KamerkringInloggen
← Verkenner

Kamerstuk · 17 sep 2026 · Tweede Kamer

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 1 juli 2026, over financiële markten

Chris Jansen · PVV griffier (naam nog niet beschikbaar)

Brontekst

32545 Wet- en regelgeving financiële markten Nr. 232 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT Vastgesteld 17 september 2026 De vaste commissie voor Financiën heeft op 1 juli 2026 overleg gevoerd met de heer Heinen, minister van Financiën, over: - de brief van de minister van Financiën d.d. 19 augustus 2025 inzake evaluatie NHT en voortzetting staatsdeelname NHT (Kamerstuk 28165, nr. 463); - de brief van de minister van Financiën d.d. 14 november 2025 inzake SEO-rapport betreffende afronding eerste fase beleidscyclus vitaal (Kamerstuk 30821, nr. 323); - de brief van de minister van Financiën d.d. 9 december 2025 inzake verslag Financieel Stabiliteitscomité van 12 november 2025 (Kamerstuk 32545, nr. 225); - de brief van de minister van Financiën d.d. 19 december 2025 inzake opvolging ACM-aanbevelingen en aangenomen moties over de spaarmarkt (Kamerstuk 32013, nr. 314); - de brief van de minister van Financiën d.d. 27 februari 2026 inzake evaluatie groene obligatieprogramma (Kamerstuk 31935, nr. 96); - de brief van de minister van Financiën d.d. 24 februari 2026 inzake evaluatie Wet transparant toezicht financiële markten (Kamerstuk 32545, nr. 226); - de brief van de minister van Financiën d.d. 17 april 2026 inzake Nederlandse reactie op consultatie Europese Commissie over het concurrentievermogen van de Europese bankensector (Kamerstuk 21501-07, nr. 2180); - de brief van de minister van Financiën d.d. 15 april 2026 inzake verslag Financieel Stabiliteitscomité van 20 maart 2026 (Kamerstuk 32545, nr. 227); - de brief van de minister van Financiën d.d. 8 mei 2026 inzake Nederlandse reactie op consultatie inzake herziening staatssteunkader voor banken (Kamerstuk 32013, nr. 315); - de brief van de minister van Financiën d.d. 23 april 2026 inzake informeren over brede spaarcampagne en voortgang onderzoek spaargedrag (Kamerstuk 36800-IX, nr. 46). Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit. De voorzitter van de commissie, Chris Jansen De griffier van de commissie, Weeber Voorzitter: Van Eijk Griffier: Van der Steur Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Bushoff, Tony van Dijck, Inge van Dijk, Van Eijk, Hoogeveen en Schoonis, en de heer Heinen, minister van Financiën. Aanvang 10.02 uur. De voorzitter: Goedemorgen, allemaal. Welkom bij de vaste commissie voor Financiën. Op de agenda staat het commissiedebat Financiële markten. De indicatieve spreektijd is vier minuten. We hebben tot 13.00 uur voor dit debat. We zijn niet met heel veel sprekers, maar ik zou toch willen voorstellen om het aantal interrupties in de eerste termijn te beperken tot drie. Eens kijken hoever we daarmee komen. Ik zou de heer Bushoff willen vragen om aan het einde van de termijn van de leden het voorzitterschap van mij over te nemen, zodat ik mijn inbreng namens de fractie van de VVD kan leveren. Ik stel voor dat we gaan starten en geef het woord aan de heer Bushoff van de fractie van PRO. De heer Bushoff (PRO): Dank u wel, voorzitter. Alvast een kleine vooraankondiging: ik moet iets eerder weg. Tegen het middaguur moet ik namelijk naar een ander debat, maar we zullen kijken hoever we dan zijn. Ik heb een aantal punten. Laat ik beginnen met een actualiteit, maar niet per se een noviteit: fraudezaken, bankfraude. Die is niet nieuw, maar actueel is wel dat DNB meldt dat er een toename is van 30% ten opzichte van 2024. Bankfraude is voor heel veel mensen die dat raakt vaak echt een persoonlijk drama. Dat is eigenlijk niet te onderschatten als dat je treft. Als wij zo'n stijging zien, dan vind ik dat dit wel actie vereist. Ik ben benieuwd hoe de minister hiernaar kijkt. Ik vraag mij bijvoorbeeld af of een initiatief zoals dat van de ING, waarin je in de app zelf kan zien of je door de bank wordt gebeld of niet, zinvol is. Werkt dat? Is dat een voorbeeld dat we breder kunnen uitrollen? Dat zou ik van de minister willen weten. Alles om te voorkomen dat mensen slachtoffer worden van bankfraude. Dat raakt mensen vaak echt heel diep. Ik zou dus graag van de minister willen weten hoe hij tegen dit voorbeeld aankijkt en welke andere acties we nog kunnen ondernemen om de enorme stijging die we hebben gezien, te voorkomen. Dat is een. Twee. Ik blijf even bij het bankwezen: het spaargeld beter benutten. De ACM heeft onderzoek uitgevoerd en laat zien dat zo'n 800.000 huishoudens in Nederland hun spaargeld beter zouden kunnen benutten. Eén van de dingen die wel vaker worden aangehaald, is een investeringsrekening. Daarvoor wordt weleens gekeken naar de investeringsspaarrekening in Zweden. Het idee daarachter is dat heel veel geld van huishoudens dat nu gewoon op spaarrekeningen staat, kan worden gebruikt om aan bedrijven meer en makkelijker krediet te verschaffen. Dat is goed voor de economie en dat kan ook goed zijn voor huishoudens. Ik ben benieuwd hoe de minister hiernaar kijkt. Daarbij merk ik wel op dat het voordeel van zo'n investeringsspaarrekening vooral moet zijn dat het voor de consument eenvoudiger is; dat moet niet zozeer zijn dat wij hun ook nog eens allerlei fiscale voordelen geven. Ik zie de minister al lachen. Ik denk dat deze opmerking van de zijde van PRO op zichzelf niet heel verrassend is. Als je leest waarom mensen hier gebruik van maken, dan blijkt dat het 'm juist wel heel vaak in die eenvoud zit. Gegevens zijn namelijk vooraf ingevuld door de Belastingdienst. Het is dus heel makkelijk om hieraan deel te nemen. Het gaat dus niet eens zozeer om alleen het fiscale voordeel dat men in Zweden geniet. Ziet de minister een variant hiervan voor zich in Nederland, en dan met name op het gebied van die eenvoud? De voorzitter: Een tweetal interrupties. Eerst de heer Tony van Dijck. De heer Tony van Dijck (PVV): De heer Bushoff heeft natuurlijk gelijk: het is doodzonde dat dat geld op die spaarrekeningen niets staat te doen. We praten over -- ik heb het er zelf ook over -- 640 miljard. Dat staat gewoon op die spaarrekeningen. Het zou natuurlijk goed zijn als dat in de economie terechtkomt, voor het bedrijfsleven en noem maar op. De reden waarom mensen dat geld op de spaarrekening laten staan, heeft met box 3 te maken. Op het moment dat je gaat beleggen, gaat investeren of iets anders gaat doen dan sparen, val je immers gelijk onder het hogere tarief en ben je een dief van je eigen portemonnee. Is de heer Bushoff het met mij eens dat we dan ook iets aan box 3 moeten doen, zodat investeren en beleggen voor die mensen interessanter wordt? De heer Bushoff (PRO): Ik zou dit kunnen beantwoorden met een wedervraag, namelijk "wat maakt het voor de mensen in Zweden nou zo aantrekkelijk om zo'n investeringsspaarrekening te openen?", maar dan grijpt de voorzitter in met de opmerking dat je geen wedervragen mag stellen. Laat ik die vraag dan gelijk zelf beantwoorden. Dat zit 'm er met name in dat het voor de consument heel eenvoudig is om hier gebruik van te maken. Nog los van de fiscale voordelen die dit in Zweden met zich brengt, is dit vooral aantrekkelijk doordat het heel eenvoudig is om hieraan deel te nemen. Dát voordeel zie ik voor me in Nederland, niet zozeer dat we het fiscaal veel aantrekkelijker maken. Ik denk namelijk dat het niet eerlijk zou zijn als we mensen ook nog eens heel veel fiscale voordelen van het beleggen zouden geven. Ik zoek het voordeel dus vooral in het eenvoudig zijn van deelname: de Belastingdienst heeft voor de aangifte alle gegevens al vooraf ingevuld. Dan is het ook eenvoudiger uitvoerbaar voor de Belastingdienst. Ik zie dus vooral op dat vlak heel veel voordelen. De heer Tony van Dijck (PVV): Eenvoud is natuurlijk altijd goed, maar het gaat erom of je een dief van je eigen portemonnee bent. Kom je in het andere tarief, van 6% forfaitair en 36%, dan betaal je over dat spaargeld dus uiteindelijk 2,5%. Laat je het tegen 2% op de spaarrekening staan, dan is het onbelast. Nu ga je dus meer betalen dan wanneer je het geld op een dode spaarrekening laat staan tegen 2% rente. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn? Zo stimuleer je toch geen economie? Natuurlijk, eenvoud is goed, maar ik vind ook dat mensen rendement moeten krijgen voor het risico dat ze nemen als ze iets meer gaan beleggen en investeren. De voorzitter: Ik hoorde geen vraag, maar de heer Bushoff kan daarop reageren. De heer Bushoff (PRO): Heel kort, voorzitter. Als je zo'n investeringsspaarrekening zou introduceren, dan zouden mensen gewoon belasting kunnen betalen over dividend, rente en de waardestijging: vermogensaanwasbelasting/vermogenswinstbelasting. Dat doen ze pas op het moment dat er sprake is van een waardestijging. En dan nog is het in het voordeel van mensen om wel een investeringsspaarrekening te openen, want ze gaan pas betalen als er sprake is van een waardestijging en vermogensaanwas. Ik zie in die zin eigenlijk het probleem niet om dit gewoon op een normale manier te belasten. Ik zie wel dat het vooral voordelen oplevert, voor de consument door die eenvoud en voor ons allemaal omdat het goed kan zijn voor de economie. Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Interessant punt. Ik denk dat velen van ons met een schuin oog kijken naar wat men daar doet om beleggen een bijna normaal onderdeel van de samenleving te maken. In Nederland hebben wij echter wel een andere cultuur. Die is toch weerbarstig, merk ik. Hoe kijkt PRO daarnaar? Welke ideeën zouden zij hebben om mensen toch een beetje over die drempel heen te helpen, opdat zij wel gaan beleggen? De heer Bushoff (PRO): Ik heb het voorbeeld nu niet helemaal bij de hand, maar volgens mij las ik gisteren nog, in de aanloop naar dit debat, dat toch ook maatschappelijk werkers in Zweden gebruikmaken van zo'n instrument, terwijl zij eigenlijk heel weinig op hebben met beleggen. Waarom doen ze dat? Dat doen ze omdat ze laagdrempelig naar de bank kunnen en er bij de bank iemand is die hen hierover adviseert, maar vooral omdat ze, als ze zo'n investeringsspaarrekening hebben geopend, er bijna geen omkijken naar hebben doordat alles voor hen geregeld wordt. Daarmee wordt die drempel voor heel veel gewone huishoudens heel laag om hieraan deel te nemen. Daarin zie ik de voordelen van zo'n instrument. Dan maak je het breder toegankelijk voor de grotere groep huishoudens. De voorzitter: U vervolgt uw betoog. De heer Bushoff (PRO): Ik denk dat ik de punten die ik hierover wilde maken eigenlijk al heb gemaakt in de interrupties. Ik ben vooral benieuwd naar de reactie van de minister daarop. Ik heb wel nog een ander punt. Ik blijf even bij het spaargeld en spaarrentes. Recentelijk hebben we van de minister de brief gekregen over hoe hij wil omgaan met de aanbevelingen van de ACM en een aantal aangenomen moties. Een van de punten ging over de koppeling tussen spaarrekeningen en betaalrekeningen: moet je die nu verbieden of niet? De minister zei daarover: het voordeel van het verbieden daarvan is voor de consument eigenlijk te klein om dergelijke wetgeving op te tuigen. Ik zeg het even heel kort door de bocht. De minister legde niet heel goed uit wat nou het voordeel is van het in stand houden van die koppeling. Tegelijkertijd zien we wel een toename van dit soort praktijken als het gaat om de koppeling tussen spaarrekening en betaalrekening. Ik vraag mij af of de minister in dat licht nog tot een ander oordeel zou komen. Als dat nu niet zo is, wanneer zou de minister dan wél tot een ander oordeel komen om hierop in te grijpen? Voorzitter. Dat gezegd hebbende, kijk ik even naar u voor de tijd. De voorzitter: U heeft nog twintig seconden. De heer Bushoff (PRO): Twintig seconden. Oké. Dan nog heel kort het volgende. Het is mij een doorn in het oog dat Nederland nog een groot doorstroomland is voor belastingontwijking. Er komen antiwitwasregels uit de EU. Volgens mij is de implementatiewet nu naar de Raad van State gestuurd. Ik ben benieuwd of Nederland daarbij maximaal inzet op de ruimte die de EU-verordening en EU-richtlijn bieden om bijvoorbeeld de UBO-vereisten zo scherp mogelijk te stellen. Gaat Nederland binnen de grenzen van de EU-verordening en de EU-richtlijnen zo scherp mogelijk aan de wind varen, ja of nee? We gaan het natuurlijk zien als de wet naar de Kamer wordt gestuurd. Volgens mij ligt die nu bij de Raad van State, maar kan de minister daarover alvast een tipje van de sluier oplichten? De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Inge van Dijk, die haar inbreng zal leveren namens het CDA. Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Dank je wel, voorzitter. Europa heeft na 2008 een heel veilig bankensysteem opgebouwd. De keerzijde is dat het regelgevend kader zo complex is geworden dat banken minder ruimte hebben om investeringen en economische groei te financieren, terwijl er volgens de Europese Bankenfederatie jaarlijks juist 1,4 biljoen euro aan extra investeringen nodig zijn om onze economie toekomstbestendig te maken. Voorzitter. Banken zijn er om spaargeld, financiering en kapitaal beschikbaar te maken voor gezinnen, ondernemers en bedrijven die willen investeren en groeien. Het CDA steunt daarom de inzet van het kabinet om vaart te maken met de kapitaalmarktunie. Tegelijkertijd hebben we een aantal zorgen die laten zien hoe we balanceren tussen meer Europese samenwerking willen aan de ene kant, en de weerbarstige realiteit van nationale verschillen aan de andere kant. Allereerst zijn er de kapitaalvereisten voor banken. In Basel IV zijn hiervoor verschillende risicoafwegingen vastgelegd met een terechte overgangsregeling voor woninghypotheken en leningen aan investment-gradebedrijven zonder extra rating. In Nederland gaat het dan vaak om financieel gezonde, middelgrote familiebedrijven: een belangrijke ruggengraat van onze economie. Na 2032 vervalt deze overgangsregeling. Daardoor moeten banken meer kapitaal aanhouden voor leningen met een aantoonbaar laag risico. Dat kan de kredietverlening aan gezonde bedrijven beperken, juist op het moment dat er meer investeringen nodig zijn voor onze economische groei. Hoe kijkt de minister hiernaar en is hij bereid zich in Europees verband in te zetten om deze overgangsregeling permanent te maken? Duitsland en Frankrijk lijken hier ook voor te pleiten. Voorzitter. Ook maken wij ons zorgen over de steeds strengere opstelling van de ECB ten aanzien van aflossingsvrije hypotheken. Verdere beperking kan de doorstroming onder met name ouderen belemmeren, terwijl doorstroming zo hard nodig is om de woningmarkt in beweging te krijgen. Juist daarom hebben wij onlangs samen met 50PLUS een initiatief aangeboden aan de minister van VRO om overwaardehypotheken beter in te zetten voor de doorstroming op de woningmarkt. Herkent de minister dit risico en hoe brengt het kabinet het Nederlands belang onder de aandacht bij de ECB en andere lidstaten? Voorzitter. Dan de nieuwe Europese antiwitwasregels. Als we werken aan één Europese kapitaalmarkt hoort daar ook een slimme en proportionele vorm van toezicht bij. Harmonisatie mag niet uitmonden in dubbel toezicht of in het op Europees niveau herhalen van gemaakte fouten uit het verleden. In Nederland zetten we gelukkig stappen richting een meer risicogebaseerde aanpak, met minder onnodige administratieve lasten voor ondernemers en maatschappelijke organisaties. Tegelijkertijd zien we dat Europa weer lijkt te neigen naar een afvinkcultuur op dit terrein en dat moeten we echt niet willen. Hoe gaat de minister in Europa voldoende steun organiseren voor een werkelijk proportionele, risicogebaseerde aanpak? Dan een heel ander onderwerp: financiële weerbaarheid van mensen. U weet hoeveel waarde het CDA hieraan hecht. Een treffend stukje uit Het Financieele Dagblad: "We sturen 18-jarigen de weg op in een financiële formule 1-wagen, zonder ze te vertellen waar de rem zit. Scholen leren jongeren niet hoe ze slim met geld om moeten gaan, of vermogen opbouwen, maar kijken vervolgens verbaasd op als jongeren massaal uit de bocht vliegen door filmpjes van finfluencers op TikTok. Finfluencers en schimmige goksites springen immers graag in dit educatieve vacuüm." Dat is geen toeval, maar geïnstitutionaliseerd financieel analfabetisme. De overheid bepaalt de wettelijke minimumeisen waaraan elke middelbare school in het land moet voldoen. Door geldlasten niet mee te nemen in de kerndoelen van het middelbaar onderwijs laat de overheid in mijn ogen essentiële geldlessen bewust uit het curriculum. Daardoor maakt de overheid niet alleen de baan vrij voor financiële kwakzalvers; ze gooien de tank eigenhandig vol met brandstof. De eerste resultaten van het onderzoek naar spaargedrag zijn niet verrassend, maar wel zorgelijk. Een op de vijf huishoudens met een midden- of hoog inkomen heeft niet eens een buffer ter hoogte van één maandsalaris. Welke stappen gaat de minister zetten om de bewustwording hierover te vergroten? Is hij bereid financiële weerbaarheid, waaronder bufferopbouw, nu eindelijk eens een vaste plek te geven in het onderwijs? Tot slot, voorzitter, het UBO-register. Er bereiken ons signalen dat non-bancaire financiers geen toegang hebben tot het UBO-register, terwijl ze op grond van de Wwft wel verplicht zijn om uiteindelijk belanghebbenden te controleren. Daardoor moeten ondernemers zelf een gewaarmerkt uittreksel opvragen en aanleveren met onnodige vertraging en administratieve lasten als gevolg. Herkent de minister deze signalen en ziet hij mogelijkheden om dit op korte termijn praktisch op te lossen? Dank je wel, voorzitter. De voorzitter: Een interruptie van de heer Bushoff. De heer Bushoff (PRO): Ik heb een vraag over dat laatste, over het UBO-register. Een ander signaal dat ons bereikte is dat de grens van 25%, die nu wordt gehanteerd om UBO-aangemerkt te worden, heel vaak omzeild wordt door bijvoorbeeld de belangen op te splitsen in kleinere delen van 24%. Daarmee kun je je eigenlijk onttrekken aan dat UBO-register en word je daar niet voor aangemerkt. Deelt het CDA de opvatting dat we die grens van 25%, die in de EU is vastgelegd, maar voor sommige gevallen binnen de EU naar 15% gebracht kan worden, in Nederland zo streng mogelijk moeten hanteren en dat we er dus zo laag mogelijk op in moeten zetten? Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ook hier voel ik wel een spagaat. Aan de ene kant praten we hier in de Kamer namelijk al best wel een tijdje over de complexiteit die met de UBO samengaat en aan de andere kant willen we graag meer inzicht hebben. Volgens mij is het dus belangrijk dat we ervoor zorgen dat het echt veel eenvoudiger wordt als we zeggen dat we strengere eisen willen. Het is nu namelijk echt niet te doen voor ondernemers, maar bijvoorbeeld ook voor verenigingen. Dat vinden wij echt doorgeslagen. De voorzitter: Een vervolgvraag. De heer Bushoff (PRO): Prima als we het eenvoudiger maken voor de goedwillenden. Tegelijkertijd zien we nu dus dat de kwaadwillenden zich eigenlijk nog heel gemakkelijk onttrekken aan het toezicht dat we met z'n allen wel heel belangrijk vinden. De EU heeft het volgens mij in de verordening die ze heeft opgesteld ook mogelijk gemaakt om die drempel voor hoogrisicosectoren van 25% naar 15% te verlagen. Mijn vraag is eigenlijk of het CDA ervoor voelt dat we dat in Nederland in ieder geval voor die hoogrisicosectoren zullen doen. Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Als we inderdaad risicogericht gaan werken, ben ik alweer een beetje opgelucht, want dat sluit dan weer aan bij een eerder punt in mijn inbreng waar ik zorgen over heb. Ik zou graag ook even de reactie van de minister hierop afwachten, want dit signaal stond bij mij iets minder op het netvlies. Ik kan dan wel stoer een antwoord geven, maar ik ben liever iets meer geïnformeerd. De voorzitter: Dank u wel. We gaan verder met de inbreng van de heer Schoonis namens de fractie van D66. De heer Schoonis (D66): Dank je, voorzitter. Als we meer woningen willen bouwen, onze bedrijven willen laten groeien en de energietransitie willen versnellen, dan zijn investeringen onmisbaar. De overheid kan dat niet alleen. Juist het geld van huishoudens, pensioenfondsen en investeerders kan helpen om de grote opgaven van deze tijd waar te maken. Daarom zijn goed werkende financiële markten zo belangrijk, niet als doel op zich, maar omdat die ervoor zorgen dat spaargeld verandert in nieuwe woningen, innovatieve bedrijven en schone energie. Financiële markten raken ons allemaal. Dan moeten die ook werken voor iedereen. Voor D66 staan vandaag drie onderwerpen centraal: meer private investeringen, een sterkere Europese kapitaalmarktunie en een financieel systeem dat ook in onzekere tijden overeind blijft. Voorzitter. Laat ik beginnen met die investeringen. In heel Europa blijft veel geld op spaarrekeningen staan, terwijl ondernemers met goede plannen moeite hebben om financiering te vinden. Dat is een gemiste kans, want juist nu hebben we investeringen hard nodig, voor betaalbare woningen, innovatieve bedrijven en een economie die minder afhankelijk is van olie en gas uit andere delen van de wereld. Om het wat concreter te maken: in Europa loopt 80% van de bedrijfsfinanciering via banken en 20% via de rest van de kapitaalmarkt. In de VS is dat precies andersom. Daar lukt het om veel meer kapitaal te halen uit pensioenfondsen, beleggers, venture capital enzovoort. Hoe kijkt de minister naar deze kloof? Waarom lukt het in Europa nog onvoldoende om spaargeld om te zetten in investeringen die onze economie vooruithelpen? Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Dit is natuurlijk een belangrijk thema en een relevante vraag aan de minister, maar ik ben ook wel benieuwd hoe mijn collega van D66 hier zelf naar kijkt. Hoe komt dat en wat zouden we eraan kunnen doen om dat te verbeteren? De heer Schoonis (D66): Dank u voor de vraag. Volgens mij ligt het inderdaad ook aan het makkelijker maken. Volgens mij moet het, zoals collega Bushoff en uzelf ook al aangaven, ergens in het curriculum naar voren komen, zodat mensen beter begrijpen hoe financiële producten werken. Daarnaast is er nog wat in de, laten we zeggen, calvinistische aard van Nederlanders te veranderen, want die zijn nogal spaarzaam. Maar dat lukt niet van de ene op de andere dag. Zo'n kapitaalmarktunie die toegang makkelijker maakt, zou dus ook wel helpen. De voorzitter: U vervolgt uw betoog. De heer Schoonis (D66): Voor D66 is daarbij één onderwerp extra belangrijk: de energietransitie. Juist daar is veel privaat kapitaal nodig. Welke concrete stappen heeft de minister gezet om duurzame investeringen aantrekkelijker te maken? Wanneer kunnen we zien dat die ook daadwerkelijk leiden tot meer investeringen? Hoe gaat hij bijvoorbeeld opvolging geven aan de evaluatie van de groene obligaties? Voorzitter. Een belangrijke sleutel hiervoor is een sterkere Europese kapitaalmarkt. Nog altijd hebben Europese en dus ook Nederlandse bedrijven te veel moeite om financiering te vinden. Dit staat groei en bloei in de weg. Ook zijn de kosten hoog voor zowel bedrijven als consumenten. Dit komt door een gebrek aan keuzemogelijkheden en een wirwar aan regels. Dat is zonde, want juist de innovaties van de toekomst willen we hier ontwikkelen en laten groeien. We willen hier de banen van morgen creëren. Daarom moet geld binnen Europa makkelijker zijn weg kunnen vinden. Dat betekent dat ondernemers eenvoudiger over de grens financiering kunnen aantrekken -- investeren in Rome moet net zo makkelijk worden als investeren in Rotterdam -- en dat spaarders makkelijker kunnen kiezen voor de bank die het beste aanbod heeft, waar die zich ook bevindt binnen de Europese Unie. De minister sprak eerder met een informele kopgroep van landen over het versnellen van de kapitaalmarktunie. Welke concrete resultaten heeft dat opgeleverd? Welke vervolgstappen wil Nederland de komende periode nemen? Voorzitter. Tot slot de weerbaarheid van onze financiële sector. D66 steunt de Europese Commissie waar zij onnodige barrières wegneemt, maar snelheid mag nooit ten koste gaan van stabiliteit en het moet wel heel zeker zijn dat het echt onnodige barrières zijn. We hebben gezien wat er gebeurt als financiële instellingen te veel risico nemen. De financiële crisis ligt misschien al wat jaartjes achter ons, maar de rekening kwam uiteindelijk terecht bij de samenleving. Die les mogen we niet vergeten. Hoe kijkt de … De voorzitter: Een vraag van mevrouw … Ben u bijna aan het einde? Maakt u het dan eerst even af. De heer Schoonis (D66): Ja, bijna bij het einde. Hoe kijkt de minister naar voorstellen om de kapitaaleisen voor banken te verlagen? Welke rol wil hij daarin nemen? Voorzitter. Uiteindelijk gaat dit debat niet alleen over financiële markten; het gaat over de vraag of we het geld, dat er ook is, inzetten om Nederland en Europa sterker te maken. Voor D66 betekent dat: meer ruimte voor investeringen in wonen, innovatie en schone energie, een Europese kapitaalmarkt die ondernemers laat groeien en een financieel systeem dat ook in onzekere tijden overeind blijft. Want als financiële markten goed werken, profiteert uiteindelijk iedereen ervan. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Een vraag van mevrouw Inge van Dijk. Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Die gaat eigenlijk over het stukje "we moeten leren van de financiële crisis". Daar ben ik het natuurlijk mee eens. Aan de andere kant zijn wij ook wel van mening dat we wel heel erg doorgeslagen zijn in het leren, om het zo maar te zeggen. Ik heb in mijn inbreng een aantal spagaatpunten benoemd over kapitaal aanhouden van onderdelen waarvan wij ons afvragen of we daar zo hard op moeten meebewegen. Hoe kijkt D66 daarnaar? De heer Schoonis (D66): Ik heb dat ook geprobeerd neer te zetten in mijn betoog. Wij zien duidelijk dat er door heel Europa, met die 80/20-regel die ik net noemde, gewoon te veel spaarcentjes vaststaan. Aan de andere kant heeft u ook laten zien dat sommige mensen juist heel veel moeite hebben om een bepaalde buffer aan te houden. Daar zit dus een spagaat in. Maar dat heeft meer met financieel onderwijs of financiële opvoeding te maken. Daarmee worden die mensen geholpen. We zien nu dat er gewoon te veel spaarcentjes vaststaan die we op dit moment heel hard kunnen gebruiken. Is dat een antwoord op uw vraag? Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Nee. De voorzitter: Heel kort, want u had al drie interrupties gebruikt. Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Sorry. Heel kort, dit is mijn laatste interruptie. Maar goed, we hebben ook een debat met elkaar. Het gaat mij om kapitaalvereisten. We zeggen dus: voor bepaalde, niet heel risicovolle financieringen moet heel veel geld aangehouden worden. Dat kunnen we minder goed wegzetten in de markt. Daar gaat het mij om. De heer Schoonis (D66): Daar heb ik zelf nog niet heel goed naar gekeken, dus ik zou daar eventjes naar willen kijken, voordat ik daar een onzinantwoord op geef. De voorzitter: We gaan verder met de heer Tony van Dijck, die zijn inbreng zal doen namens de fractie van de PVV. De heer Tony van Dijck (PVV): Dank je wel. De voorgaande sprekers hadden het ook al over de spaarcultuur. 640 miljard staat op spaarrekeningen. Dat is natuurlijk zonde. Maar het is natuurlijk ook zonde dat de banken eigenlijk heel terughoudend zijn met het doorgeven van de ECB-rente aan de spaarders. De ECB gaf 4%. Inmiddels is dat 2,25%. De banken geven dat niet door aan de spaarders en zitten dus op hun geld. Die verdienen heel veel geld met al die betaalrekeningen. Dat is een slechte zaak. Ik zou dus aan de minister willen vragen of hij ervoor kan zorgen dat de banken op z'n minst de ECB-rente moeten vergoeden aan spaarders, in plaats van dat ze daaronder gaan zitten? Een ander punt zijn de kosten van de spaarrekeningen, want die stijgen elk jaar fors. Ik zag dat in 2025 de kosten van een betaalrekening met meer dan 10% zijn gestegen. ASN Bank spant de kroon met 25%. Het simpele feit dat wij een spaarrekening hebben en moeten hebben, want anders kunnen we niet functioneren in deze samenleving, levert de banken elk jaar 1,25 miljard op. Ook wat dat betreft zou ik de minister willen vragen of hij daar niet iets aan kan doen, zodat het wat goedkoper wordt voor de consument. Dan de leennormen en de koopwoningmarkt. De koopwoningmarkt zit natuurlijk volledig op slot; dat zien we allemaal. Die verslechtert elk jaar weer. De prijzen van een huis stijgen de pan uit. Tegenwoordig moet je voor een simpel rijtjeshuis een half miljoen neertellen. Om zo'n hypotheek te kunnen krijgen, moet je meer dan een ton verdienen. De koopwoning is dus bijna niet meer bereikbaar voor een gewoon inkomen; die is alleen nog bereikbaar voor de happy few. Dat komt natuurlijk ook doordat banken doodsbenauwd zijn om buiten de lijntjes van de leennormen te kleuren. Ze zijn als de dood voor slechte publiciteit en boetes van toezichthouders. Probeer maar eens een hypotheek te krijgen als zzp'er, als PEP -- wij zijn allemaal PEP's; we weten ervan -- als ondernemer, als flexwerker, als werknemer met een contract of als student met een studieschuld. Je moet tegenwoordig volledig BKR-schoon zijn. Bij mijn hypotheek moest ik zelfs het abonnement van de telefoon opzeggen om, nadat ik mijn hypotheek gekregen had, weer een nieuw abonnement te nemen. Het slaat dus helemaal nergens op. De banken willen dat we allemaal maagdelijk financieel gezond zijn. De CCD2 die eraan staat te komen, helpt daar niet bij, want daarmee wordt ons BKR-dossier alleen maar langer. Voorzitter. Dan de onzekerheid over wat er gaat gebeuren met de hypotheekrenteaftrek en de doorstroming die stagneert. Ik lees ook in de krant dat de banken niet meer aan aflossingsvrije hypotheken doen; die willen ze heel snel afbouwen. Mensen durven dus ook niet door te stromen. Mensen verkopen hun huis 50% aflossingsvrij en willen een nieuw huis kopen, maar krijgen geen aflossingsvrije hypotheek meer. Iedereen blijft dus zitten waar die zit en daardoor stagneert die hele koopwoningmarkt. De vraag is dus: is de minister bereid om met de AFM en de banken in gesprek te gaan over de te strenge leennormen? Dan nog een puntje over de woekerrentes. Ondernemers zijn steeds vaker aangewezen op non-bancaire kredietverstrekkers. We kennen ze allemaal, de BridgeFunds van deze wereld; ik noem ze gewoon bij naam. Die vragen rentes die kunnen oplopen tot 60%. Ondernemers vluchten naar die woekerfinanciers, gewoon vanwege het feit dat banken allemaal te terughoudend zijn. Vindt de minister niet dat we een einde moeten maken aan dit soort cowboys? Is hij bereid om, net als bij de consumentenmarkt, een cap te zetten op die woekerrentes? Het kan toch niet zo zijn dat ondernemers tussen de 30% en 60% rente moeten betalen aan bijvoorbeeld BridgeFund? Dan nog de buitenlandse flitskredieten. Daar geldt dat ook voor. Ik las in het FD dat de buitenlandse flitskredieten niet volgens de regels van de AFM hoeven te werken. Die kunnen dus ook boven die maximale rente van 12% functioneren. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat de regels om de consument te beschermen ook voor buitenlandse aanbieders gaan gelden? Helemaal tot slot. De voorzitter: Nee, u bent heel ruim over uw tijd, ruim een halve minuut, dus u mag hier een punt zetten. De heer Tony van Dijck (PVV): Dan bespreek ik phishing in de tweede termijn. De voorzitter: Dat is helemaal prima. Dan ga ik het woord geven aan de heer Hoogeveen voor zijn inbreng namens de fractie van JA21. De heer Hoogeveen (JA21): Dank, voorzitter. Vlak voor de financiële crisis in 2007 zei de Citigroup-topman Chuck Prince de beroemde woorden: zodra de muziek stopt, wordt liquiditeit een probleem, maar zolang de muziek speelt, blijven we dansen. Die les blijft actueel. De risico's die niemand goed zag aankomen, werden uiteindelijk door iedereen opgehoest. De financiële sector is gelukkig weerbaarder geworden, maar het Financieel Stabiliteitscomité waarschuwt: de markten ogen nog rustig, maar onderliggende risico's nemen toe. Juist dan is waakzaamheid nodig. Dat zien we nadrukkelijk bij de investeringen in kunstmatige intelligentie. AI kan een enorme bron zijn van productiviteit, innovatie en economische groei. Daar ziet de regering deze week, lazen we, ook kansen in. Maar bij grote technologische doorbraken zien we historisch vaak ook hetzelfde patroon: euforie, hoge verwachtingen over investeringen, stijgende waarderingen en uiteindelijk de harde realiteit van een correctie. Het CPB waarschuwt in de Risicorapportage financiële markten dat grote AI-investeringen steeds vaker worden gefinancierd via complexe schuldconstructies, private credit en financiering buiten de balans. Ook de BIS, de bank der centrale banken, waarschuwt dat die AI-boom naast kansen risico's voor financiële stabiliteit met zich meebrengt en dat het zicht op risico's, hefboomwerking, liquiditeit en verwevenheid met onze banken, pensioenfondsen en verzekeraars nog beperkt is. Heeft de minister samen met DNB en de AFM voldoende zicht op de blootstelling van Nederlandse banken, pensioenfondsen, verzekeraars en beleggingsinstellingen aan AI-gerelateerde waarderingen en schuldconstructies? Ziet de minister erop toe dat risico's in private credit transparant genoeg zijn om marktdiscipline te laten werken en dat verliezen bij tegenvallende investeringen niet alsnog via achterdeuren bij het publieke domein belanden? Voorzitter. Dan de spaarmarkt. In de Kamerbrief over de spaarmarkt wordt terecht geconcludeerd dat directe regulering van spaarrentes onwenselijk is. De overheid moet ten slotte niet op de stoel van banken gaan zitten en spaarrentes vaststellen; dat raakt aan concurrentie en diversiteit van de spaarmarkt. Maar daarmee is het probleem niet weg. De ACM constateert dat de Nederlandse spaarmarkt sterk geconcentreerd is. Een paar grote banken beheren het merendeel van de klanten, terwijl kleinere en buitenlandse banken door de lage overstapbereidheid van consumenten nauwelijks concurrentiedruk kunnen uitoefenen. Ook wordt erop gewezen dat spaarrentes voor consumenten relatief laag zijn en bijvoorbeeld de leningen voor mkb'ers relatief duur. De vraag is dus hoe we meer marktdynamiek krijgen. Kan de minister aangeven hoe hij die concurrentiedruk concreet wil vergroten? En hoe staat het met de Europese inzet op de IBAN-portabiliteit en dataportabiliteit? Echte concurrentie ontstaat niet doordat de overheid de rente vaststelt, maar doordat de overstapdrempels omlaaggaan, transparantie toeneemt en consumenten makkelijker kunnen bewegen binnen het Europese spaardomein. De heer Tony van Dijck (PVV): Ik had het natuurlijk ook over die spaarrentes. Het viel mij op dat de banken de ECB-rente niet doorgeven aan de consument. Ze verdienen dus aan ons spaargeld, alleen al als ze het overnight wegzetten. Dan hebben ze al geld gewonnen. Nu zie ik bijvoorbeeld dat Revolut wel 3,1% geeft. Klarna geeft ook 3%. Wat vindt u ervan dat er steeds meer spaarders vluchten naar dat soort digitale banken? De heer Hoogeveen (JA21): Dat vind ik een positieve ontwikkeling. Dat is precies wat ik in mijn bijdrage ook zeg. We moeten er juist in Europa naar streven dat Nederlandse spaarders … We zijn een spaarzaam volk. We zeggen constant dat we te veel spaargeld hebben. Maar het is dubbel erg: we hebben ook nog eens te veel spaargeld tegen te lage rentes. Het zou juist toegankelijker en makkelijker moeten zijn om over te stappen naar buitenlandse banken en investeerders om ervoor te zorgen dat de concurrentiedruk toeneemt op de grote Nederlandse banken, die over het algemeen vrij lage rentes rekenen, om daarmee competitiever in de markt te zijn en er uiteindelijk voor te zorgen dat dat voor de Nederlandse spaarders ook een aantrekkelijkere markt wordt. De voorzitter: U bent door uw interrupties heen, meneer Van Dijck. De heer Schoonis. De heer Schoonis (D66): Dit is een interessante uiteenzetting van meneer Hoogeveen. Zou u dan ook voor een bankenunie zijn om die harmonisatie juist te versterken? De heer Hoogeveen (JA21): Op zich kijken wij positief naar ontwikkelingen van de bankenunie, ook omdat die in verhouding staat tot een sterke kapitaalmarktunie. Wij kijken wel wat kritisch naar de EDIS-component, het Europese depositogarantiestelsel. Daar zitten nog heel veel haken en ogen aan en daar hebben we nog heel veel vraagtekens bij. Je moet natuurlijk voorkomen dat je dan banken in -- laat ik het gewoon zeggen -- Zuid-Europese landen hebt die wat minder goed in hun kapitaalbuffer zitten, wat hoger in hun risicoprofiel, en dat die uiteindelijk via de garantie van de Nederlandse belastingbetaler gebruik kunnen maken van het depositogarantiestelsel. We hebben nu een depositogarantiestelsel per lidstaat. Dat werkt op dit moment afdoende, behalve dat het wat omslachtig is dat je als Nederlandse spaarder uiteindelijk in Spanje je spaargeld moet gaan opeisen, maar dat is ook een laatste redmiddel. Om dat pan-Europees te regelen, daar kijken we wel kritisch naar. De voorzitter: U vervolgt uw betoog. De heer Hoogeveen (JA21): Voorzitter. Tot slot de internationale positie van de euro. DNB laat zien dat de dollar als reservemunt terrein verliest. De euro vult dat gat nauwelijks op. Centrale banken spreiden wel, maar kiezen niet massaal voor de euro. Uit Brussel en, opmerkelijk genoeg, ook uit Frankfurt klinkt dan al snel de reflex: we hebben een European safe asset nodig. JA21 vindt dat compleet de verkeerde conclusie. De status van een reservemunt dwing je niet af met een gemeenschappelijk schuldpapier. Vertrouwen moet je verdienen met gezonde overheidsfinanciën, een diepe kapitaalmarkt en economische groei. Hoe ziet de minister de huidige internationale rol van de euro voor zich en hoe wil hij die rol gaan vergroten, zonder mee te gaan in het idee dat daar een European safe asset voor nodig is? Dank u wel. De voorzitter: De heer Bushoff heeft een interruptie. De heer Bushoff (PRO): Ja, dat is mijn laatste interruptie. In het begin van het betoog had de heer Hoogeveen het eigenlijk over de risico's van private credit en grote investeringen in bijvoorbeeld de technologische bubbel. Dat is hier in de Kamer al vaker ter sprake gekomen, ook bij een recente rondetafel. Ik herken die risico's eigenlijk wel, dus daar zitten we voor de verandering een keer op één lijn. Mijn vraag is eigenlijk de volgende. Private credit wordt weleens "schaduwbankieren" genoemd. Waar de producten van banken aan strenge kwaliteitseisen moeten voldoen, geldt dat nog niet voor private credit. Ziet de heer Hoogeveen dat er misschien wel behoefte aan is, als het gaat om kwaliteitseisen en toezicht, dat dat toch meer op het niveau komt van andere financiële producten? De heer Hoogeveen (JA21): Ik vond het een interessant punt dat de heer Van Dijck maakte. Onze banken hebben inderdaad hoge kapitaalbuffers, terwijl dat niet per se het risicodragende kapitaal is. Dat verschuift inderdaad steeds meer naar die privatecreditmarkten. Ik zeg niet meteen dat dat soort stringente eisen moeten worden toegepast, maar ik zou wel willen vragen -- dat vroeg ik ook aan de minister -- om samen met DNB en de AFM echt in kaart te brengen waar de kwetsbaarheden zitten en waar we op kunnen anticiperen. Dat moeten we eigenlijk in kaart brengen. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het voorzitterschap aan de heer Bushoff. Nee, sorry. De heer Schoonis heeft nog één vraag voor de heer Hoogeveen. De heer Schoonis (D66): Ik sla even aan op dat laatste, over Frankfurt. De geopolitieke situatie kan volgens mij zo zijn dat je de euro eigenlijk als belangrijk wapen hebt, zeker ten opzichte van andere markten. Hoe kijkt de heer Hoogeveen in die zin tegen bijvoorbeeld een digitale euro aan? De heer Hoogeveen (JA21): Ik vind de digitale euro een oplossing die op zoek is naar een probleem. Een digitale euro … Als jij aan de gemiddelde man op straat vraagt "Wilt u een digitale euro?", dan zegt diegene "Ja, die heb ik al." Dat is dan via Wero of iDEAL, hoe je het ook wil noemen. Ik denk dat de digitale euro uiteindelijk ook marktinnovaties tegenhoudt. Ik ben zelf in het Europees Parlement rapporteur geweest op de instant payments directive. Dat laat al zien dat er een enorme dynamiek in de Europese markt op gang is om die European payment initiatives bij elkaar te brengen en echt een Europees marktgedreven alternatief te vormen voor de Visa's en Mastercards van deze wereld. Zo'n digitale euro werkt dan weer marktverstorend. Dat is uiteindelijk een heel infrastructureel project dat je opzet vanuit een soort publiek gefinancierd instituut. Wij zien daar weinig heil in en zien dat daarin vooral een rol is weggelegd voor private partijen om dat uit te rollen. De voorzitter: Dank u wel. Voorzitter: Bushoff De voorzitter: Dan neem ik heel kort het voorzitterschap over. Dan is nu de woordvoerder namens de VVD aan de beurt, mevrouw Van Eijk. Mevrouw Van Eijk (VVD): Dank je wel, voorzitter. Een sterke economie vraagt om een sterke financiële sector. Voor de VVD is het belangrijk dat ondernemingen toegang hebben tot voldoende betaalbare en stabiele financiering, terwijl we tegelijkertijd oog houden voor de stabiliteit van ons financiële stelsel. Nieuwe vormen van financiering bieden kansen, maar brengen ook risico's met zich mee. Ik begin met private credit. Deze financieringsvorm groeit snel en kan een waardevolle aanvulling zijn op bancaire financiering. Een steeds groter deel van de kredietverlening vindt buiten het traditionele bankentoezicht plaats. Kan de minister aangeven hoe hij de risico's van private credit beoordeelt? Is het huidige toezicht voldoende om kwetsbaarheden tijdig te signaleren? Hoe wordt voorkomen dat risico's zich buiten het reguliere toezicht opstapelen? Welke gevolgen kan verdere groei hebben voor de stabiliteit van het financiële stelsel? Naast risico's moeten we oog houden voor de kansen. Nederland en Europa staan voor grote investeringsopgaven, en daarvoor is een sterke financiële sector essentieel. De minister heeft een vervolg op zijn visiebrief financiële markten aangekondigd. Wanneer kan de Kamer deze brief ontvangen? Kunnen de rapportages van de AFM, DNB en het CPB, welke jaarlijks risico's voor de financiële sector in beeld brengen, ook worden benut als kansenkaarten waarin wordt aangegeven hoe de financiële sector meer kan bijdragen aan investeringen en economische groei? Toegang tot betaalbare financiering staat onder druk door regeldruk en economische ontwikkelingen. De ECB waarschuwt voor hoge private en publieke schulden. In combinatie met lage economische groei en aanhoudende inflatie kunnen die leiden tot hogere financieringskosten. Deelt de minister deze zorg? Welke gevolgen verwacht hij voor de financiering van Nederlandse ondernemingen? Voorzitter. De VVD vindt goed en onafhankelijk financieel toezicht van groot belang. De evaluatie laat zien dat de kosten de afgelopen jaren vooral zijn gestegen door nieuwe toezichttaken en hogere personeelskosten, maar ook dat verdere doelmatigheidswinst mogelijk is, onder meer via risicogebaseerd toezicht, digitalisering en de veranderprogramma's bij AFM en DNB. De minister onderschrijft deze aanbevelingen. Wanneer verwacht hij de eerste resultaten van DNB 2030 en Toezicht met Toekomst terug te zien in de toezichtskosten? Hoe borgt hij dat eventuele nieuwe toezichttaken steeds gepaard gaan met scherpe keuzes en prioritering, zodat de rekening voor de sector niet onnodig blijft oplopen? Voorzitter. De evaluatie concludeert ook dat er geen aanleiding is om het wettelijke mandaat van AFM en DNB uit te breiden met een expliciete doelstelling voor concurrentievermogen of innovatie. Tegelijkertijd benadrukt de minister dat toezichthouders binnen hun bestaande mandaat wel oog moeten houden voor het vestigingsklimaat, innovatie en de regeldruk voor de sector. Kan de minister concreet aangeven hoe hij hier invulling aan gaat geven? Hoe zorgt hij ervoor dat nieuwe regelgeving en het toezicht daarop niet onnodig ten koste gaan van het Nederlandse investerings- en vestigingsklimaat? Er zijn concrete voorbeelden waarbij Europese regels in Nederland strenger worden toegepast dan elders, zoals bij het EuVECA-paspoort, bedoeld om venturecapitalfondsen makkelijk grensoverschrijdend aan te bieden; contractuele toezegging versus directe storting. Dat heeft gevolgen voor het Nederlandse investerings- en vestigingsklimaat. Hoe worden deze nationale koppen weggewerkt, en op welke termijn? Tot slot: beleggingsfraude. Dit is een groeiend maatschappelijk probleem. Meldingen zijn versnipperd over verschillende instanties, waardoor signalen onvoldoende worden benut en slachtoffers van het kastje naar de muur worden gestuurd. De AFM pleit al langer voor één centraal meldpunt. Is de minister bereid om hierin een actievere regierol te nemen en samen met de AFM, de politie, de FIOD, het Openbaar Ministerie, de Fraudehelpdesk en banken te komen tot een concreet plan voor één centraal meldpunt voor slachtoffers? Wanneer kan de Kamer duidelijkheid verwachten over de wenselijkheid, de haalbaarheid en het tijdspad? Ik zie uit naar de beantwoording door de minister. De voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng namens de VVD. Dan geef ik het voorzitterschap weer over. Voorzitter: Van Eijk De voorzitter: We schorsen tot 11.15 uur. De vergadering wordt van 10.42 uur tot 11.15 uur geschorst. De voorzitter: Goedemorgen allemaal. Het is 11.15 uur. Welkom terug in het commissiedebat over financiële markten van de vaste commissie voor Financiën. We hebben de eerste termijn van de Kamer gehad. We zijn aangekomen bij de eerste termijn van de minister. Ik stel voor in deze termijn vier interrupties te hanteren. Ik geef het woord aan de minister. Minister Heinen: Dank u wel, voorzitter. Dank voor alle vragen. We hebben geprobeerd ze te structureren, maar ik kom toch op heel veel deelonderwerpen. Ik zal ze noemen. Ik begin met vragen die gesteld zijn over de banken en specifiek de kapitaaleisen. Het tweede is de kapitaalmarktunie. Daarna ga ik in op risico's voor de stabiliteit, door private credit voornamelijk. Vervolgens ga ik in op een aantal vragen op het gebied van sparen, hypotheken, betalen en krediet. Dan zijn er nog enkele vragen over fraude en antiwitwassen, en dan heb ik nog overige vragen. Ik heb geprobeerd om het zo te structureren. Met uw goedkeuren ga ik nu over tot de beantwoording. Ik begin bij banken en kapitaaleisen. De heer Schoonis vroeg hoe wij aankijken tegen voorstellen om de kapitaaleisen voor banken te verlagen. In het verleden hebben we er vaak discussie over gehad: moeten de buffers omhoog of naar beneden? Nu zetten wij vooral in op harmoniseren in Europa. Dat is dus onze inzet. Ik wil dus eigenlijk uit de discussie over omhoog of omlaag. Laten we het Europees vooral proberen gelijk te trekken. Daar wil ik het eigenlijk bij houden. Dat is tot nu toe onze inzet als we Europees bezig zijn. Mevrouw Van Dijk had een vraag over de transitiemaatregelen inzake de Baselstandaarden. Meer specifiek vroeg zij hoe wij kijken naar de overgangsregelingen uit die Baselstandaarden. Uiteraard hecht ik veel waarde aan internationale afspraken die onze banken veilig houden. Tegelijkertijd zie ik de oproep van banken om de tijdelijke lagere kapitaaleisen permanent te maken. Dat ziet specifiek op de unrated corporates en hypotheken. Ik vind het belangrijk dat wij de impact van deze tijdelijke maatregelen goed in kaart brengen. Dat vereist een zorgvuldige afweging; daaronder valt inderdaad het effect op de kosten van bedrijfsfinanciering. Mevrouw Van Dijk noemde dat ook. Ik weet dat andere lidstaten daar nu ook naar kijken. Op 15 juli, dus over zo'n twee weken, komt de Commissie met een rapport. Dan zal ik het BNC-fiche, in ambtelijk jargon, aan de Kamer doen toekomen. Naar aanleiding daarvan zou ik dit gesprek graag voortzetten. Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Het lijkt me goed om die impact goed in kaart te laten brengen. Staat in het verhaal van 15 juli ook wat dit specifiek voor Nederland betekent of moet dat apart gebeuren? En als dat apart moet, om mijn vraag maar even af te maken, wanneer krijgen we die informatie dan? Want dan kunnen we hierover een volledig debat voeren. Minister Heinen: Dat kunnen we in het BNC-fiche opnemen. Voorzitter. Ik wil gelijk het bruggetje maken naar de kapitaalmarktunie. Daar zijn ook een aantal vragen over gesteld. Ik begin wederom bij de heer Schoonis. Hij vroeg welke concrete resultaten de kopgroep voor het versnellen van de kapitaalmarktunie heeft opgeleverd en welke vervolgstappen Nederland de komende periode nog wil zetten. Ik heb de Kamer daar al uitgebreid over geïnformeerd. Ik hou het nu dus op hoofdlijnen en dan hoor ik graag of er nog informatie ontbreekt. Ik zoom het even uit. We hebben op drie pijlers ingezet. Allereerst: plaats een sterker Europees toezicht op de kapitaalmarkt. Om ook dat te harmoniseren hebben de E6 de brief ook daarop vormgegeven, maar die heeft u kunnen lezen. In de tweede pijler, zoals ik dat altijd zeg, is dat een meer divers aanbod van kapitaal voor de financiering van bedrijven. Daarbij moet ook wel een nationale inspanning plaatsvinden, maar daar hebben wij natuurlijk ook het goede gesprek over. Drie, en vaak het meest complex, is: eenduidige regels in de EU voor een optimale werking van de interne markt. Dat is de meest taaie categorie, want elke lidstaat vindt natuurlijk dat zij over de beste regels beschikken. De Kamer is specifiek geïnformeerd over de concrete resultaten van de samenwerking van de E6-kopgroep. Daarbij heb ik voornamelijk gefocust op de kapitaalmarktintegratie en de toezichtcentralisatie. Wij pleiten onder meer voor, nogmaals, een centraal Europees toezicht op significante handelsplatformen en bijvoorbeeld cryptoaanbieders, en voor een goede bestuurscultuur en een robuust kostenraamwerk voor de toezichthouders van de toezichthouder ESMA. Daar focussen we nu op. Samen met de andere E6-landen zet ik mij er nu voor in om ook de steun van andere EU-lidstaten te krijgen. Daarnaast hebben we tegen elkaar gezegd: wat zou de volgende stap moeten zijn, waarbij je voornamelijk het politieke gewicht in de schaal kan leggen om dossiers verder te brengen? Kijk, de kapitaalmarktunie is niet af met de brief die wij hebben gestuurd. Daar blijft misschien nog heel veel werk aan zitten, maar als ik nu tegen een ander dossier een schop mag geven, om het zo maar te zeggen, dan zou dat echt de bankenunie zijn, zodat we kunnen kijken hoe we die nu verder kunnen brengen. Daarvoor zijn alle posities bekend. Men heeft zich redelijk ingegraven; daar zit dan ook geen beweging meer in. Voor Nederland is het elke keer specifiek belangrijk hoe we omgaan met de risicoweging van staatsobligaties op bankenbalansen voordat wordt overgegaan tot een Europees depositogarantiestelsel. Maar als wij dit blijven herhalen, zijn we over tien jaar geen stap verder. Daarom bekijken we nu hoe je dit punt op andere manieren kunt adresseren en of je dit ook kunt lostrekken. Voor mij is het wel cruciaal dat we beginnen met het bespreken van de risico's voordat we over harmonisatie gaan spreken. Dus dat even specifiek over de kapitaalmarktunie en, breder, de bankenunie als onderdeel daarvan, en over wat we daarvoor op de agenda van de E6 hebben gezet. De heer Schoonis (D66): Dank u voor uw antwoord; volgens mij is dat heel fijn. Ik heb een vervolgvraag. Die zes landen zijn nu bezig. Stel je voor dat het allemaal niet zo opschiet. Zouden we dan ook een "Schengen van de kapitaalmarktunie" kunnen realiseren, waarbij we dus doorgaan met een coalition of the willing, waarbij andere Europese landen zich daarna kunnen aansluiten? Minister Heinen: De heer Schoonis bedoelt dan specifiek: als de E6 het wel eens zijn, maar de andere landen het niet eens zijn? Ja, zie ik. Daar ga ik nog niet op vooruitlopen, maar ik heb wel goede hoop dat we het gewoon eens kunnen worden. Er zit echt veel massa in de E6-kopgroep. Over veel van de voorstellen wordt bij gekwalificeerde meerderheid besloten. Dan heb je zo'n vijftien lidstaten nodig. Als ik de discussies in de Raad zo voel, dan redden we dat wel. Kijk, er zijn een paar lidstaten die echt wel fel tegen zijn: the usual suspects. Maar die zijn wel zwaar in de minderheid. Ik heb het dan over zo'n drie, vier lidstaten. Daarmee hebben zij geen meerderheid om dit te blokkeren. Ik denk dus dat we daar helemaal niet hoeven te komen. Ik heb wel goede hoop dat we dit echt verder kunnen brengen. En zo niet, dan gaan we kijken hoe verder. Nogmaals, stilstand is in die zin geen optie. Ik denk dat we het daar wel over eens zijn. De heer Schoonis vroeg ook welke belemmeringen ondernemers ervaren die moeilijk aan financiering komen. Een cruciale vraag. Uit cijfers van het CBS, die we hier in de schorsing nog een keer op hebben nageslagen, bleek recent nog dat ondernemers met een financieringsbehoefte er op zich steeds vaker in slagen om aan financiering te komen. Dat is dus een positieve trend. Het ibo Bedrijfsfinanciering is in 2024 afgerond. Voor de kijkers thuis: dat is een groot interdepartementaal beleidsonderzoek dat in Den Haag interdepartementaal wordt opgesteld. Dat zijn grote projecten waarbij echt dieper naar een thematiek wordt gekeken. Dat hebben wij ook gedaan specifiek voor bedrijfsfinanciering. Daarbij zagen we dat er echt nog belemmeringen zijn, bijvoorbeeld bij het verkrijgen van financiering tot 1 miljoen of bij de grotere tickets, zoals we dat dan noemen, en bij grotere risicovollere financieringen voor innovatieve bedrijven. Laat ik specifiek melden dat dit ook bij het coalitieakkoord als inspiratie is genomen voor de initiatieven die nog naar uw Kamer moeten komen, bijvoorbeeld om te kijken hoe we een investeringsinstelling vlot kunnen trekken. Daar blijven we dus op inzetten. Daarnaast blijf ik de kapitaalmarktunie centraal zetten in het beleid. Ik hoef de heer Schoonis niet te overtuigen, maar het blijft heel cruciaal dat wij die financiering via private investeringen loskrijgen, dat we meer lef tonen en meer risico durven nemen om florerende bedrijven te krijgen, zodat we ook de economie van de toekomst hier houden en niet alleen de oude industrie. De heer Schoonis vroeg ook hoe ik aankijk tegen de kloof tussen de bancaire financiering en kapitaalmarktfinanciering in Europa vergeleken met die in de VS. Nou, die is er gewoon en die is ook best wel indrukwekkend, als ik het zo mag zeggen. Een cijfer dat ik vaak noem: als Europeanen zouden beleggen zoals Amerikanen, dan zou er per jaar 350 miljard euro vrijkomen aan durfkapitaal om te investeren. Dat zijn enorme bedragen, waar ondernemers en startende bedrijven profijt van kunnen hebben en mee door kunnen groeien. Wij hebben hier de knappe koppen; wij hebben de infrastructuur. Vooral het onderwijs in Europa en de wetenschappelijke instituten zijn wereldwijd gezien zo goed, maar ja, als je niet aan financiering komt, ga je toch met je plannen en ideeën de oceaan over, en dat is eeuwig zonde. Hier zit dus inderdaad een groter verschil. Dat is er ook cultureel: ben je bereid risico te nemen? Europeanen kijken toch veel meer naar een bankenfinanciering in plaats van dat zij echt via de private kapitaalmarkt leningen proberen te krijgen. De heer Schoonis (D66): Daar zijn we het volgens mij helemaal over eens. Een vervolgvraag daarop: wat zou het ministerie concreet kunnen doen om dat te versnellen? Minister Heinen: De kapitaalmarktunie is dan echt cruciaal. Zorg dat kapitaal veel meer vrij kan stromen. Zorg dat je kapitaal aantrekt, dus private investeringen. Op het Europese continent lopen investeerders daarbij tegen allerlei verschillende regels en verschillende regimes aan. Voor een bedrijf dat grensoverschrijdend opereert, is het daardoor gewoon lastig om op te schalen, en voor investeerders is het de vraag hoe zij hun euro terugkrijgen als ze met allemaal verschillende vormen van faillissementswetgeving en met andere rapportageverplichtingen te maken hebben. Dan doen we onszelf echt veel te kort. Ik zou echt zeggen: de kapitaalmarktunie is daarbij cruciaal, maar nationaal kunnen wij natuurlijk ook initiatieven ontplooien om de kapitaalmarkt te versterken. Op Europees niveau wordt met jaloezie naar de goed functionerende kapitaalmarkt van Nederland gekeken, maar zelf ben ik nog lang niet tevreden. Daarvoor zullen we echt nog stappen moeten zetten. Het kabinet komt snel, net voor de zomer, net na de zomer, met een uitwerking van de plannen die precies hierop toezien. De heer Tony van Dijck (PVV): Zitten de plannen of de voorstellen van Wopke Hoekstra ook in die uitwerking? Hij heeft het erover dat we meer moeten investeren en meer moeten beleggen en dat minder moeten belasten. Dat vraag ik in het kader van de box 3-discussie. Minister Heinen: Daar lopen wat zaken doorheen. De Europese Commissie heeft volgens mij afgelopen week voorstellen gepresenteerd over hoe om te gaan met onder andere het uitkeren van dividend en dergelijke. In Nederland ziet dat toe op box 2. Dat zit echt in de fiscaliteit. Dat is een voorstel van de Commissie, en dan begint nog een heel traject: hoe verhouden lidstaten zich daartoe et cetera. Daar gaat het kabinet nu niet direct op acteren. Eerst moet in Europa nog dat gesprek plaatsvinden. De voorzitter: Een vervolgvraag. De heer Tony van Dijck (PVV): Nou, het is meer een verduidelijking, voorzitter. In Europa is het ook heel erg de tendens om consumenten te stimuleren hun geld niet op een spaarrekening te laten staan, maar te beleggen. Mijn opmerking over box 3 is dat veel mensen niet van die spaarrekening af durven, omdat zij dan in een heel ander regime belast worden. Wil je dus stimuleren dat mensen wat meer risico nemen en wat meer gaan beleggen, dan zou je daar ook fiscaal toe kunnen prikkelen door box 3 op dat punt te versoepelen. De voorzitter: Ik denk dat dat zo nog aan de orde komt bij blokje vier, maar de minister kan dat ook nu oppakken. Minister Heinen: Box 3 valt onder de staatssecretaris. Het debat daarover loopt, maar wij zijn natuurlijk niet doof voor wat iedereen aandraagt en daar aan kritiek op heeft. Dat wil ik nu niet vermengen met een debat over de financiële markten, want dan wordt het te ingewikkeld en de staatssecretaris zit midden in het gesprek daarover met u. Dat zeg ik via u, voorzitter. Meer specifiek heeft de heer Van Dijck natuurlijk gelijk. Uit onderzoek van bijvoorbeeld de AFM blijkt dat een op de drie Nederlandse huishoudens op zich wel voldoende spaargeld heeft om verantwoord te beleggen, maar dat niet doet. Een gebrek aan kennis is de meest genoemde reden daarvoor. We worden helemaal niet opgevoed in zo'n cultuur. Wij zijn zelf ook opgevoed met misschien nog de Pennierekening en de blauwe spaarpot: zet het nou maar op een bank. We hebben echter nooit een gesprek, zo van: hé, je kan ook elders investeren, dan heb je misschien een hoger rendement, maar dan loop je ook een hoger risico. Hoe ga je daar dan mee om? Zet je daar een deel van je spaargeld voor in? Dat moet dus veel meer een onderdeel zijn van onze financiële opvoeding, zou je kunnen zeggen. Het kabinet wil de huishoudens die op zich kunnen beleggen, ook wel stimuleren om meer van het spaargeld te beleggen in de reële economie, bijvoorbeeld door financiële educatie en voorlichting over beleggen, en door het invoeren van een EU-beleggingsrekening. Dat is een ander initiatief. Dat hebben we vorig jaar in diezelfde kopgroep neergezet: een EU-label. Als je wil dat meer in Europa wordt belegd, hoe zou je dat dan fiscaal kunnen stimuleren? Daar komt dan wel de vraag achter weg wat Europese investeringen dan zijn. Nou, daar is een hele term sheet over uitonderhandeld, ook met de banken. Je zou je kunnen voorstellen dat je een beleggingsrekening hebt en daarna nog een tab waardoor je kunt zeggen dat je een EU-beleggingsrekening wil openen, die dan fiscaal voordeliger kan zijn. Die mogelijkheid is nu gecreëerd. Tegelijkertijd zit daar ook altijd een dekkingsvraag aan vast: als je die openstelt, hoe zou je dit dan fiscaal willen vormgeven en hoe zou je dit dan willen dekken? Dat idee is helemaal niet weg. Ik heb er zelf aan bijdragen om dit in Europa vlot te trekken. Het kabinet komt nog terug op hoe we dat dan precies gaan doen. De heer Bushoff had verder nog een vraag over de investeringsrekening van Zweden en hoe dit in Nederland geïntroduceerd kan worden. Kijk, ook het feit dat de vraag wordt gesteld, laat zien dat we het onvoldoende beseffen, maar in die app zou je gewoon in de schorsing die we net hebben gehad, dat halfuurtje, een beleggingsrekening kunnen openen. Dat is dus echt een klik op de knop. Daar zitten ook allemaal rendementseisen aan, met andere risico's. Dat kan iedereen gewoon bij de bank regelen, dus op zich hoeft daar nu geen overheidsinterventie op plaats te vinden. Los daarvan staat hoe je dan omgaat met het fiscaal stimuleren daarvan. Maar dat is echt een andere discussie, die ik graag met u aanga, maar die wel buiten de scope van dit debat valt. Anders krijgen we een heel box 3-debat en ik denk dat we daar ook allemaal heel veel meningen over hebben. Terecht, maar dan komen we niet meer toe aan de vragen die u hier nu gesteld heeft. Dat dus in antwoord op de vraag over de kapitaalmarktunie. Dan wilde ik doorgaan naar risico's, stabiliteit en, voornamelijk, private credit. Daar zijn ook een aantal vragen over gesteld. Meer specifiek vroeg de heer Hoogeveen mij of er voldoende zicht is op de blootstelling van Nederlandse financiële instellingen aan AI-gerelateerde waarderingen. Het is goed dat uw Kamer hier aandacht voor vraagt. Het is een ontwikkeling die snel gaat en die risico's kunnen zich wel opbouwen. DNB houdt hier nu formeel toezicht op. Ik heb hier ook veel gesprekken over met DNB. DNB kijkt bijvoorbeeld naar de blootstelling van financiële instellingen aan AI-gerelateerde waarderingen. Financiële instellingen moeten ervoor zorgen dat de blootstelling binnen hun vastgestelde risicobereidheid blijft. Het is van belang om de ontwikkelingen, die dus ontzettend snel gaan -- maar daarmee vertel ik de heer Hoogeveen niks nieuws -- wel goed te blijven monitoren. Ik blijf hierover dus in contact met de toezichthouders. Ik kan uw Kamer hierover nader informeren als DNB haar onderzoek hierover heeft afgerond, wat dit jaar zal zijn. AI is natuurlijk waanzinnig interessant, maar we zien ook de enorme investeringen die daarvoor plaatsvinden. Nederlandse financiële instellingen zitten weer in dat soort beleggingsfondsen, en daarin zit een risicoblootstelling. Tot nu toe leidt dat niet tot zorgen aan onze zijde, maar dat betekent niet dat we het hier niet moeten monitoren en kijken wat er gebeurt. Ik zal uw Kamer goed blijven informeren over wat wij zien gebeuren. Dan had mevrouw Van Eijk nog een vraag over de gevolgen van een verdere groei van die privatecreditsectoren en wat dat kan betekenen voor de financiële stabiliteit. Een verdere groei van deze sector is in beginsel niet verkeerd -- dat moet ik er wel bij zeggen -- want private investeringen op zich -- zie ons vorige blokje -- juichen we toe. Maar het is wel belangrijk om de risico's in die sector echt goed te begrijpen; om goed te begrijpen wat er gebeurt en hoe ze elkaar versterken, om die risico's ook te kunnen beheersen. Dit is overigens niet alleen een Nederlands vraagstuk. Deze discussie voeren we ook in de Eurogroep en Ecofin, maar ook op G20-niveau is hier aandacht voor. We zien dat dit wereldwijd een vlucht neemt en dat daar een beter toezicht op moet zijn. Dit zit specifiek op de verwevenheid van de sector met de rest van het financiële stelsel. Je hebt het dan over pensioenfondsen, verzekeraars en banken, en ook over het gebruik van geleend geld voor deze fondsen, de zogeheten hefbomen. Recente Europese regelgeving adresseert wel een deel van de risico's, met limieten op de hefbomen en op blootstellingen aan financiële instellingen. Maar nogmaals, oplettendheid hierbij blijft wel geboden. Dan had mevrouw Van Eijk ook nog de vraag hoe ik de risico's beoordeel. Ik heb daar net al wat over gezegd. Op zich biedt private credit natuurlijk voordelen voor de economie, maar het brengt ook risico's met zich mee -- al is dat een beetje een dooddoener. Nogmaals, recente, nieuwe Europese regels adresseren de risico's op de Europese markt. Ik heb ze net genoemd. Maar ik snap goed waarom uw Kamer hiernaar vraagt, want er komen ook wel zorgwekkende berichten. Als we intern van risico's spreken, zien we die met name voor Nederlandse financiële instellingen die blootstelling hebben aan de markten in de VS. Maar nogmaals, DNB, de ECB en de AFM doen continu onderzoek naar hoe dat precies zit. Dan had de heer Hoogeveen op dit onderwerp nog de vraag hoe we erop toezien dat verliezen bij private credit niet in het publieke domein terechtkomen. Een kort antwoord: ja, maar daar zie ik op toe. Verliezen in de private kapitaalsector komen terecht bij de investeerders in deze fondsen. En zo hoort het ook. Dus ja, je hebt een hoger rendement, maar dus ook hogere risico's, en die zijn dan ook voor jezelf. Het kan niet zijn dat je wel de winst pakt, maar niet de verliezen. Zo werkt het economische verkeer. Fondsbeheerders kunnen de risico's voor investeerders beperken, bijvoorbeeld door het fonds te sluiten. Nogmaals, we hebben ook Europese regelgeving die hiertoe verplicht. Daarnaast moeten investeerders natuurlijk gewoon goed aan eigen risicobeheer doen, hun eigen verliezen kunnen nemen en dat ook goed communiceren aan de investeerders in die fondsen; high reward, maar ook high risk. Dan wilde ik gaan naar sparen, hypotheken en betalen. Daar zijn ook meerdere vragen over gesteld. De heer Hoogeveen (JA21): Dank voor het antwoord. Als ik het goed begrijp, zegt de minister: DNB doet nu een onderzoek en kijkt ook specifiek naar de exposure van pensioenfondsen, verzekeraars et cetera om ervoor te zorgen dat die in beeld is, en zodat ook in kaart komt welke kettingreacties mogelijk zijn in het geval van een grote correctie, waarvan eigenlijk iedereen wel zegt dat de vraag niet is of die komt, maar wanneer die komt. Minister Heinen: En als die komt, in welke mate. Dat klopt. DNB houdt hier natuurlijk continu toezicht op en doet hier onderzoek naar. Meer specifiek wordt hier nu wel op ingezoomd omdat we dit allemaal zien. Ik heb in de schorsing nog uitgezocht of we dat dan ook goed met uw Kamer kunnen delen, zodat we dit debat ook verder kunnen voeren. Ik merkte ook in vorige debatten dat de Kamer hier aandacht voor heeft, en terecht. Het lijkt me dus ook goed dat we de goede informatie hebben om daarmee het debat te kunnen vervolgen. Ik zal dus ook met DNB opnemen hoe we uw Kamer dat het beste kunnen doen toekomen. De voorzitter: Een vervolgvraag van de heer Hoogeveen. De heer Hoogeveen (JA21): Kan ik dat dan zien als een toezegging? Minister Heinen: Een keiharde toezegging, ja. De voorzitter: Komt dit niet in een reguliere rapportage, of verzamelbrief, of … Minister Heinen: Wij moeten even contact leggen met DNB, want, nogmaals, die doet continu onderzoek. Ik loop dus een beetje vooruit op het gesprek dat ik nog met ze moet voeren. Maar omdat ik het belang ervan zie en ook zie dat u er vragen over heeft, zeg ik al toe dat het naar de Kamer moet komen. Over de vorm daarvan nemen wij contact op met DNB. Het kan zijn dat DNB het zelf doet en het kan zijn dat wij namens hen, gezamenlijk, rapporteren, maar het belangrijkste is dat we de informatie hierover verstrekken; ik ben blij dat de Kamer hier aandacht voor heeft. De voorzitter: Helder, dan gaan we die zo noteren. De heer Bushoff (PRO): Navraag bij DNB leert volgens mij dat de blootstelling aan private credit en de verwevenheid tussen private credit en de Nederlandse financiële instellingen nu nog enigszins beperkt zijn, waardoor zij in ieder geval aangeven dat risico bij een correctie tot nu toe volgens hen te overzien is, maar de invloed is groeiende en dat vraagt eigenlijk wel om toezicht, met name op Europees niveau. Ik zou dus eigenlijk ook wel van de minister willen horen of hij in de brief die hij heeft toegezegd ook de opties voor dat betere toezicht hierop en de kwaliteitseisen hiervoor kan verkennen en aangeven. Minister Heinen: Ik wil even de suggestie wegnemen dat er nu geen toezicht op is. Het is gewoon onderdeel van het huidige toezicht. Maar laat me in kaart brengen wat er vanuit regelgeving nog aankomt en wat er zou kunnen als je verder aan de knoppen wil draaien. Dan kunnen we ook het politieke debat voeren over de wenselijkheid daarvan. Ik denk echter dat de heer Bushoff het mooi samenvat en mooi schetst. Dan wilde ik naar het onderwerp sparen, hypotheken, betalen en krediet, zo vat ik het maar samen. Ik begin bij mevrouw Van Dijk. Die had gevraagd welke stappen we gaan zetten om de bewustwording over spaarbuffers te vergroten. Het is goed dat mevrouw Van Dijk hier altijd aandacht voor vraagt, want zonder spaarbuffers kan bijvoorbeeld de kapotte wasmachine of een onverwachte rekening al direct leiden tot financiële problemen. Dat wordt gewoon onderschat; dat zien we. Op de agenda van vandaag staat ook een brief over het onderzoek naar spaargedrag. Het doel is om beter te begrijpen waarom mensen niet sparen en om ook effectieve interventies te ontwikkelen. Later dit jaar deel ik de resultaten van dit onderzoek met de Kamer, om dan vervolgens ook de volgende stappen te kunnen zetten. Ondertussen is er een spaarcampagne ontwikkeld door de grote banken -- daar zijn we ook continu in overleg over -- met bijvoorbeeld ook Wijzer in geldzaken en de Stichting Financieel Gezond Nederland. Het doel is om het huishoudens ook makkelijker te maken om maandelijks automatisch te sparen. De uitrol van deze campagne, Betaal jezelf eerst, is na de zomer. Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Het is fijn dat hier aandacht voor is. Ik was ook benieuwd in hoeverre met name jongeren hier zelf bij betrokken worden. Ik heb pas in de klas een les mogen geven over financiële weerbaarheid. Het was op een gegeven moment eigenlijk geen les die ik heb gegeven, maar een les die ze mij hebben gegeven, namelijk hoe zij kijken naar geld en sparen. Ik vond het superinteressant. Ik dacht: misschien moeten we wel veel meer doen om aan te sluiten bij hun belevingswereld. Minister Heinen: Dat is een heel mooi voorbeeld. Wij hebben zelf het platform Wijzer in geldzaken. Dat is echt een mooi platform. Overigens kijken andere landen ook naar Nederland met de vraag: hoe doen jullie dat? Ik heb zelf in mijn gesprekken met de Amerikaanse minister van Financiën, die hier ook veel interesse in had, geschetst wat wij doen als we de Week van het geld hebben, met een mooie ambassadeur, namelijk onze koningin, hoe we dan het land doortrekken, hoe er duizenden lessen worden gegeven, maar ook hoe de financiële sector daarbij betrokken is, dus banken, verzekeraars, pensioenfondsen en dergelijke. Iedereen is er wel van onder de indruk hoe het een gezamenlijke inspanning is. De anekdote die mevrouw Van Dijk vertelt, herken ik ook. Ik krijg ook mooie spreekteksten, maar dan voel ik me toch een beetje een ouwe lul worden, want dan ga ik vertellen over crypto's en dergelijke en dan zie je een generatie die zoveel verder is dan wij. Tegelijkertijd moet je ook het gesprek hebben over risico's. Het is wel mooi hoe dat samenkomt. Je hebt enerzijds een generatie die vooral kijkt naar financiële educatie, de risico's en alles wat bij onze leeftijd hoort om te vertellen, maar je ziet ook een jonge generatie die veel sneller is, maar ook blootgesteld wordt aan die risico's. Daar is echt een open gesprek over mogelijk. Ik vind dat wij hierin met de sector zelf wel hele goede stappen zetten, waarin banken ook campagnes starten over de -- wat was het? Ik moest er zelf erg om lachen; het was een hele flauwe -- Betaal Later Kater. Dat was een mooie campagne: het is mooi om nu te kopen, maar later komt die kater. Banken doen dus zelf ook veel aan voorlichting hierover. We trekken zelf ook het land in. Het is mooi om te horen dat mevrouw Van Dijk dat ook doet. Ik roep ook iedereen op om dat te blijven doen. Wij leren, maar het is ook wel goed om dat gesprek te blijven voeren. Het zegt ook iets over ons onderwijs. Hier toont zich het belang van de kernkwaliteiten, die we omhoog moeten krijgen, waar mijn collega in het kabinet mee bezig is. Ik schrok namelijk ook wel … De majesteiten hadden het erover: je zou toch zoveel procent van je maandelijkse inkomsten apart moeten zetten. Maar dan is wel de vraag of mensen begrijpen wat procenten zijn. Het begint dus ook wel met gewoon goede financiële educatie. Daar zetten we wel echt met z'n allen op in. Ik ben best trots op wat wij doen. We blijven dit verder stimuleren. Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Heel kort. Ik zie ook dat er hartstikke mooie dingen gebeuren. Tegelijkertijd zie ik natuurlijk ook gewoon wat er in de praktijk gebeurt. Ik ben blij met wat de minister aangeeft over financiële educatie. Ik denk altijd: het hoeft natuurlijk niet naast elkaar te bestaan; je kunt prima in je rekenlessen leren rekenen met geld in plaats van dat je daar weer een apart curriculum voor opricht. Minister Heinen: Dat gebeurt al. Als ik met mijn eigen zoontje door de lesstof loop, valt het me ook op hoe dat er al in zit. Meer specifiek gaat de minister van OCW natuurlijk over het onderwijscurriculum, maar er is wel goed nieuws op dit punt, want ook financiële educatie staat vanaf het schooljaar '27-'28 in de leerdoelen van het funderend onderwijs. In het middelbaar onderwijs is ook een vernieuwing gaande van het vak economie. Verstandig leren omgaan met geld is nu dus ook opgenomen in het conceptexamenprogramma. Ook de minister van SZW heeft budget beschikbaar gesteld -- het gaat om zo'n 10 miljoen -- dat naar scholen gaat die structureel werk willen maken van het leren omgaan met geld. Het is dus niet alleen het zeggen dat het nu al goed gaat, maar we proberen het echt te verbeteren. Dit zeg ik ook in antwoord op een andere vraag die mevrouw Van Dijk hierover had gesteld. De heer Tony van Dijck (PVV): Ik heb er niks over gezegd, maar ik vind het een beetje weggegooid geld. Iedereen weet dat sparen best goed is en dat het best leuk is als je een spaarpotje hebt. Het is hetzelfde als met die campagnes "roken is slecht voor je"; ja, dat weet iedereen wel. Maar het grote punt is -- daar kwam Nibud vorige week mee -- dat 40% van de huishoudens nauwelijks kan rondkomen. 60% van de jongeren heeft gewoon geld te kort. Daarom zijn producten als Klarna en allemaal zo interessant, want die jongeren hebben geen geld. Die gaan naar de supermarkt en kopen met Klarna hun boodschappen, bij gebrek aan middelen. Deze minister kan zich dus beter een beetje druk maken over hoe hij het zover krijgt dat de mensen rond kunnen komen, met lastenverlichting en meer geld in de portemonnee, dan dat hij voorlichtingscampagnes gaat geven over dat sparen zo zinvol is. Ik wil dus eigenlijk een oproep doen: bespaar dat geld voor die campagnes en geef het terug aan lastenverlichting. Minister Heinen: Tegelijkertijd: als we het beide kunnen doen, zou ik zeggen dat we dat moeten doen. Het een hoeft het ander niet altijd uit te sluiten. Dan wil ik naar de vraag van de heer Hoogeveen gaan. Die had mij gevraagd wat we verder doen op de spaarmarkt, onder andere op het gebied van koppelverkoop en de bekendheid van het depositogarantiestelsel. Dat zat inderdaad in eerdere debatten die we hebben gevoerd naar aanleiding van een ACM-rapport, dat de heer Hoogeveen aanhaalde. Ik verricht gerichte inspanningen om de spaarmarkt te versterken. Ik heb de Kamer daar ook in december over geïnformeerd. Ik heb daar echter ook bij gezegd: die brief is daarmee geen eindpunt. Met de bekendheid van het depositogarantiestelsel blijf ik aan de slag. Die bekendheid neemt ook toe, zien we in de cijfers. Met DNB en bijvoorbeeld via publieksvoorlichting trekken we hierin samen op. Ik zie op dit moment onvoldoende bewijs voor het nut van een verbod op die koppelverkoop. We hebben hier ook onderzoek naar gedaan, ook naar aanleiding van het ACM-rapport. Als we naar buitenlandse initiatieven keken, zagen we niet dat die leiden tot andere spaarrentes, dus dat dat een effectieve maatregel is, terwijl je wel weer allerlei wetgeving en regelgeving optuigt. Tegelijkertijd zie ik ook een spanningsveld -- dat zit ook in de set vragen waar we nog aan toe komen -- tussen de zorg over de toename van de kosten voor betaalpakketten en de oproep om heel veel zaken gratis te maken; dat komt ook vaak naar voren in het debat. We hebben in het verleden die discussie ook vaak gevoerd. Iedereen wil dat pinnen gratis is; alles moet gratis zijn. Die kosten gaan altijd ergens heen. Toen hebben we ook aangegeven: pas op, als je het allemaal afdwingt, worden betaalpakketten duurder. Dus ergens … Het zijn altijd communicerende vaten. Ook voor dit specifieke punt geldt: het klinkt mooi, maar als je het doet en het werkt niet, omdat de kosten naar elders gaan, dan moet je je ook afvragen of het verstandig is om dit te doen. Daarvan hebben wij gezegd: wij zien er nu geen aanleiding voor om dat allemaal door te voeren, maar we houden de ontwikkeling natuurlijk wel goed in de gaten. Als de Kamer het wil, kunnen we dat ook continu blijven evalueren. We kunnen daar dus ook weer een nieuw evaluatieonderzoek naar doen. Maar we hebben er wel recent uitgebreid naar gekeken en kwamen tot de conclusie dat dit niet de weg voorwaarts zou zijn. Voorzitter. Dan had de heer Hoogeveen ook een vraag over IBAN-portabiliteit en dataportabiliteit. Dat klinkt heel ingewikkeld, maar het gaat erom dat de consumenten makkelijker kunnen switchen, niet alleen binnen Nederland, maar ook binnen Europa. Dit vertrekt natuurlijk vanuit de gedachte om concurrentie te stimuleren -- zo ken ik de heer Hoogeveen ook -- want als we uiteindelijk lage prijzen willen en hoge kwaliteit, dan weten we dat je echt concurrentie zal moeten hebben tussen bedrijven. Daarvoor is het belangrijk dat consumenten kunnen switchen, dus dat ze als ze ergens iets goedkoper zien of tegen betere kwaliteit, daarnaartoe kunnen. Dat noemen we dan "de tucht van de markt". Die dwingt bedrijven natuurlijk steeds beter te presteren. Daarvoor is het nodig dat je ook niet impliciet vastzit in bedrijven, bijvoorbeeld met rekeningnummers of doordat je je data niet mee kan nemen. Dit punt zien wij dus. We vinden het ook belangrijk dat consumenten overstappen. We blijven ons dus ook Europees inzetten voor de invoering van die IBAN-portabiliteit. In 2020 is een positionpaper ingediend bij de Europese Commissie over dat wij dit belangrijk vinden. In 2024 heeft Nederland hiervoor opnieuw aandacht gevraagd bij de evaluatie van de betaaldienstrichtlijn. Ik moet er wel eerlijk bij zeggen: tot nu toe is Nederland de enige voorstander hiervan; we staan wel echt alleen hierin in Europa. Heel veel landen zien het niet zo. Wij lijken toch wel echt voorop te lopen als het gaat om die moderne benadering van de financiële markten. Maar ik probeer elke keer medestanders te vinden, dus in alle gesprekken die ik voer noem ik dit. Ondanks soms wat glazige blikken terug, blijf ik het enthousiasme erin leggen: jongens, dit is gewoon belangrijk; dit zouden jullie ook moeten willen. Specifiek voor dataportabiliteit zet ik me in voor regeldrukvermindering en consumentenbescherming. Het voorzitterschap is momenteel nog aan het bezien of de onderhandelingen over de FIDA-verordening worden voortgezet; daar zou het natuurlijk ook een onderdeel van kunnen zijn. Voorzitter. Dan had mevrouw Van Dijk een vraag over de risico's van een strengere toezichtaanpak voor aflossingsvrije hypotheken. Het formele antwoord -- dat is ook niks nieuws -- is dat de ECB en DNB in hun toezicht extra aandacht besteden aan die aflossingsvrije hypotheken, waar mevrouw Van Dijk ook op wees. Verschillende banken nemen daarom ook maatregelen om het aantal nieuwe aflossingsvrije hypotheken te verminderen. Daarin is, zo moet ik zeggen, de ECB wel onafhankelijk. Die bepaalt zelf welke maatregelen hij vraagt van banken. Nederland ligt nu eenmaal onder een vergrootglas van de ECB. Ik zie dus ook dat dit bredere gevolgen kan hebben, ook voor huishoudens. Ik vind het belangrijk dat toezichthouders oog hebben voor de gevolgen hiervan. We zijn ook continu in gesprek, zowel met de financiële sector als met de ECB, om specifiek de Nederlandse situatie uit te leggen, dus dat wij de risico's anders inschatten. Dat is een continu gesprek, maar uiteindelijk kan de ECB wel gewoon zeggen: zo zien wij het en zo gaan we het afdwingen. Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Wat kunnen we nog doen om daarbij te helpen? Het is misschien een hele rare vraag, maar ik zie ook gewoon dat wij wel andere systemen hebben met onze pensioenfondsen et cetera dan heel veel andere landen. We zien echter ook wel in de praktijk dat het bij de doorstroming gewoon niet helpt. Misschien maak ik het probleem te groot in mijn hoofd, maar ik krijg best wel wat signalen uit de praktijk dat het wel echt een praktisch probleem is. Minister Heinen: Terechte vraag. Ik worstel even met hoe ik hier antwoord op geef, want ik denk dat we nu in een situatie zitten waarin we ook tot een werkbare oplossing kunnen komen en dat we even dit proces zijn gang moeten laten gaan om op een goed punt te komen. Dat zeg ik wat cryptisch, maar ik denk dat we nu een goed gesprek hebben met alle stakeholders en ook op iets kunnen belanden wat werkbaar is. Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Daar ben ik toe bereid. Als dat het proces helpt, ga ik er niet doorheen fietsen. Maar dan zou ik wel graag aan de minister willen vragen of de Kamer er actief over geïnformeerd wordt op het moment dat er meer duidelijkheid over is. Minister Heinen: Ja, laten we dat afspreken. Dan had de heer Van Dijck nog een vraag over de regulering van de spaarrentes. Meer specifiek vroeg hij mij of ik ervoor kan zorgen dat banken op z'n minst de ECB-rente kunnen doorvoeren naar spaarders. Ook in het licht van de voorgaande debatten heb ik toegezegd dat we de directe spaarrenteregulering lieten onderzoeken, waaronder een koppeling aan de ECB-beleidsrente. Daarbij is ook gebruikgemaakt van analyses van DNB, de ECB en de Nationale Bank van België. Uit dit onderzoek blijkt dat dit risico's kent voor de financiële stabiliteit, de diversiteit van het bankenlandschap, de verstoring van de geldmarkten en de effectiviteit van het monetaire beleid. Ingrijpen in de commerciële handelingsvrijheid van banken vind ik bovendien een vergaande maatregel, die ook gewoon kosten voor de consument met zich mee kan brengen, waar ik net al naar verwees. Gezien dit totaal vind ik directe renteregulering, waaronder dus de koppeling aan de ECB-rentes, echt niet wenselijk. Meer in algemene zin: laten we nou vooral kijken hoe markten functioneren. Ik onderstreep het belang van gezonde marktwerking en gezonde concurrentie. Ik zeg altijd: ik zit hier niet voor de banken; ik zit hier voor de consumenten. Daarvoor is gezonde marktwerking nodig, want je wil het zweet op de voorhoofden van alle ondernemers zien die werken voor de consumenten, tegen lage kosten en met hoge kwaliteit. Dat kan je alleen afdwingen in een gezonde economie met marktwerking. Laten we ons daar nou op focussen en proberen te voorkomen dat we alles zoeken in regulering, verboden en dergelijke, want hoewel het doel nobel is, bereik je vaak het tegenovergestelde. Voorzitter. Dan was er ook een vraag van de heer Van Dijck of ik bereid ben om met DNB en de AFM in gesprek te gaan over de leennormen. We zijn natuurlijk continu in gesprek met deze toezichthouders. Ik moet er wel bij zeggen dat de leennormen er ook zijn om consumenten te beschermen tegen het aangaan van te veel hypotheekschulden. We zitten nu in een situatie waarin huizenprijzen alleen maar stijgen, dus die loan-to-values dalen automatisch. We hebben ook tijden gekend waarin de huizenprijzen de andere kant op gingen en huizen onder water kwamen te staan. Als je dan moet verkopen, zit je ineens met een schuld. We hebben dus normen waarvan je baalt als je ermee geconfronteerd wordt en waarvan je denkt: kunnen die niet opgerekt worden? Maar we hebben ze uiteindelijk om op de lange termijn diezelfde consument te beschermen tegen overkreditering. In het verleden hebben we natuurlijk gezien dat dat wel gebeurde. Als er dan een economische klap komt, dan komen zó veel huishoudens in de problemen. Dat wil je echt voorkomen. Daarom zou ik daar dus geen voorstander van zijn. In 2025 zijn de leennormen geëvalueerd. De conclusie was toen ook dat de leennormen op zich doeltreffend en doelmatig zijn. Ik heb u daar in juni 2025, volgens mij, ook over geïnformeerd. Dus nogmaals, ik zie geen aanleiding om de leennormen nu fors te gaan verruimen. Als het specifiek gaat over de betaalbaarheid van huizen -- dat is ook een terecht punt dat de heer Van Dijck maakt -- dan zullen we echt het aanbod moeten vergroten, want je kan de vraag stimuleren of meer kredietruimte geven, maar dat leidt tot meer vraag, en bij een beperkt aanbod zal je dat weer terugzien in de prijzen. Dat is een kortetermijneffect, want op de lange termijn lost het het structurele probleem niet op. Dan zul je het aanbod moeten vergroten. We moeten echt meer bouwen. Daarvoor is het nodig dat we de vergunningverlening lostrekken. Daar vindt dan vandaag weer een ander belangrijk debat over plaats. Dan had mevrouw Van Dijk nog de vraag of de huidige macro-economische ontwikkelingen kunnen leiden tot hogere financieringskosten. Het simpele antwoord is ja. Dat kan natuurlijk. Als de situatie verslechtert, zal je dat terugzien in de risicopremies en dus ook in de financieringslasten. Als kabinet blijven we natuurlijk inzetten op de structurele stappen die we zetten voor goede en betaalbare toegang tot financiering voor bedrijven. Zo zetten we ons in Europa, nogmaals, in voor de vervolmaking van de kapitaalmarktunie, de bankenunie. Uiteindelijk moet die ook leiden tot betere kredietverstrekking aan ondernemers; daar doen we het voor. We werken natuurlijk ook nog aan de nationale investeringsinstelling om te kijken hoe je nou precies dat financieringsgat, dat dus uit het ibo Bedrijfsfinanciering is gebleken, op kan vullen. Dan had de heer Van Dijck nog een vraag over buitenlandse flitskredietaanbieders. Ga ik ervoor zorgen dat regels voor het consumentenkrediet ook gaan gelden voor de flitskredietaanbieders? Ik ben het met de heer Van Dijck eens dat dat natuurlijk onwenselijk is. Het wetsvoorstel Herziene richtlijn consumentenkrediet biedt meer mogelijkheden om ook buitenlandse flitskredietaanbieders van consumentenkrediet aan te pakken, bijvoorbeeld via de productinterventiebevoegdheid van de AFM. Dat wetsvoorstel is 2 april aangeboden aan uw Kamer. Na inwerkingtreding van de wet kan de AFM dus ook handhaven op de buitenlandse flitskredietaanbieders. Dan had de heer Van Dijck ook nog de vraag of ik bereid ben een cap te zetten op woekerrentes bij zakelijk krediet. Ook daarover ben ik het met hem eens: excessieve rentes bij zakelijk krediet vind ik onwenselijk. Tegelijkertijd willen de minister van EZK en ik de sector ook de ruimte geven om te laten zien dat die ook zelf met oplossingen kan komen, maar dit is niet vrijblijvend. Er wordt op dit moment dus een onderzoek uitgezet naar excessieve rentes. De minister van EZK en ik zullen hierover uw Kamer informeren wanneer dat onderzoek is afgerond. Dat zal het komende jaar zijn, dus volgend jaar. We vinden het onwenselijk, dus er zal actie op moeten zijn. We kijken eerst naar de sector zelf. Maar nogmaals, dat is niet vrijblijvend. Als laatste op dit onderwerp vroeg de heer Van Dijck wat ik ga doen aan de kosten van spaarrekeningen; hij wees erop dat die fors stegen. Uiteindelijk is het dus aan de banken zelf om binnen de wettelijke kaders van hun bedrijfsmodel de tarieven te bepalen. Overheidsingrijpen op prijsstelling acht ik onwenselijk vanuit het oogpunt dat ik net al noemde, dus concurrentievermogen en innovatie. Wel zet ik natuurlijk in op de randvoorwaarden, zoals transparantie en een goede concurrentie. Daarbij verwijs ik naar wat ik daar net over heb gezegd. Ik blijf erbij: de kosten gaan altijd ergens heen. In hetzelfde debat wordt mij dus gevraagd om allemaal zaken te reguleren of te verbieden en tegelijkertijd vindt de constatering plaats: we zien ergens anders de kosten stijgen en dat is onwenselijk. Daar zit een correlatie tussen. Het is ook goed om dat te blijven beseffen. Voorzitter. Daarmee ben ik aan het einde gekomen van dit wat uitgebreidere blokje over sparen, hypotheken en betalen. De voorzitter: Ik denk dat de heer Bushoff ons gaat verlaten. Ja, bijna. Hij heeft een ander debat om 12.00 uur, denk ik. Succes daarmee. Er zijn nog twee interrupties op dit punt. Eerst de heer Schoonis en dan de heer Tony van Dijck. De heer Schoonis (D66): U geeft aan dat het onwenselijk is om in te grijpen. We zien ook dat die non-bancaire sector zichzelf probeert te reguleren, via Finankeur, zeg ik uit mijn hoofd. Alleen zitten die cowboys daar natuurlijk niet in; volgens mij zei meneer Van Dijck dat ook. Hoe ga je die dan reguleren of bekijken? Want er komen nu gewoon echt kleine ondernemers enorm in de knel. Die zijn namelijk ook nog hoofdelijk aansprakelijk. Die willen een klein onderneminkje starten en die vallen nu gewoon tussen wal en schip. Ik hoor dus graag een reactie. Minister Heinen: Dit loopt dus precies mee in dat onderzoek. De heer Tony van Dijck (PVV): Bij mij ging het even over die correlatie. De minister zegt nu al een paar keer: als we die kosten verlagen, dan gaat het natuurlijk wel ten koste van iets anders en dan gaat er iets anders omhoog. Maar zolang die banken miljarden winst maken, kunnen die ook wel iets meer hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Wij moeten van deze minister allemaal een betaalrekening hebben. Dat moet dan €4, €5 per maand kosten. De banken hebben de filialen al gesloten en zijn helemaal over op digitalisering, dus je zou denken dat ze al gigantisch aan kostenbesparing hebben gedaan. Toch gaat de prijs die we maandelijks moeten betalen voor die betaalrekening alleen maar omhoog. Waarom gaat die omhoog? Omdat de banken meer winst maken. Ik zei al: alleen die betaalrekening levert al meer dan een miljard op voor de banken. De minister weet zelf hoeveel winst er wordt gemaakt bij die banken, dus het gaat mij meer om een oproep aan de banken om die betaalrekening voor de mensen zo goedkoop mogelijk te maken, omdat die verplicht is. Minister Heinen: De heer Van Dijck gaat natuurlijk over zijn eigen oproep. Meer specifiek zegt de heer Van Dijck dat de minister iedereen verplicht een betaalrekening te hebben. Het was juist een oproep vanuit de Kamer om de wettelijke verplichting voor die basisbetaalrekening te verankeren. Daar hebben we naar gehandeld. Het is een oproep vanuit de Kamer geweest. Daar heeft de sector ook naar gehandeld. Dat doen we ook voor de zakelijke betaalrekening. De sector zei zelf: laat ons aan de slag gaan. Die hadden ook een convenant gesloten. Het was de Kamer zelf die vervolgens zei: dat gaan we niet afwachten; we gaan het wettelijk afdwingen. Dat is natuurlijk het recht van de Kamer; u heeft daarin het laatste woord. Ik wijs er echter wel op dat de sector wel probeert daar goed naar te luisteren, maar dan ook weleens vraagt: geef ons dan ook de mogelijkheid om dat te doen. Ik wijs er ook op dat de kosten van de betaalpakketten in Nederland wel tot de laagste in Europa horen. Tegelijkertijd was er in andere debatten ook kritiek op bijvoorbeeld de kosten van pinnen. We hebben net de Wet chartaal betalingsverkeer ingevoerd, met een verplichting voor afstandsnormen tot pinautomaten en de kosten daarvan; die wilden we allemaal reguleren. En terecht, dat vind ik ook een goede wet; daarom heb ik hem ook verdedigd. Daar hebben we elke keer bij gezegd: die kosten gaan uiteindelijk ergens heen. Dat zal dan waarschijnlijk in de betaalpakketten zitten. Dat zie je nu dus ook gebeuren. Het is uiteindelijk aan bedrijven zelf om daar keuzes in te maken. Ik wijs erop dat door concurrentie kosten laag blijven, dus laten we vooral een debat hebben over hoe de markt nu functioneert en of er niet meer concurrentie moet komen. De oplossing is niet altijd meer regulering. De voorzitter: De heer Hoogeveen op dit punt. De heer Hoogeveen (JA21): Dank voor het antwoord ten aanzien van de IBAN-portabiliteit en het gebrek aan open finance dat we in Europa kennen. De minister zei: voor IBAN-portabiliteit krijg ik weinig bijval. Ik weet hoe archaïsch in sommige ogenschijnlijk moderne landen het bankenstelsel nog is. Ook FIDA ligt volgens mij op zijn gat. Kan de minister aangeven of hij toch ergens in Europees verband mogelijkheden ziet om met bereidwillige gelijkgestemde landen -- we hebben het voorbeeld van E6; dat vind ik uitstekend -- die hier ook wat pragmatischer in zitten, een stap vooruit te zetten? Minister Heinen: Dat vind ik een goede suggestie, dus ik kan toezeggen dat ik, als wij in E6-format weer bij elkaar komen en spreken over de bankenunie, dit onderwerp op de agenda zet en kijk of we daar dan massa kunnen creëren om dit verder te brengen. Voorzitter. Dan wil ik naar het volgende onderwerp gaan, namelijk fraude. Ook over dit onderwerp zijn een aantal vragen gesteld, door de heer Bushoff en mevrouw Van Eijk. De heer Bushoff moest inderdaad naar een ander debat, maar hij had mij gevraagd of ik kan aangeven wat er wordt gedaan om dit soort fraudezaken die we zien, waar de heer Bushoff ook naar verwees, te laten afnemen en wat de initiatieven dan zijn, zoals van de ING. Ik hoor een mobiele telefoon. Volgens mij krijgt er iemand een fraudealert op de publieke tribune. Ik zou even kijken of een prins uit een ver land u gebeld heeft. Als u even uw bankrekening doorgeeft, dan heeft u een prijs gewonnen! Het is natuurlijk goed dat mensen beschermd zijn tegen fraude. In het digitale tijdperk zie je dat die helaas toeneemt. Ook de cijfers die DNB gisteren publiceerde, onderstrepen dit. Banken nemen verschillende initiatieven om die fraude te voorkomen. Er werd bijvoorbeeld naar ING gevraagd. Ik vind dat zelf een mooi voorbeeld. Ook andere banken, zoals ABN, hebben in navolging daarvan andere initiatieven ontplooid om fraude te voorkomen. Initiatieven die bijvoorbeeld zijn ingevoerd, zijn lagere overboekingstarieven, een vertragingstijd wanneer je een overboeking wil doen, een vergoeding onder coulance bij helpdeskfraude, en ook de nummercontrole. Als je een nummer invult, dan kun je de check doen of dat ook die persoon is. Er wordt best wel veel gedaan. Ik werk zelf binnen de integrale aanpak online fraude nauw samen met de minister van JenV, de minister van EZK en de sector om fraude te voorkomen. Ook in aankomende Europese regelgeving -- dan heb ik het specifiek over PSD3 en de PSR -- zitten maatregelen tegen fraude, zoals meer mogelijkheden voor partijen om gegevens te delen. Ik ben blij dat we ook daarover nu een open debat in de Kamer kunnen voeren, want we geven de instellingen de mogelijkheden om dit te voorkomen. Daarvoor is het zo ontzettend belangrijk dat we data goed kunnen delen met elkaar, natuurlijk anoniem et cetera. In het verlengde daarvan had ook mevrouw Van Eijk een vraag over beleggingsfraude. Ze vroeg hoever we nu zijn met dat centraal meldpunt, of we bereid zijn om dat te creëren voor slachtoffers van beleggingsfraude en wanneer de Kamer hier wat over hoort. De AFM brengt op dit moment de mogelijkheden voor een centraal meldpunt voor beleggingsfraude in kaart. Er wordt ook bekeken welke gegevens over meldingen met elkaar kunnen worden gedeeld en hoe de onderlinge samenwerking kan worden verbeterd. Ik heb natuurlijk waardering voor het initiatief van de AFM, die dit ook zag, en daarop actie heeft ondernomen. De gesprekken hierover lopen nog. Ik kom bij de Kamer terug zodra er meer duidelijkheid is over de uitkomst. Na de zomer hopen we daar meer over te kunnen melden. Voorzitter. Dan wilde ik naar het antiwitwassen en de UBO's gaan. Daar zijn ook een aantal vragen over gesteld. Dan gaat het specifiek over de vraag, ook van de heer Bushoff, hoe we aankijken tegen het maximaal gebruikmaken van de ruimte die de Europese Anti-witwasverordening en de Anti-witwasrichtlijn bieden. Ik moet even kijken of we elkaar goed begrijpen, maar hij is nu helaas niet in de zaal. De Anti-witwasverordening bevat regels voor poortwachters. Die gelden straks rechtstreeks. Nederland heeft beperkt ruimte voor aanvulling hierop als het gaat om die verordening. Die dient risicogebaseerd te worden toegepast. De Anti-witwasrichtlijn biedt wel meer ruimte en moet geïmplementeerd worden in nationale regelgeving. Indien er grote witwasrisico's zijn, biedt de verordening de mogelijkheid om verscherpte cliëntenonderzoeken te doen of zelfs te eisen. Nederland maakt dus ook gebruik van deze mogelijkheid voor bijvoorbeeld de trustdienstverleners, waaronder de postbusadressenverleners. De UBO-verplichting richten wij risicogebaseerd in, zodat de strengste controles op de hoogste risico's gedaan worden en de laagste risico's geen onnodige regeldruk ervaren. Ik hoop hiermee ook het antwoord te geven dat de heer Bushoff bedoelde, want in zijn vraagstelling dacht ik juist ook te lezen: moet je die niet strenger implementeren dan andere lidstaten? We hebben echter ook een ambitie met elkaar om Europese koppen te voorkomen en juist niet strenger te implementeren. Dat zijn wel wensen die elkaar bijten. Ik hoop hiermee … Ik weet niet of hij het hiermee eens is. Ik ga er maar van uit van wel. Anders hoor ik het bij het volgende debat. De heer Bushoff had ook gevraagd of ik de signalen herken dat ondernemers hun eigendomsbelang zo opknippen dat niemand UBO is op basis van de 25%-grens. Op zich klopt het dat je UBO bent wanneer je meer dan 25% eigendomsbelang hebt in een vennootschap, maar het is niet zo simpel dat je bij minder dan 25% sowieso geen UBO bent. Je kan namelijk ook op een andere manier zeggenschap hebben over een onderneming, bijvoorbeeld door informele afspraken. Dan kan je dus ook als UBO aangemerkt worden. Controle op UBO's, nogmaals, vindt dus risicogebaseerd plaats, om te voorkomen dat alle lage risico's last hebben van die onnodige regeldrukaanpak. Maar het is dus niet zo dat puur die 25%-grens de enige check is voor of je een UBO bent. Als laatste had mevrouw Van Dijk ook nog de vraag of ik signalen herken dat non-bancaire financiers geen toegang hebben tot het UBO-register. We hebben het in de schorsing even specifiek uitgezocht. Om de privacy van UBO's te beschermen is het natuurlijk belangrijk dat de Kamer van Koophandel kan vaststellen of een organisatie het recht heeft om het register te raadplegen, maar een groep poortwachters, zoals non-bancaire financiers, waar mevrouw Van Dijk naar verwees, kan opereren zonder vergunning of registratie. Die zijn daarom niet herkenbaar voor de Kamer van Koophandel. Ik werk op dit moment aan een structurele oplossing hiervoor door middel van een minimumregistratieplicht voor poortwachters. Hierdoor worden zij herkenbaar voor de KVK en kunnen zij ook toegang krijgen tot het UBO-register. Ik wil dit vanaf juli 2027 samen met de implementatie van het Europese antiwitwaspakket in werking laten treden. U wordt daar dus nog nader over geïnformeerd. Dan kunnen we het in één keer goed doen. Dan wilde ik naar de overige vragen gaan. Tot zover gaat de administratie goed. Er was een vraag van mevrouw Van Eijk wanneer de Kamer het vervolg van de visiebrief financiële markten ontvangt. Ik heb inderdaad op 20 januari 2025, dus dat was onder het vorige kabinet -- het lijkt al lang geleden, maar het is pas anderhalf jaar -- mijn visie voor … Als VVD'er heb ik een visie gepresenteerd voor de financiële sector. Deze visie is eigenlijk nog steeds de basis voor alle beleidsvoornemens voor de financiële sector. Inmiddels hebben we daar ook al veel naar gehandeld. Ik heb de Kamer dus op diverse momenten over de vervolgstappen geïnformeerd. Zo heb ik op 17 maart 2025 de Kamer geïnformeerd over de kabinetsinzet op de kapitaalmarktunie. Daar hebben we ook een kopgroep voor ingericht. We zijn daarmee internationaal ook vaker bijeengekomen. We hebben daar nu samen een plan voor ingediend bij de Europese Commissie. De Commissie heeft voorstellen en we zitten nu in de uitwerking daarvan. We hebben in een jaar echt grote stappen kunnen zetten. Ik heb ook gepleit voor de herziening van het prudentieel raamwerk voor beleggingsondernemingen. Dat zit daar dan bij. Op 13 mei 2025 heb ik samen met de minister van JenV onze nieuwe antiwitwasaanpak gepresenteerd. We zijn nu ook bezig met de sector en hebben maandelijks overleg over hoe we dit kunnen verbeteren, omdat we ook met elkaar hebben geconstateerd dat dit compleet uit de klauwen was gelopen, als ik het even plat mag zeggen. Dan hebben we de inzet voor een weerbare financiële sector door het uitvoeren van de beleidscyclus vitaal, waarover ik op 14 november 2025 de Kamer heb geïnformeerd. Dat was ook onderdeel van die visie. We hebben ook de inzet om de concurrentiekracht van de bankensector te versterken door vereenvoudiging van regelgeving en stappen in de vervolmaking van de bankenunie. Hierover heb ik de Kamer geïnformeerd op 17 april 2026. Ik verwacht dit najaar met resultaten te komen als het bijvoorbeeld gaat om de accountancysector, dus de beroepsreglementering. Dat is natuurlijk ook een belangrijk onderwerp. Daarnaast hebben we het Europees kader voor verzekeraars recent herzien. Dat harmoniseert het toezicht en zorgt voor meer proportionaliteit. Hiermee wordt ook meer kapitaalruimte voor investeringen geboden, onder meer in aandelen en securitisaties. Zo blijf ik daarin bezig. Als er nog behoefte is om een keer in totaliteit onder elkaar te zetten waar we nou staan en waar de Kamer wellicht vindt dat de ambitie nog ontbreekt, dan kan ik dat nog een keer samenvatten. Dan zoek ik naar een natuurlijk informatiemoment waarop we dat de Kamer kunnen doen toekomen. Laat me nog even puzzelen over hoe dat het beste kan. Misschien kunnen we dat gewoon in de begroting van Financiën opnemen, in de inleiding. Dan had de heer Schoonis mij gevraagd hoe ik opvolging ga geven aan de evaluatie van groene obligaties. Inderdaad, in februari 2026 heb ik de Kamer per brief geïnformeerd over de uitkomsten van die evaluatie en het vervolg daarvan. De evaluatie geeft voldoende aanleiding om door te gaan met het uitgeven van groene obligaties. In de brief noem ik ook het voornemen om de volgende groene obligatie te laten voldoen aan de EU Green Bond Standard. Dat kan bijdragen aan de verbreding van de investeringsbasis op dit punt. Dan had de heer Schoonis ook een vraag over duurzame investeringen. Meer specifiek vroeg hij wat wij doen om die aantrekkelijker te maken en hoe we ook meten wat dit oplevert. Vooral dat laatste stuk is een terechte vraag. Dit kabinet zet in op de mobilisatie van meer privaat kapitaal voor de energietransitie. Zo stelt het kabinet geld beschikbaar via verschillende energie-innovatieregelingen. Het ministerie van Economische Zaken rapporteert jaarlijks, in juni geloof ik, wat dit oplevert aan extra private investeringen. Dat is dus vooral een discussie die via de minister van EZ loopt, die daar ook beleidsverantwoordelijk voor is. Dan had de heer Hoogeveen nog een vraag over de internationale rol van de euro. Hij vroeg of ik het ermee eens ben dat vertrouwen in de euro niet begint bij een European safe asset of een nieuwe gemeenschappelijke schuld. Daar ben ik het zeer mee eens. Dat noem ik ook altijd in de discussies. Het komt terug in al mijn Eurogroepvergaderingen. Ik zeg altijd: de beste manier om de internationale rol van de euro te versterken is om de basis op orde te hebben, met een sterke economie en gezonde overheidsfinanciën. De internationale rol van de euro kan daar dan een gevolg van zijn, maar het moet niet een doel op zichzelf zijn. Als je dat doel al nastreeft, begin dan bij de fundamentals: een sterke, groeiende economie, lage schuld, gezonde overheidsfinanciën en een gezonde, gediversifieerde economie. Dan neemt de internationale rol ook toe. Dat begint inderdaad niet bij meer schuld of eurobonds. Want wat heb je daaraan als je vervolgens een torenhoge schuld hebt en je economie niet functioneert? Dan word je ook geen safe asset. Dat blijven wij dus benadrukken in alle discussies, tot irritatie aan toe. De heer Hoogeveen (JA21): Dan speel ik toch even advocaat van de duivel. Er wordt dan gezegd: de aantrekkelijkheid van de dollar is dat de U.S. Treasury daarachter zit en wij hebben dus geen Europese Treasury. Hoe kijkt de minister naar dat argument wanneer dat wordt opgebracht in Europees verband? Ik neem aan dat dat wordt opgebracht door … Ik zal het geen "politieke tegenstanders" noemen. Minister Heinen: Dat klopt op zich ook. De liquiditeit van de dollar is veel groter. Er zijn grotere markten en diepere markten. Op zich hebben ze daarin gelijk. Alleen, ik zeg daarbij ook: de onderliggende economische kracht van de Amerikaanse economie is ook veel groter. Dan kom ik terug op de discussie die wij hiervoor hebben gehad over de kapitaalmarkten, het innovatieve bedrijfsleven en de concurrentiekracht. Die is veel sterker. Tussen de staten van Amerika is er een betere integratie. Daar is dus meer risicodeling. Maar de risico's zijn dan ook wel lager. Ik kijk dan dus ook wel naar de andere lidstaten, zo van: als jullie bereid zijn om risico's af te schalen, met gezondere overheidsfinanciën en gezonder functionerende economieën, dan heb je een andere discussie. Maar ik zie daar te weinig beweging in. Ik ga dan niet op voorhand puur de risico's delen om maar zo'n safe asset te creëren. Dat begint dus echt bij een gezonde economie. Ik zeg dan altijd: het mooie is dat iedereen het zelf in de hand heeft. Breng je economie op orde als je een safe asset wilt en dan wordt je staatsobligatie vanzelf interessant om in te investeren. Ik zit vrij stoïcijns in die discussies. Ze vinden dat irritant, maar ze zien ook wel dat Nederland daar vrij consistent in is en misschien ook wel gewoon een punt heeft. Dan mevrouw Van Eijk over toezichtskosten. Ze vroeg wanneer de eerste resultaten van DNB 2030 verwacht worden en wanneer die ook worden teruggezien in de toezichtskosten. DNB zet echt serieuze stappen met het programma DNB 2030: een bezuiniging van 10% in vijf jaar. De resultaten zijn al zichtbaar in de toezichtskosten. De begroting van DNB ligt al onder het kostenkader en de bezuinigingen worden stapsgewijs doorgevoerd tot en met 2030. Laat mij ook van de gelegenheid gebruikmaken om een compliment aan het hele bestuur bij DNB te maken. Zij pakken dit echt op. Zij horen de kritiek en zijn daar ook niet doof voor. Ik breng wat de Kamer aangeeft ook mee in de gesprekken die ik voer. Hier zijn ze echt zeer, zeer ambitieus en voortvarend mee aan de slag. Er worden echt stappen gezet. Ze zien dit. Dat zit op meerdere vlakken. Het zit op -- ik noem het maar even in commerciële termen -- de klantgerichtheid naar de sector: "Staan we open? Begrijpen we de fintech? Hebben we geen overregulering? Hoe kunnen we het makkelijker maken?" Maar het zit ook intern: "Hoe kunnen we doorstroming stimuleren, zodat er ook weer nieuw talent komt? Hoe zit het hele salarisgebouw in elkaar? Hoe kunnen kosten gereduceerd worden, ook als het gaat om licht, water, energie en dat soort zaken?" Daar wordt dus echt doorgepakt door deze leiding. Dan had mevrouw Van Eijk ook een vraag over hoe we nieuwe toezichttaken die steeds gepaard gaan met scherpere keuzes en prioritering borgen, zodat de rekening voor de sector niet onnodig blijft oplopen. Dit is natuurlijk wel een spanningsveld. Wij vragen als politiek, ook in Europa, om steeds meer regulering. Er komen dus ook steeds meer taken bij. De toezichthouders zeggen ook: dan moeten we dus weer specifieke mensen aantrekken. Denk aan crypto, om maar een voorbeeld te noemen. Dat is een hele nieuwe sector. Daar moet toezicht op gehouden worden, maar dat vergt ook weer mensen die daar verstand van hebben. Er zit dus een spanningsveld. Het uitgangspunt is dat AFM en DNB de nieuwe taken binnen hun kostenkader opvangen. Dat erkennen ze ook en daar zijn ze ook aan gecommitteerd. Alleen bij echt grote nieuwe taken kijken we naar een uitbreiding van budgetten. Dat veranderde toezicht zorgt ook dat je soms minder moet inzetten op andere risico's. Daar ga ik ook actief het gesprek over aan met de toezichthouders, maar ik zou dat debat ook graag in de Kamer willen voeren. De toezichthouder geeft dat ook aan en zegt: het is prima om op de kosten te letten en het met minder te doen, maar dan zullen wij echt keuzes moeten maken in waar we wel en niet op toezien. Dan kunnen er ook ongelukken gebeuren. We moeten er als Kamer ook weer rekenschap van geven dat die risico's kunnen toenemen. Daar moeten we gewoon een balans in zoeken. Die uitruil is er altijd. Ik denk dat die scherper kan, maar ik wil ook graag de visie van de toezichthouders hier inbrengen. Die zeggen: jongens, dat heeft ook consequenties. Daar heb ik ook enig begrip voor. Als laatste vroeg mevrouw Van Eijk of de toezichthouders binnen hun bestaande mandaat wel oog moeten houden voor het vestigingsklimaat, innovatie en regeldruk voor de sector, en of ik ook concreet kan aangeven hoe ik hier invulling aan kan geven. De toezichthouders zien dit zelf ook als prioriteit binnen de bredere Europese discussie over concurrentievermogen. Nogmaals, tegelijkertijd moet daar dus een balans in gevonden worden. Ik blijf daarover in gesprek, maar ik kan wel aangeven dat zowel de AFM als DNB ook echt het belang zien van een goed, concurrerend vestigingsklimaat en aantrekkelijk willen zijn. Ik wil niet alleen negatief spreken over de toezichthouders in Nederland. Ook vanuit de sector krijgen we positieve signalen. Van de AFM hoor ik dat partijen die met hen samenwerken zeer tevreden zijn over het kennisniveau, de snelheid waarmee ze antwoorden krijgen en het meedenken waartoe ze in staat zijn. Daar horen we dus echt wel positieve verhalen over. DNB werkt daar ook hard aan. Soms moeten toezichthouders ook wel kritisch zijn. Dat is niet leuk. U vindt mij soms ook vervelend; dat hoort ook een beetje bij de rollen die we hebben met elkaar. Voorzitter. Ik hoop hiermee al uw vragen te hebben beantwoord. De voorzitter: Ik ga even bij de leden kijken. Zijn er vragen uit de eerste termijn niet beantwoord? Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ja, of ik heb het gemist, hoor. Ik had een vraag over de risicogerichte aanpak. We weten natuurlijk dat er in Europa discussie over is. Ik had nog gevraagd hoe de minister in Europa voldoende steun gaat organiseren voor die proportionele, risicogebaseerde aanpak die wij hier heel graag willen. Minister Heinen: Dit is wel hét punt, want wij hebben echt een andere cultuur. Die risicogebaseerde aanpak vinden wij heel belangrijk, waar andere lidstaten meer op die rule-based benadering zitten en alles gaan vastzetten. Dit is een continu gesprek. Wij blijven benadrukken hoe belangrijk we dat vinden. We doen dat ook in E6-verband. We letten er ook op als het gaat om benoemingen: wie zit straks nou bij die toezichthouder in Europa en wat brengen die dan mee? Wij vinden ook dat die risicogebaseerde aanpak daar onderdeel van moet zijn, bijvoorbeeld als we benoemen, zo van: zien zij daarvan ook het belang? Ook DNB oefent hier invloed op uit, in dit geval richting AMLA. Ook DNB wijst hier continu op, zo van: jongens, risicogebaseerd is veel belangrijker en veel nuttiger dan alles rule-based doen. De voorzitter: Als de leden mij toestaan: ik heb er zelf nog eentje gemist. Die vraag ging over nationale koppen. Ik gaf heel specifiek het VK-paspoort als voorbeeld, met als boodschap: de regels zijn misschien niet strenger, maar de manier waarop die geïnterpreteerd en toegepast worden in de praktijk soms wel. Minister Heinen: Er wordt mij ingefluisterd dat de toezichthouders elke keer gesprekken hebben over of dat wordt toegepast. Meer algemeen is regeldruk onderdeel van de aanpak van het kabinet. De minister van EZK heeft u geloof ik afgelopen maandag geïnformeerd over de inspanningen om regeldruk te verminderen. Ik zet mezelf ook in om administratieve lasten te verlichten en zo het concurrentievermogen van Nederlandse bedrijven te versterken. Ik beoordeel ook of bestaande nationale wet- en regelgeving nog wenselijk en nodig is. Wij leveren ook in die 500 regelaanpak continu maatregelen aan. Waar kan het minder? Waar zit ruimte in de wet om ook koppen eraf te halen? Een voorbeeld is de recent door de Kamer aangenomen wijziging ten aanzien van de prospectusverplichtingen voor het aanbieden van effecten. Er zijn dus heel specifieke voorbeelden van waar we echt continu proberen regeldruk te verminderen. De voorzitter: De bijdrage van Financiën aan die brief was substantieel, kan ik zeggen. Minister Heinen: Ik kan u een kijkje in de keuken geven: we hadden meer aangeleverd, maar omdat dat nog onvoldoende concreet was naar de toekomst toe, doordat we nu in Europa bezig zijn om dat allemaal door te vertalen via omnibusvoorstellen, was EZK streng genoeg om te zeggen dat we dat nog niet in de brief zetten. Maar mooi als dat u bereikt. Dat kan dan weer in de volgende brief meegenomen worden. We werken op dit moment dus nog aan veel meer, maar EZK zegt natuurlijk terecht: eerst leveren en dan komt het in de brieven. De voorzitter: Goed. Dan gaan we meteen door naar de tweede termijn. Mevrouw Inge van Dijk. Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Dank u wel, voorzitter. Ik heb voor nu geen aanvullende vragen. Dank voor de beantwoording. Ik weet ook echt wel dat ik in sommige gevallen weer naar de bekende weg vraag, bijvoorbeeld met betrekking tot de proportionele, risicogebaseerde aanpak, maar omdat we het zo belangrijk vinden, vind ik dat we daar gewoon met elkaar over in gesprek moeten blijven. Dank u wel. De voorzitter: De heer Schoonis. De heer Schoonis (D66): Dank u voor alle beantwoording. Ik wilde eigenlijk eerst een compliment geven aan de heren links van mij -- politiek gezien zijn die rechts -- omdat ze zo Europees denken met de kapitaalmarktunie en de bankenunie. Ga zo door, zou ik zeggen. Daarnaast heb ik nog een gedachtegang. Ik wil graag een reflectie van de minister daarop. We hebben hier een soort tweesplitsing. Aan de ene kant hadden we het erover dat sommige mensen te weinig geld hebben om te sparen. Die komen gelijk in de problemen. Dan hebben we het over financiële opvoeding. Aan de andere kant hebben we het eigenlijk over de kapitaalmarktunie. We weten dat er heel veel spaarcentjes zijn van mensen. Er zijn dus mensen die door hun arbeid niet genoeg spaarcentjes hebben en er zijn mensen die door hun vermogen genoeg spaarcentjes hebben. Ik zat dus te denken: zouden we dan ook niet de belasting kunnen aanpassen, waarbij we meer naar de vermogensbelasting kijken en minder naar de arbeidsbelasting? Graag een reflectie daarop. De voorzitter: De heer Tony van Dijck. De heer Tony van Dijck (PVV): Dank je wel. Ik had nog een paar punten in de eerste termijn waar ik geen tijd voor had. Op eentje is de minister al ingegaan, namelijk phishing. DNB vertelde gisteren over die 30% toegenomen fraudegevallen. De Consumentenbond heeft in het stuk dat ik las geadviseerd om een centraal meldpunt in te stellen. Ik krijg die phishingverzoeken ook weleens, maar ik weet niet waar ik ermee naartoe moet. Het zou goed zijn om daar een follow-up aan te geven en de daders keihard te straffen, want nu kunnen de vissers vrijuit vissen in de vijver. Die worden niet gepakt. Zo los je het volgens mij nooit op. Dan nog even over de toezichtkosten. Het volgende valt mij op. De ECB houdt toezicht op de grote banken. We hebben ESMA, die wordt voorgesorteerd om een deel van de toezichttaken over te nemen. Maar de toezichtkosten van onze nationale toezichthouders, AFM en DNB, gaan alleen maar omhoog, terwijl de helft van het toezicht Europees is uitbesteed. Ik snap dus niet dat als er taken worden uitbesteed aan Europa, aan de ECB en ESMA, deze taken dan niet weggaan bij de nationale toezichthouders waardoor de kosten voor de nationale toezichthouders omlaag kunnen. Dat is mijn vraag. Ten slotte over de aflossingsvrije hypotheken. Begreep ik net dat de ECB onze banken heeft opgelegd dat ze nog maar voor 30% aflossingsvrije hypotheken kunnen doorrollen? Dat kan ik me bijna niet voorstellen, want in het kader van de doorstroming zijn er veel oudere mensen die hun hypotheek volledig aflossingsvrij hebben. Als zij naar een kleiner huis willen, lossen ze die hypotheek af en krijgen ze er dus geen aflossingsvrije hypotheek voor terug. De voorzitter: Punt. De heer Tony van Dijck (PVV): Dan zeggen ze: ik blijf zitten waar ik zit, want ik ga niet verhuizen, want dan heb ik hogere maandlasten. De voorzitter: Dank u wel. Ten slotte de heer Hoogeveen. De heer Hoogeveen (JA21): Voorzitter, dank. Ik heb geen aanvullende vragen. Ik kan natuurlijk het compliment van de collega van D66 niet aan mij voorbij laten gaan. Wij proberen zo veel mogelijk focus te houden op het vergroten van ons verdienvermogen. Als daar Europese samenwerking voor nodig is, dan schuwen wij die niet. Het is ook fijn om te zien dat D66 naar ons toe groeit als we kijken naar het coalitieakkoord: een effectievere Europese begroting en geen eurobonds. Uiteindelijk groeien we allemaal naar elkaar toe voor het Nederlandse belang. Ik wilde nog één opmerking plaatsen richting de minister. Hij heeft aangegeven zaken op het gebied van betalingen en sparen in een soort E6-verband te gaan uitzetten. Veel dank daarvoor. Ik zie graag tegemoet hoe de verhoudingen op Europees niveau liggen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie zelf af van de tweede termijn. Kan de minister meteen door met de beantwoording? Dan doen we dat. Minister Heinen: Ja. Een meer algemene tip zou zijn: bewaak broze evenwichten en ga elkaar niet weer in de scherpte opzoeken, want dan raken we elkaar kwijt. De heer Schoonis beschreef mooi de discrepantie tussen macro en micro en dat beide waar kunnen zijn. Hij stelde eigenlijk voor om het vermogen verder te belasten. In algemene zin kan ik erop wijzen dat ik me in ieder geval gecommitteerd voel aan de coalitieakkoordafspraken en meer in het algemeen geen voorstander ben van het verder belasten van vermogen, dat ook gewoon spaargeld is. Ik zie niet helemaal hoe dat bijdraagt aan het versterken van het investeringsklimaat. Maar laten we daar een punt zetten, want anders gaan we er een heel ander type debat van maken, dat in eerste instantie met de staatssecretaris van Financiën moet worden gevoerd. De heer Van Dijck gaf aan dat hij een antwoord had gemist, maar ik ben daar uitgebreid op ingegaan. Ik heb gezegd dat de AFM inderdaad aan dat meldpunt werkt en dat ik u daar nog over informeer. Daar ben ik uitgebreid op ingegaan. Ik ben ook uitgebreid ingegaan op de kosten van het toezicht. De heer Van Dijck zegt dat er taken naar Europa gaan en vraagt waarom het dan nationaal niet minder wordt. Het eerlijke antwoord is dat het totaal ook wel weer toeneemt. Je zou dus kunnen zeggen dat het anders nog erger was geweest. Maar wij blijven dit wel in de gaten houden, want op zich is de beweging natuurlijk helemaal niet gek. Wat je op Europees niveau regelt, hoef je niet meer op nationaal niveau te regelen. Laat mij dus specifieker schetsen hoe dat zich tot elkaar verhoudt naar de toekomst toe, als we daadwerkelijk daartoe overgaan, en wat de consequenties daarvan zijn voor het nationale toezicht. Meer specifiek zeg ik over de aflossingsvrije hypotheken dat de 30%-verplichting niet klopt. Banken moeten zelf rapporteren hoe ze het aanbod daarvan naar beneden brengen. Voorzitter. Daarmee heb ik ook de laatste vraag beantwoord. De heer Tony van Dijck (PVV): Ik heb een vraag over die 30%. Het valt mij op dat één bank, volgens mij de Rabobank, begon over die 30% en dat alle banken zijn gevolgd. Maar dat hoeven ze dus niet te doen. Een bank kan gewoon zeggen: wij hebben onze aflossingsvrije hypotheken en iemand die doorrolt naar een nieuwe hypotheek kan dat, net zoals in de huidige situatie, 50% aflossingsvrij doen. Dat is dus zo? Minister Heinen: Laat ik hier nou niet te specifiek op ingaan. Er is een dialoog gaande tussen de ECB en banken. De ECB heeft gezegd: kijk naar de aflossingsvrije hypotheken; breng dat naar beneden en neem beheersmaatregelen. Ik laat het echt even aan de banken en de toezichthouder om dat verder vorm te geven. Alles wat ik erover zeg, helpt dit niet verder. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn. Er zijn een aantal toezeggingen gedaan, die ik nog even met u doorneem. - Een toezegging aan mevrouw Inge van Dijk over het specifieke punt van de aflossingsvrije hypotheken en de discussie daarover binnen de ECB met de banken. De Kamer wordt hierover geïnformeerd en op de hoogte gehouden. - Aan de gehele commissie een toezegging om de Kamer na de zomer te informeren over ontwikkelingen met betrekking tot fraudebeleid in de breedste zin van het woord, zoals beleggingsfraude. - Aan het lid Wendy van Eijk een toezegging over de visie op de financiële sector, om op een logisch moment nog eens terug te kijken op de stand van zaken en de vervolgstappen die zijn genomen. De brief komt op een logisch moment na de zomer. Dat zijn de toezeggingen die ik heb genoteerd. Ik kijk even naar de leden. De heer Hoogeveen (JA21): Ik had nog de toezegging om in E6-verband FIDA en IBAN-portabiliteit te agenderen en de Kamer daarover te informeren. De voorzitter: Ja, dan noteren we die ook nog. Dat was het. Dan komen we aan het einde van het debat. Ik dank de minister en de ondersteuning voor de prettige en vlotte beantwoording. Ik dank de leden voor hun inbreng. Ik sluit de vergadering. Sluiting 12.29 uur.

Versie 59e10267a3d8eeb2d29c6c637450c0f31742ecb23cbe1a757005acedf611cb30 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 2b717ce4d512ac60

13 okt 2026 · 0885ec306c19f2f8

Gegevens

Soort document
Verslag van een commissiedebat
Datum
17 september 2026
Vergaderjaar
2026-2027
Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Besproken tijdens · Officiële koppeling

Financiële markten

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 1 juli 2026, over financiële markten

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.