja, kan de Minister deKamer daarover informeren? Hoe wordt ervoor gewaakt dat verschillendeonderzoeken tijdig samenkomen zodat we hierover snel een besluitkunnen nemen? Nogmaals, 2030 komt snel in de buurt.Voorzitter. De hoge energieprijzen drukken zwaar op de portemonnee vangezinnen en beperken de groei van het mkb en de industrie. De VVD wildat voorkomen, ook door de onzekerheden rondom de gasopslagen,vulgraden en internationale energielevering structureel te verbeteren. Hetgebruik van eigen gas in Nederland, bijvoorbeeld via de Noordzee, neemteen deel van die onzekerheid weg. De VVD is in dit debat specifiekbenieuwd of het kussengas dat in de meeste gasopslagen beschikbaar is,mogelijk ook ingezet kan worden als zich een gascrisis aandient, als eensoort strategische reserve. Wordt daar onderzoek naar gedaan? Wat zijnde randvoorwaarden van wat we kunnen doen in een crisis? Hoe staat dater op dit moment voor? Dit zou ten tijde van schaarste de prijs kunnendempen, doordat het onzekerheid uit de Nederlandse markt haalt omdatmen weet dat er nog voldoende buffers aanwezig zijn.Dat was ’m, voorzitter. Ik dacht dat er nog een punt kwam, maar hierbijeindigde de inbreng die de heer De Groot mij heeft meegegeven.De voorzitter:Dank u wel voor de inbreng. Ik zou graag zelf ook nog een inbreng willenleveren, maar dan wil ik een van u vragen om kortstondig het voorzitter-schap over te nemen. Ik zie de heer Erkens knikken.Voorzitter: ErkensDe voorzitter:Dan geef ik het woord aan de heer Boomsma van JA21.De heer Boomsma (JA21):Dank u wel, voorzitter. Ik val hier in voor Daniël van den Berg van JA21. Ikheb niet eerder een gasdebat gedaan, maar ik heb me er wel eerder inverdiept, dus hopelijk kunnen we toch een bijdrage leveren. Velen hebbenhet al gezegd: de wereldorde is snel aan het veranderen. Dat vereistrealisme, zowel in de geopolitiek als de groene politiek als waar diesamenkomen, bij het gas. Voorlopig hebben we nog heel veel gas nodig,dus is het zaak om dat zo goedkoop mogelijk te krijgen en daarbij zo veelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63712 mogelijk zekerheid in te bouwen. Dat is een kwestie van risicoma-nagement.Er is ook een afweging tussen betaalbaarheid en zekerheid. Helaas zijn wenu inderdaad sterk afhankelijk van import. Afhankelijkheid kan ookchantabel maken. Door de enorme ontwikkeling van lng is dat wel ietsverminderd. De leveringszekerheid is sterk toegenomen. Zo zie je dat demarkt wat dat betreft wel zijn werk heeft gedaan. Wij denken dus ook datdie leveringszekerheid tot op zekere hoogte te realiseren is, maar de vraagis: voor welke prijs?Dit debat gaat voor JA21 dan ook vooral over de prijzen. Wat merkengezinnen, het mkb en de industrie hiervan? De gascrisis liet zien hoe snelhet kan exploderen, want het kostte de EU in 2022 1.000 miljard. Dat komtuiteindelijk allemaal terecht bij de mensen die het moeten betalen en datheeft onze industrie enorme schade berokkend. Dat willen we nuvoorkomen. Het afblazen van de gaswinning bij Ternaard heeft deleveringszekerheid natuurlijk niet beter of sterker gemaakt en daarmeeook de betaalbaarheid niet. En dat maakt ons toch weer afhankelijker vanimport.Voorzitter. Je kunt niet, denken wij, elk risico dichttimmeren met eenpublieke voorraad. Veel collega’s hebben naar die vulgraad gevraagd,maar je kunt dus niet alles dichttimmeren, want elk jaar dat je meerzekerheid inkoopt, koop je dat in tegen een steeds hogere prijs.De noodvoorraad. Hoe maak je nou die afwegingen? «Noodvoorraad»klinkt natuurlijk heel geruststellend, maar het is vaak heel erg duur en hethelpt ook niet met het probleem waar mensen het eerst mee te makenkrijgen, de prijsstress. De noodvoorraad mag je namelijk alleenaanspreken als er fysiek echt geen gas meer is. Op dat moment heb jenatuurlijk al gigantische economische schade geleden, doordat de kostenzijn geëxplodeerd. Om die noodvoorraad te realiseren moet je bovendiende kosten doorberekenen, en de kosten zijn in vergelijking met de rest vande wereld al zo hoog in Nederland en de rest van Europa. Dus eennoodvoorraad is of te klein om iets te doen aan de betaalbaarheid of hij iszo groot dat het onbetaalbaar wordt. En dan mag je ’m vaak ook nog nieteens inzetten.Daarom denkt JA21 dat de oplossing voor dit dilemma met de hoogste ende laagste baten, inzetten op die kussengasreserve is. Anderen hebben erook al naar verwezen en wij zijn toch ook overtuigd door het rapport vanCE Delft, waarin staat dat dit een hele interessante optie is. Het gaat omgas dat je normaal niet gebruikt in verband met het reguleren van de druk.In de gasopslag heb je het werkgas, het gas dat bedrijven in de zomerinkopen en opslaan en in de winter leveren. Als de overheid grotevolumes vast gaat houden, gaat ze concurreren met dat werkgas endaarmee trek je extra vraag aan in de zomer. Dat werkt prijsopdrijvend endat is dus wat we eerder al hebben gezien.Dat kussengas ligt daar dus onderin en zorgt voor de druk. Normaal blijf jedaarvan af, maar juist daarom is het, denk ik, heel geschikt voor zo’nuitzonderingssituatie. Het is dan een noodknop, waarmee je tijdelijk eenbeperkt deel van dat gas vrij kan maken. Dat doet normaal niet mee in demarkt en daardoor haal je dus ook geen werkgas weg, dat je andersopnieuw zou moeten inkopen. Je voegt daarmee dus eigenlijk flexibiliteittoe, zonder de marktprikkel voor opslag kapot te maken. En juist dat helptom de prijzen stabiel te houden. Misschien kun je daarnaast ook een heelbeperkt deel van dat kussengas inwinnen om de kosten wat te dempen.Nederland heeft hiermee iets unieks in handen, want alleen al in degasopslag in Norg zit 17 miljard kuub kussengas. Als je dat onderbepaalde voorwaarden en met de juiste governance, dus een noodveror-dening, reserveert, kun je, denk ik, veel kosten besparen. Het gaat eromdat je het zo regelt dat je het alleen gebruikt als dat echt nodig is. Je zetdan een klein deel in om paniek te voorkomen en de rekeningen tedempen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63713 Hiermee is wel haast geboden, want Norg ligt, zodra de vergunning rondis, op koers richting sluiting. Als we dan pas wakker worden, zijn wemisschien te laat en betalen we daarna alsnog een veel hogere prijs. Devraag aan de Minister is dus heel concreet: hoe kijkt de Minister aan tegenhet inzetten van die strategische kussengasreserves, te beginnen met diebij Norg? Is de Minister bereid om dit snel te gaan onderzoeken en uit tewerken met heel duidelijke veiligheidsvoorwaarden en eenvoudigespelregels? Wanneer zet je het in? Hoeveel gas zet je dan in? Hoe breng jehet systeem daarna weer terug naar normaal? We hebben hierover eenmotie in voorbereiding, maar ik hoor graag eerst hoe de Ministerhiertegen aankijkt en of de Minister dit instrument ook echt wil gaaninzetten.Twee. Waarom zouden we een heel dure noodvoorraad op gaan tuigen alsdat weinig doet tegen de prijsstress? Wil de Minister daarom toezeggendat we niet voor een route kiezen die voor een heleboel extra kosten gaatzorgen en voor een heel hoge extra rekening? De gasprijzen moeten watons betreft namelijk juist omlaag.Voorzitter. Leveringszekerheid en betaalbaarheid vragen om nuchter enrealistisch beleid. Daarom moeten we de lng-infrastructuur verderuitbreiden. Dat zou wat ons betreft waar mogelijk eigen productie en eennoodknop met kussengasreserves moeten zijn, maar dan wel zonder datwe ons land armer maken via de energierekening.Tot zover.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik hoor dat betaalbaarheid belangrijk is voor JA21. Dat is uiteraard ookcruciaal voor GroenLinks-PvdA. Alleen hoor ik in het pleidooi van JA21een oproep om daarom meer te gaan boren onder Nederland omdat datzou leiden tot een lagere energierekening, maar dat klopt niet. Gas komtop de internationale markt terecht en volgt vervolgens de wereldmarkt-prijzen. Soms pakt dat gunstig uit, maar vaak ook niet, zeker bij dit soortgeopolitieke spanningen. Het onderzoek van TNO waar ik het al eerderover had en collega Klos ook, laat heel duidelijk zien dat de weerbaarheidvan ons energiesysteem juist heel erg gebaat is bij een hernieuwbare-energiesysteem en dat dat ons meer bestand maakt tegen prijsschokken.Als betaalbaarheid daadwerkelijk belangrijk is voor JA21 en als we onsdaadwerkelijk willen beschermen tegen dat soort prijsschokken, is hetcruciaal om over te stappen naar hernieuwbare energie. Hoe rijmt JA21de oproep tot meer gasboringen onder Nederland met de bevindingenvan TNO en met de realiteit van internationale gasprijzen?De heer Boomsma (JA21):Er wordt natuurlijk heel veel weggelaten in dit verhaal. Duurzame energieis nog veel duurder. Door de inzet op wind en zon kampen we nu ook meteen enorme netcongestie, waardoor je enorm moet investeren in het net.De prijzen zijn heel erg hoog. Op dit moment hebben we dat gas nognodig. Dus als wij het zelf produceren en minder hoeven te importeren,dan leidt dat tot lagere prijzen. Zo werkt dat gewoon. Uiteindelijk is hetnatuurlijk beter als we minder afhankelijk worden van import, maar latenwe niet doen alsof de inzet op duurzame energie op dit moment onmid-dellijk zal leiden tot veel lagere kosten. Overigens ben je voor zonnepa-nelen en windturbines ook afhankelijk van bijvoorbeeld aardmetalen enandere grondstoffen. Het beste wat we kunnen doen, is inderdaaddiversiteit, dus een divers energiesysteem waarbij je wat ons betreft ooknog gebruikmaakt van gas, en daarnaast inzetten op verduurzaming waardat kan. Ondertussen hoef je energie die je niet nodig hebt ook niet tekopen. We zijn zeer voor isoleren en dergelijke, maar laten we niet doen ...Het levert natuurlijk wel geld op als wij nog van ons eigen gas gebruik-maken. Dat levert ons natuurlijk geld op.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63714 Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Zoals ik in mijn eigen bijdrage al zei, heeft het Internationaal Energie-agentschap berekend dat wind en zon ons een kostenbesparing van100 miljard hebben opgeleverd. Voor Nederland is dat een kostenbe-sparing van € 60 per jaar voor een huishouden met een gemiddeldelektriciteitsverbruik. Ik ben dus erg benieuwd naar de cijfers die u heeftdie aangeven dat zon en wind duurder zouden zijn, want dat klopt nietvolgens het Internationaal Energieagentschap.De heer Boomsma (JA21):Natuurlijk, het is op dit moment nog veel duurder. Dat is evident. Er zittennog heel veel belastingen op en er zijn natuurlijk ook heel veel verborgenkosten. Die kosten worden vaak verkeerd voorgespiegeld in die zon enwind. Er is bijvoorbeeld niet in meegerekend hoezeer je het elektrici-teitsnet moet verzwaren en welke enorme kosten daarmee gepaard gaan.En er zijn de enorme systeemkosten om de gascentrales paraat te houden,omdat je die alsnog moet aanzetten bij een dunkelflaute, dus als het nietwaait en de zon niet schijnt. Daardoor zijn de kosten daarvan veel hogerdan als je ze 100% in gebruik zou hebben genomen. Als je een eerlijkevergelijking maakt en alle kosten meeweegt, dan ziet het plaatje er heelanders uit. Dat betekent niet dat we niet moeten verduurzamen. Dat is nogsteeds een goed idee, maar we moeten onszelf ook niet voor de gekhouden.De voorzitter:Mevrouw Van Oosterhout, afrondend.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Als we echt eerlijk de kosten zouden meenemen, dan zou het ook een heelgoed idee zijn om alle fossiele subsidies mee te nemen. Dat zijn er inNederland nog zo’n 50 miljard. En als we echt het eerlijke verhaal zoudenwillen vertellen, dan zouden we ook alle klimaatschade moeten meere-kenen. Afgelopen jaar bedroeg de klimaatschade wereldwijd 192 miljard,zag ik gisteren nog. Dus als we het hele plaatje zouden berekenen, zoufossiel er in ieder geval niet beter afkomen. Ik ben heel benieuwd hoe udaartegen aankijkt.De voorzitter:Meneer Boomsma, afrondend.De heer Boomsma (JA21):Nou, dat denk ik niet. Als je echt een eerlijk kostenplaatje maakt: wehebben nu die fossiele energie nog steeds. We willen nog steeds eentransitie, maar we moeten daar wel de tijd voor nemen. Want alsGroenLinks-PvdA zijn zin krijgt, dan gaan we allemaal duurzame energiegebruiken maar zijn we onze industrie kwijt.De voorzitter:Dan draag ik het voorzitterschap terug over aan de heer Boomsma.Voorzitter: BoomsmaDe voorzitter:Dank u wel. Ik vraag even aan de Minister hoelang zij nodig denkt tehebben voor het beantwoorden van de vragen. Zullen we even schorsen?Tot 14.45 uur? Prima, dan schors ik tot 14.45 uur.De vergadering wordt van 14.20 uur tot 14.48 uur geschorst.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63715 Ik heropen de vergadering en geef graag het woord aan MinisterHermans.Minister Hermans:Voorzitter, dank u wel. Ik zal de beantwoording doen langs een aantalonderwerpen of blokjes. Ik begin met de vragen over de gasopslagen, dande vragen die gesteld zijn over de gasprijzen en de betaalbaarheid,vervolgens de energieafhankelijkheid en de geopolitieke ontwikkelingen,daarna de leveringszekerheid van elektriciteit – daar is ook een aantalvragen over gesteld – en tot slot heb ik nog een mapje overig, waarin ikiets zal zeggen over de gaswinning, over de verduurzaming van degebouwde omgeving en over de vragen van de heer Klos over de steunaan Oekraïne. Ik geef ook een reactie op het rapport waar mevrouw VanOosterhout naar vroeg.Voorzitter. Ik begin met de vragen over de gasopslagen. Laat me beginnenmet een aantal algemene opmerkingen, zoals ik eerder vandaag ook in demedia heb gezegd. Toen het vorige week koud was, met sneeuw entemperaturen ver onder nul, en we de verwarming en de kachel aanhebben gezet, zag je die vulgraden inderdaad zakken. Als het koud is,snap ik dat je met meer dan een schuin oog blijft kijken naar wat ergebeurt in die opslagen, als je thuis gewoon de verwarming aan wilkunnen zetten of wil kunnen koken. In de industrie wil je er natuurlijk ookop kunnen vertrouwen dat je proces kan draaien. Dan denk je: houden zedat goed in de gaten? Het antwoord daarop is: ja, dat houden we heelscherp in de gaten, omwille van de leveringszekerheid en het belang datgas nog steeds speelt in onze samenleving, om huizen te verwarmen en tekunnen koken, maar ook om onze economie te laten draaien.Daarover heb ik een paar opmerkingen. Je ziet die opslagen leeglopen. Opzichzelf is dat logisch. We vullen de opslagen gedurende het jaar, juist omin de winter, in het seizoen dat we wat meer gas nodig hebben, eenvoorraad te hebben. Maar het is niet het enige wat we in de winter, in ditseizoen, gebruiken om mensen en bedrijven van gas te voorzien; wehebben natuurlijk ook gewoon de wekelijkse import en aanvoer van gasnaar Nederland.De aanvoer van gas naar Europa en naar Nederland over de afgelopenmaanden is al lange tijd stabiel. We zien ook dat de prijzen op de grotehandelsmarkt voor gas al langere tijd relatief laag en stabiel zijn. Dat iseen teken dat leveranciers vertrouwen hebben dat er genoeg gas is om inde vraag te voorzien. Dat laat allemaal onverlet dat wij dit in de gatenblijven houden, juist ook in een wereld waarin zo veel gebeurt en waarininstabiliteit en de mogelijke effecten daarvan op de energiemarktnatuurlijk op de loer liggen.Dan even specifiek over de opslagen. Die waren op 1 november, afgezettegen de Europese vulverplichting, voor een groot deel voldoende gevuld.Het lag er net onder, maar binnen de bandbreedte waarbinnen daarvanmag worden afgeweken. Het nationale vuldoel, met een ambitie van 80%,hebben we inderdaad niet gehaald, zoals de heer Klos ook zei.Ik geloof dat de heer Vermeer vroeg: hoe komt het nou dat er aan hetbegin van het seizoen minder gas in die opslagen zat dan bijvoorbeeldeen jaar daarvoor, toen de nationale vulambitie nog op 90% lag? Die lagdit jaar op 80%. Dat had ermee te maken dat er al vroegtijdig gas uit dieopslagen werd onttrokken. Dat was het gevolg van prijsontwikkelingen; deheer Kops refereerde daar ook aan. Dat was in combinatie met hetvertrouwen dat partijen in het vulseizoen hadden en op dit momenthebben dat er voldoende beschikbaarheid van gas is voor de winter. Dezeontwikkeling zagen we niet alleen in Nederland, maar ook in alle andereEuropese lidstaten. Wat we nu zien gebeuren met onze opslag, zien weook in landen om ons heen. Daar zie je dus ook dat de opslagen nu, in ditseizoen, leger raken. Het is altijd goed om er even bij te zeggen datNederland relatief grote gasopslagen heeft, als je ze afzet tegen onsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63716 gasverbruik. Aan het begin van het seizoen hadden wij in de opslagen eenhoeveelheid gas zitten die gelijkstaat aan ongeveer 35% van onzejaarlijkse vraag. Dat neemt allemaal niet weg dat we heel goed in de gatenmoeten houden hoe het in die opslagen gaat en wat we nu al kunnendoen om zo veel mogelijk actie te ondernemen om het vullen voorvolgend jaar goed te laten verlopen. Dit zijn allemaal gegevens diegewoon belangrijk zijn om vanuit het goede perspectief, in de goedecontext, te kunnen zien hoe het nou zit met die opslagen van ons.Op basis van alles wat we nu zien in Nederland, op de Noord-Europesegasmarkt en ook in de lng-importstromen, zijn er op dit moment geenzorgen ten aanzien van de leveringszekerheid. Dat zeg ik ook nog een keertegen de heer Jumelet, die mij vroeg daar nog een keer op in te gaan.GTS heeft ons aan de start van het stookseizoen laten weten dat wij overvoldoende capaciteit beschikken om op een koude dag te voldoen aan depiekvraag en dat er ook voldoende volume is om de winter door tekomen. Alleen in echt extreme gevallen zou er een tekort kunnenontstaan. Dan zijn er weer een aantal stappen die ook vanuit de marktgenomen kunnen worden om dat op te vangen. Die hele analyse, die GTSdus aan het begin van het stookseizoen heeft gegeven, geldt ook vandaagde dag nog steeds, want het was koud. Verder zien we tot nu toe eenwinter met een gemiddeld temperatuurverloop, maar ook dat blijven wein de gaten houden. Maar ik herhaal: de internationale context vraagt omalertheid, dus die is er ook.De heer Vermeer (BBB):De heer Kops gaf in zijn betoog ook al aan dat het nu lijkt alsof een grootdeel van die gasvoorraad wordt gebruikt voor speculatie op de prijzen, ommaar even die woorden te gebruiken. Ik doe dan niet helemaal recht aanhoe ermee wordt gewerkt, maar die heeft wel grote invloed op deprijsontwikkelingen. En die is steeds gericht op die winterpiek, terwijl wijhier in de Kamer volgens mij vrij breed een oproep doen om ook te kijkennaar de geopolitieke context, en dus minder uit te gaan van winterpiekenen meer van strategische gasvoorraad. Dit is niet iets om alleen in dewinter aandacht aan te geven. Ziet de Minister dat ook zo? Ziet zij ook datwij daar met een andere blik naar moeten kijken, en dat we niet alleen netdoen of dit ... Ik zal het even iets zorgvuldiger formuleren: vindt zij ook datwe niet alleen een gasvoorraad moeten hebben om koude op te vangen,maar dat er meerdere scenario’s zijn waarin we gasopslag nodig hebben?Als we nu al op 40% of net daaronder zitten ... Uit die cijfers van MartienVisser bleek dat wij de piekbehoefte niet overschreden hebben – daar zathet probleem ook niet – maar we zitten nu al op 39%. Als de winter voorbijis, kan het wezen dat er om hele andere redenen toch nog voorraad nodigis. Daar houden we nu geen rekening mee. Vindt de Minister niet dat weop een andere manier naar de gasvoorraad moeten gaan kijken, dus nietalleen als winterreserve?Minister Hermans:Het is goed om even een paar dingen uit elkaar te halen. De vuldoelen, deEuropese vulverplichting en de nationale vulambitie, zien op de opslagvan gas in onze seizoensopslagen. Die zijn er ook echt op gericht om eenbuffer te hebben tijdens het stookseizoen, waarin je gewoon meer gasnodig hebt. Zo gebruiken we die opslagen, en zo zullen we die ook nogwel een tijdje nodig hebben om in het winterseizoen aan die extra vraagte kunnen voldoen. Dat is de ene kant. De andere kant betreft de interna-tionale ontwikkelingen en de geopolitieke situatie. De vraag van de heerVermeer is: zou je niet ook daar een voorraad voor moeten aanleggen? Nuis het zo dat wij per dit jaar gaan werken met een noodvoorraad. Er komtnog een wetsvoorstel naar de Kamer waarin dat echt definitief wordtvastgelegd, en waarin ook wordt vastgelegd dat je jaarlijks kan kijken hoegroot die noodvoorraad moet zijn. Dit jaar, in 2026, beginnen we daar vastTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63717 mee. Ik zeg daar wel bij dat dat echt een noodvoorraad is voor noodsitu-aties, dus voor als we in hoogste fase van een gascrisis zitten. Die hebbenwe, zeg ik daar direct bij, in de energiecrisis van 2022 niet gehad. Het gaatdus om een echt uiterst geval. Dan wordt erop ingezet om het in tekunnen zetten op plekken waar echt op dat moment gas nodig is om onsland te kunnen laten draaien. Die voorraad is niet bedoeld om strategischte kunnen sturen op bijvoorbeeld de prijs. Dat mag ook niet op grond vande EU-regels. In 2026, dus dit jaar, leggen we voor het eerst zo’nnoodvoorraad aan.De heer Kops (PVV):Een korte vraag over die noodvoorraad. Als die wordt aangelegd, wordtdie dan, in geval van nood dus, alleen ingezet voor nationaal verbruik, inNederland, dus als er hier een tekort is, of kan die ook ingezet worden alser in ons omringende landen een tekort dreigt?Minister Hermans:In ons noodplan hebben we gekeken wat nou afnemers zijn die je echtmoet beschermen in het geval van een crisis. Daar is die voorraad voorbedoeld.De heer Kops (PVV):Dus dat is alleen voor binnenlands verbruik, dus inderdaad voor mensen,zoals huishoudens hier, die beschermd worden in Nederland? Dus als erecht een tekort dreigt te ontstaan of ontstaat, dan wordt het daarvooringezet, voor die Nederlandse huishoudens bijvoorbeeld? Kan de Ministeruitsluiten dat dat gas wordt geëxporteerd naar bijvoorbeeld Duitsland?Minister Hermans:Je legt die voorraad aan omdat ... De volgende stap is dat je moet ... Wezitten echt de hoogste fase van een crisis als we dit gaan inzetten. Weleggen die voorraad aan voor het geval je moet gaan afschakelen, dat jebepaalde groepen – daar zit ook een heel afwegingskader en stappenplanin – moet gaan afschakelen. Dat wil je zo veel mogelijk voorkomen endaarvoor hebben we een noodvoorraad. Die noodvoorraad is bedoeldvoor alle beschermde, door solidariteit beschermde, afnemers. Dat isnatuurlijk bedoeld om nationaal te beschermen. Ik wil het even checken,omdat u zo expliciet vraagt: kunt u uitsluiten dat er iets naar hetbuitenland gaat? In deze hele gasmarkt zit natuurlijk ook Noord-Europesesolidariteit. Als de prijs hier of in Duitsland hoog is, dan maken we somsgebruik van elkaar, van elkaars opslagen. Ik wil even checken, als de heerKops dat goedvindt, hoe dat exact werkt met die noodvoorraad, voordat ikiets toezeg wat ik misschien gewoon niet waar kan maken omdat demarkt, de gasmarkt zoals we die georganiseerd hebben, niet zo werkt.De voorzitter:Komt u daarop terug in de tweede termijn?Minister Hermans:Ja, zeker. Dat doe ik, ja.De voorzitter:Dan vervolgt u uw betoog.Minister Hermans:Voorzitter. De heer Vermeer is vertrokken, maar ik heb zijn vraag over devoorraden beantwoord.De heer Kops vroeg mij naar de vultaak van EBN. Die is uitgebreid en tochis het doel niet gehaald. Wat hebben we nou nog meer gedaan of gaan wenog meer doen? Het afgelopen jaar had EBN een vultaak van 20Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63718 terawattuur. Ik zei net al dat tijdens het afgelopen vulseizoen bleek datmarktpartijen onvoldoende vulden als gevolg van de marktomstandig-heden. Daarom heeft het kabinet in juli van het afgelopen jaar de vultaakvan EBN verhoogd naar 25 terawattuur, en daarna nog een keer naar 28terawattuur. In 2024 was die taak van EBN nog 12 terawattuur, even tervergelijking. De vultaak van EBN is dus aanzienlijk verruimd, ook in reactieop wat we zagen gebeuren. We konden het afgelopen jaar niet verdergaan dan dit, gelet op de financiële ruimte en de operationele mogelijk-heden van de betreffende opslagen om nog bij te vullen. Komend jaarwordt de vultaak nog verder uitgebreid naar 80 terawattuur.De heer Kops (PVV):Die vultaak van EBN is dus maximaal uitgebreid binnen de kaders.Waarom is het dan alsnog niet gelukt om dat doel van 80% te halen?Minister Hermans:We hebben EBN de maximale taak gegeven die operationeel mogelijkwas. Daarnaast, ook met die 28 terawattuur ... We hadden een vultaak van105? Nee, 110. 28 is nog geen 110, dus dan heb je nog steeds marktpar-tijen nodig. Daar waren de marktomstandigheden zoals geschetst. Dat isde achtergrond.De voorzitter:Nog één keer.De heer Kops (PVV):Inderdaad, die opslagen worden door de marktpartijen gevuld. Deoverheid heeft daar via EBN een aandeel van 40% in, meen ik. Ik lees datdit er in de praktijk op neerkomt dat ongeveer slechts een zesde van dieopslagen in opdracht van de overheid wordt gevuld. Volgens de Mijnraadheeft door deze constructie eigenlijk niemand een duidelijke regierol omde leveringszekerheid van gas te garanderen. Met andere woorden: diemarktpartijen laten zich natuurlijk heel erg leiden door de marktomstan-digheden, door de gasprijzen en ook zeker door hun winsten, en deoverheid heeft daar een beperkte rol in. De Mijnraad zegt dus eigenlijk:door die hele constructie heeft niemand echt een duidelijke regierol; deoverheid kan ook minder goed ingrijpen als die marktpartijen te weinigdoen. Zo vat ik dat dan op. Wat vindt de Minister daarvan?Minister Hermans:We hebben afgelopen jaar natuurlijk gezien wat er gebeurde als gevolgvan die markt, van die prijzen. Ik zeg er wel bij dat de marktpartijen toennatuurlijk ook zagen dat de beschikbaarheidscapaciteit van lng internati-onaal aan het toenemen was. Daar wordt natuurlijk ook op geanticipeerd.Wij hebben gezegd: wij vergroten de vultaak van EBN voor komend jaar,voor het komend vulseizoen, naar 80 terawattuur. Dat is ten opzichte vanhet nationale vuldoel van 115 terawattuur voor volgend jaar natuurlijk eenveel groter deel dan wat dit het afgelopen jaar was. Ik sta erachter dat wedit doen, omdat ik het regiepunt van de heer Kops, zeker in zo’n onrustigewereld, goed begrijp. Het is wel steeds, zoals de heer Erkens eigenlijk zei,balanceren tussen leveringszekerheid en betaalbaarheid van gas. Daarheeft de heer Kops – en terecht! – ook aandacht voor gevraagd. Je wil ookde betaalbaarheid in de gaten houden. Als de overheid instapt waar demarkt dat niet doet of denkt «omdat de overheid het doet, hoeven wij hetniet te doen», worden er natuurlijk wel kosten gemaakt door de overheid.Ook al wordt voor die vultaak een heffing opgelegd ... De heer Jumeletvroeg terecht wat dit betekent voor consumenten. Dat weten we nu nogniet precies, maar een deel zal bij gebruikers, en dus ook bij consumenten,terecht kunnen komen. Dat is de voortdurende zoektocht naar een goedebalans.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63719 De heer Jumelet (CDA):De Minister begint er zelf over, dus ik permitteer het mijzelf om de vraagook maar gelijk te stellen. Die heeft ook te maken met wat er net aan deorde was wat betreft EBN. Aan de ene kant ligt het nu, veel meer daneerder, bij EBN om die vultaak op zich te nemen. Ik stelde de vraag wat ditbetekent voor EBN. Het is een heel grote uitbreiding van wat er moetgebeuren. Wij als CDA vinden het ook wel van belang om op die tarieven,waar de Minister net zelf over begon, zicht te krijgen. Als je ziet dat demarkt het niet meer doet en EBN het voor ons doet, dan is op enigmoment de vraag of het betaalbaar en behapbaar natuurlijk wel heelgerechtvaardigd.Minister Hermans:De heer Jumelet stelt die vraag heel terecht. Hij stelde daar verschillendevragen over, ook in deze interruptie. Als ik die even mag samenvatten, isde vraag: wat is nou het effect van de vultaak op de prijzen, op debetaalbaarheid? Ik heb een paar opmerkingen daarover. Voor hetvulseizoen 2025–2026 hebben we aan EBN een subsidie van 233 miljoenverleend. Voor komend vulseizoen, voor 2026–2027, gaat het om eensubsidie van maximaal 993 miljoen. Alleen de nettokosten, dus het saldovan de subsidie-uitputting en het interim-dividend dat EBN per vulseizoenuitkeert, belanden in de heffing die bedoeld is om de financiering hiervante regelen. Het is voor ons op dit moment dus heel moeilijk om tevoorspellen wat de uiteindelijke nettokosten voor gebruikers zullen zijn,omdat het gaat om een maximale vultaak.Dan kom ik bij het punt waar ik het net met de heer Kops over had. Het isals overheid een kwestie van balanceren tussen waar en wanneer je erinstapt. We hebben de ruimte voor EBN nu zo maximaal mogelijkgemaakt, maar het betreft een maximale ruimte. Het zal altijd in goedsamenspel tussen markt en overheid moeten verlopen.De voorzitter:U kunt uw betoog vervolgen.Minister Hermans:De heer Jumelet vroeg mij ook: in hoeverre is EBN berekend op de taak,niet alleen financieel gezien maar ook qua organisatie? EBN is berekenden klaar voor die taak. Dat hebben ze het afgelopen jaar ook laten zien. Zehebben van de Staat beschikking gekregen over een grotere leenfaciliteit.Zodra EBN toegang krijgt tot de opslagen in Norg en Grijpskerk, kan hetdaar starten met vullen. Het is al gestart met de operationele voorberei-dingen daarvoor.Ik ga nu een aantal vragen over strategische reserves en voorradenbeantwoorden. De heer Jumelet vroeg: de strategische opslag zou tochvooral een Europees systeem moeten zijn, zoals ook bij olievoorraden,waarbij elk land naar rato van gebruik bijdraagt? Een Europees systeemvoor gasopslagen, zoals we dat voor olie hebben, is er op dit momentniet. Ik heb een deel van de discussie hierover in Europa meegemaakt. Diegaat vooral over de kostendeling bij zo’n systeem, die heel weerbarstig is.Er zijn namelijk lidstaten zonder of met heel beperkte gasopslag, terwijlwij een land zijn met gasopslag van grote volumes. Die landen zien geenreden om daaraan bij te dragen, terwijl wij daar natuurlijk wel een grootbelang bij hebben. Tot slot is een strategische gasopslag kostbaarder enmoeilijker te realiseren dan een strategische olievoorraad. Maar dekostendeling is dus een belangrijk punt waarom de Europese discussievastzit of moeilijk is.De heer Jumelet, de heer Erkens en de heer Boomsma vroegen naar hetrapport van CE Delft en het mogelijk gebruikmaken van een strategischekussengasreserve, bijvoorbeeld in Norg. Wij hebben dat rapport natuurlijkook gezien. Het is op zichzelf een interessant idee. Wat ik zou willen doen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63720 of mijn opvolger zou willen aanraden, is dit betrekken bij de uitwerkingvan de motie-Grinwis, waarin gevraagd wordt om strategisch gasbeleidmet een afwegingskader voor overheidsinterventies. Daar zou ik dit bijwillen betrekken. Ik zeg er wel bij dat het complex is. We zullen heel goedmoeten kijken naar juridische en praktische punten bij het winnen vankussengas bij gasopslagen die nog in gebruik zijn. De seizoensopslagenhebben we in de komende jaren echt nog nodig in hun functie alsseizoensopslag, ook al bouwen we af. Je wilt niet dat het winnen vankussengas de seizoensopslagfunctie beëindigt terwijl we die nog nodighebben. Het kussengas is voor een groot deel eigendom van privatepartijen, nu vaak de beheerders van de opslagen. Als ze dat kussengasniet mogen winnen, willen ze de waarde daarvan natuurlijk vergoedhebben op het moment dat wij de opslagfunctie in principe zoudenbeëindigen. Dan is er nog een vraagstuk rondom de kwaliteit van het gas.Het kussengas in Norg en Grijpskerk is alleen na een speciale behandelingte gebruiken, wat de inzetbaarheid beperkt. De gedachte, en ook wat hetrapport schetst, is dus interessant, maar er zitten wel een paar complexepunten aan. Ik zou dat willen betrekken bij de uitwerking van de motieover strategisch gasbeleid.De heer Jumelet (CDA):Ik noemde ook de onrust in het gebied, vooral als het gaat om het samenuitvoeren van enerzijds de gasopslag en anderzijds het mogelijk winnenvan het kussengas. De Minister is volgens mij goed op de hoogte van dievraagstukken. Ik denk wel dat het goed zou zijn om ook aandacht te gevenaan die onrust, omdat uiteindelijk die vragen al veel eerder zijn gesteld,ook in dat gebied. Ik merk hier gewoon op dat ik vind dat daar ook veelaandacht voor zou moeten zijn.Minister Hermans:Dat deel ik. Meer in den brede ... Ik kom later nog op een paar vragen diezijn gesteld over gaswinning. De heer Jumelet weet als geen ander dat wede gesprekken die wij aan de Drentse mijnbouwtafel hebben gevoerd ookzo aan de Friese mijnbouwtafel hebben gevoerd. In Groningen hebben wedaar op verschillende plekken gesprekken over gevoerd. Ik zie, herken enbegrijp de zorgen ook ongelofelijk goed. We kunnen hier alleen maaruiteindelijk stappen in zetten, welke kant op dan ook, in goed overleg en ingoede samenwerking met de regio, de provincies en de lokalebestuurders. Dat deel ik dus.Voorzitter. De heer Boomsma vroeg waarom je nou zo’n durenoodvoorraad zou optuigen als je die toch niet kan inzetten om de prijs tedempen. Het klopt dat we het daar niet voor kunnen inzetten. Dat mag ookniet op grond van de Europese regelgeving. Maar we hebben het welnodig, zoals ik net ook met de heer Kops wisselde, om in een noodsituatieiets te kunnen doen of die te kunnen bestrijden. Daarom hebben we nu dekeuze gemaakt om te beginnen met een beperkte noodvoorraad van 5terawattuur. Daarmee houden we de kosten beperkt, maar blijft het weleffectief en hebben we echt wel wat achter de hand in geval van eennoodsituatie.Voorzitter. Dat wat betreft de opslagen. Dan kom ik nu bij de betaal-baarheid en de gasprijzen. Ik heb hier eigenlijk al het een en ander overgezegd in de richting van de heer Erkens. Hij noemde het dilemma vanleveringszekerheid, betaalbaarheid en natuurlijk ook de Europesevulverplichting waar we aan moeten voldoen. Het is inderdaad eendilemma om daartussen te laveren en daar allemaal oog en aandacht voorte hebben. We werken aan het afwegingskader naar aanleiding van demotie-Grinwis. Het is de bedoeling om de Kamer voor de zomer van ditjaar, 2026, te informeren over waar we staan en voor welke keuzes we indat kader komen te staan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63721 De heer Erkens en de heer Kops vroegen of we voorbereid zijn voor als erzich een calamiteit voordoet en de gasprijzen weer enorm omhooggaan.Even voor de duidelijkheid: op dit moment is dat niet aan de orde. Er isvoldoende aanbod en we zien al geruime tijd dat de prijzen stabiel enrelatief laag zijn. Als er zich een calamiteit voordoet, dan zien wemogelijkheden voor de markt om die op te vangen. Dat zit ’m in hetgebruik van gas dat opgeslagen zit in de gascavernes en het extraimporteren van lng naar Noordwest-Europa. De markt kan dan ervoorkiezen om minder door te voeren van Nederland naar het buitenland. Ener zijn natuurlijk sturingsmogelijkheden aan de vraagkant. Als er eendermate grote calamiteit is waardoor je ondanks de mogelijkheden die demarkt heeft om te sturen toch ziet dat er een tekort dreigt, dan hebben weeen noodplan. Dat is het Bescherm- en Herstelplan Gas. Het doel van datplan is om gastekorten op te vangen zodat het hele systeem blijftfunctioneren en beschermde afnemers voorzien blijven. In een absolutenoodsituatie kan het kabinet ingrijpen in de markt om de afname tereduceren. Hiervoor is de afschakelstrategie waar ik het net al over had.We hopen natuurlijk echt dat we daar nooit in terecht komen, maar dievoorbereidingen zijn wel getroffen. Ik zei al dat we die noodvoorraad ditjaar voor het eerst gaan aanleggen.De heer Klos (D66):Ik vraag het hier even, omdat er steeds wordt teruggekomen op dat weons als zich een probleem voordoet onder andere kunnen beroepen opextra lng-import om problemen en prijsstijgingen te dempen. Dat lijkt mejuist een probleem op dit moment in de wereldpolitiek, want je zoukunnen hebben dat drie zeer onwenselijke situaties zich tegelijkertijdvoordoen: dat Trump zich doet gelden met het lng, wat toch een derde isvan onze import, dat Iran een probleem wordt voor gas van Qatar en datwe tegelijkertijd bijvoorbeeld een aanslag krijgen op de infrastructuur diegas van Noorwegen naar Nederland leidt. Met in het achterhoofd het feitdat het Nederlandse kabinet er niet in is geslaagd om de vuldoelen tehalen en die dus al laag staan, en we mogelijk nog een lange winterhebben, is de vraag of we als dat soort situaties zich voordoen daaropvoorbereid zijn. Hebben we scenario’s voor wat er dan gebeurt, en wetenwe wat voor effecten dat heeft op huishoudens en bedrijven inNederland?Minister Hermans:Ja, die hebben we. Dat is dat Bescherm- en Herstelplan Gas. Daar zittenfases in van de mate van crisis of noodsituatie waar je in terechtkomt. Hetinzetten van de noodvoorraad zit echt in de hoogste fase van crisis. Deheer Klos schetst een situatie die absoluut onwenselijk is en een effect zalhebben, maar wat het effect precies is, wat de gevolgen precies zijn, isnatuurlijk afhankelijk van de duur van de verstoring en de periode waarindie plaatsvindt. Als het enkele dagen tot enkele weken is, dan kunnen wehet opvangen door productie uit onze opslagen. We hebben natuurlijkpijpleidingen. Het ligt natuurlijk aan wat precies de verstoring is,waardoor je uit omringende landen ... Daarom is het goed dat we dieverbonden gasmarkt hebben en elkaar kunnen ondersteunen. In scena-rio’s zou sprake kunnen zijn van een eventuele exportstop, maar dat heeftnatuurlijk extreme gevolgen en ook potentieel schade tot gevolg voor delanden die daartoe over zouden moeten gaan. Maar goed, we hebben duseen noodplan – een Bescherm- en Herstelplan Gas, moet ik zeggen.De heer Klos noemde terecht – ik geloof dat een aantal andere Kamer-leden daar ook op wees – de grote hoeveelheid gas die we importeren.Dat is de reden dat we tegelijkertijd – we hebben die import nodig – kijkenhoe we die afhankelijkheid zo veel mogelijk kunnen afbouwen en dat wezolang we die nog hebben niet wedden op één paard, maar dat we waarwe het allemaal vandaan halen spreiden: de diversificatie. Maar dat is nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63722 het enige. We moeten ook verder werken aan die afbouw. Mevrouw VanOosterhout vroeg daar terecht naar: wind op zee, kernenergie, waterstof,de warmtenetten. Daar kom ik nog op, want iemand stelde daar een vraagover. Het is en-en-en. Het moet allemaal gebeuren. Er spelen ook allerleiingewikkeldheden in het snel uitrollen van die warmtenetten, de situatiemet het aanleggen van windparken op zee en kernenergie. Dat zijnlangdurige trajecten. Daar moeten we mee door. Het is niet van vandaagop morgen klaar. Dat betekent dus ook nog steeds die import van gas. Wewerken dus keihard aan het spreiden van die import.De voorzitter:Een vervolginterruptie van de heer Klos.De heer Klos (D66):Met dat laatste ben ik het totaal eens en ik waardeer de inzet van deMinister daarvoor. Misschien heb ik mijn vraag niet duidelijk gesteld. Ikwas eigenlijk niet benieuwd naar hoe dat plan er dan uitziet, maar naar despecifieke analyse van het kabinet van de drie geopolitieke dreigingen ophet gebied van energie die zich juist aan het begin van dit jaar voordoen,die nu dus denkbaar zijn. Ik ben benieuwd of de Minister overleg heeftgepleegd met de Minister van Buitenlandse Zaken, en of die situaties ofscenario’s heeft geschetst over wat er dan gebeurt met onze energievoor-ziening en hoe we dat compenseren.Minister Hermans:Ik begrijp nu de vraag van de heer Klos. Ja, hier is doorlopend aandachtvoor. In brede zin gaat dat over de leveringszekerheid van energie, dusook op het gebied van elektriciteit, en natuurlijk ook van gas en olie. Wehebben de Nationale Veiligheidsraad, en natuurlijk ook gewoon deoverleggen die ik zelf voer en die ook ambtelijk gevoerd worden. Daaromzei ik dat er op dit moment geen reden tot zorg is en de situatie tegelij-kertijd vraagt om alertheid. We houden dit dus continu in de gaten; hetwordt continu gemonitord. Ik heb zelf wekelijks overleg over de opslagen.Daar waar dat nodig is, gebeurt dat natuurlijk vaker, ook met collega’s.Daar is dus continu aandacht voor. Ik kan niet anders dan dat bevestigen.De heer Klos (D66):Sorry, nog een laatste interruptie, want dat roept bij mij de vraag op: kuntu de analyses die u daarvan maakt met de Kamer delen, al dan nietvertrouwelijk, als dat niet anders kan?Minister Hermans:Dat moet ik even nagaan, want het is niet alsof ik één rapport op mijnbureau krijg. Het is een soort doorgaand proces. Daar kan de heer Kloszich waarschijnlijk wel iets bij voorstellen. Ik wil best kijken of we daar ietsvan kunnen delen, dan wel of ik iets kan samenvoegen om met de Kamerte delen. Dat wil ik gewoon echt even nagaan. Dan wil ik ook even nagaanwat daarvan openbaar kan worden en wat vertrouwelijk moet blijven.De voorzitter:Maar daar komt u dan in de tweede termijn misschien even op terug?Minister Hermans:Ja, dat zal ik doen.De heer Jumelet (CDA):Ik wil ondersteunen wat mijn collega net vroeg, om ons daar ook in meete nemen. Het zit niet altijd in mijn gezichtsveld, maar de energiemix gaatover verschillende modaliteiten. We zetten in op hernieuwbare energie. Ikdenk dat dat heel goed is, juist ook om die onafhankelijkheid wat meerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63723 vorm en inhoud te geven. Maar toen we het hadden over die leveringsze-kerheid en de breedte daarvan op het gebied van gas en opslagen, wasmijn gedachte opeens ook: we bouwen natuurlijk ook het gebruik vankolencentrales af, terwijl dat wel een deel is van onze energieproductie.Dan wordt het wel heel fragiel. In ieder geval tref ik de Minister optimis-tisch aan en met heel veel inzet, en dat waarderen we met z’n allen zeer.Tegelijkertijd is het wel goed om inzicht te hebben in hoe het er werkelijkvoor staat. Ik wilde me daar dus graag bij aansluiten, niet alleen vanuit degedachte van het delen van die zorg, maar ook vooral om de komende tijdde goeie dingen te doen.De voorzitter:Oké, maar de Minister komt er in de tweede termijn op terug.Minister Hermans:Nou, ik wil hier wel even op reageren, want het is net een andere vraag,maar het raakt aan hetzelfde. Ik deel dat vraagstuk van leveringszekerheidin de geopolitieke situatie waar we in zitten heel erg met iedereen die daarvragen over stelt of opmerkingen over maakt. Dat geldt voor gas en datgeldt ook voor elektriciteit. Op het gebied van gas werk ik naar aanleidingvan de motie van Pieter Grinwis aan een strategisch beleidskader, eenafwegingskader. Op het gebied van elektriciteit bereid ik voor dat eenvolgend kabinet in elk geval een richtinggevend besluit kan nemen overeen vorm van een capaciteitsmechanisme in de elektriciteitsmarkt. Deheer Jumelet heeft namelijk gelijk: ook daar speelt een vraagstuk vanleveringszekerheid. Dat speelt overigens pas in de jaren na 2030. Maardaar moet je je nu al wel op voorbereiden, want als je daar een besluitover neemt, moeten betrokken partijen natuurlijk ook de tijd hebben omzich daarop voor te kunnen bereiden. Die dingen gaan ook in de tijdsamenvallen, want het besluit over dat capaciteitsmechanisme elektriciteiten dat strategische beleidskader voor gas komen allebei in de eerste helftvan 2026. Daar komt dus ook veel informatie samen om dat goed insamenhang te kunnen bezien. Dus dat zeg ik even over de besluitenwaarnaartoe wordt gewerkt. Los daarvan staat de analyse van wat we inhet hier en nu zien gebeuren en wat we daar vandaag en morgen aandoen. Ik zal dat checken en in tweede termijn terugkomen op de vraag watwe hebben liggen en wat ik kan delen, en in welke vorm.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Minister Hermans:Dan ga ik weer even uit de geopolitiek, naar nog een paar vragen over deprijzen.De heer Klos vroeg wat ik nog dit jaar kan doen om het risico op hogeprijzen te voorkomen. Er is op de gasmarkt geen eigenstandige Neder-landse prijs die losstaat van de prijs op andere markten. Die prijs wordtbepaald op de gasmarkt, en wordt beïnvloed door een veelheid aanfactoren, nationaal en internationaal. Zeker op die laatste factoren heb iknatuurlijk geen invloed. Ik zeg er wel bij dat de vooruitzichten op ditmoment gunstig zijn. Ook dit is iets wat we continu in de gaten blijvenhouden. We zien dat de prijs voor aankomende zomer ook weer onder dehuidige prijs ligt, namelijk bijna € 5 per megawattuur. De vooruitzichtenzijn wat dat betreft dus gunstig.De heer Klos vroeg ook wat ik ten aanzien van de vulgraden ga doen omeen herhaling volgend jaar te voorkomen. Ik noemde al de uitbreiding vande taak van EBN, de noodvoorraad, de diversificatie van de import en hetsowieso op peil houden en waar mogelijk en nodig vergroten van deimportcapaciteit. Ook hebben wij het advies van GTS overgenomen omvoor volgend jaar een vuldoel van 115 terawattuur op 1 november 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63724 na te streven. Dat ligt weer ietsje hoger dan het doel van afgelopen jaar,dus van 1 november 2025.Voorzitter. Dat wat betreft de prijzen. Dan ga ik nu verder met het blokjegeopolitiek en energieafhankelijkheid. Ik kijk even wat we daar noghadden openstaan. Ja, dat is nog wel wat.De heer Vermeer vroeg mij wanneer we nou stoppen met de export vangas. De heer Vermeer is er nu niet, maar dat is niet aan de orde.Nederland is ook netto-importeur van gas, en ik denk dat wij er alsnetto-importeur niet echt bij gebaat zijn om zelf te stoppen met de export,omdat dat mogelijk leidt tot gevolgen bij anderen. Het wordt dan veelminder aantrekkelijk om gas naar Nederland te brengen, terwijl wij op ditmoment de zogenaamde gasrotonde van Noordwest-Europa zijn. Datstaat allemaal nog los van het feit dat een exportverbod ook niet kánbinnen de Europese regelgeving. Ik zou het vanuit de afhankelijkheid diewij hebben op het gebied van import ook echt niet verstandig vinden.Voorzitter. De heer Kops vroeg mij naar onze langetermijncontracten. Hoevoorkomen we nou dat andere landen nog van onze gasmarkt profiteren?Ik zei zonet al dat we de export dus niet mogen verbieden en dat dat ookniet in ons belang is, en dat wij over en weer soms ook van elkaarssituatie op de gasmarkt kunnen profiteren.Dan even over de exportcontracten. De heer Kops sprak over «onzeexportcontracten». Om heel precies te zijn: landen hebben geencontracten. Dat zijn de energiebedrijven, die klanten hebben in binnen- enbuitenland. Dan kan het bijvoorbeeld zo zijn – dit is een voorbeeld – datUniper gas levert aan klanten in Nederland. Wat ik weet, of waar wij zichtop hebben, is dat GasTerra op basis van het Groningenveldgas exportcon-tracten had. Omdat de onderneming GasTerra per 1 oktober haaractiviteiten beëindigt, zijn daarmee ook de contracten beëindigd. Vanandere partijen weten we dat niet, want die contracten zijn door privatepartijen aangegaan.Dan vroeg de heer Kops mij ook nog hoeveel gas er naar Duitsland isgeëxporteerd en tegen welke prijs. In het gasjaar 2024–2025 is 260terawattuur aan gas naar Duitsland geëxporteerd. We kunnen nietaangeven hoeveel daarvan afkomstig is uit de opslagen. Ook de exacteprijs is mij niet bekend, want die is afhankelijk van afspraken tussenmarktpartijen. Die prijs zal ongetwijfeld wel gekoppeld zijn aan de prijs dieop de Nederlandse gasmarkt – dat is de Title Transfer Facility, de TTF – totstand komt. Dat is de meest liquide en ook de meest omvangrijkegasmarkt van de EU.De heer Kops (PVV):Maar moeten we dan niet weten hoeveel er uit onze voorraden naarDuitsland is geëxporteerd? Dat is namelijk nogal cruciaal. Ieder jaaropnieuw moeten we met veel pijn, moeite en geld die voorraden vullen.De doelen worden niet eens gehaald. Er wordt dan blijkbaar wel gas uitdie voorraden naar Duitsland geëxporteerd. De vraag is dan waar we diegasvoorraden eigenlijk voor hebben. Is dat om te voorkomen dat we hethier in Nederland koud krijgen, of doen we het ook voor onze buurlanden?Dat is cruciaal, zeker als die voorraden niet optimaal gevuld zijn en ertekorten kunnen ontstaan.Minister Hermans:Ja, en zo krijgen wij ook gas uit de opslagen in Duitsland. Dat is hoe dezeNoord-Europese, verbonden gasmarkt werkt. De gasopslagen zijn vanmarktpartijen. Marktpartijen slaan daar gedurende het vulseizoen gas op,zodat zij in de winter aan de vraag kunnen voldoen. Ze kijken ook naar debeschikbaarheid van gas dat wij kunnen importeren. Zoals ik in mijninleiding ook zei, zie je dat er op dit moment tegen een gunstige prijs eengrote beschikbaarheid en capaciteit van lng is. Marktpartijen reagerendaar ook op. Er wordt ook alsnog gas uit de opslagen onttrokken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63725 Nogmaals, die opslagen zijn van marktpartijen. Er gaat gas uit dieNederlandse opslagen naar Duitsland en het komt ook vanuit Duitseopslagen naar Nederland toe.De voorzitter:Nog één keer, meneer Kops. U heeft inmiddels vijf interrupties gehad,maar u kunt nog een vervolgvraag stellen.De heer Kops (PVV):Het is een feit dat onze opslagen niet heel optimaal gevuld waren. Alleexperts waarschuwden dat het geen vetpot was en dat we moestenuitkijken of we de winter wel zouden doorkomen. Waarom waarschuwdendie experts daar dan voor? Waarom waren zij zo kritisch, als we volgensde Minister ook voldoende gas uit bijvoorbeeld Duitsland krijgen?Minister Hermans:We hebben onze nationaal gestelde vulambitie van 80% niet gehaald. Wehebben op een haar na wel de Europese vulverplichting van 74% gehaald,dat zat binnen de toegestane marge. De gasopslagen, ook de Nederlandsegasopslagen, vervullen een rol in het Noord-Europese gassysteem. Wijmaken ook gebruik van de opslag in België en in Duitsland. In Nederlandhebben we relatief grote gasopslagen ten opzichte van de vraag die wijhebben. Volgens mij noemde ik in mijn inleiding al dat onze opslagenongeveer gelijk staan aan 35% van onze vraag. Vergeleken met deopslagen in andere landen is dat hoog. Dat neemt niet weg dat we nietvoor niets een ambitie en een Europese vulverplichting hebben. Ik vinddus ook dat wij alles op alles moeten zetten om die doelen te halen.Nogmaals, we hebben de Europese vulverplichting gehaald. De marktwerkt dan zo dat wij vanuit onze opslagen gas aan Duitsland kunnenleveren en vice versa. We kijken ook naar de capaciteit aan import. Het iseen vraagstuk dat blijvende aandacht verdient, ook nu we midden in hetstookseizoen en in die internationaal onrustige situatie zitten. Dat gezegdhebbend en kijkend naar hoe de markt zich op dit moment beweegt enontwikkelt, geeft mij dat een rustig beeld. Maar ik hou niet voor niets devinger heel scherp aan de pols.Voorzitter. Mevrouw Van Oosterhout vroeg mij naar een rapport van TNO.Ze vroeg naar het effect van plotselinge prijsstijgingen door de afhanke-lijkheid van fossiele energie en hoe dit rijmt met nieuwe investeringen infossiele energie. Om te beginnen herkennen we de analyse dat eensysteem dat afhankelijk is van fossiele import kwetsbaarder is voorplotselinge prijsstijgingen op de mondiale markten dan een systeem datdraait op meer eigen CO2-vrije productie. Dat is ook de reden waarom weerop inzetten om de afhankelijkheid van die fossiele import af te bouwen.Dat doen we door verder te gaan met wind op zee, met kernenergie, metzonne-energie, met warmtenetten en met waterstof. Tegelijkertijd hebbenwe in de transitiefase nog gas nodig. De heer Klos benoemde dat ook eenaantal keer. Het is dan belangrijk om de import te spreiden en dat niet opéén plek te halen. Daarnaast is het belangrijk dat we ook onze eigenproductie daarvoor inzetten. Wat we hier winnen, bijvoorbeeld door deversnelling op de Noordzee, hoeven we namelijk niet te importeren.Mevrouw Van Oosterhout vroeg mij ook of ik nog nieuwe manieren zieom de uitrol van de hernieuwbare-energieopslag en de energie-efficiëntiete versnellen. We werken, naast alles wat we doen om die gasopslagen endie gasimport te diversifiëren, doorlopend door aan energiebesparing,aan het opschalen van hernieuwbare energie en aan het bredere nieuweenergiesysteem dat we nodig hebben voor die overstap van fossiel naarCO2. De actuele inzet en stand van zaken op dat gebied actualiseren weook in het Nationaal Plan Energiesysteem. Daarvan komt er met Prins-jesdag een nieuwe versie naar de Tweede Kamer. Daar wordt onver-minderd aan doorgewerkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63726 Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Mag ik daaruit concluderen dat de recente geopolitieke situatie voor deMinister geen aanleiding geeft om de energietransitie nog verder teversnellen?Minister Hermans:Het laat wat mij betreft zien hoe belangrijk het is dat we met die transitiedoorgaan. Het laat zien dat daar waar je, gegeven de omstandigheden,kan versnellen, je dat moet doen en moet stimuleren. Maar ik constateerook dat de randvoorwaarden voor die versnelling, en überhaupt voor dietransitie, op dit moment onder druk staan. We hebben daar in anderedebatten al veel met elkaar over gesproken. Neem bijvoorbeeld wind opzee: dit gaat de ruggengraat vormen van ons nieuwe energiesysteem,maar je ziet dat die windsector het om verschillende redenen – ik zal daarnu niet helemaal over uitweiden – lastig heeft. We zien daardoor dat debouw van windparken vertraging oploopt. Dat is een internationaalfenomeen en geldt dus niet alleen voor Nederland. We doen er alles aanom die vertraging zo veel mogelijk te beperken en daar waar we kunneneen extra duwtje in de goede richting te geven. De internationale situatielaat ons zien hoe belangrijk het is dat we doorgaan met die transitie.Zowel de internationale als de nationale situatie tonen ook dat een aantalcruciale randvoorwaarden gewoon niet op orde zijn. Op sommige dingenhebben we invloed en op sommige dingen niet. Ik doe mijn uiterste bestop de dingen waar we invloed op hebben, neem bijvoorbeeld de drukteop het stroomnet. Op sommige dingen hebben we minder invloed, maardesalniettemin zoeken we steeds naar manieren om die transitie wel doorte laten gaan.Voorzitter. Dan kom ik bij de vragen over de leveringszekerheid vanelektriciteit. Ik heb al iets gezegd over het capaciteitsmechanisme en devoorbereidingen die we daarvoor treffen. De heer Erkens vroeg hoe we ernou voor zorgen dat die verschillende onderzoeken op tijd bij elkaarworden gebracht. Daarvoor vindt er zorgvuldige afstemming plaats metalle betrokken partijen: de Commissie, TenneT en ACM, maar ook delanden om ons heen. Zo kunnen we al die inzichten op het goede momentbij elkaar brengen en integraal meenemen. We zorgen daarnaast dat wehet richtinggevende besluit ook afstemmen op de planning van de nieuweMonitor Leveringszekerheid van TenneT. Dat rapport is natuurlijk heelbelangrijk om te zien waar het spanningsveld in die leveringszekerheid zit.De verwachting is dat het kabinet de richting van dat besluit in juni kandelen met de Kamer.De heer Erkens vroeg ook nog naar vervolgstappen zodra het onderzoeknaar het capaciteitsmechanisme is afgerond. Als die onderzoeken zijnafgerond, bundelen we de inzichten uit die onderzoeken, uit gesprekkenmet stakeholders. Dat komt in de eerste helft van 2026; ik verwacht het netvoor de zomer. Het is complexe materie die vraagt om zorgvuldigeafstemming, omdat je echt naar een robuust en toekomstbestendigmechanisme toe wil gaan werken. Je wil dat het goed past binnen dewettelijke kaders die we daarvoor hebben: de nieuwe Energiewet, die heteerste kader daarvoor biedt, en ook het EMD-wetsvoorstel, wat nog moetworden aangenomen.Voorzitter. De heer Erkens vroeg ook of we erop anticiperen dat deinvoering tijdig klaar kan zijn, omdat experts aangeven dat het wel driejaar kan duren. Volgens mij heb ik daar net in de richting van de heerJumelet al iets over gezegd. Dat is precies de reden dat wij in de eerstehelft van dit jaar met dat richtinggevende besluit willen komen.Voorzitter. Dan kom ik bij het blokje overig. Ik begin met een vraag over degaswinning. Ik denk dat ik de vraag van de heer Jumelet over degesprekken en de afstemming met de regio beantwoord heb. De heerJumelet vroeg me alleen nog naar de stand van zaken met het sectorak-koord over gaswinning op land. Vlak voor de kerst, volgens mij opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63727 5 december, heb ik de Kamer geïnformeerd dat we daar samen metbetrokken partijen nog wat meer tijd voor nodig hadden. Die tijd hebbenwe onder andere benut voor aanvullend overleg met medeoverheden. Hetlaatste overleg heeft vorige week plaatsgevonden. We hopen dat nu snelaf te ronden en wachten op goedkeuring van de meest betrokken partijen.Zodra die binnen is, kunnen we de aanvullende afspraken met elkaarvastleggen en natuurlijk ook delen met de Kamer.De heer Jumelet vroeg mij ook naar de stand van zaken ten aanzien vanhet winningsplan Norg. Zoals de heer Jumelet weet, vragen we bij ditsoort winningsplannen advies aan adviseurs. Na ommekomst van dieadviezen worden alle aspecten van het besluit nader onderzocht en ookbekeken door de lens van die adviezen. Als dat gebeurd is, kan het kabineteen ontwerpbesluit nemen. Het is echt een belangrijk besluit, weet ik ookuit mijn gesprekken in de omgeving, dat ik zorgvuldig wil voorbereiden. Ikverwacht dat het besluit ergens in de komende maanden genomen kanworden en dan ook gepubliceerd kan worden.Dan over de verduurzaming van de woningen, de gebouwde omgeving.De heer Klos vroeg daarnaar. Hij vroeg waarom het kabinet zaken als hetverduurzamen van woningen en bijvoorbeeld de fixteams niet heeftgeregeld. Nou, het is iets minder pessimistisch dan de heer Klos het doetvoorkomen. Het is niet helemaal niet geregeld, integendeel. Er loopt eengroot Nationaal Isolatieprogramma via gemeenten. Daarin zit 1,6 miljardeuro om tot 2030 zo’n 750.000 woningen te isoleren voor mensen die daarextra hulp bij nodig hebben. Daarnaast hebben we natuurlijk deISDE-subsidie voor woningeigenaren en verhuurders. Dat loopt dus. Danis de vraag: zou je daar meer in willen doen? Dat heeft natuurlijk ook eenbudgettaire consequentie en zo bezien heeft de heer Klos gelijk. Zijnkeuzes die het kabinet heeft gemaakt om niet nog iets extra’s te doen ookfinancieel ingegeven? Ja, er liggen heel veel wensen en hier ligt een forsprogramma, een forse ambitie ook. Laten we heel eerlijk zijn. Het is al eenenorme klus om dit voor elkaar te krijgen, ook als je kijkt naar de tekortenop de arbeidsmarkt.Dan de fixteams, een prachtig initiatief. Ze doen echt goed werk. Het isniet voor niks dat er door de leden Postma en Rooderkerk, als ik het mijgoed herinner, bij de afgelopen begrotingsbehandeling een amendementis ingediend om daar wat langer, maar niet structureel, geld voor tereserveren. Dat is gelukt. Ik denk dat dat ook goed is. Het is een mooiinitiatief dat daarmee in elk geval komend jaar ook nog aan de slag kan.Op dit moment loopt het programma voor de lokale warmtetransitie. DeWarmtewet is ook in de Eerste Kamer aangenomen, waarmee er nuduidelijkheid is over hoe de wettelijke basis voor de warmtetransitieeruitziet. We zullen nu moeten kijken hoe dat in de praktijk eruit gaat zienen wat er nog nodig is om de randvoorwaarden ook daar op orde tebrengen.Dan zijn er natuurlijk nog de prestatieafspraken die de Minister van VROheeft gemaakt met de woningcorporaties, die specifiek zien op hetuitfaseren van woningen met energielabel E, F en G, uiterlijk in 2028.Tot zover, voorzitter, over de gebouwde omgeving.De heer Klos (D66):Het klopt, denk ik, dat het niet helemaal níét is geregeld, maar ik denk datwe moeten constateren dat het ook niet helemáál is geregeld. De Ministergeeft dat ook toe.Ik heb een vervolgvraag op het laatste punt dat de Minister maakte. DeMinister is uiteraard verantwoordelijk voor het halen van de klimaat-doelen, maar er vallen een hoop andere ministeries onder haarmarsorders om dat voor elkaar te krijgen. Heeft de Minister ook gesprokenmet de Minister van wonen om dit versneld en beter aan te pakken? Zijner misschien problemen in de coördinatie tussen ministeries die ertoeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63728 leiden dat dit soort partijen zeggen: dit gaat niet snel en niet goedgenoeg? Of is de Minister tevreden over de samenwerking met VRO op ditpunt?Minister Hermans:Ik heb regelmatig contact gehad met de Minister van VRO over alleprogramma’s die lopen in de gebouwde omgeving en die zien op deenergietransitie. Ik ben graag bereid om bij de Minister van VRO na tevragen wat nu haar beeld is van het verloop en ook van de knelpuntenwaar we tegenaan lopen, even los van geld. Vaak zijn andere typenknelpunten namelijk sneller of eenvoudiger op te lossen.Het uitfaseren van die labels is natuurlijk niet voor niets een onderdeelvan de prestatieafspraken geworden. Wij zagen namelijk dat als je datecht voor elkaar wil krijgen, je daar een afspraak voor moet maken waareen wederkerige verantwoordelijkheid in zit. Die afspraken zijn ... Ik wildezeggen «eind vorig jaar», maar die zijn natuurlijk alweer ruim een jaargeleden gemaakt. Ik zal ook daarvan nagaan hoe dat nu loopt en waar wetegenaan lopen.Voorzitter. Mevrouw Van Oosterhout vroeg mij naar een reactie op hetrapport dat volgens mij vanochtend in het nieuws was. Dat ging eroverdat het afgelopen jaar het warmste jaar ooit gemeten was en dat het, evenin mijn woorden, heel moeilijk is om die 1,5 graad binnen bereik tekrijgen. Ik denk dat het nieuwe onderzoek dat vanochtend gepresenteerdis, in lijn is met publicaties die we eind 2025 hebben gezien van IPCC ende International Energy Agency. Misschien dat mevrouw Van Oosterhoutdaar ook aan refereerde. Nee, dat was in het kader van fossiele energie.Maar het is natuurlijk een belangrijke organisatie die ons van informatievoorziet over hoe we er nu voor staan. Ook zij rapporteerden al dat weeen temperatuurstijging van 1,5 graad of daarboven mogelijk niet kunnenvoorkomen. Vanuit dat perspectief bezien, nog even los van het belangvan de geopolitieke situatie en onafhankelijkheid, toont het ook aan datwe door moeten gaan met het ingezette klimaat- en energiebeleid. Dat zietnatuurlijk ook op het afbouwen van fossiele energiebronnen. Uiteraard,zeg ik tegen mevrouw Van Oosterhout, zal ik mijn inzichten over de laatstestand van zaken delen met mijn opvolger. Dat gesprek zal ook gaan overwat we in Nederland aan het doen zijn en waar we tegenaan lopen om detransitie, die in een lastige fase zit, door die lastige fase heen te krijgen enop een realistische maar wel ambitieuze manier voort te gaan met ditbelangrijke werk. Ik denk alleen niet dat het echt nodig is om mijnopvolger van het belang te doordringen als ik kijk naar de partijen aantafel, maar dat neemt niet weg dat er echt wel werk aan de winkel is.Voorzitter, volgens mij ... O, nee. Ik had nog een vraag over Oekraïne. Ikging te snel. Dat was een vraag van de heer Klos over dat Oekraïne – datwas volgens mij vorige week ook in het nieuws – gebruik zou willenmaken van de gasinstallaties die wij niet meer gebruiken in Groningen enof we daaraan willen meewerken. We steunen de inzet om onderdelen vaninstallaties voor de Groningse gaswinning of de gaswinning in hetGroningenveld, om even heel precies te zijn, te gebruiken voor dewederopbouw van de Oekraïense gasinfrastructuur, want wat we dezewinter zien, is natuurlijk extreem heftig. De aanwezige installaties inOekraïne hebben echt heel zwaar te lijden onder de Russische aanvallenen met die installaties natuurlijk alle Oekraïners, mensen thuis en opallerlei plekken. Echt vreselijk in een heel koude winter. Wij zijn natuurlijkNAM-installaties aan het ontmantelen. Die zijn goed bruikbaar inOekraïne. Het gaat echt om materieel dat wij niet meer gebruiken. Hoe enwat precies kan ik om redenen die de heer Klos waarschijnlijk begrijpt nietpubliekelijk delen, maar we steunen dit verzoek in elk geval en sowiesosteunen wij Oekraïne ook met niet-militaire steun, waar energiesteunnatuurlijk een belangrijk onderdeel van is. Die gaat onverminderd door.We helpen bijvoorbeeld bij herstel of bij het opleiden van personeel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63729 De heer Klos (D66):Ik zou daar toch nog een vraag over willen stellen, namelijk waar die steundan uit bestaat. Ik heb er heel veel begrip voor dat we daar niet alles overkunnen delen, maar ik denk dat er nog wel een relevante vraag is. Uit hetnieuws blijkt dat de NAM er in principe positief tegenover dat verzoekstaat, dat van de Oekraïners zelf komt, maar het wordt niet helemaalduidelijk op welke termijn dat dan daadwerkelijk gaat gebeuren en welkefinanciële of misschien transportsteun nodig is om het van Nederlandnaar Oekraïne te krijgen. Dat lijkt me bij uitstek iets waar het kabinet bijkan helpen, ook in overleg met de NAM. Mijn vraag zou dus zijn: waarbestaat de steun uit? Wat kan het kabinet bieden en kan dat een beetje opeen korte tijdlijn, zodat Oekraïners daar op korte termijn wat aan hebben?Minister Hermans:Ik realiseer me natuurlijk dat dit niet eindeloos moet duren. Het is nuwinter, de installaties zijn nu beschadigd en nu heel hard nodig. Bij mijnbeste weten wordt daar echt met man en macht aan gewerkt en zetiedereen alles op alles, binnen het redelijke en het mogelijke natuurlijk,om Oekraïne ook op dit punt zo snel als mogelijk te helpen.De voorzitter:Was u aan het einde van de beantwoording? Ja? Dank u wel. Dan stel ikvoor dat we doorgaan met de tweede termijn, als daar behoefte aan is.Dat is het geval. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de Minister en ik elkaar vinden als hetgaat om het belang van wind op zee en wellicht ook het versnellen vanwind op zee. Daar ben ik blij mee. Waarover we echter wel van meningverschillen, is de vraag of we in de tussentijd nog nieuwe gasvelden op deNoordzee moeten aanboren. Nieuwe gaswinning klinkt misschienaantrekkelijk, maar de realiteit is dat de aanleg van nieuwe platformen ookveel tijd en geld kost en dat we ook met extra boringen niet op kortetermijn onafhankelijk zijn van andere landen. De vraag is dan ook waaromwe zouden investeren in de energie van het verleden als we dezelfde tijden middelen ook kunnen inzetten voor de energie van de toekomst.De wetenschap is hier helder over. Om het klimaat te beschermen, is hetnoodzakelijk dat fossiele bronnen zo veel mogelijk onder de grond blijven,ook onder de Noordzee. Er is in het koolstofbudget simpelweg geenruimte voor het aanboren van nieuwe velden. Het onderzoek vanvanochtend laat wederom zien dat de opwarming van de aarde steedssneller gaat. Het Internationaal Energieagentschap, waar we het al eerderover hadden, heeft eerder ook vastgesteld dat wanneer landen maximaalinzetten op eigen gasvoorziening, dit gemiddeld leidt tot 25% hogeregasprijzen. Dat staat haaks op het doel van betaalbaarheid. Als westoppen met het verspillen van geld en capaciteit aan nieuwe gasbo-ringen, kunnen we juist investeren in zon, wind, opslag en energie-efficiëntie. Daarmee daalt de vraag naar gas structureel en hoeft eruiteindelijk ook elders in de wereld minder geboord te worden. Dat isbeter voor het klimaat, voor de veiligheid en voor de gezondheid vanmensen hier en daarbuiten.Voorzitter. Als elk land blijft boren uit angst om te moeten importeren, danstoppen we nooit met fossiel. Daarom heb ik tot slot nog twee vragen.Welke concrete hordes ondervindt de Minister bij het versneld terug-brengen van het gasverbruik? Welke beleidsopties liggen er nog op tafelom die aan te pakken? Heeft de Minister de inzichten van het Internati-onaal Energieagentschap over prijsopdrijving door nationale gaswinningook expliciet meegenomen in haar beleid en, zo ja, hoe?Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63730 De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Klos.De heer Klos (D66):Dank, voorzitter. Ik eindig het debat vooralsnog met een licht onbevredigdgevoel, omdat de vulgraden of de doelen daarvoor niet behaald zijn.Daardoor zijn we in een wat kwetsbare positie gekomen voor hetvulseizoen van volgend jaar, mede vanwege de situatie in de wereld en deenorme kwetsbaarheid die we hebben op het vlak van import. Dat is ookde reden waarom we in het algemeen versneld onze afhankelijkheid vangas zouden moeten afbouwen. Dat ben ik met mevrouw Van Oosterhouteens. Op de korte termijn zijn we echter kwetsbaar door wat er op dewereldmarkt kan gebeuren in de komende maanden. Ik wacht hetantwoord van de Minister in de tweede termijn nog even af, wantmogelijk heeft het kabinet daar zelf een analyse over en heeft het een plangemaakt voor wat we daarmee zouden moeten. Ik moet dus ook niet tevroeg oordelen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan de heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor de uitgebreide beant-woording. Die zijn we gewend en dat is ook heel goed, zeker als dit themaaan de orde is. Dank daarvoor.Het woord «weerbaarheid» komt bij mij boven. Dat gaat inderdaad overleveringszekerheid. Het moet beschikbaar zijn en betaalbaar blijven. Ikdenk dus dat het goed is om daar steeds alert op te zijn. De Minister heeftgezegd dat er geen reden tot zorg is, maar dat alertheid wel aan de ordeis. Daar zijn we blij mee. We hebben ook wel de behoefte om zicht tehouden op het tempo waarop een aantal dingen gebeuren.Op dit moment spelen verschillende zaken. Daar hebben we mee temaken. Het gaat inderdaad over het tempo van hernieuwbare energie.Daar zien we hier en daar problemen ontstaan. Tegelijkertijd haken wedaar wel op aan om van die fossiele brandstof, dus van gas, olie of kolen,af te komen. Ik kan me heel goed voorstellen dat we daar op termijn ookeen goed beeld bij krijgen. In zijn onlangs verschenen rapport gaf de heerWennink aan dat we de fossiele brandstoffen nog hebben te benutten,maar wel juist als opmaat naar de transitie richting energieneutraal, dusom de dingen goed te kunnen borgen. Het gaat dan over leveringsze-kerheid.Voorzitter. Het lijkt me goed om een tweeminutendebat te houden, dus datvraag ik bij dezen aan. We zullen daar met elkaar wederom hierover tespreken komen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Kops.De heer Kops (PVV):Dank aan de Minister voor de beantwoording. Ik kijk nog even uit naar debeantwoording van de vragen over de noodvoorraad in tweede termijn.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik wil een van u verzoeken om even het voorzitterschap overte nemen. Ik zie de heer Kops knikken. Dan doe ik dat bij dezen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63731 Voorzitter: KopsDe voorzitter:Ja. Het woord is aan de heer Boomsma.De heer Boomsma (JA21):Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de Minister voor alle antwoorden.We hebben het veel gehad over de geopolitieke gevolgen van de nieuwegasmarkt. Hebben we nou ook al een overzicht van alle buitenlandsebelangen in de gasinfrastructuur en de opslag in Nederland? Ik las in hetrapport van CE Delft dat bekend is dat Gazprom in 2021 bewust deopslagen niet heeft gevuld in aanloop naar het stopzetten van de leveringom het effect extra groot te maken. Hoe zit dat nu? Is dat in kaartgebracht? Hoe gaan we daarmee om?JA21 denkt dat je het onder de meeste omstandigheden vooral moethebben van het markmechanisme om al deze risico’s te mitigeren. Als deoverheid namelijk structureel aanstuurt op vulpercentages, kan dat ookheel erg prijsopdrijvend werken. Als er iets gebeurt, kun je in de meesteomstandigheden nu gewoon lng importeren. Dan moet je er wel voorzorgen dat er voldoende aanbieders in de markt zijn en liever niet alleenQatar en de VS. Allerlei andere landen hebben ook gas. Het is zaak dat dieook de lng-infrastructuur optuigen. Ik heb het dan over Maleisië, Algerije,Indonesië en al die landen. Gas zal er wel zijn in de meeste omstandig-heden, maar de vraag is hoe betaalbaar het dan wordt.Wij denken daarom dat de tussengasoplossing voor noodsituaties heelgeschikt is. Ik begrijp dat er een aanzienlijke strategische reserve van 10bcm bij Norg zit. Die kan gewoon worden gerealiseerd. Alleen al hetbestaan daarvan, dus het aanwijzen daarvan, heeft al een neerwaartseffect op de prijzen in de geopolitieke omstandigheid dat de vraagtoeneemt.De Minister raadt aan om dat te betrekken bij de uitwerking van demotie-Grinwis. Ik zal nog even in conclaaf gaan met mijn collega, die ik nuvervang in de commissie, om te kijken of we niet toch nog een motiewillen indienen om dat op een bepaalde manier nog verder in te kaderenen nadruk te geven. De Minister zei: dat kussengas moet niet ten kostegaan van de seizoensopslag. Dat klopt, maar volgens mij maakt het hetjuist mogelijk om die seizoensopslag te behouden. Het probleem is nu datseizoensopslag voor veel partijen niet zomaar meer rendabel is. Wemoeten dus iets doen om ervoor te zorgen dat dat wel zo is.Wat betreft de kwaliteit: ja, je zult het water eruit moeten halen en zult hetspeciaal moeten behandelen. Maar als zo’n noodsituatie zich aandient,dan kan je dat ook nog wel doen. Dat moet in veel gevallen sowieso. Wedenken dus echt dat dit een goede route is, maar daar komen we op terug.Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage, meneer Boomsma. Het voorzitterschap is weeraan u.Voorzitter: BoomsmaDe voorzitter:Dank u wel, meneer Kops. Ik vraag aan de Minister of zij, ook gezien deeerdere opmerkingen waar zij op terug zou komen, nog even de tijd wilnemen voor het voorbereiden van de tweede termijn. Zo ja, hoelang heeftu nodig? Tot 16.15 uur? Dat is goed. Dan schors ik nu tot 16.15 uur.De vergadering wordt van 16.03 uur tot 16.15 uur geschorst.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63732 Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan Minister Hermans voorde beantwoording in tweede termijn.Minister Hermans:Voorzitter, dank u wel. Ik begin met de vragen van mevrouw VanOosterhout. Zij stelde mij ten eerste de vraag: welke hordes zijn er nounog voor de afbouw van gas? Ik denk dat het belangrijk is om op die vraagals eerst een antwoord te geven. Een horde voor het afbouwen van gas isdat je daadwerkelijk over moet kunnen stappen op elektriciteit. Deelektrificatie stuit op dit moment op problemen door de drukte op hetstroomnet. Een andere mogelijkheid is een overstap naar waterstof, maarwe zien dat de waterstofmarkt nog minder ver ontwikkeld is en dat deprijs van groene waterstof op dit moment nog te hoog is om daar eenreële overstap van te maken voor bedrijven. Dat zijn twee belangrijkehordes voor de afbouw.Ik had het met de heer Klos al even over specifiek de gebouwdeomgeving. Daar zie je problemen met de uitrol van warmtenetten. Datbegon met onduidelijkheid over de wetgeving. Nou, die is er nu, dus nuzullen we gaan zien welke randvoorwaarden er nog meer nodig zijn omdat echt goed voor elkaar te krijgen en om te stimuleren dat mensenoverstappen op warmtepompen in wijken waar warmtenetten geenlogische alternatieven zijn.Voorzitter. Ik weet niet of ik de vraag van mevrouw Van Oosterhout naaraanleiding van het IEA-rapport over de kosten goed begrepen heb. Hetklopt dat er nieuwe installaties gebouwd moeten worden als je nu opnieuwe plekken in de Noordzee gas gaat winnen. Die kosten zijn aan deprivate partij die daar gaat winnen, uiteraard alleen als die daarvoor eenvergunning heeft gekregen. Die investeringen zijn dus ook aan die privatepartij. De weging om dat wel of niet te doen is ook aan die partij. Die zaldat alleen doen als ze verwacht dat er voldoende uit te halen is. Die kostenzullen dus als zodanig niet in de prijs terechtkomen; die zijn gewoon eenonderdeel van de investering die de operator daar doet. Ik kijk even naarmevrouw Van Oosterhout: heb ik de vraag zo goed begrepen? Dit wasnamelijk een interpretatie van haar vraag.De voorzitter:Mevrouw Van Oosterhout gaat de vraag toelichten.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Natuurlijk, aan de ene kant zijn er kosten bij het opstarten van nieuwegaswinning en gasinstallaties et cetera, maar het Internationaal Energie-agentschap laat zien dat het een prijsopdrijvend effect van 25% heeft opde gasprijs als alle landen zich voornamelijk zouden inspannen voor eigengaswinning. Daar ging mijn vraag over.Minister Hermans:Dan zou ik dat zelf even willen zien en zou ik even die analyse willen lezen.Dan kom ik daar graag op terug. In algemene zin geldt namelijk: als ermeer aanbod is, heeft dat een prijsdempend effect. Dan wil ik gewooneven die analyse zien, want dan zit daar ongetwijfeld iets achter als: watals landen dat gas voor zichzelf houden en het niet inzetten op degasmarkt zoals we die nu hebben? Dan stroomt dat gas dus daarheenwaar de prijs het hoogst is. Ik duik daar graag even in. Daar kom ik opterug. Dan wordt mij natuurlijk de vraag gesteld: wanneer gaat datgebeuren? Ik stuur binnenkort een aantal brieven. Ik ga even na in welkebrief dat goed terecht kan komen.Ondertussen ga ik door met de vraag van de heer Klos over de dreigings-analyses en de kwetsbaarheden. Een paar dingen daarover. Zoals ik al zei:de analyse van dreigingen in het hier en nu loopt voortdurend mee in deNationale Veiligheidsraad, die echt regelmatig bij elkaar komt. Dat zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63733 alleen wel vertrouwelijke analyses, dus die kan ik niet zomaar delen.Vanuit KGG, maar natuurlijk ook in samenwerking met de meestbetrokken collega’s en departementen, monitoren we continu wat er opde internationale energiemarkt gebeurt. Als er spanning of druk op deleveringszekerheid komt te staan of als daar zorgen over zijn, dan komenwe in actie.Specifiek voor de gasmarkt werken ook de Europese gasnetbeheerdersaan periodieke scenarioanalyses, waarin ook langdurige verstoringen inde infrastructuur worden meegenomen. Lidstaten moeten op gronddaarvan ook weer een nationale vertaalslag maken. Nederland geeft daarook dit jaar weer uitvoering aan. Er wordt ook gewerkt aan de kaders voorleveringszekerheid, ook Europees gezien, maar dat zit echt meer aan dewetgevingskant. Er is dus veel aandacht voor die dreigingen, voorcontinue monitoring en voor het ontwikkelen van analyses en antwoordendaarop. Twee dingen zijn hier nog aanvullend op. In februari vorig jaarheb ik, op verzoek van de Kamer, een brief gestuurd. Toen hadden we netde discussie gehad over dat het nationaal vuldoel van 90% naar 80% ging,en werden er ook terecht vragen gesteld of dat wel voldoende is als er opgeopolitiek vlak van alles gebeurt. Toen ging het vooral over wat het zoubetekenen als de pijpleiding vanuit Noorwegen stil komt te liggen of eruitvalt. Specifiek over dat vraagstuk hebben we een brief gestuurd. Wehebben eigenlijk een soort botsproef gedaan van wat er dan gebeurt metde leveringszekerheid. Ik zou de heer Klos dus heel graag op die briefwillen attenderen. Er zijn eerder in het verleden weleens vertrouwelijkeanalyses met de Kamer gedeeld, dus ik zal even kijken of we dat opnieuwkunnen doen en waar die een update behoeven. Ik zal de Kamer dan ookvertrouwelijk informeren wanneer deze ter inzage liggen.De heer Klos (D66):Als ik het goed begrijp, is de manier waarop Noorwegen effect zouhebben dus openbaar met de Kamer gedeeld.Minister Hermans:Ja.De heer Klos (D66):Ik denk dat de grootste dreiging is dat Trump eenzelfde stop op zijn exportzou willen zetten, niet met als overweging dat het dan plotseling allemaalplatligt, maar omdat het zorgt voor pressie op andere delen van Europawaar hij iets mee zou willen doen. De vraag zou dus zijn: zou je datscenario wel openbaar met de Kamer kunnen delen? Als ik het goedbegrijp, was de conclusie van de toezegging nu namelijk om dat vertrou-welijk te delen als dat mogelijk is, dus niet om dat openbaar te doen. Maarik had om dat laatste gevraagd.Minister Hermans:Alles wat ik openbaar kan delen, deel ik natuurlijk het liefst openbaar. Heelveel van dit soort scenario’s deel je alleen, om hopelijk begrijpelijkeredenen, liever niet openbaar. Daarom wil ik dat gewoon even afwegen.Maar dat wat openbaar kan, doe ik openbaar. Daarom verwees ik bewustnaar de brief die wel openbaar is. Volgens mij spreken we elkaar overtwee weken over mijnbouw. Dat is een iets andere invalshoek, maar als ernaar aanleiding hiervan nog vragen zijn, zouden we er ook daar natuurlijkmet elkaar nog even verder over kunnen debatteren.Voorzitter. Volgens mij had de heer Jumelet geen vragen meer aan mij.Dan de vragen van de heer Kops over de noodvoorraad. Eennoodvoorraad kunnen we inzetten op het moment dat er een noodsituatiewordt afgekondigd, dus fase 3 van het Bescherm- en Herstelplan. Datzetten we dus in vóórdat we de stap moeten zetten om afnemers af temoeten schakelen. Dat gas wordt ingezet door het op de markt teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63734 brengen, te verkopen en beschikbaar te stellen. Dat betekent dus dat allemarktpartijen dat gas kunnen kopen, zowel in binnen- als buitenland. Diemarktpartijen gebruiken dat om hun afnemers van gas te voorzien. Wijkunnen op grond van de Europese regelgeving geen maatregelen treffenom de gasstroom naar andere lidstaten te beperken. Ik begrijp de vraagvan de heer Kops heel goed, want we willen natuurlijk ook Nederlandbeschermen en een voorraad hebben als de nood echt aan de man is. Ditwas even het feitelijke antwoord op de vraag hoe het zit. Dat neemt dezorg van de heer Kops zeker niet weg. Ik begrijp zijn vraag ook. Ik zou duswillen toezeggen aan de heer Kops dat ik ook dit vraagstuk, en hoe wehiermee omgaan gegeven de internationale en de Europese situatie ofregelgeving waar ik mee zit, betrek bij dat strategische kader dat wemaken in het kader van de motie van de heer Grinwis. Dat betreft dus hetvraagstuk van wat je nationaal kunt doen, nogmaals, gegeven dezeEuropese context.De heer Kops (PVV):De Minister zegt dus dat de noodvoorraad ingezet kan worden bij fase 3van het Bescherm- en Herstelplan. Maar het Bescherm- en Herstelplan isnationaal. Wordt die noodvoorraad dan pas ingezet, ook al komt het op dehele markt, zodra fase 3 van het plan in Nederland wordt ingezet, of wordtdie noodvoorraad ook al ingezet als in een ander land met een verge-lijkbaar plan, bijvoorbeeld Duitsland, zo’n fase, zo’n noodsituatie begint?Minister Hermans:Gelet op de verbondenheid van de gasmarkt is het zo dat als wij in fase 3van zo’n gascrisis zouden zitten, Duitsland daar ook in zit. Ik neem evenDuitsland, omdat dat een voor de hand liggend geval is. Daarmee zal datgelijk op lopen in de tijd. Vanuit Europese regelgeving is het ook nog eenszo dat je als lidstaat verplicht kunt worden om je noodvoorraad in tezetten als een andere lidstaat daarom vraagt. Wij hebben besloten om in2026 te beginnen met de noodvoorraad van 5 terawattuur, maar datbesluit hebben nog niet alle lidstaten genomen. Daarom vind ik de vraagvan de heer Kops heel terecht. Ik zou dat heel graag willen betrekken bijhet strategische beleidskader. Wat kunnen wij nu hieraan doen? Daarbijzitten we nog wel met de beperkingen van regelgeving. Maar ik vind hetgewoon een terechte vraag.De voorzitter:Tot slot, de heer Kops.De heer Kops (PVV):Wij hebben in Nederland een relatief grote opslagcapaciteit. Dan zou jezeggen dat wij het goed voor elkaar hebben. Dat is eigenlijk ook zo. Maarhet kan zomaar zijn dat als er een noodsituatie ontstaat, dat gas alsnoggeëxporteerd gaat worden naar andere landen, bijvoorbeeld Duitsland ofBelgië, met een relatief kleinere opslagcapaciteit. Dan is heel erg de vraagwaar je het dan eigenlijk voor doet. Dat is de vraag. De PVV vindtprincipieel dat als wij dat gas in zo’n noodvoorraad stoppen, dat dangewoon van en voor de Nederlanders moet zijn. Tot slot: ik ga sleutelenaan de motie. Dat sowieso.De voorzitter:Dan zien we die tegemoet.Minister Hermans:Ik begrijp dit gevoel – het is meer dan een gevoel – van de heer Kops. Jezit dan in een noodsituatie. Er is gas in Nederland opgeslagen. Dan wil jeook iets kunnen doen voor de Nederlandse situatie. Dat begrijp ik. Daarzeg ik bij dat we het gas in die noodvoorraad opslaan vanuit de gedachteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63735 dat als de nood écht aan de man is ... Alle landen om ons heen zullen danook in die situatie zitten; die kans is heel groot. Het is zeer waarschijnlijkdat dat zo zal zijn. Door het gas uit die noodvoorraad op de markt tebrengen, vergroot je het aanbod en help je elkaar. We zijn een enormverbonden markt. Er zit ook wel een logica in. Het is niet alleen maar heelraar. Maar nogmaals, ik begrijp heel goed waar de vraag vandaan komt.Omdat ook nog niet alle landen om ons heen besloten hebben tot hetaanleggen van zo’n noodvoorraad, kan het dat wrange gevoel – laat ik hetzo maar even omschrijven – alleen nog maar versterken. Vandaar mijntoezegging om dit erbij te betrekken. Ik zie de motie van de heer Kopstegemoet.Voorzitter. De heer Boomsma vroeg mij nog ... Dat bent u zelf, voorzitter. Uvroeg mij naar de internationale belangen in onze gasinfrastructuur zoalsbeschreven in het rapport van CE Delft en hoe dat precies zit. Daar hoortook het kussengasvraagstuk bij. Dit hele vraagstuk zullen we meenemenin dat strategische gasbeleid, dus daarbij zal ik hierop nader ingaan.De voorzitter:Oké, dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de beant-woording in de tweede termijn. Dan rest mij nog enkele toezeggingenvoor te lezen en te concluderen dat er een tweeminutendebat is aange-vraagd door de heer Jumelet. Hij zal daarbij als eerste het woord krijgen.Dat debat wordt ingepland.Wij hebben de volgende toezeggingen genoteerd.–Voor de zomer stuurt de Minister een brief over de uitvoering van demotie-Grinwis c.s., waarin zij ook ingaat op de strategische kussengas-reserves en de buitenlandse eigenaren van de gasreserves.Minister Hermans:Dat betrek ik allemaal bij het strategisch beleidskader waar in de motie-Grinwis c.s. om gevraagd wordt.De voorzitter:Ja, dat wordt daarbij betrokken. U gaat ook in op de nationale mogelijk-heden om in geval van nood het gas voor onszelf te gebruiken. Dat wordtdaar ook in meegenomen.Dan de volgende toezegging.–Voor de zomer informeert de Minister de Kamer over de voorbereidingvoor een capaciteitsmechanisme voor elektriciteit.–De Minister informeert de Kamer over de invloed van eigen gaswin-ning op de gasprijs. Dat staat vermeld in het rapport van het Internatio-naal Energieagentschap en dat was een vraag van mevrouw VanOosterhout.Minister Hermans:Als het het toelaat, wil ik proberen dat nog voor het mijnbouwdebat tedoen. Als mevrouw Van Oosterhout en ik even wisselen over in welkrapport het precies staat, kunnen we dat hopelijk snel doen. Mocht datonverhoopt meer tijd vergen, dan laat ik dat nog even weten. Maar ik gaproberen het voor dat debat te doen.De voorzitter:Dank u wel; dat is mooi. Tot slot de laatste toezegging.–De Minister heeft toegezegd dat de Kamer wordt geïnformeerd overscenario’s rond de verschillende geopolitieke crisissen die kunnenuitbreken.Dat was ook een toezegging, begrijp ik. Was het een verzoek om eerstterug te kijken naar de brief die daar al eerder over was verstuurd of washet een toezegging om daar nog aanvullend op in te gaan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63736 Minister Hermans:Het is een toezegging dat ik ga kijken wat er ligt en wat ik kan delen:publiek bij wat openbaar kan en vertrouwelijk bij wat vertrouwelijk moet.Dat kan ik niet zo een-twee-drie; daar moet ik even in duiken, in overlegmet collega’s. De termijn durf ik nu dus niet toe te zeggen. Ik suggereerdeom de brief van februari 2025 er nog even bij te pakken, omdat daarin eenanalyse staat van wat we doen en wat er gebeurt bij zo’n verstoring.De voorzitter:Prima. De toezegging blijft staan. Er kan alleen nog geen termijn aanworden verbonden.Dan zijn we bij het einde van deze vergadering gekomen. Ik sluit devergadering.Sluiting 16.32 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 63737

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 29c2b179946491c7

14 okt 2026 · 1920d337fcee2620

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingGasmarkt en leveringszekerheid
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 14 januari 2026, over gasmarkt en leveringszekerheid

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.