KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de Geannoteerde Agenda van de Raad Algemene Zaken van 14 juli 2026 (Kamerstuk 21501-02-3453)

10 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 2edcb7195f3d4a07 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3456 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 10 juli 2026 Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fractiesde behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van deMinister van Buitenlandse inzake de geannoteerde agenda van de RaadAlgemene Zaken van 14 juli 2026 (Kamerstuk 21 501–02, nr. 3453) en debrief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 22 juni 2026 inzake hetverslag van de Raad Algemene Zaken van 16 juni 2026 (Kamerstuk 21501–02, nr. 3449).De vragen en opmerkingen zijn op 6 juli 2026 aan de Minister vanBuitenlandse Zaken voorgelegd. Bij brief van 10 juli 2026 zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,Van MeetelenAdjunct-griffier van de commissie,Moonen kst-21501-02-3456ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34561 InhoudsopgaveIVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie vande bewindspersoon2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie11 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda ter voorbereiding op de Raad AlgemeneZaken van 14 juli 2026. Naar aanleiding van deze agenda hebben de ledennog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie constateren dat het tijdens bovenstaandeRaad onder andere zal gaan over de onderhandelingen over het MeerjarigFinancieel Kader (MFK). Deze leden ondersteunen hierbij het uitgangspuntvan de Minister dat de uitkomst van de onderhandelingen belangrijker isdan de snelheid.Hoe kijkt de Minister in dit kader naar het recente voorstel van Duitslandom de omvang van het Commissievoorstel met € 400 miljard te verlagen?1. Antwoord van het kabinetHet kabinet gaat niet in op mediaberichtgeving over interneoverheidsdocumenten van andere lidstaten. Zoals aangegeven inde brief van 22 mei jl. zet het kabinet in op het beperken van destijging van de afdrachten.1 Nederland zet daartoe ook in op eenverlaging van de omvang van het MFK-voorstel van deCommissie, waarbij besparingen vooral gevonden moeten wordenin pijler 1 (Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPP)),met uitzondering van de migratie- en interne veiligheidsfondsenen verplichte rente- en terugbetalingen van NextGeneration EU,en pijler 4 (Europese publieke administratie). Voor het kabinet isuiteindelijk het budgettaire effect van alle MFK-afspraken samenbepalend voor de vraag wat acceptabel is. Daaronder vallen ookeen correctiemechanisme op de bni-afdracht, behoud van hethuidige percentage (25%) van de perceptiekostenvergoeding ende invoering van eventuele nieuwe eigen middelen.En hoe beoordeelt de Minister de reactie van Eurocommissaris PiotrSerafin, die waarschuwt dat een verlaging van de omvang van het MFKvooral ten koste zal gaan van het moderniseren van de Europesebegroting?2. Antwoord van het kabinetHet kabinet heeft kennisgenomen van de uitlatingen vanEurocommissaris Serafin. Het kabinet onderschrijft het belangvan modernisering van de EU-begroting, zodat deze beter aansluitbij de huidige en toekomstige uitdagingen van de Unie. Zoalsuiteengezet in de brief van 22 mei jl. zet het kabinet zich in voor1Kamerbrief inzake update Nederlandse inzet t.a.v. het MFK en EMB, d.d. 22 mei 2026,Kamerstuk 22 112, nr. 4357Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34562 een modern en toekomstbestendig MFK dat sterker is gericht opprioriteiten waarvoor Europese samenwerking de meestemeerwaarde heeft, zoals het Europees concurrentievermogen,een stevig asiel- en migratiebeleid, veiligheid en defensie.Tegelijkertijd acht het kabinet het van belang dat middelendoelmatig worden ingezet, de EU-begroting strikte waarborgenvoor de rechtsstaat en fundamentele rechten bevat, en datnieuwe prioriteiten zoveel mogelijk worden gefinancierd doorherprioritering binnen de EU-begroting.Het kabinet ziet de discussie over de MFK-omvang daarom nietlos van de discussie over de inhoudelijke keuzes die binnen debegroting worden gemaakt. Naar het oordeel van het kabinethoeft een omvangbeperking van het MFK niet ten koste te gaanvan de modernisering van de EU-begroting, mits voldoendescherpe keuzes worden gemaakt en middelen sterker wordengericht op de prioriteiten waar Europese samenwerking demeeste meerwaarde heeft.Het Europees Parlement heeft ook verschillende opties geopperd voormeer eigen middelen, waaronder een Europese digitale heffing, bijdragenvanuit de cryptosector, heffingen op online kansspelen en aanpassingenaan bestaande klimaat- en luchtvaartheffingen. Daarnaast moet het Iersvoorzitterschap aan de slag met een voorstel op dit terrein in opdrachtvan de Raad. Wat is de verwachting van de Minister waar dit voorstel opuit zal komen? Kan de Minister een overzicht verstrekken van alle optiesdie zijn geopperd en wat Nederland hiervan vindt?3. Antwoord van het kabinetZoals in de Kamerbrief van 22 mei jl. is aangegeven, kan hetkabinet nieuwe eigen middelen niet bij voorbaat omarmen.2 Hetbeoordeelt voorstellen voor nieuwe eigen middelen daaromsteeds op hun eigen merites.De genoemde ideeën betreffen geen concrete voorstellen van deCommissie.Naar aanleiding van een oproep van het Europees Parlementheeft de Commissie wel een technische verkenning uitgevoerdnaar ideeën voor nieuwe eigen middelen op het gebied vandigitale diensten, online gokken en cryptoactiva. Uit dezeverkenning kwamen verschillende belangrijke aandachtspuntennaar voren met betrekking tot de uitvoerbaarheid en de juridischehaalbaarheid. Onder andere ontbreekt de benodigde Europeseharmonisatie voor de verschillende ideeën. Indien er een concreetvoorstel van de Commissie komt, zal het kabinet deze op eigenmerites beoordelen op basis van verschillende aspecten, zoals deimpact op de Nederlandse afdrachten, de voorspelbaarheid enstabiliteit van de grondslag, de uitvoerbaarheid en in hoeverrehet aansluit bij nationale en Europese beleidsdoelstellingen.Hoe staat de Minister in de discussie over de omvang van de groeneuitgaven? In het huidige onderhandelingskader is de voorgesteldedoelstelling dat 35% van de MFK-uitgaven moet bijdragen aan klimaat- enmilieudoelstellingen nog niet politiek vastgelegd. Wat is hier deverwachting van de Minister? En hoe voorkomt de Minister dat een2Kamerbrief inzake update Nederlandse inzet t.a.v. het MFK en EMB, d.d. 22 mei 2026,Kamerstuk 22 112, nr. 4357Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34563 dergelijke doelstelling ten koste gaat van andere doelstellingen zoals hetversterken van het concurrentievermogen in de EU? Hoe beoordeelt deMinister het bereikte compromis over het do-no-significant-harm-beginsel(DNSH)?4. Antwoord van het kabinetOver de omvang van groene uitgaven en het voorgestelde doelvan 35% zal dit najaar naar verwachting worden onderhandeld.Het kabinet zet zich in voor een bestedingspercentage van tenminste 35% voor klimaat en milieu. Naar het oordeel van hetkabinet hoeft een doelstelling voor klimaat en milieu niet tenkoste te gaan van andere doelstellingen, zoals het versterken vanconcurrentievermogen in de EU. Het bereikte compromis over hetDNSH-beginsel vormt een gebalanceerde uitkomst, omdat het eengelijk speelveld tussen lidstaten borgt en tegelijkertijd rekeninghoudt met haalbaarheid.De leden van de VVD-fractie merken voorts op dat er gesproken zalworden over de prioriteiten van het Iers voorzitterschap van de EuropeseRaad. Defensie is hierbij één van de prioriteiten. Terecht, aldus deze leden.Welke impact verwacht de Minister dat het feit dat Ierland als voorzittereen lange geschiedenis kent van neutraliteit, en het feit dat Ierland relatiefweinig (0.2% van het BNP in 2023) uitgeeft aan defensie-uitgaven, heeftop het materialiseren van deze prioriteit?5. Antwoord van het kabinetDe invulling van het Raadsvoorzitterschap staat los van nationalebeleidskeuzes. Het kabinet verwelkomt de prioriteit die het Iersevoorzitterschap aan veiligheid en defensie geeft en heeft dan ookhet volste vertrouwen in de inzet van het Ierse voorzitterschapten aanzien van Europese defensievraagstukken.Verwacht de Minister daarnaast dat het belang van de agrarische sector inIerland impact zal hebben op de onderhandelingen voor het MFK, metname op de onderhandelingen rond het Gemeenschappelijk Landbouw-beleid?6. Antwoord van het kabinetHet land dat Raadsvoorzitter is wordt geacht zich in de onderhan-delingen zeer terughoudend op te stellen als het gaat omnationale belangen en in zijn rol als voorzitter een neutralepositie in te nemen. Het kabinet vertrouwt erop dat Ierland ditook zal doen, ongeacht welke nationale belangen er verderzouden spelen.De leden van de VVD-fractie constateren dat er ook stil zal worden gestaanbij de vereenvoudigingsagenda van de Europese Commissie. Dezevereenvoudigingsagenda is voor deze leden een cruciaal onderdeel vanhet versterken van het Europees concurrentievermogen van zowel grotebedrijven als het MKB. De Minister geeft hierbij aan dat het belangrijkblijft om bij vereenvoudigingen ook een effectbeoordeling uit te voeren.Deze leden ondersteunen dit uitgangspunt, waarbij het wel belangrijk blijftdat dit niet of niet onredelijk ten koste gaat van voortvarendheid tijdenshet wetgevingsproces. Hoe kijkt de Minister aan tegen de spanning tussenhet uitvoeren van een effectbeoordeling en de behoefte aan snelheid envoortvarendheid?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34564 7. Antwoord van het kabinetHet kabinet deelt de analyse dat de vereenvoudigingsagendacruciaal is voor het versterken van het Europees concurrentiever-mogen. Een goede effectbeoordeling en voortvarende besluit-vorming zijn echter geen tegengestelde doelen, maar juistvoorwaarden voor elkaar. Impactvolle voorstellen moetenzorgvuldig worden onderbouwd om inzicht te krijgen in degevolgen voor regeldruk, uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid enconcurrentiekracht. Alleen dan kan goed worden beoordeeld ofeen voorstel daadwerkelijk leidt tot vereenvoudiging en lasten-verlichting.De leden van de VVD-fractie constateren tot slot dat er zal wordenstilgestaan bij het EU-toetredingsproces, met name van Montenegro enAlbanië. Deze leden zijn hierbij verheugd met het feit dat zowel Monte-negro als Albanië voortgang lijken te boeken. Hoe wordt hierbijvoorkomen dat beide landen na het sluiten van de respectievelijkehoofdstukken terug zullen vallen? Welke consequenties is de Ministervoornemens te verbinden aan eventuele terugval?8. Antwoord van het kabinetTijdens de toetredingsonderhandelingen met een kandidaat-lidstaat worden onderhandelingshoofdstukken onder voorbehoudgesloten. De Commissie blijft de voortgang van Montenegro enAlbanië op alle hoofdstukken in het toetredingsproces monitorenen rapporteert hierover periodiek richting de Raad. In geval vanterugval op relevante beleidstechnische vereisten kan eenhoofdstuk opnieuw geopend worden, bij specifiek terugval op derechtsstaat kan als uiterste consequentie besloten worden omhet toetredingsproces op te schorten. Het kabinet zet verder inop stevige waarborgen in toetredingsverdragen, en heeft hieroverook een non-paper verspreid in Brussel.3In de geannoteerde agenda valt te lezen dat Montenegro vooralsnog lijktte voldoen aan de regels voor douaneautoriteiten. Hoe beoordeelt deMinister in dit kader het risico dat deze leden identificeren waarbij het oppapier lijkt dat het land voldoet aan de vereisten om grenscontroles opgoederen te houden, maar waarbij dit na eventuele toetreding in depraktijk toch niet zo blijkt te zijn? Meent de Minister dat de EuropeseCommissie bij de beoordeling over de voortgang voldoende rekeninghoudt met deze spanning tussen theorie en praktijk?9. Antwoord van het kabinetHet kabinet sluit zich aan bij de beoordeling van de Commissiedat Montenegro voldoet aan de gestelde eisen en dat daarmeeaan de benchmarks voor het hoofdstuk over de douane-unie isvoldaan. De Commissie kijkt in haar beoordeling niet alleen naarde overname van relevant EU-acquis door Montenegro, maar ooknaar de capaciteit van de douaneautoriteiten en plannen voorversterking hiervan. Ook nadat het hoofdstuk onder voorbehoudwordt gesloten, blijven de Commissie en de lidstaten devoortgang op dit gebied monitoren. Zo wordt ervoor gezorgd datMontenegro ook in de praktijk kan (blijven) voldoen aan degestelde eisen, zoals dat Montenegro blijvend investeert in3Zie de Kamerbrief EU-uitbreiding, waarborgen en de Toekomst van Europa (Kamerstuk 23 987,nr. 412).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34565 versterking van de administratieve en personele capaciteit omdouanewetgeving te implementeren.Denkt de Minister daarnaast dat Montenegro ook nog recht behoudt opassistentie bij de uitvoering van grenscontroles nadat het land lid van deEU is geworden, en is dit volgens de Minister wenselijk?10. Antwoord van het kabinetEerdere toetredingsverdragen bevatten vrijwaringsclausuleswaarmee de EU vanaf de datum van EU-toetreding voor eenbepaalde periode maatregelen kon treffen bij ernstige versto-ringen van de interne markt. Het kabinet vindt het wenselijk dattoekomstige toetredingsverdragen, waaronder die met Monte-negro ook dergelijke clausules bevatten, en dat deze een langeregeldingsduur krijgen.Heeft de Minister daarnaast zich op de landen waarmee Montenegrosamenwerkt bij het uitvoeren van grenscontroles? Wordt er hierbij gebruikgemaakt van hard- en software van niet-Europese bedrijven? KanNederland hierin inzicht vragen? Hoe kan hierbij volgens de Ministerworden voorkomen dat landen als Rusland en China invloed krijgen ophoe Europese landen hun grenscontroles en de controle van goedereninrichten?11. Antwoord van het kabinetVanaf het moment van EU-lidmaatschap gelden voor Montenegrodezelfde eisen als voor huidige EU-lidstaten op basis van hetEU-acquis. Zo dient Montenegro haar douaneprocedures vooraf-gaand aan EU-toetreding te digitaliseren en te werken met devereiste Europese douanesystemen. Verder dient Montenegro insamenwerking met de Commissie blijvend te werken aan hetwaarborgen van geautomatiseerd risicobeheer en effectievecontroles op de goederenstromen. Ook hierop zullen deCommissie en de lidstaten nauw blijven monitoren tijdens hettoetredingsproces.Verwacht de Minister daarnaast dat Nederlandse bedrijven, en met namehet MKB en toeristen in het kader van hoofdstuk 8 van hetEU-uitbreidingsproces eerlijk geholpen kunnen worden bij juridischeconflicten waarbij Montenegrijns recht (gedeeltelijk) van toepassing zalzijn?12. Antwoord van het kabinetHet kabinet volgt de analyse van de Commissie dat Montenegrovoldoet aan de closing benchmarks uit Hoofdstuk 8 die zien opadequate administratieve en gerechtelijke capaciteit voormededingingsrecht. Zo is de capaciteit van de Agency forProtection of Competition (APC) versterkt, is er een actieplanvoor verdere versterking van administratieve capaciteit, en vindtverdere training van rechters plaats over mededinging enstaatssteunregels.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34566 Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de Raad Algemene Zaken van 14 juli 2026 en hebben overhet Meerjarig Financieel Kader en de Europese begroting nog enkelevragen.De leden van de PVV-fractie constateren dat de Minister in de geanno-teerde agenda schrijft zich in te zetten op beperking van de stijging van deEU-afdrachten en modernisering van het MFK. Tegelijkertijd stelt deMinister in de brief over het Commissievoorstel voor de EU-begroting2027 (2026D34177) dat de prioriteiten uit dat voorstel grotendeelsovereenkomen met de Nederlandse beleidsdoelstellingen. Kan deMinister toelichten welke onderdelen van de EU-begroting 2027 hetinhoudelijk steunt, en welke onderdelen hij juist wil terugdringen ofvergroten?De leden van de PVV-fractie constateren dat de Minister-President tijdenshet debat over de Europese Top van 18 en 19 juni 2026 heeft aangegevendat het Cypriotische voorstel «niet goed genoeg» is en dat Nederland metandere landen optrekt voor een moderne begroting met een acceptabeleomvang. Wat betekent «niet goed genoeg» concreet in bedragen,afdrachten en inhoudelijke prioriteiten?13. Antwoord van het kabinetDe prioriteiten uit het Commissievoorstel voor de Europesejaarbegroting voor 2027 komen grotendeels overeen met deinhoudelijke Nederlandse beleidsdoelstellingen voor het lopendeMFK: defensie en veiligheid, migratie, onderzoek en innovatie ende groene en digitale transities. Zoals aangegeven in de brief van22 mei jl., moet het MFK volgens het kabinet meer gerichtworden op het versterken van het Europees concurrentiever-mogen, een stevig migratie- en asielbeleid, veiligheid en defensie.Daarnaast acht het kabinet het van groot belang dat het volgendeMFK strikte waarborgen voor de rechtsstaat en fundamentelerechten bevat.Voor wat betreft de budgettaire inzet is de huidige raming van deafdrachten het uitgangspunt, zoals opgenomen in de begrotingvan Buitenlandse Zaken. In de Kamerbrief van 16 juni jl.4 over hetvoorstel van het Cypriotische voorzitterschap voor een negoti-ating box heeft het kabinet aangegeven dat het verschil tussende Nederlandse raming van de EU-afdrachten en de negotiatingbox gemiddeld EUR 2,5 – 3,4 miljard per jaar bedraagt. Hetkabinet heeft in deze brief ook aangegeven dat het door hetvoorzitterschap voorgestelde volume niet past bij de inzet vanhet kabinet en gelijkgestemde lidstaten om de stijging van deafdrachten te beperken. Het kabinet acht het onwenselijk dat devoorgestelde besparingen ten opzichte van het Commissie-voorstel in belangrijke mate ten koste gaan van de uitgavencate-gorieën die leiden tot modernisering van het MFK, met namepijler 2 (waaronder het Europees concurrentievermogenfonds) enpijler 3 (Europa in de wereld), terwijl pijler 1 (de Nationale- enRegionale Partnerschapsplannen) nagenoeg onveranderd blijft inomvang.4Kabinetsappreciatie negotiating box (negobox), d.d. 16 juni 2026, Kamerstuk 21 501–20, nr.2404Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34567 De leden van de PVV-fractie constateren daarnaast dat de Minister-President tijdens hetzelfde debat heeft aangegeven dat de kritiek van dePVV op de verhoudingen in de begroting terecht was, onder meer omdatcohesie vele malen groter is dan veiligheid, defensie, migratie engrensmanagement. Tegelijkertijd schrijft de Minister van Financiën in dekabinetsbrief over de EU-begroting 2027 dat de prioriteiten uit hetCommissievoorstel grotendeels overeenkomen met de Nederlandsebeleidsdoelstellingen en prioriteiten. Kan de Minister toelichten hoe dezetwee uitlatingen zich tot elkaar verhouden?14. Antwoord van het kabinetDe begroting voor 2027 is in grote mate gebaseerd op deMFK-afspraken zoals die gemaakt zijn in 2020. De budgettenworden in de Europese meerjarenbegroting voor zeven jaarvastgelegd. Dit betekent dat de kaders voor de Europese jaarbe-groting voor 2027 al grotendeels vastliggen. Binnen de kaders diezijn gezet voor het MFK 2021–2027 past de jaarbegroting voor2027 binnen de prioriteiten die het kabinet daarvoor realistischacht.Voor het volgende MFK is de inzet van het kabinet dat deEU-begroting gemoderniseerd moet worden en zet het kabinet inop een verschuiving in prioriteiten richting het versterken van hetEuropees concurrentievermogen, een stevig migratie- en asiel-beleid, veiligheid en defensie.De leden van de PVV-fractie lezen in de geannoteerde agenda dat voor hetkabinet de inhoud belangrijker is dan de snelheid van de onderhande-lingen, terwijl het Ierse voorzitterschap streeft naar overeenstemmingover het MFK voor het einde van 2026. Deze leden verzoeken de Ministeraan te geven welke inhoudelijke verbeteringen minimaal nodig zijnvoordat Nederland kan spreken van een aanvaardbaar onderhandelingsre-sultaat. Ook verzoeken zij de Minister toe te lichten of hij bereid is deonderhandelingen te laten vertragen wanneer het einde van 2026 nadert.15. Antwoord van het kabinetZoals uiteengezet in de Kamerbrief van 22 mei jl.5 zet het kabinetzich in voor een modern, toekomstbestendig en financieelhoudbaar MFK dat beter aansluit bij de huidige uitdagingen vande Unie.De laatste versies van de compromisteksten voor de gedeeltelijkealgemene oriëntaties (PGA’s) zijn grotendeels in lijn met dekabinetsinzet en het kabinet heeft deze dan ook gesteund. Hetkabinet verwelkomt in het bijzonder dat een belangrijk deel vande voorgestelde modernisering van het MFK en de nieuwearchitectuur van de Europese begroting in de teksten isbehouden, evenals een versterking van de Handvest- en rechts-staatsconditionaliteiten. Hier heeft Nederland ook stevig opingezet.De komende tijd worden de onderhandelingen over zwaarwe-gende financiële en budgettaire aspecten evenals de meestpolitieke onderdelen van de verordeningen, voortgezet op basisvan de negotiating box. Hierbij heeft het kabinet nog belangrijke5Kamerbrief inzake update Nederlandse inzet t.a.v. het MFK en EMB, d.d. 22 mei 2026,Kamerstuk 22 112, nr. 4357Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34568 aandachtspunten, met name ten aanzien van de omvang en debudgettaire balans van het MFK. Voor het kabinet is het onderandere van belang dat de verhouding tussen de verschillendeuitgavencategorieën in evenwicht blijft, en dat het uiteindelijkeMFK financieel houdbaar is. Het uiteindelijke oordeel van hetkabinet zal afhangen van het totaalpakket dat aan het einde vande onderhandelingen voorligt.Zoals aangegeven in de geannoteerde agenda hecht het kabinetmeer waarde aan een goed onderhandelingsresultaat dan aan hethalen van een specifieke deadline. Het kabinet zal de voortgangvan de onderhandelingen en de inhoud van de voorliggendevoorstellen steeds in samenhang beoordelen.De leden van de PVV-fractie constateren dat de Minister-President tijdenshet debat over de Europese Top heeft aangegeven dat het kabinetopenstaat voor nieuwe eigen middelen. Deze leden verzoeken de Ministerper mogelijk nieuw eigen middel aan te geven wat de verwachte gevolgenzijn voor Nederlandse burgers en bedrijven, en of deze lasten uiteindelijkkunnen doorwerken in hogere prijzen voor huishoudens.16. Antwoord van het kabinetEen uitgebreide appreciatie van alle door de Commissie voorge-stelde nieuwe eigen middelen kunt u vinden in de brief met deupdate op de kabinetspositie van het MFK van 22 mei jl.6Hieronder vindt u een korte samenvatting.Het kabinet maakt onderscheid tussen een eigen middel en hetonderliggende beleidsinstrument waarop dit eigen middel isgebaseerd. De voorgestelde nieuwe eigen middelen op basis vanETS1, CBAM, e-waste en tabak staan in beginsel los van debijbehorende beleidsinstrumenten. Een beleidsinstrument kanleiden tot lasten voor bedrijven of burgers, terwijl het voorstelvoor een eigen middel op zichzelf die lasten niet veroorzaakt.Hieronder een korte reactie per voorgesteld nieuwe eigen middel:•Het kabinet staat in beginsel open voor een eigen middel opbasis van ETS-1. Het betreft 30% van de nationale veilingop-brengsten uit het ETS. Dit is géén extra heffing voor bedrijvenof burgers, maar een herschikking van bestaande inkomstennaar de EU. Het Europese ETS-beleid heeft wel directegevolgen voor Europese bedrijven, maar het daaraan gekop-pelde eigen middel niet.•Ook bij het voorgestelde eigen middel CBAM staat het kabinetin beginsel open voor het voorstel. De voorgestelde afdrachtals eigen middel is gebaseerd op een de CBAM-opbrengstendie voortvloeien uit al bestaande Europese wet- en regelge-ving. Het voorgestelde eigen middel is hiermee geen extraheffing voor bedrijven, maar een verschuiving van de bestem-ming van de CBAM-inkomsten.•Het voorgestelde eigen middel dat is gebaseerd op de hoeveel-heid niet-ingezamelde elektrisch- en elektronisch afval(e-waste) betreft geen directe heffing op burgers of bedrijven,maar is nationale afdracht aan de EU gebaseerd op bestaandestatistiek over de hoeveelheid e-waste in lidstaten. Het kabinetstaat in beginsel open voor het voorstel voor een nieuw eigen6Kamerbrief inzake update Nederlandse inzet t.a.v. het MFK en EMB, d.d. 22 mei 2026,Kamerstuk 22 112, nr. 4357Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34569 middel op basis van e-waste, mits de vormgeving (rekenme-thode) wordt aangepast en de datakwaliteit wordt verbeterd.•Ook het eigen middel gebaseerd op tabak (TEDOR) is geennieuwe extra heffing voor burgers en bedrijven, maar natio-nale afdracht aan de EU-begroting op basis van de totaletabaksverkoop in een lidstaat. Het kabinet staat in beginselopen voor dit voorstel.•Het voorgestelde nieuwe eigen middel dat gebaseerd is op eenafdracht die lidstaten zouden innen bij ondernemingen meteen jaaromzet van meer dan EUR 100 miljoen, als bijdragevoor het mogen opereren op de interne markt, zal wel zorgenvoor hogere lasten voor bedrijven en/of burgers aangezien diteen heffing betreft. Zoals aangegeven staat het kabinetafwijzend tegenover dit voorstel.De leden van de PVV-fractie lezen in de brief over de EU-begroting 2027dat cohesie, veerkracht en waarden veruit de grootste begrotingscategorieblijft, terwijl veiligheid en defensie en migratie en grensmanagement veelkleiner zijn. Deze leden verzoeken de Minister toe te lichten hoe dit zichverhoudt tot de kabinetsinzet voor een modern MFK. Is de Minister bereidexpliciet te pleiten voor minder geld naar cohesie en Brusselse waarden-programma’s, en meer Europese inzet op grensbewaking enmigratiestop/-beperking, veiligheid en defensie?17. Antwoord van het kabinetDe jaarbegroting voor 2027 valt nog onder het MFK 2021 – 2027,zoals overeengekomen in 2020. De verdeling van de budgettenligt voor 2027 al grotendeels vast. De middelen die verdeeld zijnin landenenveloppen, zoals landbouw en cohesie, wordengedurende het MFK niet meer aangepast. Er worden nog welwijzigingen gedaan in de begroting, maar dit zijn voornamelijkaccentverschillen.Voor het volgende MFK zijn een stevig asiel- en migratiebeleid,veiligheid en defensie onderdeel van de inhoudelijke prioriteitenvan dit kabinet. Daarnaast hecht het kabinet eraan datEU-middelen effectief worden besteed en dat de begroting strikterechtsstaatwaarborgen bevat. Het kabinet pleit tevens voor eenverlaging van pijler 1 (Nationale en Regionale Partnerschaps-plannen) ten opzichte van het Commissievoorstel voor hetvolgende MFK.De leden van de PVV-fractie verzoeken de Minister een overzicht te gevenvan begrotingsposten binnen de EU-begroting van 2027 en het toekom-stige MFK die wat Nederland betreft geen prioriteit zouden moetenhebben. Deze leden verzoeken of de Minister daarbij expliciet kan ingaanop programma’s rond Europese waarden, cultuur, gendergelijkheid,klimaat, externe geldstromen en cohesiebeleid.18. Antwoord van het kabinetZoals uiteengezet in de brief van 22 mei jl.7 zet het kabinet zichin voor een modern en toekomstbestendig MFK, met sterkewaarborgen voor de rechtsstaat en fundamentele rechten, datsterker is gericht op prioriteiten waarvoor Europese samen-werking de meeste meerwaarde heeft, zoals het Europees7Kamerbrief inzake update Nederlandse inzet t.a.v. het MFK en EMB, d.d. 22 mei 2026,Kamerstuk 22 112, nr. 4357Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345610 concurrentievermogen, een stevig asiel- en migratiebeleid,veiligheid en defensie. Tegen die achtergrond vindt het kabinetdat besparingen zo veel mogelijk gevonden moeten worden inpijler 1 (Nationale en Regionale Partnerschapsplannen), metuitzondering van de migratie- en interne veiligheidsfondsen enverplichte rente- en terugbetalingen van NGEU, en pijler 4(Europese publieke administratie) en zo min mogelijk ten kostemoeten gaan van pijler 2 (Concurrentievermogen, welvaart enveiligheid) en 3 (Europa in de Wereld). Juist pijler 2 en 3 zijn vanbelang voor het versterken van het toekomstige verdienvermogenen de geopolitieke slagkracht van de Unie.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geanno-teerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 14 juli 2026. Deze ledenhebben daarover enkele vragen en opmerkingen.De leden van de CDA-fractie lezen dat het Ierse voorzitterschap de Raadzal informeren over de voortgang van het Meerjarig Financieel Kader2028–2034. Ook lezen deze leden dat de Minister inzet op beperking vande stijging van de Nederlandse EU-afdrachten en op modernisering vanhet MFK. Deze leden lezen dat de Minister de inhoud belangrijker vindtdan de snelheid van de onderhandelingen. Dat steunen zij. Kan deMinister toezeggen dat het kabinet zich niet laat vastzetten door deambitie om voor het einde van dit jaar al overeenstemming te bereiken?Welke waarborgen zijn er dat snelheid niet ten koste gaat van degelijkeparlementaire controle?19. Antwoord van het kabinetZoals aangegeven in de geannoteerde agenda hecht het kabinetmeer waarde aan een goed onderhandelingsresultaat dan aan hethalen van een specifieke deadline. Het kabinet zal eentoekomstig MFK-akkoord beoordelen op basis van de Neder-landse inzet en zich niet uitsluitend laten leiden door het strevenvan het voorzitterschap om de onderhandelingen voor het eindevan 2026 af te ronden.Het kabinet hecht daarnaast groot belang aan een goede betrok-kenheid van het parlement gedurende de onderhandelingen. UwKamer wordt via de gebruikelijke kanalen, waaronder geanno-teerde agenda’s, verslagen van Raden en afzonderlijke Kamer-brieven waar relevant, geïnformeerd over de voortgang van deonderhandelingen en de Nederlandse inzet. Daarmee blijft hetparlement in staat zijn controlerende rol gedurende het onderhan-delingsproces uit te oefenen.De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast of het klopt dat Duitslandinmiddels heeft geëist dat het voorstel van de Europese Commissie met400 miljard verminderd wordt. Zo ja, wat is het standpunt van Nederlandhierin?20. Antwoord van het kabinetHet kabinet gaat niet in op mediaberichtgeving over interneoverheidsdocumenten van andere lidstaten. Zie verder ook hetantwoord op vraag 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345611 De leden van de CDA-fractie lezen dat Ierland tijdens het voorzitterschapinzet op concurrentievermogen, waarden en veiligheid en defensie. Dezeleden kunnen deze prioriteiten steunen. Wel vragen zij of de Ministerbereid is bij het Ierse voorzitterschap te pleiten om ook voortvarend in teblijven zetten op het reguleren van digitale diensten, ondanks dat veel vandeze bedrijven in Ierland gevestigd zijn. Zo nee, waarom niet?21. Antwoord van het kabinetHet kabinet steunt de Europese Commissie – als toezichthoudervan de allergrootste online platforms en zoekmachines – in hetonverminderd handhaven van Europese wetgeving voor digitalediensten (Digital Services Act). Het kabinet pleit voor het belangvan deze onverminderde handhaving in Europees verband en isook bereid om dat bij het Ierse voorzitterschap te doen indienopportuun.De leden van de CDA-fractie lezen dat de Minister vindt dat impactvollevoorstellen een effectbeoordeling nodig hebben en dat de Commissieaangeeft ervoor te willen zorgen dat deze voortaan in meer gevallenworden uitgevoerd. Kan de Minister toezeggen dat Nederland in beginselgeen steun geeft aan Omnibusvoorstellen met grote gevolgen als eengoede effectbeoordeling ontbreekt?22. Antwoord van het kabinetHet kabinet deelt de opvatting dat voor impactvolle voorstelleneen goede effectbeoordeling essentieel is voor een zorgvuldigebesluitvorming. Het kabinet zal er daarom op blijven aandringendat de Commissie bij dit soort voorstellen een effectbeoordelingopstelt of overtuigend motiveert wanneer daarvan wordtafgezien. In de onlangs verschenen mededeling Betere Regel-geving, waarover uw Kamer op 5 juni jl. is geïnformeerd,8kondigt de Commissie onder andere aan meer te gaan inzetten ophet vaker uitvoeren van effectbeoordelingen. Het is positief tezien dat in het vervolg op de gepubliceerde mededeling, deCommissie bij de recente voorstellen over Belastingen9 enEnergieproducten10 wel effectbeoordelingen heeft opgesteld.Tegelijkertijd is het niet wenselijk om op voorhand eenstemstandpunt te verbinden aan alle Omnibusvoorstellenwaarvoor geen effectbeoordeling beschikbaar is. In plaatsdaarvan zet het kabinet zich ervoor in om de zorgen binnen deonderhandelingen te adresseren door om meer analyse te vragenen voorstellen aan te passen.Deze leden vragen daarnaast hoe de Minister voorkomt dat vereenvou-diging leidt tot afzwakking van belangrijke doelen, zoals verantwoordondernemen, consumentenbescherming, milieubescherming en eerlijkeconcurrentie.23. Antwoord van het kabinetHet kabinet vindt het belangrijk onnodige regeldruk te vermin-deren en regelgeving waar nodig aan te passen. Tegelijkertijdmoet vereenvoudiging zorgvuldig gebeuren, op basis van goede8Kamerstuk 22 112, nr. 43649https://ec.Europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_26_143910https://ec.Europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_26_1388Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345612 effectbeoordelingen en consultatie, met oog voor het belang vanrechtszekerheid en voorspelbaarheid en de beleidsdoelstellingendie met regelgeving worden gediend. Bij de standpuntbepaling enonderhandelingen over concrete EU-voorstellen heeft het kabinethier nadrukkelijk aandacht voor.De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister een overzicht kangeven van welke hoofdstukken in de toetredingsonderhandelingen vanenerzijds Albanië en anderzijds Montenegro nog niet gesloten zijn, en ofhier een inschatting van een tijdsplanning aan te koppelen is.24. Antwoord van het kabinetIn het toetredingsproces is het EU-acquis onderverdeeld in zesclusters van in totaal 35 hoofdstukken. Een overzicht van alleonderhandelingshoofdstukken is te vinden op de website van deEuropese Commissie.11Met Montenegro zijn alle clusters geopend en inmiddels 16hoofdstukken onder voorbehoud gesloten. Naast de drie hoofd-stukken die momenteel behandeld worden in de Raad (H8Mededingingsbeleid, H14 Vervoersbeleid, en H29 Douane-Unie)om deze onder voorbehoud te sluiten, zijn de volgende hoofd-stukken nog niet gesloten: Vrij verkeer van goederen (H1),Financiële diensten (H9), Voedselveiligheid, veterinair en fytosa-nitair beleid (H12), Energie (H15), Belastingen (H16), Economischen monetair beleid (H17), Statistieken (H18), Sociaal beleid enwerkgelegenheid (H19), Regionaal beleid en coördinatie vanstructuurinstrumenten (H22), Rechterlijke macht en grondrechten(H23), Rechtvaardigheid, vrijheid en veiligheid (H24), Milieu (H27),Buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid (H31), Financiële enbudgettaire bepalingen (H33), en Instellingen (H34).Met Albanië zijn alle clusters geopend. Momenteel worden driehoofdstukken behandeld in de Raad (H25 Wetenschap enonderzoek, H26 Onderwijs en cultuur en H30 Externe betrek-kingen) om deze onder voorbehoud te sluiten. Dit zijn de eerstehoofdstukken die met Albanië onder voorbehoud geslotenkunnen worden.Er is geen tijdspad verbonden aan het sluiten van de anderehoofdstukken. Kandidaat-lidstaten bepalen zelf het tempo vanhun toetredingstraject door het doorvoeren van hervormingen.Montenegro heeft zelf de ambitie uitgesproken om in 2028 lidvan de Europese Unie te zijn. Het kabinet legt zich niet vast optijdslijnen, omdat het toetredingsproces gebaseerd is op merites.11Zie: Chapters of the acquis – Enlargement and Eastern NeighbourhoodTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345613

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 98525575bb50f63b

14 okt 2026 · 2304a2a80578788a

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.