KamerkringInloggen
Kamerbrief

Evaluaties Commissie Mijnbouwschade

18 mrt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d3f503a2fb23bd9c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 849MijnbouwNr. 267 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 maart 2025De diepe ondergrond speelt nu en in de toekomst een essentiële rol in deenergievoorziening. Veilig en verantwoord gebruik staat daarbij voorop.Als er desondanks toch schade ontstaat, is het van belang dat er eenadequate, toegankelijke en onafhankelijke schadeafhandeling is. Dat iséén van de belangrijke lessen als gevolg van de aardbevingen door degaswinning uit het Groningenveld. Daarom is er, naast het InstituutMijnbouwschade Groningen voor het Groningenveld en gasopslagenNorg en Grijpskerk, een landelijke Commissie Mijnbouwschade (CM)ingesteld.Sinds 1 juli 2020 neemt de Commissie Mijnbouwschade meldingen vanbewoners en kleine bedrijven in behandeling over mogelijke fysiekeschade aan gebouwen door bodembeweging als gevolg van activiteiten inde diepe ondergrond (hierna: schade door activiteiten in de diepeondergrond). De CM ondersteunt schademelders en bedrijven dooronafhankelijk advies te geven over de vraag of er sprake is van schadedoor activiteiten in de diepe ondergrond en, zo ja, wat de hoogte van hetschadebedrag is dat door het bedrijf aan de schademelder moet wordenvergoed. In artikel 7 van het Instellingsbesluit Commissie Mijnbouw-schade1 is bepaald dat er jaarlijks een evaluatie plaatsvindt van debehandeling van schademeldingen door de CM.De evaluaties voor de periodes juli 2021–juni 2022 en juli 2022–juni 2023zijn uitgevoerd door onderzoeksbureau Ecorys. Deze evaluaties gaan in opde vraag in hoeverre schademelders door de landelijke aanpak via de CMontzorgd zijn en wat het effect hiervan is op het vertrouwen van bewonersin activiteiten in de diepe ondergrond. In lijn met het instellingsbesluit ende eerdere evaluatie van de CM2 is aan de onderzoekers gevraagd omdecentrale overheden te betrekken. Ook is aan de onderzoekers gevraagd1Staatscourant 2020, 303362Kamerstuk 33 529, nr. 1163 kst-32849-267ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 2671 om, indachtig de motie van het lid Sienot c.s.3, de ervaringen vanschademelders mee te nemen. Deze brief gaat in op de belangrijksteuitkomsten en aanbevelingen uit de evaluaties en beschrijft hoe hieropvolging aan wordt gegeven. Daarnaast gaat de brief in op deuitbreiding van de landelijke aanpak naar de andere sectoren: opslag vanstoffen in zoutcavernes, geothermie en de voormalige steenkoolwinning.Wat gaat er goed?De onderzoekers concluderen dat het goed is dat er een onafhankelijkecommissie is, die de burgers bij mogelijke schade door activiteiten in dediepe ondergrond bijstaat en hier een onafhankelijk advies over kangeven. Deze conclusie zien de onderzoekers onderstreept in degesprekken met bedrijven en de schademelders: bedrijven en bewonerswaarderen de onafhankelijkheid en de expertise van de CM. Schade-melders schatten de CM als deskundig in en geven aan dat de CMonderzoek gedegen uitvoert en verstand heeft van de materie. Ook debedrijven erkennen de expertise van de CM en waarderen de snelheid entransparantie van de afhandeling. Uit de evaluatie komt verder naar vorendat bewoners de ervaring hebben dat de CM de procedures helder, relatiefsnel en overzichtelijk doorloopt. Deze positieve conclusies van deonderzoekers vormen een waardevolle bevestiging van de onafhanke-lijkheid en deskundigheid van de CM.Binnen de periode van de evaluaties hadden er echter nog geen bevingenplaatsgevonden die tot het adviseren van een schadevergoeding hebbengeleid. De onderzoekers concluderen dat de CM weliswaar ookmeerwaarde heeft als wordt geadviseerd geen vergoeding toe te kennen,maar dat het niet adviseren van het toekennen van schadevergoedingenook doorwerkt in het vertrouwen en de beeldvorming van schademeldersin activiteiten in de diepe ondergrond en de rol van de CM als onafhanke-lijke partij bij de afhandeling van schade. In deze context is het goed om tevermelden dat de CM in 2024 voor het eerst sinds de oprichting heeftgeadviseerd vergoedingen toe te kennen, als gevolg van schade ontstaandoor de beving bij het kleine gasveld bij Ekehaar. In 2024 is in 14 gevalleneen schadevergoeding geadviseerd. Het ging bij vrijwel alle gevallen omal bestaande schade aan woningen die door de bevingen is verergerd.Verder zijn de aanbevelingen uit de vorige evaluatie4 opgevolgd. Hierbijmoet vermeld worden dat het voor de CM gecompliceerd is om meerduidelijkheid te kunnen bieden bij gevallen waarin de schade is veroor-zaakt door andere oorzaken dan activiteiten in de diepe ondergrond. Ditpunt wordt hieronder verder toegelicht.Wat zijn verbeterpunten?De onderzoekers identificeren ook punten van verbetering voor de CM.Deze punten liggen vooral op het terrein van communicatie. Uit deevaluatie komt naar voren dat schademelders het soms onduidelijk vindenop basis van welke criteria hun schade wordt beoordeeld. In het verlengdehiervan constateerden de onderzoekers ook dat een punt van onvrede bijschademelders is dat zij verwachten dat er een expert bij hen thuislangskomt, terwijl dit niet altijd het geval is. Daarnaast vinden schade-melders het uiteindelijke rapport van de Commissie lastig te begrijpen.Bovenstaand onderstreept dat het belangrijk is dat de CM helder is overwat schademelders kunnen verwachten van de Commissie. Zo is hetwenselijk dat de CM open en voldoende begrijpelijk communiceert over3Kamerstuk 33 529, nr. 7364Kamerstukken 32 849 en 33 529, nr. 232Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 2672 de punten op basis waarvan zij wel of niet over zal gaan tot het adviserenvan een schadevergoeding. In de evaluatie geven de onderzoekers aan datde CM op dit punt heeft aangegeven opener te zijn geworden en meermet de buitenwereld te delen over de wijze van beoordeling en deafwegingen die zij hierbij maken. Verder is het van belang dat de CMhelderheid schept over het feit dat de Commissie er niet altijd voor zalkiezen om een deskundige in te schakelen om de situatie ter plaatse tebeoordelen, omdat ook een eigen bureau-onderzoek kan volstaan om toteen advies te komen. Bovenstaande punten zijn met de CM besproken. DeCM heeft aangegeven deze punten uit de evaluatie ter harte te nemen enonderschrijft het belang van heldere en begrijpelijke communicatiehierover. Wat betreft het leesbaarder maken van de conceptadviezen heeftde CM dit zelf ook in de evaluatie naar voren gebracht als verbeterpunt.Daarnaast heb ik dit zelf, zoals toegezegd aan de Tweede Kamer enbenoemd in de brief over de verantwoorde afbouw van gaswinning opland van 6 december 20245, reeds met de CM besproken.Verder constateerden de onderzoekers ook dat schademelders na eenadvies tot afwijzing soms achterblijven met vragen over hoe de scheurenin hun huis zijn ontstaan. Terwijl ze juist behoefte hebben aan duide-lijkheid over de oorzaak van de scheuren in hun huis. De CM kan hen hierechter niet altijd bij helpen, bijvoorbeeld omdat in sommige gevallenbureau-onderzoek volstaat om te vast te stellen dat de gemelde schadeniet het gevolg is van activiteiten in de diepe ondergrond. Het is daaromvan belang dat de CM helder toelicht waarom geconstateerde schadevolgens haar niet het gevolg is van activiteiten in de diepe ondergrond en– indien mogelijk – welke andere oorzaak ten grondslag aan de gemeldeschade ligt. Dit draagt bij aan de acceptatie van het oordeel van de CMdoor schademelders. Ook dit punt is met de CM besproken en wordt doorde Commissie onderschreven.Naast punten van verbetering voor de CM op het terrein van communi-catie signaleren de onderzoekers dat de CM in haar werk geconfronteerdwordt met het feit dat schademelders een groot wantrouwen hebbenrichting de overheid en partijen die zij hieraan gerelateerd achten. Ditbeeld zien schademelders bevestigd door het – in de jaren die geëva-lueerd zijn – niet adviseren van een financiële vergoeding voor hunschade. De onderzoekers constateren in de evaluatie over de eersteperiode dat de relatie die de CM met de Rijksoverheid heeft voorwantrouwen bij schademelders zorgt. Tegelijkertijd is tussen de verschil-lende evaluaties een voorzichtige verbetering op dit terrein te constateren.Waar schademelders in de evaluatie over de periode juli 2021–juni 2022 inde gesprekken aangeven dat zij de CM als deskundig inschatten, maardeze niet als geheel onafhankelijk zien, merken de onderzoekers in deevaluatie over de periode juli 2022–juni 2023 op dat de meeste schade-melders van mening zijn dat de Commissie onafhankelijk opereert enonderzoekt. Het is positief dat tekenen van het verder opbouwen vanvertrouwen door de CM zichtbaar zijn, tegelijkertijd is het belangrijk dat deCM zich voortdurend inzet om dit vertrouwen verder te versterken.Vertrouwen bij burgers is en blijft een belangrijk aandachtspunt datessentieel is voor het werk van de CM.Daarnaast bevelen de onderzoekers aan om de terugkijktermijn van twaalfmaanden6 bij een beving van de CM te heroverwegen. Deze terugkijk-termijn stuit volgens de onderzoekers op veel onbegrip bij schade-5Kamerstuk 33 529, nr. 1264 en TZ202410-0246In artikel 2 lid 3 onder a van het Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade, is bepaald datde CM een schademelding niet in behandeling mag nemen als die meer dan twaalf maandenna de aardbeving, die de schade heeft veroorzaakt, is ingediendTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 2673 melders, omdat zij bijvoorbeeld de schade pas recent hebben ontdektterwijl deze er al langer zit, of dat zij zich hier niet bewust van waren bijhet indienen van de schademelding. In haar jaarverslag over 2023, dat deCM op haar website7 gepubliceerd heeft, heeft de CM zelf ook aange-geven het lastig uit te leggen te vinden richting een schademelder dat, alseen melding meer dan twaalf maanden na de beving ingediend wordt,deze in beginsel te laat is, en de betreffende burger alsnog een procedurebij de burgerlijke rechter zou moeten voeren. Dit mede omdat het naar hetoordeel van de CM ook buiten de twaalf maanden periode mogelijk is omte beoordelen of schade is veroorzaakt door activiteiten in de diepeondergrond. Om de terugkijktermijn van twaalf maanden aan te passen iseen wijziging van het instellingsbesluit van de CM nodig. Deze wijzigingdient ook ter instemming voorgelegd te worden aan de bedrijven die zichgecommitteerd hebben aan het opvolgen van de adviezen van de CM.Bovenstaande aanbeveling en het signaal vanuit de CM zijn voldoendeaanleiding om verder het gesprek met de bedrijven te voeren over hetverruimen van de terugkijktermijn.Uitbreiding CM naar andere sectorenZoals eerder gemeld is het streven om de landelijke aanpak voor deafhandeling van schade door activiteiten in de diepe ondergrond door deCM uit te breiden naar andere sectoren.In februari 2025 is met de bedrijven Nobian, Energiestock en Gasunie, dieactief zijn op het gebied van de opslag van stoffen (bijvoorbeeld aardgasen later waterstof) in zoutcavernes overeenstemming bereikt over hetuitbreiden van de landelijke aanpak naar deze sector. Vanaf 15 maart 2025kunnen woningeigenaren en kleine bedrijven die mogelijk schade hebbenals gevolg van de opslag van stoffen in zoutcavernes hier melding vandoen bij de CM.8Met betrekking tot de schadeafhandeling bij geothermie lopen degesprekken om ook dit onder te brengen bij de CM al langer. Dezegesprekken bleken gecompliceerder dan voorzien. Recent is besloten omeerst met een kopgroep van geothermieoperators overeenstemming tebereiken over een schadeprotocol. Het streven is om dit op de kortstmogelijke termijn te realiseren zodat ook woningeigenaren en kleinebedrijven die mogelijk schade hebben als gevolg van geothermie zichkunnen melden bij de CM.Op 31 januari heeft het kabinet de Tweede Kamer per brief9 geïnformeerdover de stand van zaken aangaande de afhandeling schade door devoormalige steenkoolwinning in Zuid-Limburg. De CM is zich aan hetvoorbereiden op de advisering omtrent deze schadeafhandeling dieuiterlijk eind 2025 van start zal gaan. In de komende maanden wordt eenpilot uitgevoerd met 10 casussen van mogelijke schade door devoormalige steenkoolwinning. Daarmee bekijkt de CM onder meer hoe hetuitgangspunt voldoende aannemelijkheid in de praktijk werkt. Gedurendehet jaar zal de Limburg Kamer van de CM worden uitgebreid met tweenieuwe leden.7https://www.commissiemijnbouwschade.nl/documenten/jaarverslagen/2024/05/16/jaarverslag-20238Staatscourant 2025, 7555.9Kamerstuk 32 849, nr.265.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 2674 Tot slotDe evaluaties bevestigen dat de CM van grote waarde is bij de onafhanke-lijke afhandeling van schade door activiteiten in de diepe ondergrond. Hetis positief dat eerdere aanbevelingen zijn opgevolgd en dat de CM steedsmeer als onafhankelijk wordt gezien. Tegelijkertijd blijven er verbeter-punten, vooral op het gebied van communicatie. Het kabinet acht het vanbelang dat de CM hierin verdere stappen zet en zo veel als mogelijkhelderheid biedt over beoordelingscriteria en schadeoorzaken. Dit om tezorgen dat verwachtingen bij schademelders realistisch blijven enonterechte verwachtingen worden voorkomen. De CM heeft toegezegdhiermee aan de slag te gaan. Binnenkort starten de jaarlijkse evaluatiesopnieuw. Daarbij zal specifiek worden gekeken in hoeverre de CMopvolging heeft gegeven aan de aanbevelingen en hoe zij is omgegaanmet de eerste schadegevallen in Ekehaar. Ook de uitbreiding van delandelijke aanpak naar andere sectoren zal in toekomstige evaluatiesworden meegenomen. Het kabinet zal de Tweede Kamer uiterlijk in maart2026 informeren over de evaluaties over de periodes juli 2023–juni 2024en juli 2024–juni 2025.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.T.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 2675

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9ab09788a3b226cb

14 okt 2026 · 8cf49fc448f5cdd7

13 okt 2026 · db7ae488d447d442

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.