KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken van een aantal moties en toezeggingen op het beleidsterrein van Koninkrijksrelaties

22 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7fd1d79fc9cd73d4 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 IVVaststelling van de begrotingsstaten vanKoninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H)voor het jaar 2026Nr. 59 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKENEN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 april 2026Op 27 en 28 mei a.s. ga ik met uw Kamer in gesprek over de Caribischedelen van het Koninkrijk. Middels deze brief informeer ik uw Kamer overde stand van de zaken van een aantal moties en toezeggingen op hetbeleidsterrein van Koninkrijksrelaties.I. Bonaire, Saba en Sint Eustatius Kabinetsreactie Periodieke Rapportage artikel 4 Begrotings-hoofdstuk IV1Op 11 februari jl. heeft uw Kamer de Periodieke rapportage over deperiode 2016–2023 ontvangen over artikel 4 van het BegrotingshoofdstukKoninkrijksrelaties («Bevorderen sociaaleconomische structuur»)2. Deuitkomsten en aanbevelingen van de Periodieke Rapportage wordennader bestudeerd en besproken met betrokkenen, zoals de vakdeparte-menten in Den Haag en het bestuur in Caribisch Nederland en deCaribische Landen. Het kabinet verwacht eind 2026 met een kabinetsre-actie te komen op de aanbevelingen van het rapport. Bij de kabinetsre-actie wordt ook de motie Bruyning (NSC) betrokken die de regeringverzoekt om een plan op te stellen om efficiënter interdepartementaal tegaan samenwerken wat betreft zaken die de Caribische delen van hetKoninkrijk aangaan.31Kamerstukken II, 2023/24, 36 560 IV, nr. 10. T-7381.2Kamerstukken II, 2026/27, 33 189, nr. 22.3Kamerstukken II, 2023/24, 36 560 IV, nr. 10. M-2669. kst-36800-IV-59ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 IV, nr. 591 Toezegging debat Bestaanszekerheid d.d. 23 april jl: Kamerinformeren over economische plannen Saba en Sint Eustatius4Tijdens het debat Bestaanszekerheid van 23 april jl. vroeg lid de Beer(VVD) naar de economische plannen van Saba en Sint Eustatius. Zoalsbenoemd in de Voortgangsbrief Economische Ontwikkeling en Zelfred-zaamheid Caribische delen van het Koninkrijk, zijn de economischeontwikkelstrategieën van Saba en Sint Eustatius in het voorjaaropgeleverd aan de openbare lichamen (Kamerstuk 36 800 IV, nr. 29). Het isnu aan de Bestuurscolleges van beide eilanden om de strategieën vast testellen en te beginnen met de implementatie. Het Rijk ondersteunt indiengewenst de eilanden hierbij. Hetzelfde geldt voor Bonaire, die middelshaar eigen traject genaamd Vishon 2050 ook werkt aan economischeontwikkeling. Ik zal uw Kamer in het najaar, conform eerdere toezegging5,informeren over de stand van zaken en voortgang omtrent economischeontwikkeling voor alle eilanden van de Caribische delen van hetKoninkrijk. Hierin zal ik tevens de samenhang van het in het Coalitie-akkoord benoemde Economisch Groeiplatform Carib voor alle zes deeilanden meenemen. Ik ben voornemens de Kamer periodiek te infor-meren over economische ontwikkeling in de Caribische delen van hetKoninkrijk en hierin zal ik de economische plannen van Saba en SintEustatius meenemen. Daarmee wordt aan bovengenoemde toezeggingvoldaan.Toezegging debat Bestaanszekerheid d.d. 23 april jl: Kamerinformeren over dubbele belasting op invoer voedsel naar Sabaen Sint Eustatius6Tijdens het debat Bestaanszekerheid van 23 april jl. vroeg lid Tseggai(GL-PvdA) naar de dubbele belastingen op de invoer van vers voedselnaar Saba en Sint Eustatius. Ik heb uw Kamer toegezegd nog terug tekomen op deze vraag. Graag benadruk ik dat het hier niet gaat omdubbele belasting, maar om enerzijds een 5% omzetbelasting die deondernemer op Sint Maarten is verschuldigd wanneer goederen wordenverkocht en anderzijds om de Algemene Bestedingsbelasting (ABB)wanneer deze goederen de haven van Saba of Sint Eustatius binnen-komen. De omzetbelasting die Sint Maarten heft is een aangelegenheidvan het land Sint Maarten. Overigens zijn veel eerste levensbehoeftenvrijgesteld van zowel de omzetbelasting op Sint Maarten als de ABB envindt in zijn geheel dus geen belastingheffing plaats. Recent heeft deStaatssecretaris van Financiën een brief van het openbaar lichaamBonaire beantwoord over een tijdelijke verlaging van accijns en ABBomwille van de geopolitieke situatie. In deze brief wordt tevens benadruktdat de verwachte impact van een aanpassing van de ABB beperkt is,waarbij het ook de vraag is of de verlaging daadwerkelijk wordt doorbe-rekend aan de consument. Om de effecten van de huidige geopolitiekeontwikkelingen zo goed mogelijk te mitigeren, heeft het kabinet verschil-lende maatregelen gepresenteerd in het maatregelenpakket ActiesWeerbaarheid Energieschok.7 Ik vertrouw erop dat ik met deze informatieaan de toezegging heb voldaan.4Commissiedebat Bestaanszekerheid Caribisch Nederland d.d. 23 april jl. TZ202604-1755Commissiedebat Economische Ontwikkeling en Zelfredzaamheid Caribische delen van hetKoninkrijk d.d. 16 april 2025. 36 600 -IV nr. 68. TZ202505-06.6Commissiedebat Bestaanszekerheid Caribisch Nederland d.d. 23 april jl. TZ202604-176.7Kamerstukken II, 2026/27, 36 933, nr. 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 IV, nr. 592 II. Curaçao, Aruba en Sint Maarten Motie Ceder (CU) en Bamenga (D66) over hernieuwd overleg metCuraçao inzake havenontwikkeling, groene waterstof, circulaireindustrie en duurzame logistiek8Tijdens het Commissiedebat Economische Ontwikkeling en Zelfred-zaamheid Caribische delen van het Koninkrijk op 16 april jl. is boven-staande motie ingebracht en is het kabinet verzocht om in hernieuwdoverleg te treden met de regering van Curaçao over de haven, groenewaterstof, circulaire industrie en duurzame logistiek. Door Curaçao en deNederlandse overheid is, met ondersteuning van TNO en de Rijksdienstvoor Ondernemend Nederland (RVO), onderzocht in hoeverre groenewaterstof kan bijdragen aan de toekomstige energievoorziening van heteiland en welke rol eventuele export daarbij zou kunnen spelen. Uit dezeverkenning blijkt dat de huidige investeringskosten voor productie, opslagen transport in de huidige fase van technologische en marktontwikkelingrelatief hoog zijn. Daarnaast brengen export naar bijvoorbeeld EuropeesNederland en conversieprocessen aanvullende kosten en energieverliezenmet zich mee. Ten aanzien van offshore wind is geconstateerd dattoepassing op grotere waterdiepten in de huidige fase nog beperkttoepasbaar is dan wel hoge kosten kent. Ontwikkelingen op het gebiedvan drijvende offshore wind worden op de langere termijn gevolgd. Opbasis hiervan is het advies om prioriteit te geven aan het versterken enverduurzamen van de basisinfrastructuur van het energiesysteem vanCuraçao, waaronder duurzame opwek, netversterking en moderniseringvan de energie-infrastructuur. Hiermee wordt een robuuste basis gelegdvoor de verdere energietransitie.Daarnaast wordt, in lijn met eerdere voortgangsbrieven en mede in hetlicht van actuele geopolitieke ontwikkelingen, samen met de eilandenverkend hoe regionale handel, havenontwikkeling en duurzame logistiekverder kunnen worden versterkt. Deze strategie sluit aan bij de bredereeconomische samenwerking binnen het Koninkrijk. Hierbij wordt ook,mede op basis van de gesprekken met de Europese Commissie tijdens hetLGO-Forum in Aruba, bezien op welke wijze ondersteuning in het kadervan de Global Gatewaystrategie van de EU kan bijdragen aan dezeontwikkeling. Over de uitkomsten van het LGO-forum wordt uw Kamernog voor het debat separaat geïnformeerd. Met deze gezamenlijkevervolgafspraken met Curaçao vertrouw ik erop dat ik uw Kamervoldoende heb geïnformeerd over de motie Ceder (CU) en Bamenga(D66).III. Koninkrijksbreed Motie White (GL-PvdA) over kwijtschelding studieschuldCaribisch deel van het Koninkrijk9De motie van het lid White (GL-PvdA) verzoekt het kabinet om in overlegmet de eilanden te onderzoeken of het mogelijk is om een deel vanstudieschuld kwijt te schelden wanneer mensen na het afronden van hunstudie zich voor een minimale periode vestigen op één van de eilandenvan het Caribisch deel van het Koninkrijk. Dit als doel om het aantrekke-lijker te maken voor jongeren om na hun studie weer terug te verhuizennaar een van de eilanden. Voor nieuwe medewerkers van de RijksdienstCaribisch Nederland (RCN) bestaat de Regeling overname studieschuldBES. Deze regeling verschaft nieuwe medewerkers, die vóór hun8Kamerstukken II, 2025/26, 36 600-IV, nr. 62. M-2941.9Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 IV, nr. 12. M-3096.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 IV, nr. 593 aanstelling als werknemer bij de RCN in Europees Nederland of in eenander land wonen en bereid zijn om zich in het Caribisch deel vanNederland te vestigen, een toelage voor het aflossen van studieschuld.Om in aanmerking te komen voor de toelage zijn er meerdere criteria. Hetis vereist dat de schuld bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is en dathet een studieschuld betreft voor een middelbare beroepsopleiding,hogere beroepsopleiding of universitaire studie welke met een goedgevolg is afgesloten. Dit betreft een arbeidsvoorwaarde en geen regelingvanuit de studiefinanciering. Werkgevers in de publieke en de privatesector zijn vrij om hun eigen arbeidsvoorwaarden te bepalen. Het staatwerkgevers, ook buiten het Rijk, dan vrij om regelingen door te voeren diehet makkelijker maken om de studieschuld van hun werknemer af telossen of om andere regelingen aan te bieden die het aantrekkelijk makenom terug te keren naar Caribisch Nederland. Ik constateer daarom datwerkgevers zelf over de optie beschikken om kwijtschelding van studie-schuld mogelijk te maken via een eigen arbeidsvoorwaardenpakket en dathiermee aan de motie voldaan is.Motie White (GL-PvdA) en Paternotte (D66) over de voor- ennadelen van een LGO- en UPG-status10In de zomer van 2024 is de motie White (GL-PvdA) en Paternotte (D66)over het maken van een analyse van de voor- en nadelen van een LGO- enUPG-status aangenomen. De motie maakt onderscheid tussen deBES-eilanden en de Landen. Met beiden wordt afgestemd, waarbij deLanden alleen worden betrokken in het onderzoek als zij dit zelf willen.Aruba heeft positief op het voorstel gereageerd, terwijl Curaçao en SintMaarten aan hebben gegeven niet betrokken te willen worden bij hetonderzoek. De motie verzoekt begin 2025 de analyse aan de Kamer tedoen toekomen. Dit heeft door de benodigde afstemming vertragingopgelopen. Het onderzoek is op dit moment in de afrondende fase en zalvoor het zomerreces met uw Kamer worden gedeeld.Ten slotte loopt momenteel het onderzoek van de Universiteit vanCuraçao (UOC) onder kiesgerechtigden voor de Europese Parlementsver-kiezing naar de mogelijke drempels die zij ervaren om zich te registrerenals kiezer en/of hun stem uit te brengen.11 Vanwege de vervroegdeTweede Kamerverkiezing eind 2025 is besloten het onderzoek naar deopkomst en kiezersregistratie voor de Europees Parlementsverkiezingen inde Caribische delen van het Koninkrijk uit te stellen. Zoals benoemd in debeantwoording van de vragen inzake het verslag van de EU-rapporteurs indecember 202512, is de verwachting dat de resultaten van dit onderzoek inde tweede helft van 2026 met de Kamer gedeeld kunnen worden.De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,E. van der Burg10Kamerstukken II, 2023/24, 36 560 IV, nr. 11.11Kamerstukken II, 2024/25, 35 195, nr. 86.12Kamerstukken II, 2025/26, 35 165, nr. 101.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 IV, nr. 594

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 8a093327c76bddc2

14 okt 2026 · c74f96a9e284ea84

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.