Ontwikkelingen internationaal personenvervoer per spoor
Brontekst
Versie 23830e4074a52d97 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 984Spoor: vervoer- en beheerplanNr. 1266 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 november 2025Tijdens het notaoverleg over de initiatiefnota «Alle seinen op groen» van22 september 2025 (Kamerstuk 36 563, nr. 16) is er uitgebreid gesprokenover het internationaal personenvervoer per spoor. Een belangrijkonderwerp, want internationale verbondenheid maakt een open economieals die van Nederland sterk. En daar moeten we aan blijven doorbouwen.Tijdens het notaoverleg is toegezegd inzicht te verschaffen in de onder-zoeken die afgelopen periode zijn uitgevoerd ten behoeve van een langetermijnvisie. Met deze brief wordt hier invulling aan gegeven. Grotekeuzes over ambities en maatregelen rondom internationaal spoorvervoerzijn aan het volgend kabinet. De komende periode staat in het teken vanhet waar mogelijk blijven zetten van stappen in nadrukkelijke samen-werking met onze buurlanden, Europese partners en de sectorpartijen.Daarnaast wordt in deze brief specifiek ingegaan op het onderwerpticketing, zoals ook in het notaoverleg is toegezegd.Onderzoeken naar de lange termijn voor het internationaal reizigers-vervoer per spoorDe internationale bereikbaarheid voor personen is van groot belang voorNederland. In het kabinetsstandpunt Bereikbaarheid op Peil is dit eerderdit jaar expliciet onderkend. Goede verbindingen over de weg, het spoor,het water en door de lucht dragen bij aan de economische verbondenheidtussen grensregio’s, met Europa en de rest van de wereld. In toenemendemate speelt daarbij ook de weerbaarheid een belangrijk rol. Er moetenkeuzes gemaakt worden over hoe we onze infrastructuur willen benuttenen geschikt willen maken voor de toekomst.Het internationaal spoorvervoer speelt hierin een groeiende rol vanbetekenis. Nederland beschikt over een intensief bereden spoornetwerk,waarbij regelgeving de basis is voor de verdeling van de capaciteit.Daarbij is volgens ProRail tot circa 2035 nog steeds groei mogelijk van het kst-29984-1266ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12661 aantal internationale treinen. Om ook daarna groei mogelijk te maken ishet noodzakelijk de kansen en uitdagingen voor het internationaalspoorvervoer te duiden en aan de hand daarvan te komen tot keuzes enprioriteiten. Om dit nader in beeld te brengen zijn in de afgelopen periodede volgende onderzoeken uitgevoerd, die ik graag met u deel:1. Overzichtsstudie naar mogelijke bouwstenen voor de visie internati-onaal spoorvervoer In deze studie is een analyse uitgevoerd naar de belangrijke bouwstenenom het internationaal personenvervoer per spoor verder te verbeteren ennaar de aard en omvang van de opgave. De analyse en onderliggendestudies kunnen de basis vormen voor beleidskeuzes van een volgendkabinet.2. Aansluiting op HSL-netwerken In het verlengde van de eerdere studie naar internationaal treinvervoer1en als uitwerking van het regeerprogramma heeft ProRail in opdracht vanhet Ministerie een aanvullende studie uitgevoerd, waarin geschetst wordtwelke internationale verbindingen mogelijk zijn met HSL-knooppunten inEuropa (inclusief aandacht voor routes binnen Nederland naar langeafstandscorridors en grensstations). Daarbij is ook onderzocht hoerelevant deze verbindingen zijn (naar aantal reizigers en reismotief,inclusief toepassing van de methodiek voor bereikbaarheid uit deluchtvaart). Tenslotte geeft de aanvullende studie een beknopt overzichtvan mogelijkheden en randvoorwaarden voor de andere grensover-gangen.3. Herijking Actieagenda Trein en Luchtvaart In 2020 presenteerden ProRail, Schiphol, de NS, KLM en het Ministerievan Infrastructuur en Waterstaat de Actieagenda Trein en Luchtvaart. Hetdoel was het versterken van internationale treinreizen als duurzaamalternatief en aanvulling op vliegreizen2. Op basis hiervan zijn verschil-lende initiatieven ontplooid, onder meer een pilot met het vervangen vaneen KLM-vlucht Amsterdam–Brussel door het benutten van de bestaanderailverbinding (Eurostar). Vier jaar na publicatie van de Actieagendaontstond de behoefte om mogelijkheden voor vervolgstappen teverkennen. De partijen hebben gezamenlijk mogelijke ontwikkelingen ophet gebied van AirRail onderzocht. Het resultaat hiervan is het rapport datbij deze Kamerbrief met u wordt gedeeld.4. Studie naar nachttreinen Het aantal nachttreinen en de reizigers met de nachttrein van en naarNederland hebben in de afgelopen jaren een groei laten zien. Ook in deKamer is diverse malen hier aandacht voor gevraagd, onder meer in hetkader van de pilot van de Europese Commissie voor de verbindingAmsterdam–Barcelona. De praktijk laat tegelijkertijd ook dilemma’s zienvoor met name aanbieders van deze verbindingen. In opdracht van IenWis daarom een studie uitgevoerd naar mogelijkheden om aanbieders vannachttreinen te faciliteren of te ondersteunen, in de context van opentoegang. Zoals per motie ook door de Kamer gevraagd3, gaan we ingesprek met initiatiefnemers van de pilot Amsterdam–Barcelona en1Deze is met de Kamer gedeeld als bijlage bij de kabinetsreactie op de initiatiefnota «Alle seinenop groen» (Kamerstuk 36 563, nr. 4)2Zie bijlage 2020D47443 bij Kamerstuk 29 984, nr. 9163Zie Kamerstukken 36 563, nrs. 9 en 15Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12662 andere aanbieders van nachttreinverbindingen om te kijken waarmogelijkheden zijn om belemmeringen weg te nemen, mede naaraanleiding van deze studie.In dit verband werd door de Kamer in het notaoverleg gevraagd naar demogelijkheden van Eurofima. Eurofima is als organisatie gericht op hetkunnen financieren van rolling stock en opgericht door een aantal zittendevoornamelijk staatsvervoerders. Eurofima wordt mogelijk gemaakt dooreen verdrag tussen staten. Conform mijn toezegging zal ik voor het eindevan het jaar aangeven welke betekenis Eurofima heeft voor open toegangvervoerders.5. Vijfde voortgangsrapportage International Railpassenger Platform In de terugmelding van de EU Transportraad van 5 juni 20254 is devijfde voortgangsrapportage van het International Railpassenger Platform(IRP) met de Kamer gedeeld. Hieruit blijkt dat het aantal internationaleverbindingen in Europa stijgt en dat we ook in Nederland de laatste jarenflinke stappen hebben gezet, onder meer met de frequentieverhoging ende versnelling van de IC Amsterdam–Brussel. Een goede samenwerkingmet buurlanden en andere lidstaten is onmisbaar om internationaletreinverbindingen tot stand te brengen. De samenwerking in het IRP, waarNederland één van de oorspronkelijke initiatiefnemers in is, heeft ondermeer geleid tot samenwerking op de corridor Amsterdam–Frankfurt–Wenen–Budapest.Relatie Toekomstbeeld SpoorgoederenvervoerHet Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer geeft een visie op demeerwaarde van het spoorgoederenvervoer, in welke richting hetspoorgoederenvervoer zich moet ontwikkelen en wat daarin van deRijksoverheid kan worden verwacht.Het Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer heeft een sterke relatie metandere spoorvisies. Het spoorvervoer vindt immers grotendeels plaats ophet «gemengde net», waarop de capaciteit moet worden verdeeld onderbinnenlands personenvervoer, internationaal personenvervoer engoederenvervoer en er gemeenschappelijke opgaven zijn, bijvoorbeeld ophet gebied van instandhouding van het spoornetwerk. Met de Mobiliteits-visie 2050 en het Toekomstbeeld OV zet het kabinet in op een geïntegreerdmobiliteitssysteem, waarin personen- en goederenvervoer optimaalworden afgestemd.Werken aan de grote corridors naar het buitenlandBinnen de EU wordt intensief met andere landen gewerkt aan deverbetering op de grote railcorridors van het reizigersvervoer van en naarNederland. Ook ProRail constateert in de eerder genoemde studie5 datjuist langs de drie belangrijkste internationale corridors (via HSL-Zuid, viaBad Bentheim en via Emmerich) nog ruimte is voor groei. Bovendien zijngrote delen van ons land via deze corridors verbonden met hetbuitenland. Daarom blijft, ook de komende periode, ingezet worden opdeze samenwerking met buurlanden en andere lidstaten.Met de samenwerking op de corridor Amsterdam–Frankfurt–Wenen–Budapest is de inzet om met lidstaten, infrabeheerders en anderestakeholders verbeteringen tot stand te brengen, die op korte en langere4Zie Kamerstukken 21 501-33, nr. 11435Zie Kamerstukken 36 563, nr. 4Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12663 termijn haalbaar en realistisch zijn. Concreet gaat het om het mogelijkmaken van doorgaande paden binnen de beschikbare capaciteit op dezecorridor. Hiertoe maken infrabeheerders met elkaar afspraken hoeverschillende treinpaden optimaal op elkaar aansluiten. Dit is een flinkepuzzel omdat elk knooppunt weer tot nieuwe uitdagingen leidt. Het is, inde context van open toegang, aan vervoerders om uiteindelijk dezecapaciteit te benutten. Tegelijk blijven we ook in gesprek met dezeaanbieders om te kijken waar we gezamenlijk barrières voor nieuweverbindingen kunnen wegnemen.Een dergelijke aanpak wordt ook voor de twee andere corridors van ennaar Nederland tot stand gebracht. Het uitgangspunt daarbij is vooral hetoptimaal benutten van wat er al is of wat al in gang is gezet. Voor decorridor via Bad Bentheim werkt ProRail aan een studie naar mogelijk-heden internationale treinen verder te versnellen en ruimte te bieden.Voor de corridor via de HSL-Zuid naar België en Frankrijk en het VerenigdKoninkrijk wordt gewerkt aan de opzet van een gezamenlijke studie, die aleerder met België is afgesproken. Het betreft één van de drukke corridorsin West-Europa, waar kansen liggen voor groei van het aantal treinen,maar ook uitdagingen zijn om alle wensen te kunnen faciliteren.Het belang van goede regionale grensoverschrijdende verbindingenNaast de grote corridors naar het buitenland zijn er in Nederland diverseregionale treinverbindingen de grens over. In het notaoverleg van deKamer van 22 september jl. is hiervoor aandacht gevraagd. Conform detoezegging aan de Kamer in dit debat gaat deze brief nader in op dezeverbindingen.Regionale grensoverschrijdende treinverbindingen vervullen in degrensregio’s een belangrijke rol in de dagelijkse verplaatsingen voorbijvoorbeeld het woon-werkverkeer, voor studenten en andere voorzie-ningen. Het gaat ook om verbindingen, die mensen uit de regio snel naarbelangrijke HSL-knooppunten kunnen brengen. En daarmee dus op padhelpen met verplaatsingen over langere afstanden. Een goed voorbeeld isde Drielandentrein, waarmee regionale reizigers snel via Luik naar Brusselen via Aken richting Keulen kunnen reizen.Grensknooppunten zijn van belang om zowel de nabijgelegen econo-mische centra als grensregio’s beter te verbinden. Voor de BrainportEindhoven geldt dat – in lijn met de Beethoven deal – deze belangrijkeregio profijt kan hebben bij betere internationale verbindingen per trein.Om die reden wordt, in nauwe samenwerking met andere partijen,onderzocht hoe de internationale connectiviteit van dit knooppuntverbeterd kan worden.Op een aantal andere verbindingen wordt reeds gewerkt aan voor dereiziger zichtbare verbeteringen of nieuwe verbindingen. Het rijk draagtfinancieel bij aan deze projecten en waar nodig in de samenwerking metbuurlanden en de sector. Zo zal vanaf eind 2026 weer een trein rijdentussen Coevorden en Bad Bentheim. Samen met de plannen voor deNedersaksenlijn is dit een belangrijke impuls voor de regio. Voor deverbinding Groningen–Leer–Bremen werken de provincie Groningen enhet Bondsland Niedersachsen nauw samen aan verbeteringen op en ronddeze verbinding, waaronder ook het herstel van de Friesenbrücke. Voor deverbinding Zwolle–Münster onderzoekt ProRail op dit moment demogelijkheden voor doorkoppeling en elektrificatie. Ook aan Duitse zijdewordt de elektrificatie van deze lijn tot stand gebracht. Tenslotte werktIenW samen met Verkehrsverbund Rhein-Ruhr (VRR) en de provincieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12664 Noord-Brabant aan de totstandkoming van de IC-verbinding Eindhoven–Düsseldorf. Onze inzet is dat vanaf 2026 deze verbinding gaat rijden.Daarnaast wordt momenteel ook verkend wat de mogelijkheden zijn vooreen nieuwe verbinding tussen Weert, Hamont en Antwerpen en tussenEindhoven en Aken. Voor beide verbindingen zijn extra financiëlemiddelen nodig om deze mogelijk te maken, zowel in de infrastructuur alsqua exploitatie. Hier liggen keuzes voor een volgend kabinet. Ondertussenwordt de uitwerking wel voortgezet.Met deze aanpak wordt uitvoering gegeven aan de motie De Hoop, overhet onderzoeken van de mogelijkheden tot het reactiveren van spoorlijnenin Nederland inclusief grensoverschrijdende trajecten. De Kamer wordtvanzelfsprekend geïnformeerd over de voortgang van de verschillendeprojecten.6TicketingTijdens het notaoverleg van 22 september 2025 is uitgebreid stilgestaanbij het belang van een goed functionerend internationaal ticketing-systeem. De Kamer accentueerde dat het huidige proces van zoeken enboeken van internationale treintickets te complex is, ook voor populairebestemmingen als Parijs en Berlijn. In het debat is de motie van het lidKröger c.s. aangenomen, waarin de regering wordt verzocht zich binnenEuropees verband in te zetten voor zowel een EU-breed ticketsysteem alsvoor het eerder beschikbaar maken van internationale tickets7.De Europese Commissie bereidt wetgeving voor om grensoverschrij-dende ticketing en informatie-uitwisseling te verbeteren. De voorstellen –waaronder de Multimodal Digital Mobility Services Regulation (MDMS),de Single Digital Booking and Ticketing Regulation (SDBTR) en eenbeperkte herziening van de passagiersrechtenverordening spoor – wordennaar verwachting begin 2026 gepubliceerd. In de aanloop hiernaartoeheeft Nederland een inhoudelijke bijdrage geleverd aan de impactassessment van de Commissie in de vorm van een technisch non-paper.Daarin is door het kabinet benadrukt dat Europese standaarden voordata-uitwisseling en toepassing van FRAND-principes (Fair, Reasonable,and Non-Discriminatory) essentieel zijn, evenals de versterking vanhandhaving en het verbeteren van doorgaande tickets.Hoewel de Europese voorstellen nog in voorbereiding zijn, zet Nederlandzich in de tussentijd actief in voor verbetering van de internationaleticketverkoop. Zo wordt met NS gesproken over de mogelijkheid om viaNS internationale tickets van andere vervoerders te kunnen verkopen,mede in het licht van de verder gevorderde praktijk bij NMBS en DB. NSheeft zich bovendien gecommitteerd aan de CER Ticketing Roadmap, eenvisie om internationaal vervoer per spoor eenvoudiger en toegankelijkerte maken. Hierin werken betrokken vervoerders onder meer aan eenvou-digere boekingsprocessen, bredere beschikbaarheid van tickets viameerdere verkooppunten en de mogelijkheid om 6 tot 12 maandenvooruit te boeken.In de HRN-concessie is hiervoor een inspanningsverplichting opgenomenen wordt met NS gesproken. Daarnaast blijven wij met NS in overleg overhet aanbieden van doorgaande tickets. Dit betreft tickets die één overeen-komst omvatten, ook bij een reis met meerdere vervoerders. Hiervoor zijnbepalingen opgenomen in de passagiersrechtenverordening, waaronder6Zie Kamerstukken 36 200 A, nr. 307Zie Kamerstukken 36 563, nr. 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12665 een inspanningsverplichting voor het gezamenlijk aanbieden vandoorgaande tickets. In Nederland houdt de ILT toezicht op de naleving vandeze verordening. Tot slot brengt Nederland het belang van doorgaandetickets en een goed functionerend Europees ticketingsysteem blijvendonder de aandacht brengen bij de Europese Commissie, in relevanteEuropese gremia en via het IRP.Met deze aanpak wordt invulling gegeven aan de motie Kröger van deKamer. U wordt op de hoogte gehouden van de voortgang8.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. Aartsen8Zie Kamerstukken 36 563, nr. 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12666
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris zegt toe voor de verkiezingen een brief naar de Kamer te sturen over de investeringsmogelijkheden binnen EUROFIMA
De staatssecretaris zegt toe voor de verkiezingen een brief naar de Kamer te sturen over de investeringsmogelijkheden binnen EUROFIMA
- De staatssecretaris zegt toe in de lopende onderzoeken ook het perspectief op het spoor richting Frankfurt mee te nemen en in het voorjaar een brief naar de Kam
De staatssecretaris zegt toe in de lopende onderzoeken ook het perspectief op het spoor richting Frankfurt mee te nemen en in het voorjaar een brief naar de Kamer te sturen.
- De staatssecretaris zegt toe voor de verkiezingen een brief naar de Kamer te sturen over de focus op de korte termijn, waaronder de re-activatie van grensoversc
De staatssecretaris zegt toe voor de verkiezingen een brief naar de Kamer te sturen over de focus op de korte termijn, waaronder de re-activatie van grensoverschrijdende verbindingen.
- De staatssecretaris zegt toe om voor de Algemene Financiële Beschouwingen een schriftelijke reactie naar de Kamer te sturen op de vragen die gesteld zijn op het
De staatssecretaris zegt toe om voor de Algemene Financiële Beschouwingen een schriftelijke reactie naar de Kamer te sturen op de vragen die gesteld zijn op het snijvlak met luchtvaart.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.