Beleidsreactie onderzoek geautomatiseerde risicoselectie
Brontekst
Versie 14ea8d2082d8193c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202626 643Informatie- en communicatietechnologie (ICT)32 761Verwerking en bescherming persoonsgegevensNr. 1520 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKENEN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 juni 2026Hierbij bieden wij uw Kamer een beleidsreactie aan op het rapportOnderzoek naar het gebruik van geautomatiseerde risicoselectie-instrumenten door overheidsorganisaties van Pro Facto en Hooghiemstraen Partners.Hiermee doen we de toezegging gestand om uw Kamer te informerenover het onderzoek, gedaan door de toenmalig Staatssecretaris Digitali-sering tijdens het commissiedebat «Inzet algoritmen en data-ethiek» van28 januari 2025.1Dit onderzoek is in 2025 uitgevoerd in opdracht van het Netwerk vanPublieke Dienstverleners (NPD) met financiering en nauwe betrokkenheidvan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.Graag spreken wij onze waardering uit voor het NPD voor het initiatief totdit onderzoek, het organiseren van de uitvraag onder hun leden en hunbetrokkenheid bij dit belangrijke onderwerp. Daarnaast danken wij ook depublieke dienstverleners die hun ervaringen voor dit onderzoek hebbengedeeld.De inzichten die zijn opgedaan zijn bruikbaar voor het borgen datgeautomatiseerde risicoselectie door overheidsorganisaties op eenverantwoorde wijze wordt ingezet. Het NPD geeft in de bestuurlijke reactieop het onderzoek aan dat een gezamenlijke overheidsbrede aanpak nodigis en dat onderschrijven wij. In het vervolg van deze brief schetsen wijeerst kort de aanleiding voor het onderzoek en de beleidscontext. Daarnagaan wij in op de belangrijkste inzichten van het onderzoek, waarbij wezullen aangeven hoe ons ministerie daar opvolging aan geeft of gaatgeven. De reactie op enkele algemene aanbevelingen aan publiekedienstverleners is in de bijlage opgenomen.1TZ202502–035. kst-26643-1520ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15201 Aanleiding en beleidscontextIn oktober 2024 bracht de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) advies uit aande toenmalige Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst over artikel22 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en hetgebruik van geautomatiseerde selectie-instrumenten.2 Artikel 22, eerstelid, AVG verbiedt het nemen van een uitsluitend op geautomatiseerdeverwerking, met inbegrip van profilering, gebaseerd besluit, waaraan voorbetrokkene rechtsgevolgen zijn verbonden of dat betrokkene op anderewijze in andere aanmerkelijke mate treft.3 De AP gaat in het advies ook inop geautomatiseerde risicoselectie en stelt vast dat dit niet kwalificeert alsvolledig geautomatiseerde besluitvorming wanneer de risicoselectiealleen wordt gebruikt om te bepalen welke dossiers in aanmerking komenvoor behandeling en eventuele rechtsgevolgen of andere aanmerkelijkeeffecten pas in werking treden na betekenisvolle menselijke tussenkomst.In deze situatie zou ook geen specifieke wetgeving nodig zijn, mits wordtvoldaan aan bepaalde voorwaarden.4Vanwege de relevantie van het advies voor andere uitvoeringsdienstendan die onder het Ministerie van Financiën, is een kabinetsbrede reactieop het advies opgesteld.5 Het kabinet concludeerde dat uitvoeringsorgani-saties al in meer of mindere mate voldoen aan de voorwaarden, maar datverbeteringen nodig zijn. Daartoe zijn drie vervolgacties genoemd.Ten eerste het verwerken van het AP-advies in het Algoritmekader. Dit isinmiddels gebeurd.6 Ten tweede het in kaart brengen van risicoselectie-instrumenten via publicatie in het Algoritmeregister. Dit heeft uw Kamerook verzocht met motie-Six Dijkstra (NSC) (Kamerstuk 26 643, nr. 1286).Uw Kamer is vorig jaar geïnformeerd over de stand van zaken.7 Ten derdeis aangekondigd dat het NPD onder haar leden een uitvraag zal doen naarde praktijk van geautomatiseerde selectie-instrumenten. Het rapport datwij u met deze brief aanbieden is daar het resultaat van.Het AP-advies over geautomatiseerde risicoselectie staat niet op zichzelf.Reeds vorig jaar heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties uw Kamer geïnformeerd over de inzet op (algoritmische)risicoprofilering, in reactie op een rapport van Amnesty International overetnisch profileren en op het geactualiseerde Toetsingskader risicoprofi-lering van het College voor de Rechten van de Mens (CRM).8 In deze briefgaan wij in op enkele nieuw ingezette trajecten en de benodigde aanvul-lende acties die de komende tijd in gang worden gezet.2Advies artikel 22 AVG en geautomatiseerde selectie-instrumenten, Autoriteit Persoonsge-gevens, 10 oktober 2024.3Voor het nemen van besluiten gebaseerd op geautomatiseerde verwerking waarbij geen sprakeis van profilering heeft de Nederlandse wetgever met artikel 40 UAVG een uitzondering op hetverbod van artikel 22 AVG eerste lid gecreëerd. Voor besluitvorming uitsluitend gebaseerd opprofilering is in de wet geen uitzondering gemaakt.4De AP noemt vijf voorwaarden: (1) vooraf discriminatie onderzoeken en ondervangen; (2)periodiek toetsen op discriminatie; (3) eventuele rechtsgevolgen treden pas in na betekenis-volle menselijke tussenkomst; (4) de risicoselectie heeft geen andere aanmerkelijke effecten opbetrokkene; en (5) de risicoselectie is kenbaar voor de betrokkene wanneer daarna een besluitvolgt.5Kamerstukken II, 2024/25, 32 761, nr. 310.6https://minbzk.github.io/Algoritmekader/soorten-algoritmes-en-ai/geautomatiseerde-risicoselectie/. Kamerstukken II, 2025/26, 26 643, nr. 1423.7Kamerstukken II, 2025/26, 26 643, nr. 1423; Kamerstukken II, 2025/26, 26 643, nr. 1450.8Kamerstukken II, 2024/25, 30 950, nr. 434; Kamerstukken II, 2024/25, 30 950, nr. 458.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15202 Reactie op de belangrijkste inzichten uit het onderzoekHet doel van het onderzoek naar geautomatiseerde risicoselectie was omeerste algemene beelden op te halen van de uitvoeringspraktijk. Het geeftderhalve geen compleet en gedetailleerd beeld van de uitvoeringspraktijk.Vanwege de beperkte opzet van het onderzoek kunnen de inzichten nietveralgemeniseerd worden naar «de uitvoering». Wel bieden de inzichtenaanknopingspunten voor vervolgstappen.Het onderzoek richtte zich op de vraag hoe de praktijk van geautomati-seerde risicoselectie zich verhoudt tot het AP-advies en de voorwaardendie de AP noemt. Ook is gevraagd naar knelpunten, kennis en capaciteitbij de organisaties.Publieke dienstverleners geven in het onderzoek aan dat geautomati-seerde risicoselectie hen helpt om te bepalen welke individuele aanvragenof dossiers aandacht nodig hebben van een medewerker. Op die manierkan de beperkte capaciteit gericht en zo efficiënt mogelijk worden ingezet.Zeker voor organisaties die zeer grote aantallen dossiers en aanvragenverwerken zijn deze instrumenten essentieel voor de kwaliteit en snelheidvan de dienstverlening aan burgers en ondernemers. Uit het onderzoekkomt naar voren dat, nadat (mede) op basis van de risicoselectie isbepaald welke dossiers aandacht behoeven, er altijd een medewerker isdie een dossier inhoudelijk behandelt en pas daarna, eventueel, eenbesluit met rechtsgevolgen neemt. Met andere woorden, er is tussen derisicoselectie en een eventueel besluit altijd sprake van betekenisvollemenselijke tussenkomst. Er is in de onderzochte uitvoeringspraktijk dusgeen sprake van besluitvorming die automatisch volgt uit de risicose-lectie. De geïnterviewden geven verder aan dat risicoselecties niet wordenbewaard of gedeeld. Daarmee is voor een groot deel geborgd dat er geenandere nadelige effecten voor betrokkenen optreden als gevolg van derisicoselectie.De onderzoekers merken op dat wellicht niet alle risicoselectie-instrumenten als zodanig herkend worden, omdat er vragen blijvenbestaan over wanneer nu precies sprake is van risicoselectie. Ditconstateren wij ook op basis van de gesprekken die er zijn geweest metpublieke dienstverleners.Een van de redenen voor deze onduidelijkheid is dat het onderscheidtussen selectie en risicoselectie (selectie met profilering) in de praktijksoms lastig te maken is. Daarnaast is onduidelijk tot welke andere«aanmerkelijke effecten» de risicoselectie onverhoopt zou kunnen leiden.Duidelijkheid hierover is noodzakelijk om te kunnen vaststellen ofoverheidsorganisaties aan de juiste wettelijke kaders en vereistenvoldoen. Het AP-advies is een handreiking om deze vragen te kunnenbeantwoorden, maar er is behoefte aan nadere duiding, onder meer doorkennisdeling tussen organisaties.Tot slot bereiken ons signalen dat nadere duiding gewenst is overwanneer een wettelijke grondslag voor geautomatiseerde risicoselectietoch van toegevoegde waarde zou zijn voor de bescherming van degrondrechten en fundamentele vrijheden van burgers. BZK zal onderzoekinitiëren om hierover meer helderheid te kunnen geven.Inzet om discriminatie te voorkomenTwee belangrijke voorwaarden voor de inzet van geautomatiseerderisicoselectie die de AP noemt zijn dat de instrumenten vooraf wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15203 getoetst, en daarna periodiek gemonitord, op mogelijke discriminerendeeffecten. Discriminatie door de overheid is onacceptabel. Het heeft grotenegatieve impact op burgers en de samenleving.Discriminatie is een inherent risico van risicoselectie, omdat het doel vandit soort instrumenten is om onderscheid te maken tussen dossiers diewel en niet geselecteerd dienen te worden voor behandeling door eenmedewerker. Zorgvuldige toetsing op vooringenomenheid (bias) enongelijke behandeling is daarom essentieel. Het onderzoek laat zien datpublieke dienstverleners hiertoe eerste stappen hebben gezet, maar dataanvullende stappen nodig zijn en dat zulke toetsing nog niet structureelis geborgd.Ook op basis van de gesprekken die vanuit ons ministerie zijn gevoerdmet de publieke dienstverleners, is ons beeld dat een deel van deorganisaties een vorm van toetsing op vooringenomenheid en discrimi-natie heeft geïmplementeerd, maar dat organisaties overheidsbreedbehoefte hebben aan concrete handvatten hiervoor. Een vraag hierbij isonder welke (wettelijke) voorwaarden bijzondere persoonsgegevenshiervoor kunnen worden gebruikt. Uw Kamer is reeds geïnformeerd datons ministerie dit vraagstuk momenteel verkent.9 Een aantal uitvoerings-organisaties wil dit vraagstuk in gezamenlijkheid oppakken en heeft deAdviesfunctie Verantwoord Datagebruik, ingebed in de InterbestuurlijkeDatastrategie, verzocht om te ondersteunen bij het vinden van oplos-singen voor technische, juridische, ethische en organisatorischeknelpunten bij de inzet van data voor biastoetsing. De eerste inzichtenworden dit jaar verwacht.Wij onderschrijven dat er aanvullende stappen nodig zijn om tot eenwetenschappelijk gevalideerde methode voor bias- en discriminatie-toetsing te komen. Het Ministerie van BZK is betrokken bij de ontwikkelingvan verschillende instrumenten die, in samenhang met bovengenoemdeverkenning, tot doel hebben hieraan invulling te geven, namelijk deSelectiviteitsscan, ontwikkeld door het Centraal Planbureau (CPB), en eenNederlandse Technische Afspraak (NTA) over methoden voor toetsing vanbias en discriminatie in profileringsalgoritmen, ontwikkeld onderbegeleiding van NEN, het Nederlands Normalisatie Instituut.10 In debijlage worden deze instrumenten kort toegelicht.Om de kennis over toetsing van risicoprofilering aan hetnon-discriminatierecht te vergroten, geeft ons ministerie dit jaar vervolgaan de kennissessie voor overheden met het CRM. Een eerste sessie heeftal plaatsgevonden in oktober 2025. Daarnaast heeft de Staatscommissietegen Discriminatie en Racisme in november 2025 de DiscriminatietoetsPublieke Dienstverlening officieel gelanceerd. Hiermee kunnen overheids-organisaties zelf nagaan welke processen en praktijken risico’s vormen opdiscriminatie in hun dienstverlening.BZK pakt de regie op het vervolgtraject van de discriminatietoets langstwee lijnen: (1) de inbedding van de discriminatietoets in bestaandestructuren zoals aanbevolen door de staatscommissie en (2) procesbege-leiding van organisaties. Tot slot heeft het kabinet kennisgenomen van hetdeelrapport Principes voor profilering van de Staatscommissie tegenDiscriminatie en Racisme over datagedreven risicoprofilering. Het kabinetneemt de zorgen van de commissie uiterst serieus. Uw Kamer ontvangt9Kamerstukken II, 2025/26, 30 950, nr. 503.10De NTA richt zich op profileringsalgoritmen die buiten de reikwijdte van de AI-verordeningvallen en zal een aanvulling zijn op geharmoniseerde normen die in het kader van deAI-verordening worden ontwikkeld voor hoog-risico AI-systemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15204 een aparte kabinetsreactie op de bevindingen en aanbevelingen van deStaatscommissie.Vergroten van transparantieHet onderzoek gaat ook in op het vereiste van transparantie overrisicoselectie-instrumenten. De AP adviseert dat de risicoselectie, indienhierna een besluit volgt, kenbaar moet zijn voor betrokkene. Uw Kamerheeft hiertoe ook in de motie van de leden Kathmann (GL-PvdA) en SixDijkstra (NSC) (Kamerstuk 26 643, nr. 1287) opgeroepen en uw Kamer isonlangs geïnformeerd over de voortgang.11De in het onderzoek ondervraagde publieke dienstverleners geven aan datin besluiten geen melding wordt gemaakt dat risicoselectie in hetvoortraject een rol heeft gespeeld. Een aantal organisaties is wel bezigdeze informatie te verstrekken. Deze bevindingen zullen worden betrokkenin het lopende beleidsonderzoek naar algoritmische besluitvorming eneventuele aanpassing van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).12 UwKamer wordt hierover in oktober 2026 geïnformeerd.Versterking van de waarborgenDe onderzoekers doen in het rapport enkele algemene aanbevelingen aanpublieke dienstverleners. Deze aanbevelingen nemen wij ter harte. In debijlage gaan wij kort in op de rol van BZK hierin. Wij willen ons dekomende tijd inzetten voor versterking van de waarborgen voor geauto-matiseerde risicoselectie. In lijn met de visie van het NPD ligt de nadrukop het concreet maken en structureel borgen van de voorwaarden voorverantwoorde inzet van geautomatiseerde risicoselectie, waarbij weprioriteit geven aan het voorkomen van discriminatie. Samengevat looptde versterking van waarborgen langs vier lijnen.Ten eerste; aansluiting bij lopende trajecten op het gebied van verant-woorde inzet van algoritmen, zoals vulling van het algoritmeregister enhet beleidsonderzoek naar algoritmische besluitvorming en de Awb. In hetkader van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) wordt dekomende tijd ook gewerkt aan de doorontwikkeling van het Algoritme-kader naar een auditeerbaar kader wat de beoordeling van compliancyaan de vereisten zal ondersteunen.13Ten tweede; initieert BZK onderzoek naar enkele openstaande vraag-stukken die overheidsbreed relevant zijn, namelijk ten aanzien van detoegevoegde waarde van een wettelijke grondslag voor geautomatiseerderisicoselectie en de vraag wat mag en kan bij het gebruik van bijzonderepersoonsgegevens voor de toetsing van risicoselectie op mogelijkediscriminatie.Ten derde; heeft BZK al acties in gang gezet of gepland voor de (door)ont-wikkeling van instrumenten en methodieken, zoals de Selectiviteitsscan,de NTA en de Discriminatietoets Publieke Dienstverlening en het ImpactAssessment Mensenrechten en Algoritmen (IAMA). Hierbij zal BZK in hetbijzonder aandacht geven aan hoe deze instrumenten zich tot elkaarverhouden en waar mogelijk geïntegreerd kunnen worden.Ten vierde zal BZK bekijken hoe de overheidsbrede kennisopbouw en-deling kan worden versterkt en gefaciliteerd, toegespitst op concreti-11Kamerstukken II, 2025/26, 26 643, nr. 1433.12Kamerstukken II, 2024/25, 26 643, nr. 1372.13Kamerstukken II, 2024/25, 26 643, nr. 1394.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15205 sering van de waarborgen voor risicoselectie. Dit sluit aan bij de behoeftezoals aangegeven door het NPD in hun bestuurlijke reactie. Het NPD heefthiermee al een start gemaakt door in oktober 2025 een themadag teorganiseren over geautomatiseerde risicoselectie. Er was veel belang-stelling voor deze dag en wij hebben waardering voor de inzet van hetNPD om deze dag tot een succes te maken.Wij werken graag samen met het NPD om de kennisopbouw en -delingvoort te zetten. BZK bekijkt hoe zij versterking hiervan kan faciliteren. Denadere duiding van (de voorwaarden voor) geautomatiseerde risicose-lectie, alsook enkele thema’s die de onderzoekers in hun aanbevelingennoemen (zie bijlage), worden hierin meegenomen.ToezichtDe AP en het College voor de Rechten van de Mens (CRM) zien erop toedat het handelen van overheidsorganisaties niet in strijd is met de AVG ennon-discriminatiewetgeving. Daarnaast is bij de AP de Directie Coördi-natie Algoritmen ingesteld om het toezicht op algoritmegebruik tecoördineren. De AP, het CRM en verschillende andere organen zijn voor deAI-verordening vastgesteld als autoriteiten voor de bescherming vangrondrechten.14Bij signalen van of klachten over discriminatie of andere inbreuken op degrondrechten door geautomatiseerde risicoselectie kunnen deze toezicht-houders optreden. Dit heeft zich in de afgelopen jaren ook een aantal keervoorgedaan. Momenteel loopt bij de Belastingdienst een meerjarigtoezichtarrangement van de AP, dat zich onder meer richt oprisicoselectie-instrumenten.15 Uit dit toezichtarrangement volgt verderenormduiding die zal worden meegenomen in de in deze brief genoemdeacties.Gefaseerde aanpak en verantwoordingRisicoselectie-instrumenten zijn waardevol voor een efficiënte en snelledienstverlening aan burgers en ondernemers. Het is van het grootstebelang dat deze instrumenten alleen verantwoord worden ingezet metrespect voor de grondrechten van burgers.De komende tijd zullen wij, in samenwerking met het NPD, de departe-menten, de uitvoeringsorganisaties en de VNG, verdere invulling gevenaan de in deze brief genoemde acties. Het NPD geeft ook aan dat publiekedienstverleners hiervoor tijd nodig hebben. Er zal dus een gefaseerdeaanpak nodig zijn waarbij publieke dienstverleners zich inzetten voor hetop orde brengen van de waarborgen en tegelijk ook in kaart brengenwelke capaciteit hiervoor structureel nodig is, zodat dit ook in de toekomstgeborgd kan worden. Eventuele structurele financiering maakt onderdeeluit van de financiële besluitvorming en zal via de begroting met uw Kamerworden gedeeld.Uitvoeringsorganisaties zullen rapporteren over devoortgang in de opvolging van het AP-advies en de onderzoeksbevin-dingen via de bestaande verantwoordingslijnen, zoals bijvoorbeeld destand van de uitvoering.Mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,E. van der Burg14Kamerstukken II, 2024/25, 22 112, nr. 3979.15Kamerstukken II, 2023/24, 32 761, nr. 300 Uw Kamer wordt hierover met regelmaat door deStaatssecretaris van Financiën geïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15206
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.